archive-nl.com » NL » B » BELASTINGDIENSTPENSIOENSITE.NL

Total: 492

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Besluit Vaststelling marktrente (besluit van 9-12-2011, nr. BLKB2011/2437M, Stcrt. 2011, 23247)
    marktrente opgenomen percentages worden gebruikt voor alle situaties waarin aan het einde van een boekjaar de contante waarde van renteloze verplichtingen moet worden bepaald 3 Formule De rente die in de bijlage onder het kopje marktrente is opgenomen wordt vastgesteld met inachtneming van de volgende regels De marktrente voor maanden vanaf 1 januari 2004 wordt gebaseerd op het U rendement zoals dat maandelijks wordt gepubliceerd door het Verbond van Verzekeraars Centrum voor Verzekeringsstatistiek De marktrente wordt per kalendermaand vastgesteld op het laagste van het maandelijkse U rendement van de desbetreffende maand en van de acht voorafgaande kalendermaanden naar beneden afgerond op één cijfer achter de komma waarbij het in enige maand toe te passen percentage niet meer dan één punt hoger zal zijn dan het percentage van diezelfde maand in het daaraan voorafgaande jaar Voor de waardering kan worden uitgegaan van de marktrente van de maand waarin het boekjaar eindigt 4 Jaarlijkse aanvulling gegevens Het ligt in mijn bedoeling jaarlijks door middel van een besluit de gegevens in de bij dit besluit behorende bijlage aan te vullen 5 Ingetrokken regeling Het besluit van 14 december 2010 nr DGB2010 7052M is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit 6 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dagtekening van het besluit Dit besluit zal met de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst Den Haag 9 december 2011 De staatssecretaris van Financiën F H H Weekers BIJLAGE OVERZICHT U RENDEMENTEN EN MARKTRENTEN jaar maand U rendement marktrente jaar maand U rendement marktrente 2004 januari 4 06 3 3 2005 januari 3 59 3 5 februari 4 06 3 3 februari 3 47 3 4 maart 3 99 3 6 maart 3 37 3 3 april 3 83 3 8 april 3 38 3 3 mei 3 77 3 7 mei 3 37 3 3 juni 3 80 3 7 juni 3 30 3 3 juli 3 93 3 7 juli 3 15 3 1 augustus 4 01 3 7 augustus 3 02 3 0 september 4 00 3 7 september 2 99 2 9 oktober 3 93 3 7 oktober 2 98 2 9 november 3 85 3 7 november 3 03 2 9 december 3 73 3 7 december 3 12 2 9 2006 januari 3 22 2 9 2007 januari 3 74 3 5 februari 3 26 2 9 februari 3 83 3 7 maart 3 28 2 9 maart 3 93 3 7 april 3 35 2 9 april 4 00 3 7 mei 3 55 2 9 mei 4 05 3 7 juni 3 72 2 9 juni 4 12 3 7 juli 3 84 3 0 juli 4 32 3 7 augustus 3 89 3 1 augustus 4 47 3 7 september 3 88 3 2 september 4 51 3 7 oktober 3 85 3 2 oktober 4 41 3 8 november 3 79 3

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20BLKB2011-2437M%20Marktrentebesluit%20091211%29.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive


  • Besluit Vaststelling marktrente (besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/7052M, Stcrt. 2010, 20503)
    van de acht voorafgaande kalendermaanden naar beneden afgerond op één cijfer achter de komma waarbij het in enige maand toe te passen percentage niet meer dan één punt hoger zal zijn dan het percentage van diezelfde maand in het daaraan voorafgaande jaar Voor de waardering kan worden uitgegaan van de marktrente van de maand waarin het boekjaar eindigt 3 Jaarlijkse aanvulling gegevens Het ligt in mijn bedoeling jaarlijks door middel van een besluit de gegevens in de bij dit besluit behorende bijlage aan te vullen 4 Ingetrokken regeling Het besluit van 11 december 2009 nr CPP2009 2348M is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit 5 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dagtekening van het besluit Dit besluit zal met de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst Den Haag 14 december 2010 De staatssecretaris van Financiën F H H Weekers BIJLAGE OVERZICHT U RENDEMENTEN EN MARKTRENTEN jaar maand cbs rendement marktrente jaar maand cbs rendement marktrente 2004 januari 4 06 3 3 2005 januari 3 59 3 5 februari 4 06 3 3 februari 3 47 3 4 maart 3 99 3 6 maart 3 37 3 3 april 3 83 3 8 april 3 38 3 3 mei 3 77 3 7 mei 3 37 3 3 juni 3 80 3 7 juni 3 30 3 3 juli 3 93 3 7 juli 3 15 3 1 augustus 4 01 3 7 augustus 3 02 3 0 september 4 00 3 7 september 2 99 2 9 oktober 3 93 3 7 oktober 2 98 2 9 november 3 85 3 7 november 3 03 2 9 december 3 73 3 7 december 3 12

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20DGB2010-7052M%20%28Marktrentebesluit%20141210%29.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit Pensioenen; beschikbare-premieregelingen en premie- en kapitaalovereenkomsten (Beleidsbesluit van 21 december 2009, nr. CPP2009/1487M, Staatscourant 2009, 20523)
    met 19 4 0 4 8 5 5 5 8 20 tot en met 24 4 5 5 5 6 3 6 9 25 tot en met 29 5 5 6 7 7 6 8 3 30 tot en met 34 6 7 8 2 9 1 9 7 35 tot en met 39 8 2 9 9 11 0 11 6 40 tot en met 44 10 0 12 1 13 3 14 0 45 tot en met 49 12 3 14 9 16 1 16 9 50 tot en met 54 15 1 18 3 19 5 20 3 55 tot en met 59 18 6 22 6 23 6 24 4 60 tot en met 64 23 3 28 4 28 9 29 2 Tabel 3 Leeftijdsklassen tot 65 jaar Percentage van de pensioengrondslag opbouw gericht op 2 15 per dienstjaar bij middelloonstelsel OP OP en uitgesteld opgebouwd PP OP en direct ingaand opgebouwd PP OP en direct ingaand bereikbaar PP 15 tot en met 19 4 1 5 0 5 8 6 1 20 tot en met 24 4 8 5 8 6 6 7 2 25 tot en met 29 5 8 7 0 7 9 8 7 30 tot en met 34 7 1 8 5 9 6 10 2 35 tot en met 39 8 6 10 4 11 6 12 2 40 tot en met 44 10 5 12 7 14 0 14 6 45 tot en met 49 12 8 15 6 16 9 17 7 50 tot en met 54 15 8 19 2 20 4 21 3 55 tot en met 59 19 5 23 7 24 8 25 6 60 tot en met 64 24 4 29 8 30 3 30 6 2 Uitgangspunten Bij de staffels gelden de volgende uitgangspunten De staffels gelden voor beschikbare premies voor de opbouw van aanspraken op ouderdomspensioen en eventueel PP circa 70 van het OP De staffels zijn gebaseerd op een maximale opbouw van ouderdomspensioen volgens het middelloonstelsel De staffels van tabel 1 zijn dan ook gericht op de voor een middelloonregeling geldende maximale opbouw van 2 25 per dienstjaar Deze staffels zijn daarmee gericht op een opbouw gedurende 35 jaar die leidt tot een pensioen dat vergelijkbaar is met een pensioen op basis van het eindloonstelsel Laatstgenoemd pensioen bedraagt na 35 jaar opbouw maximaal 70 van het eindloon De tabellen 2 en 3 zijn van toepassing als partijen gebruik maken van artikel 10aa van het UBLB Tabel 2 geldt