archive-nl.com » NL » E » ECONOMIELOKAAL.NL

Total: 189

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Prijselasticiteit - deel 4 - Economielokaal
    grote Nederlandse exporteur van kaas laat onderzoek doen naar de prijselasticiteit van de vraag naar kaas door zijn Amerikaanse klanten Hij gebruikt daarvoor de gegevens van vorig jaar de prijs van kaas ging dat jaar in de VS met 5 omlaag als gevolg van wisselkoersveranderingen zijn omzet in dollars ging dat jaar met 10 omhoog slechts 40 van de afzetverandering is toe te schrijven aan een verandering van de prijs van kaas 1 Noem nog twee mogelijke oorzaken voor de gestegen omzet op de Amerikaanse markt 2 Bereken de prijselasticiteit van de vraag naar kaas op de Amerikaanse markt 3 Wat is voor een bedrijf het fijnste Een relatief elastische of relatief inelastische vraag Verklaar je antwoord 4 Wat kan het bedrijf doen om de prijselasticiteit gunstig te beïnvloeden Verklaar je antwoord Antwoorden Opgave 1 1 Mogelijke goede antwoorden zijn Er zijn meer Amerikaanse klanten bevolkingsgroei Het inkomen van de Amerikanen is gestegen waardoor meer Amerikanen de relatief dure Nederlandse kaas kunnen kopen Door een succesvolle promotie actie is de voorkeur voor deze kaas bij de consumenten toegenomen 2 OORZAAK prijs 5 GEVOLG AFZET Omzet prijs x afzet 110 0 95 x afzet afzet 115 8 De afzet ging dus met 15 8 omhoog Daarvan was 40 een reactie op de prijsdaling 6 32 OORZAAK prijs 5 GEVOLG 6 32 3 Hoe minder consumenten reageren hoe makkelijker het voor een bedrijf is om de prijs te verhogen Het is dan makkelijker om eventuele kostenverhogingen door te berekenen aan de consument Bij een relatief inelastische vraag daalt de vraag relatief minder dan de prijs stijgt in procenten In dat geval zal de omzet stijgen bij een prijsverhoging 4 Mogelijke goede antwoorden zijn Reclame maken waardoor klanten meer gebonden raken aan het product Bij een prijsstijging reageren ze dan doorgaans minder Door

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/prijselasticiteit-deel-4/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive


  • Elasticiteit - Ek - Economielokaal
    vraag bij afdrukcentrales met 25 daalde 1 Geef tenminste één verklaring waarmee je de bewering van de vertegenwoordiger kan ondersteunen 2 Bereken de kruiselingse elasticiteit van de vraag naar afdrukfoto s volgens de vertegenwoordiger 3 Welke conclusie kun je trekken uit de waarde van de berekende elasticiteit Verklaar je antwoord De vraag naar digitale fotolijstjes is mede afhankelijk van de energieprijzen 4 Wat voor soort producten zijn digitale fotolijstjes en energie van elkaar Opgave 2 E k Uitgeverijen zoeken naar nieuwe manieren om de verkoop van boeken te stimuleren Volgens een onderzoeker is de meest veelbelovende mogelijkheid om hun verkoop te stimuleren dat uitgeverijen meer gaan inzetten op het digitale boek Deze onderzoeker merkt ook op dat de verkoop van digitale boeken momenteel stagneert doordat er geen goede en goedkope e readers op de markt zijn Sony heeft zich in 2014 teruggetrokken van deze markt Daardoor steeg de prijs van de gemiddelde e readers met 6 De onderzoeker stelt dat hierdoor de verkoop van digitale boeken met 15 is afgenomen 5 Bereken de kruiselingse elasticiteit van de vraag naar digitale boeken volgens de onderzoeker 6 Hoe kun je aan deze elasticiteit zien dat digitale boeken en e readers complementaire goederen zijn 7 Wat zou jij de uitgeverijen adviseren Gebruik in je antwoord de waarde van de elasticiteit Antwoorden Opgave 1 1 In deze twee jaren is niet voldaan in de ceteris paribus voorwaarde De daling van de vraag viel mee omdat steeds meer mensen digitale foto s maken of omdat mensen steeds vaker op vakantie gaan méér foto s maken 2 3 De kruiselingse elasticiteit is positief dus het gaat hier om substitutiegoederen 4 Je hebt energie stroom nodig om digitale fotolijstjes te gebruiken De producten vullen elkaar aan complementaire goederen Opgave 2 5 OORZAAK prijsstijging e readers 6 GEVOLG

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/elasticiteit-ek/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Elasticiteiten - Ei - Economielokaal
    De vraag naar product X steeg in die periode met 0 6 1 Noem een product dat zou voldoen aan dit beschreven verband Bereken de waarde van de elasticiteit om je antwoord te ondersteunen De verkopen van product Y bleven in 2009 constant 2 Wat is de waarde van de inkomenselasticiteit van dit product 3 Hoe noemen we een product met deze inkomenselasticiteit Product Z heeft een inkomenselasticiteit van 1 33 4 Bereken hoeveel procent de vraag naar product Z in 2009 veranderde 5 Hoe noemen we een product met een inkomenselasticiteit van 1 33 Opgave 2 E i Afbeelding 1 Afbeelding 2 Afbeelding 3 6 Geef van elke afbeelding aan welke uitspraak erbij hoort Kies uit de vraag stijgt meer dan evenredig bij een stijging van het inkomen de vraag stijgt minder dan evenredig bij een stijging van het inkomen de vraag daalt bij een stijging van het inkomen 7 Geef van elke afbeelding aan om wat voor soort product het gaat Kies uit Luxe goed Noodzakelijk goed Inferieur goed 8 Geef van elke afbeelding aan welke waarde van de elasticiteit daarbij hoort Kies uit groter dan 1 tussen 0 en 1 kleiner dan 0 Antwoorden Opgave 2 1 De inkomenelasticiteit zit tussen de 0 en 1 Het gaat dus om noodzakelijke goederen zoals brood water huisvesting enz 2 Wanneer de vraag niet verandert zal E i 0 3 We spreken dan van een indifferent goed 4 3 x 1 33 4 de vraag daalt met 4 5 Wanneer de inkomenselasticiteit negatief is spreken we van inferieure goederen Opgave 1 6 Afbeelding 1 de vraag daalt bij een stijging van het inkomen Afbeelding 2 de vraag stijgt meer dan evenredig bij een stijging van het inkomen Afbeelding 3 de vraag stijgt minder dan evenredig bij een stijging van het

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/elasticiteiten-ei/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Elasticiteiten - deel 2 - Economielokaal
    de vraagfunctie waarin al deze factoren zijn verwerkt als volgt luidt Q v 1 5P 0 75P 2 0 3P 3 0 4Y 40 waarbij Q v de vraag naar bioscoopkaartjes in 1 000 stuks per maand P de prijs van bioscoopkaartjes in euro s Y het gemiddelde inkomen van de consument in 1 000 euro per maand P 2 3 prijs in euro s 1 Leg uit waarom er een positief verband is tussen het inkomen van de consument en de vraag naar bioscoopkaartjes 2 Maak uit een keuze en verklaar je antwoord A P2 de prijs van DVD s P3 de prijs van de parkeergarage B P2 de prijs van de parkeergarage P3 de prijs van DVD s In de uitgangssituatie bedraagt het gemiddelde inkomen van de consument 3 000 Bij dit inkomen en niet nader genoemde prijzen zullen er per maand 18 700 kaartjes verkocht worden Stel dat het gemiddelde inkomen van de consument met 450 stijgt 3 Hoeveel kaartjes zullen er bij het gestegen maandinkomen maandelijks verkocht worden 4 Bereken de inkomenselasticiteit van de vraag naar bioscoopkaartjes in twee decimalen nauwkeurig In de uitgangssituatie is verder bekend dat de prijs van een bioscoopkaartje 6 50 5 Bereken de prijselasticiteit van de vraag in de uitgangssituatie 6 Moet de bioscoopeigenaar gezien de waarde van de prijselasticiteit rekenen op een omzetstijging of op een omzetdaling indien hij zijn prijs verhoogt Antwoorden 1 Als het inkomen daalt zullen mensen minder vaak uitgaan ceteris paribus zodat de vraag naar bioscoopkaartjes zal dalen Er is dus sprake van een positief verband OF als het inkomen stijgt zullen mensen vaker uitgaan ceteris paribus zodat de vraag naar bioscoopkaartjes zal stijgen Er is dus sprake van een positief verband 2 DVD als de prijs van DVD s daalt zullen mensen vaker een DVD kopen en minder vaak naar de bioscoop gaan dus een positief verband Parkeergarage als de prijs van de parkeergarage stijgt zal een avondje uitgaan duurder worden en zullen mensen minder vaak naar de bioscoop gaan dus een negatief verband Q v 1 5P 0 75P 2 0 3P 3 0 4Y 40 P prijs van bioscoopkaartje P 2 heeft een positief verband met Q v 0 75 dus P 2 heeft betrekking op DVD s P 3 heeft een negatief verband met Q v 0 3 dus P 3 heeft betrekking op parkeren Dus antwoord A 3 In de uitgangssituatie worden er 18 700 kaartjes verkocht Het inkomen stijgt met 450 omdat Y in 1000 euro s per maandis verandert Y met 0 45 Om de vraag naar bioscoopkaartjes uit te rekenen wordt Y met 0 4 vermenigvuldigd De vraag zal dus veranderen met 0 4 0 45 0 18 De vraag luidt in 1 000 stuks dus 0 18 1000 180 kaartjes extra 4 Stap 1 bereken de procentuele verandering van het inkomen Stap 2 bereken de procentuele verandering van de vraag Stap 3 bereken de inkomenselasticiteit 5 Er wordt gevraagd de elasticiteit te berekenen in een vaste situatie

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/opgave-elasticiteit2-1/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Elasticiteiten, examenniveau - Economielokaal
    Easyfly gelijk te houden 5 Is de stelling van de financieel directeur juist Verklaar het antwoord Opgave 2 In 1999 besloot de Europese Commissie tot een experiment waarbij de btw voor bepaalde arbeidsintensieve dienstverlening werd verlaagd In Nederland is in het kader van dit experiment voor een aantal branches onderzoek gedaan naar het effect op de werkgelegenheid van een btw verlaging Voor een aantal diensten werd in de jaren 2000 2001 en 2002 het btw tarief van 17 5 verlaagd naar 6 Voor twee branches zijn enkele gegevens uit dit onderzoek weergegeven in onderstaande tabel kapper fietshersteller doorberekening btw verlaging 1 100 80 prijselasticiteit van de afzet 0 75 0 91 afzetelasticiteit van de werkgelegenheid in arbeidsjaren 2 0 9 0 7 1 De mate waarin een kapper fietshersteller de verlaging van het btw tarief doorberekent in de verkoopprijs 100 volledige doorberekening 2 De mate waarin de werkgelegenheid in arbeidsjaren reageert op afzetveranderingen De werkgelegenheid in personen bleek in de onderzochte periode nauwelijks te reageren op de afzetveranderingen hetgeen volgens de onderzoekers veroorzaakt werd doordat de personen arbeidsjaren verhouding p a ratio in beide branches bij aanvang van het experiment hoger was dan het landelijke gemiddelde Na het onderzoek werden onder andere de volgende twee conclusies getrokken Op de markt voor diensten van kappers is er meer concurrentie dan op de markt voor diensten van fietsherstellers In beide branches is in de periode 2000 2002 de arbeidsproductiviteit per arbeidsjaar gestegen 6 Leg uit dat er bij deze btw verlaging inverdieneffecten kunnen optreden 7 Geef op basis van bovenstaande tabel een argument voor conclusie 1 8 Toon met een berekening aan op basis van bovenstaande tabel dat de werkgelegenheid in arbeidsjaren in de branche van fietsherstellers met 5 toeneemt door de btw verlaging 9 Leg uit dat de relatief hoge p a ratio er toe geleid kan hebben dat de werkgelegenheid in personen ondanks de btw verlaging nauwelijks toenam Antwoorden Opgave 1 vraag 1 Uit het antwoord moet blijken dat de economische groei gepaard gaat met stijgende inkomens waardoor de vraag naar vliegen met een prijsvechter afneemt vraag 2 Een voorbeeld van een juist antwoord is Easyfly heeft sterk op de dienstverlening bezuinigd zodat de loonkosten een veel kleiner deel van de kosten per product vormen dan bij ABCAir Daardoor zal een daling van de loonkosten per product bij ABCAir een veel groter effect op de kostprijs en de verkoopprijs hebben dan bij Easyfly vraag 3 Voorbeelden van een juist antwoord zijn Blijkbaar kijken de potentiële klanten van ABCAir veel kritischer naar de prijs kwaliteitverhouding van het product en zullen zij bij een prijsdaling van ABCAir sterk in grote mate kiezen voor een vlucht met meer dienstverlening terwijl potentiële klanten van het goedkopere Easyfly niet nog veel meer korte vluchten zullen boeken als Easyfly nog goedkoper wordt Blijkbaar gaan potentiële klanten van Easyfly niet zo vlug sterk minder korte vluchten boeken als het goedkopere Easyfly duurder wordt omdat de prijs zo laag is dat men vliegen niet als luxe beschouwt vliegen

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/opgave-elasticiteit-examen-1/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Kosten - deel 1 - Economielokaal
    in q TCK TVK TK GCK GVK GTK MK 0 2 000 4 000 6 000 8 000 10 000 De symbolen hebben de volgende betekenis TCK totale vaste of constante kosten TVK totale variabele kosten TK totale kosten MK marginale kosten GCK gemiddelde vaste of constante kosten GVK gemiddelde variabele kosten GTK gemiddelde totale kosten q aantal eenheden eindproduct Opgave 2 Op een markt van volledige mededinging wordt een producent omschreven als een hoeveelheidsaanpasser Van een bepaalde hoeveelheidsaanpasser weten we dat hij zijn product voor 50 per eenheid kan verkopen Zijn totale constante kosten bedragen 10 000 Zijn variabele kosten bedragen 25 per eenheid product 4 Bepaal de totale constante kostenfunctie voor deze producent 5 Bepaal de totale variabele kostenfunctie voor deze producent 6 Bepaal de totale kostenfunctie voor deze producent 7 Bepaal de totale opbrengstfunctie voor deze producent 8 Bereken de break even afzet voor deze producent Antwoorden Opgave 1 1 Variabele kosten het totaalbedrag aan variabele kosten is afhankelijk van de omvang van de productie Stijgt de productieomvang stijgen ook de totale variabele kosten Bijvoorbeeld grondstofkosten vervoerskosten arbeidskosten 2 We spreken van proportioneel variabele kosten indien de variabele kosten rechtevenredig veranderen met de productieomvang Dat wil zeggen dat er per product steeds hetzelfde bedrag aan variabele kosten bij komt 3 q TCK TVK TK GCK GVK GTK MK 0 60 000 0 60 000 2 000 60 000 50 000 110 000 30 25 55 25 4 000 60 000 100 000 160 000 15 25 40 25 6 000 60 000 150 000 210 000 10 25 35 25 8 000 60 000 200 000 260 000 7 5 25 32 5 25 10 000 60 000 250 000 310 000 6 25 31 25 Opgave 2 4 TCK 10 000 waarbij TCK luidt in euro

