archive-nl.com » NL » N » NATIONALEOMBUDSMAN.NL

Total: 2034

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • 2013/096: Bedrijf klaagt dat UWV niet betrouwbaar heeft gehandeld bij reorganisatie | Nationale ombudsman
    correctiefactor uitwisseling van personeel Volgens het UWV was het niet redelijk en niet overeenkomstig de maatschappelijke realiteit om de fout van april 2011 te blijven herhalen Omdat verzoeksters toen en nu van mening waren dat er binnen aparte bedrijfsvestigingen afgespiegeld had moeten worden zou het aan de uitkomst van de ontslagprocedure ook niets veranderd hebben 16 De correctiefactor samenvoeging van twee of meer bedrijfsvestigingen was voor de besluitvorming van het UWV van de ontslagaanvragen van juli augustus 2011 doorslaggevend en niet de correctiefactor uitwisseling van personeel Uit de overgelegde informatie was gebleken dat opdrachten uit de werkgebieden van de gesloten vestigingen vanuit andere vestigingen verricht zouden worden Dan is er volgens het UWV sprake van samenvoeging van bedrijfsvestigingen De ontslagvergunningen zijn juist op grond van deze correctiefactor geweigerd 17 Van belang was daarbij volgens het UWV dat ten tijde van ontslagprocedure in april 2011 er geen sprake was van de situatie sluiting of samenvoeging Toen moest alleen de vestiging van B in Rotterdam inkrimpen Van personeelsreductie in andere vestigingen laat staan van sluiting of samenvoeging was destijds nog geen sprake Over de correctiefactor samenvoeging had het UWV zich dus niet eerder uit gesproken Van een gewijzigd inzicht was dan ook geen sprake De situatie sluiting samenvoeging is een correctiefactor die zelfstandig een afwijzingsgrond oplevert 18 Ten aanzien van het voor het afspiegelingsbeginsel samennemen van B en R merkte het UWV op dat het feit dat B en R aparte rechtspersonen zijn niet betekent dat zij ook aparte bedrijfsvestigingen zijn in de zin van het Ontslagbesluit Dat is slechts een van kenmerken op grond waarvan de bedrijfsvestiging volgens hoofdstuk 11 paragraaf 1 moet worden vastgesteld Uit de overgelegde stukken was gebleken dat er sprake was van nauwe verwantschap en uitwisseling van personeel tussen B en R Omdat R bij de eerdere ontslagprocedure nog niet in beeld was had het UWV zich over de situatie van samennemen van B en R niet uitgesproken en ook niet kúnnen uitspreken 19 Omdat de situatie bij de ontslagaanvragen van juli augustus 2011 verschilde van de situatie in april 2011 toen de situatie van samenvoeging van bedrijfsvestigingen nog niet speelde was het UWV van mening dat er wel betrouwbaar is gehandeld Om die reden en vanwege het ontbreken van een juridische grondslag voor schadevergoeding was de vordering afgewezen 20 Op de vraag van de Nationale ombudsman waarom advies gevraagd was aan de landelijk manager AJD na het unanieme advies tot vergunningverlening van de ontslagadviescommissie antwoordde het UWV dat de regionaal manager AJD wilde afwijken van dit unanieme advies Hij vond dat er sprake was van regelmatige uitwisseling van personeel tussen de vestigingen Er was zijns inziens geen sprake van sluiting van vestigingen maar van samenvoeging Daarom moest er volgens hem landelijk worden afgespiegeld Bij een unaniem advies van de Ontslagcommissie waar de beslissingsbevoegde van af wil wijken moet volgens het Reglement ontslagadviescommissie UWV aan de landelijk manager AJD advies gevraagd worden Ook het blijvend inzetten van uitzendpersoneel achtte de regionaal manager problematisch maar dat was niet de reden voor het verzoek om advies aan de landelijk manager 21 Op de vraag van de Nationale ombudsman om nog te reageren op het standpunt van verzoeksters dat de algemene toetsingsmaatstaf van artikel 3 1 van het Ontslagbesluit uit het oog verloren was antwoordde het UWV dat de algemene redelijkheidtoets van artikel 3 1 uitgewerkt is in de paragrafen vier tot en met zes van het Ontslagbesluit Die toets is daar als het ware in verdisconteerd Dit volgt uit het slot van artikel 3 1 waarin staat dat de belangen en mogelijkheden in aanmerking worden genomen voor zover de navolgende regels dit inhouden Achtergrond onder 4 22 In paragraaf 4 van het Ontslagbesluit zijn de toetsingscriteria opgenomen voor een ontslagaanvraag om bedrijfseconomische redenen De ontslagvolgorde is geregeld in artikel 4 2 lid 1 Achtergrond onder 1 Dit artikel is dus een uitwerking van de algemene redelijkheidsmaatstaf De juiste ontslagvolgorde moet per bedrijfsvestiging worden toegepast Bij de totstandkoming van de beleidsregels over de vaststelling van bedrijfsvestiging zijn de belangen en mogelijkheden van de betrokken werkgever en werknemer al in aanmerking genomen De eerder genoemde correctiefactoren van hoofdstuk 11 paragraaf 1 onder c van de Beleidsregels ontslagtaak thans hoofdstuk 11 paragraaf 2 zijn in de Beleidsregels opgenomen omdat in de twee genoemde situaties afspiegeling binnen de afzonderlijke zelfstandige eenheden tot