archive-nl.com » NL » D » DOMMEL.NL

Total: 815

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Waterschap De Dommel - Nieuws
    Resultaten 286 288 van 288 Sorteer op Datum aflopend Datum oplopend Relevantie Vorige 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Volgende Deel deze pagina Loket Vacatures zoeken zoeken tes test Home Belastingen Vergunningen en regels Bestuur en organisatie Werken bij ons Recreatie Actueel Over ons Missie en visie Werkgebied Taken Waterbeheerplan 2010 2015 Regelgeving Bestuur Agenda s en verslagen Algemeen bestuur Dagelijks bestuur Jeugdbestuur Contact Postbus

    Original URL path: http://www.dommel.nl/newssearch?pageNumber=20 (2015-12-02)
    Open archived version from archive


  • Waterschap De Dommel - Ontwerp-Waterbeheerplan 2016-2021
    wateroverlast Kader Richtlijn Water typen per beektraject Kader Richtlijn Water doelen per beektraject Vismigratie Prioritaire gebieden en beken waterkwaliteit Kader Richtlijn Water Waterlichamen Ontwerp Waterbeheerplan 2016 2021 Beregenen met grondwater Home Bestuur en organisatie Beleid en plannen Waterbeheerplan Ontwerp Waterbeheerplan 2016 2021 Ontwerp Waterbeheerplan 2016 2021 Het ontwerp waterbeheerplan Waardevol Water is een strategisch document We geven hierin aan wat onze doelen zijn voor de periode 2016 2021 en hoe wij die willen bereiken Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Stroomgebiedsbeheerplan Maas het Nationaal Waterplan en het Provinciaal In bijgevoegde leeswijzer is de samenhang van alle waterplannen beschreven Meer dan voorheen willen we inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in ons gebied Om daarvoor voldoende ruimte te laten geven wij in dit Waterbeheerplan alleen aan wat we willen bereiken zonder exact aan te geven hoe we dat doen In onze projecten werken wij de doelen van dit waterbeheerplan uit in concrete maatregelen Proces van ontwerp naar een definitief waterbeheerplan Het ontwerp Waterbeheerplan is op 29 oktober 2014 door het algemeen bestuur vastgesteld en vrijgegeven om reacties op de voorgenomen koers op te halen Het ontwerp Waterbeheerplan heeft inmiddels ter inzage gelegen Heeft u vragen Stuur dan een mail naar Rob van Veen rvveen dommel nl In de zomer van 2015 kunnen we met alle reacties aan de slag gaan De reden hiervoor is dat ons waterbeheerplan een samenhang kent met het provinciaal Milieu en Waterplan Het Nationaal Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan voor de Maas De inspraaktermijn van het Stroomgebiedsbeheerplan Maas en het Nationale Waterplan eindigt op 22 juni 2015 Wij kunnen dan ook pas na afloop van de inspraaktermijn een integrale afweging maken van de op de verschillende plannen ingebrachte reacties en de doorwerking hiervan voor ons waterbeheerplan Als daar aanleiding voor is

    Original URL path: http://www.dommel.nl/algemeen/bestuur-en-organisatie/beleid-en-plannen/waterbeheerplan/ontwerp-waterbeheerplan.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Stage / afstudeeropdrachten
    er niets tussen maar ben je toch geïnteresseerd in een stageplek Vul dan het sollicitatieformulier in Dan doen wij ons best om voor jou een passende stageplek en begeleider te vinden Resultaat 1 van 1 Monitoren waterbeleid MBO HBO plaatsingsdatum 07 08 2014 Boxtel vacature Deel deze pagina Loket Vacatures zoeken zoeken tes test Home Belastingen Vergunningen en regels Bestuur en organisatie Werken bij ons Recreatie Actueel Over ons Missie

    Original URL path: http://www.dommel.nl/stages/function/Stagiaire/functionGroup1/Monitoren/location/Boxtel?pageNumber=1 (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Watervergunning, aanvraag
    dempen van een sloot Let op Per 1 april 2014 hebben bedrijven e Herkenni ng met minimaal betrouwba arhei dsniveau 2 nodig om in te kunnen loggen in Omgevings loket online Lees meer Kosten Er worden voor een watervergunning geen kosten leges in rekening gebracht Voorwaarden Met de vergunningcheck van het omgevingsloket kunt u nagaan of u een watervergunning nodig heeft of kunt volstaan met een melding Let op Als de activiteit geheel of gedeeltelijk plaatsvindt op grond in eigendom van derden is toestemming nodig van de perceelseigenaar In dat geval willen wij de volgende gegevens bij de aanvraag ontvangen Perceelsnummer s naam en adresgegevens van de perceelseigenaar handtekening van de perceelseigenaar Bijzonderheden Aanpak Een vergunningaanvraag kan online worden ingediend via www omgevingsloket nl Wij raden u aan een vergunningcheck te doen voordat u een vergunning aanvraagt of een melding indient Meer informatie Mocht u vragen hebben neem dan gerust contact op met team Vergunningen telefoonnummer 0411 618 618 Regelgeving Waterwet Keur Waterschap De Dommel 2015 Beleidsregels voor waterkering waterkwantiteit en grondwater Keur waterschap De Dommel 2015 Algemene regels Keur Waterschap De Dommel 2015 Deel deze pagina Loket Vacatures zoeken zoeken tes test Home Belastingen Vergunningen en regels Bestuur en

    Original URL path: http://www.dommel.nl/producten/watervergunning-aanvragen.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Keurkaart
    een eigen beschermingsbeleid beschermde gebieden waterhuishouding beekdalen attentiegebied invloedsgebieden Natura 2000 beperkte invloedsgebieden Natura 2000 overig gebied Voor informatie over beregenen uit grondwater klikt u op de Kaart Beschermde gebieden Keur Aan de linkerkant kunt u lagen selecteren Door de lagen A wateren Grondwaterdeelgebieden en Beekdalen uit te vinken krijgt u het overzicht van de gebieden die voor beregening van toepassing zijn Een voorbeeld van de lagen selectie staat hieronder Vaak is het verstandig uw aanvraag vooraf te overleggen met het waterschap dat bevordert een vlotte afhandeling Neem in geval van twijfel altijd contact op met het waterschap Medewerkers van het waterschap denken graag met u mee over wat in uw situatie de beste oplossing is U kunt een watervergunning aanvragen bij de gemeente of rechtstreeks bij het waterschap Let op Als de activiteit geheel of gedeeltelijk plaatsvindt op grond in eigendom van derden is toestemming nodig van de perceeleigenaar In dat geval willen wij de volgende gegevens bij de aanvraag ontvangen Perceelsnummer s naam en adresgegevens van de perceelseigenaar handtekening van de perceelseigenaar Regelgeving Waterwet Keur Waterschap De Dommel 2015 Beleidsregels voor waterkering waterkwantiteit en grondwater Keur waterschap De Dommel 2015 Algemene regels Keur Waterschap De Dommel 2015 Zie

    Original URL path: http://www.dommel.nl/producten/keurkaart.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    aanleg van deze werken Voor het gedeelte van de steigers vlonders en overhangende bouwwerken dat zich op de oever bevindt moet ook getoetst worden aan de beleidsregel 3 Werken en objecten in de watergang en beschermingszone Bij een steiger in een a water is het belangrijk dat het doelmatig onderhoud aan het oppervlaktewaterlichaam niet wordt belemmerd Hierbij speelt de afstand tussen in de watergang aanwezige werken een rol Daarnaast is bij steigers de constructie ten opzichte van het waterpeil van belang om vuilophoping tegen te gaan en om varend onderhoud mogelijk te houden Bij vaarwegen geldt dat vanwege hun brede afmetingen bescheiden steigers of vlonders makkelijker toegestaan kunnen worden De belemmering voor het onderhoud is daar minder aanwezig Wel geldt dat de steiger of vlonder geen belemmering voor de scheepvaart mag vormen 11 3 1 WATERSCHAPSEIGENDOM Voor de beantwoording van de vraag of in een voorkomend geval vergunning kan worden verleend geldt in zijn algemeenheid dat gekeken wordt in hoeverre de activiteit verenigbaar is met het belang van een goede waterhuishouding daaronder mede begrepen doelmatig beheer en onderhoud Voor een goede uitoefening van zijn publieke taken heeft het waterschap gronden in eigendom verworven Op die manier kunnen beheer en onderhoud beekherstel en herprofilering optimaal worden uitgevoerd Daarmee is dit eigendomsrecht een mede door de Keur te beschermen belang In de gevallen waarin de werken op waterschapseigendom zullen worden aangebracht geldt dan ook dat een vergunningaanvraag daartoe per definitie wordt afgewezen tenzij daarvoor privaatrechtelijke toestemming is verkregen Te denken valt hierbij aan het afsluiten van een gebruiksovereenkomst het vestigen van een zakelijk recht dan wel verkoop van de grond 11 4 Toetsingscriteria 11 4 1 Onderhoud bij a wateren 1 Steigers vlonders of overhangende bouwwerken moeten zodanig aangelegd worden dat de maaiboot kan passeren Doorgaans is dit een doorvaarbreedte van minimaal 3 5 meter 2 De aanleg en aanwezigheid van de steigers vlonders of overhangende bouwwerken mag het doelmatig onderhoud van het oppervlaktewaterlichaam niet belemmeren Dit betekent dat er voldoende afstand tussen twee werken aanwezig moet zijn Hierbij moet ook het buitengewoon onderhoud aan de watergang mogelijk blijven Om dit te borgen wordt in de vergunning een minimale afstand tussen de werken voorgeschreven Doorgaans is dit minimaal 10 meter tussen de verschillende werken 3 In de vergunning kan de voorwaarde worden gesteld dat onverminderd de onderhoudsplichten van de Keur binnen een straal van 0 5 meter rondom het werk al het voor het functioneren van het oppervlaktewaterlichaam schadelijke begroeiingen en afval wordt verwijderd door de vergunninghouder 11 4 2 Vaarwegen 1 Aan beide zijden van het oppervlaktewaterlichaam kan een steiger vlonder of overhangend bouwwerk met de functie aanlegplaats worden aangelegd en 2 Er mag geen hinder voor het scheepvaartverkeer optreden 11 4 3 Waterschapseigendom Een vergunning wordt geweigerd als het werk zich op waterschapseigendom bevindt en er geen privaatrechtelijke toestemming is of wordt verkregen 12 Beleidsregel Water brengen in een oppervlaktewaterlichaam 12 1 Kader 12 1 1 Keur Op grond van artikel 3 7 van de keur is het verboden zonder watervergunning van het bestuur water te brengen in of te onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen 12 1 2 Toepassingsgebied Deze beleidsregel is van toepassing voor het afwegen van maatwerkvoorschriften voor het brengen van meer dan 50 m 3 water per uur in oppervlaktewaterlichamen het afwegen van een vergunning voor het brengen van meer dan 100 m 3 water per uur in oppervlaktewaterlichamen 12 2 Doel van de beleidsregel Het doel van deze beleidsregel is het voorkomen van een overbelasting van het watersysteem Het brengen van water in oppervlaktewaterlichamen heeft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt namelijk een effect op de bergingscapaciteit van die oppervlaktewaterlichamen De doorstroming of de waterkwaliteit kunnen ook worden beïnvloed 12 3 Motivering en toetsingscriteria van de beleidsregel Overlast en schade kunnen ontstaan op verschillende aspecten Hierbij wordt getoetst aan de bergings capaciteit onderhoud doorstroming stabiliteit natschade etc Het brengen van water mag geen wateroverlast veroorzaken Daar waar vastgestelde provinciale normen uit de Verordening water Noord Brabant gelden wordt de wateroverlast getoetst op basis van die normen Indien er wateroverlast kan ontstaan moet door middel van mitigerende en compenserende maatregelen deze wateroverlast teniet worden gedaan Naast het voorkomen van wateroverlast mag het brengen van water geen aanvullende onderhouds werkzaamheden voor het waterschap of voor derden veroorzaken 13 Beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak 13 1 Kader 13 1 1 Keur Op grond van artikel 3 6 eerste lid van de keur is het verboden zonder watervergunning van het bestuur neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak versneld tot afvoer naar het oppervlaktewater te laten komen In deze beleidsregel wordt uitleg gegeven over hoe het waterschap omgaat met hemelwaterlozingen bij een toename van verhard oppervlak en afgekoppeld verhard oppervlak Dergelijke ontwikkelingen kunnen er voor zorgen dat het ontvangende watersysteem een extra hoeveelheid water in een korter tijdsbestek krijgt te verwerken Dit kan vaker tot wateroverlast leiden waardoor het waterschap eisen stelt aan dergelijke ontwikkelingen om dit zoveel mogelijk te voorkomen Bij de inpassing van ontwikkelingen in het bestaande watersysteem moet daarom worden uitgegaan van de volgende principes niet afwentelen oplossingen op de ene plaats mogen niet leiden tot problemen elders stroomgebiedbenadering kijk niet alleen naar het lokale watersysteem maar beschouw het gehele deel stroomgebied waar de ontwikkeling plaatsvindt trits vasthouden bergen afvoeren zoveel mogelijk water vasthouden vervolgens water bergen en tenslotte pas water afvoeren 13 1 2 Begripsbepaling Verhard oppervlak Al het oppervlak dat er voor zorgt dat hemelwater sneller tot afvoer komt naar een oppervlaktewater dan in de huidige situatie zonder verharding Toename Een wijziging van onverhard naar verhard oppervlak Vervangende nieuwbouw wordt niet beschouwd als toename verhard oppervlak Afkoppelen verhard oppervlak Onder afkoppelen van verhard oppervlak wordt verstaan het onderbreken van de afvoer van op bestaand