archive-nl.com » NL » D » DOMMEL.NL

Total: 815

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Waterschap De Dommel - Zoeken
    pdf PDF 813 kB laatst gewijzigd op29 04 2015 Wandelroute2 Beneden Dommel pdf PDF 211 kB laatst gewijzigd op15 04 2015 Bezwarenkaart ombudsman PDF 1557 kB laatst gewijzigd op08 07 2013 JaarverslagBezwaarschriften2014 pdf PDF 376 kB laatst gewijzigd op06 10 2015 Vorige 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Volgende Loket Vacatures zoeken zoeken tes test Home Belastingen Vergunningen en regels Bestuur en organisatie Werken bij

    Original URL path: http://www.dommel.nl/search/type/exampleassetset?pageNumber=10 (2015-12-02)
    Open archived version from archive


  • Waterschap De Dommel - Zoeken
    laatst gewijzigd op25 11 2015 2 GGD Advies H2S 10 11 2015 pdf PDF 889 kB laatst gewijzigd op25 11 2015 hst 1 picknickplekken pdf PDF 405 kB laatst gewijzigd op08 07 2013 wandelroute1 pdf PDF 331 kB laatst gewijzigd op24 09 2014 Vorige 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Volgende Loket Vacatures zoeken zoeken tes test Home Belastingen Vergunningen en regels Bestuur en organisatie

    Original URL path: http://www.dommel.nl/search/type/exampleassetset?pageNumber=11 (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Zoeken
    442 kB laatst gewijzigd op24 09 2014 wandelroute5 pdf PDF 382 kB laatst gewijzigd op24 09 2014 kaart wandelroute6 pdf PDF 189 kB laatst gewijzigd op24 09 2014 kaart fietsroute2 pdf PDF 279 kB laatst gewijzigd op24 09 2014 Vorige 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Volgende Loket Vacatures zoeken zoeken tes test Home Belastingen Vergunningen en regels Bestuur en organisatie Werken bij ons Recreatie

    Original URL path: http://www.dommel.nl/search/type/exampleassetset?pageNumber=12 (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Zoeken
    en belanghebbenden bij de voorbereiding van beleid van het waterschap De Dommel worden betrokken geldig vanaf 1 1 2013 regelgeving Verordening watersysteemheffing Waterschap De Dommel 2015 geldig vanaf 21 12 2014 regelgeving Voorschriften betreffende het beheer van de documenten van de waterschapsorganen voor zover deze documenten niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats geldig vanaf 1 12 2014 regelgeving Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Volgende Loket

    Original URL path: http://www.dommel.nl/search/type/cvdr/category/Regelgeving?pageNumber=1 (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    dag van de vergadering bij het dagelijks bestuur zijn inge diend De toelichting wordt door het dagelijks bestuur op een Waterschapsblad geplaatst en bij de agenda gevoegd 2 Indien het dagelijks bestuur daartoe aanleiding ziet voegt het zijn zienswijze omtrent het ter behandeling aangedragen punt bij Presentielijst Artikel 15 1 De secretaris directeur draagt er zorg voor dat tijdig voor aanvang van de vergade ring er een presentielijst ligt die in alfabetische volgorde de namen bevat van de zitting hebbende leden van het algemeen bestuur De leden die ter vergadering komen dienen voor aanvang van de vergadering de presentielijst te tekenen Zonder voorafgaande tekening van deze lijst kan een lid niet aan de stemming deelnemen 2 De leden die vóór de sluiting de vergadering verlaten geven daarvan kennis aan de watergraaf 3 Onmiddellijk na sluiting van de vergadering ondertekenen de watergraaf en de secretaris directeur de presentielijst Orde van plaatsneming Artikel 16 1 De leden hebben in de vergadering een vaste zitplaats 2 Bij de aanvang van een nieuwe zittingsperiode van het algemeen bestuur bepaalt de watergraaf de orde van plaatsneming Bericht van verhindering Artikel 17 Een lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen geeft daarvan zo mogelijk vóór de aanvang van de vergadering kennis aan de secretaris directeur Taak van de watergraaf Artikel 18 De watergraaf is als voorzitter belast met a het leiden van de vergadering b het handhaven van de orde in de vergadering c het geven van voldoende gelegenheid aan de leden tot het uiten van hun opvattingen omtrent een in behandeling zijnd onderwerp d het formuleren van datgene waarover zal worden gestemd dan wel zoals is besloten e het zo nodig in stemming brengen van de aan de vergadering gedane voorstellen en het bekend maken van de uitslag van de stemmingen en lotingen Taak van de secretaris directeur Artikel 19 De secretaris directeur woont alle vergaderingen van het algemeen bestuur bij en is verantwoordelijk voor het ontwerpen van de notulen en de besluitenlijst Inhoud notulen Artikel 20 De notulen houden in elk geval in a de namen van de watergraaf en de secretaris directeur b de namen van de leden die aanwezig waren alsmede van de leden die afwezig waren c een opgave van de medegedeelde stukken en de mondelinge mededelingen d de zakelijke inhoud van het besprokene met vermelding van de namen van de leden die het woord hebben gevoerd of voorstellen en dergelijke aan de vergadering hebben gedaan e in welke zin is besloten f de vermelding van de gehouden stemmingen en hun uitslag met vermel ding tevens van de namen van degenen die zich bij hoofdelijke stemmin gen vóór of tegen een voorstel verklaarden en van degenen die zich van stemming hebben onthouden g de naam van ieder lid dat geacht wilde worden te hebben tegengestemd betreffende een zonder hoofdelijke stemming genomen besluit Besluitenlijst Artikel 21 De besluitenlijst is een kort overzicht van hetgeen overeenkomstig het bepaalde onder e van artikel 20 in de notulen is opgenomen Besluiten Artikel 22 1 Het algemeen bestuur kan slechts besluiten indien blij kens de presentielijst meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden aan de stemming heeft deelgenomen 6 2 Het eerste lid is niet van toepassing a wanneer opnieuw moet worden gestemd over een voorstel of over een benoeming voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van het eerste lid niet geldig was b wanneer het onderwerpen betreft die in een daaraan voorafgaande niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld 7 3 Een besluit wordt genomen bij volstrekte meerderheid van het aantal geldig uitgebrachte stemmen 8 4 Als een vergadering ingevolge het bepaalde in het eerste lid niet kan besluiten belegt de watergraaf zo spoedig mogelijk een nieuwe vergadering ter behandeling van de onderwerpen die in de oproeping voor de eerste vergadering zijn vermeld In de oproeping wordt de reden vermeld waarom de tweede vergadering is belegd In deze tweede vergadering wordt behoudens de gevallen dat wettelijk de meerderheid van het aantal zitting hebbende leden is vereist met gewone meerder heid van het aantal uitgebrachte stemmen beslist 5 In de vergaderingen heeft elk lid één stem Opening Artikel 23 1 De watergraaf opent de vergadering op het tijdstip in de oproepings brief bepaald wanneer blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is 2 Wanneer een kwartier na het voor de aanvang van de vergadering bepaal de tijdstip het ingevolge artikel 22 eerste lid vereiste aantal leden niet aanwezig is wordt de presentielijst gesloten en vindt artikel 22 vierde lid toepassing 3 Wanneer gedurende de vergadering blijkt dat het vereiste aantal leden niet meer aanwezig is sluit de watergraaf de vergadering en wordt met betrekking tot de niet behandelde onderwerpen van de agenda gehandeld als in artikel 22 vierde lid is bepaald 4 Een belegde vergadering die wegens het niet opkomen van het vereiste aantal leden niet wordt gehouden wordt voor de toepassing van de vergoedingsregelingen aangemerkt als een vergadering Bede Artikel 24 Onmiddellijk na het openen van de vergadering spreekt de watergraaf de volgende bede uit Aan het begin van deze bijeenkomst waarin wij samenkomen om de taakuitoefening van Waterschap De Dommel te dienen spreken wij uit dat wij ons zullen inzetten voor een goede waterhuishouding dat wij verantwoordelijkheid nemen voor onze beslissingen en respect hebben voor elkaars mening Mededelingen Artikel 25 Na de opening van de vergadering doet de watergraaf mededeling van het geen ter kennis van het algemeen bestuur dient te worden gebracht voor zover hierover bij de agenda geen schriftelijke of elektronische mededeling is gedaan Ingekomen stukken Artikel 26 1 NNa de mededelingen stelt de watergraaf de lijst van ingekomen stukken aan de orde In voorkomend geval verstrekt hij een aanvullende opgaaf van ingekomen stukken en doet daaromtrent de nodige voorstellen namens het dagelijks bestuur 2 De in het eerste lid bedoelde stukken worden door het algemeen bestuur voor kennisgeving aangenomen of met inachtneming van de door het algemeen bestuur gemaakte opmerkingen overeenkomstig nader voorstel van het dagelijks bestuur afgehan deld 3 Het dagelijks bestuur kan aanvullende procedurele afspraken vaststellen omtrent routing en kennisneming van ingekomen stukken Vaststelling notulen en besluitenlijst Artikel 27 1 Na de behandeling overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de ingekomen stukken komt het vaststellen van het ontwerp van de notulen en de ontwerp besluitenlijst aan de orde 2 De leden zijn gerechtigd tekstvoorstellen te doen tot het aanbrengen van de naar hun mening nodig geachte aanvullingen of wijzigingen 3 Wanneer de notulen of de besluitenlijst aanleiding gegeven hebben tot aanmerkingen raadpleegt de watergraaf de vergadering die beslist of de aanmerkingen gegrond zijn Indien de gegrondheid van de aanmerkin gen door de vergadering wordt erkend wordt de verlangde wijziging aangebracht 4 De notulen en de besluitenlijst worden ter vaststelling door de watergraaf en de secretaris directeur ondertekend Notulen besloten vergadering Artikel 28 De ontwerp notulen van een besloten vergadering worden afzonderlijk gehou den van de ontwerp notulen van de openbare vergaderingen Zij worden zonder nadere bespreking in een volgende openbare vergadering vastge steld of in een eventueel na afloop van het openbare gedeelte gehouden besloten vergadering besproken en vastgesteld Onderwerpen volgens agenda Artikel 29 Na de vaststelling van de notulen en de besluitenlijst stelt de water graaf de onderwerpen aan de orde waarvoor de vergadering is belegd in de volgorde waarin zij op de agenda zijn vermeld Het algemeen bestuur kan op voorstel van de watergraaf of van ten minste vijf leden besluiten deze volgorde te wijzigen Niet geagendeerde voorstellen Artikel 30 1 Andere voorstellen dan de op de agenda vermelde maken onderwerp van be raadslaging uit indien zij worden gedaan door de watergraaf door het dagelijks bestuur of door een lid van het algemeen bestuur in het laatste geval indien het voorstel door ten minste twee andere leden wordt gesteund Laatstgenoemd voorstel dient schriftelijk of elektronisch te worden gedaan De watergraaf bepaalt na welk agendapunt het aan de orde komt 2 Behoudens in uitzonderlijke gevallen dient een voorstel dat buiten de agenda om wordt gedaan op een zodanig tijdstip aan de leden te worden toegezonden dat kennisneming daarvan voorafgaande aan de vergadering redelijkerwijs mogelijk is Het lid dat zodanig voorstel doet dient dit daartoe uiterlijk drie werkdagen vóór de datum van een vergadering bij de watergraaf in te dienen De watergraaf draagt er zorg voor dat het voorstel direct wordt vermenigvuldigd en aan de leden schriftelijk of elektronisch wordt toege zonden 3 Het algemeen bestuur gaat tot behandeling van het voorstel over na hierover het advies van het dagelijks bestuur te hebben gehoord Zonodig schorst de watergraaf de vergadering voor de duur van het beraad van het dagelijks bestuur omtrent het uit te bren gen advies 4 Over niet geagendeerde voorstellen wordt in de vergadering geen be sluit genomen tenzij met tweederde van de uit te brengen stemmen daar toe wordt besloten 5 Zolang een besluit over het voorstel niet is genomen kan het door degene die het heeft ingediend worden teruggenomen Bespreking niet geagendeerde onderwerpen Artikel 31 De watergraaf kan onderwerpen die niet op de agenda zijn vermeld ter sprake brengen zonder dat over een dergelijk onderwerp besluitvorming plaatsvindt Orde van spreken Artikel 32 1 Geen lid voert het woord zonder het aan de watergraaf gevraagd en van deze gekregen te hebben 2 De watergraaf verleent in de regel het woord in de volgorde waarin het is gevraagd Van deze volgorde kan worden afgeweken wanneer een lid het woord vraagt voor een persoonlijk feit of voor het indienen van een voorstel van orde 3 De watergraaf verleent het woord over een persoonlijk feit niet dan nadat het betrokken lid een beknopte aanduiding van dat feit heeft gegeven Spreekplaats Artikel 33 Elk lid spreekt met behulp van een microfoon tot de watergraaf Handhaving van de orde Artikel 34 1 Een lid dat aan het woord is mag in zijn rede niet worden gestoord door iemand anders ter vergadering aanwezig tenzij door de watergraaf 2 De watergraaf onthoudt de leden niet de gelegenheid korte interrupties te plaatsen tenzij de normale gang van de vergadering door herhaalde lijke interruptie dreigt te worden verstoord 3 Indien een lid zich beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen veroor looft of op welke wijze ook de orde verstoort roept de watergraaf dat lid tot de orde 4 Indien een lid voortgaat beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen te gebruiken of de orde te verstoren ontneemt de watergraaf dat lid het woord over het onderwerp van beraadslaging Uitsluiting van de vergadering Artikel 35 1 De watergraaf kan aan het algemeen bestuur voorstellen een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belem mert uit te sluiten van verdere bijwoning van de vergadering Over dit voorstel wordt niet beraadslaagd 2 Onmiddellijk na aanneming van het voorstel als bedoeld in het eerste lid verlaat dat lid de