archive-nl.com » NL » E » ECONOMIELOKAAL.NL

Total: 189

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Subsidie - Economielokaal
    1 wil minimaal 10 Producent 2 wil minimaal 12 50 Producent 3 wil minimaal 15 Producent 4 wil minimaal 17 50 Producent 5 wil minimaal 20 Wanneer de overheid de producenten een subsidie geeft van 5 om nog steeds 10 te verdienen hoeft producent 1 nog maar 5 aan de consumenten in rekening brengen Er ontstaat nu een verschil tussen consumentenprijs wat betaald moet worden en producentenprijs wat de producent verdient Producent 1 vraagt 5 om zijn minimale 10 te verdienen Producent 2 vraagt 7 50 om zijn minimale 12 50 te verdienen Producent 3 vraagt 10 om zijn minimale 15 te verdienen Producent 4 vraagt 12 50 om zijn minimale 17 50 te verdienen Producent 5 vraagt 15 om zijn minimale 20 te verdienen De aanbodlijn gaat dus met het bedrag van de subsidie omlaag Maar hoe pakken we dit aan met een aanbodvergelijking Stel een aanbodvergelijking van Q a 5P 500 Er komt een subsidie van 75 Stap 1 verwissel Q en P van plek in de functie zodat je bij elke hoeveelheid de minimale prijs leveringsbereidheid weet Q a 5 P 500 5 P Q 500 P 0 2Q 100 Stap 2 haal de subsidie van de prijs af P 0 2Q 100 P 0 2Q 100 75 P 0 2Q 25 Stap 3 wissel P en Q van plek om er weer een aanbodfunctie van te maken P 0 2Q 25 0 2Q P 25 Q a 5P 125 Wanneer we al deze lijnen in de grafiek zetten zien we dat de aanbodlijn naar beneden schuift En wel met het bedrag van de subsidie Maar dat wil niet zeggen dat de marktprijs óók met dit bedrag daalt De nieuwe evenwichtssituatie blauwe stip geeft de concumentenprijs p c De producent krijgt echter p p nog 75 extra aan subsidie oranje stip In eerste instantie lijken nu consumenten en producentensurplus te stijgen maar het subsidiebedrag moet natuurlijk door de belastingbetalers worden betaald Er is dus geen sprake van een stijging van de welvaart Subsidie met een percentage van de prijs We nemen dezelfde markt van volkomen concurrentie in de uitgangssituatie Q v 2P 500 Q a 5P 500 Nu geeft de overheid een subsidie van 40 van de prijs Hoe hoger de prijs hoe meer euro s de aanbodlijn dus daalt Stap 1 verwissel Q en P van plek in de functie zodat je bij elke hoeveelheid de minimale prijs leveringsbereidheid weet Q a 5 P 500 5 P Q 500 P 0 2Q 100 Stap 2 haal de subsidie van de prijs af door de prijs met 0 6 te vermenigvuldigen halen we er 40 vanaf P 0 2Q 100 P 0 2Q 100 x 0 6 P 0 12Q 60 Stap 3 wissel P en Q van plek om er weer een aanbodfunctie van te maken P 0 12Q 60 0 12Q P 60 Q a 8 33P 500 De consumenten betalen 60 van de werkelijke prijs Dat is de nieuwe consumentenprijs p c die we

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/subsidie/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive


  • Minimumprijs of Maximumprijs - Economielokaal
    koopt de overheid of een andere instantie zoveel producten dat de minimumprijs tóch ontstaat Extra vraag laat de prijs immers stijgen We kunnen dat als volgt weergeven Marktmodel q v 25p 400 q a 50p 200 waarbij q aantal producten x 1 mln p prijs per product in euro s We kunnen daaruit berekenen dat de evenwichtprijs marktprijs 8 zal bedragen en dat er 200 mln eenheden verhandeld zullen worden De overheid is van mening dat de productie van dit product in eigen land absoluut noodzakelijk is en dat de producenten bij een gemiddelde prijs van 8 niet kunnen overleven Om deze redenen besluit de overheid de producenten te ondersteunen door hen een opbrengst te garanderen van 10 de minimum of garantieprijs Ook deze minimumprijs kunnen we in het marktmodel weergeven Veel leerlingen raken verward omdat de minimumprijs boven de evenwichtsprijs wordt getekend Toch is dat heel logisch de overheid garandeert een prijs die soms door de markt niet gehaald wordt De marktprijs is te laag daarom grijpt de overheid in Er ontstaat echter een probleem Bij een prijs van 10 is er geen evenwicht meer tussen vraag en aanbod DE VRAAG BEDRAAGT q v 25 x 10 400 150 HET AANBOD WORDT q a 50 x 10 200 300 Er ontstaat dus een situatie waarbij er meer aangeboden 300 mln stuks wordt dan gevraagd 150 mln stuks Omdat de overheid de producenten 10 per eenheid heeft gegarandeerd zal de overheid dit aanbodoverschot tegen 10 per stuk moeten opkopen en vernietigen Wat er eigenlijk gebeurt is dat de overheid 150 mln stuks koopt waardoor de vraaglijn zover naar rechts verschuift dat het snijpunt bij 10 komt te liggen Deze minimumprijs heeft wel enkele nadelen De overheid moet producten opkopen die in de meeste gevallen vernietigd worden Dat is verspilling van productiemiddelen Als de producten niet worden vernietigd worden ze vaak gedumpt in het verre buitenland Dit is oneerlijke concurrentie voor de producenten op die markten Belastingbetalers moeten veelal opdraaien voor de kosten van het opkopen terwijl de consumenten te maken krijgen met kunstmatig verhoogde prijzen De producenten zullen door de garantieprijs nóg meer gaan produceren De overheid koopt het toch wel op De overheid moet dus ook productiebeperkingen opleggen Buitenlandse producenten moeten buiten de deur gehouden worden omdat anders deze goedkopere producten de binnenlandse vraag verdringen Ook dit is oneerlijke concurrentie Maximumprijs Indien de overheid een maximumprijs instelt is zij van mening dat het gaat om een product dat voor iedereen noodzakelijk is maar waarvan de marktprijs zó hoog ligt dat niet iedereen zich het product kan veroorloven Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan de huurprijzen in Nederland De overheid wil er op die wijze voor zorgen dat ook mensen met een lager inkomen dit belangrijke product kunnen kopen Marktmodel q v 25p 400 q a 50p 200 waarbij q aantal producten x 1 mln p prijs per product in euro s We kunnen daaruit berekenen dat de evenwichtprijs marktprijs 8 zal bedragen en dat er 200 mln eenheden verhandeld

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/minimumprijs/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Checklist Markten - Economielokaal
    verandering van het inkomen de behoeften prijzen van andere goederen en het aantal vragers 1 Prijselasticiteit alleen segmentelasticiteit als een maat voor de relatieve verandering van de gevraagde hoeveelheid als gevolg van een relatieve prijsverandering 2 Het onderscheid tussen een prijselastische en een prijsinelastische vraag 1 Inkomenselasticiteit alleen segmentelasticiteit als een maat voor de relatieve verandering van de gevraagde hoeveelheid als gevolg van een relatieve inkomensverandering 2 Het onderscheid tussen inferieure normale en luxe goederen in relatie met de waarde van de inkomenselasticiteit 2 Substitueerbaarheid en complementariteit van goederen in relatie tot de vraag naar een ander goed 1 2 De individuele aanbodlijn die het verband weergeeft tussen de aangeboden hoeveelheid van één aanbieder bij uiteenlopende prijzen 1 2 Het verband tussen de individuele aanbodlijn en de collectieve aanbodlijn 1 De verschuiving van de collectieve aanbodlijn als gevolg van een verandering van de prijzen van productiefactoren technische ontwikkeling en aantal aanbieders 1 De verschuiving van de collectieve aanbodlijn als gevolg van heffingen of subsidies 1 2 De samenhang tussen prijs afzet en totale opbrengst omzet 2 De betekenis van de prijselasticiteit van de vraag voor de verandering van de totale opbrengst omzet bij prijsveranderingen 2 De onderverdeling van totale kosten in vaste kosten en variabele kosten 2 Het onderscheid en de samenhang tussen totale gemiddelde en marginale kosten 1 2 Het verband tussen de individuele aanbodlijn en het verloop van de marginale kosten lijn bij hoeveelheidsaanpassing 1 2 De invloed van het verloop van opbrengst en kosten voor de omvang van de winst zowel gemiddeld als totaal 1 2 De bepaling van de break even afzet bij een gelijkheid van totale kosten en totale opbrengsten De invloed van marginale opbrengsten en marginale kosten op de marginale winst en de totale winst 1 2 De betekenis van de markt als coördinatiemechanisme van vraag en aanbod Marktevenwicht als zijnde de gelijkheid van de gevraagde en aangeboden hoeveelheid bij de evenwichtsprijs 1 2 De invloed van veranderingen in vraag en aanbod op de evenwichtsprijs de evenwichtshoeveelheid en de totale opbrengst omzet 1 2 D2 Marktstructuur De kandidaat kan analyseren welke invloed de kenmerken van de markt zoals aantal marktpartijen heterogeniteit van de goederen en toetredingsmogelijkheden hebben op de marktmacht van de aanbieder en daardoor op het marktresultaat De marktvormen Het onderscheid tussen de marktvormen op basis van het aantal marktpartijen heterogeniteit van de goederen en toetredingsmogelijkheden 1 I Volledige mededinging volkomen concurrentie veel aanbieders een homogeen goed en vrije toetreding Marktvormen waarbij sprake is van onvolkomen concurrentie kennen beperkte toetredingsmogelijkheden II Monopolistische concurrentie veel aanbieders en heterogene goederen III Oligopolie weinig aanbieders en een homogeen goed of heterogene goederen IV Monopolie één aanbieder en een homogeen goed Het bepalen van de prijs en afzet die bij volkomen concurrentie monopolistische concurrentie of monopolie maximale totale winst opleveren 1 2 De gevolgen van prijsdiscriminatie voor evenwichtsprijzen afzet en winst bij monopolie 1 D3 Welvaart en economische politiek De kandidaat kan analyseren op welke wijze de uitkomsten op de markt worden beïnvloed door marktmacht of vormen

