archive-nl.com » NL » N » NATIONALEOMBUDSMAN.NL

Total: 2034

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Thema's en publicaties | Nationale ombudsman
    verder Onderwerpen belastingdienst BV loonheffing restitutie Nieuwsbericht 31 juli 2014 Zelfstandigen in de zorg kunnen weer aan de slag De Nationale ombudsman heeft klachten ontvangen van ZZP ers in de zorg die sinds het najaar 2013 niet meer beschikken over een Verklaring arbeidsrelatie winst uit onderneming VAR wuo Lees verder Onderwerpen Zorg zorginstelling verklaring zorg in natura zorgkantoor levering Dossier 7 juli 2014 Dossier Overheid geld Hoe komt het dat bij mensen schulden ontstaan Er zijn allerlei oorzaken werkloosheid hypotheekproblemen scheiding ziekte of onverwachte terugvorderingen van de overheid Natuurlijk moet je terugbetalen wat je teveel hebt gekregen Lees verder Onderwerpen traag betalende overheid toeslagen zzp ers betalingsregeling betaalgedrag schuldhulpverlening belastingdienst Column 31 mei 2014 Een auto van het Rijk Rudy heeft een autobedrijf en koopt geregeld auto s om die te kunnen doorverkopen Het Rijk verkoopt zijn overtollige goederen en inbeslaggenomen goederen via Domeinen Roerende Zaken Op de website van de Domeinen ziet Rudy een keurige wagen Lees verder Onderwerpen om schade overheid veiling domeinen roerende zaken autobedrijf Column 3 januari 2014 Gescheiden van tafel en bed Ernst doet digitaal aangifte van zijn inkomstenbelasting over 2011 en 2012 Als hij hierover bericht krijgt van de Belastingdienst ziet hij tot zijn grote verbazing dat zij hem fiscaal partner hebben gemaakt van zijn ex vrouw Lees verder Onderwerpen belastingdienst adres aangifte inkomstenbelasting rechter gemeentelijke basis administratie gba Rapport 24 oktober 2013 2013 153 Verzoeker klaagt over afwijzing verzoek tot vermindering belastingaanslag Man is in 2006 gescheiden heeft zijn onderneming gestaakt en enige tijd geen vaste woon en verblijfplaats gehad Hij verzuimt aangifte inkomstenbelasting over 2006 te doen en de Belastingdienst legt ambtshalve een aanslag op maar vordert die niet in Na verloop van tijd pakt de man zijn leven weer op en doet voor de jaren na 2006 alsnog aangifte De belasting inspecteur stelt lagere aanslagen op De ontvanger van de belastingdienst verrekent de teruggave over die jaren met de aanslag over 2006 De man dient dan bezwaar in tegen de aanslag 2006 maar dat bezwaar is te laat want vijf jaar na dato De ontvanger van de belastingdienst voor de verrekening had moeten bekijken of de aanslag over 2006 wel redelijk was De Nationale ombudsman merkt op dit probleem wordt veroorzaakt doordat de ontvanger geen weet heeft van het verzoek dat de burger doet aan de inspecteur Niet de burger maar de belastingdienst zelf moet er voor zorgen dat inspecteur en ontvanger elkaar goed informeren Lees verder Onderwerpen belastingdienst ministerie van financiën aangifte inkomstenbelasting verstrijking vijfjaarstermijn aanslag financiën Nieuwsbericht 8 november 2013 Belastingdienst mag inkomensgegevens van vrijesectorhuurders niet verstrekken De Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer vindt dat de Belastingdienst inkomensgegevens van huurders in de vrije sector niet aan de verhuurders mag geven Lees verder Onderwerpen belastingdienst huurder inkomensgegevens om verhuurder ministerie van financiën Rapport 28 oktober 2013 2013 152 Eigen onderzoek naar verstrekking inkomensgegevens aan verhuurders door Belastingdienst en klachtbehandeling hierover Dit is een onderzoek uit eigen beweging naar het opvragen van inkomensgegevens bij de Belastingdienst door verhuurders van woningen in de

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/themas-en-publicaties?zoekterm=%22ministerie+van+financi%C3%ABn%22 (2015-08-09)
    Open archived version from archive


  • Ombudsman: overheid moet zes miljoen euro terugbetalen aan Nederlandse pensionado's in het buitenland | Nationale ombudsman
    2009 ten onrechte deze bijdragen Zorgverzekeringswet Zvw ontvangen en vindt ambtshalve teruggaaf niet uitvoerbaar Brenninkmeijer Ik vind de passieve opstelling van de overheid niet behoorlijk De problematiek is veroorzaakt doordat het CVZ in 2006 grote problemen had met tijdige toezending en verwerking van de aanmeldingsformulieren Ik vind het niet gepast dat het ministerie de pensionado s verwijt dat zij hun emigratie te laat aan het CVZ hebben doorgegeven De overheid is debet aan deze problemen en moet er dan ook voor zorgen dat de Nederlanders in het buitenland linksom of rechtsom hun geld terug moeten krijgen Achtergrond In de jaren 2006 2009 werd van circa 13 500 Nederlanders in het buitenland de Zvw bijdrage ten onrechte als Zvw binnenland aangemerkt Door dit verkeerde oormerk droeg de inhoudende instantie zoals de SVB een pensioenfonds of het UWV deze bijdrage ten onrechte af aan de Belastingdienst Maar omdat de verzekerde inmiddels in het buitenland woonde en onder de buitenlandregeling Zvw viel had dit afgedragen moeten worden aan het CVZ Daardoor had het CVZ te weinig ontvangen en moesten velen teveel bijbetalen De meeste betrokkenen wisten en weten niet dat ze deze Zvw bijdrage kunnen terugvragen bij de Belastingdienst Het ministerie van Financiën vindt ambtshalve teruggaaf over de periode 2006 t m 2009 niet uitvoerbaar De rechthebbenden moeten zelf teruggaaf vragen Wél erkent het ministerie dat het probleem ook ná 2009 structureel is Daarom gaat het ministerie onderzoeken of het mogelijk is om vanaf het belastingjaar 2010 ambtshalve teruggaaf te verlenen Kijk voor meer informatie in het dossier CVZ de link naar dit dossier vindt u rechts op deze pagina onder verder lezen Onderwerpen terugbetalen cvz ambtshalve teruggaaf om belastingdienst overheid Delen Deel op twitter Deel op facebook Deel op linkedin Gerelateerd Nieuwsbericht 15 maart 2012 Belastingdienst geeft pensionado s Zvw bijdragen terug

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/2011/ombudsman-overheid-moet-zes-miljoen-euro (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • Column: Na zes jaar geld terug voor pensionado | Nationale ombudsman
    heeft opgelost In deze video de Nationale ombudsman spreekt over zijn column Na zes jaar geld terug voor pensionado van zaterdag 11 mei 2013 Onderwerpen aow college van zorgverzekeringen cvz belastingdienst pensioen zorgverzekering zorgverzekeringswet buitenland ziektekosten Delen Deel op twitter Deel op facebook Deel op linkedin Gerelateerd Column 11 mei 2013 Na zes jaar geld terug voor pensionado Maria woont al jaren in een appartementje aan de Spaanse zuidkust Zij heeft AOW en een klein pensioen Lees verder Nieuwsbericht 24 maart 2009 Nederlanders in het buitenland dupe van problemen bij CVZ Nederlanders die in het buitenland wonen hebben grote problemen om hun teveel betaalde bijdrage voor de zorg terug te krijgen Lees verder Rapport 10 mei 2012 2012 078 Vrouw klaagt dat CVZ niet adequaat heeft gereageerd op brief bewindvoerder Zorgverzekeraar heeft vrouw bij het College voor Zorgverzekeringen afgemeld als wanbetaler Op grond van de wanbetalersregeling was zij aan het CVZ nog een bedrag van 525 85 aan bestuurlijke premie schuldig die wordt geïnd door het CJIB Haar bewindvoerder vraagt het CVZ om informatie over het bedrag Daar reageert het CVZ niet op en het CJIB vaardigt een dwangbevel uit De Nationale ombudsman vindt dat het CVZ contact had moeten

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/node/31139 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • 2005/173 | Nationale ombudsman
    contractpartner had gesloten 2 Bij brief van 28 mei 2003 wees het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn dit verzoek af omdat er geen bij de overeenkomst behorende openbare stukken waren 3 Bij brief van 6 september 2003 vroeg verzoeker aan de gemeenteraad van Apeldoorn met welk doel de contractpartner over zijn verzoek om inzage was geïnformeerd Verder vroeg verzoeker aandacht voor de handelwijze van de gemeente in een aantal zaken en wenste hierop een reactie van de gemeenteraad 4 Op 17 februari 2004 diende verzoeker een klacht in bij de gemeenteraad van Apeldoorn over het uitblijven van een reactie op zijn brief van 6 september 2003 5 De ontvangst van de brief van 17 februari 2004 werd op 21 februari 2004 door de raadsgriffier bevestigd Meegedeeld werd dat de brief met een behandelingsvoorstel voor een volgende openbare vergadering van de raad zou worden geagendeerd 6 In het behandelingsvoorstel van 25 maart 2004 werd voorgesteld de brief van 17 februari 2004 in handen te stellen van het presidium om advies In de toelichting werd opgemerkt dat de afhandeling van de brief in overleg met de dienst Veiligheid Recht en Burgerzaken door het presidium in de eerstvolgende vergadering zou plaatsvinden 7 Op 13 april 2004 deelde de raadsgriffier aan verzoeker mee dat tijdens de raadsvergadering van 1 april 2004 was besloten zijn brief van 17 februari 2004 in handen te stellen van het raadspresidium om advies en dat hij te zijner tijd bericht zou krijgen van de raadsgriffie over de wijze waarop de brief was afgehandeld 8 Bij brief van 22 april 2004 reageerde het raadspresidium op verzoekers brieven van 6 september 2003 en 17 februari 2004 Ten aanzien van verzoekers brief van 17 februari 2004 deelde het raadspresidium het volgende mee Met uw brief van 17 februari 2004 constateerde u overigens terecht dat uw brief van 6 september jl helaas nog niet was beantwoord De brief was onterecht ter afdoening aan het college voorgelegd Hierover heeft de raadsgriffier op 25 maart 2004 telefonisch contact met u gehad waarbij