archive-nl.com » NL » D » DOMMEL.NL

Total: 815

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    overheidshandelen Het waterschap neemt binnen zijn taakuitoefening veel maatregelen en besluiten die in het algemene belang en rechtmatig genomen zijn Burgers en bedrijven kunnen echter nadeel ondervinden door dit optreden van het waterschap Artikel 7 14 e v van de Waterwet bevat een algemene regeling die voorziet in de vergoeding van schade als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid van het waterschap Wie schade lijdt kan zich op dit artikel beroepen Uit artikel 7 14 Waterwet volgt een aantal criteria waaraan voldaan moet zijn voordat schadevergoeding wordt toegekend Op deze criteria wordt achtereenvolgens ingegaan 1 er moet sprake zijn van rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid van het waterschap 2 de schade moet het gevolg zijn van deze uitoefening van een taak of bevoegdheid 3 de schade behoort niet of niet geheel tot de lasten van de gedupeerde te blijven 4 de vergoeding van schade wordt niet of niet anderszins verzekerd Ad 1 er moet sprake zijn van rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid van het waterschap Er moet sprake zijn van rechtmatig overheidshandelen door het waterschap Een voorwaarde voor een verzoek om schadevergoeding op grond van rechtmatige overheidsdaad is dat indien de schadeoorzaak is gelegen in een besluit het schadeveroorzakende besluit onherroepelijk is geworden Voorbeelden van schade die mogelijk voor vergoeding in aanmerking komen zijn schade aan gebouwen door peilwijzigingen door baggerwerkzaamheden door de toepassing van gedoogplichten zoals in gebruikneming van waterbergingsgebieden of de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk Ad 2 de schade moet het gevolg zijn van deze uitoefening van een taak of bevoegdheid De schade moet aantoonbaar het gevolg zijn van de uitoefening van de taak of bevoegdheid van het waterbeheer Dit betekent dat artikel 7 14 niet alleen betrekking heeft op schade die uit de toepassing van de Waterwet voortvloeit maar ook op schade die volgt uit de uitoefening van taken of bevoegdheden op grond van de Waterschapswet en de keur Artikel 7 14 is van toepassing op besluiten schade die ontstaat bij handelingen die gevaar beogen te beperken of voorkomen de toepassing van gedoogplichten feitelijke handelingen in het kader van het waterbeheer zoals het doorsteken van een dijk of het stopzetten van bemaling Ad 3 de schade behoort niet of niet geheel tot de lasten van de gedupeerde te blijven De grondslag voor schadevergoeding bij rechtmatig overheidshandelen ligt in het zogenaamde égalité beginsel gelijkheid voor de publieke lasten Dit beginsel gaat er van uit dat de burgers zo veel mogelijk gelijkelijk de lasten dragen van maatregelen die de overheid in het algemeen belang oplegt Een verplichting tot schadevergoeding is in zoverre alleen aanwezig als de last die in het algemeen belang wordt opgelegd ongelijk over de burgers is verdeeld Op grond van het égalité beginsel wordt enkel de onevenredige schade vergoed Onevenredige schade normaal maatschappelijk risico De toekenning van schadevergoeding wordt beperkt omdat schade alleen voor vergoeding in aanmerking komt voor zover de schade niet of niet geheel ten laste van de verzoeker behoort te blijven Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat schade die behoort tot het normaal maatschappelijk of ondernemersrisico niet voor vergoeding in aanmerking komt Alleen onevenredige schade die buiten het maatschappelijk risico valt en op een beperkte groep belanghebbenden drukt komt voor vergoeding in aanmerking Dit betekent niet dat schade nooit volledig wordt vergoed Hierbij kan worden gedacht aan vergoeding van gewassen schade na de inzet van agrarische gronden voor het bergen van water Onder de term maatschappelijk of ondernemers risico wordt verstaan algemene maatschappelijke ontwikkelingen en nadelen waarmee men rekening kan houden ook al is nog niet bekend welke vorm en omvang een ontwikkeling zal hebben waar en wanneer zij zal plaatsvinden of wat de aard en omvang van de nadelen die daaruit voortvloeien zullen zijn Voorbeelden van ontwikkelingen die binnen het normaal risico vallen zijn onder andere het aanscherpen van vergunningvoorschriften naar aanleiding van de verscherping van het milieubeleid maar ook de aanleg en onderhoud van waterstaatswerken en het versterken van waterkeringen Bij de beoordeling of iets daadwerkelijk tot het normaal maatschappelijk risico behoort wordt rekening gehouden met de volgende omstandigheden de aard van de schadeveroorzakende gebeurtenis is het normale uitoefening van een overheidstaak het bestaan van gerechtvaardigde verwachtingen had de belanghebbende gerechtvaardigd mogen verwachten dat de overheid niet over zou gaan tot uitoefening van de taak of bevoegdheid de ernst en omvang van de schade is een bedrijf zonder al te kostbare ingrepen nog levensvatbaar de aard van het getroffen belang onderscheid tussen particulieren en ondernemers deze laatsten hebben ook nog te maken met het normale bedrijfsrisico de voorzienbaarheid van de handeling in hoeverre was de handeling te voorzien Hierbij wordt onder andere gekeken naar de aard van de schadeveroorzakende maatregelen het tijdstip en de plaats van de maatregel enz de eventuele voordelige positie waarin betrokkene als gevolg van overheidshandelen of nalaten verkeert heeft de handeling ook positieve gevolgen voor de betrokkene opgeleverd de mogelijkheid om het nadeel door te berekenen heeft de gedupeerde de mogelijkheid om de schade door te berekenen aan derden Verder kan de burger ondernemer worden aangerekend dat hij niet aan zijn schadebeperkingsplicht heeft voldaan Van belang is verder het begrip risicoaanvaarding of voorzienbaarheid Bij actieve risicoaanvaarding geldt als criterium dat sprake is van aanvaarding indien bezien vanuit de positie van een redelijk denkend en handelend burger aanleiding bestond om rekening te houden met de kans dat er een ongunstig besluit zou worden genomen Hiernaast bestaat ook de passieve risicoaanvaarding Hiervan is sprake indien de betrokkene stilgezeten heeft en daarmee een gunstig regime van voorschriften of beleid voorbij heeft laten gaan zonder dat hij daar gebruik van heeft gemaakt Hij dient alert te zijn op ontwikkelingen in het beleid van de overheid normale maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in zijn directe ontwikkelingen die mogelijk nadelige gevolgen voor hem kunnen opleveren Ad 4 de vergoeding van schade wordt niet of niet anderszins verzekerd Vergoeding van schade blijft achterwege als deze reeds anderszins voldoende is verzekerd bijvoorbeeld via aankoop of onteigening Afhandeling verzoek om schadevergoeding Een verzoek om schadevergoeding moet volgens