verhard oppervlak vallend hemelwater via een gemengde of verbeterd gescheiden riolering naar een afvalwaterzuiveringsinstallatie In plaats daarvan wordt het hemelwater via infiltratie in de bodem of via afstroming of via hemelwaterriolering naar het oppervlaktewater afgevoerd Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen HNO Het nemen van compenserende maatregelen om te voorkomen dat een versnelde afvoer van hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen kan resulteren in over en onderlast van het ontvangende oppervlaktewatersysteem en het grondwatersysteem Voorziening Een voorziening die moet worden aangelegd om te voorkomen dat de extra hoeveelheid hemelwater ten gevolge van een toename van verhard oppervlak versneld wordt afgevoerd naar het ontvangende watersysteem In de voorziening wordt water tijdelijk geborgen en of geïnfiltreerd in de bodem 13 1 3 Toepassingsgebied Deze beleidsregel geldt voor de afvoer van hemelwater afkomstig van toename en of afgekoppeld verhard oppervlak naar oppervlaktewater en er niet wordt voldaan aan de criteria uit de Algemene Regel 15 Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak artikel 15 13 2 Doel van de beleidsregel Het doel van deze beleidsregel is om de mogelijk versnelde afvoer van hemelwater als gevolg van de uitbreiding van het verhard oppervlak of afkoppelen van verhard oppervlak op een optimale wijze in te passen in het bestaande watersysteem waar de ontwikkeling onderdeel van uitmaakt 13 3 Motivering van de beleidsregel 13 3 1 Hydrologisch neutraal ontwikkelen Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een belangrijk deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht Ter plaatse van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd Ook dit zorgt voor een versnelde en of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater De realisatie van nieuw verhard oppervlak en afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem Dit betekent dat de aanvrager initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door het graven van hemelwaterbuffers of het aanleggen van wadi s In sommige gevallen kan de voorkeur juist worden gegeven aan het realiseren van compensatie in het bestaande watersysteem of worden aangesloten bij andere compensatievoorzieningen of wateropgaven Op welke wijze een ontwikkeling met een toename aan verharding wordt ingepast is zeer sterk locatie afhankelijk Op grond van een integrale afweging waarbij aspecten als oppervlak verharding bodemgesteldheid grondgebruik huidig functioneren aanliggend watersysteem worden meegenomen komen aanvrager en waterschap tot een optimale inpassing van de ontwikkeling in het bestaande watersysteem Hierbij is het zaak dat het overleg hierover tussen aanvrager initiatiefnemer en het waterschap in een zo vroeg mogelijk stadium wordt gestart als onderdeel van het watertoetsproces 13 3 2 Trits vasthouden bergen afvoeren Wateroverlast door versneld afvoeren 3 van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur van het waterschap uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden 1 aan de bron Vasthouden kan door hergebruik of het infiltreren van water in de bodem en past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen zowel voor het ontvangend oppervlaktewater als grondwatersysteem Als niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt 2 Het gaat hier dan om een voorziening die er voor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd 13 3 3 Optimale inpassing integrale afweging Bij een uitbreiding van verhard oppervlak of het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak geldt als uitgangspunt dat bij het bepalen van de noodzakelijke compensatieopgave gekeken moet worden naar het huidig en toekomstig functioneren van het totale deel stroomgebied waar de ontwikkeling onderdeel van uitmaakt Tevens geldt dat in de afweging oog moet zijn voor andere dan kwantitatief hydrologische aspecten Dit betekent dat met het invullen van de compensatieopgave andere doelstellingen dan hydrologie kunnen worden gerealiseerd Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de realisatie van ecologische verbindingszones of watersysteemherstelmaatregelen Ook het toekomstig beheer van de voorziening speelt bij de afweging een belangrijk rol Er moet zoveel mogelijk voorkomen worden dat er een versnipperd watersysteem ontstaat Versnippering maakt het watersysteem minder robuust het leidt tot suboptimaal gebruik van de beschikbare bergingscapaciteit en er is meer sturing nodig Hieruit volgt in de toetsingscriteria een aantal uitzonderingen voor de toepassing van hydrologisch neutraal ontwikkelen 13 3 4 Waterhuishoudkundig onderzoek Het waterschap vindt een waterhuishoudkundig onderzoek noodzakelijk ter onderbouwing van de compensatieopgave en de wijze waarop deze wordt ingevuld Het onderzoek dat wordt uitgevoerd in opdracht van de aanvrager initiatiefnemer zal in overleg met het waterschap plaatsvinden en maakt bij voorkeur onderdeel uit van het watertoetsproces dat initiatiefnemer aanvrager en waterschap gezamenlijk doorlopen 13 3 5 Noodoverloopconstructie Bij zeer grote neerslaghoeveelheden zal de genoemde voorziening het aangeboden water onvoldoende kunnen verwerken Een noodoverloopconstructie moet er dan voor zorgen dat het overtollige water gecontroleerd naar een plek wordt afgevoerd waar het geen overlast kan veroorzaken Dit kan zijn het aangrenzend oppervlaktewater of een laagte op het eigen perceel De noodoverloopconstructie moet hierbij voldoen aan de algemene regels voor lozingsconstructies 13 3 6 Glastuinbouw Bij glastuinbouwbedrijven wordt een groot deel van het hemelwater opgevangen in bassins en hergebruikt als gietwater Vanwege het continue her gebruik in de kassen zal bij een voldoende minimale inhoud van de bassins er in de zomerperiode maart t m september veelal voldoende ruimte beschikbaar zijn voor het opvangen van hemelwater ter voorkoming van een versnelde afvoer Voor de periode oktober t m februari geldt dat minimaal 60 mm retentie in de bassins aanwezig moet zijn De bassins kunnen dan ook bij bovenstaande minimale inhoud mede gebruikt worden als een voorziening ter voorkoming van een versnelde afvoer van verhard oppervlak zoals bedoeld in deze Beleidsregel 13 4 Toetsingscriteria 13 4 1 Waterhuishoudkundig model onderzoek Het waterhuishoudkundig onderzoek voldoet aan de richtlijnen die zijn opgenomen in Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater Brabantse waterschappen De uitkomst van het onderzoek moet onderdeel uit maken van de vergunningaanvraag 13 4 2 Bepalen omvang compensatie De compensatieplicht is 600 m 3 per hectare toename verhard oppervlak tenzij uit het waterhuishoudkundig onderzoek blijkt dat minder compensatie nodig is De benodigde capaciteit ligt tussen de kruinhoogte van de noodoverloopconstructie en de bodem van de voorziening Indien de bodem van de voorziening lager ligt dan de gemiddeld hoogste grondwaterstand GHG dan geldt de GHG als ondergrens 13 4 3 Voorzieningen Afvoer De afvoer uit een voorziening mag maximaal 2 l s ha zijn Indien gebruik wordt gemaakt van een kleinere opvangcapaciteit omdat infiltratie in de voorziening plaatsvindt moet de voorziening binnen 5 dagen waarbinnen maximaal 2 mm hemelwater per etmaal is gevallen leeggelopen zijn N oodoverloopconstructie Er moet een noodoverloopconstructie op de voorziening aanwezig zijn Deze moet worden aangelegd conform algemene regel voor lozingsconstructies 13 4 4 Versnelde afvoer De uitgangspunten van Hydrologisch neutraal ontwikkelen moet altijd gevolgd worden Afwijken van het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen is mogelijk wanneer a met de versnelde afvoer een verdrogingsknelpunt wordt opgelost of verminderd b met de versnelde afvoer een waterkwaliteitsprobleem wordt opgelost of een ecologische doelstelling wordt gerealiseerd bijvoorbeeld door doorstroming te creëren c de versnelde afvoer van verhard oppervlak deel uitmaakt van een gebiedsgerichte ontwikkeling waarbij binnen een groter gebied hydrologisch neutraal wordt ontwikkeld d de versnelde afvoer het gevolg is van afkoppelen van verhard oppervlak e er sprake is van buitendijkse ontwikkelingen Voorwaarden hierbij zijn a de versnelde afvoer leidt niet tot overschrijding van normen voor wateroverlast ook in benedenstroomse gebieden zoals vastgelegd in de Verordening water van provincie Noord Brabant b de versnelde afvoer leidt niet tot aanvullende kosten voor inrichting beheer of onderhoud voor derden of het waterschap 14 Beleidsregel Drainage 14 1 Kader 14 1 1 Keur Op grond van artikel 3 8 van de Keur is het verboden zonder vergunning van het bestuur van het waterschap gronden te ontwateren met drainagemiddelen 14 1 2 Begripsbepaling Drainage ontwateringsmiddel voor het kunstmatig laag houden van de grondwaterstand welke vrij afstroomt waarbij geen gebruik gemaakt wordt van een pomp constructie Vaak wordt dit aangeduid als conventionele drainage Peilgestuurde drainage drainage waarbij de drains niet direct uitmonden in een watergang maar in een zogeheten verzameldrain Deze verzameldrain mondt uit in een verzamelput In deze verzamelput zit een verstelbare overloopbuis waarmee de ontwateringsdiepte van de drainage actief kan worden gestuurd Zie onderstaand figuur a Drainagebuis b Verzameldrain Zorgt voor de collectieve afwatering van de drainagebuizen naar de verzamelput c Verzamelput Put waarin de waterafvoer geregeld kan worden d Overloopbuis Buis waardoor het drainagewater geloosd kan worden op het oppervlakte water e Ontwateringsdiepte Is de diepte ten opzichte van het maaiveld waarop maximaal ontwaterd wordt Dit is de hoogte van de vaste overloopvoorziening f Afvoerbuis g Maaiveld h Aanlegdiepte drainage Beschermde gebieden waterhuishouding Gebieden die als dusdanig zijn opgenomen in de Keurkaarten De beschermde gebieden waterhuishouding zijn overgenomen uit de Provinciale Verordening Water Hieronder valt de ecologische hoofdstructuur inclusief Natte Natuurparels en Natura 2000 gebieden inclusief de ecologische verbindingszones EVZ Attentiegebieden Gebieden die als dusdanig zijn opgenomen in de Keurkaarten Bij de attentiegebieden gaat het om beschermingsgebieden van gemiddeld 500 meter rond de zogenaamde natte natuurparels Rond de Groote Peel is de 2 kilometerzone uit het aanwijzingsbesluit van de minister van LNV op grond van de Natuurbeschermingswet als beschermingsgebied overgenomen De begrenzing is overgenomen uit de Provinciale Verordening Water Beperkt Beschermde Gebieden Gebieden die als dusdanig zijn opgenomen in de Keurkaarten Het betreft gebieden waar een beperkte waterhuishoudkundige bescherming wordt nagestreefd Bij de nadere uitwerking van de gebiedsaanduiding is nadrukkelijk rekening gehouden met de externe werking art 6 Richtlijn 92 43 EEG ingevolge de Habitatrichtlijn voor met name de gebieden die gelegen zijn in Vlaanderen direct aan de Rijksgrenzen Beekdalen Gebieden die als dusdanig zijn opgenomen in de Keurkaarten De beekdalen betreffen kwelgebieden in de AHS die hydrologisch gezien tot de meest waardevolle gebieden van het beheersgebied van het waterschap gerekend kunnen worden Wijstgebieden Gebieden die als dusdanig zijn opgenomen in de Keurkaarten Het betreft een uniek geohydrologisch verschijnsel dat zich langs de Peelrandbreuk voordoet De Peelrandbreuk vormt de overgang tussen de zakkende gronden slenk en stijgende gronden horst in Oost Brabant Langs de breuklijn schuren de gronden langs elkaar waardoor deze slecht doorlatend wordt voor grondwater Het verschijnsel dat de grondwaterstand op de hoger gelegen horst duidelijk hoger ligt dan in de lager gelegen slenk wordt als wijst getypeerd Wijstgebieden zijn de gebieden waar dit verschijnsel duidelijk zichtbaar is Deze gebieden zijn overgenomen uit de het Provinciaal Waterplan aangeduid als projectgebieden Wijst 14 1 3 Toepassingsgebied Deze beleidsregel is van toepassing op nieuw aan te leggen of te vervangendrainage in de beschermde gebieden keur aangegeven op de bij de Keur behorende kaart De gemeenten vallen niet onder vergunningplicht bij het treffen van maatregelen op grond van artikel 3 5 en artikel 3 6 van de Waterwet afvoer hemelwater en voorkomen grondwateroverlast 14 2 Doel van de beleidsregel Voor de beschermde gebieden Keur wordt een waterhuishoudkundige bescherming voorgestaan gericht op het bij voorkeur verbeteren van de condities voor de natuur of op verbetering van de landbouwkundige condities maar minimaal stand still Het doel van het beleid is om verdroging door ingrepen in de waterhuishouding tegen te gaan Deze beleidsregel draagt bij aan voldoende water voor zowel natuur als landbouw 14 3 Motivering van de beleidsregel 14 3 1 Algemeen De aanleg van nieuwe drainage vindt doorgaans plaats ter bevordering of behoud van landbouwkundig gebruik In alle Beschermde gebieden Keur geldt dat het individuele belang van een agrariër niet mag leiden tot schade voor omliggende agrariërs en andere grondgebruikers Daarnaast mogen de doelen voor waterconservering en natuur niet negatief worden beïnvloed 14 3 2 De beschermde gebieden keur 1 4 3 2 1 Beschermde