archive-nl.com » NL » B » BELASTINGCOLLECTIEF.NL

Total: 1024

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Pakistan (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    in werking Duitsland Protocol 2 in werking Duitsland Protocol 3 in werking Egypte in werking Estland in werking Estland Protocol 1 in werking Estland Protocol 2 in werking Filippijnen in werking Finland 1996 in werking Frankrijk 1973 in werking Frankrijk Protocol bij 1973 in werking Georgië in werking Ghana in werking Griekenland in werking Hongkong in werking Hongarije in werking Ierland in werking Ijsland in werking India in werking India Protocol ondertekend Indonesië 2002 in werking Israël in werking Israël Protocol in werking Italië Protocol in werking Japan 1970 beëindigd Japan 2010 in werking Japan Protocol beëindigd Joegoslavië in werking Jordanië in werking Kazachstan in werking Koeweit in werking Korea in werking Korea Protocol in werking Kroatië in werking Kyrgyzstan Sovjetverdrag in werking Letland in werking Litouwen in werking Luxemburg in werking Luxemburg Protocol in werking Marcedonië in werking Malawi in werking Maleisië in werking Maleisië Protocol 1 in werking Maleisië Protocol 2 in werking Malta in werking Malta Protocol in werking Marokko in werking Mexico in werking Mexico Protocol in werking Moldavië in werking Mongolië in werking Nieuw Zeeland in werking Nieuw Zeeland Protocol in werking Nigeria in werking Noorwegen in werking Noorwegen Protocol in werking Oekraïne in werking Oezbekistan in werking Oman in werking Oostenrijk in werking Oostenrijk Protocol 1 in werking Oostenrijk Protocol 2 in werking Oostenrijk Protocol 3 in werking Oostenrijk Protocol 4 in werking Pakistan in werking Panama in werking Polen in werking Portugal in werking Qatar in werking Roemenië in werking Russische Federatie in werking Saudi Arabië in werking Singapore in werking Singapore Protocol 1 in werking Singapore Protocol 2 in werking Slovenië in werking Slowakije in werking Slowakije Protocol 1 in werking Slowakije Protocol 2 in werking Spanje in werking Sri Lanka in werking Suriname in werking Taiwan in werking Thailand in werking Tunesië in werking Turkije in werking Turkmenistan Sovjetverdrag in werking Uganda in werking Venezuela in werking Venezuela Protocol in werking Verenigd Koninkrijk 1980 beëndigd Verenigd Koninkrijk 2008 in werking Verenigd Koninkrijk Protocol 1 beëindigd Verenigd Koninkrijk Protocol 2 beëindigd Verenigde Arabische Emiraten in werking Verenigde Staten in werking Verenigde Staten Protocol 1993 in werking Verenigde Staten Protocol 2004 in werking Vietnam in werking Zambia in werking Zimbabwe in werking Zuid Africa in werking Zuid Africa Protocol in werking Zweden in werking Zwitserland 2010 in werking Type S E Zweden in werking Verenigd Koninkrijk Successie in werking Oostenrijk Successie in werking Israël Successie in werking Finland Successie in werking Search Zoeken Javascript is required to use this website translator free translator Skip to content zaterdag 22 september 2012 17 04 Pakistan in werking Geschreven door Redactie Belasting Collectief Nederland Print E mail Opschrift Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Islamitische Republiek Pakistan tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen Kop Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Islamitische Republiek Pakistan tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen Aanhef De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Islamitische Republiek Pakistan De wens koesterende een overeenkomst te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen Zijn het volgende overeengekomen Wettekst I REIKWIJDTE VAN DE OVEREENKOMST Artikel 1 Personen op wie de overeenkomst van toepassing is Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten Artikel 2 Belastingen waarop de overeenkomst van toepassing is 1 Deze Overeenkomst is van toepassing op belastingen naar het inkomen die ongeacht de wijze van heffing worden geheven ten behoeve van een van de Staten 2 Als belastingen naar het inkomen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen of naar bestanddelen van het inkomen daaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende of onroerende zaken belastingen naar het bedrag van de door ondernemingen betaalde lonen of salarissen alsmede belastingen naar waardevermeerdering 3 De bestaande belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is zijn met name a wat Nederland betreft de inkomstenbelasting de loonbelasting de vennootschapsbelasting de dividendbelasting hierna te noemen â žNederlandse belastingâ b wat Pakistan betreft de income tax de inkomstenbelasting de super tax de aanvullende inkomstenbelasting de surcharge opcenten op de inkomstenbelasting en de aanvullende inkomstenbelasting hierna te noemen â žPakistaanse belastingâ 4 De Overeenkomst is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van de Overeenkomst naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven De bevoegde autoriteiten van de Staten delen elkaar alle wezenlijke wijzigingen mede die in hun onderscheiden belastingwetgevingen zijn aangebracht II BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 3 Algemene begripsbepalingen 1 Voor de toepassing van deze Overeenkomst tenzij de context anders vereist a betekent de uitdrukking â žStaatâ Nederland of Pakistan al naar de context vereist betekent de uitdrukking â žStatenâ Nederland en Pakistan b omvat de uitdrukking â žNederlandâ het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen en het onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan waarop het Koninkrijk der Nederlanden in overeenstemming met het internationale recht soevereine rechten heeft c betekent de uitdrukking â žPakistanâ wanneer zij in aardrijkskundige zin wordt gebezigd Pakistan zoals het wordt omschreven in de grondwet van de Islamitische Republiek Pakistan en omvat mede elk gebied buiten de territoriale wateren van Pakistan dat ingevolge het internationale recht en de wetgeving van Pakistan een gebied is waarbinnen de rechten van Pakistan met betrekking tot de zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen kunnen worden uitgeoefend d omvat de uitdrukking â žpersoonâ een natuurlijke persoon een lichaam en elke andere vereniging van personen e betekent de uitdrukking â žlichaamâ elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld f betekenen de uitdrukkingen onderneming van een van de Staten en â žonderneming van de andere Staatâ onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een van de Staten en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere Staat g betekent de uitdrukking â žonderdaanâ 1 iedere natuurlijke persoon die de nationaliteit van een van de Staten bezit 2 iedere rechtspersoon vennootschap en vereniging die zijn rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in een van de Staten van kracht is h betekent de uitdrukking â žinternationaal verkeerâ alle vervoer met een schip of een luchtvaartuig geà xploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van de werkelijke leiding in een van de Staten is gelegen behalve wanneer het schip of het luchtvaartuig uitsluitend wordt geà xploiteerd tussen plaatsen die in de andere Staat zijn gelegen i betekent de uitdrukking â žbevoegde autoriteitâ 1 in Nederland de Minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger 2 in Pakistan de â žCentral Board of Revenueâ 2 Voor de toepassing van de Overeenkomst door een van de Staten heeft tenzij de context anders vereist elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is Artikel 4 Fiscale woonplaats 1 Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking â žinwoner van een van de Statenâ iedere persoon die ingevolge de wetgeving van die Staat aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats verblijf plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die Staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in die Staat 2 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Staten is wordt zijn positie als volgt bepaald a hij wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waar hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn middelpunt van de levensbelangen b indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waar hij gewoonlijk verblijft c indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is d indien hij onderdaan is van beide Staten of van geen van beide regelen de bevoegde autoriteiten van de Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming 3 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Staten is wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waar de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen Artikel 5 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking â žvaste inrichtingâ een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend 2 De uitdrukking â žvaste inrichtingâ omvat in het bijzonder a een plaats waar leiding wordt gegeven b een filiaal c een kantoor d een fabriek e een werkplaats f een pakhuis en g een mijn een olie of gasbron een steengroeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen 3 De plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie installatie of montagewerkzaamheden of daarmee verband houdende werkzaamheden van toezichthoudende aard vormt alleen een vaste inrichting indien de duur ervan zes maanden overschrijdt 4 De uitdrukking â žvaste inrichtingâ omvat eveneens het verlenen van diensten daaronder begrepen diensten van adviserende aard door een onderneming door middel van werknemers of ander personeel die door de onderneming daarmee zijn belast maar alleen indien werkzaamheden van dien aard voor hetzelfde of een daarmee samenhangend project in het land worden verricht gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden een totaal van vier maanden te boven gaan 5 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt een vaste inrichting niet aanwezig geacht indien a gebruik wordt gemaakt van inrichtingen uitsluitend voor de opslag of uitstalling van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar wordt aangehouden uitsluitend voor de opslag of uitstalling c een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar wordt aangehouden uitsluitend voor de bewerking of verwerking door een andere onderneming d een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 6 Indien een persoon niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger in de zin van het zevende lid in een van de Staten voor of namens een onderneming van de andere Staat werkzaam is wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid geacht in de eerstbedoelde Staat een vaste inrichting te hebben indien de persoon a een machtiging bezit om voor of namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in die Staat gewoonlijk uitoefent tenzij zijn werkzaamheden beperkt blijven tot de aankoop van goederen of koopwaar voor die onderneming of b zulk een machtiging niet bezit maar gewoonlijk in die Staat een voorraad van goederen of koopwaar aanhoudt waaruit hij regelmatig goederen of koopwaar voor de onderneming aflevert of c zich in die Staat ten behoeve van de verkoop van goederen of koopwaar gewoonlijk bezighoudt met het opnemen van bestellingen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestemd zijn voor de onderneming zelf of voor de onderneming en andere ondernemingen die zij beheerst of door welke zij wordt beheerst 7 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een van de Staten te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen Indien evenwel de werkzaamheden van zulk een makelaar uitsluitend of nagenoeg uitsluitend worden verricht voor die onderneming zelf of voor die onderneming en andere ondernemingen die zij beheerst of door welke zij wordt beheerst wordt hij niet geacht een onafhankelijke vertegenwoordiger in de zin van dit lid te zijn 8 Alleen de omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een van de Staten een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze stempelt een van beide lichamen nog niet tot een vaste inrichting van het andere III BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN Artikel 6 Inkomsten uit onroerende goederen 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een van de Staten uit onroerende goederen daaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven die in de andere Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende goederenâ heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Staat waar de desbetreffende goederen zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de goederen die bij de onroerende goederen behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende goederen en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende goederen beschouwd 3 De bepaling van het eerste lid is van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende goederen 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende goederen van een onderneming en op inkomsten uit onroerende goederen gebezigd voor het verrichten van zelfstandige arbeid Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een van de Staten zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij kunnen worden toegerekend aan a die vaste inrichting aan b de verkoop in die andere Staat van goederen of koopwaar van dezelfde of soortgelijke aard als worden verkocht door die vaste inrichting of aan c andere bedrijfshandelingen in die andere Staat van dezelfde of soortgelijke aard als worden verricht door middel van die vaste inrichting 2 Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden indien een onderneming van een van de Staten in de andere Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de bedrijfsuitoefening van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders 4 Voorzover het in een van de Staten gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 5 Geen voordelen worden aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat om hiervan af te wijken 7 Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van deze Overeenkomst worden behandeld worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel Artikel 8 Zeevaart en luchtvaart 1 Voordelen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 2 Indien de plaats van de werkelijke leiding van een scheepvaartonderneming zich aan boord van een schip bevindt wordt deze plaats geacht te zijn gelegen in de Staat waar de thuishaven van het schip is gelegen of indien er geen thuishaven is in de Staat waarvan de exploitant van het schip inwoner is 3 De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpoolâ een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal geà xploiteerd agentschap Artikel 9 Gelieerde ondernemingen 1 Indien a een onderneming van een van de Staten onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een van de Staten en een onderneming van de andere Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast 2 Indien een van de Staten in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen begrijpt en dienovereenkomstig belast ter zake waarvan een onderneming van de andere Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstbedoelde Staat zou hebben behaald indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen zal die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven dienovereenkomstig herzien Bij deze herziening wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van deze Overeenkomst en plegen de bevoegde autoriteiten van de Staten zo nodig met elkaar overleg Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een van de Staten aan een inwoner van de andere Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden is mag de aldus geheven belasting niet overschrijden a 10 percent van het brutobedrag van de dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde een lichaam niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma is dat onmiddellijk ten minste 25 percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt b 20 percent van het brutobedrag van de dividenden in alle andere gevallen 3 De bepalingen van het tweede lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 4 De uitdrukking â ždividendenâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen mijnaandelen oprichtersaandelen of andere rechten die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit winstdelende obligaties en inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen 5 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een van de Staten in de andere Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naargelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 6 Indien een lichaam dat inwoner is van een van de Staten voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een van de Staten en betaald aan een inwoner van de andere Staat mag in die andere Staat worden belast 2 Deze interest mag echter ook in de Staat waaruit hij afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de interest is mag de aldus geheven belasting niet overschrijden a 10 percent van het brutobedrag van de interest indien de interest wordt genoten door een bank of een andere financià le instelling b 15 percent van het brutobedrag van de interest indien de interest wordt betaald door een lichaam aan een lichaam niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma dat onmiddellijk tenminste 25 percent bezit van het kapitaal van het betalende lichaam c 10 percent van het brutobedrag van de interest indien de interest wordt genoten krachtens een financieringsovereenkomst of uit hoofde van uitstel van betaling verband houdende met de verkoop van nijverheids en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of met de constructie van installaties voor nijverheids en handelsdoeleinden of wetenschappelijke doeleinden dan wel met openbare werken d 20 percent van het brutobedrag van de interest in alle andere gevallen 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid a is de â žState Bank of Pakistanâ vrijgesteld van Nederlandse belasting ter zake van interest die afkomstig is uit Nederland b is de Nederlandsche Bank N V vrijgesteld van Pakistaanse belasting ter zake van interest die afkomstig is uit Pakistan c is de Regering van een van de Staten vrijgesteld van belasting in de andere Staat ter zake van interest die afkomstig is uit die andere Staat indien zodanige interest is verkregen ter zake van leningen d is een financià le instelling die eigendom is van of beheerst wordt door de Regering van een van de Staten vrijgesteld van belasting in de andere Staat ter zake van interest die afkomstig is uit die andere Staat indien zodanige interest is verkregen ter zake van leningen 4 De uitdrukking â žinterestâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen daaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen Deze uitdrukking omvat echter niet de inkomsten die in artikel 10 zijn behandeld In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt 5 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een van de Staten in de andere Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 6 Interest wordt geacht uit een van de Staten afkomstig te zijn indien deze wordt betaald door die Staat zelf door een staatkundig onderdeel door een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de interest betaalt of hij inwoner van een van de Staten is of niet in een van de Staten een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald was aangegaan en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 7 Indien ten gevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst Artikel 12 Royalty s 1 Royalty s afkomstig uit een van de Staten en betaald aan een inwoner van de andere Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 De royalty s mogen echter ook in de Staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s is mag de aldus geheven belasting niet overschrijden a 15 percent van het brutobedrag van de vergoedingen bedoeld in het derde lid letter a b 15 percent van het brutobedrag van de vergoedingen bedoeld in het derde lid letter b c 5 percent van het brutobedrag van de vergoedingen bedoeld in het derde lid letter c 3 De uitdrukking â žroyalty sâ zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van a een octrooi een fabrieks of handelsmerk of handelsnaam een geheim recept of een geheime werkwijze een tekening of model of inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap b nijverheids of handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting bioscoopfilms en banden voor televisie en radio c een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap daaronder niet begrepen bioscoopfilms en banden voor televisie of radio 4 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s die inwoner is van een van de Staten in de andere Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s verschuldigd zijn tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naargelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 5 Royalty s worden geacht uit een van de Staten afkomstig te zijn indien zij worden betaald door die Staat zelf door een staatkundig onderdeel door een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de royalty s betaalt of hij inwoner van een van de Staten is of niet in een van de Staten een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor het contract op grond waarvan de royalty s worden betaald was gesloten en deze royalty s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt worden deze royalty s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 6 Indien ten gevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde royalty s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen vinden de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een van de Staten uit de vervreemding van onroerende goederen zoals bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende zaken die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een van de Staten in de andere Staat heeft of van roerende zaken die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een van de Staten in de andere Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid daaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting alleen of met de gehele onderneming of van het vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 3 Voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd of van roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen zijn slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen De bepalingen van artikel 8 tweede lid vinden hierbij toepassing 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere zaken dan die bedoeld in het eerste tweede en derde lid zijn slechts belastbaar in de Staat waarvan de vervreemder inwoner is 5 Niettegenstaande de bepalingen van het vierde lid mogen indien een persoon 25 percent of meer bezit van het kapitaal van een lichaam dat zich geheel of hoofdzakelijk bezig houdt met onroerende goederen de voordelen verkregen uit de vervreemding van enige of van al die aandelen worden belast in de Staat waar die onroerende goederen zijn gelegen 6 Tenzij in het vijfde lid anders is bepaald tast de bepaling van het vierde lid niet aan het recht van elk van de Staten overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen op voordelen uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld en dat inwoner is van die Staat verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere Staat en die in de loop van de laatste vijf jaren voorafgaande aan de vervreemding van de aandelen of winstbewijzen inwoner van de eerstbedoelde Staat is geweest Artikel 14 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een van de Staten in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar behalve onder de volgende omstandigheden waarin zodanige voordelen ook in de andere Staat mogen worden belast a indien hij in de andere Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt in dat geval mogen de voordelen slechts in zoverre zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegerekend in die andere Staat worden belast of b indien hij in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 of meer dagen belopen in dat geval mogen de voordelen slechts in zoverre zij worden verkregen uit zijn in die andere Staat verrichte werkzaamheden in die andere Staat worden belast of c indien de beloningen voor zijn werkzaamheden in de andere Staat worden betaald door een inwoner van die Staat of ten laste komen van een vaste inrichting of een vast middelpunt in die Staat en in het belastingjaar Rs 75 000 of de tegenwaarde daarvan in Nederlandse valuta te boven gaan 2 De uitdrukking â žvrij beroepâ omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Niet zelfstandige arbeid 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 16 18 19 20 en 21 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een in de andere Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in het belastingjaar van die Staat een totaal van 183 dagen niet te boven gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van een van de Staten ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geà xploiteerd slechts in die Staat belastbaar Artikel 16 Bestuurders en commissarissenbeloningen 1 Directeursbeloningen directors fees en andere beloningen verkregen door een inwoner van een van de Staten in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer van bestuurder of van commissaris van een lichaam dat inwoner is van de andere Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Indien de in het eerste lid bedoelde beloningen verkregen worden door een persoon die werkzaamheden van regelmatige en wezenlijke aard verricht in een vaste inrichting welke gevestigd is in de andere Staat dan de Staat waarvan het lichaam inwoner is en de beloningen aftrekbaar zijn bij het bepalen van de belastbare winst van die vaste inrichting mogen de beloningen voor zover zij aldus aftrekbaar zijn niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid van dit artikel worden belast in de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd Artikel 17 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een van de Staten als artiest zoals een toneelspeler film radio of televisieartiest of een musicus alsmede als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/pakistan-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive


  • Panama (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    mijn een olie of gasbron een steen groeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen en g eigendommen ten behoeve van landbouw beweiding of bosbouw 3 De uitdrukking â žvaste inrichtingâ omvat bovendien a een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie montage of installatiewerkzaamheden of daarmee verband houdende toezichthoudende activiteiten evenwel uitsluitend indien een dergelijke plaats van uitvoering of de werkzaamheden of dergelijke activiteiten blijft voortbestaan respectievelijk voortduren voor een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden in totaal meer dan 183 dagen voortduurt of voortduren b het verlenen van diensten in een Verdragsluitende Staat daaronder begrepen diensten van adviserende aard door een onderneming door middel van werknemers of andere personeelsleden die door de onderneming daartoe zijn aangesteld maar alleen indien deze werknemers of personeelsleden in die Verdragsluitende Staat aanwezig zijn voor het uitvoeren van hetzelfde of een daarmee samenhangend project voor een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden in totaal meer dan 90 dagen voortduurt of voortduren c het gebruik van een constructie installaties boorinrichting vaartuig of ander soortgelijk groot materieel voor de exploratie naar of exploitatie van natuurlijke rijkdommen of bij activiteiten die verband houden met deze exploratie of exploitatie voor een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden in totaal meer dan 90 dagen voortduurt of voortduren 4 Wanneer een onderneming van een Verdragsluitende Staat werkzaamheden verricht in de andere Verdragsluitende Staat in verband met de exploratie of exploitatie van de zeebodem of elk gebied boven of onder de zeebodem en hun natuurlijke rijkdommen in die andere Staat voor een tijdvak dat in een tijdvak van twaalf maanden in totaal meer dan 30 dagen voortduurt wordt zij niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel geacht dergelijke werkzaamheden te verrichten door middel van een vaste inrichting van die onderneming in de andere Staat tenzij de werkzaamheden beperkt blijven tot de werkzaamheden genoemd in het zesde lid Werkzaamheden in verband met de exploratie of exploitatie van de zeebodem of elk gebied onder of boven de zeebodem en hun natuurlijke rijkdommen worden niet geacht te omvatten a sleep of ankerwerkzaamheden door schepen die in de eerste plaats voor dat doel zijn ontworpen alsmede andere door zulke schepen verrichte activiteiten en b het vervoer van voorraden of personeel door schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer 5 Ten behoeve van het bepalen van de duur van de werkzaamheden uit hoofde van het derde en vierde lid wordt het tijdvak waarin werkzaamheden worden verricht in een Verdragsluitende Staat door een onderneming die gelieerd is aan een andere onderneming opgeteld bij het tijdvak waarin de werkzaamheden worden verricht door de onderneming waaraan zij gelieerd is indien de eerstbedoelde werkzaamheden samenhangen met de werkzaamheden die door laatstgenoemde onderneming in die Staat worden verricht mits elk tijdvak waarin twee of meer gelieerde ondernemingen gelijktijdig werkzaamheden verrichten slechts eenmaal wordt meegerekend Een onderneming wordt geacht gelieerd te zijn aan een andere onderneming indien de ene onderneming onmiddellijk of middellijk door de andere wordt beheerst of indien beide ondernemingen onmiddellijk of middellijk door een derde of derden worden beheerst 6 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking â žvaste inrichtingâ niet geacht te omvatten a het gebruik maken van inrichtingen uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor de opslag uitstalling of aflevering c het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming d het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft f het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor een combinatie van de in de onderdelen a tot en met e genoemde werkzaamheden mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 7 Indien een persoon â niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het achtste lid van toepassing is â in een Verdragsluitende Staat voor een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat werkzaam is en een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in een Verdragsluitende Staat gewoonlijk uitoefent wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste tweede derde en vierde lid geacht in die Staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht indien deze persoon a een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten te sluiten en dit recht in die Verdragsluitende Staat gewoonlijk uitoefent tenzij de werkzaamheden van deze persoon beperkt blijven tot de werkzaamheden genoemd in het zesde lid die indien zij zouden worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken of b een dergelijke machtiging niet bezit maar in de eerstgenoemde Staat gewoonlijk een opslagruimte voor goederen of koopwaar aanhoudt die op regelmatige basis wordt gebruikt om namens de onderneming goederen of koopwaar te leveren indien de goederen of koopwaar worden verkocht in de Verdragsluitende Staat waar de opslagruimte is gevestigd 8 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een Verdragsluitende Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen Indien een dergelijke vertegenwoordiger al zijn werkzaamheden of nagenoeg al zijn werkzaamheden namens voornoemde onderneming verricht en de onderneming en de vertegenwoordiger in hun handelsbetrekkingen en financià le betrekkingen verbonden zijn door opgelegde of aanvaarde voorwaarden die afwijken van de voorwaarden die tussen onafhankelijke partijen zouden zijn overeengekomen wordt deze vertegenwoordiger niettegenstaande het bovenstaande met betrekking tot dit lid niet als een onafhankelijke vertegenwoordiger beschouwd 9 De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere HOOFDSTUK III BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN Artikel 6 Inkomsten uit onroerende zaken 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit onroerende zaken waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende zakenâ heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waar de desbetreffende zaken zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de zaken die bij de onroerende zaken behoren vee en uitrusting van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende zaken en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende zaken beschouwd 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende zaken 4 Indien de eigendom van aandelen deelnemingen of andere rechten in een onderneming of enige andere rechtspersoon onmiddellijk of middellijk bijdraagt aan het recht van een inwoner van een Verdragsluitende Staat tot exploitatie van onroerende zaken gelegen in de andere Verdragsluitende Staat die bedoelde eenheid of rechtspersoon aldaar bezit mogen de inkomsten die de eigenaar van de aandelen deelnemingen of rechten verwerft als gevolg van de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van deze onroerende zaken worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de onroerende zaken zijn gelegen in dezelfde mate als waarin de eigenaar van dergelijke rechten zou worden belast indien hij inwoner van die andere Staat zou zijn 5 De bepalingen van het eerste derde en vierde lid zijn eveneens van toepassing op inkomsten uit onroerende zaken van een onderneming Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Verdragsluitende Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders 4 Voor zover het in een Verdragsluitende Staat gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Verdragsluitende Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 5 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van de aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 7 Indien in de voordelen bestanddelen van het inkomen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel Artikel 8 Zee en luchtvervoer 1 De bepalingen van dit Verdrag laten onverlet de toepassing van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Panama tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot ondernemingen die schepen of luchtvaartuigen exploiteren in het internationale verkeer ondertekend te Den Haag op 28 april 1997 2 De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van toepassing op belastingen tolheffingen rechten of soortgelijke betalingen die van toepassing zouden kunnen zijn bij het passeren van het Panamakanaal Artikel 9 Gelieerde ondernemingen 1 Indien a een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast Het is echter wel te verstaan dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten zoals â žcostsharingâ overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten voor of gebaseerd op de toerekening van kosten van de leiding de algemene beheerskosten de technische en zakelijke kosten kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in de voorgaande zin 2 Indien een Verdragsluitende Staat in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen begrijpt â en dienovereenkomstig belast â ter zake waarvan een onderneming van de andere Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstgenoemde Staat zou hebben behaald indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen kan die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven dienovereenkomstig aanpassen Bij de vaststelling van deze aanpassing wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten zo nodig met elkaar overleg Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot het dividend een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is mag de aldus geheven belasting 15 procent van het brutobedrag van de dividenden niet overschrijden 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid heft de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is geen belasting over door dat lichaam betaalde dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden a een lichaam is waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld en dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat en onmiddellijk ten minste 15 procent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt mits i de aandelen van het lichaam dat de dividenden ontvangt regelmatig worden verhandeld op een erkende effectenbeurs of ii ten minste 50 procent van de aandelen van het lichaam dat de dividenden ontvangt onmiddellijk of middellijk in eigendom is van een of meer natuurlijke personen die inwoner zijn van een van de Verdragsluitende Staten of van een of meer lichamen waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een erkende effectenbeurs maar uitsluitend indien de laatstbedoelde lichamen aa inwoner zijn van een van de Verdragsluitende Staten of bb recht zouden hebben op voordelen die gelijk zijn aan of gunstiger dan de voordelen uit hoofde van dit lid ingevolge een allesomvattende regeling tot het vermijden van dubbele belasting tussen hun woonstaat en de Verdragsluitende Staat bij welke aanspraak wordt gemaakt op de voordelen van dit lid of uit hoofde van een multilaterale overeenkomst waarbij hun woonstaat en de Verdragsluitende Staat bij welke aanspraak wordt gemaakt op de voordelen van dit lid partij zijn of iii het lichaam dat de dividenden ontvangt zich actief bezighoudt met een handels of bedrijfsuitoefening in de Verdragsluitende Staat waarvan hij inwoner is anders dan de activiteiten bestaande uit het beheren van investeringen voor rekening van de inwoner zelf tenzij deze activiteiten bestaan uit het bankbedrijf of verzekeringen verricht door een bank of een verzekeringsmaatschappij b een Verdragsluitende Staat een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan is c een lichaam is waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld en dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat en onmiddellijk ten minste 15 procent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt mits dit lichaam het hoofdkantoor is van een multinationale groep van vennootschappen dat een substantieel deel verzorgt van het algemene toezicht op en de administratie van de groep en dat de onafhankelijke discretionaire bevoegdheden heeft en uitoefent voor het verrichten van deze functies Een persoon wordt voor dit doel uitsluitend als hoofdkantoor beschouwd indien i de groep van vennootschappen bestaat uit ondernemingen die inwoner zijn van ten minste vijf landen of vijf regioâ s van landen en zich aldaar bezighouden met bedrijfsmatige activiteiten en deze bedrijfsmatige activiteiten in elk van de vijf landen of vijf regioâ s van landen ten minste 10 procent van het brutoinkomen van de groep genereren en ii niet meer dan 50 procent van zijn brutoinkomen afkomstig is uit de Verdragsluitende Staat niet zijnde de Verdragsluitende Staat waarvan het hoofdkantoor inwoner is of d een pensioenfonds is dat ingevolge de wettelijke bepalingen van een Verdragsluitende Staat erkend is en onder toezicht staat 4 Indien een lichaam nietaanmerking komt voor de voordelen uit hoofde van het derde lid kan het er desondanks voor in aanmerking komen wanneer de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Staat die de voordelen moet toekennen vaststelt dat het voornaamste doel of een van de voornaamste doelen van de oprichting verwerving of de instandhouding van het lichaam niet het veiligstellen van de voordelen van het derde lid is 1 Red Redactie Tractatenblad Hier ontbreekt kennelijk het woord â žinâ Deze vaststelling dient te worden gebaseerd op alle feiten en omstandigheden waaronder a de aard en de omvang van de werkzaamheden van het lichaam in zijn woonstaat ten opzichte van de aard en de omvang van de dividenden b de eigendom van het lichaam in het heden en het verleden en c de zakelijke redenen van het lichaam voor de keuze van zijn woonstaat De bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Staat die de voordelen moet toekennen raadpleegt de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat alvorens de voordelen uit hoofde van dit lid te weigeren 5 Voor de toepassing van het derde lid wordt verstaan onder â žerkende effectenbeursâ a elke effectenbeurs in de lidstaten van de Europese Unie EU b het NASDAQ systeem en elke effectenbeurs in de Verenigde Staten van Amerika die voor de toepassing van de U S Securities Exchange Act van 1934 als nationale effectenbeurs geregistreerd is bij de U S Securities and Exchange Commission de Bolsa Mexicana de Valores de Mexicaanse effectenbeurs en de Toronto Stock Exchange c de Panama Stock Exchange en d elke andere effectenbeurs die de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten overeenkomen mits de aankoop of verkoop van aandelen op de effectenbeurs niet impliciet of expliciet is voorbehouden aan een beperkte groep investeerders 6 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede derde en vierde lid 7 De bepalingen van het tweede derde en vierde lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de voordelen waaruit de dividenden worden betaald 8 De uitdrukking â ždividendenâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen mijnaandelen oprichtersaandelen of andere rechten niet zijnde schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen 9 De bepalingen van het eerste tweede derde vierde en elfde lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing 10 Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn 11 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste tweede en tiende lid mogen dividenden en uitdelingen op winstbewijzen betaald door een lichaam dat krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Staat inwoner van die Staat is aan een natuurlijke persoon die een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is en die nadat hij niet langer inwoner van de eerstgenoemde Staat is wordt belast over de waardevermeerdering van aandelen winstbewijzen callopties en het vruchtgebruik op aandelen en winstbewijzen van en schuldvorderingen op een lichaam ter zake van het tijdvak waarin die natuurlijke persoon inwoner van de eerstgenoemde Staat was in overeenstemming met de wetten van die Staat ook in die Staat worden belast evenwel uitsluitend gedurende een tijdvak van tien jaar na de emigratie van de natuurlijke persoon Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat die wordt verkregen door een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat die de uiteindelijk gerechtigde is mag in die andere Staat worden belast 2 Deze interest mag echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit hij afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is mag de aldus geheven belasting 5 procent van het brutobedrag niet overschrijden De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van deze beperking 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid mag interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat uitsluitend in die andere Staat worden belast indien a de uiteindelijk gerechtigde tot de interest een Verdragsluitende Staat de Centrale Bank van een Verdragsluitende Staat of een van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan is b de interest in verband met de verkoop op krediet van koopwaar of uitrusting aan een onderneming van een Verdragsluitende Staat betaald wordt c de interest aan andere eenheden of instanties met inbegrip van financià le instellingen betaald wordt als gevolg van door dergelijke instellingen of instanties verstrekte financiering in verband met overeenkomsten die tussen de Regeringen van de Verdragsluitende Staten zijn gesloten of d de uiteindelijk gerechtigde tot de interest een pensioenfonds is dat ingevolge de wettelijke bepalingen van een Verdragsluitende Staat erkend is en onder toezicht staat 4 De uitdrukking â žinterestâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies of prijzen alsook daarmee verband houdende garantievergoedingen en commissies In rekening gebrachte boetes voor een te late betaling worden voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt 5 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting en de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting behoort In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing 6 Interest wordt geacht afkomstig te zijn uit een Verdragsluitende Staat indien zij wordt betaald door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de interest betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald was aangegaan en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de Verdragsluitende Staat waar de vaste inrichting is gevestigd 7 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde tot de interest of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde tot de interest zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van de interest van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 12 Royaltyâ s 1 Royaltyâ s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat waarvan de uiteindelijk gerechtigde een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze royaltyâ s mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royaltyâ s een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is mag de aldus geheven belasting 5 procent van het brutobedrag van de royaltyâ s niet overschrijden De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van deze beperking 3 De uitdrukking â žroyaltyâ sâ zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap waaronder begrepen computersoftware bioscoopfilms of films of banden en elk ander middel voor de reproductie van beeld of geluid een octrooi een fabrieks of handelsmerk tekeningen of modellen plannen geheime recepten of geheime werkwijzen of voor het gebruik van of het recht van gebruik van uitrusting op het gebied van nijverheid handel of wetenschap of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 4 De bepalingen van het eerste lid en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royaltyâ s die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royaltyâ s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royaltyâ s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of die vaste basis behoort In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 van toepassing 5 Royaltyâ s worden geacht afkomstig te zijn uit een Verdragsluitende Staat indien zij worden betaald door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de royaltyâ s betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting heeft waarvoor de verplichting tot het betalen van de royaltyâ s was aangegaan en deze royaltyâ s ten laste komen van die vaste inrichting worden deze royaltyâ s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd 6 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de royaltyâ s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken als bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende zaken die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting afzonderlijk of met de gehele onderneming mogen in die andere Staat worden belast 3 Voordelen verkregen door een onderneming die inwoner is van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd of van roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen zijn slechts belastbaar in die Verdragsluitende Staat 4 Voordelen verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van aandelen of daarmee vergelijkbare belangen in een onderneming die inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat die gedurende het tijdvak van 12 maanden vóór een dergelijke vervreemding meer dan 10 procent van het stemrecht de waarde of het aandelenkapitaal van een dergelijke onderneming in zijn bezit had mogen in die andere Staat worden belast 5 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat niet zijnde een natuurlijke persoon uit de vervreemding van aandelen of daarmee vergelijkbare belangen in een onderneming die inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat die meer dan 10 procent van het stemrecht de waarde of het aandelenkapitaal van een dergelijke onderneming in zijn bezit had gedurende een tijdvak van ten hoogste 24 maanden vóór een dergelijke vervreemding mogen in die andere Staat worden belast 6 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van aandelen niet zijnde aandelen die worden verhandeld aan een erkende effectenbeurs of andere daarmee vergelijkbare belangen die meer dan 90 van hun waarde middellijk of onmiddellijk ontlenen aan onroerende zaken gelegen in de andere Verdragsluitende Staat niet zijnde onroerende zaken waarin dat lichaam of de houders van die belangen hun bedrijf uitoefenen mogen in die andere Verdragsluitende Staat worden belast Deze voordelen zijn echter uitsluitend belastbaar in de eerstgenoemde Staat indien a de inwoner vóór de eerste vervreemding minder dan 10 procent van de aandelen of daarmee vergelijkbare belangen bezat b de voordelen voortvloeien uit een reorganisatie fusie splitsing of soortgelijke transactie of c de inwoner een pensioenfonds is dat ingevolge de wettelijke bepalingen van een Verdragsluitende Staat erkend is en onder toezicht staat mits de voordelen niet voortvloeien uit de onmiddellijke of middellijke uitoefening van een bedrijf door dat pensioenfonds 7 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die bedoeld in het eerste tweede derde vierde vijfde en zesde lid zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is Artikel 14 Inkomsten uit dienstbetrekking 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 15 17 en 18 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend wordt de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaat of gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel mag de beloning verkregen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geà xploiteerd worden belast in de Verdragsluitende Staat waarvan de onderneming die het schip of luchtvaartuig exploiteert inwoner is Artikel 15 Directeursbeloningen 1 Directeursbeloningen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van bestuur van een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Indien een lichaam inwoner is van Nederland omvat de uitdrukking â žlid van de raad van bestuurâ zowel een bestuurder als een commissaris De uitdrukkingen â žbestuurderâ en â žcommissarisâ betekenen respectievelijk personen die zijn belast met de algemene leiding van het lichaam en personen die zijn belast met het toezicht daarop Artikel 16 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 en 14 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest zoals een toneelspeler een film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 en 14 worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht 3 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op voordelen of inkomsten die worden verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit werkzaamheden die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat indien het bezoek aan die andere Staat voor ten minste 75 procent wordt bekostigd uit de openbare middelen van een of beide Verdragsluitende Staten staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan of plaatsvindt in het kader van een culturele overeenkomst tussen de Regeringen van de Verdragsluitende Staten In een zodanig geval zijn de voordelen of inkomsten slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de artiest of sportbeoefenaar inwoner is Artikel 17 Pensioenen lijfrenten en socialezekerheidsuitkeringen 1 Pensioenen lijfrenten en andere soortgelijke beloningen afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in de eerstbedoelde Staat worden belast De voorgaande volzin is eveneens van toepassing op uit hoofde van de wetgeving van een Verdragsluitende Staat inzake sociale zekerheid betaalde pensioenen en overige uitkeringen 2 De uitdrukking â žlijfrenteâ betekent een vaste som periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen hetzij gedurende het leven hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat 3 De bepalingen van dit artikel zijn eveneens van toepassing indien in plaats van een pensioen lijfrente of andere soortgelijke beloning een afkoopsom wordt betaald vóór de datum waarop het pensioen de lijfrente of andere soortgelijke beloning ingaat 4 Een pensioen lijfrente of andere soortelijke beloning wordt geacht afkomstig te zijn uit een Verdragsluitende Staat indien en voor zover de met het pensioen lijfrente of een andere soortgelijke beloning samenhangende bijdragen of betalingen dan wel de aanspraken op dit pensioen deze lijfrente of andere soortgelijke beloning in die Staat in aanmerking zijn gekomen voor een fiscale facilià ring De ingevolge dit artikel aan een Verdragsluitende Staat toegekende heffingsrechten worden op geen enkele wijze beperkt door de overdracht van een pensioen van een in een Verdragsluitende Staat gevestigd pensioenfonds of aldaar gevestigde verzekeringsmaatschappij naar een in een andere Staat gevestigd pensioenfonds of aldaar gevestigde verzekeringsmaatschappij Artikel 18 Overheidsfuncties 1 a Salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen betaald door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten verleend aan die Staat of dat staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan zijn slechts in die Staat belastbaar b Deze salarissen lonen en andere soortgelijke