gemeld is dat er begrip is voor uw klacht hieromtrent en is excuses voor de gang van zaken gemaakt Gemeld is dat uw brief op 1 april 2004 in de raad aan de orde zou worden gesteld bij de behandeling van de ingekomen brieven met het voorstel de brief ter advisering en afdoening aan het raadspresidium voor te leggen Met deze brief beschouwen wij uw in de aanhef genoemde brieven als afgedaan 9 In een e mailbericht van 27 april 2004 vroeg verzoeker aan de raadsgriffier onder andere nogmaals om uitleg waarom zijn verzoek om inzage in de openbare stukken behorende bij de overeenkomst bekend was gemaakt aan de contractpartner Tevens vroeg verzoeker in een e mailbericht van gelijke datum de raadsgriffier uitleg omtrent de procedure van de afhandeling van zijn brief van 17 februari 2004 Bij brief van 3 mei 2004 legde verzoeker deze vragen voor aan het raadspresidium 10 Op 17 mei 2004 reageerde het raadspresidium als volgt op verzoekers vragen In het kader van een zorgvuldige voorbereiding incl belangenafweging van het besluit d d 28 mei 2003 is de contractpartner N o geïnformeerd over uw WOB verzoek De gemeente Apeldoorn is namelijk op 1 januari 2002 met de contractpartner N o een overeenkomst betreffende de publicatie van de gemeentelijke informatiepagina s aangegaan looptijd tot en met 31 december 2006 Blijkens uw WOB verzoek is verzocht de bij deze overeenkomst behorende stukken in te zien De contractpartner N o is dus in feite indirect betrokken partij bij het WOB verzoek Aan de contractpartner N o is om die reden gevraagd of de bij de overeenkomst behorende stukken bedrijfsgevoelige informatie bevat op grond waarvan het verzoek gedeeltelijk geweigerd zou moeten worden Uw tweede vraag betreft de afhandeling van uw brief van 17 februari 2004 In zijn vergadering van 1 april 2004 is de raad akkoord gegaan met het in de lijst IS gedane voorstel m b t de afhandelingswijze van uw brief d d 17 februari 2004 Dit is ook in onze brief aan u van 22 april jl aangegeven De afdoening is in de toelichting die onderdeel uitmaakt van het voorstel aan de raad aangegeven lijst IS d d 25 maart 2004 rubriek III advies toelichting afhandeling B Standpunt verzoeker Voor het standpunt van verzoeker wordt verwezen naar de klachtformulering onder Klacht C Standpunt COLLEGE VAN burgemeester en wethouders VAN DE GEMEENTE aPELDOORN en van het raadspresidium van de gemeente aPELDOORN 1 In reactie op de klacht deelde het college van burgemeester en wethouders bij brief van 1 september 2004 verzonden 15 oktober 2004 het volgende mee De naam van verzoeker is aan de contractpartner N o bekend gemaakt in verband met een door verzoeker ingediend verzoek op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur WOB om inzage in bij een overeenkomst tussen de contractpartner N o en de Gemeente Apeldoorn behorende stukken alsmede in verband met een aantal door verzoeker over die overeenkomst gestelde vragen Ter beoordeling van dat verzoek hebben wij contact opgenomen met de contractpartner N o voor het kunnen afwegen van de daarbij betrokken belangen Wij hebben niet met zekerheid kunnen vaststellen of het bekend maken van de naam van verzoeker is gebeurd op verzoek van de contractpartner N o of uit eigen beweging van de betreffende ambtenaar De bekendmaking is niet schriftelijk vastgelegd Wij hebben ons op het moment dat wij de naam van verzoeker aan de contractpartner N o bekend maakten niet gerealiseerd dat de WOB het toetsingskader is voor het al dan niet bekendmaken van de naam van verzoeker aan de contractpartner N o De bekendmaking was ingegeven door ons oordeel dat dat nodig was om de contractpartner N o een goede afweging te kunnen laten maken Indien de naam van verzoeker uit eigen beweging bekend is gemaakt vragen wij ons af of het wel nodig was geweest om daartoe zelf het initiatief te nemen Wij gaan intern bekijken hoe we dit soort gevallen in de toekomst zullen behandelen Voor

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2005/173 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • 2009/056 | Nationale ombudsman
    twee verschillende stafarbeidsdeskundigen die beiden tot dezelfde conclusie komen namelijk dat de totstandkoming van het deskundigenoordeel voldoet aan de zorgvuldigheidseisen Uw visie dat de klachtenambassadeur een oordeel moet vellen in geval de UWV cliënt en de UWV betrokkene rechtstreeks tegenover elkaar staan is naar onze mening juist Maar in de hoorzitting hebben wij reeds aangegeven dat de klachtenambassadeurs geen inhoudsdeskundigen zijn De klachtenambassadeur gaat op zoek naar de juiste persoon om de vragen te beantwoorden Daarbij is de stafarbeidsdeskundige in uw geval de juiste persoon De arbeidsdeskundige zelf is uiteraard wel betrokken partij zodat die de kwestie niet onafhankelijk kan onderzoeken Van de stafarbeidsdeskundige mag dit wel worden verwacht Het feit dat door twee verschillende stafarbeidsdeskundigen wordt aangegeven dat het onderzoek zorgvuldig is verricht is voor ons aanleiding die mening te onderschrijven De uitspraak van de rechtbank is niet meegewogen omdat dit informatie was die ten tijde van de totstandkoming van het deskundigenoordeel niet bekend was Er is dus puur getoetst op basis van de gegevens die ten tijde van de totstandkoming in het dossier aanwezig waren In de klachtenprocedure kan slechts worden getoetst of het oordeel zorgvuldig tot stand is gekomen het uiteindelijk oordeel wordt nimmer ter discussie gesteld Dus indien een uitspraak van de rechtbank aanleiding geeft te veronderstellen dat mogelijk het oordeel van de arbeidsdeskundige niet juist was dan nog zegt dit niets over de zorgvuldigheid waarmee het oordeel tot stand is gekomen En naar ons oordeel hebben we het laatste uitgebreid onderzocht Wij wijzen u nogmaals op de mogelijkheid om de Nationale Ombudsman te benaderen en beschouwen deze kwestie nu als afgedaan 8 Verzoeker was ook met de laatste reactie van het UWV niet tevreden en richtte zich op 5 februari 2008 tot de Nationale ombudsman Na een gesprek op het Bureau van de Nationale ombudsman werd zijn klacht in onderzoek genomen I Ten aanzien van de telefonische opmerking van de arbeidsdeskundige dat hij niet geschikt was om een deskundigenoordeel te geven Bevindingen 9 Op 17 juli 2007 had verzoeker bij het UWV een aanvraag ingediend voor een deskundigenoordeel waarin hij het UWV een kwalitatief oordeel vroeg over de re integratie inspanningen van zijn werkgever Kort voor het uitbrengen van het oordeel op 22 augustus 2007 had de arbeidsdeskundige telefonisch contact met verzoeker In dat gesprek vroeg hij aan verzoeker waarom hij het deskundigenoordeel had aangevraagd of de formulering wel juist was en merkte hij vervolgens volgens verzoeker op dat hij niet de aangewezen persoon was om een deskundigenoordeel over de re integratie inspanningen te geven omdat hij als arbeidsdeskundige vooral WIA beoordelingen deed 10 In reactie op dit klachtonderdeel heeft het UWV aangevoerd dat uit navraag is gebleken dat de arbeidsdeskundige niet heeft gezegd dat hij niet geschikt zou zijn om een deskundigenoordeel af te geven Het is volgens het UWV plausibel dat hij dit niet heeft gezegd omdat het afgeven van deskundigenoordelen een essentieel onderdeel is van het takenpakket van de arbeidsdeskundige De betrokken arbeidsdeskundige heeft naar eigen zeggen wel gezegd dat het deskundigenoordeel niet bedoeld is om een arbeidsconflict op te lossen 11 Volgens verzoeker in een nadere reactie op dit onderdeel heeft de arbeidsdeskundige in zijn reactie verzuimd daar aan toe te voegen dat hij ook heeft gesteld niet te begrijpen waarom verzoeker een deskundigenoordeel had aangevraagd Verzoeker had daarbij in zijn telefoongesprekken met hem nadrukkelijk aangevoerd dat hij geen uitspraak over het conflict had gevraagd maar om de re integratie inspanningen waarbij hij verwees naar een brochure van het UWV die de arbeidsdeskundige niet leek te kennen Beoordeling 12 Het vereiste van correcte bejegening houdt onder meer in dat bestuursorganen zich in hun bejegening van burgers hulpvaardig opstellen In een telefoongesprek met de arbeidsdeskundige die het deskundigenoordeel moest uitvoeren werd aan verzoeker gevraagd waarom hij het oordeel had aangevraagd en of de formulering wel juist was Volgens verzoeker zou de arbeidsdeskundige daarbij ook gezegd hebben dat hij niet de aangewezen persoon was om het oordeel te geven omdat hij als arbeidsdeskundige vooral WIA beoordelingen verrichtte Een dergelijke opmerking past niet in een correcte bejegening Het UWV ontkent dat de arbeidsdeskundige dit heeft gezegd omdat het niet in overeenstemming is met de feitelijke situatie dat arbeidsdeskundigen deskundigenoordelen geven en dat ook in hun takenpakket hebben zitten De Nationale ombudsman is van oordeel dat het UWV daarmee niet de kern raakt van de klacht van verzoeker De klachtbehandeling had uitsluitsel moeten geven over de vraag of de arbeidsdeskundige wel of niet gezegd heeft dat hij niet de aangewezen persoon was om een deskundigenoordeel te geven Achteraf is ook niet meer vast te stellen wat er feitelijk is gezegd De Nationale ombudsman moet zich ten aanzien van dit klachtonderdeel van een oordeel onthouden II Ten aanzien van het niet nakomen van de toezegging van de arbeidsdeskun dige dat verzoeker zijn aanvraag in een gesprek mocht komen toelichten Bevindingen 13 Verzoeker was door de arbeidsdeskundige uitgenodigd voor een gesprek op 21 augustus 2007 Omdat deze datum samenviel met een andere afspraak van verzoeker probeerde hij deze te verzetten Hij deed dat telefonisch en per e mail maar zijn verzoek bereikte de