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/378137_1/Verordening+schadevergoeding+Waterschap+De+Dommel+2015.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive


  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    de klachtencoördinator de documenten bescheiden en correspondentie ter beschikking gesteld worden die zij voor de uitvoering van de hun opgedragen taak naar hun oordeel nodig hebben 3 De klachtenadviseur kan getuigen en deskundigen horen Indien daaraan kosten verbonden zijn is vooraf toestemming van het bestuur vereist Hierbij wordt de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht genomen ter bescherming van de privacy van de direct betrokkenen Artikel 9 Financiële vergoeding 1 Het bestuur kent de klachtenadviseur per hoorzitting een vergoeding toe 2 Het bestuur stelt de hoogte van de vergoeding vast HOOFDSTUK SLOTBEPALINGEN Artikel 10 Intrekking oude verordening De Klachtenverordening Waterschap De Dommel 2004 wordt ingetrokken Artikel 11 Overgangsbepaling Een benoeming onderscheidenlijk aanwijzing op grond van artikel 3 onderscheidenlijk artikel 5 van de Klachtenverordening Waterschap De Dommel 2004 vastgesteld door het algemeen bestuur op 29 september 2004 wordt geacht te zijn geschied op grond van deze verordening Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1 Deze verordening treedt in werking de dag na de bekendmaking op de wettelijk voorgeschreven wijze 2 Deze verordening wordt aangehaald als Klachtenverordening Waterschap De Dommel 2015 TOELICHTING Algemeen In hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht Awb is een regeling over de behandeling van klachten door bestuursorganen opgenomen Deze regeling is complementair aan de regeling van bezwaar en beroep tegen besluiten Klachten moeten betrekking hebben op de wijze waarop het bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens de klager of een ander heeft gedragen Algemene klachten over beleid of beleidsuitvoering in het algemeen vallen buiten het bereik van deze regeling Iedereen heeft het recht om bij een bestuursorgaan een klacht in te dienen als hij ontevreden is over de manier waarop hij door dat bestuursorgaan of door ambtenaren die onder verantwoordelijkheid van dat bestuursorgaan werkzaam zijn wordt bejegend Het betreft het interne klachtrecht Afhandeling geschiedt door het bestuursorgaan aan wie de gedraging kan worden toegerekend Hoofdstuk 9 van de Awb bevat een regeling van een aantal minimumvereisten waaraan de interne behandeling van klachten door bestuursorganen moet voldoen Intern wil zeggen dat het bestuursorgaan zelf de klacht afdoet dit in tegenstelling tot het zogeheten externe klachtrecht bij een ombudsman Het oordeel dat het bestuursorgaan velt is op zichzelf geen besluit en daarom ook niet vatbaar voor bezwaar en beroep De interne klachtprocedure werkt als een voorprocedure voorafgaand aan die bij de Nationale Ombudsman In de kennisgeving over de afdoening van de klacht zal dan ook naar deze instantie verwezen moeten worden zie artikel 9 12 tweede lid van de Awb In hoofdstuk 9 van de Awb zijn in afdeling 9 1 3 aanvullende bepalingen opgenomen voor een klachtadviesprocedure Het bestuursorgaan kan besluiten een persoon of commissie te belasten met de behandeling van en advisering over klachten Dit komt de uniformiteit en onafhankelijkheid bij de behandeling ten goede In deze verordening is gekozen voor het benoemen van één vaste persoon de klachtenadviseur Dit is een voortzetting van de reeds bestaande werkwijze onder de klachtenverordening uit 2004 Nieuw in deze verordening is naast enkele kleine tekstuele wijzigingen dat de informele aanpak verankerd

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/369989_1/Klachtenverordening+Waterschap+De+Dommel+2015.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    1 het aanwijzingsbesluit ambtenaar belast met heffing en invordering mandaatverlening 2 het besluit aanstelling onbezoldigd ambtenaar 3 dat het in verband met de doelmatigheid noodzakelijk is bevoegdheden werkzaamheden te mandateren Heeft het navolgende besluit vastgesteld besluit Artikel 1 Aan de medewerkers van de processen Belastingheffing H19 en invordering H20 met de volgende beroepsfuncties 1326 1332 Assistent belastingheffing en invordering 1303 1315 Medewerker belastingheffing en invordering 1331 3311 3312 Handhaver 1309 Medewerker advies belastingen 1312 Senior medewerker belastingheffing 1310 Senior medewerker invordering 1333 Adviseur Bedrijven 1311 Adviseur Belastingen wordt mandaat verleend ten aanzien van de medewerkers belast met de heffing Alle ingevolge artikel 123 lid 3 onderdeel b van de Waterschapswet met betrekking tot de waterschapsbelastingen voor de ambtenaar belast met de heffing geldende bevoegdheden van de in de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990 genoemde inspecteur de medewerkers belast met de invordering Alle ingevolge artikel 123 lid 3 onderdeel c van de Waterschapswet met betrekking tot de waterschapsbelastingen voor de ambtenaar belast met de invordering geldende bevoegdheden van de in de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990 genoemde ontvanger voor zover bij wettelijk voorschrift of bij dit besluit niet anders is bepaald en indien de aard van de bevoegdheid zich niet tegen mandatering verzet Artikel 2 Het bepaalde in dit besluit met betrekking tot mandaat is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot machtiging tot vertegenwoordiging en het verrichten van feitelijke handelingen Artikel 3 De in artikel 1 genoemde medewerkers zijn niet bevoegd tot a het opleggen van waterschapsaanslagen b het vaststellen van stukken die van de ambtenaar belast met de heffing dan wel invordering uitgaan en aan het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur zijn gericht c het vaststellen van nieuw beleid of het wijzigen van bestaand beleid d het doen van uitingen gericht tot andere

