archive-nl.com » NL » B » BELASTINGCOLLECTIEF.NL

Total: 1024

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Omzetbelasting - Belasting Collectief Nederland
    BTW beurzen Sinterklaasfeest en de werkkostenregeling Limited liability partnership Nieuwe regeling rechtsbescherming tegen controlehandelingen Verhoging ZVW bijdrage inkomen 2012 onder de loep Belgische achterhoede gevechten i p v ernstige begroting Negatief loon verrekenen Tegemoetkoming Staatssecretaris verhult verkeerde uitleg art 10 Successiewet De informatieverplichting een suppletie die geen verbetering is Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen Fruitmand en rouwkrans Aankoop van een vakantiehuis in Duitsland Bijtelling te voorkomen door dubbel leasecontract Te weinig geld in BV om pensioen eigen beheer uit te keren Scheepvaart CV gebruikmaking van willekeurige afschrijving Nieuw besluit bestrijding en ontmanteling APV s Auto van de zaak de bovennormbijdrage Struisvogels en tandprothesen De verraderlijke eigenschappen van de Duitse omzetbelasting De werkplek Belastingdienst Toeslagen maakt fraude mogelijk met toeslagen Politieke vertoning in België toch meer dan louter een taaltegenstelling tussen Vlamingen en Walen Overdracht van de woning door ouders aan kinderen gunstig of juist niet Gereglementeerde beroepstitels inzake boekhoudkundige en fiscale beroepen in België Over het kijken naar een aap apekool en de verhoging van het btw tarief voor podiumkunsten De dure verzuimboete voor een te laat ingediende aangifte vennootschapsbelasting Vrijstelling overdrachtsbelasting ook voor BV met bouwterrein VAR verklaring de misverstanden de oplossing Duitse Grondbelasting Grundsteuer Memo inzake integratieheffing Zachte heelmeesters maken stinkende wonden Sloopconstructie en economische eigendomsoverdracht Wat zal de rechtsbescherming bij de informatieplicht in de praktijk betekenen Welke rechtsmiddelen heeft u als de belastingontvanger het verzoek om een betalingsregeling afwijst Duitse loonbelasting Algemeen verweer tegen aansprakelijkstelling Bestuurdersaansprakelijkheid meld tijdig betalingsonmacht Aansprakelijkheid en de bedoeling van de wet Het MKB heeft gezond inkopen nog niet ontdekt Lening van BV aan DGA voor rentevoordeel onbelast Levering digitaal fotoboek belast met 6 btw Belastingplicht in Duitsland beschränkte resp unbeschränkte Steuerpflicht De fiscale risicoaansprakelijkheid Hoge boetes bij te laat indienen van een belastingaangifte Is de meldingsplicht bij de bestuurdersaansprakelijkheid onevenredig Aansprakelijkheid bij vervreemding van aandelen Cross boarder leasing zonder btw Het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland Geen interne levering bij inpandige verbouwing Bestuurdersaansprakelijkheid ver van uw bed of dichterbij dan u dacht Fiscale boetes voorkomen beter dan genezen Wettelijk minimumloon stijgt per 1 juli 2012 Lenteakkoord 2012 en loonheffingen Met een kanonskogel een vlieg doden Verzekeringsplicht Tweede woning Zwitserland Wijzigingen in de Duitse BTW wetgeving Goed lobbywerk van het Verbond van Verzekeraars 808 vergoeding voor aanslag van 6 Vernederlandsing van Belgische autofiscaliteit Reactivering vermogensbelasting in Spanje 2012 2013 Fiscale Highlight Stabiliteitsprogramma Crisismaatregel 2012 Let op bij creatief gebruik van verrekenprijzen E Bilanz ofwel elektronische balans Kantoren Friesland Customs Knowledge in Heerenveen Arjo Groenendijk Bart Boersma Bram van Breukelen Geert Koevoets Sander van Lent De Vries c s Tax Advisors in Beetsterzwaag Joost Muller Jan Jaap de Vries Priore in Heerenveen mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Priore in Workum mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Rien Vink Loonheffingen in Engwierum Rien Vink Scheidingsfiscalist T van der Wal in Beetsterzwaag Tiny van der Wal Smids en Schakel in Leeuwarden Peter Steenhuis Marieke van der Veer Corine van der Maden LEXX Advocaten in Leeuwarden Mr Martijn S Dunant Maurits Tóth Belastingadvies Andries Tóth Eikenaar Belastingadvies in Drachten Ed Eikenaar Groningen Stetler in Haren Wim Dijkstra HS26 Advocatuur in Groningen Gerhard Sjobbema Caraad Belastingadviseurs in Groningen Wietze Hoekstra Martijn Thalen Rutger Hotsma Bastide in Groningen Petrus Zijlstra Drenthe Consensio in Zuidlaren Gonard Wagenaar Bloemsma Faassen in Assen Willem Faassen Anne Marc van de Wal Gelderland Kleijsen Cortenbach Kuijpers LLP in Nijmegen P E Art and Tax in Doetinchem Peter Kleinreesink ScholsBurgerhartSchols in Nijmegen Mr dr W Burgerhart Prof dr B M E M Schols Prof mr F W J M Schols Van Lienden Kooistra in Barneveld Eric Jan Sobels Jonne Tijssen Noord Brabant De Vries Partners in Valkenswaard Hans van Kuyk Wesselman in Eindhoven Bert Bogie Wesselman in Helmond Bert Bogie Lucas Belastingadvies in Den Bosch Jurrian Lucas Ooms Partners in Breda drs Marco Ooms mr Hans Seijkens Limburg Rebastion in Maastricht Frodo Oude Groeniger Rob Engelbert Wesselman in Weert Bert Bogie Noord Holland HDK Advocaten en Fiscalisten in Amsterdam Roy Vliese Pavel der Kinderen MB Legal Tax in Alkmaar F van Elk FB Fedor mr drs J D Hoogendoorn RA Jaap J Beijert Jan MB Legal Tax in Middenbeemster mr M F Marco Bezoet de Bie mr J D M J den Boer RA CRAd Schut en Bruggink Estate Planners in Haarlem Paul Schut Marian Bruggink Rogier Pak Abel Advisory in Amsterdam Frank Schwarte Joost Lagerberg AsjesBisseling in Amsterdam Arjan Bisseling B B Accountants in Den Burg De Bont Advocaten in Amsterdam prof mr G J M E de Bont mr J M Sitsen mr M B Weijers mr P de Haas VanOoijen in Haarlem Adriaan Daniels Ognjen Soldat Just Tax in Nieuw Vennep Utrecht AccountantsTEAM in Utrecht Joost Rietveld Pay Check in Houten Pieter Miedema Fiscaal Jurist in Baarn Pieter Miedema Overijssel ELBERT fiscaal in Hengelo mr H A Elbert Beersen Grandiek in Hengelo Mr V J Vincent Grandiek Cervus Belastingadvies in Zwolle mr H A Elbert EVFA in Deventer Eric Versteegh Zuid Holland Scientia Fiscalis in Alblasserdam Yvonne Tigelaar Klootwijk Van Driel Fruijtier in Dordrecht MB Internationaal in Rotterdam Zeeland Rijkse Partners Belastingadviseurs in Middelburg Curacao Wesselman in Curaçao Bert Bogie Duitsland Strick Rechtsanwälte Steuerberater in Kleve Anton Ingenerf Frank J Lamers Sabine van Wickeren Lenk Christian Theissen Freddy B Heinzel Belgie Cobofisk in Gent Hendrik Huys Cobofisk in Aalter Luc Coopman Spanje Arcos Lamers Asociados in Marbella Wim Lamers Maite Arcos Kennisgroepen BTW specialisten Loonheffing specialisten Pensioen specialisten Estate Planning specialisten Formeel Belastingrecht specialisten Fusie Overname specialisten Herinvesteringsreserve specialisten Huwelijk Echtscheiding specialisten Innovatiebox specialisten Internationaal Belastingrecht specialisten Douane specialisten Auto van de zaak Sport Sprekers Cursussen Allround Auto van de zaak Bedrijfsoverdracht BTW Douane Estate Planning FFP VBI FBI Formeel belastingrecht Loonheffingen Pensioenen Partners Fiscaal Kenniscentrum Fiscaal up to Date Hoge Raad geeft happy end aan nasleep Van der Steen naheffingen van tafel Verhuur van theaterruimte was niet vrijgesteld van BTW Betalingsonmacht hoefde pas na aanmaning te worden gemeld HIR viel vrij wegens verkoop herinvesteringslichaam

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/omzetbelasting (2016-01-09)
    Open archived version from archive


  • Wet op de omzetbelasting 1968 - Belasting Collectief Nederland
    Gemeenschap gevestigd is of wanneer de handelingen rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd uit de Gemeenschap 3 In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt bij levering van een nieuw vervoermiddel door een in het eerste lid onderdeel d bedoelde ondernemer de in het eerste lid bedoelde aftrek beperkt tot de belasting die in de aankoopprijs is begrepen of die verschuldigd is geworden ter zake van de intracommunautaire verwerving of de invoer van het vervoermiddel De aftrek bedraagt ten hoogste het bedrag van de belasting dat verschuldigd zou zijn indien op die levering het tarief van nihil niet van toepassing zou zijn Het recht op aftrek ontstaat op het tijdstip waarop het vervoermiddel wordt geleverd Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld inzake de toepassing van dit lid en van het eerste lid onderdeel d 4 De aftrek van belasting vindt plaats overeenkomstig de bestemming van de goederen en diensten op het tijdstip waarop de belasting aan de ondernemer in rekening wordt gebracht dan wel op het tijdstip waarop de belasting wordt verschuldigd Indien op het tijdstip waarop de ondernemer goederen en diensten gaat gebruiken blijkt dat de belasting ter zake voor een groter of kleiner gedeelte in aftrek is gebracht dan waartoe de ondernemer op grond van het gebruik is gerechtigd wordt hij de te veel afgetrokken belasting op dat tijdstip verschuldigd De verschuldigd geworden belasting wordt op de voet van artikel 14 voldaan De te weinig afgetrokken belasting wordt aan hem op zijn verzoek teruggegeven 5 Geen aftrek vindt plaats van belasting welke in rekening is gebracht ter zake van het verstrekken van spijzen en dranken voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel café restaurant pension en aanverwant bedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden 6 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de aftrek van belasting ingeval goederen en diensten door de ondernemer mede worden gebruikt anders dan voor belaste handelingen of anders dan voor de handelingen bedoeld in het tweede lid Daarbij wordt tevens rekening gehouden met wijzigingen in het gebruik van onroerende zaken bedoeld in het eerste lid laatste alinea Voorts kan daarbij worden bepaald dat het afstoten van goederen welke de ondernemer in zijn bedrijf heeft gebruikt buiten aanmerking wordt gelaten 7 Een herziening van de aftrek vindt niet plaats a in geval van naar behoren bewezen en aangetoonde vernietiging verlies of diefstal van goederen b in geval van onttrekkingen van goederen voor het verstrekken van geschenken van geringe waarde en van monsters als bedoeld in artikel 3 achtste lid Artikel 16 1 Bij koninklijk besluit kan de in artikel 15 eerste lid bedoelde aftrek in bepaalde gevallen geheel of gedeeltelijk worden uitgesloten zulks ten einde te voorkomen dat op goederen en diensten welke worden gebruikt voor het voeren van een zekere staat voor het bevredigen van behoeften van anderen dan ondernemers of ten behoeve van prestaties als zijn bedoeld in artikel 11 de belasting geheel of gedeeltelijk niet drukt 2 Na het tot stand komen van een besluit door Ons krachtens het eerste lid genomen wordt onverwijld een voorstel van wet tot goedkeuring van dat besluit aan de Tweede Kamer der Staten Generaal gezonden 3 Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een der Kamers der Staten Generaal tot het niet aannemen van het voorstel besluit wordt Ons besluit onverwijld ingetrokken Artikel 16a Ter zake van prestaties als bedoeld in artikel 3 derde lid onderdelen a en c en artikel 4 tweede lid wordt de belasting niet verschuldigd indien het prestaties betreft als bedoeld in het op artikel 16 eerste lid gebaseerde koninklijk besluit Artikel 17 Ingeval de voor aftrek in aanmerking komende belasting meer bedraagt dan de in het tijdvak verschuldigd geworden belasting wordt het verschil aan de ondernemer op zijn verzoek terugbetaald Hoofdstuk IIA Heffing ter zake van intracommunautaire verwervingen Afdeling 1 Belastbaar feit Artikel 17a 1 Intracommunautaire verwerving van goederen is de verwerving van goederen ingevolge een levering van deze goederen door een als zodanig handelende ondernemer welke goederen worden verzonden of vervoerd van een lid staat naar een andere lid staat 2 Wanneer door rechtspersonen andere dan ondernemers verworven goederen worden verzonden of vervoerd uit een derde land en door deze rechtspersonen worden ingevoerd in een andere lid staat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer worden deze goederen geacht te zijn verzonden of vervoerd vanuit de lid staat van invoer van de goederen 3 Met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 1 onderdeel b wordt gelijkgesteld het beschikken voor bedrijfsdoeleinden over een goed dat door of voor rekening van de ondernemer wordt verzonden of vervoerd uit een andere lid staat waar het goed is vervaardigd gewonnen bewerkt gekocht onderworpen aan heffing van belasting ter zake van intracommunautaire verwerving of door hem is ingevoerd 4 Met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 1 onderdeel b wordt mede gelijkgesteld het komen binnen Nederland van goederen die zijn verzonden of vervoerd vanuit een andere lid staat waar zij ter beschikking hebben gestaan zonder dat over deze goederen aldaar belasting is geheven of voldaan in verband met het gebruik ervan in het kader van het Verdrag van Londen van 19 juni 1951 tussen de Staten die partij zijn bij het Noord Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten Trb 1951 114 en Trb 1953 10 Stb 1953 438 indien de invoer van die goederen niet zou zijn vrijgesteld Artikel 17b 1 De plaats waar een intracommunautaire verwerving wordt verricht is de plaats van aankomst van de verzending of het vervoer 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt een intracommunautaire verwerving verricht in de lid staat die aan de afnemer het btw identificatienummer heeft toegekend waaronder de verwerving wordt verricht voor zover de afnemer niet aantoont dat de belasting is geheven met toepassing van het eerste lid 3 Het tweede lid is niet van toepassing en de intracommunautaire verwerving van goederen wordt geacht overeenkomstig het eerste lid aan de heffing te zijn onderworpen indien a de afnemer aantoont de verwerving te hebben verricht met het oog op een daaropvolgende levering binnen het grondgebied van de overeenkomstig het eerste lid bepaalde lidstaat waarvoor degene voor wie deze levering bestemd is overeenkomstig artikel 197 van BTW richtlijn 2006 is aangewezen als de tot voldoening van de belasting gehouden persoon en b de afnemer heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 37a Afdeling 2 Maatstaf en tarief van heffing Artikel 17c 1 De belasting wordt berekend over de vergoeding 2 Met betrekking tot intracommunautaire verwervingen waarbij de ondernemer die de goederen levert verplicht is ter zake van die levering een factuur uit te reiken is artikel 8 tweede vijfde en zesde lid van overeenkomstige toepassing 3 Met betrekking tot hetgeen op de voet van artikel 17a derde en vierde lid wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 1 onderdeel b is artikel 8 derde en zesde lid van overeenkomstige toepassing 4 In afwijking van het eerste lid wordt met betrekking tot de intracommunautaire verwervingen van accijnsgoederen andere dan tabaksprodukten waarbij de voor die goederen in Nederland verschuldigde of voldane accijns niet in de vergoeding is begrepen de belasting berekend over de vergoeding vermeerderd met die voor de goederen verschuldigde of voldane accijns 5 Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de intracommunautaire verwervingen van alcoholvrije dranken als bedoeld in artikel 6 van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten waarbij de voor die goederen in Nederland op de voet van die wet verschuldigde of voldane belasting niet in de vergoeding is begrepen Artikel 17d Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het tarief van nihil alleen toepassing kan vinden ten aanzien van intracommunautaire verwervingen van goederen genoemd in de bij deze wet behorende tabel II onderdeel a posten 1 3 4 en 5 Afdeling 3 Vrijstellingen Artikel 17e Bij ministeriële regeling wordt onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen vrijstelling van belasting verleend voor de intracommunautaire verwervingen van goederen waarvoor a de levering in Nederland in elk geval is vrijgesteld b bij invoer in elk geval een vrijstelling van toepassing zou zijn c in elk geval recht zou bestaan op volledige teruggaaf daarvan Afdeling 4 Wijze van heffing Artikel 17f De belasting wordt geheven van degene die de intracommunautaire verwerving verricht Artikel 17g 1 De belasting wordt verschuldigd op de vijftiende dag na de maand waarin de intracommunautaire verwerving is verricht 2 Een intracommunautaire verwerving van een goed wordt verricht op het tijdstip waarop de aan de verwerving ten grondslag liggende levering van dat goed wordt verricht 3 Ingeval vóór het in het eerste lid bedoelde tijdstip een factuur wordt uitgereikt aan degene die de verwerving verricht wordt de belasting in afwijking in zoverre van het eerste lid verschuldigd op het tijdstip waarop de factuur wordt uitgereikt Artikel 17h 1 De in een tijdvak verschuldigd geworden belasting moet op aangifte worden voldaan 2 In afwijking in zover van het eerste lid wordt de belasting die verschuldigd is geworden ter zake van intracommunautaire verwervingen van nieuwe vervoermiddelen door natuurlijke personen en rechtspersonen aan wie geen btw identificatienummer is toegekend niet voldaan over een tijdvak 3 Ingeval naast de belasting die verschuldigd is ter zake van de in het tweede lid bedoelde intracommunautaire verwerving van een nieuw vervoermiddel tevens belasting verschuldigd is geworden op de voet van de Wet op de belasting van personenauto s en motorrijwielen 1992 is in afwijking van het eerste en het tweede lid artikel 6 van die wet van overeenkomstige toepassing Hoofdstuk III Heffing ter zake van invoer Afdeling 1 Belastbaar feit Artikel 18 1 Invoer van goederen is a het brengen in Nederland van goederen die niet voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 23 en 24 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap b het brengen in Nederland vanuit een derde land van andere dan de in onderdeel a bedoelde goederen c het in Nederland beëindigen van dan wel het in Nederland onttrekken van goederen aan een douaneregime d de bevoorrading in Nederland van vervoermiddelen met goederen welke niet in het vrije verkeer zijn 2 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder douaneregime a tijdelijke opslag als bedoeld in artikel 50 van het Communautair douanewetboek b de douanebestemmingen bedoeld in artikel 4 onderdeel 15 onder b c en d van het Communautair douanewetboek c de douaneregelingen bedoeld in artikel 4 onderdeel 16 onder b c d e en voor zover het betreft een volledige vrijstelling van rechten bij invoer f van het Communautair douanewetboek 3 Als invoer wordt niet aangemerkt het in Nederland brengen van goederen als bedoeld in het eerste lid onderdelen a en b waarop een douaneregime van toepassing is dan wel waarop aansluitend aan het in Nederland brengen een douaneregime van toepassing wordt Evenmin wordt als invoer aangemerkt het in Nederland beëindigen van een douaneregime voor zover dit regime wordt opgevolgd door een douaneregime 4 Als invoer wordt voorts niet aangemerkt het in Nederland beëindigen van dan wel het in Nederland onttrekken van goederen aan de douaneregeling intern communautair douanevervoer als bedoeld in de artikelen 163 tot en met 165 van het Communautair douanewetboek indien het vervoer aanvangt en eindigt in de Gemeenschap 5 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de toepassing van dit artikel Afdeling 2 Maatstaf en tarief van heffing Artikel 19 1 De belasting wordt berekend over de douanewaarde 2 In de douanewaarde zijn begrepen a de rechten bij invoer belastingen en heffingen met uitzondering van de ter zake van de invoer in Nederland verschuldigde omzetbelasting b de bijkomende kosten zoals kosten van commissie verpakking vervoer en verzekering tot de plaats van bestemming Artikel 20 1 De belasting bedraagt 19 percent 2 In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting a 6 percent voor de invoer van goederen genoemd in de bij deze wet behorende tabel I onderdeel a b nihil voor de invoer van goederen genoemd in de bij deze wet behorende tabel II onderdeel a posten 3 4 en 5 mits is voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden c nihil voor de invoer van gas via een aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net van gas dat van een gastransportschip in een aardgassysteem of een upstreampijpleidingnet wordt ingebracht van warmte of koude via warmte of koudenetten of van elektriciteit mits de toepasselijkheid van dat tarief uit boeken en bescheiden blijkt Afdeling 3 Vrijstellingen Artikel 21 Bij ministeriële regeling wordt onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen vrijstelling van belasting verleend voor a de invoer van goederen waarvoor aanspraak op vrijstelling van douanerechten bestaat b de invoer van goederen in de zin van artikel 18 eerste lid onderdeel b indien aanspraak op vrijstelling van rechten bij invoer zou bestaan indien de goederen zouden zijn ingevoerd in de zin van artikel 18 eerste lid onderdeel a c de invoer van goederen waarvan de levering in Nederland in elk geval is vrijgesteld d de invoer van goederen die worden verzonden of vervoerd naar een andere lid staat wanneer degene die de goederen heeft ingevoerd deze levert met toepassing van de bij deze wet behorende tabel II onderdeel a post 6 Artikel 21a Voor de toepassing van artikel 21b wordt verstaan onder a persoonlijke bagage van reizigers bagage die de reiziger kan aangeven bij de douaneautoriteiten alsmede de bagage die hij later aangeeft mits hij aannemelijk kan maken dat deze bij zijn vertrek als begeleide bagage is ingeschreven bij de maatschappij die zijn vervoer heeft verzorgd met dien verstande dat brandstof andere dan die zich in het normale reservoir van een voertuig bevindt of andere dan een maximale hoeveelheid van tien liter per voertuig in een draagbaar reservoir geen persoonlijke bagage is b invoer die geen handelskarakter heeft invoer die een incidenteel karakter heeft waaraan blijkens de aard of de hoeveelheid van de goederen geen commerciële overwegingen ten grondslag liggen en die uitsluitend betrekking heeft op goederen bestemd voor persoonlijk gebruik van de reizigers dan wel voor het gebruik door hun gezinsleden of bestemd om als geschenk te worden aangeboden c cigarillo s sigaren die per stuk niet meer wegen dan drie gram d particuliere plezierluchtvaart of plezierzeevaart het gebruik van een luchtvaartuig of een zeewaardig vaartuig door de eigenaar daarvan of door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het gebruiksrecht daarvan geniet door huur of anderszins voor andere dan commerciële doeleinden en met name voor andere doeleinden dan voor het vervoer van personen of goederen of voor het verrichten van diensten onder bezwarende titel dan wel ten behoeve van overheidsinstanties Artikel 21b 1 Voor de invoer van goederen wordt vrijstelling verleend indien deze invoer geen handelskarakter heeft en deze goederen deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers komende uit derde landen De vrijstelling wordt verleend voor a goederen niet zijnde goederen bedoeld in de onderdelen b tot en met e waarvan de totale waarde niet meer dan 430 per reiziger bedraagt Voor de toepassing van dit onderdeel wordt de waarde van een afzonderlijk goed niet gesplitst b de volgende tabaksproducten per reiziger tot een maximum van 200 sigaretten 100 cigarillo s 50 sigaren 250 gram rooktabak of een proportioneel assortiment van deze producten c alcohol en alcoholhoudende dranken niet zijnde niet mousserende wijnen en bier per reiziger tot een maximum van 1 liter alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22 vol of niet gedenatureerde ethylalcohol van 80 vol en hoger 2 liter alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van maximaal 22 vol of een proportioneel assortiment van deze producten d een maximale hoeveelheid van 4 liter niet mousserende wijn en 16 liter bier per reiziger e brandstof die zich in het normale reservoir van een voertuig bevindt alsmede per voertuig een maximale hoeveelheid van tien liter brandstof in een draagbaar reservoir 2 Het maximumbedrag bedoeld in het eerste lid onderdeel a wordt voor reizigers in de particuliere plezierluchtvaart of plezierzeevaart beperkt tot 300 3 De vrijstelling bedoeld in het eerste lid onderdelen b c en d geldt niet voor reizigers jonger dan zeventien jaar 4 De maximale hoeveelheden bedoeld in het eerste lid onderdelen b c en d worden voor personeel van vervoermiddelen die worden gebruikt in het verkeer tussen de Gemeenschap en derde landen beperkt tot de volgende hoeveelheden a voor de toepassing van het eerste lid onderdeel b 40 sigaretten 20 cigarillo s 10 sigaren 50 gram rooktabak b voor de toepassing van het eerste lid onderdeel c 1 liter alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22 