archive-nl.com » NL » B » BELASTINGCOLLECTIEF.NL

Total: 1024

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Noorwegen (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    bevoegde vertegenwoordiger 2 in Nederland de Minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger 2 Voor de toepassing van de Overeenkomst door een van de Staten heeft tenzij de context anders vereist elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is Artikel 4 Inwoner 1 Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking â žinwoner van een van de Statenâ iedere persoon die ingevolge de wetgeving van die Staat aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats verblijf plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die Staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in die Staat of van vermogen dat in die Staat is gelegen 2 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Staten is wordt zijn positie als volgt bepaald a hij wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn middelpunt van de levensbelangen b indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin hij gewoonlijk verblijft c indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is d indien hij onderdaan is van beide Staten of van geen van beide regelen de bevoegde autoriteiten van de Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming 3 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Staten is wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen Artikel 5 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking â žvaste inrichtingâ een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend 2 De uitdrukking â žvaste inrichtingâ omvat in het bijzonder a een plaats waar leiding wordt gegeven b een filiaal c een kantoor d een fabriek e een werkplaats en f een mijn een olie of gasbron een steengroeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen 3 Een bouwwerk alsmede constructie montage of installatiewerkzaamheden of de daarmee verband houdende werkzaamheden van toezichthoudende of adviserende aard vormen alleen dan een vaste inrichting indien de duur van zulk een bouwwerk of zulke werkzaamheden een tijdvak van 12 maanden overschrijdt 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking â žvaste inrichtingâ niet geacht te omvatten a het gebruik maken van inrichtingen uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor de opslag uitstalling of aflevering c het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor de bewerking of verwerking door een andere onderneming d het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft f het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor een combinatie van de in de onderdelen a tot en met e genoemde werkzaamheden mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 5 Indien een persoon niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zesde lid van toepassing is voor een onderneming werkzaam is en een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in een van de Staten gewoonlijk uitoefent wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid geacht in die Staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot die werkzaamheden genoemd in het vierde lid die indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken 6 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een van de Staten te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen 7 Alleen de omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een van de Staten een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere HOOFDSTUK III BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN Artikel 6 Inkomsten uit onroerende goederen 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een van de Staten uit onroerende goederen waaronder begrepen voordelen uit landbouwof bosbedrijven die in de andere Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende goederenâ heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Staat waarin de desbetreffende goederen zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de goederen die bij de onroerende goederen behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende goederen en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende goederen beschouwd 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende goederen 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende goederen van een onderneming en op inkomsten uit onroerende goederen die worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een van de Staten zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden indien een onderneming van een van de Staten in de andere Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten waaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders 4 Voorzover het in een van de Staten gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 5 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 7 Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van deze Overeenkomst worden behandeld worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel Artikel 8 Zeevaart en luchtvaart 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een van de Staten uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts in die Staat belastbaar 2 Deze voordelen mogen echter ook in de andere Staat worden belast indien de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming in die andere Staat is gelegen 3 Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid omvatten voordelen verkregen uit de exploitatie in internationaal verkeer van schepen of luchtvaartuigen mede voordelen die daarmede bijkomstig verband houden zoals voordelen die door een binnenlandse of internationale vervoerder worden verkregen uit de verhuur van schepen of luchtvaartuigen op basis van verhuur zonder bemanning als gevolg van tijdelijk beschikbare vervoerscapaciteit 4 Indien de plaats van de werkelijke leiding van een scheepvaartonderneming zich aan boord van een schip bevindt wordt deze plaats geacht te zijn gelegen in de Staat waarin de thuishaven van het schip is gelegen of indien er geen thuishaven is in de Staat waarvan de exploitant van het schip inwoner is 5 De bepalingen van het eerste tot en met het vierde lid vinden overeenkomstige toepassing ten aanzien van voordelen verkregen uit de exploitatie van schepen die worden gebezigd voor de visserij in volle zee 6 De bepalingen van het eerste tweede derde en vijfde lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpoolâ een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal geà xploiteerd agentschap Artikel 9 Gelieerde ondernemingen Indien a een onderneming van een van de Staten onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een van de Staten en een onderneming van de andere Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast Het is echter wel verstaan dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten zoals â žcostsharingâ overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten voor of gebaseerd op de toerekening van de kosten van de leiding de algemene beheerskosten de technische en zakelijke kosten kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in de voorgaande zin Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een van de Staten aan een inwoner van de andere Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaald inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden is mag de aldus geheven belasting 15 percent van het brutobedrag van de dividenden niet overschrijden 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid mag de Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is geen belasting heffen op dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een lichaam niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma is dat inwoner is van de andere Staat en onmiddellijk ten minste 25 percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt 4 Niettegenstaande het derde lid mag indien en zolang als in een van de Staten het tarief van de belasting geheven van uitgedeelde vennootschapswinsten lager is dan het tarief van de belasting geheven van niet uitgedeelde vennootschapswinsten en het verschil tussen beide tarieven 10 punten of meer bedraagt elk van de Staten een belasting heffen op dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een van de Staten aan een lichaam niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma dat inwoner is van de andere Staat en onmiddellijk ten minste 25 percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt De op deze wijze geheven belasting mag echter niet overschrijden a 5 percent van het brutobedrag ervan indien het hiervoren bedoelde verschil 15 punten of minder bedraagt b 10 percent van het brutobedrag ervan indien het hiervoren bedoelde verschil meer dan 15 punten bedraagt Indien in een van de Staten het hiervoren bedoelde verschil meer bedraagt dan 20 punten mag die Staat een belasting heffen op dividenden die niet mag uitgaan boven 15 percent van het brutobedrag ervan 5 De bepalingen van het tweede derde en vierde lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 6 De uitdrukking â ždividendenâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen mijnaandelen oprichtersaandelen of andere rechten die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen Wat Nederland betreft omvat de uitdrukking eveneens inkomsten uit winstdelende obligaties 7 De bepalingen van het eerste tweede derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een van de Staten in de andere Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 8 Indien een lichaam dat inwoner is van een van de Staten voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een van de Staten en betaald aan een inwoner van de andere Staat is slechts in die andere Staat belastbaar indien die inwoner de uiteindelijk gerechtigde is tot de interest 2 De uitdrukking â žinterestâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen Deze uitdrukking omvat echter niet de inkomsten die in artikel 10 zijn behandeld In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt 3 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een van de Staten in de andere Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 4 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst Artikel 12 Royalty s 1 Royalty s afkomstig uit een van de Staten en betaald aan een inwoner van de andere Staat zijn slechts in die andere Staat belastbaar indien die inwoner de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s is 2 De uitdrukking â žroyalty sâ zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap waaronder begrepen bioscoopfilms en films of geluidsbanden voor radio en televisie van een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze dan wel voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van nijverheids en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 3 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s die inwoner is van een van de Staten in de andere Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 4 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde royalty s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een van de Staten uit de vervreemding van onroerende goederen zoals bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een van de Staten in de andere Staat heeft of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een van de Staten in de andere Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting alleen of met de gehele onderneming of van het vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid a zijn voordelen verkregen door een inwoner van een van de Staten uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen geà xploiteerd in internationaal verkeer alsmede van schepen gebezigd voor de visserij in volle zee en van roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen slechts in die Staat belastbaar b mogen deze voordelen echter ook in de andere Staat worden belast indien de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming in die andere Staat is gelegen De bepalingen van artikel 8 vierde lid vinden hierbij toepassing 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere zaken dan die bedoeld in het eerste tweede en derde lid zijn slechts belastbaar in de Staat waarvan de vervreemder inwoner is 5 De bepalingen van het vierde lid tasten niet aan het recht van elk van de Staten overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen op voordelen die worden verkregen uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen deel uitmakende van een aanmerkelijk belang in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en dat inwoner is van die Staat mits a de activa van de onderneming geheel of voornamelijk bestaan uit onroerende goederen die in die Staat zijn gelegen of b de voordelen worden verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere Staat en die in de loop van de laatste vijf jaar voorafgaande aan de vervreemding van de aandelen of winstbewijzen inwoner van de eerstbedoelde Staat is geweest Artikel 14 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een persoon niet zijnde een lichaam die inwoner is van een van de Staten in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij hij in de andere Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt Indien hij over zulk een vast middelpunt beschikt mogen de voordelen in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegerekend Een inwoner van een van de Staten die in die andere Staat zulk een vrij beroep uitoefent of andere werkzaamheden van zelfstandige aard verricht wordt geacht in die andere Staat over zulk een vast middelpunt te beschikken indien hij in die andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van 12 maanden een totaal van 183 dagen te boven gaan 2 De uitdrukking â žvrij beroepâ omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Niet zelfstandige arbeid 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 16 17 18 en 19 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een van de Staten terzake van een in de andere Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van 12 maanden een totaal van 183 dagen niet te boven gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die inwoner is van de Staat waarvan de genieter inwoner is en wiens bedrijfsactiviteiten niet geheel of nagenoeg geheel bestaan uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig in internationaal verkeer of aan boord van schepen die worden gebezigd voor de visserij in volle zee slechts in die Staat belastbaar Artikel 16 â žDirecteursbeloningen â 1 Directeursbeloningen directors fees of dergelijke beloningen verkregen door een inwoner van Nederland in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer of van een dergelijk college van een lichaam dat inwoner is van Noorwegen mogen in Noorwegen worden belast 2 Directeursbeloningen directors fees of andere beloningen verkregen door een inwoner van Noorwegen in zijn hoedanigheid van bestuurder of commissaris van een lichaam dat inwoner is van Nederland mogen in Nederland worden belast 3 Indien de in het eerste of tweede lid bedoelde beloningen verkregen worden door een persoon die werkzaamheden van regelmatige en wezenlijke aard verricht in een vaste inrichting welke gevestigd is in de Staat die niet de Staat is waarvan het lichaam inwoner is en de beloningen aftrekbaar zijn bij het bepalen van de belastbare winst van die vaste inrichting zijn de beloningen voor zover zij aldus aftrekbaar zijn niettegenstaande de bepalingen van het eerste of tweede lid van dit artikel slechts belastbaar in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd Artikel 17 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een van de Staten als artiest zoals een toneelspeler film radio of televisieartiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 14 en 15 worden belast in de Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht 3 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op inkomsten verkregen uit werkzaamheden die in een van de Staten worden verricht door artiesten of sportbeoefenaars indien het bezoek aan die Staat in hoofdzaak wordt betaald uit openbare fondsen van de andere Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan In een zodanig geval zijn de inkomsten slechts belastbaar in de Staat waarvan de artiest of sportbeoefenaar inwoner is Artikel 18 Pensioenen en lijfrenten 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 19 tweede lid zijn pensioenen of andere soortgelijke beloningen ter zake van een vroegere dienstbetrekking alsmede lijfrenten betaald aan een inwoner van een van de Staten slechts in die Staat belastbaar 2 Indien deze beloningen echter geen periodiek karakter dragen en worden betaald ter zake van een vroegere dienstbetrekking in de andere Staat mogen de beloningen in die andere Staat worden belast 3 De uitdrukking â žlijfrenteâ betekent een vaste som periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen hetzij gedurende het leven hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat 4 Pensioenen uitbetaald krachtens de bepalingen van een publiekrechtelijke regeling inzake sociale zekerheid van een van de Staten aan een inwoner van de andere Staat zijn slechts in de laatstbedoelde Staat belastbaar Artikel 19 Overheidsfuncties 1 a Beloningen niet zijnde pensioenen betaald door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam in de uitoefening van overheidsfuncties mogen in die Staat worden belast b Deze beloningen zijn echter slechts in de andere Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner is van die Staat die 1 onderdaan is van die Staat of 2 niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd 2 a Pensioenen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam in de uitoefening van overheidsfuncties mogen in die Staat worden belast b Deze pensioenen zijn echter slechts in de andere Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat 3 De bepalingen van de artikelen 15 16 en 18 zijn van toepassing op beloningen en pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan Artikel 20 Studenten Betalingen die een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die inwoner is of onmiddellijk voor zijn bezoek aan een van de Staten inwoner was van de andere Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstbedoelde Staat verblijft ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud studie of opleiding zijn in die Staat niet belastbaar mits deze betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die Staat Artikel 21 Overige inkomsten 1 Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een van de Staten van waaruit ook afkomstig die niet in de voorgaande artikelen van deze Overeenkomst zijn behandeld zijn slechts in die Staat belastbaar 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten niet zijnde inkomsten uit onroerende goederen zoals omschreven in artikel 6 tweede lid indien de genieter van die inkomsten die inwoner is van een van de Staten in de andere Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing HOOFDSTUK IV BELASTINGHEFFING NAAR HET VERMOGEN Artikel 22 Vermogen 1 Vermogen bestaande uit onroerende goederen zoals bedoeld in artikel 6 dat een inwoner van een van de Staten bezit en dat is gelegen in de andere Staat mag in die andere Staat worden belast 2 Vermogen bestaande uit roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een van de Staten in de andere Staat heeft of uit roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een van de Staten in de andere Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid mag in die andere Staat worden belast 3 Niettegenstaande de bepaling van het tweede lid a zijn schepen en luchtvaartuigen geà xploiteerd in internationaal verkeer alsmede schepen gebezigd voor de visserij in volle zee en roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen slechts belastbaar in de Staat waarvan de exploitant inwoner is b mogen deze schepen en luchtvaartuigen en roerende goederen echter ook in de andere Staat worden belast indien de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming in die andere Staat is gelegen De bepalingen van artikel 8 vierde lid vinden hierbij toepassing 4 Alle andere bestanddelen van het vermogen van een inwoner van een van de Staten zijn slechts in die Staat belastbaar HOOFDSTUK V VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING Artikel 23 1 Elk van de Staten is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven de bestanddelen van het inkomen of het vermogen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst in de andere Staat mogen worden belast 2 a Indien een inwoner van Noorwegen voordelen en inkomsten verkrijgt of vermogensbestanddelen bezit die overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst in Nederland mogen worden belast verleent Noorwegen een vermindering op de inkomstenbelasting of vermogensbelasting van die persoon tot een bedrag dat gelijk is aan de in Nederland betaalde belasting Zulk een vermindering overschrijdt echter niet dat deel van de Noorse belasting zoals deze is berekend vóór het verlenen van de vermindering dat kan worden toegerekend aan de voordelen en inkomsten verkregen uit de vermogensbestanddelen in Nederland Voor de toepassing van dit lid worden bij de vaststelling van de Nederlandse belasting de investeringsbijdragen en toeslagen en de desinvesteringsbijtellingen als bedoeld in de Nederlandse Wet investeringsrekening niet in aanmerking genomen Voor de toepassing van dit lid worden de belastingen niet zijnde de vermogensbelasting waarnaar wordt verwezen in artikel 2 derde lid onderdeel b en vierde lid beschouwd als belastingen naar het inkomen b Niettegenstaande de bepalingen van onderdeel a zijn dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van Nederland aan een lichaam dat inwoner is van Noorwegen vrijgesteld van Noorse belasting mits de dividenden overeenkomstig de wetgeving van Noorwegen van belasting zouden zijn vrijgesteld indien beide lichamen Noorse lichamen waren geweest en voorts met dien verstande dat voor zover het bedrag van de dividenden door een lichaam dat inwoner is van Nederland over een belastingjaar vastgesteld dividenden vertegenwoordigt die dat lichaam rechtstreeks of door een andere rechtspersoon in hetzelfde of in een vroeger belastingjaar heeft ontvangen op aandelen van een lichaam dat inwoner is van een derde Staat de vrijstelling van Noorse belasting slechts wordt verleend voor zover de dividenden ontvangen op aandelen van het lichaam dat inwoner is van die derde Staat in Nederland aan vennootschapsbelasting onderworpen zijn geweest of indien dit niet het geval is voor zover de dividenden van Noorse belasting zouden zijn vrijgesteld indien het Noorse lichaam de aandelen rechtstreeks had bezeten 3 a Indien een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt of vermogensbestanddelen bezit die volgens artikel 6 artikel 7 artikel 8 tweede lid artikel 10 zevende lid artikel 11 derde lid artikel 12 derde lid artikel 13 eerste tweede en derde lid onderdeel b artikel 14 artikel 15 eerste lid artikel 16 artikel 19 eerste lid onderdeel a artikel 21 tweede lid en artikel 22 eerste tweede en derde lid onderdeel b van deze Overeenkomst in Noorwegen mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen stelt Nederland deze bestanddelen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting Te dien einde worden genoemde bestanddelen geacht te zijn begrepen in het totale bedrag van de bestanddelen van het inkomen of het vermogen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld b Nederland verleent voorts een aftrek op de Nederlandse belasting voor die bestanddelen van het inkomen die volgens artikel 10 tweede lid artikel 13 vijfde lid artikel 17 artikel 18 tweede lid en artikel 19 tweede lid onderdeel a van deze Overeenkomst in Noorwegen mogen worden belast in zoverre deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen Het bedrag van deze aftrek is gelijk aan de in Noorwegen over deze bestanddelen van het inkomen betaalde belasting maar bedraagt niet meer dan het bedrag van de vermindering die zou zijn verleend indien de aldus in het inkomen begrepen bestanddelen van het inkomen de enige bestanddelen van het inkomen zouden zijn geweest die uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/noorwegen-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive


  • Noorwegen Protocol (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    zijn bevoegde vertegenwoordiger 2 in Nederland de Minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger 2 Voor de toepassing van de Overeenkomst door een van de Staten heeft tenzij de context anders vereist elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is Artikel 4 Inwoner 1 Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking â žinwoner van een van de Statenâ iedere persoon die ingevolge de wetgeving van die Staat aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats verblijf plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die Staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in die Staat of van vermogen dat in die Staat is gelegen 2 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Staten is wordt zijn positie als volgt bepaald a hij wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn middelpunt van de levensbelangen b indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin hij gewoonlijk verblijft c indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is d indien hij onderdaan is van beide Staten of van geen van beide regelen de bevoegde autoriteiten van de Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming 3 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Staten is wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen Artikel 5 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking â žvaste inrichtingâ een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend 2 De uitdrukking â žvaste inrichtingâ omvat in het bijzonder a een plaats waar leiding wordt gegeven b een filiaal c een kantoor d een fabriek e een werkplaats en f een mijn een olie of gasbron een steengroeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen 3 Een bouwwerk alsmede constructie montage of installatiewerkzaamheden of de daarmee verband houdende werkzaamheden van toezichthoudende of adviserende aard vormen alleen dan een vaste inrichting indien de duur van zulk een bouwwerk of zulke werkzaamheden een tijdvak van 12 maanden overschrijdt 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking â žvaste inrichtingâ niet geacht te omvatten a het gebruik maken van inrichtingen uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor de opslag uitstalling of aflevering c het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor de bewerking of verwerking door een andere onderneming d het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft f het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor een combinatie van de in de onderdelen a tot en met e genoemde werkzaamheden mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 5 Indien een persoon niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zesde lid van toepassing is voor een onderneming werkzaam is en een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in een van de Staten gewoonlijk uitoefent wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid geacht in die Staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot die werkzaamheden genoemd in het vierde lid die indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken 6 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een van de Staten te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen 7 Alleen de omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een van de Staten een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere HOOFDSTUK III BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN Artikel 6 Inkomsten uit onroerende goederen 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een van de Staten uit onroerende goederen waaronder begrepen voordelen uit landbouwof bosbedrijven die in de andere Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende goederenâ heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Staat waarin de desbetreffende goederen zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de goederen die bij de onroerende goederen behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende goederen en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende goederen beschouwd 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende goederen 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende goederen van een onderneming en op inkomsten uit onroerende goederen die worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een van de Staten zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden indien een onderneming van een van de Staten in de andere Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten waaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders 4 Voorzover het in een van de Staten gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 5 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 7 Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van deze Overeenkomst worden behandeld worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel Artikel 8 Zeevaart en luchtvaart 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een van de Staten uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts in die Staat belastbaar 2 Deze voordelen mogen echter ook in de andere Staat worden belast indien de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming in die andere Staat is gelegen 3 Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid omvatten voordelen verkregen uit de exploitatie in internationaal verkeer van schepen of luchtvaartuigen mede voordelen die daarmede bijkomstig verband houden zoals voordelen die door een binnenlandse of internationale vervoerder worden verkregen uit de verhuur van schepen of luchtvaartuigen op basis van verhuur zonder bemanning als gevolg van tijdelijk beschikbare vervoerscapaciteit 4 Indien de plaats van de werkelijke leiding van een scheepvaartonderneming zich aan boord van een schip bevindt wordt deze plaats geacht te zijn gelegen in de Staat waarin de thuishaven van het schip is gelegen of indien er geen thuishaven is in de Staat waarvan de exploitant van het schip inwoner is 5 De bepalingen van het eerste tot en met het vierde lid vinden overeenkomstige toepassing ten aanzien van voordelen verkregen uit de exploitatie van schepen die worden gebezigd voor de visserij in volle zee 6 De bepalingen van het eerste tweede derde en vijfde lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpoolâ een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal geà xploiteerd agentschap Artikel 9 Gelieerde ondernemingen Indien a een onderneming van een van de Staten onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een van de Staten en een onderneming van de andere Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast Het is echter wel verstaan dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten zoals â žcostsharingâ overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten voor of gebaseerd op de toerekening van de kosten van de leiding de algemene beheerskosten de technische en zakelijke kosten kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in de voorgaande zin Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een van de Staten aan een inwoner van de andere Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaald inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden is mag de aldus geheven belasting 15 percent van het brutobedrag van de dividenden niet overschrijden 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid mag de Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is geen belasting heffen op dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een lichaam niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma is dat inwoner is van de andere Staat en onmiddellijk ten minste 25 percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt 4 Niettegenstaande het derde lid mag indien en zolang als in een van de Staten het tarief van de belasting geheven van uitgedeelde vennootschapswinsten lager is dan het tarief van de belasting geheven van niet uitgedeelde vennootschapswinsten en het verschil tussen beide tarieven 10 punten of meer bedraagt elk van de Staten een belasting heffen op dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een van de Staten aan een lichaam niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma dat inwoner is van de andere Staat en onmiddellijk ten minste 25 percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt De op deze wijze geheven belasting mag echter niet overschrijden a 5 percent van het brutobedrag ervan indien het hiervoren bedoelde verschil 15 punten of minder bedraagt b 10 percent van het brutobedrag ervan indien het hiervoren bedoelde verschil meer dan 15 punten bedraagt Indien in een van de Staten het hiervoren bedoelde verschil meer bedraagt dan 20 punten mag die Staat een belasting heffen op dividenden die niet mag uitgaan boven 15 percent van het brutobedrag ervan 5 De bepalingen van het tweede derde en vierde lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 6 De uitdrukking â ždividendenâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen mijnaandelen oprichtersaandelen of andere rechten die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen Wat Nederland betreft omvat de uitdrukking eveneens inkomsten uit winstdelende obligaties 7 De bepalingen van het eerste tweede derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een van de Staten in de andere Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 8 Indien een lichaam dat inwoner is van een van de Staten voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een van de Staten en betaald aan een inwoner van de andere Staat is slechts in die andere Staat belastbaar indien die inwoner de uiteindelijk gerechtigde is tot de interest 2 De uitdrukking â žinterestâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen Deze uitdrukking omvat echter niet de inkomsten die in artikel 10 zijn behandeld In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt 3 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een van de Staten in de andere Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 4 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst Artikel 12 Royalty s 1 Royalty s afkomstig uit een van de Staten en betaald aan een inwoner van de andere Staat zijn slechts in die andere Staat belastbaar indien die inwoner de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s is 2 De uitdrukking â žroyalty sâ zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap waaronder begrepen bioscoopfilms en films of geluidsbanden voor radio en televisie van een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze dan wel voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van nijverheids en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 3 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s die inwoner is van een van de Staten in de andere Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 4 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde royalty s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een van de Staten uit de vervreemding van onroerende goederen zoals bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een van de Staten in de andere Staat heeft of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een van de Staten in de andere Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting alleen of met de gehele onderneming of van het vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid a zijn voordelen verkregen door een inwoner van een van de Staten uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen geà xploiteerd in internationaal verkeer alsmede van schepen gebezigd voor de visserij in volle zee en van roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen slechts in die Staat belastbaar b mogen deze voordelen echter ook in de andere Staat worden belast indien de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming in die andere Staat is gelegen De bepalingen van artikel 8 vierde lid vinden hierbij toepassing 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere zaken dan die bedoeld in het eerste tweede en derde lid zijn slechts belastbaar in de Staat waarvan de vervreemder inwoner is 5 De bepalingen van het vierde lid tasten niet aan het recht van elk van de Staten overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen op voordelen die worden verkregen uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen deel uitmakende van een aanmerkelijk belang in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en dat inwoner is van die Staat mits a de activa van de onderneming geheel of voornamelijk bestaan uit onroerende goederen die in die Staat zijn gelegen of b de voordelen worden verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere Staat en die in de loop van de laatste vijf jaar voorafgaande aan de vervreemding van de aandelen of winstbewijzen inwoner van de eerstbedoelde Staat is geweest Artikel 14 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een persoon niet zijnde een lichaam die inwoner is van een van de Staten in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij hij in de andere Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt Indien hij over zulk een vast middelpunt beschikt mogen de voordelen in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegerekend Een inwoner van een van de Staten die in die andere Staat zulk een vrij beroep uitoefent of andere werkzaamheden van zelfstandige aard verricht wordt geacht in die andere Staat over zulk een vast middelpunt te beschikken indien hij in die andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van 12 maanden een totaal van 183 dagen te boven gaan 2 De uitdrukking â žvrij beroepâ omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Niet zelfstandige arbeid 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 16 17 18 en 19 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een van de Staten terzake van een in de andere Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van 12 maanden een totaal van 183 dagen niet te boven gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die inwoner is van de Staat waarvan de genieter inwoner is en wiens bedrijfsactiviteiten niet geheel of nagenoeg geheel bestaan uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig in internationaal verkeer of aan boord van schepen die worden gebezigd voor de visserij in volle zee slechts in die Staat belastbaar Artikel 16 â žDirecteursbeloningen â 1 Directeursbeloningen directors fees of dergelijke beloningen verkregen door een inwoner van Nederland in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer of van een dergelijk college van een lichaam dat inwoner is van Noorwegen mogen in Noorwegen worden belast 2 Directeursbeloningen directors fees of andere beloningen verkregen door een inwoner van Noorwegen in zijn hoedanigheid van bestuurder of commissaris van een lichaam dat inwoner is van Nederland mogen in Nederland worden belast 3 Indien de in het eerste of tweede lid bedoelde beloningen verkregen worden door een persoon die werkzaamheden van regelmatige en wezenlijke aard verricht in een vaste inrichting welke gevestigd is in de Staat die niet de Staat is waarvan het lichaam inwoner is en de beloningen aftrekbaar zijn bij het bepalen van de belastbare winst van die vaste inrichting zijn de beloningen voor zover zij aldus aftrekbaar zijn niettegenstaande de bepalingen van het eerste of tweede lid van dit artikel slechts belastbaar in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd Artikel 17 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een van de Staten als artiest zoals een toneelspeler film radio of televisieartiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 14 en 15 worden belast in de Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht 3 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op inkomsten verkregen uit werkzaamheden die in een van de Staten worden verricht door artiesten of sportbeoefenaars indien het bezoek aan die Staat in hoofdzaak wordt betaald uit openbare fondsen van de andere Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan In een zodanig geval zijn de inkomsten slechts belastbaar in de Staat waarvan de artiest of sportbeoefenaar inwoner is Artikel 18 Pensioenen en lijfrenten 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 19 tweede lid zijn pensioenen of andere soortgelijke beloningen ter zake van een vroegere dienstbetrekking alsmede lijfrenten betaald aan een inwoner van een van de Staten slechts in die Staat belastbaar 2 Indien deze beloningen echter geen periodiek karakter dragen en worden betaald ter zake van een vroegere dienstbetrekking in de andere Staat mogen de beloningen in die andere Staat worden belast 3 De uitdrukking â žlijfrenteâ betekent een vaste som periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen hetzij gedurende het leven hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat 4 Pensioenen uitbetaald krachtens de bepalingen van een publiekrechtelijke regeling inzake sociale zekerheid van een van de Staten aan een inwoner van de andere Staat zijn slechts in de laatstbedoelde Staat belastbaar Artikel 19 Overheidsfuncties 1 a Beloningen niet zijnde pensioenen betaald door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam in de uitoefening van overheidsfuncties mogen in die Staat worden belast b Deze beloningen zijn echter slechts in de andere Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner is van die Staat die 1 onderdaan is van die Staat of 2 niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd 2 a Pensioenen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam in de uitoefening van overheidsfuncties mogen in die Staat worden belast b Deze pensioenen zijn echter slechts in de andere Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat 3 De bepalingen van de artikelen 15 16 en 18 zijn van toepassing op beloningen en pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan Artikel 20 Studenten Betalingen die een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die inwoner is of onmiddellijk voor zijn bezoek aan een van de Staten inwoner was van de andere Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstbedoelde Staat verblijft ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud studie of opleiding zijn in die Staat niet belastbaar mits deze betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die Staat Artikel 21 Overige inkomsten 1 Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een van de Staten van waaruit ook afkomstig die niet in de voorgaande artikelen van deze Overeenkomst zijn behandeld zijn slechts in die Staat belastbaar 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten niet zijnde inkomsten uit onroerende goederen zoals omschreven in artikel 6 tweede lid indien de genieter van die inkomsten die inwoner is van een van de Staten in de andere Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing HOOFDSTUK IV BELASTINGHEFFING NAAR HET VERMOGEN Artikel 22 Vermogen 1 Vermogen bestaande uit onroerende goederen zoals bedoeld in artikel 6 dat een inwoner van een van de Staten bezit en dat is gelegen in de andere Staat mag in die andere Staat worden belast 2 Vermogen bestaande uit roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een van de Staten in de andere Staat heeft of uit roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een van de Staten in de andere Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid mag in die andere Staat worden belast 3 Niettegenstaande de bepaling van het tweede lid a zijn schepen en luchtvaartuigen geà xploiteerd in internationaal verkeer alsmede schepen gebezigd voor de visserij in volle zee en roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen slechts belastbaar in de Staat waarvan de exploitant inwoner is b mogen deze schepen en luchtvaartuigen en roerende goederen echter ook in de andere Staat worden belast indien de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming in die andere Staat is gelegen De bepalingen van artikel 8 vierde lid vinden hierbij toepassing 4 Alle andere bestanddelen van het vermogen van een inwoner van een van de Staten zijn slechts in die Staat belastbaar HOOFDSTUK V VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING Artikel 23 1 Elk van de Staten is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven de bestanddelen van het inkomen of het vermogen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst in de andere Staat mogen worden belast 2 a Indien een inwoner van Noorwegen voordelen en inkomsten verkrijgt of vermogensbestanddelen bezit die overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst in Nederland mogen worden belast verleent Noorwegen een vermindering op de inkomstenbelasting of vermogensbelasting van die persoon tot een bedrag dat gelijk is aan de in Nederland betaalde belasting Zulk een vermindering overschrijdt echter niet dat deel van de Noorse belasting zoals deze is berekend vóór het verlenen van de vermindering dat kan worden toegerekend aan de voordelen en inkomsten verkregen uit de vermogensbestanddelen in Nederland Voor de toepassing van dit lid worden bij de vaststelling van de Nederlandse belasting de investeringsbijdragen en toeslagen en de desinvesteringsbijtellingen als bedoeld in de Nederlandse Wet investeringsrekening niet in aanmerking genomen Voor de toepassing van dit lid worden de belastingen niet zijnde de vermogensbelasting waarnaar wordt verwezen in artikel 2 derde lid onderdeel b en vierde lid beschouwd als belastingen naar het inkomen b Niettegenstaande de bepalingen van onderdeel a zijn dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van Nederland aan een lichaam dat inwoner is van Noorwegen vrijgesteld van Noorse belasting mits de dividenden overeenkomstig de wetgeving van Noorwegen van belasting zouden zijn vrijgesteld indien beide lichamen Noorse lichamen waren geweest en voorts met dien verstande dat voor zover het bedrag van de dividenden door een lichaam dat inwoner is van Nederland over een belastingjaar vastgesteld dividenden vertegenwoordigt die dat lichaam rechtstreeks of door een andere rechtspersoon in hetzelfde of in een vroeger belastingjaar heeft ontvangen op aandelen van een lichaam dat inwoner is van een derde Staat de vrijstelling van Noorse belasting slechts wordt verleend voor zover de dividenden ontvangen op aandelen van het lichaam dat inwoner is van die derde Staat in