archive-nl.com » NL » M » MSWEB.NL

Total: 1123

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • MSweb
    zoals geheugen aandacht en concentratiestoornissen Bij mensen met MS mét cognitieve stoornissen vond Hulst juist een uitgebreide afname in hersenactiviteit vooral in de hippocampus belangrijk bij geheugen Mogelijk ligt dat ten grondslag aan die cognitieve problemen Naast de hippocampus bestudeerde Hulst nog twee structuren in de hersenen in detail de thalamus centrale kern in de hersenen belangrijk voor algemene cognitie en de dorsolaterale prefrontale cortex belangrijk voor werkgeheugen Zij keek naar anatomische afwijkingen op de MRI scans zoals hersenkrimp en afwijkende zenuwuitlopers en ook naar functionele veranderingen zoals hersenactiviteit en de communicatie tussen verschillende hersenonderdelen connectiviteit Ernstiger Cognitieve problemen worden door mensen met MS vaak ervaren als ernstiger en meer invaliderend beschouwd dan lichamelijke beperkingen Dit komt omdat de laatste relatief goed gecompenseerd kunnen worden met hulpmiddelen terwijl de cognitieve klachten nog niet kunnen worden behandeld Cognitieve klachten bij MS zijn de grootste oorzaak voor arbeidsongeschiktheid Meer inzicht in onderliggende mechanismen in de hersenen van mensen met MS kunnen handvatten aanreiken voor toekomstige behandelingen In het VUmc MS Centrum Amsterdam gaan binnenkort studies van start die het door Hanneke Hulst gevonden idee van compensatiemechanisme proberen aan te tonen Dit onderzoek is onder andere mogelijk gemaakt door een subsidie van Stichting MS Research Titel Understanding cognitive decline in multiple sclerosis Highlighting the thalamus hippocampus and dorsolateral prefrontal cortex Promotoren prof dr J J Geurts en prof dr F Barkhof Copromotor prof dr B Uitdehaag Curriculum Vitae Naam Hanneke Euphemia Hulst Geboren Hoorn 5 april 1983 Opleiding 2001 VWO R S G Wiringherlant te Wieringerwerf 2004 Gezondheidswetenschappen VU Amsterdam bachelor 2005 Gezondheidswetenschappen VU Amsterdam master 2008 Neuroscience preklinische neurowetenschappen master Werkervaring 2013 Senior onderzoeker afd Anatomie en Neurowetenschappen 2013 Algemeen manager stichting Brein in Beeld 2009 Schrijft populair wetenschappelijke columns voor onder andere MSweb nl en EOS Psyche en Brein Haar columns

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/4406 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    tegen interferon bèta zogeheten neutraliserende antistoffen Bloedtest meet of medicijn nog werkt Van der Voort In mijn proefschrift beschrijf ik een bloedtest waarmee je bij MS patiënten die behandeld worden met interferon bèta kunt meten of het medicijn nog actief is Dat is belangrijk want als er bij herhaald meten geen biologische activiteit van interferon bèta wordt gezien dan is er een grote kans dat deze patiënten neutraliserende antistoffen hebben ontwikkeld De laatste jaren zijn er alternatieve behandelingen voor MS op de markt gekomen Als patiënten niet goed reageren op interferon bèta dan moet een andere behandeling worden overwogen Test in de richtlijn voor behandeling De test om te bepalen of patiënten antistoffen tegen interferon bèta aanmaken heet de MxA bioactiviteit test Het werk van Van der Voort heeft bijgedragen aan het opnemen van de test in de richtlijn voor de behandeling van MS en tot het implementeren van de test in Nederland De test wordt meer dan vijfhonderd keer per jaar uitgevoerd en kan door ziekenhuizen worden aangevraagd via de website www nabs nl Dit onderzoek is onder andere mogelijk gemaakt door een subsidie van Stichting MS Research Bron MS Centrum VUmc Proefschrift The role of interferon beta in multiple sclerosis Promotors prof dr C H Polman en prof dr B M J Uitdehaag Copromotors prof dr C B M Oudejans en dr J Killestein Curriculum Vitae Gepubliceerd op MSweb 14 11 2014 Tweet E mail Woordenlijst Antistof Een woord met dezelfde betekenis als antilichaam Centraal Zenuwstelsel CZS hersenen en ruggenmerg vanwaar als van een centrum uit de zenuwen uitgaan Interferon Letterlijk tussendrager Eiwit dat vrijkomt uit bloedcellen Het is een cytokine dat wil zeggen het fungeert als boodschapper in het lichaam en kan cellen van het immuunsysteem activeren Er zijn drie soorten die een aan elkaar tegengestelde werking