gebieden waterhuishouding Het beschermingsbeleid is in de Beschermde gebieden Waterhuishouding gericht op instandhouding en waar mogelijk verbetering van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur waaronder de Natura 2000 gebieden Gewerkt wordt aan een verbetering van de hydrologische situatie voor de natuur In de Beschermde gebieden Waterhuishouding wordt drainage alleen toegestaan indien deze in combinatie met andere maatregelen cumulatief tot een kwantitatieve en kwalitatieve versterking van de EHS en of Natura 2000 leidt nee tenzij Dit noemen we een hydrologische plus Het gaat daarbij dus om het totaal aan maatregelen die de aanvrager neemt inclusief maatregelen die het waterschap neemt Om de versterking van de EHS en of Natura 2000 maar ook de agrarische gebieden te verkrijgen stellen de waterschappen GGOR s op De GGOR geeft inzicht in wanneer er sprake kan zijn van een hydrologische plus en dus wanneer peilgestuurde drainage in de beschermde gebieden waterhuishouding toegestaan kan worden Indien de GGOR geen duidelijkheid verschaft over de invloed van drainage moet per individuele aanvraag duidelijk gemaakt worden hoe de hydrologische plus wordt bereikt Indien er maatregelen worden uitgevoerd om de natte natuurparels te vernatten bijvoorbeeld in het GGOR traject geeft dit een nieuwe uitgangssituatie waaraan getoetst wordt om verdrogende effecten te voorkomen Reeds eerder uitgevoerde vernattingsmaatregelen geven dus geen extra ruimte voor drainage Uitzondering hierop is drainage die wordt aangelegd als compenserende maatregel Indien aantoonbaar gemaakt kan worden dat de uitvoering van vernattingsmaatregelen tot onevenredige natschade leidt op perceelniveau kan drainage een maatregel zijn om de natschade zo veel als mogelijk te voorkomen Hierbij moet ook gekeken worden naar alternatieven zoals bijvoorbeeld aanleg van extra c wateren De compenserende maatregelen gelden alleen op perceelniveau Realisatie van de hydrologische plus binnen de beschermde gebieden waterhuishouding geldt als randvoorwaarde 14 3 2 2 Attentiegebieden De cumulatieve effecten van de maatregelen in de attentiegebieden mogen niet leiden tot een significant negatief effect op het te beschermen doel Hierbij wordt getoetst op minimaal een stand still op de rand van de natte natuurparel Ook hier geeft de GGOR inzicht in wanneer peilgestuurde drainage toegestaan kan worden Indien de GGOR geen duidelijkheid verschaft over de invloed van drainage moet per individuele aanvraag duidelijk gemaakt worden hoe de minimale stand still wordt bereikt Het cumulatieve effect wil zeggen dat een drainage afzonderlijk geen effect hoeft te hebben op de rand van de natte natuurparel maar alle nieuwe drainages die worden aangelegd sinds het in werking treden van deze beleidsregel als totaal wel effect hebben De toetsing op cumulatief effect vindt plaats op volgorde van aanvraag Ter verduidelijking bij de aanvraag van de eerste drainage wordt de invloed op de rand van de natte natuurparel getoetst Bij de tweede aanvraag wordt de invloed van de nieuwe drainage bepaald in combinatie met de eerste drainage Bij de derde aanvraag wordt de invloed van de nieuwe drainage bepaald in combinatie met de eerste en de tweede drainage Et cetera Bij toets op het effect wordt gekeken naar een minimaal stand still op de rand van de natte natuurparel Stand still is in dit geval dat geen enkele grondwaterdaling op de rand van de natte natuurparel wordt toegestaan 0 cm grondwaterverlaging Voor de attentiegebieden geldt dat nieuwe drainage niet kan worden toegestaan tenzij aangetoond wordt dat de activiteit geen negatief hydrologisch effect op de natte natuurparel heeft In dat geval kan een individuele ingreep in beginsel plaatsvinden Indien er maatregelen worden uitgevoerd om de natte natuurparels te vernatten bijvoorbeeld in het GGOR traject geeft dit een nieuwe uitgangssituatie waaraan getoetst wordt om verdrogende effecten te voorkomen Vernattingsmaatregelen geven dus geen extra ruimte voor drainage Uitzondering hierop is drainage die wordt aangelegd als compenserende maatregel Indien aantoonbaar gemaakt kan worden dat de uitvoering van vernattingsmaatregelen tot onevenredige natschade leidt op perceelniveau kan drainage een maatregel zijn om de natschade zo veel als mogelijk te voorkomen Hierbij moet ook gekeken worden naar alternatieven zoals bijvoorbeeld ophogen van het perceel 14 3 2 3 Beperkt beschermde gebieden De beperkt beschermde gebieden vormen de buffer tussen de Habitatrichtlijngebieden in Vlaanderen en hun omgeving in Nederland Binnen deze zones dienen hydrologische verschillen tussen Habitatrichtlijngebieden en omgeving opgevangen te worden De beperkt beschermde gebieden zijn in eerste instantie gericht op bescherming van de hydrologisch toestand binnen de gebieden in Vlaanderen Het totaal aan maatregelen wordt tenminste getoetst op stand still overeenkomstig de werkwijze in attentiegebieden 14 3 2 4 Beekdalen De natuur in de beekdalen zijn afhankelijk van een goede grondwaterstand Het beschermingsbeleid in deze gebieden is net als bij de beschermde gebieden waterhuishouding gericht op instandhouding en waar mogelijk verbetering van de wezenlijke kernmerken en waarden van de ecologie en natuurwaarden Gewerkt wordt aan een verbetering van de hydrologische situatie voor de natuur Derhalve geldt hetzelfde beschermingsbeleid als binnen de beschermde gebieden waterhuishouding 1 4 3 2 5 Wijstgebieden In een intentieverklaring 2007 tussen provincie waterschap gemeenten belangenorganisaties en terreinbeheerders zijn afspraken gemaakt om vijf wijstgebieden te herstellen In het WBP 2010 2015 is opgenomen dat het waterschap het wijstverschijnsel in deze gebieden beschermt door activiteiten van derden te reguleren Alle activiteiten die het wijstverschijnsel aantasten dienen te worden vermeden Zoals het doorsnijden van de breuklijn of het treffen van voorzieningen om de grondwaterstand structureel te verlagen 14 3 3 Peilgestuurde drainage Peilgestuurde drainage heeft voordelen ten opzichte van conventionele drainage Peilgestuurde drainage is regelbaar waardoor de mogelijkheid bestaat om water langer vast te houden conserveren Dit kan leiden tot een kleinere beregeningsbehoefte in droge periodes en reduceert daarmee de kans op droogteschade Door peilgestuurde drainage aan te leggen met een kleinere afstand tussen de drains wordt bij een hoger drainageniveau de bewerkbaarheid van het land niet negatief beïnvloed Vanwege de voordelen ten opzichte van conventionele drainage schrijft het beleid zowel bij nieuwe als bij vervanging van bestaande drainage altijd peilgestuurde drainage voor Peilgestuurde drainage heeft als eigenschap dat er minder drainagewater uitstroomt Daarnaast is de ontwaterende werking beter beheersbaar dan bij conventionele drainage Door onderzoeksinstituut Alterra is in 2008 een modelstudie uitgevoerd die dit bevestigd Modelonderzoek naar effecten van conventionele en samengestelde peilgestuurde drainage op de hydrologie en nutriëntenbelasting P J T van Bakel E M P M van Boekel G J Noij Alterrra rapport 1647 Alterra Wageningen 2008 Een positief effect van peilgestuurde drainage dat zowel op perceelschaal als op gebiedsschaal optreedt is dat de gemiddelde laagste grondwaterstand GLG wordt verhoogd ten opzichte van conventionele drainage De GLG is een belangrijke factor in het herstellen van kwelstromen Tevens maakt de gebruikelijke drainagediepte het ook moeilijk om in het kader van GGOR en verdrogingsbestrijding peilverhogende maatregelen te nemen omdat de uitmondingen eveneens laag liggen en een vrije afvoer van de drains landbouwtechnisch gewenst is Door het invoeren van peilgestuurde drainage ter vervanging van bestaande drainage i p v een vervangend conventioneel systeem wordt op langere termijn naar een meer gewenst drainageregiem toe gewerkt Hierdoor worden peilverhogingen in het kader van GGOR op langere termijn mogelijk gemaakt in het gebied Daarnaast neemt op de korte termijn de afvoer van water uit het betreffende perceel af Dit komt dus ten goede aan de doelstelling van verdrogingsbestrijding omdat daarmee op termijn de grondwaterstand verhoogd kan worden Naast deze kwantitatieve aspecten speelt ook waterkwaliteit een rol Uit het genoemde Alterra onderzoek blijkt ook dat peilgestuurde drainage van invloed is op de uitspoeling van nitraat en fosfaat Voor fosfaat geldt dat er weliswaar een iets hogere uitspoeling is bij peilgestuurde drainage ten opzichte van conventionele drainage maar de uitspoeling vanaf een ongedraineerd perceel is veel hoger Voor stikstof geldt juist dat de stikstofbelasting bij conventionele drainage fors hoger is dan bij een ongedraineerd perceel maar dat de stikstofbelasting bij peilgestuurde drainage zelfs lager is dan in een ongedraineerd perceel Geconcludeerd kan worden dat peilgestuurde drainage per saldo positieve effecten op de waterkwaliteit in het oppervlaktewaterlichaam heeft Bij peilgestuurde drainage geldt dat de uitmonding tot op zekere hoogte bepaald kan worden door de agrariër zelf Om te waarborgen dat de gewenste positieve effecten ook daadwerkelijk optreden en te waarborgen dat de werkwijze handhaafbaar is is het noodzakelijk duidelijke randvoorwaarden te stellen aan de aanleg en beheer van peilgestuurde drainage Daarbij geldt dat het best handhaafbare beleid het stellen van een maximumdiepte van de uitmondingconstructie is Binnen een perceel kunnen hoogteverschillen voorkomen Om een goede werking van een peilgestuurd drainagesysteem en het stand still op de rand van de natte natuurparel te waarborgen is een compartimentering van het drainagesysteem nodig Daar waar binnen het perceel het verschil in maaiveldhoogte ten opzichte van het 5 laagste maaiveldniveau meer bedraagt dan 20 cm dient een nieuw compartiment aangelegd te worden Dit herhaalt zich wanneer het hoogteverschil van het maaiveld van het compartiment verder oploopt dan 20 cm zie het figuur bij deze beleidsregel Bij deze toetsing is de Algemene hoogtekaart Nederland AHN 5x5 leidend 14 4 Toetsingscriteria 14 4 1 Algemeen 1 De ontwateringsdiepte is gebiedspecifiek maar maximaal 0 70 m mv gemeten vanuit de hoogte van de overloopbuis ten opzichte van de gemiddelde maaiveldhoogte per drainagevlak Gebiedspecifiek heeft betrekking op ligging grondslag en hydrologische omstandigheden 2 Daar waar drainage is toegestaan binnen de beschermde gebieden keur moet gebruik worden gemaakt van peilgestuurde drainage Uitzondering hierop is drainage op percelen met een grondtextuur die zwaarder is dan zware zavel zoals aangegeven op de bodemkaart Nederland Dan kan traditionele drainage worden toegestaan 3 Bij elke toename in maaiveldhoogte van 20 cm ten opzichte van het 5 laagste maaiveldniveau dient een nieuw compartiment in het peilgestuurde drainagesysteem aangelegd te worden Bij deze toetsing is de Algemene hoogtekaart Nederland AHN 5x5 leidend 14 4 2 Beschermde gebieden Waterhuishouding 1 Nieuwe drainage binnen de beschermde gebieden waterhuishouding wordt niet toegestaan Uitzondering hierop is als een combinatie van maatregelen in of nabij het betreffende beschermde gebied waterhuishouding cumulatief bijdraagt aan het bereiken van waterhuishoudkundige condities van de natuurdoelen in natte natuurparels hydrologische plus Een verbijzondering hiervan is een compensatiemaatregel als gevolg van daadwerkelijke natschade door een vernattingsmaatregel binnen de EHS Er wordt alleen vergunning verleend voor zover de drainage de natschade compenseert 2 Bij vervanging van bestaande drainage binnen beschermde gebieden waterhuishouding wordt de drainage getoetst aan bovenstaande punten Bij het bepalen van de hydrologische plus wordt uit gegaan van de bestaande situatie Daarbij geldt dat de diepte waarop de uitmondingconstructie kan worden ingesteld gelijk dient te zijn aan de bestaande diepte met een maximum diepte van 70 cm beneden het gemiddelde maaiveldniveau 14 4 3 Attentiegebieden 1 Nieuwe drainage binnen attentiegebieden wordt niet toegestaan Uitzondering hierop is als de cumulatieve effecten van de maatregelen in de attentiegebieden niet leiden tot een significant negatief effect op de Beschermde gebieden Waterhuishouding Hierbij wordt getoetst op minimaal een stand still op de rand van de natte natuurparel 2 Bij vervanging van bestaande drainage binnen attentiegebieden wordt de drainage getoetst aan bovenstaande punten Bij het bepalen van de stand still wordt uit gegaan van de bestaande situatie 14 4 4 Beperkt beschermde gebieden 1 Aanleg en het vervangen van drainagesystemen kan worden toegestaan mits deze wordt aangelegd volgens het principe van peilgestuurde drainage Daarbij geldt als maximale ontwateringsdiepte 70 cm beneden het gemiddelde maaiveldniveau 14 4 5 Beekdalen 1 Drainage binnen de beekdalen wordt niet toegestaan tenzij de combinatie van maatregels cumulatief bijdraagt aan het bereiken van waterhuishoudkundige condities van de natuurdoelen in de beekdalen hydrologische plus Een verbijzondering hiervan is een compensatiemaatregel als gevolg van natschade door een vernattingsmaatregel binnen de EHS Als deze