vol of niet gedenatureerde ethylalcohol van 80 vol en hoger 1 liter alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van maximaal 22 vol c voor de toepassing van het eerste lid onderdeel d 2 liter niet mousserende wijn en 8 liter bier Afdeling 4 Wijze van heffing Artikel 22 1 Ter zake van de belasting bij invoer zijn de wettelijke bepalingen bedoeld in artikel 1 1 eerste en tweede lid van de Algemene douanewet met uitzondering van het bepaalde in artikel 868 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek van overeenkomstige toepassing 2 Bij ministeriële regeling kan onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen kwijtschelding of teruggaaf van bij invoer verschuldigde belasting worden verleend in de gevallen waarin aanspraak op kwijtschelding of terugbetaling van rechten bij invoer bestaat of zou bestaan indien de goederen in het douanegebied van de Gemeenschap bedoeld in artikel 3 van het Communautair douanewetboek zouden zijn ingevoerd of in andere gevallen om redenen van billijkheid 3 Belasting waarvan krachtens het tweede lid kwijtschelding of teruggaaf wordt verleend komt niet voor aftrek op de voet van artikel 15 in aanmerking Heeft de aftrek reeds plaatsgevonden dan wordt de ondernemer die de aftrek heeft genoten het in aftrek gebrachte bedrag als belasting verschuldigd Artikel 22a 1 Op goederen als bedoeld in artikel 18 eerste lid onderdeel b die Nederland binnenkomen uit een derde land dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap bedoeld in artikel 3 van het Communautair douanewetboek zijn de volgende bepalingen van toepassing a de formaliteiten betreffende het in Nederland brengen zijn dezelfde als zijn voorzien in de wettelijke bepalingen bedoeld in artikel 1 1 eerste en tweede lid van de Algemene douanewet ten aanzien van goederen die in het vrije verkeer worden gebracht in de zin van die wettelijke bepalingen b indien de plaats van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen zich buiten de lid staat van binnenkomen in de Gemeenschap bevindt zijn de goederen binnen de Gemeenschap in het verkeer onder de regeling voor intern communautair douanevervoer als bedoeld in artikel 18 vierde lid indien de goederen bij het binnenkomen in de Gemeenschap onder die regeling zijn gebracht c indien op de goederen op het tijdstip van binnenkomen in de Gemeenschap een van de douaneregimes als bedoeld in artikel 18 tweede lid zou kunnen worden toegepast indien zij zouden zijn ingevoerd in de zin van artikel 18 eerste lid onderdeel a kan dit douaneregime ook op deze goederen worden toegepast 2 Op goederen andere dan bedoeld in artikel 18 eerste lid onderdeel a die worden verzonden of vervoerd uit de Gemeenschap naar een derde land dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap als bedoeld in het eerste lid aanhef zijn de volgende bepalingen van toepassing a de formaliteiten betreffende de verzending of het vervoer naar een derde land zijn dezelfde als zijn voorzien in de wettelijke bepalingen bedoeld in artikel 1 1 eerste en tweede lid van de Algemene douanewet ten aanzien van goederen die worden uitgevoerd in de zin van die wettelijke bepalingen b op goederen die tijdelijk zijn uitgevoerd uit de Gemeenschap met het oog op hun wederinvoer zijn de wettelijke bepalingen bedoeld in artikel 1 1 eerste en tweede lid van de Algemene douanewet ter zake van de uitvoer van overeenkomstige toepassing Artikel 23 1 In afwijking van artikel 22 wordt de belasting ter zake van de invoer van goederen bestemd voor aangewezen ondernemers en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen andere dan ondernemers geheven van die ondernemers en lichamen Bij ministeriële regeling worden onder daarbij te stellen voorwaarden regels gesteld omtrent de aanwijzing Daarbij kan worden bepaald dat op verzoek een aanwijzing kan geschieden door de inspecteur 2 De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de goederen worden ingevoerd 3 De in een tijdvak verschuldigd geworden belasting moet op aangifte worden voldaan 4 Paragraaf 4 1 3 3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op verzoeken tot aanwijzing op grond van bepalingen krachtens het eerste lid Hoofdstuk IV Uitvoer van goederen Artikel 24 1 Aan lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen andere dan ondernemers die goederen in ongebruikte staat uitvoeren uit de Gemeenschap of brengen onder het stelsel van douane entrepots op basis van artikel 98 lid 1 onder b van het Communautair douanewetboek in het kader van hun menslievende liefdadige of opvoedkundige werk buiten de Gemeenschap wordt op verzoek teruggaaf verleend van de voor die goederen betaalde belasting 2 Ten behoeve van natuurlijke personen die anders dan als ondernemer goederen uitvoeren uit de Gemeenschap kan op bij ministeriële regeling te bepalen wijze en onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen ontheffing worden verleend van de belasting die is verschuldigd ter zake van de levering van die goederen Hoofdstuk V Bijzondere regelingen Afdeling 1 Vermindering van belasting kleine ondernemers Artikel 25 1 Indien een ondernemer een natuurlijk persoon is die in Nederland woont of is gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting heeft en de door hem in een kalenderjaar verschuldigde belasting na toepassing van de in artikel 15 bedoelde aftrek niet hoger is dan 1883 wordt het bedrag van de belasting verminderd met een bedrag gelijk aan 2 5 maal het verschil tussen 1883 en het bedrag van die belasting De vermindering bedraagt ten hoogste het bedrag van de belasting 2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake de toerekening van de in het eerste lid bedoelde vermindering aan de tijdvakken in het kalenderjaar 3 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld volgens welke een ondernemer die op grond van het eerste lid geen belasting behoeft te voldoen op zijn verzoek kan worden ontheven van verplichtingen opgelegd bij of krachtens de artikelen 34 en 35 De ondernemer mag alsdan op een factuur op generlei wijze melding maken van omzetbelasting teruggaaf op de voet van artikel 17 wordt aan hem niet verleend De ontheffing geldt niet met betrekking tot intracommunautaire verwervingen 4 De in het eerste lid bedoelde vermindering wordt niet toegepast indien de ondernemer in het desbetreffende kalenderjaar niet voldoet aan hetgeen bij of krachtens artikel 34 artikel 35 of het derde lid is voorgeschreven 5 De vorige leden zijn niet van toepassing op leveringen van nieuwe vervoermiddelen met toepassing van de bij deze wet behorende tabel II onderdeel a post 6 6 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toepassing van dit artikel Afdeling 2 Voldoening naar ontvangsten Artikel 26 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld volgens welke daarbij aangewezen ondernemers die niet aan ondernemers plegen te leveren of diensten plegen te bewijzen de belasting ter zake van leveringen en diensten worden verschuldigd op het tijdstip waarop de vergoeding wordt voldaan alsdan wordt de belasting berekend over de voldane vergoeding Afdeling 3 Landbouwregeling Artikel 27 1 Landbouwers veehouders tuinbouwers en bosbouwers zijn geen omzetbelasting verschuldigd voor zover hun prestaties bestaan uit a leveringen van goederen vermeld in tabel I onderdeel a welke zij in hun vermelde hoedanigheid hebben voortgebracht of geteeld b diensten welke naar hun aard bijdragen tot de agrarische produktie en welke zij met gebruikmaking van hun normale uitrusting en personeel verrichten c leveringen van gebruikte bedrijfsmiddelen en andere in het bedrijf gebruikte goederen 2 De in het eerste lid bedoelde ondernemers zijn met betrekking tot de aldaar bedoelde prestaties ontheven van de verplichtingen opgelegd bij of krachtens de artikelen 34 en 35 Zij hebben met betrekking tot die prestaties geen aanspraak op aftrek op de voet van artikel 15 3 Aan de in het eerste lid bedoelde ondernemers die goederen als aldaar bedoeld in onderdeel a leveren met toepassing van artikel 5 a eerste lid wordt op verzoek teruggaaf van belasting verleend ingeval de levering leidt tot verschuldigdheid van belasting in de lid staat van aankomst van het vervoer De teruggaaf bedraagt 5 1 percent van het door de ondernemer in rekening gebrachte bedrag 4 Ondernemers aan wie de in het eerste lid bedoelde ondernemers goederen als aldaar zijn bedoeld in onderdeel a leveren of diensten als aldaar zijn bedoeld in onderdeel b verlenen kunnen 5 1 percent van het aan hen in rekening gebrachte bedrag op de voet van artikel 15 in aftrek brengen 5 Aan de in artikel 1 a tweede lid bedoelde ondernemers en rechtspersonen andere dan ondernemers die zijn gevestigd in een andere lid staat aan wie de in het eerste lid bedoelde ondernemers goederen als aldaar bedoeld in onderdeel a leveren wordt op verzoek teruggaaf van belasting verleend voor zover deze goederen in die andere lid staat zijn onderworpen aan heffing van belasting ter zake van intracommunautaire verwerving van die goederen De teruggaaf bedraagt 5 1 percent van het door de leverancier in rekening gebrachte bedrag 6 De in het eerste lid bedoelde ondernemers kunnen aan de inspecteur verzoeken om het eerste en het tweede lid op hen niet van toepassing te doen zijn Bij inwilliging van het verzoek geldt zulks tot wederopzegging door belanghebbende doch ten minste voor vijf jaren alsdan zijn ook het derde vierde en vijfde lid niet van toepassing Een hernieuwd verzoek kan eerst vijf jaren na die wederopzegging worden ingewilligd De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking 7 Artikel 25 is niet van toepassing op landbouwers veehouders tuinbouwers en bosbouwers die prestaties verrichten als zijn bedoeld in het eerste lid 8 De voorgaande leden blijven buiten toepassing ten aanzien van veehouders voor zover hun bedrijfsuitoefening niet samenhangt met de exploitatie van de bodem 9 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toepassing van dit artikel Afdeling 4 Tabaksprodukten en accijnsgoederen andere dan tabaksprodukten Artikel 28 De heffing van de belasting ter zake van de levering de intracommunautaire verwerving en de invoer van tabaksprodukten als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de accijns alsmede van pruimtabak en snuiftabak als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten geschiedt met overeenkomstige toepassing van de voor die accijns of die verbruiksbelasting geldende regelen met dien verstande dat het tarief 19 119 deel bedraagt van de voor de berekening van de accijns of van die verbruiksbelasting in aanmerking komende kleinhandelsprijs Die belasting komt niet voor aftrek als is bedoeld in artikel 15 in aanmerking Artikel 28a De heffing van omzetbelasting ter zake van de intracommunautaire verwerving van accijnsgoederen andere dan tabaksprodukten geschiedt met overeenkomstige toepassing van de voor de accijns geldende regels indien de verwerving wordt verricht door ondernemers of rechtspersonen andere dan ondernemers waarvoor artikel 1 a tweede lid toepassing vindt ter zake van intracommunautaire verwervingen van goederen andere dan nieuwe vervoermiddelen en accijnsgoederen Afdeling 5 Regeling voor gebruikte goederen kunstvoorwerpen voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten Artikel 28b 1 Ingeval een wederverkoper gebruikte goederen kunstvoorwerpen voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten levert wordt in afwijking van artikel 8 eerste lid de belasting berekend over de winstmarge De winstmarge is het verschil tussen de vergoeding en hetgeen ter zake van de levering van een dergelijk goed aan de wederverkoper door hem is of moet worden voldaan 2 Het eerste lid is slechts van toepassing indien het goed aan de wederverkoper is geleverd door a een ander dan een ondernemer b een ondernemer met toepassing van artikel 11 eerste lid onderdeel r c een ondernemer die ingevolge artikel 25 derde lid is ontheven van de verplichtingen opgelegd bij of krachtens de artikelen 34 en 35 mits het een in zijn bedrijf gebruikt bedrijfsmiddel betreft d een andere wederverkoper met toepassing van het eerste lid of e een ondernemer of een wederverkoper uit een andere lid staat mits het een levering is als bedoeld in artikel 314 onder b c of d van de BTW richtlijn 2006 Artikel 28c 1 Op verzoek van de wederverkoper is artikel 28b eerste lid van overeenkomstige toepassing op de leveringen van a kunstvoorwerpen die hem zijn geleverd met toepassing van de bij deze wet behorende tabel I onderdeel a post 29 onderdeel b b kunstvoorwerpen voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hij zelf heeft ingevoerd met dien verstande dat alsdan de winstmarge het verschil is tussen de vergoeding en de douanewaarde vermeerderd met de ter zake van de invoer in Nederland verschuldigde omzetbelasting 2 De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking Bij inwilliging van het verzoek geldt zulks tot wederopzegging door belanghebbende doch ten minste voor twee kalenderjaren Een hernieuwd verzoek kan eerst twee jaren na die wederopzegging worden ingewilligd Artikel 28d 1 In bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen wordt in afwijking in zoverre van de artikelen 28b en 28c ter zake van leveringen van goederen waarop een zelfde tarief wordt toegepast de belasting berekend over de winstmarge per tijdvak van aangifte Deze winstmarge is het verschil tussen de som van de vergoedingen ter zake van die leveringen in dat tijdvak en de som van hetgeen in dat tijdvak door de wederverkoper is of moet worden voldaan ter zake van in artikel 28b tweede lid en 28c eerste lid bedoelde leveringen of invoer van dergelijke goederen 2 Paragraaf 4 1 3 3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op verzoeken op grond van bepalingen krachtens het eerste lid Artikel 28e In afwijking van artikel 15 vindt geen aftrek plaats a ingeval de artikelen 28b 28c of 28d toepassing vinden van de belasting welke begrepen is in het door de wederverkoper in rekening gebrachte bedrag en b ingeval artikel 28c toepassing vindt van de belasting welke aan de wederverkoper in rekening is gebracht ter zake van de aan hem verrichte levering als bedoeld in het eerste lid onderdeel a van dat artikel of van de belasting welke de wederverkoper verschuldigd is geworden ter zake van de invoer als bedoeld in het eerste lid onderdeel b van dat artikel Artikel 28f 1 In afwijking van de artikelen 28b en 28c is de wederverkoper ter zake van elk van zijn leveringen die voor toepassing van die artikelen in aanmerking komen gerechtigd de belasting te berekenen overeenkomstig artikel 8 eerste lid 2 Ingeval het eerste lid toepassing vindt vindt aftrek plaats van de belasting die ingevolge artikel 28e onderdeel b niet in aftrek is gebracht Het recht op aftrek ontstaat op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt ter zake van de levering door de wederverkoper Artikel 28g Artikel 12 derde lid is niet van toepassing ten aanzien van een wederverkoper die niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft die goederen levert met toepassing van artikel 28b 28c of 28d Artikel 28h 1 Ingeval de wederverkoper goederen levert met toepassing van artikel 28b 28c of 28d wordt voor de toepassing van artikel 35a eerste lid onderdeel h de omzetbelasting begrepen onder de vergoeding 2 Het is de wederverkoper die goederen levert met toepassing van artikel 28b 28c of 28d niet toegestaan om de belasting afzonderlijk te vermelden op de ter zake van die levering uit te reiken factuur 3 Artikel 35a eerste lid onderdeel j is niet van toepassing ter zake van leveringen door wederverkopers met toepassing van de artikelen 28b 28c of 28d Artikel 28i Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toepassing van deze afdeling Afdeling 6 Regeling voor beleggingsgoud Artikel 28j 1 In deze wet en in de daarop berustende bepalingen wordt onder beleggingsgoud verstaan a goud in de vorm van staven of plaatjes met een door de goudmarkten aanvaard gewicht met een zuiverheid van ten minste 995 1000 al dan niet belichaamd in effecten doch met uitzondering van bij ministeriële regeling aan te wijzen kleine staven of plaatjes met een gewicht van ten hoogste 1 gram b gouden munten die 1 een zuiverheid van ten minste 900 1000 hebben 2 na 1800 zijn geslagen 3 in het land van oorsprong als wettig betaalmiddel fungeren of hebben gefungeerd 4 normaliter verkocht worden voor een prijs die de openmarktwaarde van het in de munten vervatte goud niet met meer dan 80 overschrijdt c gouden munten die zijn opgenomen in de lijst die de Europese Commissie elk jaar publiceert in de C serie van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en die daarmee worden geacht aan de in onderdeel b opgenomen criteria te voldoen gedurende het hele jaar waarvoor de lijst wordt gepubliceerd 2 De in het eerste lid onderdelen b en c bedoelde gouden munten worden voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen geacht niet wegens hun numismatische belang te worden verkocht Artikel 28k Van de belasting zijn vrijgesteld a de levering de intracommunautaire verwerving en de invoer van beleggingsgoud waaronder begrepen beleggingsgoud dat belichaamd is in certificaten voor toegewezen of niet toegewezen goud of dat verhandeld wordt op goudrekeningen en waaronder begrepen in het bijzonder goudleningen en swaps die een eigendoms of vorderingsrecht op beleggingsgoud belichamen evenals de handelingen betreffende beleggingsgoud bestaande in future en termijncontracten die leiden tot de overdracht van een eigendoms of vorderingsrecht met betrekking tot beleggingsgoud b de diensten door tussenpersonen die handelen in naam en voor rekening van een ander wanneer zij betrokken zijn bij de levering van beleggingsgoud voor hun principaal Artikel 28l 1 De ondernemer die beleggingsgoud produceert of goud omzet in beleggingsgoud kan ervoor kiezen artikel 28k onderdeel a op hem niet van toepassing te doen zijn met betrekking tot leveringen van beleggingsgoud aan een andere ondernemer 2 De ondernemer die in het kader van zijn onderneming normaliter goud levert voor industriële doeleinden kan ervoor kiezen artikel 28k onderdeel a op hem niet van toepassing te doen zijn met betrekking tot leveringen van beleggingsgoud als bedoeld in artikel 28j eerste lid onderdeel a aan een andere ondernemer 3 Indien de leverancier het recht om overeenkomstig het eerste of het tweede lid voor belastingheffing te kiezen heeft uitgeoefend kan de tussenpersoon ervoor kiezen artikel 28k onderdeel b op hem niet van toepassing te doen zijn met betrekking tot de in dat onderdeel vermelde diensten Artikel 28m 1 In afwijking in zoverre van artikel 15 heeft de ondernemer een recht op aftrek van de belasting die in rekening is gebracht of verschuldigd is geworden met betrekking tot a beleggingsgoud dat hem is geleverd door een ondernemer die een in artikel 28l bedoeld keuzerecht heeft uitgeoefend b de levering aan hem of de intracommunautaire verwerving of de invoer door hem van ander goud dan beleggingsgoud dat vervolgens door hem of namens hem wordt omgezet in beleggingsgoud c aan hem verleende diensten bestaande in een wijziging van de vorm het gewicht of de zuiverheid van goud met inbegrip van beleggingsgoud indien de latere levering door hem van dat goud ingevolge deze afdeling is vrijgesteld 2 In afwijking in zoverre van artikel 15 heeft de ondernemer die beleggingsgoud produceert of goud in beleggingsgoud omzet een recht op aftrek van de belasting die hem in rekening is gebracht of door hem verschuldigd is geworden met betrekking tot de levering dan wel de intracommunautaire verwerving of de invoer van goederen of diensten die met de productie of de omzetting van dat goud verband houden alsof de latere levering door hem van het ingevolge deze afdeling vrijgestelde goud aan de heffing van belasting was onderworpen Artikel 28n De ondernemer die handelt in beleggingsgoud dient met overeenkomstige toepassing van artikel 34 aantekening te houden van alle handelingen betreffende beleggingsgoud waarvoor de vergoeding meer dan 10 000 bedraagt en de documenten te bewaren aan de hand

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/omzetbelasting/wet-op-de-omzetbelasting-1968 (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 - Belasting Collectief Nederland
    Saudi Arabië in werking Singapore in werking Singapore Protocol 1 in werking Singapore Protocol 2 in werking Slovenië in werking Slowakije in werking Slowakije Protocol 1 in werking Slowakije Protocol 2 in werking Spanje in werking Sri Lanka in werking Suriname in werking Taiwan in werking Thailand in werking Tunesië in werking Turkije in werking Turkmenistan Sovjetverdrag in werking Uganda in werking Venezuela in werking Venezuela Protocol in werking Verenigd Koninkrijk 1980 beëndigd Verenigd Koninkrijk 2008 in werking Verenigd Koninkrijk Protocol 1 beëindigd Verenigd Koninkrijk Protocol 2 beëindigd Verenigde Arabische Emiraten in werking Verenigde Staten in werking Verenigde Staten Protocol 1993 in werking Verenigde Staten Protocol 2004 in werking Vietnam in werking Zambia in werking Zimbabwe in werking Zuid Africa in werking Zuid Africa Protocol in werking Zweden in werking Zwitserland 2010 in werking Type S E Zweden in werking Verenigd Koninkrijk Successie in werking Oostenrijk Successie in werking Israël Successie in werking Finland Successie in werking Search Zoeken Javascript is required to use this website translator free translator Skip to content vrijdag 21 september 2012 13 11 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 Geschreven door Redactie Belasting Collectief Nederland Print E mail Opschrift Besluit van 12 augustus 1968 tot vaststelling van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 Aanhef Wij JULIANA bij de gratie Gods Koningin der Nederlanden Prinses van Oranje Nassau enz enz enz Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 19 juli 1968 nr D68 4876 directie Wetgeving Douane en Verbruiksbelastingen Gelet op de artikel 8 zesde lid 9 tweede lid letter b 10 11 eerste lid aanhef en letters f o 2 en u 12 derde lid 20 tweede lid letter b 29 derde lid 39 41 b eerste lid 50 achtste en elfde lid alsmede 50 a vierde lid van de Wet op de omzetbelasting 1968 Stb 329 De Raad van State gehoord advies van 31 juli 1968 nr 45 Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 7 augustus 1968 nr D68 4944 directie Wetgeving Douane en Verbruiksbelastingen Hebben goedgevonden en verstaan Hoofdstukken Begripsbepalingen Artikel 1 1 Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 8 vijfde lid 9 tweede lid onderdeel b 11 eerste lid aanhef en onderdelen f o 2 en u 12 vijfde lid 17c tweede lid 17d 20 tweede lid onderdeel b 29 derde lid 29a tweede lid 33g tweede vierde en zesde lid 39 50 achtste en elfde lid en 50a vierde lid van de Wet op de omzetbelasting 1968 alsmede aan artikel III van de wet van 30 september 1986 tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 Stb 1986 479 en aan artikel 10a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen 2 Dit besluit verstaat onder a wet Wet op de omzetbelasting 1968 b belasting omzetbelasting Hoofdstuk I Vergoeding Artikel 2 1 Met kortingen wegens contante betaling wordt voor de bepaling van de vergoeding terstond rekening gehouden mits op de factuur ingeval deze wordt uitgereikt de korting in mindering wordt gebracht op het in rekening te brengen bedrag 2 In gevallen waarin het eerste lid toepassing heeft gevonden en de korting wegens contante betaling uiteindelijk geheel of ten dele niet wordt genoten wordt de belasting alsnog verschuldigd over het bedrag van de niet genoten korting De artikelen 13 17 g en 35 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het tijdstip waarop het niet genieten van de korting komt vast te staan geacht wordt te zijn het tijdstip waarop de levering de intracommunautaire verwerving of de dienst is verricht Artikel 3 Artikel 29 eerste en tweede lid en artikel 29a eerste lid van de wet zijn niet van toepassing op bedragen welke niet zijn ontvangen onderscheidenlijk betaald ten gevolge van een korting voor contante betaling indien niet ter zake van die korting een aanvullende factuur is uitgereikt Artikel 4 1 Tot de vergoeding behoren niet a vervallen b de assurantiekosten welke de ondernemer die de prestatie verricht aan een andere ondernemer moet voldoen mits zij afzonderlijk in rekening worden gebracht c de voor degene aan wie de dienst wordt bewezen aan rechten bij invoer als bedoeld in artikel 7 3 van de Algemene douanewet en andere belastingen en heffingen gedane uitschotten alsmede andere bij ministeriële regeling aan te wijzen met doorlopende posten gelijk te stellen bedragen