archive-nl.com » NL » B » BELASTINGCOLLECTIEF.NL

Total: 1024

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Kazachstan (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen of te verspreiden of marktonderzoek te doen dat van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft f het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft g het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor een combinatie van de in de letters a tot en met f genoemde werkzaamheden mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 5 Indien een persoon â niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zesde lid van toepassing is â voor een onderneming werkzaam is en een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in een Verdragsluitende Staat gewoonlijk uitoefent wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid geacht in die Staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot die werkzaamheden genoemd in het vierde lid die indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken 6 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een Verdragsluitende Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen 7 De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere HOOFDSTUK III BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN Artikel 6 Inkomsten uit onroerende zaken 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit onroerende zaken waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende zaken heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waarin de desbetreffende zaken zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de zaken die bij de onroerende zaken behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende zaken en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen binnenschepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende zaken beschouwd 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende zaken 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende zaken van een onderneming en op inkomsten uit onroerende zaken die worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onverminderd de bepalingen van het derde lid worden indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Verdragsluitende Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de onderneming van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders Geen aftrek wordt echter toegestaan ter zake van bedragen met uitzondering van die wegens vergoeding van werkelijke kosten welke eventueel door de vaste inrichting aan het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren worden betaald als royalty s vergoedingen of andere soortgelijke betalingen voor het gebruik van octrooien of andere rechten of als commissieloon voor bepaalde diensten of voor het geven van leiding dan wel behalve in het geval van een onderneming die het bankbedrijf uitoefent als interest op gelden die aan de vaste inrichting zijn geleend Evenmin wordt bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting rekening gehouden met bedragen met uitzondering van die wegens vergoeding van werkelijke kosten welke door de vaste inrichting aan het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren in rekening worden gebracht als royalty s vergoedingen of andere soortgelijke betalingen voor het gebruik van octrooien of andere rechten of als commissieloon voor bepaalde diensten of voor het geven van leiding dan wel behalve in het geval van een onderneming die het bankbedrijf uitoefent als interest op gelden die aan het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren zijn geleend 4 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van de aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 5 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 6 Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld laten de bepalingen van dit artikel de bepalingen van die artikelen onverlet Artikel 8 Scheep en luchtvaart 1 Voordelen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de onderneming een inwoner is en waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 2 Voor de toepassing van dit artikel omvatten voordelen verkregen uit de exploitatie in internationaal verkeer van schepen en luchtvaartuigen mede voordelen behaald met de verhuur op basis van verhuur zonder bemanning van schepen en luchtvaartuigen geà xploiteerd in het internationale verkeer indien deze voordelen voortvloeien uit de voordelen omschreven in het eerste lid 3 De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpool een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap Artikel 9 Gelieerde ondernemingen 1 Indien a een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast Het is echter wel te verstaan dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten zoals â žcostsharing overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten voor of gebaseerd op de toerekening van de kosten van de leiding de algemene beheerskosten de technische en zakelijke kosten kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in de voorgaande zin 2 Indien een Verdragsluitende Staat in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen begrijpt â en dienovereenkomstig belast â ter zake waarvan een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstgenoemde Staat zou hebben behaald indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen zal die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven dienovereenkomstig aanpassen Bij de vaststelling van deze aanpassing wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten zo nodig met elkaar overleg Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden is mag de aldus geheven belasting niet overschrijden a 5 percent van het brutobedrag van de dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde een lichaam is dat onmiddellijk of middellijk ten minste 10 percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt b 15 percent van het brutobedrag van de dividenden in alle andere gevallen 3 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid 4 De bepalingen van het tweede lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 5 De uitdrukking â ždividenden zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen mijnaandelen oprichtersaandelen of andere rechten met uitzondering van schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen 6 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 7 Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn 8 Voordelen van een onderneming gedreven door een inwoner van een Verdragsluitende Staat die voortkomen uit een vaste inrichting die gelegen is in de andere Verdragsluitende Staat mogen nadat ze belast zijn overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 en na aftrek van elk bedrag dat geherinvesteerd wordt in die vaste inrichting voor het overblijvende bedrag worden belast in die andere Staat maar de aldus geheven bijkomende belasting mag het in het tweede lid letter a van dit artikel genoemde percentage niet overschrijden Indien echter in het desbetreffende belastingjaar de winsten van de vaste inrichting niet hoger zijn dan 100 000 Amerikaanse dollar mag deze bijkomende belasting niet worden geheven Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mag in die andere Staat worden belast 2 Deze interest mag echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter van de interest de uiteindelijk gerechtigde tot de interest is mag de aldus geheven belasting 10 percent van het brutobedrag van de interest niet overschrijden 3 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid 4 De uitdrukking â žinterest zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt 5 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 6 Interest wordt geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien de schuldenaar die Staat zelf een staatkundig onderdeel een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of een inwoner is van die Staat Indien evenwel de persoon die de interest betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald was aangegaan en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 7 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag 8 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid a is interest afkomstig uit een van de Staten en betaald ter zake van een obligatie schuldbewijs of andere soortgelijke verplichting van de Regering van die Staat de centrale bank van die Staat een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan vrijgesteld van belasting in die Staat b is interest afkomstig uit een van de Staten en betaald ter zake van een obligatie schuldbewijs of andere soortgelijke verplichting aan de Regering van de andere Verdragsluitende Staat de centrale bank van de andere Verdragsluitende Staat een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan vrijgesteld van belasting in de eerstgenoemde Staat c is interest afkomstig uit een van de Staten en betaald ter zake van leningen gegarandeerd of verzekerd door de Regering van de andere Staat de centrale bank van de andere Staat of door enig agentschap dat of enige instantie waaronder begrepen een financià le instelling die eigendom is van of wordt beheerst door die Regering vrijgesteld van belasting in de eerstgenoemde Staat Artikel 12 Royalty s 1 Royalty s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze royalty s mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter en de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s een inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mag de aldus geheven belasting tien percent van het brutobedrag van de royalty s niet overschrijden 3 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid 4 De uitdrukking â žroyalty s zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of het recht van gebruik van a een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap daaronder begrepen bioscoopfilms een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een ontwerp een geheim recept of een geheime werkwijze of voor inlichtingen know how omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap en b nijverheids handels of wetenschappelijke uitrusting 5 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid van dit artikel mag de uiteindelijke gerechtigde tot de royalty s met betrekking tot leasing zoals bedoeld in lid vier letter b van dit artikel er voor kiezen belast te worden in de Verdragsluitende Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn alsof het recht of de zaak uit hoofde waarvan die royalty s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van dit Verdrag van toepassing op het inkomen en de aftrekposten inclusief afschrijving die toegerekend kunnen worden aan dat recht of die zaak 6 De bepalingen van het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van dit Verdrag van toepassing 7 Royalty s worden geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien zij worden betaald door die Staat zelf door een staatkundig onderdeel door een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de royalty s betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de verplichting tot het betalen van de royalty s was aangegaan en deze royalty s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt worden deze royalty s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 8 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de royalty s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 van dit Verdrag en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van aandelen anders dan aandelen die genoteerd zijn aan een erkende effectenbeurs of andere gelijksoortige rechten waarvan de waarde hoofdzakelijk berust op in de andere Verdragsluitende Staat gelegen onroerende zaken mogen worden belast in de andere Verdragsluitende Staat Voor de toepassing van dit lid omvat de uitdrukking â žonroerende zaken mede de aandelen van een lichaam of andere gelijksoortige rechten waarvan de waarde hoofdzakelijk berust op onroerende zaken maar omvat de uitdrukking niet zaken waarin het bedrijf van het lichaam of een andere eenheid wordt uitgeoefend tenzij het bedrijf van het lichaam of een andere eenheid hoofdzakelijk bestaat uit het in eigendom hebben de aankoop en verkoop of de verhuur van onroerende zaken 3 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting alleen of met de gehele onderneming of van het vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd of van roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de onderneming een inwoner is en waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 5 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die bedoeld in het eerste tweede derde en vierde lid zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is 6 De bepalingen van het vijfde lid van dit artikel laten onverlet het recht van elk van de Verdragsluitende Staten overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen over voordelen die uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en dat volgens de wetgeving van die Staat inwoner is van die Staat worden verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat en die in de loop van de laatste vijf jaren voorafgaande aan de vervreemding van de aandelen of winstbewijzen inwoner van de eerstbedoelde Staat is geweest Artikel 14 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij die werkzaamheden in de andere Verdragsluitende Staat worden of werden verricht en a het voordeel is toe te rekenen aan een vast middelpunt in de andere Staat waarover de natuurlijke persoon geregeld over kan of kon beschikken of b die natuurlijke persoon verblijft of verbleef in de andere Staat gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een opeenvolgend tijdvak van 12 maanden een totaal van 183 dagen te boven gaan In dat geval mag het voordeel dat toe te rekenen is aan de werkzaamheden worden belast in de andere Staat in overeenstemming met soortgelijke beginselen als die van artikel 7 met betrekking tot de vaststelling van het bedrag van de voordelen uit onderneming en de toerekening van de voordelen aan de vaste inrichting 2 De uitdrukking â žvrij beroep omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Niet zelfstandige arbeid 1 Onverminderd de bepalingen van de artikelen 16 18 19 en 20 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geà xploiteerd slechts in die Staat belastbaar Artikel 16 Directeursbeloningen Directeursbeloningen of andere beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer of van een vergelijkbaar college van â žbestuurder of van â žcommissaris van een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat die als zodanig is benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders of door enig ander bevoegd orgaan van dat lichaam en belast is met de algemene leiding van het lichaam onderscheidenlijk met het toezicht daarop mogen in die andere Staat worden belast Artikel 17 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest zoals een toneelspeler film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 14 en 15 worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht Artikel 18 Pensioenen en lijfrenten 1 Onverminderd de bepalingen van artikel 19 tweede lid zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking alsmede lijfrenten slechts in die Staat belastbaar 2 Indien deze beloningen echter geen periodiek karakter dragen en worden betaald ter zake van een vroegere dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat of indien in plaats van het recht op lijfrenten een afkoopsom wordt betaald mogen de beloningen of deze afkoopsom in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn worden belast 3 De uitdrukking â žlijfrente betekent een vaste som periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen hetzij gedurende het leven hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat Artikel 19 Overheidsfuncties en sociale zekerheidsuitkeringen 1 a Beloningen niet zijnde pensioenen betaald door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijke lichaam mogen in die Staat worden belast b Deze beloningen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner is van die Staat die 1 onderdaan is van die Staat of 2 niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd 2 a Pensioenen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam mogen in die Staat worden belast b Deze pensioenen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat 3 De bepalingen van de artikelen 15 16 en 18 zijn van toepassing op beloningen en pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan 4 Pensioenen en andere uitkeringen betaald krachtens de bepalingen van een sociale zekerheidsstelsel van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in de eerstgenoemde Staat worden belast Artikel 20 Hoogleraren en docenten 1 Vergoedingen die een hoogleraar of docent die inwoner is van een Verdragsluitende Staat en die in de andere Verdragsluitende Staat verblijft met het doel gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaren onderwijs te geven of zich met wetenschappelijk onderzoek bezig te houden aan een universiteit hogeschool of andere inrichting voor onderwijs of wetenschappelijk onderzoek in die andere Staat voor dat onderwijs of dat onderzoek ontvangt zijn slechts in de eerstgenoemde Staat belastbaar 2 Dit artikel is niet van toepassing op inkomsten uit het verrichten van wetenschappelijk onderzoek indien dit onderzoek niet wordt verricht in het algemeen belang maar in de eerste plaats voor het persoonlijke nut van een bepaalde persoon of bepaalde personen Artikel 21 Studenten personen in opleiding en wetenschappelijke onderzoekers 1 Een natuurlijk persoon die bij de aanvang van zijn bezoek aan de andere Verdragsluitende Staat inwoner is van een Verdragsluitende Staat en die tijdelijk in de andere Staat verblijf houdt in de eerste plaats met de bedoeling a aan een universiteit of andere erkende onderwijsinstelling in de andere Staat te studeren of b een opleiding te verkrijgen die hem bekwaamt tot het uitoefenen van een beroep of een specifieke beroepsvaardigheid of c om te studeren of om onderzoek te doen als ontvanger van een toelage vergoeding of andere gelijksoortige betalingen van een regerings godsdienstige liefdadigheids wetenschaps literaire of onderwijsorganisatie onderzoek te doen is met betrekking tot betalingen uit het buitenland bedoeld voor zijn levensonderhoud onderwijs studie onderzoek of opleiding en met betrekking tot de toelage vergoeding of andere gelijksoortige betalingen vrijgesteld van belasting door de andere Staat 2 De in het eerste lid genoemde vrijstelling is alleen van toepassing voor die periode die gewoonlijk nodig is om een studie opleiding of onderzoek te voltooien met dien verstande dat er geen vrijstelling wordt verleend voor een opleiding die een periode van 2 jaar overschrijdt en dat er geen vrijstelling wordt verleend voor een studie die of onderzoek dat een periode van 5 jaar overschrijdt 3 Dit artikel is niet van toepassing op inkomen uit wetenschappelijk onderzoek indien dat onderzoek niet ondernomen is in het algemeen belang maar in de eerste plaats voor het persoonlijke nut van een bepaalde persoon of bepaalde personen Artikel 22 Overige inkomsten 1 Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat van waaruit ook afkomstig die niet in de voorgaande artikelen van dit Verdrag zijn behandeld zijn slechts in die Staat belastbaar 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten niet zijnde inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in artikel 6 tweede lid van dit Verdrag indien de genieter van die inkomsten die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing HOOFDSTUK IV BELASTINGHEFFING NAAR HET VERMOGEN Artikel 23 Vermogen 1 Vermogen bestaande uit onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat bezit en dat is gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mag in die andere Staat worden belast 2 Vermogen bestaande uit roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of uit roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid mag in die andere Staat worden belast 3 Vermogen bestaande uit schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd alsmede uit roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen is slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de onderneming een inwoner is en waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 4 Alle andere bestanddelen van het vermogen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar HOOFDSTUK V VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING Artikel 24 Vermijding van dubbele belasting 1 Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven de bestanddelen van het inkomen of het vermogen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Kazachstan mogen worden belast 2 Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens artikel 6 artikel 7 artikel 10 zesde lid artikel 11 vijfde lid artikel 12 zesde lid artikel 13 eerste en derde lid artikel 14 artikel 15 eerste lid artikel 19 eerste lid letter a en tweede lid letter a en vierde lid en artikel 22 tweede lid van dit Verdrag in Kazachstan mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen stelt Nederland deze inkomensbestanddelen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting Te dien einde worden genoemde inkomensbestanddelen geacht te zijn begrepen in het totale bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld 3 Nederland verleent voorts een aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor die bestanddelen van het inkomen of het vermogen die volgens artikel 10 tweede lid artikel 11 tweede lid artikel 12 tweede en vijfde lid artikel 13 tweede en zesde lid artikel 16 artikel 17 artikel 18 tweede lid en artikel 23 eerste en tweede lid van dit Verdrag in Kazachstan mogen worden belast in zoverre deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen Het bedrag van deze aftrek is gelijk aan de in Kazachstan over deze bestanddelen van het inkomen of het vermogen betaalde belasting maar bedraagt niet meer dan het bedrag van de vermindering die zou zijn verleend indien de aldus in het inkomen of vermogen begrepen bestanddelen de enige bestanddelen van het inkomen of het vermogen zouden zijn geweest die uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld 4 In Kazachstan wordt dubbele

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/kazachstan-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive


  • Koeweit (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    van die Staat aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats verblijf plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die Staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in die Staat 2 Voor de toepassing van het eerste lid zal onder inwoner van een Verdragsluitende Staat worden begrepen a de Regering van die Verdragsluitende Staat of ieder staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan en b iedere overheidsinstelling tot stand gebracht in die Verdragsluitende Staat onder publiek recht zoals een rechtspersoon Centrale Bank fonds publiekrechtelijk lichaam stichting instelling of andere soortgelijke entiteit onder de voorwaarde dat het vermogen uiteindelijk en uitsluitend wordt gehouden door de Regering van die Verdragsluitende Staat of ieder staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan en c in Koeweit iedere intergouvernementele entiteit opgericht in Koeweit in wier kapitaal Koeweit samen met andere staten deelneemt 3 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt zijn positie als volgt bepaald a hij wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn middelpunt van de levensbelangen b indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin hij gewoonlijk verblijft c indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is d indien zijn positie niet bepaald kan worden ingevolge de bepalingen van de letters a tot en met c regelen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming 4 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt hij geacht inwoner te zijn van de Verdragsluitende Staat waarin de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen Artikel 5 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žvaste inrichting een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend 2 De uitdrukking â žvaste inrichting omvat in het bijzonder a een plaats waar leiding wordt gegeven b een filiaal c een kantoor d een fabriek e een werkplaats en f een mijn een olie of gasbron een steengroeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen 3 De plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie montage of installatiewerkzaamheden of daarmee verband houdende werkzaamheden van toezichthoudende aard vormt alleen een vaste inrichting indien de duur van de uitvoering of werkzaamheden zes maanden overschrijdt 4 Het verlenen van diensten daaronder begrepen diensten van adviserende aard door een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat vormt alleen een vaste inrichting indien zulke werkzaamheden worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat voor hetzelfde of een daarmee samenhangend project gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden een totaal van zes maanden te boven gaan 5 Een onderneming van een Verdragsluitende Staat wordt geacht een vaste inrichting in de andere Verdragsluitende Staat te bezitten en haar bedrijf met behulp van deze vaste inrichting uit te oefenen indien groot materiaal in die Verdragsluitende Staat langer dan zes maanden binnen een periode van twaalf maanden wordt gebruikt door voor of krachtens een contract met de onderneming bij de exploratie of de exploitatie van natuurlijke rijkdommen of bij werkzaamheden die verband houden met zodanige opsporing of exploitatie 6 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking â žvaste inrichting niet geacht te omvatten a het gebruik maken van inrichtingen uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering c het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming d het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft f het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor een combinatie van de in de letters a tot en met e genoemde werkzaamheden mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 7 Indien een persoon â niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het achtste lid van toepassing is â in een Verdragsluitende Staat namens een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat werkzaam is wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid geacht in de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat ten aanzien van de activiteiten die die persoon voor de onderneming verricht een vaste inrichting te hebben indien a hij een algemene machtiging bezit om namens de onderneming verdragen af te sluiten en hij dit recht in de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat gewoonlijk uitoefent tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot de werkzaamheden genoemd in het zesde lid die indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken of b hij zulk een machtiging niet bezit maar gewoonlijk in de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat een voorraad goederen of koopwaar aanhoudt waaruit hij namens de onderneming regelmatig goederen of koopwaar aflevert 8 Een onderneming van een Verdragsluitende Staat wordt niet geacht een vaste inrichting in de andere Verdragsluitende Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die andere Verdragsluitende Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen Indien evenwel de werkzaamheden van zulk een vertegenwoordiger uitsluitend of nagenoeg uitsluitend worden verricht voor die onderneming zelf wordt hij niet geacht een onafhankelijke vertegenwoordiger in de zin van dit lid te zijn 9 De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat of dat in die andere Verdragsluitende Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze bestempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere Artikel 6 Inkomsten uit onroerende zaken 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit onroerende zaken waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen mogen in die andere Verdragsluitende Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende zaken heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waarin de desbetreffende zaken zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de zaken die bij de onroerende zaken behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende zaken en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende zaken beschouwd 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende zaken 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende zaken van een onderneming en op inkomsten uit onroerende zaken die worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Verdragsluitende Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden als kosten in aftrek toegelaten die kosten die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt waaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten hetzij in de Verdragsluitende Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders Geen aftrek wordt echter toegestaan ter zake van bedragen met uitzondering van die wegens vergoeding van werkelijke kosten welke eventueel door de vaste inrichting aan het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren worden betaald als royalty s vergoedingen of andere soortgelijke betalingen voor het gebruik van octrooien of andere rechten of als commissieloon voor bepaalde diensten of voor het geven van leiding dan wel behalve in het geval van een onderneming die het bankbedrijf uitoefent als interest op gelden die aan de vaste inrichting zijn geleend Evenmin wordt bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting rekening gehouden met bedragen met uitzondering van die wegens vergoeding van werkelijke kosten welke door de vaste inrichting aan het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren in rekening worden gebracht als royalty s vergoedingen of andere soortgelijke betalingen voor het gebruik van octrooien of andere rechten of als commissieloon voor bepaalde diensten of voor het geven van leiding dan wel behalve in het geval van een onderneming die het bankbedrijf uitoefent als interest op gelden die aan het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren zijn geleend 4 Geen voordelen worden aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 5 Voorzover het in een Verdragsluitende Staat gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Verdragsluitende Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 6 Indien de beschikbare gegevens ontoereikend zijn om te bepalen welke voordelen aan de vaste inrichting moeten worden toegerekend beletten de bepalingen van dit artikel in geen enkel opzicht de toepassing van enige wettelijke bepaling of regeling van een Verdragsluitende Staat met betrekking tot de vaststelling van de belastingaanslag van een persoon aan de hand van een schatting mits het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel vervatte beginselen 7 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 8 Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld laten de bepalingen van dit artikel de bepalingen van die artikelen onverlet Artikel 8 Zee en luchtvaart 1 Voordelen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 2 Indien de plaats van de werkelijke leiding van een zeescheepvaartonderneming zich aan boord van een schip bevindt wordt deze plaats geacht te zijn gelegen in de Verdragsluitende Staat waar de thuishaven van het schip is gelegen of indien er geen thuishaven is in de Verdragsluitende Staat waarvan de exploitant van het schip inwoner is 3 Voor de toepassing van dit artikel omvatten voordelen behaald met de exploitatie van schepen en luchtvaartuigen in internationaal verkeer mede voordelen behaald met de verhuur op basis van verhuur zonder bemanning van schepen en luchtvaartuigen die in het internationale verkeer worden geà xploiteerd voor zover deze voordelen voortvloeien uit de voordelen omschreven in het eerste lid 4 De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpool een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap Artikel 9 Gelieerde ondernemingen 1 Indien a een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast Het is echter wel te verstaan dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten zoals â žcostsharing overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten voor of gebaseerd op de toerekening van de kosten van de leiding de algemene beheerskosten de technische en zakelijke kosten kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in de voorgaande zin 2 Indien een Verdragsluitende Staat in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen begrijpt â en dienovereenkomstig belast â ter zake waarvan een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstbedoelde Staat zou hebben behaald indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen zal die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven dienovereenkomstig aanpassen Bij de vaststelling van deze aanpassing wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten zo nodig met elkaar overleg Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een van de Verdragsluitende Staten aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is mag de aldus geheven belasting niet overschrijden a nul percent van het brutobedrag van de dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde een lichaam is dat onmiddellijk ten minste 10 tien percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt b 10 tien percent van het brutobedrag van de dividenden in alle andere gevallen 3 De bepalingen van het tweede lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 4 De uitdrukking â ždividenden zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen mijnaandelen oprichtersaandelen of andere rechten met uitzondering van schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen 5 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 6 Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is slechts in die andere Staat belastbaar indien die inwoner de uiteindelijk gerechtigde tot de interest is 2 De uitdrukking â žinterest zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen daaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen 3 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 4 Interest wordt geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien deze wordt betaald door die Staat zelf door een staatkundig onderdeel door een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de interest betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald was aangegaan en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vast middelpunt is gevestigd 5 Indien ten gevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 12 Royalty s 1 Royalty s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Verdragsluitende Staat worden belast 2 Deze royalty s mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die Verdragsluitende Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s een inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mag de aldus geheven belasting 5 vijf percent van het brutobedrag van de royalty s niet overschrijden 3 De uitdrukking â žroyalty s zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap daaronder begrepen bioscoopfilms of films of geluidsbanden gebruikt voor televisie of radio uitzendingen een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 4 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royalty s afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 5 Royalty s worden geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien deze worden betaald door die Staat zelf door een staatkundig onderdeel door een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de royalty s betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de verplichting tot het betalen van royalty s was aangegaan en deze royalty s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt worden deze royalty s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 6 Indien ten gevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde royalty s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende zaken die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of van roerende zaken die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid daaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting alleen of met de gehele onderneming of van het vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 3 Voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd of van roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen Het bepaalde in artikel 8 tweede lid vindt hierbij toepassing 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere zaken dan die bedoeld in het eerste tweede en derde lid zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is 5 Niettegenstaande de bepalingen van het vierde lid mag een Verdragsluitende Staat overeenkomstig zijn eigen wetgeving de betekenis van de uitdrukking â žvervreemding daaronder begrepen belasting heffen over voordelen door een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat verkregen uit de vervreemding van aandelen in winstbewijzen van of schuldvorderingen op een lichaam met een in aandelen verdeeld kapitaal dat volgens de wetgeving van de eerstbedoelde Verdragsluitende Staat inwoner is van die Staat alsmede uit de vervreemding van een gedeelte van de in die aandelen winstbewijzen of schuldvorderingen besloten liggende rechten indien die natuurlijke persoon â al dan niet tezamen met zijn echtgenoot â dan wel een van hun bloed of aanverwanten in de rechte lijn onmiddellijk of middellijk ten minste vijf percent bezit van het geplaatste kapitaal van een bepaalde soort van aandelen van dat lichaam Deze bepaling vindt alleen toepassing wanneer de natuurlijke persoon die de voordelen verkrijgt in de loop van de laatste tien jaren voorafgaande aan het jaar waarin de voordelen worden verkregen inwoner van de eerstbedoelde Staat is geweest en mits op het tijdstip waarop hij inwoner werd van de andere Verdragsluitende Staat werd voldaan aan eerdergenoemde voorwaarden ten aanzien van het aandelenbezit in eerdergenoemd lichaam In de gevallen waarin ingevolge de nationale wetgeving van eerstbedoelde Staat aan de natuurlijke persoon een aanslag is opgelegd terzake van de bij diens emigratie uit eerstbedoelde Staat aangenomen vervreemding van vorenbedoelde aandelen geldt het vorenstaande alleen voor zover er van deze aanslag nog een bedrag openstaat Artikel 14 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij hij in de andere Verdragsluitende Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt Indien hij over zulk een vast middelpunt beschikt mogen de voordelen in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegerekend 2 De uitdrukking â žvrij beroep omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Niet zelfstandige arbeid 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 16 18 19 en 20 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van 12 maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geà xploiteerd slechts in die Staat belastbaar Artikel 16 Directeursbeloningen Directeursbeloningen directors fees en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer of in geval van Nederland een bestuurder of een commissaris of een ander soortgelijk college van een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mogen in de eerstbedoelde Verdragsluitende Staat worden belast Deze beloningen mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het eerdergenoemde lichaam inwoner is worden belast maar de aldus geheven belasting mag 25 vijfentwintig percent van het brutobedrag van de beloningen niet overschrijden Artikel 17 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest zoals een toneelspeler film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 14 en 15 worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht 3 De bepalingen van het eerst en tweede lid zijn niet van toepassing op beloningen of voordelen op salarissen lonen en soortgelijke inkomsten verkregen door artiesten of sportbeoefenaars die inwoner zijn van een Verdragsluitende Staat uit werkzaamheden in de andere Verdragsluitende Staat indien hun bezoek aan die Verdragsluitende Staat in hoofdzaak wordt bekostigd uit de openbare middelen van de andere Verdragsluitende Staat waaronder begrepen die van enig staatkundig onderdeel een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of staatsrechtelijk orgaan daarvan en niet op voordelen verkregen uit deze werkzaamheden door een niet op het maken van winst gerichte organisatie op voorwaarde dat haar inkomsten in genen dele betaalbaar zijn aan of anderszins strekken tot het persoonlijk voordeel van haar eigenaren oprichters of leden Artikel 18 Pensioenen lijfrenten en socialezekerheidsuitkeringen 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 19 tweede lid zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking alsmede lijfrenten betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat slechts in die Staat belastbaar Ieder pensioen en andere uitkering betaald krachtens de bepalingen van een sociaalzekerheidsstelsel van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat zijn slechts in die andere Staat belastbaar 2 Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid mag een pensioen of andere soortgelijke beloning lijfrente of ieder pensioen en andere uitkering betaald krachtens de bepalingen van een sociaalzekerheidsstelsel van een Verdragsluitende Staat ook worden belast in de Verdragsluitende Staat waaruit deze afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die Staat a indien en voor zover de aanspraak op dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente in de Verdragsluitende Staat waaruit het pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente afkomstig is van belasting is vrijgesteld dan wel de met het pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente samenhangende bijdragen aan de pensioenregeling of verzekeringsmaatschappij in het verleden bij het bepalen van het in die Staat belastbare inkomen in aftrek zijn gebracht dan wel anderszins in die Staat in aanmerking zijn gekomen voor een fiscale facilià ring en b indien en voor zover dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente in de Verdragsluitende Staat waarvan de genieter van het pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente inwoner is niet tegen het algemeen van toepassing zijnde belastingtarief voor inkomsten verkregen uit niet zelfstandige arbeid dan wel het brutobedrag van dat pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente voor minder dan 90 percent in de belastingheffing wordt betrokken en c indien het totale brutobedrag van de pensioenen en andere soortgelijke beloningen of lijfrenten en ieder pensioen en andere uitkering betaald krachtens de bepalingen van een sociaalzekerheidsstelsel van een Verdragsluitende Staat in enig kalenderjaar een bedrag van 20 000 Euro te boven gaat 3 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid mag indien dit pensioen of andere soortgelijke beloning geen periodiek karakter draagt wordt betaald ter zake van een vroegere dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat en uitbetaling plaatsvindt vóór de datum waarop het pensioen ingaat of indien in plaats van het recht op lijfrente vóór de datum waarop de lijfrente ingaat een afkoopsom wordt betaald de betaling of deze afkoopsom ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig is worden belast 4 Een pensioen of andere soortelijke beloning of lijfrente wordt geacht afkomstig te zijn uit een Verdragsluitende Staat indien en voorzover de met dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente samenhangende bijdragen of betalingen dan wel de aanspraken op dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente in die Staat in aanmerking zijn gekomen voor een fiscale facilià ring De ingevolge dit artikel aan een Verdragsluitende Staat toegekende heffingsrechten worden op geen enkele wijze beperkt door de overdracht van een pensioen van een in een Verdragsluitende Staat gevestigd pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij naar een in een andere Staat gevestigd pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij 5 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid Daarin wordt tevens geregeld welke gegevens de inwoner van een Verdragsluitende Staat ten behoeve van een juiste toepassing van het Verdrag in de andere Verdragsluitende Staat moet overleggen met name om te kunnen vaststellen of al dan niet voldaan is aan de omstandigheden als bedoeld in letters a b en c van het tweede lid 6 De uitdrukking â žlijfrente betekent een vaste som periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen hetzij gedurende het leven hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat 7 Of en in hoeverre een pensioen of soortgelijke beloning onder dit artikel of onder artikel 19 valt wordt bepaald door het karakter van de vroegere dienstbetrekking zijnde particulier of overheid gedurende welke de aanspraak op dat gedeelte van het pensioen of soortgelijke beloning werd opgebouwd Artikel 19 Overheidsfuncties 1 a Salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen niet zijnde pensioenen betaald door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam zijn slechts in die Staat belastbaar b Deze salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner is van die Staat die 1 onderdaan is van die Staat of 2 niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd 2 a Pensioenen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam zijn slechts in die Staat belastbaar b Deze pensioenen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat 3 De bepalingen van de artikelen 15 16 en 18 zijn van toepassing op salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen en pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan Artikel 20 Hoogleraren en andere docenten Een natuurlijke persoon die onmiddellijk voorafgaand aan

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/koeweit-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Korea (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    Eindheffing voor niet maatschappelijk aanvaardbare 55 plusregeling Lening omlaag die niet door bank zou zijn verstrekt was onzakelijk Verhuurde bovenverdiepingen vormden ondernemingsvermogen Herinvesteringsvoornemen concerndirectie toegerekend aan BV Erfbelasting over oudere WOZ waarde leidde tot buitensporige last Betalingen aan bestuursvoorzitter woningstichting waren resultaatsinkomen BOF ondanks afwezigheid van ondernemingsvermogen Studenten waren niet bij onderneming van vereniging in dienstbetrekking Geen verlaagd BTW tarief voor rondleiding in stadion Vrijstelling overdrachtsbelasting bij inbreng gold ook voor niet tbs deel pand Omzetcorrecties autosloperij in het kader van actie Klaproos Onzakelijke borgstelling in tbs sfeer leidde tot verlies uit a b Hogere ambtenaren Financiën willen naar systeem van voldoening op aangifte Geen pensioen in eigen beheer voor DGA met aandelen zonder stemrecht Hof Den Bosch legt met prejudiciële vragen bom onder CO2 heffing in BPM MKB winstvrijstelling gold ook na inbreng met terugwerkende kracht Beperking verrekening houdsterverliezen onterecht door geslaagd tegenbewijs Vruchtgebruikconstructie school was misbruik van recht Rechtbank Arnhem bedrijfsopvolging in SW is niet discriminerend Van der Steen arrest verhinderde aansprakelijkheid DGA niet Rechtbank had zaak volgens Hof zelf moeten afdoen Inspecteur mocht VAR loon afgeven in plaats van gevraagde VAR DGA Achterblijven pand verhinderde toepassing van bedrijfsfusiefaciliteit Regresvordering a b houder van meet af aan in box I 12 regeling voor ingevoerde gebruikte auto s niet EU proof Valutawinst op besmette lening na saldering vrijgesteld Bezwaarschriften worden toch inhoudelijk bekeken Fiscus gaat 90 van voorraad bezwaren blindelings volgen Hoge servicekosten deels van invloed op WOZ waarde van serviceflat Verkoop horecapand betekende nog geen staking Heffingsrente herzien volgens herzieningregels van aanslag Aanslag successierecht kon niet aan echtgenoten tezamen worden opgelegd Geen schadeplicht jegens fiscus na onjuiste etikettering pand Apart soort aandeel door verschil in stemrecht over winst Onderhandse schuldigerkenning verminderde verkrijging niet EU Hof onder voorwaarden akkoord met Nederlandse exitheffing Kwijtscheldingsverlies bij onzakelijke lening omlaag in tbs regeling Bij meerderheidsbelang wordt groepsrelatie voor thincapregeling verondersteld Korte huurperiode pand irrelevant bij overgang algemeenheid Ontbreken echtgenotenvrijstelling bij recht van overgang niet discriminerend Nota van door gemeente ingeschakele WOZ taxateur openbaar Cursus Belastingrecht voor niet fiscalisten Ontvanger mag niet bekendgemaakte aanslag niet invorderen Adviseur via kort geding verplicht tot informatieverstrekking Immateriële schadevergoeding na vernietiging navorderingsaanslag Fiscus moest onevenredig rentenadeel bij VA s compenseren Hof had beroep enkel vanwege undue delay ongegrond moeten verklaren Prejudiciële vragen over het begrip bouwterrein Revisierente onzuivere pensioenregeling vernietigd Kamervragen over problemen met verliesverrekening Vpb 2010 Niet tot ondernemingsvermogen behorende gelden verhinderde afwaardering in box I Intranet Modellen Overeenkomst van geldlening van durfkapitaal Overeenkomst rekening courant tussen DGA en BV NOTULEN Algemene vergadering aandeelhouders van bv met beperkte aansprakelijkheid Managementovereenkomst beheer BV 100 procent werk BV Arbeidsovereenkomst DGA Akte van cessie koop en verkoop van een vordering Akte geruisloze inbreng Aansprakelijkheidsverklaring Aandeelhoudersovereenkomst Wetteksten Inkomstenbelasting Wet op de inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Vennootschapsbelasting Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 Besluit Fiscale Eenheid 2003 Geruisloze terugkeer art 14c Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische fusie art 14b Wet Vpb standaardvoorwaarden Bedrijfsfusie art 14 Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische afsplitsing art 14a Wet Vpb standaardvoorwaarden Loonbelasting Wet op de loonbelasting 1964 Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 Omzetbelasting Wet op de omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 BUA Dividendbelasting Wet op de dividendbelasting 1965 Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting 1965 Successiewet Successiewet 1956 Uitvoeringsbesluit successiewet 1956 Uitvoeringsregeling schenk en erfbelasting Rechtsverkeer Wet op belastingen van rechtsverkeer Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer Bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht Besluit proceskosten bestuursrecht Algemene wet Algemene wet inzake rijksbelastingen Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst Invorderingswet Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling inleners keten en opdrachtgeversaansprakelijkheid Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 Internationaal belastingrecht Besluit voorkoming dubbele belastingen 2001 Voorkoming dubbele belasting onder toepassing van belastingverdragen Verdragen Type DTA Albanië in werking Argentinië in werking Armenië in werking Australië in werking Australië Tweede Protocol in werking Azerbeidzjan in werking Bahrein in werking Bangladesh in werking Barbados in werking Barbados Protocol in werking Belarus in werking België in werking België Protocol geratificeerd door nl Brazilië in werking BRK Aruba in werking BRK Cura çao in werking BRK Sint Maarten in werking Bulgarije in werking Canada in werking Canada Protocol in werking China in werking Denemarken in werking Duitsland in werking Duitsland Protocol 1 in werking Duitsland Protocol 2 in werking Duitsland Protocol 3 in werking Egypte in werking Estland in werking Estland Protocol 1 in werking Estland Protocol 2 in werking Filippijnen in werking Finland 1996 in werking Frankrijk 1973 in werking Frankrijk Protocol bij 1973 in werking Georgië in werking Ghana in werking Griekenland in werking Hongkong in werking Hongarije in werking Ierland in werking Ijsland in werking India in werking India Protocol ondertekend Indonesië 2002 in werking Israël in werking Israël Protocol in werking Italië Protocol in werking Japan 1970 beëindigd Japan 2010 in werking Japan Protocol beëindigd Joegoslavië in werking Jordanië in werking Kazachstan in werking Koeweit in werking Korea in werking Korea Protocol in werking Kroatië in werking Kyrgyzstan Sovjetverdrag in werking Letland in werking Litouwen in werking Luxemburg in werking Luxemburg Protocol in werking Marcedonië in werking Malawi in werking Maleisië in werking Maleisië Protocol 1 in werking Maleisië Protocol 2 in werking Malta in werking Malta Protocol in werking Marokko in werking Mexico in werking Mexico Protocol in werking Moldavië in werking Mongolië in werking Nieuw Zeeland in werking Nieuw Zeeland Protocol in werking Nigeria in werking Noorwegen in werking Noorwegen Protocol in werking Oekraïne in werking Oezbekistan in werking Oman in werking Oostenrijk in werking Oostenrijk Protocol 1 in werking Oostenrijk Protocol 2 in werking Oostenrijk Protocol 3 in werking Oostenrijk Protocol 4 in werking Pakistan in werking Panama in werking Polen in werking Portugal in werking Qatar in werking Roemenië in werking Russische Federatie in werking Saudi Arabië in werking Singapore in werking Singapore Protocol 1 in werking Singapore Protocol 2 in werking Slovenië in werking