archive-nl.com » NL » B » BELASTINGDIENSTPENSIOENSITE.NL

Total: 492

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Buitenlandse sociale verzekeringen
    16 negende lid onderdeel b van de Wet inkomstenbelasting 2001 hierna Wet IB 2001 uitsluitend in aftrek indien de belastingplichtige premieplichtig is voor de Nederlandse volksverzekeringen Voor werknemers geldt een soortgelijke regeling artikel 15b eerste lid onderdeel m Wet op de loonbelasting 1964 hierna Wet LB 1964 Indien het betaalde bedrag voor deze buitenlandse sociale verzekeringen formeel de vorm van belasting heeft wordt het bedrag niet als premie aangemerkt Ook betalingen voor vrijwillige verzekeringen vormen geen premie Aftrek is in die gevallen derhalve niet mogelijk Zie hiervoor de Nota naar aanleiding van het eindverslag van de Wet vereenvoudiging tariefstructuur en aftrekposten in de loon en inkomstenbelasting Oort I kamerstukken 20595 nr 13 blz 74 3 Premies voor buitenlandse werknemersverzekeringen Aanspraken en inhoudingen ingevolge buitenlandse werknemersverzekeringen behoren alleen dan op grond van artikel 11 eerste lid onderdeel f en onderdeel j onder 3 e van de Wet op de loonbelasting 1964 hierna Wet LB 1964 niet tot het loon indien zij naar aard en strekking overeenkomen met de in artikel 11 eerste lid onderdeel f van de Wet LB 1964 bedoelde Nederlandse werknemersverzekeringen 4 Hieronder wordt nader ingegaan op enkele Belgische en Duitse sociale verzekeringen 4 1 Duitse Renteversicherung der Arbeiter Met betrekking tot de Duitse Renteversicherung der Arbeiter betreffende de verzekering voor de oudedag en het overlijden heb ik het standpunt ingenomen dat deze verzekering is aan te merken als een pensioenregeling in de zin van hoofdstuk IIB van de Wet LB 1964 De aanspraken en inhoudingen behoren op grond van artikel 11 eerste lid onderdeel c en onderdeel j onder 1 e van de Wet LB 1964 niet tot het loon 4 2 Belgische RSZ Rijksbijdrage Sociale Zekerheid Belgische RSZ premies zijn premies voor voorzieningen vergelijkbaar met WW ZW AOW Anw en ZFW Het WW en ZW vergelijkbare deel van de premie is aftrekbaar op grond van artikel 11 eerste lid onderdeel j onder 3 e van de Wet LB 1964 in samenhang met het eerste lid onderdeel e van dat artikel Het AOW Anw vergelijkbare deel rust brugrust en overlevingspensioen betreffende de verzekering voor de oudedag en het overlijden is aan te merken als pensioenregeling in de zin van hoofdstuk IIA van de Wet LB 1964 De aanspraken en inhoudingen behoren op grond van artikel 11 eerste lid onderdeel c en onderdeel j onder 1 e van de Wet LB 1964 niet tot het loon In bepaalde gevallen worden de RSZ premies ook door Nederlandse werkgevers ingehouden en afgedragen aan de Belgische instanties voor sociale zekerheid Deze premies worden fiscaal op dezelfde wijze behandeld als premies die door Belgische werkgevers worden ingehouden Tenslotte is er de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid die in België wordt geheven Deze bijdrage is bestemd voor de sociale zekerheid als geheel en is dus niet toe te rekenen aan een bepaalde tak van de sociale zekerheid Bij de herleiding van Belgisch loon naar Nederlands loon kan deze bijdrage in mindering worden gebracht voorzover zij kan worden toegerekend aan aanspraken die niet tot

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Buitenlandse%20sociale%20verzekeringen%20090101.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive


  • Toepassing stamrechtvrijstelling loonbelasting