vergadering In geval van weigering zorgt de watergraaf ervoor dat het lid uit de vergaderzaal wordt verwijderd Schorsing in verband met handhaving van de orde Artikel 36 Indien dringende omstandigheden het ter handhaving van de orde noodzake lijk maken schorst de watergraaf de vergadering De schorsing gaat de tijd van één uur niet te boven Verdaging van de vergadering Artikel 37 Indien bijzondere omstandigheden dit wenselijk maken is de watergraaf be voegd de vergadering te verdagen In dat geval zal de vergadering binnen acht dagen worden hervat dan wel opnieuw worden uitgeschreven Wiize van beraadslaging Artikel 38 Bij beraadslaging over keuren verordeningen reglementen begrotingen rekeningen en andere in artikelen of in onderdelen verdeelde stukken wordt door de watergraaf eerst gelegenheid geboden tot algemene beschou wingen over het aan de orde zijnde onderwerp alvorens beraadslaging over de verschillende artikelen of onderdelen plaatsvindt Frequentie van spreken Artikel 39 1 Geen lid voert over hetzelfde onderwerp meer dan tweemaal het woord tenzij de watergraaf hem daartoe toestemming verleent 2 Deze bepaling is niet van toepassing op de leden van het dagelijks bestuur en op de leden die een voorstel dan wel een amendement of sub amendement hebben ingediend Spreektiid Artikel 40 1 De watergraaf kan gehoord het algemeen bestuur bij de aanvang of tijdens de beraadslaging over enig onderwerp regels stellen ten aanzien van de spreektijd van de leden 2 Zodra de aan een lid gegeven spreektijd is verstreken nodigt de water graaf dat lid uit zijn rede te beëindigen Het lid is gehouden daaraan terstond gevolg te geven Voorstel van orde Artikel 41 1 Ieder lid kan tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen Het algemeen bestuur beslist terstond 2 Onder een voorstel van orde wordt verstaan een voorstel tot het nemen van een besluit betreffende de wijze het tijdstip of de duur van behandeling van de onderwerpen die aan de orde zijn Indiening amendementen Artikel 42 1 Elk lid heeft het recht om met betrekking tot een aanhangig voorstel een amendement dan wel een sub amendement in te dienen Een amendement of sub amendement moet schriftelijk of elektronisch bij de watergraaf worden ingediend en moet door ten minste twee andere leden worden ondersteund 2 Onder een amendement wordt verstaan een voorstel tot wijziging van een aanhangig voorstel Onder een sub amendement wordt verstaan een voor stel tot wijziging van een ingediend amendement 3 Een amendement of sub amendement moet zodanig zijn geredigeerd dat het naar de vorm direct kan worden opgenomen in het voorstel waarop het betrekking heeft 4 Een amendement of sub amendement kan door het lid dat het heeft inge diend voorafgaande aan de beraadslaging worden toegelicht Beraadslaging over amendementen Artikel 43 1 De watergraaf kan indien hij dit om verwarring te voorkomen wenselijk acht over een ingediend amendement en sub amendement afzonderlijk laten beraadslagen In dat geval gaat de beraadslaging over het sub amendement aan die over het amendement vooraf 2 Bij voorgestelde amendementen of sub amendementen wordt eerst gestemd over het sub amendement of amendement van de verste strekking en daar na over het al dan niet geamendeerde voorstel Indiening motie Artikel 44 1 Elk lid kan tijdens de beraadslaging een motie die op het aan de orde zijnde onderwerp betrekking heeft indienen 2 Onder een motie wordt verstaan een korte gemotiveerde verklaring waarin een oordeel een gevoelen of een wens namens de leden van het algemeen bestuur wordt uitgesproken dan wel waarin het dagelijks bestuur wordt uitgenodigd iets te doen of na te laten 3 Om onderwerp van beraadslaging te kunnen uitmaken moet een motie door tenminste twee andere leden worden gesteund Sluiting beraadslaging Artikel 45 1 Oordeelt de watergraaf dat een zaak voldoende is toegelicht dan stelt hij sluiting van de beraadslaging voor Dit voorstel wordt geacht te zijn aangenomen tenzij ten minste vijf leden daarover stemming verlan gen 2 Het voorstel tot sluiting van de beraadslagingen kan ook uitgaan van een der leden Dit voorstel moet om in behandeling te kunnen worden genomen door ten minste twee andere leden worden gesteund 3 De watergraaf kan toelaten dat na de sluiting van de beraadslagingen korte verklaringen worden afgelegd Stemming Artikel 46 1 Indien een lid na sluiting van de beraadslaging stemming vraagt over het nemen van een besluit wordt onmiddellijk tot stemming bij hoofde lijke oproeping overgegaan tenzij schriftelijke stemming is vereist 2 De watergraaf schorst de vergadering indien tenminste een derde van de aanwezige leden dit verlangt of indien het dagelijks bestuur zich over de ontstane situatie wil beraden Stemvolgorde Artikel 47 De hoofdelijke oproeping vangt aan bij het lid dat de watergraaf via loting aanwijst De loting vindt plaats door het trekken van een nummer uit de bus waarin zich de nummers bevinden waaronder de leden op de presentielijst zijn opgenomen Na uitbrenging van de stem door het aldus bij loting aangewezen lid brengen de leden in de volgorde waarin zij na hem op de presentielijst voorkomen hun stem uit Stemplicht en wijze van stemmen Artikel 48 1 Elk lid dat ter vergadering aanwezig is en zich niet van stemming dient te onthouden is verplicht zijn stem uit te brengen 9 2 Een lid dat zich van stemming moet onthouden deelt dit voor de aan vang van de stemming onder vermelding van de reden mee aan de water graaf 3 De leden spreken vanaf hun plaatsen en stemmen met de woorden voor of tegen zonder enige bijvoeging 4 Een lid kan zijn stem niet meer wijzigen nadat het volgende lid tot de stemming is opgeroepen Het laatst opgeroepen lid kan zijn stem niet meer wijzigen nadat de watergraaf heeft geconstateerd dat de stemming heeft plaatsgehad Elk lid kan echter verzoeken in de notulen te laten aantekenen dat het zich bij het uitbrengen van zijn stem heeft vergist 5 Bij het staken van de stemmen wordt het voorstel opnieuw geagendeerd voor de volgende vergadering Als in deze vergadering de stemmen over het voorstel weer staken wordt het voorstel verworpen Aantekening tegenstem Artikel 49 Indien geen stemming plaatsvindt kan een lid verklaren dat het geacht wil worden te hebben tegengestemd Stemming personen Artikel 50 1 Over personen wordt schriftelijk gestemd Ten behoeve van zo n stem ming wijst de watergraaf drie leden aan voor het opnemen van de stem men 2 De stemming geschiedt met gesloten en ongetekende stembriefjes die door de watergraaf zijn gewaarmerkt 3 Over elke vacature wordt afzonderlijk gestemd Verplichting inleveren stembriefje Artikel 51 1 Ieder lid dat ter vergadering aanwezig is en zich niet van stemming moet onthouden is verplicht een gesloten stembriefje in te leveren 2 Een lid dat zich van stemming moet onthouden deelt dit voor de aan vang van de stemming onder vermelding van de reden mee aan de water graaf Stemopneming en controle aantal stembriefjes Artikel 52 1 De stembriefjes worden verzameld in een bus 2 De leden die voor het opnemen van de stemmen zijn aangewezen onderzoe ken of het aantal stembriefjes gelijk is aan dat van de leden die aan de stemming hebben deelgenomen Is dit niet het geval dan worden de stembriefjes zonder te zijn geopend vernietigd waarna opnieuw tot stemming wordt overgegaan Voorlezen stembriefjes