arbeidsdeskundige niet vóór de gemaakte afspraak zodat de arbeidsdeskundige op het tijdstip van de afspraak telefonisch contact zocht met verzoeker om bij hem te informeren waarom hij niet was gekomen Omdat verzoeker op het punt stond te vertrekken kon hij maar kort met de arbeidsdeskundige spreken Volgens verzoeker is in dat gesprek zijn visie op de re integratie inspanningen van zijn werkgever niet ter sprake gekomen en hij verwachtte een nieuwe uitnodiging te krijgen 14 In de reactie van 13 december 2007 van het UWV op de klacht van verzoeker heeft de stafarbeidsdeskundige erkend dat het zorgvuldiger was geweest als de arbeidsdeskundige na het telefonische contact met verzoeker op 21 augustus 2007 opnieuw contact met hem had opgenomen Hoewel het jammer was dat dit niet was gebeurd had de arbeidsdeskundige met de in het dossier aanwezige informatie niet tot een ander oordeel kunnen komen aldus het UWV 15 In reactie op dit klachtonderdeel is door het UWV aangevoerd dat verzoeker in de twee telefoongesprekken met de arbeidsdeskundige voldoende informatie en toelichting had gegeven Er is volgens het UWV niet uitsluitend over de formulering van de vraag gesproken Verder heeft de arbeidsdeskundige ontkend dat hij verzoeker zou hebben toegezegd dat hij zou worden uitgenodigd voor een vervolggesprek Volgens de arbeidsdeskundige heeft hij langdurig met verzoeker door de telefoon gesproken en heeft verzoeker ook zeer veel schriftelijke informatie verstrekt Een vervolggesprek werd dan ook niet zinvol geacht 16 In een nadere reactie op dit klachtonderdeel heeft verzoeker nog eens naar voren gebracht dat hij op het moment van het telefoontje van de arbeidsdeskundige op het punt stond te vertrekken naar een andere afspraak Het telefoongesprek heeft volgens hem niet meer dan twintig minuten geduurd en ging uitsluitend over de aanleiding en de formulering van de aanvraag Tijdens het telefoongesprek heeft de arbeidsdeskundige niet gezegd en ook niet gesuggereerd dat het telefoongesprek in de plaats kwam van het echte gesprek De arbeidsdeskundige heeft op dit punt geen concrete toezegging gedaan maar heeft ook niet gezegd dat er geen gesprek meer zou volgen Beoordeling 17 Het vereiste van actieve en adequate informatieverwerving houdt in dat bestuursorganen bij de voorbereiding van hun handelingen de relevante informatie verwerven In zijn nadere reactie heeft verzoeker erkend dat de arbeidsdeskundige tijdens het telefoongesprek met hem op 21 augustus 2007 geen concrete toezegging heeft gedaan ten aanzien van een nieuwe uitnodiging voor een gesprek Verzoeker verwachtte die uitnodiging wel omdat het eerste gesprek was afgezegd én zijn visie over de re integratie inspanningen van zijn werkgever in het telefoongesprek niet ter sprake was gekomen Het ging derhalve niet om een toezegging maar eerder om een bij verzoeker ontstane verwachting Uit de klacht is in ieder geval niet naar voren gekomen dat verzoeker in het telefoongesprek ook expliciet heeft aangegeven dat hij een nieuwe uitnodiging voor een gesprek wilde hebben 18 De arbeidsdeskundige meende op basis van alle schriftelijke stukken en de telefonisch gegeven toelichting van verzoeker over voldoende informatie te beschikken om het deskundigenoordeel te kunnen geven Om er verzekerd van te zijn dat hij de beschikking had over alle relevante informatie van de kant van verzoeker was het zorgvuldiger geweest zoals ook door de stafarbeidsdeskundige in de klachtbehandeling is erkend als de arbeidsdeskundige tijdens het telefoongesprek aan verzoeker had gevraagd of deze nog prijs stelde op een nader gesprek met hem hetzij in persoon hetzij telefonisch Aangezien de arbeidsdeskundige dat heeft nagelaten heeft hij het risico genomen dat de door verzoeker aangeleverde informatie niet alle relevante informatie van verzoekers kant was Daarbij komt dat hij in zijn rapportage in strijd met de feitelijke gang van zaken heeft vermeld dat hij beide partijen had gehoord Hiermee heeft hij gehandeld in strijd met het vereiste van actieve en adequate informatieverwerving In zoverre is de onderzochte gedraging niet behoorlijk III Ten aanzien van het zonder verder onderzoek voor waar aannemen van de beweringen van de werkgever Bevindingen 19 Na het telefoongesprek met verzoeker op 21 augustus 2007 heeft de arbeidsdeskundige op 22 augustus 2007 met de werkgever gesproken om diens visie op de re integratie inspanningen te vernemen Diezelfde dag heeft de arbeidsdeskundige zijn rapportage over het deskundigenoordeel opgesteld Zijn conclusie was dat de werkgever kwalitatief gezien voldoende re integratie inspanningen had verricht waarbij hij onder meer opmerkte dat er aan verzoeker een passende functie was aangeboden die weliswaar anders was dan voorheen maar dat had meer te maken met een reorganisatie binnen het bedrijf dan met de uitval van verzoeker 20 Volgens verzoeker heeft de arbeidsdeskundige zijn conclusie voor een belangrijk deel gebaseerd op informatie van de werkgever die hij niet bij hem heeft getoetst Of het aangeboden werk passend was kon de arbeidsdeskundige niet beoordelen want de aangeboden functie stond nergens beschreven aldus verzoeker Hij vroeg zich af of het deskundigenoordeel wel voldoende zorgvuldig tot stand was gekomen 21 In reactie hierop gaf het UWV in zijn brief van 10 januari 2008 aan dat de arbeidsdeskundige de passendheid van de functie had vastgesteld op basis van in het dossier aanwezige informatie Met deze informatie werd onder meer gedoeld op de door verzoeker met de aanvraag meegezonden brief van zijn werkgever van 26 januari 2007 en een rapport van een bedrijf dat helpt bij verzuimbegeleiding en advies geeft over arbeidsomstandigheden In zijn reactie op de klacht gaf de arbeidsdeskundige bij brief van 19 juni 2008 aan dat in een deskundigenoordeel alle partijen om informatie wordt gevraagd Als de gestelde vragen met een aannemelijk antwoord worden beantwoord is het volgens de arbeidsdeskundige niet noodzakelijk om een waarheidsonderzoek te doen naar niet zichtbare onderwerpen Door de arbeidsdeskundige wordt in deze procedure niet naar leugens gevraagd en hij gaat er evenmin van uit dat hij voorgelogen wordt 22 Op de door de Nationale ombudsman aan het UWV gestelde vraag of het UWV kon aangeven welke functie de werkgever aan verzoeker had aangeboden en waarom het UWV van mening was dat die functie passend geacht werd kon het UWV in zijn e mail van 16 september 2008 geen antwoord geven Volgens het UWV is er door de arbeidsdeskundige in de procedure zorgvuldig gehandeld en kan zijn inhoudelijke oordeel in de klachtenprocedure niet ter discussie staan In een aanvullende reactie op deze passage heeft het UWV op 9 februari 2009 de volgende toelichting gegeven In het Deskundigenoordeel staat de volgende passage De afdeling waar belanghebbende het management over voerde was opgesplitst in twee kleinere afdelingen Het was de bedoeling dat belanghebbende het management over een van deze twee afdelingen zou gaan voeren Naar onze mening geeft UWV hierin derhalve aan welke functie is geboden Aangezien er sprake was van arbeidsgeschiktheid werd deze functie passend geacht Dat er in de latere klachtafhandeling verder niet op dit punt is ingegaan komt voort uit het feit dat de klachtenambassadeur van mening was dat het Deskundigenoordeel dan toch inhoudelijk op het niveau van de beslissing de feitelijke weging moest worden toegelicht terwijl dit niet de bedoeling is binnen de klachtenprocedure Beoordeling 23 Het vereiste van hoor en wederhoor houdt in dat bestuursorganen bij de voorbereiding van een handeling of beslissing betrokkenen die daarbij een belang hebben in staat stellen te worden gehoord Het vereiste houdt ook in dat er na het horen van partijen een ronde van wederhoor wordt gehouden als blijkt dat partijen op een essentieel punt van mening verschillen Dit was onder meer het geval bij de passendheid van de aangeboden functie Het UWV baseerde zijn conclusie dat de werkgever voldoende re integratie inspanningen had verricht op de informatie van de werkgever dat er aan verzoeker een passende functie was aangeboden en dat verzoeker die functie had geweigerd Deze informatie werd niet aan verzoeker voorgelegd maar direct in het deskundigenoordeel verwerkt Het is duidelijk dat verzoeker het niet met deze conclusie eens was De arbeidsdeskundige had op zijn minst vraagtekens bij deze van de werkgever afkomstige informatie moeten zetten immers het aanbieden van een passende functie zal meestal een van de belangrijkste onderdelen zijn van het re integratieproces en werd niet als zodanig door verzoeker in zijn aanvraag genoemd Het had in de reden gelegen dat de arbeidsdeskundige de informatie die hij van de werkgever had ontvangen en die niet viel te rijmen met de informatie die verzoeker bij zijn aanvraag of in de telefoongesprekken met de arbeidsdeskundige had verstrekt nog een keer aan verzoeker had voorgelegd Aangezien hij dat niet heeft gedaan heeft het UWV gehandeld in strijd met het vereiste van hoor en wederhoor Ook in zoverre is de onderzochte gedraging niet behoorlijk 24 Om misverstanden ook in de toekomst te voorkomen merkt de Nationale ombudsman op dat het niet correct is dat het UWV heeft gesteld dat een inhoudelijk oordeel niet in de klachtenprocedure ter discussie zou kunnen staan Het UWV zelf in de interne klachtenprocedure en de Nationale ombudsman als tweedelijns klachtvoorziening kunnen zich wel degelijk uitspreken over de behoorlijkheid van een inhoudelijk oordeel De Nationale ombudsman heeft zich hierover al eerder uitgelaten in een rapport rapport 2006 380 zie Achtergrond onder 