archive-nl.com » NL » B » BELASTINGDIENSTPENSIOENSITE.NL

Total: 492

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Vraag & Antwoord 05-004 Vormvereisten voorwaarden levensloopregeling en levensloopverzekering
    004 d d 180913 Vraag Moet er in alle gevallen een schriftelijke levensloopregeling tussen werkgever en werknemer worden opgemaakt of mogen de voorwaarden ook worden opgenomen in de voorwaarden van de levenslooprekening of levensloopverzekering Antwoord In artikel 5 1 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 tekst 2011 is bepaald dat een levensloopregeling door werkgever en werknemer schriftelijk moet worden vastgelegd en welke gegevens en voorwaarden daarbij ten minste moeten worden opgenomen

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA%2005-004.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive


  • Vraag & Antwoord 05-003 Levensloopverlofkorting voor aanspraken opgebouwd in een verlofspaarregeling
    opgebouwd in een verlofspaarregeling Vraag Antwoord 05 003 d d 180913 Vraag Het saldo van een verlofspaarregeling wordt op grond van artikel 36a tweede lid van de Wet op de loonbelasting 1964 per 1 januari 2006 aangemerkt als een aanspraak opgebouwd ingevolge een levensloopregeling Bestaat er voor de jaren waarin het saldo van de verlofspaarregeling is opgebouwd ook recht op de levensloopverlofkorting Antwoord Nee voor de jaren waarin het saldo

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA%2005-003.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Vraag & Antwoord 13-003 RVU - Reorganisaties; vrijwillige fase, plaatsmakers- of remplaçantenregelingen
    vermeld heeft de inspecteur te weinig gegevens om een beschikking met een inhoudelijke beslissing te kunnen geven De voorgelegde regeling is namelijk te onbepaald om deze te kunnen toetsen aan artikel 32ba zesde lid van de Wet LB hierna te noemen het RVU artikel en het beleidsbesluit van 8 december 2005 nr DGB2005 6722M hierna te noemen het kwalitatieve besluit Artikel 32ba zesde lid Wet LB Artikel 32ba zesde lid van de Wet LB maakt geen onderscheid tussen collectieve en individuele regelingen Toepassing van het zesde lid is evenmin afhankelijk van de eenzijdige intentie van de werkgever of de werknemer Het gaat immers om het doel van de regeling of een deel daarvan zoals die tot stand is gekomen tussen beide partijen Het kwalitatieve besluit Het kwalitatieve besluit introduceert ten behoeve van de praktijk voor collectieve ontslagen wegens reorganisatie een collectieve beoordeling van het RVU karakter van de ontslagregelingen Collectieve ontslagen bij reorganisaties mogen niet leeftijdsafhankelijk zijn wil de werkgever gevrijwaard blijven van de eindheffing van het RVU artikel over de ontslaguitkeringen of loondoorbetalingen Aan de hand van objectieve criteria moet worden beoordeeld of sprake is van leeftijdsafhankelijkheid of niet In het besluit worden het afspiegelingsbeginsel en het lifo systeem genoemd als voorbeelden van criteria waarbij niet de intentie bestaat ouderen met het oog op vervroegd uittreden te ontslaan Bij collectieve regelingen gaat het dus volgens het besluit om de intentie van de werkgever zoals die uit de feiten blijkt Als een werkgever bij een reorganisatie met vertegenwoordigers van de werknemers een aan de fase van gedwongen ontslag voorafgaande vrijwillige fase of een plaatsmakers of remplaçantenregeling overeenkomt kan niet van tevoren worden vastgesteld of het collectieve ontslag leeftijdsafhankelijk is of niet Partijen nemen afstand van de objectieve criteria en brengen een subjectief criterium in de regeling te weten de intentie van de werknemer s Daarbij speelt de veel voorkomende wens van oudere werknemers om met een goede ontslagregeling vervroegd te kunnen stoppen met werken een rol Dat zal in deze casus des te sterker spelen doordat de ontslagregeling voor ouderen gunstiger is