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/272377_7/Reglement+van+orde+algemeen+bestuur+2009.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    s m door te sturen aan de grondgebruiker Op dit formulier wordt onder meer het volgende aangegeven Soort gewas Wel niet geoogst Aantal gebruikspercelen Urenbesteding opruimen drijfvuil Eventuele overige schades Enz De grondeigenaar gebruiker retourneert binnen 14 dagen het schadevergoedingsformulier zodat het waterschap de mogelijkheid heeft deze gegevens te verifiëren Het waterschap stelt de schade vast bij beschikking art 4 86 Awb en keert deze uit binnen een periode van 3 maanden na indiening van het schadeformulier Indien de grondeigenaar gebruiker het niet eens is met de hoogte van dit bedrag kan hij hiertegen gemotiveerd bezwaar maken bij het dagelijks bestuur en zo nodig beroep en hoger beroep indienen bij de rechtbank respectievelijk de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Op grond van de verordening behandeling bezwaren wordt het bezwaar voorgelegd aan de bezwarencommissie van het waterschap Deze commissie adviseert het dagelijks bestuur over de te nemen beslissing op bezwaar Deze commissie zal in ieder geval onderzoeken of de procedure zorgvuldig is doorlopen en de Vergoedingsnormen juist zijn toegepast Voor schade die zich wellicht in een later stadium manifesteert kan ook na verloop van tijd een aanvullend verzoek om schadevergoeding worden ingediend op grond van art 7 14 e v Waterwet zoals vermeld in bijlage III Het is ook mogelijk om de beschreven procedure van melden en uitkeren indien gewenst vooraf vast te leggen in een overeenkomst met het waterschap Als een geschil ontstaat over de naleving van deze overeenkomst wordt dit geschil voorgelegd aan de adviescommissie als bedoeld in artikel 4 van de Verordening schadevergoeding van het waterschap Deze commissie treedt op dat moment op als geschillencommissie Het oordeel van deze commissie is bindend voor betrokken partijen 3 2 Melden van inundatieschade natuur Onder natuur wordt in deze regeling het volgende verstaan ongebouwde onroerende zaken waarvan de inrichting en het beheer geheel of nagenoeg geheel en duurzaam zijn afgestemd op het behoud of de ontwikkeling van natuur bijvoorbeeld kleinschalige roggeakkers of beweiding louter uit het oogpunt van natuurbeheer bossen waar al dan niet bosbouw wordt uitgeoefend Kleinschalige roggeakkers of beweiding louter uit het oogpunt van natuurbeheer wordt voor de toepassing van deze regeling beschouwd als natuurgebruik Voor percelen die als natuur worden gebruikt geldt in beginsel dezelfde procedure als voor de landbouw Uitgegaan wordt van de Vergoedingsnormen voor inundatieschade bij waterberging waarin is aangegeven hoe met schade wordt omgegaan die is ontstaan als gevolg van waterberging op als natuur in gebruik zijnde percelen Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan vergoeding van extra maai beheerskosten Indien nodig zal de schadevaststelling door middel van taxatie plaatsvinden Evenals bij landbouwpercelen kan schade na inundatie worden gemeld bij het waterschap Het waterschap stelt de schade vast bij beschikking tegen welk besluit bezwaar beroep en hoger beroep open staat Ook is het mogelijk om de beschreven procedure van melden en uitkeren indien gewenst vooraf vast te leggen in een overeenkomst met het waterschap Uitgangspunten vergoeding inundatieschade Hoofdstuk 4 1 De inundatieschade wordt bepaald aan de hand van de Vergoedingsnormen voor inundatieschade bij waterberging Indien andere type gewassen voor vergoeding in aanmerking komen gebeurt dit op basis van taxatie 2 De aan deze Vergoedingsnormen ten grondslag liggende cijfers zijn uitsluitend gebaseerd op inkomstenderving en extra bewerkings kosten Uitgangspunt is vergoeding van concrete schade achteraf Er wordt dus niet gewerkt met forfaitaire vergoedingen 3 De Vergoedingsnormen worden jaarlijks geactualiseerd 3 en zo nodig naar boven aangepast aan het actuele prijsniveau tijdens de inundatie 4 Er wordt geen schade vergoed die reeds uit hoofde van een andere regeling wordt vergoed bijvoorbeeld beheersvergoedingen 5 Er wordt geen schade vergoed indien de grondgebruiker redelijkerwijs maatregelen had kunnen nemen ter voorkoming of beperking van schade Eventuele gemaakte kosten voor het treffen van dergelijke maatregelen worden in redelijkheid vergoed 6 Voor de toepassing van deze regeling is het grondgebruik op de datum van ter inzage legging van het ontwerp projectplan Waterwet bepalend Het grondgebruik kan worden vastgelegd in de legger 7 De gebruikelijke teeltwisselingen zijn toegestaan mits die wisseling past bij de gangbare normen voor een goede landbouwkundige praktijk en bij de ter plaatse regulier aanwezige drooglegging Indien sprake is van een trendbreuk ligt het risico hiervan bij de ondernemer 8 De vergoedingsnormen zijn afhankelijk van het grondgebruik ten tijde van het optreden van waterberging 9 In de Vergoedingsnormen is een uurtarief voor de daadwerkelijke tijdbesteding aan het opruimen van drijfvuil opgenomen Indien sprake is van een substantiële hoeveelheid drijfvuil worden de werkelijke kosten van afvoer vergoed Bijlage I INTRODUCTIE VERGOEDINGSNORMEN VOOR INUNDATIESCHADE BIJ WATERBERGING Inleiding In de bijlage II zijn de vergoedingsnormen opgenomen die onderdeel uitmaken van de regeling Vergoeding van schade bij waterberging Alle herleidbare en kwantificeerbare kosten worden meegewogen in de berekening van de vergoedingen Hieronder worden de vergoedingssystematiek en de gehanteerde uitgangspunten beknopt beschreven De nadruk ligt vooral op de resultaten van de berekeningen van de vergoedingen De vergoedingsnormen worden jaarlijks geactualiseerd Dit gebeurt jaarlijks door het gecertificeerde advies en taxatiebureau Indien nodig kan bijvoorbeeld bij gewijzigde marktomstandigheden ook tussentijds een taxatierapport worden opgemaakt Vergoedingssystematiek In de vergoedingssystematiek voor landbouwkundige productie zijn de volgende factoren bepalend het soort gewas vorm van grondgebruik de overstromingperiode de overstromingsfrequentie of herhalingstijd de duur van overstroming het voor de oogst verloren gegane oppervlak Landbouw In de vergoedingssystematiek voor landbouwkundige productie worden de vergoedingen berekend per hectare Vervolgens worden deze vergoedingsnormen vermenigvuldigd met het concreet geïnundeerde waterbergingsoppervlak De methodiek houdt rekening met de specifieke waterbergingssituatie ter plaatse zoals die blijkt uit de meldingen van de grondeigenaren gebruikers De berekeningen geven daarom de vergoedingsnormen weer voor veel voorkomende gewassen grondgebruikvormen in Noord Brabant De periode waarin tijdstip waarop waterberging optreedt zal in belangrijk mate de impact op de landbouw bepalen Daarom wordt er in de systematiek een onderverdeling gemaakt naar meerdere perioden van inundatie per kalenderjaar In de vergoedingsregeling wordt de systematiek voor berekening van de impact op de landbouwkundige productie in detail beschreven De essentie is dat de berekening van de hoogte van de impact op de landbouwkundige productie wordt uitgedrukt door middel van de volgende kosten verlies posten 1 Kwantiteitsverlies minder