Nederland aan vennootschapsbelasting onderworpen zijn geweest of indien dit niet het geval is voor zover de dividenden van Noorse belasting zouden zijn vrijgesteld indien het Noorse lichaam de aandelen rechtstreeks had bezeten 3 a Indien een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt of vermogensbestanddelen bezit die volgens artikel 6 artikel 7 artikel 8 tweede lid artikel 10 zevende lid artikel 11 derde lid artikel 12 derde lid artikel 13 eerste tweede en derde lid onderdeel b artikel 14 artikel 15 eerste lid artikel 16 artikel 19 eerste lid onderdeel a artikel 21 tweede lid en artikel 22 eerste tweede en derde lid onderdeel b van deze Overeenkomst in Noorwegen mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen stelt Nederland deze bestanddelen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting Te dien einde worden genoemde bestanddelen geacht te zijn begrepen in het totale bedrag van de bestanddelen van het inkomen of het vermogen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld b Nederland verleent voorts een aftrek op de Nederlandse belasting voor die bestanddelen van het inkomen die volgens artikel 10 tweede lid artikel 13 vijfde lid artikel 17 artikel 18 tweede lid en artikel 19 tweede lid onderdeel a van deze Overeenkomst in Noorwegen mogen worden belast in zoverre deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen Het bedrag van deze aftrek is gelijk aan de in Noorwegen over deze bestanddelen van het inkomen betaalde belasting maar bedraagt niet meer dan het bedrag van de vermindering die zou zijn verleend indien de aldus in het inkomen begrepen bestanddelen van het inkomen de enige bestanddelen van het inkomen zouden zijn geweest die uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/noorwegen-protocol-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Oekraïne (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    die indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken 6 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een Verdragsluitende Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen 7 De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere Artikel 6 Inkomsten uit onroerende zaken 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit onroerende zaken waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende zaken heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waarin de desbetreffende zaken zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de zaken die bij de onroerende zaken behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende zaken en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen binnenschepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende zaken beschouwd 3 De bepalingen van in het eerste lid van dit artikel zijn van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende zaken 4 De bepalingen van het eerste en derde lid van dit artikel zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende zaken van een onderneming en op inkomsten uit onroerende zaken die worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onverminderd de bepalingen van het derde lid van dit artikel worden indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Verdragsluitende Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de onderneming van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Verdragsluitende Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders Geen aftrek wordt echter toegestaan ter zake van bedragen met uitzondering van die wegens vergoeding van werkelijke kosten welke eventueel door de vaste inrichting aan het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren worden betaald als royalty s vergoedingen of andere soortgelijke betalingen voor het gebruik van octrooien of andere rechten of als commissieloon voor bepaalde diensten of voor het geven van leiding dan wel behalve in het geval van een onderneming die het bankbedrijf uitoefent als interest op gelden die aan de vaste inrichting zijn geleend Evenmin wordt bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting rekening gehouden met bedragen met uitzondering van die wegens vergoeding van werkelijke kosten welke door de vaste inrichting aan het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren in rekening worden gebracht als royalty s vergoedingen of andere soortgelijke betalingen voor het gebruik van octrooien of andere rechten of als commissieloon voor bepaalde diensten of voor het geven van leiding dan wel behalve in het geval van een onderneming die het bankbedrijf uitoefent als interest op gelden die aan het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren zijn geleend 4 Voor zover het in een Verdragsluitende Staat gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen in overeenstemming met zijn wetgeving te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid van dit artikel die Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 5 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van de aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden van dit artikel worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 7 Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld laten de bepalingen van dit artikel de bepalingen van die artikelen onverlet Artikel 8 Scheep en luchtvaart 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de exploitatie van schepen boten of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in die Staat 2 Voor de toepassing van dit artikel omvatten voordelen verkregen uit de exploitatie van schepen boten en luchtvaartuigen in internationaal verkeer mede a voordelen verkregen uit de verhuur van schepen boten en luchtvaartuigen op basis van verhuur zonder bemanning indien deze schepen boten en luchtvaartuigen worden geà xploiteerd in internationaal verkeer en b voordelen verkregen uit het gebruik het onderhoud of de verhuur van containers daaronder begrepen opleggers of aanhangwagens en daarmee verband houdende uitrusting voor het vervoer van containers gebezigd voor het vervoer van goederen of koopwaar indien deze huuropbrengsten of voordelen behaald uit dit gebruik dit onderhoud of deze verhuur naar gelang van het geval voortvloeien uit de voordelen behaald met de exploitatie van schepen boten en luchtvaartuigen in internationaal verkeer 3 De bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpool een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap Artikel 9 Gelieerde ondernemingen 1 Indien a een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast Het is echter wel te verstaan dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten zoals â žcostsharing overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten voor of gebaseerd op de toerekening van de kosten van de leiding de algemene beheerskosten de technische en zakelijke kosten kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in de voorgaande zin 2 Indien een Verdragsluitende Staat in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen begrijpt â en dienovereenkomstig belast â ter zake waarvan een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstgenoemde Staat zou hebben behaald indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen zal die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven dienovereenkomstig aanpassen Bij de vaststelling van deze aanpassing wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten zo nodig met elkaar overleg Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden is mag de aldus geheven belasting niet overschrijden a 5 percent van het brutobedrag van de dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde een lichaam is niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma dat onmiddellijk ten minste 20 percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt b 15 percent van het brutobedrag van de dividenden in alle andere gevallen 3 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en het tweede lid van dit artikel zijn dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat slechts belastbaar in de andere Verdragsluitende Staat in het geval dat de verkrijger zijnde de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een lichaam niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma is i dat onmiddellijk ten minste 50 percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt en mits een investering is gedaan van ten minste 300 000 Amerikaanse dollars of de tegenwaarde daarvan in de nationale valuta van de Verdragsluitende Staten in het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt of ii waarvan de investering in het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt wordt gegarandeerd of verzekerd door de Regering van de andere Verdragsluitende Staat de centrale bank van de andere Verdragsluitende Staat of door enig agentschap dat of enige instantie waaronder begrepen een financià le instelling die eigendom is van of wordt beheerst door die Regering 4 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede en derde lid van dit artikel 5 De bepalingen van het tweede en derde lid van dit artikel laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 6 De uitdrukking â ždividenden zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen mijnaandelen oprichtersaandelen of andere rechten met uitzondering van schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen 7 De bepalingen van het eerste tweede en derde lid van dit artikel zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van dit Verdrag van toepassing 8 Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mag in die andere Staat worden belast 2 Deze interest mag echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter van de interest de uiteindelijk gerechtigde tot de interest is mag de aldus geheven belasting niet overschrijden a twee percent van het brutobedrag van de interest in het geval van i interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald op leningen van welke soort dan ook verstrekt door een bank of enige andere financià le instelling van de andere Verdragsluitende Staat waaronder begrepen investeringsbanken en spaarbanken en verzekeringsmaatschappijen of ii interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald door de koper van machines en uitrusting aan de verkoper van de machines en uitrusting in verband met een verkoop op krediet b tien percent van het brutobedrag van de interest in alle andere gevallen 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid van dit artikel a is interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald ter zake van een obligatie schuldbewijs of andere soortgelijke verplichting van de Regering van die Staat de centrale bank van die Staat een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan vrijgesteld van belasting in die Staat b is interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald ter zake van een obligatie schuldbewijs of andere soortgelijke verplichting aan de Regering van de andere Verdragsluitende Staat de centrale bank van de andere Verdragsluitende Staat een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan vrijgesteld van belasting in de eerstgenoemde Staat en c is interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald ter zake van leningen gegarandeerd of verzekerd door de Regering van de andere Verdragsluitende Staat de centrale bank van de andere Verdragsluitende Staat of door enig agentschap dat of enige instantie waaronder begrepen een financià le instelling die eigendom is van of wordt beheerst door die Regering vrijgesteld van belasting in de eerstgenoemde Staat 4 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede en derde lid van dit artikel 5 De uitdrukking â žinterest zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen en met inbegrip van in rekening gebrachte boete voor te late betaling 6 De bepalingen van het eerste tweede en derde lid van dit artikel zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van dit Verdrag van toepassing 7 Interest wordt geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien de schuldenaar die Staat zelf een staatkundig onderdeel een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of een inwoner is van die Staat Indien evenwel de persoon die de interest betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald was aangegaan en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de Verdragsluitende Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 8 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag 9 De bepalingen van dit artikel blijven buiten toepassing indien de vordering ter zake waarvan de interest wordt betaald hoofdzakelijk in het leven geroepen of overgedragen was met het doel voordelen te trekken uit dit artikel Ingeval een Verdragsluitende Staat voornemens is dit lid toe te passen zal zijn bevoegde autoriteit van te voren met de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat overleggen Artikel 12 Royalty s 1 Royalty s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast indien die inwoner de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s is 2 Deze royalty s mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s is mag de aldus geheven belasting tien percent van het bruto bedrag van de vergoedingen als bedoeld in het vijfde lid letter a van dit artikel niet overschrijden 3 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn royalty s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien die inwoner de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s is en indien de royalty s vergoedingen zijn als bedoeld in het vijfde lid letter b van dit artikel 4 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede en derde lid van dit artikel 5 De uitdrukking â žroyalty s zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor a het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde of kunst waaronder begrepen bioscoopfilms en films of geluidsbanden voor radio of televisieuitzendingen en b het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van wetenschap een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 6 De bepalingen van het eerste tweede en derde lid van dit artikel zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van dit Verdrag van toepassing 7 Royalty s worden geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien zij worden betaald door die Staat zelf door een staatkundig onderdeel door een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de royalty s betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de verplichting tot het betalen van de royalty s was aangegaan en deze royalty s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt worden deze royalty s geacht afkomstig te zijn uit de Verdragsluitende Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 8 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de royalty s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag 9 De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing indien het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s verschuldigd zijn voornamelijk in het leven is geroepen of de bestemming heeft gekregen ten einde de voordelen van dit artikel te genieten Ingeval een Verdragsluitende Staat voornemens is dit lid toe te passen zal zijn bevoegde autoriteit van tevoren met de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat overleggen Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 van dit Verdrag en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van aandelen anders dan aandelen die genoteerd zijn aan een effectenbeurs of andere rechten in een lichaam dat inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is met inbegrip van een maatschap of een vennootschap onder firma die als een rechtspersoon wordt behandeld voor de belastingheffing in de Verdragsluitende Staat waarvan deze inwoner is waarvan de waarde van de aandelen of rechten hoofdzakelijk berust op in die andere Staat gelegen onroerende zaken mogen worden belast in die andere Staat Voor de toepassing van dit lid omvat de uitdrukking â žonroerende zaken niet de zaken die door dit lichaam enkel bij zijn werkzaamheden op het gebied van nijverheid handel of landbouw worden gebruikt of in de uitoefening van een vrij beroep worden gebruikt 3 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting alleen of met de gehele onderneming of van het vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen boten of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd door een onderneming van een Verdragsluitende Staat of van roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen boten luchtvaartuigen zijn slechts belastbaar in die Staat 5 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die bedoeld in het eerste tweede derde en vierde lid van dit artikel zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is 6 De bepalingen van het vijfde lid van dit artikel laten onverlet het recht van elk van de Verdragsluitende Staten overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen over voordelen die uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en dat volgens de wetgeving van die Staat inwoner is van die Staat worden verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat en die in de loop van de laatste vijf jaren voorafgaande aan de vervreemding van de aandelen of winstbewijzen inwoner van de eerstbedoelde Staat is geweest Artikel 14 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij hij in de andere Verdragsluitende Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt Indien hij over zulk een vast middelpunt beschikt mogen de voordelen in de andere Verdragsluitende Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegerekend 2 De uitdrukking â žvrij beroep omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Niet zelfstandige arbeid 1 Onverminderd de bepalingen van de artikelen 16 18 19 en 20 van dit Verdrag zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Verdragsluitende Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Verdragsluitende Staat heeft 3 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend in de andere Verdragsluitende Staat slechts belastbaar in de eerstgenoemde Staat indien de dienstbetrekking wordt uitgeoefend in samenhang met een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie of installatiewerkzaamheden of een installatie of een bouwsel gebruikt voor de exploratie van natuurlijke rijkdommen en de in samenhang met zulk een plaats van uitvoering van een bouwwerk constructie of installatiewerkzaamheden of zulk een installatie of bouwsel uitgeoefende werkzaamheden geacht worden niet te worden uitgeoefend door middel van een vaste inrichting overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 derde lid van dit Verdrag Deze bepaling zal slechts van toepassing zijn in het geval van natuurlijke personen die reeds in hun woonstaat in dienst van hun werkgever waren 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip boot of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geà xploiteerd slechts in die Staat belastbaar Artikel 16 Directeursbeloningen Directeursbeloningen of andere beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer van een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast Artikel 17 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 van dit Verdrag mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest zoals een toneelspeler film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 14 en 15 van dit Verdrag worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht 3 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn voordelen of inkomsten verkregen uit de werkzaamheden als omschreven in het eerste lid van dit artikel vrijgesteld van belasting in de Verdragsluitende Staat waarin deze werkzaamheden worden verricht indien het bezoek van de artiesten de musici of de sportbeoefenaars aan die Staat geheel of nagenoeg geheel wordt bekostigd uit de openbare middelen van de andere Verdragsluitende Staat een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan of indien deze werkzaamheden worden verricht in het kader van een culturele of sportovereenkomst tussen de Verdragsluitende Staten Artikel 18 Pensioenen lijfrenten en sociale zekerheidsuitkeringen 1 Behoudens de bepalingen van artikel 19 tweede lid van dit Verdrag zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking alsmede lijfrenten betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat slechts in die Staat belastbaar 2 Indien deze beloningen echter geen periodiek karakter dragen en worden betaald ter zake van een vroegere dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat of indien in plaats van het recht op lijfrenten een afkoopsom wordt betaald mogen de beloningen of deze afkoopsom in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn worden belast 3 Pensioenen en andere uitkeringen betaald krachtens de bepalingen van een sociaal zekerheidsstelsel van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in de eerstgenoemde Staat worden belast 4 De uitdrukking â žlijfrente betekent een vaste som periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen aan een natuurlijke persoon hetzij gedurende het leven hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat Artikel 19 Overheidsfuncties 1 a Beloningen niet zijnde pensioenen betaald door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijke lichaam zijn slechts belastbaar in die Staat b Deze beloningen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner is van die Staat die 1 staatsburger is van die Staat of 2 niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd 2 a Pensioenen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam zijn slechts in die Staat belastbaar b Deze pensioenen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en staatsburger is van die Staat 3 De bepalingen van de artikelen 15 16 en 18 van dit Verdrag zijn van toepassing op beloningen en pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan Artikel 20 Hoogleraren en docenten 1 Vergoedingen die een hoogleraar of docent die inwoner is van een Verdragsluitende Staat en die in de andere Verdragsluitende Staat verblijft met het doel gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaren onderwijs te geven of zich met wetenschappelijk onderzoek bezig te houden aan een erkende universiteit hogeschool of andere inrichting voor onderwijs of wetenschappelijk onderzoek in die andere Staat voor dat onderwijs of dat onderzoek ontvangt zijn slechts in de eerstgenoemde Staat belastbaar 2 Dit artikel is niet van toepassing op inkomsten uit het verrichten van wetenschappelijk onderzoek indien dit onderzoek niet wordt verricht in het algemeen belang maar in de eerste plaats voor het persoonlijke nut van een bepaalde persoon of bepaalde personen Artikel 21 Studenten 1 Betalingen die een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die inwoner is of onmiddellijk voor zijn bezoek aan een Verdragsluitende Staat inwoner was van de andere Verdragsluitende Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstgenoemde Staat verblijft ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud studie of opleiding zijn in die Staat niet belastbaar mits deze betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die Staat 2 Een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die inwoner is of onmiddellijk voor zijn bezoek aan een Verdragsluitende Staat inwoner was van de andere