archive-nl.com » NL » B » BELASTINGDIENSTPENSIOENSITE.NL

Total: 492

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Besluit Vennootschapsbelasting. Subjectieve vrijstellingen (Artikel 5) 15 mei 2006
    toe dat de voordien in de vrijgestelde periode behaalde winst en ontstane stille reserves alsnog kunnen worden belast Dit is ook niet het geval indien aan die winst alsnog een andere bestemming wordt gegeven dan de oorspronkelijke statutaire bepalingen In de statuten van een voor 1 januari 1992 opgericht pensioenlichaam kan nog de bepaling zijn opgenomen dat voor statutenwijziging toestemming nodig is van de Minister van Financiën Voor sinds die datum niet langer vrijgestelde directie pensioenlichamen heeft deze bepaling zijn belang verloren Ik verleen door middel van dit besluit een generale toestemming voor de wijziging van de statuten van zodanige lichamen voor zover die toestemming volgens de te wijzigen statuten is vereist 3 3 Buitenlandse pensioenfondsen In het buitenland gevestigde pensioenfondsen die Nederlands inkomen genieten in de zin van artikel 3 van de Wet Vpb zijn op grond van artikel 5 eerste lid onderdeel b van de Wet Vpb subjectief vrijgesteld van de heffing van vennootschapsbelasting indien zij zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bezighouden met het verzorgen van uitkeringen krachtens een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding die naar aard en strekking overeenkomt met een Nederlandse pensioenregeling of regeling voor vervroegde uittreding in de zin van de wettelijke bepalingen van de loonbelasting Of de buitenlandse regeling naar aard en strekking overeenkomt met een Nederlandse regeling is ter beoordeling voorbehouden aan de bevoegde inspecteur Bij een daartoe strekkend verzoek worden in ieder geval de volgende stukken overgelegd Een verklaring van de bevoegde belastingautoriteit in het buitenland waaruit blijkt dat de buitenlandse regeling een gebruikelijke pensioenregeling is in het land waar het pensioenfonds is gevestigd Een kopie van de desbetreffende pensioenregeling Een verklaring van de bevoegde belastingautoriteit dat sprake is van een lichaam dat zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bezighoudt met het verzorgen van uitkeringen krachtens een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding 4 Activiteiten van instellingen van weldadigheid of algemeen nut 4 1 Gezondheidscentrum en huisartsendienstenstructuur huisartsenpost Een stichting Gezondheidscentrum zal in veel gevallen een verzameling van verschillende gezondheidsdiensten aanbieden waardoor een patiënt op één adres terecht kan voor gezondheidszorg Huisartsenposten zijn zorginstellingen die de avond nacht en weekenddiensten van de huisartsen regionaal organiseren De stichting Gezondheidscentrum zal veelal een onderneming drijven in de zin van artikel 2 eerste lid onderdeel d van de Wet Vpb behoudens die gevallen waarin slechts een accommodatie ter beschikking wordt gesteld Huisartsenposten zullen vaak op grond van hetzelfde artikel dan wel op basis van hun rechtsvorm een onderneming drijven De werkzaamheden van een stichting Gezondheidscentrum en een Huisartsenpost zullen in het algemeen aan te merken zijn als werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 5 eerste lid onderdeel c ten eerste van de Wet Vpb Een apotheek valt niet onder de omschrijving van deze bepaling omdat daarbij de werkzaamheden bestaan uit de verkoop van geneesmiddelen Indien een stichting Gezondheidscentrum of een Huisartsenpost op grond van haar statuten is aan te merken als instelling van weldadigheid of algemeen nut en ze verricht uitsluitend of nagenoeg uitsluitend de in artikel 5 eerste lid onderdeel c ten eerste

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20Vennootschapsbelasting.%20Subjectieve%20vrijstellingen%20150506.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive


  • Besluit Aansprakelijkheid verzekeraars in verband met een inkomensvoorziening, een arbeids- of beroepspensioen, een loonbelastingstamrecht of een kapitaalverzekering eigen woning
    van emigratie De verzekeraar van een kapitaalverzekering eigen woning als bedoeld in artikel 3 116 van de Wet IB 2001 die geacht wordt tot uitkering te zijn gekomen als gevolg van emigratie van de verzekeringnemer dan wel de onherroepelijk begunstigde is aansprakelijk voor de ter zake verschuldigde belasting art 44c van de Invorderingswet Heffingsrente kan vanaf 1 januari 2006 niet meer worden berekend met betrekking tot inkomstenbelasting ter zake van te conserveren inkomen als bedoeld in artikel 2 8 tweede lid van de Wet IB 2001 artikel 30f eerste lid tweede volzin Algemene wet inzake rijksbelastingen 3 Mededeling aansprakelijkheid De verzekeraar die op grond van de artikelen 44a 44b of 44c van de Invorderingswet 1990 aansprakelijk wordt dient daarover zo snel mogelijk te worden geïnformeerd De inspecteur vermeldt daarbij het maximale bedrag waarvoor de verzekeraar aansprakelijk is De aansprakelijkheid is nooit hoger dan de waarde van de aanspraak in het economische verkeer Indien jaarlijks een aangepaste conserverende aanslag aan de belastingplichtige moet worden opgelegd bijvoorbeeld nadat een overgang van een lijfrenteverplichting naar een niet in Nederland gevestigde verzekeraar heeft plaatsgevonden artikel 3 133 Wet IB 2001 wordt de verzekeraar