archive-nl.com » NL » B » BELASTINGDIENSTPENSIOENSITE.NL

Total: 492

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Vraag & Antwoord 14-006 Omvang AOW-franchise vanaf 1 januari 2015
    laatste loon Artikel 18a van de Wet LB gaat er van uit dat de maximale opbouw in een middelloonregeling gelijkwaardig is aan de maximale opbouw in een eindloonregeling Het in een eindloonregeling in 40 jaar op te bouwen ouderdomspensioen van 66 28 van het laatste loon wordt dus gelijkwaardig geacht aan het in een middelloonregeling op te bouwen ouderdomspensioen van 75 van het gemiddelde loon Weliswaar is het fiscaal maximale opbouwpercentage in een eindloonregeling lager dan in een middelloonregeling maar dit wordt gecompenseerd door de in een eindloonregeling over de verstreken dienstjaren toe te kennen backservice bij een verhoging van de pensioengrondslag In artikel 18a achtste lid van de Wet LB is bepaald dat voor het toetsen van de fiscale pensioenmaxima voor elk meetellend dienstjaar rekening gehouden moet worden met een evenredig deel van de AOW uitkering voor een gehuwde Bij het maximale opbouwpercentage in een eindloonregeling van 1 657 moet jaarlijks 1 40 deel van de AOW uitkering worden ingebouwd Om te bereiken dat dit bedrag ook bij het gebruik van de franchisemethode wordt ingebouwd moet de AOW uitkering voor het berekenen van de franchise vanaf 1 januari 2015 worden vermenigvuldigd met de factor 100 66 28 Het hierna opgenomen voorbeeld laat zien dat het resultaat van de inbouw en de franchisemethode ook bij toepassing van de per 1 januari 2015 geldende franchise gelijk is Gegeven zijn een loon van 40 000 een pensioenopbouwpercentage in een eindloonregeling van 1 657 en de wettelijk voorgeschreven AOW inbouw In het voorbeeld is voor het bedrag van de in te bouwen AOW uitgegaan van de AOW uitkering voor een gehuwde samenwonende per 1 januari 2015 ad 9 481 32 Voorbeeld inbouw AOW eindloonregeling bedragen in euro s Inbouwmethode Franchisemethode Loon 40 000 00 Loon 40 000 00 Franchise 100 66 28 x 9 481 32 14 304 95 Pensioenopbouw 1 657 662 80 Pensioengrondslag 25 695 05 AOW inbouw 1 40 AOW 237 04 Ouderdomspensioen 425 76 Ouderdomspensioen 1 657 425 76 Beschikbare premieregeling Indien de pensioenopbouw in een beschikbare premieregeling is gericht op de opbouw in 40 jaar van een ouderdomspensioen van 75 van het gemiddeld genoten loon c q 66 28 van het laatste loon wordt de jaarlijkse fiscale opbouwruimte volledig benut Op grond van artikel 18a achtste lid van de Wet LB moet voor het toetsen van de fiscale pensioenmaxima voor elk meetellend dienstjaar rekening worden gehouden met een evenredig deel van de AOW uitkering voor een gehuwde Bij de maximale pensioenopbouw in een beschikbare premieregeling moet dan jaarlijks 1 40 deel van de AOW uitkering worden ingebouwd Indien de gehanteerde premiestaffels zijn uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag pensioengevend loon AOW franchise geldt voor de omvang van de AOW franchise het volgende Voor premiestaffels op basis van een middelloonstelsel zoals het geval is in de premiestaffels van het besluit van 17 december 2014 nr BLKB2014 2132M Staatscourant 2014 nr 36872 moet de omvang van de AOW franchise worden gesteld op het bedrag van de AOW uitkering maal

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_14-006.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive


  • Vraag & Antwoord 14-007 Verlaagde AOW-inbouw artikel 10aa UBLB vanaf 1 januari 2015
    wetsvoorstel Wijziging van de Wet verlaging maximumopbouw en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen en het Belastingplan 2014 Kamerstukken 33 847 nr 11 blz 10 11 is aangegeven dat het kabinet voornemens is om de verlaagde opbouwpercentages van artikel 10aa UBLB evenredig aan te passen aan de voorgestelde verlaging van het maximaal in een middelloonregeling te hanteren opbouwpercentage van 2 15 naar 1 875 Dit heeft een verlaging van de opbouwpercentages in een middelloonregeling van artikel 10aa van het UBLB naar 1 701 en 1 788 tot gevolg De opbouwpercentages in een eindloonregeling van artikel 10aa UBLB zijn verlaagd naar 1 483 en 1 570 Zoals reeds is aangegeven in de Nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel voor de Wet verlaging maximumopbouw en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen kamerstukken 33 610 nr 8 blz 15 zijn de bedragen van de verlaagde AOW inbouw budgettair neutraal berekend De faciliteit van uitruil tussen het maximum opbouwpercentage en de minimum inbouw van AOW blijft bestaan zodat aan de onderkant van het inkomensgebouw extra opbouwruimte mogelijk is De verlaagde inbouw van AOW van artikel 10aa UBLB is aangepast aan het wijzigen van het uitgangspunt van een volledig pensioen naar een in ten minste 40 dienstjaren op te bouwen ouderdomspensioen ter grootte van 75 van het gemiddeld genoten loon De gevolgen van de herrekening van de verlaagde AOW inbouw zijn verschillend voor middelloon en eindloonregelingen Voor de duidelijkheid worden voortaan in artikel 10aa van het UBLB afzonderlijke bedragen voor middelloon en eindloonregelingen opgenomen De bedragen van artikel 10aa eerste en tweede lid van het UBLB zijn per 1 januari 2015 als volgt aangepast De bedragen zijn aangepast aan de verlaging van de opbouwpercentages per 1 januari 2015 Ook is de per 1 januari 2015 toe te passen indexering als bedoeld in

