archive-nl.com » NL » E » ECONOMIELOKAAL.NL

Total: 189

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Prijselasticiteit van de vraag - Economielokaal
    prijsverandering van dat product in procentuele veranderingen We kunnen vooraf al bedenken dat er een negatief verband is tussen de prijs van een product en de vraag naar een product want als de prijs van een product daalt zal de vraag naar het product stijgen en andersom De prijselasticiteit van de vraag de maatstaf voor dat verban zal dus ook negatief zijn Formule segmentelasticiteit Bijvoorbeeld door een prijsstijging van 5 neemt de vraag naar een bepaald goed met 10 af De prijselasticiteit bedraagt dan 2 Formule puntelasticiteit Bijvoorbeeld Q v 5P 400 In de uitgangssituatie geldt dat P 30 waardoor Q v 250 De prijselasticiteit is dan Indien de waarde van de prijselasticiteit van de vraag 2 1 bedraagt wil dat zeggen dat een prijsverhoging van 1 leidt tot een vraagdaling van 2 1 2 1 x 1 En een prijsverlaging van 3 een vraagstijging van 6 3 2 1 x 3 veroorzaakt Volkomen inelastische vraag E pv 0 Bij een volkomen inelastische vraag reageert de vraag niet op een verandering van de prijs Consumenten blijven ook na een prijsverhoging net zoveel kopen als voorheen ΔP x E pv ΔQ v Het maakt niet uit hoe groot de prijsverandering is Vermenigvuldigd met 0 E pv levert de uitkomst 0 op De vraag zal dus niet veranderen Een producent kan in zo n geval zijn prijs verhogen raakt geen klanten kwijt en kan dus rekenen op een forse omzetstijging Omzet prijs x afzet Relatief inelastische vraag 1 E pv 0 Indien de waarde van de prijselasticiteit tussen de 1 en de 0 ligt is er sprake van een zwak negatief verband bij een prijsstijging gaat de consument wel minder van het product kopen maar de ΔQ v ΔP De vraag reageert minder dan evenredig op de prijs ΔP x E pv ΔQ v Indien in bovenstaande formule de procentuele verandering van de prijs wordt vermenigvuldigd met een getal E pv tussen de 1 en de 0 zal uitkomst een kleiner getal opleveren de procentuele verandering van de vraag Bewijs 5 x ⅓ 1 67 de ΔQ v ΔP NB absolute waarde dus alsof alle getallen positief zijn 8 x ⅝ 5 de ΔQ v ΔP NB absolute waarde dus alsof alle getallen positief zijn Een producent kan in zo n geval zijn prijs verhogen raakt wel enkele klanten kwijt maar zal per saldo toch meer omzet maken Omzet P x Q en P stijgt relatief meer dan Q daalt Relatief elastische vraag E pv 1 Indien de waarde van de prijselasticiteit kleiner is dan 1 is er sprake van een sterk negatief verband bij een prijsstijging gaat de consument veel minder van het product kopen de ΔQ v ΔP De vraag reageert meer dan evenredig op de prijs ΔP x E pv ΔQ v Indien in bovenstaande formule de procentuele verandering van de prijs wordt vermenigvuldigd met een getal E pv kleiner dan 1 zal uitkomst een groter getal opleveren de procentuele verandering van de vraag Bewijs 5 x 20 100

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/nprijselasticiteit/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive


  • Kruislingse elasticiteit - Economielokaal
    2 50 Y 40 000 waardoor Q v 535 De kruiselingse elasticiteit is dan Complementaire goederen Ek 0 Complementaire goederen zijn goederen die elkaar aanvullen in het gebruik Zoals benzine en auto s mobiele abonnementen en mobieltjes patat en mayonaise Wanneer de prijs van mobiele abonnementen daalt zal de vraag naar mobieltjes stijgen Er is dus een negatief verband tussen p 2 en q v1 Een elasticiteit omschrijft het verband tussen oorzaak en gevolg Een negatief verband zal dus ook een negatieve waarde voor de elasticiteit opleveren Immers ΔP 2 x E pv ΔQ v1 een prijsdaling van product 2 5 x 2 10 heeft een stijging van de vraag naar product 1 tot gevolg een prijsstijging van product 2 5 x 2 10 heeft een daling van de vraag naar product 1 tot gevolg Dit negatieve verband geldt voor alle complementaire goederen als de prijs van koffie stijgt zal minder koffie gedronken worden en daardoor ook minder koffiemelk gevraagd worden vraag daalt als de prijs van fotocamera s daalt zullen meer camera s verkocht worden meer foto s gemaakt worden en dus meer rolletjes verkocht worden vraag stijgt Substitutie goederen Ek 0 Substitutiegoederen zijn goederen die elkaar in het gebruik kunnen vervangen Zoals auto fiets en trein koffie en thee vaste telefonie en mobiele telefonie Wanneer de prijs van koffie stijgt zullen mensen eerder thee gaan drinken de vraag naar the stijgt dus Er is dus een positief verband tussen p 2 en q v1 Een elasticiteit omschrijft het verband tussen oorzaak en gevolg Een positief verband zal dus ook een positieve waarde voor de elasticiteit opleveren Immers ΔP 2 x E pv ΔQ v1 een prijsdaling van product 2 5 x 2 10 heeft een daling van de vraag naar product 1 tot gevolg een prijsstijging van product