bij een opbouw op basis van 2 05 middelloon en tabel 3 bij een opbouw op basis van 2 15 middelloon Beide opbouwpercentages zijn gebaseerd op artikel 10aa van het UBLB De bij tabel 1 te hanteren pensioengrondslag is gelijk aan het pensioengevend loon minus ten minste de minimale franchise van 10 7 x de AOW uitkering voor een gehuwde Voor de tabellen 2 en 3 is de te hanteren grondslag gelijk aan het pensioengevend loon verminderd met ten minste de franchisebedragen genoemd in artikel 10aa van het UBLB Bij de vaststelling van de premies in de drie laatste kolommen van de staffels is rekening gehouden met de omstandigheid dat voor partnerpensioen een lagere franchise geldt dan voor ouderdomspensioen Dit vloeit voort uit het feit dat het partnerpensioen is uitgedrukt in een percentage van 70 van het ouderdomspensioen De premies zijn uitgedrukt in percentages van de pensioengrondslag De staffels gaan uit van een mannelijke werknemer met een vrouwelijke partner die 3 jaar jonger is De gehanteerde overlevingstafel is GBM GBV 2000 2005 De leeftijdscorrecties zijn werknemer 5 en partner 6 De rekenrente is 4 De intredeleeftijd is bij toepassing van de staffels niet van belang De premies voor de klasse van 15 tot en met 19 jaar zijn gebaseerd op een leeftijd van 18 jaar dit in afwijking van het wettelijk uitgangspunt van artikel 18a derde lid onderdeel a van de Wet LB Dat voorschrift gaat uit van de gemiddelde leeftijd in elke klasse De afwijking vloeit voort uit het feit dat een toetredingsleeftijd tot een pensioenregeling in de praktijk veelal minimaal 18 jaar is 3 Toelichting op het gebruik van de staffels De eerste kolom met premiepercentages kolom OP geldt als de werkgever aan de werknemer uitsluitend een ouderdomspensioen heeft toegezegd De tweede kolom met premiepercentages kolom OP en uitgesteld opgebouwd PP geldt als de werkgever aan de werknemer een ouderdomspensioen heeft toegezegd tezamen met een uitgesteld tijdsevenredig opgebouwd partnerpensioen Het partnerpensioen bedraagt 70 van het tijdsevenredig opgebouwde ouderdomspensioen Uitgesteld betekent in dit verband dat de uitkeringen van het partnerpensioen ingaan na het overlijden van de werknemer op of na de pensioendatum De derde kolom met premiepercentages kolom OP en direct ingaand opgebouwd PP geldt als de werkgever aan de werknemer een ouderdomspensioen heeft toegezegd tezamen met een direct ingaand tijdsevenredig opgebouwd partnerpensioen ter grootte van 70 van dat ouderdomspensioen Direct ingaand betekent in dit verband dat de uitkeringen van het partnerpensioen ingaan na het overlijden van de werknemer ongeacht op welk moment dat plaatsvindt De laatste kolom met premiepercentages kolom OP en direct ingaand bereikbaar PP geldt als de werkgever aan de werknemer een ouderdomspensioen heeft toegezegd tezamen met een direct ingaand op de pensioendatum bereikbaar partnerpensioen In dit geval zal een deel van het partnerpensioen op risicobasis verzekerd moeten zijn voor het geval dat de werknemer overlijdt vóór de pensioendatum Partijen kunnen deze staffel niet gebruiken bij werknemers voor wie geen partnerpensioen op risicobasis is verzekerd 4 Voorwaarden en bijzonderheden Collectief en individueel De staffels zijn collectief en individueel toepasbaar Incidentele beloning Als de AOW franchise geheel is verwerkt bij de berekening van de pensioengrondslag uit het structurele loon kunnen partijen de premiepercentages rechtstreeks toepassen op incidentele beloningen Bij een gedeeltelijke verwerking van de franchise dient men het nog niet in aanmerking genomen deel hiervan te verrekenen bij de pensioenopbouw over het incidentele loon Op risicobasis verzekerd partnerpensioen Partijen kunnen de beschikbare premies uit kolom 4 OP en direct ingaand bereikbaar PP alleen hanteren als de pensioenverzekeraar de premies voor de risicoverzekering daadwerkelijk onttrekt aan de ontvangen premie of aan de beleggingswaarde van de pensioenverzekering Op deze wijze wordt voorkomen dat deze premies ten onrechte worden gebruikt voor opbouw van het ouderdomspensioen Immers alleen een opgebouwd partnerpensioen is beschikbaar voor een eventuele ruil voor ouderdomspensioen Opslag voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid In de premies uit de staffels is geen opslag verwerkt voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Partijen kunnen de premies uit de staffel verhogen met de werkelijke premie voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Deze risicopremies kunnen partijen niet aanwenden voor hogere aanspraken op ouderdoms of partnerpensioen Arbeidsongeschiktheids en nabestaandenoverbruggingspensioen Partijen kunnen de premies uit de staffels verhogen met premies voor een arbeidsongeschiktheidspensioen of een nabestaandenoverbruggingspensioen Uiteraard moeten zij deze risico s dan ook daadwerkelijk voor die premies verzekeren Ook deze risicopremies kunnen partijen niet aanwenden voor hogere aanspraken op ouderdoms of partnerpensioen Kostenopslag In de staffels is geen kostenopslag verwerkt of premie voor de verzekering van de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Partijen kunnen de werkelijke kosten of premie afzonderlijk in rekening brengen De vergoeding voor kosten of premie kunnen partijen niet aanwenden voor hogere aanspraken op ouderdoms of partnerpensioen Gelijkblijvende premie percentage s Bij een beschikbare premieregeling mag de premie voor alle werknemers worden uitgedrukt in een vast bedrag of een vast percentage van de pensioengrondslag Hierbij mogen partijen voor de beoordeling van het vaste bedrag of het vaste percentage uitgaan van de premie voor de leeftijdsklasse 20 tot en met 24 jarigen Als de jongste werknemer 25 jaar of ouder is is de premie ten hoogste gelijk aan de premie voor de leeftijdsklasse waartoe de jongste werknemer behoort Overlevingstafels De berekening van de staffels is gebaseerd op de recent gepubliceerde overlevingstafels GBM GBV 2000 2005 met leeftijdsverlagingen van 5 jaar voor mannen en 6 jaar voor vrouwen Partijen mogen deze staffels hanteren als de pensioenverzekeraar een levensverzekeringsmaatschappij is die binnen de pensioenverzekering uitgaat van individuele tarieven Met individueel tarief wordt hier bedoeld het tarief dat de verzekeraar in individuele gevallen hanteert Als de pensioenverzekeraar