archive-nl.com » NL » N » NATIONALEOMBUDSMAN.NL

Total: 2034

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • 2006/099 | Nationale ombudsman
    strijd is met verzoekers aanvankelijke stelling dat hem geen voedsel is verstrekt Betrokken ambtenaar A heeft niet gehandeld in strijd met het vereiste van correcte bejegening De onderzochte gedraging is op dit punt behoorlijk II Ten aanzien van het niet verstrekken van medicijnen Bevindingen 1 1 Verzoeker klaagt erover dat ambtenaren van het regionale politiekorps Limburg Noord hem geen medicijnen hebben verstrekt gedurende zijn verblijf in de politiecel op 22 september 2003 1 2 In de brief van 20 november 2003 aan de politie schrijft de advocaat van verzoeker dat verzoeker afhankelijk is van medicijnen omdat hij diabetespatiënt is en last heeft van hyperventilatie Ondanks het feit dat verzoeker meerdere malen heeft gevraagd om zijn medicijnen heeft hij deze niet gekregen aldus de advocaat van verzoeker Ook werden de medicijnen die verzoekers echtgenote bij het politiebureau heeft afgegeven niet aan verzoeker verstrekt aldus de advocaat van verzoeker 2 In het onderzoeksrapport van 5 januari 2004 van K komt uit de chronologische weergave van de behandelingen ten aanzien van verzoeker op 22 september 2003 naar voren dat verzoeker bij zijn lunch om 12 35 uur zijn medicijnen heeft gekregen K schrijft dat de arrestantenverzorger op eigen initiatief contact heeft gezocht met de huisarts van verzoeker en heeft overlegd over het verstrekken van het medicijn Glucobay aan verzoeker Dit medicijn is aan verzoeker verstrekt aldus K 3 De korpsbeheerder sluit zich in zijn oordeel van 25 maart 2004 aan bij hetgeen K in zijn rapport schrijft en verklaart dit onderdeel van de klacht van verzoeker niet gegrond 4 In de brief van 14 september 2004 aan de Nationale ombudsman schrijft de advocaat van verzoeker dat het de politie bekend moet zijn dat wanneer diabetespatiënten hun medicatie niet of niet op tijd krijgen of wanneer zij te veel suiker tot zich nemen dit tot gevolg kan hebben dat de patiënt een hyper of een hypo krijgt 5 1 De korpsbeheerder geeft in zijn standpunt van 21 maart 2005 aan dat een arrestantenverzorger zich dient te onthouden van elk medisch ingrijpen omdat hij geen arts is De arrestantenverzorger moet overleg plegen met een leidinggevende Nadat de echtgenote van verzoeker de medicijnen van verzoeker had afgegeven bij het politiebureau heeft de arrestantenverzorger contact opgenomen met de huisarts van verzoeker aldus de korpsbeheerder Volgens de korpsbeheerder is het regel dat er nooit zonder meer medicijnen aan een arrestant worden verstrekt maar dat hiervoor altijd de forensisch arts of de huisarts wordt geraadpleegd De arrestantenverzorger heeft contact opgenomen met de huisarts van verzoeker en deze gaf aan dat verzoeker de medicijnen nodig had Volgens de korpsbeheerder blijkt uit het arrestantenrapport dat de medicijnen om 12 35 uur aan verzoeker zijn verstrekt Uit het arrestantenrapport blijkt niet wanneer de echtgenote van verzoeker de medicijnen bij het bureau heeft afgegeven Zodoende is het tijdsverloop tussen het afgeven en verstrekken van de medicijnen niet na te gaan aldus de korpsbeheerder De korpsbeheerder blijft bij zijn standpunt van 25 maart 2004 5 2 Uit het arrestantenrapport dat is gevoegd bij het standpunt van de korpsbeheerder blijkt dat verzoeker bij zijn lunch om 12 35 uur zijn medicijnen Glucobay heeft gekregen Voorts blijkt dat de arrestantenbewaarder contact heeft opgenomen met de huisarts van verzoeker 5 3 Uit het proces verbaal van verhoor van verzoeker dat op 22 september 2003 is opgemaakt door politieambtenaar Av blijkt dat verzoeker tijdens het verhoor onder meer heeft aangegeven dat hij suikerziekte heeft Het verhoor heeft plaatsgevonden op 22 september 2003 om 10 00 uur 6 Uit de verklaring die betrokken ambtenaar A op 13 juli 2005 heeft afgelegd blijkt onder meer dat de vrouw van verzoeker tussen 9 30 en 10 30 uur de medicijnen van verzoeker heeft afgegeven op het politiebureau A heeft deze medicijnen niet direct aan verzoeker gegeven omdat de politie hiervoor eerst een arts diende te raadplegen A heeft dan ook contact opgenomen met de huisarts van verzoeker Deze bevestigde dat verzoeker diabetes had en dat deze medicijnen aan verzoeker waren voorgeschreven Verzoeker moest driemaal daags één tablet slikken A verklaarde voorts dat hij niet wist of verzoeker op het moment dat hij op het politiebureau aankwam zijn medicijn al had ingenomen A heeft zelf diabetes en slikt dezelfde medicijnen A verklaarde dat hij dan ook uit eigen ervaring weet dat het beter is om eenmaal de medicijnen over te slaan dan een dubbele hoeveelheid in te nemen Dit staat ook in de bijsluiter aldus A Bij de lunch om 12 35 uur heeft A verzoeker zijn medicijnen gegeven aldus A Ten slotte heeft A verklaard dat hij overeenkomstig het bepaalde in de Regionale ingesloteneninstructie van de politie Limburg Noord heeft gehandeld door eerst de huisarts van verzoeker te bellen in verband met de insulineafhankelijkheid van verzoeker 7 Krachtens artikel 15 van het Besluit beheer regionale politiekorpsen dient een ingeslotene de beschikking te hebben over de noodzakelijke medische zorg zie Achtergrond onder 4 Tevens is in artikel 32 van de Ambtsinstructie voor de politie de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar bepaald dat in het geval er aanwijzingen zijn dat een ingeslotene medische bijstand behoeft of wanneer er bij deze persoon medicijnen zijn aangetroffen de betrokken ambtenaar met de arts overlegt zie Achtergrond onder 3 8 In de Regionale ingesloteneninstructie van het regionale politiekorps Limburg Noord zie Achtergrond onder 5 is geregeld dat er medische bijstand wordt ingeroepen wanneer de ingeslotene zelf medicijnen bij zich heeft of vraagt om medische hulp Wanneer medicijnen zijn voorgeschreven door een arts worden deze volgens de instructie van de arts verstrekt Door de ingeslotene meegenomen medicijnen worden alleen verstrekt indien er door de ambtenaar overleg heeft plaatsgevonden met een arts Beoordeling 9 De Nationale ombudsman