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/273080_2/Interne+mandaatregeling+Belastingheffing+en+-invordering.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    de vergrijpboete gebaseerd op het belastingbedrag dat is toe te rekenen aan de correcties ter zake van een of meer tekortkomingen in de aangifte waaraan de kwalificatie opzet kan worden verbonden Paragraaf 22 Vergrijpboete artikel 67e van de Awr navordering De ambtenaar belast met de heffing legt gelijktijdig met het vaststellen van de navorderingsaanslag een vergrijpboete op indien het aan opzet of grove schuld van belanghebbende is te wijten dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven Worden de feiten en omstandigheden op grond waarvan wordt nagevorderd eerst bekend op of na het tijdstip dat is gelegen zes maanden voor het verstrijken van de navorderingstermijn dan kan de ambtenaar belast met de heffing binnen zes maanden na de vaststelling van de navorderingsaanslag nog een vergrijpboete opleggen In dat geval deelt de ambtenaar belast met de heffing de belanghebbende gelijktijdig met de vaststelling van de navorderingsaanslag mee dat nog onderzoek plaatsvindt of het opleggen van een vergrijpboete gerechtvaardigd is Hoofdstuk V Bijzondere omstandigheden Paragraaf 23 Algemeen Er kunnen omstandigheden zijn die aanleiding geven de met toepassing van de hoofdstukken III IV en V bepaalde hoogte van de boete te verhogen of te matigen dan wel de reeds opgelegde boete te verminderen Paragraaf 24 Strafverzwarende omstandigheden 1 In daarvoor in aanmerking komende gevallen moet rekening worden gehouden met het aantal malen dat vergrijpen in een bepaalde periode hebben plaatsgevonden recidive Van recidive is sprake indien aan belanghebbende reeds eerder een vergrijpboete of een straf is opgelegd In geval van recidive wordt de vergrijpboete bij grove schuld verhoogd tot maximaal 50 procent en de vergrijpboete bij opzet tot maximaal 100 procent Verhoging van de boete wegens recidive vindt uitsluitend plaats indien in de periode van vijf jaren voorafgaand aan de door de ambtenaar belast met de heffing opgelegde vergrijpboete reeds eerder een vergrijpboete is opgelegd 2 Vervalt de eerdere vergrijpboete naderhand wegens het ontbreken van opzet dan wel grove schuld dan wordt de toegepaste verhoging van de vergrijpboete op de voet van het eerste lid ambtshalve gecorrigeerd 3 De ernst van de te beboeten gedraging kan aanleiding geven de op de voet van hoofdstuk IV van dit besluit op te leggen boete te verhogen tot maximaal 100 procent Hiertoe is in elk geval aanleiding indien sprake is van listigheid valsheid of samenspanning Indien het gevolg van het te beboeten gedrag is dat de belasting die te weinig is of zou zijn geheven omvangrijk of verhoudingsgewijs omvangrijk is verhoogt de ambtenaar belast met de heffing de vergrijpboete eveneens tot maximaal 100 procent 4 Bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven de op te leggen of opgelegde boete te matigen zoals een wanverhouding tussen de ernst van het feit en de op grond van de hoofdstukken I II en IV op te leggen of opgelegde boete en omstandigheden die hebben geleid tot het beboetbare feit maar buiten de directe invloedssfeer van de belanghebbende liggen Hoofdstuk VI Inwerkingtreding en slotbepaling Paragraaf 25 Inwerkingtreding overgangsrecht 1 Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking en zijn van toepassing op aangiften die betrekking hebben op tijdvakken en tijdstippen die aanvangen onderscheidenlijk liggen op of na 1 januari 2011 2 De beleidsregels voor het opleggen van fiscale bestuurlijke boeten vastgesteld bij besluit van het hoofd Fiscale Zaken van Waterschap De Dommel van 13 december 2001 blijven na intrekking van toepassing op aangiften en betalingen die betrekking hebben op tijdvakken en tijdstippen die aanvangen onderscheidelijk liggen voor 1 januari 2011 3 Voor het bepalen van het aantal verzuimen als genoemd in paragraaf 19 worden mede in aanmerking genomen de verzuimen die zijn begaan onder het beleid als genoemd onder het tweede lid Paragraaf 26 Slotbepaling Dit besluit kan worden aangehaald als Beleidsregels fiscale bestuurlijke boeten Waterschap De Dommel Toelichting op de beleidsregels fiscale bestuurlijke boeten 2 Paragraaf 1 Reikwijdte Ingevolge deze paragraaf gelden de beleidsregels in beginsel voor alle belastingen die op basis van het bepaalde in artikel 113 van de Waterschapswet door de waterschappen kunnen worden geheven Hieronder valt ook de verontreinigingsheffing geheven op basis van de Waterwet De beleidsregels zijn toegeschreven op die heffingen die bij wege van aanslag of op andere wijze worden geheven Paragraaf 2 Begrip belanghebbende Het begrip belanghebbende omvat een ieder aan wie in de zin van paragraaf 1 van het besluit een boete door procesmanager is of kan worden opgelegd Paragraaf 3 Toerekening De ambtenaar belast met de heffing moet bij vergrijpboeten de aanwezigheid van opzet of grove schuld stellen en bewijzen Aan het bewijs van opzet of grove schuld doet niet af de omstandigheid dat belanghebbende bij het doen van aangifte gebruik maakt van de diensten van een gemachtigde Het handelen of nalaten van de gemachtigde wordt aan belanghebbende toegerekend Dit lijdt volgens de jurisprudentie uitzondering indien belanghebbende aantoont dat hij in redelijkheid niet behoefde te twijfelen aan een behoorlijke taakuitoefening van de gemachtigde Indien vanwege een handelen of nalaten van een derde die voor of namens belanghebbende optreedt een verzuimboete is opgelegd en belanghebbende vervolgens aantoont dat niet alleen hijzelf maar ook de derde binnen redelijke grenzen alles heeft gedaan om het verzuim te voorkomen vernietigt de ambtenaar belast met de heffing de verzuimboete wegens afwezigheid van alle schuld Paragraaf 4 Verzuimboete vergrijpboete Bij verzuimboeten gaat het om eenvoudig te constateren feiten het niet tijdig doen van aangifte of niet doen van aangifte Bij het opleggen van een verzuimboete gelden dezelfde waarborgen als bij het opleggen van een vergrijpboete met uitzondering van de kennisgeving hoorplicht vooraf Een vergrijpboete is gesteld op meer ernstige handelingen of nalatigheden De stelplicht en bewijslast van opzet of grove schuld rusten op de ambtenaar belast met de heffing De bij de heffing bestaande mogelijkheid om de belastingaanslag onder bepaalde voorwaarden vast te stellen met omkering van de bewijslast geldt niet voor het opleggen van vergrijpboeten Voor het bepalen van de grondslag van vergrijpboeten wordt voor zover sprake is van opzet of grove schuld aangesloten bij de feitelijk geheven belasting Dit geldt ook indien de omvang van de feitelijk geheven belasting is vastgesteld met toepassing van de zogenoemde omkering van de bewijslast De ambtenaar belast met de heffing kan zich voor het bewijs van opzet of grove schuld baseren op door hem gestelde en door belanghebbende niet of niet voldoende weersproken vermoedens die gebaseerd zijn op feiten Paragraaf 5 Verplichte keuze verzuimboete of vergrijpboete In een aantal gevallen kan op een beboetbaar gestelde gedraging ofwel een verzuimboete ofwel een vergrijpboete worden opgelegd samenloop