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/panama-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Polen (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is d indien hij onderdaan is van beide Staten of van geen van beide regelen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming 3 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waar zijn plaats van werkelijke leiding is gelegen 4 Een pensioenfonds dat volgens de wettelijke bepalingen van een Verdragsluitende Staat is erkend en onder toezicht staat en waarvan het inkomen in het algemeen is vrijgesteld van belasting in die Staat wordt geacht inwoner te zijn van die Staat Artikel 5 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žvaste inrichting een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend 2 De uitdrukking â žvaste inrichting omvat in het bijzonder a een plaats waar leiding wordt gegeven b een filiaal c een kantoor d een fabriek e een werkplaats en f een mijn een olie of gasbron een steen groeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen 3 Een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie of installatiewerkzaamheden vormt alleen een vaste inrichting indien de duur ervan twaalf maanden overschrijdt 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking â žvaste inrichting niet geacht te omvatten a het gebruik maken van inrichtingen uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering c het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming d het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft f het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor een combinatie van de in de letters a tot en met e genoemde werkzaamheden mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 5 Indien een persoon â niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zesde lid van toepassing is â voor een onderneming werkzaam is en een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in een Verdragsluitende Staat gewoonlijk uitoefent wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid geacht in die Staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot die werkzaamheden genoemd in het vierde lid die indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken 6 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een Verdragsluitende Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen 7 De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze bestempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere HOOFDSTUK III BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN Artikel 6 Inkomsten uit onroerende zaken 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit onroerende zaken waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende zaken heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waarin de desbetreffende zaken zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de zaken die bij de onroerende zaken behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende zaken en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen en luchtvaartuigen en boten die dienen voor het vervoer op de binnenwateren worden niet als onroerende zaken beschouwd 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende zaken 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende zaken van een onderneming en op inkomsten uit onroerende zaken die worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onverminderd de bepalingen van het derde lid worden indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Verdragsluitende Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders 4 Voor zover het in een Verdragsluitende Staat gebruikelijk is de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Verdragsluitende Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 5 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van de aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 7 Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld laten de bepalingen van dit artikel de bepalingen van die artikelen onverlet Artikel 8 Zeevaart binnenvaart en luchtvaart 1 Voordelen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 2 Voordelen uit de exploitatie van boten die dienen voor het vervoer op de binnenwateren zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 3 Indien de plaats van de werkelijke leiding van een zeescheepvaart of een binnenscheepvaartonderneming zich aan boord van een schip of boot bevindt wordt deze plaats geacht te zijn gelegen in de Verdragsluitende Staat waar de thuishaven van het schip of de boot is gelegen of indien er geen thuishaven is in de Verdragsluitende Staat waarvan de exploitant van het schip of de boot inwoner is 4 Voor de toepassing van dit artikel omvatten voordelen verkregen uit de exploitatie van schepen en luchtvaartuigen in internationaal verkeer mede voordelen verkregen uit de verhuur van schepen en luchtvaartuigen op basis van verhuur zonder bemanning van schepen en luchtvaartuigen die in het internationale verkeer worden geà xploiteerd indien deze huuropbrengsten voortvloeien uit de voordelen omschreven in het eerste en tweede lid 5 De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpool een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap Artikel 9 Gelieerde ondernemingen 1 Indien a een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast Het is echter wel te verstaan dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten zoals â žcostsharing overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten voor of gebaseerd op de toerekening van de kosten van de leiding de algemene beheerskosten de technische en zakelijke kosten kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in de voorgaande zin mits zulke overeenkomsten zijn gebaseerd op het â žarm s length principe 2 Indien een Verdragsluitende Staat in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen begrijpt â en dienovereenkomstig belast â ter zake waarvan een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstgenoemde Staat zou hebben behaald indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen zal die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven dienovereenkomstig aanpassen Bij de vaststelling van deze aanpassing wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten zo nodig met elkaar overleg Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is mag de aldus geheven belasting niet overschrijden a 5 percent van het brutobedrag van de dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde een lichaam is niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma dat onmiddellijk ten minste 10 percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt b 15 percent van het brutobedrag van de dividenden in alle andere gevallen 3 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid 4 De bepalingen van het tweede lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 5 De uitdrukking â ždividenden zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen mijnaandelen oprichtersaandelen of andere rechten die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst en inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen 6 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 7 Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat die wordt verkregen door een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat die de uiteindelijke gerechtigde is mag in de andere Staat worden belast 2 Deze interest mag echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter die de uiteindelijk gerechtigde tot de interest is een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is mag de aldus geheven belasting 5 percent van het brutobedrag van de interest niet overschrijden 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid is interest als bedoeld in het eerste lid slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de genieter inwoner is indien die genieter de uiteindelijke gerechtigde tot die interest is en indien die interest is betaald a op een lening van welke soort dan ook verstrekt verzekerd of gegarandeerd door een instelling die in eigendom is van of wordt beheerst door een Verdragsluitende Staat en die de bevordering van export als doelstelling heeft b in verband met de verkoop op afbetaling van nijverheids of handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting c op een lening van welke soort dan ook verstrekt door een bank d ter zake van een obligatie schuldbewijs of andere soortgelijke verplichting van de Regering van een Verdragsluitende Staat of van een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan e aan de andere Verdragsluitende Staat of aan een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan 4 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede en derde lid 5 De uitdrukking â žinterest zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek doch geen aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt 6 De bepalingen van het eerste tweede en derde lid van dit artikel zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 7 Interest wordt geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien de schuldenaar een inwoner is van die Staat Indien evenwel de persoon die de interest betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald was aangegaan en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 8 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 12 Royalty s 1 Royalty s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat die worden verkregen door een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat die de uiteindelijke gerechtigde is mogen in die andere Staat worden belast 2 De royalty s als bedoeld in het eerste lid van dit Artikel mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s is mag de aldus geheven belasting 5 percent van het brutobedrag van de royalty s niet overschrijden 3 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid 4 De uitdrukking â žroyalty s zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap waaronder begrepen bioscoopfilms een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze of voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van nijverheids en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 5 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 6 Royalty s worden geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien zij worden betaald door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de royalty s betaalt ongeacht of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de verplichting tot het betalen van de royalty s was aangegaan en deze royalty s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt worden deze royalty s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 7 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de royalty s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting alleen of met de gehele onderneming of van het vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 3 Voordelen uit de vervreemding van schepen luchtvaartuigen of van boten die dienen voor het vervoer op de binnenwateren die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd of van roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen luchtvaartuigen of boten zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen Voor de toepassing van dit lid zijn de bepalingen van het derde lid van artikel 8 van toepassing 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die bedoeld in het eerste tweede en derde lid zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is 5 De bepalingen van het vierde lid laten onverlet het recht van elk van de Verdragsluitende Staten overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen over voordelen die uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en dat volgens de wetgeving van die Staat inwoner is van die Staat worden verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat en die in de loop van de laatste tien jaren voorafgaande aan de vervreemding van de aandelen of winstbewijzen inwoner van de eerstgenoemde Staat is geweest In het geval waarin ingevolge de nationale wetgeving van eerstbedoelde Verdragsluitende Staat aan de natuurlijke persoon een aanslag is opgelegd ter zake van de vorenbedoelde aandelen die bij diens emigratie uit eerstbedoelde Verdragsluitende Staat geacht worden te zijn vervreemd geldt het vorenstaande alleen voor zover er van deze aanslag nog een bedrag openstaat Artikel 14 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij hij in de andere Verdragsluitende Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt Indien hij over zulk een vast middelpunt beschikt mogen de voordelen in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegerekend 2 De uitdrukking â žvrij beroep omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Niet zelfstandige arbeid 1 Onverminderd de bepalingen van de artikelen 16 18 19 20 en 21 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstgenoemde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaat of gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig of aan boord van een boot die dient voor het vervoer op de binnenwateren die in internationaal verkeer wordt geà xploiteerd slechts in die Staat belastbaar Artikel 16 Directeursbeloningen Directeursbeloningen of andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer van een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast Artikel 17 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest zoals een toneelspeler film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 14 en 15 worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht 3 Het eerste en tweede lid van dit artikel zijn niet van toepassing op inkomsten die toekomen ter zake van de uitoefening van werkzaamheden door artiesten of sportbeoefenaars in een Verdragsluitende Staat indien het bezoek aan die Staat geheel of grotendeels wordt gefinancierd uit openbare fondsen van een van de of van beide Verdragsluitende Staten een staatkundig onderdeel plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of overheidsinstelling daarvan Artikel 18 Pensioenen lijfrenten en sociale zekerheidsuitkeringen 1 Onverminderd de bepalingen van artikel 19 tweede lid zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking alsmede lijfrenten betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat slechts in die Staat belastbaar 2 Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid mag een pensioen of andere soortelijke beloning of lijfrente ook worden belast in de Verdragsluitende Staat waaruit deze afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die Staat a indien en voor zover de aanspraak op dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente in de Verdragsluitende Staat waaruit het pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente afkomstig is van belasting is vrijgesteld dan wel met het pensioen of andere soortelijke beloning of lijfrente samenhangende bijdragen aan de pensioenregeling of verzekeringsmaatschappij in het verleden bij het bepalen van het in die Staat belastbare inkomen in aftrek zijn gebracht dan wel anderszins in die Staat in aanmerking zijn gekomen voor een fiscale tegemoetkoming en b indien en voor zover dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente in de Verdragsluitende Staat waarvan de genieter van het pensioen of andere soortelijke beloning of lijfrente inwoner is niet tegen het algemeen van toepassing zijnde belastingtarief voor inkomsten verkregen uit niet zelfstandige arbeid dan wel het brutobedrag van dat pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente voor minder dan 90 percent in de belastingheffing wordt betrokken en c indien het totale brutobedrag van de pensioenen en andere soortgelijke beloning of lijfrenten en ieder pensioen of andere uitkering betaald krachtens de bepalingen van een sociaal zekerheidsstelsel van een Staat in enig kalenderjaar een bedrag van 20 000 Euro te boven gaat 3 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid mag indien dit pensioen of andere soortgelijke beloning geen periodiek karakter draagt wordt betaald ter zake van een vroegere dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat en uitbetaling plaatsvindt vóór de datum waarop het pensioen ingaat of indien in plaats van het recht op lijfrente vóór de datum waarop de lijfrente ingaat een afkoopsom wordt betaald de betaling of deze afkoopsom ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig is worden belast 4 Een pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente wordt geacht afkomstig te zijn uit een Verdragsluitende Staat indien en voor zover de met dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente samenhangende bijdragen of betalingen dan wel de aanspraken op dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente in die Staat in aanmerking zijn gekomen voor een fiscale facilià ring De ingevolge dit artikel aan een Verdragsluitende Staat toegekende heffingsrechten worden op geen enkele wijze beperkt door de overdracht van een pensioen van een in een Verdragsluitende Staat gevestigd pensioenfonds of gevestigde verzekeringsmaatschappij naar een in een andere Staat gevestigd pensioenfonds of gevestigde verzekeringsmaatschappij 5 Pensioenen en andere uitkeringen betaald krachtens de bepalingen van een sociaal zekerheidstelsel van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat worden belast 6 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid Daarin wordt tevens geregeld welke gegevens de inwoner van een Verdragsluitende Staat ten behoeve van een juiste toepassing van het Verdrag in de andere Verdragsluitende Staat moet overleggen met name om te kunnen vaststellen of al dan niet voldaan is aan de omstandigheden als bedoeld in onderdelen a b en c van het tweede lid 7 De uitdrukking â žlijfrente betekent een vaste som periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen hetzij gedurende het leven hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat 8 Of en in hoeverre een pensioen of soortgelijke beloning onder dit artikel of onder artikel 19 valt wordt bepaald door het karakter van de vroegere dienstbetrekking zijnde particulier of overheid gedurende welke de aanspraak op dat gedeelte van het pensioen of soortgelijke beloning werd opgebouwd Artikel 19 Overheidsfuncties 1 a Salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen niet zijnde pensioenen betaald door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam mogen in die Staat worden belast b Deze salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner is van die Staat en i onderdaan is van die Staat of ii niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd 2 a Pensioenen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam mogen in die Staat worden belast b Deze pensioenen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat 3 De bepalingen van de artikelen 15 16 17 en 18 zijn van toepassing op salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen en op pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan Artikel 20 Professoren en docenten 1 Vergoedingen die een professor of docent die inwoner is van een Verdragsluitende Staat en die in de andere Verdragsluitende Staat verblijft met het doel gedurende ten hoogste twee jaar vanaf de datum van zijn eerste bezoek voor dat doel onderwijs te geven of zich met wetenschappelijk onderzoek bezig te houden aan een universiteit hogeschool of andere inrichting voor onderwijs of wetenschappelijk onderzoek in die andere Staat voor dat onderwijs of onderzoek ontvangt zijn slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar 2 Dit artikel is niet van toepassing op inkomsten uit het verrichten van wetenschappelijk onderzoek indien dit onderzoek niet wordt verricht in het algemeen belang maar in de eerste plaats voor het persoonlijke nut van een bepaalde persoon of bepaalde personen Artikel 21 Studenten Vergoedingen die een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die inwoner is of onmiddellijk voorafgaande aan zijn bezoek aan een Verdragsluitende Staat inwoner was van de andere Verdragsluitende Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstbedoelde Staat verblijft ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud studie of opleiding zijn in die Staat niet belastbaar mits deze betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die Staat Artikel 22 Overige inkomsten 1 Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat van waaruit ook afkomstig die niet in de voorgaande artikelen van dit Verdrag zijn behandeld zijn slechts in die Staat belastbaar 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten niet zijnde inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in artikel 6 tweede lid indien de genieter van die inkomsten die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing HOOFDSTUK IV VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING Artikel 23 Vermijding van dubbele belasting 1 Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven de bestanddelen van het inkomen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Polen mogen worden belast 2 Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens artikel 6 artikel 7 artikel 10 zesde lid artikel 11 zesde lid artikel 12 vijfde lid artikel 13 eerste en tweede lid artikel 14 artikel 15 eerste lid artikel 18 tweede en vijfde lid artikel 19 eerste lid onderdeel a en tweede lid onderdeel a en artikel 22 tweede lid van dit Verdrag in Polen mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen stelt Nederland deze inkomensbestanddelen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting Te dien einde worden genoemde inkomensbestanddelen geacht te zijn begrepen in het totale bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld 3 Nederland verleent voorts een aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor die bestanddelen van het inkomen die volgens artikel 10 tweede lid artikel 11 tweede lid artikel 12 tweede lid artikel 13 vijfde lid artikel 16 artikel 17 en artikel 18

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/polen-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Portugal (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    indien die uitvoering van een bouwwerk of die werkzaamheden een periode van meer dan zes maanden voortduren b het verlenen van diensten daaronder begrepen diensten van adviserende aard door een onderneming door middel van werknemers of ander personeel maar alleen indien werkzaamheden van dien aard voor hetzelfde of een daarmee samenhangend project in het land worden verricht gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden een totaal van zes maanden te boven gaan 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking â žvaste inrichting niet geacht te omvatten a het gebruik maken van inrichtingen uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering c het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming d het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft f het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor een combinatie van de in de letters a tot en met e genoemde werkzaamheden mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 5 Indien een persoon â niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zesde lid van toepassing is â in een Verdragsluitende Staat namens een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat werkzaam is wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid geacht in de eerstgenoemde Staat een vaste inrichting te hebben indien de persoon a een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in die Staat gewoonlijk uitoefent tenzij zijn werkzaamheden beperkt blijven tot de aankoop van goederen of koopwaar voor de onderneming of b zulk een machtiging niet bezit maar gewoonlijk in de eerstgenoemde Staat een voorraad goederen of koopwaar aanhoudt waaruit hij namens de onderneming regelmatig goederen of koopwaar aflevert en namens de onderneming enkele aanvullende werkzaamheden verrichtte in die Staat die hebben bijgedragen aan de verkoop van goederen of koopwaar 6 Een onderneming van een Verdragsluitende Staat wordt niet geacht een vaste inrichting in een Verdragsluitende Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen Indien de werkzaamheden van zulk een vertegenwoordiger echter uitsluitend of nagenoeg uitsluitend worden verricht voor die onderneming wordt hij niet geacht een onafhankelijke vertegenwoordiger te zijn in de zin van dit lid indien wordt aangetoond dat de handelingen tussen de vertegenwoordiger en de onderneming hebben plaatsgevonden onder voorwaarden die afwijken van die welke tussen onafhankelijke partijen zouden gelden 7 De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere HOOFDSTUK III BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN Artikel 6 Inkomsten uit onroerende zaken 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit onroerende zaken waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende zaken heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waarin de desbetreffende zaken zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de zaken die bij de onroerende zaken behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende zaken en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen boten en luchtvaartuigen worden niet als onroerende zaken beschouwd 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of het verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende zaken 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende zaken van een onderneming en op inkomsten uit onroerende zaken die worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onverminderd de bepalingen van het derde lid worden indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Verdragsluitende Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders 4 Voor zover het in een Verdragsluitende Staat gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Verdragsluitende Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 5 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van de aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 7 Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld laten de bepalingen van dit artikel de bepalingen van die artikelen onverlet Artikel 8 Zee en luchtvaart 1 Voordelen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 2 Indien de plaats van de werkelijke leiding van een zeescheepvaartonderneming zich aan boord van een schip bevindt wordt deze plaats geacht te zijn gelegen in de Verdragsluitende Staat waar de thuishaven van het schip is gelegen of indien er geen thuishaven is in de Verdragsluitende Staat waarvan de exploitant van het schip inwoner is 3 De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpool een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap Artikel 9 Gelieerde ondernemingen 1 Indien a een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast 2 Indien een Verdragsluitende Staat in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen begrijpt â en dienovereenkomstig belast â ter zake waarvan een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstbedoelde Staat zou hebben behaald indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen zal die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven dienovereenkomstig aanpassen Bij de vaststelling van deze aanpassing wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten zo nodig met elkaar overleg Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mag de aldus geheven belasting 10 percent van het brutobedrag van de dividenden niet overschrijden 3 De bepalingen van het tweede lid zijn niet van toepassing op dividenden die een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat betaalt aan een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat terzake waarvan de bepalingen van de Richtlijn betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende Lid Staten 90 435 EEG zoals deze eventueel kan worden gewijzigd van toepassing zijn 4 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede en het derde lid 5 De bepalingen van het tweede en derde lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 6 De uitdrukking â ždividenden zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen mijnaandelen oprichtersaandelen of andere rechten niet zijnde schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen 7 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 8 Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mag in die andere Staat worden belast 2 Deze interest mag echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mag de aldus geheven belasting 10 percent van het brutobedrag van de interest niet overschrijden 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid is interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat vrijgesteld van belasting in die Staat a indien de schuldenaar van zulke interest die Staat is een staatkundig of administratief onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan de centrale bank of instellingen die overheidsdiensten verrichten of b indien de interest wordt betaald aan de andere Verdragsluitende Staat een staatkundig of administratief onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan de centrale bank of elke andere instelling daaronder begrepen een financià le instelling overeengekomen door de bevoegde autoriteiten van de beide Verdragsluitende Staten 4 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede en derde lid 5 a Indien een EG Richtlijn betreffende de belastingheffing van interest van particuliere spaartegoeden in werking treedt en indien ingevolge deze Richtlijn zoals deze eventueel kan worden gewijzigd interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat ook mag worden belast in de Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is dan zullen met betrekking tot zulke interest de bepalingen van die Richtlijn van toepassing zijn in plaats van de bepalingen van dit artikel b Indien een EG Richtlijn die voorziet in een gemeenschappelijke belastingregeling inzake betaalde interest en royalty s tussen ondernemingen in werking treedt en zoals deze eventueel kan worden gewijzigd dan zullen met betrekking tot zulke interest de bepalingen van die Richtlijn van toepassing zijn in plaats van de bepalingen van dit artikel 6 De uitdrukking â žinterest zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt 7 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 8 Interest wordt geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien zij wordt betaald door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de interest betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald was aangegaan en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 9 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 12 Royalty s 1 Royalty s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze royalty s mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s een inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mag de aldus geheven belasting 10 percent van het brutobedrag van de royalty s niet overschrijden De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van dit lid 3 Indien een EG Richtlijn die voorziet in een gemeenschappelijke belastingregeling voor betaalde interest en royalty s tussen ondernemingen in werking treedt en zoals deze eventueel kan worden gewijzigd dan zullen met betrekking tot zulke royalty s de bepalingen van die Richtlijn van toepassing zijn in plaats van de bepalingen van dit artikel 4 De uitdrukking â žroyalty s zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap waaronder begrepen bioscoopfilms en film en geluidsbanden voor radio of televisieuitzending een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze dan wel voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van nijverheids handels of wetenschappelijke uitrusting of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap De uitdrukking â žroyalty s omvat tevens vergoedingen voor technische bijstand in verband met het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht goederen of informatie zoals naar verwezen is in dit lid 5 De bepalingen van het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 6 Royalty s worden geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien zij worden betaald door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de royalty s betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de verplichting tot het betalen van de royalty s was aangegaan en deze royalty s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt worden deze royalty s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 7 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde royalty s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting alleen of met de gehele onderneming of van het vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 3 Voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd of van roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen Voor de toepassing van dit lid zijn de bepalingen van het tweede lid van artikel 8 van toepassing 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die bedoeld in het eerste tweede en derde lid zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is 5 Niettegenstaande de bepalingen van het vierde lid mag een Verdragsluitende Staat overeenkomstig zijn eigen wetgeving de betekenis van de uitdrukking â žvervreemding daaronder begrepen belasting heffen over voordelen door een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat verkregen uit de vervreemding van aandelen in winstbewijzen van of schuldvorderingen op een lichaam met een in aandelen verdeeld kapitaal dat volgens de wetgeving van de eerstbedoelde Verdragsluitende Staat inwoner is van die Staat alsmede uit de vervreemding van een gedeelte van de in die aandelen winstbewijzen of schuldvorderingen besloten liggende rechten indien die natuurlijke persoon â al dan niet tezamen met zijn echtgenoot â dan wel een van hun bloed of aanverwanten in de rechte lijn onmiddellijk of middellijk ten minste vijf percent bezit van het geplaatste kapitaal van een bepaalde soort van aandelen van dat lichaam Deze bepaling vindt alleen toepassing wanneer de natuurlijke persoon die de voordelen verkrijgt in de loop van de laatste tien jaren voorafgaande aan het jaar waarin de voordelen worden verkregen inwoner van de eerstbedoelde Staat is geweest en mits op het tijdstip waarop hij inwoner werd van de andere Verdragsluitende Staat werd voldaan aan eerdergenoemde voorwaarden ten aanzien van het aandelenbezit in eerdergenoemde lichaam In de gevallen waarin ingevolge de nationale wetgeving van eerstbedoelde Verdragsluitende Staat aan de natuurlijke persoon een aanslag is opgelegd terzake van de bij diens emigratie uit eerstbedoelde Verdragsluitende Staat aangenomen vervreemding van vorenbedoelde aandelen geldt het vorenstaande alleen voor zover er van deze aanslag nog een bedrag openstaat Artikel 14 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar behalve onder de volgende omstandigheden waarin zodanige voordelen ook in de andere Verdragsluitende Staat mogen worden belast a indien hij in de andere Verdragsluitende Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt in dat geval mogen de voordelen slechts in zoverre zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegekend in die andere Staat worden belast b indien hij in de andere Verdragsluitende Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaan in dat geval mogen de voordelen slechts in zoverre zij worden verkregen uit zijn in de andere Staat verrichte werkzaamheden in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žvrij beroep omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Niet zelfstandige arbeid 1 Onverminderd de bepalingen van de artikelen 16 18 19 20 en 21 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van 12 maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel mag de beloning verkregen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geà xploiteerd worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen Artikel 16 Directeursbeloningen Directeursbeloningen en andere vergoedingen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer of raad van toezicht in Portugal conselho de administraà à o of conselho fiscal in Nederland bestuurder of commissaris of een ander soortgelijk orgaan van een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast mits beloningen betaald door dat lichaam aan een lid van die organen voor de uitoefening van een aaneengesloten werkzaamheid belastbaar zijn ingevolge de bepalingen van artikel 15 Artikel 17 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest zoals een toneelspeler een film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 14 en 15 worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op voordelen of inkomsten die worden verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit werkzaamheden die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat indien het bezoek aan die andere Staat geheel of grotendeels wordt bekostigd uit de openbare middelen van de eerstgenoemde Staat een staatkundig of administratief onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan of plaatsvindt in het kader van een culturele overeenkomst of regeling tussen de Regeringen van de Verdragsluitende Staten In een zodanig geval zijn de voordelen of inkomsten slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de artiest of de sportbeoefenaar inwoner is Artikel 18 Pensioenen lijfrenten en sociale zekerheidsuitkeringen 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 19 tweede lid zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking alsmede lijfrenten betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat slechts in die Staat belastbaar Ieder pensioen en andere uitkering betaald krachtens de bepalingen van een sociale zekerheidsstelsel van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat zijn slechts in die andere Staat belastbaar 2 Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid mag een pensioen of andere soortgelijke beloning lijfrente of ieder pensioen en andere uitkering betaald krachtens de bepalingen van een sociale zekerheidsstelsel van een Verdragsluitende Staat ook worden belast in de Verdragsluitende Staat waaruit deze afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die Staat a indien en voor zover de aanspraak op dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente in de Verdragsluitende Staat waaruit het pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente afkomstig is van belasting is vrijgesteld dan wel de met het pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente samenhangende bijdragen aan de pensioenregeling of verzekeringsmaatschappij in het verleden bij het bepalen van het in die Staat belastbare inkomen in aftrek zijn gebracht dan wel anderszins in die Staat in aanmerking zijn gekomen voor een fiscale facilià ring en b indien en voor zover dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente in de Verdragsluitende Staat waarvan de genieter van het pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente inwoner is niet tegen het algemeen van toepassing zijnde belastingtarief voor inkomsten verkregen uit niet zelfstandige arbeid dan wel het brutobedrag van dat pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente voor minder dan 90 percent in de belastingheffing wordt betrokken en c indien het totale brutobedrag van de pensioenen en andere soortgelijke beloning of lijfrenten en ieder pensioen en andere uitkering betaald krachtens de bepalingen van een sociale zekerheidsstelsel van een Verdragsluitende Staat in enig kalenderjaar een bedrag van 10 000 Euro te boven gaat 3 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid mag indien dit pensioen of andere soortgelijke beloning geen periodiek karakter draagt wordt betaald ter zake van een vroegere dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat en uitbetaling plaatsvindt vóór de datum waarop het pensioen ingaat of indien in plaats van het recht op lijfrente vóór de datum waarop de lijfrente ingaat een afkoopsom wordt betaald de betaling of deze afkoopsom ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig is worden belast 4 Een pensioen of andere soortelijke beloning of lijfrente wordt geacht afkomstig te zijn uit een Verdragsluitende Staat indien en voorzover de met dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente samenhangende bijdragen of betalingen dan wel de aanspraken op dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente in die Staat in aanmerking zijn gekomen voor een fiscale facilià ring De ingevolge dit artikel aan een Verdragsluitende Staat toegekende heffingsrechten worden op geen enkele wijze beperkt door de overdracht van een pensioen van een in een Verdragsluitende Staat gevestigd pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij naar een in een andere Staat gevestigd pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij 5 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid Daarin wordt tevens geregeld welke gegevens de inwoner van een Verdragsluitende Staat ten behoeve van een juiste toepassing van het Verdrag in de andere Verdragsluitende Staat moet overleggen met name om te kunnen vaststellen of al dan niet voldaan is aan de omstandigheden als bedoeld in onderdelen a b en c van het tweede lid 6 De uitdrukking â žlijfrente betekent een vaste som periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen hetzij gedurende het leven hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat 7 Of en in hoeverre een pensioen of soortgelijke beloning onder dit artikel of onder artikel 19 valt wordt bepaald door het karakter van de vroegere dienstbetrekking zijnde particulier of overheid gedurende welke de aanspraak op dat gedeelte van het pensioen of soortgelijke beloning werd opgebouwd Artikel 19 Overheidsfuncties 1 a Salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen niet zijnde pensioenen betaald door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig of administratief onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam zijn slechts belastbaar in die Staat b Deze salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner is van die Staat die i onderdaan is van die Staat of ii niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd 2 a Pensioenen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig of administratief onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijk lichaam zijn slechts in die Staat belastbaar b Deze pensioenen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat 3 De bepalingen van de artikelen 15 16 17 en 18 zijn van toepassing op salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen en op pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig of administratief onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan Artikel 20 Hoogleraren en docenten 1 Vergoedingen die een hoogleraar of docent die inwoner is van een Verdragsluitende Staat en die in de andere Verdragsluitende Staat verblijft met het doel gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar onderwijs te geven of zich met wetenschappelijk onderzoek bezig te houden aan een universiteit zonder winstoogmerk hogeschool of andere inrichting voor onderwijs of wetenschappelijk onderzoek in die andere Staat voor dat onderwijs of dat onderzoek ontvangt zijn slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar 2 Dit artikel is niet van toepassing op inkomsten uit het verrichten van wetenschappelijk onderzoek indien dit onderzoek niet wordt verricht in het algemeen belang maar in de eerste plaats voor het persoonlijke nut van een bepaalde persoon of bepaalde personen Artikel 21 Studenten Een persoon die inwoner is of onmiddellijk voorafgaande aan zijn bezoek aan een Verdragsluitende Staat inwoner was van de andere Verdragsluitende Staat en die uitsluitend in de eerstgenoemde Staat tijdelijk verblijft a als een student aan een universiteit hogeschool of school of b als een voor beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon ten behoeve van zijn opleiding bekend te maken door de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Staat waarvan hij een inwoner is of was of c als een genieter van een in de eerste plaats voor studie of onderzoek bedoelde toelage vergoeding of prijs van een organisatie op het gebied van godsdienst liefdadigheid wetenschap of onderwijs wordt in die andere Staat niet belast ter zake van alle overmakingen ten behoeve van zijn onderhoud studie of opleiding of ter zake van een studiebeurs Dit geldt tevens voor elk bedrag dat een beloning vertegenwoordigt voor diensten geleverd in die andere Staat mits zulke diensten verband houden met zijn studie of opleiding of noodzakelijk zijn ten behoeve van zijn onderhoud en het bedrag van deze beloning 5 000 Euro niet te boven gaat Artikel 22 Overige inkomsten 1 Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat van waaruit ook afkomstig die niet in de voorgaande artikelen van dit Verdrag zijn behandeld zijn slechts in die Staat belastbaar 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten niet zijnde inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in artikel 6 tweede lid indien de genieter van die inkomsten die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/portugal-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Qatar (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    Verdrag tenzij de context anders vereist a betekenen de uitdrukkingen â žeen Verdragsluitende Staatâ en â žde andere Verdragsluitende Staatâ het Koninkrijk der Nederlanden Nederland of de Staat Qatar naargelang de context vereist b betekent de uitdrukking â žNederlandâ het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten de territoriale zee waarbinnen Nederland in overeenstemming met het internationale recht rechtsbevoegdheid heeft of soevereine rechten uitoefent c betekent de uitdrukking â žQatarâ de Staat Qatar bestaande uit zijn grondgebieden binnenwateren territoriale zee met inbegrip van de bodem en ondergrond daarvan het luchtruim daarboven de exclusieve economische zone en het continentaal plat waarover de Staat Qatar soevereine rechten en rechtsmacht uitoefent in overeenstemming met de bepalingen van het internationale recht en de nationale wet en regelgeving van Qatar d omvat de uitdrukking â žpersoonâ een natuurlijke persoon een lichaam en elke andere vereniging van personen e betekent de uitdrukking â žlichaamâ elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld f betekenen de uitdrukkingen â žonderneming van een Verdragsluitende Staatâ en â žonderneming van de andere Verdragsluitende Staatâ onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een Verdragsluitende Staat en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat g betekent de uitdrukking â žinternationaal verkeerâ alle vervoer met een schip of luchtvaartuig geà xploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van werkelijke leiding in een Verdragsluitende Staat is gelegen behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geà xploiteerd tussen plaatsen die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen h betekent de uitdrukking â žbevoegde autoriteitâ i wat Nederland betreft de minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger en ii wat Qatar betreft de minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger i betekent de uitdrukking â žonderdaanâ met betrekking tot een Verdragsluitende Staat 1 elke natuurlijke persoon die de nationaliteit van die Verdragsluitende Staat bezit 2 elke rechtspersoon vennootschap of vereniging die zijn of haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in die Verdragsluitende Staat van kracht is 2 Voor de toepassing van het Verdrag door een Verdragsluitende Staat op enig moment heeft tenzij de context anders vereist elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat moment heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is Artikel 4 Inwoner 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žinwoner van een Verdragsluitende Staatâ a wat Nederland betreft iedere persoon die ingevolge de wetgeving van Nederland aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats verblijf plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in Nederland slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in Nederland b wat Qatar betreft iedere natuurlijke persoon die een duurzaam tehuis of het middelpunt van zijn levensbelangen in Qatar heeft of daar gewoonlijk verblijft en een lichaam dat zijn plaats van de werkelijke leiding in Qatar heeft 2 De uitdrukking â žinwoner van een Verdragsluitende Staatâ omvat tevens de Staat zelf elk staatkundig onderdeel plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of bij wet ingesteld orgaan daarvan en een pensioenfonds of collectief beleggingsfonds dat volgens de wettelijke bepalingen van een Verdragsluitende Staat erkend is en onder toezicht staat en waarvan het inkomen in het algemeen is vrijgesteld van belasting in die Staat 3 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt zijn positie als volgt bepaald a hij wordt geacht slechts inwoner te zijn van de Verdragsluitende Staat waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft indien hij in beide Verdragsluitende Staten een duurzaam huis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Verdragsluitende Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn middelpunt van de levensbelangen b indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de Verdragsluitende Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Verdragsluitende Staat waarin hij gewoonlijk verblijft c indien hij in beide Verdragsluitende Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Verdragsluitende Staat waarvan hij onderdaan is d indien de positie van een natuurlijke persoon niet kan worden bepaald in overeenstemming met het bepaalde in de onderdelen a b en c van dit lid regelen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten de aangelegenheid in onderling overleg 4 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen Artikel 5 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žvaste inrichtingâ een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend 2 De uitdrukking â žvaste inrichtingâ omvat in het bijzonder a een plaats waar leiding wordt gegeven b een filiaal c een kantoor d een fabriek e een werkplaats f een gebouw dat als verkoopgelegenheid wordt gebruikt g een boerderij of plantage h een mijn een olie of gasbron een steen groeve of een andere plaats voor de exploratie winning of exploitatie van natuurlijke rijkdommen 3 De uitdrukking â žvaste inrichtingâ omvat tevens een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie montage of installatiewerkzaamheden of toezichthoudende activiteiten die met deze plaats of werkzaamheden verband houden evenwel uitsluitend indien een dergelijke plaats van uitvoering of de werkzaamheden of dergelijke activiteiten blijft voortbestaan respectievelijk voortduren voor een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden meer dan zes maanden voortduurt of voortduren 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking â žvaste inrichtingâ niet geacht te omvatten a het gebruik maken van inrichtingen uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor de opslag uitstalling of aflevering c het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming d het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft f het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor een combinatie van de in de onderdelen a tot en met e genoemde werkzaamheden mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 5 Indien een persoon â niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zevende lid van toepassing is â voor een onderneming werkzaam is en een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in een Verdragsluitende Staat gewoonlijk uitoefent wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid geacht in die Staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot die werkzaamheden genoemd in het vierde lid die indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken 6 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt een verzekeringsonderneming van een Verdragsluitende Staat behalve wat betreft herverzekering geacht in de andere Verdragsluitende Staat een vaste inrichting te hebben indien zij premies int op het grondgebied van die andere Verdragsluitende Staat of aldaar aanwezige risicoâ s verzekert via een persoon niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger op wie het zevende lid van toepassing is 7 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een Verdragsluitende Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen Indien de werkzaamheden van een dergelijke vertegenwoordiger evenwel volledig of bijna volledig worden verricht ten behoeve van die onderneming en tussen de onderneming en de vertegenwoordiger voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd ten aanzien van hun zakelijke en financià le betrekkingen die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen wordt hij niet beschouwd als een onafhankelijke vertegenwoordiger in de zin van dit lid 8 De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere Artikel 6 Inkomsten uit onroerende zaken 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit onroerende zaken waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende zakenâ heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waar de desbetreffende zaken zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de zaken die bij de onroerende zaken behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende zaken en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende zaken beschouwd 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende zaken 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn eveneens van toepassing op inkomsten uit onroerende zaken van een onderneming en op inkomsten uit onroerende zaken die worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Verdragsluitende Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten gemaakt ten behoeve van de werkzaamheden van de vaste inrichting die ingevolge de bepalingen van de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd worden toegelaten ongeacht of die kosten die zijn gemaakt in de Verdragsluitende Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd of elders 4 Voor zover het in een Verdragsluitende Staat gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Verdragsluitende Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 5 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van de aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 6 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 7 Indien in de voordelen bestanddelen van het inkomen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel Artikel 8 Zee en luchtvervoer 1 Voordelen uit de exploitatie van schepen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 2 Indien de plaats van de werkelijke leiding zich aan boord van een schip bevindt wordt deze plaats geacht te zijn gelegen in de Verdragsluitende Staat waar de thuishaven van het schip is gelegen of indien een dergelijke thuishaven er niet is in de Verdragsluitende Staat waarvan de exploitant van het schip inwoner is 3 De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpoolâ een gezamenlijke onderneming of een internationaal opererend agentschap zij het slechts ter zake van de voordelen die aan de deelneming zijn toe te rekenen naar rato van het aandeel in de gemeenschappelijke onderneming 4 De bepalingen van dit Verdrag laten de toepassing onverlet van het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Staat Qatar tot het vermijden van dubbele belasting van inkomsten en winsten verkregen uit het internationale luchtverkeer ondertekend te Doha op 6 januari 2008 Artikel 9 Gelieerde ondernemingen 1 Indien a een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast 2 Indien een Verdragsluitende Staat in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen begrijpt â en dienovereenkomstig belast â ter zake waarvan een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstgenoemde Staat zou hebben behaald indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen past die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven dienovereenkomstig aan Bij de vaststelling van deze aanpassing wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten zo nodig met elkaar overleg Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is mag de aldus geheven belasting a 0 nul percent van het brutobedrag van de dividenden niet overschrijden indien de uiteindelijk gerechtigde een lichaam is waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld en onmiddellijk ten minste 7 5 zeven en een half percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt b in alle overige gevallen 10 tien percent van het brutobedrag van de dividenden niet overschrijden De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van dit lid 3 De bepalingen van het tweede lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 4 De uitdrukking â ždividendenâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen niet zijnde schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen 5 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14 van toepassing 6 Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn 7 Ter zake van aandelen als bedoeld in het tweede lid onderdeel a is het percentage van 0 nul percent niet van toepassing indien de voornaamste reden of een van de voornaamste redenen voor het oprichten of aanhouden van het lichaam in een Verdragsluitende Staat het zekerstellen van de in het tweede lid onderdeel a van dit artikel bedoelde voordelen is De bevoegde autoriteiten treden met elkaar in overleg alvorens de toepassing van het percentage van 0 nul percent af te wijzen Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat die wordt verkregen door een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat die de uiteindelijke gerechtigde is is slechts in die andere Staat belastbaar 2 De uitdrukking â žinterestâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen In rekening gebrachte boetes voor te late betaling worden voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt 3 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14 naargelang van het geval van toepassing 4 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 12 Royaltyâ s 1 Royaltyâ s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat die worden betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze royaltyâ s mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royaltyâ s een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is mag de aldus geheven belasting 5 vijf percent van het brutobedrag van de royaltyâ s niet overschrijden De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van dit lid 3 De uitdrukking â žroyaltyâ sâ zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap waaronder begrepen bioscoopfilms en films banden of schijven voor radio of televisieuitzendingen een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 4 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royaltyâ s die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royaltyâ s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in de andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royaltyâ s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14 naargelang van het geval van toepassing 5 Royaltyâ s worden geacht afkomstig te zijn uit een Verdragsluitende Staat indien zij worden betaald door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de royaltyâ s betaalt ongeacht of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royaltyâ s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort en deze royaltyâ s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt worden deze royaltyâ s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 6 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de royaltyâ s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken als bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt waarover een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat beschikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting afzonderlijk of met de gehele onderneming of van dat vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 3 Voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd of roerende goederen die worden gebruikt voor de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarin de plaats van de werkelijke leiding is gelegen 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die bedoeld in het eerste tweede en derde lid zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is Artikel 14 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar behalve onder de volgende omstandigheden waarin deze voordelen tevens mogen worden belast in de andere Verdragsluitende Staat a indien hij in de andere Verdragsluitende Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt in dat geval mogen de voordelen slechts in zoverre zij zijn toe te rekenen aan dat vaste middelpunt in die andere Verdragsluitende Staat worden belast of b indien hij in de andere Verdragsluitende Staat verblijft gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die tezamen in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar in totaal 183 dagen of meer beslaat of beslaan in dat geval mogen de voordelen slechts in die andere Staat worden belast voor zover zij verkregen zijn met de werkzaamheden die hij in die Staat verricht 2 De uitdrukking â žvrij beroepâ omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Niet zelfstandige arbeid 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 16 18 19 en 20 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 honderddrieà ntachtig dagen niet te boven gaat of gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel mag de beloning verkregen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geà xploiteerd worden belast in de Verdragsluitende Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen Artikel 16 Directeursbeloningen 1 Directeursbeloningen en soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer van een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Indien een lichaam inwoner is van een van de Verdragsluitende Staten omvat de uitdrukking â žlid van de raad van beheerâ zowel de leden van de raad van bestuur belast met managementtaken binnen het lichaam als de leden van de raad van commissarissen belast met het toezicht op het lichaam Artikel 17 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest zoals een toneelspeler een film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 14 en 15 worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht 3 Voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit werkzaamheden die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat zoals bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel worden in die andere Staat vrijgesteld van belasting indien het bezoek aan die andere Staat geheel of grotendeels wordt bekostigd uit de openbare middelen van een van de Verdragsluitende Staten een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan of plaatsvindt in het kader van een culturele overeenkomst of regeling tussen de Regeringen van de Verdragsluitende Staten Artikel 18 Pensioenen en lijfrenten 1 Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 19 tweede lid mogen pensioenen lijfrenten en andere soortgelijke beloningen afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat in de eerstbedoelde Staat worden belast De voorgaande volzin is eveneens van toepassing op uit hoofde van de wetgeving van een Verdragsluitende Staat inzake sociale zekerheid betaalde pensioenen en overige uitkeringen 2 De uitdrukking â žlijfrenteâ betekent een vaste som periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen hetzij gedurende het leven hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat 3 De bepalingen van dit artikel zijn eveneens van toepassing indien in plaats van een pensioen lijfrente of andere soortgelijke beloning een afkoopsom wordt betaald vóór de datum waarop het pensioen de lijfrente of andere soortgelijke beloning ingaat Artikel 19 Overheidsfuncties 1 a Salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen betaald door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten verleend aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijke lichaam zijn slechts in die Staat belastbaar b Deze salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden verleend en de natuurlijke persoon een inwoner is van die andere Staat die i onderdaan is van die andere Staat of ii niet uitsluitend voor het verlenen van de diensten inwoner van die andere Staat werd 2 a Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten verleend aan die Staat of dat onderdeel of dat lichaam slechts in die Staat belastbaar b Deze pensioenen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat 3 De bepalingen van de artikelen 15 16 17 en 18 zijn van toepassing op salarissen lonen pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald ter zake van diensten verleend in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een staatkundig onderdeel een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of een bij wet ingesteld orgaan daarvan Artikel 20 Docenten en onderzoekers 1 Vergoedingen die een docent of onderzoeker die inwoner is van een Verdragsluitende Staat en die in de andere Verdragsluitende Staat verblijft op uitnodiging van de Regering van die andere Verdragsluitende Staat of van een universiteit hogeschool school museum of andere culturele instelling in die andere Verdragsluitende Staat of uit hoofde van een officieel programma of cultureel uitwisselingsprogramma en gedurende een tijdvak van ten hoogste drie opeenvolgende jaren in die andere Verdragsluitende Staat verblijft uitsluitend met het doel onderwijs of lezingen te geven of onderzoek bij een dergelijke instelling te verrichten voor deze werkzaamheden ontvangt worden in die andere Verdragsluitende Staat vrijgesteld van belastingen 2 De bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn niet van toepassing op inkomsten uit het verrichten van wetenschappelijk onderzoek indien dit onderzoek niet wordt verricht in het algemeen belang maar in de eerste plaats voor het persoonlijk nut van een bepaalde persoon of bepaalde personen Artikel 21 Studenten en in opleiding zijnde personen 1 Vergoedingen die een student stagiair of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die inwoner is of onmiddellijk voorafgaande aan zijn bezoek aan een Verdragsluitende Staat inwoner was van de andere Verdragsluitende Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstbedoelde Verdragsluitende Staat verblijft ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud studie of opleiding zijn in die Verdragsluitende Staat niet belastbaar mits deze vergoedingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die Verdragsluitende Staat 2 Daarnaast is een student een stagiair of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon zoals beschreven in het eerste lid met betrekking tot toelagen beurzen en beloningen uit een dienstbetrekking waarin het eerste lid niet voorziet gedurende zijn opleiding of training gerechtigd tot dezelfde vrijstellingen tegemoetkomingen of verminderingen met betrekking tot belastingen die beschikbaar zijn voor de inwoners van de Verdragsluitende Staat die hij bezoekt Artikel 22 Overige inkomsten 1 Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat van waaruit ook afkomstig die niet in de voorgaande artikelen van dit Verdrag zijn behandeld zijn slechts in die Staat belastbaar 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten niet zijnde inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in artikel 6 tweede lid indien de genieter van die inkomsten die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in de andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een vast middelpunt aldaar en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14 naargelang van het geval van toepassing Artikel 23 Werkzaamheden buitengaats 1 De bepalingen van dit artikel vinden toepassing niettegenstaande enigerlei andere bepalingen van dit Verdrag Dit artikel is echter niet van toepassing indien werkzaamheden buitengaats van een persoon voor die persoon een vaste inrichting vormen ingevolge de bepalingen van artikel 5 of een vast middelpunt ingevolge de bepalingen van artikel 14 2 In dit artikel betekent de uitdrukking â žwerkzaamheden buitengaatsâ werkzaamheden die buitengaats worden verricht in verband met de exploratie winning of exploitatie van de in een Verdragsluitende Staat gelegen zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen 3 Een onderneming van een Verdragsluitende Staat die in de andere Verdragsluitende Staat werkzaamheden buitengaats verricht wordt onder voorbehoud van het vierde lid van dit artikel geacht ter zake van die werkzaamheden in de andere Staat een bedrijf uit te oefenen door

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/qatar-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Roemenië (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    taxation laws CHAPTER II DEFINITIONS Article 3 General definitions 1 For the purposes of this Convention unless the context otherwise requires a the term â œa Contracting Stateâ means the Kingdom of the Netherlands the Netherlands or Romania as the context requires the term â œContracting Statesâ means the Kingdom of the Netherlands the Netherlands and Romania b the term â œthe Netherlandsâ means the part of the Kingdom of the Netherlands that is situated in Europe including its territorial sea and any area beyond the territorial sea within which the Netherlands in accordance with international law exercises jurisdiction or sovereign rights with respect to the sea bed its sub soil and its superjacent waters and their natural resources c the term â œRomaniaâ indicates the territory of Romania including its territorial sea and the air space over the territory and the territorial sea over which Romania exercises sovereignty as well as the contiguous zone and the Continental Shelf and the exclusive economic zones over which Romania exercises jurisdiction respectively sovereign rights in accordance with its internal law and with the international law d the term â œpersonâ includes an individual a company and any other body of persons e the term â œcompanyâ means any body corporate or any entity that is treated as a body corporate for tax purposes f the terms â œenterprise of a Contracting Stateâ and â œenterprise of the other Contracting Stateâ mean respectively an enterprise carried on by a resident of a Contracting State and an enterprise carried on by a resident of the other Contracting State g the term â œinternational trafficâ means any transport by a ship aircraft or railway vehicle operated by an enterprise that has its place of effective management in a Contracting State except when the ship aircraft or railway vehicle is operated solely between places in the other Contracting State h the term â œnationalâ means i in the Netherlands any individual possessing the nationality of the Netherlands any legal person partnership or association deriving its status as such from the laws in force in the Netherlands ii in Romania any individual possessing the citizenship of Romania and any legal person body of persons and any other entity deriving its status as such from the laws in force in Romania i the term â œcompetent authorityâ means i in the Netherlands the Minister of Finance or his authorized representative ii in Romania the Minister of Finance or his authorized representatives 2 As regards the application of the Convention at any time by a Contracting State any term not defined therein shall unless the context otherwise requires have the meaning which it has at that time under the law of that State for the purposes of the taxes to which the Convention applies any meaning under the applicable tax laws of that State prevailing over a meaning given to the term under other laws of that State Article 4 Resident 1 For the purposes of this Convention the term â œresident of a Contracting Stateâ means any person who under the laws of that State is liable to tax therein by reason of his domicile residence place of management or any other criterion of a similar nature and also includes that State and any political subdivision administrative territorial unit or local authority thereof This term however does not include any person who is liable to tax in that State in respect only of income from sources in that State or capital situated therein 2 Where by reason of the provisions of paragraph 1 an individual is a resident of both Contracting States then his status shall be determined as follows a he shall be deemed to be a resident only of the State in which he has a permanent home available to him if he has a permanent home available to him in both States he shall be deemed to be a resident of the State with which his personal and economic relations are closer centre of vital interests b if the State in which he has his centre of vital interests cannot be determined or if he has not a permanent home available to him in either State he shall be deemed to be a resident only of the State in which he has an habitual abode c if he has an habitual abode in both States or in neither of them he shall be deemed to be a resident only of the State of which he is a national d if he is a national of both States or of neither of them the competent authorities of the Contracting States shall settle the question by mutual agreement 3 Where by reason of the provisions of paragraph 1 a person other than an individual is a resident of both Contracting States then it shall be deemed to be a resident only of the State in which its place of effective management is situated 4 A pension fund recognized as such in a Contracting State and of which the income is generally exempted from tax in that State shall be regarded as a resident of that State As a recognized pension fund of a Contracting State shall be regarded any pension fund recognized and controlled according to statutory provisions of that State Article 5 Permanent establishment 1 For the purposes of this Convention the term â œpermanent establishmentâ means a fixed place of business through which the business of an enterprise is wholly or partly carried on 2 The term â œpermanent establishment includes especially a a place of management b a branch c an office d a factory e a workshop and f a mine an oil or gas well a quarry or any other place of extraction of natural resources 3 A building site or construction or installation project constitutes a permanent establishment only if it lasts more than 12 months 4 Notwithstanding the preceding provisions of this Article the term â œpermanent establishmentâ shall be deemed not to include a the use of facilities solely for the purpose of storage display or delivery of goods or merchandise belonging to the enterprise b the maintenance of a stock of goods or merchandise belonging to the enterprise which is exhibited at a trade fair or exhibition and which is sold by the enterprise at the end of such fair or exhibition c the maintenance of a stock of goods or merchandise belonging to the enterprise solely for the purpose of storage display or delivery d the maintenance of a stock of goods or merchandise belonging to the enterprise solely for the purpose of processing by another enterprise e the maintenance of a fixed place of business solely for the purpose of purchasing goods or merchandise or of collecting information or disseminating information or of marketing of a preparatory or auxiliary character for the enterprise f the facilitation of the conclusion including of the mere signing of contracts concerning loans concerning the delivery of goods or merchandise or concerning technical services which are similar to the activities of a representative office in Romania g the maintenance of a fixed place of business solely for the purpose of carrying on for the enterprise any other activity of a preparatory or auxiliary character h the maintenance of a fixed place of business solely for any combination of activities mentioned in sub paragraphs a to g provided that the overall activity of the fixed place of business resulting from this combination is of a preparatory or auxiliary character 5 Notwithstanding the provisions of paragraphs 1 and 2 where a person â other than an agent of an independent status to whom paragraph 6 applies â is acting on behalf of an enterprise and has and habitually exercises in a Contracting State an authority to conclude contracts in the name of the enterprise that enterprise shall be deemed to have a permanent establishment in that State in respect of any activities which that person undertakes for the enterprise unless the activities of such person are limited to those mentioned in paragraph 4 which if exercised through a fixed place of business would not make this fixed place of business a permanent establishment under the provisions of that paragraph 6 An enterprise shall not be deemed to have a permanent establishment in a Contracting State merely because it carries on business in that State through a broker general commission agent or any other agent of an independent status provided that such persons are acting in the ordinary course of their business 7 The fact that a company which is a resident of a Contracting State controls or is controlled by a company which is a resident of the other Contracting State or which carries on business in that other State whether through a permanent establishment or otherwise shall not of itself constitute either company a permanent establishment of the other CHAPTER III TAXATION OF INCOME Article 6 Income from immovable property 1 Income derived by a resident of a Contracting State from immovable property including income from agriculture or forestry situated in the other Contracting State may be taxed in that other State 2 The term â œimmovable propertyâ shall have the meaning which it has under the law of the Contracting State in which the property in question is situated The term shall in any case include property accessory to immovable property livestock and equipment used in agriculture and forestry rights to which the provisions of general law respecting landed property apply usufruct of immovable property and rights to variable or fixed payments as consideration for the working of or the right to work mineral deposits sources and other natural resources ships boats aircraft and railway vehicles shall not be regarded as immovable property 3 The provisions of paragraph 1 shall apply to income derived from the direct use letting or use in any other form of immovable property 4 The provisions of paragraphs 1 and 3 shall also apply to the income from immovable property of an enterprise and to income from immovable property used for the performance of independent personal services Article 7 Business profits 1 The profits of an enterprise of a Contracting State shall be taxable only in that State unless the enterprise carries on business in the other Contracting State through a permanent establishment situated therein If the enterprise carries on business as aforesaid the profits of the enterprise may be taxed in the other State but only so much of them as is attributable to that permanent establishment 2 Subject to the provisions of paragraph 3 where an enterprise of a Contracting State carries on business in the other Contracting State through a permanent establishment situated therein there shall in each Contracting State be attributed to that permanent establishment the profits which it might be expected to make if it were a distinct and separate enterprise engaged in the same or similar activities under the same or similar conditions and dealing wholly independently with the enterprise of which it is a permanent establishment 3 In determining the profits of a permanent establishment there shall be allowed as deductions expenses which are incurred for the purposes of the permanent establishment including executive and general administrative expenses so incurred whether in the State in which the permanent establishment is situated or elsewhere 4 Insofar as it has been customary in a Contracting State to determine the profits to be attributed to a permanent establishment on the basis of an apportionment of the total profits of the enterprise to its various parts nothing in paragraph 2 shall preclude that Contracting State from determining the profits to be taxed by such an apportionment as may be customary the method of apportionment adopted shall however be such that the result shall be in accordance with the principles contained in this Article 5 No profits shall be attributed to a permanent establishment by reason of the mere purchase by that permanent establishment of goods or merchandise for the enterprise of which it is a permanent establishment 6 For the purposes of the preceding paragraphs the profits to be attributed to the permanent establishment shall be determined by the same method year by year unless there is good and sufficient reason to the contrary 7 Where profits include items of income which are dealt with separately in other Articles of this Convention then the provisions of those Articles shall not be affected by the provisions of this Article Article 8 International traffic 1 Profits from the operation of ships aircraft or railway vehicles in international traffic shall be taxable only in the Contracting State in which the place of effective management of the enterprise is situated 2 If the place of effective management of a shipping enterprise is aboard a ship then it shall be deemed to be situated in the Contracting State in which the home harbour of the ship is situated or if there is no such home harbour in the Contracting State of which the operator of the ship is a resident 3 For the purposes of this Article profits derived from the operation in international traffic of ships aircraft and railway vehicles include profits derived from the rental on a bareboat basis of ships aircraft and railway vehicles if operated in international traffic if such rental profits are incidental to the profits described in paragraph 1 4 The provisions of paragraph 1 shall also apply to profits from the participation in a pool a joint business or an international operating agency Article 9 Associated enterprises 1 Where a an enterprise of a Contracting State participates directly or indirectly in the management control or capital of an enterprise of the other Contracting State or b the same persons participate directly or indirectly in the management control or capital of an enterprise of a Contracting State and an enterprise of the other Contracting State and in either case conditions are made or imposed between the two enterprises in their commercial or financial relations which differ from those which would be made between independent enterprises then any profits which would but for those conditions have accrued to one of the enterprises but by reason of those conditions have not so accrued may be included in the profits of that enterprise and taxed accordingly It is understood however that the fact that associated enterprises have concluded arrangements such as costsharing arrangements or general services agreements for or based on the allocation of executive general administrative technical and commercial expenses research and development expenses and other similar expenses is not in itself a condition as meant in the preceding sentence 2 Where a Contracting State includes in the profits of an enterprise of that State â and taxes accordingly â profits on which an enterprise of the other Contracting State has been charged to tax in that other State and the profits so included are profits which would have accrued to the enterprise of the first mentioned State if the conditions made between the two enterprises had been those which would have been made between independent enterprises then that other State shall make an appropriate adjustment to the amount of the tax charged therein on those profits In determining such adjustment due regard shall be had to the other provisions of this Convention and the competent authorities of the Contracting States shall if necessary consult each other Article 10 Dividends 1 Dividends paid by a company which is a resident of a Contracting State to a resident of the other Contracting State may be taxed in that other State 2 However such dividends may also be taxed in the Contracting State of which the company paying the dividends is a resident and according to the laws of that State but if the beneficial owner of the dividends is a resident of the other Contracting State the tax so charged shall not exceed a 0 per cent of the gross amount of the dividends if the beneficial owner is a company other than a partnership which holds directly at least 25 per cent of the capital of the company paying the dividends b 5 per cent of the gross amount of the dividends if the beneficial owner is a company other than a partnership which holds directly at least 10 per cent of the capital of the company paying the dividends c 15 per cent of the gross amount of the dividends in all other cases This paragraph shall not affect the taxation of the company in respect of the profits out of which the dividends are paid 3 The competent authorities of the Contracting States shall by mutual agreement settle the mode of application of paragraph 2 4 The term â œdividendsâ as used in this Article means income from shares â œjouissanceâ shares or â œjouissanceâ rights mining shares founders shares or other rights not being debt claims participating in profits as well as income from other corporate rights which is subjected to the same taxation treatment as income from shares by the laws of the State of which the company making the distribution is a resident 5 The provisions of paragraphs 1 and 2 shall not apply if the beneficial owner of the dividends being a resident of a Contracting State carries on business in the other Contracting State of which the company paying the dividends is a resident through a permanent establishment situated therein or performs in that other State independent personal services from a fixed base situated therein and the holding in respect of which the dividends are paid is effectively connected with such permanent establishment or fixed base In such case the provisions of Article 7 or Article 14 as the case may be shall apply 6 Where a company which is a resident of a Contracting State derives profits or income from the other Contracting State that other State may not impose any tax on the dividends paid by the company except insofar as such dividends are paid to a resident of that other State or insofar as the holding in respect of which the dividends are paid is effectively connected with a permanent establishment or a fixed base situated in that other State nor subject the company s undistributed profits to a tax on the company s undistributed profits even if the dividends paid or the undistributed profits consist wholly or partly of profits or income arising in such other State 7 The provisions of sub paragraphs a and b of paragraph 2 shall not apply if the relation between the two companies has been arranged or is maintained for the main purpose or one of the main purposes to take advantage of these sub paragraphs In case a Contracting State intends to apply this paragraph its competent authority shall in advance consult with the competent authority of the other Contracting State Article 11 Interest 1 Interest arising in a Contracting State and paid to a resident of the other Contracting State may be taxed in that other State 2 However such interest may also be taxed in the Contracting State in which it arises and according to the laws of that State but if the beneficial owner of the interest is a resident of the other Contracting State the tax so charged shall not exceed 3 per cent of the gross amount of the interest 3 Notwithstanding the provisions of paragraph 2 interest arising in one of the Contracting States and paid to a resident of the other Contracting State who is the beneficial owner thereof shall be taxable only in that other Contracting State if one of the following requirements is fulfilled i the payer or the recipient of the interest is the Government of a Contracting State itself a public body a political subdivision an administrative territorial unit or a local authority thereof or the Central Bank of a Contracting State ii the interest is paid in respect of a loan granted approved guaranteed or insured by the Government of a Contracting State the Central Bank of a Contracting State or any agency or instrumentality including a financial institution owned or controlled by the Government of a Contracting State iii the interest is paid in respect of a loan granted by a bank or any other financial institution including an insurance company iv the interest is paid on a loan made for a period of more than 2 years v the interest is paid in connection with the sale on credit of any industrial commercial or scientific equipment 4 The competent authorities of the Contracting States shall by mutual agreement settle the mode of application of paragraphs 2 and 3 5 The term â œinterestâ as used in this Article means income from debt claims of every kind whether or not secured by mortgage and whether or not carrying a right to participate in the debtor s profits and in particular income from government securities and income from bonds or debentures including premiums and prizes attaching to such securities bonds or debentures Penalty charges for late payment shall not be regarded as interest for the purpose of this Article 6 The provisions of paragraphs 1 2 and 3 shall not apply if the beneficial owner of the interest being a resident of a Contracting State carries on business in the other Contracting State in which the interest arises through a permanent establishment situated therein or performs in that other State independent personal services from a fixed base situated therein and the debt claim in respect of which the interest is paid is effectively connected with such permanent establishment or fixed base In such case the provisions of Article 7 or Article 14 as the case may be shall apply 7 Interest shall be deemed to arise in a Contracting State when the payer is a resident of that State Where however the person paying the interest whether he is a resident of a Contracting State or not has in a Contracting State a permanent establishment or a fixed base in connection with which the indebtedness on which the interest is paid was incurred and such interest is borne by such permanent establishment or fixed base then such interest shall be deemed to arise in the State in which the permanent establishment or fixed base is situated 8 Where by reason of a special relationship between the payer and the beneficial owner or between both of them and some other person the amount of the interest having regard to the debt claim for which it is paid exceeds the amount which would have been agreed upon by the payer and the beneficial owner in the absence of such relationship the provisions of this Article shall apply only to the last mentioned amount In such case the excess part of the payments shall remain taxable according to the laws of each Contracting State due regard being had to the other provisions of this Convention Article 12 Royalties 1 Royalties arising in a Contracting State and paid to a resident of the other Contracting State may be taxed in that other State 2 However such royalties may also be taxed in the Contracting State in which they arise and according to the laws of that State but if the beneficial owner of the royalties is a resident of the other Contracting State the tax so charged shall not exceed 3 per cent of the gross amount of the royalties 3 The competent authorities of the Contracting States shall by mutual agreement settle the mode of application of paragraph 2 4 The term â œroyaltiesâ as used in this Article means payments of any kind received as a consideration for the use of or the right to use any copyright of literary artistic or scientific work including motion pictures or films recordings on tape or other media used for radio or television broadcasting or other means of transmission any patent trade mark design or model plan secret formula or process or for the use of or the right to use any copyright of computer programs or for information concerning industrial commercial or scientific experience 5 The provisions of paragraphs 1 and 2 shall not apply if the beneficial owner of the royalties being a resident of a Contracting State carries on business in the other Contracting State in which the royalties arise through a permanent establishment situated therein or performs in that other State independent personal services from a fixed base situated therein and the right or property in respect of which the royalties are paid is effectively connected with such permanent establishment or fixed base In such case the provisions of Article 7 or Article 14 as the case may be shall apply 6 Royalties shall be deemed to arise in a Contracting State when the payer is a resident of that State Where however the person paying the royalties whether he is a resident of a Contracting State or not has in a Contracting State a permanent establishment or a fixed base in connection with which the liability to pay the royalties was incurred and such royalties are borne by such permanent establishment or fixed base then such royalties shall be deemed to arise in the State in which the permanent establishment or fixed base is situated 7 Where by reason of a special relationship between the payer and the beneficial owner or between both of them and some other person the amount of the royalties having regard to the use right or information for which they are paid exceeds the amount which would have been agreed upon by the payer and the beneficial owner in the absence of such relationship the provisions of this Article shall apply only to the last mentioned amount In such case the excess part of the payments shall remain taxable according to the laws of each Contracting State due regard being had to the other provisions of this Convention Article 13 Capital gains 1 Gains derived by a resident of a Contracting State from the alienation of immovable property referred to in Article 6 and situated in the other Contracting State may be taxed in that other State 2 Gains from the alienation of movable property forming part of the business property of a permanent establishment which an enterprise of a Contracting State has in the other Contracting State or of movable property pertaining to a fixed base available to a resident of a Contracting State in the other Contracting State for the purpose of performing independent personal services including such gains from the alienation of such a permanent establishment alone or with the whole enterprise or of such fixed base may be taxed in that other State 3 Gains from the alienation of ships aircraft or railway vehicles operated in international traffic or movable property pertaining to the operation of such ships aircraft or railway vehicles shall be taxable only in the Contracting State in which the place of effective management of the enterprise is situated For the purposes of this paragraph the provisions of paragraph 2 of Article 8 shall apply 4 Gains from the alienation of any property other than that referred to in paragraphs 1 2 and 3 shall be taxable only in the Contracting State of which the alienator is a resident 5 The provisions of paragraph 4 shall not affect the right of each of the Contracting States to levy according to its own law a tax on gains from the alienation of shares or â œjouissanceâ rights in a company the capital of which is wholly or partly divided into shares and which under the laws of that State is a resident of that State derived by an individual who is a resident of the other Contracting State and has been a resident of the first mentioned State in the course of the last ten years preceding the alienation of the shares or â œjouissanceâ rights Article 14 Independent personal services 1 Income derived by an individual who is a resident of a Contracting State in respect of professional services or other activities of an independent character shall be taxable only in that State unless he has a fixed base regularly available to him in the other Contracting State for the purpose of performing his activities If he has such a fixed base the income may be taxed in the other Contracting State but only so much of it as is attributable to that fixed base 2 The term â œprofessional servicesâ includes especially independent scientific literary artistic educational or teaching activities as well as the independent activities of physicians lawyers engineers architects dentists and accountants Article 15 Dependent personal services 1 Subject to the provisions of Articles 16 18 19 and 20 salaries wages and other similar remuneration derived by a resident of a Contracting State in respect of an employment shall be taxable only in that State unless the employment is exercised in the other Contracting State If the employment is so exercised such remuneration as is derived therefrom may be taxed in that other State 2 Notwithstanding the provisions of paragraph 1 remuneration derived by a resident of a Contracting State in respect of an employment exercised in the other Contracting State shall be taxable only in the first mentioned State if a the recipient is present in the other State for a period or periods not exceeding in the aggregate 183 days in any twelve month period commencing or ending in the fiscal year concerned and b the remuneration is paid by or on behalf of an employer who is not a resident of the other State and c the remuneration is not borne by a permanent establishment or a fixed base which the employer has in the other State 3 Notwithstanding the preceding provisions of this Article remuneration derived by a resident of a Contracting State in respect of an employment exercised aboard a ship aircraft or railway vehicle operated in international traffic shall be taxable only in that State Article 16 Directors fees Directors fees or other similar remuneration derived by a resident of a Contracting State in his capacity as a member of the board of directors a â œbestuurderâ or a â œcommissarisâ of a company which is a resident of the other Contracting State may be taxed in that other State Article 17 Artistes and sportsmen 1 Notwithstanding the provisions of Articles 14 and 15 income derived by a resident of a Contracting State as an entertainer such as a theatre motion picture radio or television artiste or a musician or as a sportsman from his personal activities as such exercised in the other Contracting State may be taxed in that other State 2 Where income in respect of personal activities exercised by an entertainer or a sportsman in his capacity as such accrues not to the entertainer or sportsman himself but to another person that income may notwithstanding the provisions of Articles 7 14 and 15 be taxed in the Contracting State in which the activities of the entertainer or sportsman are exercised 3 Notwithstanding the provisions of paragraphs 1 and 2 of this Article income derived from activities as defined in paragraph 1 of this Article shall be exempt from tax in the Contracting State in which these activities are exercised if the visit of the entertainers the musicians or the sportsmen to that State is supported wholly or almost wholly from the public funds of the other Contracting State a political subdivision an administrative territorial unit or a local authority thereof or if these activities are performed under a cultural or sports agreement between the Contracting States Article 18 Pensions annuities and social security payments 1 Subject to the provisions of paragraph 2 of Article 19 pensions and other similar remuneration paid to a resident of a Contracting State in consideration of past employment and any annuity shall be taxable only in that State 2 However where such remuneration is not of a periodical nature and it is paid in consideration of past employment in the other Contracting State or where instead of the right to annuities a lump sum is paid this remuneration or this lump sum may be taxed in the Contracting State where it arises 3 Any pension and other payment paid out under the provisions of a social security system of a Contracting State to a resident of the other Contracting State may be taxed in the first mentioned State 4 The term â œannuity means a stated sum payable periodically at stated times during life or during a specified or ascertainable period of time under an obligation to make the payments in return for adequate and full consideration in money or money s worth Article 19 Government service 1 a Salaries wages and other similar remuneration other than a pension paid by a Contracting State or a political subdivision or an administrative territorial unit or a local authority thereof to an individual in respect of services rendered to that State or subdivision or unit or authority may be taxed in that State b However such salaries wages and other similar remuneration shall be taxable only in the other Contracting State if the services are rendered in that State and the individual is a resident of that State who i is a national of that State or ii did not become a resident of that State solely for the purpose of rendering the services 2 a Any pension paid by or out of funds created by a Contracting State or a political subdivision or an administrative territorial unit or a local authority thereof to an individual in respect of services rendered to that State or subdivision or unit or authority may be taxed in that State b However such pension shall be taxable only in the other Contracting State if the individual is a resident of and a national of that State 3 The provisions of Articles 15 16 17 and 18 shall apply to salaries wages and other similar remuneration and to pensions in respect of services rendered in connection with a business carried on by a Contracting State or a political subdivision or an administrative territorial unit or a local authority thereof Article 20 Professors and teachers 1 Payments which a professor or teacher who is a resident of a Contracting State and who is present in the other Contracting State for the purpose of teaching or scientific research for a maximum period of two years in a university college or other establishment for teaching or scientific research in that other State receives for such teaching or research shall be taxable only in the first mentioned State 2 This Article shall not apply to income from research if such research is undertaken not in the public interest but primarily for the private benefit of a specific person or persons Article 21 Students Payments which a student or business apprentice who is or was immediately before visiting a Contracting State a resident of the other Contracting State and who is present in the first mentioned State solely for the purpose of his education or training receives for the purpose of his maintenance education or training shall not be taxed in that State provided that such payments arise from sources outside that State Article 22 Other income 1 Items of income of a resident of a Contracting State wherever arising not dealt with in the foregoing Articles of this Convention shall be taxable only in that State 2 The provisions of paragraph 1 shall not apply to income other than income from immovable property as defined in paragraph 2 of Article 6 if the recipient of such income being a resident of a Contracting State carries on business in the other Contracting State through a permanent establishment situated therein or performs in that other State independent personal

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/roemenie-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Russische Federatie (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen Zijn het volgende overeengekomen Wettekst Artikel 1 Personen op wie het Verdrag van toepassing is Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een of van beide Verdragsluitende Staten Artikel 2 Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is 1 Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen en naar het vermogen die ongeacht ten behoeve van welke onderdelen in die Staat zij worden geheven of de wijze van heffing worden geheven in een Verdragsluitende Staat 2 Als belastingen naar het inkomen en naar het vermogen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen naar het gehele vermogen of naar bestanddelen van het inkomen of van het vermogen waaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende of onroerende zaken alsmede belastingen naar het totale bedrag van lonen of salarissen 3 De bestaande belastingen waarop het Verdrag van toepassing is zijn met name a in Nederland i de inkomstenbelasting ii de loonbelasting iii de vennootschapsbelasting daaronder begrepen het aandeel van de Regering in de netto winsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnwet 1810 met betrekking tot concessies uitgegeven vanaf 1967 of geheven krachtens de Mijnwet continentaal plat 1965 iv de dividendbelasting v de vermogensbelasting hierna te noemen â žNederlandse belasting b in de Russische Federatie de belastingen naar het inkomen de winst en het vermogen die worden geheven in overeenstemming met de volgende wetten van de Russische Federatie i â žOp de belastingen naar de winst van ondernemingen en organisaties On tax on profits of enterprises and organisations ii â žOp de inkomstenbelasting van natuurlijke personen On the income tax on individuals iii â žOp de belastingen naar het vermogen van ondernemingen On tax on property of enterprises iv â žOp de belastingen naar het vermogen van natuurlijke personen On taxes on property of physical persons hierna te noemen â žRussische belasting 4 Dit Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die in hun onderscheiden belastingwetgevingen zijn aangebracht Artikel 3 Enige algemene begripsbepalingen 1 Voor de toepassing van dit Verdrag tenzij de context anders vereist a betekenen de uitdrukkingen â žeen Verdragsluitende Staat en â žde andere Verdragsluitende Staat het Koninkrijk der Nederlanden Nederland of de Russische Federatie Rusland al naar de context vereist betekent de uitdrukking â žVerdragsluitende Staten het Koninkrijk der Nederlanden Nederland en de Russische Federatie Rusland b betekent de uitdrukking â žNederland het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen met inbegrip van de exclusieve economische zone zoals in zijn wetgeving is vastgelegd ingevolge het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee 1982 c betekent de uitdrukking â žRussische Federatie haar grondgebied met inbegrip van de exclusieve economische zone en het continentaal plat zoals in haar wetgeving is vastgelegd ingevolge het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee 1982 d omvat de uitdrukking â žpersoon een natuurlijke persoon een lichaam en elke andere vereniging van personen e betekent de uitdrukking â žlichaam elke rechtspersoon of elke eenheid samenwerkingsverband of organisatie die voor de belastingheffing als een rechtspersoon of rechtspersoonlijkheid bezittende entiteit wordt behandeld f betekenen de uitdrukkingen â žonderneming van een Verdragsluitende Staat en â žonderneming van de andere Verdragsluitende Staat onderscheidenlijk ondernemingsactiviteiten verricht door een inwoner van een Verdragsluitende Staat en ondernemingsactiviteiten verricht door een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat g betekent de uitdrukking â žinternationaal verkeer alle vervoer met een schip of luchtvaartuig geà xploiteerd door een onderneming van een Verdragsluitende Staat behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geà xploiteerd tussen plaatsen die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen h betekent de uitdrukking â žonderdanen i met betrekking tot Nederland iedere natuurlijke persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit ii met betrekking tot de Russische Federatie iedere natuurlijke persoon die haar staatsburgerschap bezit i betekent de uitdrukking â žbevoegde autoriteit i in Nederland de Minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger ii in Rusland het Ministerie van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger 2 Voor de toepassing van het Verdrag door een Verdragsluitende Staat heeft tenzij de context anders vereist elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen die het onderwerp van dit Verdrag uitmaken Artikel 4 Inwoner 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žinwoner van een Verdragsluitende Staat iedere persoon die ingevolge de wetgeving van die Staat aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats verblijf plaats van leiding plaats van inschrijving of enige andere soortgelijke omstandigheid Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die Staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in die Staat of van vermogen dat in die Staat is gelegen 2 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt zijn positie als volgt bepaald a hij wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn middelpunt van de levensbelangen b indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin hij gewoonlijk verblijft c indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is d indien elk van de Staten hem beschouwt als zijn onderdaan of indien hij van geen van beide onderdaan is regelen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming 3 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen Artikel 5 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žvaste inrichting een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming van een Staat geheel of gedeeltelijk in de andere Verdragsluitende Staat worden uitgeoefend 2 De uitdrukking â žvaste inrichting omvat in het bijzonder a een plaats waar leiding wordt gegeven b een filiaal c een kantoor d een fabriek e een werkplaats en f een mijn een olie of gasbron een steen groeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen 3 Een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie of installatiewerkzaamheden vormt alleen een vaste inrichting indien de duur ervan twaalf maanden overschrijdt 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking â žvaste inrichting niet geacht te omvatten a het gebruik maken van inrichtingen uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering c het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming d het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen inlichtingen in te winnen of te verspreiden of marktonderzoek te doen dat van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft e de vergemakkelijking van het afsluiten met inbegrip van enkel de ondertekening van overeenkomsten betreffende leningen de levering van goederen of koopwaar of de verlening van technische diensten f het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft g het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor een combinatie van de in de letters a tot en met f genoemde werkzaamheden mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 5 Indien een persoon â niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zesde lid van toepassing is â voor een onderneming werkzaam is en een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in een Verdragsluitende Staat gewoonlijk uitoefent wordt die onderneming niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid geacht in die Staat een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot die werkzaamheden genoemd in het vierde lid die indien zij worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken 6 Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een Verdragsluitende Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen 7 De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere Artikel 6 Inkomsten uit onroerende zaken 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit onroerende zaken waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende zaken heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waarin de desbetreffende zaken zijn gelegen De uitdrukking omvat in ieder geval de zaken die bij de onroerende zaken behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende zaken en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen schepen binnenschepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende zaken beschouwd 3 De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende zaken 4 De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende zaken van een onderneming en op inkomsten uit onroerende zaken die worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onverminderd de bepalingen van het derde lid worden indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Verdragsluitende Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders 4 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van de aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming 5 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken zulks met inachtneming van de bepalingen van artikel 26 6 Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld laten de bepalingen van dit artikel de bepalingen van die artikelen onverlet Artikel 8 Winst uit internationaal verkeer 1 Voordelen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de onderneming die deze voordelen verkrijgt inwoner is 2 Voor de toepassing van dit artikel omvatten voordelen verkregen uit de exploitatie van schepen en luchtvaartuigen in internationaal verkeer mede voordelen verkregen uit de verhuur van schepen en luchtvaartuigen op basis van verhuur zonder bemanning van schepen en luchtvaartuigen die in het internationale verkeer worden geà xploiteerd en uit de verhuur van containers en daarmee verband houdende uitrusting indien deze huuropbrengsten voortvloeien uit de voordelen omschreven in het eerste lid 3 De bepalingen van het eerste lid zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpool een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap Artikel 9 Winstaanpassingen 1 Indien a een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast Het is echter wel te verstaan dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten zoals â žcostsharing overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten voor of gebaseerd op de toerekening van de kosten van de leiding de algemene beheerskosten de technische en zakelijke kosten kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in de voorgaande zin 2 Indien een Verdragsluitende Staat in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen begrijpt â en dienovereenkomstig belast â ter zake waarvan een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstgenoemde Staat zou hebben behaald indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen zal die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven dienovereenkomstig aanpassen Bij de vaststelling van deze aanpassing wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten zo nodig met elkaar overleg Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden is mag de aldus geheven belasting niet overschrijden a 5 percent van het brutobedrag van de dividenden indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een lichaam is niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma dat onmiddellijk ten minste 25 percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt en daarin ten minste 75 000 ECU of de tegenwaarde daarvan in de nationale valuta van de Verdragsluitende Staten heeft geà nvesteerd b 15 percent van het brutobedrag van de dividenden in alle andere gevallen 3 De bepalingen van het tweede lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 4 De uitdrukking â ždividenden zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen of andere rechten met uitzondering van schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen 5 De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 6 Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn Artikel 11 Interest 1 Interest afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is slechts in die andere Staat belastbaar indien de inwoner de uiteindelijk gerechtigde is tot de interest 2 De uitdrukking â žinterest zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen In rekening gebrachte boete voor te late betaling wordt voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt 3 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de vordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 4 Interest wordt geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien deze wordt betaald door die Staat zelf een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan of een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de interest betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald was aangegaan en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 5 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de betaalde interest gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 12 Royalty s 1 Royalty s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat zijn slechts in die andere Staat belastbaar indien die inwoner de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s is 2 De uitdrukking â žroyalty s zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap waaronder begrepen bioscoopfilms een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 3 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty s die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royalty s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royalty s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing 4 Royalty s worden geacht uit een Verdragsluitende Staat afkomstig te zijn indien zij worden betaald door die Staat zelf door een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan of door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de royalty s betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de verplichting tot het betalen van de royalty s was aangegaan en deze royalty s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt worden deze royalty s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 5 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de royalty s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 13 Winsten uit de vervreemding van vermogen 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of van roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid waaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van de vaste inrichting alleen of met de gehele onderneming of van het vaste middelpunt mogen in die andere Staat worden belast 3 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd of van roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is 4 Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die bedoeld in het eerste tweede en derde lid zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is 5 De bepalingen van het vierde lid tasten laten onverlet het recht van elk van de Verdragsluitende Staten overeenkomstig zijn eigen wetgeving belasting te heffen over voordelen die uit de vervreemding van aandelen in een lichaam waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en dat volgens de wetgeving van die Staat inwoner is van die Staat worden verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat en die in de loop van de laatste vijf jaren voorafgaande aan de vervreemding van de aandelen inwoner van de eerstgenoemde Staat is geweest Artikel 14 Inkomsten uit zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij hij in de andere Verdragsluitende Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt Indien hij over zulk een vast middelpunt beschikt mogen de voordelen in de andere Verdragsluitende Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan dat vaste middelpunt kunnen worden toegerekend 2 De uitdrukking â žvrij beroep omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Inkomsten uit dienstbetrekking 1 Onverminderd de bepalingen van de artikelen 16 18 19 en 20 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere Staat worden belast 2 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een in de andere Verdragsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstgenoemde Staat belastbaar indien a de genieter in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaan en b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere Staat is en c de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die of van een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 3 Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend in de andere Verdragsluitende Staat slechts belastbaar in de eerstgenoemde Staat indien de dienstbetrekking wordt uitgeoefend in samenhang met een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie of installatiewerkzaamheden en de in samenhang met zulk een plaats van uitvoering uitgeoefende werkzaamheden geacht worden niet te worden uitgeoefend door middel van een vaste inrichting overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 derde lid 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel is de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geà xploiteerd slechts in die Staat belastbaar Artikel 16 Directeursbeloningen Directeursbeloningen of andere beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer van bestuurder of van commissaris van een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast Artikel 17 Inkomsten van artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest zoals een toneelspeler film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen maar aan een andere persoon mogen die voordelen of inkomsten niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7 14 en 15 worden belast in de Verdragsluitende Staat waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht Artikel 18 Pensioenen lijfrenten en sociale zekerheidsuitkeringen 1 Onverminderd de bepalingen van het vierde lid van dit artikel zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een vroegere dienstbetrekking alsmede lijfrenten slechts in die Staat belastbaar 2 Indien deze beloningen echter geen periodiek karakter dragen en worden betaald ter zake van een vroegere dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat of indien in plaats van het recht op lijfrenten een afkoopsom wordt betaald mogen de beloningen of deze afkoopsom in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn worden belast 3 Pensioenen en andere uitkeringen betaald krachtens de bepalingen van een sociaal zekerheidsstelsel van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in de eerstbedoelde Staat worden belast 4 a Pensioenen betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een Verdragsluitende Staat of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat publiekrechtelijk lichaam mogen in die Staat worden belast b Deze pensioenen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die Staat Artikel 19 Inkomsten uit overheidsfuncties 1 a Beloningen niet zijnde pensioenen betaald door een Verdragsluitende Staat of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of dat publiekrechtelijk lichaam mogen in die Staat worden belast b Deze beloningen zijn echter slechts in de andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner is van die Staat die i onderdaan is van die Staat of ii niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die Staat werd 2 De bepalingen van de artikelen 15 en 16 en artikel 18 eerste lid zijn van toepassing op beloningen en pensioenen ter zake van diensten bewezen in het kader van een op winst gericht bedrijf uitgeoefend door een Verdragsluitende Staat of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan Artikel 20 Betalingen aan studenten leerlingen onderzoekers docenten en hoog leraren 1 Betalingen ontvangen door een student een in opleiding zijnde persoon een onderzoeker een docent of een hoogleraar die onmiddellijk voorafgaand aan zijn bezoek aan een Verdragsluitende Staat inwoner is of was van de andere Verdragsluitende Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding onderzoek en onderwijs in de eerstgenoemde Staat verblijft en die bestemd zijn voor hun onderhoud en studie zijn in die eerstgenoemde Staat niet belastbaar mits deze betalingen aan hen worden gedaan uit bronnen in de andere Staat 2 Met betrekking tot studenten is het eerste lid van toepassing voor een periode van ten hoogste vijf jaren Met betrekking tot in opleiding zijnde personen onderzoekers docenten en hoogleraren is het eerste lid van toepassing voor een periode van ten hoogste twee jaren Artikel 21 Overige inkomsten 1 Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat van waaruit ook afkomstig die niet in de voorgaande artikelen van dit Verdrag zijn behandeld zijn slechts in die Staat belastbaar 2 De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op inkomsten niet zijnde inkomsten uit onroerende zaken zoals omschreven in artikel 6 tweede lid indien de genieter van die inkomsten die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak ter zake waarvan de inkomsten worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing Artikel 22 Vermogen 1 Onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 6 die een inwoner van een Verdragsluitende Staat bezit en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat heeft of roerende goederen die behoren tot een vast middelpunt dat een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor het verrichten van zelfstandige arbeid mogen in die andere Staat worden belast 3 Schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd alsmede roerende goederen die worden gebruikt bij de exploitatie van deze schepen en luchtvaartuigen die een inwoner van een Verdragsluitende Staat bezit zijn slechts belastbaar in die Staat 4 Alle andere bestanddelen van het vermogen van een inwoner van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar Artikel 23 Methoden ter vermijding van dubbele belasting 1 Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven de bestanddelen van het inkomen of het vermogen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Rusland mogen worden belast 2 Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens artikel 6 artikel 7 artikel 10 vijfde lid artikel 11 derde lid artikel 12 derde lid artikel 13 eerste en tweede lid artikel 14 artikel 15 eerste lid artikel 18 derde lid en vierde lid onderdeel a artikel 19 eerste lid onderdeel a en artikel 21 tweede lid van dit Verdrag in Rusland mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen stelt Nederland deze inkomensbestanddelen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting Te dien einde worden genoemde inkomensbestanddelen geacht te zijn begrepen in het totale bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld 3 Nederland verleent voorts een aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor die bestanddelen van het inkomen of vermogen die volgens artikel 10 tweede lid artikel 13 vijfde lid artikel 16 artikel 17 artikel 18 tweede lid en artikel 22 van dit Verdrag in Rusland mogen worden belast in zoverre deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen Het bedrag van deze aftrek is gelijk aan de in Rusland over deze bestanddelen van het inkomen of vermogen betaalde belasting maar bedraagt niet meer dan het bedrag van de vermindering

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/russische-federatie-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Saudi-Arabië (in werking) - Belasting Collectief Nederland
    Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Saudi Arabià tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen Kop Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Saudi Arabià tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen Aanhef Preambule De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Saudi Arabià Geleid door de wens een verdrag te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen Wettekst HOOFDSTUK I REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG Artikel 1 Personen op wie het Verdrag van toepassing is Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een of van beide Verdragsluitende Staten Artikel 2 Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is 1 Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen die ongeacht de wijze van heffing worden geheven ten behoeve van een Verdragsluitende Staat of van de staatkundige of administratieve onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan 2 Als belastingen naar het inkomen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen of naar bestanddelen van het inkomen waaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen of onroerende zaken belastingen naar het totale bedrag van de door ondernemingen betaalde lonen of salarissen alsmede belastingen naar waardevermeerdering 3 De bestaande belastingen waarop het Verdrag van toepassing is zijn met name a in het geval van het Koninkrijk Saudi Arabià â de religieuze belasting Zakat â de inkomstenbelasting met inbegrip van de belasting over investeringen in aardgas hierna te noemen â žSaudische belastingâ b in het geval van het Koninkrijk der Nederlanden â de inkomstenbelasting â de loonbelasting â de vennootschapsbelasting daaronder begrepen het aandeel van de Regering in de nettowinsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnbouwwet â de dividendbelasting hierna te noemen â žNederlandse belastingâ 4 De bepalingen van dit Verdrag zijn ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van dit Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Staten doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die in hun onderscheiden belastingwetgevingen zijn aangebracht HOOFDSTUK II BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 3 Algemene begripsbepalingen 1 Voor de toepassing van dit Verdrag tenzij de context anders vereist a betekenen de uitdrukkingen â žeen Verdragsluitende Staatâ en â žde andere Verdragsluitende Staatâ het Koninkrijk der Nederlanden of het Koninkrijk Saudi Arabià naargelang de context vereist b betekent de uitdrukking â žKoninkrijk Saudi Arabià â het grondgebied van het Koninkrijk Saudi Arabià dat tevens het gebied buiten de territoriale wateren omvat waar het Koninkrijk Saudi Arabià in overeenstemming met zijn nationale recht en het internationale recht soevereine rechten en rechtsbevoegdheid heeft met betrekking tot de wateren de zeebodem de ondergrond en de natuurlijke rijkdommen c betekent de uitdrukking â žNederlandâ het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten de territoriale zee waarbinnen Nederland in overeenstemming met het internationale recht rechtsbevoegdheid heeft of soevereine rechten uitoefent d omvat de uitdrukking â žpersoonâ een natuurlijke persoon een lichaam en elke andere vereniging van personen met inbegrip van onder meer staatkundige organen de Staat zijn staatkundige of administratieve onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen maatschappen trusts en stichtingen e betekent de uitdrukking â žlichaamâ elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld f betekenen de uitdrukkingen â žonderneming van een Verdragsluitende Staatâ en â žonderneming van de andere Verdragsluitende Staatâ onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een Verdragsluitende Staat en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat g betekent de uitdrukking â žonderdaanâ i elke natuurlijke persoon die de nationaliteit van een Verdragsluitende Staat bezit ii elke rechtspersoon maatschap of vereniging die zijn of haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in een Verdragsluitende Staat van kracht is h betekent de uitdrukking â žinternationaal verkeerâ alle vervoer met een schip of luchtvaartuig geà xploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van zijn werkelijke leiding in een Verdragsluitende Staat is gelegen behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geà xploiteerd tussen plaatsen die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen i betekent de uitdrukking â žbevoegde autoriteitâ i in het geval van het Koninkrijk Saudi Arabià het ministerie van Financià n vertegenwoordigd door de minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger ii in het geval van Nederland de minister van Financià n of zijn bevoegde vertegenwoordiger 2 Voor de toepassing van dit Verdrag door een Verdragsluitende Staat op enig moment heeft tenzij de context anders vereist elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat moment heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die Staat prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die Staat aan die uitdrukking wordt gegeven Artikel 4 Inwoner 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žinwoner van een Verdragsluitende Staatâ a iedere persoon die ingevolge de wetgeving van die Staat in die Staat aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats verblijf plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid b de Regering van een van beide Verdragsluitende Staten of een van haar wettelijke instellingen instanties of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen c een rechtspersoon die is georganiseerd overeenkomstig de wetgeving van een Verdragsluitende Staat en die in die Staat in het algemeen is vrijgesteld van belasting en in die Staat is opgericht en aldaar wordt aangehouden i voor religieuze liefdadige onderwijskundige wetenschappelijke of soortgelijke doeleinden of ii voor het verstrekken van pensioenen of andere soortgelijke uitkeringen aan werknemers uit hoofde van een pensioenregeling Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in die Staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in die Staat 2 Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid van dit artikel als inwoner van beide Verdragsluitende Staten wordt beschouwd wordt zijn positie als volgt bepaald a hij wordt geacht slechts inwoner te zijn van de Staat waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft indien hij in beide Verdragsluitende Staten een duurzaam huis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Verdragsluitende Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn middelpunt van de levensbelangen b indien niet kan worden bepaald in welke Verdragsluitende Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft of indien hij in geen van de Verdragsluitende Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Verdragsluitende Staat waarin hij gewoonlijk verblijft c indien hij in beide Verdragsluitende Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de Verdragsluitende Staat waarvan hij onderdaan is d indien hij onderdaan is van beide Verdragsluitende Staten of van geen van beide regelen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming 3 Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid van dit artikel inwoner van beide Verdragsluitende Staten is wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen Artikel 5 Vaste inrichting 1 Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking â žvaste inrichtingâ een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend 2 De uitdrukking â žvaste inrichtingâ omvat maar is niet beperkt tot a een plaats waar leiding wordt gegeven b een filiaal c een kantoor d een fabriek e een werkplaats f een mijn een steen groeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen 3 De uitdrukking â žvaste inrichtingâ omvat bovendien a een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie montage of installatiewerkzaamheden of toezichthoudende activiteiten die daarmee verband houden evenwel uitsluitend indien een dergelijke plaats van uitvoering of de werkzaamheden of dergelijke activiteiten blijft voortbestaan respectievelijk voortduren voor een tijdvak van meer dan zes maanden b het verlenen van diensten daaronder begrepen diensten van adviserende aard door een onderneming door middel van werknemers of andere personeelsleden die door de onderneming daartoe zijn aangesteld maar alleen indien dergelijke werkzaamheden voor hetzelfde of een daarmee samenhangend project in een Verdragsluitende Staat voor een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden in totaal meer dan zes maanden voortduurt of voortduren c een persoon â niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop de bepalingen van het vijfde lid van dit artikel van toepassing zijn â die in een van beide Verdragsluitende Staten werkzaam is voor een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat indien deze persoon een machtiging bezit om in de eerstbedoelde Verdragsluitende Staat namens die onderneming overeenkomsten te sluiten en dit recht daar gewoonlijk uitoefent met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht 4 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel omvat de uitdrukking â žvaste inrichtingâ niet a het gebruik maken van inrichtingen uitsluitend voor opslag uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar b het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor de opslag uitstalling of aflevering c het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming d het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen e het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend om voor de onderneming reclame te maken of om voor de onderneming wetenschappelijk onderzoek of vergelijkbare werkzaamheden van voorbereidende aard of werkzaamheden die het karakter van hulpwerkzaamheid hebben uit te voeren f het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor een combinatie van de in de onderdelen a tot en met e genoemde werkzaamheden mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft 5 Een onderneming in een van beide Verdragsluitende Staten wordt niet geacht een vaste inrichting in de andere Verdragsluitende Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger mits deze makelaar commissionair of vertegenwoordiger in de normale uitoefening van zijn bedrijf handelt 6 Een onderneming in een van beide Verdragsluitende Staten wordt niet geacht een vaste inrichting in de andere Verdragsluitende Staat te bezitten uitsluitend omdat deze na afloop van een handelstentoonstelling of conferentie in de andere Verdragsluitende Staat doorgaat met de verkoop van goederen of koopwaar die zij tijdens die handelstentoonstelling of conferentie heeft uitgestald 7 De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat of dat in die andere Staat zaken doet hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere HOOFDSTUK III BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN Artikel 6 Inkomsten uit onroerende zaken 1 Inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit onroerende zaken waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven die in de andere Verdragsluitende Staat zijn gelegen mogen in die andere Verdragsluitende Staat worden belast 2 De uitdrukking â žonroerende zakenâ heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waar de desbetreffende zaken zijn gelegen Deze uitdrukking omvat in ieder geval de zaken die bij de onroerende zaken behoren levende en dode have van landbouw en bosbedrijven rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn vruchtgebruik van onroerende zaken en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie of concessie tot exploitatie van minerale aardlagen bronnen en andere natuurlijke rijkdommen Schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende zaken beschouwd 3 De bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn van toepassing op inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie uit het verhuren of verpachten of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende zaken 4 De bepalingen van het eerste en derde lid van dit artikel zijn eveneens van toepassing op inkomsten uit onroerende zaken van een onderneming en op inkomsten uit onroerende zaken die worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid Artikel 7 Winst uit onderneming 1 De voordelen van een onderneming van een Verdragsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar tenzij de onderneming in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend 2 Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid van dit artikel worden indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting in elk van de Verdragsluitende Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is 3 Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten die ten behoeve van de werkzaamheden van de vaste inrichting zijn gemaakt hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd hetzij elders Geen aftrek wordt echter toegestaan ter zake van bedragen met uitzondering van die wegens vergoeding van werkelijke kosten welke eventueel door de vaste inrichting aan het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren worden betaald als royaltyâ s vergoedingen of andere soortgelijke betalingen voor het gebruik van octrooien of andere rechten of als commissieloon voor bepaalde diensten of voor het geven van leiding dan wel behalve in het geval van een onderneming die het bankbedrijf uitoefent als inkomsten uit schuldvorderingen ter zake van gelden die aan de vaste inrichting zijn geleend Evenmin wordt bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting rekening gehouden met bedragen met uitzondering van die wegens vergoeding van werkelijke kosten welke door de vaste inrichting aan het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren in rekening worden gebracht als royaltyâ s vergoedingen of andere soortgelijke betalingen voor het gebruik van octrooien of andere rechten of als commissieloon voor bepaalde diensten of voor het geven van leiding dan wel behalve in het geval van een onderneming die het bankbedrijf uitoefent als inkomsten uit schuldvorderingen ter zake van gelden die aan het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren zijn geleend 4 De uitdrukking â žwinst uit ondernemingâ omvat maar is niet beperkt tot inkomsten verkregen uit productie handel het bankbedrijf verzekeringen de exploitatie van binnenlands vervoer het verlenen van diensten met inbegrip van studies of onderzoeken van wetenschappelijke geologische of technische aard en de verhuur van lichamelijke roerende goederen Deze uitdrukking omvat niet inkomsten verkregen uit het verrichten van zelfstandige arbeid door een natuurlijke persoon 5 Voor zover het in een Verdragsluitende Staat gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen belet het tweede lid die Verdragsluitende Staat niet de te belasten voordelen te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling De gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen 6 Er worden geen voordelen aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van de aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de onderneming van de andere Verdragsluitende Staat 7 Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken 8 Indien in de voordelen bestanddelen van het inkomen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van dit Verdrag worden behandeld worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel Artikel 8 Zee en luchtvervoer 1 Voordelen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen 2 Indien de plaats van de werkelijke leiding van een scheepvaartonderneming zich aan boord van een schip bevindt wordt deze plaats geacht te zijn gelegen in de Verdragsluitende Staat waar de thuishaven van het schip is gelegen of indien een dergelijke thuishaven er niet is in de Verdragsluitende Staat waarvan de exploitant van het schip inwoner is 3 De uitdrukking â žvoordelen uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeerâ omvat i voordelen verkregen uit de verhuur van een schip of luchtvaartuig met bemanning tijdvak of reis in internationaal vervoer ii voordelen verkregen uit de verhuur op basis van verhuur zonder bemanning van een schip of luchtvaartuig in internationaal vervoer iii voordelen verkregen uit het gebruik of de verhuur van containers en daarmee verband houdende uitrusting gebruikt in internationaal vervoer die direct verband houden met of ondergeschikt zijn aan inkomsten uit de internationale exploitatie van een schip of luchtvaartuig 4 De bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn ook van toepassing op voordelen uit de deelneming in een â žpoolâ een gemeenschappelijke onderneming of een internationaal opererend agentschap 5 De bepalingen van dit Verdrag laten de toepassing onverlet van de bepalingen van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Saudi Arabià tot wederzijdse vrijstelling van belastingen geheven naar de inkomsten en winsten van luchtvaartondernemingen uit de uitoefening van luchtvervoer in internationaal verkeer en hun werknemers ondertekend te Riyad op 16 januari 1991 â žLuchtvaartovereenkomstâ In het geval van verschillen tussen dit Verdrag en de Luchtvaartovereenkomst is de laatste doorslaggevend Artikel 9 Gelieerde ondernemingen 1 Indien a een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat of b dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financià le betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen mogen alle voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast 2 Indien een Verdragsluitende Staat in de voordelen van een onderneming van die Staat voordelen begrijpt â en dienovereenkomstig belast â ter zake waarvan een onderneming van de andere Verdragsluitende Staat in die andere Staat in de belastingheffing is betrokken en deze voordelen bestaan uit voordelen welke de onderneming van de eerstgenoemde Staat zou hebben behaald indien tussen de beide ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als die welke tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen past die andere Staat het bedrag aan belasting dat in die Staat over die voordelen is geheven dienovereenkomstig aan Bij de vaststelling van deze aanpassing wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag en plegen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten zo nodig met elkaar overleg Artikel 10 Dividenden 1 Dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Verdragsluitende Staat worden belast 2 Deze dividenden mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is mag de aldus geheven belasting a 5 percent van het brutobedrag van de dividenden niet overschrijden indien de uiteindelijk gerechtigde een lichaam is niet zijnde een maatschap dat onmiddellijk ten minste 10 tien percent bezit van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt b in alle overige gevallen 10 percent van het brutobedrag van de dividenden niet overschrijden De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van dit lid De bepalingen van dit lid laten onverlet de belastingheffing van het lichaam ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald 3 De uitdrukking â ždividendenâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit aandelen winstaandelen of winstbewijzen mijnaandelen oprichtersaandelen of andere rechten niet zijnde schuldvorderingen die aanspraak geven op een aandeel in de winst alsmede inkomsten uit andere vennootschappelijke rechten die door de wetgeving van de Staat waarvan het lichaam dat de uitdeling doet inwoner is op dezelfde wijze aan de belastingheffing worden onderworpen als inkomsten uit aandelen 4 De bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naargelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14 van toepassing 5 Indien een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat voordelen of inkomsten verkrijgt uit de andere Verdragsluitende Staat mag die andere Staat geen belasting heffen op de dividenden die door het lichaam worden betaald behalve voor zover deze dividenden worden betaald aan een inwoner van die andere Staat of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald tot het bedrijfsvermogen van een in die andere Staat gevestigde vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van een aldaar gevestigd vast middelpunt behoort noch de niet uitgedeelde winst van het lichaam onderwerpen aan een belasting op niet uitgedeelde winst van het lichaam zelfs indien de betaalde dividenden of de niet uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit voordelen of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn Artikel 11 Inkomsten uit schuldvorderingen 1 Inkomsten uit schuldvorderingen afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze inkomsten uit schuldvorderingen mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de inkomsten uit schuldvorderingen is mag de aldus geheven belasting 5 percent van het brutobedrag van de inkomsten uit schuldvorderingen niet overschrijden De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van deze beperking 3 Niettegenstaande de bepalingen van het tweede lid van dit artikel zijn inkomsten uit schuldvorderingen afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat die de uiteindelijk gerechtigde tot deze inkomsten is slechts in die andere Verdragsluitende Staat belastbaar indien deze inkomsten a worden betaald door de Regering van een Verdragsluitende Staat een staatkundig of administratief onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan of b worden betaald aan de Regering van de andere Verdragsluitende Staat een staatkundig of administratief onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan of c worden betaald aan de centrale bank van de andere Verdragsluitende Staat of een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam met inbegrip van financià le instellingen wordt beheerst door of eigendom is van die Staat een staatkundig of administratief onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan 4 De uitdrukking â žinkomsten uit schuldvorderingenâ zoals gebezigd in dit artikel betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen waaronder begrepen de aan zodanige leningen obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen In rekening gebrachte boetes voor te late betaling worden voor de toepassing van dit artikel niet als inkomsten uit schuldvorderingen aangemerkt 5 De bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de inkomsten uit schuldvorderingen die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de inkomsten uit schuldvorderingen afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en de schuldvordering uit hoofde waarvan de inkomsten uit schuldvorderingen worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14 van toepassing 6 Inkomsten uit schuldvorderingen worden geacht afkomstig te zijn uit een Verdragsluitende Staat indien zij worden betaald door die Staat zelf door een staatkundig of administratief onderdeel door een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de inkomsten betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de inkomsten worden betaald was aangegaan en deze inkomsten ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt worden deze inkomsten geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 7 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de inkomsten uit schuldvorderingen gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 12 Royaltyâ s 1 Royaltyâ s afkomstig uit een Verdragsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Deze royaltyâ s mogen echter ook in de Verdragsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast maar indien de genieter de uiteindelijk gerechtigde tot de royaltyâ s is mag de aldus geheven belasting 7 percent van het brutobedrag van de royaltyâ s niet overschrijden De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van deze beperking 3 De uitdrukking â žroyaltyâ sâ zoals gebezigd in dit artikel betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van of voor het recht van gebruik van een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde kunst of wetenschap waaronder begrepen bioscoopfilms of films of banden voor radio of televisie uitzendingen een octrooi een fabrieks of handelsmerk een tekening of model een plan een geheim recept of een geheime werkwijze of voor het gebruik van of het recht van gebruik van uitrusting op het gebied van nijverheid handel of wetenschap of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid handel of wetenschap 4 De bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royaltyâ s die inwoner is van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat waaruit de royaltyâ s afkomstig zijn een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting of in die andere Staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gevestigd vast middelpunt en het recht of de zaak uit hoofde waarvan de royaltyâ s worden betaald tot het bedrijfsvermogen van die vaste inrichting of tot het beroepsvermogen van dat vaste middelpunt behoort In dat geval zijn naar gelang van het geval de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14 van toepassing 5 Royaltyâ s worden geacht afkomstig te zijn uit een Verdragsluitende Staat indien zij worden betaald door die Staat zelf door een staatkundig of administratief onderdeel door een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of door een inwoner van die Staat Indien evenwel de persoon die de royaltyâ s betaalt of hij inwoner van een Verdragsluitende Staat is of niet in een Verdragsluitende Staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft waarvoor de verplichting tot het betalen van de royaltyâ s was aangegaan en deze royaltyâ s ten laste komen van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt worden deze royaltyâ s geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt is gevestigd 6 Indien wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde het bedrag van de royaltyâ s gelet op het gebruik het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Staten zulks met inachtneming van de overige bepalingen van dit Verdrag Artikel 13 Vermogenswinsten 1 Vermogenswinsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van onroerende zaken als bedoeld in artikel 6 en die zijn gelegen in de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast 2 Vermogenswinsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting van de vervreemder in de andere Verdragsluitende Staat of die nauw verbonden zijn met het verrichten van zelfstandige arbeid waarop artikel 14 van toepassing is door de vervreemder in die andere Staat met inbegrip van vermogenswinsten die ontstaan bij de vervreemding van een dergelijke vaste inrichting mogen in die andere Staat worden belast 3 Vermogenswinsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de vervreemding van aandelen in een lichaam mogen worden belast in de Staat waar het lichaam gevestigd is tenzij de uiteindelijk gerechtigde tot de aandelen een lichaam is niet zijnde een maatschap dat onmiddellijk of middellijk ten minste 10 van het kapitaal van het lichaam bezit en deze aandelen zijn verkregen na de ondertekening van dit Verdrag 4 Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid van dit artikel wordt ter zake van investeringen gedaan voordat dit Verdrag werd ondertekend in het geval van reorganisatie fusie splitsing of soortgelijke transactie waarbij de uiteindelijke eigendom van de aandelen ongewijzigd blijft de belastingheffing over ontstane vermogenswinsten opgeschort totdat feitelijk over die aandelen wordt beschikt en deze belastingheffing is van toepassing op alle vermogenswinsten die ontstaan vanaf de aanvangsdatum van de investering tot en met de datum waarop de uiteindelijke vervreemding van de investering plaatsvindt 5 Voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geà xploiteerd of roerende goederen die worden gebruikt voor de exploitatie van deze schepen of luchtvaartuigen zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarin de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen Indien de plaats van de werkelijke leiding van een scheepvaartonderneming zich aan boord van een schip bevindt wordt deze plaats voor de toepassing van dit lid geacht te zijn gelegen in de Verdragsluitende Staat waar de thuishaven van het schip is gelegen of indien een dergelijke thuishaven er niet is in de Verdragsluitende Staat waarvan de exploitant van het schip inwoner is 6 Vermogenswinsten verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die bedoeld in de voorgaande leden van dit artikel zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is Artikel 14 Zelfstandige arbeid 1 Voordelen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de uitoefening van een vrij beroep of ter zake van andere werkzaamheden van zelfstandige aard zijn slechts in die Staat belastbaar behalve onder de volgende omstandigheden waarin deze voordelen tevens mogen worden belast in de andere Verdragsluitende Staat a indien hij in de andere Verdragsluitende Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vast middelpunt beschikt in dat geval mogen de voordelen slechts in zoverre zij zijn toe te rekenen aan dat vaste middelpunt in die andere Verdragsluitende Staat worden belast of b indien hij in de andere Verdragsluitende Staat verblijft gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die tezamen in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar in totaal 183 dagen of meer beslaat of beslaan in dat geval mogen de voordelen slechts in die andere Staat worden belast voor zover zij verkregen zijn met de werkzaamheden die hij in die Staat verricht 2 De uitdrukking â žvrij beroepâ omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap letterkunde kunst opvoeding of onderwijs alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen advocaten technici architecten tandartsen en accountants Artikel 15 Niet zelfstandige arbeid 1 Onverminderd de bepalingen van de artikelen 16 18 19 20 en 21 zijn salarissen lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking slechts in die Verdragsluitende Staat belastbaar tenzij de dienstbetrekking in de andere Verdragsluitende Staat wordt uitgeoefend In dit geval mogen beloningen verkregen ter zake van een dienstbetrekking in die andere Verdragsluitende Staat worden belast indien a de genieter in de andere Verdragsluitende Staat verblijft gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen te boven gaat of gaan of b de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die inwoner van de andere Verdragsluitende Staat is of c de beloning ten laste komt van een vaste inrichting die of een vast middelpunt dat de werkgever in de andere Staat heeft 2 Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel mag de beloning verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geà xploiteerd in de Verdragsluitende Staat worden belast waarin de plaats van werkelijke leiding van de onderneming is gelegen Artikel 16 Directeursbeloningen Directeursbeloningen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer van een lichaam dat inwoner is van de andere Verdragsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast Artikel 17 Artiesten en sportbeoefenaars 1 Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een Verdragsluitende Staat als artiest zoals een toneelspeler een film radio of televisie artiest of een musicus of als sportbeoefenaar uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere Verdragsluitende Staat worden belast in die andere Staat 2 Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht niet

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/verdragen/type-dta/saudi-arabie-in-werking (2016-01-09)
    Open archived version from archive