en de werkgever na onderhandelingen een collectief tarief zijn overeengekomen waarbij men uitgaat van lichtere sterftegrondslagen moet de werkgever de beschikbare premiepercentages dienovereenkomstig verlagen Leeftijd Pensioen wordt tijdsevenredig opgebouwd Partijen mogen voor de opbouw in een maand en voor de premie over een deel van die maand uitgaan van de leeftijd van de werknemer aan het einde van de maand Inhaal van niet gebruikte premieruimte Een pensioenregeling kan de mogelijkheid bieden om de in een jaar niet gebruikte beschikbare premieruimte in een later jaar in te halen De niet gebruikte premieruimte moet dan in euro s worden vastgesteld Werkgever en werknemer mogen die premie in enig later jaar alsnog storten De werknemer mist dan het rendement over de inhaalpremie dat in de tussenliggende jaren had kunnen worden behaald Daarom mogen partijen de inhaalpremie vermenigvuldigen met een samengestelde intrestfactor van 1 04 voor elk jaar gelegen tussen het einde van het in te halen jaar en de aanvang van het jaar waarin de inhaal plaatsvindt De Belastingdienst heeft voor de inhaal van niet gebruikte premieruimte een handreiking op zijn site gepubliceerd Zie www belastingdienstpensioensite nl Eigen beheer De staffels zijn niet of niet zonder meer toepasbaar als het pensioen geheel of gedeeltelijk is verzekerd bij een lichaam als bedoeld in artikel 19a eerste lid onderdeel d van de Wet LB eigen beheer In dat geval geldt immers artikel 10c van het UBLB Dat artikel geeft bijzondere regels voor onder meer het partnerpensioen Lager ambitieniveau Als partijen in de pensioenregeling lagere ambitieniveaus zijn overeengekomen dan de fiscale maxima die gelden voor middelloonregelingen moeten zij de premiepercentages uit de staffels evenredig daarmee verlagen BIJLAGE II AANWIJZING ALS BEDOELD IN ONDERDEEL 4 3 Kapitaalovereenkomsten alsmede premieovereenkomsten waarbij de premie direct wordt omgezet in een aanspraak op kapitaal Voorwaarden en bijzonderheden Pensioenwet De pensioenregeling is een kapitaalovereenkomst dan wel een premieovereenkomst in de zin van artikel 10 van de PW De regeling kent daartoe een bepaling waaruit blijkt dat het te verzekeren kapitaal de pensioentoezegging is De pensioenpremie wordt bepaald door het verzekerde kapitaal Ingeval sprake is van een premieovereenkomst dan wordt de premie direct omgezet in een aanspraak op kapitaal Op de pensioendatum koopt de pensioengerechtigde met het kapitaal pensioenuitkeringen aan Te verzekeren pensioenkapitaal Het verzekerde pensioenkapitaal op de pensioendatum is ten hoogste gebaseerd op een kapitaal dat nodig is voor een in 35 jaar op te bouwen ouderdomspensioen van 70 van het eindloon inclusief inbouw van de AOW Bij de berekening van het pensioenkapitaal gaan partijen ten hoogste uit van een pensioen op basis van het pensioengevend loon van het desbetreffende jaar Als het kapitaal wordt verhoogd als gevolg van salarisverhogingen komt dit tot uiting in toekomstige premies In afwijking van de uitgangspunten van 18a derde lid van de Wet LB sluit de opbouw derhalve aan bij de feitelijke loopbaanontwikkeling Als in de financiering van de tijdsevenredige rechten een in de PW niet toegestane achterstand ontstaat kan voor de geconstateerde achterstand op dat moment een koopsom worden gestort Na storting van de koopsom zal de premie met inachtneming van de overige voorwaarden van dit besluit opnieuw vastgesteld moeten worden Partijen gaan voor de berekening van het benodigde kapitaal uit van niet geïndexeerde pensioenuitkeringen Partijen rekenen met een tarief op basis van een nettorendement na pensioeningangsdatum van ten minste 4 Partijen houden rekening met de bijgeschreven winstdeling Het inbouwen van het winstrecht kan ertoe leiden dat een premieverlaging nodig is De premie kan daarbij dalen tot nihil Een premieverlaging kan achterwege blijven als partijen voldoen aan de volgende twee voorwaarden In de regeling heeft men de bepaling opgenomen dat partijen de overwaarde op de pensioeningangsdatum zo veel mogelijk zullen aanwenden voor indexatie van het uit te keren pensioen Het verzekerde kapitaal is inclusief de reeds bijgeschreven winstdeling niet hoger dan het kapitaal dat nodig is voor een fiscaal maximaal geïndexeerd pensioen Hiertoe zullen partijen het kapitaal jaarlijks moeten toetsen Uitgangspunt voor deze toetsing zijn de tarieven van de verzekeraar op de beoordelingsdatum Om grote schommelingen bij deze toetsing te voorkomen mogen partijen hierbij een marktrente hanteren van maximaal 6 en een indexatie van maximaal 3 Als uit de jaarlijkse berekening blijkt dat het kapitaal inclusief de reeds bijgeschreven winstdeling hoger is dan overeenstemt met de berekende koopsom moeten partijen het verzekerde kapitaal verlagen Dit kan betekenen dat men in dat geval ook de premie moet verlagen De Belastingdienst heeft op zijn site een voorbeeld gepubliceerd van deze toetsing voor een aantal opeenvolgende jaren Zie www belastingdienstpensioensite nl Als op de pensioendatum ondanks de indexatie en of de verlaging van de premies een overwaarde in de verzekering aanwezig is wordt het meerdere uitgekeerd in een uitkering ineens op de voet van artikel 18a negende lid van de Wet LB Gelijkblijvende premies Partijen mogen afwijken van het wettelijke uitgangspunt van artikel 18a derde lid van de Wet LB dat sprake moet zijn van leeftijdsafhankelijke premies Er mogen gelijkblijvende premies worden overeengekomen Partijen mogen voor de berekening van de gelijkblijvende premie in de opbouwfase uitgaan van het geldende tarief voor kapitaalverzekeringen Partnerpensioen op opbouwbasis Partijen kunnen naast de opbouw van een ouderdomspensioen ook de opbouw van een partnerpensioen zijn overeengekomen Zij kunnen in dat geval het beoogde pensioenkapitaal op de pensioeningangsdatum mede baseren op een in 35 jaar op te bouwen partnerpensioen van 49 van het eindloon inclusief inbouw van de AOW Partnerpensioen op risicobasis Bij de berekening van het kapitaal dat nodig is voor het partnerpensioen bij overlijden van de werknemer vóór de pensioendatum mogen partijen afwijken van de in onderdeel b opgenomen voorschriften Zij mogen dan het te verzekeren kapitaal bij overlijden vóór de pensioendatum berekenen op basis van de markttarieven voor een direct ingaand levenslang vast