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/kruiselingse-elasticiteit-2/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Substitutiegoederen - Economielokaal
    Uitleg Opgaven Lesmateriaal Samenwerken en Onderhandelen Uitleg Opgaven Lesmateriaal Risico en Informatie Uitleg Opgaven Lesmateriaal Welvaart en Groei Uitleg Opgaven Lesmateriaal Goede Tijden Slechte Tijden Uitleg Opgaven Lesmateriaal Keynesiaanse modellen Examentraining Online examenopgaves Examenbundel bestellen vwo havo Posters bestellen Alle examens havo pdf Alle examens vwo pdf Links Diverse Antwoordenboeken Schaarste Markten Ruilen over Tijd Samenwerken Risico Welvaart GTST 5 havo Spellen Triviant Geldrace Verboden Woord Pictinonary Eigen verbandenschema Substitutiegoederen Substitutiegoederen Substitutiegoederen zijn goederen die elkaar in het gebruik kunnen vervangen Enkele voorbeelden van substitutiegoederen in plaats van de auto te gebruiken kun je ook de trein nemen in plaats van koffie te drinken kun je ook thee drinken in plaats van een aansteker kun je ook lucifers gebruiken De kruiselingse elasticiteit van substitutiegoederen Wanneer de prijs van het ene product koffie omhoog gaat zal de vraag naar het andere product thee stijgen Het duurder geworden product koffie zal door sommige consumenten vervangen worden door het andere product thee Substitutiegoederen hebben dan ook een positieve kruiselingse elasticiteit Hoe groter de waarde van de kruiselingse elasticiteit hoe sterker de vraag van het ene goed reageert op de prijs van het andere goed Dat wil dus zeggen dat hoe groter de waarde van de kruiselingse elasticiteit wordt hoe makkelijker consumenten de goederen substitueren Diesel vervangen door benzine is moeilijk omdat je een nieuwe auto nodig hebt Ze kunnen elkaar wel vervangen maar niet eenvoudig en snel Koffie drinken in plaats van thee gaat al een stuk gemakkelijker Paul Bloemers V 2015 12 01T12 35 47 00 00 Snelmenu Schaarste Ruil Markt Uitleg Opgaven Lesmateriaal Ruilen over de Tijd Samenwerken Onderhandelen Risico Informatie Welvaart en Groei Goede Tijden Slechte Tijden Keynesiaanse modellen Alles in 1 examentraining Bestel nu de Alles in 1 examentraining van economielokaal voor een goede voorbereiding op toetsen schoolexamens of

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/substitutiegoederen/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Complementaire goederen - Economielokaal
    Uitleg Opgaven Lesmateriaal Ruilen over Tijd Uitleg Opgaven Lesmateriaal Samenwerken en Onderhandelen Uitleg Opgaven Lesmateriaal Risico en Informatie Uitleg Opgaven Lesmateriaal Welvaart en Groei Uitleg Opgaven Lesmateriaal Goede Tijden Slechte Tijden Uitleg Opgaven Lesmateriaal Keynesiaanse modellen Examentraining Online examenopgaves Examenbundel bestellen vwo havo Posters bestellen Alle examens havo pdf Alle examens vwo pdf Links Diverse Antwoordenboeken Schaarste Markten Ruilen over Tijd Samenwerken Risico Welvaart GTST 5 havo Spellen Triviant Geldrace Verboden Woord Pictinonary Eigen verbandenschema Complementaire goederen Complementaire goederen Complementaire goederen zijn goederen die elkaar in het gebruik aanvullen Bijvoorbeeld koffie en koffiemelk auto en benzine patat en mayonaise tandpasta en een tandenborstel Kruiselingse elasticiteit van complementaire goederen Je gebruikt de producten samen dus wanneer er van het ene goed meer verkocht wordt zal er ook meer vraag naar het andere goed ontstaan Voorbeeld wanneer er meer auto s verkocht worden zal er waarschijnlijk ook meer benzine verkocht worden De kruiselingse elasticiteit beschrijft echter hoe de vraag van het ene goed reageer op de prijs van het andere goed Als de prijs van het ene goed stijgt zal de vraag naar het andere product dalen Bedenk maar een willekeurig voorbeeld zoals de prijs van auto s en de vraag naar benzine Prijs auto s stijgt Vraag auto s daalt Vraag benzine daalt Voor complementaire goederen is de kruiselingse elasticiteit dan ook negatief Hoe verder van 0 hoe sterk de vraag reageert op de prijs van het andere product Paul Bloemers V 2015 11 28T11 44 41 00 00 Snelmenu Schaarste Ruil Markt Uitleg Opgaven Lesmateriaal Ruilen over de Tijd Samenwerken Onderhandelen Risico Informatie Welvaart en Groei Goede Tijden Slechte Tijden Keynesiaanse modellen Alles in 1 examentraining Bestel nu de Alles in 1 examentraining van economielokaal voor een goede voorbereiding op toetsen schoolexamens of centraal examen vwo havo Meest recent Posters