dan voor jongeren Doordat er geen objectief criterium voor het ontslag aanwezig is is het kwalitatieve besluit voor zover dat betrekking heeft op collectieve ontslagen niet van toepassing Het gedeelte van het kwalitatieve besluit dat betrekking heeft op individuele ontslagen is evenwel ook niet van toepassing omdat dat gedeelte van het besluit ziet op ontslagen van werknemers door werkgevers op objectieve niet leeftijdsafhankelijke gronden zoals disfunctioneren onenigheid over het gevoerde beleid of onverenigbaarheid van karakters In het onderhavige Sociaal Plan is het juist de werknemer die zelf als vrijwilliger of remplaçant ontslag neemt om hem moverende redenen Zie ook V A 11 032 Conclusie uitsluitend artikel 32ba zesde lid Wet LB is van toepassing De conclusie uit het voorgaande is dat het kwalitatieve besluit niet van toepassing is De toepassing van de RVU heffing hangt daardoor uitsluitend af van de tekst van het RVU artikel zelf Dat betekent dat niet de reden voor het ontslag maar het nagenoeg

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_13-003.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Vraag & Antwoord 12-009 VUT-regeling en compenseren verhoging AOW-leeftijd
    de VUT uitkeringen uiterlijk moeten eindigen bij het bereiken van de 65 jarige leeftijd Deze voorwaarde beperkt de mogelijkheden om de AOW maatregelen te compenseren in de VUT regeling Compensatie voor verschuiving van de ingangsdatum van de AOW naar de 65e verjaardag De voorwaarden van artikel 18i Wet LB tekst 2004 laten alleen compensatie van het verschuiven van de AOW ingangsdatum naar de 65ste verjaardag toe De VUT regeling mag voorzien een tijdsevenredige laatste VUT uitkering in de maand waarin de VUT gerechtigde de 65 jarige leeftijd bereikt Hiermee kan compensatie geboden worden voor de in die maand over de periode voorafgaand aan de 65ste verjaardag nog niet ontvangen AOW uitkering Wel moet hierbij worden gelet op een eventuele samenloop van de voortgezette VUT uitkering met de uitkeringen van het ouderdomspensioen Indien het ouderdomspensioen ingaat op de eerste dag van de maand waarin de 65 jarige leeftijd wordt bereikt mag de voortgezette VUT uitkering in het algemeen alleen voorzien in een compensatie van de vóór de 65ste verjaardag nog niet ontvangen AOW uitkering Bij het in die situatie voortzetten van de volledige VUT uitkering tot de 65ste verjaardag bestaat de niet te verwaarlozen kans dat de VUT uitkering door de samenloop met het ouderdomspensioen hoger is dan hetgeen naar maatschappelijke opvattingen redelijk moet worden geacht De VUT regeling voldoet dan niet meer aan de voorwaarden van artikel 18i van de Wet LB tekst 2004 Compensatie voor verschuiving van de ingangsdatum van de AOW tot een datum na de 65e verjaardag Het is fiscaal niet toegestaan om het verschuiven van de ingangsdatum van de AOW uitkering naar een datum gelegen na de 65ste verjaardag te compenseren in de VUT regeling In dat geval eindigen de VUT uitkeringen immers niet meer uiterlijk bij het bereiken van de 65 jarige leeftijd De VUT

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_12-009.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Vraag & Antwoord 12-007 Pensioen eigen beheer voor DGA met aandelen zonder stemrecht
    LB bepaalt dat alleen een pensioenovereenkomst voor een directeur grootaandeelhouder in eigen beheer kan worden uitgevoerd Het begrip directeur grootaandeelhouder moet daarbij worden opgevat overeenkomstig artikel 1 van de Pensioenwet Na het invoeren van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv recht 31 058 en Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv recht 32 426 per 1 oktober 2012 luidt de definitie van een directeur grootaandeelhouder in artikel 1 van de Pensioenwet directeur grootaandeelhouder persoonlijk houder van aandelen welke ten minste een tiende deel van het geplaatste kapitaal