toetst ook deze gedraging aan het vereiste van correcte bejegening zoals onder I 11 omschreven 10 Nu zowel verzoeker als betrokken ambtenaar A heeft aangegeven dat de echtgenote van verzoeker nadat verzoeker was ingesloten op het politiebureau de medicijnen van verzoeker bij het politiebureau heeft afgegeven acht de Nationale ombudsman dit aannemelijk Nu zowel uit de verklaring van A als uit het arrestantenrapport naar voren komt dat A de medicijnen aan verzoeker heeft verstrekt acht de Nationale ombudsman de stelling van verzoeker dat hij geen medicijnen heeft gekregen niet aannemelijk A heeft gehandeld overeenkomstig hetgeen is vastgelegd in de Ingesloteneninstructie door eerst contact op te nemen met de huisarts van verzoeker alvorens hij verzoeker zijn medicijnen heeft verstrekt Voorts heeft A juist gehandeld door de medicijnen bij de maaltijd van verzoeker te verstrekken Dit is overeenkomstig hetgeen de arts had voorgeschreven en volgens hetgeen in de informatie van het medicijn is vastgelegd zie Achtergrond onder 6 A heeft niet gehandeld in strijd met het vereiste van correcte bejegening De onderzochte gedraging is behoorlijk III Ten aanzien van het raadplegen van een arts Bevindingen 1 1 Verzoeker klaagt erover dat ambtenaren van het regionale politiekorps Limburg Noord hem tijdens zijn verblijf op het politiebureau op 22 september 2003 niet hebben toegestaan een arts te raadplegen 1 2 In zijn brief van 20 november 2003 aan de politie schrijft de advocaat van verzoeker dat de hulpofficier van justitie rond tien uur tegen verzoeker zou hebben gezegd dat er binnen een half uur een arts zou komen maar dat er geen arts is gekomen 2 In het onderzoeksrapport schreef politieambtenaar K dat verzoeker stelt dat hij om tien uur gesproken zou hebben met hulpofficier van justitie R Volgens K heeft R echter om twaalf uur een gesprek gehad met verzoeker Dit was het verhoor voor de inverzekeringstelling van verzoeker Volgens R heeft verzoeker tijdens dit verhoor niet gevraagd om een arts aldus K K schrijft voorts dat het uitgangspunt is dat er direct actie wordt ondernomen wanneer een arrestant een arts wil spreken Er wordt dan een forensisch arts in kennis gesteld en deze komt afhankelijk van de klachten ter plaatse Het al of niet beoordelen of een arts noodzakelijk is is niet aan de arrestantenzorg of politieambtenaar maar aan de arts zelf aldus K Volgens K was er in dit geval geen enkele reden om een arts te waarschuwen omdat verzoeker hier niet om heeft gevraagd 3 De korpsbeheerder schreef in zijn oordeel van 25 maart 2004 dat uit de onderzoeksrapportage blijkt dat verzoeker een gesprek heeft gehad met de hulpofficier van justitie R Dit was het verhoor voor de inverzekeringstelling van verzoeker Uit het proces verbaal van inverzekeringstelling blijkt niet dat verzoeker gevraagd heeft naar een arts aldus de korpsbeheerder Volgens R heeft verzoeker niet aan hem om een arts gevraagd volgens de korpsbeheerder Uit het onderzoek blijkt aldus de korpsbeheerder dat arrestantenverzorger A met de huisarts van verzoeker contact heeft opgenomen en dat daarop het medicijn Glucobay aan verzoeker heeft verstrekt De korpsbeheerder is van oordeel dat dit klachtonderdeel niet gegrond is 4 In zijn brief van 14 september 2004 schrijft de advocaat van verzoeker dat verzoeker gedurende zijn verblijf in de politiecel op 22 september 2003 een aanval van hyperventilatie kreeg en dit kenbaar maakte door op de bel te drukken Toen hierop niet werd gereageerd heeft verzoeker geroepen en met vuisten tegen de deur geslagen Volgens de advocaat van verzoeker had de politie uit het feit dat de vrouw van verzoeker zijn medicijnen langs had gebracht op het politiebureau moeten afleiden dat er een arts voor verzoeker gewaarschuwd moest worden Volgens de advocaat van verzoeker valt niet af te leiden of de arts die is gewaarschuwd tijdens het verblijf van verzoeker in de politiecel ook op de hoogte is gesteld van de hyperventilatie van verzoeker 5 1 Voor het standpunt van de korpsbeheerder wordt verwezen naar hetgeen hierboven onder II 5 1 is weergegeven Voorts schrijft de korpsbeheerder in zijn standpunt dat de arrestantenverzorger buiten de vraag of het medicijn Glucobay mocht worden verstrekt aan verzoeker voorts geen medische gegevens aan de huisarts van verzoeker heeft verstrekt Ten slotte schrijft de korpsbeheerder dat door de arrestantenverzorger niet is waargenomen dat verzoeker een aanval van hyperventilatie heeft gehad Volgens de korpsbeheerder heeft verzoeker dit ook niet gemeld 5 2 Bij het standpunt van de korpsbeheerder is het proces verbaal van verhoor van verzoeker om 10 01 uur door politieambtenaar Av gevoegd evenals het proces verbaal van verhoor voor inverzekeringstelling om 12 05 uur door hulpofficier van justitie R Uit beide processen verbaal komt niet naar voren dat verzoeker om een arts heeft verzocht De korpsbeheerder blijft bij zijn eerdere oordeel 6 Uit de verklaring die politieambtenaar A op 13 juli 2005 tegenover een medewerker van het Bureau Nationale ombudsman heeft afgelegd komt buiten hetgeen hiervóór onder II 6 is genoemd naar voren dat hij niet heeft gemerkt dat verzoeker een aanval had van hyperventilatie Tijdens de dienst van A die tot 15 00 uur duurde heeft verzoeker niet om een arts gevraagd volgens A Wel maakte verzoeker zich behoorlijk druk in de cel aldus A waarop A hem heeft aangesproken Verzoeker was daarna een stuk rustiger 7 Betrokken medewerker L die na A dienst had heeft op 28 september 2005 telefonisch tegenover een medewerkster van het Bureau Nationale ombudsman aangegeven dat hij zich niets meer kan herinneren van zijn dienst van 22 september 2003 en de gebeurtenissen rondom verzoeker Beoordeling 8 Verzoeker stelt dat hij om een arts heeft gevraagd vanwege een aanval van hyperventilatie maar dat er geen arts is gekomen Betrokken politieambtenaar A stelt dat verzoeker niet heeft gevraagd om een arts en dat niet bleek van een aanval van hyperventilatie Wel gedroeg verzoeker zich druk gedurende zijn verblijf in de cel volgens A Nu de lezing van verzoeker tegenover die van A staat en er geen omstandigheden