betreffende niet belastbare of vrijgestelde prestaties 2 Voorts behoort bij levering van gebruikte personenauto s gebruikte motorrijwielen en gebruikte bestelauto s anders dan met toepassing van artikel 28b of 28d van de wet niet tot de vergoeding het bij de personenauto het motorrijwiel of de bestelauto nog behorende bedrag aan belasting bedoeld in en berekend overeenkomstig het bij of krachtens artikel 10 derde en zesde lid van de Wet op de belasting van personenauto s en motorrijwielen 1992 bepaalde In afwijking hiervan behoort bij levering van gebruikte motorrijtuigen waarvoor op de voet van de in de vorige volzin genoemde wet een vrijstelling of een teruggaaf is verleend niet tot de vergoeding het bedrag dat ingevolge die wet bij het afstoten van het motorrijtuig moet worden voldaan door de ondernemer die het motorrijtuig levert met dien verstande dat de eerste volzin van overeenkomstige toepassing is voor zover de belasting voor het motorrijtuig al op een eerder tijdstip is voldaan omdat niet langer aan de voorwaarden van de vrijstelling onderscheidenlijk de teruggaaf werd voldaan 3 Het tweede lid is alleen van toepassing indien de ondernemer op de factuur het bedrag vermeldt dat hij als belasting als bedoeld in de Wet op de belasting van personenauto s en motorrijwielen 1992 op de vergoeding in mindering heeft gebracht Artikel 5 1 Bij vestiging overdracht afstand en opzegging van de rechten van erfpacht opstal erfdienstbaarheid of beklemming behoort de waarde van de canon de retributie of de huur tot de vergoeding met dien verstande dat de vergoeding hierdoor niet hoger kan zijn dan de waarde in het economische verkeer van de zaak waarop het recht betrekking heeft De waarde in het economische verkeer bedraagt ten minste de kostprijs met inbegrip van de omzetbelasting van de onroerende zaak waarop het recht betrekking heeft zoals die zou ontstaan bij de voortbrenging door een onafhankelijke derde op het tijdstip van de handeling 2 Bij levering van onroerende zaken bezwaard met een recht van erfpacht opstal erfdienstbaarheid of beklemming wordt de vergoeding verminderd met de waarde van de canon de retributie of de huur 3 Bij wijziging van een recht van erfpacht opstal erfdienstbaarheid of beklemming behoort het verschil in waarde tussen de canon de retributie of de huur vóór en na de wijziging tot de vergoeding met dien verstande dat bij vermindering van de waarde van de canon de retributie of de huur voor zover daar geen vermindering van de rechten van de zakelijk gerechtigde tegenover staat het verschil in waarde op de vergoeding in mindering wordt gebracht 4 Bij levering onder voorbehoud van grondrente of van met grondrente bezwaarde eigendom behoort de waarde van de uitkering tot de vergoeding met dien verstande dat de vergoeding hierdoor niet hoger kan zijn dan de waarde in het economische verkeer van de zaak waarop het recht betrekking heeft 5 De waarde van een canon een retributie een huur of een uitkering wordt bepaald met inachtneming van de bij dit besluit behorende bijlage A 6 Het tweede tot en met het vijfde lid is niet van toepassing voor zover de vestiging overdracht wijziging afstand en opzegging van rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen niet op grond van artikel 3 tweede lid van de wet met toepassing van de voorgaande leden als levering van goederen wordt aangemerkt Artikel 5a Bij de berekening van de belasting over de vergoeding en over de douanewaarde overeenkomstig de artikelen 8 eerste lid en 17c eerste lid respectievelijk artikel 19 eerste lid van de wet wordt het bedrag van de verschuldigde belasting rekenkundig afgerond op centen Deze rekenkundige afronding op centen wordt zodanig toegepast dat bij bedragen waarbij de derde decimaal het cijfer 5 of een hoger cijfer bereikt omhoog wordt afgerond en dat in geval de derde decimaal dit cijfer niet bereikt omlaag wordt afgerond Hoofdstuk II Vrijstellingen tarief Artikel 6 Voor de toepassing van de in artikel 11 van de wet vervatte vrijstellingen is de ondernemer gehouden een boekhouding te voeren waarin de voor die toepassing nodige gegevens op duidelijke en overzichtelijke wijze zijn vermeld Artikel 7 1 Als leveringen en diensten van sociale of culturele aard als bedoeld in artikel 11 eerste lid onderdeel f van de wet worden aangewezen de leveringen en diensten genoemd in de bij dit besluit behorende bijlage B 2 Voor zover niet vallend onder de bij dit besluit behorende bijlage B worden voorts als leveringen en diensten als bedoeld in artikel 11 eerste lid van de wet aangewezen a leveringen en diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren en b diensten van culturele aard andere dan die genoemd in de bij de wet behorende tabel I onderdeel b alsmede nauw daarmee samenhangende leveringen voor zover met deze leveringen en diensten geen winst wordt beoogd en niet een ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen optreedt ten opzichte van ondernemers die winst beogen en welke worden verricht door een publiekrechtelijk lichaam of door een andere organisatie die na een daartoe gedaan schriftelijk verzoek door de inspecteur ter zake bij voor bezwaar vatbare beschikking is erkend als instelling van sociale of culturele aard De inspecteur geeft in deze beschikking aan welke activiteiten van een instelling behoren tot dan wel niet behoren tot de aangewezen leveringen en diensten 3 De inspecteur trekt de erkenning bedoeld in het tweede lid bij voor bezwaar vatbare beschikking in en vervangt deze al dan niet door een nieuwe erkenning bij a wijzigingen in de aard en samenstelling van de leveringen en diensten van de instelling b het beogen van winst door de instelling c het optreden van een ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen ten opzichte van ondernemers die winst beogen 4 Als leveringen en diensten van sociale of culturele aard als bedoeld in artikel 11 eerste lid onderdeel f van de wet worden niet aangemerkt a de leveringen van goederen welke door de in het tweede lid bedoelde instellingen in het kader van arbeidstherapie zijn voortgebracht en de diensten welke door die instellingen in dat kader worden verricht b diensten als bedoeld in artikel 11 eerste lid onderdeel g onder 2 van de wet die worden verleend aan personen die niet beschikken over een in dat onderdeel g onder 2 bedoeld indicatiebesluit of besluit op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning 5 Onder het niet beogen van winst bedoeld in het tweede en derde lid wordt verstaan dat niet systematisch het maken van winst mag worden beoogd en zo er wel winst wordt gemaakt deze niet mag worden uitgekeerd maar die winst moet worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de leveringen en diensten die worden verleend 6 Tot de in het eerste lid bedoelde leveringen en diensten behoren niet behoudens voor zover in bijlage B bij dit besluit anders is bepaald a het verstrekken van spijzen en dranken b het verrichten van onderzoek c het ter beschikking stellen van personeel d het verzorgen van loon en salarisadministraties financiële administraties en grootboekadministraties e andere bij ministeriële regeling in verband met het voorkomen van een ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen aan te wijzen leveringen of diensten 7 Tot de in het tweede lid bedoelde leveringen en diensten behoren in elk geval niet de in het zesde lid opgenomen leveringen en diensten 8 Bij wijzigingen in de aard en samenstelling van de leveringen en diensten van een instelling stelt de instelling de inspecteur daarvan in kennis Artikel 8 1 Als onderwijs als bedoeld in artikel 11 eerste lid onderdeel o 2 van de wet wordt aangewezen a beroepsopleidingen voor zover verstrekt door instituten welke opgenomen zijn in het Register Kort Beroepsonderwijs of door de uit de openbare kassen bekostigde instellingen genoemd in de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of bedoeld bij de Wet educatie en beroepsonderwijs b algemeen vormend onderwijs ontleend aan het uit de openbare kassen bekostigde onderwijs dat is vrijgesteld op grond van artikel 11 eerste lid onderdeel o 1 van de wet met uitzondering van het onderwijs dat een vrijetijds karakter heeft dan wel dient om vaardigheden in de persoonlijke levenssfeer te verwerven c onderwijs in muziek dans drama en beeldende vorming aan personen jonger dan 21 jaar d bijlessen en tentamen of examentrainingen die worden verstrekt in het kader van het onderwijs als bedoeld in artikel 11 eerste lid onderdeel o van de wet 2 Onder onderwijs wordt mede begrepen het afnemen van examens ter afsluiting van onderwijs als bedoeld in artikel 11 eerste lid onderdeel o van de wet ook indien dat geschiedt door een ander dan de ondernemer die voor het desbetreffende examen heeft opgeleid Artikel 9 1 Als diensten als bedoeld in artikel 11 eerste lid onderdeel u van de wet worden aangewezen de diensten verleend aan hun leden door zelfstandige groeperingen van a vervallen b instellingen welke zijn toegelaten om op de voet van de Woningwet werkzaam te zijn in het belang van de volkshuisvesting voor zover de diensten rechtstreeks nodig zijn voor het beheer of het onderhoud van woningwet of premiewoningen c vervallen d verplegings en verzorgingsinstellingen waarvan de prestaties zijn vrijgesteld op grond van artikel 11 eerste lid onderdeel c van de wet voor zover de diensten rechtstreeks nodig zijn voor het verrichten van die prestaties met uitzondering van de diensten bestaande in de wasverzorging en het verzorgen van de loon en salarisadministratie de financiële administratie en de grootboekadministratie e kruisverenigingen waarvan de prestaties zijn vrijgesteld op grond van artikel 11 eerste lid onderdeel f van de wet voor zover de diensten rechtstreeks nodig zijn voor het verrichten van die prestaties f andere dan hiervoor genoemde personen of lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen die prestaties verrichten welke zijn vrijgesteld of waarvoor zij geen ondernemer zijn voor zover de diensten rechtstreeks nodig zijn voor het verrichten van die prestaties met uitzondering van de diensten bestaande in het verzorgen van de loon en salarisadministratie de financiële administratie en de grootboekadministratie 2 Het eerste lid is alleen van toepassing indien de daar bedoelde zelfstandige groeperingen ter zake van de aan hun leden verrichte diensten slechts terugbetaling vorderen van het aandeel van die leden in de gezamenlijke uitgaven 3 Het eerste lid geldt niet voor diensten bestaande in het ter beschikking stellen van personeel en andere bij ministeriële regeling in verband met het voorkomen van een ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen aan te wijzen diensten Hoofdstuk III Grensoverschrijdend verkeer van goederen en diensten Artikel 12 1 De aanspraak op toepassing van het tarief van nihil voor leveringen intracommunautaire verwervingen en invoer van goederen en voor diensten genoemd in de bij de wet behorende tabel II geldt slechts indien de toepasselijkheid van dat tarief uit boeken en bescheiden blijkt 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het tarief van nihil slechts van toepassing a 1 voor wat betreft de levering de intracommunautaire verwerving en de invoer van luchtvaartuigen alsmede de diensten welke ten aanzien van luchtvaartuigen worden verricht indien de ondernemer kan overleggen een schriftelijke verklaring van de afnemer van de luchtvaartuigen onderscheidenlijk degene aan wie de diensten ten aanzien van luchtvaartuigen worden verleend dat het luchtvaartuigen betreft als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II onderdeel a post 3 2 voor wat betreft de leveringen van goederen als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II onderdeel a post 6 indien de ondernemer beschikt over het btw identificatienummer van degene die de goederen afneemt b 1 voor wat betreft de leveringen van accijnsgoederen als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II onderdeel a post 7 onder a indien de ondernemer kan overleggen een schriftelijke verklaring van de ondernemer die de accijnsgoederen afneemt dat deze de goederen geleverd krijgt en in opslag neemt in een accijnsgoederenplaats als bedoeld in de Wet op de accijns die voor die soort accijnsgoederen als zodanig is aangewezen en dat deze de goederen niet aan dat regime zal onttrekken anders dan in het kader van een levering ter zake waarvan gehele aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet door die ondernemer mogelijk is 2 voor wat betreft de leveringen van minerale oliën als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II onderdeel a post 7 onder b indien de ondernemer kan overleggen een afschrift van het geleidedocument alsmede een schriftelijke verklaring van de ondernemer die de minerale oliën afneemt dat deze de minerale oliën niet aan het geleidedocument zal onttrekken anders dan in het kader van een levering ter zake waarvan gehele aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet door die ondernemer mogelijk is c voor wat betreft de leveringen van goederen als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II onderdeel a post 8 onder a indien de ondernemer kan overleggen een schriftelijke verklaring van de ondernemer die de goederen afneemt dat deze die goederen opneemt in zijn niet plaatsgebonden entrepot als bedoeld in die post onder vermelding van het nummer van zijn entrepotvergunning en dat deze de goederen niet aan dat regime zal onttrekken anders dan in het kader van een levering ter zake waarvan gehele aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet door die ondernemer mogelijk is d voor wat betreft de achtereenvolgende leveringen die plaatsvinden ingeval door meer dan één persoon overeenkomsten worden gesloten met de verplichting tot levering van eenzelfde goed dat vervolgens door de eerste persoon rechtstreeks aan de laatste afnemer buiten de Gemeenschap of in een entrepot wordt afgeleverd indien een door iedere afnemer behalve de buitenlandse aan zijn leverancier uit te reiken schriftelijke opdracht tot uitvoer uit de Gemeenschap of tot plaatsing onder het stelsel van douane entrepots op basis van artikel 98 lid 1 onder b van het Communautair douanewetboek kan worden overgelegd e voor wat betreft de levering van een motorrijtuig waarvoor ter zake van de in artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 bedoelde opgaaf van een kenteken een bewijs is afgegeven en welk motorrijtuig door een ondernemer wordt vervoerd naar een andere Lid Staat wordt uitgevoerd uit de Gemeenschap of wordt gebracht onder het stelsel van douane entrepots op basis van artikel 98 lid 1 onder b van het Communautair douanewetboek indien de ondernemer een terzake door de Dienst Wegverkeer RDW opgemaakte verklaring kan overleggen f voor wat betreft de levering door een ondernemer als bedoeld in artikel 7 zesde lid van de wet van een nieuw vervoermiddel dat wordt vervoerd naar een andere Lid Staat indien de ondernemer aan de inspecteur de naam en het adres meldt van degene aan wie de levering is verricht In geval de leverancier of de afnemer in de gevallen bedoeld in de onderdelen b en c niet in Nederland woont of is gevestigd dan wel aldaar geen vaste inrichting heeft dient deze voor de toepassing van het tarief van nihil een fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 24c te hebben aangesteld 3 In geval een ondernemer die een verklaring als bedoeld in het tweede lid onderdeel b of c heeft afgegeven aan de desbetreffende goederen een andere bestemming geeft wordt de belasting ter zake van de aan hem verrichte levering van die goederen alsnog verschuldigd naar het tarief als bedoeld in artikel 9 eerste lid dan wel tweede lid onderdeel a van de wet 4 In geval het derde lid toepassing vindt met betrekking tot accijnsgoederen als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II onderdeel a post 7 wordt de maatstaf van heffing verhoogd met het bedrag van de accijns dat voor die goederen ingevolge de Wet op de accijns bij uitslag verschuldigd zou zijn 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop de aanspraak op toepassing van het tarief van nihil wordt aangetoond Artikel 12a 1 Met betrekking tot de leveringen van minerale oliën als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II onderdeel a post 7 onder a die zich bevinden in een accijnsgoederenplaats is artikel 12 tweede lid onderdeel b onder 1 niet van toepassing indien ter zake van die accijnsgoederenplaats de bijzondere bepaling van tabel II onderdeel a post 7 van toepassing is 2 Met betrekking tot de leveringen bedoeld in het eerste lid is artikel 12 tweede lid slotzin niet van toepassing Artikel 13 Bij ministeriële regeling kunnen aan de teruggaaf op de voet van artikel 24 eerste lid van de wet voorwaarden worden verbonden welke betrekking kunnen hebben op a het overleggen van bescheiden bij de aangifte ter verkrijging van de teruggaaf b de wijze waarop wordt aangetoond dat de goederen waarvan de belasting wordt teruggevraagd de Gemeenschap hebben verlaten of onder het stelsel van douane entrepots zijn gebracht op basis van artikel 98 lid 1 onder b van het Communautair douanewetboek Hoofdstuk IV Suppletie Artikel 15 1 Zodra de belastingplichtige constateert dat hij een aangifte over een tijdvak in de afgelopen vijf kalenderjaren onjuist of onvolledig heeft gedaan waardoor te veel of te weinig belasting is betaald is hij gehouden alsnog bij wijze van suppletie de juiste en volledige inlichtingen gegevens of aanwijzingen te verstrekken 2 De suppletie moet gedaan worden voordat de belastingplichtige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de desbetreffende onjuistheid of onvolledigheid bekend is of zal worden 3 De suppletie bedoeld in het eerste lid geschiedt zo spoedig mogelijk op de door de inspecteur aangegeven wijze 4 Het niet of niet tijdig doen van de suppletie bedoeld in het eerste lid en het niet doen van de suppletie op de op grond van het derde lid aangegeven wijze worden aangemerkt als een overtreding 5 De bevoegdheid tot het opleggen van een vergrijpboete op grond van het vierde lid vervalt door verloop van vijf jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan of de teruggaaf is verleend Hoofdstuk V Bijzondere regelingen Afdeling A Ondernemers met verschillende tarieven Artikel 16 De ondernemer die krachtens artikel 26 van de wet de belasting kan voldoen naar ontvangsten kan indien hij leveringen verricht zowel van 6 goederen als van 19 goederen die hij niet zelf heeft vervaardigd de ter zake verschuldigde belasting berekenen op een van de hierna omschreven wijzen I a De ondernemer splitst zijn inkopen van voor wederverkoop bestemde goederen in 6 goederen en 19 goederen b hij bepaalt voor alle in onderdeel a bedoelde goederen de winkelwaarde waaronder in deze afdeling wordt verstaan de prijs waarvoor de goederen door hem worden verkocht c hij berekent de totale winkelwaarde van de in het lopende boekjaar tot en met het aan de orde zijnde belastingtijdvak ingekochte goederen naar de in onderdeel a bedoelde splitsing d de totale ontvangsten in het belastingtijdvak wegens levering van goederen verdeelt hij in ontvangsten voor 6 goederen en ontvangsten voor 19 goederen naar evenredigheid van de in onderdeel c bedoelde totale winkelwaarden e over het aldus berekende deel van de ontvangsten dat betrekking heeft op de 6 goederen bedraagt de belasting 6 106 en over het deel dat betrekking heeft op de 19 goederen 19 119 gedeelte f de som van beide belastingbedragen vormt het bedrag dat geacht wordt in het belastingtijdvak aan belasting te zijn verschuldigd op die som worden vervolgens de overige bepalingen van de wet toegepast aftrek van voorbelasting kleine ondernemersregeling enz g na afloop van het boekjaar wordt de belasting herrekend als volgt 1 de ondernemer bepaalt de winkelwaarde van de ten verkoop in voorraad zijnde goederen gesplitst in 6 goederen en 19 goederen 2 de onder 1 bedoelde winkelwaarde van de 6 goederen wordt afgetrokken van de winkelwaarde van de in het boekjaar ingekochte 6 goederen en de aldaar bedoelde winkelwaarde van de 19 goederen wordt afgetrokken van de winkelwaarde van de in het boekjaar ingekochte 19 goederen 3 de totale ontvangsten in het boekjaar wegens levering van goederen verdeelt de ondernemer over de 6 en de 19 goederen naar evenredigheid van de uit 2 voortvloeiende saldi aan winkelwaarden voor die goederen 4 van het aldus berekende deel van de ontvangsten dat betrekking heeft op de 6 goederen wordt 6 106 en over het deel dat betrekking heeft op de 19 goederen wordt 19 119 gedeelte genomen 5 de som van de uitkomsten van de berekeningen onder 4 vormt het bedrag dat geacht wordt in het boekjaar aan belasting te zijn verschuldigd op die som worden vervolgens de overige bepalingen van de wet toegepast aftrek van voorbelasting kleine ondernemersregeling enz 6 indien deze herrekening leidt tot een hoger bedrag dan over het boekjaar aan belasting is afgedragen moet het verschil worden voldaan op de aangifte over het eerste belastingtijdvak van het volgende boekjaar leidt de herrekening tot een lager bedrag dan over het boekjaar aan belasting is afgedragen dan wordt het verschil aan de ondernemer op verzoek teruggegeven 7 op die aangifte voldoet de ondernemer tevens de belasting ter zake van het beschikken over goederen in de zin van artikel 3 derde lid onderdeel a van de wet eigen gebruik in het boekjaar voor zover de vergoeding voor deze goederen niet in de onder 3 bedoelde ontvangsten zijn begrepen h de in onderdeel g 1 bedoelde in voorraad zijnde goederen worden beschouwd als goederen die in het eerste belastingtijdvak van het volgende boekjaar zijn ingekocht II a De ondernemer houdt afzonderlijk aantekening van zijn inkopen van voor wederverkoop bestemde 19 goederen b hij bepaalt voor die goederen de winkelwaarde c hij berekent de totale winkelwaarde van de in het belastingtijdvak ingekochte 19 goederen en het verschil tussen de totale ontvangsten in dat belastingtijdvak wegens leveringen van goederen en die totale winkelwaarde d de belasting bedraagt 19 119 gedeelte van de in onderdeel c bedoelde totale winkelwaarde benevens 6 106 gedeelte van het in onderdeel c bedoelde verschil indien de totale ontvangsten de totale winkelwaarde overtreffen e de som van beide belastingbedragen vormt het bedrag dat geacht wordt in het belastingtijdvak aan belasting te zijn verschuldigd op die som worden vervolgens de overige bepalingen van de wet toegepast aftrek van voorbelasting kleine ondernemersregeling enz f overtreft de in onderdeel c bedoelde totale winkelwaarde de aldaar bedoelde totale ontvangsten dan wordt het verschil in mindering gebracht op de totale ontvangsten van het volgende belastingtijdvak g ter zake van het eigen gebruik vindt voor zover de belasting wordt voldaan naar de ontvangsten het bepaalde in I g 7 overeenkomstige toepassing en kan de ondernemer voor zover de belasting wordt voldaan naar de winkelwaarde op de in die bepaling bedoelde aangifte in mindering brengen de belasting over het verschil tussen de winkelwaarde en de vergoeding voor de goederen voor eigen gebruik terwijl de in die aangifte te begrijpen ontvangsten met laatstbedoelde winkelwaarde worden verhoogd h deze regeling is van overeenkomstige toepassing voor 6 goederen III a De ondernemer splitst zijn inkopen van voor wederverkoop bestemde goederen in 6 goederen en 19 goederen b hij bepaalt voor alle in onderdeel a bedoelde goederen de winkelwaarde c hij berekent de totale winkelwaarde van de in een belastingtijdvak ingekochte goederen naar de in onderdeel a bedoelde splitsing d over de aldus berekende totale winkelwaarde die betrekking heeft op de 6 goederen bedraagt de belasting 6 106 gedeelte en over de aldus berekende totale winkelwaarde die betrekking heeft op de 19 goederen bedraagt de belasting 19 119 gedeelte e de som van beide belastingbedragen vormt het bedrag dat geacht wordt in het belastingtijdvak aan belasting te zijn verschuldigd op die som worden vervolgens de overige bepalingen van de wet toegepast aftrek van voorbelasting kleine ondernemersregeling enz f na afloop van het boekjaar kan de ondernemer op zijn aangifte over het eerste belastingtijdvak van het volgende boekjaar in mindering brengen de belasting over het verschil tussen de winkelwaarde en de vergoeding voor de goederen voor eigen gebruik Algemene aantekeningen 1 Dit artikel is slechts van toepassing indien en voor zover de ondernemer niet op grond van zijn bedrijfsadministratie kan vaststellen welk gedeelte van de ontvangsten betrekking heeft op leveringen van 6 goederen en welk gedeelte op leveringen van 19 goederen 2 Dit artikel heeft niet betrekking op