van de vennootschap van de werkgever vertegenwoordigen en waaraan stemrecht in de algemene vergadering is verbonden indirect persoonlijk houder van aandelen welke ten minste een tiende deel van het geplaatste kapitaal van de vennootschap van de werkgever vertegenwoordigen en waaraan stemrecht in de algemene vergadering is verbonden of houder van certificaten van aandelen uitgegeven door tussenkomst van een administratiekantoor waarvan hij voor ten minste een tiende deel in het bestuur vertegenwoordigd is welke ten minste een tiende deel van het geplaatste kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen en aan welke aandelen stemrecht in de algemene vergadering is verbonden Indien de DGA niet aan deze voorwaarden voldoet is het binnen de wettelijke fiscale voorwaarden niet mogelijk om

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_12-007.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Vraag & Antwoord 12-008 Pensioen/stamrecht eigen beheer en terugbetalen aandelenkapitaal of uitkeren dividend
    van de BV van belang Er moet voldoende vermogen in de BV achterblijven om het pensioen en of stamrecht op de korte en lange termijn volledig te kunnen uitbetalen Voor deze toets moeten alle activa en passiva van de BV dus inclusief de pensioen en of stamrechtverplichting gewaardeerd worden op de werkelijke waarde in het economische verkeer De waarde van de pensioen en of stamrechtverplichting is minimaal gelijk aan de koopsom die aan een professionele verzekeringsmaatschappij betaald zou moeten worden voor het onderbrengen van die verplichting zie ook onderdeel A van het besluit Waarderingsaspecten van pensioenen en lijfrenten besluit van 3 juli 2008 nr CPP2008 447M Bij het vaststellen van de waarde moet onder meer rekening worden gehouden met een toegekende indexatie van de pensioen en of stamrechtuitkeringen Indien het risico van vooroverlijden deel uit maakt van de door de BV uitgevoerde pensioen en of stamrechtovereenkomst dient hier rekening mee gehouden te worden voor het minimaal in de BV achter te blijven vermogen Onder het risico van vooroverlijden wordt verstaan het risico dat de BV aan de partner en of kinderen uitkeringen moet doen bij het overlijden van de DGA vóór de reguliere ingangsdatum van de uitkeringen zoals opgenomen in de pensioen of stamrechtovereenkomst Indien het vooroverlijden zich daadwerkelijk voordoet is het op de balans van de BV voor het pensioen of stamrecht gereserveerde bedrag fors lager dan de werkelijke contante waarde van de toekomstige uitkeringen aan de partner en of kinderen Dit doet zich zowel voor bij een pensioen of stamrechtverplichting op basis van de fiscale waarderingsregels als bij een verplichting op basis van de door professionele verzekeringsmaatschappijen gehanteerde tarieven In de door professionele verzekeringsmaatschappijen gehanteerde tarieven wordt rekening gehouden met het risico van vooroverlijden op basis van de uit de gehanteerde overlevingstafels voortvloeiende statistische kansen op overlijden Indien

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_12-008.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • HANDREIKING GEDERFD OF TE DERVEN LOON
    na de reguliere pensioendatum De oudedagsvoorziening is immers zelf een loon of inkomensvervangende voorziening net als het stamrecht De Wet LB bevat voor alle oudedagsvoorzieningen een meer of minder uitgebreid stelsel van voorwaarden voor de fiscaal gefacilieerde toekenning en opbouw daarvan zie de hoofdstukken IIB en VIII van de Wet LB Het ligt dan niet voor de hand te veronderstellen dat het de bedoeling van diezelfde wetgever is geweest dat die regelingen daarnaast al dan niet onbeperkt zouden kunnen worden aangevuld met of zelfs vervangen door stamrechten Daarmee zouden de voorwaarden voor de opbouw van inkomensvoorzieningen bij ouderdom immers rechtstreeks worden ondergraven Het toekennen