Verdragsluitende Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstgenoemde Staat verblijft wordt in de eerstgenoemde Staat niet belast ter zake van de inkomsten die hij behaalt met activiteiten uitgeoefend in die Staat a in het geval van een student gedurende het tijdvak dat nodig is om zijn studie te voltooien maar niet langer dan vijf opeenvolgende jaren te rekenen vanaf de datum waarop hij aankomt in die Staat en voor ieder betrokken jaar voor een bedrag dat niet overschrijdt i in het geval van Nederland 5 000 Nederlandse guldens en ii in het geval van Oekraà ne het bedrag dat noodzakelijk is voor zijn onderhoud studie of opleiding b in het geval van een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon gedurende een tijdvak van twaalf maanden dat aanvangt vanaf de maand waarop hij in die Staat aankomt en voor een bedrag dat niet overschrijdt i in het geval van Nederland 10 000 Nederlandse guldens en ii in het geval van Oekraà ne het bedrag dat noodzakelijk is voor zijn onderhoud studie of opleiding Artikel 22 Overige inkomsten 1 Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat van waaruit ook afkomstig die niet in de voorgaande artikelen van dit Verdrag zijn behandeld zijn slechts in die Staat belastbaar 2 De bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn niet van toepassing op inkomsten niet zijnde inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in artikel 6 tweede lid van dit Verdrag indien de genieter van die inkomsten die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van dit Verdrag van toepassing Artikel 23 Vermogen 1 Vermogen bestaande uit onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 van dit Verdrag dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat bezit en dat is gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mag in die andere Staat worden belast 2 Vermogen bestaande uit roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of uit roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/oekraine-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Oezbekistan (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    â žeen Verdragsluitende Staat het Koninkrijk der Nederlanden Nederland of de Republiek Oezbekistan Oezbekistan al naar de context vereist betekent de uitdrukking â žVerdragsluitende Staten het Koninkrijk der Nederlanden Nederland en de Republiek Oezbekistan Oezbekistan b betekent de uitdrukking â žNederland het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten de territoriale zee waarbinnen Nederland in overeenstemming met het internationale recht rechtsbevoegdheid heeft of soevereine rechten uitoefent met betrekking tot de zeebodem de ondergrond daarvan en daarboven gelegen wateren en hun natuurlijke rijkdommen c betekent de uitdrukking â žOezbekistan de Republiek Oezbekistan met inbegrip van elk gebied dat in overeenstemming met het internationale recht krachtens de wetgeving van Oezbekistan is of zal worden aangemerkt als een gebied waarbinnen de rechten van Oezbekistan met betrekking tot de ondergrond en de natuurlijke rijkdommen daarvan kunnen worden uitgeoefend d omvat de uitdrukking â žpersoon een natuurlijke persoon een lichaam en elke andere vereniging van personen e betekent de uitdrukking â žlichaam elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld f betekenen de uitdrukkingen â žonderneming van een Verdragsluitende Staat en â žonderneming van de andere Verdragsluitende Staat onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een Verdragsluitende Staat en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat g betekent de uitdrukking â žinternationaal verkeer alle vervoer met een schip luchtvaartuig of spoorwegvoertuig geà xploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van de werkelijke leiding in een Verdragsluitende Staat is gelegen behalve wanneer het schip vliegtuig of spoorwegvoertuig uitsluitend wordt geà xploiteerd tussen plaatsen die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen h betekent de uitdrukking â žonderdanen i elke natuurlijke persoon die de nationaliteit of het staatsburgerschap van een Verdragsluitende Staat bezit ii elke rechtspersoon vennootschap of vereniging die zijn rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in een Verdragsluitende Staat van kracht is i betekent de uitdrukking â žbevoegde autoriteit i in Nederland de Minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger ii in Oezbekistan het hoofd van het Staats Belasting Comità of zijn bevoegde vertegenwoordiger 2 Voor de toepassing van het Verdrag op enig moment door een Verdragsluitende Staat heeft tenzij de context anders vereist elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat moment heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die Staat prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die Staat aan de uitdrukking wordt gegeven Artikel 4 Inwoner 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žinwoner van een Verdragsluitende Staat iedere persoon die ingevolge de wetgeving van die Staat aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats verblijf plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid en met inbegrip van die Staat en een staatkundig of regionaal administratief onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die Staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in die Staat of van vermogen dat in die Staat is gelegen 2 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt zijn positie als volgt bepaald a hij wordt geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waar hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn middelpunt van de levensbelangen b indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waar hij gewoonlijk verblijft c indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is d indien hij onderdaan is van beide Staten of van geen van beide regelen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming 3 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waar de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen 4 Een pensioenfonds dat als zodanig erkend is in een Verdragsluitende Staat en waarvan het inkomen in het algemeen is vrijgesteld van belasting in die Staat wordt beschouwd als een inwoner van die Staat Als een erkend pensioenfonds van een Verdragsluitende Staat wordt aangemerkt elk pensioenfonds dat volgens wettelijke bepalingen van die Staat erkend is en onder toezicht staat Artikel 5 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žvaste inrichting een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend 2 De uitdrukking â žvaste inrichting omvat in het bijzonder a een plaats waar leiding wordt gegeven b een filiaal c een kantoor d een fabriek e een werkplaats en f een mijn een olie of gasbron een steen groeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen 3 De plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie of installatiewerkzaamheden vormt alleen een vaste inrichting indien de duur ervan twaalf maanden overschrijdt 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking â žvaste inrichting niet geacht te omvatten a het gebruik maken van inrichtingen uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering c het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming d het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft f het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor een combinatie van de in de letters a tot en met e genoemde werkzaamheden mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 5 Indien een persoon â niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zesde lid van toepassing is â voor een onderneming werkzaam is en een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in een Verdragsluitende Staat gewoonlijk uitoefent wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid geacht in die Staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot de werkzaamheden genoemd in het vierde lid die indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken 6 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een Verdragsluitende Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen 7 De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere HOOFDSTUK III BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN Artikel 6 Inkomsten uit onroerende zaken 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit onroerende zaken waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende zaken heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waarin de desbetreffende zaken zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de zaken die bij de onroerende zaken behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende zaken en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen boten luchtvaartuigen en spoorwegvoertuigen worden niet als onroerende zaken beschouwd 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of het verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende zaken 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende zaken van een onderneming en op inkomsten uit onroerende zaken die worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onverminderd de bepalingen van het derde lid worden indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Verdragsluitende Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders 4 Voor zover het in een Verdragsluitende Staat gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Verdragsluitende Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 5 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van de aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 7 Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld laten de bepalingen van dit artikel de bepalingen van die artikelen onverlet Artikel 8 Internationaal vervoer 1 Voordelen uit de exploitatie van schepen luchtvaartuigen of spoorwegvoertuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 2 Voor de toepassing van dit artikel omvatten voordelen verkregen uit de exploitatie in internationaal verkeer van schepen en luchtvaartuigen mede voordelen behaald met de verhuur op basis van verhuur zonder bemanning van schepen en luchtvaartuigen geà xploiteerd in het internationale verkeer indien deze voordelen voortvloeien uit de voordelen omschreven in het eerste lid 3 De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpool een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap Artikel 9 Gelieerde ondernemingen 1 Indien a een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast Het is echter wel te verstaan dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten zoals â žcostsharing overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten voor of gebaseerd op de toerekening van de kosten van de leiding de algemene beheerskosten de technische en zakelijke kosten kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in de voorgaande zin 2 Indien een Verdragsluitende Staat in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen begrijpt â en dienovereenkomstig belast â ter zake waarvan een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstbedoelde Staat zou hebben behaald indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen zal die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven dienovereenkomstig aanpassen Bij de vaststelling van deze aanpassing wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten zo nodig met elkaar overleg Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mag de aldus geheven belasting niet overschrijden a 5 percent van het brutobedrag van de dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde een lichaam is dat onmiddellijk ten minste 25 percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt b 15 percent van het brutobedrag van de dividenden in alle andere gevallen De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van dit lid De bepalingen van dit lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 3 De uitdrukking â ždividenden zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen mijnaandelen oprichtersaandelen of andere rechten die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst en inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen 4 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 5 Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mag in die andere Staat worden belast indien die inwoner de uiteindelijk gerechtigde tot de interest is 2 Deze interest mag echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mag de aldus geheven belasting 10 percent van het bruto bedrag van de interest niet overschrijden De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van dit lid 3 De uitdrukking â žinterest zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek doch niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt 4 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 5 Interest wordt geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien zij wordt betaald door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de interest betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald was aangegaan en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 6 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 12 Royalty s 1 Royalty s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast indien die inwoner de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s is 2 Deze royalty s mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s een inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mag de aldus geheven belasting 10 percent van het brutobedrag van de royalty s niet overschrijden De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van dit lid 3 De uitdrukking â žroyalty s zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap waaronder begrepen bioscoopfilms een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 4 De bepalingen van het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 5 Royalty s worden geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien zij worden betaald door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de royalty s betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de verplichting tot het betalen van de royalty s was aangegaan en deze royalty s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt worden deze royalty s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 6 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde royalty s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting alleen of met de gehele onderneming of van het vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 3 Voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen luchtvaartuigen of spoorwegvoertuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd of van roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen luchtvaartuigen of spoorwegvoertuigen zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die bedoeld in het eerste tweede en derde lid zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is 5 De bepalingen van het vierde lid laten onverlet het recht van elk van de Verdragsluitende Staten overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen over voordelen die uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en dat volgens de wetgeving van die Staat inwoner is van die Staat worden verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat en die in de loop van de laatste tien jaren voorafgaande aan de vervreemding van de aandelen of winstbewijzen inwoner van de eerstbedoelde Staat is geweest Artikel 14 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij hij in de andere Verdragsluitende Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt Indien hij over zulk een vast middelpunt beschikt mogen de voordelen in de andere Verdragsluitende Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegerekend 2 De uitdrukking â žvrij beroep omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Niet zelfstandige arbeid 1 Onverminderd de bepalingen van de artikelen 16 18 19 en 20 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van 12 maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip luchtvaartuig of spoorwegvoertuig dat in internationaal verkeer wordt geà xploiteerd slechts in die Staat belastbaar Artikel 16 Directeursbeloningen Directeursbeloningen of andere beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer van â žbestuurder of van â žcommissaris van een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast Artikel 17 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest zoals een toneelspeler een film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 14 en 15 worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht 3 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn voordelen of inkomsten verkregen uit de werkzaamheden als omschreven in het eerste lid van dit artikel vrijgesteld van belasting in de Verdragsluitende Staat waarin deze werkzaamheden worden verricht indien het bezoek van de artiesten de musici of de sportbeoefenaars aan die Staat geheel of nagenoeg geheel wordt bekostigd uit de openbare middelen van de andere Verdragsluitende Staat een staatkundig of regionaal administratief onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan of indien deze werkzaamheden worden verricht in het kader van een culturele of sportovereenkomst tussen de Verdragsluitende Staten Artikel 18 Pensioenen lijfrenten en sociale zekerheidsuitkeringen 1 Onverminderd de bepalingen van artikel 19 tweede lid zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking alsmede lijfrenten slechts in die Staat belastbaar 2 Indien deze beloningen echter geen periodiek karakter dragen en worden betaald ter zake van een vroegere dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat of indien in plaats van het recht op lijfrenten een afkoopsom wordt betaald mogen de beloningen of deze afkoopsom in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn worden belast 3 Pensioenen en andere betalingen krachtens de bepalingen van een sociaal zekerheidsstelsel van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in de eerstgenoemde Staat worden belast 4 De uitdrukking â žlijfrente betekent een vaste som periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen hetzij gedurende het leven hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat Artikel 19 Overheidsfuncties 1 a Salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen niet zijnde pensioenen betaald door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig of regionaal administratief onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam mogen in die Staat worden belast b Deze salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner is van die Staat die i onderdaan is van die Staat of ii niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd 2 a Pensioenen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig of regionaal administratief onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam mogen in die Staat worden belast b Deze pensioenen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat 3 De bepalingen van de artikelen 15 16 17 en 18 zijn van toepassing op salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen en op pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig of regionaal administratief onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan Artikel 20 Hoogleraren en docenten 1 Vergoedingen die een hoogleraar of docent die inwoner is van een Verdragsluitende Staat en die in de andere Verdragsluitende Staat verblijft met het doel gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar onderwijs te geven of zich met wetenschappelijk onderzoek bezig te houden aan een universiteit hogeschool of andere inrichting voor onderwijs of wetenschappelijk onderzoek in die andere Staat voor dat onderwijs of dat onderzoek ontvangt zijn slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar 2 Dit artikel is niet van toepassing op inkomsten uit het verrichten van wetenschappelijk onderzoek indien dit onderzoek niet wordt verricht in het algemeen belang maar in de eerste plaats voor het persoonlijke nut van een bepaalde persoon of bepaalde personen Artikel 21 Studenten Betalingen die een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die inwoner is of onmiddellijk voor zijn bezoek aan een Verdragsluitende Staat inwoner was van de andere Verdragsluitende Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstgenoemde Staat verblijft ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud studie of opleiding zijn in die Staat niet belastbaar mits deze betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die Staat Artikel 22 Overige inkomsten 1 BestanddeIen van het inkomen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat van waaruit ook afkomstig die niet in de voorgaande artikelen van dit Verdrag zijn behandeld zijn slechts in die Staat belastbaar 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten niet zijnde inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in artikel 6 tweede lid indien de genieter van die inkomsten die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing HOOFDSTUK IV BELASTINGHEFFING NAAR HET VERMOGEN Artikel 23 Vermogen 1 Vermogen bestaande uit onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat bezit en dat is gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mag in die andere Staat worden belast 2 Vermogen bestaande uit roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of uit roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid mag in die andere Staat worden belast 3 Vermogen bestaande uit schepen luchtvaartuigen en spoorwegvoertuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd alsmede uit roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen luchtvaartuigen en spoorwegvoertuigen is slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 4 Alle andere bestanddelen van het vermogen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar HOOFDSTUK V VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING Artikel 24 Vermijding van dubbele belasting 1 Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven de bestanddelen van het inkomen of het vermogen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Oezbekistan mogen worden belast 2 Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens artikel 6 artikel 7 artikel 10 vierde lid artikel 11 vierde lid artikel 12 vierde lid artikel 13 eerste en tweede lid artikel 14 artikel 15 eerste lid artikel 18 derde lid artikel 19 eerste lid onderdeel a en tweede lid onderdeel a en artikel 22 tweede lid van dit Verdrag in Oezbekistan mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen stelt Nederland deze inkomensbestanddelen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting Te dien einde worden genoemde inkomensbestanddelen geacht te zijn begrepen in het totale bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld 3 Nederland verleent voorts een aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor de bestanddelen van het inkomen of het vermogen die volgens artikel 10 tweede lid artikel