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_14-007.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Vraag & Antwoord 14-012 Aanpassen pensioenregeling aan gewijzigde fiscale pensioenkaders per 1 januari 2015
    wordt de aangepaste regeling geacht met terugwerkende kracht tot en met het moment van invoeren een fiscaal aanvaardbare pensioenregeling te zijn Eventueel in dat kader ten onrechte niet tot het loon gerekende premies zullen bij de werknemer alsnog als loon worden belast De mogelijkheid om een regeling met terugwerkende kracht aan te passen geldt niet voor een geheel of gedeeltelijk in eigen beheer uitgevoerde pensioenregeling als bedoeld in artikel 18h van de Wet LB Uitgangspunt is dat een verzoek om een nieuwe of gewijzigde pensioenregeling te beoordelen in de zin van artikel 19c van de Wet LB vergezeld dient te gaan van de volledige concept tekst van de regeling alsmede indien van toepassing van de verzekeringsovereenkomst Slechts in dat geval kan een beschikking als bedoeld in artikel 19c van de Wet LB worden afgegeven Voor een juiste beoordeling van een pensioenregeling kan men niet volstaan met een offerte van een pensioenverzekeraar of een omschrijving van de opzet van de regeling Het verzoek om beoordeling moet worden ingediend voordat de regeling wordt ingevoerd artikel 19c eerste lid van de Wet LB Bovenstaand uitgangspunt levert problemen op als de regeling wordt ingevoerd voordat de exacte tekst daarvan bekend is Het voorleggen van een exacte tekst is niet altijd mogelijk indien de onderhandelingen over de in te voeren regeling nog niet zijn afgerond Daarom kon in dat geval het beoordelingsverzoek beperkt blijven tot een volledige weergave van de tussen de betrokken partijen gemaakte afspraken over de pensioenregeling onder verwijzing naar een nog te ontwerpen definitieve tekst van de regeling Indien de onderhandelingen nog niet tot afspraken hadden geleid kon de inhoudingsplichtige eenzijdig een tijdelijk wijzigingsvoorstel van de bestaande regeling ter beoordeling voorleggen aan de inspecteur om zo te voorkomen dat de pensioentoezegging per 1 januari 2015 onzuiver zou worden Dit tijdelijke wijzigingsvoorstel kan na afstemming met belanghebbenden worden vervangen door een definitief voorstel en uiteindelijk door de concept tekst van de regeling Bij deze werkwijze gelden de volgende voorwaarden betrokkenen hebben het beoordelingsverzoek met de bedoelde weergave ingediend voor het invoeren of wijzigen van de regeling maar uiterlijk 31 december 2014 de volledige definitieve concept tekst van de regeling wordt binnen zes maanden na het indienen van het verzoek om beoordeling nagezonden Indien noodzakelijk kunnen betrokkenen de inspecteur verzoeken om de zesmaandstermijn voor het indienen van de volledige concept tekst van de regeling te verlengen het betreft geen geheel of gedeeltelijk in eigen beheer uitgevoerde pensioenregeling als bedoeld in artikel 18h van de Wet LB Als betrokkenen aan deze voorwaarden voldoen wordt het verzoek geacht tijdig te zijn ingediend in de zin van artikel 19c eerste lid van de Wet LB De inspecteur zal evenwel pas na ontvangst van de volledige concept tekst overgaan tot een beoordeling Ook de termijn waarbinnen een beschikking dient te zijn afgegeven gaat pas in na ontvangst van de definitieve concept tekst van de regeling Omdat het verzoek geacht wordt te voldoen aan het eerste lid van artikel 19c van de Wet LB kunnen eventuele onzuiverheden in de