van een stamrecht voor het te derven loon na de reguliere pensioendatum is dus in strijd met de bedoeling van de wetgever Dit uitgangspunt is ook in lijn met onderdeel 3º van het stamrechtartikel een stamrechtaanspraak kan niet een niet meer vrijgestelde pensioenaanspraak vervangen 2 1 3 Hoge Raad 19 oktober 1988 nr 24 957 LJN ZC3923 Ook uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat stamrechten niet kunnen worden toegekend als pensioenvervangende of aanvullende voorzieningen Zie het arrest van de Hoge Raad van 19 oktober 1988 nr 24 597 LJN ZC3923 In overweging 6 2 van dit arrest onderzoekt de Hoge Raad uitsluitend of een betaling voor een aanspraak op een periodieke uitkering na de reguliere ingangsdatum van een regeling voor ouderdomspensioen een pensioenaanspraak is of niet De Hoge Raad onderzoekt niet of de betaling een vrijgestelde betaling kan zijn op grond van het stamrechtartikel Dit in tegenstelling tot overweging 6 1 waarin de Hoge Raad vaststelt dat de vervanging van wat eerst een pensioenaanspraak was zeer wel een stamrecht kan opleveren in de zin van het stamrechtartikel 2 Hieruit blijkt dat de Hoge Raad van oordeel is dat het stamrechtartikel niet geldt voor een rechtstreekse vervanging bij voorbaat van het na de reguliere pensioendatum te derven loon Daarvoor gelden alleen de wettelijke regels voor ouderdomspensioenen Er is geen reden om te veronderstellen dat de Hoge Raad anders zou oordelen in geval van een anderssoortige ouderdomsvoorziening VUT prepensioen e d 2 De wetgever heeft deze kennelijk ongewenste vervanging nadien onmogelijk gemaakt door de opname van onderdeel 3º in het stamrechtartikel 2 1 4 Pensioenwet Nederland kent een hoge mate van bescherming van oudedagsvoorzieningen Die bescherming is neergelegd in de Pensioenwet Ook in die wet worden allerlei voorwaarden en regels gesteld voor deze voorzieningen Ook met het oog op de Pensioenwet is het daarom niet logisch te veronderstellen dat de wetgever de bedoeling zou hebben gehad dat die wet gemakkelijk zou kunnen worden omzeild door middel van toekenning van stamrechten die zich ook uitstrekken over perioden van inkomensderving en vormen van oudedagsvoorziening waarop de Pensioenwet betrekking heeft 2 1 5 Uitstel van de ingangsdatum van een stamrecht Het is niet in strijd met het bovenstaande dat het stamrechtartikel de mogelijkheid biedt om de stamrechtuitkeringen pas op 65 jarige leeftijd in te laten gaan De wetgever heeft ten tijde van de invoering van deze bepaling slechts beoogd te bewilligen dat de ingangsdatum van een stamrecht tot die leeftijd mocht worden uitgesteld Daardoor kan een stamrecht dat wordt toegekend wegens het loon dat de werknemer in de periode tot de reguliere pensioendatum derft weliswaar feitelijk worden gebruikt als aanvulling op het pensioen maar dit betekent niet dat een stamrecht ook mag worden toegekend als aanvulling op een al dan niet te laag geachte oudedagsvoorziening De uitstelmogelijkheid wijzigt niet het oorspronkelijke doel en karakter van het stamrecht voorziening voor loonderving in de periode tot de reguliere pensioendatum Het ligt voor de hand dat de wetgever de uitstelmogelijkheid tot 65 jaar heeft opgenomen om ex werknemers niet te dwingen tot een directe opname van stamrechtuitkeringen met name in die gevallen waarin de ex werknemer na het ontslag over een andere inkomensbron nen beschikt Die andere bronnen staan immers zie onderdeel 2 1 in een objectieve benadering niet in de weg aan de toekenning van het stamrecht 2 1 6 De aangewezen weg inhaal inkoop voortzetting of optimalisatie van pre pensioen of VUT regeling De aangewezen weg om bij ontslag in het zicht van of na de pensioendatum nog een inkomensvoorziening te treffen is het prepensioen en of het ouderdomspensioen zelf aan te vullen door middel van een aanvullende pensioenovereenkomst die valt binnen de grenzen van Hoofdstuk IIB of