1 IV Ten aanzien van het niet onderkennen dat door een handeling van de werkgever op 26 januari 2007 verdere re integratie bij die werkgever praktisch onmogelijk was geworden Bevindingen 25 Verzoeker wilde met zijn aanvraag deskundigenoordeel van 16 juli 2007 een beoordeling van de re integratie inspanningen van zijn werkgever in de periode van datum uitval 2 juli 2006 tot medio maart 2007 Toen verzoeker na het hem overkomen hartinfarct nog aan het revalideren was en hij in het kader van de re integratie een tijdelijke functie van consultant vervulde kreeg hij op 26 januari 2007 in een gesprek met zijn werkgever te horen dat hij een burn out had dat hij niet goed functioneerde in zijn tijdelijke functie en dat hij bij definitieve terugkeer op het werk een lagere functie moest accepteren Deze informatie werd door de werkgever bevestigd bij brief van 29 januari 2007 hierin kreeg verzoeker het dringende advies om externe begeleiding te zoeken voor een re integratieproces dat op herstel van een burn out was gericht en tijdelijk de lagere meer uitvoerende functie van projectleider grote projecten te accepteren De werkgever had volgens verzoeker de onjuiste medische diagnose burn out nooit mogen noemen en vanaf dat moment was er sprake van een conflict met als gevolg dat verdere re integratie bij de werkgever praktisch onmogelijk was geworden De arbeidsdeskundige had dit bij het geven van het deskundigenoordeel moeten onderkennen 26 In reactie op dit klachtonderdeel heeft het UWV op 17 juni 2008 naar voren gebracht dat verzoeker blijkbaar was vergeten dat het UWV bij het geven van een deskundigenoordeel gehouden is aan beoordelingskaders Het UWV moet toetsen of de werkgever tijdig de juiste re integratieactiviteiten en interventies heeft verricht Aspecten die een directe relatie hebben met een arbeidsconflict dienen daarbij zoveel mogelijk buiten de beoordeling te blijven Het deskundigenoordeel kan een vastgelopen re integratie vlottrekken maar is niet bedoeld om een arbeidsconflict op te lossen Een werkgever heeft met betrekking tot de re integratie van zijn uitgevallen werknemers een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting Het UWV toetst in het deskundigenoordeel of de door de werkgever ingezette activiteiten en interventies passen bij de medische situatie van de werknemer Dit in ogenschouw nemend heeft de werkgever van verzoeker de vereiste re integratie inspanningen naar behoren vervuld Uit de in de arbeidskundige rapportage van 22 augustus 2007 genoemde evaluatiemomenten van de arbodienst werd bij 13 maart 2007 aangegeven dat het arbeidsconflict en de spanningen toenamen en dat de bedrijfsarts mediation adviseerde Bij 14 mei 2007 stond vermeld dat mediation werd gestart Dat dit uiteindelijk geen positief resultaat heeft opgeleverd valt te betreuren maar zegt niets over de correctheid van die inspanningen aldus het UWV In aanvulling hierop heeft de arbeidsdeskundige nog vermeld dat het gebruik van de diagnose burn out uitsluitend is voorbehouden aan een medicus Dit was voor hem reden om aan te nemen dat de arboarts die diagnose had gesteld en dat de werkgever die had meegenomen bij de re integratie zodat verzoeker in een functie die overeenkwam met zijn eigen werk zou kunnen gaan functioneren 27 Verzoeker is het in zijn nadere reactie van 30 juni 2008 niet eens met de commentaren van het UWV en de arbeidsdeskundige Het ging volgens hem niet alleen om het noemen van de diagnose burn out maar ook om het opnieuw herplaatsen in een andere functie en het uitspreken van een zware onvoldoende met betrekking tot verzoekers functioneren Het door de werkgever noemen van de diagnose was volstrekt onjuist en niet gebaseerd op informatie van de arboarts De arbeidsdeskundige had dat kunnen weten omdat verzoeker stukken van de arboarts met zijn aanvraag had meegestuurd De opmerking van het UWV dat het deskundigenoordeel niet gebruikt kan worden om een arbeidsconflict te beslechten is volgens verzoeker voor dit klachtonderdeel ook niet juist Wat verzoeker bedoelde aan te geven is dat er tot het gesprek met de werkgever op 26 januari 2007 geen arbeidsconflict was De door de werkgever gemaakte opmerkingen tijdens dat gesprek deden als het ware

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2009/056 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • 2010/224 | Nationale ombudsman
    daarnaar gevraagd aan dat geen zogenoemd driehoeksgesprek over de klacht had plaatsgevonden en dat verzoeker ook niet was gehoord Verzoeker had in het klachtenformulier aangegeven een schriftelijke terugkoppeling op de klacht te willen Daarom was het UWV ervan uitgegaan dat hij niet gehoord wilde worden Hoewel het UWV een proactieve houding wilde innemen ten opzichte van het horen van klagers was de wens van verzoeker om een schriftelijke afhandeling te krijgen gerespecteerd Het UWV had zich daarom een oordeel over de klacht gevormd op basis van de beschikbare informatie van verzoeker Ook was de betrokken arts benaderd en verzocht om een reactie Vanuit dat oogpunt was het ook niet nodig om een driehoeksgesprek te initiëren Indien verzoeker dat wenste zou met hem nog een gesprek kunnen plaatsvinden zo gaf het UWV ten slotte aan Op 26 oktober werd de reactie van de verzekeringsarts door de Nationale ombudsman ontvangen Over het verloop van het gesprek met verzoeker schreef zij dat het een gewoon beoordelingsgesprek was geweest Het gesprek verliep in harmonie en in goede sfeer Op het moment dat zij verzoeker confronteerde met haar zorg dat het werk in de psychiatrie te belastend voor hem zou zijn en aangaf dat zij haar twijfels had of hij dit werk duurzaam zou kunnen doen werd de sfeer wat gespannen Verzoekers vriendin mengde zich in het gesprek zij werd emotioneel De arts had het gesprek met verzoeker niet anders dan normaal ervaren Teleurstelling van de cliënt was voor haar begrijpelijk maar dat had het gesprek niet negatief beïnvloed Ten slotte gaf de verzekeringsarts aan zich absoluut niet te herkennen in verzoekers klacht Zij had geen discriminerende uitlatingen gedaan en begreep niet wat verzoeker hiermee bedoelde Zij had zijn capaciteiten niet in twijfel getrokken zij had aangegeven dat zij het werk in een dergelijke setting te belastend achtte voor verzoeker en dat zij twijfelde of hij dat werk duurzaam zou kunnen verrichten Zij had hem aangemeld voor re integratie naar passend werk Omdat het UWV uitgaat van de kortste weg naar arbeid werd de door de verzoeker gewenste opleiding ook door de arbeidsdeskundige niet gehonoreerd Op 30 november 2009 gaf het UWV nog nader aan waarom verzoeker niet gehoord was Bij het invullen van het klachtenformulier op internet had verzoeker aangegeven een schriftelijke reactie op zijn klacht te wensen Op 14 juli 2009 had het UWV geprobeerd hem telefonisch te bereiken over het eventueel toelichten van de klacht dat lukte niet en daarom werd er een bericht ingesproken In de ontvangstbevestiging van diezelfde dag werd vervolgens aangegeven dat verzoeker het kon laten weten als hij zijn klacht wenste toe te lichten Het feit dat hij om een schriftelijke reactie had gevraagd maakte dus niet uit in zo n geval wordt de klager toch in de gelegenheid gesteld de klacht toe te lichten Verzoeker had voor zover bekend ook niet meer gereageerd op de uitnodiging om hierover contact te zoeken Op 15 december 2009 werd door het UWV een beslissing genomen op verzoekers bezwaarschrift In deze beslissing werd onder meer het volgende aangegeven U heeft op 18 augustus 2009 bezwaar gemaakt tegen onze beslissingen van 3 juli 2009 en 20 juli 2009 In de beslissing van 3 juli 2009 de bijstelling op de probleemanalyse deelden wij u onder meer mee wat uw beperkingen zijn U werd ongeschikt geacht voor uw eigen werk als callcentermedewerker en re integratie naar passend werk zou worden gestart Naar aanleiding van de door u gekozen opleiding geeft de arts aan van mening te zijn dat zij het werk als zorgverlener in de psychiatrie op basis van uw beperkingen niet geschikt acht In de beslissing van 20 juli 2009 staat vermeld dat de inzet re integratie naar passend werk is Geen goedkeuring werd verleend voor het volgen van de door u gekozen driejarige opleiding tot Begeleider GGZ Het is niet de kortste weg naar werk en het werk dat eruit voortvloeit zou gezien uw beperkingen niet geschikt voor u zijn Uw bezwaren U heeft de volgende bezwaren naar voren gebracht In uw bezwaarschrift geeft u onder meer aan dat u de mening van de verzekeringsarts ongefundeerd vindt U heeft om dit te ondersteunen informatie ingewonnen bij uw behandelende sector De probleemanalyse had nooit op deze manier gemaakt mogen worden De probleemanalyse is ten onrechte gebaseerd op een medisch verleden en een stoornis waarin u alweer 14 jaar stabiel bent Er is niet gekeken naar het hier en nu Het oordeel van de huisarts en sociaal psychiatrisch verpleegkundige over de huidige gezondheidstoestand is ten onrechte niet voldoende meegenomen Uw ziekmelding per november 2008 is werkgerelateerd Deze staat los van uw medisch verleden zo geeft u aan Heroverweging Naar aanleiding van uw bezwaren hebben wij de beslissingen waartegen u bezwaar maakt heroverwogen De bezwaarverzekeringsarts is van mening dat de visie van de arts niet gehandhaafd kan worden De beperkingen zoals door deze arts weergegeven zijn niet juist vastgesteld Ook klopt de conclusie van de verzekeringsarts niet dat werkzaamheden in de psychiatrie voor u niet zouden zijn aangewezen omdat dit niet duurzaam zou zijn De conclusie dat de opleiding Begeleider GGZ met ervaringsdeskundigheid niet de kortste weg naar werk zou zijn is door u niet bestreden en het tegendeel is daarvan dan ook niet gebleken Beslissing op bezwaar Gelet op het voorgaande verklaren wij uw bezwaren gedeeltelijk gegrond Dit houdt in dat wij de beslissingen waartegen u bezwaar heeft gemaakt herroepen voor zover het uw daarin beschreven beperkingen bevat Ook komt de conclusie te vervallen dat werkzaamheden in de psychiatrie voor u niet geschikt zouden zijn omdat deze niet duurzaam zouden zijn De conclusie dat het volgen van de opleiding niet de kortste weg naar werk is blijft in stand aangezien deze door u niet werd bestreden Uit de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 7 december 2009 bleek dat deze zijn oordeel onder meer had gebaseerd op informatie van verzoekers huisarts van 12 augustus 2009 Deze had schriftelijk laten weten dat verzoeker zeer gemotiveerd was om een opleiding tot begeleider met ervaringsdeskundigheid te volgen Hij

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2010/224 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • 2001/203 | Nationale ombudsman
    deze specificatie tot op heden nog altijd niet mogen ontvangen Ik ben inderdaad op 14 juni 2000 om 01 25 uur met China Airways vanuit Bangkok afgereisd naar Nederland En inderdaad ik moet Thailand weer in september 2000 verlaten vanweg het ontbreken van een adequate inkomstenverklaring C Standpunt Gak Nederland BV In reactie op de klacht deelde het hoofdkantoor van het Gak op 31 oktober 2000 onder meer het volgende mee Toen betrokkene begin mei 1999 aan ons kantoor Maastricht aankondigde met behoud van uitkering naar Thailand te willen vertrekken was duidelijk dat de overheid plannen had met betrekking tot de beperking van de uitkeringsstroom naar het buitenland Hoe die plannen op dat moment zouden uitpakken was echter niet zo duidelijk Uiteraard waren de contouren van de nieuwe wetgeving wel helder Om die reden zijn die ook in een brochure weergegeven Bij de klacht van betrokkene was een kopie van de bewuste brochure gevoegd zodat wij kennis hebben kunnen nemen van de inhoud Deze brochure is voorradig op alle kantoren van het GAK De afdeling AG buitenland van het kantoor te Amsterdam afdeling voor buitenlandse uitkeringsgerechtigden beschikt met betrekking tot de wet BEU slechts over de brochure Een Nederlandse uitkering in het buitenland zie Achtergrond Eerst in november 1999 ontving onze afdeling Buitenland de hierboven genoemde brochure een uitgave van september 1999 van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Begin december 1999 is de brochure verzonden aan al onze gerechtigden in het buitenland Uiteraard is het Gak als organisatie vrijwel onmiddellijk na het verschijnen van een nieuw exemplaar van het Staatsblad officieel op de hoogte van aanstaande wetswijzigingen maar daarmee kan niet worden gesteld dat alle medewerkers van alle kantoren even vlug en grondig over de veranderingen zijn geïnformeerd In het bestuderen van de wijzigingen en de aanwijzingen van het Lisv alsmede het herschrijven van interne richtlijnen gaat tijd verloren Toen de medewerkster van kantoor Maastricht op 23 juni 1999 bevestigde dat het voorgenomen vertrek naar Thailand geen gevolgen zou hebben voor het recht op de uitkering was de wet BEU nog niet gepubliceerd Strikt genomen was de inhoud van dat schrijven ook niet fout maar het had wel aanmerkelijk zorgvuldiger gekund Op dit punt verdient de gevalsbehandeling bepaald geen schoonheidsprijs Gesteld kan dan ook worden dat de effecten van de wet BEU pas in het najaar van 1999 bij de diverse medewerkers van de kantoren bekend waren op dat moment was het uitkeringsdossier van betrokkene reeds door ons kantoor Maastricht aan ons overgedragen en ook op dat moment hebben wij de eerder aangehaalde brochure verzonden Het voorgaande overziend begrijpen wij niet waarom betrokkene eerst na de ontvangst van de speciale BEU brochure bezwaar maakt tegen de informatieverstrekking over dit onderwerp terwijl hij reeds in mei 1999 een brochure van kantoor Maastricht heeft ontvangen met daarin de aankondiging van een mogelijk ingrijpende wetswijziging In mei 1999 was betrokkene nog in Nederland aanwezig hij had zijn vertrek naar Thailand kunnen uitstellen Wat betreft het al dan niet aanwezig zijn van twee brochures deelde het kantoor te Maastricht waar betrokkene toen onder ressorteerde het volgende mede Er was destijds één brochure te weten Vestigen in het buitenland en de gevolgen voor uw uitkering Er is inmiddels een nieuwe uitgave zie Achtergrond De tweede kwestie waarover betrokkene zich beklaagt is de verzending van de benodigde specificatie Deze specificatie is op 13 maart 2000 door betrokkene verzocht Gepoogd werd de vertaalde versie hiervan naar betrokkene te faxen De fax van betrokkene gaf echter geen reactie Diezelfde dag is de specificatie per post naar betrokkene gezonden Hoewel wij niet met 100 zekerheid kunnen stellen dat hij de specificatie heeft ontvangen komt het ons wel vreemd voor dat uitgerekend dit stuk hem niet bereikt Wij kunnen daarnaast geen verantwoordelijkheid dragen voor het handelen van de Thaise posterijen Het kantoor te Maastricht deelde het volgende mede De genoemde brief van 31 mei 1999 werd door een medewerkster van de afdeling arbeidsgeschiktheid van het kantoor te Maastricht verzonden Het betreft een standaardbrief De vermelding van de tekst van de brochure in de brief van 31 mei 2000 lees 1999 N o is dus niet aangepast maar komt voort uit het standaardbrievenboek Volgens de betreffende medewerkster was er maar één brochure te weten Vestigen in het buitenland en de gevolgen voor uw uitkering Er is inmiddels wel een nieuwe uitgave zie de Achtergrond Er is derhalve geen tweede brochure in het spel Achtergrond 1 In het Staatsblad 1999 nr 250 uitgegeven op 29 juni 1999 is gepubliceerd de Wet beperking export uitkeringen Wet van 27 mei 1999 Ingevolge het besluit van 11 juni 1999 Stb 251 uitgegeven op 29 juni 1999 is de Wet BEU met ingang van 1 januari 2000 in werking getreden 2 Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een voor het publiek bestemde brochure Een Nederlandse uitkering in het buitenland kenmerk B 185 september 1999 576O uitgegeven met informatie over de Wet BEU Het betreft onder meer het volgende 9 Hoe weet u of er met uw woonland een verdrag gesloten is Wanneer u met een uitkering in een niet verdragsland woont en de Nederlandse regering sluit een verdrag met dat land dan wordt u hierover geïnformeerd door de instantie van wie u een uitkering ontvangt of ontving Voor de AKW de Anw en de AOW is dat de Sociale Verzekeringsbank Voor de ZW de WAO en de Waz is dat de uitvoeringsinstelling Cadans Gak GUO SFB of USZO 3 De voor het publiek bestemde brochure Vestigen in het buitenland en de gevolgen voor uw uitkering een uitgave van Gak Nederland BV van november 1998 kenmerk 18 372 0000 11 98 bevat onder meer de volgende informatie Behoudt u na vertrek uw wao waz of wajong uitkering De huidige situatie Op dit moment is het mogelijk in het buitenland te gaan wonen en een wao waz en of wajong uitkering plus een eventuele toeslag op basis van de toeslagenwet tw te behouden Voorwaarde is wel dat u het Gak ruim voor uw vertrek naar het buitenland in kennis stelt zie pagina 5 zodat bijvoorbeeld onze verzekeringsarts een herbeoordeling kan verrichten in verband met uw arbeidsongeschiktheid Meer informatie over deze medische keuring vindt u op pagina 5 Herbeoordeling arbeidsongeschiktheid bij vertrek Mogelijk nieuwe wetgeving Wij maken u erop attent dat het kabinet een wetsvoorstel heeft ingediend waarmee de mogelijkheid beperkt wordt een wao en óf waz uitkering en een eventuele toeslag tw te behouden wanneer u in het buitenland gaat wonen Op dit moment is onduidelijk of en zo ja wanneer dit wetsvoorstel van kracht wordt Als het parlement het wetsvoorstel aanneemt is het in de toekomst niet meer mogelijk een wao en of waz uitkering en een eventuele toeslag te exporteren naar elk willekeurig ander land U kunt uw uitkering en dan mits u aan de verdragsbepalingen voldoet exporteren naar die landen waarmee Nederland een verdrag over de sociale zekerheid heeft gesloten De landen waarmee een dergelijk verdrag is afgesloten staan vermeld in het landenoverzicht Hebt u een wajong uitkering dan geldt de regel nu al dat u deze niet behoudt als u in het buitenland gaat wonen Landenoverzicht Met deze landen heeft Nederland een verdrag over de sociale zekerheid afgesloten Vermeld zijn onder meer een aantal landen in Europa en Noord Amerika maar Thailand niet N o Van deze brochure is in december 1999 kenmerk 18 372 000 12 99 een nieuwe versie uitgebracht met daarin onder meer het volgende Behoudt u na vertrek uw wao waz of wajong uitkering De mogelijkheid om bij vertrek naar het buitenland een arbeidsongeschiktheidsuitkering te behouden is met ingang van 1 januari 2000 sterk beperkt Op deze datum is de wet Beperking Export Uitkeringen wet Beu in werking getreden Deze wet regelt dat u alleen recht op een sociale verzekeringsuitkering hebt als u in Nederland woont of in een land waarmee Nederland een handhavings verdrag heeft gesloten Een overzicht van de landen waarmee een verdrag is gesloten vindt u op pagina 19 van deze brochure U hebt ook recht op een uitkering als u in één van de landen van de Europese Unie EU of de Europese Economische Ruimte EER woont De belangrijkste gevolgen van de wet Beu Wao waz en ziektewet U hebt een wao waz of Ziektewetuitkering en u bent reeds voor 1 januari 2000 woonachtig in een niet verdragsland u kunt in beginsel gedurende de overgangsperiode die duurt tot januari 2003 uw uitkering behouden