Slowakije in werking Slowakije Protocol 1 in werking Slowakije Protocol 2 in werking Spanje in werking Sri Lanka in werking Suriname in werking Taiwan in werking Thailand in werking Tunesië in werking Turkije in werking Turkmenistan Sovjetverdrag in werking Uganda in werking Venezuela in werking Venezuela Protocol in werking Verenigd Koninkrijk 1980 beëndigd Verenigd Koninkrijk 2008 in werking Verenigd Koninkrijk Protocol 1 beëindigd Verenigd Koninkrijk Protocol 2 beëindigd Verenigde Arabische Emiraten in werking Verenigde Staten in werking Verenigde Staten Protocol 1993 in werking Verenigde Staten Protocol 2004 in werking Vietnam in werking Zambia in werking Zimbabwe in werking Zuid Africa in werking Zuid Africa Protocol in werking Zweden in werking Zwitserland 2010 in werking Type S E Zweden in werking Verenigd Koninkrijk Successie in werking Oostenrijk Successie in werking Israël Successie in werking Finland Successie in werking Search Zoeken Javascript is required to use this website translator free translator Skip to content zaterdag 22 september 2012 17 04 Korea in werking Geschreven door Redactie Belasting Collectief Nederland Print E mail Opschrift Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen Kop Convention between the Kingdom of the Netherlands and the Republic of Korea for the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on income Aanhef The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Republic of Korea Desiring to conclude a convention for the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on income Wettekst CHAPTER I SCOPE OF THE CONVENTION Article 1 Personal scope This Convention shall apply to persons who are residents of one or both of the States Article 2 Taxes covered 1 The taxes which are the subject of this Convention are a in the case of the Netherlands the income tax de inkomstenbelasting the wages tax de loonbelasting the company tax de vennootschapsbelasting the dividend tax de dividendbelasting hereinafter referred to as â œNetherlands taxâ b in the case of Korea the income tax the corporation tax the inhabitant tax hereinafter referred to as â œKorean taxâ 2 The Convention shall also apply to any identical or substantially similar taxes which are subsequently imposed in addition to or in place of the existing taxes The competent authorities of the States shall notify to each other any substantial changes which have been made in their respective taxation laws CHAPTER II DEFINITIONS Article 3 General definitions 1 In this Convention unless the context otherwise requires a the term â œStateâ means the Netherlands or Korea as the context requires the term â œStatesâ means the Netherlands and Korea b the term â œthe Netherlandsâ comprises the part of the Kingdom of the Netherlands that is situated in Europe and the part of the seabed and its sub soil under the North Sea over which the Kingdom of the Netherlands has sovereign rights in accordance with international law c the term â œKoreaâ means the Republic of Korea and when used in a geographical sense means all the territory in which the laws relating to Korean tax arc in force The term also includes the territorial sea thereof and the seabed and sub soil of the submarine areas adjacent to the coast thereof but beyond the territorial sea over which Korea exercises sovereign rights in accordance with international law for the purpose of exploration and exploitation of the natural resources of such area d the term â œpersonâ comprises an individual a company and any other body of persons e the term â œcompanyâ means any body corporate or any entity which is treated as a body corporate for tax purposes f the terms â œenterprise of one of the Statesâ and â œenterprise of the other Stateâ mean respectively an enterprise carried on by a resident of one of the States and an enterprise carried on by a resident of the other State g the term â œnationalsâ means 1 all individuals possessing the nationality of one of the States 2 all legal persons partnerships and associations deriving their status as such from the law in force in one of the States h the term â œcompetent authorityâ means 1 in the Netherlands the Minister of Finance or his duly authorized representative 2 in Korea the Minister of Finance or his duly authorized representative i the term â œtaxâ means Netherlands tax or Korean tax as the context requires 2 As regards the application of the Convention by either of the States any term not otherwise defined shall unless the context otherwise requires have the meaning which it has under the laws of that State relating to the taxes which are the subject of this Convention Article 4 Fiscal domicile 1 For the purposes of this Convention the term â œresident of one of the Statesâ means any person who under the law of that State is liable to taxation therein by reason of his domicile residence place of head or main office place of management or any other criterion of a similar nature but the term does not include any person who is liable to tax in that State for the sole reason that he derives income from sources therein The terms â œresident of the other Stateâ â œresident of the Netherlandsâ and â œresident of Koreaâ shall be construed accordingly 2 Where by reason of the provisions of paragraph 1 an individual is a resident of both States then this case shall be determined in accordance with the following rules a he shall be deemed to be a resident of the State in which he has a permanent home available to him If he has a permanent home available to him in both States he shall be deemed to be a resident of the State with which his personal and economic relations are closer centre of vital interests b if the State in which he has his centre of vital interests cannot be determined or if he has not a permanent home available to him in either State he shall be deemed to be a resident of the State in which he has an habitual abode c if he has an habitual abode in both States or in neither of them he shall be deemed to be a resident of the State of which he is a national d if he is a national of both States or of neither of them the competent authorities of the States shall settle the question by mutual agreement 3 Where by reason of the provisions of paragraph 1 a person other than an individual is a resident of both States then it shall be deemed to be a resident of the State in which it is managed and controlled Article 5 Permanent establishment 1 For the purposes of this Convention the term â œpermanent establishmentâ means a fixed place of business in which the business of the enterprise is wholly or partly carried on 2 The term â œpermanent establishmentâ shall include especially a a place of management b a branch c an office d a store or other sales outlet e a factory f a workshop g a mine an oil or gas well a quarry or any other place of extraction of natural resources h a building site or construction installation or assembly project or activities of providing personal services such as supervisory nical or any other professional services in connection therewith ere such site project or activity exists for more than six months 3 The term â œpermanent establishmentâ shall not be deemed to include a the use of facilities solely for the purpose of storage display or delivery of goods or merchandise belonging to the enterprise b the maintenance of a stock of goods or merchandise belonging to the enterprise solely for the purpose of storage display or delivery c the maintenance of a stock of goods or merchandise belonging to the enterprise solely for the purpose of processing by another enterprise d the maintenance of a fixed place of business solely for the purpose of purchasing goods or merchandise or for collecting information for the enterprise e the maintenance of a fixed place of business solely for the purpose of advertising for the supply of information for scientific research or for similar activities which have a preparatory or auxiliary character for the enterprise 4 A person acting in one of the States on behalf of an enterprise of the other State other than an agent of an independent status to whom paragraph 5 applies shall be deemed to be a permanent establishment in the first mentioned State if he has and habitually exercises in that State an authority to conclude contracts in the name of the enterprise unless his activities are limited to the purchase of goods or merchandise for the enterprise 5 An enterprise of one of the States shall not be deemed to have a permanent establishment in the other State merely because it carries on business in that other State through a broker general commission agent or any other agent of an independent status where such persons are acting in the ordinary course of their business 6 The fact that a company which is a resident of one of the States controls or is controlled by a company which is a resident of the other State or which carries on business in that other State whether through a permanent establishment or otherwise shall not of itself constitute either company a permanent establishment of the other CHAPTER III TAXATION OF INCOME Article 6 Income from immovable property 1 Income from immovable property may be taxed in the State in which such property is situated 2 The term â œimmovable propertyâ shall be defined in accordance with the law of the State in which the property in question is situated The term shall in any case include property accessory to immovable property livestock and equipment used in agriculture and forestry rights to which the provisions of general law respecting landed property apply usufruct of immovable property and rights to variable or fixed payments as consideration for the working of or the right to work mineral deposits sources and other natural resources ships boats and aircraft shall not be regarded as immovable property 3 The provisions of paragraph 1 shall apply to income derived from the direct use letting or use in any other form of immovable property 4 The provisions of paragraphs 1 and 3 shall also apply to the income from immovable property of an enterprise and to income from immovable property used for the performance of professional services Article 7 Business profits 1 The profits of an enterprise of one of the States shall be taxable only in that State unless the enterprise carries on business in the other State through a permanent establishment situated therein If the enterprise carries on business as aforesaid the profits of the enterprise may be taxed in the other State but only so much of them as is attributable to that permanent establishment 2 Where an enterprise of one of the States carries on business in the other State through a permanent establishment situated therein there shall in each State be attributed to that permanent establishment the profits which it might be expected â œto make if it were a distinct and separate enterprise engaged in the same or similar activities under the same or similar conditions and dealing wholly independently with the enterprise of which it is a permanent establishment 3 In the determination of the profits of a permanent establishment there shall be allowed as deductions expenses which are incurred for the purposes of the permanent establishment including executive and general administrative expenses so incurred whether in the State in which the permanent establishment is situated or elsewhere 4 No profits shall be attributed to a permanent establishment by reason of the mere purchase by that permanent establishment of goods or merchandise for the enterprise 5 Where profits include items of income which are dealt with separately in other Articles of this Convention then the provisions of those Articles shall not be affected by the provisions of this Article Article 8 Shipping and air transport 1 Profits from the operation of ships or aircraft in international traffic carried on by an enterprise of one of the States shall be taxable only in that State 2 The provisions of paragraph 1 shall also apply to profits from the participation in a pool a joint business or an international operating agency Article 9 Associated enterprises Where a an enterprise of one of the States participates directly or indirectly in the management control or capital of an enterprise of the other State or b the same persons participate directly or indirectly in the management control or capital of an enterprise of one of the States and an enterprise of the other State and in either case conditions are made or imposed between the two enterprises in their commercial or financial relations which differ from those which would be made between independent enterprises then any profits which would but for those conditions have accrued to one of the enterprises but by reason of those conditions have not so accrued may be included in the profits of that enterprise and taxed accordingly Article 10 Dividends 1 Dividends paid by a company which is a resident of one of the States to a resident of the other State may be taxed in that other State 2 However such dividends may be taxed in the State of which the company paying the dividends is a resident and according to the law of that State but the tax so charged shall not exceed a 10 per cent of the gross amount of the dividends if the recipient company the capital of which is wholly or partly divided into shares and which holds directly at least 25 per cent of the capital of the company paying the dividends b 15 per cent of the gross amount of the dividends in all other cases 3 The provisions of paragraph 2 shall not affect the taxation of the company in respect of the profits out of which the dividends are paid 4 The term â œdividendsâ as used in this Article means income from shares â œpuissanceâ rights foundersâ shares or other rights not being debt claims participating in profits as well as income from other corporate rights assimilated to income from shares by the taxation law of the State of which the company making the distribution is a resident 5 The provisions of paragraphs 1 and 2 shall not apply if the recipient of the dividends being a resident of one of the States has in the other State of which the company paying the dividends is a resident a permanent establishment with which the holding by virtue of which the dividends are paid is effectively connected In such a case the provisions of Article 7 shall apply 6 Where a company which is a resident of one of the States derives profits or income from the other State that other State may not impose any tax on the dividends paid by the company to persons who are not residents of that other State or subject the company s undistributed profits to a tax on undistributed profits even if the dividends paid or the undistributed profits consist wholly or partly of profits or income arising in such other State Article 11 Interest 1 Interest arising in one of the States and paid to a resident of the other State may be taxed in that other State 2 However such interest may be taxed in the State in which it arises and according to the law of that State but the tax so charged shall not exceed a 10 per cent of the gross amount of such interest if it is paid on a loan made for a period of more than 7 years and b 15 per cent of the gross amount of such interest in all other cases 3 Notwithstanding the provisions of paragraph 2 of this Article interest arising in one of the States and paid to the Government of the other State or local authority thereof the central bank of that other State or any agency or instrumentality including financial institution wholly owned by that Government or that central bank or by both shall be exempt from tax in the first mentioned State 4 The term â œinterestâ as used in this Article means income from Government securities bonds or debentures whether or not secured by mortgage and whether or not carrying a right to participate in profits and debt claims of every kind as well as all other income assimilated to income from money lent by the taxation law of the State in which the income arises 5 The provisions of paragraphs 1 and 2 shall not apply if the recipient of the interest being a resident of one of the States has in the other State in which the interest arises a permanent establishment with which the debt claim from which the interest arises is effectively connected In such a case the provisions of Article 7 shall apply 6 Interest shall be deemed to arise in one of the States when the payer is that State itself a political subdivision a local authority or a resident of that State Where however the person paying the interest whether he is a resident of one of the States or not has in one of the States a permanent establishment in connection with which the indebtedness on which the interest is paid was incurred and such interest is borne by such permanent establishment then such interest shall be deemed to arise in the State in which the permanent establishment is situated 7 Where owing to a special relationship between the payer and the recipient or between both of them and some other person the amount of the interest paid having regard to the debt claim for which it is paid exceeds the amount which would have been agreed upon by the payer and the recipient in the absence of such relationship the provisions of this Article shall apply only to the lastmentioned amount In that case the excess part of the payments shall remain taxable according to the law of each State due regard being had to the other provisions of this Convention Article 12 Royalties 1 Royalties arising in one of the States and paid to a resident of the other State may be taxed in that other State 2 However such royalties may be taxed in the State in which they arise and according to the law of that State but the tax so charged shall not exceed a 15 per cent of their gross amount in the case of royalties as defined in paragraph 3 subparagraph a and b 10 per cent of their gross amount in the case of royalties as defined in paragraph 3 subparagraph b 3 The term â œroyaltiesâ as used in this Article means payments of any kind received as a consideration for the use of or the right to use a any copyright of literary artistic or scientific work including cinematograph films and b any patent trade mark design or model plan secret formula or process industrial commercial or scientific equipment or information concerning industrial commercial or scientific experience 4 The provisions of paragraphs 1 and 2 shall not apply if the recipient of the royalties being a resident of one of the States has in the other State in which the royalties arise a permanent establishment with which the right or property giving rise to the royalties is effectively connected In such a case the provisions of Article 7 shall apply 5 Royalties shall be deemed to arise in one of the States when the payer is that State itself a political subdivision a local authority or a resident of that State Where however the person paying the royalties whether he is a resident of one of the States or not has in one of the States a permanent establishment in connection with which the contract under which the royalties are paid was concluded and such royalties are borne by such permanent establishment then such royalties shall be deemed to arise in the State in which the permanent establishment is situated 6 Where owing to a special relationship between the payer and the recipient or between both of them and some other person the amount of the royalties paid having regard to the use right or information for which they are paid exceeds the amount which would have been agreed upon by the payer and the recipient in the absence of such relationship the provisions of this Article shall apply only to the last mentioned amount In that case the excess part of the payments shall remain taxable according to the law of each State due regard being had to the other provisions of this Convention Article 13 Limitation of articles 10 11 and 12 International organisations organs and officials thereof and members of a diplomatic or consular mission of a third State being present in one of the States are not entitled in the other State to the reductions or exemptions from tax provided for in Articles 10 11 and 12 in respect of the items of income dealt with in these Articles and arising in that other State if such items of income are not subject to a tax on income in the first mentioned State Article 14 Capital gains 1 Gains from the alienation of immovable property as defined in paragraph 2 of Article 6 may be taxed in the State in which such property is situated 2 Gains from the alienation of movable property forming part of the business property of a permanent establishment which an enterprise of one of the States has in the other State or of movable property pertaining to a fixed base available to a resident of one of the States in the other State for the purpose of performing professional services including such gains from the alienation of such a permanent establishment alone or together with the whole enterprise or of such a fixed base may be taxed in the other State 3 Notwithstanding the provisions of paragraph 2 gains derived by a resident of one of the States from the alienation of ships and aircraft operated in international traffic and movable property pertaining to the operation of such ships and aircraft shall be taxable only in that State 4 Gains from the alienation of any property other than those mentioned in paragraphs 1 2 and 3 shall be taxable only in the State of which the alienator is a resident 5 The provisions of paragraph 4 shall not affect the right of each of the States to levy according to its own law a tax on gains from the alienation of shares or â œjouissanceâ rights in a company the capital of which is wholly or partly divided into shares and which is a resident of that State derived by an individual who is a resident of the other State and has been a resident of the first mentioned State in the course of the last five years preceding the alienation of the shares or â œjouissanceâ rights Article 15 Independent personal services 1 Income derived by a resident of one of the States in respect of professional services or other independent activities of a similar character shall be taxable only in that State However in the following circumstances such income may be taxed in the other State a if he has a fixed base regularly available to him in the other te for the purpose of performing his activities b if his stay in the other State is for a period or periods amounting to or exceeding in the aggregate 183 days in the taxable year 2 The term â œprofessional servicesâ includes especially independent scientific literary artistic educational or teaching activities as well as the independent activities of physicians lawyers engineers architects dentists and accountants Article 16 Dependent personal services 1 Subject to the provisions of Articles 17 19 20 21 and 22 salaries wages and other similar remuneration derived by a resident of one of the States in respect of an employment shall be taxable only in that State unless the employment is exercised in the other State If the employment is so exercised such remuneration as is derived therefrom may be taxed in that other State 2 Notwithstanding the provisions of paragraph 1 remuneration derived by a resident of one of the States in respect of an employment exercised in the other State shall be taxable only in the firstmentioned State if a the recipient is present in the other State for a period or periods not exceeding in the aggregate 183 days in the taxable year concerned and b the remuneration is paid by or on behalf of an employer who is not a resident of the other State and c the remuneration is not borne by a permanent establishment or a fixed base which the employer has in the other State 3 Notwithstanding the preceding provisions of this Article remuneration derived by a resident of one of the States in respect of an employment exercised aboard a ship or aircraft in international traffic shall be taxable only in that State Article 17 Directors fees 1 Directors fees and similar payments derived by a resident of the Netherlands in his capacity as a member of the board of directors of a company which is a resident of Korea may be taxed in Korea 2 Remuneration and other payments derived by a resident of Korea in his capacity as a â œbestuurderâ or a â œcommissarisâ of a company which is a resident of the Netherlands may be taxed in the Netherlands Article 18 Artistes and athletes 1 Notwithstanding the provisions of Articles 5 7 15 and 16 income derived by public entertainers such as theatre motion picture radio or television artistes and musicians and by athletes from their personal activities as such or income derived from the furnishing by an enterprise of the services of such public entertainers or athletes may be taxed in the State in which these activities or services are exercised 2 The provisions of paragraph 1 shall not apply if the visit of public entertainers or athletes to one of the States is supported wholly or substantially from the public funds of the other State a political subdivision or a local authority thereof Article 19 Pensions and annuities 1 Subject to the provisions of paragraph 2 of this Article and paragraph 1 of Article 20 pensions and other similar remuneration paid in consideration of past employment to a resident of one of the States and any annuity paid to such a resident shall be taxable only in that State 2 However such income may also be taxed in the other State in so far as it is charged as such against profits derived in that other State by an enterprise of that other State or by an enterprise having a permanent establishment therein 3 Pensions paid out under the provisions of a public social security system of one of the States to a resident of the other State may be taxed in the first mentioned State 4 The term â œannuityâ means a stated sum payable periodically at stated times during life or during a specified or ascertainable period of time under an obligation to make the payments in return for adequate and full consideration in money or money s worth Article 20 Governmental functions 1 Remuneration including pensions paid by or out of funds created by one of the States or a political subdivision or a local authority thereof to any individual in respect of services rendered to that State or subdivision or local authority thereof in the discharge of functions of a governmental nature shall be taxable only in that State If however the services are rendered to one of the States in the other State by an individual who is a resident and a national of that other State and not a national of the first mentioned State the remuneration shall be taxable only in that other State 2 The provisions of Articles 16 17 and 19 shall apply to remuneration or pensions in respect of services rendered in connection with any trade or business carried on for the purpose of profits by one of the States or a political subdivision or a local authority thereof Article 21 Professors and teachers 1 An individual who is a resident of one of the States at the beginning of his visit to the other State and who at the invitation of the Government of that other State or of a university or other accredited educational institution situated in that other State visits that other State for the primary purpose of teaching or engaging in research or both at a university or other accredited educational institution shall be exempt from tax in that other State on his income from such teaching or research for a period not exceeding two years from the date of his arrival in that other State 2 The provisions of this Article shall not apply to income from research if such research is undertaken primarily for the private benefit of a specific person or persons Article 22 Students 1 An individual who immediately before visiting one of the States is a resident of the other State and is temporarily present in the first mentioned State for the primary purpose of a studying at a recognised university college or school in that first mentioned State or b securing training as a business apprentice shall be exempt from tax in the first mentioned State in respect of i all remittances from abroad for the purpose of his maintenance education or