Hoofdstuk VIII van de Wet LB De aanvulling dient ook te voldoen aan de eisen van de Pensioenwet Met zo n aanvulling kan bijvoorbeeld een inhaal tot aan de fiscale grenzen worden gepleegd in geval van een fiscaal niet optimale opbouw in de bestaande pensioenovereenkomst Voorts is wellicht een aanvullende inkoop mogelijk over dienstjaren bij een vorige werkgever Een dergelijke inkoop zal moeten passen binnen de voorwaarden van artikel 10a van het UBLB 1965 Een inkoop van gemiste pensioenopbouw over jaren waarin de werknemer in het geheel niet in dienstbetrekking werkzaam is geweest is echter niet mogelijk Voor deze gemiste jaren is de werknemer aangewezen op het lijfrenteregime in de inkomstenbelasting Een derde mogelijkheid is voortzetting van de pensioenopbouw na het ontslag Zie artikel 10a eerste lid onderdeel c van het UBLB 1965 Ten slotte kunnen werknemers die zijn geboren vóór 1950 en die op 31 december 2004 al een VUT regeling hadden die VUT voorziening laten optimaliseren De VUT regeling moet dan wel blijven voldoen aan de voorwaarden van artikel 38c van de Wet LB 2 2 Begrip loon in te derven loon De vergoeding voor het te derven loon in de zin van het stamrechtartikel bestaat in de praktijk vaak uit twee componenten een vergoeding voor te derven inkomen of loon in enge zin hierna inkomensschade en pensioenschade Voor beide componenten geldt onverkort dat ze alleen kunnen worden ondergebracht in een stamrecht als de werknemer wordt ontslagen vóór de reguliere pensioendatum De twee componenten worden toegelicht in de onderdelen 2 2 2 en 2 2 3 In onderdeel 2 2 1 komen echter eerst enige looncomponenten aan de orde die niet in een stamrecht thuishoren 2 2 1 Geen inverdiende looncomponenten Looncomponenten die op grond van de arbeidsovereenkomst reeds zijn inverdiend door de verrichte arbeid behoren niet tot het te derven loon Deze componenten moeten dus uit de ontslagvergoeding worden geëlimineerd bij de vaststelling van de hoogte van de stamrechtvrijstelling Ze kunnen ook niet worden omgezet in een stamrechtaanspraak Zie Hoge Raad 22 juli 1988 nr 24 944 LJN ZC3880 Voorbeelden van dit soort componenten zijn vakantiegeld tantièmes provisies e d niet opgenomen vakantiedagen naar evenredigheid bepaalde diensttijduitkeringen Voor alle inverdiende looncomponenten geldt dat ze direct op grond van de arbeidsovereenkomst vorderbaar moeten zijn of worden bij het ontslag hetzij op grond van de reeds verrichte arbeid hetzij op grond van het ontslag zelf Schadevergoedingen voor looncomponenten die nog niet vorderbaar zijn geworden door de verrichte arbeid of door het ontslag kunnen wel worden opgenomen in de stamrechtvrijstelling Enige voorbeelden Een schadevergoeding voor het door het ontslag derven van een toekomstige diensttijduitkering die niet naar rato vorderbaar is geworden door datzelfde ontslag Een schadevergoeding voor het door het ontslag derven van loon uit aandelenoptierechten als bedoeld in artikel 10a van de Wet LB De vergoeding mag dan evenwel niet opkomen ingevolge het eerste lid van dat artikel Zie onderdeel 3º van het stamrechtartikel Twee voorbeelden ter verduidelijking Gegevens De uitoefenperiode van een optierecht is nog niet aangebroken Partijen zijn overeengekomen dat bij een voortijdig ontslag in dat geval de optierechten vervallen Het ontslag vindt inderdaad voortijdig plaats vóór de uitoefenperiode De werknemer ontvangt in eerste instantie niets terzake van dit verval Hij stapt naar de rechter Deze kent hem een schadevergoeding toe wegens het verval van de optierechten Uitwerking Deze schadevergoeding kan worden ondergebracht in een stamrecht Artikel 10a van de Wet LB is niet van toepassing er is geen sprake van uitoefening of vervreemding ook niet in de zin van lid 4 van het artikel Gegevens De uitoefenperiode van een optierecht is nog niet aangebroken Partijen zijn overeengekomen dat in geval van een