U hebt een wao waz of Ziektewetuitkering en gaat op of na 1 januari 2000 wonen in een niet verdragsland uw uitkering wordt met ingang van de datum waarop u in dat land gaat wonen beëindigd Landenoverzicht Met deze landen heeft Nederland een verdrag over de sociale zekerheid afgesloten Vermeld zijn onder meer de lidstaten van de EU Thailand komt op de lijst niet voor N o Verzoeker klaagt erover dat 1 Gak Nederland BV kantoor Maastricht hem niet of niet voldoende heeft geïnformeerd over de gevolgen van de invoering van de Wet beperking export uitkeringen per 1 januari 2000 in zijn geval ondanks zijn herhaalde telefonische en schriftelijke verzoeken onder meer van 27 mei 1999 voorafgaande aan zijn vertrek naar en vestiging te Thailand eind augustus 1999 2 Gak Nederland BV kantoor Amsterdam de hem per brief van 17 april 2000 gedane mededeling om hem uiterlijk vóór 14 juni 2000 een specificatie van zijn uitkering te bezorgen niet gestand heeft gedaan Beoordeling 1 Met betrekking tot de aan verzoeker verstrekte informatie over de Wet BEU 1 1 Verzoeker ontvangt een volledige Wao uitkering van het Gak Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om zich met behoud van een Wao uitkering in het buitenland te vestigen In verband met zijn voornemen om in Thailand te gaan wonen vroeg verzoeker Gak kantoor Maastricht op 27 mei 1999 om informatie over die mogelijkheid In een eerste reactie hierop zond het Gak verzoeker op 31 mei 1999 de brochure Vestigen in het buitenland en de gevolgen voor uw uitkering van november 1998 zie Achtergrond onder 3 Daarin staat met nadruk vermeld dat het op dat moment mogelijk was om met behoud van uitkering in het buitenland te gaan wonen maar dat het kabinet een wetsvoorstel had ingediend met de strekking om die mogelijkheid te beperken Tevens werd er op gewezen dat op dat moment onduidelijk was wanneer dit voorstel van kracht zou worden Vervolgens berichtte Gak Maastricht verzoeker per brief van 23 juni 1999 dat zijn vestiging in Thailand per september 1999 geen gevolgen zou hebben voor zijn uitkering Verzoeker vestigde zich per 1 september 1999 in Thailand 1 2 De Wet beperking export uitkeringen Wet BEU is gepubliceerd in het op 29 juni 1999 uitgegeven Staatsblad 1999 nr 250 Ingevolge deze per 1 januari 2000 in werking getreden wet bestaat slechts recht op een sociale verzekeringsuitkering als men woont in Nederland in één van de landen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte of in een land waarmee Nederland een verdrag over de sociale zekerheid heeft gesloten Een dergelijk verdrag is niet afgesloten tussen Nederland en Thailand Voor degenen die zich vóór 1 januari 2000 in een land hebben gevestigd waarmee geen verdrag over sociale zekerheid is gesloten geldt een overgangsperiode tot 1 januari 2003 Voor verzoeker betekent dit dat hij per 1 januari 2003 zijn uitkering en daarmee het middel om in zijn onderhoud te voorzien verliest indien hij op dat moment nog in Thailand woont en met dit land nog geen verdrag over sociale zekerheid is gesloten Verzoeker klaagt er in feite over dat het Gak hem niet bijtijds nog vóór zijn vertrek naar Thailand voldoende heeft geïnformeerd over de gevolgen daarvan voor zijn uitkering 1 3 Het Gak stelde in reactie op de klacht dat de organisatie als zodanig weliswaar van de Wet BEU en de inwerkingtreding daarvan per 1 januari 2000 op de hoogte was kort na de publicatie in het Staatsblad maar dat de diverse medewerkers op de kantoren pas in het najaar van dat jaar over de effecten van de wet zijn geïnformeerd mede omdat de nodige tijd was gemoeid met het bestuderen van de richtlijnen van het Landelijk instituut sociale verzekeringen en het schrijven van interne richtlijnen Gelet op de inwerkingtreding van de Wet BEU op 1 januari 2000 en mede in aanmerking genomen het feit dat belanghebbenden via de brochure van november 1998 al was aangekondigd dat er een wetswijziging in de maak was met mogelijk verstrekkende gevolgen voor het wonen in het buitenland met behoud van uitkering was het in dit geval aanvaardbaar dat het Gak voorrang heeft gegeven aan een gedegen voorbereiding op de invoering van de Wet BEU en pas daarna is overgegaan tot het verstrekken van informatie daaromtrent aan de bij de uitvoering betrokken medewerkers en de daarvoor in aanmerking komende uitkeringsgerechtigden door middel van de in december 1999 herziene brochure Vestigen in het buitenland en de gevolgen voor uw uitkering 1 4 Niettemin mag van een uitvoeringsinstelling zoals het Gak in het algemeen worden verlangd dat uitkeringsgerechtigden steeds vlot en zo volledig mogelijk worden geïnformeerd over wijzigingen in de regelgeving en de mogelijke gevolgen daarvan voor zover die voor het recht op uitkering van belang zijn In dit geval heeft Gak Maastricht verzoeker op 31 mei 1999 dus ruim vóór zijn vertrek naar Thailand via de brochure van november 1998 geïnformeerd over zowel de actuele voorwaarden voor een vestiging in het buitenland met behoud van uitkering als over de mogelijkheid van een wijziging van die voorwaarden binnen afzienbare tijd Verzoeker had daaruit kunnen opmaken dat er voor hem essentiële veranderingen in de regelgeving aanstaande waren Het tweede bericht van Gak Maastricht de brief van 23 juni 1999 dat een vestiging in Thailand geen gevolgen zou hebben voor de uitkering is gelet op de situatie van dat moment op zich niet onjuist maar wel onvolledig nu inmiddels de Eerste Kamer op 25 mei 1999 het ontwerp Wet BEU had aanvaard Hand I 25 mei 1999 31 1423 Gak Maastricht had zich kunnen realiseren dat de aanstaande invoering van de Wet BEU in gevallen zoals deze van grote betekenis kon zijn Temeer nu Gak Maastricht afwist van verzoekers concrete voornemen tot emigratie had verzoeker uit een oogpunt van dienstbetoon in de betreffende brief nog eens op de aanstaande wijziging geattendeerd moeten worden bijvoorbeeld door nog eens te verwijzen naar de betreffende brochure Hoewel verzoeker ook een eigen verantwoordelijkheid heeft met betrekking tot het verkrijgen van voor hem relevante informatie het enkele feit dat in de brief van 23 juni 1999 geheel voorbij is gegaan aan de hem eerder via de brochure bekend gemaakte in zijn geval ingrijpende wetswijziging had hem er toe kunnen brengen op dit punt nog eens expliciet navraag te doen kan dat niet wegnemen dat Gak Maastricht jegens verzoeker in informatief opzicht tekort is geschoten De onderzochte gedraging van Gak Maastricht is niet behoorlijk 2 Met betrekking tot de door verzoeker van het Gak verlangde specificatie 2 1 Verzoeker deed Gak Nederland BV kantoor Amsterdam op 13 maart 2000 het verzoek om hem vóór 7 april 2000 een specificatie van zijn actuele uitkering toe te sturen omdat hij die nodig had voor een visumaanvraag ten behoeve van de continuering van zijn verblijf in Thailand Volgens Gak Amsterdam is deze specificatie op 23 maart 2000 per post aan verzoeker gezonden nadat vergeefs was getracht hem deze per fax toe te sturen Verzoeker stelde dat hij deze specificatie nimmer heeft ontvangen ook niet per post Hij wees er daarbij op dat zijn faxnummer ook in gebruik is als telefoonnummer en dat hij niet onafgebroken per fax bereikbaar is 2 2 Er is niet gebleken van feiten en of omstandigheden op grond waarvan kon worden vastgesteld of de betreffende specificatie ook per post is verzonden en zo ja of deze verzoeker heeft bereikt Evenmin is gebleken van feiten en of omstandigheden die de lezing van ene partij aannemelijker maken dan die van de andere partij In zoverre kan op dit punt dan ook geen oordeel worden gegeven 2 3 Verzoeker berichtte Gak Amsterdam per brief van 8 april 2000 dat hij de met zijn fax van 13 maart 2000 gevraagde specificatie nog niet had ontvangen Gak Amsterdam antwoordde verzoeker per brief van 17 april 2000 dat hij die specificatie indien hij die nog niet had ontvangen dan toch op korte termijn uiterlijk 14 juni 2000 mocht verwachten Een dergelijke reactie volstaat echter niet het Gak kon uit verzoekers brief opmaken dat hij de volgens het Gak op 23 maart 2000 verzonden specificatie twee weken nadien nog niet had ontvangen Gelet hierop kon gerede twijfel rijzen met betrekking tot de vraag of die specificatie verzoeker nog wel zou bereiken Uit het oogpunt van dienstbetoon jegens verzoeker had Gak Amsterdam daarom het zekere voor het onzekere moeten nemen door een kopie van de betreffende specificatie bij die brief van 17 april 2000 te voegen en zodoende het risico dat verzoeker van de door hem benodigde informatie verstoken zou blijven te verkleinen Het is niet juist dat dit is nagelaten In zoverre is de onderzochte gedraging van Gak Amsterdam niet behoorlijk Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van Gak Nederland BV kantoren Maastricht en Amsterdam die wordt aangemerkt als een gedraging van het Landelijk instituut sociale verzekeringen te Amsterdam is gegrond met uitzondering van het onder 2 2 opgenomen klachtonderdeel Op dit punt wordt geen oordeel gegeven Onderzoek Op 22 augustus 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer G te Chiang Mai Thailand met een klacht over een gedraging van Gak Nederland BV kantoor Maastricht respectievelijk kantoor Amsterdam Naar deze gedraging die wordt aangemerkt als een gedraging van het Landelijk instituut sociale verzekeringen te Amsterdam werd een onderzoek ingesteld In het kader van het onderzoek werd het hoofdkantoor van Gak Nederland BV te Amsterdam verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben Tevens werd het Gak een aantal specifieke vragen gesteld Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2001/203 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • 1999/435 | Nationale ombudsman