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/oezbekistan-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Oman (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    de territoriale wateren waar het Sultanaat Oman in overeenstemming met het internationale recht en de wetgeving van het Sultanaat Oman soevereine rechten uitoefent met betrekking tot de exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen van de zeebodem de ondergrond daarvan en de bovengelegen wateren d omvat de uitdrukking â žpersoonâ een natuurlijke persoon een lichaam en elke andere vereniging van personen e betekent de uitdrukking â žlichaamâ elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld f betekenen de uitdrukkingen â žonderneming van een Verdragsluitende Staatâ en â žonderneming van de andere Verdragsluitende Staatâ onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een Verdragsluitende Staat en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat g betekent de uitdrukking â žinternationaal verkeerâ alle vervoer met een schip of luchtvaartuig geà xploiteerd door een onderneming van een Verdragsluitende Staat behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geà xploiteerd tussen plaatsen die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen h betekent de uitdrukking â žbevoegde autoriteitâ i in het geval van Nederland de minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger ii in het geval van het Sultanaat Oman de minister van Nationale Economische Zaken en het hoofd van het ministerie van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger i betekent de uitdrukking â žonderdaanâ i elke natuurlijke persoon die de nationaliteit van een Verdragsluitende Staat bezit ii elke rechtspersoon maatschap of vereniging die zijn of haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in een Verdragsluitende Staat van kracht is 2 Voor de toepassing van het Verdrag door een Verdragsluitende Staat op enig moment heeft tenzij de context anders vereist elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat moment heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die Staat prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die Staat aan die uitdrukking wordt gegeven Artikel 4 Inwoner 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žinwoner van een Verdragsluitende Staatâ iedere persoon die ingevolge de wetgeving van die Staat aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats verblijf plaats van leiding plaats van inschrijving of enige andere soortgelijke omstandigheid en omvat tevens de Staat zelf en elk staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die Staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in die Staat 2 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt zijn positie als volgt bepaald a hij wordt geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn middelpunt van de levensbelangen b indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waarin hij gewoonlijk verblijft c indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is d indien de positie van een inwoner niet kan worden bepaald overeenkomstig de volgorde van het bepaalde in de onderdelen a b en c regelen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten de aangelegenheid in onderling overleg 3 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen Indien de plaats van werkelijke leiding niet kan worden bepaald regelen de bevoegde autoriteiten de aangelegenheid in onderling overleg Artikel 5 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žvaste inrichtingâ een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend 2 De uitdrukking â žvaste inrichtingâ omvat in het bijzonder a een plaats waar leiding wordt gegeven b een filiaal c een kantoor d een fabriek e een werkplaats en f een mijn een olie of gasbron een steen groeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen 3 Een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie montage of installatiewerkzaamheden of daarmee verband houdende toezichthoudende activiteiten vormt uitsluitend een vaste inrichting indien de duur ervan 9 negen maanden overschrijdt 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking â œvaste inrichtingâ niet geacht te omvatten a het gebruik maken van inrichtingen uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor de opslag uitstalling of aflevering c het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming d het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft f het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor een combinatie van de in de onderdelen a tot en met e genoemde werkzaamheden mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 5 Indien een persoon â niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zesde lid van toepassing is â in een Verdragsluitende Staat werkzaam is namens een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid geacht in de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die deze persoon voor de onderneming verricht indien deze persoon a een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten te sluiten en dit recht in die Staat gewoonlijk uitoefent tenzij de werkzaamheden van deze persoon beperkt blijven tot die werkzaamheden genoemd in het vierde lid die indien zij zouden worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken of b een dergelijke machtiging niet bezit maar in de eerstgenoemde Staat gewoonlijk een voorraad goederen of koopwaar aanhoudt uit welke hij goederen of koopwaar levert namens de onderneming 6 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een Verdragsluitende Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen Indien de werkzaamheden van een dergelijke vertegenwoordiger evenwel volledig of bijna volledig worden verricht ten behoeve van die onderneming en tussen de onderneming en de vertegenwoordiger voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd ten aanzien van hun zakelijke en financià le betrekkingen die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen wordt hij niet beschouwd als een onafhankelijke vertegenwoordiger in de zin van dit lid 7 De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere HOOFDSTUK III BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN Artikel 6 Inkomsten uit onroerende zaken 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit onroerende zaken waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende zakenâ heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waar de desbetreffende zaken zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de zaken die bij de onroerende zaken behoren levende en dode have van landbouw met inbegrip van de viskwekerij en bosbedrijven en rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn Vruchtgebruik van onroerende zaken en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen worden eveneens als â žonroerende zakenâ beschouwd Schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende zaken beschouwd 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende zaken 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn eveneens van toepassing op inkomsten uit onroerende zaken van een onderneming Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Verdragsluitende Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van werkzaamheden van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders 4 Voor zover het in een Verdragsluitende Staat gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Verdragsluitende Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling De gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 5 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van de aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 7 Indien in de voordelen bestanddelen van het inkomen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel Artikel 8 Zee en luchtvervoer 1 Voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts in die Staat belastbaar 2 De bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpoolâ een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap 3 Voor de toepassing van dit artikel omvat de uitdrukking â žexploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeerâ door een onderneming a het charteren huren of verhuren van schepen of luchtvaartuigen die volledig uitgerust bemand en bevoorraad zijn en worden geà xploiteerd in internationaal verkeer b het charteren huren of verhuren van schepen of luchtvaartuigen op basis van verhuur zonder bemanning indien het charteren huren of verhuren voortvloeit uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer c het gebruiken onderhouden of verhuren van containers indien dit gebruik onderhoud of deze verhuur voortvloeit uit de exploitatie van schepen of luchtvaart in internationaal verkeer Artikel 9 Gelieerde ondernemingen 1 Indien a een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast 2 Indien een Verdragsluitende Staat in overeenstemming met de bepalingen van het eerste lid in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen begrijpt â en dienovereenkomstig belast â ter zake waarvan een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstgenoemde Staat zou hebben behaald indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen past die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven dienovereenkomstig aan Bij de vaststelling van deze aanpassing wordt naar behoren rekening gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten zo nodig met elkaar overleg Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is mag de aldus geheven belasting a 0 nul percent van het brutobedrag van de dividenden niet overschrijden indien de uiteindelijk gerechtigde een lichaam is niet zijnde een maatschap dat onmiddellijk ten minste 10 tien percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt b in alle overige gevallen 10 tien percent van het brutobedrag van de dividenden niet overschrijden De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van deze beperkingen 3 De bepalingen van het tweede lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 4 Niettegenstaande het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel zijn dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat slechts belastbaar in de andere Verdragsluitende Staat indien de uiteindelijk gerechtigde die Staat zelf is een staatkundig onderdeel een plaatselijk bestuur een pensioenfonds of de Centrale Bank van een van beide Verdragsluitende Staten het generale reservefonds van het Sultanaat Oman het Omaanse investeringsfonds de Omaanse ontwikkelingsbank of een ander bij wet ingesteld orgaan of bij wet ingestelde instelling welke geheel of voornamelijk toebehoort aan de Regering van het Sultanaat Oman zoals van tijd tot tijd gezamenlijk kan worden vastgesteld door de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten 5 De uitdrukking â ždividendenâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen mijnaandelen oprichtersaandelen of andere rechten niet zijnde schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen 6 De bepalingen van het eerste tweede en vierde lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14 naargelang van het geval van toepassing 7 Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn 8 Met betrekking tot dividenden bedoeld in onderdeel a van het tweede lid die worden betaald door een lichaam dat inwoner is van Nederland indien volgens de in het Sultanaat van Oman van kracht zijnde wetgeving de belasting over dergelijke dividenden in Oman zou resulteren in een belasting van minder dan 10 tien percent van het brutobedrag van de dividenden mag Nederland een belasting heffen die niet meer bedraagt dan 10 tien percent van het bruto bedrag van de dividenden 9 De bepalingen van het achtste lid zijn evenwel niet van toepassing indien de dividenden worden betaald door een lichaam dat inwoner is van Nederland en de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een lichaam is dat inwoner is van het Sultanaat Oman en a de uiteindelijk gerechtigde tot het kapitaal van het lichaam dat de dividenden ontvangt uitsluitend de Regering van Oman of een staatkundig of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan is of b de aandelen in het lichaam dat de dividenden ontvangt regelmatig worden verhandeld op de effectenbeurs van Oman of c het lichaam dat de dividenden ontvangt zich bezighoudt met een actieve handels of bedrijfuitoefening in Oman 10 Indien een lichaam niet voldoet aan een van de voorwaarden die zijn neergelegd in het negende lid zijn de bepalingen van het achtste lid ter zake van dat lichaam ook niet van toepassing indien door de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten in overeenstemming met artikel 25 van het Verdrag in onderling overleg is vastgesteld dat dat lichaam niet hoofdzakelijk is opgericht of wordt aangehouden in het Sultanaat Oman om de voordelen van het tweede lid onderdeel a zeker te stellen en mits het lichaam dat de dividenden ontvangt inwoner is van het Sultanaat Oman en de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden is Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat die wordt verkregen door een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat die de uiteindelijke gerechtigde is is slechts in die andere Staat belastbaar 2 De uitdrukking â žinterestâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen In rekening gebrachte boetes voor te late betaling worden voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt 3 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14 naargelang van het geval van toepassing 4 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van de interest van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 12 Royaltyâ s 1 Royaltyâ s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat die worden betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze royaltyâ s mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royaltyâ s een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is mag de aldus geheven belasting 8 acht percent van het brutobedrag van de royaltyâ s niet overschrijden De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van deze beperking 3 De uitdrukking â žroyaltyâ sâ zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap waaronder begrepen computersoftware bioscoopfilms of films banden of schijven voor radio of televisieuitzendingen een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze of voor het gebruik van of het recht van gebruik van uitrusting op het gebied van nijverheid handel of wetenschap of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 4 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royaltyâ s die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royaltyâ s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royaltyâ s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14 naargelang van het geval van toepassing 5 Royaltyâ s worden geacht afkomstig te zijn uit een Verdragsluitende Staat indien zij worden betaald door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de royaltyâ s betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de verplichting tot het betalen van de royaltyâ s was aangegaan en deze royaltyâ s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt worden deze royaltyâ s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 6 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de royaltyâ s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van de royaltyâ s van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken als bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt waarover een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat beschikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting afzonderlijk of met de gehele onderneming mogen in die andere Staat worden belast 3 Voordelen verkregen door een onderneming van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd of van roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen zijn slechts belastbaar in die Staat 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die bedoeld in het eerste tweede en derde lid zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is Artikel 14 Zelfstandige arbeid 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij hij in de andere Verdragsluitende Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt Indien hij beschikt over een dergelijk vast middelpunt mogen de inkomsten in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegerekend 2 De uitdrukking â žvrij beroepâ omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Inkomsten uit dienstbetrekking 1 Onverminderd de bepalingen van de artikelen 16 18 19 20 en 21 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaat of gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande leden van dit artikel mag de beloning verkregen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in internationaal verkeer wordt geà xploiteerd in die Staat worden belast Artikel 16 Directeursbeloningen Directeursbeloningen soortgelijke beloningen en andere beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer van een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast Artikel 17 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest zoals een toneelspeler een film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 14 en 15 worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht 3 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op voordelen of inkomsten die worden verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit werkzaamheden als artiest of sportbeoefenaar die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat indien het bezoek aan die andere Staat geheel of grotendeels wordt ondersteund uit de openbare middelen van een of beide Verdragsluitende Staten staatkundige onderdelen plaatselijke publiekrechtelijke lichamen of bij wet ingestelde organen daarvan of plaatsvindt in het kader van een culturele overeenkomst tussen de Regeringen van de Verdragsluitende Staten In een zodanig geval zijn de voordelen of inkomsten slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de artiest of sportbeoefenaar inwoner is Artikel 18 Pensioenen lijfrenten en socialezekerheidsuitkeringen 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 19 tweede lid mogen pensioenen lijfrenten en andere soortgelijke beloningen afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat in de eerstbedoelde Staat worden belast 2 Pensioenen en andere uitkeringen betaald krachtens de bepalingen van de socialezekerheidswetgeving van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in de eerstbedoelde Staat worden belast 3 Een pensioen lijfrente of andere soortgelijke beloning wordt geacht afkomstig te zijn uit een Verdragsluitende Staat voor zover de met dit pensioen deze lijfrente of andere soortgelijke beloning samenhangende bijdragen of betalingen dan wel de aanspraken op dit pensioen deze lijfrente of deze andere soortgelijke beloning in die Staat in aanmerking zijn gekomen voor een fiscale facilià ring De ingevolge dit artikel aan een Verdragsluitende Staat toegekende heffingsrechten worden op geen enkele wijze beperkt door de overdracht van een pensioen lijfrente of andere soortgelijke beloning van een in die Verdragsluitende Staat gevestigd pensioenfonds of aldaar gevestigde verzekeringsmaatschappij naar een in een andere Staat gevestigd pensioenfonds of aldaar gevestigde verzekeringsmaatschappij 4 De uitdrukking â žlijfrenteâ betekent een vaste som periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen hetzij gedurende het leven hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat 5 De bepalingen van dit artikel zijn eveneens van toepassing indien in plaats van een pensioen lijfrente of andere soortgelijke beloning een afkoopsom ineens wordt betaald vóór de datum waarop het recht op pensioen de lijfrente of andere soortgelijke beloning ingaat Artikel 19 Overheidsfuncties 1 a Salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen betaald door een Verdragsluitende Staat een staatkundig onderdeel een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of een bij wet ingesteld orgaan daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten verleend aan die Staat of dat onderdeel of dat lichaam of dat orgaan zijn slechts in die Staat belastbaar b Deze salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon een inwoner is van die Staat die i onderdaan is van die Staat of ii niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd 2 a Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of bij wet ingesteld orgaan daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten verleend aan die Staat of dat onderdeel of dat lichaam of dat orgaan slechts in die Staat belastbaar b Deze pensioenen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat 3 De bepalingen van de artikelen 15 16 17 en 18 zijn van toepassing op salarissen lonen pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald ter zake van diensten verleend in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of een bij wet ingesteld orgaan daarvan Artikel 20 Hoogleraren en onderzoekers 1 Een natuurlijke persoon die onmiddellijk voorafgaand aan een bezoek aan de andere Verdragsluitende Staat inwoner is van een Verdragsluitende Staat en die andere Verdragsluitende Staat op uitnodiging van een erkende universiteit hogeschool of soortgelijke onderwijsinstelling of instelling voor wetenschappelijk onderzoek bezoekt voor een tijdvak van ten hoogste twee jaar te rekenen vanaf de datum van aankomst in die andere Staat uitsluitend voor het geven van onderwijs of verrichten van onderzoek of beide aan die onderwijs of onderzoeksinstelling is over de daaruit voortvloeiende beloning uitsluitend belasting verschuldigd in de eerstgenoemde Staat 2 Dit artikel is niet van toepassing op inkomsten uit het verrichten van wetenschappelijk onderzoek indien dit onderzoek niet wordt verricht in het algemeen belang maar in de eerste plaats voor het persoonlijk nut van een bepaalde persoon of bepaalde personen Artikel 21 Studenten en stagiairs Vergoedingen die een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die inwoner is of onmiddellijk voorafgaande aan zijn bezoek aan een Verdragsluitende Staat inwoner was van de andere Verdragsluitende Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstbedoelde Staat verblijft ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud studie of opleiding zijn in die Staat niet belastbaar mits deze betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die Staat Artikel 22 Overige inkomsten 1 Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat van waaruit ook afkomstig die niet in de voorgaande artikelen van dit Verdrag zijn behandeld zijn slechts in die Staat belastbaar 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten niet zijnde inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in artikel 6 tweede lid indien de genieter van die inkomsten die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een vast middelpunt aldaar en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14 naargelang van het geval van toepassing HOOFDSTUK IV METHODEN VOOR HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING Artikel 23 Vermijding van dubbele belasting 1 Dubbele belasting wordt in Nederland als volgt vermeden a Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven de bestanddelen van het inkomen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in het Sultanaat Oman mogen worden belast of slechts in het Sultanaat Oman belastbaar zijn b Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens artikel 6 eerste derde en vierde lid artikel 7 eerste lid artikel 10 zesde lid artikel 11 derde lid artikel 12 vierde lid artikel 13 eerste en tweede lid artikel 14 artikel 19 eerste lid onderdeel a en tweede lid onderdeel a en artikel 22 tweede lid van dit Verdrag in het Sultanaat Oman mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen stelt Nederland deze bestanddelen van het inkomen vrij door een vermindering op zijn belasting