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/273090_1/Vergoeding+van+schade+bij+waterberging.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    uitgebreide openbare procedure van afdeling 3 4 van de Awb In de Inspraakverordening kan echter anders worden bepaald De algemene inspraakverordening moet worden beschouwd als een aanvulling op inspraakregelingen die zijn opgenomen in formele wetten algemene maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen De Waterschapswet kent bijvoorbeeld een bepaling voor de voorbereiding van de keur artikel 80 en een eigen regeling voor het ter inzage leggen van de begroting van het waterschap artikel 100 Inspraakprocedure deregulering Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van het waterschapsbeleid en heeft een tweeledig doel Aan de ene kant wordt belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over een beleidsvoornemen of ontwerpbesluit van het waterschapsbestuur kenbaar te maken Aan de andere kant is het voor het waterschap een belangrijk hulpmiddel om op basis van een evenwichtige belangenafweging tot een besluit te komen Aan inspraak kan op zeer uiteenlopende manieren worden vormgegeven Er is gekozen voor een sobere en flexibele regeling mede met het oog op het dereguleringsstreven Bovendien maakt de globale raamregeling het mogelijk dat recht wordt gedaan aan de behoefte van insprekers en bestuur mede in relatie tot de aard schaal en reikwijdte van het voorwerp waarop inspraak plaatsvindt Een gedetailleerde en daardoor rigide wijze van regelgeving dient niet de belangen van insprekers Ten aanzien van de voorbereiding van beleid is de hoofdregel dat afd 3 4 Awb wordt toegepast tenzij het bestuursorgaan voor een andere inspraakprocedure kiest Alternatieven voor inspraak Inspraak is onderdeel van het totale besluitvormingsproces en kent formeel een naar tijd en strekking begrensde fase Het moet onderscheiden worden van andere inspraakmogelijkheden die men heeft om zich tot het waterschapsbestuur te wenden Te denken valt hierbij aan het spreekrecht bij AB en commissievergaderingen het schrijven van brieven het bezoeken van spreekuren het houden van informatiebijeenkomsten keukentafelgesprekken en deelname aan opiniërende vergaderingen van het algemeen bestuur door derden Inspraak is uiteraard van een andere orde dan de mogelijkheid om de uitkomsten van de beleidsvaststelling aan te vechten door middel van bezwaar en beroep Inspraak kan ook worden onderscheiden van interactieve beleidsvorming Interactieve beleidsvorming is een werkwijze met name bedoeld voor complexe beleidsprocessen met meerdere actoren waarbij een overheidsorganisatie in een zo vroeg mogelijk stadium burgers maatschappelijke organisaties bedrijven of andere overheden bij het beleid betrekken Het oogmerk is om zo in een open en evenwichtige wisselwerking of samenwerking met hen tot de voorbereiding bepaling uitvoering of evaluatie van beleid te komen Interactieve beleidsvorming mobiliseert daarbij de kennis en steun van betrokkenen bij beleidsproblemen waarvan de overheid op voorhand niet weet of nog niet wil bepalen hoe deze opgelost zullen worden In de AB vergadering van 15 april 2009 heeft het AB een notitie burgerparticipatie en bestuursorganisatie vastgesteld waarin uitvoerig wordt ingegaan op diverse vormen van betrokkenheid van burgers bij beleid Facultatieve toepassing van de inspraakprocedure voor verordeningen regelingen en besluiten De oude tekst van art 79 Wsw sprak van inspraak op de voorbereiding van door het AB te nemen besluiten Er werd daarbij niet aangegeven voor welke besluiten de inspraakprocedure in elk geval moest worden toegepast Het waterschap dient deze besluiten dus zelf in de inspraakverordening op te nemen In de nieuwe Inspraakverordening is er voor gekozen om geen specifieke verordeningen regelingen en besluiten op te nemen met uitzondering van het projectplan waterwet en de legger Het bestuur kan zelf beslissen of en hoe zij de inspraak toepassen Artikelsgewijs Artikel 1 a Inspraak De omschrijving van het begrip inspraak is voor een belangrijk deel ontleend aan artikel 79 van de Waterschapswet In het algemeen deel van de toelichting is op het doel van de inspraak al ingegaan Voor wat betreft de definitie van het begrip ingezetene wordt aangesloten bij artikel 18 eerste lid van de Waterschapswet Dit artikel bepaalt dat ingezetenen degenen zijn die volgens hun persoonsregister van de gemeente behoudens tegenbewijs geacht kunnen worden hun werkelijke woonplaats in het gebied van het waterschap te hebben Het begrip belanghebbende sluit aan bij de bestaande jurisprudentie over dat begrip Ten aanzien van organisaties die het algemeen belang vertegenwoordigen kan worden opgemerkt dat het wenselijk is deze organisaties bijvoorbeeld milieuorganisaties bij de inspraak te betrekken In de rechtspraak kunnen vertegenwoordigers van collectieve belangen onder voorwaarden zoals statutair bepaalde belangen als belanghebbenden geaccepteerd worden b Inspraakprocedure De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt ingevolge artikel 79 Wsw bij het Algemeen bestuur Zoals in de algemene toelichting is vermeld is in de verordening afdeling 3 4 Awb voor de voorbereiding van beleid van toepassing verklaard Artikel 4 vierde lid van de verordening geeft het bestuursorgaan ruimte om daarbij een andere procedure te volgen Het bestuursorgaan is immers verantwoordelijk voor uitvoering de nadere regeling en organisatie van de inspraak c Beleidsvoornemen Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd Art 2 eerste lid maakt het wel mogelijk deze verordening op verordeningen besluiten en maatregelen toe te passen Zo is de verordening expliciet van toepassing verklaard voor de voorbereiding van projectplannen in de zin van de Waterwet en leggers Artikel 2 In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van het waterschapsbeleid e d Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1 1 eerste lid van de Awb Het omvat in elk geval algemeen bestuur dagelijks bestuur en watergraaf Elk bestuursorgaan van het waterschap kan zijn eigen beleidsvoornemens aan inspraak onderwerpen Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als inspraak geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht of informatieavonden blijft door de formulering van het eerste lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van inspraak wordt geregeld Het eerste lid breidt de het object van de Inspraakverordening uit tot verordeningen regelingen en besluiten In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/272379_4/Verordening+inzake+de+wijze+waarop+ingezetenen+en+belanghebbenden+bij+de+voorbereiding+van+beleid+van+het+waterschap+De+Dommel+worden+betrokken.