nageïndexeerd partnerpensioen BIJLAGE III AANWIJZING ALS BEDOELD IN ONDERDEEL 5 1 Regelingen met een premieovereenkomst waarbij de premie direct wordt omgezet in een aanspraak op een uitkering Voorwaarden en bijzonderheden bij de aanwijzing De regeling behelst een premieovereenkomst in de zin van artikel 10 van de PW waarbij de premie direct wordt omgezet in een aanspraak op een uitkering De beschikbare premie wordt actuarieel vastgesteld per leeftijdsklasse van ten hoogste vijf jaren en wordt afgestemd op de gemiddelde leeftijd in de klasse De beschikbare premie is ten hoogste gelijk aan de premie die bij de verzekeraar of het pensioenfonds gestort moet worden voor de opbouw van een middelloonpensioen binnen de kaders van Hoofdstuk IIB van de Wet LB Een met de pensioenverzekering behaald overrendement kan alleen worden aangewend voor een fiscaal maximaal toegestane indexatie van het pensioen In de pensioenregeling wordt bepaald dat het pensioen inclusief de toegekende indexatie zowel per jaar als in totaal niet uit gaat boven een fiscaal maximaal geïndexeerd middelloonpensioen binnen de kaders van hoofdstuk IIB van de Wet LB Een na het eventueel toekennen van de indexatie in de verzekering aanwezige overwaarde vervalt aan de pensioenuitvoerder In afwijking van voorwaarden b en c kan de premie ook worden bepaald op basis van een gelijkblijvende premie dan wel een door de pensioenuitvoerder gehanteerde doorsneepremie In dat geval moeten partijen de pensioenaanspraken van de werknemer bij beëindiging van de deelneming in de pensioenregeling bepalen op basis van het ingekochte middelloonrecht en niet op basis van de beschikbaar gestelde premie BIJLAGE IV AANWIJZING ALS BEDOELD IN ONDERDEEL 6 1 Regelingen met een premieovereenkomst gericht op een fiscaal maximaal middelloonpensioen Voorwaarden en bijzonderheden bij de aanwijzing De regeling behelst een premieovereenkomst in de zin van artikel 10 van de PW gericht op een fiscaal maximaal middelloonpensioen De beschikbare premie wordt actuarieel vastgesteld per leeftijdsklasse van ten hoogste vijf jaren en wordt afgestemd op de gemiddelde leeftijd in de klasse De regeling is maximaal gericht op een middelloonpensioen binnen de kaders van hoofdstuk IIB van de Wet LB De beschikbare premie wordt berekend met een rekenrente van minimaal 3 en de te verwachten inflatie wordt op nihil gesteld Een met de ingelegde premies behaald overrendement kan alleen worden aangewend voor een fiscaal maximaal toegestane indexatie van het pensioen In de pensioenregeling is bepaald dat het pensioen inclusief de toegekende indexatie zowel per jaar als in totaal niet uitgaat boven een middelloonpensioen binnen de kaders van hoofdstuk IIB van de Wet LB Restuitkeringen in welke vorm dan ook zijn niet mogelijk Een na het vaststellen van het fiscaal maximale geïndexeerde middelloonpensioen nog resterend kapitaal vervalt aan de pensioenuitvoerder Uitkeringen als bedoeld in artikel 18a negende lid van de Wet LB zijn dus niet toegestaan De voorwaarden a tot en met d zijn uitgewerkt in navolgende staffels Leeftijdsklassen tot 65 jaar Percentage van de pensioengrondslag opbouw gericht op 2 25 per dienstjaar bij middelloonstelsel OP OP en uitgesteld opgebouwd PP OP en direct ingaand opgebouwd PP OP en direct ingaand bereikbaar PP 15 tot en met 19 7 4 9 2 10 4 10 8 20 tot en met 24 8 3 10 2 11 5 12 3 25 tot en met 29 9 6 11 8 13 2 14 2 30 tot en met 34 11 1 13 8 15 3 16 1 35 tot en met 39 12 9 16 0 17 6 18 4 40 tot en met 44 15 1 18 6 20 3 21 1 45 tot en met 49 17 5 21 7 23 4 24 4 50 tot en met 54 20 5 25 5 27 1 28 1 55 tot en met 59 24 2 30 1 31 4 32 3 60 tot en met 64 28 9 35 9 36 6 36 9 De berekeningsgrondslagen van deze staffels zijn afgezien van de rekenrente gelijk aan de berekeningsgrondslagen en voorwaarden van de staffels zoals opgenomen in bijlage I Deze staffels houden geen rekening met een opslag voor kosten en voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Er is sprake van netto staffels waarbij een rekenrente is gehanteerd van 3 In de staffels is geen kostenopslag verwerkt of premie voor de verzekering van de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Partijen kunnen de werkelijke kosten of premie afzonderlijk in rekening brengen De vergoeding voor kosten of premie kunnen partijen niet aanwenden voor hogere aanspraken op ouderdoms

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20BPS%20211209%20CPP2009-1487M.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit Vaststelling marktrente (besluit van 11 december 2009, nr. CPP2009/2348M, Stcrt. 2009, 19728)
    worden geplaatst Den Haag 11 december 2009 De Staatssecretaris van Financiën J C de Jager Bijlage Overzicht CBS rendementen U rendementen en marktrenten jaar maand cbs rendement marktrente jaar maand cbs rendement marktrente 1994 januari 5 43 5 1995 januari 7 53 6 februari 5 67 5 februari 7 35 6 maart 6 15 5 maart 7 14 6 april 6 35 5 april 6 87 6 mei 6 53 5 mei 6 63 6 juni 6 98 5 juni 6 54 6 juli 6 81 5 juli 6 60 6 augustus 7 02 5 augustus 6 47 6 september 7 37 5 september 6 25 6 oktober 7 43 5 oktober 6 22 6 november 7 40 6 november 5 94 5 december 7 44 6 december 5 70 5 1996 januari 5 45 5 1997 januari 5 21 5 februari 5 82 5 februari 5 01 5 maart 6 04 5 maart 5 23 5 april 5 88 5 april 5 34 5 mei 5 87 5 mei 5 26 5 juni 6 03 5 juni 5 20 5 juli 6 04 5 juli 5 10 5 augustus 5 85 5 augustus 5 27 5 september 5 67 5 september 5 24 5 oktober 5 41 5 oktober 5 32 5 november 5 36 5 november 5 33 5 december 5 36 5 december 5 12 5 1998 januari 4 88 4 8 1999 januari 3 71 3 7 februari 4 76 4 7 februari 3 84 3 7 maart 4 76 4 7 maart 4 01 3 7 april 4 84 4 7 april 3 81 3 7 mei 4 89 4 7 mei 3 92 3 7 juni 4 75 4 7 juni 4 26 3 7 juli 4 66 4 6 juli 4 58 3 7 augustus 4 44 4 4 augustus 4 83 3 7 september 4 16 4 1 september 4 98 3 7 oktober 4 15 4 1 oktober 5 28 3 8 november 4 17 4 1 november 5 04 3 8 december 3 91 3 9 december 5 12 3 8 2000 januari 5 46 3 9 2001 januari 4 87 4 8 februari 5 46 4 2 februari 4 88 4 8 maart 5 33 4 5 maart 4 79 4 7 april 5 24 4 7 april 4 91 4 7 mei 5 42 4 7 mei 5 09 4 7 juni 5 28 4 7 juni 5 01 4 7 juli 5 38 4 7 juli 5 00 4 7 augustus 5 37 4 7 augustus 4 81 4 7 september 5 40 4 7 september 4 72 4 7 oktober 5 34 4 8 oktober 4 51 4 5 november 5 30 4 8 november 4 36 4 3 december 5 02 4 8 december 4 62 4 3 2002 januari 4 75 4 3 2003 januari 3 85 3 8 februari 4 85 4 3 februari 3 67 3 6 maart 5 12 4 3

