archive-nl.com » NL » M » MSWEB.NL

Total: 1123

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • MSweb
    EDSS veranderscore Wij keken of er waarde kon worden gehecht aan een verandering met een halve punt bij dit meetinstrument We vergeleken met twee andere klinische meetinstrumenten de GNDS en de MSFC Onze resultaten lieten zien dat de veranderingen die je met de drie methodes vindt niet als gelijk beschouwd kunnen worden In een volgend onderzoek keken we naar de klinische betekenis van twee kwantitatieve testen van de motorische functies de T25FW en de 9HPT We vonden dat verslechtering op de T25FW vooral veroorzaakt leek te worden door een toename van ervaren beperkingen van de beenfunctie en vermoeidheid de verslechtering op de 9HPT leek geassocieerd met een meer diffuse GNDS verslechtering waarbij meerdere domeinen betrokken waren Tenslotte hebben we de responsiviteit en de voorspellende waarde van de EDSS en de MSFC in patiënten met primair progressieve MS onderzocht In een periode van twee jaar bleek de responsiviteit van zowel de EDSS als de MSFC beperkt en waren de gemiddelde veranderscores sterk afhankelijk van de baseline scores De voorspellende waarde van verslechtering op de korte termijn baseline tot jaar 1 om daaropvolgende verslechtering jaar 1 tot jaar 2 te voorspellen was noch van de EDSS noch van de MSFC erg groot Perspectief vanuit de patiënt Het perspectief vanuit de patiënt was het centrale thema in het tweede gedeelte van dit proefschrift met hoofdstukken die meetinstrumenten behandelen die vanuit het perspectief van de patiënt hebben gemeten Wij beschrijven een klinimetrische validatie van de MSIS 29 een vragenlijst vanuit het perspectief van de patiënt die de impact van MS op het dagelijks leven meet maar nu ingevuld door derden die de patient goed kenden de zogeheten proxy respondenten Cognitieve disfunctie en ernstige stemmingsproblematiek zouden het invullen van de vragenlijst kunnen beïnvloeden waardoor in zulke gevallen proxy respondenten waardevolle informatie zouden kunnen verstrekken Onze studie liet zien dat de MSIS 29 op een betrouwbare manier gebruikt kon worden bij partners van MS patiënten Deze resultaten gaven een solide basis voor uitbreiding van het gebruik van MSIS 29 proxy metingen bij MS Wij keken naar de relatie tussen de gegevens van proxies en die van patiënten waarbij het focus lag op factoren die invloed zouden kunnen hebben op de overeenstemming en eventuele discrepanties Op de fysieke schaal van de MSIS 29 was de overeenstemming tussen patiënten en hun partners goed op de psychische schaal was deze iets minder goed maar nog steeds voldoende We concludeerden dat partners nuttige informatiebronnen zouden kunnen zijn bij het meten van de impact van MS op het dagelijks leven van patiënten Ten slotte onderzochten we de responsiviteit van twee zelf invul vragenlijsten de MSIS 29 en de Multiple Sclerosis Walking Scale MSWS 12 door een groep patiënten voor en na intraveneuze behandeling met steroïden te bestuderen hoofdstuk 8 Als externe criteria om verbeterde patiënten te kunnen onderscheiden van degenen die niet verbeterden maakten we gebruik van een subjectieve score transitie vraag en van een objectieve score de EDSS De MSIS 29 en de MSWS 12 bleken responsieve meetinstrumenten die in

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/3020 (2016-02-04)
    Open archived version from archive