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/korea-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Korea Protocol (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    voor niet maatschappelijk aanvaardbare 55 plusregeling Lening omlaag die niet door bank zou zijn verstrekt was onzakelijk Verhuurde bovenverdiepingen vormden ondernemingsvermogen Herinvesteringsvoornemen concerndirectie toegerekend aan BV Erfbelasting over oudere WOZ waarde leidde tot buitensporige last Betalingen aan bestuursvoorzitter woningstichting waren resultaatsinkomen BOF ondanks afwezigheid van ondernemingsvermogen Studenten waren niet bij onderneming van vereniging in dienstbetrekking Geen verlaagd BTW tarief voor rondleiding in stadion Vrijstelling overdrachtsbelasting bij inbreng gold ook voor niet tbs deel pand Omzetcorrecties autosloperij in het kader van actie Klaproos Onzakelijke borgstelling in tbs sfeer leidde tot verlies uit a b Hogere ambtenaren Financiën willen naar systeem van voldoening op aangifte Geen pensioen in eigen beheer voor DGA met aandelen zonder stemrecht Hof Den Bosch legt met prejudiciële vragen bom onder CO2 heffing in BPM MKB winstvrijstelling gold ook na inbreng met terugwerkende kracht Beperking verrekening houdsterverliezen onterecht door geslaagd tegenbewijs Vruchtgebruikconstructie school was misbruik van recht Rechtbank Arnhem bedrijfsopvolging in SW is niet discriminerend Van der Steen arrest verhinderde aansprakelijkheid DGA niet Rechtbank had zaak volgens Hof zelf moeten afdoen Inspecteur mocht VAR loon afgeven in plaats van gevraagde VAR DGA Achterblijven pand verhinderde toepassing van bedrijfsfusiefaciliteit Regresvordering a b houder van meet af aan in box I 12 regeling voor ingevoerde gebruikte auto s niet EU proof Valutawinst op besmette lening na saldering vrijgesteld Bezwaarschriften worden toch inhoudelijk bekeken Fiscus gaat 90 van voorraad bezwaren blindelings volgen Hoge servicekosten deels van invloed op WOZ waarde van serviceflat Verkoop horecapand betekende nog geen staking Heffingsrente herzien volgens herzieningregels van aanslag Aanslag successierecht kon niet aan echtgenoten tezamen worden opgelegd Geen schadeplicht jegens fiscus na onjuiste etikettering pand Apart soort aandeel door verschil in stemrecht over winst Onderhandse schuldigerkenning verminderde verkrijging niet EU Hof onder voorwaarden akkoord met Nederlandse exitheffing Kwijtscheldingsverlies bij onzakelijke lening omlaag in tbs regeling Bij meerderheidsbelang wordt groepsrelatie voor thincapregeling verondersteld Korte huurperiode pand irrelevant bij overgang algemeenheid Ontbreken echtgenotenvrijstelling bij recht van overgang niet discriminerend Nota van door gemeente ingeschakele WOZ taxateur openbaar Cursus Belastingrecht voor niet fiscalisten Ontvanger mag niet bekendgemaakte aanslag niet invorderen Adviseur via kort geding verplicht tot informatieverstrekking Immateriële schadevergoeding na vernietiging navorderingsaanslag Fiscus moest onevenredig rentenadeel bij VA s compenseren Hof had beroep enkel vanwege undue delay ongegrond moeten verklaren Prejudiciële vragen over het begrip bouwterrein Revisierente onzuivere pensioenregeling vernietigd Kamervragen over problemen met verliesverrekening Vpb 2010 Niet tot ondernemingsvermogen behorende gelden verhinderde afwaardering in box I Intranet Modellen Overeenkomst van geldlening van durfkapitaal Overeenkomst rekening courant tussen DGA en BV NOTULEN Algemene vergadering aandeelhouders van bv met beperkte aansprakelijkheid Managementovereenkomst beheer BV 100 procent werk BV Arbeidsovereenkomst DGA Akte van cessie koop en verkoop van een vordering Akte geruisloze inbreng Aansprakelijkheidsverklaring Aandeelhoudersovereenkomst Wetteksten Inkomstenbelasting Wet op de inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Vennootschapsbelasting Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 Besluit Fiscale Eenheid 2003 Geruisloze terugkeer art 14c Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische fusie art 14b Wet Vpb standaardvoorwaarden Bedrijfsfusie art 14 Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische afsplitsing art 14a Wet Vpb standaardvoorwaarden Loonbelasting Wet op de loonbelasting 1964 Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 Omzetbelasting Wet op de omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 BUA Dividendbelasting Wet op de dividendbelasting 1965 Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting 1965 Successiewet Successiewet 1956 Uitvoeringsbesluit successiewet 1956 Uitvoeringsregeling schenk en erfbelasting Rechtsverkeer Wet op belastingen van rechtsverkeer Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer Bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht Besluit proceskosten bestuursrecht Algemene wet Algemene wet inzake rijksbelastingen Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst Invorderingswet Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling inleners keten en opdrachtgeversaansprakelijkheid Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 Internationaal belastingrecht Besluit voorkoming dubbele belastingen 2001 Voorkoming dubbele belasting onder toepassing van belastingverdragen Verdragen Type DTA Albanië in werking Argentinië in werking Armenië in werking Australië in werking Australië Tweede Protocol in werking Azerbeidzjan in werking Bahrein in werking Bangladesh in werking Barbados in werking Barbados Protocol in werking Belarus in werking België in werking België Protocol geratificeerd door nl Brazilië in werking BRK Aruba in werking BRK Cura çao in werking BRK Sint Maarten in werking Bulgarije in werking Canada in werking Canada Protocol in werking China in werking Denemarken in werking Duitsland in werking Duitsland Protocol 1 in werking Duitsland Protocol 2 in werking Duitsland Protocol 3 in werking Egypte in werking Estland in werking Estland Protocol 1 in werking Estland Protocol 2 in werking Filippijnen in werking Finland 1996 in werking Frankrijk 1973 in werking Frankrijk Protocol bij 1973 in werking Georgië in werking Ghana in werking Griekenland in werking Hongkong in werking Hongarije in werking Ierland in werking Ijsland in werking India in werking India Protocol ondertekend Indonesië 2002 in werking Israël in werking Israël Protocol in werking Italië Protocol in werking Japan 1970 beëindigd Japan 2010 in werking Japan Protocol beëindigd Joegoslavië in werking Jordanië in werking Kazachstan in werking Koeweit in werking Korea in werking Korea Protocol in werking Kroatië in werking Kyrgyzstan Sovjetverdrag in werking Letland in werking Litouwen in werking Luxemburg in werking Luxemburg Protocol in werking Marcedonië in werking Malawi in werking Maleisië in werking Maleisië Protocol 1 in werking Maleisië Protocol 2 in werking Malta in werking Malta Protocol in werking Marokko in werking Mexico in werking Mexico Protocol in werking Moldavië in werking Mongolië in werking Nieuw Zeeland in werking Nieuw Zeeland Protocol in werking Nigeria in werking Noorwegen in werking Noorwegen Protocol in werking Oekraïne in werking Oezbekistan in werking Oman in werking Oostenrijk in werking Oostenrijk Protocol 1 in werking Oostenrijk Protocol 2 in werking Oostenrijk Protocol 3 in werking Oostenrijk Protocol 4 in werking Pakistan in werking Panama in werking Polen in werking Portugal in werking Qatar in werking Roemenië in werking Russische Federatie in werking Saudi Arabië in werking Singapore in werking Singapore Protocol 1 in werking Singapore Protocol 2 in werking Slovenië in werking Slowakije in werking Slowakije Protocol 1 in werking Slowakije Protocol 2 in werking Spanje in werking Sri Lanka in werking Suriname in werking Taiwan in werking Thailand in werking Tunesië in werking Turkije in werking Turkmenistan Sovjetverdrag in werking Uganda in werking Venezuela in werking Venezuela Protocol in werking Verenigd Koninkrijk 1980 beëndigd Verenigd Koninkrijk 2008 in werking Verenigd Koninkrijk Protocol 1 beëindigd Verenigd Koninkrijk Protocol 2 beëindigd Verenigde Arabische Emiraten in werking Verenigde Staten in werking Verenigde Staten Protocol 1993 in werking Verenigde Staten Protocol 2004 in werking Vietnam in werking Zambia in werking Zimbabwe in werking Zuid Africa in werking Zuid Africa Protocol in werking Zweden in werking Zwitserland 2010 in werking Type S E Zweden in werking Verenigd Koninkrijk Successie in werking Oostenrijk Successie in werking Israël Successie in werking Finland Successie in werking Search Zoeken Javascript is required to use this website translator free translator Skip to content zaterdag 22 september 2012 17 04 Korea Protocol in werking Geschreven door Redactie Belasting Collectief Nederland Print E mail Opschrift Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen Kop Convention between the Kingdom of the Netherlands and the Republic of Korea for the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on income Aanhef The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Republic of Korea Desiring to conclude a convention for the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on income Wettekst CHAPTER I SCOPE OF THE CONVENTION Article 1 Personal scope This Convention shall apply to persons who are residents of one or both of the States Article 2 Taxes covered 1 The taxes which are the subject of this Convention are a in the case of the Netherlands the income tax de inkomstenbelasting the wages tax de loonbelasting the company tax de vennootschapsbelasting the dividend tax de dividendbelasting hereinafter referred to as â œNetherlands taxâ b in the case of Korea the income tax the corporation tax the inhabitant tax hereinafter referred to as â œKorean taxâ 2 The Convention shall also apply to any identical or substantially similar taxes which are subsequently imposed in addition to or in place of the existing taxes The competent authorities of the States shall notify to each other any substantial changes which have been made in their respective taxation laws CHAPTER II DEFINITIONS Article 3 General definitions 1 In this Convention unless the context otherwise requires a the term â œStateâ means the Netherlands or Korea as the context requires the term â œStatesâ means the Netherlands and Korea b the term â œthe Netherlandsâ comprises the part of the Kingdom of the Netherlands that is situated in Europe and the part of the seabed and its sub soil under the North Sea over which the Kingdom of the Netherlands has sovereign rights in accordance with international law c the term â œKoreaâ means the Republic of Korea and when used in a geographical sense means all the territory in which the laws relating to Korean tax arc in force The term also includes the territorial sea thereof and the seabed and sub soil of the submarine areas adjacent to the coast thereof but beyond the territorial sea over which Korea exercises sovereign rights in accordance with international law for the purpose of exploration and exploitation of the natural resources of such area d the term â œpersonâ comprises an individual a company and any other body of persons e the term â œcompanyâ means any body corporate or any entity which is treated as a body corporate for tax purposes f the terms â œenterprise of one of the Statesâ and â œenterprise of the other Stateâ mean respectively an enterprise carried on by a resident of one of the States and an enterprise carried on by a resident of the other State g the term â œnationalsâ means 1 all individuals possessing the nationality of one of the States 2 all legal persons partnerships and associations deriving their status as such from the law in force in one of the States h the term â œcompetent authorityâ means 1 in the Netherlands the Minister of Finance or his duly authorized representative 2 in Korea the Minister of Finance or his duly authorized representative i the term â œtaxâ means Netherlands tax or Korean tax as the context requires 2 As regards the application of the Convention by either of the States any term not otherwise defined shall unless the context otherwise requires have the meaning which it has under the laws of that State relating to the taxes which are the subject of this Convention Article 4 Fiscal domicile 1 For the purposes of this Convention the term â œresident of one of the Statesâ means any person who under the law of that State is liable to taxation therein by reason of his domicile residence place of head or main office place of management or any other criterion of a similar nature but the term does not include any person who is liable to tax in that State for the sole reason that he derives income from sources therein The terms â œresident of the other Stateâ â œresident of the Netherlandsâ and â œresident of Koreaâ shall be construed accordingly 2 Where by reason of the provisions of paragraph 1 an individual is a resident of both States then this case shall be determined in accordance with the following rules a he shall be deemed to be a resident of the State in which he has a permanent home available to him If he has a permanent home available to him in both States he shall be deemed to be a resident of the State with which his personal and economic relations are closer centre of vital interests b if the State in which he has his centre of vital interests cannot be determined or if he has not a permanent home available to him in either State he shall be deemed to be a resident of the State in which he has an habitual abode c if he has an habitual abode in both States or in neither of them he shall be deemed to be a resident of the State of which he is a national d if he is a national of both States or of neither of them the competent authorities of the States shall settle the question by mutual agreement 3 Where by reason of the provisions of paragraph 1 a person other than an individual is a resident of both States then it shall be deemed to be a resident of the State in which it is managed and controlled Article 5 Permanent establishment 1 For the purposes of this Convention the term â œpermanent establishmentâ means a fixed place of business in which the business of the enterprise is wholly or partly carried on 2 The term â œpermanent establishmentâ shall include especially a a place of management b a branch c an office d a store or other sales outlet e a factory f a workshop g a mine an oil or gas well a quarry or any other place of extraction of natural resources h a building site or construction installation or assembly project or activities of providing personal services such as supervisory nical or any other professional services in connection therewith ere such site project or activity exists for more than six months 3 The term â œpermanent establishmentâ shall not be deemed to include a the use of facilities solely for the purpose of storage display or delivery of goods or merchandise belonging to the enterprise b the maintenance of a stock of goods or merchandise belonging to the enterprise solely for the purpose of storage display or delivery c the maintenance of a stock of goods or merchandise belonging to the enterprise solely for the purpose of processing by another enterprise d the maintenance of a fixed place of business solely for the purpose of purchasing goods or merchandise or for collecting information for the enterprise e the maintenance of a fixed place of business solely for the purpose of advertising for the supply of information for scientific research or for similar activities which have a preparatory or auxiliary character for the enterprise 4 A person acting in one of the States on behalf of an enterprise of the other State other than an agent of an independent status to whom paragraph 5 applies shall be deemed to be a permanent establishment in the first mentioned State if he has and habitually exercises in that State an authority to conclude contracts in the name of the enterprise unless his activities are limited to the purchase of goods or merchandise for the enterprise 5 An enterprise of one of the States shall not be deemed to have a permanent establishment in the other State merely because it carries on business in that other State through a broker general commission agent or any other agent of an independent status where such persons are acting in the ordinary course of their business 6 The fact that a company which is a resident of one of the States controls or is controlled by a company which is a resident of the other State or which carries on business in that other State whether through a permanent establishment or otherwise shall not of itself constitute either company a permanent establishment of the other CHAPTER III TAXATION OF INCOME Article 6 Income from immovable property 1 Income from immovable property may be taxed in the State in which such property is situated 2 The term â œimmovable propertyâ shall be defined in accordance with the law of the State in which the property in question is situated The term shall in any case include property accessory to immovable property livestock and equipment used in agriculture and forestry rights to which the provisions of general law respecting landed property apply usufruct of immovable property and rights to variable or fixed payments as consideration for the working of or the right to work mineral deposits sources and other natural resources ships boats and aircraft shall not be regarded as immovable property 3 The provisions of paragraph 1 shall apply to income derived from the direct use letting or use in any other form of immovable property 4 The provisions of paragraphs 1 and 3 shall also apply to the income from immovable property of an enterprise and to income from immovable property used for the performance of professional services Article 7 Business profits 1 The profits of an enterprise of one of the States shall be taxable only in that State unless the enterprise carries on business in the other State through a permanent establishment situated therein If the enterprise carries on business as aforesaid the profits of the enterprise may be taxed in the other State but only so much of them as is attributable to that permanent establishment 2 Where an enterprise of one of the States carries on business in the other State through a permanent establishment situated therein there shall in each State be attributed to that permanent establishment the profits which it might be expected â œto make if it were a distinct and separate enterprise engaged in the same or similar activities under the same or similar conditions and dealing wholly independently with the enterprise of which it is a permanent establishment 3 In the determination of the profits of a permanent establishment there shall be allowed as deductions expenses which are incurred for the purposes of the permanent establishment including executive and general administrative expenses so incurred whether in the State in which the permanent establishment is situated or elsewhere 4 No profits shall be attributed to a permanent establishment by reason of the mere purchase by that permanent establishment of goods or merchandise for the enterprise 5 Where profits include items of income which are dealt with separately in other Articles of this Convention then the provisions of those Articles shall not be affected by the provisions of this Article Article 8 Shipping and air transport 1 Profits from the operation of ships or aircraft in international traffic carried on by an enterprise of one of the States shall be taxable only in that State 2 The provisions of paragraph 1 shall also apply to profits from the participation in a pool a joint business or an international operating agency Article 9 Associated enterprises Where a an enterprise of one of the States participates directly or indirectly in the management control or capital of an enterprise of the other State or b the same persons participate directly or indirectly in the management control or capital of an enterprise of one of the States and an enterprise of the other State and in either case conditions are made or imposed between the two enterprises in their commercial or financial relations which differ from those which would be made between independent enterprises then any profits which would but for those conditions have accrued to one of the enterprises but by reason of those conditions have not so accrued may be included in the profits of that enterprise and taxed accordingly Article 10 Dividends 1 Dividends paid by a company which is a resident of one of the States to a resident of the other State may be taxed in that other State 2 However such dividends may be taxed in the State of which the company paying the dividends is a resident and according to the law of that State but the tax so charged shall not exceed a 10 per cent of the gross amount of the dividends if the recipient company the capital of which is wholly or partly divided into shares and which holds directly at least 25 per cent of the capital of the company paying the dividends b 15 per cent of the gross amount of the dividends in all other cases 3 The provisions of paragraph 2 shall not affect the taxation of the company in respect of the profits out of which the dividends are paid 4 The term â œdividendsâ as used in this Article means income from shares â œpuissanceâ rights foundersâ shares or other rights not being debt claims participating in profits as well as income from other corporate rights assimilated to income from shares by the taxation law of the State of which the company making the distribution is a resident 5 The provisions of paragraphs 1 and 2 shall not apply if the recipient of the dividends being a resident of one of the States has in the other State of which the company paying the dividends is a resident a permanent establishment with which the holding by virtue of which the dividends are paid is effectively connected In such a case the provisions of Article 7 shall apply 6 Where a company which is a resident of one of the States derives profits or income from the other State that other State may not impose any tax on the dividends paid by the company to persons who are not residents of that other State or subject the company s undistributed profits to a tax on undistributed profits even if the dividends paid or the undistributed profits consist wholly or partly of profits or income arising in such other State Article 11 Interest 1 Interest arising in one of the States and paid to a resident of the other State may be taxed in that other State 2 However such interest may be taxed in the State in which it arises and according to the law of that State but the tax so charged shall not exceed a 10 per cent of the gross amount of such interest if it is paid on a loan made for a period of more than 7 years and b 15 per cent of the gross amount of such interest in all other cases 3 Notwithstanding the provisions of paragraph 2 of this Article interest arising in one of the States and paid to the Government of the other State or local authority thereof the central bank of that other State or any agency or instrumentality including financial institution wholly owned by that Government or that central bank or by both shall be exempt from tax in the first mentioned State 4 The term â œinterestâ as used in this Article means income from Government securities bonds or debentures whether or not secured by mortgage and whether or not carrying a right to participate in profits and debt claims of every kind as well as all other income assimilated to income from money lent by the taxation law of the State in which the income arises 5 The provisions of paragraphs 1 and 2 shall not apply if the recipient of the interest being a resident of one of the States has in the other State in which the interest arises a permanent establishment with which the debt claim from which the interest arises is effectively connected In such a case the provisions of Article 7 shall apply 6 Interest shall be deemed to arise in one of the States when the payer is that State itself a political subdivision a local authority or a resident of that State Where however the person paying the interest whether he is a resident of one of the States or not has in one of the States a permanent establishment in connection with which the indebtedness on which the interest is paid was incurred and such interest is borne by such permanent establishment then such interest shall be deemed to arise in the State in which the permanent establishment is situated 7 Where owing to a special relationship between the payer and the recipient or between both of them and some other person the amount of the interest paid having regard to the debt claim for which it is paid exceeds the amount which would have been agreed upon by the payer and the recipient in the absence of such relationship the provisions of this Article shall apply only to the lastmentioned amount In that case the excess part of the payments shall remain taxable according to the law of each State due regard being had to the other provisions of this Convention Article 12 Royalties 1 Royalties arising in one of the States and paid to a resident of the other State may be taxed in that other State 2 However