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20CPP2009-2348M%20%28Marktrentebesluit%20111209%29.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit Aftrek extra dotaties bij kortetermijnherstelplannen (besluit van 26 oktober 2009, nr. CPP2009/1227M, Staatscourant 2009, 16538)
    zake van de opgebouwde pensioenrechten nog premies of koopsommen aan het fonds zijn verschuldigd Dat betekent dat in die gevallen de wettelijke veronderstelling niet geldt dat bij een lagere rekenrente dan 4 sprake is van indexeringselementen Met betrekking tot het vormen van een voorziening voor nog te verrichten betalingen keur ik goed ter voorkoming van discussie over de hoogte van de waardering van de voorziening dat deze wordt gesteld op 50 van de contante waarde van de toekomstige betalingen Nader onderzoek naar de kans dat de betalingen daadwerkelijk moeten worden gedaan kan dan achterwege blijven Deze goedkeuring geldt uitsluitend in die gevallen waarin uit de financieringsovereenkomst blijkt hoe en in welke mate de werkgever kan worden verplicht tot het doen van extra dotaties in verband met onderdekking Voorbeeld In het kader van een kortetermijnherstelplan zal een werkgever 50 mln extra storten in het ondernemingspensioenfonds Dit plan is eind 2008 goedgekeurd door de Nederlandsche Bank Het bedrag is berekend tegen een rente van 2 5 De werkgever zal vijf jaarlijkse termijnen van 10 mln storten Hij betaalt vóór 1 juli 2009 10 mln en vormt voor het overige een voorziening De contante waarde van de nog te betalen bedragen is 36 mln Uitwerking Nu er niet volledig wordt betaald wordt de direct fiscaal aftrekbare betaling berekend tegen een rekenrente van 4 art 3 27 tweede lid jo art 3 28 Wet IB 2001 Doordat de pensioenlast is berekend tegen een rente lager dan 4 wordt verondersteld dat hierin lasten voor indexatie zijn opgenomen die niet direct in aftrek mogen komen De gevolgen zijn Van de betaalde 10 mln is na herrekening tegen 4 slechts 6 5 mln direct aftrekbaar De resterende 3 5 mln wordt geactiveerd en vormt pas in de toekomst een fiscale last De voorziening voor de toekomstige betalingen

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20Aftrek%20extra%20dotaties%20kortetermijnherstelplannen%20261009.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit Vaststelling marktrente (besluit van 16 december 2008, nr. CPP2008/2696M, Stcrt. 2009 nr. 1)
    dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dagtekening van het besluit Dit besluit zal met de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst Den Haag 16 december 2008 De staatssecretaris van Financiën namens deze De directeur generaal Belastingdienst drs M A Ruys Bijlage Overzicht CBS rendementen U rendementen en marktrenten jaar maand cbs rendement marktrente jaar maand cbs rendement marktrente 1994 januari 5 43 5 1995 januari 7 53 6 februari 5 67 5 februari 7 35 6 maart 6 15 5 maart 7 14 6 april 6 35 5 april 6 87 6 mei 6 53 5 mei 6 63 6 juni 6 98 5 juni 6 54 6 juli 6 81 5 juli 6 60 6 augustus 7 02 5 augustus 6 47 6 september 7 37 5 september 6 25 6 oktober 7 43 5 oktober 6 22 6 november 7 40 6 november 5 94 5 december 7 44 6 december 5 70 5 1996 januari 5 45 5 1997 januari 5 21 5 februari 5 82 5 februari 5 01 5 maart 6 04 5 maart 5 23 5 april 5 88 5 april 5 34 5 mei 5 87 5 mei 5 26 5 juni 6 03 5 juni 5 20 5 juli 6 04 5 juli 5 10 5 augustus 5 85 5 augustus 5 27 5 september 5 67 5 september 5 24 5 oktober 5 41 5 oktober 5 32 5 november 5 36 5 november 5 33 5 december 5 36 5 december 5 12 5 1998 januari 4 88 4 8 1999 januari 3 71 3 7 februari 4 76 4 7 februari 3 84 3 7 maart 4 76 4 7 maart 4 01 3 7 april 4 84 4 7 april 3 81 3 7 mei 4 89 4 7 mei 3 92 3 7 juni 4 75 4 7 juni 4 26 3 7 juli 4 66 4 6 juli 4 58 3 7 augustus 4 44 4 4 augustus 4 83 3 7 september 4 16 4 1 september 4 98 3 7 oktober 4 15 4 1 oktober 5 28 3 8 november 4 17 4 1 november 5 04 3 8 december 3 91 3 9 december 5 12 3 8 2000 januari 5 46 3 9 2001 januari 4 87 4 8 februari 5 46 4 2 februari 4 88 4 8 maart 5 33 4 5 maart 4 79 4 7 april 5 24 4 7 april 4 91 4 7 mei 5 42 4 7 mei 5 09 4 7 juni 5 28 4 7 juni 5 01 4 7 juli 5 38 4 7 juli 5 00 4 7 augustus 5 37 4 7 augustus 4 81 4 7 september 5 40 4 7 september 4 72 4 7 oktober 5 34 4 8 oktober 4 51 4 5 november 5 30 4 8 november 4 36 4 3 december 5 02

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20CPP2008-2696M%20%28Marktrentebesluit%20161208%29.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit Pensioenen: opbouw, eigen beheer en overgangsrecht. Stamrechten
    Werkgever en werknemer plegen hun pensioenafspraken afhankelijk te maken van het overeengekomen genoten bruto jaarsalaris in geld In de praktijk is dit jaarbedrag bij regelmatig genotensalaris het maand of 4 wekensalaris de peilmaand of peilperiode vermenigvuldigd met 12 of 13 en met een factor wegens vakantiegeld en of 13e maand Voor het begrip pensioengevend loon is echter uitgangspunt het fiscale loon zie artikel 10b eerste lid van het UBLB Uiteraard is het toegestaan om uit te gaan van een lager pensioengevend loon Waar in het vervolg sprake is van het pensioengevend loon bedoel ik het fiscaal maximaal aanvaardbare pensioengevend loon De wetgever bepaalt immers niet de hoogte van het feitelijk pensioengevend loon maar geeft alleen de fiscaal maximale grenzen daarvan aan 3 2 1 Loon in geld Het fiscale loon als uitgangspunt betekent dat ook loonbestanddelen die niet tot het overeengekomen salaris in geld maar wel tot het fiscale loon behoren tot het pensioengevend loon behoren Ik wijs hierbij met name op de vergoeding door de werkgever van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en de werkgeversbijdrage levensloopregeling voor werknemers die niet aan de levensloopregeling deelnemen Fictief loon als bedoeld in artikel 12a van de Wet LB hoort echter conform de bestaande praktijk niet tot het pensioengevend loon ook niet als dit naderhand alsnog tot uitbetaling komt 3 2 2 Niet in geld genoten loon Aanspraken en verstrekkingen die tot het loon behoren behoren tot het pensioengevend loon voor de waarde die op grond van de Wet LB tot het fiscale loon behoort Het ter zake van een ter beschikking gestelde auto tot het loon gerekende voordeel hoort echter niet tot