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/4436 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    schade aan de zenuwcellen te meten bij patiënten met MS Deze schade te zien door het dunner worden van bepaalde cellagen van het netvlies blijkt een indicatie voor schade in de rest van het brein en hangt samen met het fysiek functioneren van de patiënt zoals krachtverlies loopproblemen en vermoeidheid Daarnaast bleek dat gezonde zenuwcellen ook beschadigd kunnen raken doordat zij verbindingen hebben met beschadigde zenuwcellen De schade verspreidt zich op deze manier als een domino effect door het centrale zenuwstelsel Met behulp van OCT kunnen we dus de ziekteprogressie van de patiënt nauwkeurig in kaart brengen en kunnen we potentiele effecten van nieuwe neuroprotectieve medicatie meten Daarnaast is het echter ook een waardevolle techniek om meer inzicht te krijgen in mechanismen die ten grondslag liggen aan de beschadiging van zenuwcellen bij de ziekte MS In de nabije toekomst zal longitudinale data beschikbaar komen waardoor we deze mechanismen nog nauwkeuriger in kaart kunnen brengen en mogelijk het individuele ziekteverloop beter kunnen voorspellen Het onderzoek is mogelijk gemaakt door een subsidie van Stichting MS Research Titel The eye as a window to the brain Optical coherence tomography in MS Promotoren pof dr B Uitdehaag prof dr C Polman dr A Petzhold Curriculum Vitae Naam Lisanne Balk Geboren Heemskerk 15 februari 1987 Opleiding 2004 Atheneum Jac P Thijsse College Castricum 2008 Bachelor Gezondheidswetenschappen Vrije Universiteit Amsterdam 2010 Research Master Lifestyle and Chronic Disorders VU Amsterdam cum laude Werkervaring 2010 heden Junior onderzoeker Multiple Sclerosis Centrum VUmc Amsterdam 2012 heden Docent toegepaste biostatistiek Epidm VUmc Amsterda 2014 Visiting scholar University of California San Francisco CA VS Promotie 24 oktober 2014 VU Amsterdam Relatie met MS Tijdens mijn epidemiologie opleiding ging al snel mijn voorkeur uit naar de klinische epidemiologie Mede doordat mensen in mijn directe omgeving te maken hebben met MS heb ik

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/4390 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    een specifiek antilichaam vlaggetje tegen dit APP Zoals we verwacht hadden zagen we minder ontstekingscellen microglia macrofagen in de grijze stof van deze typische laesies Wat ons opviel was dat er geen verschil was tussen de hoeveelheid schade in de witte en grijze stof van deze leukocorticale laesies Dit vonden wij opmerkelijk omdat vaak gesuggereerd wordt dat de geactiveerde ontstekingscellen voor de schade verantwoordelijk zijn Om de verschillen tussen de microglia in de witte en grijze stof nauwkeuriger te onderzoeken hebben we plakjes gemaakt van muizen hersenen Na het zichtbaar maken van deze cellen in de muizen hersenen zagen we dat microglia uit de grijze stof van muizen hersenen er heel anders uit zien dan microglia uit de witte stof van muizen hersenen Maar als we deze cellen uit beide gebieden bepaalde structuren lieten opeten zagen we geen verschil in hoeveelheid opgegeten structuren Dus ook al zagen de microglia uit de witte en grijze stof er verschillende uit functioneel waren ze juist erg gelijk Om te onderzoeken of de muis microglia uit witte en grijze stof anders reageerden als ze uit een gestreste omgeving komen zorgden we dat de muizen ontstekingen kregen in het hele lichaam inclusief de hersenen Microglia uit de witte stof van deze muizen bleken genen betrokken bij het afweersysteem meer verhoogd tot expressie te brengen dan microglia uit de grijze stof van deze muizen Deze verschillen in activatie zouden de hoeveelheid schade aan axonen in aanwezigheid van minder ontstekingscellen in de grijze stof van mensen met MS kunnen verklaren De immuunreactie tegen eiwitten uit neuronen is aanwezig in verschillende aandoening waar het centraal zenuwstelsel is aangetast Zowel de ontstekingscellen als de antilichamen zijn gericht tegen eiwitten aanwezig op de buitenkant van neuronen en axonen en eiwitten die zich in de cel bevinden zoals de neurofilamenten In hoofdstuk 4 hebben we de afweerreactie tegen één van deze neurofilamenten namelijk NF L onderzocht in muizen Door de muizen met het NF L eiwit in te spuiten immuniseren en daarbij andere middelen toe te voegen om de ontstekingscellen te activeren kunnen we een immuunreactie tegen het NF L eiwit simuleren Het afweersysteem in mens en dier bestaat naast de microglia in de hersenen en macrofagen in de rest van het lichaam onder andere ook uit T cellen en B cellen De B cellen zijn de cellen die na een aantal complexe stappen antilichamen maken Omdat de techniek die we gebruiken in dit muis model naast B cellen voornamelijk de T cellen activeren kunnen we in deze muizen de interactie tussen T cellen die gericht zijn tegen NF L NF L specifieke T cellen en de axonen waar het NF L zich bevindt onderzoeken In dit hoofdstuk hebben laten we zien dat T cellen die positief zijn voor het eiwit CD4 en daardoor geactiveerd kunnen worden door microglia en macrofagen die bijvoorbeeld NF L hebben opgegeten en aan hun oppervlakte presenteren geassocieerd zijn met spasticiteit schade aan axonen en de afbraak van neuronen in deze muizen Deze CD4 T cellen zien we voornamelijk in het gebied aan de rugzijde van het ruggenmerg waar de gevoelszenuwen door heen lopen De locatie van deze CD4 T cellen in deze muizen verschilt met de locatie van CD4 T cellen in muizen die met een myeline eiwit zijn ingespoten Dit betekent dat T cellen die gericht zijn tegen axonale eiwitten op andere locaties schade kunnen veroorzaken Naast dat we T cellen zien die CD4 zijn zien we ook T cellen die het eiwit CD8 op hun membraan hebben en dus niet CD4 Deze CD8 T cellen kunnen bij de juiste omstandigheden en interacties elke cel in het lichaam doden bijvoorbeeld als een cel een virus in zich heeft Beide T cellen CD4 en CD8 en moleculen die cellen en celstructuren kunnen beschadigen zien we naast axonen in de beschadigde gebieden van deze NF L geïmmuniseerde muizen Tevens hebben we aangetoond dat sommige stukken van het NF L eiwit belangrijker zijn dan andere regio s bij een afweerreactie tegen NF L Uit dit hoofdstuk kunnen we concluderen dat als je T cellen die specifiek gericht zijn tegen eiwitten uit neuronen en axonen zoals NF L kunt remmen je wellicht de schade die zij aanrichten kunt stoppen in mensen die deze specifieke T cellen bezitten Naast T cellen vinden we ook antilichamen tegen NF L in het bloed en de hersenvloeistof van mensen met MS Onderzoekers hebben gevonden dat de hoeveelheid antilichamen tegen NF L gerelateerd zijn aan de hoeveelheid atrofie afsterven van hersencellen Daarom hebben we ons in de hoofdstukken 5 en 6 gericht op antilichamen tegen NF L In hoofdstuk 5 hebben we geëvalueerd of de hoeveelheid antilichamen tegen NF L in het bloed van mensen met MS iets kunnen voorspellen over de verschillende typen MS RRMS en SPMS en reactie na behandeling met een veelgebruikt medicijn Net zoals eerdere onderzoeken zagen wij ook een significante verhoging van de hoeveelheid antilichamen tegen NF L in het bloed van mensen met MS in vergelijking met gezonde personen In MS patiënten die twee jaar lang behandeld zijn met natalizumab een medicijn dat voorkomt dat witte bloedcellen de hersenen binnen komen zagen we een afname in de hoeveelheid antilichamen tegen NF L in vergelijking met de bloedwaarden vóór de behandeling Deze patiënten hadden ook minder vaak een terugval Onzeker is of de daling van het aantal antilichamen tegen NF L de oorzaak van een verbetering in gezondheid is of een gevolg van verminderde B cel activatie Om te onderzoeken of antilichamen tegen NF L ook schadelijk kunnen zijn en bijdragen aan de schade aan axonen in personen met MS hebben we in hoofdstuk 6 gekeken naar het effect van een specifiek NF L antilichaam afkomstig uit een muis We zien dat dit specifieke NF L antilichaam het aantal axonen verminderd in zogenaamde ruggenmerg co kweken van ratten Door een speciale techniek kunnen de ruggenmergcellen van deze ratten in een kunstmatige omgeving groeien en verbindingen maken zoals die in de hersenen van mensen ook tot stand komen Ook

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/4361 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    patiënten te voorspellen hoe de ziekte bij hen zal verlopen Sommige patiënten zijn na 15 jaar rolstoelafhankelijk terwijl anderen relatief weinig beperking ervaren in het dagelijks leven Neuroloog in opleiding Eva Strijbis onderzocht welke kenmerken van MS patiënten in kaart kunnen worden gebracht om te komen tot patiëntprofielen die een voorspelling kunnen geven over het verloop van de ziekte Strijbis keek naar genetische verschillen tussen patiënten Ook bestudeerde ze hersenscans MRI van mensen met MS en bekeek ze hersenweefsel van overleden MS patiënten Ze bracht verder de mate van invaliditeit in kaart van een groep van 400 patiënten met MS Door al deze verkregen gegevens te vergelijken of te combineren is het mogelijk meerdere patiëntprofielen te maken Zo vond Strijbis een aantal gen varianten die zijn geassocieerd met een kleiner hersenvolume bij mensen met MS Daarnaast zag ze dat wanneer verschillende MRI metingen gecombineerd werden de mate van invaliditeit van een patiënt beter te voorspellen was Met deze kennis kan een beter beeld worden verkregen van het verloop van de ziekte zoals de cognitieve en lichamelijke invaliditeit Wanneer het ziektebeloop voor individuele patiënten beter te voorspellen is kan dat van invloed zijn op de behandeling Bovendien kunnen patiënten en hun naasten betere begeleiding krijgen vanaf het moment dat de diagnose MS gesteld wordt Proefschrift Towards endophenotyping MS clinical imaging and immunohistochemical studies Promotoren prof dr C H Polman prof dr J J G Geurt prof dr B M J Uitdehaag prof dr F Barkhof Curriculum Vitae Naam Eva Maria Margaretha Strijbis foto Geboren Alkmaar 4 oktober 1983 Opleiding VWO Huygenwaard Heerhugowaard Geneeskunde VU Amsterdam 2012 heden opleiding tot neuroloog VU Amsterdam Werkervaring Onderzoek naar risico factoren ontwikkelen cerebrale parese Universiteit van Adelaide Australië 2008 2014 promotie onderzoek VU Amsterdam Promotie 6 juni 2014 Vrije Universiteit Amsterdam Relatie met MS Gepubliceerd

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/4331 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    hoofdstuk 2 2 wordt dit laatste punt verder uitgediept We onderzoeken of de mate van activiteit van het type I IFN systeem voor start van behandeling kan dienen als biomarker om de klinische respons te voorspellen We toetsen de voorspellende waarde en de klinische bruikbaarheid van deze moleculaire marker en valideren dit in een nieuwe groep RA patiënten Dit onderzoek legt de basis voor het gebruik van de activiteit van het type I IFN systeem als voorspellende biomarker voor optimalisatie van RTX behandeling in RA zodat behandeling op maat voor de individuele patiënt dichterbij komt Verdere validatie van de klinische toepasbaarheid van deze biomarker is noodzakelijk mogelijk in combinatie met ander biomarkers en of klinische parameters in een multicenter setting en in de vorm van prospectieve studies De aangetoonde relatie tussen het type I IFN systeem tijdens RTX behandeling en klinische response op RTX draagt bij aan het begrijpen van de moleculaire mechanismes die ten grondslag liggen aan het werkingsmechanisme van RTX in RA Concluderend laten deze vier hoofdstukken zien dat het mogelijk is met behulp van micro array studies biomarkers te identificeren voor response predictie TYPE I IFN SYSTEEM IN RELATIE TOT ZIEKTE GERELATEERDE PARAMETERS IN RA In hoofdstuk 1 2 werd aangetoond dat genetische variatie in IRF5 geassocieerd is met activatie van het type I IFN systeem tijdens IFNß behandeling en ook met klinische non response zoals gedefinieerd met bijvoorbeeld MRI gebaseerde parameters Behalve dat genetische variatie in IRF5 een makkelijke te bepalen biomarker is voor IFNß behandeling in MS is deze in zowel MS als SLE geassocieerd met activatie van het type I IFN systeem Daarom besloten we genetische varianten van IRF5 te gebruiken als biomarker voor de activatie van het type I IFN systeem in cohorten waarvan geen gen expressie profielen maar wel DNA aanwezig was Bij RA spelen ontsteking gerelateerde processen een belangrijke rol in de verhoogde cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit maar het exacte mechanisme dat hierbij een rol speelt is onbekend Wel is bekend dat IFNß een beschermende rol heeft bij atherosclerotische processen Daarom werd in hoofdstuk 3 1 de relatie tussen IRF5 en carotidintima media dikte cIMT een marker voor artherosclerose bestudeerd Er werd aangetoond dat genetische variatie in IRF5 geassocieerd is met verlaagde cIMT wat mogelijk via verhoogde expressie van IFNß kan plaatsvinden Het precieze werkingsmechanisme van het effect van IRF5 en mogelijk IFNß op verminderd cardiovasculair risico in RA kon nog niet worden aangetoond maar deze resultaten vormen een eerste aanzet om deze biologische processen verder te bestuderen DE PATHOGENE ROL VAN TYPE I IFN ACTIVATIE IN AUTO IMMUUNZIEKTEN Het verschil in o a mate van activatie van het type I IFN systeem in patiënten met een klinisch vergelijkbare ziekte is mogelijk een exponent van intrinsieke verschillen in mechanismen die aan de ziekte ten grondslag kunnen liggen Die verschillen maken ook de complexiteit van de ziekten zichtbaar en zijn gerelateerd aan response op behandeling In SLE een systemische auto immuunziekte waarin ook activatie van het type I IFN systeem is beschreven