such royalties may be taxed in the State in which they arise and according to the law of that State but the tax so charged shall not exceed a 15 per cent of their gross amount in the case of royalties as defined in paragraph 3 subparagraph a and b 10 per cent of their gross amount in the case of royalties as defined in paragraph 3 subparagraph b 3 The term â œroyaltiesâ as used in this Article means payments of any kind received as a consideration for the use of or the right to use a any copyright of literary artistic or scientific work including cinematograph films and b any patent trade mark design or model plan secret formula or process industrial commercial or scientific equipment or information concerning industrial commercial or scientific experience 4 The provisions of paragraphs 1 and 2 shall not apply if the recipient of the royalties being a resident of one of the States has in the other State in which the royalties arise a permanent establishment with which the right or property giving rise to the royalties is effectively connected In such a case the provisions of Article 7 shall apply 5 Royalties shall be deemed to arise in one of the States when the payer is that State itself a political subdivision a local authority or a resident of that State Where however the person paying the royalties whether he is a resident of one of the States or not has in one of the States a permanent establishment in connection with which the contract under which the royalties are paid was concluded and such royalties are borne by such permanent establishment then such royalties shall be deemed to arise in the State in which the permanent establishment is situated 6 Where owing to a special relationship between the payer and the recipient or between both of them and some other person the amount of the royalties paid having regard to the use right or information for which they are paid exceeds the amount which would have been agreed upon by the payer and the recipient in the absence of such relationship the provisions of this Article shall apply only to the last mentioned amount In that case the excess part of the payments shall remain taxable according to the law of each State due regard being had to the other provisions of this Convention Article 13 Limitation of articles 10 11 and 12 International organisations organs and officials thereof and members of a diplomatic or consular mission of a third State being present in one of the States are not entitled in the other State to the reductions or exemptions from tax provided for in Articles 10 11 and 12 in respect of the items of income dealt with in these Articles and arising in that other State if such items of income are not subject to a tax on income in the first mentioned State Article 14 Capital gains 1 Gains from the alienation of immovable property as defined in paragraph 2 of Article 6 may be taxed in the State in which such property is situated 2 Gains from the alienation of movable property forming part of the business property of a permanent establishment which an enterprise of one of the States has in the other State or of movable property pertaining to a fixed base available to a resident of one of the States in the other State for the purpose of performing professional services including such gains from the alienation of such a permanent establishment alone or together with the whole enterprise or of such a fixed base may be taxed in the other State 3 Notwithstanding the provisions of paragraph 2 gains derived by a resident of one of the States from the alienation of ships and aircraft operated in international traffic and movable property pertaining to the operation of such ships and aircraft shall be taxable only in that State 4 Gains from the alienation of any property other than those mentioned in paragraphs 1 2 and 3 shall be taxable only in the State of which the alienator is a resident 5 The provisions of paragraph 4 shall not affect the right of each of the States to levy according to its own law a tax on gains from the alienation of shares or â œjouissanceâ rights in a company the capital of which is wholly or partly divided into shares and which is a resident of that State derived by an individual who is a resident of the other State and has been a resident of the first mentioned State in the course of the last five years preceding the alienation of the shares or â œjouissanceâ rights Article 15 Independent personal services 1 Income derived by a resident of one of the States in respect of professional services or other independent activities of a similar character shall be taxable only in that State However in the following circumstances such income may be taxed in the other State a if he has a fixed base regularly available to him in the other te for the purpose of performing his activities b if his stay in the other State is for a period or periods amounting to or exceeding in the aggregate 183 days in the taxable year 2 The term â œprofessional servicesâ includes especially independent scientific literary artistic educational or teaching activities as well as the independent activities of physicians lawyers engineers architects dentists and accountants Article 16 Dependent personal services 1 Subject to the provisions of Articles 17 19 20 21 and 22 salaries wages and other similar remuneration derived by a resident of one of the States in respect of an employment shall be taxable only in that State unless the employment is exercised in the other State If the employment is so exercised such remuneration as is derived therefrom may be taxed in that other State 2 Notwithstanding the provisions of paragraph 1 remuneration derived by a resident of one of the States in respect of an employment exercised in the other State shall be taxable only in the firstmentioned State if a the recipient is present in the other State for a period or periods not exceeding in the aggregate 183 days in the taxable year concerned and b the remuneration is paid by or on behalf of an employer who is not a resident of the other State and c the remuneration is not borne by a permanent establishment or a fixed base which the employer has in the other State 3 Notwithstanding the preceding provisions of this Article remuneration derived by a resident of one of the States in respect of an employment exercised aboard a ship or aircraft in international traffic shall be taxable only in that State Article 17 Directors fees 1 Directors fees and similar payments derived by a resident of the Netherlands in his capacity as a member of the board of directors of a company which is a resident of Korea may be taxed in Korea 2 Remuneration and other payments derived by a resident of Korea in his capacity as a â œbestuurderâ or a â œcommissarisâ of a company which is a resident of the Netherlands may be taxed in the Netherlands Article 18 Artistes and athletes 1 Notwithstanding the provisions of Articles 5 7 15 and 16 income derived by public entertainers such as theatre motion picture radio or television artistes and musicians and by athletes from their personal activities as such or income derived from the furnishing by an enterprise of the services of such public entertainers or athletes may be taxed in the State in which these activities or services are exercised 2 The provisions of paragraph 1 shall not apply if the visit of public entertainers or athletes to one of the States is supported wholly or substantially from the public funds of the other State a political subdivision or a local authority thereof Article 19 Pensions and annuities 1 Subject to the provisions of paragraph 2 of this Article and paragraph 1 of Article 20 pensions and other similar remuneration paid in consideration of past employment to a resident of one of the States and any annuity paid to such a resident shall be taxable only in that State 2 However such income may also be taxed in the other State in so far as it is charged as such against profits derived in that other State by an enterprise of that other State or by an enterprise having a permanent establishment therein 3 Pensions paid out under the provisions of a public social security system of one of the States to a resident of the other State may be taxed in the first mentioned State 4 The term â œannuityâ means a stated sum payable periodically at stated times during life or during a specified or ascertainable period of time under an obligation to make the payments in return for adequate and full consideration in money or money s worth Article 20 Governmental functions 1 Remuneration including pensions paid by or out of funds created by one of the States or a political subdivision or a local authority thereof to any individual in respect of services rendered to that State or subdivision or local authority thereof in the discharge of functions of a governmental nature shall be taxable only in that State If however the services are rendered to one of the States in the other State by an individual who is a resident and a national of that other State and not a national of the first mentioned State the remuneration shall be taxable only in that other State 2 The provisions of Articles 16 17 and 19 shall apply to remuneration or pensions in respect of services rendered in connection with any trade or business carried on for the purpose of profits by one of the States or a political subdivision or a local authority thereof Article 21 Professors and teachers 1 An individual who is a resident of one of the States at the beginning of his visit to the other State and who at the invitation of the Government of that other State or of a university or other accredited educational institution situated in that other State visits that other State for the primary purpose of teaching or engaging in research or both at a university or other accredited educational institution shall be exempt from tax in that other State on his income from such teaching or research for a period not exceeding two years from the date of his arrival in that other State 2 The provisions of this Article shall not apply to income from research if such research is undertaken primarily for the private benefit of a specific person or persons Article 22 Students 1 An individual who immediately before visiting one of the States is a resident of the other State and is temporarily present in the first mentioned State for the primary purpose of a studying at a recognised university college or school in that first mentioned State or b securing training as a business apprentice shall be exempt from tax in the first mentioned State in respect of i all remittances from abroad for the purpose of his maintenance education or

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/korea-protocol-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Kroatië (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    een onderneming uitgeoefend door een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat g betekent de uitdrukking â žinternationaal verkeerâ alle vervoer met een schip een boot die dient voor het vervoer in de binnenwateren of luchtvaartuig geà xploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van de werkelijke leiding in een Verdragsluitende Staat is gelegen behalve wanneer het schip de boot of het luchtvaartuig uitsluitend wordt geà xploiteerd tussen plaatsen die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen h betekent de uitdrukking â žonderdaanâ i iedere natuurlijke persoon die de nationaliteit van een Verdragsluitende Staat bezit ii iedere rechtspersoon vennootschap of vereniging die zijn haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in een Verdragsluitende Staat van kracht is i betekent de uitdrukking â žbevoegde autoriteitâ i in Kroatià de Minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger ii in Nederland de Minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger 2 Voor de toepassing van het Verdrag op enig moment door een Verdragsluitende Staat heeft tenzij de context anders vereist elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat moment heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die Staat prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die Staat aan die uitdrukking wordt gegeven Artikel 4 Inwoner 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žinwoner van een Verdragsluitende Staatâ iedere persoon die ingevolge de wetgeving van die Staat aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats verblijf plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid en met inbegrip van die Staat en een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die Staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in die Staat of van vermogen dat in die Staat is gelegen 2 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt zijn positie als volgt bepaald a hij wordt geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn middelpunt van de levensbelangen b indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waarin hij gewoonlijk verblijft c indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is d indien hij onderdaan is van beide Staten of van geen van beide regelen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming 3 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waar zijn plaats van werkelijke leiding is gelegen Artikel 5 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žvaste inrichtingâ een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend 2 De uitdrukking â žvaste inrichtingâ omvat in het bijzonder a een plaats waar leiding wordt gegeven b een filiaal c een kantoor d een fabriek e een werkplaats en f een mijn een olie of gasbron een steen groeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen 3 Een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie of montagewerkzaamheden of toezichthoudende werkzaamheden die daarmee verband houden en die worden uitgeoefend op die plaats van uitvoering of van de werkzaamheden vormen alleen een vaste inrichting indien de duur ervan twaalf maanden overschrijdt 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking â žvaste inrichtingâ niet geacht te omvatten a het gebruik maken van inrichtingen uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering c het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming d het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft f het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor een combinatie van de in de letters a tot en met e genoemde werkzaamheden mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 5 Indien een persoon â niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zesde lid van toepassing is â voor een onderneming werkzaam is en een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in een Verdragsluitende Staat gewoonlijk uitoefent wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid geacht in die Staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot die werkzaamheden genoemd in het vierde lid die indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken 6 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een Verdragsluitende Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen 7 De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze bestempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere HOOFDSTUK III BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN Artikel 6 Inkomsten uit onroerende zaken 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit onroerende zaken waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende zakenâ heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waarin de desbetreffende zaken zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de zaken die bij de onroerende zaken behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende zaken en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen boten en luchtvaartuigen worden niet als onroerende zaken beschouwd 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende zaken 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende zaken van een onderneming en op inkomsten uit onroerende zaken die worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onverminderd de bepalingen van het derde lid worden indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Verdragsluitende Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders 4 Voor zover het in een Verdragsluitende Staat gebruikelijk is de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Verdragsluitende Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 5 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van de aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 7 Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld laten de bepalingen van dit artikel de bepalingen van die artikelen onverlet Artikel 8 Internationaal vervoer 1 Voordelen uit de exploitatie van schepen boten die dienen voor het vervoer in de binnenwateren of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 2 Indien de plaats van de werkelijke leiding van een zeescheepvaartonderneming zich aan boord van een schip of boot bevindt wordt deze plaats geacht te zijn gelegen in de Verdragsluitende Staat waar de thuishaven van het schip of boot is gelegen of indien er geen thuishaven is in de Verdragsluitende Staat waarvan de exploitant van het schip of boot inwoner is 3 De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpoolâ een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap 4 Voor de toepassing van dit artikel omvatten voordelen verkregen door een onderneming van een Verdragsluitende Staat uit de exploitatie van schepen boten die dienen voor het vervoer in de binnenwateren en luchtvaartuigen in internationaal verkeer mede a interest op bedragen voortgekomen uit de exploitatie van schepen boten en luchtvaartuigen in internationaal verkeer mits deze interest voortvloeit uit de exploitatie en b i voordelen verkregen uit het charteren of verhuren van schepen boten en luchtvaartuigen op basis van verhuur zonder bemanning ii voordelen verkregen uit de verhuur van containers en daarmee verband houdende uitrusting door die onderneming mits die charter of verhuur voortvloeit uit de exploitatie door die onderneming van schepen boten en luchtvaartuigen in internationaal verkeer Artikel 9 Gelieerde ondernemingen 1 Indien a een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast Het is echter wel te verstaan dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten zoals â žcostsharingâ overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten voor of gebaseerd op de toerekening van de kosten van de leiding de algemene beheerskosten de technische en zakelijke kosten kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in de voorgaande zin 2 Indien een Verdragsluitende Staat in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen begrijpt â en dienovereenkomstig belast â ter zake waarvan een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstgenoemde Staat zou hebben behaald indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen zal die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven dienovereenkomstig aanpassen Bij de vaststelling van deze aanpassing wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten zo nodig met elkaar overleg Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is mag de aldus geheven belasting 15 percent van het brutobedrag van de dividenden niet overschrijden 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid heft de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam inwoner is geen belasting over de door dat lichaam betaalde dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een lichaam is waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat en dat onmiddellijk ten minste 10 percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt 4 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede en het derde lid 5 De bepalingen van het tweede en het derde lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 6 De uitdrukking â ždividendenâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen mijnaandelen oprichtersaandelen of andere rechten die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst en inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen 7 De bepalingen van het eerste tweede lid en derde lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 8 Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn 9 De bepalingen van het derde lid zijn niet van toepassing indien de verhouding tussen de twee lichamen is opgezet of in stand wordt gehouden met het voornaamste doel of een van de voornaamste doelen de voordelen van dit lid te genieten In geval een Verdragsluitende Staat voornemens is om dit lid toe te passen overlegt de bevoegde autoriteit van tevoren met de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is slechts in die andere Staat belastbaar indien die inwoner de uiteindelijk gerechtigde tot de interest is 2 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze waarop de Staat waaruit de interest afkomstig is van zijn belastingheffing afziet 3 De uitdrukking â žinterestâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek doch geen aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt 4 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 5 Interest wordt geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien de schuldenaar een inwoner is van die Staat Indien evenwel de persoon die de interest betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald was aangegaan en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 6 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 12 Royalty s 1 Royalty s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat zijn slechts in die andere Staat belastbaar indien die inwoner de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s is 2 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze waarop de Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn van zijn belastingheffing afziet 3 De uitdrukking â žroyalty sâ zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap waaronder begrepen bioscoopfilms van een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 4 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 5 Royalty s worden geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien de schuldenaar een inwoner is van die Staat Indien evenwel de persoon die de royalty s betaalt ongeacht of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de verplichting tot het betalen van de royalty s was aangegaan en deze royalty s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt worden deze royalty s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 6 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de royalty s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting alleen of met de gehele onderneming of van het vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 3 Voordelen uit de vervreemding van schepen boten die dienen voor het vervoer in de binnenwateren of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd of van roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen boten of luchtvaartuigen zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen Voor de toepassing van dit lid zijn de bepalingen van het tweede lid van artikel 8 van toepassing 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die bedoeld in het eerste tweede en derde lid zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is 5 De bepalingen van het vierde lid laten onverlet het recht van elk van de Verdragsluitende Staten overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen over voordelen die uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en dat volgens de wetgeving van die Staat inwoner is van die Staat worden verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat en die in de loop van de laatste tien jaren voorafgaande aan de vervreemding van de aandelen of winstbewijzen inwoner van de eerstgenoemde Staat is geweest Artikel 14 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar behalve onder een van de volgende omstandigheden waarin zodanige voordelen ook in de andere Verdragsluitende Staat mogen worden belast a indien hij in de andere Verdragsluitende Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt In dat geval mogen de voordelen slechts in die andere Staat worden belast in zoverre als zij kunnen worden toegerekend aan dat vaste middelpunt b indien hij in de andere Verdragsluitende Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen te boven gaan In dat geval mogen de voordelen slechts in die andere Staat worden belast in zoverre als zij worden verkregen uit zijn in die andere Staat verrichte activiteiten 2 De uitdrukking â žvrij beroepâ omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Niet zelfstandige arbeid 1 Onverminderd de bepalingen van de artikelen 16 18 en 19 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstgenoemde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip een boot die dient voor het vervoer in de binnenwateren of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geà xploiteerd slechts in die Staat belastbaar Artikel 16 Directeursbeloningen Directeursbeloningen of andere beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer of van een soortgelijk orgaan van een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast Artikel 17 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest zoals een toneelspeler film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 14 en 15 worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht Artikel 18 Pensioenen en lijfrenten 1 Onverminderd de bepalingen van artikel 19 tweede lid zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking alsmede lijfrenten slechts in die Staat belastbaar 2 De uitdrukking â žlijfrenteâ betekent een vaste som periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen hetzij gedurende het leven hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat Artikel 19 Overheidsfuncties en sociale zekerheidsuitkeringen 1 a Salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen niet zijnde pensioenen betaald door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam mogen in die Staat worden belast b Deze salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner is van die Staat en i onderdaan is van die Staat of ii niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd 2 a Pensioenen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam mogen in die Staat worden belast b Deze pensioenen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat 3 Elk pensioen en elke andere vergoeding uitbetaald krachtens de bepalingen van een publiekrechtelijke regeling inzake sociale zekerheid van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in de eerstgenoemde Staat worden belast 4 De bepalingen van de artikelen 15 16 17 en 18 