archive-nl.com » NL » M » MSWEB.NL

Total: 1123

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • MSweb
    volwassenen met klinisch aangetoonde schubvorm van MS kregen tijdens een dubbelblind en ten opzichte van een placebogroep gecontroleerd onderzoek gedurende zes maanden een extra hoge dosis vitamine D2 in een capsule van 6000 E per dag toegediend boven de lage dosis van 1000 E die zij kregen om een tekort aan vitamine D te voorkomen Een controlegroep kreeg naast een dosis van 1000 E per dag een capsule met een placebo Aan het begin van het onderzoek werden hersenscans gemaakt zo ook na 4 5 en 6 maanden De wetenschappers keken vooral naar het totaal van nieuwe laesies en de veranderingen in het totale volume van oudere laesies Bijkomend doel was het meten van verandering in de EDSS score en het aantal schubs in een half jaar Hoewel het gehalte aan 25OH D in het plasma steeg van 54 tot 69 nmol bij de placebogroep en bij de anderen van 59 tot 120 nmol konden de onderzoekers geen belangrijke verschillen ontdekken in het aantal verse laesies of het totale volume van oude laesies Wel was de EDSS score hoger na gebruik van de hoge dosis Bij die hoge dosis kregen vier mensen een schub en bij het gebruik van de lage dosis niemand Bron Stein MS Liu Y Gray OM Baker JE Kolbe SC Ditchfield MR Egan GF Mitchell PJ Harrison LC Butzkueven H Kilpatrick TJ Department of Endocrinology Royal Melbourne Hospital Australia Neurology 2011 Oct 25 77 17 1611 8 Samenvatting Gepubliceerd op MSweb november 2011 Gepubliceerd op MSweb 18 11 2011 Tweet E mail Woordenlijst Placebo Blindpreparaat pseudo geneesmiddel zonder farmacologische werking Een placebo wordt gebruikt in dubbelblinde klinische studies zie ook in deze woordenlijst Bij placebo gecontroleerde geneesmiddelenstudies wordt het te testen middel vergeleken met een placebo om te corrigeren voor eventuele positieve effecten die het gevolg

    Original URL path: http://www.msweb.nl/therapeutisch/3592 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    wilden weten of het neurosteroïde systeem ook veranderd is in MS patiënten Zij maten de expressie van alle micro RNAs in de witte stof van 16 MS patiënten en 10 gezonde controles Uit deze meting bleek dat verschillende micro RNAs een veranderde expressie hadden ten opzichte van de controles De meeste van deze veranderde micro RNAs vertoonden een verlaagde expressie en waren betrokken bij het neurosteroïde systeem Dit had als gevolg dat de productie van neurosteroïden ook verlaagd was De onderzoekers maten ook de expressie van micro RNAs in muizen met MS Ook in de MS muizen vonden ze een verlaagde expressie van neurosteroïde micro RNAs Vervolgens hebben ze de muizen geïnjecteerd met het neurosteroïd allopregnanolone De muizen lieten vervolgens minder symptomen van MS zien en ook hadden ze minder last van ontstekingen in het brein De onderzoekers concluderen dat er een verlaging is van de hoeveelheid neurosteroïden in het brein van MS patiënten Een mogelijke therapie zou kunnen zijn om de hoeveelheid neurosteroïden weer te verhogen door behandeling met allopregnanolone Bron Noorbakhsh F Ellestad KK Maingat F Warren KG Han MH Steinman L Baker GB Power C Department of Medicine Neurology University of Alberta Edmonton Canada Brain 2011 Sep 134 Pt 9 2703 21 Samenvatting 1 en samenvatting 2 Gepubliceerd op MSweb november 2011 Gepubliceerd op MSweb 08 11 2011 Tweet E mail Woordenlijst Immuunsysteem Het afweersysteem van het lichaam dat het lichaam beschermt tegen infectie met bacteriën virussen of schimmels Er zijn twee systemen te onderscheiden Zie daarvoor innate en adatieve immuunsysteem Neuron Zenuwcel bestaande uit een celkern en één of meer uitsteeksels genaamd dendrieten en axonen Zenuw Bundel van zenuwvezels axonen Er zijn afferente en efferente zenuwvezels Afferentie zenuwvezels lopen in de richting van het centraal zenuwstelsel en zij staan in voor de perceptie van gevoelsstimuli van

    Original URL path: http://www.msweb.nl/therapeutisch/3586 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    het ontwikkelen van een tweede auto immuunziekte tijdens de behandeling van MS met alemtuzumab merknaam Campath De onderzoekers bestudeerden de klinische en serologische gegevens van 248 mensen met MS die behandeld waren met alemtuzumab In ongeveer een vijfde gedeelte van de gevallen was er sprake van het optreden van een auto immuunziekte bij personen die daar eerder niet mee bekend waren Bij 16 procent betrof het een schildklieraandoening Bij de overige vier procent vonden de onderzoekers een reeks hematologische en dermatologische auto immuunafwijkingen en ook een auto immuunaandoening van de nieren En verder zagen ze dat onderzochte personen nieuwe antilichamen ontwikkelden maar zonder symptomen te vertonen van een specifieke aandoening De auto immuunziekten deden zich al voor vanaf twee weken na de alemtuzumabbehandeling maar de onderzoekers zagen de meeste gevallen tussen 12 en18 maanden na de alemtuzumabbehandeling Na vijf jaar kwamen er geen nieuwe gevallen van auto immuunziekten bij De onderzoekers vonden dat de kans op het optreden van een auto immuunziekte niet samen hangt met de gebruikte dosis alemtuzumab en ook niet met pauzes in het gebruik ervan De onderzoekers konden geen afhankelijkheid aantonen met sekse of leeftijd Roken en het voorkomen van auto immuunaandoeningen in de familie bleken wél een voorspellende waarde te hebben voor het krijgen van een auto immuunziekte De onderzoekers melden dan ook dat de kans op het krijgen van een auto immuunziekte bij mensen die voor MS worden behandeld met alemtuzumab het grootst is tussen 12 en18 maanden na toediening van de eerste dosis Dit verhoogde risico blijft gedurende vijf jaar waarneembaar Het risico is verhoogd bij rokers en bij personen met auto immuunziekten in de familiegeschiedenis Bron Cossburn M Pace AA Jones J Ali R Ingram G Baker K Hirst C Zajicek J Scolding N Boggild M Pickersgill T Ben Shlomo Y Coles

    Original URL path: http://www.msweb.nl/therapeutisch/3533 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    dat het gebruik van penicilline en het gebruik van andere soorten antibiotica een verhoogd risico op MS met zich meebrengt Een Engels onderzoek uit 2006 bevatte de conclusie dat er geen verband is tussen het gebruik van penicilline en het risico van het krijgen van MS zie ook Niet minder kans op MS na antibiotica kuren Om deze uitkomst te bevestigen startten wetenschappers in Denemarken een landelijk onderzoek Zij maakten daarbij gebruik van het Deense MS register waaruit zij 3259 mensen met MS selecteerden bij wie tussen 1996 en 2008 MS was geconstateerd Ook spoorden ze de tussen 1995 en 2008 verstrekte recepten voor antibiotica op maar voordat de mensen de diagnose MS kregen Ter controle gebruikten ze de gegevens van 32590 personen waarbij zij aan iedere MS patient ter vergelijking tien gezonde personen van gelijke leeftijd en geslacht toekenden De datum van de eerste diagnose van de patient was ook de indexdatum waarop zij het antibioticagebruik van de controlepersonen registreerden De onderzoekers berekenden het verband tussen het voorgaande antibioticagebruik en het risico van het krijgen van MS In totaal gebruikten 1922 van de 3259 mensen met MS penicilline 59 Van de 32590 controlepersonen hadden 17906 personen op de indexdatum penicilline gebruikt Dat is 55 Gezien de grote aantallen proefpersonen is dit een statistisch significant verschil Uit dit onderzoek bleek dus dat het gebruik van penicilline met een verhoogd risico gepaard gaat Eenzelfde conclusie kregen zij als zij naast penicilline ook andere antibiotica in hun berekening betrokken Dit suggereert dat de onderliggende infecties mogelijk soms al met MS in verband stonden Bron Nørgaard M Nielsen RB Jacobsen JB Gradus JL Stenager E Koch Henriksen N Lash TL Sørensen HT Department of Clinical Epidemiology Institute of Clinical Medicine Aarhus University ospital Aalborg Denmark American Journal of Epidemiology 2011 Sep 13 Epub

    Original URL path: http://www.msweb.nl/therapeutisch/3523 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    overgangsgroep OG De onderzoekers vergeleken de resultaten van die groep met die van de groep die vanaf het begin dus gedurende twee jaar Gilenya gebruikten EG Het onderzoek had 882 deelnemers die de studie af maakten Het jaarlijkse aantal schubs in de EG die in het eerste jaar optrad 0 12 zette zich ook in het tweede jaar voort 0 11 Maar het gemiddelde aantal schubs in de OG nam na de overgang op Gilenya af van 0 30 naar 0 20 Bij deze groep nam ook het aantal verse laesies op hun MRI af Opvallend is dat het gemiddelde aantal schubs in de groep die al twee jaar Gilenya gebruikte lager was dan bij de groep die pas na een jaar was overgeschakeld van Avonex naar Gilenya De onderzoekers ontdekten geen onverwachte bijwerkingen Helaas hebben zij geen voordeel van de behandeling kunnen aantonen bij de bestrijding van voortschrijdende invaliditeit Het onderzoek is gesponsord door Novartis de fabrikant van Gilenya Bron Khatri B Barkhof F Comi G Hartung HP Kappos L Montalban X Pelletier J Stites T Wu S Holdbrook F Zhang Auberson L Francis G Cohen JA TRANSFORMS Study Group collaborators 193 St Luke s Medical Center Center for Neurological Disorders Milwaukee USA Lancet Neurology 2011 Jun 10 6 520 9 Samenvatting Noot van de vertaler In het Verenigd Koninkrijk is vergoeding van Gilenya geweigerd omdat de overheid de kosten niet tegen de baten vindt opwegen Geplaatst op MSweb september 2011 Gepubliceerd op MSweb 20 09 2011 Tweet E mail Woordenlijst MRI Magnetic resonance imaging een techniek waarmee je met behulp van metingen met magneetvelden in het centrale zenuwstelsel kan kijken Met MRI kunnen plaatjes van het CZS gemaakt worden die laten zien of en op welke plaatsen myeline is verdwenen Daarnaast kan je met MRI kijken of een

    Original URL path: http://www.msweb.nl/therapeutisch/3480 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    Wie zijn wij Organisatie Jaarverslagen Middel tegen overactieve blaas Solifenacine heeft resultaat bij de behandeling van mensen met MS en een overactieve blaas Nijmeegse onderzoekers keken naar de werkzaamheid en het effect op de kwaliteit van leven van de stof solifenacine bij mensen met MS die een overactieve blaas OAB hadden Als eerste onderzoeksgroep keken zij daarbij ook met een daartoe geschikte scorelijst naar de invloed van solifenacine op de kwaliteit van leven Zij behandelden dertig MS patiënten die leden aan een OAB met solifenacine 5 of 10 mg per dag gedurende 8 weken De eerste vier weken kregen de patiënten 5 mg solifenacine Vanaf week 4 van de behandeling konden de patiënten vragen om de dosis te verhogen tot 10 mg Na 8 weken keken zij of het werkte Na vier weken behandeling zeiden 28 patiënten acceptabele of geen bijwerkingen te hebben Zeventien van hen gingen verder met de dosering 10 mg en elf van hen bleven doorgaan met 5 mg solifenacine Twee patiënten stopten met de studie wegens bijwerkingen De behandeling resulteerde in die acht weken in een duidelijk aantoonbare afname van het aantal urinelozingen en een vermindering van de hoeveelheid gebruikt incontinentiemateriaal Ook de hevigheid van de aandrang voorafgaand aan het plassen werd beduidend minder en per lozing nam het volume toe Twintig van de dertig patiënten kozen ervoor na afloop van het onderzoek door te gaan met solifenacine De meeste patiënten meldden een algemene verbetering van de levenskwaliteit Bron van Rey F Heesakkers J Department of Urology The Radboud University Nijmegen Medical Centre Geert Grooteplein 10 6500 GA Nijmegen The Netherlands Advances in Urology 2011 2011 834753 Epub 2011 May 5 Samenvatting Gepubliceerd op MSweb juli 2011 Gepubliceerd op MSweb 26 07 2011 Tweet E mail Woordenlijst Stof Een in de biochemie vóórkomende natuurlijke en scherp

    Original URL path: http://www.msweb.nl/therapeutisch/3441 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    voor een afname van de hoeveelheid witte bloedcellen die een belangrijke rol spelen in het ziekteproces Maar het middel heeft ook bijwerkingen zoals benauwdheid en problemen met de ogen teveel vocht in longen en ogen Die bijwerkingen zijn afhankelijk van de dosis die je gebruikt Onderzoekers hebben het werkingsmechanisme van Fingolimod onderzocht in muizen Fingolimod veroorzaakt een afname van de actieve hoeveelheid van de zogeheten S1P1 receptor waardoor de hoeveelheid vocht in longen en ogen te groot wordt S1P1 is een eiwit op cellen in de longen en de ogen De afname van de hoeveelheid witte bloedcellen lijkt niet veroorzaakt te worden door de afname van de hoeveelheid S1P1 receptor Hoe de afname van de hoeveelheid witte bloedcellen komt is niet helemaal duidelijk Een volgende stap in de verdere verbetering van Fingolimod is dus het vinden van een middel dat geen invloed heeft op de S1P1 receptor maar wel op het aantal van de bij MS betrokken witte bloedcellen Bron Oo ML Chang SH Thangada S Wu MT Rezaul K Blaho V Hwang SI Han DK Hla T Weill Cornell Medical College Cornell University New York New York USA Journal of Clinical Investigation 2011 Jun 1 121 6 2290 300 Epub 2011 May 9 Origineel artikel Gepubliceerd op MSweb juli 2011 Gepubliceerd op MSweb 19 07 2011 Tweet E mail Woordenlijst Receptor Letterlijk ontvanger Een eiwit dat als een soort antenne dienst doet op een cel Een receptor kan signalen van buiten de cel opvangen en doorsturen naar binnen Een receptor ontvangt signalen door aan de buitenkant van de cel een stof te vangen Een receptor kan meestal maar één stof herkennen en vangen Eiwit een chemische stof die is opgebouwd uit een aaneenschakeling van kleine moleculen aminozuren Die bevatten als kenmerk alle stikstof Van die aminozuren zijn er 20

    Original URL path: http://www.msweb.nl/therapeutisch/3436 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    van deze medicijnen Van die groep gaf 89 procent een reactie 31 procent van hen had nooit immunomodulerende medicijnen gebruikt 21 procent was ermee gestopt 30 procent gebruikte nog steeds het zelfde medicijn en 18 was van medicijn gewisseld De mensen die aangaven geen immunomodulerende medicijnen te gebruiken waren vaak iets ouder en al langere tijd bekend met MS Ook hadden zij minder terugvallen Afhankelijk van ernst en type van hun MS mild verloop c q PPMS kiezen mensen met MS er vaak voor om de MS niet met medicijnen te behandelen Mogelijke bijwerkingen het advies van de neuroloog en de onzekerheid over de werking van de geneesmiddelen spelen daarbij een grote rol Vijftien procent van de patiënten gaf aan dat zelfs met al deze informatiebronnen een rationele keuze om met een behandeling te starten eigenlijk nog steeds ondoenlijk is Patiënten zijn duidelijker over redenen om te stoppen met een behandeling Bij patiënten met RR MS zijn dat vaak griepverschijnselen en irritatieplekken door de injecties Bij SP MS is de twijfel over de effectiviteit van de medicatie vaak reden om te stoppen De mening van de neuroloog is vaak doorslaggevend bij het starten met medicatie terwijl patiënten vaak zelf de keuze maken om te stoppen De onderzoekers concluderen dat het gebruik van immunomodulerende middelen niet de standaardbehandeling is in Nederland Als oorzaak daarvoor zien zij het onvoorspelbare verloop van MS en de uiteenlopende visies die er zijn bij zowel patiënten als artsen over de bijwerkingen van de medicijnen Bron Visser LH van der Zande A Departments of Neurology St Elisabeth Hospital Tilburg Dutch National Multiple Sclerosis Foundation Maassluis the Netherlands European Journal of Neurology 2011 Apr 18 Samenvatting Gepubliceerd op MSweb mei 2011 Gepubliceerd op MSweb 24 05 2011 Tweet E mail Woordenlijst Interferon Letterlijk tussendrager Eiwit dat vrijkomt uit

    Original URL path: http://www.msweb.nl/therapeutisch/3372 (2016-02-04)
    Open archived version from archive



  •