goederen die worden geleverd ingevolge een overeenkomst van huurkoop of een andere overeenkomst van koop en verkoop op afbetaling 3 Ingeval de ondernemer naast leveringen van 6 goederen en of 19 goederen tevens leveringen verricht van tabaksprodukten als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de accijns is dit artikel op laatstbedoelde goederen van overeenkomstige toepassing Artikel 16a Bij een tariefwijziging met ingang van een boekjaar wordt met betrekking tot het daaraan voorafgaande boekjaar het in artikel 16 voor methode I in onderdeel g bepaalde toegepast met inachtneming van de vóór die wijziging geldende tarieven Artikel 16b 1 Bij een tariefwijziging in de loop van een boekjaar handelt de ondernemer in afwijking in zoverre van het in artikel 16 voor methode I in de onderdelen a tot en met h bepaalde als is aangegeven in het tweede tot en met het vijfde lid 2 Met betrekking tot een in het boekjaar gelegen belastingtijdvak na het tijdstip van tariefwijziging kan de ondernemer voor de toepassing van het voor methode I in de onderdelen c en d bepaalde 1 de winkelwaarde van de goederen die zijn ingekocht in het lopende boekjaar tot en met het aan de orde zijnde belastingtijdvak berekenen met inachtneming van de op het moment van inkoop geldende tarieven en 2 de totale ontvangsten verdelen naar evenredigheid van de aldus bepaalde totale winkelwaarden 3 Voor de herrekening van de belasting na afloop van het boekjaar past de ondernemer het voor methode I in onderdeel g aanhef en onder 1 tot en met 4 bepaalde afzonderlijk toe zowel op het gedeelte van het boekjaar vóór de tariefwijziging als op het gedeelte daarna met inachtneming van de tarieven die gelden voor het desbetreffende gedeelte van het boekjaar 4 Bij de in het derde lid bedoelde herrekening kan de ondernemer met betrekking tot het gedeelte van het boekjaar vóór de tariefwijziging voor de toepassing van het voor methode I in onderdeel g onder 1 bepaalde de winkelwaarde van de op het tijdstip van tariefwijziging ten verkoop in voorraad zijnde goederen stellen op het verschil tussen de totale winkelwaarde van de in dat gedeelte van het boekjaar ingekochte goederen bepaald met inachtneming van en gesplitst naar de vóór die tariefwijziging geldende tarieven en de naar evenredigheid van deze winkelwaarden gesplitste ontvangsten in dat gedeelte van het boekjaar 5 Bij de in het derde lid bedoelde herrekening worden met betrekking tot het gedeelte van het boekjaar na de tariefwijziging voor de toepassing van het voor methode I in onderdeel h bepaalde in samenhang met het bepaalde in onderdeel g onder 1 de op het tijdstip van de tariefwijziging ten verkoop in voorraad zijnde goederen beschouwd als goederen die zijn ingekocht in het na dat tijdstip gelegen gedeelte van het boekjaar en wordt de winkelwaarde van die goederen bepaald met inachtneming van de na de tariefwijziging geldende tarieven Artikel 16c 1 Bij een wijziging van de hoogte van het in artikel 16 bij methode II in onderdeel a vermelde tarief met ingang van een boekjaar of in de loop daarvan wordt in afwijking in zoverre van het voor die methode in onderdeel f bepaalde het op de totale ontvangsten van het volgende belastingtijdvak in mindering te brengen verschil bepaald met inachtneming van de tariefwijziging 2 In geval van tariefverlaging wordt op de verschuldigde belasting in het in het eerste lid bedoelde belastingtijdvak in mindering gebracht een bedrag gelijk aan het bedrag waarmee het voor methode II in onderdeel f bedoelde verschil berekend zonder de tariefwijziging uitgaat boven dat verschil bepaald met inachtneming van de tariefwijziging 3 In geval van tariefverhoging wordt in het in het eerste lid bedoelde belastingtijdvak aan belasting verschuldigd een bedrag gelijk aan het bedrag waarmee het voor methode II in onderdeel f bedoelde verschil bepaald met inachtneming van de tariefwijziging uitgaat boven dat verschil berekend zonder de tariefwijziging Artikel 16d Bij een wijziging van de hoogte van het in artikel 16 bij methode II in onderdeel h vermelde tarief met ingang van een boekjaar of in de loop daarvan is het bepaalde in artikel 16 c van overeenkomstige toepassing Artikel 17 1 Ingeval de ondernemer goederen levert welke hijzelf heeft vervaardigd is daarop artikel 16 van overeenkomstige toepassing met inachtneming van het volgende a in de plaats van de inkopen van de goederen worden gesteld de inkopen van de grondstoffen welke voor de vervaardiging zijn bestemd gesplitst naar grondstoffen voor 6 goederen en grondstoffen voor 19 goederen b de winkelwaarden van de zelf vervaardigde goederen worden gesteld op de som van de inkoopprijzen van de grondstoffen vermeerderd met een zodanig percentage van die som dat de prijs waarvoor de zelf vervaardigde goederen worden verkocht zo dicht mogelijk wordt benaderd c de in onderdeel b bedoelde winkelwaarden worden gevoegd bij de winkelwaarden van de voor wederverkoop ingekochte 6 goederen onderscheidenlijk 19 goederen d onder de voorraad zelf vervaardigde goederen wordt begrepen de voorraad grondstoffen en wel voor de inkoopprijs vermeerderd met het in onderdeel b bedoelde percentage 2 Bij ministeriële regeling kan het in het eerste lid onderdeel b bedoelde percentage voor de verschillende goederen of groepen van goederen worden vastgesteld 3 Voor de ondernemer bij wie toepassing van het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage leidt tot een winkelwaarde welke in betekenende mate afwijkt van de prijs waarvoor de goederen worden verkocht kan de inspecteur een ander percentage vaststellen 4 Voor de ondernemer te wiens aanzien bij ministeriële regeling geen percentage is vastgesteld geschiedt zulks door de inspecteur 5 De vaststelling door de inspecteur van het percentage geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking Het percentage geldt met ingang van het tijdvak volgende op dat waarin een afschrift van de beschikking aan de ondernemer is verzonden Artikel 17a Het bepaalde in de artikelen 16a 16b 16c en 16d is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een ondernemer als bedoeld in artikel 17 eerste lid Artikel 18 1 Grondstoffen en voor verkoop bestemde goederen die aanwezig zijn bij de aanvang van het eerste belastingtijdvak waarover een in deze afdeling opgenomen regeling wordt toegepast worden beschouwd als in dat tijdvak te zijn ingekocht Voor zelf vervaardigde goederen treden hierbij in de plaats de grondstoffen waaruit zij zijn vervaardigd 2 Het eerste lid vindt bij de in artikel 16 omschreven methode II geen toepassing ten aanzien van 6 goederen en voor de vervaardiging daarvan bestemde grondstoffen alsmede ten aanzien van tabaksprodukten als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de accijns 3 Indien blijkt dat de voorraad aan goederen als bedoeld in het tweede lid op enig tijdstip groter is dan bij de aanvang van het eerste belastingtijdvak waarover de in artikel 16 omschreven methode II is toegepast kan de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking bepalen dat de inkopen van die goederen in een door hem aan te wijzen belastingtijdvak met het verschil in de voorraad worden verminderd Artikel 19 Een in deze afdeling opgenomen regeling mag slechts worden toegepast met ingang van het boekjaar volgende op dat waarin de ondernemer van zijn voornemen daartoe schriftelijk mededeling aan de inspecteur heeft gedaan Zij vindt dan toepassing tot het boekjaar volgende op dat waarin de ondernemer aan de inspecteur schriftelijk heeft medegedeeld dat hij haar niet langer wenst toe te passen Afdeling B Zegelsystemen waardebonnen enz Artikel 20 1 In gevallen waarin bij de levering van goederen of het verrichten van diensten gratis zegels worden verstrekt die kunnen worden ingewisseld tegen geld of geldswaardige papieren al dan niet met bijbetaling wordt in afwijking in zoverre van artikel 29 eerste lid onderdeel b van de wet de belasting berekend overeenkomstig de hierna volgende regels a op de totale vergoeding of ontvangsten wordt niets in aftrek gebracht voor de verstrekte zegels b op de door een ondernemer in een tijdvak verschuldigde belasting brengt deze in mindering 1 ingeval de geldswaarde van de zegels pas te zijnen laste

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/omzetbelasting/uitvoeringsbesluit-omzetbelasting-1968 (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 - Belasting Collectief Nederland
    van aanvang van het boekjaar van de huurder In de schriftelijke huurovereenkomst of het verzoek wordt een door de huurder ondertekende verklaring gevoegd waaruit blijkt dat hij de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet bestaat 3 De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking waarin de datum met ingang waarvan de vrijstelling buiten toepassing blijft wordt vermeld 4 Artikel 25 van de wet geldt niet voor zover de vrijstelling van artikel 11 eerste lid onderdeel b van de wet ingevolge 5 van die bepaling ten aanzien van de ondernemer niet van toepassing is 5 Voor elk boekjaar geldt dat aan de in artikel 11 eerste lid onderdeel b onder 5 van de wet bedoelde voorwaarde dat de huurder de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet bestaat is voldaan wanneer de onroerende zaak over het desbetreffende boekjaar voor de hiervoor vermelde doeleinden is gebruikt De voorwaarde wordt voor de eerste keer beoordeeld over het boekjaar waarin de huurder de onroerende zaak met toepassing van het keuzerecht voor belasting is gaan huren 6 Ingeval de onroerende zaak niet vóór het einde van het boekjaar waarin de huurder de onroerende zaak met toepassing van het keuzerecht voor belasting is gaan huren door de huurder in gebruik is genomen is niet voldaan aan de in het vijfde lid bedoelde voorwaarde 7 Ingeval niet meer wordt voldaan aan de in het vijfde lid bedoelde voorwaarde stelt de huurder de verhuurder binnen vier weken na afloop van het desbetreffende boekjaar daarvan in kennis door middel van een door hem ondertekende verklaring Tevens zendt de huurder binnen dezelfde termijn een afschrift hiervan aan de inspecteur 8 Ingeval in een boekjaar dat is aangevangen na het boekjaar waarin de huurder de onroerende zaak is gaan huren de vrijstelling buiten toepassing is gebleven en na afloop van dat boekjaar blijkt dat de huurder niet meer voldoet aan de in het vijfde lid bedoelde voorwaarde kan de vrijstelling in dat boekjaar buiten toepassing blijven tenzij de huurder redelijkerwijs kon voorzien dat hij niet langer zou voldoen aan deze voorwaarde Blijkt in het daarop volgende boekjaar evenmin te worden voldaan aan voormelde voorwaarde dan vindt de vrijstelling toepassing met ingang van laatstgemeld boekjaar ook als de huurder redelijkerwijs niet kon voorzien dat hij in het desbetreffende boekjaar niet zou voldoen aan die voorwaarde 9 Voor de toepassing van dit artikel geldt als boekjaar het boekjaar van de huurder Artikel 7 De vrijstelling van belasting voor voordrachten en dergelijke diensten als zijn bedoeld in artikel 11 eerste lid onderdeel p van de wet geldt in gevallen waarin zij worden gehouden of verricht vanwege publiekrechtelijke lichamen stichtingen en verenigingen en strekken tot bevordering van wetenschap of algemene ontwikkeling Artikel 8 1 In het geval bedoeld in artikel 37d van de wet wordt hij aan wie de overdracht is geschied voor het berekenen van de door hem verschuldigde belasting wat de onderneming of het overgedragen gedeelte betreft geacht in plaats te zijn getreden van degene die de onderneming of een gedeelte daarvan heeft overgedragen 2 Het eerste lid geldt niet voor de toepassing van artikel 4c derde en vierde lid Artikel 9a Als diensten als bedoeld in artikel 9 derde lid van het besluit worden de volgende diensten aangewezen a het ontwikkelen van geautomatiseerde informatie en communicatiesystemen b het voor de in onderdeel a bedoelde systemen ontwikkelen van programmatuur alsmede het ter beschikking stellen daarvan c het begeleiden van dan wel het leiding geven aan de toepassing van de in onderdeel a bedoelde systemen d het ter beschikking stellen van computerapparatuur e advisering begeleiding onderzoek en andere diensten op het gebied van onderhoudsbeheersing van woningen en andere gebouwen f expertisewerkzaamheden onderzoeken inspecties taxaties arbitrage en advisering in het kader van een verzekering of een schadegeval g het verlenen van bijstand als bedoeld in artikel 13 zevende lid en artikel 14 eerste lid van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 Hoofdstuk VI Aftrek van voorbelasting Artikel 10 Door de ondernemer kan in aftrek worden gebracht de belasting die blijkens zijn boeken en bescheiden in het tijdvak van aangifte op de voet van artikel 22 van de wet verschuldigd is geworden ter zake van de invoer van voor hem bestemde goederen Artikel 10a 1 De in artikel 15 derde lid eerste volzin van de wet bedoelde belasting die in de aankoopprijs is begrepen wordt gesteld op 19 119 van het bedrag van de aankoopprijs voorzover deze betrekking heeft op een personenauto een bestelauto of een motorrijwiel verminderd met het bij de personenauto de bestelauto of het motorrijwiel nog behorende bedrag aan belasting bedoeld in en berekend overeenkomstig artikel 10 van de Wet op de belasting van personenauto s en motorrijwielen 1992 2 Het bedrag van de aankoopprijs dient ten genoegen van de inspecteur te worden aangetoond aan de hand van bescheiden zoals een originele factuur een inkoopverklaring of een betalingsbewijs Artikel 11 1 De aftrek van de in artikel 15 van de wet bedoelde belasting voorbelasting geschiedt ingeval de ondernemer zowel handelingen verricht waarvoor recht op aftrek van voorbelasting bestaat als handelingen verricht waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat met inachtneming van het volgende a van goederen en diensten die uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor recht op aftrek van voorbelasting bestaat komt de voorbelasting geheel voor aftrek in aanmerking b van goederen en diensten die uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat komt de voorbelasting in het geheel niet voor aftrek in aanmerking c met betrekking tot goederen en diensten die zowel voor de onder a als voor de onder b bedoelde handelingen worden gebruikt komt voor aftrek in aanmerking het gedeelte van de voorbelasting dat in dezelfde verhouding staat tot die belasting als het totaal van de vergoedingen voor de handelingen bedoeld onder a staat tot het totaal van de vergoedingen voor de handelingen bedoeld onder a en onder b 2 Indien aannemelijk is dat het werkelijke gebruik van de in het eerste lid onderdeel c bedoelde goederen en diensten als geheel genomen niet overeenkomt met de aldaar bedoelde verhouding wordt het voor aftrek in aanmerking komende gedeelte van de voorbelasting van die goederen en diensten berekend op basis van het werkelijke gebruik 3 Ingeval de ondernemer twee of meer goederen of diensten van dezelfde soort gebruikt worden deze alle geacht mede te worden gebruikt ten behoeve van handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat tenzij blijkt welke van die goederen of diensten uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat en welke uitsluitend voor handelingen waarvoor dat recht wél bestaat 4 De in artikel 15 eerste lid laatste alinea van de wet bedoelde aftrek over uitgaven in verband met een onroerende zaak wordt berekend op basis van het werkelijke gebruik van die onroerende zaak Artikel 12 1 De in artikel 11 voorgeschreven berekeningswijze geschiedt op basis van de gegevens van het belastingtijdvak waarin de belasting aan de ondernemer in rekening wordt gebracht dan wel de belasting wordt verschuldigd 2 De herziening bedoeld in artikel 15 vierde lid van de wet geschiedt op basis van de gegevens van het belastingtijdvak waarin de ondernemer de goederen of diensten is gaan gebruiken 3 Bij de aangifte over het laatste belastingtijdvak van het boekjaar vindt herziening van de aftrek plaats op basis van de voor het gehele boekjaar geldende gegevens Artikel 13 1 In afwijking van artikel 11 worden voor de toepassing van de aftrek afzonderlijk in aanmerking genomen a onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen b roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen 2 Met betrekking tot onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen wordt de aftrek herzien in elk van de negen boekjaren volgende op dat waarin de ondernemer het goed is gaan gebruiken De herziening geschiedt telkens voor een tiende gedeelte van de voorbelasting op basis van de voor het boekjaar geldende gegevens bij de aangifte over het laatste belastingtijdvak van dat boekjaar 3 Met betrekking tot de in het eerste lid onderdeel b bedoelde roerende zaken wordt de aftrek herzien in elk van de vier boekjaren volgende op dat waarin de ondernemer het goed is gaan gebruiken De herziening geschiedt telkens voor een vijfde gedeelte van de voorbelasting op basis van de voor het boekjaar geldende gegevens bij de aangifte over het laatste belastingtijdvak van dat boekjaar 4 De herziening blijft achterwege in het boekjaar waarin de belasting welke op basis van de voor dat boekjaar geldende gegevens voor aftrek in aanmerking komt niet meer dan tien percent verschilt van de in aftrek gebrachte belasting Artikel 13a 1 In geval van levering door de ondernemer van de in artikel 13 eerste lid bedoelde goederen binnen de termijn waarin de aftrek wordt herzien is artikel 13 tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing Daarbij wordt de ondernemer geacht tot het einde van die termijn het gebruik van het goed voor bedrijfsdoeleinden voort te zetten uitsluitend ten behoeve van a belaste handelingen indien ter zake van de levering van het goed belasting verschuldigd is dan wel geen belasting verschuldigd is omdat het gaat om een handeling als bedoeld in artikel 15 tweede lid van de wet b handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat indien ter zake van de levering van het goed geen belasting verschuldigd is en het niet gaat om een handeling als bedoeld in artikel 15 tweede lid van de wet 2 De herziening geschiedt in één keer bij de aangifte over het belastingtijdvak waarin de levering plaatsvindt Artikel 14 Het afstoten van goederen welke de ondernemer in zijn bedrijf heeft gebruikt wordt niet beschouwd als een handeling die voor de berekening van de aftrek bij hem in aanmerking komt Artikel 14a Handelingen ter zake waarvan op grond van artikel 27 eerste lid van de wet geen belasting verschuldigd is worden voor de toepassing van de artikelen 11 tot en met 14 aangemerkt als handelingen andere dan die bedoeld in artikel 15 eerste en tweede lid van de wet Hoofdstuk VIA Vrijstelling voor intracommunautaire verwervingen Artikel 16a 1 Als intracommunautaire verwervingen als bedoeld in artikel 17e van de wet worden aangewezen a intracommunautaire verwervingen van menselijke organen menselijk bloed en moedermelk b intracommunautaire verwervingen door ondernemers die geen prestaties in Nederland verrichten die bij hen aan belasting zijn onderworpen 2 Voor de toepassing van het eerste lid is de ondernemer gehouden een boekhouding te voeren waarin de voor die toepassing nodige gegevens op duidelijke en overzichtelijke wijze zijn vermeld 3 In geval de ondernemer niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft dient de aanspraak op toepassing van de vrijstelling ten genoegen van de inspecteur te worden aangetoond Hoofdstuk VII Grensoverschrijdend verkeer van goederen en diensten Artikel 16b 1 Ten aanzien van de vrijstelling als bedoeld in artikel 21 onderdeel d van de wet is een vergunning van de inspecteur vereist Het bepaalde in artikel 6 van het Communautair douanewetboek is van overeenkomstige toepassing 2 De verlening van de vergunning bedoeld in het eerste lid is gebonden aan de volgende voorwaarden a degene die de goederen invoert verstrekt aan de inspecteur zijn btw identificatienummer dat is toegekend door Nederland of ingeval de belasting wordt voldaan door zijn fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 33g van de wet het btw identificatienummer dat is toegekend door Nederland aan deze fiscaal vertegenwoordiger en het btw identificatienummer waaronder degene die de goederen intracommunautair afneemt in een andere lidstaat is geregistreerd of ingeval van overbrenging van eigen goederen het btw identificatienummer waaronder degene die de goederen invoert zelf in de lidstaat van aankomst van het vervoer is geregistreerd b de inspecteur kan bepalen dat degene die de goederen invoert onder de in het vierde lid genoemde voorwaarden zekerheid stelt tot het beloop van een door de inspecteur vastgesteld bedrag per invoer van goederen c degene die de goederen invoert verstrekt op verzoek aan de inspecteur de inlichtingen die noodzakelijk zijn om het beloop van de zekerheid vast te stellen 3 Ten aanzien van de goederen die worden ingevoerd kan door de inspecteur bewijs worden verzocht dat de ingevoerde goederen bestemd zijn om naar een andere lidstaat te worden vervoerd of verzonden 4 Met betrekking tot de te stellen zekerheid zijn de bepalingen van Titel VII hoofdstuk 1 van het Communautair douanewetboek van overeenkomstige toepassing 5 De inspecteur kan de vergunning intrekken of wijzigen a op verzoek van de vergunninghouder b indien de vergunninghouder niet voldoet aan de aan de vergunning verbonden voorwaarden 6 De vrijstelling is slechts van toepassing indien wordt aangetoond dat ter zake van de levering is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 14 35 35a en 37a van de wet alsmede in artikel 12 van het besluit Artikel 17 1 Voor goederen opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage A worden voor de toepassing van artikel 23 van de wet aangewezen alle ondernemers en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen andere dan ondernemers 2 Bij de aangifte ten invoer worden bescheiden een kopie factuur vracht en ladingspapieren en dergelijke overgelegd waaruit blijkt dat de regeling van artikel 23 van de wet van toepassing is Artikel 17a 1 Voor de toepassing van artikel 23 van de wet worden aangewezen alle ondernemers en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen andere dan ondernemers doch alleen voor wat betreft de voor hen bestemde niet in het vrije verkeer zijnde goederen waarmee in Nederland een vervoermiddel wordt bevoorraad 2 Lichamen moeten van het bevoorraden bedoeld in het eerste lid afzonderlijk aantekening houden op de voet van artikel 31 Artikel 18 1 Voor andere goederen dan bedoeld in de artikelen 17 en 17a wordt een verzoek om aanwijzing voor de toepassing van artikel 23 van de wet ingediend bij de inspecteur De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking Bij inwilliging van het verzoek stelt de inspecteur een datum van ingang vast en kent hij aan de belanghebbende een btw identificatienummer toe 2 Het verzoek wordt slechts ingewilligd indien de belanghebbende a in Nederland woont of is gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting of een fiscaal vertegenwoordiger heeft b geregeld goederen invoert dan wel incidenteel goederen invoert en een fiscaal vertegenwoordiger in Nederland heeft c een bedrijfsadministratie voert welke naar het oordeel van de inspecteur zodanig is ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze zijn opgenomen de door de inspecteur nodig geoordeelde gegevens omtrent de ingevoerde goederen en dat aan de hand daarvan op eenvoudige wijze de ter zake van de invoer van die goederen verschuldigde omzetbelasting kan worden vastgesteld 3 De aanwijzing geldt voor alle goederen welke ten behoeve van de belanghebbende worden ingevoerd waaronder zijn begrepen de goederen ter zake waarvan de belanghebbende aan een andere ondernemer een schriftelijke verklaring heeft afgegeven dat hij de goederen invoert of dat de invoer in zijn opdracht plaatsvindt 4 Ten aanzien van goederen welke door Koninklijke TNT Post B V worden ingevoerd vindt artikel 23 van de wet slechts toepassing indien a op de postzending of in de daarbij behorende bescheiden het aan de belanghebbende toegekende btw identificatienummer is vermeld of b ten aanzien van de postzending de belanghebbende een schriftelijke inklaringsopdracht aan de Koninklijke TNT Post B V heeft verstrekt waarin het aan hem toegekende btw identificatienummer is vermeld 5 Tenzij de inspecteur anders bepaalt moet de belanghebbende voldoen aan de volgende voorwaarden a van de invoer wordt afzonderlijk aantekening gehouden op de voet van artikel 31 b bij aangifte ten invoer van de goederen worden bescheiden een kopie factuur vracht en ladingspapieren en dergelijke overgelegd waaruit blijkt dat de