zijn van toepassing op salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen en op pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan Artikel 20 Studenten Vergoedingen die een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die inwoner is of onmiddellijk voorafgaande aan zijn bezoek aan een Verdragsluitende Staat inwoner was van de andere Verdragsluitende Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstbedoelde Staat verblijft ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud studie of opleiding zijn in die Staat niet belastbaar mits deze betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die Staat Artikel 21 Overige inkomsten 1 Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat van waaruit ook afkomstig die niet in de voorgaande artikelen van dit Verdrag zijn behandeld zijn slechts in die Staat belastbaar 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten niet zijnde inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in artikel 6 tweede lid indien de genieter van die inkomsten die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing HOOFDSTUK IV BELASTINGHEFFING NAAR HET VERMOGEN Artikel 22 Vermogen 1 Vermogen bestaande uit onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat bezit en dat is gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mag in die andere Staat worden belast 2 Vermogen bestaande uit roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of uit roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid mag in die andere Staat worden belast 3 Vermogen bestaande uit schepen boten die dienen voor het vervoer in de binnenwateren en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd alsmede uit roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen boten en luchtvaartuigen zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen Voor de toepassing van dit lid zijn de bepalingen van het tweede lid van artikel 8 van toepassing 4 Alle andere bestanddelen van het vermogen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar HOOFDSTUK V VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING Artikel 23 Vermijding van dubbele belasting 1 In het geval van een inwoner van Kroatià wordt dubbele belasting als volgt vermeden Indien een inwoner van Kroatià inkomen verkrijgt of vermogen bezit dat volgens de bepalingen van dit Verdrag in Nederland mag worden belast verleent Kroatià a een aftrek op de belasting naar het inkomen van die inwoner gelijk aan het bedrag van de in Nederland betaalde inkomstenbelasting b een aftrek op de belasting naar het vermogen van die inwoner gelijk aan het bedrag van de in Nederland betaalde vermogensbelasting Deze aftrek bedraagt echter in geen geval meer dan het gedeelte van de verschuldigde belasting zoals berekend voordat de aftrek is verleend dat naar gelang van het geval toerekenbaar is aan het inkomen of het vermogen dat in Nederland mag worden belast 2 Indien door een inwoner van Kroatià verkregen inkomen of door hem bezeten vermogen volgens een bepaling van het Verdrag in Kroatià van belasting is vrijgesteld dan mag Kroatià niettemin bij de berekening van het bedrag van de belasting over het resterende inkomen of vermogen van die inwoner het vrijgestelde inkomen of vermogen in aanmerking nemen 3 In het geval van een inwoner van Nederland wordt dubbele belasting als volgt vermeden a Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven de bestanddelen van het inkomen of het vermogen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Kroatià mogen worden belast b indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens artikel 6 artikel 7 artikel 10 zevende lid artikel 11 vierde lid artikel 12 vierde lid artikel 13 eerste en tweede lid artikel 14 artikel 15 eerste lid artikel 19 eerste lid onderdeel a tweede lid onderdeel a en derde lid en artikel 21 tweede lid van dit Verdrag in Kroatià mogen worden belast en die in de in het derde lid onderdeel a bedoelde grondslag zijn begrepen stelt Nederland deze inkomensbestanddelen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting Te dien einde worden genoemde inkomensbestanddelen geacht te zijn begrepen in het totale bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld c Nederland verleent voorts een aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor die bestanddelen van het inkomen of het vermogen die volgens artikel 10 tweede lid artikel 13 vijfde lid artikel 16 artikel 17 en artikel 22 eerste en tweede lid van dit Verdrag in Kroatià mogen worden belast in zoverre deze bestanddelen in de in het derde lid onderdeel a bedoelde grondslag zijn begrepen Het bedrag van deze aftrek is gelijk aan de in KroatiÃ

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/kroatie-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Kyrgyzstan (Sovjetverdrag) (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    bezwaren blindelings volgen Hoge servicekosten deels van invloed op WOZ waarde van serviceflat Verkoop horecapand betekende nog geen staking Heffingsrente herzien volgens herzieningregels van aanslag Aanslag successierecht kon niet aan echtgenoten tezamen worden opgelegd Geen schadeplicht jegens fiscus na onjuiste etikettering pand Apart soort aandeel door verschil in stemrecht over winst Onderhandse schuldigerkenning verminderde verkrijging niet EU Hof onder voorwaarden akkoord met Nederlandse exitheffing Kwijtscheldingsverlies bij onzakelijke lening omlaag in tbs regeling Bij meerderheidsbelang wordt groepsrelatie voor thincapregeling verondersteld Korte huurperiode pand irrelevant bij overgang algemeenheid Ontbreken echtgenotenvrijstelling bij recht van overgang niet discriminerend Nota van door gemeente ingeschakele WOZ taxateur openbaar Cursus Belastingrecht voor niet fiscalisten Ontvanger mag niet bekendgemaakte aanslag niet invorderen Adviseur via kort geding verplicht tot informatieverstrekking Immateriële schadevergoeding na vernietiging navorderingsaanslag Fiscus moest onevenredig rentenadeel bij VA s compenseren Hof had beroep enkel vanwege undue delay ongegrond moeten verklaren Prejudiciële vragen over het begrip bouwterrein Revisierente onzuivere pensioenregeling vernietigd Kamervragen over problemen met verliesverrekening Vpb 2010 Niet tot ondernemingsvermogen behorende gelden verhinderde afwaardering in box I Intranet Modellen Overeenkomst van geldlening van durfkapitaal Overeenkomst rekening courant tussen DGA en BV NOTULEN Algemene vergadering aandeelhouders van bv met beperkte aansprakelijkheid Managementovereenkomst beheer BV 100 procent werk BV Arbeidsovereenkomst DGA Akte van cessie koop en verkoop van een vordering Akte geruisloze inbreng Aansprakelijkheidsverklaring Aandeelhoudersovereenkomst Wetteksten Inkomstenbelasting Wet op de inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Vennootschapsbelasting Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 Besluit Fiscale Eenheid 2003 Geruisloze terugkeer art 14c Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische fusie art 14b Wet Vpb standaardvoorwaarden Bedrijfsfusie art 14 Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische afsplitsing art 14a Wet Vpb standaardvoorwaarden Loonbelasting Wet op de loonbelasting 1964 Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 Omzetbelasting Wet op de omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 BUA Dividendbelasting Wet op de dividendbelasting 1965 Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting 1965 Successiewet Successiewet 1956 Uitvoeringsbesluit successiewet 1956 Uitvoeringsregeling schenk en erfbelasting Rechtsverkeer Wet op belastingen van rechtsverkeer Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer Bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht Besluit proceskosten bestuursrecht Algemene wet Algemene wet inzake rijksbelastingen Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst Invorderingswet Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling inleners keten en opdrachtgeversaansprakelijkheid Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 Internationaal belastingrecht Besluit voorkoming dubbele belastingen 2001 Voorkoming dubbele belasting onder toepassing van belastingverdragen Verdragen Type DTA Albanië in werking Argentinië in werking Armenië in werking Australië in werking Australië Tweede Protocol in werking Azerbeidzjan in werking Bahrein in werking Bangladesh in werking Barbados in werking Barbados Protocol in werking Belarus in werking België in werking België Protocol geratificeerd door nl Brazilië in werking BRK Aruba in werking BRK Cura çao in werking BRK Sint Maarten in werking Bulgarije in werking Canada in werking Canada Protocol in werking China in werking Denemarken in werking Duitsland in werking Duitsland Protocol 1 in werking Duitsland Protocol 2 in werking Duitsland Protocol 3 in werking Egypte in werking Estland in werking Estland Protocol 1 in werking Estland Protocol 2 in werking Filippijnen in werking Finland 1996 in werking Frankrijk 1973 in werking Frankrijk Protocol bij 1973 in werking Georgië in werking Ghana in werking Griekenland in werking Hongkong in werking Hongarije in werking Ierland in werking Ijsland in werking India in werking India Protocol ondertekend Indonesië 2002 in werking Israël in werking Israël Protocol in werking Italië Protocol in werking Japan 1970 beëindigd Japan 2010 in werking Japan Protocol beëindigd Joegoslavië in werking Jordanië in werking Kazachstan in werking Koeweit in werking Korea in werking Korea Protocol in werking Kroatië in werking Kyrgyzstan Sovjetverdrag in werking Letland in werking Litouwen in werking Luxemburg in werking Luxemburg Protocol in werking Marcedonië in werking Malawi in werking Maleisië in werking Maleisië Protocol 1 in werking Maleisië Protocol 2 in werking Malta in werking Malta Protocol in werking Marokko in werking Mexico in werking Mexico Protocol in werking Moldavië in werking Mongolië in werking Nieuw Zeeland in werking Nieuw Zeeland Protocol in werking Nigeria in werking Noorwegen in werking Noorwegen Protocol in werking Oekraïne in werking Oezbekistan in werking Oman in werking Oostenrijk in werking Oostenrijk Protocol 1 in werking Oostenrijk Protocol 2 in werking Oostenrijk Protocol 3 in werking Oostenrijk Protocol 4 in werking Pakistan in werking Panama in werking Polen in werking Portugal in werking Qatar in werking Roemenië in werking Russische Federatie in werking Saudi Arabië in werking Singapore in werking Singapore Protocol 1 in werking Singapore Protocol 2 in werking Slovenië in werking Slowakije in werking Slowakije Protocol 1 in werking Slowakije Protocol 2 in werking Spanje in werking Sri Lanka in werking Suriname in werking Taiwan in werking Thailand in werking Tunesië in werking Turkije in werking Turkmenistan Sovjetverdrag in werking Uganda in werking Venezuela in werking Venezuela Protocol in werking Verenigd Koninkrijk 1980 beëndigd Verenigd Koninkrijk 2008 in werking Verenigd Koninkrijk Protocol 1 beëindigd Verenigd Koninkrijk Protocol 2 beëindigd Verenigde Arabische Emiraten in werking Verenigde Staten in werking Verenigde Staten Protocol 1993 in werking Verenigde Staten Protocol 2004 in werking Vietnam in werking Zambia in werking Zimbabwe in werking Zuid Africa in werking Zuid Africa Protocol in werking Zweden in werking Zwitserland 2010 in werking Type S E Zweden in werking Verenigd Koninkrijk Successie in werking Oostenrijk Successie in werking Israël Successie in werking Finland Successie in werking Search Zoeken Javascript is required to use this website translator free translator Skip to content zaterdag 22 september 2012 17 04 Kyrgyzstan Sovjetverdrag in werking Geschreven door Redactie Belasting Collectief Nederland Print E mail Opschrift Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen Kop Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen Aanhef De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken Handelende in overeenstemming met de van belang zijnde bepalingen van de Slotakte van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa ondertekend te Helsinki op 1 augustus 1975 en De wens koesterende een overeenkomst te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen Zijn het volgende overeengekomen Wettekst Artikel 1 Personen op wie de Overeenkomst van toepassing is 1 Deze Overeenkomst is van toepassing op inwoners van een van de Staten of van beide Staten 2 Voor de toepassing van de Overeenkomst betekent de uitdrukking â žinwoner van een Staatâ iedere persoon die ingevolge de wetgeving van die Staat aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn verblijf of plaats van leiding 3 De uitdrukking â žinwoner van beide Statenâ betekent een persoon die gedurende hetzelfde tijdvak inwoner is van elk van de Staten 4 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het derde lid inwoner van beide Staten is wordt zijn positie bepaald overeenkomstig de volgende regels a hij wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waar hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft indien hij in elk van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn middelpunt van de levensbelangen b indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waar hij gewoonlijk verblijft c indien hij in elk van de Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is d indien elk van de Staten hem beschouwt als zijn onderdaan of indien geen van de Staten hem beschouwt als zijn onderdaan regelen de bevoegde autoriteiten van de Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming overeenkomstig de bepalingen van artikel 20 5 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het derde lid inwoner van beide Staten is wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waar de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen Artikel 2 Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is 1 Deze Overeenkomst is van toepassing op belastingen naar het inkomen en naar het vermogen van zowel een nationaal als een lokaal karakter die ongeacht de wijze van heffing worden geheven in overeenstemming met de wetgeving van elk van de Staten a voor het Koninkrijk der Nederlanden de inkomstenbelasting de loonbelasting de vennootschapsbelasting de dividendbelasting de vermogensbelasting b voor de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken the income tax on foreign legal persons de inkomstenbelasting van buitenlandse rechtspersonen the income tax on population de inkomstenbelasting van de bevolking the agricultural tax de landbouwbelasting the tax on the owners of buildings de belasting van de eigenaren van gebouwen the ground tax de grondbelasting the tax on the owners of means of transport de belasting van de eigenaren van vervoermiddelen 2 De Overeenkomst is ook van toepassing op alle belastingen waarvan het karakter in wezen gelijksoortig is aan dat van de belastingen vermeld in het eerste lid en die na de datum van ondertekening van de Overeenkomst naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven Artikel 3 Enige algemene begripsbepalingen 1 Voor de toepassing van deze Overeenkomst hebben de hieronder genoemde uitdrukkingen de navolgende betekenis a â žeen Staatâ betekent al naar de context vereist het Koninkrijk der Nederlanden Nederland of de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken USSR b â žpersoonâ betekent 1 voor Nederland een natuurlijke persoon of een lichaam omvattende elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing in Nederland als rechtspersoon wordt behandeld 2 voor de USSR een natuurlijke persoon of een rechtspersoon of andere organisatie opgericht ingevolge van wetgeving van de USSR of van elke Unie republiek die voor de belastingheffing in de USSR als rechtspersoon wordt behandeld c â žinternationaal verkeerâ betekent alle vervoer van vracht of passagiers door elk vervoermiddel dat wordt geà xploiteerd door een persoon waarvan de plaats van werkelijke leiding in een van de Staten is gelegen behalve wanneer het vervoer slechts plaatsvindt tussen plaatsen die in de andere Staat zijn gelegen d â žbevoegde autoriteitâ betekent 1 voor Nederland de Minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger 2 voor de USSR het Ministerie van Financià n van de USSR of de bevoegde vertegenwoordiger daarvan 2 Voor de toepassing van de Overeenkomst door een Staat heeft tenzij de context anders vereist elke niet in de Overeenkomst omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving in de eerste plaats de belastingwetgeving van die Staat Artikel 4 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking â žvaste inrichtingâ een bureau een kantoor of elke andere vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan een inwoner van een Staat werkzaamheden uitoefent in de andere Staat 2 Werkzaamheden in samenhang met een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie of montagewerkzaamheden worden geacht niet te worden uitgeoefend door middel van een vaste inrichting indien de duur van de werkzaamheden 12 maanden niet overschrijdt Indien de duur van de werkzaamheden 12 maanden overschrijdt kan de bevoegde autoriteit van de Staat op het grondgebied waarvan zulk een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie of montagewerkzaamheden zich bevindt op verzoek van de persoon die zulke werkzaamheden uitoefent die werkzaamheden aanmerken als niet te worden uitgeoefend door middel van een vaste inrichting 3 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid worden de volgende soorten werkzaamheden van een inwoner van een Staat geacht niet te worden uitgeoefend door middel van een vaste inrichting in de andere Staat a het gebruikmaken van inrichtingen uitsluitend voor de opslag uitstalling of aflevering van aan die persoon toebehorende goederen of koopwaar b de verkoop na een tentoonstelling of jaarbeurs van aan die persoon toebehorende tentoongestelde goederen of koopwaar c het in voorraad houden van aan die persoon toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor de opslag uitstalling of aflevering d het in voorraad houden van aan die persoon toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor de bewerking of verwerking door een andere persoon e het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor die persoon goederen of koopwaar aan te kopen inlichtingen in te winnen of te verspreiden of marktonderzoek te doen dat van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft f het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van ordening ontwikkeling en wetenschappelijk onderzoek daaronder begrepen gezamenlijke werkzaamheden van ingenieurswerkzaamheden proefnemingen van technische diensten of van werkzaamheden van toezichthoudende of adviserende aard g het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor die persoon enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft h het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting om verscheidene van de in de letters a tot en met g genoemde werkzaamheden uit te oefenen mits het totaal van de werkzaamheden voor die persoon van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 4 De volgende soorten van werkzaamheden van een inwoner van een Staat worden niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid ook geacht niet te worden uitgeoefend door middel van een vaste inrichting in de andere Staat het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor de vergemakkelijking van het afsluiten of slechts de ondertekening van overeenkomsten betreffende leningen de levering van goederen of koopwaar of de verlening van technische diensten ongeacht of deze werkzaamheden van voorbereidende aard zijn of het karakter van hulpwerkzaamheid hebben of de hoofdactiviteit vormen voor die persoon 5 Indien een inwoner van een Staat werkzaamheden uitoefent in de andere Staat door middel van een vertegenwoordiger wordt die inwoner niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid geacht in de andere Staat een vaste inrichting te bezitten met betrekking tot alle werkzaamheden die de vertegenwoordiger voor die inwoner verricht indien de vertegenwoordiger voldoet aan elk van de volgende voorwaarden a hij bezit een machtiging om namens die persoon in de andere Staat overeenkomsten af te sluiten b hij oefent dit recht gewoonlijk uit c hij is niet een onafhankelijke vertegenwoordiger in de zin van het zesde lid d zijn werkzaamheden blijven niet beperkt tot die werkzaamheden genoemd in het derde en vierde lid 6 Een inwoner van een Staat wordt niet geacht een vaste inrichting in de andere Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat hij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits laatstgenoemde personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen 7 Alleen de omstandigheid dat een inwoner van een Staat een inwoner van de andere Staat beheerst of wordt beheerst door een inwoner van de andere Staat of in die andere Staat zaken doet stempelt een van beide inwoners niet tot een vaste inrichting van de andere Artikel 5 Winst 1 Voordelen daaronder begrepen inkomsten uit werkzaamheden anders dan in dienstbetrekking verkregen door een inwoner van een Staat zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij hij in de andere Staat zijn bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting 2 Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden indien een inwoner van een Staat in de andere Staat zijn bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die hij geacht zou kunnen worden te behalen indien hij een zelfstandige persoon zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk zou handelen met de inwoner waarvan hij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen verkregen door middel van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders 4 Geen voordelen worden aan een vaste inrichting toegerekend op grond van a de enkele aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de inwoner waarvan zij een vaste inrichting is of b de werkzaamheden genoemd in artikel 4 vierde lid 5 In geval van voordelen uit werkzaamheden van toezichthoudende aard leveringen installatie of constructiewerkzaamheden is slechts zoveel hiervan toe te rekenen aan een vaste inrichting als volgt uit het werkelijk door die vaste inrichting verrichten van deze werkzaamheden Dienovereenkomstig worden voordelen uit de leveringen van goederen aan die vaste inrichting door het hoofdkantoor een andere vaste inrichting of een derde persoon al of niet in samenhang met deze werkzaamheden niet toegerekend aan die vaste inrichting 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 7 Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van deze Overeenkomst worden behandeld worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel Artikel 6 Winst uit internationaal verkeer 1 Voordelen uit internationaal verkeer verkregen door een inwoner van een Staat zijn slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van die inwoner is gelegen 2 Indien de plaats van de werkelijke leiding van een scheepvaartonderneming zich aan boord van een schip bevindt wordt deze plaats geacht te zijn gelegen in de Staat waar de thuishaven van het schip is gelegen of indien er geen thuishaven is in de Staat waarvan de exploitant van het schip inwoner is 3 De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpoolâ een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal geà xploiteerd agentschap Artikel 7 Dividenden 1 Dividenden betaald door een persoon die inwoner is van een Staat aan een inwoner van de andere Staat mogen

