archive-nl.com » NL » N » NATIONALEOMBUDSMAN.NL

Total: 2034

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Ik heb financiële problemen door het traag of onjuist handelen van de Belastingdienst/Toeslagen. Kan de ombudsman mij helpen? | Nationale ombudsman
    onjuist handelen van de Belastingdienst Toeslagen Kan de ombudsman mij helpen Als u in dringende financiële problemen komt door Belastingdienst Toeslagen en u komt er met de Belastingdienst Toeslagen niet uit neemt u dan telefonisch contact op met de ombudsman via het gratis nummer 0800 33 55 555 Dan bekijken we of de ombudsman in uw situatie iets kan betekenen Delen Deel op twitter Deel op facebook Deel op linkedin

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/vraag-en-antwoord/vraag-over-toeslagen-1 (2015-08-09)
    Open archived version from archive


  • Wanneer neemt de ombudsman mijn klacht in behandeling? | Nationale ombudsman
    neemt de ombudsman mijn klacht in behandeling De Nationale ombudsman neemt uw klacht pas in behandeling als u eerst uw klacht heeft ingediend bij de Belastingdienst maar er samen niet uitkomt met de Belastingdienst Toeslagen Lees op de pagina Procedure alles wat u moet weten over wanneer wij uw klacht kunnen behandelen Delen Deel op twitter Deel op facebook Deel op linkedin Informatie speciaal voor Kinderen Veteranen Ondernemers Informatie voor

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/vraag-en-antwoord/wanneer-neemt-de-ombudsman-mijn-klacht-in-behandeling- (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • Belastingdienst verstrekt inkomensgegevens aan verhuurders vrije sector | Nationale ombudsman
    hogere inkomensgroepen uit de sociale verhuur stimuleren Om te bepalen wie tot deze groep behoort mogen verhuurders van sociale huurwoningen de inkomensgegevens van hun huurders opvragen bij de Belastingdienst Vragen Brenninkmeijer wil van de Belastingdienst weten hoe hij het verstrekken van de inkomensgegevens aan sociale verhuurders heeft geregeld Op de website van de Rijksoverheid staat nu Huurt u een vrije sector woning en heeft uw verhuurder toch een inkomensindicatie voor uw woning opgevraagd bij de Belastingdienst U kunt dit schriftelijk melden aan de Belastingdienst Centrale Administratie Daaruit blijkt dat de Belastingdienst feitelijk gegevens verstrekt als deze onbevoegd worden opgevraagd door een vrije sector verhuurder De ombudsman wil weten of het hier gaat om een bewuste keuze of een bewust aanvaard gevolg Hoe wordt bovendien gewaarborgd dat mensen die helemaal geen verhuurder zijn deze gegevens opvragen Tot slot vraagt Brenninkmeijer de Belastingdienst serieus in te gaan op de klachten van de drie huurders die zich bij hem gemeld hebben Reactie Belastingdienst In reactie hierop laat de Belastingdienst schriftelijk aan de Nationale ombudsman weten dat de Belastingdienst handelt conform de regelgeving rond de inkomensafhankelijke huurverhoging van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Dit ministerie is verantwoordelijk voor het huurbeleid Daar waar bij de Belastingdienst signalen binnenkwamen die erop leken dat sprake was van het structureel opvragen van gegevens van niet gereguleerde huursituaties is er contact geweest met de verhuurcorporatie Over signalen afkomstig uit de praktijk is overleg tussen de Belastingdienst en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties De Nationale ombudsman zal mede op basis van de brief van de Belastingdienst de ontvangen signalen beoordelen en vervolgens tot afronding van het onderzoek komen Onderwerpen belastingdienst verhuurder gegevens inkomensgegevens om huurverhoging Delen Deel op twitter Deel op facebook Deel op linkedin Gerelateerd Rapport 28 oktober 2013 2013 152 Eigen onderzoek naar verstrekking

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/2013/belastingdienst-verstrekt-inkomensgegevens-aan (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • 2008/004 | Nationale ombudsman
    arts ondanks begrip voor de cliënt een beslissing moet nemen en dat die beslissing niet noodzakelijkerwijs overeenkomt met de visie van cliënt Het UWV gaf nog aan het te betreuren dat verzoeker het gesprek als vervelend had ervaren het was nooit de bedoeling geweest om verzoeker te kwetsen 3 Op 28 februari 2007 diende verzoeker een klacht in bij de Nationale ombudsman over de handelwijze van de verzekeringsarts en over de wijze waarop zijn klacht daarover was afgehandeld Hij wees er daarbij onder meer op dat de door hem ingevulde vragenlijst die hij moest invullen en aan de arts moest afgeven tijdens het gesprek niet was doorgesproken 4 Door tussenkomst van de Nationale ombudsman vond op 8 mei 2007 een gesprek plaats tussen verzoeker en zijn echtgenote enerzijds en de klachtenambassadeur en de verzekeringsarts anderzijds Daarin gaf de arts onder meer aan dat hij achteraf gezien uit het oogpunt van volledigheid beter wel nadere medische informatie had kunnen opvragen Naar aanleiding van het gesprek werd een aantal correcties in de rapportage aangebracht PET scan werd veranderd in MRI scan en van de zin Nadere informatie is niet opgevraagd omdat het thans weinig toegevoegde waarde heeft en betrokkene ook nergens onder behandeling is werd het laatste gedeelte na het woordje en weggehaald Verzoeker gaf tijdens het gesprek onder meer aan dat de arts hem onmogelijk na zeven á acht jaar volledige arbeidsongeschiktheid van het ene op het ander moment geschikt kon achten om veertig uur per week te kunnen werken Ook gaf hij aan dat hij en zijn vrouw na het gesprek met de arts herhaaldelijk hadden geprobeerd om met de arts in contact te komen en hij bij de arbeidsdeskundige uitdrukkelijk had gevraagd om het opvragen van medische informatie nog eens bij de arts onder de aandacht te brengen 5 Verzoeker wendde zich op 10 mei 2007 opnieuw tot de Nationale ombudsman waarbij hij aangaf dat het gesprek niet bevredigend was verlopen en dat hij zijn oorspronkelijk ingediende klacht wilde handhaven 6 Op 30 mei 2007 legde de Nationale ombudsman de klacht voor aan het UWV en de arts De arts gaf onder meer aan dat verzoeker tijdens het gesprek met hem had gevraagd om medische informatie in te winnen bij de specialisten De arts had daarop aangegeven dat hij op basis van het verzekeringsgeneeskundige dossier en het verhaal van verzoeker voldoende informatie had om tot een beoordeling te komen Het UWV stelde dat hoewel het besluit van de arts om geen medische informatie op te vragen invoelbaar was controles waren de afgelopen jaren goed geweest en de arts was uit eerdere rapporten op de hoogte van de aard van het ziektebeeld het het beste was geweest om het toch te doen met name met het oog op de prognose Daarnaast wees het UWV erop dat de arbeidsdeskundige verzoekers verzoek om bij de arts aan te dringen op het inwinnen van medische informatie niet conform de verzekeringsgeneeskundige standaard had doorgegeven aan de arts Het UWV achtte de klacht om die reden dan ook gegrond verzoeker had het verzoek bij het UWV neergelegd en het UWV had daaraan gehoor moeten geven 7 De verzekeringsarts gaf verder aan dat hij zich niet kon herkennen in het beeld dat verzoeker van hem had geschetst als zou hij niet hebben geluisterd en geen begrip voor hem hebben opgebracht Hij gaf aan het te betreuren dat wat hij had aangegeven in het gesprek blijkbaar niet goed was overgekomen bij en begrepen door verzoeker Het was nooit zijn intentie om verzoeker te behandelen bejegenen zoals verzoeker dat kennelijk wel had ervaren Tijdens het gesprek was er normaal contact en de toonzetting was vriendelijk De arts had zo stelde hij uitvoerig stilgestaan bij verzoekers klachten ziektebeeld en beperkingen Ook had hij zijn conclusie meegedeeld dat verzoeker geschikt was te werken zonder beperking in urental Verzoeker gaf toen aan veel moeite met die conclusie te hebben waardoor een zeker spanningsveld ontstond De vragenlijst was aldus de arts niet besproken omdat die helder was en in voldoende mate ingevuld Het was volgens de arts achteraf gezien beter geweest dit tijdens het gesprek als zodanig richting verzoeker aan te geven De arts gaf verder aan dat hij zich tijdens het gesprek met verzoeker terdege had gerealiseerd dat zijn oordeel consequenties voor zijn uitkering zou kunnen hebben al was de uiteindelijke uitkomst van de beoordeling niet per definitie in te schatten omdat het van de beoordeling door de arbeidsdeskundige afhing wat de feitelijke consequenties voor de utkering zijn 8 Het UWV werd ook gevraagd te reageren op verzoekers klacht dat de arts niet in staat is ex kankerpatiënten te beoordelen mede bezien in het licht van het feit dat het UWV een proef was gestart met het beoordelen van ex kankerpatiënten De proef zo gaf het UWV aan is opgezet in overleg met de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties NFK naar aanleiding van signalen van onvrede bij patiëntenorganisaties over met name de beoordeling van de beperkingen bij moeheidklachten bij patiënten met of na kanker Er wordt onderzocht of er verschil is tussen beoordelingen die verricht worden door verzekeringsartsen zonder specifieke scholing op dit gebied en specifiek geschoolde of op dit terrein gespecialiseerde verzekeringsartsen Er konden nog geen conclusies worden getrokken gelet op het stadium waarin dit onderzoek zich bevond Het UWV wees erop dat de arts niet van mening was dat hij geen grip had op de situatie Er is volgens het UWV ook geen aanleiding om aan te nemen dat geregistreerde verzekeringsartsen in het algemeen niet in staat zouden zijn om cliënten met een kwaadaardige ziekteoorzaak te beoordelen Het feit dat verzekeringsartsen extra scholing krijgen op dit gebied betekent niet dat ze onvoldoende op de hoogte zijn Uitgangspunt is dat elke geregistreerde verzekeringsarts elke situatie kan beoordelen Hij kan zich zo nodig bij laten staan door een specialist middels een expertise 9 Verzoeker gaf in reactie op het standpunt van het UWV onder meer aan dat hij het onbegrijpelijk vond dat de arts aanvankelijk stelde dat hij voor zijn oordeel voldoende informatie had uit het dossier uit eerdere rapportages bleek volgens verzoeker namelijk een onveranderd negatief toekomstbeeld Waar de arts stelde dat er geen nadere bespreking van de vragenlijst meer nodig was omdat die helder was en voldoende ingevuld wees verzoeker erop dat de arts de envelop met de vragenlijst erin tijdens het gesprek niet had ingekeken Verzoeker gaf nogmaals dat de arts hem tijdens het gesprek niet had meegedeeld dat hij veertig uur moest gaan werken Ook niet nadat verzoeker hem daarnaar had gevraagd Verder wees hij erop dat als de arts wel goed had geluisterd er geen fouten in de rapportage zouden hebben gestaan 10 Verzoekers opmerking dat de vragenlijst in een envelop was aangeleverd en niet door de arts was bekeken werd vervolgens door de arts bestreden Beoordeling 11 Het vereiste van actieve en adequate informatieverwerving houdt in dat bestuursorganen bij de voorbereiding van hun handelingen de relevante informatie verwerven Dat speelt te meer in het geval waarin die handelingen vergaande consequenties kunnen hebben voor de burger 12 Verzoeker klaagt erover dat de verzekeringsarts in het kader van zijn onderzoek geen medische informatie bij de behandelaars heeft opgevraagd Op grond van de verzekeringsgeneeskundige standaard met richtlijnen voor communicatie tussen bedrijfs en verzekeringsartsen met behandelaars zie Achtergrond is het aandringen van een cliënt op overleg met zijn behandelaar een formele indicatie voor communicatie met de behandelaar Als een cliënt in zijn verzoek persisteert nadat de verzekeringsarts hem nogmaals heeft uitgelegd waarom hij het niet nodig vindt contact te leggen met zijn behandelaar dan moet dat verzoek worden gehonoreerd Aangezien verzoeker bij de arbeidsdeskundige heeft aangedrongen nadat hij daartoe de verzekeringsarts tevergeefs had geprobeerd te bereiken om medische informatie op te vragen had de verzekeringsarts conform de richtlijn alsnog contact op moeten nemen met verzoekers behandelaars 13 Er was in dit geval dus zo heeft het UWV ook tijdens onderzoek erkend een formele reden om medische informatie op te vragen De Nationale ombudsman is echter van mening dat er in dit geval eerst en vooral ook een inhoudelijk e reden was om die informatie op te vragen Allereerst omdat de beoordeling door de verzekeringsarts in 2006 op basis van het verzekeringsgeneeskundige dossier en zijn anamnese een radicale wijziging betekende ten opzichte van de beoordelingen in de voorgaande jaren Verzoeker had immers sinds 1998 in verband met zijn ziekte niet meer gewerkt en werd na diverse beoordelingen door het UWV ononderbroken volledig arbeidsongeschikt geacht Het oordeel van de arts om hem volledig belastbaar te achten zou verregaande consequenties hebben voor verzoeker Daarnaast speelt mee dat verzoeker ex kankerpatiënt is met spier en gewrichts pijnklachten die volgens de specialisten een uitvloeisel zijn van alle bestralingen en chemokuren die hij heeft gehad Verzoeker heeft dat ook bij de verzekeringsarts aangegeven Bekend is verder dat het UWV op aandringen van een patiëntenorganisatie een proef is gestart naar de beoordeling van deze specifieke groep patiënten Uit de proef moet blijken of de beoordeling van dit soort klachten extra specialistische kennis vereist Die proef in combinatie met de genoemde ommezwaai in het oordeel over de arbeidsongeschiktheid had voor de verzekeringsarts reden moeten zijn om contact op te nemen met verzoekers behandelaars Door dat niet te doen heeft hij gehandeld in strijd met het vereiste van actieve informatieverwerving De onderzochte gedraging is op dit punt niet behoorlijk 14 Doordat de arts ten onrechte geen informatie bij de specialisten heeft opgevraagd is het onderzoek naar verzoekers on geschiktheid tot werken onvolledig en daarmee onvoldoende geweest De arts had die informatie moeten opvragen en vervolgens moeten wegen alvorens tot een oordeel te komen over verzoekers on geschiktheid tot werken In zoverre kan dus gesteld worden dat de arts niet in staat was om verzoeker te beoordelen en is de onderzochte gedraging niet behoorlijk Of de arts in het algemeen niet in staat is om ex kankerpatiënten te beoordelen kan hier niet worden vastgesteld Een verzekeringsarts heeft een jarenlange specialistische opleiding gevolgd om onder meer de on geschiktheid tot werken van cliënten van het UWV te kunnen beoordelen Of die opleiding onvoldoende is om de geschiktheid tot werken bij ex kankerpatiënten te beoordelen zal mogelijk blijken uit de proef die het UWV is gestart Immers daarbij worden beoordelingen door artsen die speciale scholing op dit gebied hebben gehad vergeleken met beoordeling door artsen zonder die scholing 15 Verzoeker klaagt er verder over dat de verzekeringsarts tijdens het keuringsgesprek niet goed naar hem heeft geluisterd hetgeen onder meer zou blijken uit fouten in de rapportage De verzekeringsarts herkent zich daarin niet Hij stelt dat hij wel degelijk naar verzoeker heeft geluisterd en betreurt het dat wat hij heeft aangegeven in het gesprek blijkbaar niet goed was overgekomen bij en begrepen door verzoeker Het was nooit zijn intentie om verzoeker te behandelen of te bejegenen zoals verzoeker dat kennelijk had ervaren 16 De visies van de arts en van verzoeker zijn op dit punt tegenstrijdig Duidelijk is dat ze het gesprek totaal verschillend hebben ervaren en een verschillende weergave hebben van wat er tijdens het gesprek is gezegd en gedaan Nu er echter geen feiten of omstandigheden zijn gebleken op grond waarvan de visie van de een aannemelijker moet worden geacht dan die van de ander onthoudt de Nationale ombudsman zich op dit punt van een oordeel Dat de rapportage na de klacht van verzoeker op punten is aangepast doet daaraan niet af Als de inhoud van een verzekeringsgeneeskundige rapportage achteraf wordt gecorrigeerd wil dat niet zonder meer zeggen dat de arts tijdens het spreekuurcontact niet goed heeft geluisterd Nu er geen derde partij bij het gesprek aanwezig is geweest kan niet worden vastgesteld wat er precies is gezegd Bovendien kan het zijn dat de arts het per abuis verkeerd heeft opgeschreven III Ten aanzien van de klachtafhandeling Bevindingen 1 Verzoeker diende begin februari 2007 zijn klacht over de arts in bij het UWV Hij klaagde onder meer over onjuistheden in de rapportage en over het niet opvragen van medische informatie bij zijn behandelaars Ook gaf hij aan dat hij door het gesprek met de arts geestelijk en lichamelijk een enorme klap had gehad dat hij zich vernederd en onbegrepen voelde en daardoor in de zomer op doktersadvies medicijnen had moeten gebruiken Hij vergeleek het effect van het gesprek met dat van de mededeling van de specialist destijds dat hij darmkanker had Verzoeker stelde de arts verantwoordelijk voor de materiele en immateriële schade die hem en zijn gezin door de herbeoordeling was aangedaan 2 Kort na indiening van de klacht nam de klachtenambassadeur telefonisch contact op met verzoeker Tijdens dat contact gaf verzoeker onder meer aan dat hij na het gesprek met de arts herhaaldelijk had geprobeerd het UWV te benaderen opdat er alsnog contact met zijn behandelaars zou worden opgenomen 3 Op 22 februari 2007 werd de klacht per brief ongegrond geacht omdat de ingewonnen informatie geen reden gaf aan de handelwijze van de arts te twijfelen Uit de brief bleek dat de klachtenambassadeur via de stafverzekeringsarts de arts om een reactie had gevraagd en dat de arts stelde naar verzoeker te hebben geluisterd zijn conclusie te hebben verteld en begrip te hebben voor verzoekers situatie De arts zag de toegevoegde waarde niet van het opvragen van nadere informatie bij verzoekers behandelaars bovendien was de overweging dat het contact met de behandelaars op dat moment meer het aspect had van controle dan van therapie Het UWV gaf nog aan het te betreuren dat verzoeker het gesprek als vervelend had ervaren het was nooit de bedoeling geweest om verzoeker te kwetsen 4 Verzoeker uitte via een e mailbericht van 1 maart 2007 aan de klachtenambassadeur zijn teleurstelling en verbazing over de reactie op de klacht Hij gaf onder meer aan dat hij in de reactie op de klacht weinig terugvond van hetgeen hij met de ambassadeur had besproken en van de punten die hij schriftelijk had aangevoerd 5 Verzoeker wendde zich op 28 februari 2007 schriftelijk tot de Nationale ombudsman waarbij hij onder meer klaagde over de klachtafhandeling door het UWV Daarbij wees hij erop dat voorbij was gegaan aan de enorme impact die het gesprek met de arts op hem had gehad om die reden had hij het UWV in zijn klachtbrief ook om een schadevergoeding gevraagd Verder was voor hem onbegrijpelijk dat de klacht over de arts ongegrond was verklaard En hij wees erop dat het UWV niet op alle door hem genoemde klachten had gereageerd Hij gaf in zijn brief overigens nog aan dat de ambassadeur hem tijdens het telefonisch contact naar aanleiding van de klacht had voorgesteld om een gesprek met de arts aan te gaan Verzoeker liet hem na een dag bedenktijd telefonisch weten dat hij samen met zijn vrouw wel een gesprek met de arts wilde 6 De Nationale ombudsman vroeg het UWV op 20 maart 2007 naar aanleiding van de ontvangst van verzoekers klacht waarom er naar aanleiding van de klacht geen gesprek had plaatsgevonden tussen verzoeker en de arts Het UWV gaf aan dat er gezien de inhoud van de klacht niet was gekozen voor een gesprek De klachtenambassadeur gaf aan dat hij naar zijn beleving geen gesprek tussen verzoeker en de verzekeringsarts had aangeboden Mogelijk dat hij dat als optie in het gesprek had genoemd maar hij kon zich de toezegging zeker niet herinneren 7 Door tussenkomst van de Nationale ombudsman vond op 8 mei 2007 een gesprek plaats tussen verzoeker en zijn echtgenote enerzijds en de klachtenambassadeur en de verzekeringsarts anderzijds Daarin gaf de arts onder meer aan dat hij achteraf gezien uit het oogpunt van volledigheid beter wel nadere medische informatie had kunnen opvragen Naar aanleiding van het gesprek werd een aantal correcties in de rapportage aangebracht Verzoeker gaf tijdens het gesprek onder meer aan dat hij en zijn vrouw na het spreekuurcontact met de arts herhaaldelijk hadden geprobeerd om met de arts in contact te komen en hij bij de arbeidsdeskundige uitdrukkelijk had gevraagd om het opvragen van medische info nog eens bij de arts onder de aandacht te brengen 8 Aangezien het gesprek van 8 mei 2007 voor verzoeker niet afdoende was wendde hij zich tot de Nationale ombudsman Tijdens het onderzoek werd het UWV gevraagd toe te lichten waarom verzoekers klacht ongegrond was verklaard Het UWV gaf daarop aan dat het zwaartepunt van de klacht lag in het feit dat verzoeker geschikt werd geacht om veertig uur te werken in combinatie met de na onderzoek nieuw verkregen medische informatie van de specialist De beoordeling door de arts was volgens de stafverzekeringsarts vakinhoudelijk correct geweest Daarnaast wees het UWV erop dat emoties een grote rol speelden bij verzoeker Zijn oordeel over de arts kreeg volgens het UWV na uitkomst van zijn bezwaarzaak een harder karakter na de bezwaarzaak diende hij een klacht in 9 In het kader van het onderzoek werd het klachtdossier opgevraagd Met name vroeg de Nationale ombudsman het UWV om alle stukken dus ook notities gespreksverslagen die in het kader van de klachtbehandeling waren opgemaakt Het UWV stuurde daarop een e mailbericht dat de klachtenambassadeur op 5 februari 2007 naar twee stafverzekeringsartsen hij wist niet welke van hen verantwoordelijk was had gestuurd waarin hij aangaf dat het ging om een bejegeningsklacht In het bericht staat verder onder meer het volgende Graag klacht met de verzekeringsarts N o bespreken en zonodig cliënt uitnodigen voor een gesprek daar wil ook wel bij zijn Cliënt wil vergoeding materiele en immateriële schade Ik heb aangegeven dat dat wat moeilijk ligt binnen de organisatie Mogelijk dat UWV een cadeaubon of iets dergelijks kan sturen M i zal dan ook duidelijk moeten zijn of het onderzoek destijds zorgvuldig is verricht Beoordeling 10 Het motiveringsvereiste houdt in dat het handelen van bestuursorganen feitelijk en logisch wordt gedragen door een kenbare motivering Ook impliceert het dat een bestuursorgaan in de afdoeningsbrief naar aanleiding van een klacht in beginsel op alle klachtonderdelen dient in te gaan 11 Het UWV heeft verzoeker klacht ongegrond verklaard omdat de informatie die tijdens het onderzoek was ingewonnen geen reden gaf te twijfelen aan de handelwijze van de arts Verzoeker

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2008/004 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • 1998/131 | Nationale ombudsman
    matregelen zal moeten afhangen van de bevindingen van metingen die waren afgesproken Dit zal echter niet vrijblijvend zijn aldus bedoelde brief Uit het dossier blijkt dat er nadien geen contact meer is geweest en geen controle is uitgeoefend Dit is niet conform de afgesproken interne AI procedures Dat de Arbeidsinspectie geen aanleiding heeft gezien het bedrijf te inspecteren is slechts deels te verklaren uit het feit dat men eind 1994 kennis had genomen van berichtgeving in de pers dat het CCTO met nieuwbouw was gestart hetgeen eerder als optie tot structurele verbetering van de situatie was genoemd De zaak kwam eerst opnieuw in de aandacht van de Arbeidsinspectie bij brief van 15 september 1996 Daarin verzocht verzoeker N o de Arbeidsinspectie de onderzoeksresultaten aan hem ter beschikking te stellen of zo wij deze niet in bezit hadden maatregelen te nemen Dit verzoek werd op 1 november 1996 herhaald en met brief van 10 november 1996 door klager onder de aandacht gebracht van de Minister Het bedrijf werd opnieuw ge nspecteerd op 22 november 1996 De arbeidsinspecteur heeft bij die gelegenheid vastgesteld dat er inmiddels maatregelen waren getroffen die een adequate reactie vormden op de gesignaleerde problemen Er werd gebruik gemaakt van een overdruk onderdruk systeem Daarnaast werd de lucht gefilterd m b v wassers en zgn absoluut filters waarmee de sporen werden afgevangen Voorts waren er protocollen in ontwikkeling die de gedragsregels vastlegden Ten slotte gebeurde het afwegen en verpakken in een speciale ruimte met onderdruk en luchtflow Bovendien werden net als vroeger waar nodig persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekt bij het betreden van ruimten In reactie op de door klager verzonden brieven is op grond van deze bevindingen dan ook aangegeven dat de door de werkgever getroffen maatregelen als zijnde afdoende zijn beoordeeld Naar aanleiding van uw vraag of naar mijn mening over het al dan niet gegrond zijn van de klacht van verzoeker N o het volgende Het toezenden van een rapport door de Arbeidsinspectie dat niet in haar bezit is is onmogelijk Terecht kan daarbij de vraag worden gesteld of eind 1994 een actievere opstelling van de Arbeidsinspectie bij het opvragen van het rapport verwacht had mogen worden te meer daar dit in het onderhavige geval onderdeel van de met het bedrijf gemaakt afspraken was Indien dat laatste aspect als onderdeel van de door verzoeker N o ingediende klacht wordt beschouwd is de klacht voor wat betreft dit onderdeel naar mijn mening gegrond 4 De reactie van verzoeker In reactie op het standpunt van de Minister deelde verzoeker onder meer het volgende mee 16 Omdat ik maar niets hoorde m b t het SPORENONDERZOEK en het dus weer kunnen beginnen met mijn werk verzocht ik de Arbeidsinspectie d d 4 juni 1995 o a hoe het nu met de sporenmetingen gesteld was Beoordeling 1 Algemeen 1 1 Naar aanleiding van een klacht van verzoeker over de arbeidsomstandigheden bij zijn werkgever stelde de Arbeidsinspectie regio Zuid te Maastricht thans te Roermond op 24 juni 1994 een onderzoek in bij verzoekers werkgever het centrum voor champignonteeltonderwijs in Horst Het rapport dat de Arbeidsinspectie regio Zuid naar aanleiding van dit onderzoek opstelde vermeldt dat met de werkgever was afgesproken dat een nader onderzoek zou plaatsvinden naar de verspreiding van oesterzwam sporen in de werkruimten en dat binnen zes maanden aanvullende maatregelen zouden zijn genomen om de blootstelling aan oesterzwamsporen te beperken 1 2 In zijn reactie van 29 augustus 1994 op het rapport liet de werkgever de Arbeidsinspectie regio Zuid weten dat hij metingen wilde doen ten aanzien van de sporenbelasting zowel binnen als buiten het centrum Het doel van deze metingen zou zijn om vast te stellen wat de natuurlijke belasting was en of maatregelen die tot dan toe waren getroffen om de sporenbelasting te verminderen voldoende waren De Arbeidsinspectie regio Zuid bevestigde verzoekers werkgever in haar brief van 28 november 1994 dat met de geneeskundig inspecteur was afgesproken dat er metingen zouden worden verricht De Arbeidsinspectie regio Zuid voegde hier echter aan toe dat het nemen van maatregelen zou afhangen van de bevindingen van deze metingen maar dat dit niet vrijblijvend zou zijn 1 3 Verzoeker wendde zich in zijn brief van 4 juni 1995 tot de Arbeidsinspectie regio Zuid met de vraag of zij al op de hoogte was van de resultaten van de door de werkgever uitvoerde metingen Hij herhaalde zijn vraag in zijn brieven van 15 september en 1 november 1996 Voorts verzocht hij om toezending van de onderzoeksresultaten 1 4 Toen verzoeker geen reactie kreeg van de Arbeidsinspectie regio Zuid wendde hij zich tot de Arbeidsinspectie te s Gravenhage Deze deelde verzoeker bij brief van 29 november 1996 mee dat uit een recente inspectie was gebleken dat verzoekers werkgever een groot aantal maatregelen had genomen De situatie op dat moment was volstrekt niet meer vergelijkbaar met de situatie zoals die indertijd was aangetroffen Uit de ter beschikking staande gegevens leken de genomen maatregelen voldoende Voorts liet de Arbeidsinspectie te s Gravenhage verzoeker weten dat rapporten die door de werkgever naar de Arbeidsinspectie regio Zuid zouden zijn gestuurd niet bekend waren 2 Ten aanzien van de handelwijze van de Arbeidsinspectie regio Zuid 2 1 In zijn reactie naar aanleiding van verzoekers klacht deelde de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mee dat er na de hiervoor onder 1 2 bedoelde brief van 28 november 1994 van de Arbeidsinspectie regio Zuid geen contact meer was geweest met de werkgever en dat er geen controle was uitgeoefend Dit was volgens de Minister niet conform de afgesproken interne procedures van de Arbeidsinspectie zie Achtergrond Voorts deelde hij mee dat het bedrijf van verzoekers werkgever op 22 november 1996 opnieuw was ge nspecteerd Volgens de Minister had de arbeidsinspecteur bij die gelegenheid vastgesteld dat er inmiddels maatregelen waren getroffen die een adequate reactie vormden op de gesignaleerde problemen 2 2 Uit hetgeen hiervoor is overwogen blijkt dat de Arbeidsinspectie regio Zuid niet heeft gereageerd op de brieven van verzoeker van 4 juni 1995 15 september 1996 en 1 november 1996 Dit is niet juist In dit verband is ook het volgende van belang Vaststaat dat verzoeker beroepsastma heeft die is veroorzaakt door sporen van de oesterzwam De metingen waar verzoeker in bedoelde brieven om verzoekt zijn bedoeld om de sporenbelasting van oesterzwammen vast te stellen Ze zijn daarmee van rechtstreeks belang voor de vaststelling of verzoeker wel of niet zijn werkzaamheden kan verrichten Door verzoeker niet te antwoorden heeft de Arbeidsinspectie regio Zuid te weinig oog gehad voor de belangen van verzoeker 2 3 Voorts staat vast dat de Arbeidsinspectie regio Zuid ondanks de met de werkgever gemaakte afspraken geen vervolg heeft gegeven aan de op 24 juni 1994 verrichte inspectie Ook dit is mede gelet op het handhavingsbeleid van de Arbeidsinspectie zie Achtergrond niet juist 2 4 Hetgeen hiervoor is overwogen voert tot het oordeel dat de onderzochte gedraging van de Arbeidsinspectie regio Zuid niet behoorlijk is 3 Ten aanzien van reactie van de Arbeidsinspectie te s Gravenhage van 29 november 1996 3 1 Zoals al hiervoor onder 1 4 is weergegeven heeft de Arbeidsinspectie te s Gravenhage verzoeker bij brief van 29 november 1996 onder meer meegedeeld dat zij niet bekend was met rapporten die verzoekers werkgever naar de Arbeidsinspectie regio Zuid zou hebben gestuurd Wat er ook zij van het feit dat de door verzoeker bedoelde rapporten niet bestonden de betreffende mededeling van de Arbeidsinspectie te s Gravenhage was op zichzelf genomen juist De onderzochte gedraging van de Arbeidsinspectie te s Gravenhage is daarmee behoorlijk 3 2 Voorts wordt nog het volgende overwogen Uiteindelijk vond pas op 22 november 1996 een tweede inspectie plaats Op grond van de gegevens van deze inspectie kwam de Arbeidsinspectie te s Gravenhage tot de conclusie dat de door verzoekers werkgever genomen maatregelen voldoende leken Deze conclusie is gelet op het feit dat niet is gesteld noch is gebleken dat intussen metingen zijn verricht naar de sporenbelasting niet zonder meer begrijpelijk Dit geeft aanleiding om de Minister van Sociale Zaken er Werkgelegenheid de aanbeveling te doen te bevorderen dat alsnog de sporenbelasting bij verzoekers werkgever wordt gemeten dan wel om nader tegenover verzoeker te motiveren waarom een dergelijke meting niet meer noodzakelijk is Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van Arbeidsinspectie regio Zuid die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is gegrond De klacht over de onderzochte gedraging van de Arbeidsinspectie te s Gravenhage die eveneens wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is niet gegrond Aanbeveling De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt in overweging gegeven om te bevorderen dat alsnog een meting wordt verricht naar de sporenbelasting bij verzoekers werkgever dan wel om nader tegenover verzoeker te motiveren waarom een dergelijke meting niet meer noodzakelijk is Klacht Op 4 december 1996 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer R te Horst met een klacht over een gedraging van de Arbeidsinspectie Regio Zuid te Roermond voorheen te Maastricht en een gedraging van de Arbeidsinspectie te s Gravenhage Naar deze gedragingen die worden aangemerkt als gedragingen van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werd een onderzoek ingesteld Op grond van de door verzoeker verstrekte gegevens werd de klacht als volgt geformuleerd Verzoeker klaagt erover dat de Arbeidsinspectie organisatie hem niet het rapport heeft toegezonden van sporenonderzoek en bij zijn werkgever het centrum voor champignonteeltonderwijs te Horst Verzoeker had om toezending van het rapport verzocht in brieven van 15 september en 1 november 1996 aan de Arbeidsinspectie regio Zuid te Maastricht thans Roermond en met een brief van 10 november 1996 aan de Arbeidsinspectie te s Gravenhage Verzoeker beroept zich op een brief van de Arbeidsinspectie regio Zuid aan hem van 4 augustus 1994 waarin wordt vermeld dat met zijn werkgever dwingend is afgesproken dat deze nader onderzoek zal doen naar de verspreiding van oesterzwamsporen in de werkruimten Voorts verwijst verzoeker naar een brief van zijn werkgever aan de Arbeidsinspectie regio Zuid van 29 augustus 1994 In deze brief geeft zijn werkgever aan metingen te willen doen van de sporenbelasting zowel buiten als binnen het centrum en te pogen de gegevens van de metingen voor het eind van 1994 te analyseren en daarover contact op te nemen met de Arbeidsinspectie Achtergrond Inspectierapport Inspectiedienst SZW op het terrein van Arbeidsomstandigheden en Arbeidsverhoudingen 1995 uitgave van de Inspectiedienst SZW thans wederom Arbeidsinspectie geheten van juni 1996 Bijlage I Handhavingsbeleid Een inspecteur heeft verschillende bevoegdheden en mogelijkheden om de arbeidsomstandigheden binnen een bedrijf of instelling te be nvloeden hierbij geldt het landelijk handhavingsbeleid De doelstellingen van de opsporing van ernstige overtredingen de handhaving van de wet en de bevordering van zelfwerkzaamheid met betrekking tot arbeidsomstandigheden door de bedrijven worden hierbij gecombineerd De veronderstelling daarbij is dat het effect van een arbeidsorganisatie die zelf structureel aandacht besteedt aan de arbeidsomstandigheden groter is dan wat kan worden bereikt met incidentele correcties van de Inspectiedienst SZW Tevens vormen de afspraken over het handhavingsbeleid een garantie voor uniforme en consequente toepassing van het wettelijk instrumentarium Het handhavingsbeleid is vastgesteld in overleg met het Openbaar Ministerie en werkgevers en werknemers verenigd in de Arboraad Het handhavingsbeleid kent een standaardwerkwijze 3 stappenmodel en de werkwijze bij ernstige overtredingen of recidive 2 stappenmodel 1 De standaardwerkwijze 3 stappen model Fase 1 Inspecteren in gebreke stellen afspraken maken De inspecteur inspecteert en stelt vast waar er tekortkomingen zijn Hij zij overlegt met de werkgever over de termijn waarop de tekortkomingen moeten zijn opgelost Concrete bindende afspraken worden gemaakt De afspraken worden schriftelijk vastgelegd voor zowel de werkgever als de ondernemingsraad Bij het ontbreken van een ondernemingsraad moet de werkgever de belanghebbende werknemers informeren Fase 2 Controle waarschuwing herinnering of eis Indien een bedrijf in gebreke is gesteld volgt in principe altijd een controle Meestal zijn de gemaakte afspraken nagekomen Indien de tekortkoming niet conform de afspraak is verholpen volgt al naar gelang van de aard van de overtreding een waarschuwing een eis of een aanwijzing Deze waarschuwingen eisen of aanwijzingen hebben een ultimatief karakter en worden ook schriftelijk aan werkgever en ondernemingsraad bevestigd Bij het ontbreken van een ondernemingsraad moet de werkgever de belanghebbende werknemers informeren Fase 3 Hercontrole proces verbaal In principe wordt elk bedrijf waar een eis is gesteld of waar een waarschuwing of aanwijzing is gegeven opnieuw gecontroleerd Bij niet naleving volgt een proces verbaal Bij het bepalen van de strafmaat kan de rechter ook het behaalde economische voordeel van niet naleving van de wet afromen Onderzoek In het kader van het onderzoek werd de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Arbeidsinspectie Regio Zuid te Roermond deelden mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen De reactie van verzoeker gaf aanleiding het verslag op een enkel punt te wijzigen Bevindingen De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt 1 De feiten 1 1 Verzoeker is docent op het centrum voor champignonteeltonderwijs in Horst Vanaf 1989 kreeg verzoeker gezondheidsklachten die hij in verband bracht met de arbeidsomstandigheden bij zijn werkgever Op 17 maart en op 19 april 1994 wendde hij zich in dat verband tot de Arbeidsinspectie regio Zuid De Arbeidsinspectie regio Zuid stelde naar aanleiding van verzoekers brieven een onderzoek in De inhoud van het naar aanleiding van dit onderzoek op 26 juni 1994 opgestelde rapport luidt als volgt DE GEZONDHEIDSKLACHTEN Hij verzoeker N o vertelde al 18 jaar bij zijn werkgever te werken maar sinds circa 2 jaar toenemende gezondheidsklachten te hebben waarvoor hij zijn huisarts en later een specialist raadpleegde Hij had inmiddels zijn werk moeten staken Deze klachten wezen mijn inziens zeer duidelijk in de richting van een beroepsziekte veroorzaakt door sporen van de oesterzwam In zijn werk had verzoeker N o regelmatig zij het niet voortdurend te maken met oesterzwammen Naar zijn mening waren de door zijn werkgever genomen maatregelen onvoldoende Bij de werkgever was de ziekte van verzoeker N o wel bekend inclusief de werkgerelateerde oorzaak De werkgever maakte gebruik van de diensten van een bedrijfsgezondheidsdienst waar de bedrijfsarts eveneens op de hoogte was van de ziekte en de ziekte oorzaak Desondanks is het geval niet bij de arbeidsinspectie gemeld als beroepsziekte Door mij is verzoeker N o aanvullend ge nformeerd over de aard van de betreffende ziekte en over de verplichtingen van zijn werkgever Ik adviseerde hem om in overleg te treden met zijn werkgever en de bedrijfsarts om voor hem een passende oplossing van het probleem te zoeken WERKGEVER De werkgever bleek te zijn Centrum voor Champignonteeltonderwijs Horst Dit is een praktijkschool met deels theorie onderwijs deels een produktiebedrijf voor paddestoelen waarbij oesterzwammen slechts een klein onderdeel betreffen Op 24 juni 1994 bezocht ik het Centrum voor Champignonteeltonderwijs na telefonische afspraak INSPECTIE Uit een inspectie van de onderwijs en produktieruimten is mij het volgende gebleken Het betreft een modern gebouw bestaande uit een viertal theorieleslokalen een groot praktijkleslokaal diverse andere ruimten en een champignonkweekcellencomplex van aanzienlijke omvang 14 cellen 180 m teeltoppervlak Het probleem van allergie n tegen de sporen van oesterzwammen en shii take zijn wel bekend Er is dan ook een aantal maatregelen genomen om de blootstelling van werknemers aan deze sporen te beperken Een kweekcel in een apart gebouwtje zgn Nissenhut wordt gebruikt voor de kweek van oesterzwammen Deze groeien hier op een kweekbodem die zich in kweekbedden op stellingen bevindt De ruimte is voorzien van een klimaatinstallatie waarbij de lucht zowel recirculatie als te verwijderen lucht over een nat filter wordt geleid om de oesterzwamsporen weg te vangen Werknemers zijn verplicht om in deze ruimte adembescherming te dragen overdrukvolgelaatsmasker met P2 filter De gekweekte oesterzwammen worden handmatig geoogst en dan in plastic bakken gedaan die worden gestapeld en getransporteerd naar de koelcel Pas na koeling worden ze verder verwerkt opdat zo min mogelijk sporen verspreid worden De verdere verwerking betreft het afsnijden van stelen en het verpakken Dit gebeurt op een werktafel met boven afzuiging De werknemers gebruiken hier een stofmasker naar keuze veelal een zgn Airstream helm met deeltjesfilter Overigens worden in deze ruimte ook de champignons verpakt De verpakte oesterzwammen worden dan in de koelcel bewaard tot ze worden afgevoerd De hoofdactiviteit van het centrum is praktijkonderwijs van champignonteelt en de teelt van oesterzwammen is hiervan maar een klein deel ongeveer de helft van de tijd zijn er geen produktierijpe oesterzwammen aanwezig PROBLEEMSTELLING Gezondheidsklachten door contact met sporen van oesterzwammen en shii take is in de paddestoelenteelt een bekend probleem In de literatuur is hierover regelmatig geschreven Het probleem speelt bij gewone champignons niet hoewel hier de zgn champignonkwekerslong door micro organismen in de voedingsbodem voorkomt De sporen van de volgroeide paddestoelen verspreiden zich massaal in de omgeving Personen die hiervoor een allergie ontwikkeld hebben krijgen klachten van luchtwegen en slijmvliezen De allergie ontwikkelt zich bij een groot percentage van de mensen die ermee in contact komt maar het duurt soms een aantal jaren voordat deze allergisch geworden zijn Na ontwikkeling van de allergie is ieder contact voldoende voor het krijgen van de ziekteverschijnselen Werken in een omgeving met het allergeen is dan nauwelijks nog mogelijk Door de blootstelling aan de sporen zeer laag te houden kan allergie worden voorkomen EVALUATIE Verzoeker N o heeft duidelijk een beroepsziekte gekregen De relatie tussen zijn ziekte en de arbeidsomstandigheden is evident Gezien zijn leeftijd deskundigheid en de arbeidsmarkt zal het niet eenvoudig zijn een passende nieuwe werksituatie voor hem te vinden Deze beroepsziekte was bekend bij bedrijfsarts en de werkgever desondanks heeft geen melding van deze beroepsziekte aan de arbeidsinspectie plaatsgevonden Dat een dergelijke beroepsziekte zich zou kunnen ontwikkelen was bij de werkgever wel bekend Een aantal maatregelen was dan ook reeds genomen Te weten Αφζονδερινγϖανδεπροδυκτιεϖανοεστερζωαμμενϖανοϖεριγεκωεεκχελλεν Φιλτερινγϖανχιρχυλατιελυχητινδεζεκωεεκχελ ςοορσχηριφτϖοοργεβρυικϖαναδεμβεσχηερμινγινδεκωεεκχελϖοοροεστερζωαμμεν ςοορσχηριφτϖοορκοελενϖανδεοεστερζωαμμενϖ ρϖερδερεϖερωερκινγ Αφζυιγινγϖανδεωερκταφελβιϖερσνιδενενινπακκενϖανοεστερζωαμμεν Αδεμβεσχηερμινγϖοορμεδεωερκερσβιϖερωερκενϖανοεστερζωαμμεν Andere maatregelen waren niet genomen Te weten ςολλεδιγγεσλοτενχονταινερσγεβρυικενβιηεττρανσπορτϖανοεστερζωαμμεν Κλεδινγωισσελενναβετρεδενϖανδεοεστερζωαμκωεεκχελ Κλεδινγωισσελενναϖερωερκενϖανοεστερζωαμμεν Εφφεχτιϖιτειτϖανδεαφζυιγινγβιδεκωεεκχελενϖοοραλβιηετϖερπακκενϖαστστελλενχθχοντρολερεν Υιτηετϖοορκομενϖανδεβεροεπσζιεκτεκανωορδενγεχονστατεερδδατδεγενομενμαατρεγελενονϖολδοενδεζινγεωεεστ

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/1998/131 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • 2001/201 | Nationale ombudsman
    B V hierna Reglement wordt aan degene op wiens gedraging of het nalaten daarvan de klacht betrekking heeft een afschrift gezonden van de klacht en de meegezonden stukken Is dat in het onderhavige geval gebeurd en zo nee waarom niet 2 Waarom werd besloten zoals vermeld in de brief van 15 mei 2000 om niet alsnog de betrokken verzekeringsarts op de hoogte te brengen van de klacht en haar daarover te horen om vervolgens wederhoor toe te passen Acht u het redelijk dat de tijd die was verstreken sinds verzoekster de klacht had ingediend voor rekening van verzoekster kwam 3 Waarom was de brief van de gemachtigde van verzoekster van 29 mei 2000 waarin wordt aangegeven dat een medewerker van Cadans contact op zou nemen met de verzekeringsarts waarna verzoekster zou worden teruggebeld geen aanleiding een en ander te onderzoeken en eventueel alsnog hoor en wederhoor toe te passen 4 Is het juist dat de klachtencommissie heeft volstaan met het doorsturen van de brieven van de gemachtigde van verzoekster waarin om het toepassen van hoor en wederhoor en om het geven van een eindoordeel werd gevraagd naar de vestigingsmanager Is het juist dat de klachtencommissie de vestigingsmanager er daarbij niet op heeft gewezen dat er een eindoordeel inzake de klacht moest worden gegeven en dat er in dat kader hoor en wederhoor had moeten plaatsvinden Kunt u een verklaring voor deze handelwijze geven 2 In reactie op de klacht van verzoekster en in antwoord op de gestelde vragen deelde Cadans Uitvoeringsinstelling BV bij brief van 12 maart 2001 het volgende mee Inzake het toezenden van de klacht en bijbehorende bescheiden aan de persoon die het aangaat zal het u duidelijk zijn dat dit aanvankelijk niet mogelijk was vanwege de absentie van onze arts Om verzoekster N o niet te lang in het ongewisse te laten is er vervolgens voor gekozen haar onze visie te verstrekken zonder de normaliter toe te passen procedures Waarom onze tijdelijke vestigingsmanager tot tweemaal toe heeft besloten af te zien van hoor en wederhoor alsmede van een nader onderzoek is ons niet duidelijk en valt evenmin op te maken uit de aanwezige bescheiden Uw inschatting omtrent de werkwijze van de klachtencommissie is juist daar waar het gaat om het doorzenden van de bescheiden aan de vestigingsmanager Daarnaast wordt de klacht geregistreerd en bewaakt men de te volgen procedures en afhandelingstermijn Tevens wordt hen informatie verstrekt over de wijze waarop de klacht is afgehandeld De eindverantwoordelijkheid omtrent de klacht en af c q behandeling berust echter bij de vestigingsmanager De heer Y heeft na inzage van de bescheiden een onderhoud met betrokkene gehad teneinde ons beleid uiteen te zetten en haar nogmaals kenbaar te maken dat wij het betreuren dat zij het overleg met onze arts als grievend heeft ervaren Daarnaast heeft hij kenbaar gemaakt dat de arts mits deze spoedig het werk zou hervatten zou worden ingelicht Van het onderhoud is door hem een verslag opgesteld hetwelk echter in het ongerede is geraakt Over gemaakte toezeggingen kan hij zich alleen herinneren dat de arts zou worden ingelicht mits deze binnen een redelijke termijn zou hervatten Mogelijk dat hieruit de conclusie door betrokkene is getrokken dat er opnieuw een afspraak moest worden gemaakt Inmiddels is onze arts in kennis gesteld van de bejegeningsklacht en is door haar een verklaring opgemaakt Het is duidelijk dat wij onvoldoende initiatief hebben getoond teneinde een acceptabele oplossing te bewerkstelligen waarvoor wij onze excuses aanbieden Omtrent het verzoek een eindoordeel te geven moeten wij het antwoord echter schuldig blijven Immers de klacht heeft betrekking op een gesprek wat tussen twee personen is gevoerd en waarvan beiden een andersluidende lezing of interpretatie verstrekken 3 Bij de reactie van Cadans was de verklaring van de verzekeringsarts gevoegd Deze luidt onder meer als volgt Betrokkene citeert mij en stelt dat ik bij het onderzoek in september 1999 de volgende uitspraak heb gedaan er is toch weinig of niets tegen artrose of reuma te doen dus leer maar leven met je ziekte en het hoort bij de leeftijd Ik ben ervan overtuigd dat ik een dergelijke opmerking niet heb gemaakt Ten eerste tutoyeer ik cliënten tijdens mijn gesprekken nooit Verder is het wel goed mogelijk dat in het gesprek ter sprake is gekomen dat artrose een chronische aandoening is waarmee cliënte dagelijks wordt geconfronteerd en waarmee zij dagelijks moet omgaan Het beoordelingsgesprek kan ik me uiteraard niet meer tot in detail herinneren Een opmerking in bovenstaande vorm heb ik echter zeker niet bedoeld te maken en naar mijn beste weten ook niet gemaakt Het behoort tot mijn functie om aan het einde van een beoordelingsgesprek open te zijn over de feiten en de argumenten die ten grondslag liggen aan mijn besluit Ik ben me er van bewust dat het noemen van die feiten en argumenten soms confronterend kan zijn Dat is helaas echter soms onvermijdelijk gezien de informatieplicht die ik in mijn functie als verzekeringsarts heb 4 Bij de reactie van Cadans was verder nog een verklaring gevoegd van de heer Y destijds betrokken bij de afhandeling van verzoeksters klacht Zijn verklaring luidt onder meer als volgt Op 7 oktober 1999 werd door mij de eerste klacht van betrokkene ingezien en in overleg met de vestigingsmanager afgehandeld Het voorstel om tot een overleg te komen is door betrokkene geaccepteerd waarop vervolgens een onderhoud heeft plaatsgevonden Hiervan is door mij een verslag gemaakt wat echter niet meer in het dossier is terug te vinden evenmin is een kopie bij de klachtencommissie voorhanden Voor zover ik mij kan herinneren is door mij aan betrokkene ons beleid uiteengezet en had ik de indruk dat dit voor betrokkene volstond Omtrent een gemaakte afspraak of afspraken om terug te bellen is mij niets bekend Wel kan ik mij voorstellen dat ik betrokkene kenbaar heb gemaakt onze arts in deze te informeren Dit omdat zij naar het zich liet aanzien haar werkzaamheden op korte termijn zou hervatten Overigens heb ik tijdens het verloop van deze procedure een andere functie aanvaardt waardoor ik verder geen bemoeienis meer heb gehad bij de later ingediende klachten en de daarop verstrekte reacties 5 Uit de door Cadans bij de reactie gevoegde stukken bleek voorts dat de reden van de afwezigheid van de betrokken verzekeringsarts was gelegen in het door haar opgenomen zwangerschapsverlof Achtergrond 1 Reglement Klachtenbehandeling Cadans Uitvoeringsinstelling BV vastgesteld bij besluit van 27 juli 1999 Artikel 4 Taken klachtencommissie De klachtencommissie heeft tot taak e het toezien op de naleving van de bepalingen van dit reglement en de procedure als bedoeld in artikel 21 Artikel 13 Hoor en wederhoor 1 Cadans stelt de klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft in de gelegenheid te worden gehoord 2 Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klacht kennelijk ongegrond is dan wel indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord 3 Van het horen wordt een verslag gemaakt Artikel 14 Beslissing 1 Cadans stelt de klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht alsmede van de eventuele conclusies die Cadans daaraan verbindt 2 De beslissing op de klacht geeft een oordeel over het feit of de wijze van uitvoering van de werkzaamheden door Cadans als omschreven in de klacht al dan niet behoorlijk is geweest 3 Bij het tot stand komen van een oordeel over de klacht wordt getoetst of de wijze van uitvoering voldoende zorgvuldig jegens de klager is geweest en of zij heeft plaatsgevonden met afweging van alle in aanmerking komende belangen 4 Indien een klacht ongegrond wordt bevonden wordt de klager gewezen op de mogelijkheid om zich te wenden tot de Nationale ombudsman Artikel 16 Geen oordeel 1 In die gevallen waarin het redelijkerwijs niet mogelijk is de ware toedracht met zodanige zekerheid te achterhalen dat daarop een oordeel kan worden gebaseerd kan de behandeling van de klacht worden afgerond zonder een oordeel uit te spreken 2 Een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt niet genomen dan nadat terzake een gedegen onderzoek heeft plaatsgevonden 2 Algemene wet bestuursrecht Wet van 4 juli 1992 Stb 315 Artikel 9 10 1 Het bestuursorgaan stelt de klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft in de gelegenheid te worden gehoord 2 Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klacht kennelijk ongegrond is dan wel indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord 3 Van het horen wordt een verslag gemaakt Artikel 9 12 1 Het bestuursorgaan stelt de klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt 2 Indien vervolgens nog een klacht kan worden ingediend bij een persoon of college aangewezen om klachten over het bestuursorgaan te behandelen wordt daarvan bij de kennisgeving melding gemaakt Verzoekster klaagt over de wijze waarop 1 een verzekeringsarts van Cadans Uitvoeringsinstelling BV basiskantoor Amsterdam haar tijdens een controle op 9 september 1999 heeft bejegend De arts zou blijk hebben gegeven van een zelfingenomen houding en een gebrek aan belangstelling voor de situatie van verzoekster onder andere door het maken van de volgende opmerkingen Er is toch weinig of niets tegen artrose of reuma te doen dus leer maar leven met je ziekte en Het hoort bij de leeftijd 2 Cadans Uitvoeringsinstelling BV hoofdkantoor te Zeist haar klacht heeft afgehandeld Met name klaagt zij erover dat een medewerker van Cadans zijn toezegging om met de verzekeringsarts op wie de klacht betrekking had te spreken en verzoekster op 1 maart 2000 telefonisch over zijn bevindingen te informeren niet is nagekomen Cadans bij brief van 15 mei 2000 heeft geweigerd alsnog het beginsel van hoor en wederhoor toe te passen Cadans in strijd met het eigen klachtenreglement geen eindoordeel over de klacht heeft gegeven Beoordeling I Ten aanzien van de bejegening door de verzekeringsarts 1 Verzoekster moest in het kader van haar uitkering op grond van de Ziektewet op 9 september 1999 op het spreekuur van een verzekeringsarts van Cadans Uitvoeringsinstelling BV basiskantoor Amsterdam komen Verzoekster voelde zich tijdens het gesprek met de verzekeringsarts onheus bejegend omdat de verzekeringsarts aldus verzoekster had opgemerkt Er is toch weinig of niets tegen artrose of reuma te doen dus leer maar leven met je ziekte en Het hoort bij de leeftijd 2 In haar verklaring heeft de betrokken verzekeringsarts aangegeven dat zij ervan overtuigd is de door verzoekster aangegeven opmerkingen niet te hebben gemaakt De verklaringen van betrokkenen over het verloop van het gesprek op 9 september 1999 staan daarmee tegenover elkaar Er zijn geen redenen aanwezig om de ene verklaring aannemelijker te achten dan de ander Daarom onthoudt de Nationale ombudsman zich van een oordeel op dit punt II Ten aanzien van de afhandeling van de klacht van verzoekster a het toepassen van hoor en wederhoor 1 Verzoekster diende op 15 september 1999 een klacht in bij Cadans Uitvoeringsinstelling BV hoofdkantoor te Zeist over de handelwijze van de verzekeringsarts Naar haar zeggen deed een medewerker van Cadans haar in een gesprek dat in het kader van de behandeling van de klacht plaatsvond de toezegging om de verzekeringsarts hierover te spreken Verzoekster zou vervolgens worden geïnformeerd vóór 1 maart 2000 Verzoekster klaagt erover dat dit niet is gebeurd en dat Cadans bij brief van 15 mei 2000 te kennen gaf de betrokken verzekeringsarts niet meer te zullen horen 2 Ingevolge artikel 9 10 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht dient het bestuursorgaan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft in de gelegenheid te stellen te worden gehoord Dit artikel is in het Reglement Klachtenbehandeling Cadans Uitvoeringsinstelling BV opgenomen in artikel 13 dat inhoudelijk identiek is aan de redactie van artikel 9 10 zie Achtergrond 3 Gezien de reden van afwezigheid van de betrokken verzekeringsarts zwangerschapsverlof en gezien de aard van de klacht zie hiervoor onder I 1 valt niet in te zien waarom Cadans de klacht niet direct aan de verzekeringsarts heeft voorgelegd en om een reactie heeft gevraagd om zodoende tot een afgewogen oordeel over de klacht te kunnen komen Het is ook niet juist dat zoals is komen vast te staan de medewerker van Cadans in het gesprek dat naar aanleiding van de behandeling van de klacht had plaatsgevonden wél heeft aangegeven nog contact met de verzekeringsarts te zullen opnemen maar hier geen nadere actie op heeft doen volgen Dat niet kan worden vastgesteld of verzoekster voor 1 maart 2000 zou worden teruggebeld doet hierbij in zoverre niet terzake Evenmin is het juist dat Cadans nadat duidelijk werd dat verzoekster alsnog behandeling van haar klacht wenste geen contact met de verzekeringsarts heeft opgenomen 4 Als de verzekeringsarts door Cadans was gehoord in het kader van de behandeling van de klacht zou de informatie zoals die nu tijdens het onderzoek door de Nationale ombudsman aan het licht is gekomen in de vorm van een verklaring van de verzekeringsarts ter sprake zijn gekomen waardoor Cadans tot een afgewogen oordeel had kunnen komen De onderzochte gedraging op dit punt is niet behoorlijk b het uitblijven van een eindoordeel 1 Tenslotte acht verzoekster het niet juist dat Cadans in strijd met het eigen klachtreglement geen eindoordeel over de klacht heeft gegeven 2 Artikel 9 12 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat het bestuursorgaan de klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis stelt van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt Dit artikel heeft zijn uitwerking gekregen in artikel 14 van het Reglement Klachtenbehandeling Cadans Uitvoeringsinstelling BV Voorts regelt artikel 16 eerste lid van het reglement dat in de gevallen waarin het redelijkerwijs niet mogelijk is de ware toedracht met zodanige zekerheid te achterhalen dat daarop een oordeel kan worden gebaseerd de behandeling van de klacht kan worden afgerond zonder een oordeel uit te spreken Het tweede lid van artikel 16 bepaalt dat een dergelijke beslissing niet wordt genomen dan nadat terzake een gedegen onderzoek heeft plaatsgevonden zie Achtergrond De klachtencommissie van Cadans heeft ten aanzien van het bovenstaande een toezichthoudende taak Ingevolge artikel 4 van genoemd reglement ziet de klachtencommissie toe op de naleving van de bepalingen van het klachtreglement 3 Bij brief van 4 april 2000 vroeg de gemachtigde van verzoekster aan Cadans haar mee te delen of de klacht door Cadans als gegrond werd beschouwd In reactie hierop liet de klachtencommissie van Cadans weten dat het niet de taak van de klachtencommissie was inhoudelijk op de klacht te reageren en dat het verzoek was doorgezonden aan de vestigingsmanager Het had voor de hand gelegen als de klachtencommissie gezien haar toezichthoudende taak de vestigingsmanager er daarbij op had gewezen dat er een eindoordeel moest worden gegeven in de zin van artikel 14 dan wel artikel 16 van het Reglement Klachtenbehandeling De eerste reactie van de vestigingsmanager van 7 oktober 1999 kan immers niet worden opgevat als een eindoordeel over de klacht omdat die brief slechts bevat de mededeling dat de betrokken verzekeringsarts wegens haar langdurige afwezigheid niet kan worden gehoord en een uitnodiging voor een gesprek met een medewerker van Cadans De gemachtigde van verzoekster had terecht alsnog om een eindoordeel gevraagd De reactie van de vestigingsmanager van 15 mei 2000 voldoet niet aan de vereisten van het klachtreglement Zo wordt daarin geen oordeel over de klacht gegeven maar wordt volstaan met de opmerking dat Cadans de gang van zaken betreurt maar dat gezien de tijdspanne tussen het indienen van de klacht en het verzoek alsnog een oordeel daarover te geven Cadans het niet meer gerechtvaardigd acht om de verzekeringsarts alsnog te horen Voor zover het de bedoeling was van de vestigingsmanager om toepassing te geven aan artikel 16 van het klachtreglement geldt dat dit niet op de juiste wijze is gedaan Uit de brief van de vestigingsmanager blijkt namelijk niet dat er gedegen onderzoek heeft plaatsgevonden waaruit zou moeten worden geconcludeerd dat de ware toedracht niet met zodanige zekerheid valt te achterhalen dat geen oordeel kon worden gegeven Ook nadat de gemachtigde van verzoekster nog tweemaal om een oordeel over de klacht had gevraagd bleef de vestigingsmanager ten aanzien hiervan in gebreke evenals de klachtencommissie die de brieven van de gemachtigde opnieuw zonder nadere instructie naar de vestigingsmanager had doorgestuurd De onderzochte gedraging is op dit punt evenmin behoorlijk Conclusie Ten aanzien van de klacht over de onderzochte gedraging van een verzekeringsarts van Cadans Uitvoeringsinstelling BV basiskantoor Amsterdam die wordt aangemerkt als een gedraging van het Landelijk instituut sociale verzekeringen te Amsterdam wordt geen oordeel gegeven De klacht over de onderzochte gedraging van Cadans Uitvoeringsinstelling BV hoofdkantoor te Zeist die wordt aangemerkt als een gedraging van het Landelijk instituut sociale verzekeringen te Amsterdam is gegrond Onderzoek Op 19 september 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw L te Amsterdam ingediend door mevrouw mr M J M Schreurs advocaat te Amsterdam met een klacht over een gedraging van Cadans Uitvoeringsinstelling BV basiskantoor Amsterdam en een gedraging van Cadans Uitvoeringsinstelling BV hoofdkantoor te Zeist Naar deze gedragingen die worden aangemerkt als gedragingen van het Landelijk instituut sociale verzekeringen te Amsterdam werd een onderzoek ingesteld In het kader van het onderzoek werd Cadans Uitvoeringsinstelling BV verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben Tevens werd Cadans Uitvoeringsinstelling BV een aantal specifieke vragen gesteld Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen Cadans en verzoekster deelden mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen Bevindingen De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt A feiten 1 Op 9 september 1999 had verzoekster in het kader van de Ziektewet een afspraak met een verzekeringsarts bij Cadans Uitvoeringsinstelling BV basiskantoor Amsterdam hierna Cadans Amsterdam Verzoekster was niet tevreden over het verloop van het gesprek en diende bij brief van 15 september 1999 een klacht in bij het hoofdkantoor van Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Zeist hierna Cadans Zeist In haar brief merkt zij

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2001/201 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • Veel zorgen in de zorg | Nationale ombudsman | Nationale ombudsman
    een Persoonsgebonden budget PGB van de mensen die hij helpt Het Persoonsgebonden budget is een geldbedrag waarmee iemand die zorg begeleiding of hulp kan inkopen als hij dat nodig heeft Een PGB moet je tegenwoordig in de meeste gevallen bij de gemeente aanvragen Nadat de gemeente de aanvraag heeft goedgekeurd een indicatie gegeven betaalt de Sociale Verzekeringsbank SVB het loon aan de zorgverlener Helaas maakt de SVB de laatste tijd veel fouten in de administratie waardoor John zijn loon niet krijgt De SVB stort zomaar geld op zijn rekening zonder factuurnummers of naam van de cliënt Of betaalt een bedrag tweemaal En de SVB beweert zelfs dat er geen geld meer in het budget is terwijl er volgens de toekenning nog geld over zou moeten zijn Waar is dat geld gebleven Als John de SVB belt om dit te bespreken zegt de ambtenaar dat de contracten kwijt zijn of dat er niet de juiste zorgverleners of indicatie in het systeem staan Maar alles komt in orde hoor mijnheer De Weijer Toch krijgt John geen geld John zit met zijn handen in het haar Hij kan zijn rekeningen niet meer betalen En dit geldt niet alleen voor John Sommige van zijn collega s ontvangen al drie maanden geen loon en zijn hierdoor in grote financiële problemen gekomen John schrijft mij in zijn wanhoop Ik ken de problemen de SVB is het overzicht kwijt Niet alleen zorgverleners als John zitten in de problemen maar de mensen die zorg ontvangen zitten ook in grote problemen Ik vind dat de chaos bij de SVB snel moet worden opgelost Ik heb de SVB daarom nogmaals gevraagd om er de administratie in orde te maken voor John én zijn collega s Ondertussen ben ik uit eigen beweging een onderzoek gestart Is er ooit wel aan de

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/columns/2015/veel-zorgen-in-de-zorg (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • Acute financiële problemen door uitbetalingsproblemen PGB | Nationale ombudsman
    PGB niet volledig is uitbetaald door de SVB aan uw zorgverlener Heeft u tevergeefs de SVB gebeld of is de SVB een belofte om te betalen op een bepaalde datum niet nagekomen Bel dan naar de Nationale ombudsman om uw situatie uit te leggen Wij kijken dan of we in uw geval iets voor u kunnen doen richting de SVB Bel gratis naar telefoonnummer 0800 33 55 555 Op werkdagen van 09 00 tot 17 00 uur Andere problemen Voor andere niet acute problemen moet u eerst bij de SVB zelf een officiële klacht indienen Probeer het dus eerst zelf op te lossen omdat de ombudsman een tweedelijns organisatie is Is uw probleem na uw officiële klacht niet opgelost door de SVB bel dan naar de Nationale ombudsman Meer informatie over PGB Lees ook het nieuwsbericht waarin de ombudsman aankondigt een onderzoek in te stellen naar de invoering van het trekkingsrecht Lees meer informatie op de website Per Saldo van de belangenvereniging voor PGB ers SVB Servicecentrum PGB Onderwerpen pgb svb Delen Deel op twitter Deel op facebook Deel op linkedin Gerelateerd Nieuwsbericht 4 februari 2015 Interventies bij SVB over PGB leiden niet tot verbeteringen De Sociale Verzekeringsbank SVB blijkt

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/2015/acute-financiele-problemen-door-uitbetalingsproblemen-pgb- (2015-08-09)
    Open archived version from archive



  •