voortijdig ontslag de optierechten vervallen Het ontslag vindt inderdaad voortijdig plaats vóór de uitoefenperiode Tijdens de onderhandelingen vóór het daadwerkelijk ontslag komen partijen in een vaststellingsovereenkomst nader overeen dat de optierechten niet vervallen maar dat ze direct kunnen worden uitgeoefend Op hetzelfde moment verkoopt de werknemer de aandelen terug aan de werkgever tegen de op dat moment geldende waarde bij uitoefening Uitwerking Het voordeel dat de werknemer geniet vloeit voort uit de uitoefening van de optierechten in de zin van artikel 10a eerste lid van de Wet LB De werknemer kan de te ontvangen koopsom daarom niet vervangen door of omzetten in een stamrecht De conclusie zou hetzelfde zijn als partijen zouden hebben besloten dat de optierechten niet vervallen maar worden terugverkocht aan de werkgever In dat geval is immers sprake van een vervreemding in de zin van artikel 10a eerste lid van de Wet LB Directe belastbaarheid van de tegenprestatie voor de uitoefening of de vervreemding is in dit geval ook logisch de gerealiseerde waarde van de opties is op het moment van ontslag inverdiend door de tot dan toe verrichte arbeid en niet zoals bij voorbeeld a mede door toekomstig te verrichte arbeid die komt te ontbreken door het ontslag Een schadevergoeding voor het door het ontslag derven van loon als gevolg van het niet in acht nemen van de geldende opzegtermijn Ook als partijen de schadevergoeding exact vaststellen op het loon dat zou zijn genoten indien die termijn wel zou zijn aangehouden is dat nog steeds een schadevergoeding wegens te derven loon Zie artikel 7 680 eerste lid van het BW Hieraan doet niet af dat de opzegtermijn eventueel opgenomen kan zijn in een arbeidscontract Het is een recht op loon dat nog moet worden inverdiend door arbeid die komt te ontbreken Kan die arbeid als gevolg van het ontslag niet meer worden verricht dan is civielrechtelijk automatisch sprake van een schadevergoeding en niet van loon Zie ook Hoge Raad 5 maart 1980 nr 19 671 Uit dit arrest blijkt dat de kern van het onderscheid tussen inverdiend civielrechtelijk loon en schadevergoeding gelegen is in het antwoord op de vraag of de bate kan worden toegerekend aan de periode vóór of na de beëindiging van de dienstbetrekking De toepassing van de stamrechtvrijstelling sluit hierbij aan Een schadevergoeding die de werkgever aan de werknemer toekent vanwege het feit dat de ontslagen werknemer zich na het ontslag moet houden aan een non concurrentiebeding Daardoor kan de werknemer objectief gezien minder gemakkelijk inkomen verdienen Het is dus een schadevergoeding voor te derven loon die kan worden opgenomen in een stamrecht Als echter de vergoeding het karakter heeft van een alsnog uitbetaalde blijfpremie voor de periode tot het ontslag is sprake van gewoon loon dat wordt toegerekend aan de periode dat de dienstbetrekking nog bestond In dat geval kan de vergoeding dus niet worden opgenomen in een stamrecht 2 2 2 Inkomensschade Wetstechnisch zou het het meest zuiver zijn om onder het begrip te derven loon in het stamrechtartikel te verstaan het fiscale loon van artikel 10 en 11 van de Wet LB In de praktijk die is bevestigd door de jurisprudentie geldt echter bij inkomensschade het civielrechtelijk overeengekomen brutoloon als het te derven loon Ook deze benadering stemt overeen met het objectieve karakter van het begrip te derven loon min of meer toevallige fluctuaties in het fiscale loon als gevolg van subjectieve beslissingen van de werknemer bijvoorbeeld omtrent deelname aan een bijspaarregeling voor zijn pensioen beïnvloeden op deze wijze niet de omvang van het stamrecht Hetzelfde geldt voor de omvang van andere van het fiscale loon aftrekbare premies verplichte pensioenpremies sociale verzekeringspremies e d Strikt genomen zouden omzettingen van belast loon in een vrije vergoeding of verstrekking in het kader