goederen voor belanghebbende zijn bestemd en de regeling van artikel 23 van de wet van toepassing is Op deze bescheiden moet het btw identificatienummer zijn vermeld 6 Ingeval de belanghebbende handelt in strijd met de gestelde voorwaarden alsmede in geval van misbruik waaronder wordt begrepen misbruik door de vervoerder van de goederen kan de inspecteur de aanwijzing intrekken en een nieuwe aanwijzing weigeren De intrekking en de weigering geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking 7 Het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op personenauto s bestelauto s en motorrijwielen in de zin van de artikelen 3 en 4 van de Wet op de belasting van personenauto s en motorrijwielen 1992 Artikel 18a 1 Voor personenauto s en bestelauto s in de zin van artikel 3 van de Wet op de belasting van personenauto s en motorrijwielen 1992 wordt een verzoek om aanwijzing voor de toepassing van artikel 23 van de wet ingediend bij de inspecteur De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking Bij inwilliging van het verzoek stelt de inspecteur een datum van ingang vast en wijst hij aan waar aangifte ten invoer dient te geschieden 2 Het verzoek wordt slechts ingewilligd indien a de belanghebbende in Nederland woont of is gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting of een fiscaal vertegenwoordiger heeft b de belanghebbende reeds gedurende een tijdvak van ten minste zes maanden geregeld goederen als bedoeld in het eerste lid heeft ingevoerd en op regelmatige wijze de ter zake van de invoer van die goederen verschuldigde omzetbelasting heeft voldaan c de belanghebbende een bedrijfsadministratie voert welke naar het oordeel van de inspecteur zodanig is ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze zijn opgenomen de door de inspecteur nodig geoordeelde gegevens omtrent de hiervoor bedoelde goederen en dat aan de hand daarvan op eenvoudige wijze de ter zake van de invoer van die goederen verschuldigde omzetbelasting kan worden vastgesteld d de voldoening van de ter zake van de invoer van de hiervoor bedoelde goederen verschuldigde omzetbelasting naar het oordeel van de inspecteur is verzekerd 3 De belanghebbende moet voldoen aan de volgende voorwaarden a van de invoer van goederen als zijn bedoeld in het eerste lid wordt afzonderlijk aantekening gehouden op de voet van artikel 31 b bij aangifte ten invoer van de hiervoor bedoelde goederen worden bescheiden een kopie factuur vracht en ladingspapieren en dergelijke overgelegd waaruit blijkt dat de goederen voor belanghebbende zijn bestemd en de regeling van artikel 23 van de wet van toepassing is Op deze bescheiden moeten datum en nummer van de in het eerste lid bedoelde beschikking alsmede in voorkomende gevallen het op de voet van artikel 18 aan belanghebbende toegekende btw identificatienummer zijn vermeld 4 De inspecteur is bevoegd in bepaalde gevallen nadere voorwaarden te stellen 5 Ingeval de belanghebbende handelt in strijd met de gestelde voorwaarden alsmede in geval van misbruik waaronder wordt begrepen misbruik door de vervoerder van de in het eerste lid bedoelde goederen kan de inspecteur de aanwijzing intrekken en een nieuwe aanwijzing weigeren De intrekking en de weigering geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking 6 Het eerste tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op motorrijwielen in de zin van artikel 4 van de Wet op de belasting van personenauto s en motorrijwielen 1992 Artikel 18b Bij toepassing van de artikelen 17 17a 18 en 18a is degene die goederen ten invoer aangeeft verplicht op eerste vordering een kopie factuur in te leveren Indien in een van de gevallen bedoeld in de eerste volzin van dit lid geen factuur wordt opgemaakt wordt in plaats van een kopie factuur een daarmee gelijk te stellen bescheid ingeleverd Artikel 19 De schriftelijke opdracht bedoeld in artikel 12 tweede lid onderdeel d van het besluit tot uitvoer uit de Gemeenschap of tot plaatsing onder het stelsel van douane entrepots op basis van artikel 98 eerste lid onderdeel b van het Communautair douanewetboek wordt opgemaakt overeenkomstig het in de bij deze regeling behorende bijlage B opgenomen model Artikel 20 Bij de aangifte ter verkrijging van teruggaaf op grond van artikel 24 eerste lid van de wet worden overgelegd a bescheiden waarmee kan worden aangetoond hoeveel belasting voor de goederen is betaald b het certificaat van uitvoer waarin de uit de Gemeenschap uitgevoerde of in een entrepot opgeslagen goederen zijn vermeld en dat overeenkomstig artikel 22 is aangeboden en afgetekend c voor wat betreft motorrijtuigen waarvoor ter zake van de in artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 bedoelde opgaaf van een kenteken een bewijs is afgegeven een ter zake van de uitvoer uit de Gemeenschap of van de opslag in een entrepot door de Dienst Wegverkeer RDW opgemaakte verklaring Artikel 21 In de aangifte ter verkrijging van teruggaaf op grond van artikel 24 eerste lid van de wet worden per partij uit de Gemeenschap uitgevoerde of in een entrepot opgeslagen goederen vermeld a het bedrag van de gevraagde teruggaaf b de soort en de hoeveelheid van de uit de Gemeenschap uitgevoerde of in een entrepot opgeslagen goederen c het nummer van het certificaat van uitvoer d een omschrijving van de bescheiden waarmee kan worden aangetoond hoeveel belasting voor de goederen is betaald Artikel 22 1 Een lichaam als bedoeld in artikel 24 eerste lid van de wet dat aanspraak wil maken op teruggaaf van de belasting op grond van dat artikel draagt zorg dat de goederen bij de uitvoer uit de Gemeenschap of bij de opslag in een entrepot zijn vergezeld van een certificaat van uitvoer uit de Gemeenschap Daartoe dient te worden gebruik gemaakt van een van rijkswege tegen betaling verkrijgbaar gesteld formulier 2 In het certificaat worden vermeld a een per kalenderjaar doorlopend volgnummer b de naam en het adres van het lichaam c een nauwkeurige omschrijving van de soort en de hoeveelheid van de goederen 3 Het certificaat wordt na daartoe te zijn aangeboden voor uitvoer uit de Gemeenschap afgetekend door de daartoe bevoegde ambtenaar Deze zendt het certificaat terug aan het daarin vermelde adres Artikel 23 Ingeval een lichaam als bedoeld in artikel 24 eerste lid van de wet is aangewezen op de voet van artikel 23 van de wet kunnen de artikelen 20 en 22 al dan niet op verzoek en onder nader bij de aanwijzing te stellen voorwaarden buiten toepassing worden verklaard Artikel 23a 1 In geval van levering van goederen aan natuurlijke personen die hun normale verblijfplaats hebben in een derde land en die anders dan als ondernemer deze goederen uiterlijk het einde van de derde maand na de maand van aankoop bij het verlaten van Nederland in hun persoonlijke bagage meevoeren naar een derde land hetzij rechtstreeks hetzij via één of meer andere lid staten is de ondernemer gerechtigd in afwijking van het wettelijk geldende tarief het tarief van nihil toe te passen indien de totale waarde van de op de factuur vermelde goederen inclusief de tegen het wettelijk tarief berekende belasting ten minste 50 bedraagt De normale verblijfplaats dient aan de hand van een legitimatiebewijs te worden aangetoond 2 Het eerste lid eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot goederen die worden afgenomen door een natuurlijke persoon die zijn normale verblijfplaats heeft in de Gemeenschap en die ten genoegen van de inspecteur kan aantonen dat hij zich binnen de in het eerste lid bedoelde termijn in een derde land zal vestigen 3 Met betrekking tot de toepassing van het tarief van nihil is het bepaalde in artikel 12 van het besluit van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor het aantonen van de aanspraak op toepassing daarvan in ieder geval is vereist een factuur een kopie factuur of een daarmee gelijk te stellen bescheid dat na daartoe te zijn aangeboden voor uitvoer uit de Gemeenschap is afgetekend door een daartoe bevoegde ambtenaar Hoofdstuk VIII Kleine ondernemers Artikel 24 1 Indien aannemelijk is dat over een jaar artikel 25 van de wet van toepassing zal zijn kan de ondernemer per belastingtijdvak van dat jaar een voorlopige vermindering op de belasting toepassen 2 De voorlopige vermindering is per belastingtijdvak van een kwartaal gelijk aan de belasting vóór aftrek van de vermindering Zij bedraagt per belastingtijdvak van een kwartaal evenwel bij een vermoedelijke belasting per jaar vóór toepassing van artikel 25 eerste lid van de wet van a meer dan 1345 doch niet meer dan 1475 ten hoogste 250 b meer dan 1475 doch niet meer dan 1611 ten hoogste 159 c meer dan 1611 doch niet meer dan 1747 ten hoogste 68 d meer dan 1747 nihil 3 Na afloop van het jaar wordt de voorlopige vermindering verrekend met de in artikel 25 eerste lid van de wet bedoelde vermindering 4 Indien de verrekening leidt tot een hoger bedrag dan over het jaar aan belasting is betaald moet het verschil worden voldaan op de aangifte over het eerste belastingtijdvak van het volgende jaar leidt de herrekening tot een lager bedrag dan over het jaar aan belasting is betaald dan wordt het verschil aan de ondernemer op verzoek teruggegeven Artikel 25 1 Ontheffing van verplichtingen opgelegd bij of krachtens de artikelen 34 en 35 van de wet wordt op verzoek verleend indien aannemelijk is dat de ondernemer jaarlijks na toepassing van artikel 25 eerste lid van de wet geen belasting behoeft te voldoen 2 De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking De ontheffing gaat in bij het begin van het jaar volgende op dat waarin het verzoek is gedaan 3 De ondernemer die ontheffing heeft verkregen kan volstaan met het ordelijk bewaren van de aan hem uitgereikte facturen gedurende de termijn bedoeld in artikel 52 vierde lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in artikel 34a van de wet 4 De ontheffing vervalt a bij schriftelijke opzegging door de ondernemer b zodra de ondernemer weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij niet langer voldoet aan de voor de ontheffing gestelde eisen c bij niet voldoening aan het derde lid 5 Na het vervallen van de ontheffing door opzegging kan een hernieuwd verzoek eerst na vijf jaar worden ingewilligd 6 De omzetbelasting die de ondernemer die ontheffing heeft gekregen op aangifte moet voldoen op grond van de artikelen 12 tweede derde en vijfde lid 17f en 23 van de wet kan door hem niet op de voet van artikel 15 van de wet op de aangifte in aftrek worden gebracht Artikel 25a Voor de bepaling van de vermindering als bedoeld in artikel 25 eerste lid van de wet a dient de belasting die ingevolge de artikelen 12 tweede en derde lid 17f en 23 van de wet wordt geheven van de ondernemer niet te worden beschouwd als door hem verschuldigde belasting en b dient de belasting die ingevolge artikel 12 vijfde lid van de wet wordt geheven van degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend in aanmerking te worden genomen als ware zij geheven van de ondernemer die de levering of de dienst verricht Hoofdstuk IX Kasstelsel Artikel 26 1 Als ondernemers als bedoeld in artikel 26 van de wet worden aangewezen a 1 winkeliers 2 marktkooplieden 3 schoenherstellers 4 kappers 5 glazenwassers 6 exploitanten van wasserijen 7 rijwielherstellers 8 exploitanten van schoonheidsverzorgingsbedrijven 9 behangers 10 stoffeerders 11 exploitanten van horecabedrijven 12 advocaten die hun praktijk alleen uitoefenen 13 houders van autorijscholen b andere dan de in onderdeel a genoemde ondernemers indien zij hun prestaties als ondernemer uitsluitend of nagenoeg uitsluitend verrichten in of vanuit een inrichting welke bestemd is voor de verkoop van goederen of het verlenen van diensten aan anderen dan ondernemers c niet onder de onderdelen a of b vallende ondernemers die niet aan ondernemers goederen plegen te leveren en diensten plegen te verlenen behoudens voorzover zij goederen leveren als bedoeld in artikel 3 tweede lid van de wet mits zij op daartoe gedaan verzoek door de inspecteur zijn aangewezen De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking 2 Indien de in het eerste lid in de onderdelen a en b bedoelde ondernemers van de aanwijzing geen gebruik maken dienen zij daarvan schriftelijk kennis te geven aan de inspecteur Hoofdstuk X Landbouwregeling Artikel 28 1 De aftrek en de teruggaaf op grond van artikel 27 vierde onderscheidenlijk vijfde lid van de wet vinden slechts plaats indien de ondernemer aan wie de landbouwer veehouder tuinbouwer of bosbouwer de goederen heeft geleverd een door deze ondertekende verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat de goederen binnen het kader van de genoemde bepaling zijn geleverd en waarin voorts zijn vermeld a naam en adres van de leverancier b de dag waarop de levering wordt verricht c naam en adres van de afnemer d de hoeveelheid van de goederen e een duidelijke omschrijving van de goederen f het in rekening gebrachte bedrag 2 De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt opgemaakt vóór de vijftiende dag van de maand volgende op die waarin de levering is verricht 3 De aftrek vindt plaats in het belastingtijdvak waarin de goederen zijn geleverd 4 Ingeval van leveringen aan veilingen en andere vaste afnemers kan in afwijking van het eerste en het tweede lid de landbouwer veehouder tuinbouwer en bosbouwer volstaan met een éénmaal per kalenderjaar af te geven verklaring waaruit blijkt dat de goederen binnen het kader van artikel 27 vierde lid van de wet zijn geleverd In dat geval houdt degene aan wie de goederen worden geleverd van iedere levering op zodanige wijze aantekening dat daaruit de in het eerste lid onderdelen a tot en met f bedoelde gegevens blijken 5 Het eerste tot en met vierde lid zijn ten aanzien van diensten voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing Artikel 29 De wederopzegging door belanghebbende bedoeld in artikel 27 zesde lid van de wet dient schriftelijk te geschieden Hoofdstuk XA Regeling voor beleggingsgoud Artikel 29b De ondernemer of de tussenpersoon die het recht uitoefent om overeenkomstig artikel 28l van de wet voor belastingheffing te kiezen stelt de inspecteur schriftelijk in kennis van deze keuze Artikel 29c Handelingen die op grond van artikel 28k van de wet van de belasting zijn vrijgesteld worden voor de toepassing van de artikelen 11 tot en met 14 aangemerkt als handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat Artikel 29d Voor de toepassing van de in artikel 28k van de wet vervatte vrijstelling is de ondernemer gehouden een boekhouding te voeren waarin de voor die toepassing nodige gegevens op duidelijke en overzichtelijke wijze zijn vermeld Hoofdstuk XI Ondernemersverklaring Artikel 30a Een ondernemer die buiten de Gemeenschap woont of is gevestigd en geen vaste inrichting in Nederland heeft dient indien de inspecteur zulks vraagt bij een verzoek om teruggaaf als bedoeld in artikel 31 tweede lid van de wet aan te tonen dat hij ondernemer is in de zin van artikel 7 van de wet Hoofdstuk XII Administratieve verplichtingen Artikel 31 1 De ondernemer is gehouden regelmatig aantekening te houden van a de aan hem en door hem uitgereikte facturen alsmede indien het een wederverkoper betreft de door hem uitgereikte inkoopverklaringen b de uitgaven en ontvangsten ter zake van de aan hem en door hem verrichte leveringen van goederen en verleende diensten en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen c het betrekken van voor hem bestemde ingevoerde goederen d het verzenden of afleveren van door hem voor uitvoer uit de Gemeenschap of opslag in een entrepot bestemde goederen 2 De in het eerste lid bedoelde aantekeningen van facturen welke doorlopend dienen te worden genummerd omvatten a dagtekening en nummer b naam adres en in voorkomend geval btw identificatienummer van de ondernemer door wie of aan wie de levering of de dienst wordt verricht alsmede van degene aan wie wordt geleverd met toepassing van de bij de wet behorende tabel II onderdeel a post 6 c een duidelijke omschrijving van de geleverde goederen of van de dienst d de vergoeding e het bedrag van de belasting 3 De rechtspersoon andere dan ondernemer is gehouden ter zake van zijn intracommunautaire verwervingen regelmatig aantekening te houden van a de aan hem uitgereikte facturen b de uitgaven ter zake van die verwervingen 4 De in het derde lid bedoelde aantekeningen van facturen welke doorlopend dienen te worden genummerd omvatten a dagtekening en nummer b naam adres en btw identificatienummer van degene door wie de levering wordt verricht c een duidelijke omschrijving van de geleverde goederen d de vergoeding onderscheiden naar 1 nieuwe vervoermiddelen 2 accijnsgoederen 3 overige goederen e het bedrag van de belasting 5 De aantekeningen worden op zodanige duidelijke en overzichtelijke wijze en met vermelding van zodanige bijzonderheden gehouden dat aan de hand daarvan de door de ondernemer of door de rechtspersoon andere dan ondernemer over een bepaald belastingtijdvak verschuldigde belasting kan worden vastgesteld De wederverkoper is tevens gehouden om met betrekking tot goederen die administratief van inkoop tot verkoop zijn te volgen zijn boekhouding op zodanige wijze te voeren dat aan de hand daarvan het verband tussen inkoop en verkoop kan worden vastgesteld 6 De ondernemer en de rechtspersoon andere dan ondernemer zijn verplicht de aantekeningen te bewaren gedurende de termijn bedoeld in artikel 52 vierde lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in artikel 34a van de wet 7 De inspecteur kan afwijkingen toestaan van de verplichtingen welke zijn opgelegd in de vorige leden 8 De ondernemer is gehouden zijn boekhouding op zodanige duidelijke en overzichtelijke wijze te voeren en met vermelding van zodanige bijzonderheden dat de inspecteur aan de hand daarvan kan vaststellen of de belastingheffing met betrekking tot de in artikel 34 tweede lid onderdelen a en b van de wet bedoelde goederen op de juiste wijze plaatsvindt Artikel 31a De ondernemer aan wie een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 24c van het besluit is verleend is gehouden a afzonderlijk aantekening te houden van de gegevens als bedoeld in artikel 31 die betrekking hebben op de buitenlandse ondernemer b de aantekeningen als bedoeld in onderdeel a zodanig te houden dat de herkomst en de bestemming van de goederen op eenvoudige wijze kunnen worden gevolgd en de verschuldigde belasting op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld Artikel 32 1 Als ondernemers als bedoeld in artikel 35 tweede lid van de wet worden aangewezen groothandelaren in levensmiddelen dranken tandheelkundige grondstoffen tandtechnische werken en onderdelen van tandtechnische werken 2 De in artikel 35 derde lid van de wet bedoelde ontheffing van de verplichting om een factuur uit te reiken indien vrijgestelde prestaties worden verricht geldt niet ter zake van de levering van een roerende zaak als bedoeld in artikel 11 eerste lid onderdeel r van de wet Artikel 33 1 In afwijking in zoverre van de verplichtingen opgelegd bij artikel 35a van de wet geldt als een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur a het vervoersbewijs voorzover de ondernemer personen vervoert in de vorm van openbaar vervoer of taxivervoer als bedoeld in artikel 1 onderdelen h en j van de Wet personenvervoer 2000 b de gebruikelijke afrekening voorzover de ondernemer spijzen en dranken verstrekt voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel café restaurant pension en aanverwant bedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden c de factuur die bij inruiltransacties wordt uitgereikt en die de gehele inruiltransactie dekt mits die factuur alle vermeldingen bevat die anders op de afzonderlijk uit te reiken facturen zouden moeten worden vermeld d de wekelijks of maandelijks uitgereikte verzamelfactuur met betrekking tot leveringen of diensten waarbij bonnen en dergelijke worden uitgereikt die op zich niet voldoen aan de factuurvereisten mits deze verwijst naar de bonnen en dergelijke en samen daarmee voldoet aan de factuurvereisten e het gedeelte van de overschrijvingskaart dat de afnemer behoudt of de aan de afnemer gezonden bank of giro afrekening bij het gebruik van acceptgirokaarten onderscheidenlijk automatische overschrijving mits daarin in elk geval de volgende vermeldingen zijn opgenomen 1 de datum van uitreiking 2 een identificatie van de ondernemer die de prestatie verricht 3 een identificatie van de aard van de geleverde goederen of de verrichte diensten 4 het te betalen bedrag van de belasting of de gegevens aan de hand waarvan dat bedrag kan worden berekend 2 In afwijking in zoverre van de verplichtingen opgelegd bij artikel 35a van de wet a kan bij de levering

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/omzetbelasting/uitvoeringsbeschikking-omzetbelasting-1968 (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA) - Belasting Collectief Nederland
    Bilanz ofwel elektronische balans Kantoren Friesland Customs Knowledge in Heerenveen Arjo Groenendijk Bart Boersma Bram van Breukelen Geert Koevoets Sander van Lent De Vries c s Tax Advisors in Beetsterzwaag Joost Muller Jan Jaap de Vries Priore in Heerenveen mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Priore in Workum mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Rien Vink Loonheffingen in Engwierum Rien Vink Scheidingsfiscalist T van der Wal in Beetsterzwaag Tiny van der Wal Smids en Schakel in Leeuwarden Peter Steenhuis Marieke van der Veer Corine van der Maden LEXX Advocaten in Leeuwarden Mr Martijn S Dunant Maurits Tóth Belastingadvies Andries Tóth Eikenaar Belastingadvies in Drachten Ed Eikenaar Groningen Stetler in Haren Wim Dijkstra HS26 Advocatuur in Groningen Gerhard Sjobbema Caraad Belastingadviseurs in Groningen Wietze Hoekstra Martijn Thalen Rutger Hotsma Bastide in Groningen Petrus Zijlstra Drenthe Consensio in Zuidlaren Gonard Wagenaar Bloemsma Faassen in Assen Willem Faassen Anne Marc van de Wal Gelderland Kleijsen Cortenbach Kuijpers LLP in Nijmegen P E Art and Tax in Doetinchem Peter Kleinreesink ScholsBurgerhartSchols in Nijmegen Mr dr W Burgerhart Prof dr B M E M Schols Prof mr F W J M Schols Van Lienden Kooistra in Barneveld Eric Jan Sobels Jonne Tijssen Noord Brabant De Vries Partners in Valkenswaard Hans van Kuyk Wesselman in Eindhoven Bert Bogie Wesselman in Helmond Bert Bogie Lucas Belastingadvies in Den Bosch Jurrian Lucas Ooms Partners in Breda drs Marco Ooms mr Hans Seijkens Limburg Rebastion in Maastricht Frodo Oude Groeniger Rob Engelbert Wesselman in Weert Bert Bogie Noord Holland HDK Advocaten en Fiscalisten in Amsterdam Roy Vliese Pavel der Kinderen MB Legal Tax in Alkmaar F van Elk FB Fedor mr drs J D Hoogendoorn RA Jaap J Beijert Jan MB Legal Tax in Middenbeemster mr M F Marco Bezoet de Bie mr J D M J den Boer RA CRAd Schut en Bruggink Estate Planners in Haarlem Paul Schut Marian Bruggink Rogier Pak Abel Advisory in Amsterdam Frank Schwarte Joost Lagerberg AsjesBisseling in Amsterdam Arjan Bisseling B B Accountants in Den Burg De Bont Advocaten in Amsterdam prof mr G J M E de Bont mr J M Sitsen mr M B Weijers mr P de Haas VanOoijen in Haarlem Adriaan Daniels Ognjen Soldat Just Tax in Nieuw Vennep Utrecht AccountantsTEAM in Utrecht Joost Rietveld Pay Check in Houten Pieter Miedema Fiscaal Jurist in Baarn Pieter Miedema Overijssel ELBERT fiscaal in Hengelo mr H A Elbert Beersen Grandiek in Hengelo Mr V J Vincent Grandiek Cervus Belastingadvies in Zwolle mr H A Elbert EVFA in Deventer Eric Versteegh Zuid Holland Scientia Fiscalis in Alblasserdam Yvonne Tigelaar Klootwijk Van Driel Fruijtier in Dordrecht MB Internationaal in Rotterdam Zeeland Rijkse Partners Belastingadviseurs in Middelburg Curacao Wesselman in Curaçao Bert Bogie Duitsland Strick Rechtsanwälte Steuerberater in Kleve Anton Ingenerf Frank J Lamers Sabine van Wickeren Lenk Christian Theissen Freddy B Heinzel Belgie Cobofisk in Gent Hendrik Huys Cobofisk in Aalter Luc Coopman Spanje Arcos Lamers Asociados in Marbella Wim Lamers Maite Arcos Kennisgroepen BTW specialisten Loonheffing specialisten Pensioen specialisten Estate Planning specialisten Formeel Belastingrecht specialisten Fusie Overname specialisten Herinvesteringsreserve specialisten Huwelijk Echtscheiding specialisten Innovatiebox specialisten Internationaal Belastingrecht specialisten Douane specialisten Auto van de zaak Sport Sprekers Cursussen Allround Auto van de zaak Bedrijfsoverdracht BTW Douane Estate Planning FFP VBI FBI Formeel belastingrecht Loonheffingen Pensioenen Partners Fiscaal Kenniscentrum Fiscaal up to Date Hoge Raad geeft happy end aan nasleep Van der Steen naheffingen van tafel Verhuur van theaterruimte was niet vrijgesteld van BTW Betalingsonmacht hoefde pas na aanmaning te worden gemeld HIR viel vrij wegens verkoop herinvesteringslichaam aan gelieerde BV Tbs regeling voor verhuur camping na verkoop aandelen aan schoonmoeder Leningconstructie taxpartners was ongewenste boxarbitrage Rechtbank torpedeert listige aandelenoptieconstructies DGA in Van der Steen f e niet aansprakelijk voor BTW van BV Overdrachtsbelasting vanaf 15 juni 2011 verlaagd naar 2 Verliesverrekeningsbeperking niet in strijd met EU recht Privégebruik auto per 1 juli 2011 fictieve dienst correctie los van IB en LB BTW bij levering terrein met reeds gestarte sloop van opstallen Don Bosco 30 Regeling voor na terugkeer genoten optievoordeel Fiscaal up to Date kennispartner van Belasting Collectief Nederland Werkzaamheid bij vastgoed eindigt in principe bij vervreemding Premies vrijwillige ANW vangnetverzekering niet aftrekbaar Sale lease back van school door gemeente misbruik van recht Melding betalingsonmacht liep niet door na onjuiste aangifte EHRM rekt zwijg en inzagerecht in fiscale boetezaak op Volgens staatssecretaris geen misstanden bij de Belastingdienst 30 regel voor na uitdiensttreding ontvangen optievoordeel Arresten over landbouwvrijstelling rechtvaardigden heretikettering niet Negeren van belaste winstuitkering in aanvullende aangifte was ambtelijk verzuim Navordering na fout in vooringevulde aangifte vernietigd Voorwaarde voor geruisloze inbreng buitenlandse ondernemer in strijd met EU recht Kostenvergoeding voor telefonisch horen in bezwaarfase Valutawinst op lening bij aankoop binnenlandse deelneming was niet vrijgesteld Eindheffing voor niet maatschappelijk aanvaardbare 55 plusregeling Lening omlaag die niet door bank zou zijn verstrekt was onzakelijk Verhuurde bovenverdiepingen vormden ondernemingsvermogen Herinvesteringsvoornemen concerndirectie toegerekend aan BV Erfbelasting over oudere WOZ waarde leidde tot buitensporige last Betalingen aan bestuursvoorzitter woningstichting waren resultaatsinkomen BOF ondanks afwezigheid van ondernemingsvermogen Studenten waren niet bij onderneming van vereniging in dienstbetrekking Geen verlaagd BTW tarief voor rondleiding in stadion Vrijstelling overdrachtsbelasting bij inbreng gold ook voor niet tbs deel pand Omzetcorrecties autosloperij in het kader van actie Klaproos Onzakelijke borgstelling in tbs sfeer leidde tot verlies uit a b Hogere ambtenaren Financiën willen naar systeem van voldoening op aangifte Geen pensioen in eigen beheer voor DGA met aandelen zonder stemrecht Hof Den Bosch legt met prejudiciële vragen bom onder CO2 heffing in BPM MKB winstvrijstelling gold ook na inbreng met terugwerkende kracht Beperking verrekening houdsterverliezen onterecht door geslaagd tegenbewijs Vruchtgebruikconstructie school was misbruik van recht Rechtbank Arnhem bedrijfsopvolging in SW is niet discriminerend Van der Steen arrest verhinderde aansprakelijkheid DGA niet Rechtbank had zaak volgens Hof zelf moeten afdoen Inspecteur mocht VAR loon afgeven in plaats van gevraagde VAR DGA Achterblijven pand verhinderde toepassing van bedrijfsfusiefaciliteit Regresvordering a b houder van meet af aan in box I 12 regeling