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_14-012.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • V&A 08-038 Restbegunstiging in uitkeringsfase
    toelichting op het amendement 23 dat heeft geleid tot de huidige tekst van artikel 18 eerste lid onderdeel a van de Wet LB luidt Doel van de beoogde wijziging is de sinds 1951 bestaande praktijk van restbegunstiging te handhaven Restbegunstiging is een verwaarloosbaar kleine kans dat bij het overlijden van een werknemer voor de pensioendatum een kapitaal uit hoofde van de pensioenregeling ineens wordt uitgekeerd aan een erfgenaam die niet tot de kring van verzorgden in de zin van artikel 18 thans artikel 11 derde lid van de Wet op de loonbelasting 1964 behoort Een statistisch aantoonbare verwaarloosbare kans omdat in de standaardsituatie het tot uitkering komende kapitaal altijd wordt aangewend voor aankoop van een nabestaanden en of wezenpensioen Restbegunstiging kan zich voordoen als het op te bouwen ouderdoms en partnerpensioen worden verzekerd in de vorm van een gemengde verzekering die voorziet in a een kapitaalsuitkering bij het overlijden van de gewezen werknemer vóór een bepaalde datum of b een kapitaalsuitkering bij het in leven zijn op een bepaalde datum De bepaalde datum is in dit geval de in de regeling vastgestelde pensioendatum De uitkering na deze datum zal vanwege de aard van de pensioenregeling moeten zijn verzekerd als een periodieke uitkering Hierbij past op zich niet een uitkering van overblijvend kapitaal Van een uitzonderlijk geval van restbegunstiging kan slechts sprake zijn in de opbouwfase en dan nog alleen voor werknemers met een partner Ingeval de werknemer alleenstaand wordt als gevolg van overlijden van de partner dient de verzekeringsovereenkomst binnen een redelijke termijn te worden aangepast Ook bij een scheiding dient aanpassing van de overeenkomst plaats te vinden aangezien de pensioenregeling na de scheiding op het punt van het partnerpensioen nog slechts mag voorzien in een aan de ex partner s toekomend bijzonder partnerpensioen De aanpassing van de verzekeringsovereenkomst kan

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_08-038.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Vraag & Antwoord 12-002 Uitstroom oudere werknemers
    de wettelijke fiscale grenzen mogelijk is en ook tot stand komt wordt de extra eindheffing van 52 voorkómen De werkgever kan verbetering van de pensioenregeling tot stand brengen door de ontslaguitkering en in de vorm van een koopsom voor pensioen te storten bij een fiscaal en volgens de Pensioenwet toegelaten pensioenuitvoerder Dat kan het reguliere pensioenfonds zijn dat de bestaande pensioenregeling uitvoert maar ook een aparte pensioenverzekeraar In ruil voor de koopsom ontvang t en de ontslagen werknemer s hogere pensioenrechten Voor alle werknemers kunnen dat hogere ouderdoms of partnerpensioenrechten zijn Bij werknemers die zijn geboren vóór 1950 kunnen dat ook rechten zijn op een hoger prepensioen of een ouderdomspensioen dat ingaat voor de 65ste verjaardag In beide gevallen kunnen de ontslagen werknemers de hogere rechten gebruiken voor een vervroegde pensionering om zo de nadelige gevolgen van het ontslag op te vangen Uiteraard moet de pensioenregeling de vervroeging van de ingangsdatum wel mogelijk maken Werkgevers bij wie de bovenstaande ontslagproblematiek speelt kunnen bij hun pensioenfonds bij een pensioenverzekeraar of bij een pensioenadviseur laten berekenen wat de maximaal mogelijke verbetering van de pensioenrechten van de werknemer s over het verleden is Als voorbeelden van mogelijke verbeteringen kunnen worden genoemd Maximalisering van het opbouwpercentage Niet alle pensioenregelingen in Nederland benutten het maximale opbouwpercentage dat fiscaal mogelijk is Zo zijn er middelloonregelingen met een opbouwpercentage dat lager is dan het voor die regeling geldende wettelijke maximum Maximalisering van de pensioengrondslag Er zijn pensioenregelingen met een AOW franchise die hoger is dan de fiscaal minimaal vereiste franchise Dat verschil levert een extra bedrag op voor de grondslag waarover pensioen kan worden opgebouwd Een extra grondslag voor pensioenopbouw kan ook aanwezig zijn als in de pensioenregeling niet over alle loonbestanddelen pensioen wordt opgebouwd Maximalisering van de premie in een beschikbare premieregeling Als sprake is van