    overlijden van de gewezen werknemer ingaan en toekomen aan de echtgenoot of partner of aan de kinderen mits deze laatsten de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt In artikel 11 eerste lid onderdeel g ten tweede van de Wet is aangegeven welke lichamen als verzekeraar voor de aanspraken kunnen optreden Zonder afbreuk te willen doen aan de nadere criteria zoals deze in de ter zake geldende wettelijke bepalingen zijn verwoord zijn dat achtereenvolgens een pensioenfonds of lichaam een verzekeringsmaatschappij een eigen stamrecht BV de gewezen werkgever Met betrekking tot de eigen stamrecht BV is bepaald dat deze in Nederland gevestigd moet zijn en dat de stamrechtverplichting voor de heffing van de vennootschapsbelasting tot het binnenlandse ondernemingsvermogen moet worden gerekend Dit betekent onder meer dat een BV in oprichting in dit verband niet als verzekeraar kan optreden Ten slotte is in artikel 11 eerste lid onderdeel g ten derde van de Wet bepaald dat de stamrechtvrijstelling niet van toepassing is op aanspraken welke zijn opgekomen door de werking van de sanctiebepalingen van artikel 19b van de Wet b Jurisprudentie In de jurisprudentie met betrekking tot de stamrechtvrijstelling heeft een aantal malen een rol gespeeld de wijze waarop het stamrecht tot stand is gekomen In HR 25 oktober 1961 BNB 1962 1 overwoog de Hoge Raad dat toch de reden welke aan de bepaling van artikel 36 lid 2 toelichting de stamrechtvrijstelling in het Besluit op de Inkomstenbelasting 1941 ten grondslag ligt namelijk te voorkomen dat ingeval een afkoopsom schadeloosstelling of tegemoetkoming als in het artikel bedoeld bestaat in een recht op periodieke uitkeringen zowel dat recht het zogenaamde stamrecht als de daaruit vloeiende uitkeringen met inkomstenbelasting worden getroffen evenzeer aanwezig is indien de vergoeding niet in een stamrecht noch ook in een aanspraak ter verwerving van een stamrecht bestaat doch in een ten behoeve van de belastingplichtige gedane betaling ter verwerving van een recht dat uiteindelijk uitsluitend leidt tot het genot van periodieke uitkeringen welke aan de inkomstenbelasting zijn onderworpen In HR 18 april 1990 BNB 1990 235 heeft de Hoge Raad zijn oordeel gegeven inzake een situatie waarin de werkgever met zijn vertrekkende werknemer was overeengekomen dat hij ter vervanging van te derven loon een bedrag zou storten bij een door de werknemer aan te wijzen verzekeringsmaatschappij als koopsom voor een recht op periodieke uitkeringen De Hoge Raad besliste dat aldus sprake is van de toekenning van een aanspraak op periodieke uitkeringen De benadering die uit deze jurisprudentie naar voren komt acht ik zeker ook nog van belang voor de toepassing van de thans geldende stamrechtvrijstelling 3 Toepassing stamrechtvrijstelling onder de nieuwe wetgeving Gelet op hetgeen thans in de Wet is neergelegd omtrent de mogelijke verzekeraars en gelet op de reeds bestaande jurisprudentie kan naar mijn oordeel in de situatie waarin de werkgever een bedrag toekent als schadeloosstelling ter vervanging van gederfd of te derven loon en de werkgever dat bedrag rechtstreeks stort bij een van de mogelijke verzekeraars als koopsom voor een recht op periodieke uitkeringen dat

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Toepassing%20stamrechtvrijstelling%20loonbelasting%20211200.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Toepassing van de artikelen 19b en 36 van de Wet op de loonbelasting 1964 in internationaal verband
    artikel wordt de aanspraak tot het belaste bedrag aangemerkt als een op het genietingsmoment betaalde premie voor een recht op periodieke uitkeringen of verstrekkingen die de tegenwaarde vormen voor een prestatie Dat bedrag wordt voorts aangemerkt als een premie die op grond van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 niet in aanmerking kon worden genomen Het moment van de oneigenlijke handeling als bedoeld in artikel 19b van de Wet LB geldt als moment van totstandkoming van de overeenkomst als bedoeld in voornoemd artikel van de Invoeringswet 2 Verdragskwalificatie Zoals uit het voorgaande blijkt brengt artikel 19b met zich mee dat de fiscale vrijstelling wordt teruggenomen ten aanzien van de aanspraak ingevolge de pensioenregeling De aanspraak die destijds werd vrijgesteld behoorde als loon in natura tot de inkomsten uit arbeid en viel onder de belastingverdragen onder het arbeids respectievelijk bestuurdersartikel vgl artikel 15 en 16 van het OESO modelverdrag ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van inkomen en vermogen Op grond van het voorgaande ben ik van oordeel dat de bijtelling op grond van het terugnemen van de vrijstelling van de aanspraak op basis van artikel 19b eveneens onder het arbeids respectievelijk bestuurdersartikel van de verdragen valt als nagekomen bate De verdragstoepassing vindt daarbij op dezelfde wijze plaats als destijds heeft gegolden ter zake van de desbetreffende inkomsten uit arbeid Dit betekent dat Nederland veelal heffingsbevoegd is Door de werking van artikel 19b wordt niet toegekomen aan de Besluiten van 17 juni 1987 nr 087 1354 en 2 november 1987 nr 087 2683 dan wel aan de eventueel daarvoor op of na 1 januari 2001 in de plaats tredende besluiten Daarin is aangegeven dat onder een belastingverdrag ter zake van afkoopsommen van pensioenen het pensioenartikel van toepassing is 3 Artikel 27 zevende lid Wet LB Verzoeken om toepassing van artikel 27 zevende lid van de Wet LB ter zake van de toepassing van artikel 19b in internationaal verband dienen gelet op het vorenstaande te worden afgewezen 4 Artikel 19b voorheen 11c vierde lid Wet LB In het geval dat pensioenverplichtingen overgaan op een buitenlands pensioenfonds of lichaam anders dan bedoeld in artikel 19a eerste lid onderdeel f van de Wet LB kan deze overgang belastingvrij plaatsvinden op basis van artikel 19b vierde lid van de Wet LB Daarvoor dient te zijn voldaan aan de voorwaarden als vermeld in het Besluit van 2 december 1996 DB96 113M 1 dan wel in het eventueel daarvoor op of na 1 januari 2001 in de plaats tredend besluit Die voorwaarden houden onder meer in dat Nederland metterwoon is verlaten wegens het aanvaarden van een substantiële dienstbetrekking in het buitenland daarvan is in ieder geval sprake indien de dienstbetrekking voor een termijn van vijf jaar is aanvaard Ook dient een verklaring van de buitenlandse verzekeraar overgelegd te worden waarin wordt aangetoond dat er sprake zal zijn van een substantieel pensioentekort voor het geval de overgang niet plaatsvindt Bij voornoemd Besluit is de inspecteur van de Belastingdienst Particulieren Ondernemingen buitenland Heerlen gemachtigd dergelijke verzoeken af te

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Toepassing%20artikelen%2019b%20en%2036%20Wet%20LB%20internationaal%20verband%20211200.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Overdracht van pensioenkapitaal aan EU/ECB bij indiensttreding
    EG zijn de salarissen lonen en emolumenten die personeelsleden van de EG ontvangen onderworpen aan een interne belasting ten bate van de EG en vrijgesteld van nationale belasting in de Lid Staten De interne belasting is bij Verordening van 29 februari 1968 nr 260 68 van toepassing verklaard op pensioenen Het Protocol alsmede de Verordening zijn van overeenkomstige toepassing op de Europese Centrale Bank ECB en haar personeelsleden Ingevolge art 11 tweede lid bijlage VIII van het Statuut Europese ambtenaren kunnen degenen die in dienst treden van de EG na de dienst bij een overheidsorgaan een nationale of internationale organisatie of een onderneming te hebben beëindigd bij hun aanstelling in vaste dienst van de EG de tegenwaarde van de gedurende hun vorige dienstbetrekking en opgebouwde pensioenrechten aanwenden als inkoopsom in de pensioenregeling van de EG De ECB biedt een vergelijkbare mogelijkheid tot pensioeninkoop 2 Goedkeuring Mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de EG van 20 03 1986 zaak 72 85 gepubliceerd in Jurisprudentie van het Hof van Justitie 1986 3 blz 1219 e v heb ik aanleiding gevonden goed te keuren dat indien gebruik wordt gemaakt van de hierboven vermelde mogelijkheden tot pensioeninkoop de hieruit voortvloeiende overdracht van pensioenkapitaal fiscaal geruisloos kan geschieden zonder tussenkomst van de Belastingdienst of van mij 3 Voorbehoud De met ingang van 1 januari 2001 geldende wettelijke bepalingen betreffende de zogenoemde conserverende aanslagen worden door het voorgaande niet opzijgezet De goedkeuring laat dan ook onverlet dat de toekomstige EU ambtenaar bij het einde van zijn binnenlandse belastingplicht in de inkomstenbelasting kan worden betrokken op grond van artikel 3 83 eerste lid van de Wet IB 2001 Hetzelfde geldt terzake van de overdracht van het pensioenkapitaal indien de verplichtingen waarop de pensioenaanspraken berusten geheel of gedeeltelijk zijn ondergebracht bij een ander

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Overdracht%20van%20pensioenkapitaal%20aan%20EU%20201200.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Nadere uitwerking van de te hanteren grondslagen voor het opstellen van individueel en collectief toepasbare beschikbare-premiestaffels
    dan 25 jaar een te hoge premie kan worden gestort omdat een backservice wordt meegegeven alsof de werknemer vanaf de 25 jarige leeftijd deelnemer was in de regeling Het hierna opgenomen overzicht laat het verschil zien tussen een uniforme staffel bij een intredeleeftijd van 25 jaar en een naar intredeleeftijd gedifferentieerde staffel Uniforme staffel Individuele staffels Wnmr A Wnmr B Wnmr C Wnmr D In dienst vanaf 25 jaar 30 jaar 40 jaar 50 jaar Salaris bij indiensttreding 40 000 46 371 58 776 67 535 AOW inbouw 14 700 14 700 14 700 14 700 Premie per klasse van 5 jaar Percentage van de pensi oengrondslag Percentage van de pensi oengrondslag Percentage van de pensi oengrondslag Percentage van de pensi oengrondslag 25 29 9 7 30 34 14 2 11 5 35 39 17 4 15 4 40 44 22 9 20 6 16 1 45 49 24 2 22 9 20 2 50 54 30 7 29 1 26 0 22 8 55 Geen premie verschil Geen premie verschil Geen premie verschil Geen premie verschil Uitgangspunten NP 70 OP excl Risicodeel NP opslagen voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en kosten resp 8 en 10 GBM V 1990 1995 leeftijdscorrecties 5 en 6 salarissen bij indiensttreding zodanig gekozen dat bereikbare eindsalarissen volgens de 3 2 1 0 carrière gelijk zijn f 70 277 Uit bovenstaand overzicht blijkt dat werknemers B C en D indien zij deel zouden nemen in de uniforme staffel van A te hoge beschikbare premies krijgen waardoor hun pensioentoezegging onzuiver wordt 5 Goedkeuring Indien zou worden rekening gehouden met de verschillende intredeleeftijden zou dit betekenen dat tientallen beschikbare premiestaffels zouden moeten worden gehanteerd hetgeen ik niet wenselijk acht Een andere benadering zou kunnen zijn in de beschikbare premiestaffels te abstraheren van de inbouw van een carrière volgens het 3 2 1 0 model Het achterwege laten van de inbouw van een carrière in de beschikbare premiestaffels zou echter tot een te beperkte premieruimte leiden Daarom heb ik besloten om in afwijking van de tekst van artikel 18a derde lid van de Wet toe te staan dat een beschikbare premiestaffel met inachtneming van hetgeen overigens in dit besluit is bepaald mag worden gebaseerd op de pensioenopbouw volgens het middelloonstelsel Dat wil zeggen dat de jaarlijkse pensioenopbouw voor het ouderdomspensioen in een beschikbare premieregeling gericht mag zijn op ten hoogste 2 25 per dienstjaar Als in een regeling een lager percentage aan pensioen wordt opgebouwd moet de staffel naar evenredigheid worden toegepast Uitgaande van deze goedkeuring is een beschikbare premieregeling in ieder geval aan te merken als een zuivere pensioenregeling indien de omvang van de premiepercentages de in de bijlage opgenomen staffels niet overschrijdt Op deze wijze wordt de praktijk een handreiking geboden om ter zake van collectieve regelingen een uniform toepasbare beschikbare premiestaffel te hanteren waarbij een ruimte wordt geboden die voor alle werknemers binnen de begrenzingen van de Wet LB 1964 blijft De staffels moeten worden beschouwd als een collectief toepasbare richtlijn waarvan in individuele omstandigheden kan worden afgeweken indien aannemelijk kan worden gemaakt dat in het individuele geval een andere staffel dient te worden toegepast Als de opbouw van het beoogde pensioen afwijkt van het aan de staffels ten grondslag liggende maximum voor middelloonregelingen zullen de genoemde premiepercentages naar evenredigheid toegepast moeten worden Tevens dient daarbij aangesloten te worden bij de genoemde leeftijdsklassen en pensioeningangsdata Intreden op latere leeftijd heeft geen gevolgen voor de toe te passen beschikbare premiestaffel De in de bijlage opgenomen beschikbare premiestaffels kunnen ook worden toegepast op pensioengrondslagen die lager zijn dan f 15 000 Ik heb afgezien van het publiceren van premiestaffels voor het tijdelijk ouderdomspensioen omdat de opbouw van deze rechten niet behoeft te geschieden vanaf de leeftijd van indiensttreding en omdat zowel de aanvangsleeftijd als de eindleeftijd van de uitkering de uitkering zelf en de premiegrondslag kunnen variëren Hoewel dit gedeeltelijk ook geldt voor het prepensioen heb ik toch gemeend een aantal staffels voor het prepensioen te moeten publiceren Het verschil tussen de zeven staffeloverzichten wordt veroorzaakt door het verschil in de aanvangsleeftijd vanaf welke leeftijd in de regeling een prepensioen wordt opgebouwd In de staffels is steeds verondersteld dat een prepensioen wordt opgebouwd van 91 5 op basis van een middelloonstelsel dit pensioen wordt opgebouwd in de periode vanaf de in de regeling gekozen aanvangsleeftijd tot aan de prepensioeningangsleeftijd Als in een regeling een lager percentage aan prepensioen wordt opgebouwd moet de staffel naar evenredigheid worden toegepast Voor de in de bijlage opgenomen staffels is uitgegaan van de volgende uitgangspunten Pensioenopbouw op basis van middelloonsysteem De percentages zijn uitgedrukt in percentages van de pensioengrondslag Voor incidentele beloningen kunnen de in de staffels opgenomen percentages worden toegepast op de incidentele beloning zelf mits de voorgeschreven AOW inbouw al volledig in de structurele pensioengrondslag is verwerkt De pensioengrondslag is bepaald door het pensioengevend middelloon te verminderen met de minimale franchise van 10 7 x de AOW uitkering voor een gehuwde 2000 f 15 196 Carrière omdat is uitgegaan van het middelloonsysteem is de carrière impliciet in het opbouwpercentage verwerkt Pensioenpercentages Ouderdomspensioen 2 25 per jaar Nabestaandenpensioen 70 van het ouderdomspensioen Prepensioen 91 5 van het middelloon met als maximum 9 15 per jaar en 85 van het eindloon Mannelijke werknemer en vrouwelijke partner overlevingstafel GBM GBV 1990 1995 leeftijdscorrecties werknemer 5 en partner 6 Leeftijdsverschil werknemer en partner 3 jaar Rekenrente 4 Kostenopslag 10 Opslag voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid 8 indien van toepassing Bijlage 1 Beschikbare premiestaffels ouderdoms en nabestaandenpensioen In de hierna opgenomen staffels is aangegeven van welke percentages ten hoogste mag worden uitgegaan indien een beschikbare premiestaffel wordt gebaseerd op de opbouw van een ouderdomspensioen inclusief een nabestaandenpensioen ter grootte van 70 van dat ouderdomspensioen een ouderdomspensioen zonder nabestaandenpensioen Voor de loonbestanddelen waarover op basis van artikel 10b tweede lid van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 pensioen kan worden opgebouwd op basis van een eindloonstelsel geldt als premiegrondslag het regelmatig genoten loon verminderd met een franchise ter zake van de op grond van artikel 18a achtste lid Wet op

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20uniforme%20beschikbare-premiestaffels%20041100.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit Overgang VUT naar prepensioen 29 februari 2000
    maken van die VUT regeling Bij vervanging van een VUT regeling door een prepensioenregeling valt de aanwezige VUT reserve volledig vrij ten gunste van het resultaat van het jaar waarin de nieuwe prepensioenregeling in werking treedt Ook hier geldt dat een dergelijke vrijval die tot een vrij grote incidentele bate leidt wordt gemitigeerd indien er een overgangsregeling is voor werknemers die nog slechts enkele jaren van de oorspronkelijke VUT gerechtigde leeftijd zijn verwijderd Ook hier kan de formulering van de overgangsregeling met zich brengen dat er een recht op VUT ontstaat waardoor de VUT reserve ex artikel 13 Wet IB transformeert in een VUT voorziening ex art 9 Wet IB 3 Prepensioenregeling Een prepensioenregeling valt onder de Pensioen en spaarfondsenwet en kan om die reden in tegenstelling tot de VUT niet in eigen beheer worden gehouden De onder punt 2 geconstateerde vrijval van de VUT reserve kan in een aantal gevallen geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd door een eenmalige backservicelast uit hoofde van de nieuwe prepensioenregeling Of bij het inwerking treden van een nieuwe prepensioenregeling een backservicelast mag worden genomen moet worden beantwoord aan de hand van het prepensioenreglement en de eventueel daarin opgenomen overgangsregeling Vaak wordt namelijk aan zittende werknemers op moment van inwerktreding van de prepensioenregeling onder voorwaarden prepensioen toegekend over de verstreken dienstjaren dan wel opbouwjaren Naast de aard van de overgangsregeling is ook de inhoud van de financieringsovereenkomst tussen de aangesloten onderneming en de pensioenuitvoerder van belang voor de beantwoording van de vraag of een backservicelast kan worden genomen 3 1 Prepensioen in bedrijfstakfonds Indien op de werkgever geen andere verplichting rust dan die van de jaarlijkse premiebetaling aan het fonds is het passiveren van een backservice niet mogelijk De inhoud van een eventueel getroffen overgangsregeling voor werknemers die op het moment van ingang van de prepensioenregeling in dienst zijn doet hieraan niet af 3 2 Ondernemingsfonds professionele verzekeraar Het al dan niet mogen nemen van een backservicelast hangt af van de aard van de overgangsregeling in de prepensioenregeling Hoewel in overgangsregelingen een enorme variëteit is te onderkennen kan grofweg de volgende driedeling worden gemaakt 3 2 1 Geen overgangsregeling Er is voor de werknemers geen overgangsregeling getroffen voor de reeds verstreken dienstjaren op de datum van het in werking treden van de