het pensioengevend loon zie artikel 10b eerste lid eerste volzin van het UBLB Vrijgestelde aanspraken en verstrekkingenhoren niet tot het loon en daarom niet tot het pensioengevend loon Een voorbeeld van een dergelijk vrijgesteld loonbestanddeel is de aanspraak ingevolge een pensioenregeling of ingevolge een levensloopregeling 3 2 3 Vergoedingen en verstrekkingen Vrije vergoedingen en verstrekkingen behoren niet tot het loon Ze behoren daarom ook niet tot het pensioengevend loon Zie evenwel onderdeel 4 wat betreft vrije vergoedingen en verstrekkingen in het kader van een omruil van beloningsbestanddelen Een belaste kostenvergoeding of verstrekking behoort wel tot het pensioengevend loon 3 2 4 Ingehouden premies voor pensioen VUT werknemersverzekeringen en levensloopsparen Op het salaris ingehouden bijdragen of premies voor pensioen VUT werknemersverzekeringen en levensloopsparen behoren in het algemeen niet tot het loon zie artikel 11 eerste lid onderdeel j van de Wet LB Dit geldt zowel voor verplichte bijdragen of premies als voor bijdragen voor vrijwillige modules Op grond van het hiervoor uiteengezette wettelijke systeem zou dit betekenen dat deze premies en bijdragen ook niet tot het pensioengevend loon behoren De wetgever beoogde voor het pensioengevend loon evenwel in zijn algemeenheid aan te sluiten bij het loon in de zin van de Wet LB vóór de toepassing van de in artikel 11 van die wet toegestane inhoudingen zie Kamerstukken II 1997 98 26 020 nr 3 blz 31 Gelet hierop keur ik in overeenstemming met de bestaande praktijk op grond van artikel 63 van de AWR het volgende goed Goedkeuring Ik keur goed dat op het loon ingehouden bijdragen of premies voor pensioen VUT werknemersverzekeringen en de levensloopregeling tot het pensioengevend loon behoren De inhouding van deze premies en bijdragen leidt dus niet tot een verlaging van het pensioengevend loon 3 2 5 Eindheffingsbestanddelen Eindheffingsbestanddelen behoren op grond van de wetsystematiek tot het loon Voorwaarde is uiteraard wel dat de desbetreffende eindheffingsbestanddelen individualiseerbaar zijn Ook spaarloon behoort dus tot het pensioengevend loon 3 3 Pensioengevend loon voor de 100 toets in geval van niet regelmatig genoten loon Variabele loonbestanddelen behoren behalve in een eindloonstelsel zie artikel 10b tweede lid van het UBLB ook tot het pensioengevend loon Door het wegvallen of de afname van variabele loonbestanddelen aan het eind van de loopbaan kan het pensioengevend loon in die jaren lager zijn dan het pensioengevend loon in eerdere jaren Dit doet zich vooral voor bij een combinatie van pensioenstelsels binnen één dienstbetrekking waarbij het regelmatige loon de basis vormt voor een eindloonregeling De pensioenopbouw over de variabele delen gebeurt dan in een middelloonregeling of in een beschikbare premiesysteem In dergelijke situaties is een voortgezette pensioenopbouw niet altijd mogelijk als gevolg van de zogenoemde 100 grens zie artikel 18a vierde vijfde en zevende lid van de Wet LB Naar mijn oordeel is het redelijk om die gevolgen in deze situaties te matigen Daarom keur ik voor zover nodig op grond van artikel 63 van de AWR het volgende goed Goedkeuring Ik keur voor de hiervoor bedoelde situaties goed dat het pensioengevend loon bij de toetsing aan de zogenoemde 100 grens wordt verhoogd Deze verhoging bestaat ten hoogste uit het totaal van de variabele loonbestanddelen waarover in het verleden pensioen is opgebouwd gedeeld door de totale diensttijd Voorbeeld Gegevens combinatie van eindloonregeling EL basisregeling en middelloonregeling ML variabele beloningen in de regelingen vastgestelde ingangsdatum ouderdomspensioen OP 65 jaar vaste beloning 25 64 jaar 50 000 per jaar opbouw hierover via EL variabele beloning 25 54 jaar gemiddeld 25 000 per jaar opbouw hierover via ML geen toepassing demotieregeling het voorbeeld houdt omwille van de eenvoud geen rekening met de AOW franchise Uitwerking Leeftijden Soort regeling Opbouw OP 25 54 jr Basis EL 30 2 50 000 30 000 Variabel ML 30 2 25 25 000 16 875 54 64 jr Basis EL 10 2 50 000 10 000 Totaal OP 65 jaar 56 875 Pensioengevend loon op ingangsdatum zonder verhoging 50 000 Pensioengevend loon op ingangsdatum met verhoging 50 000 30 25 000 40 68 750 Dit voorbeeld laat zien dat de opbouw zonder verhoging van het pensioengevend loon al vóór het bereiken van de 65 jarige leeftijd had moeten stoppen wegens het bereiken van de 100 grens In dat geval dient men de uitkering te bevriezen of al vóór het bereiken van de 65 jarige leeftijd actuarieel gekort te laten ingaan Door de verhoging van het pensioengevend loon op ingangsdatum met 18 750 komt de toetsing aan de 100 grens in het voorbeeld pas aan de orde bij het bereiken van de pensioendatum van 65 jaar Het voorgaande betekent niet dat in de jaren waarin de variabele beloning is weggevallen of afgenomen opbouw over een hoger pensioengevend loon kan plaatsvinden dan het in dat jaar feitelijk genoten pensioengevend loon De maximale pensioenopbouw per jaar bedraagt in het bovenstaande voorbeeld gedurende die periode dus maximaal 2 50 000 1000 3 4 Pensioengevend loon bij demotie Bij het vaststellen van het pensioengevend loon mag een loonsverlaging als gevolg van het terugtreden naar een lager gekwalificeerde functie demotie buiten beschouwing blijven als deze plaatsvindt in de periode die aanvangt tien jaar direct voorafgaande aan de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum hierna tienjaarsperiode zie artikel 10b derde lid van het UBLB Dit betekent dat een verlaging van het loon in dit geval niet leidt tot een verlaging van het pensioengevend loon Het voorgaande geldt ook voor de periode na de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum Dit is van belang in het geval van uitstel van de ingangsdatum van het pensioen Het loon dat de werknemer genoot voor aanvang van de demotieperiode en dat uitgangspunt voor het pensioengevend loon blijft mag worden geïndexeerd met de loonindex in de bedrijfstak tijdens de demotieperiode Hierdoor ondervindt de werknemer geen nadeel voor wat betreft zijn pensioen als gevolg van de demotie Dit is in overeenstemming met doel en strekking van artikel 10b derde lid van het UBLB om oudere werknemers zo lang mogelijk aan het arbeidsproces deel te laten nemen Hierbij merk ik nog op dat hoewel in