bijvoorbeeld bij aanslagbelastingen indien geen aangifte is gedaan keuze tussen de artikelen 67a en 67d van de Awr Uit de memorie van antwoord bij het wetsvoorstel in verband met de herziening van het stelsel van bestuurlijke boeten en van het fiscale strafrecht Kamerstukken II 1994 95 23 470 nr 8 blz 7 blijkt dat van de ambtenaar belast met de heffing verwacht wordt dat hij een zeer zorgvuldige afweging maakt bij de keuze tussen de hem ter beschikking staande sanctiemogelijkheden Een opgelegde vergrijpboete kan indien na bezwaar of beroep het bewijs van opzet of grove schuld ontoereikend is gebleken niet worden omgezet in een verzuimboete De ambtenaar belast met de heffing dient de mogelijkheid van deze uitkomst mee te wegen bij zijn keuze tussen een verzuim of vergrijpboete Indien na het opleggen van een verzuimboete wordt geconstateerd dat sprake is van opzet of grove schuld kan geen vergrijpboete ter zake van dezelfde gedraging worden opgelegd Van de hiervoor omschreven gevallen moet worden onderscheiden de mogelijkheid dat gelijktijdig met de belastingaanslag zowel een verzuim als een vergrijpboete worden opgelegd Deze mogelijkheid doet zich voor indien twee afzonderlijk omschreven beboetbaar gestelde gedragingen zijn geconstateerd In de aanslagbelastingen kan bijvoorbeeld bij het opleggen van de aanslag een verzuimboete worden opgelegd wegens het niet tijdig doen van aangifte artikel 67a van de Awr en een vergrijpboete wegens de opzettelijke onjuistheid van diezelfde aangifte artikel 67d van de Awr Paragraaf 6 Gelijktijdigheid Indien de ambtenaar belast met de heffing na het afronden van de aanslagregeling besluit tot het opleggen van een boete worden de boetebeschikking en de belastingaanslag in beginsel op één biljet vermeld en aldus gelijktijdig aan belanghebbende ter kennis gebracht Gelijktijdigheid heeft derhalve betrekking op het formele tijdstip van de vaststelling van de belastingaanslag en de boetebeschikking De dagtekening van het aanslagbiljet geldt als dagtekening van de beschikking waarbij de boete is opgelegd In de gevallen waarin zowel een belastingaanslag als een boete kunnen worden opgelegd is de termijn waarbinnen de ambtenaar belast met de heffing een boete kan opleggen gelijk aan de termijn voor het opleggen van de belastingaanslag Van dit uitgangspunt kan de ambtenaar belast met de heffing bij het opleggen van een navorderingsaanslag afwijken bij het bekend worden van de voor de heffing relevante gegevens in de zes maanden voor het verstrijken van de termijn voor navordering In verband met de verplichting een vergrijpboete vooraf aan te kondigen heeft de ambtenaar belast met de heffing indien mogelijk sprake is van opzet of grove schuld een termijn van zes maanden na dagtekening van de navorderingsaanslag om de vergrijpboete op te leggen De ambtenaar belast met de heffing deelt in dat geval gelijktijdig met het vaststellen van de belastingaanslag aan belanghebbende mee dat de mogelijkheid van het opleggen van een vergrijpboete nog wordt onderzocht Paragraaf 7 Ambtshalve vermindering Onjuist gebleken boetebeschikkingen kunnen op grond van paragraaf 7 van het besluit in aanmerking komen voor ambtshalve vermindering Het beleid inzake ambtshalve verminderingen is niet van toepassing op boeten Ambtshalve vermindering van een boete kan het gevolg zijn van vermindering of teruggaaf van de belasting indien de hoogte van de belastingaanslag mede bepalend is geweest voor de hoogte van de boete zie paragraaf 7 derde lid Voor de berekening van de hoogte van de verzuimboeten op de voet van de artikelen 67a en 67c van de Awr wordt in de paragraaf 19 van het besluit aangesloten bij de hoogte van de verschuldigde onderscheidenlijk de niet gedeeltelijk niet of niet tijdig betaalde belasting Vermindering van de belasting leidt ook in die gevallen tot ambtshalve vermindering van de boete Paragraaf 8 Karakter van de boete Bij het opleggen van boeten zijn onder meer de in artikel 6 van het EVRM de Algemene wet bestuursrecht en de in het besluit genoemde waarborgen van toepassing De bepalingen van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering zijn niet van toepassing Een boete mag niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan het opleggen van een straf De boete is geen rentevergoeding geen compensatie voor niet verhaalbare belasting en evenmin een compensatie voor administratieve kosten Het tijdstip met ingang waarvan de ambtenaar belast met de heffing jegens belanghebbende de hem toekomende waarborgen in acht dient te nemen vangt aan met de handelingen die de ambtenaar belast met de heffing verricht jegens belanghebbende waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd Handelingen als deze kunnen voorafgaan aan het formeel kennis geven van het voornemen een boete op te leggen Indien de ambtenaar belast met de heffing vragen stelt of een boekenonderzoek instelt ten behoeve van de heffing is geen sprake van een handeling waaraan belanghebbende in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem een boete is of zal worden opgelegd criminal charge Antwoorden op vragen en bevindingen bij een boeken onderzoek ten behoeve van de heffing kunnen derhalve in beginsel gebruikt worden voor het opleggen van boeten Bij vergrijpboeten is in ieder geval sprake van een criminal charge zodra de ambtenaar belast met de heffing belanghebbende op grond van artikel 5 9 van de Awb in kennis stelt van het voornemen een boete op te leggen Bij verzuimboeten zal dit moment uiterlijk liggen bij het bekendmaken van de boete en de mededeling van de gronden voor het opleggen van de boete Paragraaf 9 Straftoemeting Overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM kan aanleiding zijn tot matiging van de boete dan wel in uitzonderlijke gevallen tot het vervallen van de boete Bij de beoordeling van de vraag of de redelijke termijn is overschreden moet onder meer worden gelet op de ingewikkeldheid van de zaak het processuele gedrag van belanghebbende en de wijze waarop de zaak door het waterschapschap is behandeld Paragraaf 10 Redelijke termijn Belanghebbende heeft recht op behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn Hij dient niet te lang in onzekerheid te verkeren over de aan hem op te leggen boete De redelijke termijn vangt aan op het tijdstip waarop de ambtenaar belast met de heffing jegens belanghebbende een handeling heeft verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking heeft kunnen verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete is of zal worden opgelegd zie paragraaf 8 van dit besluit Paragraaf 11 Beperking van de informatieverplichtingen artikel 5 10a van