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/omzetbelasting/besluit-uitsluiting-aftrek-omzetbelasting-1968-bua (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Dividendbelasting - Belasting Collectief Nederland
    werkkostenregeling nog wel aantrekkelijk Hoe krijg ik mijn in Duitsland betaalde BTW terug Belastingplan 2012 De zorgvrijstelling in de vennootschapsbelasting Woningcorporatie is anbi Uitbreiding defiscalisering inkomstenbelasting vanaf 1 januari 2012 Elektronisch factureren nu ook in Duitsland Belgische BTW beurzen Sinterklaasfeest en de werkkostenregeling Limited liability partnership Nieuwe regeling rechtsbescherming tegen controlehandelingen Verhoging ZVW bijdrage inkomen 2012 onder de loep Belgische achterhoede gevechten i p v ernstige begroting Negatief loon verrekenen Tegemoetkoming Staatssecretaris verhult verkeerde uitleg art 10 Successiewet De informatieverplichting een suppletie die geen verbetering is Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen Fruitmand en rouwkrans Aankoop van een vakantiehuis in Duitsland Bijtelling te voorkomen door dubbel leasecontract Te weinig geld in BV om pensioen eigen beheer uit te keren Scheepvaart CV gebruikmaking van willekeurige afschrijving Nieuw besluit bestrijding en ontmanteling APV s Auto van de zaak de bovennormbijdrage Struisvogels en tandprothesen De verraderlijke eigenschappen van de Duitse omzetbelasting De werkplek Belastingdienst Toeslagen maakt fraude mogelijk met toeslagen Politieke vertoning in België toch meer dan louter een taaltegenstelling tussen Vlamingen en Walen Overdracht van de woning door ouders aan kinderen gunstig of juist niet Gereglementeerde beroepstitels inzake boekhoudkundige en fiscale beroepen in België Over het kijken naar een aap apekool en de verhoging van het btw tarief voor podiumkunsten De dure verzuimboete voor een te laat ingediende aangifte vennootschapsbelasting Vrijstelling overdrachtsbelasting ook voor BV met bouwterrein VAR verklaring de misverstanden de oplossing Duitse Grondbelasting Grundsteuer Memo inzake integratieheffing Zachte heelmeesters maken stinkende wonden Sloopconstructie en economische eigendomsoverdracht Wat zal de rechtsbescherming bij de informatieplicht in de praktijk betekenen Welke rechtsmiddelen heeft u als de belastingontvanger het verzoek om een betalingsregeling afwijst Duitse loonbelasting Algemeen verweer tegen aansprakelijkstelling Bestuurdersaansprakelijkheid meld tijdig betalingsonmacht Aansprakelijkheid en de bedoeling van de wet Het MKB heeft gezond inkopen nog niet ontdekt Lening van BV aan DGA voor rentevoordeel onbelast Levering digitaal fotoboek belast met 6 btw Belastingplicht in Duitsland beschränkte resp unbeschränkte Steuerpflicht De fiscale risicoaansprakelijkheid Hoge boetes bij te laat indienen van een belastingaangifte Is de meldingsplicht bij de bestuurdersaansprakelijkheid onevenredig Aansprakelijkheid bij vervreemding van aandelen Cross boarder leasing zonder btw Het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland Geen interne levering bij inpandige verbouwing Bestuurdersaansprakelijkheid ver van uw bed of dichterbij dan u dacht Fiscale boetes voorkomen beter dan genezen Wettelijk minimumloon stijgt per 1 juli 2012 Lenteakkoord 2012 en loonheffingen Met een kanonskogel een vlieg doden Verzekeringsplicht Tweede woning Zwitserland Wijzigingen in de Duitse BTW wetgeving Goed lobbywerk van het Verbond van Verzekeraars 808 vergoeding voor aanslag van 6 Vernederlandsing van Belgische autofiscaliteit Reactivering vermogensbelasting in Spanje 2012 2013 Fiscale Highlight Stabiliteitsprogramma Crisismaatregel 2012 Let op bij creatief gebruik van verrekenprijzen E Bilanz ofwel elektronische balans Kantoren Friesland Customs Knowledge in Heerenveen Arjo Groenendijk Bart Boersma Bram van Breukelen Geert Koevoets Sander van Lent De Vries c s Tax Advisors in Beetsterzwaag Joost Muller Jan Jaap de Vries Priore in Heerenveen mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Priore in Workum mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Rien Vink Loonheffingen in Engwierum Rien Vink Scheidingsfiscalist T van der Wal in Beetsterzwaag Tiny van der Wal Smids en Schakel in Leeuwarden Peter Steenhuis Marieke van der Veer Corine van der Maden LEXX Advocaten in Leeuwarden Mr Martijn S Dunant Maurits Tóth Belastingadvies Andries Tóth Eikenaar Belastingadvies in Drachten Ed Eikenaar Groningen Stetler in Haren Wim Dijkstra HS26 Advocatuur in Groningen Gerhard Sjobbema Caraad Belastingadviseurs in Groningen Wietze Hoekstra Martijn Thalen Rutger Hotsma Bastide in Groningen Petrus Zijlstra Drenthe Consensio in Zuidlaren Gonard Wagenaar Bloemsma Faassen in Assen Willem Faassen Anne Marc van de Wal Gelderland Kleijsen Cortenbach Kuijpers LLP in Nijmegen P E Art and Tax in Doetinchem Peter Kleinreesink ScholsBurgerhartSchols in Nijmegen Mr dr W Burgerhart Prof dr B M E M Schols Prof mr F W J M Schols Van Lienden Kooistra in Barneveld Eric Jan Sobels Jonne Tijssen Noord Brabant De Vries Partners in Valkenswaard Hans van Kuyk Wesselman in Eindhoven Bert Bogie Wesselman in Helmond Bert Bogie Lucas Belastingadvies in Den Bosch Jurrian Lucas Ooms Partners in Breda drs Marco Ooms mr Hans Seijkens Limburg Rebastion in Maastricht Frodo Oude Groeniger Rob Engelbert Wesselman in Weert Bert Bogie Noord Holland HDK Advocaten en Fiscalisten in Amsterdam Roy Vliese Pavel der Kinderen MB Legal Tax in Alkmaar F van Elk FB Fedor mr drs J D Hoogendoorn RA Jaap J Beijert Jan MB Legal Tax in Middenbeemster mr M F Marco Bezoet de Bie mr J D M J den Boer RA CRAd Schut en Bruggink Estate Planners in Haarlem Paul Schut Marian Bruggink Rogier Pak Abel Advisory in Amsterdam Frank Schwarte Joost Lagerberg AsjesBisseling in Amsterdam Arjan Bisseling B B Accountants in Den Burg De Bont Advocaten in Amsterdam prof mr G J M E de Bont mr J M Sitsen mr M B Weijers mr P de Haas VanOoijen in Haarlem Adriaan Daniels Ognjen Soldat Just Tax in Nieuw Vennep Utrecht AccountantsTEAM in Utrecht Joost Rietveld Pay Check in Houten Pieter Miedema Fiscaal Jurist in Baarn Pieter Miedema Overijssel ELBERT fiscaal in Hengelo mr H A Elbert Beersen Grandiek in Hengelo Mr V J Vincent Grandiek Cervus Belastingadvies in Zwolle mr H A Elbert EVFA in Deventer Eric Versteegh Zuid Holland Scientia Fiscalis in Alblasserdam Yvonne Tigelaar Klootwijk Van Driel Fruijtier in Dordrecht MB Internationaal in Rotterdam Zeeland Rijkse Partners Belastingadviseurs in Middelburg Curacao Wesselman in Curaçao Bert Bogie Duitsland Strick Rechtsanwälte Steuerberater in Kleve Anton Ingenerf Frank J Lamers Sabine van Wickeren Lenk Christian Theissen Freddy B Heinzel Belgie Cobofisk in Gent Hendrik Huys Cobofisk in Aalter Luc Coopman Spanje Arcos Lamers Asociados in Marbella Wim Lamers Maite Arcos Kennisgroepen BTW specialisten Loonheffing specialisten Pensioen specialisten Estate Planning specialisten Formeel Belastingrecht specialisten Fusie Overname specialisten Herinvesteringsreserve specialisten Huwelijk Echtscheiding specialisten Innovatiebox specialisten Internationaal Belastingrecht specialisten Douane specialisten Auto van de zaak Sport Sprekers Cursussen Allround Auto van de zaak Bedrijfsoverdracht BTW Douane Estate Planning FFP VBI FBI Formeel belastingrecht Loonheffingen Pensioenen Partners Fiscaal Kenniscentrum Fiscaal up

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/dividendbelasting (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Wet op de dividendbelasting 1965 - Belasting Collectief Nederland
    Peter Steenhuis Marieke van der Veer Corine van der Maden LEXX Advocaten in Leeuwarden Mr Martijn S Dunant Maurits Tóth Belastingadvies Andries Tóth Eikenaar Belastingadvies in Drachten Ed Eikenaar Groningen Stetler in Haren Wim Dijkstra HS26 Advocatuur in Groningen Gerhard Sjobbema Caraad Belastingadviseurs in Groningen Wietze Hoekstra Martijn Thalen Rutger Hotsma Bastide in Groningen Petrus Zijlstra Drenthe Consensio in Zuidlaren Gonard Wagenaar Bloemsma Faassen in Assen Willem Faassen Anne Marc van de Wal Gelderland Kleijsen Cortenbach Kuijpers LLP in Nijmegen P E Art and Tax in Doetinchem Peter Kleinreesink ScholsBurgerhartSchols in Nijmegen Mr dr W Burgerhart Prof dr B M E M Schols Prof mr F W J M Schols Van Lienden Kooistra in Barneveld Eric Jan Sobels Jonne Tijssen Noord Brabant De Vries Partners in Valkenswaard Hans van Kuyk Wesselman in Eindhoven Bert Bogie Wesselman in Helmond Bert Bogie Lucas Belastingadvies in Den Bosch Jurrian Lucas Ooms Partners in Breda drs Marco Ooms mr Hans Seijkens Limburg Rebastion in Maastricht Frodo Oude Groeniger Rob Engelbert Wesselman in Weert Bert Bogie Noord Holland HDK Advocaten en Fiscalisten in Amsterdam Roy Vliese Pavel der Kinderen MB Legal Tax in Alkmaar F van Elk FB Fedor mr drs J D Hoogendoorn RA Jaap J Beijert Jan MB Legal Tax in Middenbeemster mr M F Marco Bezoet de Bie mr J D M J den Boer RA CRAd Schut en Bruggink Estate Planners in Haarlem Paul Schut Marian Bruggink Rogier Pak Abel Advisory in Amsterdam Frank Schwarte Joost Lagerberg AsjesBisseling in Amsterdam Arjan Bisseling B B Accountants in Den Burg De Bont Advocaten in Amsterdam prof mr G J M E de Bont mr J M Sitsen mr M B Weijers mr P de Haas VanOoijen in Haarlem Adriaan Daniels Ognjen Soldat Just Tax in Nieuw Vennep Utrecht AccountantsTEAM in Utrecht Joost Rietveld Pay Check in Houten Pieter Miedema Fiscaal Jurist in Baarn Pieter Miedema Overijssel ELBERT fiscaal in Hengelo mr H A Elbert Beersen Grandiek in Hengelo Mr V J Vincent Grandiek Cervus Belastingadvies in Zwolle mr H A Elbert EVFA in Deventer Eric Versteegh Zuid Holland Scientia Fiscalis in Alblasserdam Yvonne Tigelaar Klootwijk Van Driel Fruijtier in Dordrecht MB Internationaal in Rotterdam Zeeland Rijkse Partners Belastingadviseurs in Middelburg Curacao Wesselman in Curaçao Bert Bogie Duitsland Strick Rechtsanwälte Steuerberater in Kleve Anton Ingenerf Frank J Lamers Sabine van Wickeren Lenk Christian Theissen Freddy B Heinzel Belgie Cobofisk in Gent Hendrik Huys Cobofisk in Aalter Luc Coopman Spanje Arcos Lamers Asociados in Marbella Wim Lamers Maite Arcos Kennisgroepen BTW specialisten Loonheffing specialisten Pensioen specialisten Estate Planning specialisten Formeel Belastingrecht specialisten Fusie Overname specialisten Herinvesteringsreserve specialisten Huwelijk Echtscheiding specialisten Innovatiebox specialisten Internationaal Belastingrecht specialisten Douane specialisten Auto van de zaak Sport Sprekers Cursussen Allround Auto van de zaak Bedrijfsoverdracht BTW Douane Estate Planning FFP VBI FBI Formeel belastingrecht Loonheffingen Pensioenen Partners Fiscaal Kenniscentrum Fiscaal up to Date Hoge Raad geeft happy end aan nasleep Van der Steen naheffingen van tafel Verhuur van theaterruimte was niet vrijgesteld van BTW Betalingsonmacht hoefde pas na aanmaning te worden gemeld HIR viel vrij wegens verkoop herinvesteringslichaam aan gelieerde BV Tbs regeling voor verhuur camping na verkoop aandelen aan schoonmoeder Leningconstructie taxpartners was ongewenste boxarbitrage Rechtbank torpedeert listige aandelenoptieconstructies DGA in Van der Steen f e niet aansprakelijk voor BTW van BV Overdrachtsbelasting vanaf 15 juni 2011 verlaagd naar 2 Verliesverrekeningsbeperking niet in strijd met EU recht Privégebruik auto per 1 juli 2011 fictieve dienst correctie los van IB en LB BTW bij levering terrein met reeds gestarte sloop van opstallen Don Bosco 30 Regeling voor na terugkeer genoten optievoordeel Fiscaal up to Date kennispartner van Belasting Collectief Nederland Werkzaamheid bij vastgoed eindigt in principe bij vervreemding Premies vrijwillige ANW vangnetverzekering niet aftrekbaar Sale lease back van school door gemeente misbruik van recht Melding betalingsonmacht liep niet door na onjuiste aangifte EHRM rekt zwijg en inzagerecht in fiscale boetezaak op Volgens staatssecretaris geen misstanden bij de Belastingdienst 30 regel voor na uitdiensttreding ontvangen optievoordeel Arresten over landbouwvrijstelling rechtvaardigden heretikettering niet Negeren van belaste winstuitkering in aanvullende aangifte was ambtelijk verzuim Navordering na fout in vooringevulde aangifte vernietigd Voorwaarde voor geruisloze inbreng buitenlandse ondernemer in strijd met EU recht Kostenvergoeding voor telefonisch horen in bezwaarfase Valutawinst op lening bij aankoop binnenlandse deelneming was niet vrijgesteld Eindheffing voor niet maatschappelijk aanvaardbare 55 plusregeling Lening omlaag die niet door bank zou zijn verstrekt was onzakelijk Verhuurde bovenverdiepingen vormden ondernemingsvermogen Herinvesteringsvoornemen concerndirectie toegerekend aan BV Erfbelasting over oudere WOZ waarde leidde tot buitensporige last Betalingen aan bestuursvoorzitter woningstichting waren resultaatsinkomen BOF ondanks afwezigheid van ondernemingsvermogen Studenten waren niet bij onderneming van vereniging in dienstbetrekking Geen verlaagd BTW tarief voor rondleiding in stadion Vrijstelling overdrachtsbelasting bij inbreng gold ook voor niet tbs deel pand Omzetcorrecties autosloperij in het kader van actie Klaproos Onzakelijke borgstelling in tbs sfeer leidde tot verlies uit a b Hogere ambtenaren Financiën willen naar systeem van voldoening op aangifte Geen pensioen in eigen beheer voor DGA met aandelen zonder stemrecht Hof Den Bosch legt met prejudiciële vragen bom onder CO2 heffing in BPM MKB winstvrijstelling gold ook na inbreng met terugwerkende kracht Beperking verrekening houdsterverliezen onterecht door geslaagd tegenbewijs Vruchtgebruikconstructie school was misbruik van recht Rechtbank Arnhem bedrijfsopvolging in SW is niet discriminerend Van der Steen arrest verhinderde aansprakelijkheid DGA niet Rechtbank had zaak volgens Hof zelf moeten afdoen Inspecteur mocht VAR loon afgeven in plaats van gevraagde VAR DGA Achterblijven pand verhinderde toepassing van bedrijfsfusiefaciliteit Regresvordering a b houder van meet af aan in box I 12 regeling voor ingevoerde gebruikte auto s niet EU proof Valutawinst op besmette lening na saldering vrijgesteld Bezwaarschriften worden toch inhoudelijk bekeken Fiscus gaat 90 van voorraad bezwaren blindelings volgen Hoge servicekosten deels van invloed op WOZ waarde van serviceflat Verkoop horecapand betekende nog geen staking Heffingsrente herzien volgens herzieningregels van aanslag Aanslag successierecht kon niet aan echtgenoten tezamen worden opgelegd Geen schadeplicht jegens fiscus na onjuiste etikettering pand Apart soort aandeel door verschil in stemrecht over winst Onderhandse schuldigerkenning verminderde verkrijging niet EU Hof onder voorwaarden akkoord met Nederlandse exitheffing Kwijtscheldingsverlies bij onzakelijke lening omlaag in tbs regeling Bij meerderheidsbelang wordt groepsrelatie voor thincapregeling verondersteld Korte huurperiode pand irrelevant bij overgang algemeenheid Ontbreken echtgenotenvrijstelling bij recht van overgang niet discriminerend Nota van door gemeente ingeschakele WOZ taxateur openbaar Cursus Belastingrecht voor niet fiscalisten Ontvanger mag niet bekendgemaakte aanslag niet invorderen Adviseur via kort geding verplicht tot informatieverstrekking Immateriële schadevergoeding na vernietiging navorderingsaanslag Fiscus moest onevenredig rentenadeel bij VA s compenseren Hof had beroep enkel vanwege undue delay ongegrond moeten verklaren Prejudiciële vragen over het begrip bouwterrein Revisierente onzuivere pensioenregeling vernietigd Kamervragen over problemen met verliesverrekening Vpb 2010 Niet tot ondernemingsvermogen behorende gelden verhinderde afwaardering in box I Intranet Modellen Overeenkomst van geldlening van durfkapitaal Overeenkomst rekening courant tussen DGA en BV NOTULEN Algemene vergadering aandeelhouders van bv met beperkte aansprakelijkheid Managementovereenkomst beheer BV 100 procent werk BV Arbeidsovereenkomst DGA Akte van cessie koop en verkoop van een vordering Akte geruisloze inbreng Aansprakelijkheidsverklaring Aandeelhoudersovereenkomst Wetteksten Inkomstenbelasting Wet op de inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Vennootschapsbelasting Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 Besluit Fiscale Eenheid 2003 Geruisloze terugkeer art 14c Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische fusie art 14b Wet Vpb standaardvoorwaarden Bedrijfsfusie art 14 Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische afsplitsing art 14a Wet Vpb standaardvoorwaarden Loonbelasting Wet op de loonbelasting 1964 Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 Omzetbelasting Wet op de omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 BUA Dividendbelasting Wet op de dividendbelasting 1965 Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting 1965 Successiewet Successiewet 1956 Uitvoeringsbesluit successiewet 1956 Uitvoeringsregeling schenk en erfbelasting Rechtsverkeer Wet op belastingen van rechtsverkeer Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer Bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht Besluit proceskosten bestuursrecht Algemene wet Algemene wet inzake rijksbelastingen Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst Invorderingswet Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling inleners keten en opdrachtgeversaansprakelijkheid Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 Internationaal belastingrecht Besluit voorkoming dubbele belastingen 2001 Voorkoming dubbele belasting onder toepassing van belastingverdragen Verdragen Type DTA Albanië in werking Argentinië in werking Armenië in werking Australië in werking Australië Tweede Protocol in werking Azerbeidzjan in werking Bahrein in werking Bangladesh in werking Barbados in werking Barbados Protocol in werking Belarus in werking België in werking België Protocol geratificeerd door nl Brazilië in werking BRK Aruba in werking BRK Cura çao in werking BRK Sint Maarten in werking Bulgarije in werking Canada in werking Canada Protocol in werking China in werking Denemarken in werking Duitsland in werking Duitsland Protocol 1 in werking Duitsland Protocol 2 in werking Duitsland Protocol 3 in werking Egypte in werking Estland in werking Estland Protocol 1 in werking Estland Protocol 2 in werking Filippijnen in werking Finland 1996 in werking Frankrijk 1973 in werking Frankrijk Protocol bij 1973 in werking Georgië in werking Ghana in werking Griekenland in werking Hongkong in werking Hongarije in werking Ierland in werking Ijsland in werking India in werking India Protocol ondertekend Indonesië 2002 in werking Israël in werking Israël Protocol in werking Italië Protocol in werking Japan 1970 beëindigd Japan 2010 in werking Japan Protocol beëindigd Joegoslavië in werking Jordanië in werking Kazachstan in werking Koeweit in werking Korea in werking Korea Protocol in werking Kroatië in werking Kyrgyzstan Sovjetverdrag in werking Letland in werking Litouwen in werking Luxemburg in werking Luxemburg Protocol in werking Marcedonië in werking Malawi in werking Maleisië in werking Maleisië Protocol 1 in werking Maleisië Protocol 2 in werking Malta in werking Malta Protocol in werking Marokko in werking Mexico in werking Mexico Protocol in werking Moldavië in werking Mongolië in werking Nieuw Zeeland in werking Nieuw Zeeland Protocol in werking Nigeria in werking Noorwegen in werking Noorwegen Protocol in werking Oekraïne in werking Oezbekistan in werking Oman in werking Oostenrijk in werking Oostenrijk Protocol 1 in werking Oostenrijk Protocol 2 in werking Oostenrijk Protocol 3 in werking Oostenrijk Protocol 4 in werking Pakistan in werking Panama in werking Polen in werking Portugal in werking Qatar in werking Roemenië in werking Russische Federatie in werking Saudi Arabië in werking Singapore in werking Singapore Protocol 1 in werking Singapore Protocol 2 in werking Slovenië in werking Slowakije in werking Slowakije Protocol 1 in werking Slowakije Protocol 2 in werking Spanje in werking Sri Lanka in werking Suriname in werking Taiwan in werking Thailand in werking Tunesië in werking Turkije in werking Turkmenistan Sovjetverdrag in werking Uganda in werking Venezuela in werking Venezuela Protocol in werking Verenigd Koninkrijk 1980 beëndigd Verenigd Koninkrijk 2008 in werking Verenigd Koninkrijk Protocol 1 beëindigd Verenigd Koninkrijk Protocol 2 beëindigd Verenigde Arabische Emiraten in werking Verenigde Staten in werking Verenigde Staten Protocol 1993 in werking Verenigde Staten Protocol 2004 in werking Vietnam in werking Zambia in werking Zimbabwe in werking Zuid Africa in werking Zuid Africa Protocol in werking Zweden in werking Zwitserland 2010 in werking Type S E Zweden in werking Verenigd Koninkrijk Successie in werking Oostenrijk Successie in werking Israël Successie in werking Finland Successie in werking Search Zoeken Javascript is required to use this website translator free translator Skip to content vrijdag 21 september 2012 13 16 Wet op de dividendbelasting 1965 Geschreven door Redactie Belasting Collectief Nederland Print E mail Opschrift Wet van 23 december 1965 houdende vervanging van het Besluit op de Dividendbelasting 1941 door een nieuwe wettelijke regeling Aanhef Wij JULIANA bij de gratie Gods Koningin der Nederlanden Prinses van Oranje Nassau enz enz enz Allen die deze zullen zien of horen lezen saluut doen te weten Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is het Besluit op de Dividendbelasting 1941 door een meer overzichtelijke en op verschillende punten herziene wettelijke regeling