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/checklist-markten/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Vraaglijn basisvragen - Economielokaal
    per dag 3 Q v 500p 75 000 waarbij geldt p prijs in euro s per stuk q hoeveelheid in 1 000 stuks per dag 4 Q v 0 75p 150 waarbij geldt p prijs in euro s per stuk q hoeveelheid in 10 000 stuks per dag Opgave 2 5 Gebruik voor deze vraag vraaglijn 1 uit opgave 1 Bereken de afzet bij een prijs van 1500 6 Gebruik voor deze vraag vraaglijn 2 uit opgave 1 Bereken de omzet per dag bij een prijs van 0 75 7 Gebruik voor deze vraag vraaglijn 4 uit opgave 1 Bereken hoeveel procent de afzet verandert als de prijs van 80 naar 90 wordt verhoogd Antwoorden Opgave 1 1 Q v 1 45p 4000 Als p 0 Q v 1 45p 4000 Q v 1 45 x 0 4000 Q v 4000 Als Q v 0 0 1 45p 4000 1 45p 4000 p 2 759 2 Q v 4p 800 Als p 0 Q v 4p 800 Q v 4 x 0 800 Q v 800 Als Q v 0 0 4p 800 4p 800 p 200 3 Q v 500p 75 000 Als p 0 Q v 500p 75 000 Q v 500 x 0 75 000 Q v 75 000 Als Q v 0 0 500p 75 000 500p 75 000 p 150 4 Q v 0 75p 150 Als p 0 Q v 0 75p 150 Q v 0 75 x 0 150 Q v 150 Als Q v 0 0 0 75p 150 0 75p 150 p 200 Opgave 2 5 Q v 1 45p 4000 Q v 1 45 x 1500 4000 1825 Dat wil zeggen een afzet van 182 500 000 stuks per maand 6 Q v 4p 800 p is in centen dus