effecten neutraal of negatief zijn zal de vergunning geweigerd worden 2 Bij vervanging van drainage binnen beekdalen wordt de drainage getoetst aan bovenstaande punten Bij het bepalen van de hydrologische plus wordt uit gegaan van de bestaande situatie 14 4 6 Wijstgebieden 1 Drainage die tot een structurele daling van de grondwaterstand leidt kan slechts worden toegestaan wanneer het negatieve effect op het wijstverschijnsel volledig kan worden gecompenseerd door aanvullende maatregelen 2 Drainage die tot een structureel grotere afstand leidt tussen maaiveld hoogte en grondwaterstand kan slechts worden toegestaan wanneer het negatieve effect op het wijstverschijnsel volledig kan worden gecompenseerd door aanvullende maatregelen 3 Het initiatief voor de aanvullende maatregelen ligt bij de aanvrager waarvan de hydrologische effectiviteit van de aanvullende maatregelen door het waterschap wordt beoordeeld 14A Beleidsregel profiel van vrije ruimte bij oppervlaktewaterlichamen 14A 1 Kader 14A 1 1 Keur Op grond van artikel 3 1 derde lid van de Keur is het verboden zonder vergunning in het profiel van vrije ruimte werken te plaatsen te wijzigen of te behouden 14A 1 2 Begripsbepaling Profiel van vrije ruimte oppervlaktewaterlichamen de ruimte zoals vastgelegd in de legger ter weerszijden van boven en onder een waterstaatwerk of een toekomstig waterstaatswerk die naar het oordeel van de beheerder nodig is voor toekomstige verbeteringen zoals ecologische verbindingszones beekherstel en meandering Niet onomkeerbare werken werken die op eenvoudige wijze te verwijderen of te verplaatsen zijn 14A 1 3 Toepassingsgebied Deze beleidsregel is van toepassing op nieuw aan te leggen of te vervangen werken die een onomkeerbaar karakter hebben in het profiel van vrije ruimte oppervlaktewaterlichamen aangegeven in de legger oppervlaktewateren 14A 2 Doel van de beleidsregel De waterschappen hebben de mogelijkheid om in de legger een profiel van vrije ruimte bij oppervlaktewateren op te nemen als reservering voor toekomstige verbetering of uitbreiding van het waterstaatswerk Het profiel van vrije ruimte is bedoeld om ruimte vrij te houden voor toekomstige ontwikkeling van de watergang zoals de aanleg van ecologische verbindingszones beekherstel en meandering Het doel van het verbod is het voorkomen van ingrepen die de uit te voeren verbeteringen belemmeren of onmogelijk maken Dit profiel van vrije ruimte staat los van de beschermingszone 14A 3 Motivering van de beleidsregel 14A 3 1 Algemeen Het profiel van vrije ruimte is bedoeld om ruimte vrij te houden voor toekomstige ontwikkeling van de watergang Het doel van het verbod is het voorkomen van ingrepen die de uit te voeren her inrichtingswerkzaamheden ernstig belemmeren of onmogelijk maken Ook moet worden voorkomen dat bouw werken tegen hoge kosten in een later stadium alsnog moeten worden verplaatst of compenserende maatregelen moeten worden uitgevoerd Dit profiel van vrije ruimte staat los van de beschermingszone Voor werken in de beschermingszone moet getoetst worden aan de specifieke regels Onomkeerbaarheid is gekoppeld aan de mogelijkheid om de werken op eenvoudige wijze te verwijderen of te verplaatsen Als een werk niet eenvoudig te verwijderen of te verplaatsen is wordt de uit te voeren ontwikkeling ernstig gehinderd of onmogelijk gemaakt In ieder geval worden de volgende werken als onomkeerbaar aangemerkt nutsleidingen bouwwerken welke duurzaam met de grond verbonden zijn d m v fundamenten infrastructurele werken Dergelijke werken vallen dan ook onder de vergunningplicht Op het moment dat ontwikkelingen worden uitgevoerd zal de eigenaar van de omkeerbare werken verplicht worden om die werken op eigen kosten te verwijderen Het plaatsen van een werk in het profiel van vrije ruimte is tijdelijk Het onomkeerbare karakter is hiermee op eigen risico van de eigenaar van het werk 14A 3 2 Waterschapseigendom Voor de beantwoording van de vraag of in een voorkomend geval vergunning kan worden verleend geldt in zijn algemeenheid dat gekeken wordt in hoeverre de activiteit verenigbaar is met het belang van een goede waterhuishouding daaronder mede begrepen doelmatig beheer en onderhoud Voor een goede uitoefening van zijn publieke taken heeft het waterschap gronden in eigendom verworven Op die manier kunnen beheer en onderhoud beekherstel en herprofilering optimaal worden uitgevoerd Daarmee is dit eigendomsrecht een mede door de Keur te beschermen belang In de gevallen waarin de werken op waterschapseigendom zullen worden aangebracht geldt dan ook dat een vergunningaanvraag daartoe per definitie wordt afgewezen tenzij daarvoor privaatrechtelijke toestemming is verkregen Te denken valt hierbij aan het afsluiten van een gebruiksovereenkomst het vestigen van een zakelijk recht dan wel verkoop van de grond 14A 4 Toetsingscriteria 14A 4 1 Algemeen 1 In het profiel van vrije ruimte worden in beginsel geen onomkeerbare werken toegestaan 2 Daar waar aannemelijk is dat het profiel van vrije ruimte niet benut wordt voor de uit te voeren verbeteringen kan vergunning voor onomkeerbare werken worden verleend 3 In afwijking van criterium 1 en 2 wordt alleen vergunning verleend indien de noodzakelijke onomkeerbare werken niet of anders op zeer moeilijke wijze zijn te realiseren en een zwaarwegend maatschappelijk belang dienen Daarbij worden door de vergunninghouder zoveel mogelijk compenserende of mitigerende maatregelen genomen 14A 4 2 Waterschapseigendom Een vergunning wordt geweigerd als het werk zich op waterschapseigendom bevindt en er geen privaatrechtelijke toestemming is of wordt verkregen BELEID KERINGEN 15 Algemene Toetsingscriteria Waterkeringen 15 1 Algemeen Waterkeringen zijn ontworpen om bescherming te bieden tegen overstroming van het achterland Het waterschap is belast met de zorg voor overstroming vanuit het primaire systeem zoals aangegeven in de Waterwet Hiervoor heeft het waterschap primaire keringen in beheer die door het Rijk zijn aangewezen Het waterschap draagt ook zorg voor veiligheid tegen overstroming vanuit het regionale watersysteem zoals aangegeven in de Verordening water van de provincie Noord Brabant Hiervoor heeft het waterschap regionale waterkeringen in beheer welke op grond van de Verordening water zijn aangewezen De regionale waterkeringen zijn onderverdeeld in 2 soorten Keringen langs regionale rivieren Compartimenteringskeringen Om lokaal wateroverlast te voorkomen beheert het waterschap overige waterkeringen welke door het waterschap zelf aangewezen worden Het waterschap hanteert als ideaalbeeld een waterkering in de vorm van een grondlichaam bekleed met een erosiebestendige grasmat vrij van niet waterkerende objecten als bijvoorbeeld bouwwerken en bomen en struiken Vanuit haar maatschappelijke betrokkenheid is het waterschap zich er bewust van dat het ideaalbeeld als zodanig niet over de volle lengte van de waterkering realiseerbaar of zelfs wenselijk is Uit het oogpunt van veiligheid en efficiënt beheer van de waterkering is dit ideaalbeeld wel onderdeel van het referentiekader waaraan nieuw gewenste niet waterkerende objecten en activiteiten getoetst worden Uitgangspunt bij het vaststellen van de beleidsregels voor waterkeringen is dat de waterkeringen veilig zijn en blijven Hierbij geldt dat een waterkering veilig is als deze aan de wettelijk vastgestelde normen en de daarvan afgeleide eisen voldoet 15 1 1 Waterschapseigendom Voor de beantwoording van de vraag of in een voorkomend geval vergunning kan worden verleend geldt in zijn algemeenheid dat gekeken wordt in hoeverre de activiteit verenigbaar is met het belang van een goede waterhuishouding daaronder mede begrepen doelmatig beheer en onderhoud Voor een goede uitoefening van zijn publieke taken heeft het waterschap gronden in eigendom verworven Op die manier kunnen beheer en onderhoud

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/359975_1/Beleidsregels+voor+waterkering%2C+waterkwantiteit+en+grondwater+Keur+waterschap+De+Dommel+2015.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    de rekenregel benodigde compensatie in m 3 toename verhard oppervlak in m 2 x g evoeligheidsfactor x 0 06 in m De voorziening voldoet aan de volgende eisen i De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand GHG ii De afvoer uit de voorziening vindt plaats via een functionele bodempassage naar het grondwater en of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater Indien een afvoerconstructie wordt toegepast dient deze een diameter van 4 cm te hebben iii Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn om beschadiging van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen 2 Toelichting Motivering Toename of afkoppelen van verhard oppervlak tot 10 000 m 2 heeft een beperkte invloed op het waterhuishoudkundig systeem De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels Trits vasthouden bergen afvoeren Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem Voor ontwikkelingen die dit negatief kunnen beïnvloeden wordt daarom uitgegaan van de trits vasthouden bergen afvoeren Dat wil zeggen dat water zoveel mogelijk in een gebied wordt vastgehouden door infiltratie en waar dit niet mogelijk is water tijdelijk wordt geborgen retentie Door water lokaal te infiltreren of te bergen in een voorziening wordt het versneld afvoeren van overtollig hemelwater naar het bestaande oppervlaktewatersysteem zoveel mogelijk voorkomen Bij zeer grote neerslaghoeveelheden zal de genoemde voorziening het aangeboden water echter onvoldoende kunnen verwerken Een noodoverloopconstructie kan er dan voor zorgen dat het overtollige water gecontroleerd naar een plek wordt afgevoerd waar het geen overlast kan veroorzaken Dit kan zijn het aangrenzend oppervlaktewater of een laagte op het eigen perceel De noodoverloopconstructie moet hierbij voldoen aan de algemene regels voor lozingsconstructies De benodigde compensatie heeft als boven en ondergrens respectievelijk de noodoverloopconstructie en de lokale grondwaterstand De grondwaterstand is bepaald op de gemiddeld hoogste grondwaterstand GHG zodat infiltratie in de bodem mogelijk is en de capaciteit niet wordt beperkt door grondwater Begripsbepaling Verhard oppervlak Al het oppervlak dat er voor zorgt dat hemelwater sneller tot afvoer komt naar een oppervlaktewater dan in de huidige situatie zonder verharding Toename Een wijziging van onverhard naar verhard oppervlak Vervangende nieuwbouw wordt niet beschouwd als toename verhard oppervlak Afkoppelen verhard oppervlak Onder afkoppelen van verhard oppervlak wordt verstaan het onderbreken van de afvoer van op bestaand verhard oppervlak vallend hemelwater via een gemengde of verbeterd gescheiden riolering naar een afvalwaterzuiveringsinstallatie In plaats daarvan wordt het hemelwater via infiltratie in de bodem of via afstroming of via hemelwaterriolering naar het oppervlaktewater afgevoerd Groen dak dak dat bedekt is met vegetatie met een waterbergende functie Gevoeligheidsfactor nominale waarde die de hydrologische gevoeligheid en infiltratiepotentie van de locatie uitdrukt zie kaart gevoeligheid piekafvoeren Bijlage 1 van de algemene regels 0 06 is de waterschijf van 60 mm die overeenkomt met de vastgestelde bovengrens voor de compensatiecapaciteit van 600 m 3 ha Voorziening Een voorziening die moet worden aangelegd om te voorkomen dat de extra hoeveelheid hemelwater ten gevolge van een toename van verhard oppervlak versneld wordt afgevoerd naar het ontvangende watersysteem In de voorziening wordt water tijdelijk geborgen en of geïnfiltreerd in de bodem Toelichting Het waterschap stelt criteria vast waarin is opgenomen in welke gevallen toename van verhard oppervlak van compenserende maatregelen moet worden voorzien zodat de toename van piekafvoeren wordt beperkt De criteria maken onderdeel uit van deze algemene regel Indien de compensatie voldoet aan deze criteria is een vergunning niet noodzakelijk Ad a b en c De hydrologische gevolgen van de ontwikkelingen kleiner dan 2 000 m 2 toename van verhard oppervlak of 10 000 m 2 afkoppelen van verhard oppervlak en groen dak zijn voor het ontvangende watersysteem beperkt Tevens zou bij ontwikkelingen van deze omvang noodzakelijke compensatie bij een geïsoleerde voorziening resulteren in een voorziening die slecht beheer s baar is en weinig zekerheid op functioneren biedt Een derde belangrijke reden voor deze vrijstelling is het beperken van de administratieve last voor zowel waterschap vergunningverlening als initiatiefnemer vergunningaanvraag Ad d De hydrologische gevolgen van de ontwikkelingen tussen 2 000 m 2 en 10 000 m 2 toename van verhard oppervlak voor het ontvangende watersysteem moeten worden gecompenseerd door een voorziening aan te leggen De benodigde omvang van de compensatie in kubieke meters dient te worden vastgesteld met de vermelde rekenregel 16 Kabels en leidingen in en nabij a wateren en b wateren 1 Criteria 1 Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 1 eerste lid van de Keur voor het aanleggen verwijderen en behouden van kabels en leidingen onder boven of langs b wateren 2 Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 