zijn op grond waarvan aan een van beide lezingen meer betekenis moet worden gehecht onthoudt de Nationale ombudsman zich op dit punt van een oordeel IV Ten aanzien van het niet toestaan zijn advocaat te raadplegen Bevindingen 1 Verzoeker klaagt er over dat hij gedurende zijn verblijf in de politiecel op 22 september 2003 niet in de gelegenheid is gesteld om zijn advocaat te raadplegen 2 In zijn onderzoeksrapport van 5 januari 2004 schrijft K dat verzoeker tijdens het verhoor voor inverzekeringstelling aan hulpofficier van justitie R had gevraagd naar zijn advocaat en dat hij deze zo spoedig mogelijk wilde spreken R heeft toen aangegeven aldus K dat de advocatenpiketdienst in kennis zou worden gesteld van de inverzekeringstelling en dat op het formulier zou worden aangegeven dat verzoeker een voorkeursadvocaat wilde Dit blijkt ook uit het proces verbaal van verhoor aldus K Volgens K heeft R verzoeker de procedure uitgelegd Om te zorgen dat er altijd rechtsbijstand is wordt de piketdienst ingelicht zodat er een andere advocaat komt wanneer de voorkeursadvocaat niet aanwezig kan zijn aldus K 3 De korpsbeheerder volgt de redenering van K en is van oordeel dat dit onderdeel van de klacht van verzoeker niet gegrond is 4 De advocaat van verzoeker schrijft in zijn brief van 14 september 2004 dat de hulpofficier van justitie het contact van verzoeker met zijn advocaat opzettelijk heeft gefrustreerd Volgens de advocaat van verzoeker heeft verzoeker direct na zijn arrestatie te kennen gegeven dat hij van de diensten van zijn voorkeursadvocaat gebruik wilde maken en doet het feit dat een voorkeursadvocaat ter kennis wordt gebracht van de piketadvocaat daaraan niet af 5 1 In zijn standpunt van 21 maart 2005 geeft de korpsbeheerder aan dat verzoeker om een advocaat heeft verzocht tijdens het verhoor voor de inverzekeringstelling en dat direct daarna op het formulier voor de advocatenpiketdienst is aangegeven dat verzoeker een voorkeursadvocaat wilde spreken Verzoeker heeft volgens de korpsbeheerder tijdens het verhoor er mee ingestemd dat zijn voorkeursadvocaat via de piketdienst in kennis zou worden gesteld De korpsbeheerder handhaaft zijn eerdere oordeel 5 2 Uit het proces verbaal van verhoor voor inverzekeringstelling dat is gevoegd bij het standpunt van de korpsbeheerder blijkt dat verzoeker tijdens dit verhoor heeft aangegeven dat hij zijn advocaat G zo spoedig mogelijk wilde spreken Beoordeling 6 Het beginsel van fair play houdt voor bestuursorganen in dat zij burgers de mogelijkheid geven hun procedurele kansen te benutten Het beginsel van fair play brengt met zich mee dat een verdachte de rechten die hij heeft met betrekking tot het vrije verkeer met zijn raadsman tijdens zijn verblijf op het politiebureau moet kunnen uitoefenen 7 Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 28 tweede lid Sv zie Achtergrond onder 1 behoort de verdachte telkens wanneer hij dat verzoekt zoveel mogelijk in de gelegenheid te worden gesteld zich met zijn raadsman in verbinding te stellen Artikel 50 Sv waarborgt verder de vrije toegang van de raadsman tot de verdachte zie Achtergrond onder 1 tenzij het onderzoek daardoor wordt opgehouden of wordt gefrustreerd 8 Nu zowel uit het proces verbaal voor inverzekeringstelling als uit het onderzoeksrapport van K blijkt dat verzoeker heeft aangegeven dat hij voorafgaand aan de inverzekeringstelling rechtsbijstand van een bepaalde advocaat wilde en niet is gebleken van feiten of omstandigheden waardoor het onderzoek zou worden opgehouden of gefrustreerd mocht van de politie worden verwacht dat zij ervoor had zorg gedragen dat er contact tussen verzoeker en zijn raadsman tot stand zou komen Dat de politie dit contact via de piketdienst heeft laten lopen is niet juist omdat dit tot onnodige vertraging bij het leggen van contact leidt Bovendien verleent een piketadvocaat pas rechtsbijstand op het moment dat een verdachte in verzekering is gesteld terwijl verzoeker zijn raadsman wilde spreken in de fase voorafgaand aan de inverzekeringstelling Doordat de politie niet zelf contact heeft opgenomen met verzoekers raadsman en evenmin verzoeker in de gelegenheid heeft gesteld om met zijn raadsman contact op te nemen heeft de politie gehandeld in strijd met het vereiste van fair play De onderzochte gedraging is op dit punt niet behoorlijk Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van het regionale politiekorps Limburg Noord is niet gegrond ten aanzien van het verstrekken van eten en drinken het verstrekken van medicijnen gegrond ten aanzien van het raadplegen van een advocaat wegens strijd met het beginsel van fair play Ten aanzien van het raadplegen van een arts onthoudt de Nationale ombudsman zich van een oordeel Onderzoek Op 14 september 2004 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer M te W ingediend door de heer mr G J Lemmen te Heythuysen met een klacht over een gedraging van het regionale politiekorps Limburg Noord te Venlo Naar deze gedraging die wordt aangemerkt als een gedraging van de beheerder van het regionale politiekorps Limburg Noord de burgemeester van Venlo werd een onderzoek ingesteld In het kader van het onderzoek werd de korpsbeheerder verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben Daarnaast werd de betrokken politieambtenaren de gelegenheid geboden om commentaar op de klacht te geven Deze maakten van deze gelegenheid geen gebruik In verband met zijn verantwoordelijkheid voor justitieel politieoptreden werd ook de hoofdofficier van justitie te Roermond over de klacht geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken voor zover daarvoor naar zijn oordeel reden was De hoofdofficier van justitie maakte van deze gelegenheid geen gebruik Tijdens het onderzoek kregen de korpsbeheerder en verzoeker de gelegenheid op de door ieder van hen verstrekte inlichtingen te reageren Tevens werd betrokken politieambtenaar A een aantal specifieke vragen gesteld Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen De korpsbeheerder berichtte dat het verslag hem geen aanleiding gaf tot het maken van opmerkingen De betrokken politieambtenaren gaven binnen de gestelde termijn geen reactie Informatieoverzicht De bevindingen van het onderzoek zijn gebaseerd op de volgende informatie Brief van de advocaat van verzoeker aan de korpschef van het regionale politiekorps Limburg Noord van 20 november 2003 Onderzoeksrapportage van de chef basiseenheid Weert K van 5 januari 2004 naar aanleiding van de klacht van verzoeker Oordeel korpsbeheerder van 25 maart 2004 Verzoekschrift van de advocaat van verzoeker van 14 september 2004 aan de Nationale ombudsman Openingsbrieven van de Nationale ombudsman van 7 december 2004 Standpunt van de korpsbeheerder van 21 maart 2005 met daarbij gevoegd een uitdraai uit het arrestantenrapport van 22 september 2003 het proces verbaal van aanhouding dat is

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2006/099 (2015-08-09)
    Open archived version from archive


  • 2005/046 | Nationale ombudsman
    gebouw van de Sociale Dienst Zeker nu verzoeker eerder was ontboden om naar het politiebureau te komen en de sociaal rechercheurs dus in eerste instantie voor de minst bezwarende werkwijze hadden gekozen acht de Nationale ombudsman het niet onjuist dat verzoeker buiten op straat is aangehouden De onderzochte gedraging is behoorlijk II Ten aanzien van het inlichten van de advocaat Bevindingen 1 Verzoeker klaagt erover dat de sociaal rechercheurs hebben nagelaten zijn advocaat in te lichten over zijn aanhouding ondanks dat verzoeker daarom had verzocht 2 Het College van B W heeft in zijn brief van 14 juli 2004 gesteld dat het voor de sociaal rechercheurs duidelijk was dat verzoekers neef de advocaat zou inlichten Voordat verzoeker naar het politiebureau werd gebracht werd hem toegestaan om aan zijn neef het telefoonnummer van zijn advocaat te geven Direct na overbrenging naar het politiebureau werd het duidelijk dat verzoekers neef de advocaat inderdaad in kennis had gesteld van de aanhouding Via een collega vernamen de sociaal rechercheurs dat verzoekers advocaat contact met hem had gehad en had aangegeven onmiddellijk naar het politiebureau te komen Daarom was het volstrekt overbodig om verzoekers advocaat nogmaals in te lichten Dat de advocaat niet op de hoogte was geweest van verzoekers aanhouding indien zijn neef niet bij de aanhouding aanwezig was geweest is slechts een veronderstelling aldus het College van B W 3 In reactie op het standpunt van het College van B W houdt verzoeker vol dat niet is weersproken dat zijn raadsman niet is ingelicht hoewel hij bekend was bij de betrokken ambtenaren Dat de raadsman middels verzoekers neef kennis heeft gekregen van de aanhouding doet daaraan niet af aldus verzoekers gemachtigde Beoordeling 4 1 Verzoeker heeft niet weersproken dat de sociaal rechercheurs hem na de aanhouding en voor de overbrenging naar het politiebureau de gelegenheid hebben gegeven om het telefoonnummer van zijn raadsman aan zijn neef te geven In ieder geval is vast komen te staan dat verzoekers neef de raadsman heeft ingelicht over verzoekers aanhouding Bovendien had verzoekers raadsman zelf contact opgenomen met de politie waaruit bleek dat hij al van verzoekers aanhouding op de hoogte was 4 2 Er bestaat geen wettelijke bepaling op grond waarvan de politie een raadsman van de verdachte moet inlichten over diens aanhouding Nu de raadsman al door verzoekers neef op de hoogte was gesteld van de aanhouding was het niet nodig dat de politie verzoekers raadsman alsnog van de aanhouding op de hoogte zou stellen De Nationale ombudsman oordeelt dat het dan ook niet onjuist is dat de politie verzoekers raadsman niet heeft ingelicht over verzoekers aanhouding De onderzochte gedraging is op dit punt behoorlijk III Ten aanzien van het afnemen van het eerste verhoor Bevindingen 1 Verzoeker klaagt erover dat de sociaal rechercheurs het eerste verhoor hebben afgenomen buiten aanwezigheid van zijn raadsman Verzoekers gemachtigde heeft gesteld dat nu verzoeker reeds door zijn advocaat werd bijgestaan en deze bij zowel verzoeker als de betrokken ambtenaren bekend was dan wel bekend had kunnen zijn het niet honoreren van het verzoek om het verhoor in bijzijn van de raadsman af te nemen strijd oplevert met artikel 6 EVRM Volgens verzoekers gemachtigde bestaat er verschil tussen een raadsman en de situatie waarin de raadsman bekend is In het laatste geval brengt het naar voren brengen van de raadsman veel minder tijd met zich mee en behartigt deze reeds de belangen van zijn cliënt Een al bekende raadsman dient te worden toegelaten tijdens een eerste verhoor aldus verzoekers gemachtigde 2 Het College van B W heeft bij brief van 14 juli 2004 gesteld dat artikel 6 EVRM hoofdzakelijk rechten betreft van de verdachte tegen wie vervolging is ingesteld en dat er in het onderhavige geval sprake is van een verdachte tegen wie een onderzoek is ingesteld Het expliciete recht om zich te kunnen laten bijstaan tijdens het eerste verhoor wordt in artikel 6 EVRM niet genoemd aldus het College van B W 3 Verzoekers raadsman heeft in zijn brief van 17 september 2004 gesteld dat het recht zich te kunnen laten bijstaan door een raadsman wellicht niet expliciet wordt genoemd in artikel 6 EVRM maar dat het daaruit wel volgt De raadsman was bij de betrokken ambtenaren bekend en er bestond geen beletsel deze bij het verhoor aanwezig te laten zijn Daarbij was niet van belang dat verzoeker de kwestie reeds eerder met zijn raadsman had kunnen bespreken omdat het niet de taak van de raadsman is om verklaringen af te leggen maar om de belangen van zijn cliënt te behartigen en het rechtssysteem te bewaken Beoordeling 4 1 Aan de orde is de vraag of een verdachte tijdens verhoren door opsporingsambtenaren in de fase vóór de eventuele inverzekeringstelling recht heeft op bijstand van een raadsman Artikel 57 eerste lid van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de officier van justitie of de hulpofficier de verdachte moet horen alvorens een bevel tot inverzekeringstelling te geven Het tweede lid kent aan de verdachte de bevoegdheid toe zich bij dit verhoor door een raadsman te doen bijstaan zie Achtergrond onder 1 Voor andere verhoren in het stadium