de Awb De ambtenaar belast met de heffing kan in verband met de boete een beroep doen op de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk VII1 van de Algemene wet bestuursrecht Deze afdelingen bevatten bepalingen met betrekking tot de vertegenwoordiging alsmede verplichtingen ten aanzien van de belastingheffing Indien de ambtenaar belast met de heffing jegens belanghebbende een handeling heeft verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd is belanghebbende niet langer verplicht ter zake van die gedraging een verklaring af te leggen voor zover het de boeteoplegging betreft Belanghebbende hoeft in dat geval geen antwoord te geven op schriftelijke of mondelinge vragen van de ambtenaar belast met de heffing om inlichtingen en gegevens voor zover de vragen uitsluitend gesteld worden ten behoeve van het onderzoeken van de verwijtbaarheid van belanghebbende of de juistheid van de boete zie artikel 5 10a van de Awb Belanghebbende dient zelf het initiatief te nemen tot het inroepen van het zwijgrecht met betrekking tot de uitsluitend met het oog op de boete oplegging gevraagde inlichtingen en gegevens Indien echter sprake is van een verhoor als bedoeld in artikel 5 10a van de Awb geldt voor de ambtenaar belast met de heffing de verplichting belanghebbende te wijzen op het zwijgrecht de cautie De overige verplichtingen van hoofdstuk VIII van de Awr en hoofdstuk 6 paragraaf 3 van het Waterschapsbesluit gelden onverkort waaronder onder meer de verplichting van artikel 47 eerste lid onderdeel b van de Awr Indien de ambtenaar belast met de heffing in verband met de boete boeken bescheiden of andere gegevensdragers of de inhoud daarvan wenst te raadplegen is belanghebbende gehouden hieraan mee te werken Het zwijgrecht strekt zich derhalve niet uit tot de verstrekking van documenten en andere gegevensdragers Derden die op grond van de bepalingen in het waterschapsbesluit ten behoeve van de belastingheffing verplicht zijn om in welke vorm dan ook medewerking te verlenen hebben diezelfde verplichtingen tijdens een boeteonderzoek Administratieplichtigen zijn derhalve verplicht de door de ambtenaar belast met de heffing gevraagde inlichtingen en gegevens te verstrekken ten behoeve van de boeteoplegging bij derden Verschoningsgerechtigden kunnen zich ingevolge artikel 53a van de Awr beroepen op het verschoningsrecht Paragraaf 12 Verhoor artikel 5 10a van de Awb De ambtenaar belast met de heffing kan in het kader van zijn voornemen een boete op te leggen nog een aantal vraagpunten hebben In het merendeel van de gevallen zal de ambtenaar belast met de heffing kunnen volstaan met een aanvullend feitenonderzoek door het raadplegen van boeken of andere gegevensdragers of het stellen van schriftelijke vragen Zolang de ambtenaar belast met de heffing zich daartoe beperkt is geen sprake van een verhoor in de zin van artikel 5 10a van de Awb en is er geen verplichting de cautie te stellen In een aantal gevallen kan het echter nodig zijn dat belanghebbende in persoon verschijnt om mondeling inlichtingen te verstrekken Een verhoor vindt niet eerder plaats dan dat de ambtenaar belast met de heffing belanghebbende daartoe heeft opgeroepen in de zin van artikel 5 10 van de Awb De oproep voor verhoor geschiedt schriftelijk In de schriftelijke oproep deelt de ambtenaar belast met de heffing belanghebbende mede dat hij niet tot antwoorden is verplicht Ook voor aanvang van het verhoor wijst de ambtenaar belast met de heffing belanghebbende op het zwijgrecht de cautie Belanghebbende dient bij een verhoor in beginsel zelf te verschijnen Slechts met instemming van de ambtenaar belast met de heffing kan belanghebbende zich laten vertegenwoordigen De bijstand tijdens een verhoor is niet beperkt tot advocaten Ook anderen kunnen belanghebbende bijstaan tijdens het verhoor Bij het benoemen van een tolk is het niet noodzakelijk dat een tolk optreedt die de moedertaal van belanghebbende spreekt Belanghebbende wordt bijgestaan door een tolk die een voor belanghebbende begrijpelijke taal beheerst In het algemeen zal het voldoende zijn een tolk in één van de moderne talen Engels Frans of Duits te benoemen Het verslag van het verhoor bevat de volgende gegevens datum tijdstip en plaats van verhoor naam van de verhoorde naam of namen van degene of degene n die verhoort of verhoren indien bijstand aanwezig is de namen en hoedanigheden van degenen die bijstand verlenen indien een tolk aanwezig is de naam van de tolk en de gebruikte taal het geven van de cautie doel van het verhoor verklaring en van de verhoorde afgelegd tijdens het verhoor handtekening van degene of degenen die verhoort of verhoren handtekening van de degene die is verhoord Paragraaf 13 Recht op inzage artikel 5 49 van de Awb Het recht op inzage is een element van een eerlijke procesgang Belanghebbende dient in de gelegenheid te worden gesteld zich te kunnen verweren Het inzagerecht betreft de bescheiden waarop het voornemen tot het opleggen van de boete berust Daarbij gaat het om de onderdelen van het fiscale persoonsdossier die van belang zijn voor het opleggen van de boete Het criterium dat gehanteerd wordt bij een verzoek om inzage is het belang voor het opleggen van de boete Indien belanghebbende inzage verzoekt in andere dan de hiervoor bedoelde gegevens verleent de ambtenaar belast met de heffing inzage indien belanghebbende aannemelijk maakt dat de gevraagde gegevens van belang kunnen zijn

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/272412_2/Beleidsregels+voor+het+opleggen+van+fiscale+bestuurlijke+boeten+in+waterschapsbelastingen.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    het waterschap geraamd en in de jaarverslaggeving verantwoord Gelet op het belang van de belastingheffing voor de waterschappen en gelet op het feit dat inzicht moet bestaan in de lasten voor de belastingplichtigen vormt een specificatie van de bedragen die uiteindelijk tot lasten van de belastingplichtigen leiden een apart onderdeel van de begroting de begroting naar kostendragers Een en ander is in de verslaggevingsvoorschriften van het Waterschapsbesluit vastgelegd Het gaat in deze verordening om de kostendrager watersysteembeheer Eveneens op grond van de verslaggevingsvoorschriften wordt in de begroting naar kostendragers voor iedere taak allereerst op basis van de netto kosten het bedrag voor onvoorzien de bedragen die voor kwijtschelding en oninbaarverklaring worden geraamd verwachte dividenden en overige algemene opbrengsten een saldo berekend het resultaat Daarna wordt aangegeven hoe het begrote resultaat zal worden gedekt of bestemd In de regel wordt er eerst onttrokken of toegevoegd aan reserves en ontstaat daarna het bedrag dat het waterschap door middel van belastingheffing zal moeten ontvangen Dit laatste bedrag is het startpunt voor de kostentoedeling 8 Tariefdifferentiatie In artikel 122 van de wet wordt de mogelijkheid van tariefdifferentiatie geboden De wetgever heeft nadrukkelijk aangegeven dat de waterschappen inzake de tariefdifferentiatie een bestuurlijke vrijheid hebben Het algemeen bestuur van het waterschap is niet tot het differentiëren van tarieven verplicht Het uitgangspunt dat in artikel 121 eerste lid onderdelen b c en d van de Waterschapswet is neergelegd is dat het tarief van de belasting per heffingsmaatstaf voor elke onderscheiden categorie gelijk is De regeling van de tariefdifferentiatie brengt hierin verandering Indien voor het differentiëren van tarieven wordt gekozen is binnen de betreffende belastingcategorie geen sprake meer van een gelijk tarief maar van tarieven die naar gelang de situatie hoger of lager kunnen zijn vastgesteld De situaties waarin tariefdifferentiatie mogelijk is zijn limitatief in de wet genoemd De wet geeft ook de maximale omvang verhoging of verlaging van de differentiaties aan De differentiaties kunnen blijkens het vierde lid van artikel 122 Waterschapswet naast elkaar worden toegepast Differentiatie waterbergingsgebieden Waterschap De Dommel hanteert sinds 2009 een differentiatie voor onroerende zaken geen natuur die blijkens de legger van het waterschap als waterberging worden gebruikt Het gedifferentieerde tarief is 30 lager dan het tarief dat blijkens de verordening watersysteemheffing geldt Differentiatie openbare verharde wegen Voor differentiatie verharde wegen wordt in deze kostentoedeling voor het eerst gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot tariefdifferentiatie die de wetgever biedt Bij wegen is sprake van verharde oppervlakken die een hoge piekafvoer kunnen veroorzaken waardoor mogelijk een relatief grotere capaciteit van het watersysteem wordt gevraagd Daarnaast vormen wegen één van de belangrijkste bronnen van diffuse verontreiniging van het oppervlaktewater Ook is van algemeen belang de infrastructuur te beschermen tegen overstromingen Deze wegen hebben een nutsfunctie voor iedereen hetgeen tot uitdrukking komt in de hoge waarde in het economisch verkeer Deze hoge waarde vervangingswaarde stemt overeen met de maatschappelijke waarde oftewel het maatschappelijk nut Beslissingen over nieuwbouw of vervanging van deze infrastructuur worden immers op maatschappelijk rendement gebaseerd De waarde van de wegen vormen een substantieel onderdeel van de totale waarde ongebouwd 57 van de totale waarde ongebouwd Toepassing van een gelijk tarief over alle hectares binnen ongebouwd exclusief natuur leidt dan tot een onevenwichtige belasting van agrarische ongebouwd Consequentie van deze 100 verhoging is dat er doorbelasting aan rijk provincie en gemeenten plaatsvindt Deze extra lasten worden vervolgens bij de burgers en bedrijven neergelegd Gezien het reeds genoemde maatschappelijke nut kan deze verdere doorbelasting niet als onredelijk worden beschouwd Artikelsgewijs Artikel 1 Begripsbepalingen In artikel 1 zijn enkele begrippen die in de verordening vaker voorkomen nader gedefinieerd Onderdeel g is speciaal in verband met de bepalingen over de tariefdifferentiatie opgenomen In onderdeel a wordt een omschrijving van het begrip kosten gegeven De kosten die in de kostentoedeling een rol spelen zijn de netto kosten die in de begroting van het waterschap zijn opgenomen en die met behulp van de watersysteemheffing worden gedekt Kosten waarvoor dit niet geldt worden niet in de kostentoedeling watersysteembeheer betrokken In onderdeel b wordt het gebied van het waterschap omschreven als het gebied dat is aangegeven op de bij het provinciale reglement behorende kaart waarin het waterschap bevoegd is de watersysteemtaak uit te voeren Het gaat om de buitenste grenzen van het waterschapsgebied inclusief eventuele buitendijkse gebieden In de onderdelen c tot en met f wordt een omschrijving gegeven van de begrippen ingezetenen zakelijk gerechtigden ongebouwd niet zijnde natuurterreinen zakelijk gerechtigden natuurterreinen en zakelijk gerechtigden gebouwd Dit zijn de heffingplichtige categorieën Voor de omschrijvingen is aangesloten bij artikel 116 onder a en artikel 117 onder b t m d van de Waterschapswet Onderdeel g geeft aan wat onder het begrip waterbergingsgebieden moet worden verstaan Waterbergingsgebieden zijn omschreven als gebieden die integraal onderdeel uitmaken van het watersysteem en die periodiek vanuit het oppervlaktewatersysteem kunnen overstromen Kenmerkend aan waterbergingsgebieden is dat zij hiertoe ruimtelijk zijn bestemd en dus ook als zodanig in de legger van het waterschap zijn opgenomen Artikel 2 Kostentoedeling watersysteembeheer In artikel 2 is aangegeven op welke wijze de kosten van de taakuitoefening over de vier heffingplichtige categorieën worden verdeeld Artikel 2 vormt daarmee het kernartikel van de verordening De kostentoedeling geschiedt in twee stappen In de eerste stap wordt het kostenaandeel van de categorie ingezetenen bepaald en in de tweede stap worden de resterende kosten van de taakuitoefening over de categorieën ongebouwd niet zijnde natuur natuur en gebouwd verdeeld Stap 1 kostentoedelingsproces Toedelen van kosten aan de categorie ingezetenen De eerste stap in het kostentoedelingsproces is het toedelen van kosten aan de categorie ingezetenen Dit gebeurt op basis van de gemiddelde inwonerdichtheid in het gebied van het waterschap Voor het bepalen van de gemiddelde inwonerdichtheid wordt uitgegaan van het totaal aantal inwoners zoals dat uit de GBA gegevens van de in het waterschapsgebied liggende gemeenten blijkt en de totale oppervlakte buitenste grenzen van het waterschapsgebied Op de bepaling van het kostenaandeel van de ingezetenen is ingegaan in het algemene deel van deze toelichting Onder verwijzing hierna wordt vermeld dat het algemeen bestuur met gebruikmaking van de bestuurlijke ruimte het