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_12-002.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Vraag & Antwoord 08-012 Toepassing van artikel 10a, derde lid, UBLB
    pensioenregelingen van de verschillende werkgevers binnen een concern zijn dan vaak gelijk en worden verzekerd bij dezelfde pensioenuitvoerder Om misverstanden te voorkómen zij erop gewezen dat de besluitgever bij fictieve en interne waardeoverdrachten uitsluitend het oog had op werknemerspensioenen en niet op beroepspensioenen Zie V A 08 011 onder Beroepspensioenen Inkoop pensioen op basis van werkelijke diensttijd Net als bij toepassing van artikel 10a eerste lid onderdeel f UBLB zie V A 08 011 onder Inkoop pensioen op basis van werkelijke diensttijd kunnen bij artikel 10a 3 de met de waardeoverdracht verkregen fictieve dienstjaren worden aangevuld tot de werkelijk bij de vorige werkgever doorgebrachte diensttijd Voorwaarde is wel dat deze jaren op basis van een adequate diensttijdadministratie kunnen worden vastgesteld Als in die jaren in deeltijd is gewerkt moet uiteraard de deeltijdfactor op de dienstjaren worden toegepast Het voorgaande betekent dat inkoop van pensioen kan plaatsvinden bovenop het pensioenkapitaal van de waardeoverdracht Bij een fictieve en bij een interne waardeoverdracht wordt de extra inkoopruimte berekend alsof een feitelijke waardeoverdracht heeft plaatsgevonden De werknemer heeft in feite de mogelijkheid zoveel pensioenrechten in te kopen als hij zou hebben gekregen als de regeling van de huidige werkgever ook van kracht was geweest gedurende de diensttijd bij de vorige werkgever Dat kan uiteraard alleen als de regeling van de huidige werkgever ruimer is dan de regeling van de vorige werkgever Extra inkoop kan dan plaatsvinden maximaal tot het bedrag dat nodig is om die ruimte te vullen Artikel 10a 3 biedt immers de mogelijkheid van inkoop van ontbrekende dienstjaren voorzover er sprake is van een pensioentekort Beroepspensioenen In de praktijk komt het ook voor dat een werknemer niet of niet alleen een werknemerspensioen heeft opgebouwd bij een vorige werkgever maar wel of ook een beroepspensioen bij een verplicht beroepspensioenfonds Als de werknemer de deelneming aan dat fonds beëindigt bijvoorbeeld door het staken van de beroepsbeoefening en hij daarna in dienst treedt bij een andere werkgever kan hij onder voorwaarden het kapitaal van het beroepspensioenfonds laten overdragen aan de uitvoerder van de werknemerspensioenregeling bij zijn nieuwe werkgever Voor een DGA in de zin van artikel 1 van de PW zal een dergelijke waardeoverdracht veelal niet mogelijk zijn De Wet verplichte beroepspensioenregeling WVBPR staat namelijk geen overdrachten toe aan uitvoerders van pensioenen in eigen beheer Een redelijke wetsuitleg brengt met zich mee dat artikel 10a 3 in beginsel ook van toepassing is op deze situatie ondanks het feit dat het artikel niet naar de WVBPR verwijst Ook bij beroepspensioenen geldt evenwel dat artikel 10a 3 uitsluitend kan worden toegepast als slechts de hoedanigheid van DGA in de weg staat aan een fysieke waardeoverdracht Is aan die voorwaarde voldaan dan kan ook in dit geval een fictieve waardeoverdracht plaatsvinden op de wijze zoals beschreven onder Inkoop pensioen op basis van werkelijke diensttijd hierboven Voor het overige dient voldaan te zijn aan alle voorwaarden die ook gelden voor werknemers die geen DGA zijn Dat betekent onder meer dat een waardeoverdracht als bedoeld in de artikelen 82 85

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_08-012.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Vraag & Antwoord 06-002 Inhaal van pensioen en dienstjaren bij verschillende werkgevers in hetzelfde bedrijfstakpensioenfonds
    werknemer werkzaam is geweest bij meerdere werkgevers die zijn aangesloten bij hetzelfde bedrijfstakpensioenfonds Antwoord In de Handreiking inhaal en inkoop van pensioen wordt ingegaan op de mogelijkheden om de in een bepaald jaar niet gebruikte ruimte in een pensioenregeling in een later jaar in te halen Inhaal van pensioen is mogelijk voor de diensttijd die bij de huidige werkgever is doorgebracht Als de werknemer binnen een onafgebroken dienstlijn werkzaam is

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_06-002.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Vraag & Antwoord 09-005 Compenseren tegenvallende rendementen beschikbare-premieregeling
    te compenseren met een extra storting In een beschikbare premieregeling wordt de beschikbaar gestelde premie tot aan pensioendatum belegd Hierdoor is de waardeontwikkeling van de ingelegde premies onzeker Dit beleggingsrisico tot aan pensioendatum is volledig voor rekening van de werknemer De werknemer kan dit risico verminderen door een product met gegarandeerd rendement te kiezen Indien in het verleden niet de fiscaal maximale beschikbare premies zijn ingelegd is het nog wel

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_09-005.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive



  •