van een cafetariaregeling niet moeten behoren tot de inkomensschade het civielrechtelijk loon is immers net als het fiscale loon omlaag gegaan door de omzetting Er is civielrechtelijk loon inkomen omgezet in een vergoeding of verstrekking Daarmee zou het begrip te derven loon toch weer een subjectief element krijgen en zou de hoogte van de stamrechtvrijstelling afhankelijk kunnen worden van de toevallige beslissing van de werknemer in het kader van een cafetariaregeling in het jaar van ontslag Dat is niet evenwichtig en bovendien strijdig met de objectieve benadering van het begrip te derven loon Een redelijke wetsuitleg houdt daarom in dat omzettingen als hier bedoeld bij de vaststelling van de hoogte van het te derven loon buiten beschouwing kunnen blijven Voorwaarde hierbij is wel dat de omzettingen blijven voldoen aan onderdeel 4 van het besluit van 9 september 2010 nr DGB2010 2733M Stcrt nr 14304 Er zij nogmaals op gewezen dat alleen inkomensschade die betrekking heeft op de periode tot aan de reguliere pensioendatum in een stamrecht kan worden ondergebracht 2 2 3 Pensioenschade De belastingrechter heeft geoordeeld dat de doorbetaling door de ex werkgever van pensioenpremies na ontslag deelt in de stamrechtvrijstelling Zie Hof s Gravenhage 19 januari 1972 nr 9 1971 M II LJN AY4370 In de praktijk wordt sindsdien onder de stamrechtvrijstelling begrepen een compensatie voor het wegvallen van de betaling van de werkgeverspremies voor alle vormen van oudedagsvoorziening tot aan de datum waarop deze betaling zou zijn voortgezet bij een normale voortzetting van de dienstbetrekking tot aan de reguliere pensioendatum Deze praktijk is en wordt voortgezet ondanks het feit dat verdedigbaar is dat dit uitgangspunt in strijd is met het arrest van de Hoge Raad van 19 oktober 1988 nr 24 957 LJN ZC3923 Daaruit blijkt immers dat de opbouw van een oudedagsvoorziening niet via een stamrecht kan plaatsvinden rechtsoverweging 6 2 Het uitgangspunt van Hof s Gravenhage spoort wel met het civielrechtelijke karakter van het begrip loon in te derven loon Civielrechtelijk behoort een pensioenaanspraak immers tot het loon dit in tegenstelling tot een pensioenuitkering Pensioenschade kan alleen in een stamrecht worden ondergebracht voorzover die schade betrekking heeft op de te derven doorbetaling van werkgeverspremies tot aan de reguliere pensioendatum In sommige pensioenregelingen is daarnaast bij pensionering op de reguliere pensioendatum ook voortgezette opbouw van het ouderdomspensioen door middel van werkgeverspremies mogelijk over de VUT of prepensioenperiode daarna Het kan dan voorkomen dat werknemers die doorbetaling van werkgeverspremies na de reguliere pensioendatum gaan missen als gevolg van hun ontslag vóór de reguliere pensioendatum Ook die te derven doorbetaling na de reguliere pensioendatum mag bij de berekening van de pensioenschade worden meegenomen Het gaat immers om de te derven opbouw van het ouderdomspensioen zoals die in de beëindigde dienstbetrekking zou hebben plaatsgevonden bij een normale voortzetting van die dienstbetrekking tot aan de VUT of prepensioendatum inclusief een normale opbouw tijdens die VUT of prepensioenperiode na die datum Er moet ook bij pensioenschade wel altijd sprake zijn van ontslag vóór de reguliere pensioendatum Wordt iemand na de reguliere pensioendatum ontslagen dan kan objectief bezien immers geen sprake zijn van enige pensioenschade en terzijde evenmin van enige inkomensschade zie onderdeel 2 2 2 die in een stamrecht kan worden ondergebracht Bij ontslag na de reguliere pensioendatum kan een inkomensvoorziening alleen worden getroffen via een verbetering van de bestaande pensioenaanspraken binnen de grenzen van de hoofdstukken IIB en VIII van de Wet LB of via het lijfrenteregime in de inkomstenbelasting Zie onderdeel 2 1 6 De maatstaf voor de te derven pensioenopbouw is de te derven werkgeverspremie