  • MSweb
    dan AA macrofagen In de rest van het lichaam is het goed gedocumenteerd dat KAmacrofagen schade induceren terwijl AA macrofagen betrokken zijn bij herstel Wanneer neuronen blootgesteld worden aan KA macrofagen gaan ze dood terwijl blootstelling aan AA macrofagen dit effect niet heeft Hoofdstuk 7 KA macrofagen zijn dus toxisch voor neuronen Ook medium waarin KA macrofagen gekweekt zijn en stoffen in hebben uitgescheiden is toxisch terwijl medium waarin AA macrofagen gekweekt zijn en stoffen in hebben uitgescheiden dit niet is Dus scheiden KA macrofagen toxische stoffen uit terwijl AA macrofagen dat niet doen AA macrofagen zijn in staat groeifactoren specifiek voor neuronen te maken terwijl KA macrofagen dit niet doen Het zou voor het herstel van neuronen in MS laesies dus goed zijn als de macrofagen in MS laesies van het AA subtype zijn Macrofaag subtypes in MS laesies Macrofagen zijn in staat te switchen tussen de verschillende subtypen door signalen uit de omgeving Eerder onderzoek heeft aangetoond dat macrofagen in MS laesies die myeline hebben gefagocyteerd zogenaamde schuimcellen cytokinen produceren die ontsteking tegen gaan In vitro vertoonden macrofagen die myeline hadden gegeten een verlaging van de ontstekingsreactie Onze hypothese was dat de inductie van het AA phenotype in deze macrofagen zou kunnen komen door de activatie van een bepaalde receptor de liver X receptor LXR Hoofdstuk 4 Deze receptor is betrokken bij zowel de vetbalans in cellen als bij immuunactivatie Myeline bestaat voornamelijk uit vet waardoor het deze receptor zou kunnen activeren Myeline fagocytose leidde niet tot verhoging van LXR expressie maar wel tot een verhoging van LXR activiteit Door LXR uit te schakelen was er geen verlaging meer te zien van de immuunreactie na myeline fagocytose Dit zou echter ook kunnen komen doordat de rem die door de expressie van LXR altijd op de activatie van macrofagen zit niet meer aanwezig is Wij ontdekten dat niet elk myeline preparaat dezelfde werking had Hoofdstuk 5 De myeline die leidde tot een verlaagde ontstekingsreactiee en cytokine productie bleek LPS wat een onderdeel is van een bacteriewand en zorgt voor een ontstekingsreactie te bevatten De effecten op de immuunreactie zouden dus ook door LPS veroorzaakt kunnen zijn aangezien een tweede blootstellin aan LPS de ontstekingsreactie verlaagd De myeline preparaten die geen LPS bevatte hadden geen onderdrukkend effect op de ontstekingsreactie In hoofdstuk 8 hebben we gekeken welk type KA of AA macrofagen aanwezig zijn in MS laesies hebben Wij hebben gebaseerd op literatuur een panel van markers geselecteerd die verschillend tot expressie komen op KA en AA macrofagen In de laesies van MS patiënten zagen wij dat vooral markers voor KA macrofagen hoog tot expressie komen terwijl markers voor AA macrofagen minder sterk aanwezig waren Dit duidt erop dat macrofagen in MS laesies vooral een CAilx ilxfenotype hebben Conclusie Wij hebben de rol die verschillende soorten macrofagen afhankelijk van hun staat van activatie zouden kunnen spelen bij schade en herstel aan zenuwcellen in kaart gebracht Zowel KA als AA macrofagen kunnen in MS laesies positieve effecten hebben De KA macrofagen