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/oman-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Oostenrijk (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    onzakelijk Verhuurde bovenverdiepingen vormden ondernemingsvermogen Herinvesteringsvoornemen concerndirectie toegerekend aan BV Erfbelasting over oudere WOZ waarde leidde tot buitensporige last Betalingen aan bestuursvoorzitter woningstichting waren resultaatsinkomen BOF ondanks afwezigheid van ondernemingsvermogen Studenten waren niet bij onderneming van vereniging in dienstbetrekking Geen verlaagd BTW tarief voor rondleiding in stadion Vrijstelling overdrachtsbelasting bij inbreng gold ook voor niet tbs deel pand Omzetcorrecties autosloperij in het kader van actie Klaproos Onzakelijke borgstelling in tbs sfeer leidde tot verlies uit a b Hogere ambtenaren Financiën willen naar systeem van voldoening op aangifte Geen pensioen in eigen beheer voor DGA met aandelen zonder stemrecht Hof Den Bosch legt met prejudiciële vragen bom onder CO2 heffing in BPM MKB winstvrijstelling gold ook na inbreng met terugwerkende kracht Beperking verrekening houdsterverliezen onterecht door geslaagd tegenbewijs Vruchtgebruikconstructie school was misbruik van recht Rechtbank Arnhem bedrijfsopvolging in SW is niet discriminerend Van der Steen arrest verhinderde aansprakelijkheid DGA niet Rechtbank had zaak volgens Hof zelf moeten afdoen Inspecteur mocht VAR loon afgeven in plaats van gevraagde VAR DGA Achterblijven pand verhinderde toepassing van bedrijfsfusiefaciliteit Regresvordering a b houder van meet af aan in box I 12 regeling voor ingevoerde gebruikte auto s niet EU proof Valutawinst op besmette lening na saldering vrijgesteld Bezwaarschriften worden toch inhoudelijk bekeken Fiscus gaat 90 van voorraad bezwaren blindelings volgen Hoge servicekosten deels van invloed op WOZ waarde van serviceflat Verkoop horecapand betekende nog geen staking Heffingsrente herzien volgens herzieningregels van aanslag Aanslag successierecht kon niet aan echtgenoten tezamen worden opgelegd Geen schadeplicht jegens fiscus na onjuiste etikettering pand Apart soort aandeel door verschil in stemrecht over winst Onderhandse schuldigerkenning verminderde verkrijging niet EU Hof onder voorwaarden akkoord met Nederlandse exitheffing Kwijtscheldingsverlies bij onzakelijke lening omlaag in tbs regeling Bij meerderheidsbelang wordt groepsrelatie voor thincapregeling verondersteld Korte huurperiode pand irrelevant bij overgang algemeenheid Ontbreken echtgenotenvrijstelling bij recht van overgang niet discriminerend Nota van door gemeente ingeschakele WOZ taxateur openbaar Cursus Belastingrecht voor niet fiscalisten Ontvanger mag niet bekendgemaakte aanslag niet invorderen Adviseur via kort geding verplicht tot informatieverstrekking Immateriële schadevergoeding na vernietiging navorderingsaanslag Fiscus moest onevenredig rentenadeel bij VA s compenseren Hof had beroep enkel vanwege undue delay ongegrond moeten verklaren Prejudiciële vragen over het begrip bouwterrein Revisierente onzuivere pensioenregeling vernietigd Kamervragen over problemen met verliesverrekening Vpb 2010 Niet tot ondernemingsvermogen behorende gelden verhinderde afwaardering in box I Intranet Modellen Overeenkomst van geldlening van durfkapitaal Overeenkomst rekening courant tussen DGA en BV NOTULEN Algemene vergadering aandeelhouders van bv met beperkte aansprakelijkheid Managementovereenkomst beheer BV 100 procent werk BV Arbeidsovereenkomst DGA Akte van cessie koop en verkoop van een vordering Akte geruisloze inbreng Aansprakelijkheidsverklaring Aandeelhoudersovereenkomst Wetteksten Inkomstenbelasting Wet op de inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Vennootschapsbelasting Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 Besluit Fiscale Eenheid 2003 Geruisloze terugkeer art 14c Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische fusie art 14b Wet Vpb standaardvoorwaarden Bedrijfsfusie art 14 Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische afsplitsing art 14a Wet Vpb standaardvoorwaarden Loonbelasting Wet op de loonbelasting 1964 Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 Omzetbelasting Wet op de omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 BUA Dividendbelasting Wet op de dividendbelasting 1965 Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting 1965 Successiewet Successiewet 1956 Uitvoeringsbesluit successiewet 1956 Uitvoeringsregeling schenk en erfbelasting Rechtsverkeer Wet op belastingen van rechtsverkeer Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer Bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht Besluit proceskosten bestuursrecht Algemene wet Algemene wet inzake rijksbelastingen Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst Invorderingswet Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling inleners keten en opdrachtgeversaansprakelijkheid Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 Internationaal belastingrecht Besluit voorkoming dubbele belastingen 2001 Voorkoming dubbele belasting onder toepassing van belastingverdragen Verdragen Type DTA Albanië in werking Argentinië in werking Armenië in werking Australië in werking Australië Tweede Protocol in werking Azerbeidzjan in werking Bahrein in werking Bangladesh in werking Barbados in werking Barbados Protocol in werking Belarus in werking België in werking België Protocol geratificeerd door nl Brazilië in werking BRK Aruba in werking BRK Cura çao in werking BRK Sint Maarten in werking Bulgarije in werking Canada in werking Canada Protocol in werking China in werking Denemarken in werking Duitsland in werking Duitsland Protocol 1 in werking Duitsland Protocol 2 in werking Duitsland Protocol 3 in werking Egypte in werking Estland in werking Estland Protocol 1 in werking Estland Protocol 2 in werking Filippijnen in werking Finland 1996 in werking Frankrijk 1973 in werking Frankrijk Protocol bij 1973 in werking Georgië in werking Ghana in werking Griekenland in werking Hongkong in werking Hongarije in werking Ierland in werking Ijsland in werking India in werking India Protocol ondertekend Indonesië 2002 in werking Israël in werking Israël Protocol in werking Italië Protocol in werking Japan 1970 beëindigd Japan 2010 in werking Japan Protocol beëindigd Joegoslavië in werking Jordanië in werking Kazachstan in werking Koeweit in werking Korea in werking Korea Protocol in werking Kroatië in werking Kyrgyzstan Sovjetverdrag in werking Letland in werking Litouwen in werking Luxemburg in werking Luxemburg Protocol in werking Marcedonië in werking Malawi in werking Maleisië in werking Maleisië Protocol 1 in werking Maleisië Protocol 2 in werking Malta in werking Malta Protocol in werking Marokko in werking Mexico in werking Mexico Protocol in werking Moldavië in werking Mongolië in werking Nieuw Zeeland in werking Nieuw Zeeland Protocol in werking Nigeria in werking Noorwegen in werking Noorwegen Protocol in werking Oekraïne in werking Oezbekistan in werking Oman in werking Oostenrijk in werking Oostenrijk Protocol 1 in werking Oostenrijk Protocol 2 in werking Oostenrijk Protocol 3 in werking Oostenrijk Protocol 4 in werking Pakistan in werking Panama in werking Polen in werking Portugal in werking Qatar in werking Roemenië in werking Russische Federatie in werking Saudi Arabië in werking Singapore in werking Singapore Protocol 1 in werking Singapore Protocol 2 in werking Slovenië in werking Slowakije in werking Slowakije Protocol 1 in werking Slowakije Protocol 2 in werking Spanje in werking Sri Lanka in werking Suriname in werking Taiwan in werking Thailand in werking Tunesië in werking Turkije in werking Turkmenistan Sovjetverdrag in werking Uganda in werking Venezuela in werking Venezuela Protocol in werking Verenigd Koninkrijk 1980 beëndigd Verenigd Koninkrijk 2008 in werking Verenigd Koninkrijk Protocol 1 beëindigd Verenigd Koninkrijk Protocol 2 beëindigd Verenigde Arabische Emiraten in werking Verenigde Staten in werking Verenigde Staten Protocol 1993 in werking Verenigde Staten Protocol 2004 in werking Vietnam in werking Zambia in werking Zimbabwe in werking Zuid Africa in werking Zuid Africa Protocol in werking Zweden in werking Zwitserland 2010 in werking Type S E Zweden in werking Verenigd Koninkrijk Successie in werking Oostenrijk Successie in werking Israël Successie in werking Finland Successie in werking Search Zoeken Javascript is required to use this website translator free translator Skip to content zaterdag 22 september 2012 17 04 Oostenrijk in werking Geschreven door Redactie Belasting Collectief Nederland Print E mail Opschrift Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen Kop Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen Aanhef Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en de Bondspresident van de Republiek Oostenrijk de wens koesterende een verdrag te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen hebben daartoe tot hun gevolmachtigden benoemd Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden Constant Wilhelm Baron van Boetzelaer van Asperen Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur te Wenen De Bondspresident van de Republiek Oostenrijk Sektionschef Dr Josef Hammerschmidt Bondsministerie van Financià n Wettekst HOOFDSTUK I Reikwijdte van het Verdrag Artikel 1 Personen op wie het Verdrag van toepassing is Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten Artikel 2 Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is 1 Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen en naar het vermogen die ongeacht de wijze van heffing worden geheven ten behoeve van elk van de Staten of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan 2 Als belastingen naar het inkomen en naar het vermogen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen naar het gehele vermogen of naar bestanddelen van het inkomen of van het vermogen daaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende of onroerende zaken alsmede belastingen naar waardevermeerdering 3 De bestaande belastingen waarop het Verdrag van toepassing is zijn met name a voor Nederland i inkomstenbelasting ii de loonbelasting iii de vennootschapsbelasting iv de dividendbelasting v de commissarissenbelasting vi de vermogensbelasting i de grondbelasting ii de gemeentelijke baatbelastingen ix de gemeentelijke bouwterreinbelastingen x de wegen straat en vaartbelastingen xi het recht op de mijnen b voor Oostenrijk i de Einkommensteuer inkomstenbelasting met inbegrip van de Lohnsteuer loonbelasting en de Kapitalertragsteuer belasting op kapitaalopbrengsten ii de Kà rperschaftsteuer vennootschapsbelasting met inbegrip van de Kapitalertragsteuer belasting op kapitaalopbrengsten iii de Vermà gensteuer vermogensbelasting iv de Beitrag vom Einkommen zur Fà rderung des Wohnbaues und für Zwecke des Familienlastenausgleiches bijdrage van het inkomen voor het bevorderen van de woningbouw en voor de verdeling van gezinslasten v de Katastrophenfondsbeitrag vom Einkommen bijdrage van het inkomen in het Rampenfonds vi de Sonderabgabe vom Einkommen extra heffing van het inkomen vii de Aufsichtsratsabgabe commissarissenbelasting viii de Gewerbesteuer ondernemingsbelasting met inbegrip van de Lohnsummensteuer belasting op totaalbedrag der uitbetaalde Ionen en salarissen ix de Grundsteuer grondbelasting x de Abgabe von land und forstwirtschaftlichen Betrieben heffing van landbouw en bosbedrijven xi de Abgabe vom Bodenwert bei unbebauten Grundstücken heffing van de waarde van onbebouwde terreinen xii de Katastrophenfondsbeitrag vom Vermà gen bijdrage van het vermogen in het Rampenfonds xiii de Sonderabgabe vom Vermà gen extra heffing van het vermogen xiv de Abgabe von Vermà gen die der Erbschaftssteuer entzogen sind heffing van vermogens die aan de successiebelasting onttrokken zijn xv de Beitrà ge von land und forstwirtschaftlichen Betrieben zum Ausgleichsfonds für Familienbeihilfen bijdragen van landbouw en bosbedrijven in het egalisatiefonds voor gezinstoelagen 4 Dit Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die in de toekomst naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven De bevoegde autoriteiten van de beide Staten delen elkaar alle wezenlijke wijzigingen die in hun belastingwetgeving zijn aangebracht mede HOOFDSTUK II Begripsbepalingen Artikel 3 Algemene begripsbepalingen 1 In dit Verdrag tenzij het zinsverband anders vereist a betekenen de uitdrukkingen â žeen van de beide Statenâ en â žde andere Staatâ al naar het zinsverband vereist Nederland of Oostenrijk b omvat de uitdrukking â žNederlandâ het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen en het onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan waarop het Koninkrijk der Nederlanden in overeenstemming met het internationale recht soevereine rechten heeft c betekent de uitdrukking â žOostenrijkâ het grondgebied van de Republiek Oostenrijk d omvat de uitdrukking â žpersoonâ een natuurlijke persoon een lichaam en elke andere vereniging van personen e betekent de uitdrukking â žlichaamâ elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld f betekenen de uitdrukkingen â žonderneming van een van de beide Statenâ en â žonderneming van de andere Staatâ onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een van de beide Staten en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere Staat g betekent de uitdrukking â žbevoegde autoriteitâ 1 in Nederland de Minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger 2 in Oostenrijk de Bondsminister voor Financià n 2 Voor de toepassing van het Verdrag door een van de beide Staten heeft tenzij het zinsverband anders vereist elke niet anders omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen die het onderwerp van het Verdrag uitmaken Artikel 4 Fiscale woonplaats 1 Voor de toepassing Van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žinwoner van een van de beide Statenâ iedere persoon die ingevolge de wetgeving van die Staat aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats verblijf plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid 2 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een van de beide Staten in de andere Staat of in een derde Staat en die onderdaan is van de zendstaat geacht inwoner van de zendstaat te zijn 3 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepaling van het eerste lid inwoner van beide Staten is gelden de volgende regels a hij wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waar hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft Indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn middelpunt van de levensbelangen b indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waar hij gewoonlijk verblijft c indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft wordt hij geacht inwoner te zijn van die van de beide Staten waarvan hij onderdaan is 4 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepaling van het eerste lid inwoner van beide Staten is wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waar de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen Artikel 5 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žvaste inrichtingâ een vaste bedrijfsinrichting waarin de werkzaamheden van de onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend 2 De uitdrukking â žvaste inrichtingâ omvat in het bijzonder a een plaats waar leiding wordt gegeven b een filiaal c een kantoor d een fabriek e een werkplaats f een mijn een steengroeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen g de plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie of montagewerkzaamheden waarvan de duur twaalf maanden overschrijdt 3 Een vaste inrichting wordt niet aanwezig geacht indien a gebruik wordt gemaakt van inrichtingen uitsluitend voor de opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar wordt aangehouden uitsluitend voor de opslag uitstalling of aflevering c een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar wordt aangehouden uitsluitend voor de bewerking of verwerking door een andere onderneming d een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden uitsluitend voor reclamedoeleinden voor het geven van inlichtingen voor wetenschappelijk onderzoek of voor soortgelijke werkzaamheden voor de onderneming die van voorbereidende aard zijn of het karakter van hulpwerkzaamheden hebben 4 Een persoon die in een van de beide Staten voor een onderneming van de andere Staat werkzaam is niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger in de zin van het vijfde lid wordt als een in de eerstbedoelde Staat aanwezige vaste inrichting beschouwd indien hij een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in die Staat gewoonlijk uitoefent tenzij zijn werkzaamheden beperkt blijven tot de aankoop van goederen of koopwaar voor de onderneming 5 Een onderneming van een van de beide Staten wordt niet geacht een vaste inrichting in de andere Staat te bezitten op grond van de enkele omstandigheid dat zij aldaar zaken doet door middel van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger indien deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen 6 De enkele omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een van de beide Staten een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij met behulp van een vaste inrichting hetzij op andere wijze stempelt een van de beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere HOOFDSTUK III Belastingheffing naar het inkomen Artikel 6 Inkomsten uit onroerende goederen 1 Inkomsten uit onroerende goederen mogen worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen 2 De uitdrukking â žonroerende goederenâ heeft de betekenis die daaraan wordt toegekend door het recht van de Staat waar de desbetreffende goederen zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de goederen die bij de onroerende goederen behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende goederen en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende goederen beschouwd 3 De bepaling van het eerste lid is van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende goederen 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende goederen van een onderneming en op inkomsten uit onroerende goederen gebezigd voor de uitoefening van een vrij beroep Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een van de beide Staten zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Staat haar bedrijf uitoefent met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Indien een onderneming van een van de beide Staten in de andere Staat haar bedrijf uitoefent met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting worden in elk van de Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders 4 Voor zover het in een van de beide Staten gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 5 Geen voordelen worden aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat om hiervan af te wijken 7 Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel Artikel 8 Zeevaart binnenvaart en luchtvaart 1 Voordelen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 2 Voordelen uit de exploitatie van schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren zijn slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 3 Indien de plaats van de werkelijke leiding van een zeescheepvaart of een binnenscheepvaartonderneming zich aan boord van een schip bevindt wordt deze plaats geacht te zijn gelegen in de Staat waar de thuishaven van het schip is gelegen of indien er geen thuishaven is in de Staat waarvan de exploitant van het schip inwoner is Artikel 9 Gelieerde ondernemingen Indien a een onderneming van een van de beide Staten onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een van de beide Staten en een onderneming van de andere Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in haar handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden aanvaard of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die zonder deze voorwaarden zouden zijn opgekomen aan een van de ondernemingen maar tengevolge van die voorwaarden haar niet zijn opgekomen worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een van de beide Staten aan een inwoner van de andere Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter in de Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar de aldus geheven belasting mag 15 percent van het bruto bedrag van de dividenden niet overschrijden 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid mag de belasting op dividenden die door een lichaam dat inwoner is van een van beide Staten worden betaald aan een lichaam dat inwoner is van de andere Staat 5 percent van het brutobedrag van de dividenden niet overschrijden indien het lichaam dat de dividenden ontvangt onmiddellijk of middellijk ten minste 25 percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt 4 De bevoegde autoriteiten van de beide Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede en derde lid 5 De bepalingen van het tweede en derde lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winsten waaruit de dividenden worden betaald 6 De uitdrukking â ždividendenâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen â žKuxenâ oprichtersaandelen of andere rechten met uitzondering van schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de belastingwetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is met inkomsten uit aandelen worden gelijkgesteld 7 De bepalingen van het eerste tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de genieter van de dividenden inwoner van een van de beide Staten in de andere Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een vaste inrichting heeft en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort In een zodanig geval zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing 8 Indien een lichaam dat inwoner is van een van de beide Staten voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden betaald door het lichaam aan personen die geen inwoner zijn van die andere Staat noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een van de beide Staten en betaald aan een inwoner van de andere Staat is slechts in die andere Staat belastbaar 2 De uitdrukking â žinterestâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt De uitdrukking omvat evenwel niet de in artikel 12 eerste lid bedoelde winstaandelen 3 De bepaling van het eerste lid is niet van toepassing indien de genieter van de interest die inwoner is van een van de beide Staten in de andere Staat waaruit de interest afkomstig is een vaste inrichting heeft en de vordering uit hoofde waarvan de interest verschuldigd is tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort In een zodanig geval zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing 4 Indien tengevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de schuldeiser of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde interest in aanmerking nemende de schuldvordering ter zake waarvan zij wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de