van de jaarlijkse wijziging van de hoogte van het bedrag waarvoor hij aansprakelijk is steeds op de hoogte gesteld De inspecteur maakt voor de kennisgeving gebruik van de bij dit besluit opgenomen modelbrieven Hij bewaart een afschrift van de kennisgeving en de eventuele wijzigingen daarop in het entiteitendossier van de belastingplichtige 4 Uitvoering aansprakelijkstelling De ontvanger zal zich in beginsel eerst trachten te verhalen op vermogensbestanddelen van de belastingschuldige voordat hij overgaat tot formele aansprakelijkstelling van de verzekeraar De aansprakelijkstelling vindt in ieder geval niet eerder plaats dan nadat de belastingschuldige in gebreke is hetgeen het geval is wanneer de belastingschuld niet voldaan is binnen de voor de aanslag geldende betalingstermijn of bij toepassing van artikel 10 van de Invorderingswet 1990 terstond 5 Verzoek tot vrijwaring Het komt regelmatig voor dat verzekeraars in verband met een handeling door de verzekeringnemer een verzoek tot vrijwaring van aansprakelijkheid aan de Belastingdienst richten Pas nadat de ter zake van de handeling bij voorbeeld afkoop door de verzekeringnemer belastingplichtige verschuldigde belasting inclusief revisierente is voldaan en de desbetreffende aanslag onherroepelijk vaststaat kan vrijwaring worden verleend aan de desbetreffende verzekeringsmaatschappij 6 Vervallen grensbedrag aansprakelijkheid Tot 1 januari 2003 was in hoofdstuk VI artikel 49 paragraaf 2 3 van de Leidraad Invordering 1990 laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 21 december 2005 nr CPP 2005 2807M Stcrt 2005 252 geregeld dat behoudens bijzondere omstandigheden geen aansprakelijkstelling volgt als de aansprakelijkheidsschuld een bedrag van 1 134 niet overtreft Nadien is deze grens ook niet langer gehandhaafd in art 44a van de Leidraad Het voorgaande brengt met zich mee dat een verzekeraar ongeacht de hoogte van het verschuldigde bedrag aan belasting en revisierente een schriftelijke mededeling kan krijgen van het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid bestaat alsmede formeel aansprakelijk kan worden gesteld door de ontvanger indien deze de noodzaak daartoe aanwezig acht 7 Overgangsrecht Met betrekking tot een recht op periodieke

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit_Aansprakelijkheid_verzekeraars_310306.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit zakelijkheid pensioenregeling directeur-grootaandeelhouder
    beoordeling van de kosten van de extra aanspraken moet worden uitgegaan van de onvoorwaardelijk toegekende aanspraken Als de kosten van de extra aanspraken te hoog zijn is sprake van onzakelijke lasten en veelal tevens van een uitdeling Onzakelijkheid heeft tot gevolg dat de kosten van het onzakelijke deel van de aanspraak voor de werkgever niet aftrekbaar zijn Als tevens sprake is van een uitdeling wordt de waarde in het economische verkeer van het onzakelijke deel van die aanspraak bij de digra aangemerkt als in het jaar van toekenning genoten inkomen uit aanmerkelijk belang in de zin van hoofdstuk 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Wet IB 2001 Voorzover de aanspraak voortvloeit uit de aandeelhoudersrelatie en door de werkgever in eigen beheer wordt gehouden of wordt verzekerd bij een ander lichaam als bedoeld in artikel 3 92 Wet IB 2001 gaat deze over naar het vermogen waarmee resultaat uit overige werkzaamheden in de zin van dit artikel wordt behaald Indien de als onzakelijk aangemerkte aanspraken nadien worden verhoogd ingevolge een eindloontoezegging of een voorwaardelijke indexatie dienen de daarmee samenhangende backservicelasten eveneens als een onzakelijke last te worden aangemerkt Als bij de toekenning sprake is van een uitdeling geldt dit ook voor de latere verhoging van de aanspraken De latere backservicelasten vloeien immers voort uit een als onzakelijk aangemerkte inkoop deze lasten komen echter eerst tot uitdrukking in het jaar waarin de verhogingen zich voordoen Voor de goede orde merk ik op dat als de pensioenverplichting in eigen beheer wordt gehouden de jaarlijkse oprenting van dit onzakelijke deel van de verplichting in beginsel onder de werking van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting valt De in eigen beheer gehouden pensioenverplichting vormt voor het onzakelijke deel daarvan een bijzondere vorm van een schuldig gebleven dividenduitkering in de zin van dit artikel Goedkeuring Om te voorkomen dat bij elke inkoop waarvan de kosten direct of indirect voor rekening van de werkgever komen de zakelijkheid moet worden getoetst keur ik goed dat als in het jaar van inkoop de extra ingekochte diensttijd niet meer bedraagt dan de pensioengevende diensttijd in dat jaar zelf nader onderzoek naar de zakelijke overwegingen in deze gevallen achterwege kan blijven Die zakelijke overwegingen worden verondersteld aanwezig te zijn Deze goedkeuring geldt alleen als de totale arbeidsbeloning overigens dus exclusief de kosten van de extra pensioentoezegging als zakelijk kan worden aangemerkt 3 Premiebetalingen aan pensioenlichamen 3 1 Algemeen Onder de in artikel 19a eerste lid onderdeel d juncto artikel 19a tweede lid van de Wet LB opgenomen voorwaarden is het toegestaan dat de pensioentoezegging aan de digra door de werkgever in eigen beheer wordt gehouden of wordt verzekerd bij een ander in het eerste lid onderdeel d bedoeld lichaam hierna het pensioenlichaam Bij betalingen aan een met de werkgever of de digra gelieerd pensioenlichaam zal de inspecteur het zakelijke karakter van de overeenkomst tussen de werkgever en het pensioenlichaam aan een beoordeling onderwerpen De aan het pensioenlichaam verschuldigde premies dienen gebaseerd te zijn op een tussen de werkgever en