voor de onderscheiden pensioensoorten De waarde van de gemiste aanspraken dient immers op grond van artikel 3 12 eerste lid van de URLB 2011 te worden gesteld op de bedragen die gestort zouden moeten worden om de aanspraken te dekken Het gaat dus om de werkgeverspremies die bij de bestaande pensioen of VUT uitvoerder s van de in de bestaande dienstbetrekking van kracht zijnde pensioen of VUT regeling zouden worden gestort als de dienstbetrekking tot de reguliere pensioendatum zou worden voortgezet Als gevolg van het ontslag vóór die datum zullen zij niet daadwerkelijk worden gestort Deze derving mag onder de hiervoor vermelde voorwaarden worden vergoed via het stamrecht Bij het voorgaande kunnen 2 opmerkingen worden geplaatst Geen vergoeding voor werknemerspremies voor pensioen De reden dat in het voorgaande alleen is gesproken over de werkgeverspremies is gelegen in de veronderstelling dat naast de pensioenschade ook de inkomensschade is vergoed In die inkomensschade is doorgaans ook een vergoeding opgenomen voor de werknemerspremies voor het ouderdomspensioen Uitgangspunt voor de berekening van de inkomensschade is immers het bruto loon Daar zit die vergoeding al in Het is dan niet juist om deze compensatie bij de berekening van de pensioenschade nogmaals mee te nemen Maatstaf voor de pensioenschade de te derven werkgeverspremies bij de pensioenuitvoerder van de pensioenregeling uit de dienstbetrekking Het is niet juist om de waarde van de na het ontslag te derven pensioenaanspraken te berekenen aan de hand van een offerte van een verzekeringsmaatschappij voor een storting van een hogere koopsom voor een stamrecht berekend aan de hand van het verschil tussen de contante waarde van de pensioenuitkeringen bij voortzetting van het dienstverband en de contante waarde van de pensioenuitkeringen bij ontslag In dat geval is sprake van het treffen van een oudedagsvoorziening buiten de regels van de hoofdstukken IIB en VIII van de Wet LB om zie ook de onderdelen 2 1 2 en 2 1 3 hiervóór Een stamrecht dient immers mede voor het te derven loon in de vorm van te derven opbouw van pensioenaanspraken bij een normale voortzetting van de dienstbetrekking tot aan de reguliere pensioendatum niet voor het te derven loon in de vorm van te derven pensioenuitkeringen na die datum Daarnaast omvat een dergelijke offerte vaak ook de te derven pensioenuitkeringen die bij voortzetting van de dienstbetrekking zouden voortvloeien uit gestorte werknemerspremies Die werknemerspremies worden echter doorgaans al in het stamrecht vergoed via de component voor inkomensschade Er is dan sprake van een dubbele vergoeding Zie opmerking 1 2 3 De stamrechtruimte Partijen hoeven de ontslagvergoeding niet uitdrukkelijk te baseren op een exacte berekening van de inkomens en pensioenschade Een subjectieve ongespecificeerde of via onderhandelingen vastgestelde invulling van het begrip te derven loon is toegestaan mits de omvang van de schadevergoeding niet uitgaat boven de objectief vast te stellen stamrechtruimte Dit is het maximale bedrag dat

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/HANDREIKING%20GEDERFD%20OF%20TE%20DERVEN%20LOON.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • V&A 08-023 Stamrechtovereenkomst - Een door de rechter toegekende ontslagvergoeding
    vorm van een stamrecht Blijft in dat geval de mogelijkheid openstaan dat de gewezen werknemer zijn ontslagvergoeding geniet in de vorm van een vrijgesteld stamrecht of wordt de in de uitspraak opgenomen ontslagvergoeding geacht te zijn genoten Antwoord Opmerking vooraf Waar in dit V A wordt gesproken over stamrechten dienen daaronder mede te worden begrepen stamrechtspaarrekeningen en stamrechtbeleggingsrechten in de zin van artikel 11a van de Wet LB In de

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_08-023.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive



  •