schuldeiser zou zijn overeengekomen vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van de beide Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 12 Stille vennootschappen 1 Indien een inwoner van een van de beide Staten winstaandelen verkrijgt uit een deelneming als stille vennoot in een onderneming waarvan de leiding zich in de andere Staat bevindt mogen deze winstaandelen in die andere Staat worden belast indien met de deelneming niet een deelneming in het vermogen van de onderneming gepaard gaat 2 Op winstaandelen uit deelnemingen als stille vennoot waarmede een deelneming in het vermogen van de onderneming gepaard gaat zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing Artikel 13 Royalty s 1 Royalty s afkomstig uit een van de beide Staten en betaald aan een inwoner van de andere Staat zijn behoudens het bepaalde in het tweede lid slechts in die andere Staat belastbaar 2 Royalty s die door een lichaam dat inwoner is van een van de beide Staten worden betaald aan een inwoner van de andere Staat die middellijk of onmiddellijk voor meer dan 50 percent in het kapitaal van het betalende lichaam deelneemt mogen ook in de eerstbedoelde Staat worden belast maar de belasting mag de helft van het wettelijke belastingtarief doch in ieder geval 10 percent van het bruto bedrag van deze royalty s niet overschrijden 3 De uitdrukking â žroyalty sâ zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap daaronder begrepen films van een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze dan wel voor het gebruik van of het recht van gebruik van nijverheids en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 4 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de genieter van de royalty s die inwoner is van een van de beide Staten in de andere Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn een vaste inrichting heeft en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s verschuldigd zijn tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort In een zodanig geval zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing 5 Indien tengevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de schuldeiser of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde royalty s in aanmerking nemende het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de schuldeiser zou zijn overeengekomen vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de beide Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 14 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen uit de vervreemding van onroerende goederen zoals omschreven in artikel 6 tweede lid mogen worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende zaken deel uitmakende van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een van de beide Staten in de andere Staat heeft of van roerende zaken behorende tot een vast middelpunt dat een inwoner van een van de beide Staten in de andere Staat tot zijn beschikking heeft voor de uitoefening van een vrij beroep daaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting alleen of te zamen met de gehele onderneming of van het vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 3 Niettegenstaande de bepaling van het tweede lid zijn voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd en van schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren zomede van roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen De bepalingen van artikel 8 derde lid vinden hierbij toepassing 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere zaken dan die genoemd in de voorgaande leden zijn slechts belastbaar in de Staat waarvan de vervreemder inwoner is 5 De bepaling van het vierde lid tast niet aan het recht van elk van de beide Staten overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen op voordelen uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld en dat inwoner is van die Staat verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere Staat en die in de loop van de laatste vijf jaren voorafgaande aan de vervreemding van de aandelen of winstbewijzen inwoner van de eerstbedoelde Staat is geweest Artikel 15 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een van de beide Staten in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere zelfstandige werkzaamheden van soortgelijke aard zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij hij in de andere Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt Indien hij over zulk een vast middelpunt beschikt mogen de voordelen in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegerekend 2 De uitdrukking â žvrij beroepâ sluit in het bijzonder in zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten en accountants Artikel 16 Niet zelfstandige arbeid 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 17 19 20 en 21 tweede lid zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de beide Staten ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een van de beide Staten ter zake van een in de andere Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in het desbetreffende kalenderjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning genoten door een inwoner van een van de beide Staten ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig in internationaal verkeer of aan boord van een schip dat dient voor het vervoer in de binnenwateren slechts in die Staat belastbaar Artikel 17 Bestuurders en commissarissenbeloningen 1 Bestuurders en commissarissenbeloningen en soortgelijke betalingen verkregen door een inwoner van Nederland in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer of van de raad van toezicht van een lichaam dat inwoner van Oostenrijk is mogen in Oostenrijk worden belast 2 Beloningen en andere betalingen verkregen door een inwoner van Oostenrijk in zijn hoedanigheid van bestuurder of commissaris van een lichaam dat inwoner van Nederland is mogen in Nederland worden belast Artikel 18 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 15 en 16 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een van de Staten als artiest zoals een toneelspeler film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 15 en 16 worden belast in de Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht 3 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn voordelen of inkomsten verkregen uit werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid die zijn uitgevoerd krachtens een tussen de Staten overeengekomen culturele overeenkomst of regeling of verkregen door een niet op het maken van winst gerichte organisatie als zodanig erkend in een onderlinge overlegprocedure krachtens artikel 26 van dit Verdrag of door een artiest of sportbeoefenaar ter zake van aan een dergelijke organisatie verleende diensten vrijgesteld van belasting in de Staat waarin deze werkzaamheden worden verricht Artikel 19 Pensioenen Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 20 tweede lid sub a en vierde lid zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de beide Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar Artikel 20 Overheidsfuncties en sociale zekerheid 1 a Salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen niet zijnde pensioenen betaald door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam mogen in die Staat worden belast b Deze salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner is van die Staat die i onderdaan is van die Staat of ii niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd 2 a Pensioenen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam mogen in die Staat worden belast b Deze pensioenen zijn echter alleen in de andere Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat 3 De bepalingen van de artikelen 16 17 18 en 19 zijn van toepassing op salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen en op pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan 4 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede en derde lid mogen pensioenen en andere beloningen betaald aan een inwoner van een van de Staten krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van de andere Staat in die andere Staat worden belast Artikel 21

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/oostenrijk-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Oostenrijk Protocol 1 (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    Verhuurde bovenverdiepingen vormden ondernemingsvermogen Herinvesteringsvoornemen concerndirectie toegerekend aan BV Erfbelasting over oudere WOZ waarde leidde tot buitensporige last Betalingen aan bestuursvoorzitter woningstichting waren resultaatsinkomen BOF ondanks afwezigheid van ondernemingsvermogen Studenten waren niet bij onderneming van vereniging in dienstbetrekking Geen verlaagd BTW tarief voor rondleiding in stadion Vrijstelling overdrachtsbelasting bij inbreng gold ook voor niet tbs deel pand Omzetcorrecties autosloperij in het kader van actie Klaproos Onzakelijke borgstelling in tbs sfeer leidde tot verlies uit a b Hogere ambtenaren Financiën willen naar systeem van voldoening op aangifte Geen pensioen in eigen beheer voor DGA met aandelen zonder stemrecht Hof Den Bosch legt met prejudiciële vragen bom onder CO2 heffing in BPM MKB winstvrijstelling gold ook na inbreng met terugwerkende kracht Beperking verrekening houdsterverliezen onterecht door geslaagd tegenbewijs Vruchtgebruikconstructie school was misbruik van recht Rechtbank Arnhem bedrijfsopvolging in SW is niet discriminerend Van der Steen arrest verhinderde aansprakelijkheid DGA niet Rechtbank had zaak volgens Hof zelf moeten afdoen Inspecteur mocht VAR loon afgeven in plaats van gevraagde VAR DGA Achterblijven pand verhinderde toepassing van bedrijfsfusiefaciliteit Regresvordering a b houder van meet af aan in box I 12 regeling voor ingevoerde gebruikte auto s niet EU proof Valutawinst op besmette lening na saldering vrijgesteld Bezwaarschriften worden toch inhoudelijk bekeken Fiscus gaat 90 van voorraad bezwaren blindelings volgen Hoge servicekosten deels van invloed op WOZ waarde van serviceflat Verkoop horecapand betekende nog geen staking Heffingsrente herzien volgens herzieningregels van aanslag Aanslag successierecht kon niet aan echtgenoten tezamen worden opgelegd Geen schadeplicht jegens fiscus na onjuiste etikettering pand Apart soort aandeel door verschil in stemrecht over winst Onderhandse schuldigerkenning verminderde verkrijging niet EU Hof onder voorwaarden akkoord met Nederlandse exitheffing Kwijtscheldingsverlies bij onzakelijke lening omlaag in tbs regeling Bij meerderheidsbelang wordt groepsrelatie voor thincapregeling verondersteld Korte huurperiode pand irrelevant bij overgang algemeenheid Ontbreken echtgenotenvrijstelling bij recht van overgang niet discriminerend Nota van door gemeente ingeschakele WOZ taxateur openbaar Cursus Belastingrecht voor niet fiscalisten Ontvanger mag niet bekendgemaakte aanslag niet invorderen Adviseur via kort geding verplicht tot informatieverstrekking Immateriële schadevergoeding na vernietiging navorderingsaanslag Fiscus moest onevenredig rentenadeel bij VA s compenseren Hof had beroep enkel vanwege undue delay ongegrond moeten verklaren Prejudiciële vragen over het begrip bouwterrein Revisierente onzuivere pensioenregeling vernietigd Kamervragen over problemen met verliesverrekening Vpb 2010 Niet tot ondernemingsvermogen behorende gelden verhinderde afwaardering in box I Intranet Modellen Overeenkomst van geldlening van durfkapitaal Overeenkomst rekening courant tussen DGA en BV NOTULEN Algemene vergadering aandeelhouders van bv met beperkte aansprakelijkheid Managementovereenkomst beheer BV 100 procent werk BV Arbeidsovereenkomst DGA Akte van cessie koop en verkoop van een vordering Akte geruisloze inbreng Aansprakelijkheidsverklaring Aandeelhoudersovereenkomst Wetteksten Inkomstenbelasting Wet op de inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Vennootschapsbelasting Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 Besluit Fiscale Eenheid 2003 Geruisloze terugkeer art 14c Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische fusie art 14b Wet Vpb standaardvoorwaarden Bedrijfsfusie art 14 Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische afsplitsing art 14a Wet Vpb standaardvoorwaarden Loonbelasting Wet op de loonbelasting 1964 Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 Omzetbelasting Wet op de omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 BUA Dividendbelasting Wet op de dividendbelasting 1965 Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting 1965 Successiewet Successiewet 1956 Uitvoeringsbesluit successiewet 1956 Uitvoeringsregeling schenk en erfbelasting Rechtsverkeer Wet op belastingen van rechtsverkeer Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer Bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht Besluit proceskosten bestuursrecht Algemene wet Algemene wet inzake rijksbelastingen Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst Invorderingswet Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling inleners keten en opdrachtgeversaansprakelijkheid Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 Internationaal belastingrecht Besluit voorkoming dubbele belastingen 2001 Voorkoming dubbele belasting onder toepassing van belastingverdragen Verdragen Type DTA Albanië in werking Argentinië in werking Armenië in werking Australië in werking Australië Tweede Protocol in werking Azerbeidzjan in werking Bahrein in werking Bangladesh in werking Barbados in werking Barbados Protocol in werking Belarus in werking België in werking België Protocol geratificeerd door nl Brazilië in werking BRK Aruba in werking BRK Cura çao in werking BRK Sint Maarten in werking Bulgarije in werking Canada in werking Canada Protocol in werking China in werking Denemarken in werking Duitsland in werking Duitsland Protocol 1 in werking Duitsland Protocol 2 in werking Duitsland Protocol 3 in werking Egypte in werking Estland in werking Estland Protocol 1 in werking Estland Protocol 2 in werking Filippijnen in werking Finland 1996 in werking Frankrijk 1973 in werking Frankrijk Protocol bij 1973 in werking Georgië in werking Ghana in werking Griekenland in werking Hongkong in werking Hongarije in werking Ierland in werking Ijsland in werking India in werking India Protocol ondertekend Indonesië 2002 in werking Israël in werking Israël Protocol in werking Italië Protocol in werking Japan 1970 beëindigd Japan 2010 in werking Japan Protocol beëindigd Joegoslavië in werking Jordanië in werking Kazachstan in werking Koeweit in werking Korea in werking Korea Protocol in werking Kroatië in werking Kyrgyzstan Sovjetverdrag in werking Letland in werking Litouwen in werking Luxemburg in werking Luxemburg Protocol in werking Marcedonië in werking Malawi in werking Maleisië in werking Maleisië Protocol 1 in werking Maleisië Protocol 2 in werking Malta in werking Malta Protocol in werking Marokko in werking Mexico in werking Mexico Protocol in werking Moldavië in werking Mongolië in werking Nieuw Zeeland in werking Nieuw Zeeland Protocol in werking Nigeria in werking Noorwegen in werking Noorwegen Protocol in werking Oekraïne in werking Oezbekistan in werking Oman in werking Oostenrijk in werking Oostenrijk Protocol 1 in werking Oostenrijk Protocol 2 in werking Oostenrijk Protocol 3 in werking Oostenrijk Protocol 4 in werking Pakistan in werking Panama in werking Polen in werking Portugal in werking Qatar in werking Roemenië in werking Russische Federatie in werking Saudi Arabië in werking Singapore in werking Singapore Protocol 1 in werking Singapore Protocol 2 in werking Slovenië in werking Slowakije in werking Slowakije Protocol 1 in werking Slowakije Protocol 2 in werking Spanje in werking Sri Lanka in werking Suriname in werking Taiwan in werking Thailand in werking Tunesië in werking Turkije in werking Turkmenistan Sovjetverdrag in werking Uganda in werking Venezuela in werking Venezuela Protocol in werking Verenigd Koninkrijk 1980 beëndigd Verenigd Koninkrijk 2008 in werking Verenigd Koninkrijk Protocol 1 beëindigd Verenigd Koninkrijk Protocol 2 beëindigd Verenigde Arabische Emiraten in werking Verenigde Staten in werking Verenigde Staten Protocol 1993 in werking Verenigde Staten Protocol 2004 in werking Vietnam in werking Zambia in werking Zimbabwe in werking Zuid Africa in werking Zuid Africa Protocol in werking Zweden in werking Zwitserland 2010 in werking Type S E Zweden in werking Verenigd Koninkrijk Successie in werking Oostenrijk Successie in werking Israël Successie in werking Finland Successie in werking Search Zoeken Javascript is required to use this website translator free translator Skip to content zaterdag 22 september 2012 17 04 Oostenrijk Protocol 1 in werking Geschreven door Redactie Belasting Collectief Nederland Print E mail Opschrift Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen Kop Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen Aanhef Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en de Bondspresident van de Republiek Oostenrijk de wens koesterende een verdrag te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen hebben daartoe tot hun gevolmachtigden benoemd Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden Constant Wilhelm Baron van Boetzelaer van Asperen Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur te Wenen De Bondspresident van de Republiek Oostenrijk Sektionschef Dr Josef Hammerschmidt Bondsministerie van Financià n Wettekst HOOFDSTUK I Reikwijdte van het Verdrag Artikel 1 Personen op wie het Verdrag van toepassing is Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten Artikel 2 Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is 1 Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen en naar het vermogen die ongeacht de wijze van heffing worden geheven ten behoeve van elk van de Staten of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan 2 Als belastingen naar het inkomen en naar het vermogen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen naar het gehele vermogen of naar bestanddelen van het inkomen of van het vermogen daaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende of onroerende zaken alsmede belastingen naar waardevermeerdering 3 De bestaande belastingen waarop het Verdrag van toepassing is zijn met name a voor Nederland i inkomstenbelasting ii de loonbelasting iii de vennootschapsbelasting iv de dividendbelasting v de commissarissenbelasting vi de vermogensbelasting i de grondbelasting ii de gemeentelijke baatbelastingen ix de gemeentelijke bouwterreinbelastingen x de wegen straat en vaartbelastingen xi het recht op de mijnen b voor Oostenrijk i de Einkommensteuer inkomstenbelasting met inbegrip van de Lohnsteuer loonbelasting en de Kapitalertragsteuer belasting op kapitaalopbrengsten ii de Kà rperschaftsteuer vennootschapsbelasting met inbegrip van de Kapitalertragsteuer belasting op kapitaalopbrengsten iii de Vermà gensteuer vermogensbelasting iv de Beitrag vom Einkommen zur Fà rderung des Wohnbaues und für Zwecke des Familienlastenausgleiches bijdrage van het inkomen voor het bevorderen van de woningbouw en voor de verdeling van gezinslasten v de Katastrophenfondsbeitrag vom Einkommen bijdrage van het inkomen in het Rampenfonds vi de Sonderabgabe vom Einkommen extra heffing van het inkomen vii de Aufsichtsratsabgabe commissarissenbelasting viii de Gewerbesteuer ondernemingsbelasting met inbegrip van de Lohnsummensteuer belasting op totaalbedrag der uitbetaalde Ionen en salarissen ix de Grundsteuer grondbelasting x de Abgabe von land und forstwirtschaftlichen Betrieben heffing van landbouw en bosbedrijven xi de Abgabe vom Bodenwert bei unbebauten Grundstücken heffing van de waarde van onbebouwde terreinen xii de Katastrophenfondsbeitrag vom Vermà gen bijdrage van het vermogen in het Rampenfonds xiii de Sonderabgabe vom Vermà gen extra heffing van het vermogen xiv de Abgabe von Vermà gen die der Erbschaftssteuer entzogen sind heffing van vermogens die aan de successiebelasting onttrokken zijn xv de Beitrà ge von land und forstwirtschaftlichen Betrieben zum Ausgleichsfonds für Familienbeihilfen bijdragen van landbouw en bosbedrijven in het egalisatiefonds voor gezinstoelagen 4 Dit Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die in de toekomst naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven De bevoegde autoriteiten van de beide Staten delen elkaar alle wezenlijke wijzigingen die in hun belastingwetgeving zijn aangebracht mede HOOFDSTUK II Begripsbepalingen Artikel 3 Algemene begripsbepalingen 1 In dit Verdrag tenzij het zinsverband anders vereist a betekenen de uitdrukkingen â žeen van de beide Statenâ en â žde andere Staatâ al naar het zinsverband vereist Nederland of Oostenrijk b omvat de uitdrukking â žNederlandâ het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen en het onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan waarop het Koninkrijk der Nederlanden in overeenstemming met het internationale recht soevereine rechten heeft c betekent de uitdrukking â žOostenrijkâ het grondgebied van de Republiek Oostenrijk d omvat de uitdrukking â žpersoonâ een natuurlijke persoon een lichaam en elke andere vereniging van personen e betekent de uitdrukking â žlichaamâ elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld f betekenen de uitdrukkingen â žonderneming van een van de beide Statenâ en â žonderneming van de andere Staatâ onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een van de beide Staten en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere Staat g betekent de uitdrukking â žbevoegde autoriteitâ 1 in Nederland de Minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger 2 in Oostenrijk de Bondsminister voor Financià n 2 Voor de toepassing van het Verdrag door een van de beide Staten heeft tenzij het zinsverband anders vereist elke niet anders omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen die het onderwerp van het Verdrag uitmaken Artikel 4 Fiscale woonplaats 1 Voor de toepassing Van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žinwoner van een van de beide Statenâ iedere persoon die ingevolge de wetgeving van die Staat aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats verblijf plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid 2 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een van de beide Staten in de andere Staat of in een derde Staat en die onderdaan is van de zendstaat geacht inwoner van de zendstaat te zijn 3 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepaling van het eerste lid inwoner van beide Staten is gelden de volgende regels a hij wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waar hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft Indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn middelpunt van de levensbelangen b indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waar hij gewoonlijk verblijft c indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft wordt hij geacht inwoner te zijn van die van de beide Staten waarvan hij onderdaan is 4 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepaling van het eerste lid inwoner van beide Staten is wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waar de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen Artikel 5 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žvaste inrichtingâ een