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/kyrgyzstan-sovjetverdrag-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Letland (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    meaning which it has under the law of that State concerning the taxes to which the Convention applies Article 4 Resident 1 For the purposes of this Convention the term resident of a Contracting State means any person who under the laws of that State is liable to tax therein by reason of his domicile residence place of management place of incorporation or any other criterion of a similar nature But this term does not include any person who is liable to tax in that State in respect only of income from sources in that State or capital situated therein 2 Where by reason of the provisions of paragraph 1 an individual is a resident of both Contracting States then his status shall be determined as follows a he shall be deemed to be a resident of the State in which he has a permanent home available to him if he has a permanent home available to him in both States he shall be deemed to be a resident of the State with which his personal and economic relations are closer centre of vital interests b if the State in which he has his centre of vital interests cannot be determined or if he has not a permanent home available to him in either State he shall be deemed to be a resident of the State in which he has an habitual abode c if he has an habitual abode in both States or in neither of them he shall be deemed to be a resident of the State of which he is a national d if he is a national of both States or of neither of them the competent authorities of the Contracting States shall settle the question by mutual agreement 3 Where by reason of the provisions of paragraph 1 a person other than an individual is a resident of both Contracting States the competent authorities of the States shall endeavour to settle the question by mutual agreement having regard to its place of effective management the place where it is incorporated or otherwise constituted and any other relevant factors In the absence of such agreement such company shall not be entitled to claim any benefits under this Convention except that such company may claim the benefits of Articles 24 Elimination of Double Taxation 26 Non discrimination and 27 Mutual Agreement Procedure Article 5 Permanent establishment 1 For the purposes of this Convention the term permanent establishment means a fixed place of business through which the business of an enterprise is wholly or partly carried on 2 The term permanent establishment includes especially a a place of management b a branch c an office d a factory e a workshop and f a mine an oil or gas well a quarry or any other place of extraction of natural resources 3 A building site or construction or installation project or supervisory or consultancy activities connected therewith and which are carried out at that site or project constitutes a permanent establishment only if it lasts more than nine months 4 Notwithstanding the preceding provisions of this Article the term permanent establishment shall be deemed not to include a the use of facilities solely for the purpose of storage display or delivery of goods or merchandise belonging to the enterprise b the maintenance of a stock of goods or merchandise belonging to the enterprise solely for the purpose of storage display or delivery c the maintenance of a stock of goods or merchandise belonging to the enterprise solely for the purpose of processing by another enterprise d the maintenance of a fixed place of business solely for the purpose of purchasing goods or merchandise or of collecting information for the enterprise e the maintenance of a fixed place of business solely for the purpose of carrying on for the enterprise any other activity of a preparatory or auxiliary character f the maintenance of a fixed place of business solely for any combination of activities mentioned in subparagraphs a to e provided that the overall activity of the fixed place of business resulting from this combination is of a preparatory or auxiliary character 5 Notwithstanding the provisions of paragraphs 1 and 2 where a person other than an agent of an independent status to whom paragraph 6 applies is acting on behalf of an enterprise and has and habitually exercises in a Contracting State an authority to conclude contracts in the name of the enterprise that enterprise shall be deemed to have a permanent establishment in that State in respect of any activities which that person undertakes for the enterprise unless the activities of such person are limited to those mentioned in paragraph 4 which if exercised through a fixed place of business would not make this fixed place of business a permanent establishment under the provisions of that paragraph 6 An enterprise shall not be deemed to have a permanent establishment in a Contracting State merely because it carries on business in that State through a broker general commission agent or any other agent of an independent status provided that such persons are acting in the ordinary course of their business However when the activities of such an agent are devoted wholly or almost wholly on behalf of that enterprise he will not be considered an agent of an independent status within the meaning of this paragraph 7 The fact that a company which is a resident of a Contracting State controls or is controlled by a company which is a resident of the other Contracting State or which carries on business in that other State whether through a permanent establishment or otherwise shall not of itself constitute either company a permanent establishment of the other CHAPTER III TAXATION OF INCOME Article 6 Income from immovable property 1 Income derived by a resident of a Contracting State from immovable property including income from agriculture or forestry situated in the other Contracting State may be taxed in that other State 2 The term immovable property shall have the meaning which it has under the law of the Contracting State in which the property in question is situated The term shall in any case include property accessory to immovable property livestock and equipment used in agriculture and forestry rights to which the provisions of general law respecting landed property apply buildings usufruct of immovable property and rights to variable or fixed payments as consideration for the working of or the right to work mineral deposits sources and other natural resources ships boats and aircraft shall not be regarded as immovable property 3 The provisions of paragraph 1 shall apply to income derived from the direct use letting or use in any other form of immovable property 4 The provisions of paragraphs 1 and 3 shall also apply to the income from immovable property of an enterprise and to income from immovable property used for the performance of independent personal services Article 7 Business profits 1 The profits of an enterprise of a Contracting State shall be taxable only in that State unless the enterprise carries on business in the other Contracting State through a permanent establishment situated therein If the enterprise carries on business as aforesaid the profits of the enterprise may be taxed in the other State but only so much of them as is attributable to that permanent establishment 2 Subject to the provisions of paragraph 3 where an enterprise of a Contracting State carries on business in the other Contracting State through a permanent establishment situated therein there shall in each Contracting State be attributed to that permanent establishment the profits which it might be expected to make if it were a distinct and separate enterprise engaged in the same or similar activities under the same or similar conditions and dealing wholly independently with the enterprise of which it is a permanent establishment 3 In determining the profits of a permanent establishment there shall be allowed as deductions expenses of the enterprise other than expenses which would not be deductible if the permanent establishment were a separate enterprise which are incurred for the purposes of the permanent establishment including executive and general administrative expenses so incurred whether in the State in which the permanent establishment is situated or elsewhere 4 Insofar as it has been customary in a Contracting State to determine the profits to be attributed to a permanent establishment on the basis of an apportionment of the total profits of the enterprise to its various parts nothing in paragraph 2 shall preclude that Contracting State from determining the profits to be taxed by such an apportionment as may be customary the method of apportionment adopted shall however be such that the result shall be in accordance with the principles contained in this Article 5 No profits shall be attributed to a permanent establishment by reason of the mere purchase by that permanent establishment of goods or merchandise for the enterprise 6 For the purposes of the preceding paragraphs the profits to be attributed to the permanent establishment shall be determined by the same method year by year unless there is good and sufficient reason to the contrary 7 Where profits include items of income which are dealt with separately in other Articles of this Convention then the provisions of those Articles shall not be affected by the provisions of this Article Article 8 Shipping and air transport 1 Profits of an enterprise of a Contracting State from the operation of ships or aircraft in international traffic shall be taxable only in that State 2 The provisions of paragraph 1 shall also apply to profits from the participation in a pool a joint business or an international operating agency Article 9 Associated enterprises 1 Where a an enterprise of a Contracting State participates directly or indirectly in the management control or capital of an enterprise of the other Contracting State or b the same persons participate directly or indirectly in the management control or capital of an enterprise of a Contracting State and an enterprise of the other Contracting State and in either case conditions are made or imposed between the two enterprises in their commercial or financial relations which differ from those which would be made between independent enterprises then any profits which would but for those conditions have accrued to one of the enterprises but by reason of those conditions have not so accrued may be included in the profits of that enterprise and taxed accordingly It is understood however that the fact that associated enterprises have concluded arrangements such as costsharing arrangements or general services agreements for or based on the allocation of executive general administrative technical and commercial expenses research and development expenses and other similar expenses is not in itself a condition as meant in the preceding sentence 2 Where a Contracting State includes in the profits of an enterprise of that State and taxes accordingly profits on which an enterprise of the other Contracting State has been charged to tax in that other State and the profits so included are profits which would have accrued to the enterprise of the first mentioned State if the conditions made between the two enterprises had been those which would have been made between independent enterprises then that other State shall make an appropriate adjustment to the amount of the tax charged therein on those profits In determining such adjustment due regard shall be had to the other provisions of this Convention and the competent authorities of the Contracting States shall if necessary consult each other Article 10 Dividends 1 Dividends paid by a company which is a resident of a Contracting State to a resident of the other Contracting State may be taxed in that other State 2 However such dividends may also be taxed in the Contracting State of which the company paying the dividends is a resident and according to the laws of that State but if the recipient is the beneficial owner of the dividends the tax so charged shall not exceed a 5 per cent of the gross amount of the dividends if the beneficial owner is a company other than a partnership which holds directly at least 25 per cent of the capital of the company paying the dividends b 15 per cent of the gross amount of the dividends in all other cases 3 The competent authorities of the Contracting States shall by mutual agreement settle the mode of application of paragraph 2 4 The provisions of paragraph 2 shall not affect the taxation of the company in respect of the profits out of which the dividends are paid 5 The term dividends as used in this Article means income from shares jouissance shares or jouissance rights mining shares founders shares or other rights participating in profits as well as income from debt claims participating in profits and income from other corporate rights which is subjected to the same taxation treatment as income from shares by the laws of the State of which the company making the distribution is a resident 6 The provisions of paragraphs 1 and 2 shall not apply if the beneficial owner of the dividends being a resident of a Contracting State carries on business in the other Contracting State of which the company paying the dividends is a resident through a permanent establishment situated therein or performs in that other State independent personal services from a fixed base situated therein and the holding in respect of which the dividends are paid is effectively connected with such permanent establishment or fixed base In such case the provisions of Article 7 or Article 14 as the case may be shall apply 7 Where a company which is a resident of a Contracting State derives profits or income from the other Contracting State that other State may not impose any tax on the dividends paid by the company except insofar as such dividends are paid to a resident of that other State or insofar as the holding in respect of which the dividends are paid is effectively connected with a permanent establishment or a fixed base situated in that other State nor subject the company s undistributed profits to a tax on the company s undistributed profits even if the dividends paid or the undistributed profits consist wholly or partly of profits or income arising in such other State 8 The provisions of sub paragraph a of paragraph 2 of this Article shall not apply if the relation between the two companies has been arranged or is maintained primarily with the intention of securing this reduction Article 11 Interest 1 Interest arising in a Contracting State and paid to a resident of the other Contracting State may be taxed in that other State 2 However such interest may also be taxed in the Contracting State in which it arises and according to the laws of that State but if the recipient is the beneficial owner of the interest the tax so charged shall not exceed 10 per cent of the gross amount of the interest 3 Notwithstanding the provisions of paragraphs 1 and 2 a interest arising in the Netherlands shall be exempt from Netherlands tax if the interest is paid to i the State of Latvia a political subdivision or a local authority thereof ii the Bank of Latvia Central Bank iii a financial institution owned or controlled by the Government of Latvia including political subdivisions and local authorities thereof b interest arising in Latvia shall be exempt from Latvian tax if the interest is paid to i the State of the Netherlands a political subdivision or a local authority thereof ii the Nederlandsche Bank Central Bank iii a financial institution owned or controlled by the Government of the Netherlands including political subdivisions and local authorities thereof c interest arising in a Contracting State on a loan guaranteed or insured by any of the bodies mentioned or referred to in sub paragraph a or sub paragraph b and paid to a resident of the other Contracting State shall be taxable only in that other State d interest arising in a Contracting State shall be taxable only in the other Contracting State if the recipient is a resident of that other State and such recipient is an enterprise of that other State and is the benefà cial owner of the interest and i the interest is paid with respect to indebtedness arising on the sale on credit by that enterprise of any merchandise or industrial commercial or scientific equipment to an enterprise of the firstmentioned State except where the sale or indebtedness is between related persons or ii such interest is paid on any loan of whatever kind exceeding a duration of one year granted to an enterprise by a bank that is recognized as such under statutory provisions in that other State 4 The competent authorities of the Contracting States shall by mutual agreement settle the mode of application of paragraphs 2 and 3 5 The term interest as used in this Article means income from debt claims of every kind whether or not secured by mortgage but not carrying a right to participate in the debtor s profits and in particular income from government securities and income from bonds or debentures including premiums and prizes attaching to such securities bonds or debentures Penalty charges for late payment shall not be regarded as interest for the purpose of this Article 6 The provisions of paragraphs 1 2 and 3 shall not apply if the beneficial owner of the interest being a resident of a Contracting State carries on business in the other Contracting State in which the interest arises through a permanent establishment situated therein or performs in that other State independent personal services from a fixed base situated therein and the debt claim in respect of which the interest is paid is effectively connected with such permanent establishment or fixed base In such case the provisions of Article 7 or Article 14 as the case may be shall apply 7 Interest shall be deemed to arise in a Contracting State when the payer is a resident of that State Where however the person paying the interest whether he is a resident of a Contracting State or not has in a Contracting State a permanent establishment or a fixed base in connection with which the indebtedness on which the interest is paid was incurred and such interest is borne by such permanent establishment or fixed base then such interest shall be deemed to arise in the State in which the permanent establishment or fixed base is situated 8 Where by reason of a special relationship between the payer and the beneficial owner or between both of them and some other person the amount of the interest having regard to the debt claim for which it is paid exceeds the amount which would have been agreed upon by the payer and the beneficial owner in the absence of such relationship the provisions of this Article shall apply only to the last mentioned amount In such case the excess part of the payments shall remain taxable according to the laws of each Contracting State due regard being had to the other provisions of this Convention Article 12 Royalties 1 Royalties arising in a Contracting State and paid to a resident of the other Contracting State may be taxed in that other State 2 However such royalties may also be taxed in the Contracting State in which they arise and according to the laws of that State but if the recipient is the beneficial owner of the royalties the tax so charged shall not exceed a 5 per cent of the gross amount of the royalties paid for the use of industrial commercial or scientific equipment b 10 per cent of the gross amount of the royalties in all other cases 3 The competent authorities of the Contracting States shall by mutual agreement settle the mode of application of paragraph 2 4 The term royalties as used in this Article means payments of any kind received as a consideration for the use of or the right to use any copyright of literary artistic or scientific work including cinematograph films and films or tapes for television or radio broadcasting any patent trade mark design or model plan secret formula or process or for the use of or the right to use industrial commercial or scientific equipment or for information concerning industrial commercial or scientific experience 5 The provisions of paragraphs 1 and 2 shall not apply if the beneficial owner of the royalties being a resident of a Contracting State carries on business in the other Contracting State in which the royalties arise through a permanent establishment situated therein or performs in that other State independent personal services from a fixed base situated therein and the right or property in respect of which the royalties are paid is effectively connected with such permanent establishment or fixed base In such case the provisions of Article 7 or Article 14 as the case may be shall apply 6 Royalties shall be deemed to arise in a Contracting State when the payer is a resident of that State Where however the person paying the royalties whether he is a resident of a Contracting State or not has in a Contracting State a permanent establishment or a fixed base in connection with which the liability to pay the royalties was incurred and such royalties are borne by such permanent establishment or fixed base then such royalties shall be deemed to arise in the State in which the permanent establishment or fixed base is situated 7 Where by reason of a special relationship between the payer and the beneficial owner or between both of them and some other person the amount of the royalties having regard to the use right or information for which they are paid exceeds the amount which would have been agreed upon by the payer and the beneficial owner in the absence of such relationship the provisions of this Article shall apply only to the lastmentioned amount In such case the excess part of the payments shall remain taxable according to the laws of each Contracting State due regard being had to the other provisions of this Convention Article 13 Capital gains 1 Gains derived by a resident of a Contracting State from the alienation of immovable property referred to in Article 6 and situated in the other Contracting State may be taxed in that other State 2 Gains from the alienation of movable property forming part of the business property of a permanent establishment which an enterprise of a Contracting State has in the other Contracting State or of movable property pertaining to a fixed base available to a resident of a Contracting State in the other Contracting State for the purpose of performing independent personal services including such gains from the alienation of such a permanent establishment alone or with the whole enterprise or of such fixed base may be taxed in that other State 3 Gains derived by an enterprise of a Contracting State from the alienation of ships or aircraft operated in international traffic or movable property pertaining to the operation of such ships or aircraft shall be taxable only in that State 4 Gains from the alienation of any property other than that referred to in paragraphs 1 2 and 3 shall be taxable only in the Contracting State of which the alienator is a resident 5 The provisions of paragraph 4 shall not affect the right of each of the Contracting States to levy according to its own law a tax on gains from the alienation of shares or jouissance rights in a company the capital of which is wholly or partly divided into shares and which under the laws of that State is a resident of that State derived by an individual who is a resident of the other Contracting State and has been a resident of the first mentioned State in the course of the last five years preceding the alienation of the shares or jouissance rights Article 14 Independent personal services 1 Income derived by an individual who is a resident of a Contracting State in respect of professional services or other activities of an independent character shall be taxable only in that State unless he has a fixed base regularly available to him in the other Contracting State for the purpose of performing his activities If he has such a fixed base the income may be taxed in the other Contracting State but only so much of it as is attributable to that fixed base For this purpose where an individual who is a resident of a Contracting State stays in the other Contracting State for a period or periods exceeding in the aggregate 183 days in any twelve month period commencing or ending in the fiscal year concerned he shall be deemed to have a fixed base regularly available to him in that other State and the income that is derived from his activities referred to above that are performed in that other State shall be attributable to that fixed base 2 The term professional services includes especially independent scientific literary artistic educational or teaching activities as well as the independent activities of physicians lawyers engineers architects dentists and accountants Article 15 Dependent personal services 1 Subject to the provisions of Articles 16 18 19 and 20 salaries wages and other similar remuneration derived by a resident of a Contracting State in respect of an employment shall be taxable only in that State unless the employment is exercised in the other Contracting State If the employment is so exercised such remuneration as is derived therefrom may be taxed in that other State 2 Notwithstanding the provisions of paragraph 1 remuneration derived by a resident of a Contracting State in respect of an employment exercised in the other Contracting State shall be taxable only in the first mentioned State if a the recipient is present in the other State for a period or periods not exceeding in the aggregate 183 days in any twelve month period commencing or ending in the fiscal year concerned and b the remuneration is paid by or on behalf of an employer who is not a resident of the other State and c the remuneration is not borne by a permanent establishment or a fixed base which the employer has in the other State 3 Notwithstanding the preceding provisions of this Article remuneration derived by a resident of a Contracting State in respect of an employment exercised aboard a ship or aircraft operated in international traffic shall be taxable only in that State Article 16 Directors fees Directors fees or other remuneration derived by a resident of a Contracting State in his capacity as a member of the board of directors or any other similar organ of a company or a bestuurder or a commissaris of a company which is a resident of the other Contracting State may be taxed in that other State Article 17 Artistes and sportsmen 1 Notwithstanding the provisions of Articles 14 and 15 income derived by a resident of a Contracting State as an entertainer such as a theatre motion picture radio or television artiste or a musician or as a sportsman from his personal activities as such exercised in the other Contracting State may be taxed in that other State 2 Where income in respect of personal activities exercised by an entertainer or a sportsman in his capacity as such accrues not to the entertainer or sportsman himself but to another person that income may notwithstanding the provisions of Articles 7 14 and 15 be taxed in the Contracting State in which the activities of the entertainer or sportsman are exercised 3 The provisions of paragraphs 1 and 2 shall not apply to income derived from activities exercised in a Contracting State by an entertainer or a sportsman if the visit to that State is substantially supported by public funds of the other Contracting State or a political subdivision or a local authority thereof In such case the income shall be taxable only in the Contracting State of which the entertainer or sportsman is a resident Article 18 Pensions annuities and social security payments 1 Subject to the provisions of paragraph 2 of Article 19 pensions and other similar remuneration paid to a resident of a Contracting State in consideration of past employment and any annuity shall be taxable only in that State 2 However where such remuneration is not of a periodical nature and it is paid in consideration of past employment in the other Contracting State or where instead of the right to annuities a lump sum is paid this remuneration or this lump sum may be taxed in the Contracting State where it arises 3 Any pension and other payment paid out under the provisions of a social security system of a Contracting State to a resident of the other Contracting State may be taxed in the first mentioned State 4 The term annuity means a stated sum payable periodically at stated times during life or during a specified or ascertainable period of time under an obligation to make the payments in return for adequate and full consideration in money or money s worth Article 19 Government service 1 a Remuneration other than a pension paid by a Contracting State or a political subdivision or a local authority thereof or an agency or wholly owned entity of such State subdivision or authority to an individual in respect of dependent personal services rendered to that State or subdivision or authority agency or entity may be taxed in that State b However such remuneration shall be taxable only in the other Contracting State if the services are rendered in that State and the individual is a resident of that State who 1 is a national of that State or 2 did not become a resident of that State solely for the purpose of rendering the services 2 a Any pension paid by or out of funds created by a Contracting State or a political subdivision or a local authority thereof or an agency or wholly owned entity of such State subdivision or authority to an individual in respect of dependent personal services rendered to that State or subdivision or authority agency or entity may be taxed in that State b However such pension shall be taxable only in the other Contracting State if the individual is a resident of and a national of that State 3 The provisions of Articles 15 16 and 18 shall apply to remuneration and pensions in respect of services rendered in connection with a business carried on by a Contracting State or a political subdivision or a