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20zakelijkheid%20pensioen%20dga%20%28CPP2005-2742M%20d.d.%20280306%29.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit Vaststelling marktrente
    rendement van de desbetreffende maand en van de acht voorafgaande kalendermaanden naar beneden afgerond op één cijfer achter de komma waarbij het in enige maand toe te passen percentage niet meer dan één punt hoger zal zijn dan het percentage van diezelfde maand in het daaraan voorafgaande jaar Voor de waardering kan worden uitgegaan van de marktrente van de maand waarin het boekjaar eindigt 3 Jaarlijkse aanvulling gegevens Het ligt in mijn bedoeling jaarlijks de gegevens in de bij dit besluit behorende bijlage aan te vullen 5 Datum inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dagtekening van dit besluit 6 Vervallen besluit Het besluit van 5 april 2005 nr CPP2005 356M is per dagtekening van dit besluit ingetrokken Bijlage Overzicht CBS rendementen U rendementen en marktrenten jaar maand cbs rende ment marktrente jaar maand cbs rende ment marktrente 1994 januari 5 43 5 1995 januari 7 53 6 februari 5 67 5 februari 7 35 6 maart 6 15 5 maart 7 14 6 april 6 35 5 april 6 87 6 mei 6 53 5 mei 6 63 6 juni 6 98 5 juni 6 54 6 juli 6 81 5 juli 6 60 6 augustus 7 02 5 augustus 6 47 6 september 7 37 5 september 6 25 6 oktober 7 43 5 oktober 6 22 6 november 7 40 6 november 5 94 5 december 7 44 6 december 5 70 5 1996 januari 5 45 5 1997 januari 5 21 5 februari 5 82 5 februari 5 01 5 maart 6 04 5 maart 5 23 5 april 5 88 5 april 5 34 5 mei 5 87 5 mei 5 26 5 juni 6 03 5 juni 5 20 5 juli 6 04 5 juli 5 10 5 augustus 5 85 5 augustus 5 27 5 september 5 67 5 september 5 24 5 oktober 5 41 5 oktober 5 32 5 november 5 36 5 november 5 33 5 december 5 36 5 december 5 12 5 1998 januari 4 88 4 8 1999 januari 3 71 3 7 februari 4 76 4 7 februari 3 84 3 7 maart 4 76 4 7 maart 4 01 3 7 april 4 84 4 7 april 3 81 3 7 mei 4 89 4 7 mei 3 92 3 7 juni 4 75 4 7 juni 4 26 3 7 juli 4 66 4 6 juli 4 58 3 7 augustus 4 44 4 4 augustus 4 83 3 7 september 4 16 4 1 september 4 98 3 7 oktober 4 15 4 1 oktober 5 28 3 8 november 4 17 4 1 november 5 04 3 8 december 3 91 3 9 december 5 12 3 8 2000 januari 5 46 3 9 2001 januari 4 87 4 8 februari 5 46 4 2 februari 4 88 4 8 maart 5 33 4 5 maart 4 79 4 7 april 5 24 4 7 april 4 91 4

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20CPP2005-3258M%20%28Marktrentebesluit%20231205%29.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit Vragen en antwoorden extraterritoriale werknemers 21 oktober 2005
    LB 1965 gehanteerd Als op basis van deze regeling nog looptijd voor de bewijsregel zou resteren dan kan het verblijf in Nederland worden aangemerkt als een tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst In de hiervoor genoemde casus resteert geen looptijd meer In artikel 9e eerste lid is immers bepaald dat de looptijd van 10 jaar wordt verminderd met de perioden van eerdere tewerkstelling of eerder verblijf in Nederland Dit is de periode van 1965 tot 1 januari 1995 Deze periode beslaat meer dan 10 jaar Er blijft derhalve geen looptijd over Het tweede en derde lid van artikel 9e die de werking van het eerste lid verzachten zijn niet van toepassing In het tweede lid worden bepaalde perioden uitgezonderd namelijk de perioden die geëindigd zijn meer dan vijftien jaar voorafgaande aan de tewerkstelling in Nederland in dit geval 1 januari 2004 De termijn van 15 jaar start dus op 1 januari 1989 De genoemde periode 1965 tot 1 januari 1995 voldoet niet aan deze omschrijving aangezien zij is geëindigd binnen de termijn van vijftien jaar namelijk op 1 januari 1995 Het tweede lid is dus niet van toepassing Het derde lid geeft een verzachting van het tweede lid in die zin dat perioden die meer dan tien jaar maar minder dan vijftien jaar voorafgaande aan de tewerkstelling zijn geëindigd niet in aanmerking worden genomen indien de werknemer in de periode van tien jaar niet in Nederland is tewerkgesteld of is verbleven Het derde lid is evenmin van toepassing nu de eerdere periode van verblijf in Nederland 1965 tot 1 januari 1995 eindigt na 1 januari 1994 en derhalve gelegen is binnen de periode van tien jaar voorafgaande aan de tewerkstelling in Nederland in dit geval 1 januari 2004 Na een voorafgaand langdurig verblijf in Nederland zal een werknemer bij terugkeer binnen een periode van 10 jaar derhalve veelal niet aangemerkt kunnen worden als een werknemer die in Nederland verblijf houdt buiten het land van herkomst De werknemer heeft dan geen extraterritoriale kosten welke vrij kunnen worden vergoed Vraag 10 De looptijd van de bewijsregel voor ingekomen werknemers bedraagt maximaal 10 jaar Een werknemer blijft na deze periode tewerkgesteld door een inhoudingsplichtige Kan de werkgever de in redelijkheid gemaakte extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst vrij vergoeden Antwoord Nee Op grond van artikel 15a eerste lid onderdeel j van de Wet LB 1964 behoren tot