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/4330 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    behulp van neuropsychologische testen werden zogenaamde cognitieve stoornissen gemeten zoals bijvoorbeeld problemen met geheugen en concentratie Bij ongeveer een derde van alle patiënten werden cognitieve problemen vastgesteld variërend van mild tot zeer ernstig van aard Opvallend was dat de cognitieve stoornissen veel erger waren bij de 53 mannelijke MS patiënten dan bij de 104 vrouwen die aan het onderzoek meededen Ook vertoonden de hersenen van de mannen meer atrofie krimpen van hersenmassa en het hersennetwerk werkte minder efficiënt Toch hadden de mannelijke patiënten niet meer van de voor MS zo kenmerkende ontstekingen in de hersenen Schoonheim trekt twee conclusies Het lijkt er ten eerste op dat het mannelijk brein gevoeliger is voor de gevolgen van de schade die optreedt bij MS ook al krijgen vrouwen het juist vaker En ten tweede is het belangrijk om MS te onderzoeken als een ziekte van het héle hersennetwerk en niet alleen te kijken naar de ontstekingen wat tot voor kort gangbaar was in MS onderzoek Schoonheim vond dat de geheugen en concentratieproblemen vooral gerelateerd waren aan beschadigingen aan een van de belangrijkste schakelstations diep in ons brein de thalamus De thalamus is vergelijkbaar met bijvoorbeeld Schiphol Is er een storing op Schiphol dan raakt het hele internationale vliegverkeer ontregeld Beschadigingen van de thalamus hebben grote gevolgen voor het hele hersennetwerk aldus Schoonheim Toekomstige behandelingen De verschillen tussen de hersenen van mannelijke en vrouwelijke MS patiënten kunnen gevolgen hebben voor toekomstige behandelingen Vervolgonderzoek zal moeten uitwijzen of deze bevindingen ook bij verder gevorderde fases van de ziekte MS te zien zijn Ook hoopt Schoonheim te kunnen onderzoeken of de gevonden netwerkafwijkingen iets kunnen zeggen over symptomen die de patiënt in een later stadium ontwikkelt Het onderzoek van Menno Schoonheim is financieel ondersteund door de Stichting MS Research Proefschrift Are you connected A network perspective

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/4329 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    tijd zelf niet altijd in staat zijn precies aan te geven hoe het met ze gaat Psycholoog Judith Sonder vergeleek de antwoorden van patiënten en partners op veelgebruikte vragenlijsten bij internationaal MS onderzoek Uit Sonders onderzoek blijkt dat partners de ziekte van de patiënt goed en in overeenstemming met de patiënt kunnen beoordelen als het gaat om duidelijk zichtbare ziekteaspecten Denk daarbij aan loopproblemen van de patiënt of hoe de patiënt omgaat met fysieke beperkingen Als de vragen gaan over de psychische gesteldheid en het algemeen functioneren van de MS patiënt lopen de antwoorden van de patiënt en zijn of haar partner vaker uiteen Die verschillen tussen patiënt en partner kunnen worden verklaard door bijvoorbeeld de zorglast en depressie bij de partner en door aandachts of geheugenproblemen en angst bij de patiënt Die problemen kunnen de antwoorden namelijk beïnvloeden Om vast te stellen hoe het op één bepaald moment met een patiënt gaat is hetniet erg betrouwbaar om antwoorden van patiënten te vervangen door die van de partner Daarvoor verschillen de antwoorden te vaak Bij metingen over een tijdsperiode van twee jaar was de meerderheid van de patiënt partnerkoppels het wel eens over verbetering stabilisatie of verslechtering van de loopfunctie en de impact van fysieke klachten Daarmee lijken de antwoorden van partners een goede manier omveranderingen in het ziekteverloop over de tijd in kaart brengen Dit is met name belangrijk om te kunnen gebruiken wanneer de antwoorden van patiënten minder betrouwbaar zijn door achteruitgang vanwege de ziekte Promovendus J M Sonder Promotoren prof dr B M J Uitdehaag prof dr C H Polman Titel proefschrift Towards the use of Proxy Reported Outcomes in MS Curriculum Vitae Naam Judith Maria Sonder Geboren Leidschendam 12 december 1983 Opleiding 2002 Gymnasium Keizer Karel College Amstelveen 2004 student assistent polikliniek neurologie VUmc MS Centrum

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/4328 (2016-02-04)
    Open archived version from archive



  •