local authority thereof or an agency or wholly owned entity of such State subdivision or authority Article 20 Professors and teachers 1 An individual who visits a Contracting State for the purpose of teaching or carrying out research at a university college or other recognized educational institution in that Contracting State and who is or was immediately before that visit a resident of the other Contracting State shall be exempted from taxation in the first mentioned Contracting State on remuneration for such teaching or research for a period not exceeding two years from the date of his first visit for that purpose 2 This Article shall not apply to income from research if such research is undertaken not in the public interest but primarily for the private benefit of a specific person or persons Article 21 Students Payments which a student or an apprentice or trainee who is or was immediately before visiting a Contracting State a resident of the other Contracting State and who is present in the first mentioned State solely for the purpose of his education or training receives for the purpose of his maintenance education or training shall not be taxed in that State provided that such payments arise from sources outside that State Article 22 Other income 1 Items of income of a resident of a Contracting State wherever arising not dealt with in the foregoing Articles of this Convention shall be taxable only in that State 2 The provisions of paragraph 1 shall not apply to income other than income from immovable property as defined in paragraph 2 of Article 6 if the recipient of such income being a resident of a Contracting State carries on business in the other Contracting State through a permanent establishment situated therein or performs in that other State independent personal services from a fixed base situated therein and the right or property in respect of which the income is paid is effectively connected with such permanent establishment or fixed base In such case the provisions of Article 7 or Article 14 as the case may be shall apply CHAPTER IV TAXATION OF CAPITAL Article 23 Capital 1 Capital represented by immovable property referred to in Article 6 owned by a resident of a Contracting State and situated in the other Contracting State may be taxed in that other State 2 Capital represented by movable property forming part of the business property of a permanent establishment which an enterprise of a Contracting State has in the other Contracting State or by movable property pertaining to a fixed base available to a resident of a Contracting State in the other Contracting State for the purpose of performing independent personal services may be taxed in that other State 3 Capital represented by ships and aircraft operated by an enterprise of a Contracting State in international traffic and by movable property pertaining to the operation of such ships and aircraft shall be taxable only in that State 4 All other elements of capital of a resident of a Contracting State shall be taxable only in that State CHAPTER V ELIMINATION OF DOUBLE TAXATION Article 24 Elimination of double taxation 1 The Netherlands when imposing tax on its residents may include in the basis upon which such taxes are imposed the items of income or capital which according to the provisions of this Convention may be taxed in Latvia 2 However where a resident of the Netherlands derives items of income which according to Article 6 Article 7 paragraph 6 of Article 10 paragraph 6 of Article 11 paragraph 5 of Article 12 paragraphs 1 and 2 of Article 13 Article 14 paragraph 1 of Article 15 paragraph 3 of Article 18 paragraphs 1 sub paragraph a and 2 sub paragraph a of Article 19 and paragraph 2 of Article 22 of this Convention may be taxed in Latvia and are included in the basis referred to in paragraph 1 the Netherlands shall exempt such items of income by allowing a reduction of its tax This reduction shall be computed in conformity with the provisions of Netherlands law for the avoidance of double taxation For that purpose the said items of income shall be deemed to be included in the total amount of the items of income which are exempt from Netherlands tax under those provisions 3 Further the Netherlands shall allow a deduction from the Netherlands tax so computed for the items of income or capital which according to paragraph 2 of Article 10 paragraph 2 of Article 11 paragraph 2 of Article 12 paragraph 5 of Article 13 Article 16 Article 17 paragraph 2 of Article 18 and paragraphs 1 and 2 of Article 23 of this Convention may be taxed in Latvia to the extent that these items are included in the basis referred to in paragraph 1 The amount of this deduction shall be equal to the tax paid in Latvia on these items of income or capital but shall not exceed the amount of the reduction which would be allowed if the items of

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/letland-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Litouwen (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    Litouwen de Minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger 2 Voor de toepassing van het Verdrag door een Verdragsluitende Staat heeft tenzij de context anders vereist elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is Artikel 4 Inwoner 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žinwoner van een Verdragsluitende Staatâ iedere persoon die ingevolge de wetgeving van die Staat aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats verblijf plaats van leiding plaats van oprichting of enige andere soortgelijke omstandigheid Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die Staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in die Staat of van vermogen dat in die Staat is gelegen 2 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt zijn positie als volgt bepaald a hij wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn middelpunt van de levensbelangen b indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin hij gewoonlijk verblijft c indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is d indien hij onderdaan is van beide Staten of van geen van beide regelen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming 3 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is trachten de bevoegde autoriteiten van de Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming te regelen met inachtneming van de plaats van zijn werkelijke leiding de plaats waar hij is opgericht of anderszins tot stand gekomen en van enige andere ter zake doende factor Bij afwezigheid van zulk een overeenstemming zal dat lichaam niet gerechtigd zijn aanspraak te maken op enig voordeel op grond van dit Verdrag behalve dat dat lichaam aanspraak mag maken op de voordelen van de artikelen 24 Vermijding van dubbele belasting 26 Non discriminatie en 27 Regeling voor onderling overleg Artikel 5 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žvaste inrichtingâ een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend 2 De uitdrukking â žvaste inrichtingâ omvat in het bijzonder a een plaats waar leiding wordt gegeven b een filiaal c een kantoor d een fabriek e een werkplaats en f een mijn een olie of gasbron een steengroeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen 3 Een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie of installatiewerkzaamheden of daarmee verband houdende werkzaamheden van toezichthoudende of adviserende aard die op de plaats van dat werk of die werkzaamheden worden verricht vormen alleen dan een vaste inrichting indien de duur ervan negen maanden overschrijdt 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking â žvaste inrichtingâ niet geacht te omvatten a het gebruik van inrichtingen uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering c het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming d het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft f het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor een combinatie van de in de letters a tot en met e genoemde werkzaamheden mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 5 Wanneer een persoon â niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zesde lid van toepassing is â voor een onderneming werkzaam is en een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in een Verdragsluitende Staat gewoonlijk uitoefent wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid geacht in die Staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot die werkzaamheden genoemd in het vierde lid die indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken 6 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een Verdragsluitende Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen Wanneer evenwel de werkzaamheden van zulk een vertegenwoordiger uitsluitend of nagenoeg uitsluitend worden verricht voor die onderneming zelf wordt hij niet geacht een onafhankelijke vertegenwoordiger in de zin van dit lid te zijn 7 De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze bestempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere HOOFDSTUK III BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN Artikel 6 Inkomsten uit onroerende zaken 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit onroerende zaken waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende zakenâ heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waarin de desbetreffende zaken zijn gelegen De bepalingen van dit Verdrag met betrekking tot onroerende zaken zijn ook van toepassing op de zaken die bij de onroerende zaken behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn gebouwen vruchtgebruik van onroerende zaken en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende zaken beschouwd 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende zaken 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende zaken van een onderneming en op inkomsten uit onroerende zaken die worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat zijn alleen in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar alleen in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden wanneer een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Verdragsluitende Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten van de onderneming daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders zulks met uitzondering van kosten die niet aftrekbaar zouden zijn indien de vaste inrichting een zelfstandige onderneming was 4 Voorzover het in een Verdragsluitende Staat gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Verdragsluitende Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 5 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van de aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 7 Wanneer in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel Artikel 8 Zee en luchtvaart 1 Voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in die Staat 2 De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpoolâ een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap Artikel 9 Gelieerde ondernemingen 1 Wanneer a een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast Het is echter wel te verstaan dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten zoals â žcostsharingâ overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten voor of gebaseerd op de toerekening van de kosten van de leiding de algemene beheerskosten de technische en zakelijke kosten kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in de voorgaande zin 2 Wanneer een Verdragsluitende Staat in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen begrijpt â en dienovereenkomstig belast â ter zake waarvan een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstbedoelde Staat zou hebben behaald indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen herziet die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven dienovereenkomstig Bij de vaststelling van deze aanpassing wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten zo nodig met elkaar overleg Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden is mag de aldus geheven belasting niet overschrijden a 5 percent van het brutobedrag van de dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde een lichaam is niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma dat onmiddellijk ten minste 25 percent beheerst van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt b 15 percent van het brutobedrag van de dividenden in alle andere gevallen 3 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid 4 De bepalingen van het tweede lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 5 De uitdrukking â ždividendenâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen mijnaandelen oprichtersaandelen of andere rechten die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst en inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen 6 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 7 Wanneer een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn 8 De bepalingen van het tweede lid onderdeel a van dit artikel zijn niet van toepassing indien de verhouding tussen de twee lichamen hoofdzakelijk is opgezet of in stand wordt gehouden met de bedoeling om deze vrijstelling veilig te stellen Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mag in die andere Staat worden belast 2 Deze interest mag echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit hij afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de interest is mag de aldus geheven belasting 10 percent van het brutobedrag van de interest niet overschrijden 3 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid a is interest afkomstig uit Nederland vrijgesteld van Nederlandse belasting indien de interest wordt betaald aan i de Staat Litouwen een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan ii de Bank van Litouwen centrale bank iii een financià le instelling die eigendom is van of wordt beheerst door de Regering van Litouwen daaronder begrepen de staatkundige onderdelen en plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan b is interest afkomstig uit Litouwen vrijgesteld van Litouwse belasting indien de interest wordt betaald aan i de Staat der Nederlanden een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan ii de Nederlandsche Bank centrale bank iii een financià le instelling die eigendom is van of wordt beheerst door de Regering van Nederland daaronder begrepen de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan c is interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat ter zake van een lening gegarandeerd of verzekerd door een van de lichamen als genoemd of bedoeld in onderdeel a of onderdeel b en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat alleen belastbaar in die andere Staat d is interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat alleen belastbaar in de andere Verdragsluitende Staat indien de genieter een inwoner van die andere Staat is en deze genieter een onderneming van die andere Staat is en de uiteindelijk gerechtigde van de interest is en de interest wordt betaald ter zake van een schuld ontstaan uit de verkoop op krediet van koopwaar of nijverheids handels of wetenschappelijke uitrusting door die onderneming aan een onderneming van de eerstbedoelde Staat behoudens waar het een verkoop of schuld betreft tussen gelieerde personen 4 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede en derde lid 5 De uitdrukking â žinterestâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek doch niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt 6 De bepalingen van het eerste tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 7 Interest wordt geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien de schuldenaar inwoner is van die Staat Wanneer evenwel de persoon die de interest betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald was aangegaan en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 8 Wanneer wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel alleen op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 12 Royalty s 1 Royalty s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze royalty s mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s is mag de aldus geheven belasting niet overschrijden a 5 percent van het brutobedrag van royalty s betaald voor het gebruik van nijverheids handels of wetenschappelijke uitrusting b 10 percent van het brutobedrag van de royalty s in alle andere gevallen 3 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid 4 De uitdrukking â žroyalty sâ zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap waaronder begrepen bioscoopfilms en films of geluidsbanden voor radio of televisie uitzendingen een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze dan wel voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van nijverheids handels of wetenschappelijke uitrusting of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 5 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 6 Royalty s worden geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn wanneer zij worden betaald door een inwoner van die Staat Wanneer evenwel de persoon die de royalty s betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de verplichting tot het betalen van de royalty s was aangegaan en deze royalty s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt worden deze royalty s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 7 Wanneer wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de royalty s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel alleen op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting alleen of met de gehele onderneming of van het vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 3 Voordelen verkregen door een onderneming van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd of van roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen zijn alleen belastbaar in die Staat 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die bedoeld in het eerste tweede en derde lid zijn alleen belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is 5 De bepalingen van het vierde lid tasten niet aan het recht van elk van de Verdragsluitende Staten overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen over voordelen die uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en dat volgens de wetgeving van die Staat inwoner is van die Staat worden verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat en die in de loop van de laatste vijf jaren voorafgaande aan de vervreemding van de aandelen of winstbewijzen inwoner van de eerstbedoelde Staat is geweest Artikel 14 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een natuurlijk persoon die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn alleen in die Staat belastbaar tenzij hij in de andere Verdragsluitende Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt Indien hij over zulk een vast middelpunt beschikt mogen de voordelen in de andere Verdragsluitende Staat worden belast maar alleen in zoverre als zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegerekend Te dien einde wordt een natuurlijk persoon die inwoner is van een Verdragsluitende Staat en die in de andere Verdragsluitende Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van 12 maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen te boven gaan geacht in die andere Staat geregeld over een vast middelpunt te beschikken en worden de voordelen die zijn verkregen uit bovengenoemde in die andere Staat verrichte werkzaamheden toegerekend aan dat vaste middelpunt 2 De uitdrukking â žvrij beroepâ omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Niet zelfstandige arbeid 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 16 18 19 en 20 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking alleen in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking alleen in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van 12 maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geà xploiteerd slechts in die Staat belastbaar Artikel 16 Directeursbeloningen Directeursbeloningen en andere beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer van bestuurder of van commissaris van een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast Artikel 17 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest zoals een toneelspeler film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat worden belast in die andere Staat 2 Wanneer voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 14 en 15 worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht 3 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op voordelen of inkomsten verkregen uit werkzaamheden die in een Verdragsluitende Staat worden verricht door een artiest of een sportbeoefenaar indien het bezoek aan die Staat in hoofdzaak wordt betaald uit openbare fondsen van de andere Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan In een zodanig geval zijn de inkomsten alleen belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de artiest of sportbeoefenaar inwoner is Artikel 18 Pensioenen lijfrenten en sociale zekerheidsuitkeringen 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 19 tweede lid zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking alsmede lijfrenten alleen in die Staat belastbaar 2 Wanneer deze beloningen echter geen periodiek karakter dragen en worden betaald ter zake van een vroegere dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat of wanneer in plaats van het recht op lijfrenten een afkoopsom wordt betaald mogen de beloningen of deze afkoopsom in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn worden belast 3 Pensioenen en andere uitkeringen betaald krachtens de bepalingen van een sociaal zekerheidsstelsel van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in de eerstbedoelde Staat worden belast 4 De uitdrukking â žlijfrenteâ betekent een vaste som periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen gedurende het leven of gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat Artikel 19 Overheidsfuncties 1 a Beloningen niet zijnde pensioenen betaald door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan of een instantie of entiteit die geheel in eigendom is van die Staat onderdeel of publiekrechtelijk lichaam aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam die instantie of die entiteit mogen in die Staat worden belast b Deze beloningen zijn echter alleen in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner is van die Staat die 1 onderdaan is van die Staat of 2 niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd 2 a Pensioenen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan of een instantie of entiteit die geheel in eigendom is van die Staat dat onderdeel of publiekrechtelijk lichaam aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam die instantie of die entiteit mogen in die Staat worden belast b Deze pensioenen zijn echter alleen in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat 3 De bepalingen van de artikelen 15 16 en 18 zijn van toepassing op beloningen en pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan of een instantie of een entiteit die geheel in eigendom is van die Staat dat onderdeel of dat publiekrechtelijke lichaam Artikel 20 Hoogleraren en docenten 1 Een natuurlijke persoon die een Verdragsluitende Staat bezoekt met het doel in die Staat onderwijs te geven of wetenschappelijk onderzoek te doen aan een universiteit hogeschool of andere erkende onderwijsinstelling en die inwoner is of onmiddellijk voorafgaande aan dat bezoek inwoner was van de andere Verdragsluitende Staat is vrijgesteld van belasting in de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat voor beloningen voor dat onderwijs of onderzoek voor een tijdvak van ten hoogste twee jaar vanaf de datum van zijn eerste bezoek voor dat doel 2 Dit artikel is niet van toepassing op inkomsten uit het verrichten van wetenschappelijk onderzoek indien dit onderzoek niet wordt verricht in het algemeen belang maar in de eerste plaats voor het persoonlijke nut van een bepaalde persoon of bepaalde personen Artikel 21 Studenten Betalingen die een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die inwoner is of onmiddellijk voor zijn bezoek aan een Verdragsluitende Staat inwoner was van de andere Verdragsluitende Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstbedoelde Staat verblijft ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud studie of opleiding zijn in die Staat niet belastbaar mits deze betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die Staat Artikel 22 Overige inkomsten 1 Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat van waaruit ook afkomstig die niet in de voorgaande artikelen van dit Verdrag zijn behandeld zijn alleen in die Staat belastbaar 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten niet zijnde inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in artikel 6 tweede lid indien de genieter van die inkomsten die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing HOOFDSTUK IV BELASTINGHEFFING NAAR HET VERMOGEN Artikel 23 Vermogen 1 Vermogen bestaande uit onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat bezit en dat is gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mag in die andere Staat worden belast 2 Vermogen bestaande uit roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of uit roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in die andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid mag in die andere Staat worden belast 3 Vermogen bestaande uit schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd door een onderneming van een Verdragsluitende Staat alsmede uit roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen is alleen belastbaar in die Staat 4 Alle andere bestanddelen van het vermogen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat zijn alleen in die Staat belastbaar HOOFDSTUK V VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING Artikel 24 Vermijding van dubbele belasting 1 Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven de bestanddelen van het inkomen of het vermogen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Litouwen mogen worden belast 2 Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens artikel 6 artikel 7 artikel 10 zesde lid artikel 11 zesde lid artikel 12 vijfde lid artikel 13 eerste en tweede lid artikel 14 artikel 15 eerste lid artikel 18 derde lid artikel 19 eerste lid onderdeel a en tweede lid onderdeel a en artikel 22 tweede lid van dit Verdrag in Litouwen mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen stelt Nederland deze inkomensbestanddelen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/litouwen-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive