archive-nl.com » NL » M » MSWEB.NL

Total: 1123

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • MSweb
    was Om na te kunnen gaan of eventueel gevonden verschillen toe te schrijven zijn aan het zorgprogramma hebben wij de resultaten van de 17 groepsdeelnemers vergeleken met de resultaten van 17 MS patiënten die qua leeftijd opleiding duur en soort MS vergelijkbaar zijn maar die het zorgprogramma niet hebben gevolgd Aan de hand van een aantal vragenlijsten hebben wij het effect van het zorgprogramma onderzocht op onder meer Kwaliteit van Leven depressieve klachten en sociale contacten Een individueel zorgprogramma Omdat veel patiënten liever niet wilden deelnemen aan een groepsprogramma hebben wij besloten om het zorgprogramma te herschrijven voor gebruik in individueel patiëntencontact Het bleek toen minder lastig te zijn om patiënten te vinden die wilden meedoen aan het onderzoek Vervolgens hebben we ook het effect onderzocht van het individuele zorgprogramma Resultaten Uit het onderzoek naar de effecten van het psychosociale groeps zorgprogramma bleek een lichte verbetering zichtbaar wat betreft de scores op de drie Kwaliteit van Leven schalen Zelfverzorging Psychologische status en Mentale gezondheid vergeleken met patiënten die het zorgprogramma niet volgden Daarnaast is er een lichte verbetering zichtbaar in het aantal positieve sociale contacten van de groepsdeelnemers Bovendien bleek een lichte verslechtering in scores zichtbaar in de drie Kwaliteit van Leven schalen Mobiliteit Vitaliteit en Fysiek functioneren Verder bleek dat patiënten die het programma individueel volgden een duidelijke verbetering van scores hadden op de schaal Vitaliteit als we die vergeleken met die van patiënten die het zorgprogramma in een groep volgden Verder bleek voor patiënten die het zorgprogramma individueel volgden een jaar na afloop een lichte verbetering zichtbaar voor wat betreft depressieve gevoelens Invloed op de invaliditeit Naast deze effect studies hebben wij ook onderzocht wat de voorspellende waarde is van Kwaliteit van Leven op de mate van invaliditeit van mensen met MS Daartoe hebben wij 81 MS patiënten op twee meetmomenten een Kwaliteit van Leven vragenlijst laten invullen en zijn we hun mate van invaliditeit nagegaan Wat betreft dit onderzoek bleek dat over een tijdsverloop van vijf jaar en bij correctie voor geslacht leeftijd en mate van invaliditeit aan het begin van de vijf jaar twee Kwaliteit van Leven schalen Fysiek functioneren en Rol fysiek functioneren goede voorspellers zijn van de mate van invaliditeit bij mensen met MS Uit dit onderzoek bleek dat een lage score op de schaal Fysiek functioneren samenhangt met een toename van de mate van invaliditeit vijf jaar later Daarnaast bleek dat een hogere score op de schaal Rol fysiek functioneren óók samenhangt met een toename van mate van invaliditeit vijf jaar later Conclusie Concluderend blijkt uit dit proefschrift dat een psychosociaal groeps interventieprogramma niet bijzonder aantrekkelijk is voor de meeste mensen met MS die recent gediagnosticeerd zijn en dat diegene die een zekere mate van lijdenslast ervaren door hun ziekte de grootste kans maken te profiteren van psychosociale interventieprogramma s zoals beschreven in het proefschrift Bovendien blijkt uit dit proefschrift dat het subjectieve concept Kwaliteit van Leven niet alleen in klinisch en psychosociaal opzicht een betekenisvolle uitkomstmaat is maar dat het ook over

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/1390 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    opgewekte immuunreactiviteit tegen aB crystalline is vergelijkbaar met de immuunrespons in de mens De antilichaam respons wordt namelijk ook gevonden in MS patiënten en gezonde personen De promovendus heeft de antilichaam reactiviteit tegen aB crystalline van MS patiënten met en zonder oogontsteking uveitis vergeleken met die van gezonde personen MS gaat veelvuldig gepaard met uveitis Interessant genoeg bestaan diverse structuren van het oog voor 5 tot 10 uit aB crystalline Een antilichaam respons tegen aB crystalline in het oog kan mogelijk ook betrokken zijn bij ontstekingen in het CZS De reactiviteit van de antilichamen blijkt niet te verschillenniet verschilt tussen de verschillende groepen Ook nu blijkt dat de immuunreacties tegen aB crystalline tussen MS patiënten en gezonde personen niet van elkaar verschillen Bij elkaar genomen is de immuunrespons tegen aB crystalline in aB crystalline deficiënte muis representatief voor de immuunrespons tegen aB crystalline zoals deze wordt gevonden in de mens Dit gegeven maakt deze muis goed bruikbaar als diermodel voor het testen van antigeen specifiek gerichte methodes die het immuunsysteem veranderen Moduleren van de immuunrespons in MS met flavonoiden en probiotica De promovendus heeft een uitgebreid onderzoek gedaan naar de ontstekingsremmende eigenschappen van flavonoiden Deze zijn bekend om hun anti oxidatieve werking en beïnvloeding van een groot aantal intracellulaire processen Als conclusie uit deze onderzoekingen geldt dat flavonoiden in vitro een grote potentie hebben om een anti inflamatoire werking te hebben Echter in vivo blijken flavonoiden onvoorziene effecten te hebben die ze minder geschikt maakt om in hoge doseringen te gebruiken in auto immuun gekenmerkte ziekten Een andere manier om het immuunsysteem te beïnvloeden is met probiotica Probiotica zijn bacteriën die voorkomen in het maag darmstelsel en een positieve invloed hebben op de gezondheid De werking van deze probiotica is nog grotendeels onbekend Het onderzoek leidde tot de conclusie dat probiotica dendritische cellen kunnen activeren en in potentie de mogelijkheid hebben om de immuunreactiviteit te beinvloeden Antigeen specifieke immuunmodulatie Het laatste hoofdstuk van het proefschrift behandelt antigeen specifieke immuunmodulatie T cellen gericht tegen aB crystalline het antigeen veroorzaken niet de ziekte MS maar zijn wel de stuwende kracht om locale ontstekingen te handhaven en te verergeren Door nu doelgericht alleen deze cellen uit het immuunsysteem te verwijderen kunnen de ontstekingen in MS worden verminderd De promovendus toont aan dat T cellen gericht tegen aB crystalline op dusdanige manier kunnen worden gemanipuleerd dat deze cellen net meer reageren op stimulatie met aB crystalline ofwel ze zijn getoleriseerd Hiervoor gebruikte hij de hierboven beschreven aB crystalline deficiënte muizen Zoals beschreven kunnen deze muizen een immuunresponse tegen aB crystalline ontwikkelen Drie weken nadat deze muizen een immuunresponse hebben ontwikkeld werd zeer zuivere en schone aB crystalline intraveneus toegediend Dit resulteerde in een verlaging van de T cel activiteit met maar liefst 80 De tolerante staat van de T cellen was antigeen specifiek de cellen waren zeer snel na toediening van aB crystalline tolerant en de cellen bleven dit zeker 18 weken lang In tegenstelling tot de T cel activiteit namen de hoeveelheden antilichamen

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/1345 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    deze redenen worden statines veelvuldig voorgeschreven aan mensen met een te hoge hoeveelheid cholesterol in het bloed Onlangs is ontdekt dat statines daarnaast een remmende werking hebben op het afweersysteem Zo zorgen statines voor een verlaging van de hoeveelheid MHC eiwitten op het oppervlak van verschillende soorten cellen Zoals boven aangegeven spelen deze MHC eiwitten een belangrijke rol bij het opwekken van een afweerreactie Hedwich heeft onderzocht hoe statines de hoeveelheid MHC eiwitten op cellen kunnen verlagen Zij vond dat de statines geen invloed hadden op de aanmaak van deze eiwitten binnen de cellen Statines blijken echter het transport van deze eiwitten naar de oppervlakte van de cellen te remmen door de aanmaak van transportblaasjes die hiervoor dienen Deze transportblaasjes bevatten cholesterol De remming van de aanmaak van de transportblaasjes zorgt ervoor dat ook andere bij het afweersysteem betrokken eiwitten in verminderde hoeveelheid voorkomen op het oppervlak van de cellen Zo verlagen statines bijvoorbeeld het bovengenoemde eiwit CCR5 op microglia waardoor ze de beweeglijkheid van deze cellen remmen Deze beweeglijkheid wordt verder geremd doordat statines ook de mogelijkheid van microglia om van vorm te veranderen remmen Dit voor beweging van de cellen benodigde proces wordt verminderd doordat statines de verdeling van het zogenaamde actine skelet van de cellen veranderen Statines remmen vorming dendritische cellen Tenslotte onderzocht Hedwich de invloed van statines op de ontwikkeling van monocyten witte bloedcellen die kunnen uitgroeien tot verschillende afweercellen zoals macrofagen en dendritische cellen De belangrijkste rol van dendritische cellen is om te signaleren of er iets ergens in het lichaam mis is en er een afweerreactie gestart moet worden Hedwich vond dat statines de ontwikkeling van dendritische cellen uit monocyten kunnen verhinderen De statines kunnen echter niet de activering van eenmaal gevormde dendritische cellen remmen Samenvatting Het onderzoek van Hedwich heeft belangrijke informatie opgeleverd over de activering van de herseneigen afweercellen microglia bij MS Daarnaast vond zij op welke wijze statines afweercellen beïnvloeden Kleine studies bij mensen met MS hebben aanwijzingen geleverd dat statines de ziekte mogelijk kunnen remmen Op dit moment vindt een grotere klinische studie plaats om te bepalen of de voordelen van dit middel opwegen tegen de nadelen bij de behandeling van MS Onderzoek naar het effect van statines op verschillende hersencellen zal informatie leveren over of en hoe statines het best gebruikt kunnen worden voor de behandeling van MS Dit onderzoek ondersteunt hiermee het klinisch onderzoek naar dit mogelijke MS medicijn Proefschrift CCR5 in Multiple Sclerosis expression regulation and modulation by statins Promotor professor dr P J van den Elsen Leids Universitair Medisch Centrum Dit onderzoek is gesubsidieerd door de stichting MS Research De samenvatting is met toestemming overgenomen van Stichting MS Research Curriculum Vitae Naam Hedwich F Kuipers Geboren 30 maart 1979 te Leeuwarden Opleiding 1997 diploma Christelijk Gymnasium Beyers Naudé Leeuwarden 2001 doctoraal Bio Farmaceutische Wetenschappen Universiteit Leiden Tijdens haar stage bij de vakgroep Toxicologie van het Leiden Amsterdam Center for Drug Research bestudeerde zij de signaaltransductieroutes die in neuroblastomacellen door extracellulair adenosine aangezet worden en leiden tot

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/1388 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    in een celkweek verhoogd worden door de cellen te kweken in de aanwezigheid van het bijnierschors hormoon glucocorticoïden Mensen met MS krijgen een glucocorticoïdkuur methylprednisolon als ze een ernstige verslechtering van de klachten hebben Deze behandeling remt de ontsteking in de hersenen van de MS patiënten waardoor de klachten sneller minder worden Niet alle mensen met MS reageren even goed op een glucocorticoïdkuur Het zou goed zijn om van tevoren te kunnen voorspellen of patiënten goed zullen reageren op zo n kuur Wij hebben onderzocht wat er met CD163 op monocyten gebeurt tijdens een glucocorticoïdkuur Het blijkt dat de hoeveelheid CD163 op de cellen aanzienlijk omhoog gaat tijdens een kuur Dit gebeurde echter niet bij alle patiënten We vroegen ons daarom af of dit verband hield met de klinische reactie op de behandeling We hebben aanwijzingen gevonden dat de mate van verhoging van CD163 op monocyten na de behandeling met glucocorticoïden kan voorspellen of patiënten klinisch op de kuur gaan reageren Deze bevinding is erg interessant en kan uiteindelijk resulteren in een klinische test om de effectiviteit van een kuur te voorspellen Dit kan voorkomen dat mensen met MS onnodig een kuur ondergaan Verder onderzoek met meer patiënten is noodzakelijk voor het zover is De functies van de macrofaag receptor CD163 Nadat we uitvoerig de rol van CD163 in MS onderzocht hebben was het belangrijk om meer te weten te komen over de functie van deze macrofaagreceptor Allereerst hebben we gekeken naar de functie van CD163 in de rat en vonden dat deze receptor belangrijk is voor het aanzetten van macrofagen tot de productie van ontstekingsmediatoren Het was al bekend dat via CD163 hemoglobine kan binden aan macrofagen om vervolgens ontstekingsmediatoren te produceren Hemoglobuline is een belangrijk onderdeel van rode bloedcellen dat zorgt voor zuurstoftransport Naast hemoglobine hebben we gevonden dat CD163 ook erythroblasten kan binden Erythroblasten zijn voorlopercellen van rode bloedcellen en worden in het beenmerg gevormd Het blijkt dat CD163 samen met andere receptoren ervoor zorgen dat erythroblasten in een soort van eilandje kunnen uitrijpen tot rode bloedcellen We hebben laten zien dat onder invloed van CD163 er meer erythroblasten gemaakt worden Als laatste hebben we gekeken naar de binding van bacteriën aan CD163 wat vervolgens tot een immuunreactie leidt CD163 is aanwezig op weefselmacrofagen door het hele lichaam Binding van verschillende soorten bacteriën kan een goed afweermechanisme van het lichaam zijn om bacteriën te herkennen en tijdig een adequate immuunreactie te geven door de productie van ontstekingsmediatoren Zoals boven beschreven is CD163 op PVM in de hersenen aanwezig daardoor kan het een rol spelen bij het wegvangen van bacteriën voordat deze de hersenen binnendringen Dit is er belangrijk bij het ontstaan van hersenvliesontsteking Conclusie We concluderen dat er indicaties zijn voor een belangrijke rol van CD163 op PVM tijdens ontstekingsprocessen Deze bevinding baant een weg voor nieuwe studies om de bijdrage van deze receptor aan ontstekingsprocessen verder te bestuderen Proefschrift Perivascular Macrophages in Neuroinflammation the role of Scavenger Receptor CD163 Promotor prof dr C D Dijkstra VU

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/1383 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    gedurende het gehele ziektebeloop relatief verhoogd is GFAP hangt samen met de invaliditeits schalen en kan een goede maat zijn voor de irreversibele schade Judith onderzocht het verband tussen MRI gegevens over weefselschade en het gehalte van de neurofilament eiwit NfH een eiwit in de steunweefsels van de zenuwen in gepaarde CSF en serum samples van mensen met verschillende subgroepen van MS Deze metingen blijken het niet mogelijk te maken onderscheid maken tussen de subgroepen Wel hangen de gevonden gehaltes direct samen met de op andere wijze te meten hersenschade Deze studie kan dan ook richting geven aan verder onderzoek naar biomerkers die kloppen met de in vivo met MRI gevonden ernst van de ziekte Maar ook bekeek de onderzoekster de samenhang van de ernst van de ziekte met het fosfaathoudende gedeelte van het NfH molecuul NfH p Driekwart van de patiënten met een progressief beloop krijgen op den duur bij controles een verhoging van de NfH p concentratie en dat zie je ook bij éénvijfde van de RR groep Mensen met PP MS krijgen in het ziektebeloop een grotere verhoging van de concentratie van NfH p dan stabiele RR MS patiënten Bij de eerste meting hadden mensen met klinisch progressieve RR hogere concentraties dan klinisch stabiele RR MS patiënten Het gehalte van NfH p hield gelijke tred met de klinische schalen Het meten in liquor van NfH p is kennelijk een goede manier om de neurologische schade in RR MS te voorspellen Gedurende de progressieve fase van de ziekte zie je een verhoging van de concentratie en dat wijst op een toenemende axonale schade Conclusies Immunologische markers op T cellen in het bloed met name chemokine receptoren CXCR3 en CCR5 en adhesie moleculen met name integrines hebben een voorspellende waarde voor het ontwikkelen van laesies Je kunt verschillen vinden tussen de sexen in cytokine productie van T cellen bij de verschillende ziektestadia Opticospinale MS lijkt een Th2 afhankelijke ziekte zoals ook wordt verondersteld bij neuromyelitis optica Het bepalen van de glia activiteit zoals die tot uiting komt in het gehalte van S100B en GFAP in liquor kan helpen de subgroepen in MS te onderscheiden Neurofilament antilichamen lijken in vivo ziekte op de MRI te weerspiegelen In liquor is NfH p een voorspeller voor de mate van neurologische schade en invaliditeit met name in de schubfase van de ziekte Proefschrift Biological markers related to disease activity and progression Promotor prof dr C H Polman Co promotoren dr J Killestein en dr B M J Uitdehaag Dit onderzoek is via financiering van de hersenbank gedeeltelijk gefinancierd door de stichting MS Research Curriculum Vitae Naam M J Eikelenboom Geboren 7 januari 1971 te Woudenberg Opleiding 1989 eindexamen Revius Lyceum in Doorn 1995 doctoraal medicijnen Universiteit Amsterdam Werkervaring Onderzoek naar effecten van glucocorticoiden op de hypothalamus bij hetNederlands Instituut voor Hersenonderzoek NIH te Amsterdam onder leiding van prof dr D F Swaab onderzoek naar biomarkers in MS bij de afdeling Neurologie Vumc te Amsterdam onder leiding van prof dr C H Polman en

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/1204 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    relatie als uit balans ervaren Patiënten voelden zich over het algemeen bevoordeeld Dit toenemend met de vermeerdering van fysieke beperkingen Partners gaven doorgaans aan dat hun relatie billijk was In balans dus Maar bij ernstiger vormen van de MS voelden zij zich wel in het nadeel Effecten van instrumentele steun Uit de gegevens over de instrumentele steun kwam de onderzoekster tot de conclusie dat dingen doen voor de partner een plezierige ervaring is voor zowel partners als Dat is niet anders dan bij gezonde mensen Niet in staat zijn om instrumentele steun terug te geven aan de partner is voor de patiënt zeer nadelig en benadrukt de afhankelijkheid Daaruit valt af te leiden dat het geven van instrumentele steun waar dat kan voor de patiënt bijdraagt tot haar zijn welbevinden Emotionele steun Patiënten profiteerden het meest van steun geven terwijl partners de meeste baat hadden van het ontvangen van emotionele steun Emotionele steun ontvangen had tevens een indirect effect op de stemming van patiënten en partners doordat het de negatieve effecten van negatieve reacties van de partner verminderde De onderzoekster heeft gekeken naar de gemiddelde hoeveelheid steun die mensen gedurende de twee weken hebben ontvangen als voorspeller van angst en depressie zeven maanden later De voorspelbaarheid was niet aanwezig De gemeten gevoelens van angst en depressie waren hooguit marginaal veranderd Emotionele steun is dus van belang met betrekking tot verschillende aspecten van welbevinden Dit maakt de eerder gemaakte opmerking dat de ziekte niet per definitie gaat van emotionele steun des te belangrijker Negatieve interacties Ontvangen negatieve interacties op een dag dragen bij aan minder welbevinden aan het eind van de dag Vooral voor patiënten verwachtte de onderzoekster dat negatieve interacties een sterk effect op dat welbevinden zouden hebben omdat die het meest kwetsbaar geacht werden en het meest afhankelijk zijn Dat was echter niet het geval Klinische implicaties De meeste behandelingen voor chronisch zieken zijn gericht op steun ontvangen en het is vooralsnog ongebruikelijk om te kijken of patiënten ook steun geven Dit onderzoek laat zien dat steun geven belangrijk is voor het welbevinden niet alleen van patiënten maar ook van partners Hoe patiënten ondanks hun beperkingen nog steeds steun kunnen geven aan hun partner zou een waardevol aangrijpingspunt voor therapeutisch ingrijpen kunnen zijn Tegelijkertijd zou het aanmoedigen van patiënten om steun te geven van belang kunnen zijn wat betreft gevoelens van billijkheid Patiënten die meer steun geven zullen zich minder snel bevoordeeld voelen en partners zullen zich minder snel benadeeld voelen Dit onderzoekt onderstreept het belang van emotionele steun voor het welbevinden van beide partners Naast een direct effect blijkt dat emotionele steun werkt als een buffer tegen de negatieve gevolgen van negatieve interacties Het is belangrijk om bij therapeutisch ingrijpen voor patiënten en partners aandacht te geven aan deze processen Proefschrift Couples dealing with multiple sclerosis A diary study examining the effects of spousal interactions on well being Universiteit Utrecht Promotoren prof dr J M Bensing en prof dr J J Hox Co promotor dr R G Kuijer

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/1382 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    zelden voor dat er nieuwe laesies bijkwamen Dat klopte overigens niet met een verandering in het verloop van de EDSS score van invaliditeit Het percentage mensen dat zo n nieuwe laesie bleek te hebben gekregen in het ruggenmerg was 34 Bij 98 kon je wel nieuwe laesies zien in de scan van de hersenen Een herhaald onderzoek van het ruggenmerg heeft bij mensen met MS zonder duidelijke nieuwe verschijnselen van het ruggenmerg geen zin MRI criteria voor MS De aanwezigheid van afwijkingen in het ruggenmerg bij mensen zonder acute tekenen van ruggenmerg betrokkenheid maar wel met klinische tekenen verdacht voor MS bevestigt die diagnose en bevordert de vroege diagnostiek als je die samen met de al geaccepteerde diagnosecriteria toepast Zo n samenvoeging verhoogde het aantal mensen dat de diagnose terecht kregen van 66 naar 85 In de huidige klinische situatie zijn er verschillende aanwijzingen voor een verdenking van een demyeliniserende ziekte van het ruggenmerg in de meeste gevallen echter pas wanneer er ruggenmergsymptomen aanwezig zijn Dit is meestal niet bij het eerste doktersbezoek het geval Zeker niet als het om een oogontsteking gaat en de zieke een oogarts raadpleegt Ook dan kan een MRI scan van het ruggenmerg een beslissende aanwijzing geven Verband uitkomsten MRI scan en resultaat weefselonderzoek ruggenmerg Joost Bot bevestigde een al eerdere bevinding in de hersenen de focale gegevens van een MRI scan van het ruggenmerg tonen een sterk verband met de mate van demyelinisering en geven geen aanwijzingen over de mate van verlies van zenuwcellen axonverlies De gevonden diffuse afwijkingen met een andere techniek bij weefsels post mortem zijn zuiver het gevolg van MS en berusten niet op andere ziekten Deze techniek blijkt echter niet erg gevoelig omdat op andere wijze dan al demyelinisering en axonaal verlies in de witte stof was aangetoond Tenslotte probeerde Joost Bot met nieuwe kwantitatief gerichte technieken een indruk te krijgen over de ernst van de ziekte Bij vergelijking met de uitkomsten van weefselonderzoek bleek dat niet goed te kloppen omdat de verkregen gegevens vooral werden beïnvloed door de mate van myelinisering en daarom de dichtheid van het zenuwweefsel niet goed voorspelbaar was De gegevens in het proefschrift berusten op een zestal publicaties te vinden in European Radiology 2000 10 753 8 Neurology 2004 62 226 33 Radiology 2002 223 46 56 Annals of Neurology 2002 51 652 6 Neurology 2002 59 1766 Radiology 2004 233 531 40 Een zevende publicatie is ter perse Proefschrift MR imaging of the spinal cord in MS indications accuracy and histopathological correlation Promotoren prof dr F Barkhof prof dr J A Castelijns prof dr C H Polman Dit onderzoek is gefinancieerd door de stichting MS Research Curriculum Vitae Naam C J Both Geboren 29 september 1970 te Purmerend Opleiding 1996 doctoraal medicijnen Universiteit Groningen Werkervaring Mei 1998 tot oktober 2001 onderzoeker bij het MS centrum in Amsterdam bij de professoren prof dr Barkhof prof dr Castelijns en prof dr Polman Daarna begon Joost Bot zijn opleiding radiologie bij prof dr Manoliu waarbij hij klinisch

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/1340 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    hierbij een rol voor complexe gangliosiden voorgesteld De bijbehorende moleculaire mechanismen zijn echter tot nu toe nog niet gevonden Daarom hebben wij dit onderwerp aangepakt door te onderzoeken of er in vitro een verband bestaat tussen het metabolisme van glycosphingolipiden en myelinisatie Wij onderzochten daartoe eerst de gevolgen van het remmen van de de novo biosynthese van glucosylceramide en daarmee ook gangliosiden op de integriteit van de myelinemembraan in primaire OLG Wij deden de intrigerende ontdekking dat onder die condities duidelijke extracellulaire ophopingen ontstaan die voornamelijk bestaan uit galactosylceramide GalCer het meest voorkomende galactolipide in myeline Het is interessant dat wij vergelijkbare extracellulaire ophopingen waarnamen in OLN 93 cellen die geen complexe gangliosiden bevatten maar wel een overexpressie van GalCer vertonen Dit maakt duidelijk dat een juiste balans tussen complexe gangliosiden en GalCer noodzakelijk is voor het handhaven van de integriteit van de membraan Inderdaad maakt exogene toevoeging van het ganglioside GT1b aan de cellen dit effect ongedaan waarschijnlijk doordat het na insertie in de plasmamembraan de juiste glycosphingo lipidenbalans herstelt Voor deze gedachte pleit ook nog dat wij als we OLG op Ln2 d w z onder myelinisatie bevorderende condities kweekten maar niet als dat in aanwezigheid van Fn gebeurde een toename van de biosynthese van complexe gangliosiden inclusief die van GT1b waarnamen Een bepaald minimumniveau aan gangliosiden lijkt dus noodzakelijk te zijn om de myelinemembraan te stabiliseren Deze conclusie stemt overeen met in vivo waarnemingen in ganglioside nul mutante dieren deze blijken een verminderde stabiliteit van hun myeline te hebben die leidt tot een falende myelinecompactie Kawai et al 2001 Ma et al 2003 Vooruitzichten De studies die in dit proefschrift beschreven worden laten een zeer complex ECM geïnduceerd netwerk zien van cellulaire gebeurtenissen die direct of indirect het gedrag van OLG beïnvloeden In ons werk hebben we ons gericht op de rol van twee belangrijke ECM eiwitfamilies laminine en fibronectine Het is echter duidelijk dat het onderzoek aan andere ECM moleculen die na ontsteking van het CZS opgereguleerd worden of opnieuw tot expressie komen net zo relevant zal zijn om een volledig beeld te verkrijgen van de mogelijke veranderingen in de ECM die van belang zijn voor de pathologie van MS Deze kennis zal cruciaal zijn om de juiste en noodzakelijke doelen te definiëren waarop men zich moet richten bij myelineherstel In dit verband zou de activiteit van specifieke MMPs die in staat zijn om alle ECM moleculen af te breken een interessant doelwit zijn omdat de activering van specifieke MMPs de eliminatie van ongewenste ECM eiwitten die ophopen door de beschadiging of de ontsteking in het CZS en die het myeline herstel kunnen frustreren zou kunnen bevorderen Tot dusver zijn er weinig studies gewijd aan de mogelijke betrokkenheid van veranderingen in de samenstelling van de ECM in diermodellen voor MS Het knaagdiermodel voor MS experimentele allergische of autoimmuun encephalomyelitis bijvoorbeeld is tot nu toe voornamelijk gebruikt om de moleculaire mechanismen van de inflammatoire auto immuunrespons op te helderen Chemisch geïnduceerde gedemyeliniseerde laesies worden uitgebreid bestudeerd tijdens

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/1269 (2016-02-04)
    Open archived version from archive



  •