archive-nl.com » NL » B » BELASTINGDIENSTPENSIOENSITE.NL

Total: 492

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • 29760 Motie nr. 46
    fiscale behandeling VUT prepensioen en introductie levensloopregeling Nr 46 MOTIE VAN DE LEDEN BUSSEMAKER EN VERBURG Voorgesteld 25 november 2004 De Kamer gehoord de beraadslaging constaterende dat de voorgestelde levensloopregeling alleen toegankelijk is voor werknemers in loondienst constaterende dat een toenemend deel van de beroepsbevolking actief is als ondernemer of ZZP er overwegende dat ook zij behoefte kunnen hebben aan mogelijkheden om combinaties van bijvoorbeeld werk zorg en scholing vorm

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Wetsvoorstel%20VUT-Prep%202005%20Motie%2046.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive


  • 29760 Motie nr. 48
    48 MOTIE VAN HET LID VERBURG Voorgesteld 25 november 2004 De Kamer gehoord de beraadslaging overwegende dat de levensloopregeling is gericht op het beter kunnen combineren van arbeid met verlof bijvoorbeeld voor zorg voor kinderen scholing en flexibel uittreden van mening dat daarnaast de levensloopregeling moet kunnen worden aangewend als loonvervanging wanneer er vrijwillig tijdelijk geen dienstbetrekking bestaat of deze vrijwillig is verkleind verzoekt de regering om voor 1 maart

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Wetsvoorstel%20VUT-Prep%202005%20Motie%2048.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • 29760 Amendement nr. 51
    Wet aanpassing fiscale behandeling VUT prepensioen en introductie levensloopregeling Nr 51 AMENDEMENT VAN DE LEDEN VERBURG EN DEPLA Ontvangen 25 november 2004 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor I In artikel II onderdeel A vervalt het eerste lid II In artikel II onderdeel C vervalt het tweede lid III Artikel II onderdeel F vervalt Toelichting Dit amendement voorziet in het in stand houden van de stamrechtvrijstelling De stamrechtvrijstelling dient

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Wetsvoorstel%20VUT-Prep%202005%20Amendement%2051.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • 29760 Motie nr. 53
    1 MOTIE VAN HET LID BIBI DE VRIES C S TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR 49 Voorgesteld 25 november 2004 De Kamer gehoord de beraadslaging constaterende dat de regering voorstelt om opgebouwde prepensioenrechten voor pensioen levensloop en consumptie gebruikt kunnenworden constaterende dat pensioenfondsen van de regering zelf moeten bepalen of zij tot uitkering voor consumptie overgaan overwegende dat pensioenfondsen op deze wijze gedwongen worden om hun beleggingsstrategie hier