te vervangen Zo is het dat Wij de Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten Generaal hebben goedgevonden en verstaan gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze Hoofdstukken Hoofdstuk I Belastingplicht Artikel 1 1 Onder de naam dividendbelasting wordt een directe belasting geheven van degenen die rechtstreeks of door middel van certificaten gerechtigd zijn tot de opbrengst van aandelen in en winstbewijzen van en geldleningen als bedoeld in artikel 10 eerste lid onderdeel d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 aan in Nederland gevestigde naamloze vennootschappen besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid open commanditaire vennootschappen en andere vennootschappen welker kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld 2 Voor de toepassing van deze wet worden bewijzen van deelgerechtigdheid in fondsen voor gemene rekening als bedoeld in artikel 2 tweede lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 gelijkgesteld met aandelen in vennootschappen waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld en worden de fondsen gelijkgesteld met vennootschappen 3 Heeft de oprichting van een in het eerste lid bedoelde vennootschap plaatsgevonden naar Nederlands recht dan wordt die vennootschap steeds geacht in Nederland te zijn gevestigd Een Europese naamloze vennootschap die bij haar oprichting werd beheerst door Nederlands recht wordt voor de toepassing van de eerste volzin geacht te zijn opgericht naar Nederlands recht 4 In afwijking van het eerste lid zijn van de belasting vrijgesteld degenen die rechtstreeks of door middel van certificaten gerechtigd zijn tot de opbrengsten van aandelen in of winstbewijzen van een lichaam als bedoeld in artikel 6a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 5 In afwijking van het vierde lid wordt wel belasting geheven van degenen die rechtstreeks of door middel van certificaten gerechtigd zijn tot de opbrengst van aandelen in of winstbewijzen van een lichaam dat ingevolge artikel 6a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is vrijgesteld van belastingheffing a gedurende een tijdvak van acht maanden na het einde van het tijdvak waarover artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 op het lichaam van toepassing is geweest voorzover de opbrengst de in die acht maanden op grond van artikel 28 tweede lid onderdeel b aan de belastingplichtigen ter beschikking te stellen winst niet te boven gaat b voorzover de opbrengst het bedrag van de zuivere winst die reeds aanwezig was op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop het lichaam wordt vrijgesteld op grond van artikel 6a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 niet te boven gaat 6 Voor de toepassing van deze wet worden op de BES eilanden gevestigde lichamen die door de toepassing van artikel 5 2 van de Belastingwet BES geacht worden niet op de BES eilanden te zijn gevestigd geacht in Nederland te zijn gevestigd 7 Indien een coöperatie direct of indirect aandelen winstbewijzen of geldleningen als bedoeld in artikel 10 eerste lid onderdeel d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 houdt met als voornaamste doel of een van de voornaamste doelen om de heffing van dividendbelasting of buitenlandse belasting bij een ander te ontgaan en het direct of indirect door die ander gehouden lidmaatschapsrecht van die coöperatie niet tot het vermogen van een onderneming van het lid behoort wordt voor de toepassing van deze wet met uitzondering van artikel 4 eerste en tweede lid dat lidmaatschapsrecht gelijkgesteld met een aandeel en wordt die coöperatie gelijkgesteld met een vennootschap welker kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld Indien bij een lid van een in de eerste volzin bedoelde coöperatie die direct of indirect aandelen in winstbewijzen van of geldleningen als bedoeld in artikel 10 eerste lid onderdeel d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 aan een in Nederland gevestigde vennootschap houdt het lidmaatschapsrecht behoort tot het vermogen van een onderneming is de eerste volzin van overeenkomstige toepassing voor zover de opbrengst van het lidmaatschapsrecht in de coöperatie niet te boven gaat het naar evenredigheid aan dat lidmaatschapsrecht toe te rekenen deel van de zuivere winst die bij die vennootschap reeds aanwezig was op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop de coöperatie die aandelen winstbewijzen of geldleningen direct of indirect verkreeg Voor de toepassing van de eerste en tweede volzin wordt mede verstaan onder a een coöperatie een vereniging op coöperatieve grondslag b een lidmaatschapsrecht een daarmee op één lijn te stellen bewijs van deelgerechtigdheid tot het vermogen van een coöperatie of vereniging op coöperatieve grondslag Hoofdstuk II Voorwerp van de belasting Artikel 2 De belasting wordt geheven naar de opbrengst van de in artikel 1 bedoelde aandelen winstbewijzen en geldleningen Artikel 3 1 Tot de opbrengst behoren a onmiddellijke of middellijke uitdelingen van winst onder welke naam of in welke vorm ook gedaan daaronder begrepen hetgeen ter gelegenheid van inkoop van aandelen anders dan ter tijdelijke belegging wordt uitgekeerd boven het gemiddeld op de desbetreffende aandelen gestorte kapitaal b hetgeen bij liquidatie op aandelen wordt uitgekeerd boven het gemiddeld op de desbetreffende aandelen gestorte kapitaal behoudens voorzover de liquidatie uitkering is toe te rekenen aan de vermogensbestanddelen waarmee degene die gerechtigd is tot de liquidatie uitkering de onderneming van de vennootschap met toepassing van artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 voortzet of mede voortzet c de nominale waarde van aandelen uitgereikt aan aandeelhouders voor zover niet blijkt dat storting heeft plaats gevonden of zal plaats vinden bijschrijving op aandelen wordt met uitreiking van aandelen gelijkgesteld d gedeeltelijke teruggaaf van hetgeen op aandelen is gestort indien en voor zover er zuivere winst is tenzij tevoren de algemene vergadering van aandeelhouders tot deze teruggaaf heeft besloten en de nominale waarde van de desbetreffende geplaatste aandelen bij statutenwijziging met een gelijk bedrag is verminderd e hetgeen wordt uitgekeerd op winstbewijzen daaronder begrepen hetgeen wordt genoten ter gelegenheid van afkoop of inkoop daarvan f vergoedingen op geldleningen als bedoeld in artikel 10 eerste lid onderdeel d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 g gehele of gedeeltelijke teruggaaf van hetgeen op bewijzen van deelgerechtigdheid in een fonds voor gemene rekening is gestort wordt als uitkering beschouwd voorzover het vermogen van het fonds uitgaat boven hetgeen op de in omloop zijnde bewijzen van deelgerechtigdheid is gestort h het bedrag dat als storting wordt toegerekend aan elk van de bewijzen van deelgerechtigdheid in een fonds voor gemene rekening voorzover winsten van dat fonds worden bestemd om te gelden als storting op aan deelgerechtigden uit te geven of reeds uitgegeven bewijzen van deelgerechtigdheid 2 Niet in geld genoten opbrengst wordt in aanmerking genomen naar de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend 3 Inkoop van aandelen met het oog op de nakoming van een optieverplichting jegens een werknemer van de eigen vennootschap of een verbonden vennootschap als bedoeld in artikel 10a zevende lid van de Wet op de loonbelasting 1964 is een tijdelijke belegging Ingeval deze aandelen drie maanden na het tenietgaan van de optieverplichting nog tot de bezittingen van de vennootschap behoren worden zij op dat tijdstip geacht te zijn ingekocht tegen de waarde in het economische verkeer van de aandelen op dat tijdstip Voor de toepassing van dit lid wordt onder een optieverplichting verstaan een verplichting die de tegenhanger is van een recht om een of meer aandelen of daarmee gelijk te stellen rechten te verwerven of van een recht dat daarmee gelijk te stellen is 4 Inkoop van aandelen in een kalenderjaar door een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1 1 van de Wet op het financieel toezicht wordt aangemerkt als een tijdelijke belegging tenzij de beleggingsinstelling de inkoop terstond aanmerkt als een inkoop in de zin van het eerste lid onderdeel a Ingeval aan het einde van het kalenderjaar meer aandelen als tijdelijke belegging zijn ingekocht dan in dat jaar door de beleggingsinstelling in het economische verkeer zijn gebracht worden de meer ingekochte aandelen geacht een inkoop van aandelen te zijn als bedoeld in het eerste lid onderdeel a tegen de gemiddelde waarde in het economische verkeer van de in de loop van het kalenderjaar als tijdelijke belegging ingekochte aandelen Voor de toepassing van dit lid blijven aandelen die zijn ingekocht met het oog op de nakoming van een optieverplichting als bedoeld in het derde lid en aandelen die in het economische verkeer zijn gebracht in het kader van een zodanige optieverplichting of ter voldoening van de in artikel 28 tweede lid onderdeel b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 bedoelde uitdelingsverplichting buiten beschouwing Artikel 3a 1 Voorzover de storting op aandelen in een vennootschap bestaat uit aandelen in een andere vennootschap wordt ten aanzien van alle aandeelhouders slechts als gestort aangemerkt hetgeen op de laatstbedoelde aandelen is gestort verminderd met hetgeen in contanten is bijbetaald In afwijking van de eerste volzin wordt ingeval die andere vennootschap niet in Nederland is gevestigd als gestort kapitaal aangemerkt de waarde in het economische verkeer van de ingebrachte aandelen ten tijde van de storting tenzij deze aandelenruil in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing Een aandelenruil wordt tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing indien de aandelenruil niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen zoals herstructurering of rationalisering van de actieve werkzaamheden van de bij de aandelenruil betrokken rechtspersonen De vennootschap die zekerheid wenst omtrent de vraag of de aandelenruil wordt geacht niet in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of het uitstellen van belastingheffing kan vóór de aandelenruil een verzoek indienen bij de inspecteur die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist 2 In geval van een overgang onder algemene titel in het kader van een splitsing van een rechtspersoon wordt ten aanzien van alle aandeelhouders ten hoogste een evenredig gedeelte van het bedrag van het op de aandelen in de splitsende rechtspersoon gestorte kapitaal aangemerkt als gestort kapitaal op de door de verkrijgende rechtspersonen in het kader van de splitsing toegekende aandelen en wordt in geval van een splitsing waarbij de splitsende rechtspersoon blijft bestaan het op de aandelen in de splitsende rechtspersoon gestorte kapitaal in dezelfde mate verminderd Indien in het kader van de splitsing een bijbetaling in contanten plaatsvindt wordt voor de toepassing van de vorige volzin het op de aandelen in de splitsende rechtspersoon gestorte kapitaal verminderd met deze bijbetaling 3 In geval van een overgang onder algemene titel in het kader van een fusie van een rechtspersoon wordt ten aanzien van alle aandeelhouders ten hoogste het bedrag van het op de aandelen in de verdwijnende rechtspersoon gestorte kapitaal aangemerkt als gestort kapitaal op de door de verkrijgende rechtspersonen in het kader van de fusie toegekende aandelen Indien in het kader van de fusie een bijbetaling in contanten plaatsvindt wordt voor de toepassing van de vorige volzin het op de aandelen in de verdwijnende rechtspersoon gestorte kapitaal verminderd met deze bijbetaling 4 Indien de overgang onder algemene titel in het kader van een splitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing blijft het tweede lid buiten toepassing in dat geval wordt hetgeen bij de splitsing door een aandeelhouder als zodanig wordt genoten aangemerkt als een uitdeling van winst door de splitsende rechtspersoon Een splitsing wordt tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing indien de splitsing niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen zoals herstructurering of rationalisering van de actieve werkzaamheden van de splitsende en de verkrijgende rechtspersonen Zakelijke overwegingen worden voorts niet aanwezig geacht indien de activa die bij de splitsing overgaan op de andere rechtspersoon hoofdzakelijk onmiddellijk of middellijk bestaan uit beleggingen liquide middelen daaronder begrepen of indien hetgeen bij de splitsende rechtspersoon achterblijft hoofdzakelijk onmiddellijk of middellijk bestaat uit beleggingen tenzij de beleggingen die overgaan respectievelijk achterblijven geen afzondering van ingehouden winst representeren 5 Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder een evenredig gedeelte verstaan een gedeelte dat evenredig is aan de verhouding tussen de waarde in het economische verkeer ten tijde van de splitsing van de vermogensbestanddelen van de splitsende rechtspersoon die overgaan op de verkrijgende rechtspersoon en de waarde in het economische verkeer ten tijde van de splitsing van het gehele vermogen van de splitsende rechtspersoon 6 De splitsende rechtspersoon die zekerheid wil hebben omtrent de vraag of de splitsing niet wordt geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing kan voor de splitsing een verzoek indienen bij de inspecteur die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist Artikel 3b De herbeleggingsreserve die is gevormd ingevolge de nadere regelen die zijn gegeven krachtens artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 met betrekking tot de heffing van vennootschapsbelasting van beleggingsinstellingen wordt aangemerkt als op de aandelen van de instelling gestort kapitaal Artikel 4 1 Inhouding van de belasting mag achterwege blijven ten aanzien van opbrengsten van aandelen winstbewijzen en geldleningen als bedoeld in artikel 10 eerste lid onderdeel d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 indien a de deelnemingsvrijstelling bedoeld in artikel 13 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 of de deelnemingsverrekening bedoeld in artikel 13aa van die wet van toepassing is op de voordelen die de tot de opbrengstgerechtigde uit die aandelen winstbewijzen en geldleningen geniet en de deelneming behoort tot het vermogen van zijn in Nederland gedreven onderneming b de opbrengstgerechtigde en de inhoudingsplichtige deel uitmaken van dezelfde fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de aandelen winstbewijzen en geldleningen bij de opbrengstgerechtigde behoren tot het vermogen van zijn in Nederland gedreven onderneming 2 Inhouding van belasting blijft achterwege ten aanzien van de opbrengsten van aandelen winstbewijzen en geldleningen als bedoeld in artikel 10 eerste lid onderdeel d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 indien 1 de opbrengstgerechtigde een lichaam is dat volgens de fiscale wetgeving van een andere lidstaat van de Europese Unie of een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte aldaar is gevestigd en 2 de opbrengstgerechtigde op het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking wordt gesteld een belang in de inhoudingsplichtige heeft waarop de deelnemingsvrijstelling bedoeld in artikel 13 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 of de deelnemingsverrekening bedoeld in artikel 13aa van die wet van toepassing zou zijn indien hij in Nederland zou zijn gevestigd 3 Het tweede lid vindt geen toepassing ingeval a de opbrengstgerechtigde in de staat van vestiging volgens een met een derde staat gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting geacht wordt te zijn gevestigd buiten de lidstaten van de Europese Unie en de bij ministeriële regeling aangewezen staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte b de opbrengstgerechtigde een vergelijkbare functie vervult als een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 6a of artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 of c op grond van een voorschrift ter bestrijding van fraude en misbruiken opgenomen in een door Nederland met de staat van vestiging van de opbrengstgerechtigde gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting de opbrengstgerechtigde geen aanspraak zou kunnen maken op de in dat verdrag opgenomen verlaging van de belastingheffing op dividenden 4 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van opbrengsten met betrekking waartoe de opbrengstgerechtigde niet de uiteindelijke gerechtigde is 5 Inhouding van de belasting mag achterwege blijven ten aanzien van de opbrengsten van aandelen in winstbewijzen ten laste van en geldleningen als bedoeld in artikel 10 eerste lid onderdeel d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 verstrekt aan aangewezen banken en beleggingsinstellingen als bedoeld in de artikelen 5 14 5 15 en 5 18a van de Wet Inkomstenbelasting 2001 dan wel participatiemaatschappijen als bedoeld in artikel 5 18 van de Wet Inkomstenbelasting 2001 6 Bij een beleggingsinstelling in de zin van artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 mag inhouding van de belasting achterwege blijven ten aanzien van opbrengsten van geblokkeerde rechten van deelneming in die instelling als bedoeld in artikel 11a tweede lid van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 3 116a derde lid of artikel 3 126a van de Wet inkomstenbelasting 2001 7 Voor het achterwege laten van de inhouding van dividendbelasting ingevolge dit artikel een teruggaaf van dividendbelasting ingevolge artikel 10 alsmede het achterwege laten dan wel een vermindering of teruggaaf van dividendbelasting ingevolge de Belastingregeling voor het Koninkrijk de Belastingregeling voor het land Nederland of een door Nederland gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting wordt niet als uiteindelijk gerechtigde beschouwd degene die in samenhang met de genoten opbrengst een tegenprestatie heeft verricht als onderdeel van een samenstel van transacties waarbij aannemelijk is dat a de opbrengst geheel of gedeeltelijk direct of indirect ten goede is gekomen aan 1 een natuurlijke persoon of een rechtspersoon ten aanzien van wie inhouding niet achterwege mag blijven terwijl dit ten aanzien van degene die de tegenprestatie heeft verricht wel mag of 2 een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in mindere mate gerechtigd is tot vermindering of teruggaaf van dividendbelasting dan degene die de tegenprestatie heeft verricht en b deze natuurlijke persoon of rechtspersoon een positie in aandelen winstbewijzen of geldleningen als bedoeld in artikel 10 eerste lid onderdeel d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 op directe of indirecte wijze behoudt of verkrijgt die vergelijkbaar is met zijn positie in soortgelijke aandelen winstbewijzen of geldleningen voorafgaand aan het moment waarop het samenstel van transacties een aanvang heeft genomen 8 Voor de toepassing van het zevende lid a kan van een samenstel van transacties eveneens sprake zijn ingeval transacties zijn aangegaan op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1 1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1 1 van de Wet op het financieel toezicht vergelijkbaar systeem dat gelegen of werkzaam is in een staat die niet een lidstaat is van de Europese Unie b wordt met een samenstel van transacties gelijkgesteld een transactie die betrekking heeft op de enkele verwerving van een of meer dividendbewijzen of op de vestiging van kortlopende genotsrechten op aandelen c zijn de artikelen 2 14a en 10a 7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassing Artikel 4c 1 Inhouding van de belasting mag achterwege blijven ten aanzien van de opbrengst van aandelen ter gelegenheid van een inkoop van aandelen voor zover het totale bedrag van de inkoop in het kalenderjaar niet meer bedraagt dan twintig keer het bedrag van het volgens het tweede lid bepaalde gemiddeld uitgekeerde dividend in contanten in vijf voorafgaande kalenderjaren verminderd met de bedragen aan inkoop van aandelen ter zake waarvan inhouding op de voet van dit artikel in de voorafgaande vier kalenderjaren achterwege is gebleven mits voorts aan de volgende vereisten is voldaan a de ingekochte aandelen behoren tot een soort welke is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1 1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is en de inhoudingsplichtige is niet een lichaam waarvan de feitelijke werkzaamheid hoofdzakelijk bestaat uit het onmiddellijk of middellijk beleggen van vermogen of een daarmee overeenkomende werkzaamheid b in het kalenderjaar wordt aan dividend in contanten ten minste uitgekeerd een bedrag gelijk aan het volgens het tweede lid bepaalde gemiddeld uitgekeerde dividend in contanten in vijf voorafgaande kalenderjaren en c in het kalenderjaar tot het tijdstip van de inkoop en in de vier daaraan voorafgaande kalenderjaren is het nominaal gestorte kapitaal in de inhoudingsplichtige niet vergroot tenzij aan de vergroting van het nominaal gestorte kapitaal in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag hebben gelegen 2 Het bedrag van het in het eerste lid bedoelde gemiddeld uitgekeerde dividend in contanten in vijf voorafgaande kalenderjaren wordt berekend door na correctie van de bedragen van de zeven voorafgaande kalenderjaren met een inflatiebijstelling het jaar met het hoogste en het jaar met het laagste gecorrigeerde bedrag buiten aanmerking te laten 3 Indien de inhoudingsplichtige verschillende soorten nominaal gestort kapitaal heeft worden de bepalingen van dit artikel per soort ingekochte aandelen toegepast 4 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld a voor de toepassing van dit artikel met betrekking tot situaties waarin de inhoudingsplichtige in omvang is toegenomen of afgenomen ten gevolge van een fusie of splitsing b met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde inflatiebijstelling 5 De inhoudingsplichtige die zekerheid wil hebben op de vraag in hoeverre de inhouding van de belasting op de voet van dit artikel achterwege mag blijven kan daartoe een verzoek indienen bij de inspecteur die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist Het verzoek wordt gedaan ten minste zes weken voor de voorgenomen inkoop Artikel 4d 1 Bij een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1 1 van de Wet op het financieel toezicht mag voorts inhouding van de belasting achterwege blijven ten aanzien van een inkoop van aandelen als bedoeld in artikel 3 vierde lid voorzover de grondslag voor de inhouding van de belasting van de ingekochte aandelen door de instelling in mindering wordt gebracht van een agioreserve of een herbeleggingsreserve 2 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder a agioreserve het in de beleggingsinstelling gestorte kapitaal voorzover dit uitgaat boven de nominale waarde van de in het economische verkeer zijnde aandelen in de beleggingsinstelling b herbeleggingsreserve de herbeleggingsreserve die door de beleggingsinstelling is gevormd ingevolge de nadere regelen die zijn gegeven krachtens artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 met betrekking tot de heffing van vennootschapsbelasting van beleggingsinstellingen Artikel 4e Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan inhouding van belasting achterwege mag blijven ten aanzien van de opbrengst van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen voor zover de opbrengstgerechtigde met betrekking tot die opbrengst verzoekt om toepassing van artikel 4 12a van de Wet inkomstenbelasting 2001 Artikel 4f Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan inhouding van dividendbelasting achterwege mag blijven ten aanzien van de opbrengst van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen in een situatie als bedoeld in artikel 25 elfde lid van de Invorderingswet 1990 Hoofdstuk III Tarief Artikel 5 De belasting bedraagt 15 van de opbrengst Artikel 6 1 Neemt de vennootschap die de opbrengst verschuldigd is de belasting voor haar rekening dan wordt voor het berekenen van de belasting de opbrengst vermenigvuldigd met 100 85 2 Indien bij het einde van het kalenderjaar blijkt dat bij een inkoop van aandelen in het jaar niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 4c eerste lid onderdelen b of c wordt de belasting berekend gelijk als in situaties waarin de vennootschap de belasting voor haar rekening neemt Hoofdstuk IV Wijze van heffing Artikel 7 1 De belasting wordt geheven door inhouding op de opbrengst 2 Inhoudingsplichtige is de vennootschap die de opbrengst verschuldigd is 3 De inhoudingsplichtige is verplicht de belasting in te houden op het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld 4 De inhoudingsplichtige is verplicht de ingehouden belasting op aangifte af te dragen 5 Overtreft de belasting de opbrengst in geld dan wordt het ontbrekende geacht te zijn ingehouden op het in het derde lid omschreven tijdstip met dien verstande dat de inhoudingsplichtige bevoegd is dat ontbrekende te verhalen op degene die tot de opbrengst gerechtigd is De inhoudingsplichtige kan de afgifte van de niet in geld genoten opbrengst opschorten tot voldoening van deze vordering plaatsvindt Artikel 9 1 De inhoudingsplichtige degene bij wie de opbrengst is betaalbaar gesteld het administratiekantoor dat de opbrengst doorbetaalt aan certificaathouders of degene tot wiens beroep het kopen of innen van dividendbewijzen gewoonlijk behoort is zodra de opbrengst is uitbetaald tegoedgeschreven verrekend of uitgereikt gehouden ten behoeve van de rechthebbende een gedagtekende nota dividendnota uit te reiken volgens bij ministeriële regeling te stellen regels 2 De dividendnota mag zowel op papier worden verstrekt als elektronisch beschikbaar worden gesteld 3 In afwijking van het eerste lid mag de uitreiking van een dividendnota achterwege blijven indien a inhouding van de belasting achterwege blijft op de voet van deze wet of vanwege een door Nederland gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting of b de rechthebbende een aanmerkelijk belang heeft in de inhoudingsplichtige als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 4 Voor de toepassing van artikel 26 tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de belasting geacht te zijn ingehouden op de dag waarop de dividendnota is gedagtekend Artikel 10 1 Aan een in Nederland gevestigde rechtspersoon die niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen is wordt op zijn verzoek bij een door de

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/dividendbelasting/wet-op-de-dividendbelasting-1965 (2016-01-09)
    Open archived version from archive

  • Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting 1965 - Belasting Collectief Nederland
    de premies in het verleden niet kon aftrekken Lopende verzekeringen waarvoor ook na 14 september 1999 premies zijn betaald en waarvan men de premies niet heeft kunnen aftrekken Tijdelijke overbruggingslijfrente Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen Spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning Inkomen uit sparen Binnenlandse belastingplicht gedurende deel van jaar Boxhoppen wordt bestraft Toerekening box 3 vermogen tussen partners Toerekening box 3 vermogen tussen partners deel 2 Box 3 vermogen bij immigratie en emigratie Waardering van woningen Waardering woning in box 3 Waarde van in buitenland gelegen box 3 woning WOZ waarde verhuurde woningen Vakantiewoning Woning waarvoor erfpachtcanon is verschuldigd Vermogen in box 3 Vermogen in box 3 Bezittingen Gehuwden en fiscale partners Vermogen van minder en meerderjarige kinderen Erfrechtelijke bezittingen en schulden Vrijstellingen Vrijstellingen Minderjarige kinderen Ouderentoeslag Vrijgestelde bezittingen Vrijgestelde bezittingen Vrijstelling bos natuurterreinen en landgoederen Vrijstelling voorwerpen van kunst en wetenschap Vrijstelling rechten op roerende zaken krachtens erfrecht Vrijstelling kapitaalverzekering Vrijstelling banksparen Vrijstelling contant geld en vergelijkbare vermogensrechten Vrijstelling spaarloonregeling Vrijstelling kortlopende termijnen Vrijstelling maatschappelijke beleggingen Vrijstelling beleggingen in durfkapitaal Vrijstelling culturele beleggingen Vrijstelling MKB belegging Vrijstelling overdragen Vrijstellingen deel 1 Levenslooptegoed Levenslooprekening onbelast in box 3 Waardering bezittingen Verrekening dividendbelasting Verrekening dividendbelasting in Box 3 Dividendbelasting op stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht Persoonsgebonden aftrek Box 3 en de persoonsgebonden aftrek Persoonsgebonden aftrek Toerekening persoonsgebonden aftrek aan box inkomen Toerekening persoonsgebonden aftrek aan de andere boxen in de IB Uitgaven voor onderhoudsverplichtigen Alimentatie aan ex echtgenoot Alimentatie aan kinderen Alimentatie in vorm van huisvesting Afkoop van alimentatie Bijstandsverhaal Verrekening pensioenrechten door betaling lijfrentepremie Periodieke uitkering als schadevergoeding Uitgaven op grond van dwingende morele verplichting Uitgaven voor onderhoudsverplichtigen Aftrekbare giften Aftrekbare giften Uitgestelde giften Periodieke giften Andere giften Doorschuiving persoonsgebonden aftrek Verliezen op beleggingen in durfkapitaal Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen Uitgaven voor specifieke zorgkosten Uitgaven voor specifieke zorgkosten Personen die zich kwalificeren voor specifieke zorgkosten Negatieve persoonsgebonden aftrek Niet aftrekbare drempel Weekenduitgaven voor gehandicapten Scholingsuitgaven Scholingsuitgaven Geen scholingsuitgaven Drempelbedrag en maximaal aftrekbaar bedrag scholingsuitgaven Uitgaven voor Rijksmonumentpanden Uitgaven voor Rijksmonumentenpanden Rijksmonument die een eigen woning is in box 1 Rijksmonument in box 3 Begrip onderhoudskosten Fiscale partners en niet aftrekbare drempel Wetsvoorstel aftrek monumentenuitgaven voor buitenlandse belastingplichtigen Fiscalisten Blogs en kantoren Blog door fiscalisten Aftrekcorrectie privégebruik auto ondernemer richtlijnconform Artikel 10 Successiewet oud niet van toepassing op ik opa vordering Teruggaaf van btw op kerstpakketten 2011 door gedeeltelijk vrijgestelde ondernemers Economische crisis en de belastingontvanger Is de werkkostenregeling nog wel aantrekkelijk Hoe krijg ik mijn in Duitsland betaalde BTW terug Belastingplan 2012 De zorgvrijstelling in de vennootschapsbelasting Woningcorporatie is anbi Uitbreiding defiscalisering inkomstenbelasting vanaf 1 januari 2012 Elektronisch factureren nu ook in Duitsland Belgische BTW beurzen Sinterklaasfeest en de werkkostenregeling Limited liability partnership Nieuwe regeling rechtsbescherming tegen controlehandelingen Verhoging ZVW bijdrage inkomen 2012 onder de loep Belgische achterhoede gevechten i p v ernstige begroting Negatief loon verrekenen Tegemoetkoming Staatssecretaris verhult verkeerde uitleg art 10 Successiewet De informatieverplichting een suppletie die geen verbetering is Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen Fruitmand en rouwkrans Aankoop van een vakantiehuis in Duitsland Bijtelling te voorkomen door dubbel leasecontract Te weinig geld in BV om pensioen eigen beheer uit te keren Scheepvaart CV gebruikmaking van willekeurige afschrijving Nieuw besluit bestrijding en ontmanteling APV s Auto van de zaak de bovennormbijdrage Struisvogels en tandprothesen De verraderlijke eigenschappen van de Duitse omzetbelasting De werkplek Belastingdienst Toeslagen maakt fraude mogelijk met toeslagen Politieke vertoning in België toch meer dan louter een taaltegenstelling tussen Vlamingen en Walen Overdracht van de woning door ouders aan kinderen gunstig of juist niet Gereglementeerde beroepstitels inzake boekhoudkundige en fiscale beroepen in België Over het kijken naar een aap apekool en de verhoging van het btw tarief voor podiumkunsten De dure verzuimboete voor een te laat ingediende aangifte vennootschapsbelasting Vrijstelling overdrachtsbelasting ook voor BV met bouwterrein VAR verklaring de misverstanden de oplossing Duitse Grondbelasting Grundsteuer Memo inzake integratieheffing Zachte heelmeesters maken stinkende wonden Sloopconstructie en economische eigendomsoverdracht Wat zal de rechtsbescherming bij de informatieplicht in de praktijk betekenen Welke rechtsmiddelen heeft u als de belastingontvanger het verzoek om een betalingsregeling afwijst Duitse loonbelasting Algemeen verweer tegen aansprakelijkstelling Bestuurdersaansprakelijkheid meld tijdig betalingsonmacht Aansprakelijkheid en de bedoeling van de wet Het MKB heeft gezond inkopen nog niet ontdekt Lening van BV aan DGA voor rentevoordeel onbelast Levering digitaal fotoboek belast met 6 btw Belastingplicht in Duitsland beschränkte resp unbeschränkte Steuerpflicht De fiscale risicoaansprakelijkheid Hoge boetes bij te laat indienen van een belastingaangifte Is de meldingsplicht bij de bestuurdersaansprakelijkheid onevenredig Aansprakelijkheid bij vervreemding van aandelen Cross boarder leasing zonder btw Het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland Geen interne levering bij inpandige verbouwing Bestuurdersaansprakelijkheid ver van uw bed of dichterbij dan u dacht Fiscale boetes voorkomen beter dan genezen Wettelijk minimumloon stijgt per 1 juli 2012 Lenteakkoord 2012 en loonheffingen Met een kanonskogel een vlieg doden Verzekeringsplicht Tweede woning Zwitserland Wijzigingen in de Duitse BTW wetgeving Goed lobbywerk van het Verbond van Verzekeraars 808 vergoeding voor aanslag van 6 Vernederlandsing van Belgische autofiscaliteit Reactivering vermogensbelasting in Spanje 2012 2013 Fiscale Highlight Stabiliteitsprogramma Crisismaatregel 2012 Let op bij creatief gebruik van verrekenprijzen E Bilanz ofwel elektronische balans Kantoren Friesland Customs Knowledge in Heerenveen Arjo Groenendijk Bart Boersma Bram van Breukelen Geert Koevoets Sander van Lent De Vries c s Tax Advisors in Beetsterzwaag Joost Muller Jan Jaap de Vries Priore in Heerenveen mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Priore in Workum mr Wieger Spaan mr Mariëtte Rodenburg mr Dirk Hiemstra Mr Gerrit Jan Wuite Rien Vink Loonheffingen in Engwierum Rien Vink Scheidingsfiscalist T van der Wal in Beetsterzwaag Tiny van der Wal Smids en Schakel in Leeuwarden Peter Steenhuis Marieke van der Veer Corine van der Maden LEXX Advocaten in Leeuwarden Mr Martijn S Dunant Maurits Tóth Belastingadvies Andries Tóth Eikenaar Belastingadvies in Drachten Ed Eikenaar Groningen Stetler in Haren Wim Dijkstra HS26 Advocatuur in Groningen Gerhard Sjobbema Caraad Belastingadviseurs in Groningen Wietze Hoekstra Martijn Thalen Rutger Hotsma Bastide in Groningen Petrus Zijlstra Drenthe Consensio in Zuidlaren Gonard Wagenaar Bloemsma Faassen in Assen Willem Faassen Anne Marc van de Wal Gelderland Kleijsen Cortenbach Kuijpers LLP in Nijmegen P E Art and Tax in Doetinchem Peter Kleinreesink ScholsBurgerhartSchols in Nijmegen Mr dr W Burgerhart Prof dr B M E M Schols Prof mr F W J M Schols Van Lienden Kooistra in Barneveld Eric Jan Sobels Jonne Tijssen Noord Brabant De Vries Partners in Valkenswaard Hans van Kuyk Wesselman in Eindhoven Bert Bogie Wesselman in Helmond Bert Bogie Lucas Belastingadvies in Den Bosch Jurrian Lucas Ooms Partners in Breda drs Marco Ooms mr Hans Seijkens Limburg Rebastion in Maastricht Frodo Oude Groeniger Rob Engelbert Wesselman in Weert Bert Bogie Noord Holland HDK Advocaten en Fiscalisten in Amsterdam Roy Vliese Pavel der Kinderen MB Legal Tax in Alkmaar F van Elk FB Fedor mr drs J D Hoogendoorn RA Jaap J Beijert Jan MB Legal Tax in Middenbeemster mr M F Marco Bezoet de Bie mr J D M J den Boer RA CRAd Schut en Bruggink Estate Planners in Haarlem Paul Schut Marian Bruggink Rogier Pak Abel Advisory in Amsterdam Frank Schwarte Joost Lagerberg AsjesBisseling in Amsterdam Arjan Bisseling B B Accountants in Den Burg De Bont Advocaten in Amsterdam prof mr G J M E de Bont mr J M Sitsen mr M B Weijers mr P de Haas VanOoijen in Haarlem Adriaan Daniels Ognjen Soldat Just Tax in Nieuw Vennep Utrecht AccountantsTEAM in Utrecht Joost Rietveld Pay Check in Houten Pieter Miedema Fiscaal Jurist in Baarn Pieter Miedema Overijssel ELBERT fiscaal in Hengelo mr H A Elbert Beersen Grandiek in Hengelo Mr V J Vincent Grandiek Cervus Belastingadvies in Zwolle mr H A Elbert EVFA in Deventer Eric Versteegh Zuid Holland Scientia Fiscalis in Alblasserdam Yvonne Tigelaar Klootwijk Van Driel Fruijtier in Dordrecht MB Internationaal in Rotterdam Zeeland Rijkse Partners Belastingadviseurs in Middelburg Curacao Wesselman in Curaçao Bert Bogie Duitsland Strick Rechtsanwälte Steuerberater in Kleve Anton Ingenerf Frank J Lamers Sabine van Wickeren Lenk Christian Theissen Freddy B Heinzel Belgie Cobofisk in Gent Hendrik Huys Cobofisk in Aalter Luc Coopman Spanje Arcos Lamers Asociados in Marbella Wim Lamers Maite Arcos Kennisgroepen BTW specialisten Loonheffing specialisten Pensioen specialisten Estate Planning specialisten Formeel Belastingrecht specialisten Fusie Overname specialisten Herinvesteringsreserve specialisten Huwelijk Echtscheiding specialisten Innovatiebox specialisten Internationaal Belastingrecht specialisten Douane specialisten Auto van de zaak Sport Sprekers Cursussen Allround Auto van de zaak Bedrijfsoverdracht BTW Douane Estate Planning FFP VBI FBI Formeel belastingrecht Loonheffingen Pensioenen Partners Fiscaal Kenniscentrum Fiscaal up to Date Hoge Raad geeft happy end aan nasleep Van der Steen naheffingen van tafel Verhuur van theaterruimte was niet vrijgesteld van BTW Betalingsonmacht hoefde pas na aanmaning te worden gemeld HIR viel vrij wegens verkoop herinvesteringslichaam aan gelieerde BV Tbs regeling voor verhuur camping na verkoop aandelen aan schoonmoeder Leningconstructie taxpartners was ongewenste boxarbitrage Rechtbank torpedeert listige aandelenoptieconstructies DGA in Van der Steen f e niet aansprakelijk voor BTW van BV Overdrachtsbelasting vanaf 15 juni 2011 verlaagd naar 2 Verliesverrekeningsbeperking niet in strijd met EU recht Privégebruik auto per 1 juli 2011 fictieve dienst correctie los van IB en LB BTW bij levering terrein met reeds gestarte sloop van opstallen Don Bosco 30 Regeling voor na terugkeer genoten optievoordeel Fiscaal up to Date kennispartner van Belasting Collectief Nederland Werkzaamheid bij vastgoed eindigt in principe bij vervreemding Premies vrijwillige ANW vangnetverzekering niet aftrekbaar Sale lease back van school door gemeente misbruik van recht Melding betalingsonmacht liep niet door na onjuiste aangifte EHRM rekt zwijg en inzagerecht in fiscale boetezaak op Volgens staatssecretaris geen misstanden bij de Belastingdienst 30 regel voor na uitdiensttreding ontvangen optievoordeel Arresten over landbouwvrijstelling rechtvaardigden heretikettering niet Negeren van belaste winstuitkering in aanvullende aangifte was ambtelijk verzuim Navordering na fout in vooringevulde aangifte vernietigd Voorwaarde voor geruisloze inbreng buitenlandse ondernemer in strijd met EU recht Kostenvergoeding voor telefonisch horen in bezwaarfase Valutawinst op lening bij aankoop binnenlandse deelneming was niet vrijgesteld Eindheffing voor niet maatschappelijk aanvaardbare 55 plusregeling Lening omlaag die niet door bank zou zijn verstrekt was onzakelijk Verhuurde bovenverdiepingen vormden ondernemingsvermogen Herinvesteringsvoornemen concerndirectie toegerekend aan BV Erfbelasting over oudere WOZ waarde leidde tot buitensporige last Betalingen aan bestuursvoorzitter woningstichting waren resultaatsinkomen BOF ondanks afwezigheid van ondernemingsvermogen Studenten waren niet bij onderneming van vereniging in dienstbetrekking Geen verlaagd BTW tarief voor rondleiding in stadion Vrijstelling overdrachtsbelasting bij inbreng gold ook voor niet tbs deel pand Omzetcorrecties autosloperij in het kader van actie Klaproos Onzakelijke borgstelling in tbs sfeer leidde tot verlies uit a b Hogere ambtenaren Financiën willen naar systeem van voldoening op aangifte Geen pensioen in eigen beheer voor DGA met aandelen zonder stemrecht Hof Den Bosch legt met prejudiciële vragen bom onder CO2 heffing in BPM MKB winstvrijstelling gold ook na inbreng met terugwerkende kracht Beperking verrekening houdsterverliezen onterecht door geslaagd tegenbewijs Vruchtgebruikconstructie school was misbruik van recht Rechtbank Arnhem bedrijfsopvolging in SW is niet discriminerend Van der Steen arrest verhinderde aansprakelijkheid DGA niet Rechtbank had zaak volgens Hof zelf moeten afdoen Inspecteur mocht VAR loon afgeven in plaats van gevraagde VAR DGA Achterblijven pand verhinderde toepassing van bedrijfsfusiefaciliteit Regresvordering a b houder van meet af aan in box I 12 regeling voor ingevoerde gebruikte auto s niet EU proof Valutawinst op besmette lening na saldering vrijgesteld Bezwaarschriften worden toch inhoudelijk bekeken Fiscus gaat 90 van voorraad bezwaren blindelings volgen Hoge servicekosten deels van invloed op WOZ waarde van serviceflat Verkoop horecapand betekende nog geen staking Heffingsrente herzien volgens herzieningregels van aanslag Aanslag successierecht kon niet aan echtgenoten tezamen worden opgelegd Geen schadeplicht jegens fiscus na onjuiste etikettering pand Apart soort aandeel door verschil in stemrecht over winst Onderhandse schuldigerkenning verminderde verkrijging niet EU Hof onder voorwaarden akkoord met Nederlandse exitheffing Kwijtscheldingsverlies bij onzakelijke lening omlaag in tbs regeling Bij meerderheidsbelang wordt groepsrelatie voor thincapregeling verondersteld Korte huurperiode pand irrelevant bij overgang algemeenheid Ontbreken echtgenotenvrijstelling bij recht van overgang niet discriminerend Nota van door gemeente ingeschakele WOZ taxateur openbaar Cursus Belastingrecht voor niet fiscalisten Ontvanger mag niet bekendgemaakte aanslag niet invorderen Adviseur via kort geding verplicht tot informatieverstrekking Immateriële schadevergoeding na vernietiging navorderingsaanslag Fiscus moest onevenredig rentenadeel bij VA s compenseren Hof had beroep enkel vanwege undue delay ongegrond moeten verklaren Prejudiciële vragen over het begrip bouwterrein Revisierente onzuivere pensioenregeling vernietigd Kamervragen over problemen met verliesverrekening Vpb 2010 Niet tot ondernemingsvermogen behorende gelden verhinderde afwaardering in box I Intranet Modellen Overeenkomst van geldlening van durfkapitaal Overeenkomst rekening courant tussen DGA en BV NOTULEN Algemene vergadering aandeelhouders van bv met beperkte aansprakelijkheid Managementovereenkomst beheer BV 100 procent werk BV Arbeidsovereenkomst DGA Akte van cessie koop en verkoop van een vordering Akte geruisloze inbreng Aansprakelijkheidsverklaring Aandeelhoudersovereenkomst Wetteksten Inkomstenbelasting Wet op de inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Vennootschapsbelasting Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 Besluit Fiscale Eenheid 2003 Geruisloze terugkeer art 14c Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische fusie art 14b Wet Vpb standaardvoorwaarden Bedrijfsfusie art 14 Wet Vpb standaardvoorwaarden Juridische afsplitsing art 14a Wet Vpb standaardvoorwaarden Loonbelasting Wet op de loonbelasting 1964 Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 Omzetbelasting Wet op de omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 BUA Dividendbelasting Wet op de dividendbelasting 1965 Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting 1965 Successiewet Successiewet 1956 Uitvoeringsbesluit successiewet 1956 Uitvoeringsregeling schenk en erfbelasting Rechtsverkeer Wet op belastingen van rechtsverkeer Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer Bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht Besluit proceskosten bestuursrecht Algemene wet Algemene wet inzake rijksbelastingen Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst Invorderingswet Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling inleners keten en opdrachtgeversaansprakelijkheid Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 Internationaal belastingrecht Besluit voorkoming dubbele belastingen 2001 Voorkoming dubbele belasting onder toepassing van belastingverdragen Verdragen Type DTA Albanië in werking Argentinië in werking Armenië in werking Australië in werking Australië Tweede Protocol in werking Azerbeidzjan in werking Bahrein in werking Bangladesh in werking Barbados in werking Barbados Protocol in werking Belarus in werking België in werking België Protocol geratificeerd door nl Brazilië in werking BRK Aruba in werking BRK Cura çao in werking BRK Sint Maarten in werking Bulgarije in werking Canada in werking Canada Protocol in werking China in werking Denemarken in werking Duitsland in werking Duitsland Protocol 1 in werking Duitsland Protocol 2 in werking Duitsland Protocol 3 in werking Egypte in werking Estland in werking Estland Protocol 1 in werking Estland Protocol 2 in werking Filippijnen in werking Finland 1996 in werking Frankrijk 1973 in werking Frankrijk Protocol bij 1973 in werking Georgië in werking Ghana in werking Griekenland in werking Hongkong in werking Hongarije in werking Ierland in werking Ijsland in werking India in werking India Protocol ondertekend Indonesië 2002 in werking Israël in werking Israël Protocol in werking Italië Protocol in werking Japan 1970 beëindigd Japan 2010 in werking Japan Protocol beëindigd Joegoslavië in werking Jordanië in werking Kazachstan in werking Koeweit in werking Korea in werking Korea Protocol in werking Kroatië in werking Kyrgyzstan Sovjetverdrag in werking Letland in werking Litouwen in werking Luxemburg in werking Luxemburg Protocol in werking Marcedonië in werking Malawi in werking Maleisië in werking Maleisië Protocol 1 in werking Maleisië Protocol 2 in werking Malta in werking Malta Protocol in werking Marokko in werking Mexico in werking Mexico Protocol in werking Moldavië in werking Mongolië in werking Nieuw Zeeland in werking Nieuw Zeeland Protocol in werking Nigeria in werking Noorwegen in werking Noorwegen Protocol in werking Oekraïne in werking Oezbekistan in werking Oman in werking Oostenrijk in werking Oostenrijk Protocol 1 in werking Oostenrijk Protocol 2 in werking Oostenrijk Protocol 3 in werking Oostenrijk Protocol 4 in werking Pakistan in werking Panama in werking Polen in werking Portugal in werking Qatar in werking Roemenië in werking Russische Federatie in werking Saudi Arabië in werking Singapore in werking Singapore Protocol 1 in werking Singapore Protocol 2 in werking Slovenië in werking Slowakije in werking Slowakije Protocol 1 in werking Slowakije Protocol 2 in werking Spanje in werking Sri Lanka in werking Suriname in werking Taiwan in werking Thailand in werking Tunesië in werking Turkije in werking Turkmenistan Sovjetverdrag in werking Uganda in werking Venezuela in werking Venezuela Protocol in werking Verenigd Koninkrijk 1980 beëndigd Verenigd Koninkrijk 2008 in werking Verenigd Koninkrijk Protocol 1 beëindigd Verenigd Koninkrijk Protocol 2 beëindigd Verenigde Arabische Emiraten in werking Verenigde Staten in werking Verenigde Staten Protocol 1993 in werking Verenigde Staten Protocol 2004 in werking Vietnam in werking Zambia in werking Zimbabwe in werking Zuid Africa in werking Zuid Africa Protocol in werking Zweden in werking Zwitserland 2010 in werking Type S E Zweden in werking Verenigd Koninkrijk Successie in werking Oostenrijk Successie in werking Israël Successie in werking Finland Successie in werking Search Zoeken Javascript is required to use this website translator free translator Skip to content vrijdag 21 september 2012 13 19 Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting 1965 Geschreven door Redactie Belasting Collectief Nederland Print E mail Opschrift Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting 1965 Aanhef De Staatssecretaris van Financiën Gelet op de artikelen 9 en 10 van de Wet op de dividendbelasting 1965 Stb 621 en artikel 62 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Stb 1959 301 Besluit Hoofdstukken Artikel 1 Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 4 tweede lid 4c vierde lid 4e 4f 9 en 10 van de Wet op de dividendbelasting 1965 Artikel 1a 1 Voor de toepassing van de artikelen 4 tweede lid en 10 tweede lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 worden van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte aangewezen IJsland Noorwegen en Liechtenstein 2 Voor de toepassing van artikel 10 derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 wordt als in dat lid bedoelde staat aangewezen elke staat niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte waarmee Nederland in lijn met de internationale standaard op het gebied van informatie uitwisseling gegevens kan uitwisselen Artikel 1aa 1 Indien een inhoudingsplichtige die aandelen inkoopt in het jaar van de inkoop of in een of meer van de zeven daaraan voorafgaande jaren onder algemene titel vermogen heeft verkregen in het kader van een juridische fusie a worden voor de toepassing van artikel 4c eerste lid aanhef van de Wet op de dividendbelasting 1965 de

    Original URL path: http://www.belastingcollectief.nl/fiscalisten/wetteksten/dividendbelasting/uitvoeringsbeschikking-dividendbelasting-1965 (2016-01-09)
    Open archived version from archive