    bekeken het tafereel met volle verbazing en reageerden met woorden zoals ik snap niet dat jullie nu nog zo netjes kunnen blijven Met zeer grove woorden en beschuldigingen verliet ze ons kantoor Dit hele gebeuren is naar het hoofd van de eenheid gegaan die een brief heeft opgesteld dagtekening 30 maart 1999 met daarin de boodschap dat hij zich genoodzaakt voelde om verzoekster N o de toegang tot het kantoor te ontzeggen zolang zij geen normaal gedrag vertoont 2 Verklaring gedateerd 4 augustus 1999 van medewerkster K met betrekking tot het bovengenoemde onderdeel van de klachtformulering Op 26 bedoeld is 25 N o maart 1999 had ik samen met mijn collega D dienst op de receptie Op die dag kregen we weer een bezoekje van verzoekster N o Als gevolg van eerdere negatieve ervaringen met bezoeken van verzoekster N o zijn hierover afspraken gemaakt met de chef Als verzoekster N o langs zou komen dan kon zij doorverwezen worden naar het loket van de klantendienst zoals iedere belastingplichtige en anders moest ze gewoon een afspraak maken met de persoon die ze wil spreken Verzoekster N o vroeg aan mij of ze het hoofd van de eenheid N o kon spreken ik heb haar toen gevraagd of ze een afspraak had met het hoofd van de eenheid N o en dat was dus niet het geval Ik heb haar toen gezegd dat ze een nummertje kon krijgen voor het loket en dat ze daar dan geholpen kon worden Dat wilde ze dus absoluut niet en ze werd verschrikkelijk boos en heeft mij toen voor alles uitgemaakt zoals stomme slet vies vulgair wijf ongeschoolde loeder en ga zo maar verder Toen heb ik gereageerd met het spijt me Mw V maar wat u nu tegen mij zegt dat vind ik dus vulgair en ik wens ook niet meer zo behandeld te worden Waarop ze weer verder ging met schelden toen ben ik weggelopen voordat ik dingen zou gaan doen waar ik later spijt van zou kunnen krijgen Ondertussen had mijn collega de chef erbij geroepen en die heeft het verder afgehandeld E REACTIE VERZOEKSTER In haar reactie op het verslag van bevindingen liet verzoekster onder meer weten dat zij de scheldwoorden die zij volgens de Belastingdienst heeft gebruikt tegenover medewerksters K en D niet in de mond heeft genomen Beoordeling I Ten aanzien van het niet verwerken van de wijziging van verzoeksters rekenin g nummer 1 Verzoekster klaagt er in de eerste plaats over dat de Belastingdienst Particulieren Harderwijk vestiging Wageningen de wijziging van haar rekeningnummer die zij had opgegeven op haar aa n giftebiljet Inkomstenbelasting Premie volksverzekeringen 1996 niet had verwerkt waa r door de voorlopige teruggaaf over dat belastingjaar op een verkeerd rekeningnummer is gestort 2 Verzoekster heeft de wijziging van haar rekeningnummer aan de Belastingdienst doo r gegeven door op het aangiftebiljet Inkomstenbelasting Premie volksverzekeringen 1996 het voorgedrukte rekeningnummer X dat bij de Belastingdienst bekend was weg te la k ken en met pen het nieuwe rekeningnummer voor teruggaaf Y ervoor in de plaats te schrijven In de rubriek Zijn de juiste gegevens bekend bij de Belastingdienst waarin niet of niet juiste gegevens moeten worden vermeld dan wel verbeterd had verzoekster niets vermeld In deze rubriek staat overigens expliciet de mogelijkheid vermeld om een wijziging van het rek e ningnummer op te geven Zoals de Belastingdienst aangeeft in zijn reactie op het verzoekschrift wordt bij binne n komst van aangiftebiljetten de hierv r genoemde rubriek bekeken en worden de daarin vermelde mutaties doorgevoerd Wijzigingen die elders in het biljet zijn opgenomen wo r den niet gesignaleerd bij de centrale verwerking van de aangifte 3 Op het aangiftebiljet Inkomstenbelasting Premie Volksverzekeringen staan duidelijke instructies met betrekking tot het aangeven van wijzigingen in de gegevens van bela s tingplichtigen waaronder het rekeningnummer Dat de Belastingdienst zich bij de centrale verwerking van aangiftebiljetten beperkt tot het doorvoeren van wijzigingen die staan vermeld in de rubriek Zijn de juiste gegevens bekend bij de Belastingdienst is begrijpelijk en aanvaardbaar Het voert te ver om van de Belastingdienst te verwachten dat ieder aangiftebiljet nauwkeurig zou moeten worden bekeken op wijzigingen in gegevens van belastingplic h tigen buiten deze rubriek Uit het voorgaande volgt dat het de Belastingdienst niet valt te verwijten dat deze het door verzoekster op een andere plaats vermelde rekeningnummer niet heeft verwerkt Door het bedrag van de voorlopige teruggaaf over het jaar 1996 te storten op rekenin g nummer X dat nog steeds aan verzoekster toebehoorde heeft de Belastingdienst bevri j dend betaald omdat verzoekster door deze storting is gebaat De onderzochte gedraging is in zoverre behoorlijk II Ten aanzien van de uitlatingen van medewerksters van de Belastingdienst 1 Verzoekers klaagt er verder over dat medewerksters van de Belastin g dienst Particulieren Ondernemingen Gouda tegen haar hebben gezegd dat zij werkten voor hun geld terwijl dat van haar niet gezegd kon worden of althans woorden van geli j ke strekking 2 Op 25 maart 1999 bezocht verzoekster de Belastingdienst in Gouda Zij wilde het hoofd van de eenheid spreken zonder dat zij daartoe een afspraak had gemaakt Med e werksters K en D bevonden zich op dat moment achter de balie Medewerkster K ve r wees verzoekster volgens een interne afspraak naar het loket van de klantendienst Verzoekster was het daarmee niet eens Medewerkster D ging de chef halen Volgens medewerkster K heeft verzoekster nadien haar ongenoegen tegenover haar geuit door haar onder andere stomme slet vies vuil vulgair wijf en ongeschoold loeder te noemen Medewerkster K liet verzoekster weten dat zij niet zo behandeld wenste te wo r den Zij is daarna overstuur weggelopen naar de afdeling Haar collega D is terugg e gaan om de balie te bemannen In de discussie die daarna tussen verzoekster en D ontstond is de door verzoekster gestelde uitlating op de een of andere wijze aan de orde gekomen 3 Verzoekster stelt dat de desbetreffende medewerksters tegen haar zouden hebben gezegd dat zij werkten voor hun geld en dat dat van haar niet gezegd kon worden M e dewerkster D geeft aan dat verzoekster tegen haar had gezegd Je bent gek dat je voor de Belastingdienst werkt ongeschoold loeder Daarop zou zij hebben geantwoord Ik werk tenminste voor mijn geld Zij geeft verder aan dat zij niet heeft gezegd dat ve r zoekster niet voor haar geld werkte en dat haar woorden niet waren bedoeld zoals ve r zoekster deze uitlegt Medewerkster K maakt in haar verklaring over hetgeen precies is voorgevallen geen gewag van de uitlatingen zoals verzoe k ster stelt dat deze zijn gedaan 4 In haar reactie op het verslag van bevindingen ontkent verzoekster dat zij de hiervoor genoemde scheldwoorden heeft gebruikt tegen medewerksters K en D Beide medewerksters stellen echter dat verzoekster voornoemde scheldwoorden wel heeft gebruikt Een en ander is ook weergegeven in het registratieformulier verbaal geweld van de Belastingdienst dat kort na het voorval is opgemaakt Verzoekster heeft daarentegen niet eerder ontkend dat zij genoemde scheldwoorden heeft gebruikt dan in haar reactie op het verslag van bevindingen ook niet naar aanleiding van de brief van de Belastingdienst van 30 maart 1999 Op grond van het voorgaande acht de Nationale ombudsman het aannemelijk dat zij bedoelde scheldwoorden w l heeft gebruikt Met deze uitlatingen is verzoekster duidelijk over de schreef gegaan Van overheidsfunctionarissen die woorden als deze tot zich gericht krijgen behoeft niet te worden verwacht dat zij deze zonder meer over zich heen laten komen 5 Vastgesteld moet worden dat K stelt dat zij de in de klachtformulering opgenomen uitlatingen niet heeft gedaan en dat D stelt dat zij slechts een deel van de desbetreffende uitlatingen heeft gedaan en dat verzoekster haar woorden verkeerd heeft uitgelegd De lezingen van verzoekster en de betrokken medewerksters over de volledige uitlatingen als omschreven in de klachtformulering lopen uiteen Er zijn geen feiten of omstandigh e den op grond waarvan aan de lezing van de een meer betekenis moet worden toegekend dan aan de lezing van de ander Over de onderzochte gedraging wordt in zoverre geen oordeel gegeven 6 Ten overvloede merkt de Nationale ombudsman het volgende op ten aanzien de uitlating van D die zij w l tegenover verzoekster heeft gedaan namelijk dat zij tenminste werkte voor haar geld Deze uitl a ting is gezien de eerdere volstrekt ongepaste opmerkingen van verzoekster en de hoog opgelopen emoties begrijpelijk maar was uit een oogpunt van professionaliteit minder verstandig Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van de Belastingdienst Particulieren Harderwijk vestiging Wageningen die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Financi n is niet gegrond Over de klacht over de onderzochte gedraging van de Belastingdienst Particulieren Ondernemingen Gouda die eveneens wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Financi n wordt geen oordeel gegeven Op 26 april 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V te Gouda met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst Particulieren Harderwijk vestiging Wageningen en een gedraging van de Belastingdienst Particulieren Ondernemingen Gouda Op 4 mei 1999 heeft verzoekster haar verzoekschrift nader mondeling toegelicht Naar deze gedragingen die worden aangemerkt als een gedraging van de Minister van Financi n werd een onderzoek ingesteld Op grond van de door verzoekster verstrekte gegevens werd de klacht als volgt