vaste bedrijfsinrichting waarin de werkzaamheden van de onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend 2 De uitdrukking â žvaste inrichtingâ omvat in het bijzonder a een plaats waar leiding wordt gegeven b een filiaal c een kantoor d een fabriek e een werkplaats f een mijn een steengroeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen g de plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie of montagewerkzaamheden waarvan de duur twaalf maanden overschrijdt 3 Een vaste inrichting wordt niet aanwezig geacht indien a gebruik wordt gemaakt van inrichtingen uitsluitend voor de opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar wordt aangehouden uitsluitend voor de opslag uitstalling of aflevering c een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar wordt aangehouden uitsluitend voor de bewerking of verwerking door een andere onderneming d een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden uitsluitend voor reclamedoeleinden voor het geven van inlichtingen voor wetenschappelijk onderzoek of voor soortgelijke werkzaamheden voor de onderneming die van voorbereidende aard zijn of het karakter van hulpwerkzaamheden hebben 4 Een persoon die in een van de beide Staten voor een onderneming van de andere Staat werkzaam is niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger in de zin van het vijfde lid wordt als een in de eerstbedoelde Staat aanwezige vaste inrichting beschouwd indien hij een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in die Staat gewoonlijk uitoefent tenzij zijn werkzaamheden beperkt blijven tot de aankoop van goederen of koopwaar voor de onderneming 5 Een onderneming van een van de beide Staten wordt niet geacht een vaste inrichting in de andere Staat te bezitten op grond van de enkele omstandigheid dat zij aldaar zaken doet door middel van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger indien deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen 6 De enkele omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een van de beide Staten een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij met behulp van een vaste inrichting hetzij op andere wijze stempelt een van de beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere HOOFDSTUK III Belastingheffing naar het inkomen Artikel 6 Inkomsten uit onroerende goederen 1 Inkomsten uit onroerende goederen mogen worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen 2 De uitdrukking â žonroerende goederenâ heeft de betekenis die daaraan wordt toegekend door het recht van de Staat waar de desbetreffende goederen zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de goederen die bij de onroerende goederen behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende goederen en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende goederen beschouwd 3 De bepaling van het eerste lid is van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende goederen 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende goederen van een onderneming en op inkomsten uit onroerende goederen gebezigd voor de uitoefening van een vrij beroep Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een van de beide Staten zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Staat haar bedrijf uitoefent met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Indien een onderneming van een van de beide Staten in de andere Staat haar bedrijf uitoefent met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting worden in elk van de Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders 4 Voor zover het in een van de beide Staten gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 5 Geen voordelen worden aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat om hiervan af te wijken 7 Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel Artikel 8 Zeevaart binnenvaart en luchtvaart 1 Voordelen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 2 Voordelen uit de exploitatie van schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren zijn slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 3 Indien de plaats van de werkelijke leiding van een zeescheepvaart of een binnenscheepvaartonderneming zich aan boord van een schip bevindt wordt deze plaats geacht te zijn gelegen in de Staat waar de thuishaven van het schip is gelegen of indien er geen thuishaven is in de Staat waarvan de exploitant van het schip inwoner is Artikel 9 Gelieerde ondernemingen Indien a een onderneming van een van de beide Staten onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een van de beide Staten en een onderneming van de andere Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in haar handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden aanvaard of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die zonder deze voorwaarden zouden zijn opgekomen aan een van de ondernemingen maar tengevolge van die voorwaarden haar niet zijn opgekomen worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een van de beide Staten aan een inwoner van de andere Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter in de Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar de aldus geheven belasting mag 15 percent van het bruto bedrag van de dividenden niet overschrijden 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid mag de belasting op dividenden die door een lichaam dat inwoner is van een van beide Staten worden betaald aan een lichaam dat inwoner is van de andere Staat 5 percent van het brutobedrag van de dividenden niet overschrijden indien het lichaam dat de dividenden ontvangt onmiddellijk of middellijk ten minste 25 percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt 4 De bevoegde autoriteiten van de beide Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede en derde lid 5 De bepalingen van het tweede en derde lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winsten waaruit de dividenden worden betaald 6 De uitdrukking â ždividendenâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen â žKuxenâ oprichtersaandelen of andere rechten met uitzondering van schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de belastingwetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is met inkomsten uit aandelen worden gelijkgesteld 7 De bepalingen van het eerste tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de genieter van de dividenden inwoner van een van de beide Staten in de andere Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een vaste inrichting heeft en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort In een zodanig geval zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing 8 Indien een lichaam dat inwoner is van een van de beide Staten voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden betaald door het lichaam aan personen die geen inwoner zijn van die andere Staat noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een van de beide Staten en betaald aan een inwoner van de andere Staat is slechts in die andere Staat belastbaar 2 De uitdrukking â žinterestâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt De uitdrukking omvat evenwel niet de in artikel 12 eerste lid bedoelde winstaandelen 3 De bepaling van het eerste lid is niet van toepassing indien de genieter van de interest die inwoner is van een van de beide Staten in de andere Staat waaruit de interest afkomstig is een vaste inrichting heeft en de vordering uit hoofde waarvan de interest verschuldigd is tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort In een zodanig geval zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing 4 Indien tengevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de schuldeiser of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde interest in aanmerking nemende de schuldvordering ter zake waarvan zij wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de schuldeiser zou zijn overeengekomen vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van de beide Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 12 Stille vennootschappen 1 Indien een inwoner van een van de beide Staten winstaandelen verkrijgt uit een deelneming als stille vennoot in een onderneming waarvan de leiding zich in de andere Staat bevindt mogen deze winstaandelen in die andere Staat worden belast indien met de deelneming niet een deelneming in het vermogen van de onderneming gepaard gaat 2 Op winstaandelen uit deelnemingen als stille vennoot waarmede een deelneming in het vermogen van de onderneming gepaard gaat zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing Artikel 13 Royalty s 1 Royalty s afkomstig uit een van de beide Staten en betaald aan een inwoner van de andere Staat zijn behoudens het bepaalde in het tweede lid slechts in die andere Staat belastbaar 2 Royalty s die door een lichaam dat inwoner is van een van de beide Staten worden betaald aan een inwoner van de andere Staat die middellijk of onmiddellijk voor meer dan 50 percent in het kapitaal van het betalende lichaam deelneemt mogen ook in de eerstbedoelde Staat worden belast maar de belasting mag de helft van het wettelijke belastingtarief doch in ieder geval 10 percent van het bruto bedrag van deze royalty s niet overschrijden 3 De uitdrukking â žroyalty sâ zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap daaronder begrepen films van een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze dan wel voor het gebruik van of het recht van gebruik van nijverheids en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 4 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de genieter van de royalty s die inwoner is van een van de beide Staten in de andere Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn een vaste inrichting heeft en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s verschuldigd zijn tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort In een zodanig geval zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing 5 Indien tengevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de schuldeiser of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde royalty s in aanmerking nemende het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de schuldeiser zou zijn overeengekomen vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de beide Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 14 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen uit de vervreemding van onroerende goederen zoals omschreven in artikel 6 tweede lid mogen worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende zaken deel uitmakende van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een van de beide Staten in de andere Staat heeft of van roerende zaken behorende tot een vast middelpunt dat een inwoner van een van de beide Staten in de andere Staat tot zijn beschikking heeft voor de uitoefening van een vrij beroep daaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting alleen of te zamen met de gehele onderneming of van het vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 3 Niettegenstaande de bepaling van het tweede lid zijn voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd en van schepen die dienen voor het vervoer in de binnenwateren zomede van roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen De bepalingen van artikel 8 derde lid vinden hierbij toepassing 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere zaken dan die genoemd in de voorgaande leden zijn slechts belastbaar in de Staat waarvan de vervreemder inwoner is 5 De bepaling van het vierde lid tast niet aan het recht van elk van de beide Staten overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen op voordelen uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld en dat inwoner is van die Staat verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere Staat en die in de loop van de laatste vijf jaren voorafgaande aan de vervreemding van de aandelen of winstbewijzen inwoner van de eerstbedoelde Staat is geweest Artikel 15 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een van de beide Staten in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere zelfstandige werkzaamheden van soortgelijke aard zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij hij in de andere Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt Indien hij over zulk een vast middelpunt beschikt mogen de voordelen in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegerekend 2 De uitdrukking â žvrij beroepâ sluit in het bijzonder in zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten en accountants Artikel 16 Niet zelfstandige arbeid 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 17 19 20 en 21 tweede lid zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de beide Staten ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een van de beide Staten ter zake van een in de andere Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in het desbetreffende kalenderjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning genoten door een inwoner van een van de beide Staten ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig in internationaal verkeer of aan boord van een schip dat dient voor het vervoer in de binnenwateren slechts in die Staat belastbaar Artikel 17 Bestuurders en commissarissenbeloningen 1 Bestuurders en commissarissenbeloningen en soortgelijke betalingen verkregen door een inwoner van Nederland in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer of van de raad van toezicht van een lichaam dat inwoner van Oostenrijk is mogen in Oostenrijk worden belast 2 Beloningen en andere betalingen verkregen door een inwoner van Oostenrijk in zijn hoedanigheid van bestuurder of commissaris van een lichaam dat inwoner van Nederland is mogen in Nederland worden belast Artikel 18 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 15 en 16 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een van de Staten als artiest zoals een toneelspeler film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 15 en 16 worden belast in de Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht 3 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn voordelen of inkomsten verkregen uit werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid die zijn uitgevoerd krachtens een tussen de Staten overeengekomen culturele overeenkomst of regeling of verkregen door een niet op het maken van winst gerichte organisatie als zodanig erkend in een onderlinge overlegprocedure krachtens artikel 26 van dit Verdrag of door een artiest of sportbeoefenaar ter zake van aan een dergelijke organisatie verleende diensten vrijgesteld van belasting in de Staat waarin deze werkzaamheden worden verricht Artikel 19 Pensioenen Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 20 tweede lid sub a en vierde lid zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de beide Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar Artikel 20 Overheidsfuncties en sociale zekerheid 1 a Salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen niet zijnde pensioenen betaald door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam mogen in die Staat worden belast b Deze salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner is van die Staat die i onderdaan is van die Staat of ii niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd 2 a Pensioenen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam mogen in die Staat worden belast b Deze pensioenen zijn echter alleen in de andere Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat 3 De bepalingen van de artikelen 16 17 18 en 19 zijn van toepassing op salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen en op pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan 4 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede en derde lid mogen pensioenen en andere beloningen betaald aan een inwoner van een van de Staten krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van de andere Staat in die andere Staat worden belast Artikel

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/oostenrijk-protocol-1-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Oostenrijk Protocol 4 (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    met bouwterrein VAR verklaring de misverstanden de oplossing Duitse Grondbelasting Grundsteuer Memo inzake integratieheffing Zachte heelmeesters maken stinkende wonden Sloopconstructie en economische eigendomsoverdracht Wat zal de rechtsbescherming bij de informatieplicht in de praktijk betekenen Welke rechtsmiddelen heeft u als de belastingontvanger het verzoek om een betalingsregeling afwijst Duitse loonbelasting Algemeen verweer tegen aansprakelijkstelling Bestuurdersaansprakelijkheid meld tijdig betalingsonmacht Aansprakelijkheid en de bedoeling van de wet Het MKB heeft gezond inkopen nog niet ontdekt Lening van BV aan DGA voor rentevoordeel onbelast Levering digitaal fotoboek belast met 6 btw Belastingplicht in Duitsland beschränkte resp unbeschränkte Steuerpflicht De fiscale risicoaansprakelijkheid Hoge boetes bij te laat indienen van een belastingaangifte Is de meldingsplicht bij de bestuurdersaansprakelijkheid onevenredig Aansprakelijkheid bij vervreemding van aandelen Cross boarder leasing zonder btw Het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland Geen interne levering bij inpandige verbouwing Bestuurdersaansprakelijkheid ver van uw bed of dichterbij dan u dacht Fiscale boetes voorkomen beter dan genezen Wettelijk minimumloon stijgt per 1 juli 2012 Lenteakkoord 2012 en loonheffingen Met een kanonskogel een vlieg doden Verzekeringsplicht Tweede woning Zwitserland Wijzigingen in de Duitse BTW wetgeving Goed lobbywerk van het Verbond van Verzekeraars 808 vergoeding voor aanslag van 6 Vernederlandsing van Belgische autofiscaliteit Reactivering vermogensbelasting in Spanje 2012 2013 Fiscale Highlight Stabiliteitsprogramma Crisismaatregel 2012 Let op bij creatief gebruik van verrekenprijzen E Bilanz ofwel elektronische balans Kantoren Friesland Customs Knowledge in Heerenveen Arjo Groenendijk Bart Boersma Bram van Breukelen Geert Koevoets Sander van Lent De Vries c s Tax Advisors in Beetsterzwaag Joost Muller Jan Jaap de Vries Priore in Heerenveen mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Priore in Workum mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Rien Vink Loonheffingen in Engwierum Rien Vink Scheidingsfiscalist T van der Wal in Beetsterzwaag Tiny van der Wal Smids en Schakel in Leeuwarden Peter Steenhuis Marieke van der Veer Corine van der Maden LEXX Advocaten in Leeuwarden Mr Martijn S Dunant Maurits Tóth Belastingadvies Andries Tóth Eikenaar Belastingadvies in Drachten Ed Eikenaar Groningen Stetler in Haren Wim Dijkstra HS26 Advocatuur in Groningen Gerhard Sjobbema Caraad Belastingadviseurs in Groningen Wietze Hoekstra Martijn Thalen Rutger Hotsma Bastide in Groningen Petrus Zijlstra Drenthe Consensio in Zuidlaren Gonard Wagenaar Bloemsma Faassen in Assen Willem Faassen Anne Marc van de Wal Gelderland Kleijsen Cortenbach Kuijpers LLP in Nijmegen P E Art and Tax in Doetinchem Peter Kleinreesink ScholsBurgerhartSchols in Nijmegen Mr dr W Burgerhart Prof dr B M E M Schols Prof mr F W J M Schols Van Lienden Kooistra in Barneveld Eric Jan Sobels Jonne Tijssen Noord Brabant De Vries Partners in Valkenswaard Hans van Kuyk Wesselman in Eindhoven Bert Bogie Wesselman in Helmond Bert Bogie Lucas Belastingadvies in Den Bosch Jurrian Lucas Ooms Partners in Breda drs Marco Ooms mr Hans Seijkens Limburg Rebastion in Maastricht Frodo Oude Groeniger Rob Engelbert Wesselman in Weert Bert Bogie Noord Holland HDK Advocaten en Fiscalisten in Amsterdam Roy Vliese Pavel der Kinderen MB Legal Tax in Alkmaar F van Elk FB Fedor mr drs J D Hoogendoorn RA Jaap J Beijert Jan MB Legal Tax in Middenbeemster mr M F Marco Bezoet de Bie mr J D M J den Boer RA CRAd Schut en Bruggink Estate Planners in Haarlem Paul Schut Marian Bruggink Rogier Pak Abel Advisory in Amsterdam Frank Schwarte Joost Lagerberg AsjesBisseling in Amsterdam Arjan Bisseling B B Accountants in Den Burg De Bont Advocaten in Amsterdam prof mr G J M E de Bont mr J M Sitsen mr M B Weijers mr P de Haas VanOoijen in Haarlem Adriaan Daniels Ognjen Soldat Just Tax in Nieuw Vennep Utrecht AccountantsTEAM in Utrecht Joost Rietveld Pay Check in Houten Pieter Miedema Fiscaal Jurist in Baarn Pieter Miedema Overijssel ELBERT fiscaal in Hengelo mr H A Elbert Beersen Grandiek in Hengelo Mr V J Vincent Grandiek Cervus Belastingadvies in Zwolle mr H A Elbert EVFA in Deventer Eric Versteegh Zuid Holland Scientia Fiscalis in Alblasserdam Yvonne Tigelaar Klootwijk Van Driel Fruijtier in Dordrecht MB Internationaal in Rotterdam Zeeland Rijkse Partners Belastingadviseurs in Middelburg Curacao Wesselman in Curaçao Bert Bogie Duitsland Strick Rechtsanwälte Steuerberater in Kleve Anton Ingenerf Frank J Lamers Sabine van Wickeren Lenk Christian Theissen Freddy B Heinzel Belgie Cobofisk in Gent Hendrik Huys Cobofisk in Aalter Luc Coopman Spanje Arcos Lamers Asociados in Marbella Wim Lamers Maite Arcos Kennisgroepen BTW specialisten Loonheffing specialisten Pensioen specialisten Estate Planning specialisten Formeel Belastingrecht specialisten Fusie Overname specialisten Herinvesteringsreserve specialisten Huwelijk Echtscheiding specialisten Innovatiebox specialisten Internationaal Belastingrecht specialisten Douane specialisten Auto van de zaak Sport Sprekers Cursussen Allround Auto van de zaak Bedrijfsoverdracht BTW Douane Estate Planning FFP VBI FBI Formeel belastingrecht Loonheffingen Pensioenen Partners Fiscaal Kenniscentrum Fiscaal up to Date Hoge Raad geeft happy end aan nasleep Van der Steen naheffingen van tafel Verhuur van theaterruimte was niet vrijgesteld van BTW Betalingsonmacht hoefde pas na aanmaning te worden gemeld HIR viel vrij wegens verkoop herinvesteringslichaam aan gelieerde BV Tbs regeling voor verhuur camping na verkoop aandelen aan schoonmoeder Leningconstructie taxpartners was ongewenste boxarbitrage Rechtbank torpedeert listige aandelenoptieconstructies DGA in Van der Steen f e niet aansprakelijk voor BTW van BV Overdrachtsbelasting vanaf 15 juni 2011 verlaagd naar 2 Verliesverrekeningsbeperking niet in strijd met EU recht Privégebruik auto per 1 juli 2011 fictieve dienst correctie los van IB en LB BTW bij levering terrein met reeds gestarte sloop van opstallen Don Bosco 30 Regeling voor na terugkeer genoten optievoordeel Fiscaal up to Date kennispartner van Belasting Collectief Nederland Werkzaamheid bij vastgoed eindigt in principe bij vervreemding Premies vrijwillige ANW vangnetverzekering niet aftrekbaar Sale lease back van school door gemeente misbruik van recht Melding betalingsonmacht liep niet door na onjuiste aangifte EHRM rekt zwijg en inzagerecht in fiscale boetezaak op Volgens staatssecretaris geen misstanden bij de Belastingdienst 30 regel voor na uitdiensttreding ontvangen optievoordeel Arresten over landbouwvrijstelling rechtvaardigden heretikettering niet Negeren van belaste winstuitkering in aanvullende aangifte was ambtelijk verzuim Navordering na fout in vooringevulde aangifte vernietigd Voorwaarde voor geruisloze inbreng buitenlandse ondernemer in strijd met EU recht Kostenvergoeding voor telefonisch horen in

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/oostenrijk-protocol-4-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive