archive-nl.com » NL » B » BELASTINGCOLLECTIEF.NL

Total: 1024

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Wet op de inkomstenbelasting 2001 - Belasting Collectief Nederland
    000 â  50 000 0 35 van deze waarde â  50 000 â  75 000 0 45 van deze waarde â  75 000 â 1 040 000 0 60 van deze waarde â 1 040 000 â â 6240 vermeerderd met 1 30 van de eigenwoningwaarde voor zover deze uitgaat boven â 1 040 000 2 De eigenwoningwaarde is de volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor die woning vastgestelde waarde of waarden voor het kalenderjaar Indien een eigen woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken wordt de eigenwoningwaarde gesteld op het gedeelte van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegekend aan de woning 3 Met betrekking tot de eigen woning ter zake waarvan het tweede lid geen toepassing kan vinden door het ontbreken van een op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde is de eigenwoningwaarde de waarde van de woning die wordt bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16 tot en met 18 en 20 tweede lid van die wet en van het tweede lid tweede volzin 4 De voordelen uit een eigen woning als bedoeld in artikel 3 111 tweede en derde lid worden gesteld op nihil 5 De voordelen uit een eigen woning als bedoeld in artikel 3 111 zesde lid worden gesteld op 1 00 van de eigenwoningwaarde In afwijking van de eerste volzin worden bij een eigenwoningwaarde van meer dan â  1 040 000 de voordelen gesteld op â  10 400 vermeerderd met 1 55 van de eigenwoningwaarde voor zover deze uitgaat boven â  1 040 000 6 Met betrekking tot een eigen woning als bedoeld in artikel 3 111 eerste lid wordt de aanvangsdatum onderscheidenlijk de einddatum van de periode waarover de voordelen uit die eigen woning in aanmerking worden genomen gesteld op de aanvangsdatum onderscheidenlijk de einddatum waarop het adres van de desbetreffende eigen woning als woonadres van de belastingplichtige is opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens De eerste volzin is niet van toepassing indien registratie van de belastingplichtige op het adres van de eigen woning in de basisadministratie persoonsgegevens niet mogelijk is of indien artikel 3 111 achtste lid toepassing vindt Artikel 3 113 Tijdelijke verhuur Met betrekking tot de eigen woning die tijdelijk ter beschikking is gesteld aan derden wordt het ingevolge artikel 3 112 als voordelen uit eigen woning in aanmerking te nemen bedrag vermeerderd met 70 percent van de voordelen ter zake van het ter beschikking stellen Artikel 3 114 Kamerverhuurvrijstelling 1 Indien de opbrengsten uit het anders dan voor korte duur ter beschikking stellen van al dan niet gestoffeerde of gemeubileerde woonruimte die geen zelfstandige woning vormt en deel uitmaakt van de woning die de belastingplichtige anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat niet meer bedragen dan â  4410 per jaar wordt die woonruimte aangemerkt als onderdeel van de eigen woning en worden de voordelen andere dan bedoeld in artikel 3 112 eerste lid niet in aanmerking genomen 2 Voor toepassing van dit artikel dient zowel de belastingplichtige als degene aan wie ter beschikking is gesteld gedurende de tijd van de terbeschikkingstelling als ingezetene op het woonadres ter zake van de woning te zijn ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens Artikel 3 115 Toedeling eigenwoningforfait De voordelen uit een woning die voor twee of meer belastingplichtigen die geen partner van elkaar zijn samen een eigen woning is worden voor elk van hen in aanmerking genomen naar de mate waarin zij op grond van artikel 3 111 eerste lid tot de woning gerechtigd zijn Artikel 3 116 Voordeel uit kapitaalverzekering eigen woning 1 Het voordeel uit kapitaalverzekering eigen woning is de rente die is begrepen in een kapitaalsuitkering uit levensverzekering die dient ter aflossing van de eigenwoningschuld 2 Van een kapitaalverzekering eigen woning is sprake zolang de verzekeringnemer of zijn partner een eigen woning heeft en a in de overeenkomst is bepaald dat de begunstigde de uitkering zal aanwenden ter aflossing van de eigenwoningschuld b in de overeenkomst is bepaald dat ten minste 15 jaar of tot het overlijden van de verzekerde jaarlijks premies ter zake van de verzekering worden voldaan waarbij de hoogste premie niet meer bedraagt dan het tienvoud van de laagste premie c de verzekering recht geeft op een eenmalige kapitaalsuitkering bij leven of overlijden d de premies voor de verzekering verschuldigd zijn aan een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 1 1 van de Wet op het financieel toezicht 3 Een kapitaalverzekering eigen woning wordt geacht geheel tot uitkering te zijn gekomen bij de verzekeringnemer of in geval van onherroepelijke begunstiging bij de begunstigde indien a de verzekering niet meer voldoet aan de voorwaarden van het tweede lid b de verzekering wordt afgekocht behoudens voorzover sprake is van omzetting als bedoeld in artikel 3 119 c de verzekering wordt vervreemd behoudens voorzover de verzekering in het kader van het aangaan of beà indigen van een partnerschap wordt omgezet in een of meer andere soortgelijke verzekeringen voor een of beide partners of voormalige partners d de verzekering wordt ingebracht in het vermogen van een onderneming e de verzekering gedeeltelijk tot uitkering komt dan wel indien de verzekering recht geeft op eenmalige uitkeringen bij leven of overlijden van meer dan een verzekerde per verzekerde gedeeltelijk tot uitkering komt f niet ten minste 15 jaar of tot het overlijden van de verzekerde jaarlijks premies ter zake van de verzekering worden voldaan dan wel de hoogste premie meer bedraagt dan het tienvoud van de laagste premie of g de verzekering een looptijd van 30 jaar heeft overschreden De hoogte van de uitkering wordt voor de toepassing van de eerste volzin gesteld op de waarde in het economische verkeer van de verzekering 4 Indien de verzekeringnemer of in geval van een onherroepelijke begunstiging de begunstigde anders dan door overlijden ophoudt binnenlands belastingplichtig te zijn wordt de kapitaalverzekering eigen woning geacht op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip tot uitkering te zijn gekomen bij de verzekeringnemer of in geval van een onherroepelijke begunstiging bij de begunstigde en de hoogte van de uitkering gesteld op de waarde in het economische verkeer van de verzekering Onder ophouden binnenlands belastingplichtig te zijn wordt mede verstaan de situatie waarin de verzekeringnemer respectievelijk de begunstigde voor de toepassing van de Belastingregeling voor het Koninkrijk de Belastingregeling voor het land Nederland of een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting wordt geacht geen inwoner van Nederland meer te zijn 5 Indien bij een belastingplichtige ingevolge het vierde lid een uitkering in aanmerking is genomen ter zake waarvan een conserverende aanslag is opgelegd en de belastingplichtige weer binnenlands belastingplichtig is en in de tussentijd a zich niet een omstandigheid heeft voorgedaan waardoor de woning is opgehouden een eigen woning te zijn in de zin van artikel 3 111 b de belastingplichtige niet een voordeel heeft genoten als bedoeld in het eerste lid en c zich niet een omstandigheid heeft voorgedaan als bedoeld in het derde lid wordt op diens verzoek het geconserveerde inkomen van het jaar waarin de uitkering in aanmerking is genomen verlaagd met de waarde van die uitkering voorzover deze waarde tot het geconserveerde inkomen is gerekend De inspecteur vermindert dienovereenkomstig de conserverende aanslag bij voor bezwaar vatbare beschikking Rechtsmiddelen tegen deze beschikking kunnen uitsluitend betrekking hebben op de grootte van de vermindering 6 De rente begrepen in een uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning wordt gesteld op het bedrag waarmee de uitkering overtreft wat ter zake van de verzekering aan premies is voldaan 7 Onder premies ter zake van een kapitaalverzekering eigen woning worden mede begrepen a bij een uitkering bij leven premies voor bij dezelfde overeenkomst verzekerde uitkeringen bij overlijden of uitkeringen of vrijstelling van premiebetaling bij invaliditeit voorzover die uitkeringen gezamenlijk niet meer bedragen dan driemaal het verzekerde kapitaal bij leven b bij een uitkering bij overlijden premies voor bij dezelfde overeenkomst verzekerde uitkeringen bij leven uitkeringen of vrijstelling van premiebetaling bij invaliditeit of uitkeringen bij overlijden ten gevolge van een ongeval voorzover die uitkeringen gezamenlijk niet meer bedragen dan driemaal het verzekerde kapitaal bij overlijden 8 Indien een kapitaalverzekering eigen woning is voortgekomen uit een levensverzekering die na 14 september 1999 tot stand gekomen is en die geen kapitaalverzekering eigen woning was wordt op het moment dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor een kapitaalverzekering eigen woning mede als premie ter zake van de kapitaalverzekering eigen woning aangemerkt de waarde in het economische verkeer van de oude polis verminderd met de daarop gestorte premies overschot Voor de beoordeling van de voorwaarde of de hoogste en de laagste premie blijft binnen de in het tweede lid onderdeel b bedoelde bandbreedte blijft het overschot buiten aanmerking Artikel 3 116a Voordeel uit spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning 1 Het voordeel uit spaarrekening eigen woning is het rendement dat op het tijdstip van deblokkering is begrepen in het tegoed van een spaarrekening eigen woning Het voordeel uit beleggingsrecht eigen woning is het rendement dat op het tijdstip van deblokkering is begrepen in de waarde van een beleggingsrecht eigen woning 2 Van een spaarrekening eigen woning is sprake indien het betreft een rekening bij een bank waarbij de volgende voorwaarden in acht worden genomen a de rekeninghouder heeft een eigen woning met een eigenwoningschuld b de rekening is geblokkeerd en wordt slechts eenmalig gedeblokkeerd ter aflossing van de eigenwoningschuld c ten minste 15 jaar of tot het overlijden van de rekeninghouder of zijn partner wordt jaarlijks een bedrag naar de rekening overgemaakt waarbij het hoogste totaal van in een jaar overgemaakte bedragen niet meer bedraagt dan het tienvoud van het laagste totaal van in een jaar overgemaakte bedragen ingeval een spaarrekening met ingang van enig tijdstip wordt aangeduid als spaarrekening eigen woning wordt het op dat tijdstip aanwezige tegoed aangemerkt als eerste overmaking d de op de rekening genoten inkomsten worden bijgeboekt op de rekening bij deblokkering in de loop van het tijdvak waarover inkomsten worden genoten vindt eerst nog bijboeking van die inkomsten plaats voordat tot deblokkering wordt overgegaan e de bank is een financià le onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen 3 Van een beleggingsrecht eigen woning is sprake indien het betreft bij een beheerder van een beleggingsinstelling aangehouden rechten van deelneming in die instelling waarbij de volgende voorwaarden in acht worden genomen a de eigenaar van het beleggingsrecht heeft een eigen woning met een eigenwoningschuld b het beleggingsrecht is geblokkeerd en wordt slechts eenmalig gedeblokkeerd ter aflossing van de eigenwoningschuld c ten minste 15 jaar of tot het overlijden van de eigenaar van het beleggingsrecht of zijn partner wordt jaarlijks naar de beheerder een bedrag overgemaakt ter verkrijging van rechten van deelneming waarbij het hoogste totaal van in een jaar overgemaakte bedragen niet meer bedraagt dan het tienvoud van het laagste totaal van in een jaar overgemaakte bedragen ingeval een beleggingsrecht met ingang van enig tijdstip wordt aangeduid als beleggingsrecht eigen woning wordt de waarde in het economische verkeer van het recht op dat tijdstip aangemerkt als eerste overmaking d het met het beleggingsrecht behaalde rendement wordt aangewend ter verkrijging van rechten van deelneming die tot het beleggingsrecht gaan behoren e de beheerder is een financià le onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van beleggingsinstelling mag uitoefenen 4 Een spaarrekening eigen woning of een beleggingsrecht eigen woning wordt geacht geheel te zijn gedeblokkeerd indien a op enig tijdstip de spaarrekening onderscheidenlijk het beleggingsrecht niet meer voldoet aan de voorwaarden van het tweede lid onderscheidenlijk van het derde lid b de spaarrekening onderscheidenlijk het beleggingsrecht wordt vervreemd of verdeeld behoudens voor zover sprake is van vervreemding of verdeling in het kader van het aangaan of beà indigen van een partnerschap en de spaarrekening onderscheidenlijk het beleggingsrecht wordt gecontinueerd als een spaarrekening eigen woning onderscheidenlijk beleggingsrecht eigen woning c de spaarrekening onderscheidenlijk het beleggingsrecht wordt ingebracht in het vermogen van een onderneming d de spaarrekening onderscheidenlijk het beleggingsrecht gedeeltelijk wordt gedeblokkeerd e 30 jaren zijn verstreken na de eerste overmaking op de spaarrekening onderscheidenlijk de eerste overmaking naar de beheerder van de beleggingsinstelling f de rekeninghouder van de spaarrekening onderscheidenlijk de eigenaar van het beleggingsrecht komt te overlijden in dat geval wordt de deblokkering geacht te hebben plaatsgevonden op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip er wordt geen deblokkering verondersteld bij een continuering als bedoeld in onderdeel b 5 Artikel 3 116 vierde en vijfde lid is van overeenkomstige toepassing Daarbij wordt gelezen voor a verzekeringnemer rekeninghouder van een spaarrekening eigen woning onderscheidenlijk eigenaar van een beleggingsrecht eigen woning b kapitaalverzekering eigen woning spaarrekening eigen woning onderscheidenlijk beleggingsrecht eigen woning c tot uitkering te zijn gekomen te zijn gedeblokkeerd 6 Het rendement begrepen in een tegoed van een spaarrekening eigen woning wordt gesteld op het bedrag waarmee het tegoed de naar de spaarrekening overgemaakte bedragen overtreft Het rendement begrepen in de waarde van een beleggingsrecht eigen woning wordt gesteld op het bedrag waarmee de waarde van het recht de naar de beheerder overgemaakte bedragen overtreft 7 Bij ministerià le regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel Artikel 3 117 Begrip levensverzekering In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder levensverzekering een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld in artikel 1 1 van de Wet op het financieel toezicht Artikel 3 118 Vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning 1 Tot het voordeel uit kapitaalverzekering eigen woning behoort niet de rente begrepen in de uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning voorzover de uitkering niet meer bedraagt dan â  154 000 indien a de uitkering heeft gediend als aflossing van de eigenwoningschuld b ter zake van de verzekering ten minste 20 jaar of indien de verzekering tot uitkering komt door eerder overlijden tot het overlijden jaarlijks premies zijn voldaan en c de hoogste premie niet meer heeft bedragen dan het tienvoud van de laagste In afwijking in zoverre van de eerste volzin aanhef en onderdeel b wordt de rente die is begrepen in de uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning voorzover deze uitkering niet meer bedraagt dan â  34 900 niet als voordeel uit kapitaalverzekering aangemerkt indien ter zake van de verzekering ten minste 15 jaar jaarlijks premies zijn voldaan 2 De in het eerste lid onderdelen a en b genoemde voorwaarden gelden niet indien a de verzekeringnemer of zijn partner geen eigen woning meer ter beschikking staat en ter zake daarvan de verzekering tot uitkering is gekomen of wordt geacht tot uitkering te zijn gekomen of b de verzekering wordt geacht tot uitkering te zijn gekomen door het ophouden binnenlands belastingplichtig te zijn als bedoeld in artikel 3 116 vierde lid 3 De bedragen bepaald op grond van het eerste lid worden verminderd met het bedrag aan uitkering uit een kapitaalverzekering dat eerder ten aanzien van de belastingplichtige voor de toepassing van het eerste lid in aanmerking is genomen alsmede met het tegoed van een spaarrekening eigen woning dat eerder ten aanzien van de belastingplichtige voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 3 118a in aanmerking is genomen en met de waarde van een beleggingsrecht eigen woning dat eerder ten aanzien van de belastingplichtige voor de toepassing van de vrijstelling van genoemd artikel in aanmerking is genomen 4 Indien op het tijdstip van de uitkering het bedrag van de eigenwoningschuld lager is dan het op grond van het eerste en het derde lid bepaalde bedrag wordt het in het eerste lid in verbinding met het derde lid bepaalde bedrag vervangen door het bedrag van de eigenwoningschuld 5 Indien de belastingplichtige een levensverzekering heeft die ten aanzien van hem tot enig moment heeft voldaan aan de voorwaarden voor een kapitaalverzekering eigen woning en ter zake van die verzekering binnen drie jaren na dat moment wederom wordt voldaan aan de voorwaarden voor een kapitaalverzekering eigen woning wordt het in het eerste lid genoemde bedrag verhoogd met een bedrag gelijk aan de in het derde lid bedoelde vermindering wegens de eerdere toepassing van het eerste lid op deze verzekering De rente begrepen in de in de eerste volzin bedoelde verhoging komt in mindering op het overschot bedoeld in artikel 3 116 achtste lid 6 Indien bij een belastingplichtige ingevolge artikel 3 116 vierde lid een uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning in aanmerking is genomen en de belastingplichtige weer binnenlands belastingplichtig is en a zich niet een omstandigheid heeft voorgedaan waardoor de woning is opgehouden een eigen woning te zijn in de zin van artikel 3 111 b de belastingplichtige terzake van die kapitaalverzekering eigen woning niet een voordeel heeft genoten als bedoeld in artikel 3 116 eerste lid en c ter zake van die kapitaalverzekering zich niet een omstandigheid heeft voorgedaan als bedoeld in artikel 3 116 derde lid wordt het in het eerste lid genoemde bedrag verhoogd met een bedrag gelijk aan de in het derde lid bedoelde vermindering wegens de eerdere toepassing van het eerste lid op die kapitaalverzekering 7 Indien à à n of meer kapitaalverzekeringen eigen woning tot uitkering komt of komen door het overlijden van de partner wordt het op grond van de voorgaande leden vast te stellen bedrag ten behoeve van de langstlevende partner verhoogd met het bedrag dat de overleden partner ter zake van deze kapitaalverzekeringen op grond van de voorgaande leden nog in aanmerking had kunnen nemen onmiddellijk voorafgaande aan zijn overlijden Deze verhoging kan niet groter zijn dan het totale bedrag dat uit levensverzekering wordt uitgekeerd ten gevolge van het overlijden van de partner 8 Indien à à n of meer kapitaalverzekeringen eigen woning tot uitkering komt of komen door het overlijden van een persoon die geen partner is van de begunstigde geldt voor de begunstigde ten aanzien van deze verzekeringen in plaats van het op grond van de voorgaande leden vast te stellen bedrag het bedrag dat de overleden persoon ter zake van deze kapitaalverzekeringen op grond van de voorgaande leden nog in aanmerking had kunnen nemen onmiddellijk voorafgaande aan zijn overlijden Indien verschillende begunstigden een uitkering als bedoeld in de eerste volzin ontvangen geldt voor de begunstigde onverkort hetgeen daar is bepaald met dien verstande dat het daar bedoelde bedrag dat de overleden persoon nog in aanmerking had kunnen nemen naar rato van de uitkeringen aan onderscheiden begunstigden in aanmerking wordt genomen Artikel 3 118a Vrijstelling spaarrekening eigen woning en vrijstelling beleggingsrecht eigen woning Met betrekking tot het voordeel uit spaarrekening eigen woning onderscheidenlijk het voordeel uit beleggingsrecht eigen woning geldt een vrijstelling waarvan de omvang wordt berekend met overeenkomstige toepassing van artikel 3 118 met dien verstande dat het zevende en achtste lid van dat artikel slechts toepassing vinden bij een continuering als bedoeld in artikel 3 116a vierde lid onderdeel f Daarbij is artikel 3 116a vijfde lid tweede volzin van toepassing en wordt voorts voor premies gelezen naar een spaarrekening eigen woning overgemaakte bedragen onderscheidenlijk naar een beheerder van een beleggingsrecht overgemaakte bedragen Artikel 3 119 Omzetting kapitaalverzekering eigen woning spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning 1 Voor zover een kapitaalverzekering eigen woning een spaarrekening eigen woning of een beleggingsrecht eigen woning wordt omgezet in een andere soortgelijke verzekering een andere soortgelijke spaarrekening of een ander soortgelijk beleggingsrecht wordt de laatstgenoemde verzekering de laatstgenoemde spaarrekening of het laatstgenoemde beleggingsrecht voor de toepassing van deze afdeling geacht een voortzetting te zijn van de eerstgenoemde verzekering de eerstgenoemde spaarrekening of het eerstgenoemde beleggingsrecht 2 Bij ministerià le regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel Artikel 3 119a Eigenwoningschuld en eigenwoningreserve 1 Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt onder eigenwoningschuld verstaan het gezamenlijke bedrag van de schulden die zijn aangegaan ter verwerving van een eigen woning doch ten hoogste een bedrag gelijk aan de kosten ter verwerving van de woning verminderd met het bedrag van de eigenwoningreserve direct voorafgaande aan het moment waarop de woning ten aanzien van de belastingplichtige als een eigen woning wordt aangemerkt en verminderd met hetgeen met toepassing van artikel 33 onder 5 en 6 van de Successiewet 1956 aan vrijstelling is genoten in verband met schenking van een bedrag ter zake van de verwerving van een eigen woning 2 De eigenwoningschuld wordt verhoogd met het gezamenlijke bedrag van de schulden die zijn aangegaan ter betaling van de kosten ter verkrijging van de in het eerste lid bedoelde eigenwoningschuld of van de in het derde lid bedoelde schulden waarbij afsluitprovisies in aanmerking worden genomen tot het maximum bedoeld in artikel 3 120 zevende lid 3 De eigenwoningschuld wordt verhoogd met het gezamenlijke bedrag van de schulden die zijn aangegaan voor verbetering of onderhoud van de woning of ter afkoop van de rechten van erfpacht opstal of beklemming met betrekking tot de woning voorzover die schulden uitgaan boven het positieve bedrag van de eigenwoningreserve direct voorafgaande aan de verbetering het onderhoud of de afkoop 4 Bij de vervreemding van een eigen woning wordt het vervreemdingssaldo eigen woning toegevoegd aan een eigenwoningreserve Onder vervreemdingssaldo eigen woning wordt verstaan de waarde van de tegenprestatie bij de vervreemding van een eigen woning verminderd met de kosten ter zake van die vervreemding en verminderd met de eigenwoningschuld voor de woning Voor de toepassing van dit lid worden tot de eigenwoningschuld mede gerekend het bedrag van de verlaging ingevolge het negende lid de schulden ter zake waarvan de renten ingevolge artikel 3 120 vierde lid onderdeel c niet tot de aftrekbare kosten van een eigen woning worden gerekend alsmede de schulden bedoeld in artikel 3 120 achtste lid 5 Een eigenwoningreserve neemt af doch niet verder dan tot nihil met a een bedrag gelijk aan de kosten ter verwerving van een eigen woning verminderd met het bedrag dat ingevolge het eerste lid als eigenwoningschuld voor die woning in aanmerking wordt genomen b een bedrag gelijk aan het bedrag waarmee de eigenwoningschuld van de partner op grond van het negende lid is verlaagd met dien verstande dat dit bedrag weer aan de eigenwoningreserve wordt toegevoegd ingeval het negende lid niet meer van toepassing is op de eigenwoningschuld van de partner c een bedrag gelijk aan de in een kalenderjaar gemaakte kosten voor verbetering of onderhoud van de woning of ter afkoop van de rechten van erfpacht opstal of beklemming met betrekking tot de woning 6 De eigenwoningreserve vervalt voorzover die is toe te rekenen aan een vervreemdingssaldo eigen woning dat drie jaar geleden is toegevoegd 7 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder verwerving onderscheidenlijk vervreemding van een eigen woning verstaan een gebeurtenis waardoor de woning ten aanzien van de belastingplichtige als een eigen woning wordt aangemerkt onderscheidenlijk niet meer als zodanig wordt aangemerkt Als verwerving wordt niet aangemerkt die krachtens boedelmenging door voltrekking van een huwelijk of wijziging van huwelijkse voorwaarden Indien bij een verwerving of vervreemding een tegenprestatie ontbreekt of is bedongen bij een niet onder normale omstandigheden gesloten overeenkomst wordt als tegenprestatie aangemerkt de waarde die ten tijde van de verwerving onderscheidenlijk de vervreemding in het economische verkeer aan de woning kan worden toegekend 8 Indien ten aanzien van de belastingplichtige twee woningen gelijktijdig als eigen woning worden aangemerkt en vervolgens à à n van die woningen wordt vervreemd wordt direct daarna de eigenwoningschuld voor de andere woning opnieuw vastgesteld door hernieuwde toepassing van het eerste lid waarbij de actuele stand van de eigenwoningreserve in de plaats komt van de stand direct voorafgaande aan het moment waarop de woning ten aanzien van de belastingplichtige als een eigen woning is aangemerkt Vervolgens wordt het vijfde lid onderdeel a opnieuw toegepast Daarna wordt het negende lid opnieuw toegepast bij de partner en wordt bij de belastingplichtige vervolgens het vijfde lid onderdeel b opnieuw toegepast Daarna wordt het derde lid opnieuw toegepast waarbij de actuele stand van de eigenwoningreserve in de plaats komt van de stand direct voorafgaande aan de verbetering het onderhoud of de afkoop Daarna wordt het tweede lid opnieuw toegepast Ten slotte wordt het vijfde lid onderdeel c opnieuw toegepast 9 Indien de belastingplichtige een eigen woning verwerft die bestemd is om hem en zijn partner anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking te staan wordt indien hen voordien reeds tezamen een woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking heeft gestaan en de partner ten aanzien van die eerdere woning een vervreemdingssaldo heeft behaald de op grond van het eerste lid berekende eigenwoningschuld van de belastingplichtige verlaagd maar niet verder dan tot nihil met de eigenwoningreserve van de partner waarbij indien de partner de woning mede heeft verworven wordt uitgegaan van de eigenwoningreserve na toepassing van dit artikel met betrekking tot de partner De in de eerste volzin bedoelde verlaging van de eigenwoningschuld wordt toegepast tot het moment waarop de woning hen niet meer gezamenlijk anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat 10 Bij ministerià le regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel Artikel 3 119b Beschikking eigenwoningreserve 1 De eigenwoningreserve kan naar de stand van het einde van een kalenderjaar al dan niet op verzoek door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking worden vastgesteld Indien er sprake is van een afname van de eigenwoningreserve als bedoeld in artikel 3 119a vijfde lid onderdeel b wordt in de beschikking tevens melding gemaakt van het bedrag van die afname 2 Op gezamenlijk verzoek van de belastingplichtige en zijn gewezen partner kan de eigenwoningreserve aan elk van hen worden toegerekend naar de mate waarin zij feitelijk gerechtigd zijn tot het vervreemdingssaldo eigen woning De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking Op het verzoek kan niet worden teruggekomen 3 Indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat de eigenwoningreserve te laag is vastgesteld kan de inspecteur de beschikking herzien Herziening vindt plaats bij voor bezwaar vatbare beschikking 4 Een feit dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn levert geen grond voor herziening op tenzij de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is 5 Artikel 16 tweede lid aanhef en onderdeel c derde en vierde lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing op herziening Artikel 3 120 Aftrekbare kosten eigen woning 1 De aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning zijn het gezamenlijke bedrag van a de renten van schulden kosten van geldleningen daaronder begrepen die behoren tot de eigenwoningschuld b de periodieke betalingen op grond van de rechten van erfpacht opstal en beklemming met betrekking tot de eigen woning 2 De renten van schulden als bedoeld in het eerste lid onderdeel a worden gedurende ten hoogste 30 jaren in aanmerking genomen als aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning De duur van de termijn van 30 jaren vangt aan bij het begin van het eerste tijdvak waarop de renten van deze schulden die als bestanddeel van het inkomen uit werk en woning in aftrek worden gebracht betrekking hebben en eindigt op het tijdstip waarop de gehele schuld wordt afgelost Indien andere schulden worden aangegaan als bedoeld in het eerste lid onderdeel a worden de renten slechts in aanmerking genomen voor zover de termijn van 30 jaren nog niet is verstreken tenzij het betreft a schulden die worden aangegaan voor verbetering of onderhoud van de woning als bedoeld in artikel 3 119a derde lid die behoren tot de eigenwoningschuld of b schulden die het totaal van de hoofdsommen van alle voorgaande schulden overtreffen voor het gedeelte van de schulden dat het totaal van de hoofdsommen van alle voorgaande schulden overtreft Voor de schulden bedoeld in de onderdelen a en b vangt een termijn van 30 jaren aan bij het begin van het eerste tijdvak waarop de renten van deze schulden die als bestanddeel van het inkomen uit werk en woning in aftrek worden gebracht betrekking hebben 3 Indien artikel 3 111 tweede of derde lid van toepassing is kunnen de renten van schulden bedoeld in het eerste lid onderdeel a als aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning in aanmerking worden genomen tenzij ter zake van die schuld of een gedeelte daarvan de termijn van 30 jaren reeds is verstreken Voor het gedeelte van de schuld dat overeenstemt met het totaal van de schulden die zijn aangegaan voor de verwerving van een eigen woning als bedoeld in artikel 3 111 eerste lid en waarvoor op grond van het tweede lid een termijn van 30 jaren in aanmerking wordt genomen heeft in afwijking in zoverre van het tweede lid dat gedeelte geen invloed op de duur van de termijn van 30 jaren Voor het gedeelte van de schuld dat het totaal van de schulden waarvoor op grond van het tweede lid een termijn van 30 jaren in aanmerking wordt genomen overtreft vangt een termijn van 30 jaren of het gedeelte van de termijn van 30 jaren dat nog resteert aan op het tijdstip waarop die woning wordt aangemerkt als een eigen woning op grond van artikel 3 111 tweede of derde lid 4 Tot de aftrekbare kosten van een eigen woning worden niet gerekend a renten van schulden kosten van geldlening daaronder begrepen die zijn aangegaan ter betaling van de in het eerste lid onderdeel a bedoelde renten met uitzondering van de daar bedoelde kosten van geldleningen b kosten voorzover in verband met de voldoening daarvan schulden ontstaan waarvan de verplichting tot betaling â anders dan voor het geval van overlijden of arbeidsongeschiktheid van de belastingplichtige â rechtens al dan niet voorwaardelijk of in feite direct of indirect is beperkt c renten van schulden kosten van geldlening daaronder begrepen aangegaan ter verwerving van de eigen woning of een gedeelte daarvan indien de eigen woning of een gedeelte daarvan direct of indirect is verkregen van de partner van de belastingplichtige voorzover het totaal van de schulden die de belastingplichtige en zijn partner zijn aangegaan ter verwerving van de woning na deze verkrijging meer bedraagt dan vóór de vervreemding van de woning of een gedeelte daarvan door zijn partner 5 De in een kalenderjaar bij wijze van vooruitbetaling voldane renten van schulden kosten van geldleningen daaronder begrepen worden niet in aanmerking genomen a indien zij betrekking hebben op tijdvakken die eindigen later dan zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin zij zijn voldaan doch slechts voorzover zij betrekking hebben op de periode die aanvangt na afloop van het kalenderjaar waarbij die renten naar evenredigheid worden toegerekend aan kalendermaanden en gedeelten van kalendermaanden als kalendermaand worden aangemerkt b voorzover zij betrekking hebben op tijdvakken of delen daarvan die vallen na het tijdstip waarop de binnenlandse belastingplicht anders dan door overlijden eindigt 6 Vooruitbetaalde renten kosten van geldleningen daaronder begrepen die op grond van het vijfde lid onderdeel a niet in aanmerking zijn genomen worden behoudens indien de binnenlandse belastingplicht anders dan door overlijden is geà indigd geacht in gelijke delen te zijn voldaan in elk van de op het in het vijfde lid bedoelde kalenderjaar volgende kalenderjaren waarop de renten kosten van geldleningen daaronder begrepen betrekking hebben daarbij worden gedeelten van kalenderjaren als kalenderjaren aangemerkt In het jaar waarin de belastingplichtige overlijdt worden de renten kosten van geldleningen daaronder begrepen die nog buiten aanmerking zijn gebleven geheel in aanmerking genomen 7 Afsluitprovisies die zijn voldaan ter zake van schulden die behoren tot de eigenwoningschuld worden niet gerekend tot de bij wijze van vooruitbetaling voldane renten mits de woning in het kalenderjaar of in de daaropvolgende twee jaren de belastingplichtige als hoofdverblijf ter beschikking staat een en ander voorzover zij niet meer belopen dan 1 5 van het bedrag van de aangegane schulden en tevens gezamenlijk een bedrag van â  3630 niet te boven gaan 8 Voor de toepassing van het eerste lid onderdeel a worden renten van schulden die betrekking hebben op per 31 december 1995 bestaande schulden voorzover deze schulden per die datum verzekerd waren door een hypotheek op een eigen woning en zulks nog steeds zijn met betrekking tot dezelfde woning aangemerkt als aftrekbare kosten die verband houden met de eigen woning waarop de hypotheek is gevestigd 9 Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot een overeenkomst van geldlening tussen partners 10 Artikel 3 16 tiende lid is van overeenkomstige toepassing Artikel 3 121 Aftrekbare kosten gedeelde eigen woning bij gezamenlijke bewoning De aftrekbare kosten met betrekking tot een woning die voor twee of meer belastingplichtigen die geen partner van elkaar zijn samen een eigen woning is worden voor elk van hen bepaald door de schulden die zij zijn aangegaan ter verwerving van de woning en door de periodieke betalingen voorzover die op hen drukken Artikel 3 122 Aftrekbare kosten na eerder gebruik vrijstelling kapitaalverzekering spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning 1 De schulden bedoeld in artikel 3 120 eerste lid onderdeel a worden slechts in aanmerking genomen tot ten hoogste het bedrag dat is aangewend voor de verwerving van de eigen woning verminderd met het gedeelte van het bedrag van de uitkeringen uit kapitaalverzekeringen eigen woning ter zake waarvan de daarin begrepen rente eerder op grond van artikel 3 118 niet als voordeel uit kapitaalverzekering eigen woning is aangemerkt 2 Indien de belastingplichtige een eigen woning verwerft en ter zake van een kapitaalverzekering eigen woning in een van de drie daaraan voorafgaande jaren artikel 3 118 toepassing heeft gevonden en deze verzekering bij de verwerving een kapitaalverzekering eigen woning wordt wordt vanaf dat tijdstip voor de toepassing van het eerste lid artikel 3 118 geacht geen toepassing te hebben gevonden 3 Indien bij een belastingplichtige op grond van artikel 3 116 vierde lid een uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning in aanmerking is genomen en zolang a zich niet een omstandigheid voordoet waardoor de woning ophoudt een eigen woning te zijn in de zin van artikel 3 111 b de belastingplichtige terzake van die kapitaalverzekering eigen woning niet een voordeel geniet als bedoeld in artikel 3 116 eerste lid en c ter zake van die kapitaalverzekering eigen woning zich niet een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3 116 derde lid wordt voor de toepassing van het eerste lid de uitkering uit die kapitaalverzekering eigen woning op grond van artikel 3 116 vierde lid genegeerd 4 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing bij een spaarrekening eigen woning en een beleggingsrecht eigen woning Ter zake kunnen bij ministerià le regeling nadere regels worden gesteld Artikel 3 123 Kosten voor verbetering of onderhoud eigen woning In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen worden kosten voor verbetering of onderhoud van de woning in aanmerking genomen voorzover de verbetering en het onderhoud met schriftelijke bescheiden zijn te staven Afdeling 3 6a Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld Artikel 3 123a Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld 1 Indien de voordelen uit eigen woning bedoeld in artikel 3 112 meer bedragen dan de op deze voordelen drukkende aftrekbare kosten komt de belastingplichtige in aanmerking voor de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld 2 De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld is gelijk aan de voordelen uit eigen woning bedoeld in artikel 3 112 verminderd met de op deze voordelen drukkende aftrekbare kosten 3 Indien de belastingplichtige een partner heeft worden voor de toepassing van dit artikel de voordelen van de belastingplichtige en zijn partner en de op deze voordelen drukkende aftrekbare kosten samengevoegd De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld wordt in dat geval gesteld op een evenredig gedeelte van de in het tweede lid berekende aftrek bepaald naar de verhouding waarin de belastbare inkomsten uit eigen woning die worden geacht bij de belastingplichtige op te komen staan tot de gezamenlijke belastbare inkomsten uit eigen woning van hem en zijn partner 4 Voor de toepassing van de vorige leden worden de in een kalenderjaar op de voordelen uit eigen woning drukkende aftrekbare kosten naar evenredigheid toegerekend aan de tijdvakken waarop deze kosten betrekking hebben De eerste volzin is niet van toepassing op afsluitprovisies die niet meer belopen dan het maximum bedoeld in artikel 3 120 zevende lid 5 Indien door of vanwege een inhoudingsplichtige in de zin van de wet op de loonbelasting 1964 van de belastingplichtige of zijn partner dan wel door of

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/inkomstenbelasting/wet-op-de-inkomstenbelasting-2001 (2016-01-09)
    Open archived version from archive


  • Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 - Belasting Collectief Nederland
    artikel 3 het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen verhoogd met het over te brengen bedrag aan niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen Het noemerinkomen wordt niet verhoogd 3 Artikel 26 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 is van overeenkomstige toepassing Artikel 6 Heffingsgrondslagen keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen inhaalregeling 1 Indien het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen berekend met inachtneming van de overbrenging volgens artikel 5 negatief is wordt het voor de toepassing van de vermindering volgens artikel 3 aangemerkt als een negatief niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddeel van het noemerinkomen van het volgend jaar De inspecteur stelt het naar het volgend jaar over te brengen bedrag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking 2 De artikelen 26 en 27 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing Artikel 7 Heffingsgrondslagen keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen vermindering bij inkomen uit aanmerkelijk belang 1 De vermindering vanwege in het inkomen uit aanmerkelijk belang begrepen niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten inkomensbestanddelen is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van deze afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang verschuldigd zou zijn in dezelfde verhouding staat als het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen staat tot het noemerinkomen 2 Onder het gezamenlijke bedrag van de niet of tegen een beperkt tarief in Nederland te belasten bestanddelen van het noemerinkomen wordt verstaan de som van a de bestanddelen van het noemerinkomen die niet behoren tot het inkomen uit aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap volgens afdeling 7 3 van de wet en b de inkomensbestanddelen die daartoe wel behoren maar waarover het heffingsrecht op grond van een regeling ter voorkoming van dubbele belasting niet of tot een beperkt tarief aan Nederland is toegewezen Artikel 3 tweede lid tweede volzin is van overeenkomstige toepassing 3 De vermindering van het eerste lid wordt bij de aanwezigheid van in het tweede lid onderdeel b bedoelde inkomensbestanddelen die Nederland volgens regelingen ter voorkoming van dubbele belasting slechts tegen een beperkt tarief mag belasten verlaagd met de belasting die Nederland volgens die regelingen over de inkomensbestanddelen mag heffen 4 De vermindering van het eerste lid kan na de verlaging van het derde lid niet meer bedragen dan de belasting die zonder de toepassing van deze afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang verschuldigd zou zijn 5 Onder noemerinkomen wordt verstaan het inkomen uit aanmerkelijk belang a vermeerderd met de hierop in het jaar in mindering gebrachte persoonsgebonden aftrek en b verminderd met de met overeenkomstige toepassing van afdeling 4 10 van de wet te verrekenen negatieve bedragen aan noemerinkomen uit andere jaren 6 Onder de belasting die zonder de toepassing van deze afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang verschuldigd zou zijn wordt verstaan de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang als bedoeld in artikel 2 7 eerste lid aanhef en onderdeel b van de wet verminderd met een evenredig deel van het belastingdeel van de heffingskorting Artikel 3 zesde lid tweede en derde volzin is van overeenkomstige toepassing Artikel 8 Heffingsgrondslagen keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen verrekening dividendbelasting alsmede bronbelasting op inkomsten uit spaargelden bij inkomen uit aanmerkelijk belang De dividendbelasting geheven over tot het inkomen uit aanmerkelijk belang behorende dividenden die niet tot het in afdeling 7 3 van de wet omschreven inkomen uit aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap behoren wordt niet verrekend met de door de kiezende belastingplichtige verschuldigde inkomstenbelasting De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot bronbelasting bedoeld in artikel 9 2 eerste lid onderdeel d van de wet en bronbelasting bedoeld in het tiende lid van dat artikel Artikel 9 Heffingsgrondslagen keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen vermindering bij voordeel uit sparen en beleggen 1 De vermindering vanwege in het voordeel uit sparen en beleggen begrepen niet in Nederland te belasten inkomensbestanddelen is gelijk aan het bedrag dat tot de belasting die zonder de toepassing van deze afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn in dezelfde verhouding staat als de rendementsgrondslag buiten Nederland aan het begin van het jaar peildatum staat tot de rendementsgrondslag op de peildatum 2 De vermindering van het eerste lid kan niet meer bedragen dan de belasting die zonder de toepassing van de afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn 3 Onder de rendementsgrondslag buiten Nederland wordt verstaan het saldo van de in de rendementsgrondslag begrepen a bezittingen en schulden die niet behoren tot de rendementsgrondslag in Nederland volgens artikel 7 7 van de wet en b bezittingen en de daarmee verband houdende schulden die daartoe wel behoren maar waarbij het heffingsrecht over de daaruit genoten inkomsten op grond van een regeling ter voorkoming van dubbele belasting niet aan Nederland is toegewezen Bij een belastingplichtige die niet het gehele jaar in Nederland woont wordt de naar tijdsgelang herleide gemiddelde waarde van de rendementsgrondslag buiten Nederland over de periode dat hij niet in Nederland woonde in aanmerking genomen Gedeelten van kalendermaanden worden hierbij als volle maand beschouwd 4 Onder de belasting die zonder de toepassing van deze afdeling volgens de wet over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen verschuldigd zou zijn wordt verstaan de over het kalenderjaar berekende belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 2 7 eerste lid aanhef en onderdeel c van de wet verminderd met een evenredig deel van het belastingdeel van de heffingskorting Artikel 3 zesde lid tweede en derde volzin is van overeenkomstige toepassing Artikel 10 Heffingsgrondslagen keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen verrekening dividendbelasting alsmede bronbelasting op inkomsten uit spaargelden bij voordeel uit sparen en beleggen De dividendbelasting geheven over dividenden uit rechten die tot de bezittingen bedoeld in artikel 5 3 van de wet behoren wordt niet verrekend met de door de kiezende belastingplichtige verschuldigde inkomstenbelasting De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot bronbelasting bedoeld in artikel 9 2 eerste lid onderdeel d van de wet en bronbelasting bedoeld in het tiende lid van dat artikel Artikel 11 Heffingsgrondslagen keuzerecht voor in het buitenland geworven deskundigen 1 Partieel buitenlandse belastingplichtigen die van buiten Nederland in dienstbetrekking worden genomen als bedoeld in hoofdstuk 4A van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 kunnen kiezen voor toepassing van de regels van de hoofdstukken 4 en 5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zoals die volgens hoofdstuk 7 van die wet gelden voor buitenlandse belastingplichtigen partieel buitenlandse belastingplicht Een keuze voor partieel buitenlandse belastingplicht geldt voor het gehele kalenderjaar maar ten hoogste voor de periode waarin de werknemer in dat kalenderjaar voor hoofdstuk 4A van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 wordt beschouwd als ingekomen werknemer 2 De in het eerste lid genoemde keuze kan worden gemaakt en herzien zolang de aanslag niet onherroepelijk vaststaat Hoofdstuk 3 Heffingsgrondslag bij werk en woning Artikel 12 Belastbare winst uit onderneming vrijstelling voor bosbedrijf 1 Op verzoek van de belastingplichtige blijven buiten aanmerking de voordelen uit bosbedrijf welke worden behaald door onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip met ingang waarvan op hem de vrijstelling van artikel 3 11 eerste lid van de wet van toepassing wordt de tot het bosbedrijf behorende bezittingen te stellen op de waarde in het economische verkeer De vorige volzin is slechts van toepassing indien artikel 3 11 eerste lid van de wet met ingang van een jaar van toepassing wordt 2 De inspecteur stelt het bedrag dat ingevolge het eerste lid buiten aanmerking blijft bij voor bezwaar vatbare beschikking vast 3 De voordelen die ingevolge het eerste lid buiten aanmerking blijven worden alsnog als winst uit onderneming in aanmerking genomen met dien verstande dat artikel 3 11 eerste lid van de wet op die voordelen niet van toepassing is indien de belastingplichtige binnen vijf jaren na het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde vrijstelling op hem van toepassing is geworden het bosbedrijf of een gedeelte van het bosbedrijf anders dan ten gevolge van overlijden of onteigening daaronder begrepen minnelijke onteigening en verkoop ter voorkoming van onteigening staakt In geval van staking van een gedeelte van het bosbedrijf worden de in de vorige volzin bedoelde voordelen slechts in aanmerking genomen voorzover deze betrekking hebben op dit gedeelte De voordelen worden geacht te zijn genoten ten tijde van de staking 4 Voor de toepassing van het derde lid wordt niet als een staking aangemerkt een overdracht aan een persoon als bedoeld in artikel 3 63 vierde of vijfde lid van de wet mits zowel de belastingplichtige als degene aan wie is overgedragen dit schriftelijk verzoekt Alsdan wordt degene aan wie is overgedragen voor de toepassing van het derde lid geacht in de plaats te zijn getreden van de belastingplichtige Artikel 12bis Belastbare winst uit onderneming privégebruik auto 1 Het afgeven van de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto bedoeld in artikel 3 20 elfde lid van de wet geschiedt door het duidelijk stellig en zonder voorbehoud invullen van het daartoe langs elektronische weg ter beschikking gestelde modelformulier en het toezenden van het ingevulde modelformulier aan de inspecteur 2 De belastingplichtige is gehouden voordat met de bestelauto waarop de verklaring bedoeld in het eerste lid betrekking heeft voor privédoeleinden wordt gereden mede te delen dat hij de verklaring intrekt 3 De mededeling bedoeld in het tweede lid geschiedt door het toezenden van het daartoe langs elektronische weg ter beschikking gestelde modelformulier aan de inspecteur 4 Het niet of niet tijdig doen van de mededeling bedoeld in het tweede lid en het niet doen van die mededeling op de in het derde lid voorgeschreven wijze worden aangemerkt als een overtreding 5 De bevoegdheid tot het opleggen van een vergrijpboete in de gevallen bedoeld in het vierde lid vervalt door verloop van vijf jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de verplichting tot het doen van de mededeling bedoeld in het tweede lid is ontstaan Artikel 12a Belastbare winst uit onderneming aangewezen herstructeringsregelgeving Als nationale regelgeving die leidt tot herstructurering van een bedrijfstak als bedoeld in artikel 3 54 twaalfde lid onderdeel c van de wet wordt aangewezen a de Regeling beëindiging veehouderijtakken b de volgende provinciale regelingen die in overeenstemming zijn met verordening EG nr 1857 2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren en tot wijziging van verordening EG nr 70 2001 PbEG L 358 1 wat betreft de provincie Limburg de Algemene subsidieverordening 2004 provinciaal blad 2004 nr 51 de Subsidieregels Project Verplaatsing Intensieve Veehouderijen Noord en Midden Limburg provinciaal blad 2005 nr 63 de Beleidsregels Project Verplaatsing Intensieve Veehouderijen Noord en Midden Limburg provinciaal blad 2005 nr 62 2 wat betreft de provincie Noord Brabant de Verordening subsidies kwaliteits en structuurverbetering Landelijk Gebied provincie Noord Brabant 2001 provinciaal blad 2001 nr 58 de Subsidieregeling Verplaatsingskosten Veehouderij 2005 provinciaal blad 2005 nr 131 3 wat betreft de provincie Utrecht de Subsidieverordening verplaatsing intensieve veehouderij provincie Utrecht 2005 provinciaal blad 2006 nr 6 4 wat betreft de provincie Gelderland de Subsidieregeling Verplaatsing intensieve veehouderijen Gelderland provinciaal blad 2005 nr 542 5 wat betreft de provincie Overijssel het Uitvoeringsbesluit Subsidies Overijssel 2005 provinciaal blad 2005 nr 82 de Beleidsregel Verplaatsing intensieve veehouderijen Overijssel 2005 provinciaal blad 2006 nr 85 6 wat betreft de provincie Friesland Kadersubsidieverordening pMJP Fryslân 2009 provinciaal blad 2009 nr 20 Subsidieverordening pMJP Fryslân 2009 hoofdstuk 1 1 3 Subsidie agrarische bedrijfsverplaatsing en daaraan gerelateerde investeringskosten provinciaal blad 2009 nr 48 7 wat betreft de provincie Groningen Programma landelijk gebied PMJP 2007 2013 Groningen deel 3 Kader voor subsidies en overeenkomsten paragraaf 9 3 Regeling bedrijfshervestiging en beëindiging provinciaal blad 2007 nr 36 8 wat betreft de provincie Drenthe Provinciaal Meerjarenprogramma Drenthe deel 3 Subsidiegids hoofdstuk 2 Subsidies voor natuur paragraaf 2 1 Realisatie natuur binnen de EHS Subparagrafen Verwerving EHS en Agrarische bedrijfsverplaatsingen provinciaal blad 2007 nr 44 Artikel 13 Belastbaar loon pensioen in grensoverschrijdende situaties De waarde in het economische verkeer van opgebouwde aanspraken uit een pensioenregeling als bedoeld in artikel 3 83 van de wet wordt gesteld op de bedragen die bij een derde zouden moeten worden gestort ten einde de aanspraken te dekken Artikel 14 Uitgaven voor inkomensvoorzieningen via een lijfrenteverzekering toegelaten aanbieders 1 Als een lichaam dat bevoegd het verzekeringsbedrijf uitoefent als bedoeld in artikel 3 126 eerste lid onderdeel d van de wet kan door Onze Minister worden aangewezen een verzekeraar die op grond van de Wet op het financieel toezicht bevoegd is diensten naar Nederland te verrichten 2 Als een pensioenfonds als bedoeld in artikel 3 126 eerste lid onderdeel d van de wet kan door Onze Minister worden aangewezen een lichaam dat naar het recht van de staat van diens zetel bevoegd gelden beheert strekkende tot verzekering van pensioenaanspraken van tenminste 100 deelnemers of gewezen deelnemers en dat in aanvulling op of ter voortzetting van die pensioenaanspraken vanuit een vestiging buiten Nederland lijfrenteovereenkomsten sluit 3 Alvorens tot een aanwijzing wordt overgegaan dient de verzekeraar onderscheidenlijk het pensioenfonds zich tegenover Onze Minister onder door hem te stellen voorwaarden te verplichten om met betrekking tot de bij deze verzekeraar of dit fonds verzekerde en nog te verzekeren lijfrenten bedoeld in artikel 3 124 van de wet inlichtingen te verstrekken over de uitvoering van de lijfrenteovereenkomsten en een in Nederland uitwinbare zekerheid jegens de ontvanger te stellen voor de invordering van de belasting die mocht worden verschuldigd door toepassing van de artikelen 3 133 3 135 of 3 136 van de wet In afwijking van de eerste volzin behoeft een in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigde verzekeraar of gevestigd pensioenfonds jegens de ontvanger geen in Nederland uitwinbare zekerheid te stellen indien deze verzekeraar of dit pensioenfonds onder door Onze Minister te stellen voorwaarden ingevolge een overeenkomst met de ontvanger aansprakelijkheid aanvaardt voor de in die volzin bedoelde belasting 4 De aanwijzing kan eveneens plaatsvinden indien de in het derde lid bedoelde zekerheid niet door de verzekeraar of het pensioenfonds maar door de belastingplichtige wordt gesteld waarbij de belastingplichtige tevens de mogelijkheid heeft zekerheid te stellen door middel van verpanding van de aanspraken uit de lijfrenteovereenkomst aan de ontvanger mits de verzekeraar of het pensioenfonds instemt met deze verpanding 5 De aanwijzing kan door Onze Minister worden ingetrokken wanneer de verzekeraar of het pensioenfonds niet meer aan de verplichtingen met betrekking tot het verschaffen van inlichtingen of het stellen van zekerheid voldoet of niet aan een juiste wijze van uitvoering van een verpanding of van de in het derde lid bedoelde overeenkomst inzake aansprakelijkheid meewerkt 6 Indien de aanwijzing wordt ingetrokken worden bij de verzekeringnemers van de bij deze verzekeraar of dit pensioenfonds gesloten lijfrenteovereenkomsten dan wel indien een verzekeringnemer is overleden bij de gerechtigden tot de lijfrenten geen negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking genomen indien de lijfrenten onder door Onze Minister te stellen voorwaarden alsnog overgaan op een toegelaten aanbieder als bedoeld in artikel 3 126 eerste lid van de wet 7 Onze Minister maakt het aanwijzen als een lichaam als bedoeld in het eerste lid dan wel het aanwijzen als een pensioenfonds als bedoeld in het tweede lid op een daartoe geschikte wijze publiek bekend Indien Onze Minister een aanwijzing intrekt maakt hij die intrekking ook op een daartoe geschikte wijze publiek bekend Artikel 14a Uitgaven voor inkomensvoorzieningen via een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrecht toegelaten aanbieders 1 Als een onderneming of instelling die bevoegd als bank of als beheerder van een beleggingsinstelling optreedt als bedoeld in artikel 3 126a tweede lid onderdeel c van de wet kan door Onze Minister worden aangewezen een onderneming of instelling die op grond van de Wet op het financieel toezicht bevoegd is diensten naar Nederland te verrichten 2 Alvorens tot een aanwijzing wordt overgegaan dient de onderneming of instelling zich tegenover Onze Minister onder door hem te stellen voorwaarden te verplichten om met betrekking tot de bij deze onderneming of instelling aangehouden lijfrentespaarrekeningen onderscheidenlijk met betrekking tot de door deze onderneming of instelling beheerde lijfrentebeleggingsrechten bedoeld in artikel 3 126a van de wet inlichtingen te verstrekken over de uitvoering van de overeenkomsten en een in Nederland uitwinbare zekerheid jegens de ontvanger te stellen voor de invordering van de belasting die mocht worden verschuldigd door toepassing van de artikelen 3 133 3 135 of 3 136 van de wet In afwijking van de eerste volzin behoeft een in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gevestigde onderneming of instelling jegens de ontvanger geen in Nederland uitwinbare zekerheid te stellen indien deze onderneming of instelling onder door Onze Minister te stellen voorwaarden ingevolge een overeenkomst met de ontvanger aansprakelijkheid aanvaardt voor de in die volzin bedoelde belasting 3 De aanwijzing kan eveneens plaatsvinden indien de in het tweede lid bedoelde zekerheid niet door de onderneming of instelling maar door de belastingplichtige wordt gesteld waarbij de belastingplichtige tevens de mogelijkheid heeft zekerheid te stellen door middel van verpanding van de aanspraken op het tegoed van een lijfrentespaarrekening onderscheidenlijk van de aanspraken op de waarde van een lijfrentebeleggingsrecht aan de ontvanger mits de onderneming of instelling instemt met deze verpanding 4 Artikel 14 vijfde zesde en zevende lid is van overeenkomstige toepassing Artikel 15 Uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking te nemen premies voor lijfrenten waardeaangroei 1 Voor de toepassing van artikel 3 127 eerste en vierde lid van de wet verstrekt de verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 1 7 tweede lid onderdelen a en b van de wet aan de belastingplichtige een opgave van de aan een kalenderjaar toe te rekenen aangroei van het bedrag van de jaarlijkse uitkeringen van de aan hem toekomende aanspraken die recht geven op een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom voor zover deze aangroei het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in het kalenderjaar 2 De aan een kalenderjaar toe te rekenen pensioenaangroei bedoeld in het eerste lid wordt bepaald als volgt a bij een aan een beschikbare premie gerelateerde levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom door de op het kalenderjaar betrekking hebbende premies te vermenigvuldigen met de volgende factor Indien de belastingplichtige bij het begin van het kalenderjaar factor 15 jaar of ouder doch jonger dan 20 jaar is 0 36 20 jaar of ouder doch jonger dan 25 jaar is 0 30 25 jaar of ouder doch jonger dan 30 jaar is 0 25 30 jaar of ouder doch jonger dan 35 jaar is 0 21 35 jaar of ouder doch jonger dan 40 jaar is 0 17 40 jaar of ouder doch jonger dan 45 jaar is 0 14 45 jaar of ouder doch jonger dan 50 jaar is 0 12 50 jaar of ouder doch jonger dan 55 jaar is 0 10 55 jaar of ouder doch jonger dan 60 jaar is 0 08 60 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is 0 07 b bij overige aan het inkomen gerelateerde levenslange inkomensvoorzieningen bij ouderdom door het opbouwpercentage van het kalenderjaar van de aan de belastingplichtige toekomende pensioenaanspraken te vermenigvuldigen met de pensioengrondslag van het kalenderjaar 3 De opgave van de pensioenaangroei wordt door de verzekeraar binnen tien maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de pensioenaangroei betrekking heeft aan de belastingplichtige verstrekt 4 De pensioengrondslag bedoeld in het tweede lid onderdeel b wordt bepaald door het pensioengevend inkomen van het kalenderjaar te verminderen met het in het kalenderjaar ingevolge de pensioenregeling in aanmerking genomen bedrag ter zake van uitkeringen als bedoeld in artikel 9 van de Algemene Ouderdomswet 5 Ingeval het pensioen op grond van de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum eerder ingaat dan bij het bereiken van de 65 jarige leeftijd en er geen sprake is van een aan een beschikbare premie gerelateerde levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom wordt de in het eerste lid bedoelde aangroei gesteld op de met toepassing van het tweede lid onderdeel b bepaalde aangroei vermenigvuldigd met de volgende factor In de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum factor 64 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar 2 1 85 63 jaar of ouder doch jonger dan 64 jaar 2 1 71 62 jaar of ouder doch jonger dan 63 jaar 2 1 59 61 jaar of ouder doch jonger dan 62 jaar 2 1 48 jonger dan 61 jaar 2 1 38 Hoofdstuk 4 Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang Artikel 15a Verkrijgingsprijs bij in genoemde situaties verminderen van de conserverende aanslag en 1 Indien een belastingplichtige krachtens een in het derde lid omschreven titel aandelen of winstbewijzen verkrijgt van een niet in Nederland wonend natuurlijk persoon en eerder ter zake van die aandelen of winstbewijzen een conserverende aanslag is opgelegd waarvoor nog uitstel van betaling loopt wordt ten aanzien van de belastingplichtige de verkrijgingsprijs van die aandelen of winstbewijzen gesteld op de overdrachtsprijs van die aandelen of winstbewijzen waarvan is uitgegaan voor die conserverende aanslag verminderd met a vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 25 achtste lid van de Invorderingswet 1990 nog uitstel van betaling loopt voor bedoelde conserverende aanslag voor zover dit uitstel toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt b vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 26 vierde lid van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding van belasting is verleend op bedoelde conserverende aanslag voor zover deze kwijtschelding toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt en c de reguliere voordelen die ingevolge artikel 4 12a van de wet niet tot het inkomen uit aanmerkelijk belang zijn gerekend voor zover deze voordelen toerekenbaar zijn aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt en vermeerderd met d de waardeaangroei van de aandelen of winstbewijzen bij de niet in Nederland wonend natuurlijk persoon in de periode dat die persoon ter zake van die aandelen of winstbewijzen belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang als bedoeld in afdeling 7 3 van de wet genoot voor zover blijkt dat die persoon hierover een naar het inkomen geheven belasting heeft betaald die naar Nederlandse maatstaven redelijk is en e de waardeaangroei van de aandelen of winstbewijzen bij de niet in Nederland wonend natuurlijk persoon in de periode dat die persoon ter zake van die aandelen of winstbewijzen niet in Nederland belastingplichtig was voor zover blijkt dat de aangroei in die periode is ontstaan en deze waardeaangroei nog niet is begrepen in de vermeerdering van de verkrijgingsprijs ingevolge dit lid onderdeel d en verminderd met f de waardedaling van de aandelen of winstbewijzen bij de niet in Nederland wonend natuurlijk persoon in de periode dat die persoon ter zake van de aandelen of winstbewijzen niet in Nederland belastingplichtig was voor zover blijkt dat de waardedaling in die periode is ontstaan 2 Ingeval aan de in het eerste lid bedoelde verkrijging meerdere gebeurtenissen vooraf zijn gegaan ter zake waarvan conserverende aanslagen zijn opgelegd waarvan het uitstel van betaling nog loopt wordt voor de toepassing van het eerste lid als uitgangspunt genomen de overdrachtsprijs waarvan is uitgegaan voor de laatste gebeurtenis Ter bepaling van de verkrijgingsprijs wordt deze overdrachtsprijs verminderd met a vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 25 achtste lid van de Invorderingswet 1990 nog uitstel van betaling loopt voor bedoelde conserverende aanslagen voor zover dit uitstel toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt b vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 26 vierde lid van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding van belasting is verleend op bedoelde conserverende aanslagen voor zover deze kwijtschelding toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt en c de reguliere voordelen die ingevolge artikel 4 12a van de wet niet tot het inkomen uit aanmerkelijk belang zijn gerekend voor zover deze voordelen toerekenbaar zijn aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige verkrijgt en vermeerderd met d de waardeaangroei van de aandelen of winstbewijzen bij de niet in Nederland wonende natuurlijke personen in de periode dat die personen ter zake van die aandelen of winstbewijzen belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang als bedoeld in afdeling 7 3 van de wet hebben genoten voor zover blijkt dat die personen hierover een naar het inkomen geheven belasting hebben betaald die naar Nederlandse maatstaven redelijk is en e de waardeaangroei van de aandelen of winstbewijzen bij de niet in Nederland wonende natuurlijke personen in de periode dat die personen ter zake van die aandelen of winstbewijzen niet in Nederland belastingplichtig waren voor zover blijkt dat de aangroei in die periode is ontstaan en deze waardeaangroei nog niet is begrepen in de vermeerdering van de verkrijgingsprijs ingevolge dit lid onderdeel d en verminderd met f de waardedaling van de aandelen of winstbewijzen bij de niet in Nederland wonende natuurlijke personen in de periode dat die personen ter zake van het aanmerkelijk belang niet in Nederland belastingplichtig waren voor zover blijkt dat de waardedaling in die periode is ontstaan 3 Een in het eerste bedoelde titel betreft a een overgang onder algemene titel b een overgang krachtens erfrecht onder bijzondere titel c een verdeling van een nalatenschap of een huwelijksgemeenschap binnen twee jaren na het overlijden van de erflater respectievelijk na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap of d een overdracht krachtens schenking 4 Ingeval het eerste lid toepassing heeft gevonden wordt de in dat lid bedoelde conserverende aanslag door de inspecteur verminderd met het bedrag van de belasting waarvoor krachtens artikel 25 achtste lid van de Invorderingswet 1990 ter zake van de aldaar bedoelde aandelen of winstbewijzen nog uitstel van betaling loopt Met betrekking tot deze vermindering is artikel 30g tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet van toepassing Ingeval het eerste lid in verbinding met het tweede lid toepassing heeft gevonden vindt de eerste en tweede volzin toepassing met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde conserverende aanslagen 5 Ingeval het uitstel van betaling op grond van artikel 25 achtste lid van de Invorderingswet 1990 wordt voortgezet in situaties waarin aandelen of winstbewijzen die aan het verleende uitstel ten grondslag liggen zijn vervangen door andere aandelen of winstbewijzen worden die andere aandelen of winstbewijzen geacht aan de conserverende aanslag ten grondslag te liggen en wordt de overdrachtsprijs van die andere aandelen of winstbewijzen gelijk te zijn aan de overdrachtsprijs van de aandelen of winstbewijzen die zijn vervangen 6 Voor de toepassing van dit artikel wordt a met artikel 25 achtste lid van de Invorderingswet 1990 gelijkgesteld artikel 25 zesde lid van de Invorderingswet 1990 zoals dat artikelonderdeel luidde op 31 december 2000 b met artikel 26 vierde lid van de Invorderingswet 1990 gelijkgesteld artikel 26 derde lid aanhef en onderdeel a onderscheidenlijk artikel 26 tweede lid aanhef en onderdeel a van de Invorderingswet 1990 zoals deze artikelonderdelen luidden op 10 maart 2004 onderscheidenlijk 31 december 2000 Artikel 16 Vervreemdingsvoordelen verkrijgingsprijs bij het ontstaan van binnenlandse belastingplicht vaststelling verkrijgingsprijs en verminderen van de aanslag 1 Indien een belastingplichtige met een aanmerkelijk belang in Nederland gaat wonen en de vennootschap waarop het belang betrekking heeft in Nederland is gevestigd de belastingplichtige eerder in Nederland heeft gewoond of artikel 7 5 zevende lid van de wet met betrekking tot dat belang is toegepast wordt de verkrijgingsprijs van de tot dat belang behorende aandelen of winstbewijzen gesteld op de verkrijgingsprijs bedoeld in artikel 4 21 van de wet en vervolgens vermeerderd of verminderd zoals in de volgende leden is aangegeven 2 De verkrijgingsprijs volgens artikel 4 21 van de wet wordt vermeerderd met de waardeaangroei van de aandelen of winstbewijzen boven die verkrijgingsprijs voorzover blijkt dat de belastingplichtige in verband met het gaan wonen in Nederland in het buitenland hierover een naar het inkomen geheven belasting heeft betaald die naar Nederlandse maatstaven redelijk is 3 De verkrijgingsprijs volgens artikel 4 21 van de wet wordt vermeerderd met de waardeaangroei van de aandelen of winstbewijzen boven die verkrijgingsprijs voorzover deze aangroei blijkt te zijn ontstaan in een periode dat de belastingplichtige ter zake van die aandelen of winstbewijzen in Nederland niet belastingplichtig was en deze waardeaangroei nog niet is begrepen in de vermeerdering van de verkrijgingsprijs ingevolge het tweede lid 4 De verkrijgingsprijs volgens artikel 4 21 van de wet wordt verminderd met de waardedaling van de aandelen of winstbewijzen beneden die verkrijgingsprijs voorzover deze waardedaling is ontstaan in een periode waarin de belastingplichtige ter zake van die aandelen of winstbewijzen niet in Nederland belastingplichtig was 5 Indien artikel 4 16 eerste lid onderdeel h onderscheidenlijk artikel 7 5 zevende lid van de wet eerder met betrekking tot het aanmerkelijk belang van toepassing is geweest wordt de aanslag over het jaar bij de vaststelling waarvan een van de genoemde artikelonderdelen van toepassing is geweest verminderd met een bedrag dat overeenkomt met dat gedeelte van de belasting waarvoor krachtens artikel 25 achtste lid van de Invorderingswet 1990 nog uitstel van betaling loopt Met betrekking tot deze vermindering is artikel 30g tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet van toepassing 6 De verkrijgingsprijs volgens artikel 4 21 van de wet van de nog tot het aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen wordt vermeerderd met de aan die aandelen of winstbewijzen toe te rekenen kosten welke zijn gemaakt voor het stellen van zekerheid als bedoeld in artikel 25 achtste lid van de Invorderingswet 1990 tenzij de verkrijgingsprijs op grond van het tweede lid reeds is vermeerderd met de waardeaangroei van de aandelen of winstbewijzen die eerder krachtens artikel 4 16 eerste lid onderdeel h onderscheidenlijk artikel 7 5 zevende lid van de wet tot het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang is gerekend 7 Indien artikel 4 16 eerste lid onderdeel h onderscheidenlijk artikel 7 5 zevende lid van de wet eerder met betrekking tot het aanmerkelijk belang van toepassing is geweest en de belastingplichtige op de aanslag bij de vaststelling waarvan een van de genoemde artikelonderdelen van toepassing is geweest betalingen heeft gedaan ter voldoening van de ingevolge een van die artikelonderdelen verschuldigde belasting wordt de verkrijgingsprijs volgens artikel 4 21 van de wet van de nog tot het aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen vermeerderd met een bedrag ter grootte van vier maal het bedrag van de op die aandelen of winstbewijzen betrekking hebbende betalingen De eerste volzin is niet van toepassing voorzover de verkrijgingsprijs op grond van het tweede lid reeds is vermeerderd met de waardeaangroei van de aandelen of winstbewijzen die eerder krachtens artikel 4 16 eerste lid onderdeel h onderscheidenlijk artikel 7 5 zevende lid van de wet tot het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang is gerekend 8 Indien artikel 4 16 eerste lid onderdeel h onderscheidenlijk artikel 7 5 zevende lid van de wet eerder met betrekking tot het aanmerkelijk belang van toepassing is geweest en daarbij sprake was van een negatief vervreemdingsvoordeel wordt de verkrijgingsprijs volgens artikel 4 21 van de wet van de nog tot het aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen verminderd met het aan die aandelen of winstbewijzen toe te rekenen negatieve vervreemdingsvoordeel 9 Indien de belastingplichtige een aanmerkelijk belang in een niet in Nederland gevestigde vennootschap heeft en artikel 4 16 eerste lid onderdeel h van de wet ten aanzien van dat belang krachtens artikel 4 18 van de wet niet is toegepast toen hij Nederland verliet wordt de verkrijgingsprijs van die aandelen of winstbewijzen in afwijking van de voorgaande leden gesteld op de waarde in het economische verkeer op het tijdstip waarop de belastingplichtige weer in Nederland is gaan wonen 10 Indien de belastingplichtige een aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap heeft en daartoe aandelen of winstbewijzen behoren die hij krachtens huwelijksvermogensrecht erfrecht de verdeling van een nalatenschap of huwelijksgemeenschap of gift heeft verkregen in een periode dat hij niet in Nederland woonachtig was en ten aanzien van degene van wie hij de aandelen of winstbewijzen heeft verkregen ter zake van deze overgang een conserverende aanslag is opgelegd waarvoor op het tijdstip dat de belastingplichtige in Nederland gaat wonen nog uitstel van betaling loopt wordt ten aanzien van de belastingplichtige de verkrijgingsprijs van deze aandelen of winstbewijzen gesteld op de overdrachtsprijs van die aandelen of winstbewijzen waarvan is uitgegaan voor die conserverende aanslag verminderd met a vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 25 achtste lid van de Invorderingswet 1990 nog uitstel van betaling loopt voor bedoelde conserverende aanslag voor zover dit uitstel toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige heeft b vier maal het bedrag waarvoor krachtens artikel 26 vierde lid van de Invorderingswet 1990 kwijtschelding van belasting is verleend op bedoelde conserverende aanslag voor zover deze kwijtschelding toerekenbaar is aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige heeft en c de reguliere voordelen die ingevolge artikel 4 12a van de wet niet tot het inkomen uit aanmerkelijk belang zijn gerekend voor zover deze voordelen toerekenbaar zijn aan de aandelen of winstbewijzen die de belastingplichtige heeft en vermeerderd met d de waardeaangroei van de aandelen of winstbewijzen in de periode dat de belastingplichtige ter zake van die aandelen of winstbewijzen belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang als bedoeld in afdeling 7 3 van de wet genoot voor zover blijkt dat de belastingplichtige hierover een naar het inkomen geheven belasting heeft betaald die naar Nederlandse maatstaven redelijk is en e de waardeaangroei van de aandelen of winstbewijzen bij de belastingplichtige in de periode dat hij niet in Nederland belastingplichtig was voor zover blijkt dat de aangroei in die periode is ontstaan en deze waardeaangroei nog niet is begrepen in de vermeerdering van de verkrijgingsprijs ingevolge dit lid onderdeel d en verminderd met f de waardedaling van de aandelen of winstbewijzen bij de belastingplichtige in de periode dat hij niet in Nederland belastingplichtig was voor zover blijkt dat de waardedaling in die periode is ontstaan Ingeval aan de in de eerste volzin lid bedoelde verkrijging meerdere vervreemdingen vooraf zijn gegaan ter zake waarvan conserverende aanslagen zijn opgelegd waarvan het uitstel van betaling nog loopt wordt voor de toepassing van de eerste volzin als uitgangspunt genomen de overdrachtsprijs waarvan is uitgegaan voor de laatste vervreemding en worden vervolgens met overeenkomstige toepassing van artikel 15a tweede lid de verminderingen en vermeerderingen van de eerste volzin toegepast Artikel 15a vierde en vijfde lid is van overeenkomstige toepassing 11 Indien de belastingplichtige een aanmerkelijk belang in een vennootschap heeft die middellijk of onmiddellijk aandelen in of winstbewijzen van een in Nederland gevestigde vennootschap heeft en deze aandelen of winstbewijzen al dan niet rechtstreeks zijn verkregen van de belastingplichtige bij wie die aandelen of winstbewijzen tot een aanmerkelijk belang behoorden wordt de verkrijgingsprijs volgens artikel 4 21 van de wet van het eerstbedoelde aanmerkelijk belang verminderd met een bedrag waarbij deze vermindering kan leiden tot een negatieve verkrijgingsprijs de vermindering is gelijk aan het bedrag waarmee op het tijdstip van bedoelde verkrijging door de vennootschap de waarde in het economische verkeer van de door de vennootschap van de belastingplichtige verkregen aandelen of winstbewijzen de verkrijgingsprijs van de belastingplichtige van die aandelen of winstbewijzen overtreft De eerste volzin is niet van toepassing voorzover in Nederland inkomstenbelasting of in een ander land naar het inkomen geheven belasting is betaald over de waardeaangroei van laatstgenoemde aandelen of winstbewijzen die naar Nederlandse maatstaven redelijk is Voor de berekening van de in het slot van de eerste volzin bedoelde vermindering wordt de verkrijgingsprijs van de door de belastingplichtige aan de vennootschap vervreemde aandelen of winstbewijzen vermeerderd met de waardeaangroei bedoeld in het derde lid tot op het tijdstip van de in het slot van de in de eerste volzin bedoelde verkrijging door die vennootschap onderscheidenlijk verminderd met de waardedaling als bedoeld in het vierde lid tot op het tijdstip van die verkrijging 12 Voor de toepassing van het eerste tot en met het elfde lid worden met de artikelen 4 16 eerste lid

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/inkomstenbelasting/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001 (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 - Belasting Collectief Nederland
    de berekening van de per vervallen termijn verschuldigde uitkering in euro s kan worden uitgegaan van de waarde van de beleggingseenheid op een vaste peildatum in de kalendermaand van betaling of in de daaraan voorafgaande kalendermaand b gedurende een periode van ten hoogste 12 maanden herrekenperiode kunnen de in de herrekenperiode uit te keren termijnen bij aanvang daarvan in euro s worden vastgesteld de hoogte van de uitkeringen in euro s dient daarbij te worden bepaald op basis van de werkelijke waarde van de beleggingseenheid per een vaste peildatum gelegen in de kalendermaand waarin de herrekenperiode ingaat of in een van de twee daaraan voorafgaande kalendermaanden slechts eenmalig kan worden gekozen voor een datum van ingang van de herrekenperiode 6 Met betrekking tot meeverzekerde nabestaandenlijfrenten en tot de wijze van rekening houden met het overlijden van verzekerden gelden de volgende regels a in de in het tweede lid onderdeel b genoemde gevallen waarin een of meer nabestaandenlijfrenten zijn meeverzekerd dient bij de vaststelling van de hoogte van de termijnen van de lijfrenten als bedoeld in het tweede lid onderdeel a voor iedere meeverzekerde nabestaandenlijfrente op actuarieel verantwoorde wijze rekening te worden gehouden met het feit dat die nabestaandenlijfrente is meeverzekerd b indien een meeverzekerde nabestaandenlijfrente op de ingangsdatum van een van de in het tweede lid onderdeel a genoemde lijfrenten is uitgedrukt in een jaarlijks vast aantal beleggingseenheden wordt bij overlijden van een verzekerde zowel de contante waarde van de beleggingseenheden als de totale beleggingswaarde herrekend Het overlijden dient daarbij geen invloed te hebben op de waarde per beleggingseenheid Een vrijval van de beleggingswaarde bij overlijden komt overeenkomstig de bij uitkeringen in euro s te hanteren handelwijze ten goede aan de verzekeraar in verband met het door deze gelopen langlevenrisico Artikel 2b Ingegane lijfrentespaarrekeningtermijnen of lijfrentebeleggingsrechttermijnen waarvan de omvang niet in geldeenheden maar in units is vastgesteld 1 Een aanspraak op termijnen als bedoeld in artikel 3 126a vierde en zesde lid van de wet waarvan de termijnen zijn ingegaan en waarvan de hoogte van de termijnen niet voor de gehele uitkeringsperiode in geldeenheden is vastgesteld wordt op grond van artikel 3 126a zevende lid in verbinding met artikel 1 7 derde lid van de wet gelijkgesteld met een aanspraak op vaste en gelijkmatige termijnen indien wordt voldaan aan de hierna opgenomen regels 2 Met betrekking tot de termijnen en de administratieve vormgeving daarvan gelden de volgende regels a de termijnen worden op de ingangsdatum uitgedrukt in een vast aantal beleggingseenheden units per jaar b de hoogte van de uiteindelijk in euro s uit te keren termijnen dient uitsluitend te worden beïnvloed door het verschil tussen het feitelijk behaalde beleggingsrendement en de rekenrente die ten tijde van het ingaan van de termijnen als rekenrendement is gehanteerd 3 Met betrekking tot de grondslagen voor het berekenen van de termijnen gelden de volgende regels a de bank of beheerder bedoeld in artikel 3 126a eerste lid van de wet gaat ter berekening van het op jaarbasis uit te keren vaste aantal beleggingseenheden uit van ten hoogste het netto rekenrendement dat hij op de ingangsdatum hanteert voor soortgelijke termijnen in euro s of van het op de ingangsdatum van de termijnen geldende u rendement zoals dat periodiek wordt gepubliceerd door het Centrum voor Verzekeringstatistiek van het Verbond van Verzekeraars gedurende de looptijd vindt geen herberekening plaats van het aantal jaarlijks uit te keren beleggingseenheden b in de hoogte van de termijnen in beleggingseenheden wordt geen inflatie element verdisconteerd 4 Met betrekking tot de peildatum en de periode van vaststellen van de termijnen in euro s gelden de volgende regels a bij de berekening van de verschuldigde termijn in euro s kan worden uitgegaan van de waarde van de beleggingseenheid op een vaste peildatum in de kalendermaand van betaling of in de daaraan voorafgaande kalendermaand b gedurende een periode van ten hoogste 12 maanden herrekenperiode kunnen de in de herrekenperiode uit te keren termijnen bij aanvang daarvan in euro s worden vastgesteld de hoogte van de termijnen in euro s dient daarbij te worden bepaald op basis van de werkelijke waarde van de beleggingseenheid per een vaste peildatum gelegen in de kalendermaand waarin de herrekenperiode ingaat of in een van de twee daaraan voorafgaande kalendermaanden slechts eenmalig kan worden gekozen voor een datum van ingang van de herrekenperiode Hoofdstuk 2 Raamwerk Artikel 3 Woonplaatsfictie keuzerecht voor buitenlandse belastingplichtigen aanwijzing mogendheid Voor de toepassing van artikelen 2 2 eerste lid en 2 5 eerste lid van de wet worden voorzover het niet gaat om lidstaten van de Europese Unie als de in die bepalingen bedoelde mogendheden aangewezen alle mogendheden waarmee Nederland een regeling ter voorkoming van dubbele belasting is overeengekomen waarvan de bepalingen van toepassing zijn Artikel 4a Toerekening afgezonderd particulier vermogen 1 Degene die als begunstigde een juridisch afdwingbaar recht heeft ten laste van een afgezonderd particulier vermogen wordt in zoverre in de belastingheffing betrokken 2 Indien aan twee of meer personen de bezittingen en schulden alsmede de opbrengsten en uitgaven van een afgezonderd particulier vermogen worden toegerekend wordt bij deze toerekening aangesloten bij de waarde van hetgeen ten tijde van de afzondering door ieder van de bedoelde personen of hun rechtsvoorgangers is afgezonderd in de zin van artikel 2 14a derde lid van de wet Met uitkeringen uit het vermogen van het afgezonderd particulier vermogen wordt op overeenkomstige wijze rekening gehouden 3 Ingeval bij een afzondering van vermogen in een afgezonderd particulier vermogen niet bekend is welk vermogen door iemand is afgezonderd vindt toerekening van dit vermogen plaats naar rato van het aantal personen dat vermogen daarin heeft afgezonderd 4 Onder het onder in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke voorwaarden rechtens dan wel in feite direct of indirect afzonderen van vermogensbestanddelen in een afgezonderd particulier vermogen bedoeld in artikel 2 14a derde lid onderdeel a van de wet wordt mede verstaan a het vervreemden van vermogensbestanddelen aan een afgezonderd particulier vermogen tegen een prijs die afwijkt van de waarde in het economische verkeer b het bedingen van voorwaarden bij het vervreemden van vermogensbestanddelen aan een afgezonderd particulier vermogen die niet overeenkomen met voorwaarden die in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk zijn c het inbrengen van vermogensbestanddelen in een afgezonderd particulier vermogen waarbij de inbreng en daarmee samenhangende rechtshandelingen gericht zijn op of direct of indirect verband houden met het ontgaan of uitstellen van de toerekening bedoeld in artikel 2 14a eerste lid van de wet 5 Bezittingen en schulden van een afgezonderd particulier vermogen worden in aanmerking genomen naar de waarde in het economisch verkeer die zou gelden als deze bezittingen en schulden deel zouden uitmaken van het vermogen van degene aan wie de bezittingen en schulden van het afgezonderd particulier vermogen worden toegerekend 6 De erfgenaam die gebruik wil maken van de tegenbewijsregeling bedoeld in artikel 2 14a zesde lid van de wet dient ten minste de volgende gegevens aan de inspecteur over te leggen a een beschrijving van het soort afgezonderd particulier vermogen en land van vestiging b de oprichtingsakte van het afgezonderd particulier vermogen inclusief bijlagen zoals instructies reglementen letter of wishes statuten c de meest actuele jaarstukken van het afgezonderd particulier vermogen over minimaal drie jaren d naam en adresgegevens van de inbrenger van het vermogen en van de overige erfgenamen e alle overige stukken waaruit blijkt dat de bedoelde erfgenaam geen begunstigde is van het afgezonderd particulier vermogen en dit in de toekomst ook nooit kan worden Hoofdstuk 3 Heffingsgrondslag bij werk en woning Artikel 5 Belastbare winst uit onderneming verliezen uit de aanloopfase van een onderneming Bij het bepalen van de winst van het eerste kalenderjaar als ondernemer komt mede in aftrek het totale bedrag van de kosten en lasten die zijn gemaakt in de vijf daaraan voorafgaande kalenderjaren en die verband houden met het starten van de onderneming voorzover a er in die periode geen opbrengsten tegenover hebben gestaan en b zij niet ten laste van het belastbaar inkomen uit werk en woning kunnen of konden worden gebracht Artikel 6 Belastbare winst uit onderneming overige vrijstellingen gedeeltelijke vrijstelling van bos en natuur 1 Als regelingen ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur of overeenkomsten die op die regelingen vooruitlopen als bedoeld in artikel 3 13 eerste lid onderdeel g van de wet worden aangewezen a de Tijdelijke regeling particulier natuurbeheer zoals die luidde tot 1 januari 2000 b de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 zoals die luidde tot 1 januari 2007 c de Subsidieregeling natuurbeheer van de onderscheiden provincies d de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer zoals die luidde tot 1 januari 2007 voor zover betrekking hebbende op de landschapssubsidie bedoeld in artikel 2 aanhef en onderdeel b van die regeling e de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de onderscheiden provincies voor zover betrekking hebbende op de landschapssubsidie bedoeld in artikel 2 eerste lid aanhef en onderdeel b van die regeling f de Subsidieverordening natuur en landschapsbeheer van de onderscheiden provincies voor zover betrekking hebbende op de subsidie natuurbeheer bedoeld in artikel 3 1 van die verordening en de subsidie landschapsbeheer bedoeld in artikel 5 1 1 1 van die verordening g de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap van de onderscheiden provincies voor zover betrekking hebbende op de investeringssubsidie bedoeld in artikel 8 eerste derde en vierde lid van die regeling en de subsidie functieverandering bedoeld in artikel 15 van die regeling h de overeenkomsten met het Bureau Beheer Landbouwgronden 1 met het door de Dienst Landelijk Gebied toegekende nummer 005 9001 van 29 mei 1996 2 met het door de Dienst Landelijk Gebied toegekende nummer 008 9001 van 30 mei 1996 3 met het door de Dienst Landelijk Gebied toegekende nummer 004 9001 van 27 oktober 1997 4 met het door de Dienst Landelijk Gebied toegekende nummer 003 9001 van 15 december 1997 i de beschikkingen van de Minister van Economische Zaken Landbouw en Innovatie van 18 april 1998 met de beschikkingnummers kaderwet pnb 01 kaderwet pnb 02 en kaderwet pnb 03 2 Van de voordelen die worden genoten op grond van de in het eerste lid onderdelen a h en i bedoelde regelingen en overeenkomsten behoort 90 niet tot de winst Van de voordelen die worden genoten op grond van de in het eerste lid onderdelen b tot en met g bedoelde regelingen en overeenkomsten behoort 100 niet tot de winst Artikel 6a Belastbare winst uit onderneming overige vrijstellingen vrijstelling mobiliteitsprojecten Als mobiliteitsprojecten in het kader van het project Anders betalen voor mobiliteit of het programma Beter Benutten als bedoeld in artikel 3 13 eerste lid onderdeel i van de wet worden aangewezen a Spitsmijden A15 als bedoeld in het Uitvoeringsconvenant Spitsmijden A15 Stcrt 2009 14 b Mobiliteitsproject Prijsprikkels door Bedrijven voor de Bereikbaarheid van Haaglanden als bedoeld in het Uitvoeringsconvenant Mobiliteitsproject Prijsprikkels door Bedrijven voor de Bereikbaarheid van Haaglanden Stcrt 2009 10581 c Mobiliteitsproject regio Eindhoven s Hertogenbosch als bedoeld in het Uitvoeringsconvenant Mobiliteitsproject regio Eindhoven s Hertogenbosch Stcrt 2009 11790 d Mobiliteitsprojecten SLIM Prijzen en SLIM Prijzen Waalbrug als bedoeld in het Uitvoeringsconvenant Mobiliteitsprojecten SLIM Prijzen en SLIM Prijzen Waalbrug Stcrt 2009 18102 e Mobiliteitproject Beloningsmaatregel Utrecht Oost als bedoeld in het Uitvoeringsconvenant Mobiliteitsproject Beloningsmaatregel Utrecht Oost Stcrt 2009 18120 f Mobiliteitsproject Spitsmijden A12 corridor Stcrt 2011 19634 Artikel 7 Belastbare winst uit onderneming van aftrek uitgesloten kosten ten behoeve van de belastingplichtige werkkleding Voor de toepassing van artikel 3 16 tweede lid onderdeel c van de wet wordt kleding die niet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om bij het behalen van de winst te dragen slechts als werkkleding aangemerkt indien zij is voorzien van een of meer duidelijk zichtbare aan de onderneming gebonden beeldmerken met een oppervlakte van tezamen ten minste 70 cm 2 Artikel 8 Belastbare winst uit onderneming in aftrek beperkte kosten ten behoeve van de belastingplichtige verhuizing in kader van onderneming 1 Voor de toepassing van artikel 3 17 eerste lid onderdeel a onder 1 van de wet verhuist de ondernemer in ieder geval in het kader van de onderneming ingeval hij binnen twee jaar na de verplaatsing van de onderneming door verhuizing de afstand tussen zijn woning en de vestigingsplaats van de onderneming met ten minste 60 verkleint terwijl tot die verhuizing de afstand tussen zijn woning en de vestigingsplaats van de onderneming ten minste 25 kilometer bedroeg 2 Onder afstand als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de afstand gemeten langs de meest gebruikelijke weg Artikel 9 Belastbare winst uit onderneming bijtelling privé gebruik auto De rittenregistratie als bedoeld in artikel 3 20 van de wet bevat ten minste de volgende gegevens a merk type en kenteken van de auto b periode van terbeschikkingstelling van de auto c per rit 10 datum 20 beginstand en eindstand van de kilometerteller 30 beginadres en eindadres 40 de gereden route indien deze afwijkt van de meest gebruikelijke 50 het karakter van de rit Artikel 9a Constatering van het niet afgenomen zijn van het aandeel van de netto tonnage van bepaalde schepen Met betrekking tot het kalenderjaar 2012 wordt voor de toepassing van artikel 3 22 zesde lid onderdeel c van de wet vastgesteld dat op landelijk niveau de netto tonnage van kwalificerende schepen die de vlag voeren van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte als percentage van de netto tonnage van kwalificerende schepen in de periode 2008 tot en met 2010 ten opzichte van de periode 2007 tot en met 2009 niet is afgenomen Artikel 10 Belastbare winst uit onderneming loon en prijswijzigingen na afloop jaar en betaling 1 In afwijking van artikel 3 27 tweede lid van de wet is het eerste lid van dat artikel mede van toepassing op de betaling van premies voor risicoverzekeringen voor weduwen en wezenpensioenen voorzover het in de premies begrepen bestanddeel voor toekomstige wijzigingen in de hoogte van lonen of prijzen niet meer bedraagt dan nodig is voor een aanpassing aan een zodanige wijziging van 4 per jaar 2 In afwijking van artikel 3 27 derde lid van de wet is het eerste lid van dat artikel mede van toepassing op de betaling van premies of koopsommen aan een pensioenlichaam waarvan het doel en de feitelijke werkzaamheden overeenkomen met die van een pensioenfonds als bedoeld in de Pensioenwet en waarvan de winst uitsluitend kan worden aangewend ten bate van de verzekerden een ander pensioenfonds met overeenkomstige doelstelling of een algemeen maatschappelijk belang 3 Het eerste en tweede lid zijn slechts van toepassing voorzover de betalingen het vermogen van de onderneming onherroepelijk hebben verlaten Artikel 11 Aangewezen staten bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte Voor de toepassing van de artikelen 3 55 tweede en vijfde lid 3 56 tweede lid 3 57 tweede lid en 4 41 tweede en derde lid van de wet en de artikelen 14 derde lid en 14a tweede lid van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 worden van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte aangewezen IJsland Noorwegen en Liechtenstein Artikel 13a Belastbare winst uit onderneming verkorting driejaarstermijn bij doorschuiving naar ondernemers of werknemers 1 Aan de in artikel 3 63 vierde lid en vijfde lid van de wet bedoelde termijn van 36 maanden wordt geacht te zijn voldaan indien zich na het aangaan van het samenwerkingsverband respectievelijk de dienstbetrekking een omstandigheid voordoet als bedoeld in het tweede lid 2 Het eerste lid is van toepassing indien de belastingplichtige a door ziekte of gebreken gedurende ten minste één jaar niet in staat is of vermoedelijk niet in staat zal zijn om ten minste 55 te verdienen van wat lichamelijk en geestelijk gezonde personen die overigens in gelijke omstandigheden verkeren kunnen verdienen b in staat van faillissement wordt verklaard c surséance van betaling heeft aangevraagd d onder curatele wordt gesteld e vóór het aangaan van het samenwerkingsverband respectievelijk de dienstbetrekking met degene die de onderneming gaat voortzetten nog wel maar vanaf enig moment daarna niet meer kan kiezen voor kwalificatie als partner van de voortzetter of f overlijdt en de onderneming spoedig daarna aan de in artikel 3 63 vierde lid respectievelijk vijfde lid van de wet bedoelde voortzetter wordt overgedragen Artikel 14 Belastbaar loon pensioen in grensoverschrijdende situaties GERESERVEERD Artikel 16 Belastbaar loon reisaftrek 1 De openbaar vervoerverklaring bedoeld in artikel 3 87 negende lid van de wet is gedagtekend en bevat ten minste de volgende gegevens a naam en adres van de belastingplichtige b de route waarvoor de plaatsbewijzen geldig zijn c het tijdvak van geldigheid van de plaatsbewijzen 2 De verklaring bedoeld in artikel 3 87 negende lid van de wet de reisverklaring bevat ten minste de volgende gegevens a naam en adres van de inhoudingsplichtige b naam en adres van de belastingplichtige c een door de inhoudingsplichtige ondertekende verklaring die vermeldt het aantal dagen per week dat de belastingplichtige met het openbaar vervoer naar de plaats of plaatsen van werkzaamheden heeft gereisd 3 Op verzoek van de inspecteur doet de belastingplichtige de reisverklaring alsmede de plaatsbewijzen aan hem toekomen Artikel 17 Belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen vrijstellingen publiekrechtelijke uitkeringen 1 Als uitkeringen welke niet tot de inkomsten in de vorm van bepaalde periodieke uitkeringen en verstrekkingen behoren bedoeld in artikel 3 104 onderdeel h van de wet worden aangewezen a uitkeringen ingevolge de Wet op de huurtoeslag b uitkeringen ingevolge de Wet bevordering eigenwoningbezit c uitkeringen ingevolge de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten d uitkeringen en verstrekkingen ingevolge de Regeling opvang asielzoekers e uitkeringen en verstrekkingen ingevolge de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 f uitkeringen en verstrekkingen ingevolge de Wet gemeentelijke zorg voor houders van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf g uitkeringen als bedoeld in artikel 5 van het Besluit taakverlichting alleenstaande werkenden AAW h inkomensondersteunende uitkeringen ingevolge artikel 108 eerste lid van de Gemeentewet die overeenkomen met bijstand ter bestrijding van bepaalde noodzakelijke kosten i uitkeringen en verstrekkingen ingevolge de Tijdelijke regeling verstrekkingen gerepatrieerden Libanon j uitkeringen en verstrekkingen ingevolge de Tijdelijke regeling voortzetting verstrekkingen gerepatrieerden Libanon 2 Als uitkeringen tot bestrijding van onderhoudskosten van thuiswonende gehandicapte kinderen bedoeld in artikel 3 104 onderdeel i van de wet worden aangewezen uitkeringen ingevolge de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 3 Als voorzieningen voor militaire oorlogs of dienstslachtoffers die verband houden met invaliditeit als bedoeld in artikel 3 104 onderdeel o van de wet worden aangewezen voorzieningen in de zin van de Voorzieningenregeling voor militaire oorlogs en dienstslachtoffers Artikel 17bis Verdeling spaarrekening eigen woning en beleggingsrecht eigen woning bij meer dan één gerechtigde 1 Ingeval een spaarrekening eigen woning meer dan één rekeninghouder heeft wordt het tegoed van de rekening in gelijke delen toegerekend aan die rekeninghouders 2 Ingeval een beleggingsrecht eigen woning meer dan één eigenaar heeft wordt de waarde van het recht in gelijke delen toegerekend aan die eigenaren Artikel 17a Aanvullende bepalingen met betrekking tot de eigenwoningreserve 1 Voor de toepassing van artikel 3 119a van de wet a wordt de eigenwoningreserve die is gevormd voor het ontstaan van een algehele huwelijksgemeenschap bij ontbinding van die gemeenschap op gezamenlijk verzoek van de belastingplichtige en zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot verdeeld in de onderlinge verhouding waarin zij tot de gemeenschap gerechtigd zijn Het verzoek wordt uiterlijk gedaan bij de aangifte over het jaar waarin de algehele huwelijksgemeenschap wordt ontbonden Op dit verzoek kan niet worden teruggekomen b wordt een woning zolang deze ten aanzien van de echtgenoot van de belastingplichtige als eigen woning wordt aangemerkt ten aanzien van de belastingplichtige mede als eigen woning aangemerkt indien de woning tot een huwelijksgemeenschap behoort of gaat behoren 2 Indien in de overeenkomst ter zake van de verwerving van een eigen woning ten behoeve van de uitvoering van het woonbeleid van de rijksoverheid of een gemeente een clausule is opgenomen op grond waarvan bij niet nakoming van die clausule een bedrag verschuldigd is kan bij de vervreemding van die woning het bedrag dat terzake van het niet nakomen van de clausule is betaald in mindering worden gebracht op het vervreemdingssaldo eigen woning Artikel 18 Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen verminderingen en voorkoming dubbeltellingen GERESERVEERD Artikel 23 Verliesverrekening formalisering achterwaartse verliesverrekening 1 Een voorlopige verliesverrekening als bedoeld in artikel 3 152 vijfde lid van de wet kan worden verleend indien het verlies over een kalenderjaar wordt aangegeven door de in de uitnodiging tot het doen van aangifte gevraagde gegevens en bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan duidelijk stellig en zonder voorbehoud in te vullen en te ondertekenen en de gevraagde bescheiden of andere gegevensdragers in te leveren of toe te zenden 2 Bij de berekening van de voorlopige verliesverrekening wordt het vermoedelijke verlies voor 80 percent in aanmerking genomen Artikel 24 Middeling Bij het in artikel 3 154 eerste lid van de wet bedoelde verzoek om middeling wordt een berekening gevoegd van de middelingsteruggaaf Hoofdstuk 4 Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang Artikel 25 Aanmerkelijk belang soortbenadering aandelen verkregen in het kader van een premiespaarregeling of spaarloonregeling Ten aanzien van de belastingplichtige die geen andere aandelen in een vennootschap houdt dan die welke hij heeft verkregen in het kader van een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32 van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dat artikel luidde op 31 december 2011 worden die aandelen voor de toepassing van artikel 4 7 van de wet aangemerkt als aandelen van dezelfde soort als die waarin het grootste gedeelte van het geplaatste kapitaal van de vennootschap is uitgedrukt Artikel 26 Reguliere voordelen forfaitair voordeel uit buitenlandse beleggingslichamen aanwijzing effectenbeurzen De ingevolge artikel 4 14 achtste lid onderdeel a van de wet aan te wijzen effectenbeurzen zijn de effectenbeurzen in de lidstaten van de Europese Gemeenschappen alsmede de effectenbeurzen te Zürich New York en Tokio Artikel 26a Verzoek om toepassing doorschuifregelingen bij vererving bij verdeling van de nalatenschap binnen twee jaar of bij schenking 1 Een verzoek als bedoeld in artikel 4 17a eerste lid artikel 4 17b tweede lid of artikel 4 17b derde lid van de wet wordt schriftelijk gedaan bij de inspecteur die is belast met de aanslagregeling van de erflater 2 Een verzoek als bedoeld in artikel 4 17b eerste lid of artikel 4 17c eerste lid van de wet wordt schriftelijk gedaan bij de inspecteur die is belast met de aanslagregeling van de vervreemder Artikel 26b In het kader van een bedrijfsoverdracht uitgegeven preferente aandelen 1 Onder een omzetting van gewone aandelen in preferente aandelen als bedoeld in artikel 4 17a derde lid onderdeel a van de wet wordt ook begrepen een uitgifte van preferente aandelen in het kader van een aandelenfusie als bedoeld in artikel 3 55 van de wet een juridische splitsing als bedoeld in artikel 3 56 van de wet of een juridische fusie als bedoeld in artikel 3 57 van de wet 2 Aan het gestelde in artikel 4 17a derde lid onderdeel a van de wet wordt ook geacht te zijn voldaan indien de daar bedoelde preferente aandelen worden verkregen van een rechtsopvolger krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht van degene die de aandelen heeft omgezet als bedoeld in genoemd onderdeel 3 Indirect gehouden preferente aandelen zijn uitgegeven in het kader van een bedrijfsoverdracht als bedoeld in artikel 4 17a vijfde lid laatste volzin van de wet indien a de preferente aandelen een omzetting vormen van een eerder door de erflater gehouden indirect belang van gewone aandelen als bedoeld in artikel 4 17a vijfde lid onderdelen a en b van de wet b de omzetting in preferente aandelen gepaard is gegaan met het toekennen van gewone aandelen aan een ander c ten tijde van de omzetting in preferente aandelen de vennootschap waarop de omgezette aandelen betrekking hadden een onderneming dreef als bedoeld in artikel 4 17a eerste lid onderdeel a van de wet of een medegerechtigdheid hield als bedoeld in artikel 4 17a eerste lid onderdeel b van de wet en d de verkrijger van de indirect gehouden preferente aandelen reeds voor ten minste 5 van het geplaatste kapitaal direct of indirect aandeelhouder is van gewone aandelen als bedoeld in onderdeel b Voor de toepassing van dit lid wordt onder een omzetting van gewone aandelen in preferente aandelen als bedoeld in de eerste volzin ook begrepen een uitgifte van preferente aandelen in het kader van een aandelenfusie als bedoeld in artikel 3 55 van de wet een juridische splitsing als bedoeld in artikel 3 56 van de wet of een juridische fusie als bedoeld in artikel 3 57 van de wet Voorts wordt daaronder ook begrepen een uitgifte van preferente aandelen in het kader van een bedrijfsfusie als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 4 Indien preferente aandelen zijn ontstaan in het kader van een gefaseerde bedrijfsoverdracht als bedoeld in artikel 4 17a derde lid of vijfde lid van de wet dan behouden deze aandelen het karakter dat zij in aanmerking worden genomen voor de toepassing van artikel 4 17a eerste lid onderdeel c van die wet voor zover de houder van deze preferente aandelen ook houder is van de gewone aandelen die bij het ontstaan van de preferente aandelen zijn toegekend aan de bedrijfsopvolger 5 Voor de bepaling of de verkrijger van de preferente aandelen voldoet aan de voorwaarde van artikel 4 17a derde lid onderdeel d van de wet worden de preferente aandelen niet gerekend tot het geplaatste kapitaal De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing voor de toepassing van het derde lid eerste volzin onderdeel d Artikel 26c Verkorting termijn 36 maanden uit de doorschuifregeling bij schenking 1 Aan de in artikel 4 17c eerste lid onderdeel d van de wet bedoelde termijn van 36 maanden wordt geacht te zijn voldaan indien zich na het aangaan van de aldaar bedoelde dienstbetrekking een omstandigheid voordoet als bedoeld in het tweede lid 2 Het eerste lid is van toepassing indien de vervreemder a door ziekte of gebreken gedurende ten minste één jaar niet in staat is of vermoedelijk niet in staat zal zijn om ten minste 55 te verdienen van wat lichamelijk en geestelijk gezonde personen die overigens in gelijke omstandigheden verkeren kunnen verdienen b in staat van faillissement is verklaard c surséance van betaling heeft aangevraagd of d onder curatele is gesteld Artikel 26d Werknemer bij een werkmaatschappij in geval van schenking van aandelen in een holding Aan de in artikel 4 17c eerste lid onderdeel d van de wet bedoelde voorwaarde wordt geacht ook te zijn voldaan indien a de vennootschap waarop de aandelen of winstbewijzen betrekking hebben een belang heeft in een ander lichaam b dat andere lichaam een onderneming drijft of een medegerechtigdheid houdt een en ander als bedoeld in artikel 4 17c eerste lid onderdeel a van de wet en c de verkrijger reeds gedurende de 36 maanden die onmiddellijk voorafgaan aan het tijdstip van de vervreemding in dienstbetrekking is van dat andere lichaam Artikel 27 Verliesverrekening formalisering achterwaartse verliesverrekening 1 Een voorlopige verliesverrekening als bedoeld in artikel 4 51 vijfde lid van de wet kan worden verleend indien het verlies over een kalenderjaar wordt aangegeven door de in de uitnodiging tot het doen van aangifte gevraagde gegevens en bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan duidelijk stellig en zonder voorbehoud in te vullen en te ondertekenen en de gevraagde bescheiden of andere gegevensdragers in te leveren of toe te zenden 2 Bij de berekening van de voorlopige verliesverrekening wordt het vermoedelijke verlies voor 80 percent in aanmerking genomen Hoofdstuk 5 Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen Artikel 28 Reikwijdte en definities 1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder a inspecteur de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst Amsterdam b groenproject een project waarvoor ingevolge de Regeling groenprojecten 2010 de Regeling groenprojecten buitenland 2002 dan wel de Regeling groenprojecten Nederlandse Antillen en Aruba 2002 een verklaring als bedoeld in artikel 5 14 derde lid van de wet is afgegeven c sociaal ethisch project een project waarvoor ingevolge de Regeling sociaal ethische projecten 2005 een verklaring als bedoeld in artikel 5 15 derde lid van de wet is afgegeven d cultureel project een project waarvoor ingevolge de Regeling cultuurprojecten 2004 een verklaring als bedoeld in artikel 5 18a derde lid van de wet is afgegeven e project groenproject sociaal ethisch project of cultureel project f groenfonds bank of beleggingsinstelling die voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 14 tweede lid van de wet en die door de inspecteur ingevolge artikel 5 14 eerste lid van de wet is aangewezen g sociaal ethisch fonds bank of beleggingsinstelling die voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 15 tweede lid van de wet en die door de inspecteur ingevolge artikel 5 15 eerste lid van de wet is aangewezen h cultuurfonds bank of beleggingsinstelling die voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 18a tweede lid van de wet en die door de inspecteur ingevolge artikel 5 18a eerste lid van de wet is aangewezen i fonds een groenfonds een sociaal ethisch fonds of een cultuurfonds j participatiemaatschappij een rechtspersoon die voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 18 tweede lid van de wet en die door de inspecteur ingevolge artikel 5 18 eerste lid van de wet is aangewezen k hoofdzakelijkheidscriterium de voorwaarde inzake hoofdzakelijk als bedoeld in artikel 5 14 tweede lid onderscheidenlijk artikel 5 15 tweede lid artikel 5 18 tweede lid of artikel 5 18a tweede lid van de wet l aanloopperiode de periode bedoeld in artikel 5 14 vierde lid onderscheidenlijk artikel 5 15 vierde lid artikel 5 18 vierde lid of artikel 5 18a vierde lid van de wet m ingroeiperiode de periode bedoeld in artikel 5 14 vijfde lid onderscheidenlijk artikel 5 15 vijfde lid artikel 5 18 vierde lid of artikel 5 18a vijfde lid van de wet Artikel 29 Inhoud verzoek om aanwijzing als groenfonds sociaal ethisch fonds of cultureel fonds en afhandeling verzoek 1 Een verzoek om aanwijzing als fonds wordt schriftelijk gedaan bij de inspecteur onder overlegging van a de statuten van het fonds b een afschrift van de inschrijving in het register bedoeld in artikel 1 107 van de Wet op het financieel toezicht dan wel ingeval artikel 3 2 eerste lid onderdeel c van die wet van toepassing is een afschrift van de in dat lid bedoelde bankgarantie en c een opgave van de feitelijke werkzaamheden en voorgenomen werkzaamheden van het fonds 2 Bij een verzoek om aanwijzing als fonds met een ingroeiperiode worden tevens overgelegd a een ingroeiplan op grond waarvan het aannemelijk is dat binnen drie maanden na de aanwijzing ten minste 30 percent van het vermogen van het fonds is belegd in projecten dan wel bestaat uit kredieten ten behoeve van projecten b een ingroeischema op grond waarvan het aannemelijk is dat uiterlijk twee jaren na de aanwijzing ten minste 70 percent van het vermogen van het fonds is belegd in projecten dan wel bestaat uit kredieten ten behoeve van projecten 3 De inspecteur beslist op het verzoek tot aanwijzing bij voor bezwaar vatbare beschikking 4 De aanwijzing vindt plaats met ingang van de datum waarop het verzoek is ingediend dan wel met ingang van een latere datum indien daarom is verzocht 5 De inspecteur maakt het aanwijzen als een fonds als bedoeld in artikel 28 onderdeel i op een daartoe geschikte wijze publiek bekend Indien de inspecteur een aanwijzing intrekt maakt hij die intrekking ook op een daartoe geschikte wijze publiek bekend Artikel 29a Informatievoorziening en administratieplicht 1 Een aangewezen fonds overlegt binnen vier maanden na afloop van ieder boekjaar aan de inspecteur een overzicht van zijn bezittingen en schulden naar de waarde in het economische verkeer aan het einde van het boekjaar 2 Ingeval het fonds is aangewezen met een aanloopperiode verstrekt het fonds onmiddellijk na afloop van die periode aan de inspecteur een overzicht van zijn bezittingen en schulden naar de actuele waarde in het economische verkeer 3 Ingeval het fonds is aangewezen met een ingroeiperiode verstrekt het fonds in die periode elk half jaar aan de inspecteur een overzicht van zijn bezittingen en schulden naar de actuele waarde in het economische verkeer 4 Indien een fonds indirect een krediet verstrekt ten behoeve van een project blijkt uit de administratie van de inlenende rechtspersoon ten behoeve van welk project het krediet is verstrekt 5 Indien een fonds een krediet verstrekt ten behoeve van een project door tussenkomst van een ander fonds elimineert het inlenende fonds het kredietbedrag uit het overzicht van zijn bezittingen en schulden bedoeld in het eerste lid 6 Indien een aangewezen fonds niet meer voldoet aan de voorwaarden voor aanwijzing doet het fonds daarvan onverwijld schriftelijk mededeling aan de inspecteur Artikel 29b Intrekking aanwijzing 1 De inspecteur trekt de aanwijzing in a op verzoek van het fonds b indien het fonds niet meer voldoet aan de voorwaarden voor aanwijzing dan wel c indien het fonds de in dit hoofdstuk opgenomen informatieverplichtingen jegens de inspecteur niet nakomt 2 De intrekking van de aanwijzing geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking 3 De inspecteur bepaalt in de beschikking het tijdstip waarop de intrekking van de aanwijzing in werking treedt met dien verstande dat de intrekking terugwerkende kracht heeft tot en met de dag waarop het eerste lid onderdeel b of c van toepassing is 4 Ingeval het fonds is aangewezen met een aanloopperiode en na afloop van die periode niet wordt voldaan aan het hoofdzakelijkheidscriterium heeft de intrekking terugwerkende kracht tot en met de eerste dag na het aflopen van die periode 5 Ingeval het fonds is aangewezen met een ingroeiperiode en na afloop van die periode niet wordt voldaan aan het hoofdzakelijkheidscriterium heeft de intrekking terugwerkende kracht tot en met de eerste dag na het aflopen van die periode 6 Indien het fonds de in artikel 29a vierde lid bedoelde mededeling onverwijld heeft gedaan heeft de intrekking geen terugwerkende kracht 7 Indien het fonds de in artikel 29a vierde lid bedoelde mededeling onverwijld heeft gedaan en voorts aannemelijk maakt dat het niet meer voldoen aan de voorwaarden niet langer dan drie maanden zal voortduren een incidenteel karakter heeft en niet in strijd is met doel en strekking van de regeling trekt de inspecteur de aanwijzing niet in Het besluit de aanwijzing niet in te trekken neemt de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking daarbij kan hij nadere voorwaarden stellen 8 Indien de inspecteur een aanwijzing intrekt maakt hij die intrekking op een daartoe geschikte wijze publiek bekend Artikel 30 Beleggingen in durfkapitaal vrijstelling directe beleggingen in durfkapitaal beginnende ondernemer natuurlijke persoon Met betrekking tot een kalenderjaar wordt als beginnende ondernemer als bedoeld in artikel 5 17 derde lid onderdeel a van de wet aangemerkt de natuurlijke persoon die naar verwachting met betrekking tot dat jaar of het daaropvolgende jaar in aanmerking komt voor zelfstandigenaftrek en ten aanzien van wie deze aftrek over nog niet meer dan zeven jaren is toegepast dan wel ingeval hij in het kalenderjaar een onderneming of een gedeelte van een onderneming overneemt over nog niet meer dan veertien jaren is toegepast Artikel 31 Beleggingen in durfkapitaal vrijstelling directe beleggingen in durfkapitaal beginnende ondernemer rechtspersoon De beginnende ondernemer als bedoeld in artikel 5 17 derde lid onderdeel b van de wet is een rechtspersoon die ten tijde van het verstrekken van de achtergestelde lening aan hem onderscheidenlijk het nemen van een deelneming in hem moet voldoen aan de volgende voorwaarden a de rechtspersoon is een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of naamloze vennootschap die niet langer dan acht jaren geleden tot stand is gekomen dan wel een rechtspersoon met een in aandelen verdeeld kapitaal die 1 is opgericht naar het op Aruba Curaçao Sint Maarten of de BES eilanden geldende recht of naar het recht van een lidstaat van de Europese Unie of een staat in de relatie waarmee een met Nederland gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is waarin een bepaling is opgenomen die discriminatie naar nationaliteit verbiedt voor rechtspersonen die overigens in dezelfde omstandigheden verkeren als een naar Nederlands recht opgerichte besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of naamloze vennootschap 2 naar aard en inrichting vergelijkbaar is met de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of naamloze vennootschap en 3 niet langer dan acht jaren geleden tot stand is gekomen b voor rekening van de rechtspersoon wordt in Nederland een onderneming

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/inkomstenbelasting/uitvoeringsregeling-inkomstenbelasting-2001 (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Vennootschapsbelasting - Belasting Collectief Nederland
    in BV om pensioen eigen beheer uit te keren Scheepvaart CV gebruikmaking van willekeurige afschrijving Nieuw besluit bestrijding en ontmanteling APV s Auto van de zaak de bovennormbijdrage Struisvogels en tandprothesen De verraderlijke eigenschappen van de Duitse omzetbelasting De werkplek Belastingdienst Toeslagen maakt fraude mogelijk met toeslagen Politieke vertoning in België toch meer dan louter een taaltegenstelling tussen Vlamingen en Walen Overdracht van de woning door ouders aan kinderen gunstig of juist niet Gereglementeerde beroepstitels inzake boekhoudkundige en fiscale beroepen in België Over het kijken naar een aap apekool en de verhoging van het btw tarief voor podiumkunsten De dure verzuimboete voor een te laat ingediende aangifte vennootschapsbelasting Vrijstelling overdrachtsbelasting ook voor BV met bouwterrein VAR verklaring de misverstanden de oplossing Duitse Grondbelasting Grundsteuer Memo inzake integratieheffing Zachte heelmeesters maken stinkende wonden Sloopconstructie en economische eigendomsoverdracht Wat zal de rechtsbescherming bij de informatieplicht in de praktijk betekenen Welke rechtsmiddelen heeft u als de belastingontvanger het verzoek om een betalingsregeling afwijst Duitse loonbelasting Algemeen verweer tegen aansprakelijkstelling Bestuurdersaansprakelijkheid meld tijdig betalingsonmacht Aansprakelijkheid en de bedoeling van de wet Het MKB heeft gezond inkopen nog niet ontdekt Lening van BV aan DGA voor rentevoordeel onbelast Levering digitaal fotoboek belast met 6 btw Belastingplicht in Duitsland beschränkte resp unbeschränkte Steuerpflicht De fiscale risicoaansprakelijkheid Hoge boetes bij te laat indienen van een belastingaangifte Is de meldingsplicht bij de bestuurdersaansprakelijkheid onevenredig Aansprakelijkheid bij vervreemding van aandelen Cross boarder leasing zonder btw Het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland Geen interne levering bij inpandige verbouwing Bestuurdersaansprakelijkheid ver van uw bed of dichterbij dan u dacht Fiscale boetes voorkomen beter dan genezen Wettelijk minimumloon stijgt per 1 juli 2012 Lenteakkoord 2012 en loonheffingen Met een kanonskogel een vlieg doden Verzekeringsplicht Tweede woning Zwitserland Wijzigingen in de Duitse BTW wetgeving Goed lobbywerk van het Verbond van Verzekeraars 808 vergoeding voor aanslag van 6 Vernederlandsing van Belgische autofiscaliteit Reactivering vermogensbelasting in Spanje 2012 2013 Fiscale Highlight Stabiliteitsprogramma Crisismaatregel 2012 Let op bij creatief gebruik van verrekenprijzen E Bilanz ofwel elektronische balans Kantoren Friesland Customs Knowledge in Heerenveen Arjo Groenendijk Bart Boersma Bram van Breukelen Geert Koevoets Sander van Lent De Vries c s Tax Advisors in Beetsterzwaag Joost Muller Jan Jaap de Vries Priore in Heerenveen mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Priore in Workum mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Rien Vink Loonheffingen in Engwierum Rien Vink Scheidingsfiscalist T van der Wal in Beetsterzwaag Tiny van der Wal Smids en Schakel in Leeuwarden Peter Steenhuis Marieke van der Veer Corine van der Maden LEXX Advocaten in Leeuwarden Mr Martijn S Dunant Maurits Tóth Belastingadvies Andries Tóth Eikenaar Belastingadvies in Drachten Ed Eikenaar Groningen Stetler in Haren Wim Dijkstra HS26 Advocatuur in Groningen Gerhard Sjobbema Caraad Belastingadviseurs in Groningen Wietze Hoekstra Martijn Thalen Rutger Hotsma Bastide in Groningen Petrus Zijlstra Drenthe Consensio in Zuidlaren Gonard Wagenaar Bloemsma Faassen in Assen Willem Faassen Anne Marc van de Wal Gelderland Kleijsen Cortenbach Kuijpers LLP in Nijmegen P E Art and Tax in Doetinchem Peter Kleinreesink ScholsBurgerhartSchols in Nijmegen Mr dr W Burgerhart Prof dr B M E M Schols Prof mr F W J M Schols Van Lienden Kooistra in Barneveld Eric Jan Sobels Jonne Tijssen Noord Brabant De Vries Partners in Valkenswaard Hans van Kuyk Wesselman in Eindhoven Bert Bogie Wesselman in Helmond Bert Bogie Lucas Belastingadvies in Den Bosch Jurrian Lucas Ooms Partners in Breda drs Marco Ooms mr Hans Seijkens Limburg Rebastion in Maastricht Frodo Oude Groeniger Rob Engelbert Wesselman in Weert Bert Bogie Noord Holland HDK Advocaten en Fiscalisten in Amsterdam Roy Vliese Pavel der Kinderen MB Legal Tax in Alkmaar F van Elk FB Fedor mr drs J D Hoogendoorn RA Jaap J Beijert Jan MB Legal Tax in Middenbeemster mr M F Marco Bezoet de Bie mr J D M J den Boer RA CRAd Schut en Bruggink Estate Planners in Haarlem Paul Schut Marian Bruggink Rogier Pak Abel Advisory in Amsterdam Frank Schwarte Joost Lagerberg AsjesBisseling in Amsterdam Arjan Bisseling B B Accountants in Den Burg De Bont Advocaten in Amsterdam prof mr G J M E de Bont mr J M Sitsen mr M B Weijers mr P de Haas VanOoijen in Haarlem Adriaan Daniels Ognjen Soldat Just Tax in Nieuw Vennep Utrecht AccountantsTEAM in Utrecht Joost Rietveld Pay Check in Houten Pieter Miedema Fiscaal Jurist in Baarn Pieter Miedema Overijssel ELBERT fiscaal in Hengelo mr H A Elbert Beersen Grandiek in Hengelo Mr V J Vincent Grandiek Cervus Belastingadvies in Zwolle mr H A Elbert EVFA in Deventer Eric Versteegh Zuid Holland Scientia Fiscalis in Alblasserdam Yvonne Tigelaar Klootwijk Van Driel Fruijtier in Dordrecht MB Internationaal in Rotterdam Zeeland Rijkse Partners Belastingadviseurs in Middelburg Curacao Wesselman in Curaçao Bert Bogie Duitsland Strick Rechtsanwälte Steuerberater in Kleve Anton Ingenerf Frank J Lamers Sabine van Wickeren Lenk Christian Theissen Freddy B Heinzel Belgie Cobofisk in Gent Hendrik Huys Cobofisk in Aalter Luc Coopman Spanje Arcos Lamers Asociados in Marbella Wim Lamers Maite Arcos Kennisgroepen BTW specialisten Loonheffing specialisten Pensioen specialisten Estate Planning specialisten Formeel Belastingrecht specialisten Fusie Overname specialisten Herinvesteringsreserve specialisten Huwelijk Echtscheiding specialisten Innovatiebox specialisten Internationaal Belastingrecht specialisten Douane specialisten Auto van de zaak Sport Sprekers Cursussen Allround Auto van de zaak Bedrijfsoverdracht BTW Douane Estate Planning FFP VBI FBI Formeel belastingrecht Loonheffingen Pensioenen Partners Fiscaal Kenniscentrum Fiscaal up to Date Hoge Raad geeft happy end aan nasleep Van der Steen naheffingen van tafel Verhuur van theaterruimte was niet vrijgesteld van BTW Betalingsonmacht hoefde pas na aanmaning te worden gemeld HIR viel vrij wegens verkoop herinvesteringslichaam aan gelieerde BV Tbs regeling voor verhuur camping na verkoop aandelen aan schoonmoeder Leningconstructie taxpartners was ongewenste boxarbitrage Rechtbank torpedeert listige aandelenoptieconstructies DGA in Van der Steen f e niet aansprakelijk voor BTW van BV Overdrachtsbelasting vanaf 15 juni 2011 verlaagd naar 2 Verliesverrekeningsbeperking niet in strijd met EU recht Privégebruik auto per 1 juli 2011 fictieve dienst correctie los van IB en LB BTW bij levering terrein met reeds gestarte sloop van

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/vennootschapsbelasting (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Wet op de vennootschapsbelasting 1969 - Belasting Collectief Nederland
    de positieve voordelen uit hoofde van de deelneming welke met toepassing van de deelnemingsvrijstelling zijn genoten in a het jaar waarin het ontbonden lichaam zijn onderneming geheel of nagenoeg geheel heeft gestaakt in de vijf daaraan voorafgaande jaren en in de daaropvolgende jaren b het zesde tot en met het tiende jaar voorafgaande aan dat waarin het ontbonden lichaam zijn onderneming geheel of nagenoeg geheel heeft gestaakt ingeval over het desbetreffende jaar dat lichaam volgens zijn jaarrekening opgemaakt volgens de bepalingen van titel 9 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dan wel ten aanzien van een deelneming in een buiten Nederland gevestigd lichaam volgens soortgelijke buitenlandse wettelijke regelingen verlies heeft geleden 4 Indien onmiddellijk of middellijk tot het vermogen van het ontbonden lichaam een deelneming heeft behoord die deel uitmaakt van de liquidatie uitkering of die is vervreemd en die in waarde is gedaald sedert de verkrijging van de deelneming in het ontbonden lichaam wordt het liquidatieverlies slechts in aanmerking genomen voor zover dit verlies het bedrag van die waardedaling te boven gaat Indien onmiddellijk of middellijk tot het vermogen van het ontbonden lichaam tevens een deelneming heeft behoord die sedertdien in waarde is gestegen is de vorige volzin slechts van toepassing voor zover de aldaar bedoelde waardedaling deze waardestijging te boven gaat Waardedalingen en waardestijgingen welke zowel onmiddellijk als middellijk tot uiting komen worden uitsluitend in aanmerking genomen voor zover zij onmiddellijk tot uiting komen Indien onmiddellijk of middellijk tot het vermogen van het ontbonden lichaam een deelneming heeft behoord welke was verkregen van een verbonden lichaam wordt het liquidatieverlies voor zover dit is toe te rekenen aan een daling van de waarde van die deelneming slechts in aanmerking genomen voor zover dit toe te rekenen gedeelte niet uitgaat boven het liquidatieverlies dat bij het ontbonden lichaam met betrekking tot die deelneming in aanmerking is genomen 5 Indien onmiddellijk of middellijk tot het vermogen van het ontbonden lichaam een deelneming heeft behoord in een lichaam dat inmiddels is ontbonden en ter zake waarvan ingevolge het negende lid geen liquidatieverlies in aanmerking is genomen of niet in aanmerking zou zijn genomen indien die deelneming door een in Nederland gevestigd lichaam zou zijn gehouden wordt het liquidatieverlies slechts in aanmerking genomen voor zover dit verlies uitgaat boven het liquidatieverlies met betrekking tot de deelneming in dat eerder ontbonden lichaam 6 Indien een deelneming is verkregen van een verbonden lichaam wordt het opgeofferde bedrag ten tijde van de verkrijging niet hoger gesteld dan het bedrag hetwelk dat lichaam voor die deelneming heeft opgeofferd Indien zulk een deelneming is verkregen in het kader van de ontbinding van het verbonden lichaam en ter zake van die deelneming het vierde lid eerste volzin toepassing heeft gevonden wordt het opgeofferde bedrag vermeerderd met de aldaar bedoelde waardedaling tot ten hoogste het door het ontbonden lichaam voor die deelneming opgeofferde bedrag Indien een storting op aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid bestaat uit aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid in een verbonden lichaam wordt het opgeofferde bedrag ten tijde van de storting niet hoger gesteld dan op het bedrag dat is opgeofferd voor de aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid die als storting dienen 7 Indien aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid worden verkregen van een verbonden lichaam en deze aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid op het tijdstip van verkrijging of enig tijdstip daarna tot een deelneming gaan behoren wordt het opgeofferde bedrag niet hoger gesteld dan het bedrag dat door dat lichaam voor die aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid is opgeofferd De eerste volzin is niet van toepassing voor zover de belastingplichtige aannemelijk maakt dat over het bedrag van de waardetoename van de aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid na het tijdstip van de verkrijging daarvan door het lichaam waarvan de belastingplichtige de aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid verkrijgt belasting naar de winst is geheven die resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing 8 Ingeval de deelneming als dochtermaatschappij met de belastingplichtige deel uitmaakt van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 eerste lid wordt op het tijdstip waarop die eenheid ten aanzien van die dochtermaatschappij wordt beëindigd het door de belastingplichtige voor die dochtermaatschappij opgeofferde bedrag gesteld op het vanaf dat tijdstip voor de heffing van de vennootschapsbelasting in aanmerking te nemen eigen vermogen van die dochtermaatschappij nadat dit is verminderd met de toelaatbare reserves 9 Het liquidatieverlies wordt eerst op het tijdstip waarop de vereffening is voltooid in aanmerking genomen mits a geen recht geldt op enigerlei tegemoetkoming bij de belastingheffing ter zake van verliezen die bij het ontbonden lichaam onverrekend zijn gebleven anders dan op de voet van dit artikel of artikel 13e voor 1 de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam 2 het lichaam dat of de persoon die de onderneming geheel of gedeeltelijk voortzet of een met dat lichaam verbonden lichaam b de onderneming van het ontbonden lichaam 1 geheel is gestaakt dan wel 2 geheel of gedeeltelijk is voortgezet uitsluitend door een ander dan de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam c de omvang van het liquidatieverlies is gebleken en tevens blijkt dat is voldaan aan het bepaalde in de onderdelen a 1 en b 10 Het in een jaar ter zake van een deelneming opgeofferde bedrag wordt op een bij de aangifte gedaan verzoek door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld Indien het opgeofferde bedrag tot een onjuist bedrag is vastgesteld kan de inspecteur de beschikking bij voor bezwaar vatbare beschikking herzien De bevoegdheid tot herziening vervalt door verloop van vijf jaren na de vaststelling van de beschikking 11 Indien de onderneming van het ontbonden lichaam geheel of gedeeltelijk wordt voortgezet door de belastingplichtige of door een met hem verbonden lichaam wordt het liquidatieverlies op verzoek van de belastingplichtige bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur vastgesteld Artikel 20b derde lid is van overeenkomstige toepassing Artikel 13e 1 Indien de onderneming van het ontbonden lichaam geheel of gedeeltelijk is voortgezet door de belastingplichtige wordt het op de voet van artikel 13d berekende liquidatieverlies in aanmerking genomen zodra de onderneming door de belastingplichtige geheel is gestaakt of geheel of gedeeltelijk is voortgezet uitsluitend door een ander dan de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 13d negende lid onderdelen a en c 2 Indien de onderneming van het ontbonden lichaam geheel of gedeeltelijk is voortgezet door een verbonden lichaam waarin de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam deelneemt wordt het voor de verkrijging van die deelneming opgeofferde bedrag verhoogd met het ten aanzien van het ontbonden lichaam op de voet van artikel 13d berekende liquidatieverlies mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 13d negende lid onderdelen a en c 3 Indien tot de voortgezette onderneming of het voortgezette gedeelte van de onderneming een in het buitenland gedreven onderneming behoort waarvan het saldo van de positieve en negatieve bedragen aan winst waarop de in artikel 15e geregelde objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten van toepassing is op het tijdstip van aanvang van de voortzetting negatief was wordt a het in aanmerking te nemen liquidatieverlies bedoeld in het eerste lid verminderd met het stakingsverlies bedoeld in artikel 15i voor zover dat verlies in aftrek is gekomen en heeft geleid tot een winstvermindering b de in het tweede lid bedoelde verhoging van het opgeofferde bedrag verminderd met het op de voet van artikel 15j naar die deelneming doorgeschoven saldo voor zover dit saldo bij die deelneming als stakingsverlies als bedoeld in artikel 15i in aftrek is gekomen en heeft geleid tot een winstvermindering Artikel 13h Indien bij het bepalen van de in een jaar genoten winst ten aanzien van de belastingplichtige met toepassing van artikel 3 55 3 56 of 3 57 van de Wet inkomstenbelasting 2001 een voordeel uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen die geen deelneming vormen niet in aanmerking is genomen terwijl de door hem verkregen aandelen of winstbewijzen op het tijdstip van de aandelenfusie of de overgang onder algemene titel in het kader van een fusie of een splitsing van een rechtspersoon dan wel op enig tijdstip daarna wel een deelneming vormen of tot een deelneming gaan behoren a vindt de deelnemingsvrijstelling geen toepassing op positieve voordelen uit hoofde van die deelneming met uitzondering van uitkeringen van winst tot het bedrag van het voordeel dat met toepassing van een van de genoemde artikelen buiten aanmerking is gebleven behalve voorzover het voordeel al eerder in aanmerking is genomen b wordt voor de bepaling van het opgeofferde bedrag bedoeld in artikel 13d de verkrijgingsprijs niet hoger gesteld dan het bedrag hetwelk de belastingplichtige voor de in het kader van de aandelenfusie de juridische splitsing of de juridische fusie vervreemde aandelen of winstbewijzen heeft opgeofferd Artikel 13i 1 Indien de belastingplichtige aandelen of winstbewijzen die een deelneming vormen in het kader van een aandelenfusie als bedoeld in artikel 3 55 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vervreemdt a wordt het voor de aandelen of winstbewijzen die in het kader van de fusie worden verkregen opgeofferde bedrag bedoeld in artikel 13d niet hoger gesteld dan het bedrag dat voor de vervreemde aandelen of winstbewijzen is opgeofferd b wordt een geldlening waarop artikel 10a eerste lid van toepassing is die verband houdt met de vervreemde aandelen geacht verband te houden met de aandelen of winstbewijzen die in het kader van de fusie worden verkregen 2 Indien het voordeel uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen ingevolge artikel 3 55 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet in aanmerking wordt genomen a treden de aandelen of winstbewijzen die in het kader van de fusie worden verkregen ingeval deze een deelneming vormen in de plaats van de aandelen of winstbewijzen die in het kader van de fusie worden vervreemd b worden de verkregen aandelen of winstbewijzen ingeval deze geen deelneming vormen in afwijking in zoverre van het genoemde artikel te boek gesteld op de waarde in het economische verkeer verminderd met het bedrag dat ingevolge het tweede lid van dat artikel buiten aanmerking is gebleven Artikel 13j 1 Indien vermogen van een rechtspersoon waarin de belastingplichtige een deelneming heeft in het kader van een splitsing onder algemene titel overgaat wordt de in artikel 3 56 eerste lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 bedoelde vervreemding van aandelen en schuldvorderingen geacht te hebben plaatsgevonden aan een met de belastingplichtige en de splitsende rechtspersoon verbonden lichaam 2 Het voor de aandelen in de splitsende rechtspersoon opgeofferde bedrag bedoeld in artikel 13d tweede lid wordt voor een evenredig gedeelte toegerekend aan de door de verkrijgende rechtspersonen uitgereikte aandelen Indien de splitsende rechtspersoon na de splitsing blijft bestaan wordt het voor de aandelen in de splitsende rechtspersoon opgeofferde bedrag in dezelfde mate verminderd 3 Een geldlening waarop artikel 10a eerste lid van toepassing is en die verband houdt met de aandelen die de belastingplichtige in de splitsende rechtspersoon heeft wordt geacht verband te houden met de aandelen die de belastingplichtige direct na de splitsing heeft op de bij de splitsing betrokken rechtspersonen 4 Indien het voordeel bij de splitsing ingevolge artikel 3 56 tweede lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet in aanmerking wordt genomen a treden de aandelen die de belastingplichtige direct na de splitsing in de splitsende en verkrijgende rechtspersonen heeft ingeval deze een deelneming vormen in de plaats van de aandelen die de belastingplichtige ten tijde van de splitsing in de splitsende rechtspersoon heeft b worden de aandelen die de belastingplichtige direct na de splitsing in de splitsende en de verkrijgende rechtspersonen heeft voorzover deze geen deelneming vormen in afwijking in zoverre van het derde lid van het genoemde artikel te boek gesteld voor de waarde in het economische verkeer verminderd met het voordeel dat niet in aanmerking is genomen 5 De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing indien in het kader van de splitsing aandelen worden uitgereikt a aan een ander lichaam dan de belastingplichtige of b door een andere rechtspersoon dan de rechtspersoon op wie de vermogensbestanddelen onder algemene titel overgaan Artikel 13k 1 Indien het vermogen van een rechtspersoon waarin de belastingplichtige een deelneming heeft in het kader van een fusie onder algemene titel overgaat wordt de in artikel 3 57 eerste lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 bedoelde vervreemding van aandelen en schuldvorderingen geacht te hebben plaatsgevonden aan een met de belastingplichtige en de verdwijnende rechtspersoon verbonden lichaam 2 Het voor de aandelen in de verkrijgende rechtspersoon opgeofferde bedrag bedoeld in artikel 13d wordt niet hoger gesteld dan het bedrag dat is opgeofferd voor de aandelen in de verdwijnende rechtspersoon 3 Een geldlening waarop artikel 10a eerste lid van toepassing is en die verband houdt met de aandelen die de belastingplichtige in de verdwijnende rechtspersoon heeft wordt geacht verband te houden met de aandelen die de belastingplichtige direct na de fusie in de verkrijgende rechtspersoon heeft 4 Indien het voordeel bij de fusie ingevolge artikel 3 57 tweede lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet in aanmerking wordt genomen a treden de in het kader van de fusie verkregen aandelen ingeval deze een deelneming vormen in de plaats van de aandelen die de belastingplichtige ten tijde van de fusie in de verdwijnende rechtspersoon heeft b worden de in het kader van de fusie verkregen aandelen ingeval deze geen deelneming vormen in afwijking in zoverre van het derde lid van het genoemde artikel te boek gesteld voor de waarde in het economische verkeer verminderd met het voordeel dat niet in aanmerking is genomen 5 Indien de belastingplichtige tevens de verkrijgende rechtspersoon is vindt artikel 3 57 tweede lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 geen toepassing Onze Minister kan op een voor de fusie gedaan verzoek van de belastingplichtige onder door hem te stellen voorwaarden de inspecteur toestaan het voordeel dat als gevolg van de in het eerste lid bedoelde vervreemding tot uitdrukking komt geheel of ten dele buiten aanmerking te laten De in de tweede volzin bedoelde voorwaarden mogen slechts strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van belasting welke verschuldigd zou zijn of zou worden indien die volzin buiten toepassing zou blijven De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking 6 De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing indien in het kader van de fusie aandelen worden uitgereikt door een andere rechtspersoon dan de rechtspersoon op wie de vermogensbestanddelen onder algemene titel overgaan Afdeling 2 6 Bedrijfsfusie Artikel 14 1 De belastingplichtige die zijn gehele onderneming of een zelfstandig onderdeel van een onderneming overdraagt overdrager aan een ander lichaam dat reeds belastingplichtig is of door de overname belastingplichtig wordt overnemer tegen uitreiking van aandelen in de overnemer bedrijfsfusie behoeft de winst behaald met of bij de overdracht niet in aanmerking te nemen mits voor het bepalen van de winst bij de overdrager en de overnemer dezelfde bepalingen van toepassing zijn de overnemer niet op de voet van artikel 20 aanspraak kan maken op voorwaartse verrekening van verliezen op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten op toepassing van de innovatiebox op toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten op toepassing van de deelnemingsverrekening of op toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten en latere heffing is verzekerd Indien de winst niet in aanmerking wordt genomen treedt de overnemer ten aanzien van alle vermogensbestanddelen die in het kader van de bedrijfsfusie zijn verkregen in de plaats van de overdrager 2 Bestaat voor de overnemer aanspraak op voorwaartse verrekening van verliezen op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten op toepassing van de innovatiebox op toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten op toepassing van de deelnemingsverrekening of op toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten zijn voor het bepalen van de winst niet dezelfde bepalingen van toepassing of kan de belastingheffing uit anderen hoofde alleen met behulp van nadere voorwaarden worden verzekerd dan kan Onze Minister op gezamenlijk verzoek van de overdrager en de overnemer onder te stellen nadere voorwaarden de inspecteur belast met de aanslagregeling van de overdrager toestaan de winst behaald met of bij de overdracht geheel of ten dele buiten aanmerking te laten Daarbij treedt de overnemer ten aanzien van al hetgeen in het kader van de overdracht is verkregen voorzover daaraan geen nadere voorwaarden zijn gesteld in de plaats van de overdrager Het verzoek wordt voor de overdracht gedaan bij de in de vorige volzin bedoelde inspecteur die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist 3 Indien de winst op de voet van het eerste of het tweede lid buiten aanmerking blijft en de in het kader van de bedrijfsfusie verkregen aandelen een deelneming vormen wordt het voor die aandelen opgeofferde bedrag gesteld op de fiscale boekwaarde van het overgedragen vermogen verminderd met de daarin begrepen reserves bedoeld in de artikelen 3 53 en 3 54 van de Wet inkomstenbelasting 2001 4 In afwijking van het eerste en het tweede lid wordt de winst wel in aanmerking genomen indien de bedrijfsfusie in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing De bedrijfsfusie wordt tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing indien deze niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen zoals herstructurering of rationalisering van de actieve werkzaamheden van de overdrager en de overnemer Indien aandelen in de overdrager dan wel in de overnemer binnen drie jaar na de overdracht geheel of ten dele direct of indirect worden vervreemd aan een lichaam dat niet met de overdrager en de overnemer is verbonden worden zakelijke overwegingen niet aanwezig geacht tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt 5 Ten aanzien van een fonds voor gemene rekening zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing in geval van overgang van bezittingen van dat fonds 6 Voor de toepassing van dit artikel worden met aandelen gelijkgesteld winstbewijzen bewijzen van deelgerechtigdheid of lidmaatschapsrechten 7 De in het tweede lid bedoelde voorwaarden mogen slechts strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van belasting die verschuldigd zou zijn of zou worden indien het tweede of het vijfde lid buiten toepassing zou blijven Voorts kunnen voorwaarden worden gesteld die betrekking hebben op het bepalen van de in een jaar genoten winst de toelaatbare reserves de verrekening van verliezen de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten de toepassing van de innovatiebox de toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten de toepassing van de deelnemingsverrekening of de toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten en kunnen voorwaarden worden gesteld indien de waarde in het economische verkeer van de overgedragen vermogensbestanddelen op het tijdstip van de bedrijfsfusie lager is dan de boekwaarde van deze vermogensbestanddelen 8 De overdrager die zekerheid wenst omtrent de vraag of de bedrijfsfusie niet wordt geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing kan voor de overdracht een verzoek indienen bij de inspecteur die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist 9 De overdrager of de overnemer die voorafgaande aan een voorgenomen vervreemding van aandelen als bedoeld in de laatste volzin van het vierde lid zekerheid wil hebben omtrent de vraag of niettegenstaande de vervreemding aannemelijk is dat de overdracht niet in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing kan een verzoek indienen bij de inspecteur die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist Afdeling 2 7 Splitsing en juridische fusie Artikel 14a 1 Indien vermogen van een belastingplichtige onder algemene titel in het kader van een splitsing overgaat de splitsende rechtspersoon wordt a indien de splitsende rechtspersoon ophoudt te bestaan de splitsende rechtspersoon geacht zijn vermogensbestanddelen ten tijde van de splitsing te hebben overgedragen aan de rechtspersonen waarop deze vermogensbestanddelen onder algemene titel overgaan verkrijgende rechtspersonen en ten tijde van de splitsing te zijn opgehouden uit zijn onderneming in Nederland belastbare winst te genieten b indien de splitsende rechtspersoon blijft bestaan de splitsende rechtspersoon geacht de vermogensbestanddelen die in het kader van de splitsing overgaan ten tijde van de splitsing te hebben overgedragen aan de rechtspersoon of rechtspersonen waarop deze vermogensbestanddelen onder algemene titel overgaan verkrijgende rechtspersoon respectievelijk verkrijgende rechtspersonen 2 De winst behaald als gevolg van het eerste lid behoeft niet in aanmerking te worden genomen mits voor het bepalen van de winst bij de splitsende rechtspersoon en de verkrijgende rechtspersonen dezelfde bepalingen van toepassing zijn noch bij de splitsende rechtspersoon indien deze ophoudt te bestaan noch bij de verkrijgende rechtspersoon aanspraak bestaat op voorwaartse verrekening van verliezen op de voet van artikel 20 op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten op toepassing van de innovatiebox op toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten op toepassing van de deelnemingsverrekening of op toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten en latere heffing is verzekerd Indien de winst buiten aanmerking blijft treedt de verkrijgende rechtspersoon met betrekking tot al hetgeen in het kader van de splitsing is verkregen in de plaats van de splitsende rechtspersoon 3 Ingeval niet is voldaan aan de in het tweede lid eerste volzin bedoelde vereisten kan onze Minister op een gezamenlijk voor de splitsing gedaan verzoek van de splitsende rechtspersoon en de verkrijgende rechtspersonen onder door hem te stellen voorwaarden de inspecteur belast met de aanslagregeling van de splitsende rechtspersoon toestaan de winst behaald als gevolg van het eerste lid geheel of ten dele buiten aanmerking te laten Daarbij treedt de verkrijgende rechtspersoon met betrekking tot al hetgeen in het kader van de splitsing is verkregen voorzover daaraan geen voorwaarden zijn gesteld in de plaats van de splitsende rechtspersoon De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking waarin de in de eerste volzin bedoelde voorwaarden zijn opgenomen 4 Indien de winst niet in aanmerking wordt genomen en de verkrijgende rechtspersoon aandelen uitreikt aan de splitsende rechtspersoon wordt indien de uitgereikte aandelen een deelneming vormen het voor die aandelen opgeofferde bedrag gesteld op de fiscale boekwaarde van het vermogen dat in het kader van de splitsing overgaat verminderd met de daarin begrepen reserves als bedoeld in de artikelen 3 53 en 3 54 van de Wet inkomstenbelasting 2001 5 De in het derde lid bedoelde voorwaarden mogen slechts strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van belasting welke verschuldigd zou zijn of zou worden indien de eerste volzin van het derde lid buiten toepassing zou blijven Voorts kunnen voorwaarden worden gesteld die betrekking hebben op het bepalen van de in een jaar genoten winst van de verkrijgende rechtspersoon de toelaatbare reserves de verrekening van verliezen de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten de toepassing van de innovatiebox de toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten de toepassing van de deelnemingsverrekening of de toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten en kunnen voorwaarden worden gesteld indien de waarde in het economisch verkeer van de vermogensbestanddelen die onder algemene titel overgaan op het tijdstip van de overgang lager is dan de boekwaarde van deze vermogensbestanddelen 6 Het tweede lid respectievelijk het derde lid eerste volzin is niet van toepassing indien de splitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing De splitsing wordt tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing indien de splitsing niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen zoals herstructurering of rationalisering van de actieve werkzaamheden van de splitsende en de verkrijgende rechtspersonen Indien aandelen in de gesplitste rechtspersoon dan wel in een verkrijgende rechtspersoon binnen drie jaar na de splitsing geheel of ten dele direct of indirect worden vervreemd aan een lichaam dat niet met de gesplitste rechtspersoon en met de verkrijgende rechtspersonen is verbonden worden zakelijke overwegingen niet aanwezig geacht tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt 7 De verkrijgende rechtspersoon wordt ten tijde van de splitsing als een met de belastingplichtige verbonden lichaam aangemerkt 8 De splitsende rechtspersoon die zekerheid wil hebben omtrent de vraag of de splitsing niet wordt geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing kan voor de splitsing een verzoek indienen bij de inspecteur die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist 9 De gesplitste rechtspersoon of de verkrijgende rechtspersoon die voorafgaande aan een voorgenomen vervreemding van aandelen als bedoeld in het zesde lid laatste volzin zekerheid wil hebben omtrent de vraag of niettegenstaande de vervreemding aannemelijk is dat de splitsing niet in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing kan een verzoek indienen bij de inspecteur die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist 10 Voor de toepassing van dit artikel worden met aandelen gelijk gesteld winstbewijzen bewijzen van deelgerechtigdheid en lidmaatschapsrechten 11 Het tweede tot en met het tiende lid vinden slechts toepassing indien de splitsende en de verkrijgende rechtspersonen in Nederland zijn gevestigd of in de zin van artikel 3 55 vijfde lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie of een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 12 Renten kosten en valutaresultaten daaronder begrepen ter zake van schulden die voortvloeien uit een overeenkomst van geldlening of een daarmee vergelijkbare overeenkomst waarbij rente in aanmerking wordt genomen bij het bepalen van de winst en die verband houden met de verwerving van een belang in een lichaam overnameschulden komen in gevallen waarbij na de splitsing zowel de overnameschuld als het vermogen van het lichaam waarin een belang is verworven deel zijn gaan uitmaken van het vermogen van eenzelfde lichaam slechts in aftrek tot het bedrag dat de winst van het lichaam dat de schuld heeft opgenomen zou hebben belopen indien de splitsing niet zou hebben plaatsgevonden 13 Voor de toepassing van het twaalfde lid is artikel 15ad tweede tot en met achtste lid van overeenkomstige toepassing 14 Het twaalfde lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot renten van schulden welke verband houden met de verwerving van aandelen die in het kader van de splitsing zijn uitgegeven dan wel met terugbetaling op aandelen in het kader van de splitsing Artikel 14b 1 Indien vermogen van een belastingplichtige onder algemene titel in het kader van een fusie overgaat de verdwijnende rechtspersoon wordt de verdwijnende rechtspersoon geacht zijn vermogensbestanddelen ten tijde van de fusie te hebben overgedragen aan de rechtspersoon waarop deze vermogensbestanddelen onder algemene titel overgaan verkrijgende rechtspersoon en ten tijde van de fusie te zijn opgehouden uit de onderneming in Nederland belastbare winst te genieten 2 De winst behaald als gevolg van het eerste lid behoeft niet in aanmerking te worden genomen mits voor het bepalen van de winst bij de verdwijnende rechtspersoon en de verkrijgende rechtspersoon dezelfde bepalingen van toepassing zijn bij geen van deze rechtspersonen aanspraak bestaat op voorwaartse verrekening van verliezen op de voet van artikel 20 op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten op toepassing van de innovatiebox op toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten op toepassing van de deelnemingsverrekening of op toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten en latere heffing is verzekerd Indien de winst buiten aanmerking blijft treedt de verkrijgende rechtspersoon met betrekking tot al hetgeen in het kader van de fusie is verkregen in de plaats van de verdwijnende rechtspersoon 3 Ingeval niet is voldaan aan de in het tweede lid eerste volzin bedoelde vereisten kan onze Minister op een gezamenlijk voor de fusie gedaan verzoek van de verdwijnende rechtspersoon en de verkrijgende rechtspersoon onder door hem te stellen voorwaarden de inspecteur belast met de aanslagregeling van de verdwijnende rechtspersoon toestaan de winst behaald als gevolg van het eerste lid geheel of ten dele buiten aanmerking te laten Daarbij treedt de verkrijgende rechtspersoon met betrekking tot al hetgeen in het kader van de fusie is verkregen voorzover daaraan geen voorwaarden zijn gesteld in de plaats van de verdwijnende rechtspersoon De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking waarin de in de eerste volzin bedoelde voorwaarden zijn opgenomen 4 De in het derde lid bedoelde voorwaarden mogen slechts strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van belasting welke verschuldigd zou zijn of zou worden indien de eerste volzin van het derde lid buiten toepassing zou blijven Voorts kunnen voorwaarden worden gesteld die betrekking hebben op het bepalen van de in een jaar genoten winst van de verkrijgende rechtspersoon de toelaatbare reserves de verrekening van verliezen de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten de toepassing van de innovatiebox de toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten de toepassing van de deelnemingsverrekening of de toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten en kunnen voorwaarden worden gesteld indien de waarde in het economische verkeer van de vermogensbestanddelen die onder algemene titel overgaan op het tijdstip van de overgang lager is dan de boekwaarde van deze vermogensbestanddelen 5 Het tweede lid respectievelijk het derde lid eerste volzin is niet van toepassing indien de fusie in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing De fusie wordt tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing indien de fusie niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen zoals herstructurering of rationalisering van de actieve werkzaamheden van de verdwijnende en de verkrijgende rechtspersoon 6 De verkrijgende rechtspersoon wordt ten tijde van de fusie als een met de belastingplichtige verbonden lichaam aangemerkt 7 De verdwijnende rechtspersoon die zekerheid wil hebben omtrent de vraag of de fusie niet wordt geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing kan voor de fusie een verzoek indienen bij de inspecteur die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist 8 Het tweede tot en met het zevende lid vinden slechts toepassing indien de verdwijnende en de verkrijgende rechtspersoon in Nederland zijn gevestigd of in de zin van artikel 3 55 vijfde lid Wet inkomstenbelasting 2001 zijn gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie of een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 9 Renten kosten en valutaresultaten daaronder begrepen ter zake van schulden die voortvloeien uit een overeenkomst van geldlening of een daarmee vergelijkbare overeenkomst waarbij rente in aanmerking wordt genomen bij het bepalen van de winst en die verband houden met de verwerving van een belang in een lichaam overnameschulden komen in gevallen waarbij na de fusie zowel de overnameschuld als het vermogen van het lichaam waarin een belang is verworven deel zijn gaan uitmaken van het vermogen van eenzelfde lichaam slechts in aftrek tot het bedrag dat de winst van het lichaam dat de schuld heeft opgenomen zou hebben belopen indien de fusie niet zou hebben plaatsgevonden 10 Voor de toepassing van het negende lid is artikel 15ad tweede tot en met achtste lid van overeenkomstige toepassing 11 Het negende lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot renten van schulden welke verband houden met de verwerving van aandelen die in het kader van de fusie zijn uitgegeven dan wel met terugbetaling op aandelen in het kader van de fusie Afdeling 2 8 Geruisloze terugkeer uit BV Artikel 14c 1 Indien een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die uitsluitend natuurlijke personen als aandeelhouder heeft wordt ontbonden en de door de vennootschap gedreven onderneming door de aandeelhouders wordt voortgezet kan Onze Minister op gezamenlijk verzoek van de belastingplichtige en de voortzettende aandeelhouders onder door hem nader te stellen voorwaarden toestaan dat de winst die bij of als gevolg van de ontbinding tot uitdrukking komt niet in aanmerking wordt genomen De aandeelhouders treden met betrekking tot de vermogensbestanddelen waarmee zij de onderneming voortzetten en die zij in het kader van de ontbinding verkrijgen ieder voor zijn gedeelte in de plaats van de belastingplichtige behalve voorzover bij de te stellen voorwaarden anders is bepaald 2 Indien a bij de belastingplichtige de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten bedoeld in artikel 15e van toepassing is en de ontbinding zonder toepassing van het eerste lid zou leiden tot een stakingsverlies op de voet van artikel 15i kan de belastingplichtige in afwijking in zoverre van het eerste lid dit verlies onder nader te stellen voorwaarden in aanmerking nemen b de belastingplichtige aanspraak kan maken op voorwaartse verrekening van verliezen blijft de in het eerste lid bedoelde winst slechts buiten aanmerking voor zover deze uitgaat boven die verliezen Voor zover de winst bedoeld in het eerste lid wel in aanmerking wordt genomen vindt een verhoging van boekwaarden van bezittingen of opheffing van fiscale reserves plaats 3 Voorzover na toepassing van het tweede lid verliezen nog niet zijn verrekend worden deze voor 20 45 deel aangemerkt als ondernemingsverlies in de zin van artikel 3 148 tweede lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 van de aandeelhouders die de onderneming voortzetten Een en ander voorzover aannemelijk is dat dit verlies is geleden in de uitoefening van de onderneming die wordt voortgezet Het verlies wordt door de inspecteur vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking 4 Het eerste lid is niet van toepassing a voorzover de vermogensbestanddelen en fiscale reserves van de belastingplichtige niet kunnen gaan behoren tot het vermogen waarmee de onderneming door de aandeelhouders wordt voortgezet b indien de naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid niet in Nederland is gevestigd behoudens indien de vennootschap een onderneming drijft met behulp van een in Nederland aanwezige vaste inrichting en 1 het heffingsrecht over de uit die onderneming genoten winst ingevolge de Belastingregeling voor het Koninkrijk de Belastingregeling voor het land Nederland dan wel een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting aan Nederland is toegewezen en 2 de plaats van de werkelijke leiding van de vennootschap is gelegen op de BES eilanden of in een in het achtste lid bedoeld land of bedoelde staat 5 Voor de toepassing van dit artikel a wordt onder een aandeelhouder die voortzet verstaan een aandeelhouder bij wie de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen vanaf het tijdstip dat deze vermogensbestanddelen hem aangaan behoren tot het vermogen van een onderneming met betrekking waartoe hij ondernemer als bedoeld in artikel 3 4 van de Wet Inkomstenbelasting 2001 of medegerechtigde als bedoeld in artikel 3 3 eerste lid onderdeel a van die wet is b worden met aandeelhouders gelijkgesteld houders van winstbewijzen die medegerechtigd zijn tot het vermogen van de vennootschap 6 De in het eerste lid bedoelde voorwaarden mogen slechts strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting die verschuldigd zouden zijn of zouden worden indien het eerste lid buiten toepassing zou blijven Voorts kunnen aan de voortzettende aandeelhouder voorwaarden worden gesteld die betrekking hebben op de in een jaar genoten winst de toelaatbare reserves en kunnen voorwaarden worden gesteld indien de waarde in het economische verkeer van de vermogensbestanddelen op het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan het voortzetten van de onderneming voor rekening van de aandeelhouders lager is dan de boekwaarde van deze vermogensbestanddelen Indien de onderneming door meerdere aandeelhouders wordt voortgezet wordt in de voorwaarden bepaald dat de verliezen bedoeld in het derde lid naar rato van het belang van een ieder in de belastingplichtige worden toegerekend Tevens kunnen voorwaarden worden gesteld die betrekking hebben op de verdeling van de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen over de voortzettende aandeelhouders en de voortgang van de vereffening van het vermogen van de belastingplichtige Tenslotte kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de financiering van de onderneming bij aanvang van het voortzetten door de aandeelhouder indien de vennootschap voor de overdracht van vermogensbestanddelen waarmee de aandeelhouder de onderneming wil voortzetten een tegenprestatie ontvangt 7 Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt voor de ontbinding van belastingplichtige gedaan bij de inspecteur belast met de aanslagregeling van de belastingplichtige De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking waarin de in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn opgenomen 8 Voor de toepassing van dit artikel wordt met een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid gelijkgesteld een rechtspersoon met een in aandelen verdeeld kapitaal die a is opgericht naar het op de BES eilanden geldende recht dan wel het recht van Aruba Curaçao Sint Maarten een lidstaat van de Europese Unie of een staat in de relatie waarmee een met

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/vennootschapsbelasting/wet-op-de-vennootschapsbelasting-1969 (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 - Belasting Collectief Nederland
    van kunst en wetenschap Vrijstelling rechten op roerende zaken krachtens erfrecht Vrijstelling kapitaalverzekering Vrijstelling banksparen Vrijstelling contant geld en vergelijkbare vermogensrechten Vrijstelling spaarloonregeling Vrijstelling kortlopende termijnen Vrijstelling maatschappelijke beleggingen Vrijstelling beleggingen in durfkapitaal Vrijstelling culturele beleggingen Vrijstelling MKB belegging Vrijstelling overdragen Vrijstellingen deel 1 Levenslooptegoed Levenslooprekening onbelast in box 3 Waardering bezittingen Verrekening dividendbelasting Verrekening dividendbelasting in Box 3 Dividendbelasting op stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht Persoonsgebonden aftrek Box 3 en de persoonsgebonden aftrek Persoonsgebonden aftrek Toerekening persoonsgebonden aftrek aan box inkomen Toerekening persoonsgebonden aftrek aan de andere boxen in de IB Uitgaven voor onderhoudsverplichtigen Alimentatie aan ex echtgenoot Alimentatie aan kinderen Alimentatie in vorm van huisvesting Afkoop van alimentatie Bijstandsverhaal Verrekening pensioenrechten door betaling lijfrentepremie Periodieke uitkering als schadevergoeding Uitgaven op grond van dwingende morele verplichting Uitgaven voor onderhoudsverplichtigen Aftrekbare giften Aftrekbare giften Uitgestelde giften Periodieke giften Andere giften Doorschuiving persoonsgebonden aftrek Verliezen op beleggingen in durfkapitaal Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen Uitgaven voor specifieke zorgkosten Uitgaven voor specifieke zorgkosten Personen die zich kwalificeren voor specifieke zorgkosten Negatieve persoonsgebonden aftrek Niet aftrekbare drempel Weekenduitgaven voor gehandicapten Scholingsuitgaven Scholingsuitgaven Geen scholingsuitgaven Drempelbedrag en maximaal aftrekbaar bedrag scholingsuitgaven Uitgaven voor Rijksmonumentpanden Uitgaven voor Rijksmonumentenpanden Rijksmonument die een eigen woning is in box 1 Rijksmonument in box 3 Begrip onderhoudskosten Fiscale partners en niet aftrekbare drempel Wetsvoorstel aftrek monumentenuitgaven voor buitenlandse belastingplichtigen Fiscalisten Blogs en kantoren Blog door fiscalisten Aftrekcorrectie privégebruik auto ondernemer richtlijnconform Artikel 10 Successiewet oud niet van toepassing op ik opa vordering Teruggaaf van btw op kerstpakketten 2011 door gedeeltelijk vrijgestelde ondernemers Economische crisis en de belastingontvanger Is de werkkostenregeling nog wel aantrekkelijk Hoe krijg ik mijn in Duitsland betaalde BTW terug Belastingplan 2012 De zorgvrijstelling in de vennootschapsbelasting Woningcorporatie is anbi Uitbreiding defiscalisering inkomstenbelasting vanaf 1 januari 2012 Elektronisch factureren nu ook in Duitsland Belgische BTW beurzen Sinterklaasfeest en de werkkostenregeling Limited liability partnership Nieuwe regeling rechtsbescherming tegen controlehandelingen Verhoging ZVW bijdrage inkomen 2012 onder de loep Belgische achterhoede gevechten i p v ernstige begroting Negatief loon verrekenen Tegemoetkoming Staatssecretaris verhult verkeerde uitleg art 10 Successiewet De informatieverplichting een suppletie die geen verbetering is Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen Fruitmand en rouwkrans Aankoop van een vakantiehuis in Duitsland Bijtelling te voorkomen door dubbel leasecontract Te weinig geld in BV om pensioen eigen beheer uit te keren Scheepvaart CV gebruikmaking van willekeurige afschrijving Nieuw besluit bestrijding en ontmanteling APV s Auto van de zaak de bovennormbijdrage Struisvogels en tandprothesen De verraderlijke eigenschappen van de Duitse omzetbelasting De werkplek Belastingdienst Toeslagen maakt fraude mogelijk met toeslagen Politieke vertoning in België toch meer dan louter een taaltegenstelling tussen Vlamingen en Walen Overdracht van de woning door ouders aan kinderen gunstig of juist niet Gereglementeerde beroepstitels inzake boekhoudkundige en fiscale beroepen in België Over het kijken naar een aap apekool en de verhoging van het btw tarief voor podiumkunsten De dure verzuimboete voor een te laat ingediende aangifte vennootschapsbelasting Vrijstelling overdrachtsbelasting ook voor BV met bouwterrein VAR verklaring de misverstanden de oplossing Duitse Grondbelasting Grundsteuer Memo inzake integratieheffing Zachte heelmeesters maken stinkende wonden Sloopconstructie en economische eigendomsoverdracht Wat zal de rechtsbescherming bij de informatieplicht in de praktijk betekenen Welke rechtsmiddelen heeft u als de belastingontvanger het verzoek om een betalingsregeling afwijst Duitse loonbelasting Algemeen verweer tegen aansprakelijkstelling Bestuurdersaansprakelijkheid meld tijdig betalingsonmacht Aansprakelijkheid en de bedoeling van de wet Het MKB heeft gezond inkopen nog niet ontdekt Lening van BV aan DGA voor rentevoordeel onbelast Levering digitaal fotoboek belast met 6 btw Belastingplicht in Duitsland beschränkte resp unbeschränkte Steuerpflicht De fiscale risicoaansprakelijkheid Hoge boetes bij te laat indienen van een belastingaangifte Is de meldingsplicht bij de bestuurdersaansprakelijkheid onevenredig Aansprakelijkheid bij vervreemding van aandelen Cross boarder leasing zonder btw Het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland Geen interne levering bij inpandige verbouwing Bestuurdersaansprakelijkheid ver van uw bed of dichterbij dan u dacht Fiscale boetes voorkomen beter dan genezen Wettelijk minimumloon stijgt per 1 juli 2012 Lenteakkoord 2012 en loonheffingen Met een kanonskogel een vlieg doden Verzekeringsplicht Tweede woning Zwitserland Wijzigingen in de Duitse BTW wetgeving Goed lobbywerk van het Verbond van Verzekeraars 808 vergoeding voor aanslag van 6 Vernederlandsing van Belgische autofiscaliteit Reactivering vermogensbelasting in Spanje 2012 2013 Fiscale Highlight Stabiliteitsprogramma Crisismaatregel 2012 Let op bij creatief gebruik van verrekenprijzen E Bilanz ofwel elektronische balans Kantoren Friesland Customs Knowledge in Heerenveen Arjo Groenendijk Bart Boersma Bram van Breukelen Geert Koevoets Sander van Lent De Vries c s Tax Advisors in Beetsterzwaag Joost Muller Jan Jaap de Vries Priore in Heerenveen mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Priore in Workum mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Rien Vink Loonheffingen in Engwierum Rien Vink Scheidingsfiscalist T van der Wal in Beetsterzwaag Tiny van der Wal Smids en Schakel in Leeuwarden Peter Steenhuis Marieke van der Veer Corine van der Maden LEXX Advocaten in Leeuwarden Mr Martijn S Dunant Maurits Tóth Belastingadvies Andries Tóth Eikenaar Belastingadvies in Drachten Ed Eikenaar Groningen Stetler in Haren Wim Dijkstra HS26 Advocatuur in Groningen Gerhard Sjobbema Caraad Belastingadviseurs in Groningen Wietze Hoekstra Martijn Thalen Rutger Hotsma Bastide in Groningen Petrus Zijlstra Drenthe Consensio in Zuidlaren Gonard Wagenaar Bloemsma Faassen in Assen Willem Faassen Anne Marc van de Wal Gelderland Kleijsen Cortenbach Kuijpers LLP in Nijmegen P E Art and Tax in Doetinchem Peter Kleinreesink ScholsBurgerhartSchols in Nijmegen Mr dr W Burgerhart Prof dr B M E M Schols Prof mr F W J M Schols Van Lienden Kooistra in Barneveld Eric Jan Sobels Jonne Tijssen Noord Brabant De Vries Partners in Valkenswaard Hans van Kuyk Wesselman in Eindhoven Bert Bogie Wesselman in Helmond Bert Bogie Lucas Belastingadvies in Den Bosch Jurrian Lucas Ooms Partners in Breda drs Marco Ooms mr Hans Seijkens Limburg Rebastion in Maastricht Frodo Oude Groeniger Rob Engelbert Wesselman in Weert Bert Bogie Noord Holland HDK Advocaten en Fiscalisten in Amsterdam Roy Vliese Pavel der Kinderen MB Legal Tax in Alkmaar F van Elk FB Fedor mr drs J D Hoogendoorn RA Jaap J Beijert Jan MB Legal Tax in Middenbeemster mr M F Marco Bezoet de Bie mr J D M J den Boer RA CRAd Schut en Bruggink Estate Planners in Haarlem Paul Schut Marian Bruggink Rogier Pak Abel Advisory in Amsterdam Frank Schwarte Joost Lagerberg AsjesBisseling in Amsterdam Arjan Bisseling B B Accountants in Den Burg De Bont Advocaten in Amsterdam prof mr G J M E de Bont mr J M Sitsen mr M B Weijers mr P de Haas VanOoijen in Haarlem Adriaan Daniels Ognjen Soldat Just Tax in Nieuw Vennep Utrecht AccountantsTEAM in Utrecht Joost Rietveld Pay Check in Houten Pieter Miedema Fiscaal Jurist in Baarn Pieter Miedema Overijssel ELBERT fiscaal in Hengelo mr H A Elbert Beersen Grandiek in Hengelo Mr V J Vincent Grandiek Cervus Belastingadvies in Zwolle mr H A Elbert EVFA in Deventer Eric Versteegh Zuid Holland Scientia Fiscalis in Alblasserdam Yvonne Tigelaar Klootwijk Van Driel Fruijtier in Dordrecht MB Internationaal in Rotterdam Zeeland Rijkse Partners Belastingadviseurs in Middelburg Curacao Wesselman in Curaçao Bert Bogie Duitsland Strick Rechtsanwälte Steuerberater in Kleve Anton Ingenerf Frank J Lamers Sabine van Wickeren Lenk Christian Theissen Freddy B Heinzel Belgie Cobofisk in Gent Hendrik Huys Cobofisk in Aalter Luc Coopman Spanje Arcos Lamers Asociados in Marbella Wim Lamers Maite Arcos Kennisgroepen BTW specialisten Loonheffing specialisten Pensioen specialisten Estate Planning specialisten Formeel Belastingrecht specialisten Fusie Overname specialisten Herinvesteringsreserve specialisten Huwelijk Echtscheiding specialisten Innovatiebox specialisten Internationaal Belastingrecht specialisten Douane specialisten Auto van de zaak Sport Sprekers Cursussen Allround Auto van de zaak Bedrijfsoverdracht BTW Douane Estate Planning FFP VBI FBI Formeel belastingrecht Loonheffingen Pensioenen Partners Fiscaal Kenniscentrum Fiscaal up to Date Hoge Raad geeft happy end aan nasleep Van der Steen naheffingen van tafel Verhuur van theaterruimte was niet vrijgesteld van BTW Betalingsonmacht hoefde pas na aanmaning te worden gemeld HIR viel vrij wegens verkoop herinvesteringslichaam aan gelieerde BV Tbs regeling voor verhuur camping na verkoop aandelen aan schoonmoeder Leningconstructie taxpartners was ongewenste boxarbitrage Rechtbank torpedeert listige aandelenoptieconstructies DGA in Van der Steen f e niet aansprakelijk voor BTW van BV Overdrachtsbelasting vanaf 15 juni 2011 verlaagd naar 2 Verliesverrekeningsbeperking niet in strijd met EU recht Privégebruik auto per 1 juli 2011 fictieve dienst correctie los van IB en LB BTW bij levering terrein met reeds gestarte sloop van opstallen Don Bosco 30 Regeling voor na terugkeer genoten optievoordeel Fiscaal up to Date kennispartner van Belasting Collectief Nederland Werkzaamheid bij vastgoed eindigt in principe bij vervreemding Premies vrijwillige ANW vangnetverzekering niet aftrekbaar Sale lease back van school door gemeente misbruik van recht Melding betalingsonmacht liep niet door na onjuiste aangifte EHRM rekt zwijg en inzagerecht in fiscale boetezaak op Volgens staatssecretaris geen misstanden bij de Belastingdienst 30 regel voor na uitdiensttreding ontvangen optievoordeel Arresten over landbouwvrijstelling rechtvaardigden heretikettering niet Negeren van belaste winstuitkering in aanvullende aangifte was ambtelijk verzuim Navordering na fout in vooringevulde aangifte vernietigd Voorwaarde voor geruisloze inbreng buitenlandse ondernemer in strijd met EU recht Kostenvergoeding voor telefonisch horen in bezwaarfase Valutawinst op lening bij aankoop binnenlandse deelneming was niet vrijgesteld Eindheffing voor niet maatschappelijk aanvaardbare 55 plusregeling Lening omlaag die niet door bank zou zijn verstrekt was onzakelijk Verhuurde bovenverdiepingen vormden ondernemingsvermogen Herinvesteringsvoornemen concerndirectie toegerekend aan BV Erfbelasting over oudere WOZ waarde leidde tot buitensporige last Betalingen aan bestuursvoorzitter woningstichting waren resultaatsinkomen BOF ondanks afwezigheid van ondernemingsvermogen Studenten waren niet bij onderneming van vereniging in dienstbetrekking Geen verlaagd BTW tarief voor rondleiding in stadion Vrijstelling overdrachtsbelasting bij inbreng gold ook voor niet tbs deel pand Omzetcorrecties autosloperij in het kader van actie Klaproos Onzakelijke borgstelling in tbs sfeer leidde tot verlies uit a b Hogere ambtenaren Financiën willen naar systeem van voldoening op aangifte Geen pensioen in eigen beheer voor DGA met aandelen zonder stemrecht Hof Den Bosch legt met prejudiciële vragen bom onder CO2 heffing in BPM MKB winstvrijstelling gold ook na inbreng met terugwerkende kracht Beperking verrekening houdsterverliezen onterecht door geslaagd tegenbewijs Vruchtgebruikconstructie school was misbruik van recht Rechtbank Arnhem bedrijfsopvolging in SW is niet discriminerend Van der Steen arrest verhinderde aansprakelijkheid DGA niet Rechtbank had zaak volgens Hof zelf moeten afdoen Inspecteur mocht VAR loon afgeven in plaats van gevraagde VAR DGA Achterblijven pand verhinderde toepassing van bedrijfsfusiefaciliteit Regresvordering a b houder van meet af aan in box I 12 regeling voor ingevoerde gebruikte auto s niet EU proof Valutawinst op besmette lening na saldering vrijgesteld Bezwaarschriften worden toch inhoudelijk bekeken Fiscus gaat 90 van voorraad bezwaren blindelings volgen Hoge servicekosten deels van invloed op WOZ waarde van serviceflat Verkoop horecapand betekende nog geen staking Heffingsrente herzien volgens herzieningregels van aanslag Aanslag successierecht kon niet aan echtgenoten tezamen worden opgelegd Geen schadeplicht jegens fiscus na onjuiste etikettering pand Apart soort aandeel door verschil in stemrecht over winst Onderhandse schuldigerkenning verminderde verkrijging niet EU Hof onder voorwaarden akkoord met Nederlandse exitheffing Kwijtscheldingsverlies bij onzakelijke lening omlaag in tbs regeling Bij meerderheidsbelang wordt groepsrelatie voor thincapregeling verondersteld Korte huurperiode pand irrelevant bij overgang algemeenheid Ontbreken echtgenotenvrijstelling bij recht van overgang niet discriminerend Nota van door gemeente ingeschakele WOZ taxateur openbaar Cursus Belastingrecht voor niet fiscalisten Ontvanger mag niet bekendgemaakte aanslag niet invorderen Adviseur via kort geding verplicht tot informatieverstrekking Immateriële schadevergoeding na vernietiging navorderingsaanslag Fiscus moest onevenredig rentenadeel bij VA s compenseren Hof had beroep enkel vanwege undue delay ongegrond moeten verklaren Prejudiciële vragen over het begrip bouwterrein Revisierente onzuivere pensioenregeling vernietigd Kamervragen over problemen met verliesverrekening Vpb 2010 Niet tot ondernemingsvermogen behorende gelden verhinderde afwaardering in box I Intranet Modellen Overeenkomst van geldlening van durfkapitaal Overeenkomst rekening courant tussen DGA en BV NOTULEN Algemene vergadering aandeelhouders van bv met beperkte aansprakelijkheid Managementovereenkomst beheer BV 100 procent werk BV Arbeidsovereenkomst DGA Akte van cessie koop en verkoop van een vordering Akte geruisloze inbreng Aansprakelijkheidsverklaring Aandeelhoudersovereenkomst Wetteksten Inkomstenbelasting Wet op de inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Vennootschapsbelasting Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 Besluit Fiscale Eenheid 2003 Geruisloze terugkeer art 14c Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische fusie art 14b Wet Vpb standaardvoorwaarden Bedrijfsfusie art 14 Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische afsplitsing art 14a Wet Vpb standaardvoorwaarden Loonbelasting Wet op de loonbelasting 1964 Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 Omzetbelasting Wet op de omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 BUA Dividendbelasting Wet op de dividendbelasting 1965 Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting 1965 Successiewet Successiewet 1956 Uitvoeringsbesluit successiewet 1956 Uitvoeringsregeling schenk en erfbelasting Rechtsverkeer Wet op belastingen van rechtsverkeer Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer Bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht Besluit proceskosten bestuursrecht Algemene wet Algemene wet inzake rijksbelastingen Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst Invorderingswet Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling inleners keten en opdrachtgeversaansprakelijkheid Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 Internationaal belastingrecht Besluit voorkoming dubbele belastingen 2001 Voorkoming dubbele belasting onder toepassing van belastingverdragen Verdragen Type DTA Albanië in werking Argentinië in werking Armenië in werking Australië in werking Australië Tweede Protocol in werking Azerbeidzjan in werking Bahrein in werking Bangladesh in werking Barbados in werking Barbados Protocol in werking Belarus in werking België in werking België Protocol geratificeerd door nl Brazilië in werking BRK Aruba in werking BRK Cura çao in werking BRK Sint Maarten in werking Bulgarije in werking Canada in werking Canada Protocol in werking China in werking Denemarken in werking Duitsland in werking Duitsland Protocol 1 in werking Duitsland Protocol 2 in werking Duitsland Protocol 3 in werking Egypte in werking Estland in werking Estland Protocol 1 in werking Estland Protocol 2 in werking Filippijnen in werking Finland 1996 in werking Frankrijk 1973 in werking Frankrijk Protocol bij 1973 in werking Georgië in werking Ghana in werking Griekenland in werking Hongkong in werking Hongarije in werking Ierland in werking Ijsland in werking India in werking India Protocol ondertekend Indonesië 2002 in werking Israël in werking Israël Protocol in werking Italië Protocol in werking Japan 1970 beëindigd Japan 2010 in werking Japan Protocol beëindigd Joegoslavië in werking Jordanië in werking Kazachstan in werking Koeweit in werking Korea in werking Korea Protocol in werking Kroatië in werking Kyrgyzstan Sovjetverdrag in werking Letland in werking Litouwen in werking Luxemburg in werking Luxemburg Protocol in werking Marcedonië in werking Malawi in werking Maleisië in werking Maleisië Protocol 1 in werking Maleisië Protocol 2 in werking Malta in werking Malta Protocol in werking Marokko in werking Mexico in werking Mexico Protocol in werking Moldavië in werking Mongolië in werking Nieuw Zeeland in werking Nieuw Zeeland Protocol in werking Nigeria in werking Noorwegen in werking Noorwegen Protocol in werking Oekraïne in werking Oezbekistan in werking Oman in werking Oostenrijk in werking Oostenrijk Protocol 1 in werking Oostenrijk Protocol 2 in werking Oostenrijk Protocol 3 in werking Oostenrijk Protocol 4 in werking Pakistan in werking Panama in werking Polen in werking Portugal in werking Qatar in werking Roemenië in werking Russische Federatie in werking Saudi Arabië in werking Singapore in werking Singapore Protocol 1 in werking Singapore Protocol 2 in werking Slovenië in werking Slowakije in werking Slowakije Protocol 1 in werking Slowakije Protocol 2 in werking Spanje in werking Sri Lanka in werking Suriname in werking Taiwan in werking Thailand in werking Tunesië in werking Turkije in werking Turkmenistan Sovjetverdrag in werking Uganda in werking Venezuela in werking Venezuela Protocol in werking Verenigd Koninkrijk 1980 beëndigd Verenigd Koninkrijk 2008 in werking Verenigd Koninkrijk Protocol 1 beëindigd Verenigd Koninkrijk Protocol 2 beëindigd Verenigde Arabische Emiraten in werking Verenigde Staten in werking Verenigde Staten Protocol 1993 in werking Verenigde Staten Protocol 2004 in werking Vietnam in werking Zambia in werking Zimbabwe in werking Zuid Africa in werking Zuid Africa Protocol in werking Zweden in werking Zwitserland 2010 in werking Type S E Zweden in werking Verenigd Koninkrijk Successie in werking Oostenrijk Successie in werking Israël Successie in werking Finland Successie in werking Search Zoeken Javascript is required to use this website translator free translator Skip to content vrijdag 21 september 2012 12 28 Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 Geschreven door Redactie Belasting Collectief Nederland Print E mail Opschrift Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 Aanhef De Staatssecretaris van Financiën Gelet op de artikelen 9 13 21 24 en 29a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Stb 469 Besluit Hoofdstukken Artikel 1 1 Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 9 10 13 14a 14b 15g 21 23c en 25a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 2 Deze regeling verstaat onder de wet de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Artikel 2 De ingevolge artikel 9 eerste lid onderdeel f van de wet te bepalen redelijke rente voor de in artikel 2 eerste lid onderdeel f bedoelde ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen bedraagt 4 percent Artikel 2bis 1 Voor de toepassing van artikel 10 eerste lid onderdeel j van de wet wordt onder werknemers verstaan werknemers in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 2 Voor de toepassing van artikel 10 eerste lid onderdeel j van de wet wordt onder het loon op jaarbasis verstaan het loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 dat de werknemer heeft genoten in het laatste kalenderjaar dat voor aanvang van het jaar is geëindigd Artikel 2a 1 Voor de toepassing van artikel 13 twaalfde lid onderdeel b onder 1 van de wet worden de werkzaamheden van een lichaam als daar bedoeld aangemerkt als actieve financieringswerkzaamheden indien aan de volgende voorwaarden is voldaan a het lichaam houdt zich anders dan incidenteel bezig met het arrangeren en uitvoeren van financiële transacties ten behoeve van tot het concern behorende lichamen b het feitelijk van derden aangetrokken vreemd vermogen bedraagt doorgaans ten minste 20 van de waarde in het economische verkeer van de activa van het lichaam c het lichaam voert niet langer dan 12 maanden achtereen het beheer over overtollige liquiditeiten die meer belopen dan 10 van het gestorte kapitaal van het lichaam waarbij kortlopende beleggingen welke worden aangehouden met het oog op de verwerving van deelnemingen buiten beschouwing blijven d het lichaam is in zijn bestuur en de dagelijkse bedrijfsvoering waarbij de normale bemoeienis met de bedrijfsvoering door de aandeelhouder of de concernleiding buiten beschouwing blijft zelfstandig e het aantal personen in dienstbetrekking tot het lichaam hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn in overeenstemming met de aard en functie van het

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/vennootschapsbelasting/uitvoeringsbeschikking-vennootschapsbelasting-1971 (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 - Belasting Collectief Nederland
    lijfrenteverzekeringen Lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrekening Bijdragen voor ANW uitkering voor onverzekerbaar overlijdensrisico Arbeidsongeschiktheidsverzekering Verzekering voor invalide kinderen Pensioentekortverzekeringen Wanneer zijn lijfrentepremies aftrekbaar Aftrekruimte Aftrekruimte Jaarruimte Terugploegregeling Reserveringsruimte Inhalen over jaren vóór 2001 Toegelaten aanbieders Wie verstrekken lijfrentes Professionele verzekeraar Uitkeringen in buitenland Uitkeringen vanuit het buitenland Aanvang uitstel voor conserverende aanslag na 2003 Aanvang uitstel voor conserverende aanslag deel II Gevolgen lijfrenteverzekeringen bij emigratie Oude lijfrentepolissen Oude lijfrentepolissen Lopende verzekeringen waarvan alle premies volledig zijn afgetrokken Lopende verzekeringen waarvoor na 14 september 1999 geen premies meer zijn betaald en waarvan men de premies in het verleden niet kon aftrekken Lopende verzekeringen waarvoor ook na 14 september 1999 premies zijn betaald en waarvan men de premies niet heeft kunnen aftrekken Tijdelijke overbruggingslijfrente Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen Spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning Inkomen uit sparen Binnenlandse belastingplicht gedurende deel van jaar Boxhoppen wordt bestraft Toerekening box 3 vermogen tussen partners Toerekening box 3 vermogen tussen partners deel 2 Box 3 vermogen bij immigratie en emigratie Waardering van woningen Waardering woning in box 3 Waarde van in buitenland gelegen box 3 woning WOZ waarde verhuurde woningen Vakantiewoning Woning waarvoor erfpachtcanon is verschuldigd Vermogen in box 3 Vermogen in box 3 Bezittingen Gehuwden en fiscale partners Vermogen van minder en meerderjarige kinderen Erfrechtelijke bezittingen en schulden Vrijstellingen Vrijstellingen Minderjarige kinderen Ouderentoeslag Vrijgestelde bezittingen Vrijgestelde bezittingen Vrijstelling bos natuurterreinen en landgoederen Vrijstelling voorwerpen van kunst en wetenschap Vrijstelling rechten op roerende zaken krachtens erfrecht Vrijstelling kapitaalverzekering Vrijstelling banksparen Vrijstelling contant geld en vergelijkbare vermogensrechten Vrijstelling spaarloonregeling Vrijstelling kortlopende termijnen Vrijstelling maatschappelijke beleggingen Vrijstelling beleggingen in durfkapitaal Vrijstelling culturele beleggingen Vrijstelling MKB belegging Vrijstelling overdragen Vrijstellingen deel 1 Levenslooptegoed Levenslooprekening onbelast in box 3 Waardering bezittingen Verrekening dividendbelasting Verrekening dividendbelasting in Box 3 Dividendbelasting op stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht Persoonsgebonden aftrek Box 3 en de persoonsgebonden aftrek Persoonsgebonden aftrek Toerekening persoonsgebonden aftrek aan box inkomen Toerekening persoonsgebonden aftrek aan de andere boxen in de IB Uitgaven voor onderhoudsverplichtigen Alimentatie aan ex echtgenoot Alimentatie aan kinderen Alimentatie in vorm van huisvesting Afkoop van alimentatie Bijstandsverhaal Verrekening pensioenrechten door betaling lijfrentepremie Periodieke uitkering als schadevergoeding Uitgaven op grond van dwingende morele verplichting Uitgaven voor onderhoudsverplichtigen Aftrekbare giften Aftrekbare giften Uitgestelde giften Periodieke giften Andere giften Doorschuiving persoonsgebonden aftrek Verliezen op beleggingen in durfkapitaal Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen Uitgaven voor specifieke zorgkosten Uitgaven voor specifieke zorgkosten Personen die zich kwalificeren voor specifieke zorgkosten Negatieve persoonsgebonden aftrek Niet aftrekbare drempel Weekenduitgaven voor gehandicapten Scholingsuitgaven Scholingsuitgaven Geen scholingsuitgaven Drempelbedrag en maximaal aftrekbaar bedrag scholingsuitgaven Uitgaven voor Rijksmonumentpanden Uitgaven voor Rijksmonumentenpanden Rijksmonument die een eigen woning is in box 1 Rijksmonument in box 3 Begrip onderhoudskosten Fiscale partners en niet aftrekbare drempel Wetsvoorstel aftrek monumentenuitgaven voor buitenlandse belastingplichtigen Fiscalisten Blogs en kantoren Blog door fiscalisten Aftrekcorrectie privégebruik auto ondernemer richtlijnconform Artikel 10 Successiewet oud niet van toepassing op ik opa vordering Teruggaaf van btw op kerstpakketten 2011 door gedeeltelijk vrijgestelde ondernemers Economische crisis en de belastingontvanger Is de werkkostenregeling nog wel aantrekkelijk Hoe krijg ik mijn in Duitsland betaalde BTW terug Belastingplan 2012 De zorgvrijstelling in de vennootschapsbelasting Woningcorporatie is anbi Uitbreiding defiscalisering inkomstenbelasting vanaf 1 januari 2012 Elektronisch factureren nu ook in Duitsland Belgische BTW beurzen Sinterklaasfeest en de werkkostenregeling Limited liability partnership Nieuwe regeling rechtsbescherming tegen controlehandelingen Verhoging ZVW bijdrage inkomen 2012 onder de loep Belgische achterhoede gevechten i p v ernstige begroting Negatief loon verrekenen Tegemoetkoming Staatssecretaris verhult verkeerde uitleg art 10 Successiewet De informatieverplichting een suppletie die geen verbetering is Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen Fruitmand en rouwkrans Aankoop van een vakantiehuis in Duitsland Bijtelling te voorkomen door dubbel leasecontract Te weinig geld in BV om pensioen eigen beheer uit te keren Scheepvaart CV gebruikmaking van willekeurige afschrijving Nieuw besluit bestrijding en ontmanteling APV s Auto van de zaak de bovennormbijdrage Struisvogels en tandprothesen De verraderlijke eigenschappen van de Duitse omzetbelasting De werkplek Belastingdienst Toeslagen maakt fraude mogelijk met toeslagen Politieke vertoning in België toch meer dan louter een taaltegenstelling tussen Vlamingen en Walen Overdracht van de woning door ouders aan kinderen gunstig of juist niet Gereglementeerde beroepstitels inzake boekhoudkundige en fiscale beroepen in België Over het kijken naar een aap apekool en de verhoging van het btw tarief voor podiumkunsten De dure verzuimboete voor een te laat ingediende aangifte vennootschapsbelasting Vrijstelling overdrachtsbelasting ook voor BV met bouwterrein VAR verklaring de misverstanden de oplossing Duitse Grondbelasting Grundsteuer Memo inzake integratieheffing Zachte heelmeesters maken stinkende wonden Sloopconstructie en economische eigendomsoverdracht Wat zal de rechtsbescherming bij de informatieplicht in de praktijk betekenen Welke rechtsmiddelen heeft u als de belastingontvanger het verzoek om een betalingsregeling afwijst Duitse loonbelasting Algemeen verweer tegen aansprakelijkstelling Bestuurdersaansprakelijkheid meld tijdig betalingsonmacht Aansprakelijkheid en de bedoeling van de wet Het MKB heeft gezond inkopen nog niet ontdekt Lening van BV aan DGA voor rentevoordeel onbelast Levering digitaal fotoboek belast met 6 btw Belastingplicht in Duitsland beschränkte resp unbeschränkte Steuerpflicht De fiscale risicoaansprakelijkheid Hoge boetes bij te laat indienen van een belastingaangifte Is de meldingsplicht bij de bestuurdersaansprakelijkheid onevenredig Aansprakelijkheid bij vervreemding van aandelen Cross boarder leasing zonder btw Het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland Geen interne levering bij inpandige verbouwing Bestuurdersaansprakelijkheid ver van uw bed of dichterbij dan u dacht Fiscale boetes voorkomen beter dan genezen Wettelijk minimumloon stijgt per 1 juli 2012 Lenteakkoord 2012 en loonheffingen Met een kanonskogel een vlieg doden Verzekeringsplicht Tweede woning Zwitserland Wijzigingen in de Duitse BTW wetgeving Goed lobbywerk van het Verbond van Verzekeraars 808 vergoeding voor aanslag van 6 Vernederlandsing van Belgische autofiscaliteit Reactivering vermogensbelasting in Spanje 2012 2013 Fiscale Highlight Stabiliteitsprogramma Crisismaatregel 2012 Let op bij creatief gebruik van verrekenprijzen E Bilanz ofwel elektronische balans Kantoren Friesland Customs Knowledge in Heerenveen Arjo Groenendijk Bart Boersma Bram van Breukelen Geert Koevoets Sander van Lent De Vries c s Tax Advisors in Beetsterzwaag Joost Muller Jan Jaap de Vries Priore in Heerenveen mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Priore in Workum mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Rien Vink Loonheffingen in Engwierum Rien Vink Scheidingsfiscalist T van der Wal in Beetsterzwaag Tiny van der Wal Smids en Schakel in Leeuwarden Peter Steenhuis Marieke van der Veer Corine van der Maden LEXX Advocaten in Leeuwarden Mr Martijn S Dunant Maurits Tóth Belastingadvies Andries Tóth Eikenaar Belastingadvies in Drachten Ed Eikenaar Groningen Stetler in Haren Wim Dijkstra HS26 Advocatuur in Groningen Gerhard Sjobbema Caraad Belastingadviseurs in Groningen Wietze Hoekstra Martijn Thalen Rutger Hotsma Bastide in Groningen Petrus Zijlstra Drenthe Consensio in Zuidlaren Gonard Wagenaar Bloemsma Faassen in Assen Willem Faassen Anne Marc van de Wal Gelderland Kleijsen Cortenbach Kuijpers LLP in Nijmegen P E Art and Tax in Doetinchem Peter Kleinreesink ScholsBurgerhartSchols in Nijmegen Mr dr W Burgerhart Prof dr B M E M Schols Prof mr F W J M Schols Van Lienden Kooistra in Barneveld Eric Jan Sobels Jonne Tijssen Noord Brabant De Vries Partners in Valkenswaard Hans van Kuyk Wesselman in Eindhoven Bert Bogie Wesselman in Helmond Bert Bogie Lucas Belastingadvies in Den Bosch Jurrian Lucas Ooms Partners in Breda drs Marco Ooms mr Hans Seijkens Limburg Rebastion in Maastricht Frodo Oude Groeniger Rob Engelbert Wesselman in Weert Bert Bogie Noord Holland HDK Advocaten en Fiscalisten in Amsterdam Roy Vliese Pavel der Kinderen MB Legal Tax in Alkmaar F van Elk FB Fedor mr drs J D Hoogendoorn RA Jaap J Beijert Jan MB Legal Tax in Middenbeemster mr M F Marco Bezoet de Bie mr J D M J den Boer RA CRAd Schut en Bruggink Estate Planners in Haarlem Paul Schut Marian Bruggink Rogier Pak Abel Advisory in Amsterdam Frank Schwarte Joost Lagerberg AsjesBisseling in Amsterdam Arjan Bisseling B B Accountants in Den Burg De Bont Advocaten in Amsterdam prof mr G J M E de Bont mr J M Sitsen mr M B Weijers mr P de Haas VanOoijen in Haarlem Adriaan Daniels Ognjen Soldat Just Tax in Nieuw Vennep Utrecht AccountantsTEAM in Utrecht Joost Rietveld Pay Check in Houten Pieter Miedema Fiscaal Jurist in Baarn Pieter Miedema Overijssel ELBERT fiscaal in Hengelo mr H A Elbert Beersen Grandiek in Hengelo Mr V J Vincent Grandiek Cervus Belastingadvies in Zwolle mr H A Elbert EVFA in Deventer Eric Versteegh Zuid Holland Scientia Fiscalis in Alblasserdam Yvonne Tigelaar Klootwijk Van Driel Fruijtier in Dordrecht MB Internationaal in Rotterdam Zeeland Rijkse Partners Belastingadviseurs in Middelburg Curacao Wesselman in Curaçao Bert Bogie Duitsland Strick Rechtsanwälte Steuerberater in Kleve Anton Ingenerf Frank J Lamers Sabine van Wickeren Lenk Christian Theissen Freddy B Heinzel Belgie Cobofisk in Gent Hendrik Huys Cobofisk in Aalter Luc Coopman Spanje Arcos Lamers Asociados in Marbella Wim Lamers Maite Arcos Kennisgroepen BTW specialisten Loonheffing specialisten Pensioen specialisten Estate Planning specialisten Formeel Belastingrecht specialisten Fusie Overname specialisten Herinvesteringsreserve specialisten Huwelijk Echtscheiding specialisten Innovatiebox specialisten Internationaal Belastingrecht specialisten Douane specialisten Auto van de zaak Sport Sprekers Cursussen Allround Auto van de zaak Bedrijfsoverdracht BTW Douane Estate Planning FFP VBI FBI Formeel belastingrecht Loonheffingen Pensioenen Partners Fiscaal Kenniscentrum Fiscaal up to Date Hoge Raad geeft happy end aan nasleep Van der Steen naheffingen van tafel Verhuur van theaterruimte was niet vrijgesteld van BTW Betalingsonmacht hoefde pas na aanmaning te worden gemeld HIR viel vrij wegens verkoop herinvesteringslichaam aan gelieerde BV Tbs regeling voor verhuur camping na verkoop aandelen aan schoonmoeder Leningconstructie taxpartners was ongewenste boxarbitrage Rechtbank torpedeert listige aandelenoptieconstructies DGA in Van der Steen f e niet aansprakelijk voor BTW van BV Overdrachtsbelasting vanaf 15 juni 2011 verlaagd naar 2 Verliesverrekeningsbeperking niet in strijd met EU recht Privégebruik auto per 1 juli 2011 fictieve dienst correctie los van IB en LB BTW bij levering terrein met reeds gestarte sloop van opstallen Don Bosco 30 Regeling voor na terugkeer genoten optievoordeel Fiscaal up to Date kennispartner van Belasting Collectief Nederland Werkzaamheid bij vastgoed eindigt in principe bij vervreemding Premies vrijwillige ANW vangnetverzekering niet aftrekbaar Sale lease back van school door gemeente misbruik van recht Melding betalingsonmacht liep niet door na onjuiste aangifte EHRM rekt zwijg en inzagerecht in fiscale boetezaak op Volgens staatssecretaris geen misstanden bij de Belastingdienst 30 regel voor na uitdiensttreding ontvangen optievoordeel Arresten over landbouwvrijstelling rechtvaardigden heretikettering niet Negeren van belaste winstuitkering in aanvullende aangifte was ambtelijk verzuim Navordering na fout in vooringevulde aangifte vernietigd Voorwaarde voor geruisloze inbreng buitenlandse ondernemer in strijd met EU recht Kostenvergoeding voor telefonisch horen in bezwaarfase Valutawinst op lening bij aankoop binnenlandse deelneming was niet vrijgesteld Eindheffing voor niet maatschappelijk aanvaardbare 55 plusregeling Lening omlaag die niet door bank zou zijn verstrekt was onzakelijk Verhuurde bovenverdiepingen vormden ondernemingsvermogen Herinvesteringsvoornemen concerndirectie toegerekend aan BV Erfbelasting over oudere WOZ waarde leidde tot buitensporige last Betalingen aan bestuursvoorzitter woningstichting waren resultaatsinkomen BOF ondanks afwezigheid van ondernemingsvermogen Studenten waren niet bij onderneming van vereniging in dienstbetrekking Geen verlaagd BTW tarief voor rondleiding in stadion Vrijstelling overdrachtsbelasting bij inbreng gold ook voor niet tbs deel pand Omzetcorrecties autosloperij in het kader van actie Klaproos Onzakelijke borgstelling in tbs sfeer leidde tot verlies uit a b Hogere ambtenaren Financiën willen naar systeem van voldoening op aangifte Geen pensioen in eigen beheer voor DGA met aandelen zonder stemrecht Hof Den Bosch legt met prejudiciële vragen bom onder CO2 heffing in BPM MKB winstvrijstelling gold ook na inbreng met terugwerkende kracht Beperking verrekening houdsterverliezen onterecht door geslaagd tegenbewijs Vruchtgebruikconstructie school was misbruik van recht Rechtbank Arnhem bedrijfsopvolging in SW is niet discriminerend Van der Steen arrest verhinderde aansprakelijkheid DGA niet Rechtbank had zaak volgens Hof zelf moeten afdoen Inspecteur mocht VAR loon afgeven in plaats van gevraagde VAR DGA Achterblijven pand verhinderde toepassing van bedrijfsfusiefaciliteit Regresvordering a b houder van meet af aan in box I 12 regeling voor ingevoerde gebruikte auto s niet EU proof Valutawinst op besmette lening na saldering vrijgesteld Bezwaarschriften worden toch inhoudelijk bekeken Fiscus gaat 90 van voorraad bezwaren blindelings volgen Hoge servicekosten deels van invloed op WOZ waarde van serviceflat Verkoop horecapand betekende nog geen staking Heffingsrente herzien volgens herzieningregels van aanslag Aanslag successierecht kon niet aan echtgenoten tezamen worden opgelegd Geen schadeplicht jegens fiscus na onjuiste etikettering pand Apart soort aandeel door verschil in stemrecht over winst Onderhandse schuldigerkenning verminderde verkrijging niet EU Hof onder voorwaarden akkoord met Nederlandse exitheffing Kwijtscheldingsverlies bij onzakelijke lening omlaag in tbs regeling Bij meerderheidsbelang wordt groepsrelatie voor thincapregeling verondersteld Korte huurperiode pand irrelevant bij overgang algemeenheid Ontbreken echtgenotenvrijstelling bij recht van overgang niet discriminerend Nota van door gemeente ingeschakele WOZ taxateur openbaar Cursus Belastingrecht voor niet fiscalisten Ontvanger mag niet bekendgemaakte aanslag niet invorderen Adviseur via kort geding verplicht tot informatieverstrekking Immateriële schadevergoeding na vernietiging navorderingsaanslag Fiscus moest onevenredig rentenadeel bij VA s compenseren Hof had beroep enkel vanwege undue delay ongegrond moeten verklaren Prejudiciële vragen over het begrip bouwterrein Revisierente onzuivere pensioenregeling vernietigd Kamervragen over problemen met verliesverrekening Vpb 2010 Niet tot ondernemingsvermogen behorende gelden verhinderde afwaardering in box I Intranet Modellen Overeenkomst van geldlening van durfkapitaal Overeenkomst rekening courant tussen DGA en BV NOTULEN Algemene vergadering aandeelhouders van bv met beperkte aansprakelijkheid Managementovereenkomst beheer BV 100 procent werk BV Arbeidsovereenkomst DGA Akte van cessie koop en verkoop van een vordering Akte geruisloze inbreng Aansprakelijkheidsverklaring Aandeelhoudersovereenkomst Wetteksten Inkomstenbelasting Wet op de inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Vennootschapsbelasting Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 Besluit Fiscale Eenheid 2003 Geruisloze terugkeer art 14c Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische fusie art 14b Wet Vpb standaardvoorwaarden Bedrijfsfusie art 14 Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische afsplitsing art 14a Wet Vpb standaardvoorwaarden Loonbelasting Wet op de loonbelasting 1964 Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 Omzetbelasting Wet op de omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 BUA Dividendbelasting Wet op de dividendbelasting 1965 Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting 1965 Successiewet Successiewet 1956 Uitvoeringsbesluit successiewet 1956 Uitvoeringsregeling schenk en erfbelasting Rechtsverkeer Wet op belastingen van rechtsverkeer Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer Bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht Besluit proceskosten bestuursrecht Algemene wet Algemene wet inzake rijksbelastingen Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst Invorderingswet Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling inleners keten en opdrachtgeversaansprakelijkheid Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 Internationaal belastingrecht Besluit voorkoming dubbele belastingen 2001 Voorkoming dubbele belasting onder toepassing van belastingverdragen Verdragen Type DTA Albanië in werking Argentinië in werking Armenië in werking Australië in werking Australië Tweede Protocol in werking Azerbeidzjan in werking Bahrein in werking Bangladesh in werking Barbados in werking Barbados Protocol in werking Belarus in werking België in werking België Protocol geratificeerd door nl Brazilië in werking BRK Aruba in werking BRK Cura çao in werking BRK Sint Maarten in werking Bulgarije in werking Canada in werking Canada Protocol in werking China in werking Denemarken in werking Duitsland in werking Duitsland Protocol 1 in werking Duitsland Protocol 2 in werking Duitsland Protocol 3 in werking Egypte in werking Estland in werking Estland Protocol 1 in werking Estland Protocol 2 in werking Filippijnen in werking Finland 1996 in werking Frankrijk 1973 in werking Frankrijk Protocol bij 1973 in werking Georgië in werking Ghana in werking Griekenland in werking Hongkong in werking Hongarije in werking Ierland in werking Ijsland in werking India in werking India Protocol ondertekend Indonesië 2002 in werking Israël in werking Israël Protocol in werking Italië Protocol in werking Japan 1970 beëindigd Japan 2010 in werking Japan Protocol beëindigd Joegoslavië in werking Jordanië in werking Kazachstan in werking Koeweit in werking Korea in werking Korea Protocol in werking Kroatië in werking Kyrgyzstan Sovjetverdrag in werking Letland in werking Litouwen in werking Luxemburg in werking Luxemburg Protocol in werking Marcedonië in werking Malawi in werking Maleisië in werking Maleisië Protocol 1 in werking Maleisië Protocol 2 in werking Malta in werking Malta Protocol in werking Marokko in werking Mexico in werking Mexico Protocol in werking Moldavië in werking Mongolië in werking Nieuw Zeeland in werking Nieuw Zeeland Protocol in werking Nigeria in werking Noorwegen in werking Noorwegen Protocol in werking Oekraïne in werking Oezbekistan in werking Oman in werking Oostenrijk in werking Oostenrijk Protocol 1 in werking Oostenrijk Protocol 2 in werking Oostenrijk Protocol 3 in werking Oostenrijk Protocol 4 in werking Pakistan in werking Panama in werking Polen in werking Portugal in werking Qatar in werking Roemenië in werking Russische Federatie in werking Saudi Arabië in werking Singapore in werking Singapore Protocol 1 in werking Singapore Protocol 2 in werking Slovenië in werking Slowakije in werking Slowakije Protocol 1 in werking Slowakije Protocol 2 in werking Spanje in werking Sri Lanka in werking Suriname in werking Taiwan in werking Thailand in werking Tunesië in werking Turkije in werking Turkmenistan Sovjetverdrag in werking Uganda in werking Venezuela in werking Venezuela Protocol in werking Verenigd Koninkrijk 1980 beëndigd Verenigd Koninkrijk 2008 in werking Verenigd Koninkrijk Protocol 1 beëindigd Verenigd Koninkrijk Protocol 2 beëindigd Verenigde Arabische Emiraten in werking Verenigde Staten in werking Verenigde Staten Protocol 1993 in werking Verenigde Staten Protocol 2004 in werking Vietnam in werking Zambia in werking Zimbabwe in werking Zuid Africa in werking Zuid Africa Protocol in werking Zweden in werking Zwitserland 2010 in werking Type S E Zweden in werking Verenigd Koninkrijk Successie in werking Oostenrijk Successie in werking Israël Successie in werking Finland Successie in werking Search Zoeken Javascript is required to use this website translator free translator Skip to content vrijdag 21 september 2012 12 33 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 Geschreven door Redactie Belasting Collectief Nederland Print E mail Opschrift Besluit van 14 september 1971 houdende uitvoering van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Aanhef Wij JULIANA bij de gratie Gods Koningin der Nederlanden Prinses van Oranje Nassau enz enz enz Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 17 augustus 1971 nr B 71 15503 Directie Wetgeving directe belastingen Gelet op de artikelen 5 en 29 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Stb 469 De Raad van State gehoord advies van 25 augustus 1971 nr 11 Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 7 september 1971 nr B 71 16415 Directie Wetgeving directe belastingen Hebben goedgevonden en verstaan Hoofdstukken Artikel 1 1 Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 5 14c en 29 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 2 Dit besluit verstaat onder wet de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Artikel 2 De

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/vennootschapsbelasting/uitvoeringsbesluit-vennootschapsbelasting-1971 (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Besluit Fiscale Eenheid 2003 - Belasting Collectief Nederland
    in werking Pakistan in werking Panama in werking Polen in werking Portugal in werking Qatar in werking Roemenië in werking Russische Federatie in werking Saudi Arabië in werking Singapore in werking Singapore Protocol 1 in werking Singapore Protocol 2 in werking Slovenië in werking Slowakije in werking Slowakije Protocol 1 in werking Slowakije Protocol 2 in werking Spanje in werking Sri Lanka in werking Suriname in werking Taiwan in werking Thailand in werking Tunesië in werking Turkije in werking Turkmenistan Sovjetverdrag in werking Uganda in werking Venezuela in werking Venezuela Protocol in werking Verenigd Koninkrijk 1980 beëndigd Verenigd Koninkrijk 2008 in werking Verenigd Koninkrijk Protocol 1 beëindigd Verenigd Koninkrijk Protocol 2 beëindigd Verenigde Arabische Emiraten in werking Verenigde Staten in werking Verenigde Staten Protocol 1993 in werking Verenigde Staten Protocol 2004 in werking Vietnam in werking Zambia in werking Zimbabwe in werking Zuid Africa in werking Zuid Africa Protocol in werking Zweden in werking Zwitserland 2010 in werking Type S E Zweden in werking Verenigd Koninkrijk Successie in werking Oostenrijk Successie in werking Israël Successie in werking Finland Successie in werking Search Zoeken Javascript is required to use this website translator free translator Skip to content vrijdag 21 september 2012 12 51 Besluit Fiscale Eenheid 2003 Geschreven door Redactie Belasting Collectief Nederland Print E mail Opschrift Besluit van 17 december 2002 houdende vaststelling van het Besluit fiscale eenheid 2003 Aanhef Wij Beatrix bij de gratie Gods Koningin der Nederlanden Prinses van Oranje Nassau enz enz enz Op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 7 oktober 2002 WDB2002 563M Gelet op artikel 15 vierde en tiende lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 De Raad van State gehoord advies van 30 oktober 2002 No W06 02 0446 IV Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 13 december 2002 WDB2002 827 Hebben goedgevonden en verstaan Hoofdstukken Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Algemeen en definities 1 Dit besluit geeft uitvoering aan artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 2 In dit besluit wordt verstaan onder a de wet de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 b fiscale eenheid fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 eerste lid van de wet c moedermaatschappij of dochtermaatschappij moedermaatschappij of dochtermaatschappij als bedoeld in artikel 15 eerste lid van de wet d maatschappij voegingstijdstip of ontvoegingstijdstip hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 15aa eerste lid van de wet met dien verstande dat een buitenlandse belastingplichtige slechts als maatschappij wordt aangemerkt voorzover deze op grond van artikel 15 vierde lid tweede volzin van de wet deel uitmaakt van een fiscale eenheid Artikel 2 Aandelen met bijzondere rechten Indien een dochtermaatschappij verschillende soorten aandelen heeft moeten de aandelen waarvan de moedermaatschappij de juridische en economische eigendom bezit gezamenlijk altijd recht geven op ten minste 95 van de winst en ten minste 95 van het vermogen van de dochtermaatschappij Indien er één bijzonder aandeel is waarvan de moedermaatschappij niet de juridische of economische eigendom bezit met een symbolische nominale waarde en een recht op de winst van minder dan 10 van die waarde wordt deze gerechtigdheid tot de winst voor de toepassing van de eerste volzin buiten beschouwing gelaten Artikel 3 Niet naar Nederlands recht opgerichte lichamen vergelijkbaar met naar Nederlands recht opgerichte lichamen 1 Voor de toepassing van artikel 15 derde lid onderdeel d en e en vierde lid tweede volzin van de wet wordt een niet naar Nederlands recht opgericht lichaam als naar aard en inrichting vergelijkbaar met een naar Nederlands recht opgerichte naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid beschouwd indien a het lichaam is aan te merken als een lichaam met een geheel in gelijke of evenredige delen in aandelen verdeeld kapitaal b het lichaam in het land van oprichting als subject onderworpen is aan een belasting naar de winst c de door het lichaam behaalde winst niet rechtstreeks aan de kapitaalverschaffers is toe te rekenen doch hen slechts kan toekomen via een uitdelingsbesluit van het daartoe bevoegde orgaan van het lichaam d de kapitaalverschaffers niet verder aansprakelijk zijn dan tot het bedrag dat op hun aandelen in het lichaam is gestort en e alle kapitaalverschaffers in beginsel stemrecht hebben overeenkomstig hun aandeel in het kapitaal van het lichaam 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven of een niet naar Nederlands recht opgericht lichaam naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een coöperatie of een onderlinge waarborgmaatschappij Artikel 4 Levering juridische eigendom niet gelijktijdig met die van de economische eigendom van aandelen in een lichaam Overgang economische eigendom kort na aanvang boekjaar 1 Indien het tijdstip van de verkrijging van de economische eigendom van aandelen in een lichaam is gelegen voor dat van de levering van de juridische eigendom en tussen die tijdstippen niet meer dan vijf werkdagen zijn gelegen wordt de verkrijging van de juridische eigendom geacht tot stand te zijn gekomen gelijktijdig met die van de economische eigendom tenzij aannemelijk is dat door partijen niet is beoogd om de juridische levering onverwijld te doen geschieden na de overgang van de economische eigendom Indien door omstandigheden die zijn gelegen buiten de invloedsfeer van partijen de in de eerste volzin bedoelde termijn van vijf werkdagen niet haalbaar is wordt op verzoek deze termijn verlengd doch ten hoogste tot drie maanden 2 Indien de overeenkomst tot overdracht van de economische eigendom van aandelen in een lichaam dat deel uitmaakt van een fiscale eenheid wordt gesloten op de eerste werkdag na de aanvang van het boekjaar van dat lichaam en op die datum ook de economische eigendom overgaat wordt de economische eigendom geacht reeds te zijn overgegaan bij de aanvang van dat boekjaar Artikel 5 Moedermaatschappij opgericht bij aangaan fiscale eenheid door fiscale eenheid in de loop van een boekjaar opgerichte dochtermaatschappij boekjaar te voegen dochtermaatschappij valt statutair nog niet samen met boekjaar moedermaatschappij 1 Indien het boekjaar van een met ingang van haar oprichting als moedermaatschappij te voegen lichaam met uitzondering van het eerste boekjaar statutair samenvalt met dat van de te voegen dochtermaatschappij wordt geacht te zijn voldaan aan het vereiste van artikel 15 derde lid onderdeel a van de wet mits het eerste boekjaar van de moedermaatschappij statutair eindigt en zij dit boekjaar afsluit op hetzelfde tijdstip als waarop de te voegen dochtermaatschappij het op het voegingstijdstip lopende boekjaar afsluit De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing indien het voegingstijdstip van de dochtermaatschappij niet samenvalt met de oprichtingsdatum van de moedermaatschappij maar nog wel valt in het eerste boekjaar van de moedermaatschappij 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder dochtermaatschappij ook verstaan een bestaande fiscale eenheid 3 Indien het boekjaar van een met ingang van een tijdstip in het boekjaar van haar oprichting als dochtermaatschappij te voegen lichaam met uitzondering van het eerste boekjaar statutair samenvalt met dat van de moedermaatschappij wordt geacht te zijn voldaan aan het vereiste van artikel 15 derde lid onderdeel a van de wet mits die dochtermaatschappij haar eerste boekjaar afsluit op hetzelfde tijdstip als waarop de moedermaatschappij het op het voegingstijdstip lopende boekjaar afsluit 4 Voor de toepassing van artikel 15ae eerste lid van de wet wordt de aan een met ingang van haar oprichting gevoegde dochtermaatschappij toe te rekenen winst van de fiscale eenheid aangemerkt als winst van de maatschappijen die deze dochter hebben opgericht naar rato van hun kapitaalinbreng 5 Indien op het voegingstijdstip het boekjaar van een reeds bestaande dochtermaatschappij statutair nog niet maar feitelijk reeds wel samenvalt met dat van de moedermaatschappij wordt geacht te zijn voldaan aan het vereiste van artikel 15 derde lid onderdeel a van de wet mits vóór het voegingstijdstip door het daartoe bevoegde orgaan van de dochtermaatschappij het besluit is genomen tot wijziging van het boekjaar in die zin dat het boekjaar samenvalt met dat van de moedermaatschappij en indien voor de wijziging van het boekjaar een statutenwijziging noodzakelijk is mits voor het voegingstijdstip terzake de verklaring van geen bezwaar is aangevraagd en de statutenwijziging binnen twee weken na afgifte van de verklaring van geen bezwaar heeft plaatsgevonden Indien de in de eerste volzin bedoelde termijn van twee weken door omstandigheden die zijn gelegen buiten de invloedsfeer van partijen wordt overschreden en aannemelijk is dat getracht is de statutenwijziging zo spoedig mogelijk na afgifte van de verklaring van geen bezwaar te doen plaatsvinden blijft afwijzing van het verzoek achterwege Hoofdstuk II Generieke bepalingen bij een fiscale eenheid Afdeling 1 De totstandkoming van de fiscale eenheid Artikel 6 Formaliteiten ten aanzien van het verzoek vermogensopstelling op het voegingstijdstip en moment van inbreng bij nieuw opgerichte dochtermaatschappij 1 Het verzoek om een fiscale eenheid wordt gedaan door invulling van een door de inspecteur daartoe uitgereikt formulier 2 In geval van voeging bij het begin van een boekjaar wordt ter bepaling van het vermogen van de fiscale eenheid op het voegingstijdstip bij de aangifte over dat boekjaar een vermogensopstelling van de fiscale eenheid gevoegd In die vermogensopstelling worden de activa en passiva van de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij gewaardeerd naar de tot dat tijdstip door elk van deze maatschappijen gevolgde gedragslijn 3 In geval van voeging in de loop van een boekjaar van de dochtermaatschappij sluit de dochtermaatschappij haar boekjaar af op het onmiddellijk aan het voegingstijdstip voorafgaande tijdstip en wordt bij de aangifte van de fiscale eenheid over het jaar waarin het voegingstijdstip valt een vermogensopstelling van de dochtermaatschappij op het voegingstijdstip gevoegd De moedermaatschappij voegt bij deze aangifte tevens een vermogensopstelling op het voegingstijdstip betreffende de verhoudingen met de dochtermaatschappij 4 Indien een dochtermaatschappij vanaf haar oprichting deel uitmaakt van een fiscale eenheid en bij haar oprichting vermogensbestanddelen van maatschappijen die deel uitmaken van de fiscale eenheid als storting op aandelen zijn ingebracht wordt die inbreng geacht te hebben plaatsgevonden onmiddellijk na het voegingstijdstip Artikel 7 Overgang nog niet uitgewerkte aanspraken en voorwaardelijke verplichtingen Een bij een maatschappij op het voegingstijdstip nog niet uitgewerkte aanspraak op willekeurige afschrijvingen aanvullende aftrekken ten laste van de winst of reserveringen van winst en op dat tijdstip bestaande voorwaardelijke verplichtingen van winstvermeerderingen gaan over op de fiscale eenheid Artikel 7a Overgang van de drempel voor de innovatiebox bij voeging Een bij een maatschappij op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het voegingstijdstip aanwezig saldo als bedoeld in artikel 12b zesde lid van de wet gaat over op de fiscale eenheid Afdeling 2 Bepalingen tijdens de fiscale eenheid Artikel 8 Verplichtingen van maatschappijen 1 De moedermaatschappij legt bij de aangifte jaarlijks de balansen en resultatenrekeningen over zoals deze door de daartoe bevoegde organen van de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij zijn vastgesteld 2 Op verzoek van de inspecteur die belast is met de aanslagregeling van de moedermaatschappij wordt de balans van de fiscale eenheid jaarlijks toegelicht met een staat die aangeeft tot welke maatschappij de activa en passiva behoren 3 De verplichtingen welke ingevolge de Algemene wet inzake rijksbelastingen en ingevolge andere wetten rusten op de bestuurders of vereffenaars van een dochtermaatschappij blijven in stand met uitzondering van de verplichting tot het doen van aangifte op de voet van artikel 8 van eerstgenoemde wet De in stand blijvende verplichtingen behoeven echter niet te worden nagekomen voor zover deze door de bestuurders of vereffenaars van de moedermaatschappij worden nagekomen 4 Maatschappijen die deel uitmaken van een fiscale eenheid voldoen ieder afzonderlijk aan de verplichting bedoeld in artikel 8b derde lid van de wet Artikel 9 Waardering van activa en passiva De door een lichaam gekozen gedragslijn met betrekking tot de waardering van activa en passiva en de vorming van reserves wordt na het opgenomen zijn van dat lichaam in een fiscale eenheid voortgezet met betrekking tot bij dat lichaam op het voegingstijdstip aanwezige activa passiva en reserves Artikel 10 Aandelen in dochtermaatschappij die niet in bezit zijn van de fiscale eenheid 1 Dividenden betaalbaar gesteld op aandelen in een dochtermaatschappij aan aandeelhouders die geen deel uitmaken van de fiscale eenheid worden aangemerkt als uitdelingen van winst van de fiscale eenheid 2 Kosten voor of in verband met de verwerving van aandelen in een dochtermaatschappij die nog niet in het bezit zijn van de fiscale eenheid komen bij het bepalen van de winst niet in aftrek voor zover deze bij afwezigheid van de fiscale eenheid ook niet in aftrek zouden komen 3 Indien de vervreemding van aandelen in een dochtermaatschappij niet leidt tot de verbreking van de fiscale eenheid ten aanzien van die dochtermaatschappij worden voordelen uit of in verband met die vervreemding bij het bepalen van de winst niet in aanmerking genomen voor zover deze bij afwezigheid van de fiscale eenheid ook niet in aanmerking zouden worden genomen Afdeling 3 Verrekening voorvoegingsverliezen Artikel 11 Uitsluiting voorvoegingsverliezen Voor zover voorvoegingsverliezen van een maatschappij reeds voor het voegingstijdstip van die maatschappij bij een andere van de fiscale eenheid deel uitmakende maatschappij tot uitdrukking zijn gekomen in de vorm van een vermindering van in aanmerking te nemen winst kunnen deze verliezen niet worden verrekend met de belastbare winst van de fiscale eenheid Artikel 12 Volgorde horizontale verliesverrekening 1 Voor de toepassing artikel 15ae van de wet wordt de aan een maatschappij toe te rekenen winst van de fiscale eenheid bepaald op de voet van artikel 15ah eerste lid van de wet met in achtneming van het navolgende a indien de berekening van het resultaat van de fiscale eenheid over een jaar per saldo leidt tot winst wordt een verlies van een maatschappij over dat jaar zoveel mogelijk in mindering gebracht op de winsten van maatschappijen die geen voorvoegingsverliezen hebben Een resterend deel van dat verlies wordt in mindering gebracht op de winsten van de andere maatschappijen naar verhouding van de winsten van die maatschappijen b indien de berekening van het resultaat van de fiscale eenheid over een jaar per saldo leidt tot verlies wordt de winst van een maatschappij over dat jaar zoveel mogelijk gesaldeerd met de verliezen van maatschappijen die geen aanspraak hebben op verrekening van verliezen van tijdens de fiscale eenheid met winsten van voor hun voegingstijdstip Een resterend deel van die winst wordt gesaldeerd met de verliezen van de andere maatschappijen naar verhouding van de verliezen van die maatschappijen 2 Voor de toepassing van het eerste lid op situaties bestreken door artikel 15ae eerste lid onderdelen c en d van de wet wordt onder maatschappij ook verstaan een bestaande fiscale eenheid die is uitgebreid onderscheidenlijk een bestaande fiscale eenheid die is opgenomen in een nieuwe fiscale eenheid Afdeling 4 De verbreking van de fiscale eenheid Artikel 13 Vermogensopstelling 1 In geval van ontvoeging van een dochtermaatschappij wordt bij de aangifte van de moedermaatschappij over het jaar waarin de ontvoeging is gelegen een vermogensopstelling gevoegd ter bepaling van het vermogen van die maatschappij direct na de ontvoeging De moedermaatschappij overlegt bij die aangifte tevens een vermogensopstelling per hetzelfde tijdstip waarin de verhoudingen met de ontvoegde dochtermaatschappij zijn opgenomen 2 De moedermaatschappij brengt de winst die wordt genoten als gevolg van de ontvoeging afzonderlijk tot uitdrukking 3 In geval van beëindiging van een fiscale eenheid vinden het eerste en tweede lid overeenkomstige toepassing Artikel 14 Vervreemding aandelen bedrijfsfusie fusie of splitsing moment vervreemding overdracht of overgang verschuiving ontvoegingstijdstip naar aanvang boekjaar 1 Indien aandelen in een dochtermaatschappij worden vervreemd en in samenhang daarmee de fiscale eenheid ten aanzien van die dochtermaatmaatschappij op dat tijdstip eindigt wordt die vervreemding geacht plaats te vinden na de ontvoeging van die dochtermaatschappij 2 Indien een maatschappij als aangeduid in het vierde lid is betrokken bij een bedrijfsfusie fusie of splitsing en in samenhang daarmee de fiscale eenheid ten aanzien van die maatschappij eindigt op hetzelfde tijdstip als waarop de overdracht of overgang van de vermogensbestanddelen plaatsvindt wordt die overdracht of overgang geacht plaats te vinden na de ontvoeging van die maatschappij 3 Indien een maatschappij als aangeduid in het vierde lid is betrokken bij een fusie of splitsing en in samenhang daarmee de fiscale eenheid ten aanzien van die maatschappij eindigt wordt op verzoek het ontvoegingstijdstip gesteld op de aanvang van het boekjaar waarin de fusie of splitsing plaatsvindt mits a de in artikel 312 tweede lid onderdeel f van Boek 2 BW voor de fusie onderscheidenlijk artikel 334f tweede lid onderdeel i van Boek 2 BW voor de splitsing bedoelde verantwoording van financiële gegevens eveneens vanaf dat tijdstip plaatsvindt en b de in artikel 318 eerste lid van Boek 2 BW voor de fusie onderscheidenlijk artikel 334n eerste lid van Boek 2 BW voor de splitsing bedoelde notariële akte binnen 12 maanden na de aanvang van dat boekjaar wordt verleden en c met het verschuiven van het ontvoegingstijdstip geen incidenteel fiscaal voordeel wordt beoogd of behaald 4 Het tweede en derde lid zijn van toepassing indien a de maatschappij als overdrager of overnemer is betrokken bij een bedrijfsfusie als bedoeld in artikel 14 eerste lid van de wet b de maatschappij als splitsende rechtspersoon is betrokken bij een splitsing als bedoeld in artikel 14a eerste lid van de wet c de maatschappij als verdwijnende of verkrijgende rechtspersoon is betrokken bij een fusie als bedoeld in artikel 14b eerste lid van de wet Artikel 15 Toerekening opgeofferde bedrag Indien direct voorafgaande aan de ontvoeging van een dochtermaatschappij de aandelen in die dochtermaatschappij in het bezit zijn van meer dan één maatschappij wordt bij de ontvoeging het voor die dochtermaatschappij opgeofferde bedrag bedoeld in artikel 13d achtste lid van de wet toegerekend aan elk van deze maatschappijen naar rato van het aandelenbezit rekening houdend met eventueel aan dat aandelenbezit verbonden bijzondere rechten Artikel 16 Berekening liquidatieverlies met betrekking tot een tussenholding na ontvoeging Indien tot het vermogen van een ontvoegde dochtermaatschappij een deelneming behoort wordt voor de toepassing van artikel 13d vierde lid van de wet geen rekening gehouden met waardeveranderingen van die deelneming welke tot uiting zijn gekomen in het voor die dochtermaatschappij opgeofferde bedrag Artikel 16a Overgang van de drempel voor de innovatiebox bij ontvoeging Indien tot het vermogen van een ontvoegde dochtermaatschappij een immaterieel activum behoort waarop artikel 12b van de wet is toegepast gaat een direct voorafgaand aan de ontvoeging bij de fiscale eenheid aanwezig saldo als bedoeld in artikel 12b zesde lid van de wet voor zover dat saldo betrekking heeft op dat activum over op die dochtermaatschappij Hoofdstuk III Specifieke bepalingen bij een juridische splitsing of juridische fusie binnen fiscale eenheid Artikel 17 Splitsing van dochtermaatschappij binnen fiscale eenheid 1 Indien bij een splitsing als bedoeld in artikel 14a eerste lid van de wet van een tot een fiscale eenheid behorende dochtermaatschappij die dochtermaatschappij ophoudt te bestaan en de verkrijgende rechtspersonen deel uitmaken van dezelfde fiscale eenheid wordt op verzoek van de moedermaatschappij de fiscale eenheid ten aanzien van de splitsende dochtermaatschappij geacht niet te zijn verbroken en vinden vanaf het tijdstip van splitsing de hierna weergegeven bijzondere regelingen toepassing 2 De verrekening als bedoeld in artikel 15ae van de wet van voorvoegingsverliezen van de splitsende dochtermaatschappij met de belastbare winst van de fiscale eenheid en de verrekening van een verlies van de fiscale eenheid met de voor het voegingstijdstip van de splitsende dochtermaatschappij genoten belastbare winst van die dochtermaatschappij vindt plaats alsof er geen splitsing heeft plaatsgevonden 3 Bij ontvoeging van een verkrijgende rechtspersoon kunnen voorvoegingsverliezen van de gesplitste dochtermaatschappij en fiscale eenheidsverliezen welke toerekenbaar zijn aan de gesplitste dochtermaatschappij op verzoek van de verkrijgende rechtspersoon en de moedermaatschappij en onder nader door de inspecteur te stellen voorwaarden worden meegegeven met de verkrijgende rechtspersoon voor zover deze de activiteiten van de gesplitste dochtermaatschappij heeft voortgezet De in de eerste volzin bedoelde voorwaarden mogen slechts strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van belasting welke verschuldigd zou zijn of zou worden indien geen ontvoeging van de verkrijgende rechtspersoon had plaatsgevonden 4 De verkrijgende rechtspersonen treden met betrekking tot al hetgeen in het kader van de splitsing is verkregen in de plaats van de splitsende dochtermaatschappij 5 Voor de toepassing van een regeling ter voorkoming van dubbele belasting vindt de overbrenging van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting van de gesplitste dochtermaatschappij van voor het tijdstip van splitsing plaats alsof de splitsing niet heeft plaatsgevonden 6 De overbrenging van deelnemingsverrekening of verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten van de gesplitste dochtermaatschappij van voor het tijdstip van splitsing vindt plaats alsof de splitsing niet heeft plaatsgevonden 7 Aftrekbeperkingen uit hoofde van de artikelen 15ab tweede lid of 15ad van de wet blijven doorlopen alsof de splitsing niet heeft plaatsgevonden 8 Het verzoek bedoeld in het eerste lid wordt gedaan uiterlijk bij de aangifte over het boekjaar waarin de splitsing heeft plaatsgevonden 9 Met betrekking tot een verzoek als bedoeld in het derde lid is artikel 15af derde lid van de wet van overeenkomstige toepassing Artikel 18 Juridische fusie van dochtermaatschappij binnen fiscale eenheid 1 Indien bij een fusie als bedoeld in artikel 14b eerste lid van de wet een tot een fiscale eenheid behorende dochtermaatschappij ophoudt te bestaan en de verkrijgende rechtspersoon deel uitmaakt van dezelfde fiscale eenheid wordt op verzoek van de moedermaatschappij de fiscale eenheid ten aanzien van de verdwijnende dochtermaatschappij geacht niet te zijn verbroken en vinden vanaf het tijdstip van fusie de hierna weergegeven bijzondere regelingen toepassing 2 De verrekening als bedoeld in artikel 15ae van de wet van voorvoegingsverliezen van de verdwijnende dochtermaatschappij met de belastbare winst van de fiscale eenheid en de verrekening van een verlies van de fiscale eenheid met de voor het voegingstijdstip van de verdwijnende dochtermaatschappij genoten belastbare winst van die dochtermaatschappij vindt plaats alsof er geen fusie heeft plaatsgevonden 3 Bij ontvoeging van de verkrijgende rechtspersoon kunnen voorvoegingsverliezen van de verdwenen dochtermaatschappij en fiscale eenheidsverliezen welke toerekenbaar zijn aan de verdwenen dochtermaatschappij op verzoek van de verkrijgende rechtspersoon en onder nader door de inspecteur te stellen voorwaarden worden meegegeven met de verkrijgende rechtspersoon voor zover deze de activiteiten van de verdwenen dochtermaatschappij heeft voortgezet De in de eerste volzin bedoelde voorwaarden mogen slechts strekken ter verzekering van de heffing en de invordering van belasting welke verschuldigd zou zijn of zou worden indien geen ontvoeging van de verkrijgende rechtspersoon had plaatsgevonden 4 De verkrijgende rechtspersoon treedt met betrekking tot al hetgeen in het kader van de fusie is verkregen in de plaats van een verdwijnende dochtermaatschappij 5 Voor de toepassing van een regeling ter voorkoming van dubbele belasting vindt de overbrenging van vanwege een andere Mogendheid geheven belasting van de verdwenen dochtermaatschappij van voor het tijdstip van fusie plaats alsof de fusie niet heeft plaatsgevonden 6 De overbrenging van deelnemingsverrekening of verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten van de verdwenen dochtermaatschappij van voor het tijdstip van fusie vindt plaats alsof de fusie niet heeft plaatsgevonden 7 Aftrekbeperkingen uit hoofde van de artikelen 15ab tweede lid of 15ad van de wet blijven doorlopen alsof de fusie niet heeft plaatsgevonden 8 Het verzoek bedoeld in het eerste lid wordt gedaan uiterlijk bij de aangifte over het boekjaar waarin de fusie heeft plaatsgevonden 9 Met betrekking tot een verzoek als bedoeld het derde lid is artikel 15af derde lid van de wet van overeenkomstige toepassing Artikel 18a Aansluitende fiscale eenheid na juridische fusie of splitsing 1 Indien binnen drie maanden na het verlijden van de akte van fusie of splitsing wordt verzocht om een fiscale eenheid met ingang van de aanvang van het boekjaar waarin de fusie of splitsing heeft plaatsgevonden wordt het verzoek voor de toepassing van artikel 15 vijfde lid van de wet geacht te zijn gedaan binnen drie maanden na de aanvang van dat boekjaar mits van de fiscale eenheid de volgende maatschappijen deel uitmaken a twee of meer belastingplichtigen waarin de verdwijnende onderscheidenlijk splitsende rechtspersoon een onmiddellijk of middellijk aandelenbezit heeft dat bij de fusie onderscheidenlijk splitsing is overgegaan naar de verkrijgende rechtspersoon onderscheidenlijk één van de verkrijgende rechtspersonen of b de verkrijgende rechtspersoon en een belastingplichtige waarin de verdwijnende onderscheidenlijk splitsende rechtspersoon een onmiddellijk of middellijk aandelenbezit heeft dat bij de fusie onderscheidenlijk splitsing is overgegaan naar de verkrijgende rechtspersoon 2 Het eerste lid is slechts van toepassing indien de verdwijnende of splitsende rechtspersoon en de belastingplichtigen bedoeld in onderdeel a van dat lid of de belastingplichtige bedoeld in onderdeel b van dat lid bij de aanvang van het boekjaar bedoeld in dat lid deel uitmaakten van dezelfde fiscale eenheid en het ontvoegingstijdstip met betrekking tot die fiscale eenheid met toepassing van artikel 14 derde lid wordt gesteld op de aanvang van dat boekjaar 3 Voor de toepassing van artikel 15 eerste en tweede lid van de wet wordt vanaf de aanvang van het boekjaar waarin een juridische fusie of splitsing plaatsvindt een onmiddellijk of middellijk bezit van de verdwijnende onderscheidenlijk splitsende rechtspersoon van aandelen in een andere belastingplichtige aangemerkt als bezit van de verkrijgende rechtspersoon die door de juridische fusie of splitsing het onmiddellijke of middellijke bezit van de desbetreffende aandelen heeft verkregen 4 Het derde lid is slechts van toepassing indien a bij de aanvang van het in het derde lid bedoelde boekjaar de verdwijnende onderscheidenlijk splitsende rechtspersoon en de in dat lid bedoelde andere belastingplichtige deel uitmaakten van dezelfde fiscale eenheid en het ontvoegingstijdstip met betrekking tot die fiscale eenheid met toepassing van artikel 14 derde lid wordt gesteld op de aanvang van dat boekjaar b de verkrijgende rechtspersoon bij de aanvang van dat boekjaar een bestaand lichaam is c de verkrijgende rechtspersoon en de lichamen die met hem deel uitmaken of kunnen uitmaken van een fiscale eenheid op het tijdstip direct voorafgaande aan de fusie of splitsing geen onmiddellijk of middellijk bezit van aandelen in het nominaal gestorte kapitaal in de andere belastingplichtige bedoeld in het derde lid hadden of gezamenlijk een onmiddellijk of middellijk bezit van minder dan 5 van die aandelen hadden Hoofdstuk IV Specifieke bepalingen bij een fiscale eenheid tussen verzekeraars en niet verzekeraars en tussen verzekeraars onderling Afdeling 1 Definities Artikel 19 1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder a het besluit verzekeraars 2001 het Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001 b egalisatiereserve egalisatiereserve als bedoeld in artikel 7 van het besluit verzekeraars 2001 c calamiteitenreserve calamiteitenreserve als bedoeld in artikel 12 van het besluit verzekeraars 2001 d een verzekeraar een belastingplichtige als bedoeld in artikel 7 van het besluit verzekeraars 2001 2 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt mede als verzekeraar aangemerkt de verzekeraar tezamen met een of meer van de volgende tot de fiscale eenheid behorende maatschappijen a een dochtermaatschappij van de verzekeraar welke niet een verzekeraar is en welke uitsluitend of nagenoeg uitsluitend werkzaamheden ten behoeve van de verzekeraar verricht b een maatschappij waarvan de activiteiten uitsluitend of nagenoeg uitsluitend direct of indirect bestaan uit het houden van de aandelen van de verzekeraar en daarmee samenhangende werkzaamheden c een dochtermaatschappij van de verzekeraar welke eveneens een verzekeraar is 3 Van het uitsluitend of nagenoeg uitsluitend verrichten van werkzaamheden ten behoeve van een verzekeraar als bedoeld in het tweede lid onderdeel a is sprake indien in de dochtermaatschappij zijn ondergebracht a bedrijfsmiddelen welke nodig zijn voor de uitoefening van het door de verzekeraar uitgeoefende verzekeringsbedrijf b werkzaamheden die behoren tot het door de verzekeraar uitgeoefende verzekeringsbedrijf c werkzaamheden die direct voortvloeien uit het door de verzekeraar uitgeoefende verzekeringsbedrijf en welke uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten behoeve van de verzekerden plaatsvinden of d werkzaamheden die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend dienstbaar zijn aan het door de verzekeraar uitgeoefende verzekeringsbedrijf Afdeling 2 Bepalingen inzake jaarlijkse toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve bij een fiscale eenheid tussen een verzekeraar en een niet verzekeraar Artikel 20 Indien een verzekeraar een fiscale eenheid vormt met een belastingplichtige op wie het besluit verzekeraars 2001 niet van toepassing is worden de toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve bedoeld in de artikelen 9 10 en 11 van het besluit verzekeraars 2001 bepaald alsof de verzekeraar geen deel uitmaakt van de fiscale eenheid met dien verstande dat a voor het bepalen van de limiet van artikel 9 eerste lid onderdeel b van het besluit verzekeraars 2001 artikel 15ah van de wet overeenkomstige toepassing vindt b voor het bepalen van de limiet van artikel 9 eerste lid onderdeel c van het besluit verzekeraars 2001 als het belastbare bedrag of belastbare binnenlandse bedrag geldt het zodanige bedrag van de fiscale eenheid c voor de berekening van de voor opneming in de egalisatiereserve beschikbare over het jaar genoten winst de belasting wordt gesteld op H percent van de op de voet van artikel 15ah van de wet aan de verzekeraar toe te rekenen winst van de fiscale eenheid waarbij H staat voor het percentage van het hoogste tarief bedoeld in artikel 22 van de wet Afdeling 3 Bepalingen bij een fiscale eenheid tussen verzekeraars en niet verzekeraars en tussen verzekeraars onderling wat betreft toets egalisatiereserve aan het vermogen Artikel 21 1 Indien op het voegingstijdstip tot de fiscale eenheid twee of meer verzekeraars gaan behoren wordt de egalisatiereserve op dat tijdstip gesteld op de som van die reserves van die verzekeraars direct voorafgaande aan de voeging 2 Indien op het voegingstijdstip het bedrag waarmee het vermogen de egalisatiereserve te boven gaat vermogensruimte een en ander opgevat overeenkomstig artikel 11 derde lid van het besluit verzekeraars 2001 afneemt als gevolg van de voeging en het betreft een situatie als bedoeld in artikel 19 tweede lid onderdeel a wordt per het einde van ieder jaar daarna gedurende twintig jaren doch ten hoogste zo lang de verzekeraar en de dochtermaatschappij tezamen in aanmerking worden genomen de vermogensruimte van de verzekeraar fictief verhoogd De verhoging is gelijk aan het bedrag waarmee op het voegingstijdstip de boekwaarde van de deelneming in de dochtermaatschappij te boven gaat het bedrag van het vermogen van die maatschappij verminderd met 5 percent voor elk jaar dat inmiddels is verstreken na de voeging 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing in een situatie als bedoeld in artikel 19 tweede lid onderdeel b 4 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing in een situatie als bedoeld in artikel 19 tweede lid onderdeel c In deze situatie wordt de vermogensruimte van de verzekeraar jaarlijks voorts fictief verhoogd met het bedrag waarmee op het voegingstijdstip het vermogen van de dochtermaatschappij haar gestorte kapitaal te boven gaat 5 Indien op een voegingstijdstip de vermogensruimte toeneemt en bij een uitbreiding daarna van de fiscale eenheid de vermogensruimte afneemt vindt bij die uitbreiding een fictieve verhoging van de vermogensruimte geen toepassing tot het bedrag van de eerdere toename van de ruimte 6 Een fictieve verhoging van de vermogensruimte blijft achterwege indien het betreft de voeging van een dochtermaatschappij die reeds eerder deel uitmaakte van een fiscale eenheid met de verzekeraar Afdeling 4 Verdeling egalisatiereserve bij een fiscale eenheid tussen verzekeraars en niet verzekeraars en tussen verzekeraars onderling bij ontvoeging Artikel 22 Indien de ontvoeging betreft een verzekeraar en er bij die ontvoeging nog een of meer verzekeraars achterblijven dan wel de ontvoeging betreft meer dan een verzekeraar wordt de egalisatiereserve van de fiscale eenheid zodanig verdeeld over de verzekeraars dat bij de afzonderlijke verzekeraar de egalisatiereserve niet uitgaat boven het laagste van de volgende bedragen a het vermogen van die verzekeraar verminderd met het gestorte kapitaal en met de overige toelaatbare reserves van die verzekeraar Hierbij worden voor het bepalen van het vermogen mede als schulden aangemerkt de bij het bepalen van de winst niet in aftrek komende uitdelingen en daarmee gelijkgestelde betalingen die na ontvoeging plaatsvinden en betrekking hebben op tijdvakken van daarvoor Indien het betreft een verzekeraar die achterblijft in de fiscale eenheid wordt het vermogen vermeerderd met een evenredig gedeelte van de fictieve verhoging van de vermogensruimte die op de voet van artikel 21 is toegepast aan het einde van het laatste jaar voorafgaande aan de ontvoeging b het voor die verzekeraar in artikel 8 of in artikel 19 van het besluit verzekeraars 2001 gestelde maximum De verdeling van de egalisatiereserve van de fiscale eenheid over de verzekeraars geschiedt zoveel mogelijk naar verhouding van de voor de afzonderlijke verzekeraars geldende laagste van de bedragen bedoeld in de eerste volzin onderdelen a en b Afdeling 5 Calamiteitenreserve Artikel 23 Het bepaalde in de artikelen 20 21 en 22 met betrekking tot een egalisatiereserve is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een calamiteitenreserve Hoofdstuk V Specifieke bepalingen bij een fiscale eenheid van beleggingsinstellingen Afdeling 1 Definitie Artikel 24 Voor de toepassing van artikel 4 vijfde lid en artikel 5 tweede lid van het Besluit beleggingsinstellingen wordt tijdens het bestaan van een fiscale eenheid in omloop zijnde aandelen opgevat als in omloop zijnde aandelen in de moedermaatschappij Afdeling 2 Bij de totstandkoming van een fiscale eenheid Artikel 25 Uit te delen winst uitdelingstekorten afrondingsreserve en voorvoegingsverlies 1 De door een dochtermaatschappij na haar voegingstijdstip op de voet van artikel 28 tweede lid onderdeel b van de wet uit te delen winst wordt aangemerkt als door de fiscale eenheid op de voet van dat artikelonderdeel uit te delen winst van het jaar waarin de uitdeling van de dochtermaatschappij plaatsvindt De eerste volzin is niet van toepassing met betrekking tot uit te delen winst die als zogenaamd meegekocht dividend kan worden aangemerkt 2 Vóór het voegingstijdstip bij een maatschappij ontstane uitdelingstekorten als bedoeld in artikel 2 vierde lid van het Besluit beleggingsinstellingen worden binnen de in dat artikel gestelde termijn slechts verrekend met de voor uitdeling beschikbare winst van de fiscale eenheid voorzover die aan die maatschappij is toe te rekenen Artikel 15ah van de wet is hierbij van overeenkomstige toepassing Voorts is hierbij van overeenkomstige toepassing artikel 12 3 Indien een bestaande fiscale eenheid wordt uitgebreid of indien een bestaande fiscale eenheid wordt opgenomen in een nieuwe fiscale eenheid vindt de verrekening van een voor dat voegingstijdstip ontstaan uitdelingstekort als bedoeld in artikel 2 vierde lid van het Besluit beleggingsinstellingen van die bestaande fiscale eenheid binnen de in dat artikel gestelde termijn met de voor uitdeling beschikbare winst van na dat voegingstijdstip plaats voorzover deze voor uitdeling beschikbare winst is toe te rekenen aan de maatschappijen die direct voorafgaande aan dat voegingstijdstip reeds een fiscale eenheid vormden Het tweede lid tweede en derde volzin is hierbij van overeenkomstige toepassing 4 De afrondingsreserve als bedoeld in artikel 5 van het Besluit beleggingsinstellingen wordt op het voegingstijdstip gesteld op de som van de reserve van de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij 5 Het verlies van een dochtermaatschappij dat betrekking heeft op het jaar voorafgaand aan het voegingstijdstip en dat ingevolge artikel 4 vierde lid van het Besluit beleggingsinstellingen is vastgesteld om over te brengen naar het volgende jaar wordt niet bij de fiscale eenheid in aanmerking genomen Afdeling 3 Bij de verbreking van een fiscale eenheid Artikel 26 Uitdelingstekorten 1 Vanaf het tijdstip van ontvoeging van een dochtermaatschappij worden binnen de in artikel 2 vierde lid van het Besluit beleggingsinstellingen gestelde termijn de volgende uitdelingstekorten verrekend met de voor uitdeling beschikbare winst van die dochtermaatschappij van na dat tijdstip a de uitdelingstekorten van de dochtermaatschappij van voor haar voegingstijdstip voor zover die nog niet verrekend zijn b de uitdelingstekorten van de fiscale eenheid die bij de ontvoeging nog niet verrekend zijn voor zover die aan die dochtermaatschappij zijn toe te rekenen 2 Uitdelingstekorten als bedoeld in het eerste lid onder b worden slechts toegerekend aan de dochtermaatschappij indien de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij daarom verzoeken en voorzover aannemelijk wordt gemaakt dat de uitdelingstekorten aan de dochtermaatschappij zijn toe te rekenen 3 Artikel 15af derde tot en met zesde lid van de wet is van overeenkomstige toepassing Artikel 27 Herbeleggingsreserve en afrondingsreserve 1 Bij de ontvoeging van een dochtermaatschappij wordt de herbeleggingsreserve als bedoeld in artikel 4 van het Besluit beleggingsinstellingen van die dochtermaatschappij gesteld op de herbeleggingsreserve die bij de dochtermaatschappij reeds aanwezig was op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan haar voegingstijdstip verminderd met a indien de ontvoeging plaatsvindt met ingang van een boekjaar het verlies van de fiscale eenheid dat ingevolge artikel 4 vierde lid van het Besluit beleggingsinstellingen wordt overgebracht naar dat boekjaar of b indien de ontvoeging plaatsvindt in de loop van een boekjaar het verlies van de fiscale eenheid dat ingevolge artikel 4 vierde lid van het Besluit beleggingsinstellingen naar dat boekjaar is overgebracht voorzover dit verlies niet groter is dan die herbeleggingsreserve 2 Het bedrag van het verlies dat ingevolge het eerste lid in mindering komt op de herbeleggingsreserve van de dochtermaatschappij wordt niet meer in aanmerking genomen bij de overblijvende fiscale eenheid onderscheidenlijk

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/vennootschapsbelasting/besluit-fiscale-eenheid-2003 (2016-01-09)
    Open archived version from archive