van het opsporingsonderzoek bevat het Wetboek van Strafvordering geen voorschriften Hieruit kan worden afgeleid dat bij verhoren door opsporingsambtenaren de verdachte niet het recht toekomt om zich door een raadsman te doen bijstaan Het vorenstaande sluit evenwel niet uit dat de verhorende ambtenaren een raadsman wel mogen toelaten tot het verhoor van de verdachte zie Achtergrond onder 2 4 2 Uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens EHRM 24 november 1993 NJ 1994 459 Imbrioscia kan worden afgeleid dat de verdachte in beginsel het recht heeft zich door een raadsman te laten bijstaan tijdens het politieverhoor maar dat voor de effectuering van dit recht de raadsman zich actief zal moeten opstellen en derhalve moet verzoeken bij de politieverhoren aanwezig te zijn zie Achtergrond onder 2 Uit de zaak Murray EHRM 6 februari 1996 NJ 1996 725 blijkt dat het Europees Hof ervan uitgaat dat de verdachte in ieder geval een advocaat moet kunnen consulteren in de eerste fase van politieverhoren zeker voorafgaand aan belangrijke beslissingen die de verdachte moet nemen en die bepalend zijn voor verdere vervolging en berechting De kwestie van de aanwezigheid van de raadsman tijdens het politieverhoor laat het Hof evenwel uitdrukkelijk onbesproken zie Achtergrond onder 3 Hoewel het Europese Hof in de zaken Dougan EHRM 14 december 1999 nr 44 738 98 en Brennan EHRM 16 oktober 2001 European Human Rights Cases 2002 1 expliciet overweegt dat artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden EVRM geen recht geeft op aanwezigheid van de advocaat bij het politieverhoor wijst het Hof in de zaak Hudoc EHRM 2 mei 2000 nr 35 718 97 wel op het belang van de aanwezigheid van de advocaat tijdens het politieverhoor met name in de situatie dat de verdachte zichzelf al vooruitlopend op de berechting kan incrimineren in die zin dat op een ingenomen proceshouding of verklaring later niet zonder risico kan worden teruggekomen zie Achtergrond onder 2 4 3 In HR 22 november 1983 NJ 1984 805 heeft de Hoge Raad uitgesproken dat de opvatting dat een raadsman het recht heeft bij een politieverhoor aanwezig te zijn geen steun vindt in het recht in het bijzonder niet in de artikelen 28 Sv en 50 Sv die geen betrekking hebben op verhoren Wel kunnen de beginselen van behoorlijke procesorde vereisen dat de raadsman door de politie wordt uitgenodigd om bij het verhoor aanwezig te zijn Dat is bijvoorbeeld het geval als met de rechter commissaris hiertoe afspraken zijn gemaakt zie Achtergrond onder 4 Dit standpunt heeft de Hoge Raad ook nadat een beroep was gedaan op de zaak Murray zie hiervóór onder 4 2 in zijn uitspraak inzake de Zaanse verhoormethode HR 13 mei 1997 NJ 1998 152 gehandhaafd zie Achtergrond onder 5 4 4 Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er in beginsel voor opsporingsambtenaren geen verplichting bestaat om een raadsman bij de verhoren in de fase vóór de inverzekeringstelling tot de verdachte toe te laten In de praktijk worden raadslieden nu zij wel mógen worden toegelaten bij verhoren soms daartoe in de gelegenheid gesteld De verdachte is dan ook wat betreft het zich door een raadsman laten bijstaan afhankelijk van de toestemming van de verhorende ambtenaren zie Achtergrond onder 6 Op grond van het vorenstaande kan gesteld worden dat de gedraging geen schending van artikel 6 EVRM oplevert De raadsman dient echter wel tot het verhoor te worden toegelaten indien de beginselen van behoorlijke procesorde dit vereisen In deze zaak is hiervan niet gebleken De Nationale ombudsman oordeelt dat het dan ook niet onjuist is dat verzoekers raadsman niet tot het verhoor werd toegelaten De onderzochte gedraging is behoorlijk Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van de Gemeentelijke Sociale Dienst Groningen die wordt aangemerkt als een gedraging van het College van B W van Groningen is niet gegrond ten aanzien van de aanhouding op de openbare weg het niet inlichten van de advocaat het afnemen van het eerste verhoor buiten aanwezigheid van de advocaat Onderzoek Op 22 april 2004 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B te Groningen ingediend door de heer mr B van Dijk advocaat te Groningen met een klacht over een gedraging van de Gemeentelijke Sociale Dienst te Groningen Naar deze gedraging die wordt aangemerkt als een gedraging van het College van B W te Groningen werd een onderzoek ingesteld In het kader van het onderzoek werd het College van B W verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben Verder zijn de betrokken ambtenaren in de gelegenheid gesteld om op de klacht te reageren Tijdens het onderzoek kregen betrokkenen de gelegenheid op de door ieder van hen verstrekte inlichtingen te reageren Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen Verzoeker deelde mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen Het College van B W gaf binnen de gestelde termijn geen reactie Informatieoverzicht De bevindingen van het onderzoek zijn gebaseerd op de volgende informatie Verzoekschrift van 22 april 2004 met bijlagen over de interne klachtprocedure bij de Gemeente Groningen Openingsbrieven van de Nationale ombudsman van 10 juni 2004 Standpunt van het College van B W te Groningen van 14 juli 2004 met bijlagen waaronder afschriften van op deze zaak betrekking hebbende rapportages mutatierapporten en processen verbaal Reactie van verzoekers gemachtigde van 17 september 2004 Informatie van de Algemeen Directeur van de Dienst Sociale Zaken en Werk te Groningen van 9 november 2004 Bevindingen Zie onder Beoordeling Achtergrond 1 Wetboek van Strafvordering Artikel 28 1 De verdachte is bevoegd zich overeenkomstig de bepalingen van den Derden Titel van dit Boek door een of meer gekozen of toegevoegde raadslieden te doen bijstaan 2 Hem wordt daartoe telkens wanneer hij dit verzoekt zooveel mogelijk de gelegenheid verschaft om zich met zijn raadsman of met zijne raadslieden in verbinding te stellen Artikel 50 eerste en tweede lid 1 De raadsman heeft vrijen toegang tot den verdachte die rechtens van zijn vrijheid is beroofd kan hem alleen spreken en met hem brieven wisselen zonder dat van den inhoud door anderen wordt kennis genomen een en ander onder het vereischte toezicht met inachtneming van de huishoudelijke reglementen en zonder dat het onderzoek daardoor mag worden opgehouden 2 Indien uit bepaalde omstandigheden een ernstig vermoeden voortvloeit dat het vrije verkeer tusschen raadsman en verdachte hetzij zal strekken om den verdachte bekend te maken met eenige omstandigheid waarvan hij in het belang van het onderzoek tijdelijk onkundig moet blijven hetzij wordt misbruikt voor pogingen om de opsporing der waarheid te belemmeren kan tijdens het gerechtelijk vooronderzoek de rechter commissaris en overigens tijdens het voorbereidende onderzoek de officier van justitie telkens bevelen dat de raadsman geen toegang tot den verdachte zal hebben of dezen niet alleen zal mogen spreken en dat brieven of andere stukken tusschen raadsman en verdachte gewisseld niet zullen worden uitgereikt Het bevel omschrijft de bepaalde omstandigheden in den voorgaanden zin bedoeld het beperkt de vrijheid van verkeer tusschen raadsman en verdachte niet meer en wordt voor niet langer gegeven dan door die omstandigheden wordt gevorderd en is in elk geval slechts gedurende ten hoogste zes dagen van kracht Van het bevel geschiedt schriftelijke mededeeling aan den raadsman en aan den verdachte Artikel 57 eerste en tweede lid 1 De officier van justitie of de hulpofficier voor wie de verdachte wordt geleid of die zelf de verdachte heeft aangehouden kan na hem verhoord te hebben in het belang van het onderzoek bevelen dat hij tijdens het onderzoek ter beschikking van de justitie zal blijven en daarvoor op een in het bevel aangeduide plaats in verzekering zal worden gesteld 2 De verdachte is bevoegd zich bij het verhoor door een raadsman te doen bijstaan De raadsman wordt bij het verhoor in de gelegenheid gesteld de nodige opmerkingen te maken 2 Tekst Commentaar C P M Cleiren en J F Nijboer Kluwer Deventer 2003 toelichting op artikel 50 Wetboek van Strafvordering c Bijstand ook bij politieverhoren Of de verdachte die van zijn vrijheid is beroofd zich ook bij het politieverhoor kan laten bijstaan door een raadsman is omstreden Uit de omstandigheid dat in een aantal voorschriften in het Wetboek van Strafvordering wordt bepaald dat de verdachte bevoegd is zich door een raadsman te laten bijstaan art 23 lid 3 57 lid 2 63 lid 4 zie Hof s Gravenhage 18 mei 1995 NJ 1996 226 wordt afgeleid dat dit bij de politieverhoren niet het geval is zie Blok Besier I p 113 en T N B M Spronken Verdediging 2001 1 9 2 1 9 2 4 In Melai supplement 53 aant 5 bij art 28 wordt geconcludeerd dat het wenselijk is dat de verdachte bij politieverhoren gebruik kan maken van rechtsbijstand van een raadsman Tot dezelfde conclusie komt C J F C Fijnaut De toelating van raadslieden tot het politiële verdachtenverhoor 1987 Daarop komt hij later echter weer terug C J F C Fijnaut De toelating van de raadsman tot het politiële verdachtenverhoor Een status questionis op de drempel van de eenentwintigste eeuw in Tweede interimrapport van het onderzoeksproject Strafvordering 2001 Het vooronderzoek in strafzaken 2001 p 671 755 EVRM Uit de jurisprudentie van het EHRM kan worden afgeleid dat de verdachte in ieder geval een advocaat moet kunnen consulteren in de eerste fase van de politieverhoren zeker voorafgaande aan belangrijke beslissingen die de verdachte moet nemen en die bepalend zijn voor de verdere vervolging en berechting EHRM 8 februari 1996 NJ 1996 725 Murray EHRM 6 juni 2000 NJB 2000 33 p 1631 Averill Uit de zaak Imbrioscia EHRM 24 november 1993 NJ 1994 459 kan worden afgeleid dat het EHRM ervan uitgaat dat de verdachte in beginsel recht heeft zich door een raadsman vrouw te laten bijstaan tijdens het politieverhoor maar dat voor de effectuering van dit recht de raadsman vrouw zich actief zal moeten opstellen en derhalve moet verzoeken bij de politieverhoren aanwezig te zijn hetgeen in casu niet was geschied In de zaken Dougan EHRM 14 december 1999 nr 44 738 98 Hudoc en Brennan EHRM 16 oktober 2001 European Human Rights Cases 2002 1 overweegt het EHRM expliciet dat art 6 EVRM geen recht geeft op aanwezigheid van de advocaat bij het politieverhoor In de zaak Condron EHRM 2 mei 2000 nr 35 718 97 Hudoc wijst het EHRM wel op het belang van de aanwezigheid van de advocaat tijdens het politieverhoor met name in de situatie dat de verdachte zichzelf al vooruitlopend op de berechting kan incrimineren in die zin dat op een ingenomen proceshouding of verklaring later niet zonder risico kan worden teruggekomen Hoge Raad De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat aan de raadsman niet de bevoegdheid toekomt bij het politieverhoor aanwezig te zijn met uitzondering van de situatie dat beginselen van behoorlijke procesorde vereisen dat hij wel uitgenodigd wordt bij het verhoor aanwezig te zijn Dat is bijvoorbeeld het geval als met de RC hiertoe afspraken zijn gemaakt HR 22 november 1983 NJ 1984 805 Dit standpunt heeft de Hoge Raad ook nadat een beroep was gedaan op de Murray zaak EHRM 8 februari 1996 NJ 1996 725 in zijn uitspraak inzake de Zaanse verhoormethode HR 13 mei 1997 NJ 1998 152 gehandhaafd Praktijk Overigens worden in de praktijk raadslieden nu zij wel door de politie mogen worden toegelaten tot het verhoor van de verdachte soms in de gelegenheid gesteld verhoren bij te wonen 3 Essentie van arrest Europese Hof voor de Rechten van de Mens 6 februari 1996 in NJ 1996 725 gepubliceerd 66 The Court is of the opinion that the scheme contained in the Order is such that it is of paramount importance for the rights of the defence that an accused has access to a lawyer at the initial stages of police interrogation It observes in this context that under the Order at the beginning of police interrogation an accused is confronted with a fundamental dilemma relating to his defence If he chooses to remain silent adverse inferences may be drawn against him in accordance with the provisions of the Order On the other hand if the accused opts to break his silence during the course of interrogation he runs the risk of prejudicing his defence without necessarily removing the possibility of inferences being drawn against him Under such conditions the concept of fairness enshrined in Article 6 requires that the accused has the benefit of the assistance of a lawyer already at the initial stages of police interrogation To deny access to a lawyer for the first 48 hours of police questioning in a situation where the rights of the defence may well be irretrievably prejudiced is whatever the justification for such denial incompatible with the rights of the accused under Article 6 69 In his written submissions to the court the applicant appeared to make the further complaint under this