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/3061 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    de witte stof van de hersenen van mensen met MS Het mechanisme dat ten grondslag ligt aan dit effect is onbekend Wij hebben het effect van het verwijderen van B cellen op het immuunsysteem en de pathologie onderzocht Drie weken na immunisatie met rhMOG in CFA wanneer de T cel respons op gang is werden de B cellen verwijderd door wekelijkse behandeling met een nieuwe anti CD20 antistof rituximab We laten zien dat B cellen mogelijk werken als antigeen presenterende cel in het marmoset EAE model In de behandelde dieren was de deling en cytokine productie van T cellen in lymfoïde organen verminderd vergeleken met de niet behandelde dieren Ook laten we zien dat het verwijderen van B cellen leidt tot minder demyelinisatie en ontsteking in de witte en grijze stof van de hersenen in het ruggenmerg en de oogzenuw Deze resultaten tonen aan dat B cellen mogelijk een pathogene rol spelen door de activatie van autoreactieve T cellen en de inductie van de pathologie Herstel mechanismen In plaats van het onderdrukken van de immuunrespons is het stimuleren van nieuwe myeline aanmaak en de uitgroei van zenuwcellen een andere therapeutische strategie Om dit te onderzoeken zijn marmosets geïmmuniseerd met MOG34 56 in CFA en wekelijks behandeld met een antistof tegen Nogo A Nogo A is aanwezig in myeline en remt de uitgroei van zenuwcellen We hebben aangetoond dat een anti Nogo A antistof de ontwikkeling van klinische symptomen en pathologie remt Nogo A blijkt ook betrokken bij de aanmaak van myeline en de ontwikkeling van de myeline producerende oligodendrocyten Een anti Nogo A antistof kan dus potentieel een goede therapie zijn voor MS en andere ziekten waarin afbraak van myeline plaatsvindt Conclusie Deze studies laten zien dat MOG34 56 specifieke T cellen een belangrijke rol spelen in de pathogenese van EAE en mogelijk ook in MS Deze T cellen hebben de unieke combinatie van cytotoxiciteit en IL 17A productie en kunnen geactiveerd worden door immunisatie met MOG34 56 in IFA Dit laat zien dat dode bacteriën in het adjuvant niet noodzakelijk zijn voor de activatie van deze T cellen Tevens hebben we aangetoond dat een anti IL 17A antistof niet effectief is in het geteste marmoset EAE model Het verwijderen van B cellen en een anti Nogo A antistof zijn wel veelbelovende behandelmethoden voor MS Het verbeterde en verfijnde marmoset EAE model zal in de toekomst bijdragen aan verdere ontrafeling van de pathogenese en tevens meer gebruikt worden voor de preklinische validatie van nieuwe geneesmiddelen Proefschrift A primate view on multiple sclerosis Promotoren Prof dr J D Laman en prof dr R Benner Curriculum Vitae Naam Yolanda S Kap Geboren Amstelveen 12 oktober 1980 Opleiding 1999 Herman Wesselink College in Amstelveen 2003 Higher Laboratory Education Utrecht 2005 Biomedical Sciences VU Amsterdam Werkervaring 2005 2010 PHD project Dep Immunology Erasmus MC en BPRC 2010 Post doc at the Dep of Immunobiology BPRC Promotie 6 oktober 2010 Erasmus Rotterdam Relatie met MS Yolanda had geen speciale reden om voor een onderzoek naar

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/3045 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    gespecificeerde grens alpha waarbij een hoger gestelde grens overeenkomt met een hogere power Tenslotte is de power afhankelijk van het aantal proefpersonen wat gebruikt is in het onderzoek de zogenaamde steekproefgrootte of sample size Hoe groter de sample size hoe groter de power Om in het ontwikkelingsproces voorafgaand aan de klinische trial een zo efficiënt mogelijk onderzoek op te zetten is het gebruikelijk om een poweranalyse uit te voeren waarbij aan de hand van het verwachtte effect en een vastgestelde alpha en power de benodigde sample size kan worden geschat Zonder een dergelijke analyse bestaat de kans dat het aantal participerende proefpersonen te laag is en de trial daarmee de precisie ontbeert om een verschil aan te tonen Is de sample size juist te groot dan worden proefpersonen onnodig blootgesteld aan mogelijk schadelijke bijwerkingen en worden onnodig middelen geld en tijd verspild In een tijd waarin de beschikbaarheid van bewezen effectieve medicamenteuze behandelingen het gebruik van placebo gecontroleerde klinische trials bemoeilijken en onderzoek naar neuroprotectieve medicamenten steeds belangrijker wordt is zowel het gebruik van sensitieve en pathologisch specifieke MRI uitkomstmaten als ook het vooraf zo accuraat mogelijk bepalen van de benodigde sample size voor de efficiënte opzet van een klinische trial van groot belang Doel van het onderzoek Het doel van het onderzoek zoals beschreven in dit proefschrift was het exploreren van de statistische power van conventionele en niet conventionele MRI uitkomstmaten en de toepasbaarheid ervan in klinische trials door middel van het schatten van het benodigde aantal proefpersonen voor toekomstige klinische trials met behulp van statistische power analyses In hoofdstuk 2 komen MRI uitkomstmaten aan bod die toepasbaar zijn voor het monitoren van de mate van inflammatie in het brein In hoofdstuk 2 1 betreft het het aantal contrast aankleurend MS laesies Eerdere studies hebben aangetoond dat het statistische negatief binomiaal NB model een goede beschrijving geeft van de verdeling van deze uitkomstmaat in heterogene populaties van actieve MS patiënten waarbij niet uitgesloten was of alternatieve verdelingen een betere fit zouden geven In dit hoofdstuk bestudeerden we daarom de fit van een aantal bekende alternatieve statistische verdelingen in twee grote groepen Relapsing Remitting MS RRMS patiënten enNvonden dat de meest optimale en constante verdeling voor het modelleren van het aantal aankleurende laesies inderdaad het NB model was In hoofdstuk 2 2 pasten we de NB verdeling toe in een onderzoek waarin we het cumulatief aantal aankleurende laesies vergeleken met het aantal T2 subtractielaesies in een klinische trial Met behulp van regressie modellen gebaseerd op de NB verdeling kon in tegenstelling tot de non parametrische Mann Whitney U toets wel een effect van het toegepaste geneesmiddel aangetoond worden Het gebruik van T2 subtractielaesies gaf daarbij een 22 33 daling in het benodigde hoeveelheid patiënten De toename in power als gevolg van gebruik van een parametrische analyse methode werd hiermee duidelijk geïllustreerd en onderstreept de toegevoegde waarde van het bestuderen van de statistische verdeling van MRI uitkomstmaten in klinische trials In hoofdstuk 2 3 wordt een studie beschreven waarin de statistische

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/2900 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    onderzocht in de studie in hoofstuk 2 2 In de patiëntengroep is een relatie gevonden tussen het aantal corticale afwijkingen en testen voor geheugen en voor snelheid van informatieverwerking Er werden echter ook relaties gevonden tussen deze cognitieve testen en het aantal WS afwijkingen en tussen het aantal WM en corticale afwijkingen In welke mate corticale afwijkingen exact bijdragen aan cogntieve problemen kon in deze studie daarom niet achterhaald worden Een andere manier om GS schade in MS patiënten te bestuderen is door atrofie oftewel weefselverlies van de GS te meten In de studie beschreven in hoofdstuk 4 1 werden GS en WS atrofie gemeten in een groep van 927 MS patiënten Hoe goed deze MRI maten en de grootte van focale WS afwijkingen fysieke en cognitieve problemen konden verklaren werd onderzocht met regressiemodellen Het bleek dat GS atrofie dit het beste kon wat de klinische relevantie van deze maat onderstreepte Verder werd in deze studie onderzocht welke MRI variabelen GS atrofie kunnen verklaren Dit bleek het volume van WS lesies te zijn zoals gemeten op T2 gewogen beelden Tenslotte werd bevestigd in deze studie dat GS atrofie wel en WS atrofie niet of veel minder toegenomen is in progressieve patiënten in verhouding tot relapsing remitting patiënten Een mogelijke oorzaak voor het onvermogen van WS MRI maten om cognitieve achteruitgang te verklaren kan gelegen zijn in hun gebrek aan specificiteit Daarom is in hoofstuk 4 2 een andere meer specifieke kwantitatieve MRI maat genaamd cliffusion tensor imaging DTI gebruikt om de bijdrage van WS schade aan cognitieve achteruitgang te bepalen Dertig MS patiënten zijn vergeleken met 31 gezonde proefpersonen Bij de patiënten is schade gevonden in het corpus callosum de verbinding tussen de beide hersenhelften en in de fornix een belangrijke verbinding van de hippocampus deels gelegen buiten zichtbare WS afwijkingen Patiënten presteerden slechter op een test voor snelheid van informatieverwerking wat gerelateerd was aan schade in een gebied in het corpus callosum Het brein kan op een beperkt aantal manieren reageren op schade in een poging toch te blijven functioren Naast reparatie van de schade is een mogelijkheid tot adaptatie Hierbij worden andere hersengebieden en andere netwerken ingezet dan gebruikelijk om een bepaalde taak te vervullen Met functionele MRI kan adaptatie worden gemeten en kan daarmee deels de matige relatie tussen MRI maten van structurele schade en testen voor functionele beperking verklaren In twee studies in dit proefschrift is functionele connectiviteit die aangeeft in welke mate corticale gebieden samen actief of niet actief zijn berekend van fMRI beelden vervaardigd zonder dat de proefpersonen een taak uitvoerden Omdat tijdens een taak de energiebehoefte van het brein maar in een beperkte mate toeneemt vergeleken met het metabolisme van het brein in rust is het belangrijk ook eventuele functionele verschillen in rust toestand tussen MS patienten en gezonde proefpersonen te onderzoeken Omdat we op grond van onze eerdere studies wisten dat de hippocampus beschadigd is bij MS patienten vroegen we ons af in welk stadium hippocampale schade leidt tot geheugenverlies Daarom is

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/2834 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    en intermitterende auto immuunziekte Mentale vermoeidheid is niet alleen gemeten met een zelfrapportage vragenlijst subjectieve mentale vermoeidheid maar ook middels een taak die volgehouden mentale inspanning vergt objectieve mentale vermoeidheid In beide patiëntenpopulaties zijn de relaties tussen de mate van subjectief en objectief gemeten vermoeidheid en de ernst van de ziekte vergeleken Subjectieve en objectieve mentale vermoeidheid Vervolgens zijn in drie verschillende groepen de relaties onderzocht tussen enerzijds de subjectieve en objectieve maat van mentale vermoeidheid en anderzijds cerebrale witte stof laesies gemeten middels MRI en depressieve klachten De bevindingen laten zien dat MS patiënten meer mentale vermoeidheid ervaren dan beide controlegroepen maar dat de drie groepen niet verschillen wat betreft de objectieve maat van mentale vermoeidheid De ernst van de ziekte en de totale hoeveelheid cerebrale witte stof laesies hangen niet samen met beide maten van mentale vermoeidheid Depressieve klachten correleren alleen in de groep gezonde controle proefpersonen met de subjectieve maat van mentale vermoeidheid Concluderend heeft het onderscheid tussen subjectief en objectief gemeten mentale vermoeidheid niet bij kunnen dragen aan ons inzicht in het wel of niet ziektespecifiek zijn van mentale vermoeidheid bij MS Hierna is opnieuw de ziektespecificiteit van vermoeidheid bij MS onderzocht door 88 MS patiënten te vergelijken met 76 CU patiënten Daarbij is vooral gekeken naar de bijdrage van ziekte ernst depressie en negatieve affectiviteit aan zowel lichamelijke als mentale vermoeidheid Hoewel MS patiënten zowel meer lichamelijke als mentale vermoeidheid ervaren dan CU patiënten vonden we geen groepsverschillen ten aanzien van de bijdrage van ziekte ernst depressie en negatieve affectiviteit aan zowel lichamelijke als mentale vermoeidheid Deze studie laat zien dat ziekte ernst een onafhankelijke bijdrage levert aan lichamelijke vermoeidheid en niet aan mentale vermoeidheid terwijl het tegenovergestelde het geval is voor negatieve affectiviteit Depressie levert zowel een bijdrage aan lichamelijke als aan mentale vermoeidheid Hoewel MS patiënten meer vermoeidheid ervaren dan CU patiënten zijn de correlaten niet specifiek voor MS en ondersteunen de resultaten een transdiagnostische benadering van vermoeidheid bij MS Catastroferen In het volgende hoofdstuk is de invloed van catastrofale mis interpretaties op vermoeidheid en lichamelijke beperkingen onderzocht in een groep van 262 MS patiënten We hebben een cognitief gedragsmatig model vergeleken met een traditioneel biomedisch model middels structural equation modeling Exploratief gebruik van deze methode heeft ons geleid naar een geïntegreerd cognitief gedragsmatig model waarin catastroferen over vermoeidheid een sleutelrol vervult en de relatie tussen vermoeidheid en vermoeidheid gerelateerde angst en vermijdingsgedrag medieert In dit geïntegreerde model draagt ziekte ernst indirect bij aan vermoeidheid via zowel vermoeidheid gerelateerde angst en vermijdingsgedrag als lichamelijke beperkingen Depressie blijkt een negatief gevolg te zijn van lichamelijke beperkingen en draagt direct bij aan zowel vermoeidheid als catastroferen over vermoeidheid Onze studie laat zien dat niet alleen de ernst van de symptomen maar met name catastroferen over vermoeidheid vermoeidheid gerelateerde angst en vermijding in combinatie met depressie significante determinanten zijn van vermoeidheid en lichamelijke beperkingen bij MS patiënten De resultaten suggereren dat modificatie van catastroferende gedachten over vermoeidheid een veelbelovende methode van interventie kan zijn om ervoor

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/2784 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    geen invloed had op de voorspellende waarde van MRI Daarnaast bleek dat een tweede scan na 9 maanden de hoogste additionele voorspellende waarde had vergeleken met een tweede scan na drie of zes maanden In Hoofdstuk 3 onderzochten we de waarde van single slab 3D technieken voor de cross sectionele detectie van MS afwijkingen in zowel het gehele brein als de179hippocampus vergeleken met conventionele 2D technieken We waren in staat om met single slab 3D beelden meer MS afwijkingen in zowel de witte en grijze stof te detecteren dan met 2D beelden D DIR was het meest sensitief om afwijkingen in de grijze stof te detecteren en 3D FLAIR om afwijkingen in de witte stof te detecteren Daarnaast hebben single slab 3D beelden geen last van flow artefacten waardoor we beter in staat waren infratentoriële afwijkingen te detecteren Dit zijn belangrijke bevindingen die mogelijk kunnen leiden tot een nieuw MS beeldvormingsprotocol wat zou kunnen bestaan uit een combinatie van 3D DIR en 3D FLAIR beelden Wij richtten ons op de hippocampus een hersenstructuur die essentieel is voor geheugenprocessen Ook hier bleek 3D DIR de meest sensitieve sequentie om afwijkingen in de grijze stof te detecteren Hoofdstuk 4 richtte zich op het verbeteren van de longitudinale detectie van MS afwijkingen met behulp van subtractiebeelden We detecteerden 1 7 keer zoveel MS afwijkingen in het brein met subtractiebeelden vergeleken met ongeregistreerde conventionele MRI beelden Tevens was de betrouwbaarheid tussen twee beoordelaars hoger Ook boden subtractiebeelden de mogelijkheid om specifiek de volumes te bepalen van nieuwe en vergrote afwijkingen Hierdoor waren subtractiebeelden sensitiever in het detecteren van een behandelingseffect dan conventionele beelden Dit is een zeer interessant resultaat aangezien dit mogelijk kan leiden tot een vermindering van het aantal benodigde patiënten en MRI scans bij de beoordeling van de effectiviteit van een nieuw MS medicament Verder bestudeerden we T2 gewogen subtractiebeelden over een tijdsperiode van 9 maanden met maandelijkse T1 gewogen beelden na toediening van gadolinium Ondanks dat we minder afwijkingen detecteerden met subtractie dan met gadolinium was subtractie sensitiever in het detecteren van een behandelingseffect Dit resultaat is zeer interessant aangezien ook dit tot een vermindering kan leiden van het benodigde aantal patiënten scans en gadoliniuminjecties om een behandelingseffect te detecteren Een vermindering van het aantal gadoliniuminjecties betekent mogelijk ook een verlaging van het gezondheidsrisico voor patiënten aangezien recentelijk bekend is geworden dat het herhaaldelijk toedienen van gadolinium mogelijk schadelijk is voor mensen met nierfunctiestoornissen In hoofdstuk 5 zochten we naar een optimale strategie om MS afwijkingen in het brein in zowel plaats als tijd spatiotemporeel te detecteren Hiervoor combineerden we de in hoofdstuk 3 beschreven single slab 3D beelden met de in hoofdstuk 4 beschreven subtractiebeeldbewerkingtechniek 3D beelden hebben een inherente hogere signaal ruis verhouding dan 2D beelden Dit maakt het mogelijk om kleinere isotrope voxels te verkrijgen Dit leidt niet alleen tot een hogere cross sectionele detectie van MS afwijkingen maar bevordert mogelijk ook de accuratesse van de subtractie beeldbewerkingstechniek resulterend in een beter subtractiebeeld 3D subtractie beelden bleken inderdaad