nieuwe prepensioenregeling Dit houdt in dat afhankelijk van de gekozen opbouwperiode een groter of kleiner deel van de werknemers geen volledig prepensioen kan opbouwen Bij het ontbreken van een overgangsregeling in de prepensioensfeer is geen plaats is voor een backservicelast in het jaar waarin de nieuwe regeling in werking treedt 3 2 2 Onvoorwaardelijke overgangsregeling Binnen de onvoorwaardelijke overgangsregelingen is een ruwe driedeling aan te brengen 3 2 2 1 Overgangsregeling ten aanzien van verstreken dienstjaren In de prepensioenregeling is een overgangsregeling opgenomen waarbij de werknemers op de datum van het in werking treden van de nieuwe prepensioenregeling de verstreken dienstjaren ineens en onvoorwaardelijk krijgen toegekend Terzake van de verstreken dienstjaren voorzover gelegen binnen de opbouwperiode kan ineens een backservicelast worden genomen Voorbeeld

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Overgang%20VUT%20naar%20prepensioen%20290200.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit Toestemming statutenwijziging pensioen BV 11 augustus 1999
    1 januari 1992 is de Wet van 12 december 1991 tot wijziging van onder meer het fiscale regime voor directiepensoenlichamen Brede Herwaardering in werking getreden Door deze wijziging vallen zogenaamde directiepensioenlichamen voortaan buiten de vrijstelling Met betrekking tot de met ingang van 1 januari 1992 niet meer vrijgestelde pensioenlichamen is de fiscale grond aan de vereiste toestemming voor statutenwijziging komen te ontvallen Waar wijziging van bepaalde statutaire bepalingen volgens de

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20toestemming%20statutenwijziging%20pensioen%20BV%20110899.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Besluit AOW-inbouw in nabestaandenpensioen en wezenpensioen
    WzP kan dit zich in nog veel sterkere mate voordoen Ik heb aan de Eerste Kamer medegedeeld dat deze verkrapping niet is beoogd en dat de bestaande praktijk op dit punt kan worden voortgezet 2 Goedkeuring Volgens het nieuwe artikel 18a achtste lid van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt het maximaal bereikbare pensioen opgevat met inbegrip van ten minste een evenredig gedeelte van de AOW uitkering voor een gehuwde Ook in de nota n a v het verslag aan de Tweede Kamer Kamerstukken II 1998 99 26 020 nr 6 en in de rekenvoorbeelden in de nadere memorie van antwoord aan de Eerste Kamer Kamerstukken I 1998 99 26 020 nr 104d wordt daarvan uitgegaan In de situaties waarin de AOW inbouw in het OP minder bedraagt dan 10 7 maal de AOW uitkering voor een gehuwde treedt een verkrapping op ten opzichte van de bestaande praktijk Bovendien is in die gevallen een rechtstreekse koppeling van het NP aan het OP niet meer mogelijk Dat geldt in nog sterkere mate voor het WzP Deze gevolgen acht ik onwenselijk Daarom keur ik goed voorzover nodig in afwijking van de wettelijke bepalingen dat het NP en het WzP op de gebruikelijke wijze rechtstreeks afgeleid worden uit het OP namelijk door steeds 70 resp 14 c q 28 daarvan te nemen Voor de AOW inbouw in het NP en WzP betekent dit dat slechts een inbouw behoeft plaats te vinden van 70 resp 14 c q 28 van de inbouw die bij het OP in aanmerking is genomen Het volgende rekenvoorbeeld laat zien dat door toepassing van dit besluit de bestaande praktijk kan worden voortgezet Gegevens Pensioengevend eindloon 100 000 AOW uitkering gehuwde afgerond 14 000 Opbouw OP 70 eindloon Toepassing van de laagst mogelijke AOW inbouw franchise a inbouwmethode inbouw

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20AOW%20inbouw%20020799.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive



  •