aansluiting op de wettekst het fiscale loon en niet het salaris uitgangspunt is voor het pensioengevend loon het geen bezwaar ontmoet als in aansluiting op de praktijk het loon in geld c q het privaatrechtelijk of publiekrechtelijk overeengekomen salaris uitgangspunt voor de indexatie is 3 5 Pensioengevend loon voor de 100 toets bij vermindering van de omvang van het dienstverband Bij een vermindering van de omvang van het dienstverband zal het totaal van de opgebouwde pensioenaanspraken in veel gevallen hoger zijn dan de fiscaal maximale pensioenaanspraak Dit is alleen anders in de situatie bedoeld in artikel 10a vierde lid van het UBLB wanneer de vermindering van werktijd plaatsvindt binnen 10 jaar voor de pensioendatum Als de overschrijding van de fiscaal maximale pensioenaanspraak alleen het gevolg is van het werken in deeltijd en gedurende de loopbaan de pensioenopbouw steeds fiscaal aanvaardbaar is geweest is deze uitkomst naar mijn oordeel niet gewenst en onredelijk Hierom keur ik op grond van artikel 63 van de AWR het volgende goed Goedkeuring Ik keur voor de toetsing aan de zogenoemde 100 grens goed dat in deze situaties het pensioengevend loon op de pensioendatum door middel van een gewogen deeltijdfactor wordt herrekend naar een hoger aanvaardbaar pensioengevend loon Het product van de gewogen deeltijdfactor en het naar een voltijdsalaris herrekende pensioengevend loon op de pensioendatum is dan het pensioengevend loon voor de toetsing van de hoogte van de fiscaal maximaal aanvaardbare pensioenaanspraken Voorbeeld Een werknemer werkt eerst 20 jaar voor 100 vervolgens 5 jaar voor 70 en de laatste 15 jaar voor 50 Het feitelijk pensioengevend loon op basis van 50 bedraagt op de pensioendatum 25 000 Uitwerking De gewogen deeltijdfactor bedraagt 20 40 100 5 40 70 15 40 50 50 8 75 18 75 77 50 Het voltijd pensioengevend loon op de pensioendatum zou 100 50 25 000 50 000 bedragen Het pensioengevend loon voor de 100 toets van art 18a zevende lid van de Wet LB bedraagt dan 77 50 50 000 38 750 3 6 Pensioengevend loon bij arbeidsongeschiktheid Bij het vaststellen van het pensioengevend loon mag een loonsverlaging buiten beschouwing blijven voor zover deze het gevolg is van ziekte of arbeidsongeschiktheid zie artikel 10b vierde lid van het UBLB Daarbij mag men het loon dat de arbeidsongeschikte genoot voor aanvang van de arbeidsongeschiktheid indexeren met de loonindex in de bedrijfstak tijdens de arbeidsongeschiktheidsperiode 3 7 Pensioengevend loon in perioden van verlof e d In bepaalde perioden van verlof e d die als diensttijd meetellen komt het voor dat een werknemer geen loon of een lager loon dan voorheen geniet Deze situatie kan zich voordoen in de in artikel 10a eerste lid onderdelen a c t m e en g van het UBLB bedoelde perioden van verlof VUT prepensioen of verzorging of perioden na ontslag Op grond van de parlementaire behandeling van de Wet fiscale behandeling van pensioenen zie Kamerstukken II 1997 98 26 020 nr 3 blz 30 31 mag in deze situatie echter worden uitgegaan van het voordien of direct na het verlof genoten loon Voor de vraag wanneer een periode van verlof meetelt als diensttijd verwijs ik naar onderdeel 2 2 van dit besluit 3 8 Bereikbaar pensioengevend loon Als de werknemer overlijdt vóór de pensioendatum mag voor het partner en wezenpensioen als uitgangspunt gelden het aantal dienstjaren dat de werknemer tot aan de pensioendatum had kunnen bereiken bereikbare dienstjaren en het bereikbaar pensioengevend loon Het bereikbaar pensioengevend loon is het pensioengevend loon dat de gewezen werknemer binnen de voor hem vastgestelde loopbaanontwikkeling had kunnen bereiken in de functie die door hem werd uitgeoefend Bij de vaststelling van het bereikbaar pensioengevend loon mag men voor de diensttijd vanaf het overlijden tot aan de pensioendatum die bij in leven zijn zou hebben gegolden rekening houden met naar redelijkheid te bepalen niet regelmatig genoten variabele loonbestanddelen Dit variabele loon kan men in ieder geval stellen op het gemiddelde variabele loon van de laatste 5 jaar voor het overlijden 4 Ruil van beloningsbestanddelen 4 1 Inleiding Hierna volgt een verduidelijking van het begrip pensioengevend loon bij toepassing van de zogenoemde cafetariaregelingen Dit zijn regelingen op grond waarvan een werknemer een keuze kan maken met betrekking tot de vorm van de te genieten beloning De keuzemogelijkheden doen zich voor in de vorm van geld verstrekkingen in natura kostenvergoedingen of vrije tijd De cafetariaregeling maakt een onderlinge ruil van deze vormen mogelijk Veel voorkomende keuzemogelijkheden zijn onder meer een fiets voor woon werkverkeer bepaalde kostenvergoedingen vrije dagen kinderopvang vergoeding van vakbondscontributies en aanvullingen op pensioenregelingen In mijn besluit van 7 december 2005 nr CPP2005 2518M heb ik met betrekking tot de realiteitswaarde van wijzigingen van beloningen al aangegeven aan welke voorwaarden een ruil moet voldoen om fiscaal erkenning te krijgen In dat besluit heb ik voorts vermeld dat een verlaging van het loon bij een dergelijke ruil in het algemeen gevolgen heeft voor de pensioengrondslag Betrokkenen dienen deze consequentie voor zover aanwezig gelet op de ter zake geldende regeling volgens genoemd besluit bewust te aanvaarden Als ik hierna het begrip vrije vergoeding vermeld bedoel ik daarmee ook een vrije verstrekking Het begrip verstrekking omvat ook een terbeschikkingstelling 4 2 Verlaging van het pensioengevend loon Een verlaging van het loon bij een ruil van beloningsbestanddelen moet in beginsel leiden tot een aanpassing van het pensioengevend loon Zo dient bijvoorbeeld een omzetting van loon in een vrije vergoeding in beginsel te leiden tot een verlaging van het pensioengevend loon omdat de vrije vergoeding niet tot het loon behoort Dit geldt ook als de omzetting plaatsvindt in een andere maand dan de peilmaand Het gebruik van een peilmaand geschiedt immers uit oogpunt van administratieve vereenvoudiging en kan niet het beginsel van een juiste pensioenmaatstaf opzij zetten Het voorgaande geldt ook bij een tijdelijke omzetting in het kader van een cafetariaregeling 4 3 Onder voorwaarden geen verlaging van het pensioengevend loon De onder 4 2 bedoelde verlagingen van het pensioengevend loon kunnen leiden tot omvangrijke en bewerkelijke