1 eerste lid van de Keur voor het aanleggen en behouden van kabels en leidingen onder of langs a wateren en in de daarbij behorende beschermingszone indien de kabels en leidingen a niet worden aangelegd of behouden in het profiel van vrije ruimte zoals aangegeven in de legger b haaks op de watergang worden gelegd dient de afstand te zijn minimaal 1 meter onder de waterbodem of minimaal 2 meter onder de waterbodem bij een watergang waar beschoeiing aanwezig is of minimaal 2 5 meter onder de waterbodem van een vaarweg en minimaal 1 meter gemeten haaks op het taludvlak en minimaal 1 meter onder de beschermingszone en minimaal 1 meter onder een ondersteunend kunstwerk c parallel aan de watergang op ten minste 1 meter afstand horizontaal en verticaal gemeten uit de insteek worden gelegd 3 Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 1 eerste lid van de Keur voor het aanleggen verwijderen en behouden van kabels en leidingen over a wateren en de daarbij behorende beschermingszone indien de kabels en leidingen a bevestigd zijn aan dan wel samenvallen met bestaande bruggen of stuwen over het oppervlaktewaterlichaam of b bij andere ondersteunende kunstwerken dan bedoeld in vorig lid worden aangelegd met een minimale afstand van 0 30 meter tussen ondersteunend kunstwerk en kabel of leiding en er bij een kabel een overlengte is van minimaal 1 meter in de vorm van een lus 2 Voorschriften a Degene die een kabel of leiding aanlegt als bedoeld in het tweede lid onder a voert de kruising uit door middel van een gestuurde persing of boring b De kabel of leiding onder een beschermingszone bezit voldoende draagkracht voor het dragen van machines ten behoeve van onderhoudswerkzaamheden aan het oppervlaktewaterlichaam c Degene die een kabel of leiding aanlegt of verwijdert als bedoeld in het eerste tweede of derde lid van de criteria herstelt na uitvoering van de werkzaamheden de beschermingszone talud en waterbodem zodanig dat het uit te voeren onderhoud niet wordt belemmerd 3 Toelichting Begripsbepaling Leidingen Mediumvoerende buisconstructies die geen lozingswerk zijn en niet in open verbinding staan met oppervlaktewater Gestuurde persing of boring een sleufloze boortechniek waarbij obstakels zoals oppervlaktewater diep onder het maaiveld kunnen worden gepasseerd Kabel Onder kabels vallen voorzieningen voor het aanleggen hebben en onderhouden van onder andere elektriciteits signaal en telecommunicatievoorzieningen Motivering Het leggen van kabels en leidingen onder of over oppervlaktewaterlichamen en hun beschermingszone komt regelmatig voor Het gebeurt veelal door gespecialiseerde bedrijven in opdracht van nutsbedrijven Verwacht wordt dat de daarop betrekking hebbende NEN normen worden toegepast Indien gebruik wordt gemaakt van bestaande infrastructurele werken in eigendom van het waterschap moet hier toestemming voor worden verkregen 17 Beschoeiing 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 1 eerste lid van de Keur voor het aanleggen behouden of verwijderen van een beschoeiing voor zover a deze wordt aangelegd behouden of verwijderd in een b water en b de bergings en de doorstroomcapaciteit van dat b water gelijk blijft 2 Voorschriften Degene die een beschoeiing verwijdert als bedoeld in artikel 1 brengt het b water terug op de afmetingen conform het oorspronkelijk profiel 3 Toelichting Begripsbepaling Beschoeiing grondkerende constructie in de oeverlijn talud om de oever talud tegen afkalving te beschermen Motivering Het aanbrengen van oeverbeschermende beschoeiingen betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt in b wateren een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk in of langs het oppervlaktewaterlichaam De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels Deze niet wordt aangelegd behouden of verwijderd in een waterkering of de bijbehorende beschermingszones A en B De beschoeiing moet deugdelijk aangebracht worden zodat er geen verzakkingen of verplaatsingen kunnen optreden Zodat voorkomen wordt dat grond van achter de beschoeiing in het oppervlaktewaterlichaam komt en het bergend vermogen en de doorstroom mogelijkheid niet worden aangetast 18 Anti worteldoek 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 1 eerste lid van de Keur voor het aanleggen behouden of verwijderen van anti worteldoek voor zover deze wordt aangelegd behouden of verwijderd in een b water 2 Voorschriften Degene die een anti worteldoek aanlegt behoudt of verwijdert als bedoeld in artikel 1 verkleint het profiel van het oppervlaktewaterlichaam niet 3 Toelichting Begripsbepaling Anti worteldoek kunststof doek dat wel water maar geen licht en wortelgroei doorlaat Motivering Bij veel tuinen van particulieren en bedrijven wordt anti worteldoek op het talud van oppervlaktewaterlichamen toegepast om de tuin ter plaatse een net afgewerkt karakter te geven en het onderhoud te vergemakkelijken Zolang het profiel in stand blijft is doorstroming en berging van de watergang gewaarborgd 19 Stoffen voorwerpen en dieren 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 1 eerste lid van de Keur voor het neerleggen laten staan of laten liggen van vaste substanties aanleggen behouden of verwijderen van stoffen of voorwerpen of het houden van dieren voor zover a dit plaatsvindt in b wateren of b het houden van dieren plaatsvindt in de beschermingszone van a wateren 2 Voorschriften De onder 1 genoemde activiteit mag de water aan en afvoer niet belemmeren 3 Toelichting Motivering Het komt voor dat er in een oppervlaktewaterlichaam of bijbehorende beschermingszone activiteiten zijn zoals begrazing Deze activiteiten hebben nauwelijks gevolgen voor de waterhuishouding en daarom zijn ze opgenomen in deze algemene regel Door te regelen dat dieren zonder vergunning in de beschermingszone mogen verblijven wordt ervoor gezorgd dat daar begraasd kan worden 20 Veekeringen op beschermingszone 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 1 eerste lid van de Keur voor het plaatsen en hebben van veekeringen in beschermingszones en of profielen van vrije ruimte die haaks op de insteek zijn geplaatst indien deze veekeringen ten behoeve van het onderhoud zonder hulpmiddelen tijdelijk kunnen worden weggenomen 2 Voorschriften 1 De veekering is noodzakelijk in kader van artikel 2 7 van de Keur en 2 Degene die de veekering verwijdert brengt na uitvoering daarvan de beschermingszones en of profiel van vrije ruimte terug in de oorspronkelijke staat en 3 Onverminderd de onderhoudsplichten verwijdert de eigenaar gebruiker van de veekering binnen een straal van 0 5 meter rondom het werk al het voor het functioneren van het oppervlaktewaterlichaam schadelijke begroeiingen en afval 3 Toelichting Motivering Het komt voor dat er bij een oppervlaktewaterlichaam of bijbehorende beschermingszone vee wordt gehouden Hiervoor zijn plaatselijk veekeringen nodig zoals ook vereist in de Keur Deze activiteiten hebben nauwelijks gevolgen voor de waterhuishouding en daarom zijn ze opgenomen in deze algemene regel Doordat de veekeringen in de beschermingszone eenvoudig tijdelijk verwijderd kan worden blijft onderhoud mogelijk 21 Werken ten behoeve van openbare wegen langs a wateren 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 1 eerste lid van de Keur voor het aanbrengen behouden en verwijderen van werken ten behoeve van openbare wegen langs a wateren voor zover a Het werk wordt minimaal 0 5 meter uit de insteek geplaatst en b De afstand tussen het straatmeubilair en andere obstakels in de beschermingszone of in a water bedraagt minimaal 10 meter 2 Voorschriften Degene die werken als bedoeld in het eerste lid aanbrengt voldoet aan de volgende voorschriften a De werken worden zodanig aangebracht dat het onderhoud aan het a water niet wordt belemmerd of onmogelijk wordt gemaakt en b De verharding dient afdoende draagkracht en stabiliteit te hebben voor de manier van onderhoud en c Onverminderd de onderhoudsplichten verwijdert de eigenaar gebruiker van het werk binnen een straal van 0 5 meter rondom het werk in het talud al het voor het functioneren van het oppervlaktewaterlichaam schadelijke begroeiingen en afval 3 Toelichting Begripsbepaling Openbare weg weg in beheer van een overheid Straatmeubilair bouwwerken niet zijnde gebouwen welke zijn geplaatst ten behoeve van of in het belang van het publiek ten dienste van het verkeer Motivering Het betreft relatief eenvoudige en veel voorkomende werken in stedelijk gebied De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels De werken die bedoeld zijn voor openbare wegen hebben een maatschappelijk belang waardoor onder voorwaarden altijd toe te staan Hierbij moet wel het onderhoud aan de watergang mogelijk blijven Om dit te waarborgen is de algemene regels alleen van toepassing als er voldoende ruimte is voor de gangbare onderhoudsmachines Hierbij is het van belang dat tijdig overleg met het waterschap wordt gezocht In gevallen waar de afstanden als genoemd in deze algemene regel door ruimtegebrek niet mogelijk zijn bestaat er een vergunningplicht In deze vergunning kunnen specifieke voorschriften opgenomen worden om de waterhuishoudkundige belangen te borgen 22 Bebording ten behoeve van recreatieroutes langs a wateren 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 1 eerste lid van de Keur voor het aanbrengen behouden en verwijderen van bebording ten behoeve van recreatieroutes langs a wateren 2 Voorschriften Degene die bebording als bedoeld in het eerste lid aanbrengt voldoet aan de volgende voorschriften a De bebording wordt aangebracht aan bestaand straatmeubilair of bestaande infrastructurele werken met uitzondering van verkeersborden ten behoeve van vaarwegen of b Voor zover dit niet mogelijk is wordt de bebording zodanig aangebracht dat het onderhoud aan het a water niet wordt belemmerd of onmogelijk wordt gemaakt en c Onverminderd de onderhoudsplichten verwijdert de eigenaar gebruiker van de bebording binnen een straal van 0 5 meter rondom het werk al het voor het functioneren van het oppervlaktewaterlichaam schadelijke begroeiingen en afval 3 Toelichting Motivering Dit artikel bevat algemene regels voor het aanbrengen behouden en verwijderen van bebording ten behoeve van recreatieroutes langs a wateren Het aanleggen van dergelijke werken betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels Als voorwaarde geldt dat de bebording zo min mogelijk hinder oplevert voor het door het waterschap uit te voeren onderhoud Hierbij is het van belang dat tijdig overleg met het waterschap wordt gezocht 23 Gras en eenjarige gewassen 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 1 eerste lid van de Keur voor het aanbrengen en behouden van gras of eenjarige gewassen in de beschermingszone van a water 2 Voorschrift Degene die gras of eenjarige gewassen in de beschermingszone aanbrengt of behoudt a houdt bij diepere grondbewerkingen dieper dan 15 centimeter 1 meter gemeten vanaf de insteek vrij zodat het talud niet kan afschuiven en b dicht ploegvoren en andere diepe geulen zodat het onderhoud ongehinderd kan plaatsvinden 3 Toelichting Motivering Het aanbrengen en behouden van gras of eenjarige gewassen heeft een zeer gering effect op het oppervlaktewaterlichaam en is daarom met deze algemene regel vrijgesteld van de vergunningplicht 24 Natuurvriendelijke oever 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 1 eerste lid van de Keur voor het aanleggen of wijzigen van natuurvriendelijke oevers langs b wateren in overig gebied Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers kan indien deze oevers zodanig worden aangelegd en onderhouden dat het natte profiel van de watergang niet verkleint 2 Toelichting Begripsbepaling Natuurvriendelijke oever oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te waarborgen maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken Het draagt zo ook bij aan de vervulling van maatschappelijke functies van watersystemen Overig gebied gebied niet aangewezen als beschermd of attentiegebied op de Keurkaarten Motivering Natuurvriendelijke oevers zijn oevers waar uitdrukkelijk rekening gehouden wordt met natuur landschap en ecologie Het aanleggen van een natuurvriendelijke oever betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig werk De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels Waterkeringen 25 Klein onderhoud aan openbare wegen op de waterkering 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 3 van de Keur voor het uitvoeren van klein onderhoud aan openbare wegen op de waterkering 2 Voorschriften Degene die klein onderhoud aan openbare wegen uitvoert op de waterkering als bedoeld in artikel 1 a moet dit vijf werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden mededelen aan het waterschap b moet de werkzaamheden alleen in de periode van 1 april tot 1 oktober uitvoeren 3 Toelichting Motivering Op de waterkeringen zijn vaak wegen aanwezig Om de functie van de wegen te waarborgen zijn onderhoudswerkzaamheden aan de wegen noodzakelijk Het is daarbij echter wel van belang dat bij de uitvoering van die werkzaamheden ook de functie van de betreffende waterkering is gewaarborgd Onder klein onderhoud aan een openbare weg kan bijvoorbeeld het vervangen van de toplaag van die weg worden verstaan voor zover daarbij geen sprake is van een uitbreiding van de verharding Hieronder wordt ook verstaan het plaatsen en onderhouden van reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 RVV borden en het roven en aanvullen van de berm Van groot onderhoud is sprake wanneer de werkzaamheden in het profiel van de waterkering plaatsvinden zoals bij het vervangen van de complete fundering van de weg Voor dergelijke werkzaamheden dient een vergunning te worden aangevraagd Het plegen van klein onderhoud aan wegen betreft vanuit waterstaatkundig oogpunt echter een relatief eenvoudig en veel voorkomende werkzaamheid De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel Het is van belang dat werkzaamheden bij waterkeringen goed worden uitgevoerd Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de uitgevoerde werkzaamheden Om deze reden is een verplichte mededeling in deze algemene regel opgenomen 26 Tijdelijke semi permanente objecten 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 3 en 3 4 van de Keur voor het plaatsen hebben en onderhouden van een tijdelijk semi permanent object binnen beschermingszone A van primaire en regionale waterkeringen 2 Voorschriften Degene die een tijdelijk semi permanent object binnen beschermingszone A van primaire en regionale waterkeringen plaatst als bedoeld in artikel 1 a moet dit vijf werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden mededelen aan het waterschap b graaft het te plaatsen object niet in c moet een object verwijderen ten behoeve van noodzakelijke waterstaatkundige werkzaamheden op aanzeggen van het dagelijks bestuur van het waterschap en op kosten van de melder 3 Toelichting Begripsbepaling Tijdelijke semi permanente objecten objecten die voor onbepaalde tijd op het waterstaatswerk buiten de waterkering worden geplaatst maar die wanneer nodig eenvoudig verwijderd kunnen worden Motivering Semi permanente objecten zijn niet voorzien van een in de grond aangebrachte gestorte geslagen of soortgelijke fundatie Gedacht kan worden aan objecten zoals speeltoestellen prefab tuinhuisjes demontabele zwembaden en brievenbussen Dergelijke objecten hebben meestal geen effect op het functioneren van de waterkering maar dienen wel verwijderd te kunnen worden wanneer dat noodzakelijk blijkt ten behoeve van bijvoorbeeld dijkverzwaringen 27 Beweiden met schapen 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 3 van de Keur voor het beweiden met schapen 2 Voorwaarden Degene die met schapen beweidt op of nabij de waterkering als bedoeld in artikel 1 moet zijn schapen op eerste aanzegging van het bestuur verwijderen indien de instandhouding van een goede grasmat in gevaar is of dreigt voor te komen 3 Toelichting Motivering Het waterschap verpacht delen van de waterkering voor beweiding met schapen als onderhoud van de grasmat In de pachtcontracten is de voorwaarde geregeld waaronder beweiding van de waterkering met schapen kan plaatsvinden 28 Afrastering bij keringen 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 3 en 3 4 van de Keur voor het plaatsen hebben en onderhouden van een afrastering op de waterkering en in de beschermingszone A 2 Voorschriften Degene die een afrastering op de waterkering en in de beschermingszone A plaatst als bedoeld in artikel 1 a moet vijf werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden mededelen aan het waterschap b moet de afrastering voldoende veekerend uitvoeren c moet de afrastering in goede staat onderhouden d moet bij verwijdering van de afrastering de paalgaten afdichten met klei 3 Toelichting Motivering van de algemene regel Afrasteringen kunnen gezien worden als objecten die het doelmatig onderhoud aan waterstaatswerken kunnen belemmeren terwijl ze in de vorm van een veekering juist voorkomen dat vee de gesteldheid van de waterstaatswerken aantasten Wanneer aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan komt het doelmatig onderhoud niet in gevaar Bovendien kunnen afrasteringen indien nodig vrij eenvoudig verwijderd worden Het plaatsen van een afrastering betreft vanuit waterstaatkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel Het is van belang dat werkzaamheden bij waterkeringen goed worden uitgevoerd Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de uitgevoerde werkzaamheden Om deze reden is de meldplicht in deze algemene regel opgenomen 29 Gebruik van percelen als tuin en bouwland 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in de artikelen 3 3 en 3 4 van de Keur voor het gebruik van percelen in beschermingszone A van de primaire en regionale waterkering of voor het gebruik van percelen op een compartimenteringskering als tuin of bouwland 2 Voorschriften Degene die percelen in beschermingszone A van de primaire en regionale waterkering als tuin of bouwland gebruikt of percelen op een compartimenteringskering als tuin of bouwland gebruikt als bedoeld in artikel 1 a voert alleen werkzaamheden uit die bestaan uit i spitten ploegen eggen en andere vergelijkbare oppervlakkige grondroeringen en bewerkingen maximaal 0 30 meter diep en of ii bemesten en of iii zaaien of poten telen en oogsten van éénjarige gewassen en of iv planten en hebben van struiken en bomen op compartimenteringskeringen b moet gewassen en beplantingen geen belemmering laten vormen voor het beheer en onderhoud van de waterkering 3 Toelichting Motivering Bij werkzaamheden bij de waterkering is het van groot belang dat het leggerprofiel en dus ook de functie van de waterkering tijdens en na de werkzaamheden is gewaarborgd Wanneer werkzaamheden in de ondergrond bij of op een waterkering worden uitgevoerd kan dat een negatief effect hebben op de functie van de waterkering Afhankelijk van de diepte en locatie waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd zou bijvoorbeeld kwelwerking kunnen optreden en wateroverlast kunnen ontstaan of de erosiebestendigheid van de waterkering worden aangetast Onder werkzaamheden die worden uitgevoerd bij het gebruik van percelen als tuin of bouwland kunnen voor deze algemene regel de volgende activiteiten worden gerekend het spitten ploegen eggen en andere vergelijkbare oppervlakkige grondroeringen en bewerkingen maximaal 0 30 meter diep het zaaien of poten telen en oogsten van éénjarige gewassen bemesten het planten en onderhouden van bomen die van nature laag blijven struiken en overblijvende planten Bij de uitvoering van deze werkzaamheden worden er op relatief beperkte schaal werkzaamheden in de grond op of bij het waterstaatswerk uitgevoerd Deze werkzaamheden hebben geen negatief effect op de waterkering 30 Erfverharding 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 3 en 3 4 van de Keur voor het aanbrengen en onderhouden van erfverhardingen op een compartimenteringskering en binnen beschermingszone A van primaire en regionale waterkeringen 2 Voorschriften Degene die een erfverharding aanbrengt op een compartimenteringskering of binnen beschermingszone A van de primaire en regionale waterkering als bedoeld in artikel 1 voert alleen werkzaamheden uit die bestaan uit oppervlakkige grondroering maximaal 0 30 meter diep en of aanbrengen klinkerverharding en of aanbrengen zandbed ten behoeve van klinkerverharding 3 Toelichting Motivering Bij werkzaamheden bij de waterkering is het van groot belang dat het leggerprofiel en dus ook de functie van de waterkering tijdens en na de werkzaamheden is gewaarborgd Wanneer werkzaamheden in de ondergrond bij of op een waterkering worden uitgevoerd kan dat een negatief effect hebben op de functie van de waterkering Bij de uitvoering van de werkzaamheden zoals genoemd in de voorschriften worden er op relatief beperkte schaal werkzaamheden in de grond op of bij het waterstaatswerk uitgevoerd Deze werkzaamheden hebben geen negatief effect op de waterkering 31 Huisaansluiting 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in de artikelen 3 3 3 4 en 3 5 van de Keur voor het leggen hebben onderhouden en vervangen van huisaansluitingen op het kabel en leidingnetwerk in de waterkering en beschermingszones in het beheergebied van het waterschap 2 Voorschriften Degene die huisaansluitingen op het kabel en leidingnetwerk in de waterkering en binnen de beschermingszones van waterkeringen in het beheergebied van het waterschap aanlegt of vervangt als bedoeld in artikel 1 a moet vijf werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden een mededeling gedaan worden aan het waterschap b moet de werkzaamheden uitvoeren in het buitentalud van de waterkering tussen 1 april en 1 oktober van elk jaar werkzaamheden op andere locaties mogen ook in de gesloten periode uitgevoerd worden c Ten aanzien de aanleg kan het waterschap conform artikel 1 4 derde lid maatwerkvoorschriften stellen 3 M elding Degene die een huisaansluiting aanlegt als bedoeld in artikel 1 meldt dit tenminste 4 weken voor aanvang van de werkzaamheden aan het waterschap 4 Toelichting Begripsbepaling Buitentalud het buitentalud is de helling van de buitenkant van de dijk oftewel de kant van de dijk waar de rivier stroomt Motivering Aan het aanleggen van huisaansluitingen op het kabel en leidingnetwerk bij waterkeringen kunnen risico s zijn verbonden welke worden afgewogen in het kader van de beoordeling van vergunningsaanvragen Met het vaststellen van een algemene regel waarmee een vrijstelling van de vergunningsplicht wordt bereikt moet er vooral zekerheid bestaan over de omvang van die risico s die het aanleggen van huisaansluitingen op het kabel en leidingnetwerk bij waterkeringen kunnen veroorzaken De werkzaamheden worden veelal uitgevoerd door of namens nutsbedrijven Het is van belang dat werkzaamheden bij waterkeringen goed worden uitgevoerd Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de uitgevoerde werkzaamheden Om deze reden is een verplichte mededeling in deze algemene regel opgenomen Tevens is een verplichte melding opgenomen zodat het waterschap eventuele aandachtspunten aan de melder mee kan geven 32 Interne verbouwingen van bestaande panden 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 3 en 3 4 van de Keur voor het uitvoeren van interne verbouwingen in bestaande panden op een waterkering en binnen beschermingszone A 2 Voorschriften Degene die een interne verbouwing in een bestaande pand uitvoert op een waterkering en binnen beschermingszone A als bedoeld in artikel 1 a voert geen constructieve wijziging aan een kelder fundering of vloerpeil uit 3 Toelichting Motivering Bij een interne verbouwing van een bestaand pand vindt geen uitbreiding van dat pand plaats Er is dan ook geen risico dat het profiel van vrije ruimte wordt verkleind Het risico met betrekking tot het functioneren van de waterkering blijft daarnaast ook op een gelijk niveau Het uitvoeren van interne verbouwingen van bestaande panden op het waterstaatswerk betreft een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel 33 Grondmechanisch onderzoek beschermingszone A en B 1 Criteria Vrijstelling wordt verleend van het verbod bedoeld in artikel 3 3 en 3 4 van de Keur voor de uitvoering van sonderingen en of grondboringen in beschermingszone A en B van een waterkering 2 Voorschriften Degene die sonderingen en of grondboringen in beschermingszone A van een waterkering uitvoert als bedoeld in artikel 1 a moet vijf werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden medegedeeld worden aan het waterschap b Ten aanzien het onderzoek kan het waterschap conform artikel 1 4 derde lid een maatwerkvoorschrift stellen 3 Melding Degene die grondmechanisch onderzoek uitvoert in beschermingszone A van een waterkering als bedoeld in artikel 1 meldt dit tenminste 4 weken voor aanvang van de werkzaamheden aan het bevoegd gezag 4 Toelichting Motivering Bij het waterschap komen regelmatig watervergunningsaanvragen binnen voor het verrichten van grond geotechnisch geohydrologisch onderzoek Bij deze onderzoeken is het vaak nodig om verticale boringen te verrichten voor het nemen van grondmonsters het plaatsen van peilbuizen of het maken van sonderingen Het is van belang dat het uitvoeren van verticale boringen in beschermingszone A correct wordt uitgevoerd Daarvoor kan het noodzakelijk zijn dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de uitgevoerde werkzaamheden Om deze reden is de meldplicht in deze algemene regel opgenomen GRONDWATER 34 Algemene regels Grondwater Artikel 1 Gebiedsaanwijzing 1 Op de kaart Grondwaterdeelgebieden behorende bij deze algemene regels zijn grondwaterdeelgebieden aangewezen met het oog op gebiedsspecifieke toepassing van algemene regels 2 Per grondwaterdeelgebied gelden in de algemene regels de gebiedsspecifieke voorwaarden die opgenomen zijn in de onderstaande tabel 3 De put voor onttrekking of infiltreren is niet dieper dan noodzakelijk en strekt zich maximaal tot in het watervoerende pakket dat in de onderstaande tabel is aangegeven 4 De uitgangspunten op grond van lid 2 gelden niet indien en voor zover in een algemene regel specifiek andere voorwaarden zijn opgenomen Gebied Naam