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/opgave-produceren11-1/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Kosten - deel 2 - Economielokaal
    kosten bedragen 5 Bereken met behulp van de grafiek de variabele kosten per eenheid product 6 Bereken met behulp van de grafiek de prijs van dit product 7 Bereken met de uitkomsten van de vragen 12 13 en 14 de winst bij een productie van 600 stuks Controleer of het antwoord overeenkomt met de grafiek Opgave 2 8 Maak de volgende tabel af Ga daarbij uit van proportioneel variabele kosten aantal producten q Totale variabel kosten TVK Gemiddelde variabele kosten GVK Totale constante kosten TCK Gemiddelde constante kosten GCK Totale kosten TK Marginale kosten MK 0 kan niet 300 000 kan niet 100 500 325 000 1000 3000 Antwoorden Opgave 3 1 Break even punt 2 De totale opbrengst verloopt proportioneel d w z per product is de opbrengst constant M a w de prijs is voor de producent een vast gegeven dat hij niet kan beïnvloeden De prijs wordt dus bepaald door de totale markt De productent is in zo n geval hoeveelheidsaanpasser 3 De variabele kosten stijgen met een constante factor per product gelden dus steeds dezelfde variabele kosten 4 De totale constante kosten zijn af te lezen bij een productieomvang van 0 stuks Dan heeft de producent namelijk geen variabele kosten en alleen constante kosten Daaruit blijkt dat TCK 20 000 5 Bij een productieomvang van 0 stuks bedragen de totale kosten 20 000 Bij een productieomvang van 600 stuks bedragen de totale kosten 80 000 Dat wil zeggen dat voor 600 stuks 60 000 aan variabele kosten gemaakt zijn Dat is dus 100 per stuk 6 Bij een productieomvang van 0 stuks bedragen de totale opbrengst 0 Bij een productieomvang van 100 stuks bedragen de totale opbrengst 15 000 Per product was de opbrengst dus 150 7 TO 150 q TK 100 q 20 000 TO 150 600 TK 100 600 20 000 TO 90 000 TK 80 000 TW TO TK 10 000 euro Opgave 2 8 Proportioneel variabele kosten aantal producten q Totale variabel kosten TVK Gemiddelde variabele kosten GVK Totale constante kosten TCK Gemiddelde constante kosten GCK Totale kosten TK Marinale kosten MK 1 2 3 4 5 6 7 0 0 kan niet 300 000 kan niet 300 000 100 65 000 650 300 000 3000 365 000 650 500 325 000 650 300 000 600 625 000 650 1000 650 000 650 300 000 300 950 000 650 3000 1 950 000 650 300 000 100 2 250 000 650 Groene cellen waren al gegeven Toelichting 3 Als er proportioneel variabele kosten zijn wil dat zeggen dat elk product dezelfde variabele kosten heeft Als er bij 500 producten 325 000 variabel kosten zijn betekent dat dus 650 per product 325 000 500 2 Als bekent is dat er per product 650 variabel kosten zijn kan het totale bedrag aan variabele kosten berekend worden door te vermenigvuldigen met het aantal producten dat gemaakt wordt 4 Het totaalbedrag aan constante kosten is niet afhankelijk van de productieomvang 5 Gemiddelde constante kosten de constante

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/kosten-deel-2/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive

  • Producent volkomen concurrentie - Economielokaal
    1 De markt van het product Cleaner is een markt van volkomen concurrentie De markt kan worden weergegeven met de volgende collectieve vraag en aanbodvergelijkingen Q v 200P 10 000 Q a 1 000P 20 000 Q gevraagde of aangeboden hoeveelheid in miljoen stuks per dag P prijs in eurocenten Op deze markt is producent Schoon één van de velen Het bedrijf heeft te maken met proportioneel variabele kosten van 0 05 per product De constante kosten bedragen 100 per dag bij een productiecapaciteit van 1 000 stuks Je kunt onderstaande grafiek gebruiken om de situatie te bestuderen 1 Noem vier kenmerken van een markt van volkomen concurrentie 2 Teken de marktsituatie in bovenstaande grafiek 3 Bereken de marktomzet én arceer deze in de grafiek 4 Teken voor het bedrijf Schoon de GO GTK MO en MK lijnen in bovenstaande grafiek 5 Hoeveel bedraagt de maximale dagwinst voor het bedrijf Schoon 6 Arceer deze maximale winst in de grafiek Antwoorden Opgave 1 1 Een markt van volkomen concurrentie of volledige mededinging of perfect werkende markt kenmerkt zich door veel vragers en veel aanbieders een homogeen product een transparantie markt vrije toe en uittreding 2 Bereken de 0 punten van de vraaglijn om de vraaglijn te tekenen Bereken het startpunt van de aanbodlijn door voor Q a 0 in te vullen En bereken een tweede punt door een willekeurig hogere prijs in te vullen in de aanbodvergelijking 3 Q v Q a 200P 10 000 1 000P 20 000 1 200P 30 000 P 25 cent Q a 1 000P 20 000 Q a 1 000 x 25 20 000 5 000 mln stuks Omzet P x Q Omzet 0 25 x 5 mld 1 25 mld 4 5 Het bedrijf behaalt maximale winst door de productiecapaciteit maximaal te gebruiken TO

    Original URL path: http://www.economielokaal.nl/producent-volkomen-concurrentie/ (2016-02-17)
    Open archived version from archive



  •