geformuleerd Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst Particulieren Harderwijk vestiging Wageningen de wijziging van haar rekeningnummer die zij had opgegeven op haar aangiftebiljet Inkomstenbelasting Premie volksverzekeringen 1996 niet heeft verwerkt waardoor de voorlopige teruggaaf over dat belastingjaar op een verkeerd rekeningnummer is gestort Voorts klaagt verzoekster erover dat medewerksters van de Belastingdienst Particulieren Ondernemingen Gouda tegen haar hebben gezegd dat zij werkten voor hun geld terwijl dat van haar niet gezegd kon worden of althans woorden van gelijke strekking Achtergrond 1 Burgerlijk Wetboek Boek 3 Vermogensrecht in het algemeen Artikel 33 Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard Boek 6 Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht Artikel 114 eerste lid Bestaat in een land waar de betaling moet of mag geschieden ten name van de schuldeiser een rekening bestemd voor girale betaling dan kan de schuldenaar de verbintenis voldoen door het verschuldigde bedrag op die rekening te doen bijschrijven tenzij de schuldeiser betaling op die rekening heeft uitgesloten 2 In rapport 94 473 van de Nationale ombudsman van 27 juli 1994 wordt onder meer het volgende overwogen Zoals hiervoor is overwogen heeft de belastingplichtige een eigen verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de Belastingdienst te allen tijde over het juiste rekeningnummer beschikt Het is echter begrijpelijk dat hij of zij zich niet altijd en of voldoende tijdig van die verantwoordelijkheid bewust is Dat kan leiden tot voor betrokkene ongewenste gevolgen zoals die in deze zaak zijn gebleken Het is van belang dat het risico dat dergelijke situaties zich voordoen zoveel mogelijk wordt beperkt De Belastingdienst zelf zou daaraan een belangrijke bijdrage kunnen leveren Dat zou op zijn minst kunnen gebeuren door de belastingplichtigen op het aangifteformulier of in de toelichting op dat biljet op duidelijke wijze mee te delen dat eventuele belastingteruggaven zullen worden overgemaakt op het laatstelijk aan de Belastingdienst opgegeven rekeningnummer en dat het in verband daarmee van belang is dat betrokkene ervoor zorg draagt dat de Belastingdienst tijdig wordt ge nformeerd over een eventuele wijziging van het nummer of van de tenaamstelling daarvan Daarbij zou tevens moeten zijn aangegeven hoe eventuele verificatie en of wijziging moeten plaatsvinden Wellicht is het daarnaast mogelijk om daar waar een voorbedrukt aangiftebiljet wordt uitgereikt daarop ook het laatst opgegeven rekeningnummer te vermelden Het voorafgaande geeft aanleiding om in dit rapport een aanbeveling te doen De Minister van Financi n wordt in overweging gegeven te bevorderen dat de belastingplichtige op een duidelijke wijze wordt ge nformeerd over diens verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de Belastingdienst in verband met eventuele teruggaven te allen tijde over het juiste rekeningnummer beschikt op een wijze zoals aangegeven onder Overweging II Naar aanleiding van dit rapport is de Belastingdienst ertoe overgegaan op aangiftebiljetten inkomstenbelasting het bij de Belastingdienst bekende rekeningnummer voor teruggaaf te vermelden en betrokkenen de mogelijkheid tot correctie daarvan te bieden Onderzoek In het kader van het onderzoek werd de Belastingdienst Particulieren Ondernemingen Gouda en de Belastingdienst Particulieren Nijmegen waaronder de vestiging Wageningen van de Belastingdienst Particulieren Harderwijk thans valt verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben Tevens werd aan zowel de Belastingdienst als aan twee betrokken medewerksters van de Belastingdienst een aantal specifieke vragen gesteld Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen De Belastingdienst Particulieren Harderwijk vestiging Wageningen en de Belastingdienst Particulieren Ondernemingen Gouda deelde mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen De reactie van verzoeker gaf aanleiding het verslag op een enkel punt aan te vullen Bevindingen De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt A FEITEN 1 Op 26 maart 1997 ontving de Belastingdienst Particulieren Harderwijk vestiging Wageningen verzoeksters aangiftebiljet Inkomstenbelasting Premie volksverzekeringen 1996 Op dit aangiftebiljet stond een voorgedrukt rekeningnummer X Verzoekster had dit voorbedrukte rekeningnummer onder het kopje Uw rekeningnummer voor teruggaaf weggelakt en er het rekeningnummer Y met de pen voor in de plaats geschreven 2 In datzelfde aangiftebiljet is op het voorblad de volgende rubriek opgenomen Zijn de juiste gegevens bekend bij de Belastingdienst In die rubriek staat de volgende tekst vermeld Zijn uw gegevens of de gegevens van uw echtgenoot hierboven niet of niet juist vermeld Vermeld of verbeter ze dan hieronder Gewijzigd rekeningnummer Let op G n spaarrekening Verzoekster had in deze rubriek niets vermeld 3 De Belastingdienst Harderwijk legde verzoekster op 13 mei 1997 een voorlopige aanslag Inkomstenbelasting Premie volksverzekeringen 1996 op grond waarvan verzoekster f 6 105 zou terugontvangen Dit bedrag werd op 9 mei 1997 op rekening X gestort die op dat moment nog steeds op naam van verzoekster stond Door deze storting werd verzoeksters debet saldo op die rekening teruggebracht tot f 3 538 06 4 Op 20 mei 1997 stuurde de Belastingdienst Harderwijk de navolgende brief naar verzoeksters administratiekantoor Naar aanleiding van uw ontvangen fax van 16 mei jl inzake in aanhef vermelde cli nt deel ik u het volgende mee Door verzoekster N o is op 26 maart 1997 de papieren aangifte 1996 ingediend Dit resulteerde in een voorlopige teruggaaf van f 6105 00 Dit bedrag is overgemaakt op een op haar naam gesteld rekeningnummer bij de ABN AMRO Verzoekster N o reclameert thans dat de Belastingdienst het bedrag ten onrechte heeft overgemaakt op de rekening van de ABN AMRO ze verwijst hierbij naar de ingediende aangifte Na onderzoek is mij gebleken dat op de plaats waar het oorspronkelijk rekeningnummer stond vermeld deze is geradeerd met vermelding van rekeningnummer Y die bij de Rabo bank is geopend Verzoekster N o heeft hierbij niet op de juiste wijze gehandeld Wijzigingen van personalia rekeningnummers e d dient men op te geven in de daartoe bestemde rubriek Zijn de juiste gegevens bekend bij de Belastingdienst Omdat er door de Belastingdienst op een juiste manier is gehandeld is er ook geen sprake van ambtelijk verzuim Aan uw verzoek om alsnog over te gaan tot uitbetaling van de voorlopige teruggaaf 1996 zal ik dus niet voldoen 5 Juridisch medewerker Vl van een door verzoekster ingeschakeld advocatenkantoor schreef op 22 mei 1997 een brief naar de Belastingdienst Harderwijk vestiging Wageningen waarin voor zover van belang het volgende was opgenomen Recentelijk ontving mijn cli nte van u een schrijven gedateerd 13 mei 1997 waarin u haar bericht dat zij over 1996 een voorlopige teruggave van f 6105 zal ontvangen Volgens verzoekster N o heeft u het bedrag echter niet op het door haar opgegeven rekeningnummer overgemaakt Ik verzoek u vriendelijk mij zo spoedig mogelijk een kopie van de aangifte van verzoekster N o te doen toekomen Voorts zou ik graag van u vernemen op welk rekeningnummer u het bedrag hebt gestort 6 Juridisch medewerker Vl vroeg bij brief van 23 mei 1999 aan Incassobureau Admiservice BV of rekeningnummer X nog altijd op naam van verzoekster stond Hij verzocht om terugboeking van het bedrag van de voorlopige aanslag 1996 indien de rekening nog steeds op naam van verzoekster stond 7 In reactie op de brief van 22 mei 1997 vroeg de Belastingdienst de desbetreffende medewerker van het advocatenkantoor bij brief van 29 mei 1997 om een machtiging over te leggen omdat het de Belastingdienst niet bekend was dat verzoekster het kantoor had gemachtigd haar zaken te behartigen 8 Bij brief van 2 juni 1997 berichtte juridisch medewerker Vl verzoekster voor zover van belang als volgt Heden werd ik gebeld door de heer B van de ABN Amrobank Deze deelde mij mede dat hij het bedrag ad f 6105 van de belastingdienst had ontvangen Het rekeningnummer was naar zijn zeggen niet opgeheven Er stond nog een debetsaldo op van circa f 9500 Aangezien de ABN Amrobank het ontvangen bedrag gewoon heeft bijgeschreven resteert nu nog een debetsaldo van ongeveer f 3400 De bank toonde zich niet bereid het bedrag terug te boeken naar het rekeningnummer van de belastingdienst Na ontvangst van de machtiging die ik u bij mijn vorige schrijven heb doen toekomen zal ik de belastingdienst nogmaals verzoeken het bedrag op uw Rabobankrekening over te boeken Overigens acht ik de kans dat de belastingdienst aan bovenstaand verzoek gehoor zal geven gering Het bedrag is immers aan u betaald aangezien het rekeningnummer niet bleek te zijn opgeheven 9 Op 25 maart 1999 bezocht verzoekster het kantoor van de Belastingdienst Particulieren Ondernemingen Gouda Zij kreeg woorden met medewerksters van de balie Dit voorval meldde de leidinggevende van de hiervoor genoemde baliemedewerksters aan het hoofd van de eenheid op 26 maart 1999 Deze melding is vastgelegd in een zogenaamd melding en registratieformulier verbaal geweld van de Belastingdienst Daarin staat voor zover van belang het volgende vermeld Op welke wijze uitte het geweld zich Verbaal geweld uitschelden vernederen schreeuwen Omschrijving van het geweld Verzoekster N o kwam voor de zoveelste keer binnen en dit keer met zeer grove woorden verwensingen en dreigingen Woorden die door

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/1999/435 (2015-08-09)
    Open archived version from archive



  •