Watervoerend pakket Kleine onttrekkingen en beregening van grasland artikel 34 3 en 34 4 Watervoerend pakket akkerbouw vollegronds tuinbouw en vollegronds boomteelt en brandblusvoorzieningen artikel 34 5 en 34 6 Max diepte minus maaiveld bij afwezigheid van afscheidende lagen I Westelijke zandgronden Wp 2a Wp 2b 30 meter II Centrale Slenk Wp 1b Wp 1b 30 meter III Peelhorst Wp 1b Wp 2a Wp 1b Wp 2a 30 meter IV Polders Brabantse Delta Wp 2b Wp 2b 30 meter IV Polders Aa en Maas Wp 1b Wp 1b 30 meter Onttrekken mag tot maximaal watervoerend pakket 1b Daar waar de watervoerende pakketten 1a en 1b niet aanwezig zijn of ondieper liggen dan 30 meter mag worden uitgeweken worden naar Wp 2a afhankelijk van welke laag aanwezig is Artikel 2 Algemene voorschriften voor onttrekking en infiltratie 1 Degene die grondwater onttrekt onttrekt niet meer grondwater dan noodzakelijk is voor het beoogde gebruik 2 Een put die niet langer gebruikt wordt of niet langer geschikt is voor het gebruik waarvoor deze is aangelegd wordt afgedicht Artikel 3 Algehele vrijstellingen van vergunningplicht kleine onttrekkingen Een vergunning tot het onttrekken van grondwater is niet vereist ten aanzien van 1 onttrekkingsinrichtingen die voldoen aan de volgende voorwaarden a de pompcapaciteit niet meer bedraagt dan 10 m 3 per uur en b de onttrekkingsinrichting gelegen is buiten Beschermde gebieden Waterhuishouding en c de putten zijn niet dieper dan bepaald in artikel 34 1 2 veedrenkputten voor zover de put niet dieper dan bepaald in artikel 34 1 Artikel 4 Beregening van grasland 1 Een vergunning tot het onttrekken van grondwater is niet vereist voor beregening van grasland a voor zover de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten de Beschermde gebieden Waterhuishouding en attentiegebieden zoals die zijn aangegeven op de bij de Keur behorende Keurkaart beschermde gebieden en buiten de invloedsgebieden Natura 2000 die zijn aangewezen op de kaart behorende bij deze algemene regels b de onttrekkingsinrichting een maximale pompcapaciteit heeft van 70 m 3 per uur c er niet meer dan 1 put per 5 hectare aanwezig is d de putten zijn niet dieper dan in artikel 34 1 is bepaald e de houder van de onttrekkingsinrichting beschikt over een bedrijfswaterplan en de daarin opgenomen maatregelen zijn uitgevoerd 2 Degene die grondwater onttrekt als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de volgende voorschriften a het onttrokken grondwater wordt alleen gebruikt voor graslandberegening b er wordt niet meer grondwater onttrokken dan noodzakelijk is voor het beoogde gebruik c de houder van de onttrekkingsinrichting beschikt over een bedrijfswaterplan en de daarin opgenomen maatregelen zijn uitgevoerd 3 Vergunningen verleend voor activiteiten als bedoeld in dit artikel vervallen met ingang van 1 januari 2018 4 Het bepaalde in het eerste lid onder e vervalt per 1 januari 2018 5 Het bepaalde in het tweede lid onder c treedt eerst in werking per 1 januari 2018 6 Degene die grondwater onttrekt conform dit artikel meldt dit tenminste 4 weken voor start van de werkzaamheden De melding bevat tenminste de locatie van de put ten de maximale pompcapaciteit de diepte van de put en het bedrijfswaterplan Ten aanzien van booractiviteiten is tevens artikel 34 9 van toepassing Deze melding is niet vereist indien eerder een melding overeenkomstig dit artikel is gedaan en door deze onttrekking geen afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens Artikel 5 Beregening van akkerbouw vollegronds tuinbouw en vollegronds boomteelt 1 Een vergunning tot het onttrekken van grondwater is niet vereist voor gebruik ten behoeve van akkerbouw vollegronds tuinbouw en vollegronds boomteelt a voor zover de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten de Beschermde gebieden Waterhuishouding en attentiegebieden zoals die zijn aangegeven op de Keurkaart Beschermde gebieden en buiten de invloedsgebieden Natura 2000 die zijn aangewezen op de keurkaart behorende bij deze algemene regels b de onttrekkingsinrichting een maximale pompcapaciteit heeft van 100 m 3 per uur c er niet meer dan 1 put per 5 hectare aanwezig is d de putten zijn niet dieper dan in artikel 34 1 is bepaald e de houder van de onttrekkingsinrichting beschikt over een bedrijfswaterplan en de daarin opgenomen maatregelen zijn uitgevoerd 2 Degene die grondwater onttrekt als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de volgende voorschriften a het onttrokken grondwater wordt alleen gebruikt voor beregening van gewassen voor de akkerbouw vollegronds tuinbouw en vollegronds boomteelt b er wordt niet meer grondwater onttrokken dan noodzakelijk is voor het beoogde gebruik c de houder van de onttrekkingsinrichting beschikt over een bedrijfswaterplan en de daarin opgenomen maatregelen zijn uitgevoerd 3 Vergunningen verleend voor activiteiten als bedoeld in dit artikel vervallen met ingang van 1 januari 2018 4 Het bepaalde in het eerste lid onder e vervalt per 1 januari 2018 5 Het bepaalde in het tweede lid onder c treedt eerst in werking per 1 januari 2018 6 Degene die grondwater onttrekt conform dit artikel meldt dit tenminste 4 weken voor start van de werkzaamheden De melding bevat tenminste de locatie van de put ten de maximale pompcapaciteit de diepte van de put en het bedrijfswaterplan Ten aanzien van booractiviteiten is tevens artikel 34 9 van toepassing Deze melding is niet vereist indien eerder een melding overeenkomstig dit artikel is gedaan en door deze onttrekking geen afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens Artikel 6 Brandblusvoorzieningen Een vergunning tot het onttrekken van grondwater is niet vereist voor brandblusvoorzieningen als is voldaan aan de volgende regels 1 De brandblusvoorziening is noodzakelijk op grond van de bepalingen voor brandbestrijding van het Bouwbesluit 2012 en er is geen andere redelijk alternatief om aan die bepalingen te kunnen voldoen dan het gebruik van grondwater 2 De brandblusvoorziening is een geboorde put die is voorzien van een aansluitstuk ten behoeve van gebruik door de brandweer danwel onderdeel uitmaakt van een brandblusinstallatie conform de daarvoor geldende landelijke normen en voorschriften 3 Er wordt alleen water onttrokken ten behoeve van de bluswatervoorziening en voor het vereiste periodieke onderhoud van de put 4 De brandblusvoorziening is niet dieper dan bepaald in artikel 34 1 Artikel 7 Bronbemalingen van tijdelijke aard 1 Een vergunning tot het onttrekken van grondwater is niet vereist voor een onttrekkingsinrichting die voldoet aan de volgende regels a Bronbemaling die op een vaste locatie buiten een Beschermd gebied Waterhuishouding niet zijnde een attentiegebied staat die i uitsluitend gebruikt wordt voor het droog houden van een bouwput ten behoeve van bouwkundige of civieltechnische werken en inrichtingen die bij wijze van proef of ten behoeve van bodemsanering grondwater onttrekken ii de te onttrekken hoeveelheid grondwater niet meer bedraagt dan 50 000 m 3 per maand en de onttrekking niet langer duurt dan 6 maanden b Sleufbemaling die i uitsluitend gebruikt wordt voor het droog houden van een bouwput ten behoeve van bouwkundige of civieltechnische werken ii de te onttrekken hoeveelheid grondwater niet meer bedraagt dan 70 m 3 per uur bedraagt iii de onttrekking niet langer dan 5 dagen op één locatie plaatsvindt c Bronbemaling van korte duur ten behoeve van reparatie of

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/359947_1/Algemene+regels+Keur+Waterschap+De+Dommel+2015.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    maken Mensen en dieren moeten niet zo maar in de voorziening kunnen vallen of zich zelf kunnen bezeren Er mogen geen gevaarlijke constructies gebouwd zijn Dit houdt onder andere in dat de taluds niet te steil mogen zijn In overleg met de adviseurs van het waterschap kan een keuze worden gemaakt voor het meest geschikte ontwerp 3 Toelichting op de Algemene Regel 3 1 De rekenregel Met behulp van een eenvoudige rekenregel uit de Algemene Regel Artikel 15 Afvoer hemelwater door verhard oppervlak behorend bij de Keuren van de drie Brabantse waterschappen kan de vereiste compensatie voor een specifieke locatie berekend worden Deze rekenregel geldt voor een toename van het verhard oppervlak van tenminste 2 000 m 2 en maximaal 10 000 m 2 Voor grotere plannen geldt de Beleidsregel Beleidsregel 13 A fvoer door toename en afkoppelen van verhard oppervlak Voor plannen kleiner dan 2 000 m 2 groene daken en afkoppelplannen kleiner dan 10 000 m 2 geldt een vrijstelling voor de realisatie van de compensatie Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 2 000 m 2 en 10 000 m 2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak m 2 te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm 0 06 m Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters m 3 De kaart Algemene regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 geeft vervolgens aan of voor een specifieke locatie met minder compensatie volstaan kan worden Deze kaart is gebaseerd op een combinatie van locatiespecifieke bodemkundige en hydrologische omstandigheden De kaart kent drie verschillende gevoeligheidsgebieden zie hiervoor ook p aragraaf 3 3 Gevoeligheidsfactor 1 vermenigvuldigt de berekende compensatie met één geeft aan dat alleen met de volledige compensatie volstaan kan worden Gevoeligheidsfactor vermenigvuldigt de berekende compensatie met een half geeft aan dat met de helft van de berekende capaciteit volstaan kan worden Tenslotte geeft gevoeligheidsfactor vermenigvuldigt de berekende compensatie met een kwart aan dat met van de berekende capaciteit kan worden volstaan De rekenregel luidt dus als volgt Benodigde compensatie in m 3 Toename verhard oppervlak in m 2 Gevoeligheidsfactor 0 06 in m Wanneer de vereiste compensatie berekend is kan een voorziening ontworpen en nader uitgewerkt worden De mate van detaillering is mede afhankelijk van de omvang van de toename van verhard oppervlak en locatiespecifieke omstandigheden Het ontwerp van de voorziening moet voldoen aan de voorschriften van de Algemene Regels Dit document beschrijft tevens relevante aandachtspunten die bij verdere uitwerking van de vereiste voorziening betrokken kunnen worden en die gelden als een advies aan de initiatiefnemer of ontwikkelaar Als algemeen advies geldt dat het raadzaam is om adviseurs van het waterschap te betrekken bij de uitwerking van het plan Achtereenvolgens worden in onderstaande paragrafen de parameters van de rekenregel toegelicht De parameter Toename verhard oppervlak in m 2 is hiervoor al toegelicht in Paragraaf 2 1 de parameter 0 06 in m wordt toegelicht in Paragraaf 3 2 en de Gevoeligheidsfactor wordt toegelicht in Paragraaf 3 3 Vervolgens gaat Paragraaf 3 4 over de afvoerconstructie naar het oppervlaktewater Hierin wordt uitgelegd waarom er voor die 4 cm is gekozen In Bijlage 1 van dit document is een aantal rekenvoorbeelden opgenomen om de vereiste compensatie te berekenen 3 2 Factor 0 06 m De factor 0 06 m vertegenwoordigt een waterschijf van 60 mm 600 m 3 ha die het verschil aangeeft tussen de hoeveelheid neerslag en enkele verliesposten op het maaiveld Het geeft dus de hoeveelheid water weer die onder maatgevende omstandigheden daadwerkelijk op het watersysteem terecht zou komen als er geen voorziening wordt aangelegd In deze paragraaf wordt verklaard waarom voor 60 mm compensatie is gekozen De benodigde compensatie is vastgesteld door het verschil te nemen tussen de neerslagbelasting en de afvoer van landelijk gebied Voor de neerslagbelasting wordt gebruik gemaakt van regenduurlijnen bij het klimaatscenario W voor 2050 en regio G van de KNMI 06 scenario s Meteobase STOWA 2013 Er is van uitgegaan dat de afvoer uit landelijk gebied toeneemt met de herhalingstijd van de neerslagintensiteit Voor deze toename zijn de gebruikelijke factoren gebruikt T10 afvoer is 1 4 maal de maatgevende afvoer T25 afvoer is 1 6 maal de maatgevende afvoer T50 afvoer is 1 8 maal de maatgevende afvoer T100 afvoer is 2 0 maal de maatgevende afvoer Voor de maatgevende afvoer is het afgeronde gemiddelde van de drie Brabantse waterschappen gekozen 1 0 l s ha In Tabel 1 is per herhalingstijd en per tijdsduur de cumulatieve landelijke afvoer in mm afgetrokken van de cumulatieve neerslag per situatie in mm Dit resulteert in een hoeveelheid in mm die overblijft compensatie eis en die geborgen moet worden Verschil in mm tussen neerslag en afvoer mm compensatie eis Duur Uren W T10 W T25 W T50 W T100 Gemiddelde Hoogste gemiddelde 0 5 27 34 39 44 36 66 1 33 40 46 52 43 2 37 44 51 57 47 4 42 50 57 64 53 8 46 55 63 70 58 12 50 59 66 74 62 24 53 63 71 79 66 48 53 62 69 75 65 96 45 50 55 58 52 192 20 20 18 13 18 216 14 12 9 0 9 Tabel 1 Tabel voor bepalen mm compensatie eis De omvang van de compensatie eis is gebaseerd op een eenvoudige voorstelling van het afvoerproces De neerslag stroomt niet in zijn geheel stationair af naar het oppervlaktewater Bij de afstroming over verhard en onverhard oppervlak treden in werkelijkheid al vertraging looptijd plasvorming bodempassage bij bermen en verliezen verdamping infiltratie op