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2005/046 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • Onderzoek naar tevredenheid dienstverlening | Nationale ombudsman
    Boeken en artikelen Werken bij Klacht over de Nationale ombudsman Leveranciers 36 278 klachten ontvangen in 2014 U bent hier Home Thema s en Publicaties Nieuws Onderzoek naar tevredenheid dienstverlening 8 april 2015 Vanaf woensdag 8 april gaat een onderzoek naar de tevredenheid over de dienstverlening van de Nationale Ombudsman van start Het onderzoek duurt waarschijnlijk tot en met vrijdag 1 mei Burgers die in het eerste kwartaal van 2015 contact hebben gehad met de Nationale Ombudsman worden benaderd om deel te nemen aan het onderzoek Dit kan telefonisch of digitaal via e mail zijn Doel van het onderzoek is om de dienstverlening aan de burger verder te verbeteren De mening van u als burger is voor ons van zeer groot belang Om de onafhankelijkheid en anonimiteit van het onderzoek te garanderen is de uitvoering van het onderzoek uitbesteed aan het ISO 20252 gecertificeerde marktonderzoekbureau RenM Matrix Lees de privacyverklaring van de Nationale ombudsman Onderwerpen tevredenheidsonderzoek dienstverlening Delen Deel op twitter Deel op facebook Deel op linkedin Informatie speciaal voor Kinderen Veteranen Ondernemers Informatie voor inwoners van Bonaire St Eustatius en Saba Kunnen wij u helpen Aan het juiste adres Procedure Klacht indienen Vraag en antwoord Voorbeeldbrieven Folders en brochures

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/2015/onderzoek-naar-tevredenheid-dienstverlening- (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • Thema's en publicaties | Nationale ombudsman
    Juli Augustus September Oktober November December 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 Tot Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 4 resultaten gevonden Nieuwsbericht 8 april 2015 Onderzoek naar tevredenheid dienstverlening Vanaf woensdag 8 april gaat een onderzoek naar de tevredenheid over de dienstverlening van de Nationale Ombudsman van start Het onderzoek duurt waarschijnlijk tot en met vrijdag 1 mei Lees verder Onderwerpen tevredenheidsonderzoek dienstverlening Nieuwsbericht 16 april 2015 Klagen is goed geregeld nu met regionale ombudsfunctie Voor inwoners van de Gooi en Vechtstreek is klagen over de zorg aanbieder eenvoudig sinds januari is er een regionaal klachten meldpunt sociaal domein met op de regio website een aparte button voor het indienen van klachten Voordeel voor de inwoners één centraal meldpunt voor klachten Lees verder Onderwerpen regionaal meldpunt klachten sociaal domein gooi en vechtstreek Nieuwsbericht 15 januari 2010 Overheid moet telefonisch goed bereikbaar zijn Voor mensen is de telefoon een belangrijk communicatiemiddel Wil de burger gehoor vinden bij de overheid dan

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/themas-en-publicaties?zoekterm=%22tevredenheidsonderzoek%22 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • Nationale ombudsman start onderzoek naar uitzettingsvluchten | Nationale ombudsman
    12 februari 2015 De Nationale ombudsman is een onderzoek gestart naar uitzettingsvluchten van uitgeprocedeerde migranten Hij gaat in kaart brengen hoe in Nederland toezicht wordt gehouden op uitzettingsvluchten en hoe de mensenrechten bij die vluchten worden gewaarborgd De aanleiding voor het onderzoek is een vraag van de Europese ombudsman om informatie over de Nederlandse situatie Soortgelijk onderzoek wordt gelijktijdig in ruim twintig EU landen uitgevoerd door de ombudsmannen in die landen Uitgeprocedeerde migranten die ons land moeten verlaten worden gedwongen uitgezet naar het land van herkomst als zij niet op eigen gelegenheid Nederland verlaten Uitzettingsvluchten kunnen plaatsvinden onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid met een speciale vlucht Uitzettingsvluchten kunnen ook ondersteund worden door het Europese agentschap Frontex De praktische organisatie van die vluchten ligt steeds bij één van de lidstaten Onafhankelijk toezicht noodzakelijk Bij gedwongen terugkeer operaties bestaat het risico dat mensenrechten geschonden worden Soms worden ingrijpende dwangmiddelen ingezet De vraag is of de uitzettingsvluchten zo zijn ingericht dat schendingen van mensenrechten niet of zo min mogelijk plaatsvinden Een noodzakelijk waarborg hierbij is dat er onafhankelijk toezicht is op de vluchten Inspectie V J toezichthouder in Nederland De Nationale ombudsman onderzoekt hoe de uitzetting in de praktijk gaat en hoe het toezicht hierop is geregeld In Nederland houdt de Inspectie Veiligheid en Justitie toezicht op de vluchten De Koninklijke Marechaussee begeleidt uitgeprocedeerde migranten op een vlucht De Dienst Terugkeer en Vertrek bereidt de mensen voor op hun uitzetting Deze drie instanties worden in het onderzoek bevraagd De resultaten van de verschillende onderzoeken in de EU landen worden later dit jaar naast elkaar gelegd om eventuele knelpunten en good practices te verzamelen en de onderlinge samenwerking te bevorderen Onderwerpen Migranten uitgeprocedeerd uitzetting mensenrechten dienst terugkeer vertrek dt v Frontex Delen Deel op twitter Deel op facebook Deel op linkedin Informatie

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/2015/nationale-ombudsman-start-onderzoek-naar-uitzettingsvluchten (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • Thema's en publicaties | Nationale ombudsman