de vrije vergoedingen de vergoedingen van extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst In hoeverre voor een werknemer sprake is van tijdelijk verblijf is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval Het is echter in het algemeen niet aannemelijk dat na verloop van 10 jaar nog sprake is van tijdelijk verblijf of van extra kosten die met een dergelijk verblijf verband houden Artikel 8 van het Uitv besl LB 1965 Definities Vraag 11 Volgens artikel 8 tweede lid onderdeel b van het Uitv besl LB 1965 is een ingekomen werknemer een door een inhoudingsplichtige uit een ander land aangeworven of naar een inhoudingsplichtige gezonden werknemer in de zin van artikel 2 van de Wet LB 1964 met een specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is Is voor een naar een inhoudingsplichtige gezonden werknemer vereist dat deze uit een ander land is gezonden Antwoord Ja de regeling geldt niet voor werknemers die uit Nederland naar een inhoudingsplichtige worden gezonden Vraag 12 Wanneer is bij ingekomen werknemers sprake van een internationale school of een internationale afdeling van een niet internationale school Antwoord Van een internationale school of een internationale afdeling van een niet internationale school is sprake als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan 1 De opleiding is gebaseerd op een buitenlands stelsel 2 De school of afdeling is in principe alleen toegankelijk voor kinderen van buiten het land van herkomst tewerkgestelde werknemers Artikel 9 van het Uitv besl LB 1965 Grondslag voor de bewijsregel Vraag 13 Een werkgever zendt een werknemer die kwalificeert als ingekomen werknemer in de zin van artikel 8 tweede lid onderdeel b van het Uitv besl LB 1965 uit naar het buitenland De werknemer kwalificeert daarmee tevens als uitgezonden werknemer in de zin van artikel 8 tweede lid onderdeel c van het Uitv besl LB 1965 Kan de werkgever de bewijsregel voor de werknemer twee keer toepassen als ingekomen werknemer en als uitgezonden werknemer Antwoord Nee de werkgever kan de bewijsregel voor deze werknemer slechts eenmaal toepassen Artikel 9 van het Uitv besl LB 1965 bepaalt dat de bewijsregel geldt voor extraterritoriale werknemers Blijkens artikel 8 tweede lid onderdeel a van het Uitv besl LB 1965 wordt onder extraterritoriale werknemers verstaan zowel de ingekomen als ook de uitgezonden werknemer Als een persoon tegelijkertijd aangemerkt kan worden als ingekomen en als uitgezonden werknemer blijft sprake van een extraterritoriale werknemer waarvoor slechts een keer de bewijsregel kan worden toegepast Vraag 14 Moet schriftelijk zijn vastgelegd dat werkgever en werknemer een vergoeding als bedoeld in de bewijsregel zijn overeengekomen Antwoord Volgens de Nota van toelichting bij het Besluit van 20 december 2000 tot aanpassing van enige uitvoeringsbesluiten Stb 2000 640 moet de vergoeding afzonderlijk van het loon zijn overeengekomen Dit kan schriftelijk zijn vastgelegd wat gebruikelijk is bij arbeidsvoorwaarden maar de overeenkomst kan natuurlijk ook op andere manier worden aangetoond Zie ook bij vraag 18 Vraag 15 Moet de vergoeding als bedoeld in de bewijsregel op het moment van het gezamenlijke verzoek bedoeld in artikel 9 eerste lid van het Uitv besl LB 1965 worden overeengekomen Antwoord Nee dit kan ook later gebeuren bijvoorbeeld na ontvangst van de beschikking als bedoeld in artikel 9h van het Uitv besl LB 1965 Het toekennen van een vergoeding als bedoeld in de bewijsregel kan onder omstandigheden met terugwerkende kracht geschieden Zie vraag 18 Vraag 16 Is het mogelijk om het loon te splitsen in een deel loon en een deel vrije vergoeding voor extraterritoriale kosten Antwoord Nee een administratieve splitsing van het loon alleen is niet mogelijk Een splitsing in die zin dat het loon arbeidsrechtelijk wordt verlaagd onder gelijktijdige toekenning van een vrije vergoeding is wel mogelijk vgl het besluit inzake Wijzigingen beloningen van 21 december 2000 nr CPP2000 2942M De vrije vergoeding moet worden toegekend naast het overeengekomen salaris Vraag 17 Moet de vrije vergoeding bij iedere salarisbetaling worden uitbetaald of kan binnen het kalenderjaar of voor de afsluiting van de loonboekhouding een zogenoemde extra salarisrun worden gedraaid om exact te kunnen bepalen hoe hoog de onbelaste vergoeding maximaal kan zijn Antwoord Het is mogelijk binnen het kalenderjaar exact de maximale hoogte van de vrije vergoeding te bepalen Deze vergoeding kan vervolgens als vrije vergoeding worden uitbetaald Vindt de betaling na het einde van het desbetreffende kalenderjaar plaats dan kan de vergoeding als vrije vergoeding worden uitbetaald indien hierop al aan het eind van het kalenderjaar een onvoorwaardelijk recht bestond Vraag 18 Op welke wijze kan een beloning worden vastgesteld of gewijzigd zodat naast het loon een vergoeding voor extraterritoriale kosten wordt genoten Antwoord Een en ander moet arbeidsrechtelijk zijn overeengekomen Dit kan bijvoorbeeld door de volgende tekst in de arbeidsovereenkomst op te nemen a Indien en voorzover de werknemer op grond van artikel 9 van het Uitv besl LB 1965 een vrije vergoeding voor extraterritoriale kosten kan ontvangen wordt het met de werknemer overeengekomen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking op zodanige wijze arbeidsrechtelijk verminderd dat 100 