archive-nl.com » NL » B » BELASTINGDIENSTPENSIOENSITE.NL

Total: 492

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Vraag & Antwoord 05-051 Extra stortingen levensloopregeling werknemers op 31 december 2005 51 jaar of ouder, maar jonger dan 56 jaar
    maar jonger dan 56 jaar Vraag Antwoord 05 051 d d 111213 Vraag Kunnen werknemers die op 31 december 2005 51 jaar of ouder waren maar jonger dan 56 jaar het hele jaarsalaris inleggen in de levensloopregeling Antwoord Ja die werknemers kunnen meer sparen dan het jaarlijkse maximum van 12 Als de totale aanspraken aan het eind van het kalenderjaar het maximum van 210 van het laatstverdiende loon niet te

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA%2005-051.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive


  • Vraag & Antwoord 05-029 Saldo levensloopregeling en het loon van het voorafgaande kalenderjaar
    uitgegaan van het loon in geld vermeerderd met de waarde van niet in geld uitgekeerd loon en fooien en uitkeringen uit fondsen Vanaf 2013 is dit het totaal van kolom 3 4 en 5 van de loonstaat voorheen kolom 6 van de loonstaat Als voor de maxima van een levensloopregeling wordt uitgegaan van het loon uit kolom 6 zoals deze tot 2013 werd gebruikt dient dit loon te worden gecorrigeerd voor de werkgeversbijdrage in de levensloopregeling Vanaf 2006 wordt deze werkgeversbijdrage namelijk gerekend tot het loon voor de werknemersverzekeringen en is om die reden ook verwerkt in kolom 6 Deze werkgeversbijdrage vormt echter geen loon in de zin van Hoofdstuk II Wet op de loonbelasting 1964 de aanspraak ingevolge een levensloopregeling is immers vrijgesteld in artikel 11 eerste lid onderdeel r ten 4e Wet op de loonbelasting 1964 Indien wordt uitgegaan van het loon uit kolom 6 zonder correctie voor de werkgeversbijdrage in de levensloopregeling zou voor werknemers die op 31 december 2005 de leeftijd van 51 jaar maar niet de leeftijd van 56 jaar hebben bereikt een onbeperkte werkgeversbijdrage in de levensloopregeling mogelijk zijn Dat is uiteraard niet de bedoeling Verder kan worden uitgegaan van het loon in kolom 14 Omdat het niet wenselijk wordt geacht dat de in artikel 11 eerste lid onderdeel j Wet op de loonbelasting 1964 op het loon van de werknemer ingehouden bedragen waaronder pensioenpremie en de bijdrage ingevolge een levensloopregeling tot een lagere grondslag leiden mag het loon uit kolom 14 voor de toepassing van artikel 19g Wet op de loonbelasting 1964 worden verhoogd met de in artikel 11 eerste lid onderdeel j Wet op de loonbelasting 1964 genoemde ingehouden bedragen Men mag zelf bepalen welke van deze loonbegrippen men hanteert In de levensloopregeling moet worden vastgelegd welk loon gehanteerd zal worden voor

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA%2005-029.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Vraag & Antwoord 05-033 Tijdstip omzetten aanspraak ingevolge een levensloopregeling in een aanspraak op pensioen
    05 033 d d 111213 Vraag Mag een aanspraak ingevolge een levensloopregeling op elk gewenst moment worden omgezet in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling Antwoord Ja De aanspraak ingevolge een levensloopregeling moet echter wel uiterlijk op de dag voorafgaand aan de AOW gerechtigde leeftijd dan wel de eerdere ingangsdatum van het ouderdomspensioen worden omgezet in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling en uiterlijk op 31 december 2021 De aanspraak op pensioen