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/2829 (2016-02-04)
    Open archived version from archive

  • MSweb
    gevonden als MScl monsters werden vergeleken met monsters van controle patiënten zonder ontstekingen Drie van deze eiwitten werden geïdentificeerd waarvan er een chromogranine A werd bevestigd door extra experimenten uit te voeren met een specifieke test om de concentratie van dit eiwit te bepalen In hoofdstuk 5 introduceren wij een nieuwe kwantitatieve massaspectrometrie methode en wordt deze methode gebruikt om 163 liquor cerebrospinalis monsters te analyseren De drie eiwitten die eerder gevonden werden werden ook door deze methode als verschillen tussen MScl en controle patiënten zonder ontstekingen gevonden Een aantal andere eiwitten waaronder een flink aantal dat past in de huidige kennis van de pathologie van MScl kon aan deze lijst worden toegevoegd Het grootste gedeelte van deze eiwitten kan worden geplaatst in de ingeboren arm van het immuun systeem een proces wat wellicht direct gekoppeld is met de neurodegeneratieve component van de ziekte Met uitzondering van hoofdstuk 6 van dit proefschrift worden wereldwijd eigenlijk vrijwel alle proteomics studies in liquor cerebrospinalis van MScl patiënten uitgevoerd zonder onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van MScl In dit hoofdstuk beschrijven wij de experimenten die gedaan zijn om verschillen te identificeren tussen twee vormen van MScl de primair progressieve en de relapsing remitting vorm Door middel van de kwantitatieve methode beschreven in hoofdstuk 5 werden een aantal eiwitten gevonden die verschillend waren tussen de twee vormen van MScl Voor twee van deze eiwitten jagged 1 en vitamine D bindend eiwit kan met andere validatie technieken worden bevestigd dat deze inderdaad verlaagd aanwezig waren in de primair progressive vorm van de ziekte vergeleken met de relapsing remitting vorm Conclusie De resultaten van deze studies tonen aan dat proteomics en massaspectrometrie technieken van substantiële toegevoegde waarde zijn in het veld van biomarker onderzoek naar neurologische ziekten en dat de door deze technieken gevonden biomarkers betrouwbaar gevalideerd kunnen worden met andere analytische technieken Alhoewel de gepresenteerde resultaten niet direct leiden tot nieuwe therapeutische doelen voor MScl therapie wordt er wel nieuwe informatie toegevoegd aan de huidige kennis die zeer nuttig zal zijn voor verdere opheldering van de processen die een rol spelen bij deze ziekte Vooruitgang in massaspectrometrie technieken en analyse software zullen het in de toekomst mogelijk maken om nog meer in detail grote aantallen monsters te analyseren en meer informatie te verschaffen over de processen die een rol spelen in MScl Proefschrift Cerebrosinal Fluid Proteomics of MS Patients Promotor prof dr R Q Hintzen Copromotor dr T M Luider Curriculum Vitae Naam Marcel P Stoop Geboren 18 oktober 1977 te Rotterdam Opleiding 1996 VWO Emmaus College Rotterdam 2004 doctoraal Bio Farmaceutische Wetenschappen RUL 2004 08 Promotieonderzoek Erasmus MC afd Neurologie Werkervaring 2008 Post doc onderzoeker Massaspectrometrie technieken naar MS en EAE Promotie 11 februari 2010 Erasmus Universiteit Rotterdam Relatie met MS Dat Marcel onderzoek naar MS is gaan doen is toeval Tijdens mijn stage in het laatste jaar van mijn studie heb ik mij gespecialiseerd in de analyse technieken die ik nu voor deze studies naar MS gebruik Na mijn studie heb

    Original URL path: http://www.msweb.nl/proefschriften/2811 (2016-02-04)
    Open archived version from archive



  •