70 van het aldus nader overeengekomen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking gelijk is aan het oorspronkelijk overeengekomen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking b Indien en voorzover onderdeel a toepassing vindt ontvangt de werknemer van de werkgever een vergoeding voor extraterritoriale kosten gelijk aan 30 70 van het aldus nader overeengekomen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking c De werknemer is zich bewust van het feit dat een aanpassing van de overeengekomen beloning conform onderdeel a gelet op de terzake geldende regelingen gevolgen kan hebben voor alle aan het loon gerelateerde beloningen en uitkeringen zoals het pensioen en sociale verzekeringsuitkeringen Toelichting Het onder a bedoelde overeengekomen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking betreft al het feitelijk te betalen of te verstrekken loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als bedoeld in de Wet LB 1964 en de daarop berustende bepalingen Vraag 19 Een extraterritoriale werknemer ontvangt van zijn inhoudingsplichtige naast zijn loon in geld loon in natura Behoort dit loon in natura tot de grondslag van de bewijsregel Antwoord Ja loon in natura behoort tot de grondslag van de bewijsregel indien het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking is Het loon in natura kan ook zelf geheel of gedeeltelijk een vrije vergoeding zijn Dit is bijvoorbeeld het geval als een inhoudingsplichtige een boekenbon geeft om de kosten van een dienstreis of van extraterritoriale kosten te dekken Voor een dergelijke vergoeding in natura geldt net als voor een vergoeding in geld dat de vergoeding afzonderlijk van het loon moet zijn overeengekomen Mede gelet op het karakter van de bewijsregel gaat de Belastingdienst ervan uit dat aan deze voorwaarde is voldaan als een tekst zoals bij vraag antwoord 18 in de arbeidsovereenkomst is opgenomen Vraag 20 Een inhoudingsplichtige heeft voor een werknemer gebruik gemaakt van de bewijsregel In het desbetreffende jaar heeft hij zijn werknemer bovendien een vergoeding of verstrekking ter zake van bepaalde extraterritoriale kosten gegeven Hij heeft deze abusievelijk niet tot het loon gerekend Hierdoor bedraagt de onbelast gebleven vergoeding inclusief verstrekking voor extraterritoriale kosten in het kalenderjaar meer dan 30 van de grondslag De inspecteur legt hierom een naheffingsaanslag loonbelasting op Kan op het loon waarover wordt nageheven de bewijsregel worden toegepast Antwoord Ja het loon waarover wordt nageheven behoort tot de grondslag voor de bewijsregel mits dit in de arbeidsovereenkomst specifiek is overeengekomen Daarvan is in ieder geval sprake indien gedurende het jaar waarover wordt nageheven een tekst zoals bij vraag antwoord 18 in de arbeidsovereenkomst is opgenomen Indien een tekst zoals bij vraag 18 in de arbeidsovereenkomst is opgenomen brengt dit in beginsel mee dat elk loonbestanddeel uit tegenwoordige dienstbetrekking overeenkomstig die tekst arbeidsrechtelijk wordt gewijzigd in een lager loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en een vergoeding voor extraterritoriale kosten Dit ligt evenwel anders als de inhoudingsplichtige opzettelijk een beloningsbestanddeel waarvan hij wist of in redelijkheid moest weten dat het geheel of gedeeltelijk tot het loon behoorde niet tot het loon van de werknemer heeft gerekend Dan heeft hij immers kennelijk een ander loonbestanddeel toegekend dan onder meer een vergoeding voor extraterritoriale kosten volgens de genoemde tekst Hiervan is in het onderhavige geval geen sprake Vraag 21 De inspecteur legt een naheffingsaanslag loonbelasting op omdat een loonbestanddeel ten onrechte niet in de loonheffing is betrokken Het betreft een loonbestanddeel dat niet kwalificeert als een vrije vergoeding voor of een vrije verstrekking ter voorkoming van extraterritoriale kosten Kan op het loon waarover wordt nageheven de bewijsregel worden toegepast Antwoord Ja op het loon waarover wordt nageheven kan de bewijsregel worden toegepast mits dit in de arbeidsovereenkomst specifiek is overeengekomen Daarvan is in ieder geval sprake indien gedurende het jaar waarover wordt nageheven een tekst zoals bij vraag antwoord 18 in de arbeidsovereenkomst is opgenomen Zie evenwel ook het antwoord op vraag 20 Vraag 22 De belasting over een bestanddeel van het loon van een werknemer wordt volgens artikel 31 van de Wet LB 1964 geheven van de inhoudingsplichtige eindheffingsbestanddeel Behoort dit eindheffingsbestanddeel tot de in artikel 9 van het Uitv besl LB 1965 bedoelde grondslag voor de bewijsregel Antwoord Ja indien het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking is Op grond van artikel 9 van het Uitv besl LB 1965 bestaat de grondslag voor de bewijsregel onder meer uit het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking Ook eindheffingsbestanddelen kunnen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking zijn Als de inhoudingsplichtige echter de eindheffingsbestanddelen niet per individuele werknemer vaststelt kan hij die eindheffingsbestanddelen feitelijk niet in aanmerking nemen als grondslag voor de bewijsregel Vraag 23 Een ingekomen werknemer ontvangt door tussenkomst van de inhoudingsplichtige een WAO uitkering na de wachttijd van twee jaar De inhoudingsplichtige verstrekt tevens een aanvulling