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA%2005-033.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Vraag & Antwoord 13-001 Pensioenregeling met pensioenrichtleeftijd lager dan 67 jaar en hoger dan wettelijk maximaal opbouwpercentage na 1 januari 2014
    januari 2014 geldt voor de opbouw in een middelloonstelsel een minimale pensioenrichtleeftijd van 67 jaar en een maximaal opbouwpercentage van 2 15 Indien men de pensioenrichtleeftijd wil handhaven op 65 jaar moet het maximale opbouwpercentage van 2 15 actuarieel herrekend worden Zoals aangegeven in Vraag Antwoord 12 004 mag het opbouwpercentage in een middelloonregeling met een pensioenrichtleeftijd van 65 jaar vanaf 1 januari 2014 maximaal 1 84 zijn Het in 2014 blijven hanteren van een pensioenregeling met pensioenrichtleeftijd van 65 jaar en een pensioenopbouwpercentage van 2 25 geeft een overschrijding van het maximale opbouwpercentage van 2 25 1 84 0 41 Deze overschrijding moet gecompenseerd worden met een hogere AOW franchise of met een verlaagde pensioengrondslag Het voorbeeld gaat uit van een werknemer met een pensioengevend loon van 35 000 Verhoogde AOW franchise De gecorrigeerde AOW franchise moet de 0 41 te hoge pensioenopbouw volledig compenseren In het besluit is een stappenplan opgenomen voor het vaststellen van de te hanteren AOW franchise Bepaal de correctiefactor door het maximale opbouwpercentage van 1 84 te delen door het gehanteerde opbouwpercentage van 2 25 Deze factor is 0 8177777 Bereken de maximale pensioengrondslag bij het pensioengevend loon van 35 000 Voor het voorbeeld wordt uitgegaan van de AOW franchise van artikel 18a achtste lid Wet LB voor 2013 van 13 227 De maximale pensioengrondslag is dan dus 35 000 13 227 21 773 Bereken het geldende sleutelbedrag door het pensioengevend loon van 35 000 te verminderen met de maximale pensioengrondslag uit stap 2 nadat deze is gecorrigeerd met de correctiefactor uit stap 1 In cijfers is dat 35 000 21 773 0 8177777 17 194 53 Dit sleutelbedrag is de verhoogde franchise bij een pensioengevend loon van 35 000 Ter controle De pensioenopbouw volgens de pensioenregeling is 2 25 van 35 000 17 194 53 400 62 De fiscaal maximale opbouw bedraagt 1 84 van 35 000 13 227 400 62 De verhoogde AOW franchise compenseert het te hoge pensioenopbouwpercentage dus volledig Verlaagde pensioengrondslag Het verlagen van de pensioengrondslag is een andere mogelijkheid om het te hoge pensioenopbouwpercentage te compenseren De correctie op de pensioengrondslag moet zodanig worden vastgesteld dat die de 0 41 te hoge pensioenopbouw volledig compenseert Vanaf 2014 geldt voor de pensioenopbouw in een middelloonregeling met een pensioenrichtleeftijd van 65 jaar een maximaal opbouwpercentage van 1 84 Door de pensioengrondslag te vermenigvuldigen met de factor 1 84 2 25 is 2 25 van de gecorrigeerde pensioengrondslag gelijk aan 1 84 van de niet gecorrigeerde pensioengrondslag In cijfers 35 000 13 227 1 84 2 25 2 25 400 62 Dit is gelijk aan 35 000 13 227 1 84 400 62 Voorbeeld eindloonregeling Een eindloonregeling bevat voor 2013 een pensioenrichtleeftijd van 65 jaar en een pensioenopbouwpercentage van 2 Vanaf 1 januari 2014 geldt voor de opbouw in een eindloonstelsel een minimale pensioenrichtleeftijd van 67 jaar en een maximaal opbouwpercentage van 1 9 Indien men de pensioenrichtleeftijd wil handhaven op 65 jaar moet het maximale opbouwpercentage van 1 9 actuarieel herrekend

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_13-001.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Informatie overgangsrecht vervallen stamrechtvrijstelling
    in 2014 Als uw werknemer in 2014 wordt ontslagen gelden de volgende voorwaarden U moet het ontslag in 2013 hebben aangezegd en de ontslagdatum moet op 31 december 2013 vaststaan De dienstbetrekking wordt binnen een korte termijn na het vaststellen van de ontslagdatum beëindigd Van een korte termijn is in ieder geval sprake als het gaat om de wettelijke opzegtermijn Een wettelijke opzegtermijn kan oplopen tot maximaal een half jaar U moet vóór 1 januari 2014 een overeenkomst met uw werknemer opmaken en ondertekenen waaruit blijkt dat u aan uw werknemer een aanspraak toekent op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon die niet later ingaan dan in het jaar waarin uw werknemer de AOW gerechtigde leeftijd bereikt Uit de overeenkomst moet ook blijken dat de aanspraak wordt ondergebracht bij een professionele verzekeraar een stamrecht bv of bank en dat de stamrechtuitkeringen zijn bestemd voor wettelijk aangewezen begunstigden U voldoet ook aan deze voorwaarde als u met de werknemer bent overeengekomen dat de ontslaguitkering alleen kan worden aangewend als koopsom van een aanspraak die voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 11 eerste lid onderdeel g of artikel 11a van de Wet op de loonbelasting 1964 Uw werknemer gebruikt alleen een uitkering ter vervanging van gederfd of te derven loon voor het aankopen van een stamrecht Een na betaling van loon vakantiegeld tantième of gratificatie is geen uitkering ter vervanging van gederfd of te derven loon Op deze betalingen kunt u de stamrechtvrijstelling niet toepassen De na betaling is belast loon van de werknemer Overgangsrecht voor op 31 december 2013 bestaande stamrechten Voor op 31 december 2013 bestaande stamrechten geldt overgangsrecht Voor deze stamrechten blijven de regels gelden zoals deze op 31 december 2013 waren De voorwaarde dat het stamrecht in periodieke termijnen uitgekeerd moet