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/310364_1/Kostentoedelingsverordening+Waterschap+De+Dommel+2014.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    advies is voorgeschreven afwijkt van dat advies 2 In de gevallen als bedoeld in het vorige lid en bij twijfel of een aangelegenheid onder het mandaat valt is het dagelijks bestuur verplicht tot vooroverleg en terugkoppeling met het algemeen bestuur Artikel 6 Verantwoording De gemandateerde legt aan de mandaatgever verantwoording af over het gebruik van de overgedragen bevoegdheden Hiervoor wordt in de bestuursrapportages die het waterschap binnen het planning en controlsysteem kent ruimte gereserveerd Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel 7 Inwerkingtreding 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking en werkt terug tot 1 december 2010 Algemene toelichting op de Bestuurlijke bevoegdhedenregeling 2010 Deze regeling regelt de overdracht van de bevoegdheden van het algemeen bestuur AB naar het dagelijks bestuur DB tegen de achtergrond van de gewenste rol en taak van deze bestuursorganen Doelstelling is met name het streven om bevoegdheden daar te leggen waar zij kunnen bijdragen aan een slagvaardig bestuursoptreden en een bestuursmodel dat is gebaseerd op het be sturen op processen en producten en waarin taken verantwoordelijkheden en bevoegdheden helder zijn vastgelegd Zoals hierboven aangegeven gaat het in deze regeling over delegatie overdracht en mandaat opdracht van bevoegdheden Bij delegatie wordt de betreffende bevoegdheid door het bestuursorgaan overgedragen Het delegerende bestuursorgaan het AB kan de bevoegdheid dus niet meer zelf uitoefenen en is daarmee in beginsel de zeggenschap kwijt Uiteraard kan het delegatiebesluit wel te allen tijde door het AB worden ingetrokken Bij mandaat blijft de mandaatgever AB verantwoordelijk voor de bevoegdheidsuitoefening en houdt daarover ook zeggenschap De in deze regeling gedelegeerde financiële bevoegdheden en een deel van de bevoegdheden m b t het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen zullen worden gemandateerd aan de ambtelijke organisatie middels een Ambtelijke bevoegdhedenregeling Hierover zal binnen het DB nadere besluitvorming plaatsvinden De overige bevoegdheden zullen vooralsnog niet aan de ambtelijke organisatie worden gemandateerd Mocht uit de praktijk en de rapportages blijken dat daaraan toch behoefte bestaat kan daartoe in overleg met het AB worden besloten De onder mandatering aan de ambtelijke organisatie van de bevoegdheden zoals deze op grond van de Waterschapswet en het Reglement voor het waterschap De Dommel rechtstreeks aan het DB en de watergraaf zijn toegekend worden eveneens geregeld in voornoemde Ambtelijke bevoegdhedenregeling Tot slot is van belang op te merken dat artikel 10 19 van de Algemene wet bestuursrecht voorschrijft dat een besluit dat op grond van een gedelegeerde bevoegdheid wordt genomen het delegatiebesluit en de vindplaats daarvan moet vermelden Op grond van artikel 10 10 van de Algemene wet bestuursrecht moet een krachtens mandaat genomen besluit vermelden namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen Artikelsgewijze toelichting Artikel 2 Voor delegatie van bevoegdheden is een wettelijke basis vereist Deze basis wordt gevonden in artikel 83 eerste lid van de Waterschapswet en artikel 14 van het Reglement voor het waterschap De Dommel Op grond van artikel 83 tweede lid van de Waterschapswet kunnen bepaalde bevoegdheden niet worden overgedragen Het betreft o a de bevoegdheid tot het vaststellen van de begroting begrotingswijzigingen en de

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/272351_4/Bestuurlijke+bevoegdhedenregeling.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    aanvraag van de heffingsplichtige dat meting en bemonstering kunnen geschieden in afwijking van een of meer van de in Bijlage I onderdeel A opgenomen voorschriften indien de heffingsplichtige aannemelijk maakt dat daarbij wordt voldaan aan het bepaalde in het derde lid onderdelen a en b c beslist op aanvraag van de heffingsplichtige dat kan worden afgeweken van de in Bijlage I onderdeel B opgenomen analysevoorschriften indien de heffingsplichtige aannemelijk maakt dat de nauwkeurigheid van de uitkomsten van de analyse hierdoor niet wordt beïnvloed d kan omtrent de afwijkingen als bedoeld in de onderdelen a b en c nadere voorschriften geven 6 De ambtenaar belast met de heffing neemt zijn beslissing bedoeld in het vijfde lid onderdelen a b en c bij voor bezwaar vatbare beschikking Deze beschikking bevat in elk geval a de voorschriften van Bijlage I onderdelen A en B waarvan wordt afgeweken b de afwijkingen bedoeld in het vijfde lid onderdelen a b en c c de nadere voorschriften bedoeld in het vijfde lid onderdeel d d een vermelding van het heffingsjaar of de heffingsjaren waarvoor de beschikking wordt gegeven 7 De ambtenaar belast met de heffing is bevoegd twee of meer ingevolge het vijfde lid genomen beschikkingen die betrekking hebben op hetzelfde bedrijf of hetzelfde bedrijfsonderdeel in één geschrift te verenigen 8 De ambtenaar belast met de heffing kan bij veranderingen of te verwachten veranderingen in de hoeveelheid of hoedanigheid van de afgevoerde respectievelijk af te voeren stoffen de desbetreffende beschikkingen bedoeld in het vijfde lid ambtshalve wijzigen of intrekken in verband met het bepaalde in het eerste lid en het derde lid Beperkte meting bemonstering en analyse Artikel 8 1 Op aanvraag van de heffingsplichtige die aannemelijk maakt dat voor de berekening van het aantal vervuilingseenheden kan worden volstaan met gegevens welke met behulp van meting bemonstering en analyse in een beperkt aantal etmalen zijn verkregen besluit de ambtenaar belast met de heffing dat meting en bemonstering geschieden in afwijking van het bepaalde in artikel 7 tweede lid Het besluit op aanvraag wordt genomen bij een voor bezwaar vatbare beschikking Deze beschikking bevat in elk geval a een opgave van de afvalwaterstromen en de stoffen welke in het onderzoek dienen te worden betrokken b de tijdvakken waarin meting en bemonstering geschieden hetzij ieder etmaal van die tijdvakken hetzij één of meer daartoe aangewezen etmalen daarvan c de wijze waarop de op de voet van letter b verkregen uitkomsten worden herleid tot het aantal vervuilingseenheden over een aldaar bedoeld tijdvak onderscheidenlijk over het heffingsjaar d een vermelding van het heffingsjaar of de heffingsjaren waarvoor de beschikking wordt gegeven 2 De ambtenaar belast met de heffing kan bij veranderingen of te verwachten veranderingen in de hoeveelheid of hoedanigheid van de afgevoerde respectievelijk af te voeren stoffen de desbetreffende beschikking bedoeld in het eerste lid ambtshalve wijzigen of intrekken indien toepassing van berekeningsvoorschrift IV van onderdeel C van bijlage I leidt tot een ander aantal etmalen dan in die beschikking is opgenomen 3 De ambtenaar belast met de heffing neemt zijn beslissing bedoeld in het tweede lid bij voor bezwaar vatbare beschikking Hoedanigheidscorrectie Artikel 9 1 Indien de uitkomst van de methode tot bepaling van het chemisch zuurstofverbruik bedoeld in artikel 6 in belangrijke mate is beïnvloed