op de WAO uitkering Behoren de WAO uitkering en de aanvulling tot de grondslag van de bewijsregel Antwoord Neen de WAO uitkering en de aanvulling hierop behoren niet tot de grondslag van de bewijsregel De grondslag voor de bewijsregel is het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking Een WAO uitkering en de aanvulling daarop vormen geen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking Dit is anders bij een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer Het loon dat hij ontvangt voor het nog vervulde deel van de dienstbetrekking behoort wel tot het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking In die situatie wordt ook de WAO uitkering die de inhoudingsplichtige doorbetaalt aangemerkt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking De bewijsregel kan dan worden toegepast over het totaal van loon en WAO uitkering Vraag 24 Een extraterritoriale werknemer en zijn inhoudingsplichtige hebben de bewijsregel toegepast Na het verstrijken van de looptijd van de bewijsregel ontvangt de werknemer een bonus welke betrekking heeft op het jaar waarin de bewijsregel nog van toepassing was Kan de bewijsregel op de bonus worden toegepast Antwoord Ja de bewijsregel kan op de bonus worden toegepast mits aan het einde van de looptijd van de bewijsregel als bedoeld in artikel 9b van het Uitv besl LB 1965 een onvoorwaardelijk recht op zowel de vrije vergoeding als de bonus bestaat In de situatie dat een werknemer bijvoorbeeld per 1 december 2004 uit dienst treedt en in maart 2005 een bonus ontvangt over de periode januari tot en met november 2004 kan de bewijsregel op de bonus worden toegepast indien op 30 november 2004 een onvoorwaardelijk recht op zowel de vrije vergoeding als de bonus bestaat Bij een jaarbonus wordt dikwijls de voorwaarde gesteld dat de werknemer het gehele jaar in dienst moet zijn geweest Zou dat in bovenstaand voorbeeld ook het geval zijn geweest dan is er op 30 november geen onvoorwaardelijk recht Ligt het tijdstip waarop het recht op de bonus onvoorwaardelijk wordt buiten de looptijd dan kan de bewijsregel niet op de bonus worden toegepast De spiegelbeeldsituatie waarin de werknemer tijdens de looptijd van de bewijsregel een bonus ontvangt die betrekking heeft op een periode waarin de bewijsregel nog niet van toepassing was zal in de praktijk niet vaak voor komen In de periode waarin de bewijsregel niet van toepassing was zal de werknemer in het buitenland voor een buitenlandse werkgever hebben gewerkt en een eventuele bonus uit die periode zal niet door de nieuwe Nederlandse werkgever worden uitbetaald Wellicht ligt dat anders als de werknemer binnen een concern naar Nederland is gezonden en de Nederlandse inhoudingsplichtige de bonus betrekking hebbend op de buitenlandse periode heeft uitbetaald In deze situatie zal op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en het desbetreffende land in het algemeen het heffingsrecht over de nabetaling aan dat land zijn toegewezen en zal de betreffende werknemer in Nederland recht hebben op voorkoming van dubbele belasting Volgens artikel 9 eerste lid onderdeel a van het Uitv besl LB 1965 behoort loon waarover de werknemer recht heeft op voorkoming van dubbele belasting niet tot de grondslag voor de bewijsregel Vraag 25 Een ingekomen werknemer in de zin van artikel 8 tweede lid onderdeel b van het Uitv besl LB 1965 ontvangt van zijn inhoudingsplichtige een vrije vergoeding voor de extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst vergoeding voor extraterritoriale kosten Is het mogelijk mede pensioen op te bouwen over deze vrije vergoeding Antwoord Nee pensioen opbouwen over een vergoeding voor extraterritoriale kosten is niet mogelijk omdat deze vergoeding net als andere vrije vergoedingen en verstrekkingen niet onder de fiscale definitie van pensioengevend loon valt Hierop is een uitzondering mogelijk bij toepassing van het hieronder genoemde besluit van 22 februari 2002 nr CPP2001 3047M Onder de werking van het besluit van 29 mei 1995 nr DB95 119M was pensioenopbouw over de 35 vergoeding wel mogelijk Voor bestaande gevallen acht ik het hierom redelijk een overgangstermijn in acht te nemen Ik keur goed dat de pensioentoezegging ongewijzigd kan blijven voor de resterende duur van beschikkingen en een eventuele verlenging daarvan met een ingangsdatum vóór 1 juli 2002 Indien de desbetreffende ingekomen werknemer tijdens de looptijd van de bewijsregel een andere inhoudingsplichtige krijgt terwijl hij ingekomen werknemer blijft geldt deze overgangsregeling niet meer In andere situaties kunnen de gevolgen van de vervanging van de 35 regeling door de bewijsregel voor de pensioengrondslag worden beperkt door een of meer van de volgende mogelijkheden te benutten volledige benutting van de ruimte die het Witteveenkader biedt w o percentage franchise en grondslag benutting van de ruimte die het besluit van 22 februari 2002 nr CPP2001 3047M biedt het benutten van de in het besluit van 24 september 2002 nr CPP2002 1640M opgenomen mogelijkheid om gedurende uitzendingen van maximaal 5 jaar ongewijzigd pensioen op te bouwen volgens de buitenlandse pensioenregeling waaraan ook vóór de uitzending werd deelgenomen Vraag 26 Kan een afzonderlijke vrije vergoeding worden gegeven voor dubbele huisvestingskosten terwijl al maximaal gebruik wordt gemaakt van de 30 