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Wetsvoorstel%20VUT-Prep%202005%20Motie%2053.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • 29760 Wetsvoorstel Eerste Kamer
    19c en 19d zoals die luidden op 31 december 2004 van toepassing en is artikel 32aa niet van toepassing 2 In afwijking in zoverre van het eerste lid blijven de artikelen 11 18g 18i 19 19a 19b 19c en 19d zoals die luidden op 31 december 2004 van toepassing en is artikel 32aa niet van toepassing voor een op 31 december 2004 bestaande regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 18i zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde indien ingevolge die regeling na 31 december 2005 nog uitsluitend uitkeringen kunnen worden gedaan aan werknemers die voor 1 januari 2006 reeds een of meer uitkeringen ingevolge deze regeling genoten 3 In afwijking in zoverre van het eerste lid blijven tot en met 31 december 2014 de artikelen 11 18g 18i 19 19a 19b 19c en 19d zoals die luidden op 31 december 2004 van toepassing en is artikel 32aa niet van toepassing voor een op 31 december 2004 bestaande regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 18i zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde indien de uitkeringen die ingevolge deze regeling worden gedaan met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden herrekend ingeval de uitkeringen later ingaan dan op de in de regeling vastgestelde ingangsdatum U Na artikel 38c wordt een artikel ingevoegd luidende Artikel 38d 1 Voor een op 31 december 2004 bestaande prepensioenregeling als bedoeld in artikel 38a zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde blijft tot en met 31 december 2005 artikel 38a zoals dit artikel luidde op 31 december 2004 van toepassing 2 In afwijking in zoverre van het eerste lid blijft artikel 38a zoals dit artikel luidde op 31 december 2004 van toepassing voor een op 31 december 2004 bestaande prepensioenregeling als bedoeld in artikel 38a zoals dit artikel toen luidde indien ingevolge die prepensioenregeling na 31 december 2005 nog uitsluitend uitkeringen kunnen worden gedaan ingevolge aanspraken die voor 1 januari 2006 zijn opgebouwd 3 In afwijking in zoverre van het eerste lid blijft artikel 38a zoals dit artikel luidde op 31 december 2004 tot en met 31 december 2014 van toepassing voor een op 31 december 2004 bestaande prepensioenregeling als bedoeld in artikel 38a zoals dit artikel toen luidde indien a de uitkeringen die ingevolge die prepensioenregeling worden gedaan met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden herrekend ingeval de uitkeringen later ingaan dan op de in de regeling vastgestelde ingangsdatum en b de prepensioenregeling met inachtneming van de in of krachtens artikel 38a zoals dit artikel toen luidde gestelde normeringen en beperkingen de mogelijkheid van deeltijdpensioen biedt 4 In afwijking in zoverre van artikel 18a kan een ouderdomspensioen meer bedragen dan de aldaar opgenomen maxima voor zover zulks het gevolg is van de omzetting van een op 31 december 2005 bestaande aanspraak ingevolge een prepensioenregeling als bedoeld in artikel 38a zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling V Na artikel 38d wordt een artikel ingevoegd luidende Artikel 38e 1 Voor een op 31 december 2004 bestaande regeling voor ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 18a zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde blijft tot en met 31 december 2005 artikel 18a zoals dit artikel luidde op 31 december 2004 van toepassing 2 In afwijking in zoverre van het eerste lid blijft artikel 18a zoals dit artikel luidde op 31 december 2004 van toepassing voor een werknemer die voor 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt W Na artikel 38e wordt een artikel ingevoegd luidende Artikel 38f 1 Voor een op 31 december 2004 bestaande regeling voor overbruggingspensioen als bedoeld in artikel 18e zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde blijven tot en met 31 december 2005 de artikelen 18 18e en 18g zoals deze luidden op 31 december 2004 van toepassing 2 In afwijking in zoverre van het eerste lid blijven de artikelen 18 18e en 18g zoals deze luidden op 31 december 2004 van toepassing voor een werknemer die voor 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt 3 In afwijking in zoverre van artikel 18a kan een ouderdomspensioen meer bedragen dan de aldaar opgenomen maxima voor zover zulks het gevolg is van de omzetting van een op 31 december 2005 bestaande aanspraak ingevolge een overbruggingspensioen als bedoeld in artikel 18e zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling X Na artikel 38f wordt een artikel ingevoegd luidende Artikel 38g Voor de toepassing van artikel 18e eerste lid onderdeel b en vierde lid wordt het 40 deelnemingsjarenpensioen opgevat met inbegrip van a een overbruggingspensioen als bedoeld in artikel 18e zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde b uitkeringen ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 18i zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde c een prepensioen als bedoeld in artikel 38a zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde ARTIKEL II De Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2006 als volgt gewijzigd A Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd 1 In het eerste lid wordt onderdeel j onder 5 vervangen door 5 als bijdragen ingevolge een levensloopregeling volgens de bij of krachtens hoofdstuk IIC gestelde normeringen en beperkingen 2 In het eerste lid wordt onderdeel r onder 4 vervangen door 4 ingevolge een levensloopregeling 3 Het derde vierde en vijfde lid vervallen onder vernummering van het zesde lid tot tweede lid 4 In het tot tweede lid vernummerde zesde lid wordt een regeling voor verlofsparen vervangen door een levensloopregeling Voorts wordt de in het tweede lid onderdeel b opgenomen begrenzingen vervangen door de in artikel 19g eerste lid onderdeel b opgenomen begrenzingen B In artikel 13a tweede lid wordt geheel of voor een meer dan bijkomstig deel vervangen door geheel of gedeeltelijk Voorts vervalt de tweede volzin C In Artikel 19b wordt na het derde lid onder vernummering van het vierde vijfde en zesde lid tot vijfde zesde en zevende lid een lid ingevoegd luidende 4 Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een in onderdeel b van dat lid bedoelde uitkering of afkoopsom wordt uitgekeerd als gevolg van een bij of krachtens artikel 32 vierde lid van de Pensioen en spaarfondsenwet toegestane afkoop van aanspraken opgebouwd ten behoeve van pensioen in de periode voorafgaand aan de datum waarop de deelnemer of gewezen deelnemer de leeftijd van 65 jaar bereikt D Na artikel 19f wordt een hoofdstuk ingevoegd luidende HOOFDSTUK IIC LEVENSLOOPREGELING Artikel 19g 1 Onder levensloopregeling wordt verstaan een regeling die a ten doel heeft het treffen van een voorziening in geld uitsluitend voor een periode van extra verlof b inhoudt dat een voorziening in geld kan worden opgebouwd met dien verstande dat in het kalenderjaar niet meer aanspraken ontstaan dan overeenkomt met 12 percent van het loon van het jaar en voorzover de totale aanspraken aan het einde van het kalenderjaar door de in het kalenderjaar opgebouwde aanspraken een periode van extra verlof van 2 1 jaar niet te boven gaan 2 Over de ingevolge een levensloopregeling opgebouwde voorziening mag worden beschikt ten behoeve van loon tijdens een verlofperiode dat tezamen met het daarnaast van de inhoudingsplichtige genoten loon niet uitgaat boven het laatstgenoten loon 3 Het ingevolge een levensloopregeling ter zake van een voorziening in geld ingehouden loon wordt overgemaakt naar een geblokkeerde rekening bij een kredietinstelling dan wel als premie gestort bij een verzekeraar voor een verzekering in het kader van een levensloopregeling 4 Als kredietinstelling onderscheidenlijk verzekeraar als bedoeld in het derde lid kunnen optreden a ondernemingen of instellingen aan wie het ingevolge de Wet toezicht kredietwezen 1992 is toegestaan hun bedrijf te maken van het ter beschikking krijgen van al dan niet op termijn opvorderbare gelden en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen of beleggingen mits deze kredietinstelling de verplichting ingevolge de levensloopregeling voor de heffing van de vennootschapsbelasting rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen b verzekeraars aan wie het ingevolge de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 is toegestaan het directe verzekeringsbedrijf uit te oefenen mits deze verzekeraar de verplichting ingevolge de levensloopregeling rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen c een ander lichaam dan bedoeld in de onderdelen a en b dat voldoet aan door onze Minister te stellen voorwaarden 5 Een werknemer kan in een kalenderjaar niet zowel een voorziening ingevolge een levensloopregeling opbouwen als sparen ingevolge een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32 6 Indien op enig tijdstip a een levensloopregeling niet langer als zodanig is aan te merken of b een aanspraak ingevolge een levensloopregeling wordt afgekocht of vervreemd of c de inhoudingsplichtige aan de werknemer een bijdrage ten behoeve van de levensloopregeling verstrekt terwijl hij niet in dezelfde mate aan zijn overige werknemers die voor het overige in dezelfde omstandigheden verkeren een bijdrage verstrekt of de bijdrage onder voorwaarden verstrekt met betrekking tot het moment van beschikken over de opgebouwde voorziening wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak ingevolge de levensloopregeling aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking van de werknemer of gewezen werknemer dan wel indien deze is overleden van de gerechtigde tot de aanspraak 7 Het zesde lid is niet van toepassing voorzover een aanspraak ingevolge een levensloopregeling wordt omgezet in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling die na de omzetting nog blijft binnen de in of krachtens hoofdstuk IIB gestelde begrenzingen 8 De ingevolge de levensloopregeling opgebouwde voorziening wordt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de werknemer de 65 jarige leeftijd heeft bereikt maar uiterlijk op de dag voorafgaand aan het ingaan van het ouderdomspensioen aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking van de werknemer 9 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel Da Aan artikel 21c wordt onder vervanging van en aan het slot van onderdeel d door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door en een onderdeel toegevoegd luidende f de levensloopverlofkorting artikel 22ca Db Na artikel 22c wordt een artikel ingevoegd luidende Artikel 22ca 1 Voor de werknemer die beschikt over een ingevolge een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g opgebouwde voorziening is de levensloopverlofkorting van toepassing Voor de werknemer die met toepassing van artikel 19g zesde lid beschikt over de opgebouwde voorziening is de levensloopverlofkorting niet van toepassing 2 De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag waarover met toepassing van artikel 19g wordt beschikt maar ten hoogste 183 per kalenderjaar waarin een voorziening in tijd of geld in het kader van een levensloopregeling is opgebouwd verminderd met de bedragen aan levensloopverlofkorting die de werknemer in voorafgaande loontijdvakken reeds heeft genoten 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel Dc In artikel 22d wordt de artikelen 22 22a 22aa 22b en 22c vervangen door de artikelen 22 22a 22aa 22b 22c en 22ca Voorts wordt de artikelen 8 10 8 11 8 16a 8 17 en 8 18 vervangen door de artikelen 8 10 8 11 8 16a 8 17 8 18 en 8 18a Dd In artikel 32 eerste lid wordt en 3 125 eerste lid onderdelen a c en d van de Wet inkomstenbelasting 2001 vervangen door en 3 125 eerste lid onderdelen a en c van de Wet inkomstenbelasting 2001 E Artikel 36a tweede lid wordt vervangen door 2 De aanspraken die voor 1 januari 2006 zijn opgebouwd ingevolge een regeling voor verlofsparen worden aangemerkt als aanspraken opgebouwd ingevolge een levensloopregeling ARTIKEL III De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2006 als volgt gewijzigd A Artikel 3 125 wordt als volgt gewijzigd 1 Het eerste lid onderdeel c vervalt onder verlettering van onderdeel d tot onderdeel c 2 In het tot onderdeel c verletterde onderdeel d van het eerste lid vervalt of het jaar waarin hij een pensioen als bedoeld in onderdeel c gaat genieten 3 In het tweede lid wordt onderdelen a c en d vervangen door onderdelen a en c 4 In het derde lid vervalt alsmede voor rechten als bedoeld in het eerste lid onderdeel c B Artikel 8 2 wordt als volgt gewijzigd 1 Na onderdeel f wordt onder verlettering van de onderdelen g tot en met m tot respectievelijk h tot en met n een onderdeel ingevoegd luidende g de ouderschapsverlofkorting artikel 8 14b 2 Na het tot onderdeel l verletterde onderdeel k wordt onder verlettering van de tot onderdelen m en n verletterde onderdelen l en m tot onderdelen n en o een onderdeel ingevoegd luidende m de levensloopverlofkorting artikel 8 18a C In artikel 8 9 eerste lid wordt de zinsnede en aanvullende combinatiekorting vervangen door aanvullende combinatiekorting ouderschapsverlofkorting en levensloopverlofkorting Voorts wordt de zinsnede en de aanvullende combinatiekorting vervangen door de aanvullende combinatiekorting de ouderschapsverlofkorting en de levensloopverlofkorting D Na artikel 8 14a wordt een artikel ingevoegd luidende Artikel 8 14b Ouderschapsverlofkorting 1 De ouderschapsverlofkorting geldt voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar a gebruik maakt van zijn recht op ouderschapsverlof als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg en b een voorziening in tijd of geld in het kader van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g Wet op de loonbelasting 1964 opbouwt 2 De ouderschapsverlofkorting bedraagt 50 van het wettelijk minimumloon per werkdag zoals bepaald bij of krachtens artikel 8 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag per werkdag opgenomen ouderschapsverlof in het kalenderjaar met dien verstande dat de ouderschapsverlofkorting niet meer bedraagt dan het in het voorafgaande kalenderjaar genoten belastbare loon verminderd met het in het kalenderjaar genoten belastbare loon 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel Da Na artikel 8 18 wordt een artikel ingevoegd luidende Artikel 8 18a Levensloopverlofkorting 1 De levensloopverlofkorting geldt voor de belastingplichtige die in het kalenderjaar beschikt over een ingevolge een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964 opgebouwde voorziening Voor de belastingplichtige die met toepassing van artikel 19g zesde lid beschikt over de opgebouwde voorziening is de levensloopverlofkorting niet van toepassing 2 De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag waarover met toepassing van artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt beschikt maar ten hoogste 183 per kalenderjaar waarin een voorziening in tijd of geld in het kader van een levensloopregeling is opgebouwd verminderd met de bedragen aan levensloopverlofkorting die de belastingplichtige in voorafgaande kalenderjaren reeds heeft genoten 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel E In artikel 9 3 tweede lid wordt onder verlettering van de onderdelen e tot en met k tot respectievelijk f tot en met l na onderdeel d een onderdeel ingevoegd luidende e de ouderschapsverlofkorting Ea In artikel 10 1 wordt 8 18 vervangen door 8 18 8 18a F Na hoofdstuk 10 wordt een hoofdstuk ingevoegd luidende HOOFDSTUK 10A OVERGANGSRECHT TEN GEVOLGE VAN WIJZIGINGSWETTEN Artikel 10a 1 Overgangsrecht in verband met afschaffing per 1 januari 2006 van premieaftrek voor overbruggingslijfrenten 1 Op aanspraken die uitsluitend dan wel mede betrekking hebben op lijfrenten als bedoeld in artikel 3 125 eerste lid onderdeel c zoals dit onderdeel luidde op 31 december 2005 blijven de op die datum geldende bepalingen die verband houden met de aanspraken op dergelijke lijfrenten van toepassing voor zover de aanspraken voortvloeien uit premies die vóór 1 januari 2006 in aanmerking zijn genomen als uitgaven voor inkomensvoorzieningen 2 Indien ter zake van een overeenkomst waarin een aanspraak is opgenomen die mede betrekking heeft op lijfrenten als bedoeld in artikel 3 125 eerste lid onderdeel c zoals dit onderdeel luidde op 31 december 2005 ook na 31 december 2005 nog premies worden voldaan worden die premies geacht geen betrekking te hebben op lijfrenten als bedoeld in genoemd onderdeel c 3 Indien ter zake van een overeenkomst waarin een aanspraak is opgenomen die uitsluitend of mede betrekking heeft op lijfrenten als bedoeld in artikel 3 125 eerste lid onderdeel c zoals dit onderdeel luidde op 31 december 2005 ook na 31 december 2005 nog premies worden voldaan is aanwending van opgebouwde aanspraken voor lijfrenten als bedoeld in genoemd onderdeel c slechts mogelijk tot ten hoogste een bedrag gelijk aan de waarde in het economische verkeer van die aanspraak op 31 december 2005 Voor zover de in de eerste volzin bedoelde aanspraken tot een hoger bedrag dan de aldaar bedoelde waarde worden aangewend voor lijfrenten als bedoeld in genoemd onderdeel c is artikel 3 133 eerste lid van overeenkomstige toepassing ARTIKEL IV De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt als volgt gewijzigd A Artikel 5 derde lid onderdeel a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt vervangen door a een zodanige regeling in de zin van de Pensioen en spaarfondsenwet respectievelijk de wettelijke bepalingen betreffende de loonbelasting dan wel een buitenlandse regeling welke daarmee naar aard en strekking overeenkomt B Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd 1 Onder vernummering van het zevende tot en met twaalfde lid tot achtste tot en met dertiende lid wordt na het zesde lid een nieuw lid ingevoegd luidende 7 Artikel 3 53 eerste lid onderdeel a van de Wet inkomstenbelasting 2001 is niet van toepassing op kosten en lasten in verband met een regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 32aa van de Wet op de loonbelasting 1964 ten behoeve van werknemers als bedoeld in artikel 12a van die wet Een voorziening ter zake van een zodanige regeling voor vervroegde uittreding voor bedoelde werknemers is niet mogelijk 2 In het tot elfde lid vernummerde tiende lid wordt zevende lid vervangen door achtste lid C In artikel 18 eerste lid wordt artikel 8 eerste tot en met het zevende tiende en twaalfde lid vervangen door artikel 8 eerste tot en met het achtste elfde en dertiende lid ARTIKEL V In de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt met ingang van 1 januari 2006 in artikel 30i eerste lid onderdeel a artikel 19b eerste lid of tweede lid eerste volzin of zesde lid van de Wet op de loonbelasting 1964 vervangen door artikel 19b eerste lid of tweede lid eerste volzin van de Wet op de loonbelasting 1964

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Wetsvoorstel%20VUT-Prep%202005%20Wetsvoorstel%20EK.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • Vijfde Nota van Wijziging wetsvoorstel Wet arbeid en zorg met wijzigingen wetsvoorstel 29760
    zorg en van enige andere wetten Wet aanpassing fiscale behandeling VUT prepensioen en introductie levensloopregeling Kamerstukken II 2004 2005 29 760 tot wet wordt verheven en in werking is getreden wordt de Wet op de loonbelasting 1964 met ingang van 1 januari 2006 als volgt gewijzigd A In artikel 19g derde lid vervalt ter zake van een voorziening in geld B In artikel 22ca tweede lid wordt een voorziening in tijd of geld vervangen door een voorziening ARTIKEL IX E Indien het bij koninklijke boodschap van 16 september 2004 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 de Wet inkomstenbelasting 2001 de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 de Wet arbeid en zorg en van enige andere wetten Wet aanpassing fiscale behandeling VUT prepensioen en introductie levensloopregeling Kamerstukken II 2004 2005 29 760 tot wet wordt verheven en in werking is getreden wordt de Wet inkomstenbelasting 2001 met ingang van 1 januari 2006 als volgt gewijzigd A In artikel 8 14b eerste lid wordt een voorziening in tijd of geld vervangen door een voorziening B In artikel 8 18a tweede lid wordt een voorziening in tijd of geld vervangen door een voorziening Tweede Kamer vergaderjaar 2004 2005 28 467 nr 19 2 Toelichting Deze nota van wijziging bevat een aantal technische aanpassingen van de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet inkomstenbelasting 2001 die verband houden met het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale behandeling VUT prepensioen en introductie levensloopregeling hierna aangeduid als het wetsvoorstel 1 Het overgangsrecht voor regelingen voor vervroegde uittreding en prepensioenregelingen wordt in overeenstemming gebracht met de doelstelling van en de toelichting op het amendement van het lid Vendrik c s Kamerstukken II 2004 2005 29 760 nr 30 2 Het laten vervallen van de mogelijkheid om in het kader van de levensloopregeling een voorziening in tijd op te bouwen wordt alsnog verwerkt in een aantal artikelen die abusievelijk nog niet op dit punt waren aangepast 3 Net als reeds voor aanspraken ingevolge een prepensioenregeling en voor aanspraken ingevolge een overbruggingspensioen in het wetsvoorstel is bepaald mag het ouderdomspensioen eveneens meer bedragen dan de in artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964 opgenomen maxima voor zover dit het gevolg is van de omzetting in ouderdomspensioen van een voor 1 januari 2006 opgebouwde aanspraak ingevolge een vroegpensioenregeling voor zover deze aanspraak is opgebouwd ten behoeve van pensioen in de periode voorafgaand aan het bereiken van 65 jarige leeftijd Zonder de onder punt 1 genoemde aanpassing zouden naar verwachting de volgende budgettaire consequenties optreden Derving tov wetsvoorstel 2006 2007 2008 2009 2010 2011 405 605 450 570 845 1 145 Met deze aanpassing wordt tevens voorkomen dat in de toekomst negatieve effecten op de arbeidsparticipatie van ouderen optreden als gevolg van de uit het hiervoor genoemde amendement voortvloeiende mogelijkheid voor werknemers die vóór 1 januari 2005 nog niet de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt om nog tien jaar aanspraken ingevolge een prepensioenregeling op te bouwen De inwerkingtreding van de in het wetsvoorstel

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Wetsvoorstel%20Wet%20arbeid%20en%20zorg%20NvW5%20Wijzigingen%20wetsvoorstel%2029760.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • 29760 Brief SoZaWe aan EK 21 december 2004
    strijdig te zijn met de bedoelingen van de indieners van het amendement en worden door het kabinet als zeer onwenselijk beschouwd Met het amendement van de heer Vendrik c s dat inmiddels door de Tweede Kamer is aangenomen werd beoogd binnen het overgangsrecht voor degenen die vóór 1 januari 2005 55 jaar of ouder zijn aanvullende voorwaarden te stellen Deze voorwaarden houden in dat bij latere uittreding een actuarieel neutrale herrekening van VUT en prepensioenuitkeringen dient plaats te vinden en dat in prepensioenregelingen een mogelijkheid tot deeltijdpensionering geboden dient te worden De tekst van het amendement zoals dit is aangenomen door de Tweede Kamer is echter zodanig vormgegeven dat dit tevens een uitbreiding van de onder het overgangsrecht vallende groep werknemers tot gevolg zou hebben Anders dan door het kabinet en de indieners werd beoogd zou het overgangsrecht ook gaan gelden voor werknemers die niet vóór 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt Dit zou in vergelijking tot het beoogde overgangsrecht betekenen dat tot en met 31 december 2014 een grotere groep werknemers gebruik zou kunnen maken van een fiscaal gefacilieerde VUT regeling en dat alle deelnemers aan een prepensioenregeling nog tot en met 31 december 2014 fiscaal gefacilieerd aanspraken kunnen blijven opbouwen Uiteraard zou een dergelijke omvangrijke verruiming van het wetsvoorstel een negatief effect op de arbeidsparticipatie van oudere werknemers hebben terwijl de indieners van het amendement nu juist het tegenovergestelde wilden bereiken Ook de budgettaire consequenties zijn zeer fors Om bovengenoemde redenen en om de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel geen onnodige vertraging te laten oplopen heb ik besloten om het wetsvoorstel als gewijzigd door de aanvaarding van het amendement Vendrik c s zo snel mogelijk in overeenstemming te brengen met de bedoelingen van de indieners en van de Tweede Kamer Ik heb daarom inmiddels

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Wetsvoorstel%20VUT-Prep%202005%20Brief%20SoZaWe%20aan%20EK%20211204.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive

  • 29760 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID 170105
    motie van het lid Bussemaker c s is dat flexibilisering van pensioen langer doorwerken van oudere werknemers kan stimuleren Het kabinet onderschrijft het uitgangspunt dat het pensioenstelsel zowel de Algemene Ouderdomswet AOW als de arbeidsgerelateerde aanvullende pensioenen geen belemmeringen moet opwerpen om op vrijwillige basis tot na 65 jaar door te blijven werken Wat betreft de AOW is er op dit moment geen enkele belemmering om langer dan tot 65 jaar door te werken Na 65 jaar mag op grond van de huidige wetgeving tegelijkertijd een AOW uitkering en arbeidsinkomen worden genoten Het bieden van een mogelijkheid tot uitstel van de AOW uitkering tot na 65 jaar via flexibilisering van de AOW is dus geen voorwaarde om na 65 jaar te kunnen doorwerken Een combinatie van AOW eventueel aanvullend pensioen en inkomen uit arbeid kan zelfs een aantrekkelijke optie zijn om na 65 jarige leeftijd een hoger inkomen te realiseren Doorwerken na 65 jaar is voor werknemers extra aantrekkelijk omdat voor 65 plussers een lager belastingtarief geldt Ook werkgevers profiteren vanaf dat moment van lagere lasten op arbeid Flexibilisering van de AOW biedt ook wat deze fiscale aspecten betreft overigens geen meerwaarde Op het terrein van de aanvullende arbeidsgerelateerde pensioenen bestaan er vanuit de wetgeving evenmin belemmeringen om na het 65e jaar door te werken In het wetsvoorstel aanpassing fiscale behandeling VUT Hoewel er in de wet en regelgeving op het terrein van de aanvullende pensioenen dus geen beletsels bestaan voor langer doorwerken kunnen er nog wel belemmeringen bestaan in de arbeidsvoorwaardelijke sfeer In arbeidsovereenkomsten kan het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd bijvoorbeeld een reden voor ontslag zijn Mede om die reden heeft het kabinet in het kader van de discussie over het wegnemen van belemmeringen voor langer doorwerken na 65 jaar in de brief van 7 december jongstleden

    Original URL path: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Wetsvoorstel%20VUT-Prep%20BRIEF%20SOZAWE%20170105.htm (2015-09-07)
    Open archived version from archive



  •