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    aanslag ten name van één van de belastingplichtigen is gesteld kan de invorderingsambtenaar de belastingaanslag op de gehele onroerende zaak verhalen op degene op wiens naam de aanslag ingevolge het eerste lid is gesteld zonder rekening te houden met de rechten van de overige belastingplichtigen Artikel 13 Niet opleggen van aanslagen 1 Een aanslag die een bedrag van 2 27 niet te boven gaat wordt niet opgelegd 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt Artikel 14 Vrijstellingen 1 De watersysteemheffing ongebouwde onroerende zaken wordt niet geheven ter zake van ongebouwde onroerende zaken waarvan het waterschap genothebbende krachtens eigendom bezit of beperkt recht is 2 De watersysteemheffing natuurterreinen wordt niet geheven ter zake van natuurterreinen waarvan het waterschap genothebbende krachtens eigendom bezit of beperkt recht is 3 De watersysteemheffing gebouwde onroerende zaken wordt niet geheven ter zaken van a straatmeubilair waaronder alle zodanige gebouwde eigendommen niet zijnde gebouwen worden begrepen die zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van een in het waterschapsgebied gelegen gemeente zoals lichtmasten verkeersinstallaties standbeelden monumenten fonteinen banken abri s hekken en palen b gebouwde onroerende zaken waarvan het waterschap genothebbende krachtens eigendom bezit of beperkt recht is Artikel 15 Betaaltermijnen 1 In afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet 1990 is een belastingaanslag invorderbaar twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet 2 Een navorderingsaanslag is invorderbaar een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet 3 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet een kennisgeving als bedoeld in artikel 11 tweede lid gelijktijdig met en op dezelfde wijze als de voldoening van de andere vordering aan de schuldeiser van die andere vordering worden voldaan 4 In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid is indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven de aanslag invorderbaar in één termijn die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening Artikel 16 Kwijtschelding Van de watersysteemheffing natuurterreinen de watersysteemheffing ongebouwd en de watersysteemheffing gebouwd wordt geen kwijtschelding verleend Artikel 17 Nadere regels Het dagelijks bestuur van het waterschap kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de heffing Artikel 18 Intrekking inwerkingtreding tijdstip van ingang van de heffing en citeertitel 1 De Verordening watersysteemheffing Waterschap De Dommel vastgesteld bij besluit van 11 december 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van haar bekendmaking 4 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015 5 Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening watersysteemheffing Waterschap De Dommel 2015 Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 10 december 2014 mr drs P C G Glas drs R E Viergever watergraaf secretaris Toelichting op de Verordening watersysteemheffing Waterschap De Dommel 2015 Algemeen 1 Wettelijke basis De verordening op de watersysteemheffing is gebaseerd op de tekst van de Waterschapswet zoals die is komen te luiden na de inwerkingtreding van de Wet modernisering waterschapsbestel Staatsblad 2007 208 2 De watersysteemtaak In artikel 1 tweede lid van de Waterschapswet is de zorg voor het watersysteem als eerste hoofdtaak van het waterschap vermeld De zorg voor het watersysteem omvat de zorg voor de waterkering en de zorg voor de waterhuishouding waaronder ook de zorg voor de waterkwaliteit Met het gebruik van de term zorg voor het watersysteem wordt benadrukt dat zij een nauwe onderlinge samenhang kennen en als één integrale taak moeten worden uitgevoerd In artikel 1 tweede lid van de Waterschapswet is de zorg voor de zuivering van afvalwater op de voet van artikel 3 4 van de Waterwet als andere hoofdtaak van het waterschap genoemd Ook is bepaald dat de zorg voor een of meer andere waterstaatsaangelegenheden aan de waterschappen kan zijn of worden opgedragen De uitvoering van de wegen en de vaarwegentaak door een aantal waterschappen is een uiting van dit laatste In de Waterschapswet wordt de zorg voor het watersysteem in algemene zin aan de waterschappen toegekend De nadere invulling ervan vindt plaats in het provinciale waterschapsreglement en in de praktijk ook in belangrijke mate in bijzondere wetgeving zoals de Waterwet Op grond van artikel 2 van de Waterschapswet worden het gebied en de taken van het waterschap door Provinciale Staten bepaald 3 De watersysteemheffing Belastingplichtig voor de watersysteemheffing zijn 1 de ingezetenen de eigenaren van ongebouwde onroerende zaken niet zijnde natuurterreinen de eigenaren van natuurterreinen en de eigenaren van gebouwde onroerende zaken Dit zijn de belastingplichtige categorieën 4 De heffingsmaatstaven en de tarieven van de heffing De heffingsmaatstaf voor de ingezetenen is de woonruimte Voor ongebouwde onroerende zaken die geen natuurterreinen zijn en voor natuurterreinen is de heffingsmaatstaf de oppervlakte van de onroerende zaak en voor gebouwde onroerende zaken is de heffingsmaatstaf de op de voet van de Wet waardering onroerende zaken Wet WOZ vastgestelde waarde Het tarief van de belasting moet op grond van de Waterschapswet worden gesteld op een gelijk bedrag per woonruimte ingezetenen op een gelijk bedrag per hectare ongebouwd niet zijnde natuur en natuur of op een vast percentage van de WOZ waarde gebouwd De watersysteemheffing kent daarmee dus ook vier afzonderlijke tarieven 5 Tariefdifferentiatie Tariefdifferentiatie is een mogelijkheid voor de waterschappen om rekening te houden met het feit dat het belang bij het watersysteembeheer voor bepaalde onroerende zaken duidelijk afwijkend kan zijn dan dat van andere onroerende zaken In die gevallen heeft het algemeen bestuur van een waterschap de mogelijkheid maar niet de verplichting de tarieven te differentiëren Uit een oogpunt van uniformiteit en vereenvoudiging zijn de gevallen waarin tariefdifferentiatie mogelijk is limitatief in de Waterschapswet opgesomd Om dezelfde redenen is de bandbreedte van de differentiatie wettelijk begrensd Tariefdifferentiatie kan alleen worden toegepast voor buitendijks gelegen onroerende zaken voor onroerende zaken die blijkens de legger van het waterschap als waterbergingsgebied worden gebruikt voor onroerende zaken gelegen in bemalen gebieden voor onroerende zaken die in hoofdzaak uit glasopstanden bestaan en voor verharde openbare wegen De regeling van de tariefdifferentiatie staat in artikel 122 van de Waterschapswet In deze verordening watersysteembeheer wordt alleen uitgegaan van tariefdifferentiatie voor waterbergingsgebied en voor verharde openbare wegen Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsbepalingen In dit artikel zijn omwille van de duidelijkheid omschrijvingen opgenomen van in de verordening vaker voorkomende begrippen a Ingezetenen De omschrijving van het begrip ingezetenen is ontleend aan artikel 116 onder a van de Waterschapswet Om als ingezetene aangemerkt te kunnen worden moet sprake zijn van het hebben van woonplaats en het gebruik van woonruimte in het gebied van het waterschap De situatie bij het begin van het kalenderjaar is bepalend Woonruimte is iedere ruimte die blijkens zijn inrichting bestemd is om als een afzonderlijk geheel te voorzien in woongelegenheid Dit betekent dat de gebruiker van de woonruimte niet anders dan bijkomstig afhankelijk mag zijn van voorzieningen elders in het gebouw In het geval van woonruimten moet worden gedacht aan voorzieningen als keuken douche en toilet Deze moeten de gebruiker van de woonruimte met uitsluiting van anderen die niet tot zijn of haar huishouden behoren exclusief ter beschikking staan Bewoners van verpleeg en verzorgingshuizen kunnen om deze reden veelal niet als ingezetenen in de zin van artikel 116 onder a van de Waterschapswet worden aangemerkt Hetzelfde geldt voor bewoners van studentenhuizen b Heffingsambtenaar De ambtenaar van het waterschap die de heffingsbevoegdheden inspecteurbevoegdheden uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen uitoefent wordt in de verordening de heffingsambtenaar genoemd Tot de inspecteurbevoegdheden behoort de bevoegdheid tot het vaststellen van belastingaanslagen en de bevoegdheid tot het doen van uitspraken op bezwaarschriften Het dagelijks bestuur van het waterschap moet een besluit nemen waarin de heffingsambtenaar wordt aangewezen De wettelijke basis is artikel 123 derde lid onder a van de Waterschapswet c Invorderingsambtenaar De ambtenaar van het waterschap die de ontvangersbevoegdheden uit de Invorderingswet 1990 uitoefent wordt in de verordening met de term invorderingsambtenaar aangeduid Tot de ontvangersbevoegdheden behoort de bevoegdheid tot de invordering van de belasting Ook het verlenen van kwijtschelding van belasting is een ontvangersbevoegdheid De Waterschapswet noemt de ontvanger in artikel 123 derde lid onder c d Woonruimte Voor een beschouwing op het begrip woonruimte wordt verwezen naar onderdeel a hiervoor e Kostentoedelingsverordening Elk waterschap moet ingevolge artikel 120 eerste lid eerste volzin van de Waterschapswet ten behoeve van de watersysteemheffing een verordening vaststellen waarin de toedeling van het kostenaandeel voor elk van de belastingplichtige categorieën is vastgelegd Deze verordening wordt de kostentoedelingsverordening genoemd De tariefdifferentiatie wordt hierin opgenomen f Waterbergingsgebieden Waterbergingsgebieden zijn omschreven als krachtens de Wet ruimtelijke ordening voor waterstaatkundige doeleinden bestemde gebieden niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan die dienen ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en ook als bergingsgebied op de legger zijn opgenomen g Natuurterreinen De omschrijving van het begrip natuurterreinen is ontleend aan artikel 116 onderdeel c van de Waterschapswet De wet geeft een kwalitatieve omschrijving van het begrip waarbij de nadruk op de duurzame inrichting en beheer als natuurgebied ligt Bij de beoordeling of sprake is van een ongebouwde onroerende zaak waarvan de inrichting en het beheer geheel of nagenoeg geheel en duurzaam zijn afgestemd op het behoud of de ontwikkeling van natuur toetsing aan de zojuist genoemde kwalitatieve omschrijving zijn ook de feitelijke of uiteindelijke bestemming van de onroerende zaak van belang Zo zal een perceel nog bouwrijp te maken grond dat al jaren niet is bewerkt en waar inmiddels eventueel veel groen en leven aanwezig is maar waar uiteindelijk wel gebouwd zal worden niet als een natuurterrein kwalificeren Ook stadsparken plantsoenen en dergelijke zullen vanwege hun overwegende recreatieve functie niet als natuurterrein in aanmerking genomen kunnen worden Onder natuurterreinen worden mede bossen en open wateren met een oppervlakte van tenminste één hectare verstaan Er is sprake van wetsduiding zodra een bos of open water een oppervlakte van één hectare of meer heeft is sprake van een natuurterrein In deze gevallen is niet relevant of de inrichting en het beheer van de onroerende zaak zijn afgestemd op het behoud of de ontwikkeling van natuur Dit leidt ertoe dat ook bedrijfsmatig geëxploiteerde bossen van tenminste één hectare tot de categorie natuurterreinen worden gerekend Geheel of nagenoeg geheel staat overigens voor 90 of meer h Ongebouwde onroerende zaken Waar in deze verordening wordt gesproken over ongebouwde onroerende zaken worden steeds ongebouwde onroerende zaken die geen natuurterrein zijn bedoeld Het gaat om de ongebouwde onroerende zaken bedoeld in artikel 117 onder b van de Waterschapswet i Gebied van het waterschap In artikel 1 van de Waterschapswet is het functionele karakter van de waterschappen vastgelegd hun taak is de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied In verband hiermee is onder andere de zorg voor het watersysteem aan hen opgedragen De regeling van het gebied gebeurt door de provincie bij provinciaal reglement In de praktijk wordt het gebied van het waterschap veelal aangeduid op een al dan niet elektronische kaart die bij het provinciale reglement behoort Omdat de toekenning van de zorg voor het watersysteem aan de waterschappen niet impliceert dat alle zorg voor het watersysteem in een bepaald gebied aan het waterschap is toegekend ook andere overheden kunnen immers ter zake taken uitoefenen is in de verordening opgenomen dat het moet gaan om het gebied waarin het waterschap de bevoegdheid tot uitoefening van het watersysteembeheer heeft j De heffing Waar in de verordening over de heffing wordt gesproken wordt steeds de watersysteemheffing genoemd in artikel 117 aanhef van de Waterschapswet bedoeld Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplichtigen In artikel 2 is aangegeven van wie de belasting wordt geheven Tezelfdertijd is in het artikel de belastbare feiten opgenomen Deze vallen samen met de omschrijving van de belastingplichtigen Belastingplichtig zijn degenen te wiens aanzien het belastbaar feit zich voordoet In overeenstemming met artikel 117 van de Waterschapswet zijn als belastingplichtigen respectievelijk aangewezen degenen die woonachtig zijn in het gebied van het waterschap en die aldaar het gebruik hebben van woonruimte de ingezetenen en degenen die in het gebied van het waterschap eigenaar zijn van ongebouwde onroerende zaken die geen natuurterreinen zijn van natuurterrein of van gebouwde onroerende zaken Deze vier belastingplichtige categorieën zijn in artikel 2 tweede lid onderdelen a tot en met d van de verordening opgenomen In het derde lid van het artikel is vastgelegd dat het begin van het kalenderjaar bepalend is voor de belastingplicht van de eigenaren van ongebouwde onroerende zaken niet zijnde natuurterreinen de eigenaren van natuurterreinen en de eigenaren van gebouwde onroerende zaken Dit volgt uit artikel 119 eerste lid van de Waterschapswet Indien het genot krachtens eigendom bezit of beperkt recht van een onroerende zaak in de loop van het jaar aanvangt of eindigt heeft dat dus geen invloed op de belastingplicht vanwege het tijdstipkarakter van de heffing Het begin van het kalenderjaar is blijkens artikel 1 onderdeel a van de verordening overigens ook bepalend voor de ingezetenen Deze bepaling stoelt op artikel 116 onder a van de Waterschapswet In artikel 119 tweede en derde lid van de Waterschapswet is voor een aantal specifieke situaties de rangorde bij het bepalen van de heffingplichtige aangegeven Deze regelingen zijn in het vierde en vijfde lid van artikel 2 van de verordening overgenomen Artikel 3 Heffingsmaatstaf Artikel 3 geeft per belastingplichtige categorie de heffingsmaatstaf aan De bepaling is gebaseerd op artikel 121 eerste lid van de Waterschapswet De heffingsmaatstaf voor ingezetenen is de woonruimte en voor natuurterreinen en ongebouwde onroerende zaken die geen natuurterreinen zijn is de heffingsmaatstaf de oppervlakte van de onroerende zaak Voor gebouwde onroerende zaken is de heffingsmaatstaf de voor het kalenderjaar vastgestelde WOZ waarde Artikel 4 Tarief ingezetenen In artikel 4 is de relatie tussen het tarief en de kostentoedelingsverordening tot uitdrukking gebracht en is conform het bepaalde in artikel 121 eerste lid onder a van de Waterschapswet vastgelegd dat het tarief op een gelijk bedrag per woonruimte wordt gesteld Artikel 5 Belastingobject ongebouwde onroerende zaken De voorschriften voor de afbakening van de objecten waarop de heffing betrekking heeft staan in artikel 118 van de Waterschapswet Het derde lid regelt de afbakening van een ongebouwde onroerende zaak die geen natuurterreinen is Het ongebouwd wordt afgebakend op basis van de kadastrale registratie als één ongebouwde onroerende zaak wordt aangemerkt een kadastraal perceel of een gedeelte daarvan Hierbij geldt wel de nuancering dat hetgeen ingevolge de Waterschapswet wordt aangemerkt als een gebouwde onroerende zaak en hetgeen ingevolge de Waterschapswet een natuurterrein is bij de afbakening van het ongebouwde object buiten aanmerking moet worden gelaten In artikel 5 eerste lid van de verordening komt deze wettelijke regeling terug In het tweede lid van artikel 5 is hetgeen in artikel 118 vijfde lid van de Waterschapswet is bepaald weergegeven Er is niet zozeer sprake van een afbakeningsvoorschrift maar van een fictiebepaling op grond waarvan de in dit artikellid genoemde objecten als ongebouwde eigendommen niet zijnde natuurterreinen worden aangemerkt Het gaat om openbare land en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail en hun kunstwerken Ook waterverdedigingswerken die worden beheerd door organen instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen worden in genoemde wettelijke bepaling als ongebouwde onroerende zaken niet zijnde natuurterreinen aangemerkt Ook voor deze objecten geldt trouwens dat de afbakening plaatsvindt op basis van kadastrale grenzen Delen van waterverdedigingswerken die worden aangemerkt als woning worden uitdrukkelijk niet als ongebouwde objecten gekwalificeerd Artikel 6 Tarief ongebouwde onroerende zaken Lid 1 Op grond van het bepaalde in artikel 121 eerste lid onder b van de Waterschapswet wordt het tarief van de heffing ter zake van ongebouwde onroerende zaken gesteld op een gelijk bedrag per hectare Deze bepaling en de relatie met de kostentoedelingsverordening zijn in het eerste lid van artikel 6 opgenomen Tariefdifferentiatie De Waterschapswet noemt in artikel 122 vijf situaties waarin het mogelijk is om de tarieven van de belasting lager of hoger vast te stellen Artikel 122 de bepaling die de tariefdifferentiatie regelt maakt dus een inbreuk op het uitgangspunt dat het tarief van de belasting op een gelijk bedrag per hectare wordt gesteld In artikel 6 van de verordening is vastgelegd dat er bij het waterschap De Dommel sprake is van tariefdifferentiatie voor waterbergingsgebieden en voor verharde openbare wegen De kostentoedelingsverordening geeft uitsluitsel over de vraag of er in een concreet geval gedifferentieerd wordt en zo ja in welke mate Tariefdifferentiatie is geen verplichting voor de waterschappen Lid 2 In de Kostentoedelingsverordening is vastgelegd dat wordt overgegaan tot tariefdifferentiatie voor waterbergingsgebieden voor die ongebouwde onroerende zaken die blijkens de legger als waterbergingsgebied worden gebruikt waarbij het tarief wordt vastgesteld op 30 van het tarief voor ongebouwd zie artikel 3 van de Kostentoedelingsverordening In artikel 6 tweede lid van deze verordening staat het tarief na toepassing van de differentiatie Lid 3 In dit artikellid is de tariefdifferentiatie voor verharde openbare wegen opgenomen Het is mogelijk het tarief maximaal 100 hoger vast te stellen In artikel 6 derde lid van deze verordening staat het tarief na toepassing van de differentiatie Artikel 7 Belastingobject Het voorwerp van de belasting is het natuurterrein De Waterschapswet merkt een kadastraal perceel of gedeelte daarvan als één natuurterrein aan Ook natuurterreinen worden dus op basis van de kadastrale registratie afgebakend Hierbij wordt hetgeen als een gebouwde onroerende zaak en hetgeen als een ongebouwde onroerende zaak niet zijnde een natuurterrein wordt aangemerkt buiten aanmerking gelaten artikel 118 vierde lid van de Waterschapswet Een natuurterrein is een ongebouwde onroerende zaak waarvan de inrichting en het beheer geheel of nagenoeg geheel en duurzaam zijn afgestemd op het behoud of de ontwikkeling van natuur Of een onroerende zaak een natuurterrein is wordt met andere woorden door de feitelijke en niet door de toekomstige bestemming of de bestemming volgens het bestemmingsplan bepaald Geheel of nagenoeg geheel staat voor 90 of meer terwijl gebruik van het woord duurzaam erop duidt dat geen sprake mag zijn van een situatie die als tijdelijk is bedoeld Bossen en open wateren met een oppervlakte

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/344203_1/Verordening+watersysteemheffing+Waterschap+De+Dommel+2015.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive



  •