regeling Antwoord Nee Zoals in de Nota van toelichting bij het Besluit van 20 december 2000 tot aanpassing van enige uitvoeringsbesluiten Stb 2000 640 is uiteengezet hebben de kosten van dubbele huisvesting een overwegend extraterritoriaal karakter Deze kosten worden om die reden onder de meest specifieke post extraterritoriale kosten geschaard De desbetreffende kosten vallen dus binnen de bewijsregel van 30 Dat wil nog niet zeggen dat zo n vergoeding belast is Ingeval immers aannemelijk wordt gemaakt dat de totale extraterritoriale kosten meer belopen dan 30 zodat geen gebruik hoeft te worden gemaakt van de bewijsregel kunnen de werkelijk gemaakte kosten van dubbele huisvesting wel worden vergoed overigens zonder een beperking tot een termijn van twee jaar Vraag 27 Volgens de Nota van toelichting bij het Besluit van 20 december 2000 tot aanpassing van enige uitvoeringsbesluiten Stb 2000 640 worden niet alleen kosten van dubbele huisvesting als extraterritoriale kosten aangemerkt maar ook de eventuele extra kosten van eerste huisvesting Hoe moet hier in de praktijk mee worden omgegaan Antwoord Voor de vraag in hoeverre sprake is van extra kosten van huisvesting ligt het naar mijn oordeel voor de hand om de situatie van de extraterritoriale werknemer te vergelijken met hetgeen in Nederland en bij ingekomen werknemers in het land van

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20Vragen%20en%20antwoorden%20extraterritoriale%20werknemers%20211005.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit Vaststelling marktrente
    met inachtneming van een rekenrente van ten minste 4 De uitsluiting van verplichtingen waarvoor premies of koopsommen zijn ontvangen heb ik voor het eerst opgenomen in het inmiddels vervallen besluit van 4 februari 2003 CPP2003 93M Met die aanpassing heb ik een beperking aangebracht op het gestelde in het onderdeel marktrente van het besluit van 20 december 2000 nr RTB2000 2626M De reden van die aanpassing is het volgende Voor overeenkomsten waarin partijen impliciet of expliciet op zakelijke gronden een bepaalde tariefrente zijn overeengekomen kunnen bij de bepaling van de jaarwinst slechts de wijzigingen in de marktrente die ten grondslag ligt aan vergelijkbare overeenkomsten waarbij een koopsom of premies zijn ontvangen een rol spelen Slechts de fluctuaties in die marktrente zijn voorzover deze zijn toe te rekenen aan de periode na het sluiten van de overeenkomst relevant voor de waardering van de verplichtingen In de praktijk worden situaties geconstateerd waarin de gehanteerde tariefrente ten tijde van het sluiten van de overeenkomst hoger ligt dan het U rendement op hetzelfde tijdstip dat ten grondslag ligt aan de marktrente volgens dit besluit Om te voorkomen dat door het gebruik van de marktrente uit dit besluit vrijwel onmiddellijk na het sluiten van de overeenkomst een niet geleden verlies tot uiting wordt gebracht kan voor de waardering van de verplichtingen uit dergelijke overeenkomsten niet zonder meer een beroep op de in dit besluit opgenomen marktrente worden gedaan Goedkeuring In de praktijk is gebleken dat het moeilijk is de relevante marktrente voor langlopende leningen die moet passen bij de aard en de duur van de gesloten overeenkomst te achterhalen Om hier een oplossing voor te bieden keur ik het volgende goed Bij de waardering van pensioen en soortgelijke verplichtingen wordt uitgegaan van een uit de oorspronkelijke tariefrente afgeleide aangepaste marktrente op de balansdatum Deze aangepaste marktrente wordt gevonden door de marktrente ingevolge dit besluit te corrigeren met het verschil tussen de overeengekomen tariefrente en het U rendement ingevolge dit besluit van de maand waarin de overeenkomst is aangegaan Hiermee volgt de aangepaste marktrente per balansdatum de fluctuaties van de marktrente ingevolge dit besluit Op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad mag als maximum van deze aangepaste marktrente de oorspronkelijke tariefrente worden aangehouden Hierbij geldt uiteraard als minimum een rente van 4 4 Jaarlijkse aanvulling gegevens Het ligt in mijn bedoeling jaarlijks door middel van een besluit de gegevens in de bij dit besluit behorende bijlage aan te vullen 5 Datum inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2005 6 Vervallen besluit Het besluit van 11 maart 2004 nr CPP2004 517M is hiermee ingetrokken Bijlage Overzicht CBS rendementen U rendementen en marktrenten jaar maand cbs rende ment marktrente jaar maand cbs rende ment marktrente 1994 januari 5 43 5 1995 januari 7 53 6 februari 5 67 5 februari 7 35 6 maart 6 15 5 maart 7 14 6 april 6 35 5 april 6 87 6 mei 6 53 5 mei 6 63 6 juni 6 98 5

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20marktrente%20050405.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit (vaste) indexatie van pensioenen