In het afwateringsstelstel treedt demping van de afvoer op als gevolg van de verplaatsing door en berging in de waterlopen De demping van de afvoergolf neemt toe en de afvoerintensiteit neemt af naarmate de golf verder benedenstrooms in het afwateringsstelsel komt Vanwege deze eenvoudige benadering is de gemiddelde compensatie per regenduur en intensiteit berekend Van deze gemiddelden is de maximumwaarde aangehouden voor het bepalen van de compensatie eis zie Tabel 1 66 mm die wordt bereikt na 24 uur In verband met aftrekposten zoals berging op straat en berging in het riool wordt de compensatie eis afgerond op 60 mm 2 Om een optimum in de doelmatigheid te creëren is er niet voor de maximale compensatie eis van 79 mm gekozen maar voor het hoogste gemiddelde 3 3 Gevoeligheidsfactor In de Algemene Regel is een gevoeligheidsfactor opgenomen Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is is minder compensatie nodig Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd en 1 Het is gezien het globale karakter van de toets niet zinvol hier meer detail in aan te brengen Welke gevoeligheidsfactor van toepassing is kan worden afgelezen van de Kaart Algemene R egel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 3 Deze kaart bevat slechts drie waarden laag gemiddeld en hoog 1 De gevoeligheidsfactoren zijn gebaseerd op de punten aangegeven in Tabel 2 Categorie Gevoeligheidsfactoren Factor Kenmerken laag Droge gebieden GHG groter dan 80 cm mv Gebieden zonder kans op inundatie in T100 situatie Geen lozing in of in de nabijheid van natuurgebieden of waterlopen met aquatische natuurwaarde of doelstellingen Geen lozing in of in de nabijheid van bebouwde kommen gemiddeld GHG 40 80 cm mv Gebieden zonder kans op inundatie in T100 situatie Geen lozing in of in de nabijheid van natuurgebieden of waterlopen met aquatische natuurwaarde of doelstellingen Geen lozing in of in de nabijheid van bebouwde kommen hoog 1 Natte gebieden GHG kleiner dan 40 cm mv Gebieden met kans op inundatie in T100 situatie Bij lozing in of in de nabijheid van natuurgebieden of waterlopen met aquatische natuurwaarde of doelstellingen Bij lozing in of in de nabijheid van bebouwde kommen Tabel 2 Kenmerken gevoeligheidsfactoren De kaart is dus als volgt samengesteld Aanduiding hoog 1 Indien sprake is van 1 Binnen de bebouwde kom met een bufferzone van 200 m 2 Inundatiegebieden T100 3 Natuurgebieden met aquatische natuurwaarde of doelstellingen 4 Natte gebieden Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand GHG kleiner dan 40 cm onder maaiveld Toelichting ad 3 Onder natuurgebieden wordt verstaan EHS gebieden en waterlopen met een functie viswater beek en kreekherstel of KRW lichaam Om de EHS wordt de attentiezone uit de provinciale verordening water gehanteerd en om waterlopen met de genoemde functies wordt een bufferzone van 200 m gerekend Frequent terugkerende piekafvoeren hebben een negatief effect op het aquatisch ecosysteem dieren en substraten spoelen weg bij hoge afvoeren waardoor een verarmd systeem achterblijft Aanduiding gemiddeld Indien geen sprake is van hierboven genoemde 1 t m 3 en de GHG tussen 40 80 cm mv ligt Aanduiding laag Indien geen sprake is van hierboven genoemde 1 t m 3 en de GHG groter dan 80 cm mv ligt De gevoeligheidskaart geeft één waarde per perceel De GHG die het grootste aandeel heeft op een bepaald perceel is leidend voor de gevoeligheidsfactor voor de rest van het perceel Ook geldt dat wanneer een perceel geraakt wordt door een 200m bufferzone rondom een bebouwde kom of waterloop met een functie inclusief attentiezone dat het perceel de gevoeligheidsfactor 1 krijgt Bij de gevoeligheidsfactoren en wordt respectievelijk 30 en 15 mm compensatie vereist in plaats van 60 mm In gebieden waar deze factoren gelden is namelijk sprake van infiltratiegebieden en is de afvoercapaciteit van waterlopen relatief groot in verhouding tot de specifieke afvoer voor landelijk gebied 3 4 Afvoerconst ructie 4 cm De afvoerconstructie moet ervoor zorgen dat de voorziening voldoende wordt benut weer tijdig beschikbaar komt en dat versnelde afvoer wordt voorkomen De diameter van 4 cm is op basis van ervaring gekozen als de praktische ondergrens voor een afvoerconstructie Bij een kleinere diameter is de kans op verstopping te groot Bij een grotere diameter wordt bij een toename van verhard oppervlak tot 10 000 m 2 onvoldoende invulling gegeven aan het beperken van de afvoer In Toelichting 2 wordt een illustratie gegeven van een afvoer van een voorziening Toelichting 2 Diameter van 4 cm voor afvoerconstructie De afvoer uit een voorziening m 3 s is variabel en afhankelijk van de waterstand in de voorziening Q H relatie Voor een eenvoudige kleine voorziening kiezen we voor een gemiddelde waarde van 2 l s voor de gehele leegloopduur Onderstaande figuur laat zien dat deze waarde van 2 l s optreedt bij een waterschijf van 30 cm in e e n voorziening van 90 cm hoogte Bij een gemiddelde afvoer van 2 l s is een volume van 600 m 3 in 3 5 dag leeggelopen Het waterschap vindt dit acceptabel voor het beperken van de risico s op wateroverlast als gevolg van eventuele opeenvolgende buien In dit geval zal de afvoer van de geheel gevulde voorziening ca 3 l s bedragen Het waterschap staat deze tijdelijke versnelde afvoer toe om praktische redenen Figuur 2 Q H relatie knijpconstructie met rond gat met 0 04 m doorsnede Q is bepaald op basis van duikerformule met C 0 5 aanname dat gat ruw of vervuild is Waterstand H ten opzichte van onderkant gat is de waterschijf in de voorziening 4 Toelichting op de Beleidsregel 4 1 Doel van de beleidsregel maatwerk Wanneer er sprake is van een toename van verhard oppervlak groter dan 10 000 m 2 of het afkoppelen van verhard oppervlak groter dan 10 000 m 2 is de Beleidsregel van toepassing De Beleidsregel wordt ook toegepast indien wordt afgeweken van de criteria in de Algemene Regel voor plannen tussen de 2 000 m 2 en 10 000 m 2 De Beleidsregel is van toepassing in die gevallen waarin een vergunning vereist is Voor het bepalen van de vergunningsvoorschriften en het uiteindelijk kunnen verkrijgen van een vergunning is een waterhuishoudkundig plan nodig De inhoud van het plan de inpassing in het waterhuishoudkundige systeem en de toe te passen methoden dienen in overleg met het waterschap te worden vastgesteld De reden dat deze categorie plannen onder de Beleidsregel valt is dat het effect van grotere plannen op het afwateringsstelsel en de grondwaterstand groot kan zijn en op een juiste wijze in het gebied moet worden ingepast Daarbij kan nadrukkelijk ook worden gekeken naar andere doelstellingen of opgaven in het gebied Voor het bepalen van het effect op het afwateringsstelsel is daarom bij grotere plannen of bij afwijkende situaties een nadere onderbouwing nodig Voor deze plannen is het uitgangspunt dat de veranderingen van waterstanden afvoeren en grondwaterstanden in principe geen nadelige gevolgen mogen hebben in de omgeving van het plan Ook moet het bepalen van de omvang van het verharde oppervlak de uitwerking van het ontwerp en de werking van de compensatie worden beschreven In het geval van het toenemen van verhard oppervlak kan bij het dimensioneren van de compensatie 60 mm per toename verhard oppervlak als vertrekpunt voor de maximale compensatieplicht worden gehanteerd Door maatwerkoplossingen bijvoorbeeld infiltratievoorzieningen hergebruik gezamenlijke compensatie voorzieningen of specifieke gebiedskenmerken zoals infiltratiecapaciteit nauwkeuriger bepalen van de grondwaterstanden kan de omvang van de compensatie worden beperkt Wanneer er sprake is van afkoppelen van bestaand verhard oppervlak hangt de benodigde compensatie af van de wijze van afkoppelen Wordt bijvoorbeeld de bergingsruimte in het rioolstelsel nog benut of niet en wordt het lozingspunt wel of niet verplaatst naar een andere watergang Bij maatwerkoplossingen dient de uitwerking en het effect te worden aangetoond met waterhuishoudkundig onderzoek Het waterhuishoudkundig onderzoek gaat ook in op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de compensatie plicht Afhankelijk van de situatie kan gekozen worden voor een geïsoleerde voorziening en of voor oplossingen in het bestaande watersysteem In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de praktische aspecten van de Beleidsregel die kunnen worden toegepast in het geval van maatwerk Paragraaf 4 2 gaat over glastuinbouw p aragraaf 4 3 behandelt de leegloopvoorziening p aragraaf 4 4 gaat over infiltratie en p aragraaf 4 5 gaat over de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand GHG Tot slot wordt in p aragraaf 4 6 beschreven waar een waterhuishoudkundig plan aan moet voldoen 4 2 Glastuinbouw Bij glastuinbouwbedrijven worden regenwaterbassins aangelegd met het doel dit regenwater te gebruiken in de kas Om een duurzaamheidscertificaat Groen Label Kas te verkrijgen dienen bedrijven zoveel mogelijk gebruik te maken van opvang en recirculeren van hemel water Afhankelijk van de teelt in de kas zijn hiervoor bassins noodzakelijk met een inhoud die varieert tussen de 1 000 en 3 000 m 3 ha Er mag alleen vanuit deze bassins worden geloosd op oppervlaktewater als er geen condenswater wordt opgevangen Indien wel condenswater wordt opgevangen dient de inhoud van het bassin minimaal 3 500 m 3 ha te zijn Vanwege de aanwezigheid van deze regenwaterbassins is het mogelijk om de vereiste compensatie voor de afvoer van hemelwater van verhard oppervlak daarmee als volgt te combineren a In de winterperiode oktober t mfebruari moet in de bassins altijd een compensatiecompensatie van 600 m 3 per ha 60 mm aan worden gehouden Hiervoor dient een lozingsconstructie in de vorm van een pijpje of pomp te worden aangelegd met een maximale afvoer van 2 l s ha bij volledig gevulde voorziening b In de zomerperiode maart t m september geldt deze eis niet omdat het gebruik in de kassen dan zorgt voor voldoende compensatie In de zomermaanden is het gemiddelde gebruik ca 126 mm maand Dat betekent dat in een gemiddelde zomer binnen vijf dagen na regenval er minimaal 20 mm capaciteit beschikbaar is Bij een hoger verbruik is er meer ruimte beschikbaar In de gevallen dat er geen sprake is van bassins met een minimale inhoud van 1000 m 3 ha en de initiatiefnemer toch de compensatie opgave wil combineren met genoemde regenwaterbassins kunnen afwijkende uitgangspunten worden gehanteerd Initiatiefnemer dient hiervoor in een vroeg stadium in contact te treden met het waterschap 4 3 Afvoer uit de voorziening Afvoer uit een voorziening kan via de bodem plaatsvinden infiltratie indien de bodem voldoende doorlatend is Andere mogelijkheden zijn een grindkoffer een dam of stuw van doorlatend materiaal of een afvoerconstructie Een afvoerconstructie kan bestaan uit een schot met een gat een dam met een pijp of een pomp Let er hierbij op dat bij een te kleine diameter de kans op verstopping te groot is en bij een grotere diameter de compensatie in feite overgedimensioneerd is en slechts onder heel extreme omstandigheden of bij slecht beheer en onderhoud volledig gevuld zal geraken De afvoer naar het oppervlaktewater mag maximaal 2 l s ha zijn Indien gebruik wordt gemaakt van een kleinere opvangcapaciteit omdat wordt uitgegaan van infiltratie moet de compensatie binnen vijf droge dagen max 2 mm neerslag per 24 uur weer volledig beschikbaar zijn Aangezien de waterhoogte gedurende de leegloop van de voorziening kleiner wordt zal de afvoer geleidelijk afnemen Tevens zal door infiltratie water uit de voorziening verdwijnen Indien in de praktijk het water langer blijft staan dan kan bijvoorbeeld de doorlatendheid van de bodem of dam worden verhoogd door grover materiaal toe te passen In Bijlage 2 zijn voorbeelden van goed functionerende afvoerconstructies te vinden De adviseurs van het waterschap kunnen u adviseren bij het ontwerp van de afvoerconstructie 4 4 Infiltratie De bodem in Nederland varieert sterk van samenstelling Goed en slecht doorlatende lagen wisselen elkaar af Een maat voor de waterdoorlatendheid van de bodem is de infiltratiecapaciteit Deze wordt meestal uitgedrukt in een k waarde meter per dag Zandgronden zijn meestal goed doorlatend en kleigronden meestal slecht Om dezelfde hoeveelheid hemelwater in de onverzadigde zone boven de GHG te kunnen infiltreren kan in een zandgrond daarom met een kleinere voorziening volstaan worden dan in een bodem die bestaat uit lemig zand of leem Bij een in de infiltratiezone gemeten k waarde van tenminste 2 0 m dag en een voldoende diepe GHG kunnen in de praktijk nagenoeg alle infiltratievoorzieningen aangelegd worden Bij een k waarde tussen de 0 4 en 2 0 m d kan gedacht worden aan de toepassing van wadi s en vergelijkbare voorzieningen ten behoeve van retentie en infiltratie Bij k waarden lager dan 0 4 m d is infiltratie niet zonder meer mogelijk en dient eerst in voldoende mate structuurverbetering van de bodem plaats

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/360318_1/Hydrologische+uitgangspunten+bij+de+Keurregels+voor+afvoeren+van+hemelwater%2C+Brabantse+waterschappen.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive



  •