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/complementaire-goederen/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Inkomenselasticiteit - Economielokaal
    negatief verband tussen oorzaak een inkomensverandering Y en gevolg een vraagverandering Immers ΔY x Ei ΔQv een daling van het inkomen 3 x 1 3 heeft een stijging van de vraag tot gevolg een stijging van het inkomen 2 x 2 4 zal leiden tot een daling van de vraag Goederen waarvan men minder gaat kopen naarmate het inkomen stijgt ervaren de consumenten blijkbaar als minderwaardige goederen inferieur Men heeft indien men het zich kan veroorloven liever een ander beter product Als voorbeeld van inferieure goederen kun je denken aan vakantie in eigen land bij een hoger inkomen gaat men naar het buitenland of aan gehakt bij een hoger inkomen koopt men vaker biefstuk i p v gehakt Indifferente goederen Ei 0 Een elasticiteit met de waarde 0 duidt erop dat er geen verband is tussen oorzaak een inkomensverandering Y en gevolg een vraagverandering Immers ΔY x Ei ΔQv zowel een stijging als een daling van het inkomen iets x 0 0 leidt niet tot een verandering van de vraag Noodzakelijke goederen 0 Ei 1 Indien de waarde van de inkomenselasticiteit tussen de 0 en de 1 ligt is er sprake van een zwak positief verband de consument gaat wel méér van het product kopen als het inkomen stijgt maar de ΔQv ΔY De vraag reageert minder dan evenredig op het inkomen zoals je kunt zien in het groene deel van de onderstaande Engelcurve Luxe goederen Ei 1 Indien de waarde van de inkomenselasticiteit groter dan 1 is is er sprake van een sterk positief verband de consument gaat veel méér van het product kopen als het inkomen stijgt waarbij zelfs geldt dat de ΔQv ΔY De vraag reageert meer dan evenredig op het inkomen zoals je kunt zien in het blauwe deel van de onderstaande Engelcurve Engelcurve Of een

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/inkomenselasticiteit-2/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Soorten kosten - Economielokaal
    het totaalbedrag dat een onderneming per periode kwijt is afhankelijk van de omvang van de productie Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de kosten van grond en hulpstoffen of de transportkosten Elk product heeft dezelfde variabele kosten per product GVK bijvoorbeeld 20 per product Als een bedrijf 10 000 producten maakt zullen de totale variabele kosten TVK 200 000 bedragen Bij een productie van 100 000 stuks wordt dat 2 000 000 Wanneer de variabele kosten per product steeds een vast bedrag zijn zoals hierboven spreken we van proportioneel variabele kosten Proportioneel variabele kosten In veel opgaven wordt uitgegaan van proportioneel variabele kosten per product die bij elke productieomvang hetzelfde zijn Vooral omdat zoiets makkelijk is met rekenopgaven Maar dat hoeft niet Er kan ook sprake zijn van niet proportioneel variabele kosten De proportioneel variabele kosten zijn bijvoorbeeld 20 per stuk TK 20 q 100 000 dus TVK 20 q Voor elk product dat extra gemaakt wordt stijgen de totale kosten met 20 Dat komt omdat er steeds 20 aan variabele kosten bij komt Totale kosten De totale kosten van de onderneming worden berekend door de totale constante en de totale variabele kosten bij elkaar op te tellen Dat geldt natuurlijk ook wanneer we de totale kosten per product willen weten Ook dan tellen we de constante en variabele kosten per product gewoon bij elkaar op In totaalbedragen Dus voor bovenstaand getallenvoorbeeld met proportioneel variabele kosten q TVK 20 x aantal producten TCK TK TVK TCK 0 0 100 000 100 000 100 2 000 100 000 102 000 10 000 200 000 100 000 300 000 100 000 2 000 000 100 000 2 100 000 In formulevorm TK 20q 100 000 Grafisch weergegeven De TCK blijven bij elke productieomvang hetzelfde dus een horizontale lijn bij 100 000 De TVK nemen