    te genieten pensioen niet zal uitgaan boven een als redelijk te beschouwen pensioen Dit ondanks het feit dat het genoemde besluit een maximum aangeeft van 4 Het percentage van 3 is gebaseerd op een lange reeks van inflatiecijfers sinds 1978 De inflatie is na de jaren 70 van de vorige eeuw immers aanzienlijk gedaald Het streven van de monetaire autoriteiten van de Europese Unie is zelfs gericht op een inflatiegemiddelde van ten hoogste 2 per jaar De vaste indexatie van pensioenuitkeringen richt zich op een redelijke benadering van de toekomstige ontwikkeling van lonen welvaartsvast of prijzen waardevast Ik beschouw een vaste indexatie van meer dan 3 per jaar niet langer als een redelijke benadering van die ontwikkeling 2 5 Vaste na indexatie pensioenuitvoerder In het besluit uit 1978 wordt de toepassing van de vaste na indexatie beperkt tot pensioenregelingen ter uitvoering waarvan een verzekering is gesloten De achtergrond hiervan was dat een pensioen met een aan lonen of prijzen gerelateerde indexatie voor een verzekeringsmaatschappij anders dan voor andere pensioenuitvoerders niet verzekerbaar is Ik acht evenwel uit oogpunt van een gelijke behandeling van pensioenuitvoerders geen reden meer aanwezig om deze voorwaarde nog te handhaven Onder de hierna in onderdeel 4 1 genoemde voorwaarden mogen alle pensioenregelingen een vaste na indexatie bevatten ongeacht de wijze waarop het pensioen zeker is gesteld 3 Voorindexatie 3 1 Definitie en karakter Voorindexatie is het verhogen van pensioenaanspraken vóór de feitelijke pensioeningangsdatum in verband met de vóór die datum gestegen lonen of prijzen Zo n indexatie kan net als een na indexatie plaatsvinden met behulp van een loonindexcijfer een prijsindexcijfer of met een van tevoren overeengekomen vast percentage vaste voorindexatie Hoewel in de toelichting op artikel 18d eerste lid onderdeel a van de Wet LB uitsluitend wordt gesproken over na indexatie sluit de wettekst voorindexatie niet uit Onderdeel 4 2 bevat volledigheidshalve een uitdrukkelijke goedkeuring voor voorindexatie 3 2 Voorindexatie alleen bij middelloonaanspraken en eindloonaanspraken zonder opbouw in een bestaande dienstbetrekking Voorindexatie kan alleen worden toegepast op middelloonaanspraken en op aanspraken uit eindloonregelingen voorzover daarin geen pensioen meer wordt opgebouwd in een bestaande dienstbetrekking Te denken valt aan situaties als premievrije aanspraken na ontslag vrijwillige voortzetting na ontslag en voortgezette opbouw tijdens perioden van VUT of prepensioen In eindloonregelingen waarin nog pensioen wordt opgebouwd in een bestaande dienstbetrekking is voorindexatie niet toegestaan In die situatie worden de in het verleden opgebouwde aanspraken bij een verhoging van het salaris vóór de pensioeningangsdatum immers automatisch aangepast aan de feitelijke loonstijging backservice In beschikbare premieregelingen kan evenmin sprake zijn van voorindexatie De compensatie van loon of prijsstijgingen vóór de pensioeningangsdatum dient in deze regelingen te worden gefinancierd uit de beleggingsresultaten 3 3 Vaste voorindexatie Ook voor een vaste voorindexatie geldt de hierna in onderdeel 4 2 vermelde goedkeuring De goedkeuring van de vaste voorindexatie is evenmin als die voor de vaste na indexatie afhankelijk van de wijze waarop het pensioen is zekergesteld 4 Goedkeuringen 4 1 Vaste na indexatie Ik keur voorzover nodig goed dat pensioenregelingen als zuiver worden

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20indexatie%20van%20pensioenen%20210105.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit Vaststelling pensioenbijdragen (premies) bij eigen beheer
    pensioenregeling berekend Antwoord De premies voor een pensioenregeling dienen bij toepassing van artikel 10c onderdeel b van het UBLB te worden berekend op basis van de bedrijfseconomische kosten van de pensioenregeling Het waarderingsvoorschrift van artikel 8 zesde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 speelt hierbij geen rol Bij de berekening van de premies van werkgever en werknemer dienen de totale kosten van de pensioenregeling te worden onderscheiden in enerzijds de kosten die samenhangen met de door de werknemer verrichte arbeid en anderzijds de kosten die voor de inhoudingsplichtige ontstaan in zijn hoedanigheid van verzekeraar van de reeds opgebouwde pensioenaanspraken De laatstgenoemde kosten bestaan uit de kosten van de actuariële oprenting van de waarde van de reeds opgebouwde aanspraken Deze kosten worden bij de berekening van de premies niet in aanmerking genomen In een situatie waarin de aanspraken geheel bij een derde zijn verzekerd worden ze immers niet gedragen door de inhoudingsplichtige maar door deze derde Premies voor het deel van het pensioen dat in eigen beheer wordt gehouden Voor de berekening van de totale premie voor werkgever en werknemer zal de werkgever moeten uitgaan van de bedrijfseconomische kosten van de pensioenregeling die hij maakt in zijn functie van inhoudingsplichtige werkgever Hierbij verdienen de volgende punten aandacht 1 Bij een aanpassing van de opgebouwde aanspraken aan het gestegen salaris in een eindloonregeling kunnen de kosten van die aanpassing backservicepremie overeenkomstig de gebruikelijke financiering in de verzekeringswereld worden gerekend tot de premie van het jaar waarin de eindloonaanpassing plaatsvindt 2 Een recht op een toekomstige aanpassing als gevolg van een indexatie kan in de jaarlijkse premie worden opgenomen 3 Als sprake is van een toegekende open indexatie kan voor de berekening van de premies worden gerekend met een netto rekenrente van 4 zonder indexatie 4 Indien een deel van de

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20Vaststelling%20pensioenbijdragen%20%28premies%29%20bij%20eigen%20beheer%20120105.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive



  •