door biologisch niet of nagenoeg niet afbreekbare stoffen wordt op aanvraag van de heffingsplichtige op die uitkomst een correctie toegepast 2 De berekening van de correctie geschiedt met inachtneming van de voorschriften welke zijn opgenomen in Bijlage I onderdeel C 3 De ambtenaar belast met de heffing neemt zijn beslissing als bedoeld in het eerste lid bij voor bezwaar vatbare beschikking Deze beschikking bevat in elk geval a de wijze van berekening van de correctie b de hoeveelheid en samenstelling van het afvalwater waarop de correctie van toepassing is c de frequentie en de wijze van onderzoek met betrekking tot meting bemonstering en analyse d een vermelding van het heffingsjaar of de heffingsjaren waarvoor de beschikking wordt gegeven Tabel afvalwatercoëfficiënten Artikel 10 1 In afwijking van het bepaalde in artikel 7 eerste lid kan het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik in een kalenderjaar voor een bedrijfsruimte of een onderdeel daarvan worden vastgesteld met behulp van de in Bijlage II van deze verordening opgenomen tabel afvalwatercoëfficiënten indien door de heffingsplichtige aannemelijk is gemaakt dat het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik in een kalenderjaar 1 000 of minder bedraagt en dit aantal aan de hand van de hoeveelheid ingenomen water kan worden bepaald 2 Het aantal vervuilingseenheden als bedoeld in het eerste lid wordt berekend volgens de formule A x B waarbij A het aantal m in het kalenderjaar ten behoeve van de bedrijfsruimte of het onderdeel van de bedrijfsruimte ingenomen water B de afvalwatercoëfficiënt behorende bij de klasse van de in Bijlage II opgenomen tabel met de klassengrenzen waarbinnen de vervuilingswaarde met betrekking tot het zuurstofverbruik per m ten behoeve van de bedrijfsruimte of van het onderdeel van de bedrijfsruimte ingenomen water is gelegen 3 Indien de in het kalenderjaar ingenomen hoeveelheid water niet kan worden vastgesteld aan de hand aan watermeterstanden die aan het begin en aan het einde van het kalenderjaar zijn opgenomen stelt de ambtenaar belast met de heffing die hoeveelheid vast op een door hem nader vast te stellen wijze 4 De vervuilingswaarde met betrekking tot het zuurstofverbruik per m als bedoeld in het tweede lid wordt bepaald met toepassing van de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 122k tweede lid van de Waterschapswet 5 Indien het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik in een kalenderjaar voor een bedrijfsruimte of een onderdeel daarvan meer dan 1 000 bedraagt en de heffingsplichtige aannemelijk maakt dat de berekening van het aantal vervuilingseenheden met toepassing van de in het eerste lid aanhef bedoelde tabel tot geen lagere uitkomst leidt dan die welke wordt verkregen bij berekening op de voet van artikel 7 eerste lid beslist de ambtenaar belast met de heffing bij voor bezwaar vatbare beschikking op aanvraag van heffingsplichtige dat het aantal vervuilingseenheden wordt

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/344230_1/Verordening+Zuiveringsheffing+Waterschap+De+Dommel+2015.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap De Dommel - Regelgeving zoeken
    waterschap is in deze verantwoordelijk en besluit op basis van afweging van de aanwezige belangen zoals zonder volledig te zijn bebouwing constructies landbouw natuur landschap en cultuurhistorie De constructie moet voldoen aan de eisen zie hieronder en moet voor aanleg getoetst goedgekeurd en vergund worden door het waterschap Als sprake is van een aanpassing van een waterstaatswerk is wettelijk een vergunning van het waterschap nodig Het peilbeheer en waterverdeling worden voor aanleg schriftelijk vastgelegd in de watervergunning peilbesluit Tevens dient een privaatrechtelijke overeenkomst te worden gemaakt waarin zaken rond eigendom financiering aansprakelijkheid bereikbaarheid en looprecht geregeld zijn Indien de watergang ook een vismigratiedoelstelling heeft zie kaart 7 van het WBP en er nog geen vispassage aanwezig is geldt dat het waterschap beoordeelt of er samen met de WKC een vispassage via werk met werk 1 ontwikkeld moet worden Indien een vispassage ontwikkeld moet worden vanuit KRW doelstelling en passend in ons realisatieprogramma dan wordt per geval bekeken in welke mate de initiatiefnemer bijdraagt aan de vispassage Als er reeds een vispassage aanwezig is moet deze blijven functioneren volgens de later genoemde eisen aan de constructie Waar geen molen en of stuwrechten van derden gelden is en blijft het waterschap ten alle tijden de beheerder van het waterpeil Instrumenten Het waterschap houdt bij de uitvoering van zijn taak rekening met een veelheid van bestaande rechten en belangen Om te zorgen dat bovengenoemde randvoorwaarden per initiatief goed beschreven staan en handhaafbaar zijn staan het waterschap verschillende instrumenten ter beschikking te weten de watervergunning aanpassing peilbesluit en een gebruikersovereenkomst Watervergunning In alle gevallen waar sprake is van een initiatief van derden en waarbij sprake is van aanpassing van een waterstaatswerk is een watervergunning in het kader van de Waterwet noodzakelijk Met dit publiekrechtelijk instrument kan het waterschap het waterbeheer borgen In eerste instantie zal getoetst worden of een waterkrachtinitiatief past binnen het geldende molen peilbesluit zie onder en of een WKC mogelijk is binnen de peilen die passen bij de functie van de watergang en omgeving Dit om kostbare trajecten en schadeclaims te voorkomen Indien blijkt dat het opwekken van energie leidt tot onacceptabele overlast bij andere belanghebbenden dan kan het waterschap de watervergunning aanpassen en in het uiterste geval intrekken conform artikel 6 22 van de Waterwet Bij het beoordelen van een vergunningaanvraag verzoekt het waterschap de vergunningaanvrager om aan te tonen dat de plaatsing van de WKC geen gevolgen heeft voor het behalen van de KRW doelstellingen De vergunningaanvrager wil een WKC laten bouwen en het is aan hem haar om aan te tonen dat hiermee geen belangen van het waterschap worden geschaad Het waterschap gaat er niet van uit dat in historische molen en stuwrecht het recht is begrepen om naast het molenrad molenraderen nieuwe WKC s in de molen of ontlaststuw te plaatsen Dergelijke plaatsing van een WKC is een wijziging van een waterstaatswerk waarvoor altijd een watervergunning van het waterschap vereist is In de praktijk kan dit soms betekenen dat de ruimte in de vergunning voor de opwekking

    Original URL path: http://www.dommel.nl/cvdr/307234_1/Waterkracht.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive



  •