administratieve aanpassingen bij inhoudingsplichtigen en pensioenuitvoerders Dit is extra bezwaarlijk bij tijdelijke omzettingen Bij een eindloonregeling heeft een dergelijke aanpassing van het pensioengevend loon bovendien ook slechts een tijdelijk effect als de werknemer na één of meer jaren weer zijn oorspronkelijke loon in geld gaat genieten Gelet hierop keur ik op grond van artikel 63 van de AWR het volgende goed Goedkeuring Ik keur voor alle soorten pensioenstelsels goed dat een op grond van onderdeel 4 2 geboden verlaging van het pensioengevend loon bij een verlaging van het loon achterwege blijft voorzover is voldaan aan de volgende voorwaarden Er is sprake van een schriftelijk vastgelegde regeling waaraan de deelname open staat voor ten minste driekwart van de werknemers die behoren tot een organisatorische of functionele eenheid van de inhoudingsplichtige Het betreft een regeling waarbij de verlaging van het fiscale loon tijdelijk is dus niet structureel De werknemer moet ten minste één keer per jaar de keuze hebben om de samenstelling van zijn beloning te wijzigen Het betreft de ruil van loon tegen uitsluitend een of meer van de volgende beloningsbestanddelen a vrije vergoedingen op grond van een ruil die voldoet aan de voorwaarden van mijn besluit van 7 december 2005 nr CPP2005 2518M b verminderingen van de arbeidstijd tot een maximum van 10 van de overeengekomen arbeidsduur 4 4 Nadere toelichting goedkeuring 4 4 1 Driekwart eis De voorwaarde dat de regeling open staat voor ten minste driekwart van de werknemers geldt voor elk beloningsbestanddeel als bedoeld in punt 3 van onderdeel 4 3 afzonderlijk Zo moet bijvoorbeeld een ruil van loon voor een verhuiskostenvergoeding in een cafetariaregeling in beginsel open staan voor ten minste driekwart van de werknemers Hieraan doet niet af dat een daadwerkelijke ruil alleen mogelijk is voorwerknemers die verhuizen 4 4 2 Vrije vergoedingen Tot de vrije vergoedingen bedoeld in onderdeel 4 3 onder punt 3a behoren vrije vergoedingen in verband met extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst extraterritoriale kosten als bedoeld in artikel 15a eerste lid onderdeel j van de Wet LB 4 4 3 Vermindering van arbeidstijd en deeltijd In onderdeel 4 3 is onder punt 3 de mogelijkheid opgenomen van vermindering van de arbeidstijd tot een maximum van 10 van de overeengekomen arbeidsduur Deze vermindering van arbeidstijd is niet hetzelfde als het werken in deeltijd waarop onderdeel 3 5 betrekking heeft 4 4 4 Gebruikelijk loon en cafetariaruimte Gelet op artikel 19 van de Wet LB mag het verschil tussen het in onderdeel 3 van dit besluit omschreven pensioengevend loon zonder toepassing van deze goedkeuring de grondslag en het verlaagde pensioengevend loon volgens onderdeel 4 2 niet meer bedragen dan 30 van de grondslag hierna te noemen de cafetariaruimte Voor werknemers die gebruik maken van de demotieregeling van artikel 10b derde lid van het UBLB geldt als grondslag niet het pensioengevend loon dat resulteert na toepassing van de demotieregeling maar het pensioengevend loon zoals dat zou gelden als artikel 10b derde lid van het UBLB geen toepassing zou vinden Voorts kan artikel 19 van de Wet LB in voorkomend geval de cafetariaruimte beperken als het gebruikelijke loon in de beroepsgroep van de werknemer hoger is dan zijn loon vóór toepassing van een cafetariaregeling In dat geval zou het verschil tussen het gebruikelijke loon en het feitelijk genoten loon na toepassing van een cafetariaregeling meer kunnen bedragen dan 30 van het gebruikelijke loon Artikel 19 voorkomt dit Op grond van dat artikel is er slechts ruimte voor deelname aan een cafetariaregeling zonder aanpassing van het pensioengevend loon voor zover dat systeem een feitelijk genoten loon oplevert dat niet lager is dan 70 van het in de beroepsgroep gebruikelijke loon Om de uitvoeringspraktijk niet onnodig te belasten met het toetsen van de hoogte van het gebruikelijke loon keur ik goed dat de inhoudingsplichtige er in de regel van uitgaat dat het gebruikelijke loon gelijk is aan het oorspronkelijke pensioengevend loon zoals omschreven in onderdeel 3 2 hoofdregel De gebruikelijkheidstoets zal dan ook doorgaans achterwege kunnen blijven Dit is slechts anders indien de werknemer tevens aanmerkelijk belanghouder is in de zin van artikel 12a van de Wet LB uitzondering Bij deze werknemers kan immers niet zonder meer worden aangenomen dat de vaststelling van de hoogte van het salaris op zakelijke gronden heeft plaatsgevonden Desgevraagd zal bij deze categorie werknemers bij de toepassing van onderdeel 4 3 dan ook aannemelijk moeten worden gemaakt dat het verschil tussen het gebruikelijke loon en het verlaagde pensioengevend loon zoals dit zou dienen

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20Pensioenen%20en%20stamrechten%20080908.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit Stamrechten; aanwijzing buitenlandse verzekeraars 7 januari 2008
    volgende besloten Dit besluit opent de mogelijkheid voor buitenlandse lichamen om zich aan te laten wijzen als verzekeraar van een stamrecht als bedoeld in artikel 11 eerste lid onderdeel g van de Wet op de loonbelasting 1964 Dit besluit loopt daarmee vooruit op een wetswijziging De Wet op de loonbelasting 1964 Wet LB sluit wat de toegelaten verzekeraars van stamrechten betreft grotendeels aan bij de toegelaten verzekeraars van pensioenen Zie artikel 11 eerste lid onderdeel g onder 2º van de Wet LB dat verwijst naar de pensioenverzekeraars van artikel 19a eerste lid onderdelen a b of d van de Wet LB Artikel 11 verwijst evenwel niet naar de buitenlandse lichamen die op grond van een aanwijzing van de minister kunnen optreden als pensioenverzekeraar Zie artikel 19a eerste lid onderdeel f van de Wet LB Ik acht dit verschil tussen verzekeraars van pensioenen en stamrechten niet wenselijk Vooruitlopend op wijziging van de wetgeving keur ik daarom het volgende goed Goedkeuring Ik keur goed dat in artikel 11 eerste lid onderdeel g onder 2º van de Wet LB de zinsnede artikel 19a eerste lid onderdelen a b of d wordt gelezen als artikel 19a eerste lid onderdelen a b d of f

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20Stamrechten%20aanwijzing%20buitenlandse%20verzekeraars%20070108.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive



  •