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/soorten-kosten/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Constante kosten - Economielokaal
    havo pdf Alle examens vwo pdf Links Diverse Antwoordenboeken Schaarste Markten Ruilen over Tijd Samenwerken Risico Welvaart GTST 5 havo Spellen Triviant Geldrace Verboden Woord Pictinonary Eigen verbandenschema Constante kosten Constante kosten Constante kosten zijn kosten waarvan het totaalbedrag niet afhankelijk is van de productieomvang Het totaalbedrag dat een onderneming per periode kwijt is aan constante kosten hangt niet af van de omvang van de productie in die periode Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de maandelijkse rentelasten De bank zal elke maand rente over het geleende bedrag willen ontvangen en daarbij kijkt de bank niet of je deze maand wel genoeg producten hebt gemaakt of kon verkopen de maandelijkse afschrijvingslasten de maandelijkse huur van het gebouw eventueel de kosten van het personeel in vast dienstverband Hoewel we meestal lonen als variabele kosten nemen kan een deel van de loonkosten best vast zijn Verwarring Gemiddelde Constante Kosten Het totaalbedrag aan constante kosten TCK constant blijft hetzelfde ongeacht hoeveel producten een bedrijf maakt Het bedrag aan constante kosten per product GCK daalt naarmate er meer producten worden gemaakt omdat het vaste totaalbedrag over meer producten verdeeld kan worden Voorbeeld Een bedrijf moet maandelijks 2000 aan rentelasten betalen In januari produceert het bedrijf 400 producten In februari worden er 600 producten geproduceerd De totale constante kosten bedroegen in beide maanden 2000 De constante kosten per product GCK bedroegen in januari 5 2000 verdeeld over 400 producten in februari 3 33 2000 verdeeld over 600 producten TCK totaalbedrag GCK per product De GCK lijn is een kromme Om die lijn goed te kunnen tekenen zul je over het algemeen bij vier á vijf productiehoeveelheden de GCK waarde moeten uitrekenen Pas op de lijn schiet bij kleinere productiehoeveelheden buiten je asssenverdeling Paul Bloemers V 2015 11 30T15 58 06 00 00 Snelmenu Schaarste Ruil Markt Uitleg

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/constante-kosten-2/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Variabele kosten uitleg - Economielokaal.nl
    aan variabele kosten is afhankelijk van het aantal producten dat een onderneming maakt in die periode Hierbij moet je denken aan bijvoorbeeld de kosten van grondstoffen hoe meer producten er gemaakt worden hoe meer grondstoffen er nodig zijn de kosten van hulpstoffen zoals energie meer produceren betekent een hogere energierekening verpakkingsmateriaal de kosten van personeel hoe meer je produceert hoe meer werknemers je daarvoor nodig hebt of tenminste moeten de werknemers meer uren werken transportkosten enz Verwarring Gemiddelde Variabele Kosten Per product kunnen de variabele kosten een vast bedrag zijn We spreken in zo n geval van proportioneel variabele kosten Dat wil zeggen dat in elke product een vast bedrag aan grondstoffen energie arbeid enz zit Wanneer je meer produceert nemen de totale variabele kosten steeds met eenzelfde bedrag toe Een rekenvoorbeeld Opgave 1 Stel dat voor de productie van een brood geldt dat er sprake is van proportioneel variabele kosten In elk brood zit voor 1 variabele kosten dat lijkt een vast bedrag en wordt daarom door leerlingen soms verward met constante kosten Het totaalbedrag dat de bakker aan variabele kosten kwijt is neemt echter toe naarmate hij meer broden bakt Wanneer hij 100 broden bakt heeft hij 100 aan variabele kosten Wanneer hij 150 broden bakt heeft hij 150 aan variabele kosten enz enz Het totaalbedrag aan variabele kosten is dus afhankelijk van de productieomvang Uitbreiding Wanneer er sprake is van proportioneel variabele kosten 1 dan is er sprake van een vast bedrag aan variabele kosten per product In de praktijk blijkt echter vaak dat bij een toename van de productie eerst door betere arbeidsverdeling efficiënter geproduceerd kan worden waardoor de variabele kosten per product eerst dalen Als men de productie echter blijft opvoeren neemt de efficiency winst steeds verder af totdat uiteindelijk de variabele kosten per product

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/variabele-kosten/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive



  •