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Informatie%20overgangsrecht%20vervallen%20stamrechtvrijstelling.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • V&A 08-020 Stamrechtovereenkomst - Variabele termijnen
    maar dan wel met van tevoren bepaalde vaststaande bedragen De termijnen uit een stamrecht moeten periodieke uitkeringen zijn er hoeft geen sprake te zijn van een lijfrente Om van een periodieke uitkering te kunnen spreken hoeven de termijnen anders dan bij een lijfrente niet over de gehele periode vast en gelijkmatig te zijn Het ontmoet dan ook geen bezwaar wanneer bij het ingaan van de termijnen wordt bepaald dat de termijnen zullen variëren bijvoorbeeld vanwege te verwachten sociale uitkeringen of andere te verwachten inkomsten Deze wijziging van de termijnen dient wel bij het ingaan van de termijnen te zijn vastgesteld Men kan bijvoorbeeld in de stamrechtovereenkomst opnemen dat de termijnen de eerste 3 jaren 6 000 bedragen en dat dit bedrag na 3 jaar omhoog gaat naar 11 000 per jaar in verband met het wegvallen van het recht op een WW uitkering of andere inkomsten Een uitkering waarvan de hoogte jaarlijks afhankelijk is van een onzekere sociale uitkering of andere onzekere inkomensbron is geen periodieke uitkering Het stamrecht mag niet dat onzekere overige inkomen aanvullen tot een vooraf vastgesteld bedrag Fiscaal is dus bijvoorbeeld niet toegestaan om een periodieke uitkering overeen te komen die het overige inkomen aanvult tot

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_08-020.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Vraag & Antwoord 12-003 Verlofstuwmeren en regelingen voor vervroegde uittreding
    1 juli 2015 ontslag wegens vervroegde pensionering Hij stopt volledig met werken op 1 augustus 2012 en neemt tot 1 juli 2013 gedurende 11 maanden zijn verlofstuwmeer op met 100 loondoorbetaling Van 1 juli 2013 tot 1 juli 2015 neemt hij 100 levensloopverlof op met opnamen gelijk aan 100 van zijn voormalige loon De werkgever stemt uitdrukkelijk of stilzwijgend in met deze verlofopnamen Bestaat de kans dat de werkgever naast de normale loonheffing over het loon ook nog de RVU heffing van 52 van artikel 32ba zesde lid van de Wet LB moet afdragen over het tijdens de opname van het stuwmeerverlof uitbetaalde loon Antwoord Nee in dit geval niet Een werkgever mag er van uitgaan dat de Belastingdienst zich niet op het standpunt zal stellen dat bij de opname van het verlofstuwmeer sprake is van een RVU als het verlof niet speciaal is toegekend aan deze oudere werknemer met het oog op een vervroegde uitstroom van de werknemer en het totaal van het gespaarde verlof en het verlof van het lopende jaar het verlofstuwmeer de omvang van 50 maal de wekelijkse arbeidsduur niet te boven gaat Aan het bovenstaande doet niet af dat aan de opname van het verlofstuwmeer een periode van werken in een seniorenregeling voorafgaat en dat op die opname een opname van levensloopverlof volgt Het antwoord zou hetzelfde zijn geweest als de periode van opname van het levensloopverlof vooraf was gegaan aan de opname van het verlofstuwmeer De volgorde van de opnamen is niet van belang het gaat bij de beoordeling van de aanwezigheid van een RVU om het doel van de regeling of van een deel daarvan bij de toekenning door de werkgever niet om de wijze waarop de werknemer van de regeling gebruik maakt Zou de werknemer in de casus feitelijk eerder zijn gestopt

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_12-003.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Vraag & Antwoord 13-007 Uitkeringsperiode periodieke uitkeringen uit een stamrecht
    weten hoe lang deze periode minimaal moet zijn kunnen de stamrechtdebiteur en de stamrechtgerechtigde de tabel gebruiken van artikel 3 4 eerste lid van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 URLB 2011 Toelichting Volgens de definitie van artikel 11 eerste lid onderdeel g van de Wet LB moet de uitkering uit het stamrecht een periodieke uitkering zijn De uitkeringsperiode van een dergelijke uitkering pleegt afhankelijk te zijn van het leven van de uitkeringsgerechtigde De lengte van de uitkeringsperiode is daardoor onzeker Er moet echter wel voldoende onzekerheid zijn over die periode De verzekeraar van het stamrecht moet voldoende kans hebben op voordeel als gevolg van het overlijden van de stamrechtgerechtigde De Hoge Raad heeft bepaald dat een periodieke uitkering aan iemand die op het ingangsmoment van de uitkering een sterftekans heeft van ongeveer 1 exact 0 94 voldoende onzekerheid biedt om te kunnen spreken van een periodieke uitkering in de zin van artikel 11 eerste lid onderdeel g van de Wet LB Zie Hoge Raad 30 oktober 1991 nr 27 215 ECLI NL HR 1991 ZC4756 Op grond van dit arrest kan een tabel worden gemaakt van minimaal vereiste uitkeringsperioden tussen de eerste en de laatste uitkering behorende bij elke leeftijd bij

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_13-007.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive



  •