    Uw zoekopdracht Zoeken Sorteren op Relevantie Nieuwste eerst Oudste eerst Verfijn uw resultaten Thema Verkeer Werk en inkomen Wonen Politie en justitie Onderwijs Gezin en jeugd Gezondheid Buitenland Soort Column Dossier Nieuwsbericht Onderzoek Rapport Tekstpagina Video Periode Van Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 Tot Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 3 resultaten gevonden Nieuwsbericht 12 februari 2015 Nationale ombudsman start onderzoek naar uitzettingsvluchten De Nationale ombudsman is een onderzoek gestart naar uitzettingsvluchten van uitgeprocedeerde migranten Lees verder Onderwerpen Migranten uitgeprocedeerd uitzetting mensenrechten dienst terugkeer vertrek dt v Frontex Rapport 28 januari 2010 2010 016 Verzoeker is eigenaar van een kwekerij op Curaçao Zijn concurrent bedrijf T kreeg een financiële vergoeding uit het Project Samenwerking Nederlandse Antillen PSNA Lees verder Onderwerpen binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties Rapport 19 augustus 2009 2009 170 In de nacht van 15 op 16 juni 2007 hield de vreemdelingenpolitie tijdens een Nigeriaans feest een

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/themas-en-publicaties?zoekterm=%22Migranten%22 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • Thema's en publicaties | Nationale ombudsman
    Thema Verkeer Werk en inkomen Wonen Politie en justitie Onderwijs Gezin en jeugd Gezondheid Buitenland Soort Column Dossier Nieuwsbericht Onderzoek Rapport Tekstpagina Video Periode Van Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 Tot Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 4 resultaten gevonden Nieuwsbericht 12 februari 2015 Nationale ombudsman start onderzoek naar uitzettingsvluchten De Nationale ombudsman is een onderzoek gestart naar uitzettingsvluchten van uitgeprocedeerde migranten Lees verder Onderwerpen Migranten uitgeprocedeerd uitzetting mensenrechten dienst terugkeer vertrek dt v Frontex Rapport 27 april 2006 2006 163 Verzoeker is in 1994 uit Moghadishu Somalië gevlucht naar Nederland De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie wees zijn asielverzoek af Lees verder Onderwerpen vreemdelingenzaken en integratie Rapport 8 maart 2006 2006 072 Als gevolg van een rechterlijke uitspraak was verzoeker als asielzoeker uitgeprocedeerd Vervolgens informeerde het COA hem per brief dat zijn recht op opvang van rechtswege was geëindigd Lees verder Onderwerpen justitie Rapport 25 november

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/themas-en-publicaties?zoekterm=%22uitgeprocedeerd%22 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • Thema's en publicaties | Nationale ombudsman
    doet onderzoek en concludeert dat de staatssecretaris bij de behandeling van het gratieverzoek de mensenrechten onvoldoende heeft gerespecteerd Want er is in de procedure geen informatie over de resocialisatie van de veroordeelde betrokken en de behandelingsduur van ruim twee jaar is zeer lang De ombudsman geeft de staatssecretaris in overweging te zorgen voor een organisatie die is ingericht en voorbereid op een meer voortvarende behandeling van gratieverzoeken van levenslanggestraften Lees verder Onderwerpen centraal orgaan opvang asielzoekers coa asielzoekerscentrum fotograaf gedragscode onduidelijke communicatie Rapport 2 april 2015 2015 064 Politie eenheid Rotterdam had man zonder handboeien en voor minder zwaar delict moeten aanhouden Een man is na herhaaldelijke weigering om mee te werken aan een preventieve fouilleringsactie aangehouden op grond van wederspannigheid en geboeid vervoerd naar het politiebureau De Nationale ombudsman ziet voor dit laatste geen aanleiding omdat hij had aangegeven wel mee te gaan naar het politiebureau om daar preventief te worden gefouilleerd Ook had de politie ten onrechte aan het Centraal Justitieel Incasso Bureau CJIB gemeld dat aan de man een strafbeschikking was uitgereikt Daarnaast had de politie de man op grond van een minder zwaar delict kunnen aanhouden het niet opvolgen van een bevel vordering van de politie De ombudsman beveelt de korpschef van de Nationale politie aan de instructie van politieambtenaren bij preventieve fouilleeracties hierop aan te passen Lees verder Onderwerpen Politie fouilleren aanhouding Rapport 19 februari 2015 2015 030 Regionale politie eenheid Noord Nederland vervoert verdachte ten onrechte in handboeien naar het politiebureau Een man krijgt van een politieambtenaar van de regionale eenheid Noord Nederland telefonisch een uitnodiging om op het politiebureau in Drachten een verklaring af te leggen over zijn aangifte dat hij een fors geldbedrag niet terugkrijgt van een ander Die ander heeft op zijn beurt aangifte gedaan tegen de man wegens poging tot uitlokking van moord De politieambtenaar laat de man een week later na het afleggen van een getuigenverklaring op het politiebureau in Veendam buiten heterdaad aanhouden Hij wordt tijdens de rit van het politiebureau in Veendam naar dat in Drachten geboeid De man klaagt hierover De Nationale ombudsman stelt na onderzoek dat de man op het moment van aanhouding rustig was en had meegewerkt De politie heeft niet kunnen concretiseren waaruit het gevaar voor de veiligheid van de politieambtenaren of de vluchtgevaarlijkheid zou bestaan Lees verder Onderwerpen Politie handboeien aanhouding ten onrechte Tekstpagina 9 juli 2014 Boeken en artikelen Hieronder vindt u vanaf 2008 de boeken en artikelen die gepubliceerd zijn door of in opdracht van de Nationale ombudsman Lees verder Rapport 31 maart 2014 2014 028 Politie houdt vader aan in woning wegens dreigende sms jes over zoontje Politie Oost Brabant treedt woning binnen van vader van zevenjarige zoon De man ligt in scheiding en stuurt zijn echtgenote en haar familie dreigende sms jes o a dat zij het jongetje nooit meer te zien krijgen De politie houdt de man in de woning aan en boeit hem om een worsteling te voorkomen en neemt hem mee naar het bureau De

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/themas-en-publicaties?zoekterm=%22mensenrechten%22 (2015-08-09)
    Open archived version from archive