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/vraaglijn/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Qv - de vraaglijn - Economielokaal
    000 stuks per maand P prijs van een rookworst in eurocenten 2 Leg uit wat een vraagvergelijking nu precies beschrijft 3 Waar zijn nu opeens al die factoren gebleven die je bij vraag 1 noemde 4 Hoeveel rookworsten worden er per maand gevraagd bij een prijs van 2 48 5 Teken de beschreven vraagvergelijking in een grafiek 6 Noem een oorzaak waardoor de vraag naar rookworsten bij dezelfde prijs zou kunnen toenemen 7 Beschrijf hoe in dat geval de grafiek en de vergelijking dan zouden veranderen Opgave 2 8 Geef in de volgende gevallen aan óf en zo ja hoe de vraaglijn naar suiker verschuift De prijs van synthetische zoetjes daalt De tandartsen houden een succesvolle reclamecampagne tegen snoepen De overheid verhoogt de accijns belasting op suiker Jongeren gaan op steeds jongere leeftijd koffie drinken Antwoorden Opgave 1 1 Je kunt daarbij denken aan de prijs van een rookworst de prijs van alternatieve producten zoals gehakt de hoeveelheid mensen het inkomen van mensen het weer in de zomer kopen weinig mensen rookworst als het kouder wordt neemt de vraag toe andere factoren die de voorkeur van mensen beïnvloeden zoals het imago van de worst vet ongezond 2 Een vraagvergelijking beschrijft hoeveel producten er door alle consumenten gevraagd worden bij een bepaalde prijs De vraaglijn beschrijft de betalingsbereidheid van de consumenten 3 Alle factoren behalve de prijs van de rookworst worden constant verondersteld ceteris paribus en zijn opgenomen in het constante getal 800 Alleen door alle andere factoren constant te houden kun je kijken hoe consumenten reageren op de prijs 4 De prijs is in eurocenten dus P 248 Q v 2 x 248 800 304 Er worden dus 304 x 100 000 30 4 miljoen worsten per maand gevraagd 5 Stap 1 bereken de 0 punten als P 0 Q v 2P 800 Q v 2 x 0 800 Q v 800 als Q v 0 Q v 2P 800 0 2P 800 2P 800 P 400 Stap 2 maak een logische assenverdeling Een afbeelding van ongeveer 5 cm is vaak voldoende In dit geval zou je ervoor kunnen kiezen om er 4 x 4 cm van te maken met Q in stapjes van 200 en P in stapjes van 100 Stap 3 teken de lijn m b v de 0 punten 6 Bijvoorbeeld als het goed gaat vriezen Dan gaan veel meer Nederlanders opeens stamppot met rookworst eten 7 In de grafiek zal de vraaglijn dan evenwijdig naar rechts verschuiven In de vergelijking zal het getal 800 dan groter worden Opgave 2 vraag 8 a Als de prijs van zoetjes daalt zullen steeds meer mensen zoetjes gaan gebruiken en dus minder suiker Hierdoor zal de vraag naar suiker bij eenzelfde prijs dalen de vraaglijn verschuift naar links b Als de campagne succesvol is gaan minder mensen snoepen Bij dezelfde prijs zal dus nu minder suiker gebruikt worden Ook nu verschuift de vraaglijn naar links c PAS OP De prijs van suiker is verandert en daardoor zal ook een andere

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/qv-de-vraaglijn/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Basisvragen aanbodlijn
    vraaglijnen de gevraagde aanbodlijn 1 Bij de vraaglijn Q v 4p 1000 De aanbodlijn Q a 5p 250 2 Bij de vraaglijn Q v 1 45p 4000 De aanbodlijn Q a 4p 4000 3 Bij de vraaglijn Q v 0 75p 150 De aanbodlijn Q a 100 Opgave 2 4 Verklaar de economische betekenis van de aanbodlijn bij vraag 3 van opgave 1 5 Bij welke producten loopt de aanbodlijn op deze manier Antwoorden Opgave 1 1 Bereken eerst het beginpunt van de lijn door Q a 0 in te vullen Q a 5p 250 0 5p 250 5p 250 p 50 Kies dan een andere waarde van p om daarbij de aangeboden hoeveelheid uit te rekenen Niet te dichtbij en ook niet helemaal bovenaan is meestal het handigst Bijvoorbeeld p 250 Q a 5 x 250 250 1000 2 Bereken eerst het beginpunt van de lijn door Q a 0 in te vullen Q a 4p 4000 0 4p 4000 4p 4000 p 1000 Kies dan een andere waarde van p om daarbij de aangeboden hoeveelheid uit te rekenen Niet te dichtbij en ook niet helemaal bovenaan is meestal het handigst Bijvoorbeeld p 2000 Q a 4 x 2000 4000 4000 3 Q a 0 invullen levert nu een onmogelijkheid op 0 is niet gelijk aan 100 Q a 100 Er komt altijd Q 100 uit Opgave 2 4 Bij elke prijs is het aanbod 100 of eigenlijk 1 mln Dat wil blijkbaar zeggen dat producenten met hun aanbod niet reageren op de prijs 5 Vooral landbouwproducten hebben hiermee te maken Dat komt omdat je door eerdere beslissingen of factoren op een bepaald moment de producten hebt de tomaten zijn rijp En omdat ze bederfelijk zijn kun je ook niet wachten tot de prijs hoger wordt Rijp verkopen ongeacht

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/aanbodlijn-basisvragen/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Qa - de aanbodlijn - Economielokaal
    met de volgende collectieve aanbodvergelijking Q a 200P 800 waarbij Q a aangeboden hoeveelheid aardgas in 1000 m 3 per dag P prijs van een aardgas in eurocenten per m 3 2 Leg uit wat een aanbodvergelijking nu precies beschrijft 3 Leg uit waarom de aanbodlijn een stijgend verloop heeft 4 Hoeveel aardgas wordt er per dag aangeboden bij een prijs van 0 28 per m 3 5 Teken de beschreven aanbodvergelijking in een grafiek Gebruik horizontaal 1 cm 10 cent en verticaal 1 cm 2 000 000 m 3 6 Noem een oorzaak waardoor het aanbod van aardgas bij dezelfde prijs zou kunnen toenemen Antwoorden Opgave 1 1 Je kunt daarbij denken aan de prijs van aardgas de prijs van productiemiddelen die nodig zijn voor de winning van aardgas de technische mogelijkheden om aardgas te vinden boren overheidsregels met betrekking tot het milieu het aantal producenten 2 De aanbodvergelijking beschrijft dat het aanbod zal toenemen bij het stijgen van de prijs De aanbodlijn beschrijft de leveringsbereidheid van de producten 3 Het stijgen van het aanbod bij een hogere prijs komt omdat bij het stijgen van de prijs steeds meer bedrijven het aardgas winstgevend kunnen produceren of dat steeds meer aardgasbronnen winstgevend geëxploiteerd kunnen worden Aardgas winnen onder de Noordpool kan pas winstgevend bij een hoge prijs Die aanboden hoeveelheid komt er dus alleen bij als de prijs flink stijgt 4 P prijs van een aardgas in eurocenten per m 3 P 28 Q a 200P 800 200 x 28 800 4 800 Dus wordt er 4 800 000 m 3 aangeboden 5 Stap 1 bereken het startpunt van de aanbodlijn meestal op de p as Meestal op p as dus als Q 0 Q a 200P 800 0 200P 800 200P 800 P 4 Stap 2 bereken een tweede

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/qa-de-aanbodlijn/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Qv, Qa tekenen - deel 1 - Economielokaal
    en tegen welke prijs 4 Noem tenminste drie concrete ceteris paribus voorwaarden die gelden bij dit marktmodel Opgave 2 Gegeven het marktmodel dat het gedrag van de gezamenlijke producenten en consumenten weergeeft op de markt van DVD spelers Q v 1 45p 4000 Q a 3 2p 1580 waarbij geldt p prijs in euro s q hoeveelheid DVD spelers in 100 000 stuks per kwartaal 5 Tegen welke prijs worden DVD spelers volgens dit model verkocht 6 Tegen welke prijs prijzen worden geen DVD spelers meer verkocht 7 Teken in een grafiek dit marktmodel 8 Arceer in deze grafiek het gebied dat de marktomzet weergeeft Opgave 3 Gegeven het marktmodel dat het gedrag van de gezamenlijke producenten en consumenten weergeeft op de markt van volkomen concurrentie Q v 5p 200 Q a 7p 20 waarbij geldt p prijs in euro s q hoeveelheid in stuks per dag 9 Bereken de totale dagomzet op deze markt 10 Teken in een grafiek dit marktmodel 11 Arceer het consumentensurplus 12 Bereken het producentensurplus Antwoorden Opgave 1 vraag 1 Stap 1 bereken de 0 punten snijpunten met de assen als P 0 Q v 1 5p 40 Q v 1 5 x 0 40 Q v 40 als Q v 0 Q v 1 5p 40 0 1 5p 40 1 5p 40 p 26 67 Stap 2 teken en benoem de lijn vraag 2 In dit geval q a 20 is het aanbod onafhankelijk van de prijs Er hoeft dus ook verder niet meer gerekend te worden vraag 3 Mogelijkheid 1 aflezen uit de grafiek Aan het snijpunt van vraag en aanbod E valt af te lezen dat de evenwichtsprijs 0 13 per kg is en dat bij die prijs 20 000 kg 20 x 1 000 wordt verhandeld Mogelijkheid 2 berekenen q v q a 1 5p 40 20 1 5p 20 p 13 33 dus 0 13 aangezien q a 20 zal er altijd 20 x 1 000 20 000 kg worden verhandeld vraag 4 Enkele factoren die we bij de vraagfunctie constant veronderstellen het aantal consumenten de prijs van andere groente het weer bij kouder weer hebben meer mensen zin in wortelstampot behoefte consument Bij het aanbod veronderstellen we bijvoorbeeld constant stand van de techniek weersomstandigheden van invloed op mogelijkheid tot oogsten Opgave 2 vraag 5 Op een vrije markt komt altijd de evenwichtsprijs tot stand Q v Q a 1 45p 4000 3 2p 1580 4 65p 5580 p 5580 4 65 p 1200 Dus tegen een prijs van 1200 vraag 6 Er worden geen DVD spelers meer verkocht als de vraag 0 is Q v 0 Q v 1 45p 4000 0 1 45p 4000 1 45p 4000 p 4000 1 45 p 2758 62 Dus vanaf een prijs van 2758 62 of hoger vraag 7 vraag 8 De omzet wordt berekend door P Q P wordt in de grafiek weergegeven door het lijnstuk 0 1200 op de prijs as Q wordt in de grafiek weergegeven door het

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/opgaven-vaa1-1/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive



  •