een onredelijk resultaat ontslag zou leiden De correctiefactoren brengen als het ware tot uitdrukking wat een redelijke toepassing van artikel 4 2 van het Ontslagbesluit met zich meebrengt 23 Omdat de ontslagaanvragen van B en R beoordeeld zijn aan de hand van artikel 4 van het Ontslagbesluit en onder andere hoofdstuk 11 van Beleidsregels ontslagtaak UWV waarin de redelijkheidstoets van artikel 3 1 van het Ontslagbesluit is verdisconteerd is een aparte redelijkheidstoets op grond van artikel 3 1 Ontslagbesluit achterwege gebleven Een dergelijke aparte redelijkheidstoets zou ook niet overeenkomen met de bedoeling van de wetgever aldus het UWV 24 Op het standpunt van verzoeksters dat zij geen schade hadden geleden als zij direct bij het indienen van de ontslagaanvragen geweten hadden van het gewijzigde standpunt van het UWV WERKbedrijf over het afspiegelingsbeginsel bedrijfsvestiging merkte het UWV onder meer het volgende op Het is aan de indiener van een ontslagverzoek om zijn ontslagverzoek vorm te geven en te motiveren en onderbouwen UWV mag er hierbij van uitgaan dat de verzoeker van een ontslagaanvraag zeker indien hij zich zoals in casu laat bijstaan door een advocaat op de hoogte is van de daarvoor geldende wettelijke en beleidsregels Indien de regels voor een verzoeker niet helemaal duidelijk zijn ligt het in de rede dat hij vooraf informatie inwint Gesteld noch gebleken is dat werkgever en of haar gemachtigde voorafgaand aan het indienen van de aanvragen bij UWV informatie heeft ingewonnen over de wijze waarop in casu het afspiegelingsbeginsel binnen R en B moet worden gehanteerd Wij merken op dat UWV in ontslagprocedures onpartijdig dient te zijn UWV zal partijen dan ook alleen kunnen informeren UWV kan en zal niet adviseren De door partijen in de ontslagprocedure verstrekte informatie is voor UWV leidend UWV neemt een beslissing op het verzoek om een ontslagvergunning na een procedure van hoor en wederhoor Bij aanvang van de ontslagprocedure zal UWV dan ook nog geen standpunt innemen Dit standpunt dat per aparte bedrijfsvestiging moet worden afgespiegeld No heeft verzoekster vanaf de eerste ontslagprocedure in februari 2011 maar zeker ook vanaf ultimo juli 2011 tijdens de ontslagprocedure immer uitgedragen Ultimo september 2011 zijn ontslagvergunningen geweigerd Eerst hierná namelijk in de brief d d 19 oktober 2011 heeft verzoekster haar standpunt ten aanzien van de vaststelling van de bedrijfsvestiging bijgesteld in die zin dat verzoekster bij de door haar verstrekte informatie tevens is uitgegaan van de situatie waarin B en R voor het afspiegelingsbeginsel als een bedrijfsvestiging zouden moeten worden beschouwd Aannemelijk is dat deze wijziging van het standpunt is ingegeven door de weigeringen van de ontslagvergunningen Verder is van belang dat in de onderhavige ontslagaanvragen omstandigheden aanwezig waren die niet speelden bij de eerste twee ontslagaanvragen Ten aanzien van deze twee omstandigheden is derhalve van een gewijzigd inzicht geen sprake en UWV heeft zich hierover dan ook niet eerder kunnen uitlaten Deze omstandigheden leiden ieder afzonderlijk tot een andere vaststelling van de bedrijfsvestiging en dan in de situatie van de eerste twee ontslagaanvragen Reactie verzoeksters 25 Volgens verzoeksters had het UWV geen maatwerk geleverd waar dit uit het oogpunt van zorgvuldigheid wel verwacht mocht worden Van het UWV had meer nuancering verwacht mogen worden De Beleidsregels bieden die ruimte ook Uit het Ontslagbesluit vloeit voort dat het UWV moet bewaken dat werkgevers werknemers niet op oneigenlijke gronden ontslaan De ontslagcommissie was al unaniem tot het oordeel gekomen dat de ontslagvergunningen verleend konden worden Dat alleen al maakt dat uitgaan van afspiegeling per vestiging niet tot een onredelijke uitkomst kon leiden De keuze voor landelijk afspiegelen was niet alleen onlogisch maar had ook tot praktisch onwenselijke gevolgen geleid 26 Omdat geografisch ver uit elkaar liggende vestigingen gesloten werden had er per bedrijfsvestiging afgespiegeld moeten worden Alle vestigingen lagen ook nog eens in een ander UWV rayon In de toelichting bij artikel 4 2 van het Ontslagbesluit wordt voor het samenvoegen van vestigingen als uitgangspunt gehanteerd dat het moet gaan om vestigingen waar dezelfde soort werkzaamheden worden verricht en die binnen redelijke afstand van elkaar liggen Bij uitwisseling van personeel moet het bovendien gaan om structurele uitwisseling van personeel Daar was hier geen sprake van volgens verzoeksters Alleen in de laatste periode voor de grootschalige reorganisatie is op onregelmatige niet structurele basis personeel van de ene vestiging op de andere vestiging ingezet Deze uitwisseling vond slechts plaats juist in de hoop om daarmee grootschalige reorganisatie af te kunnen wenden 27 De advocaat van verzoeksters verwees in een aanvullende reactie ook naar aanpassingen in hoofdstuk 11 van de Beleidsregels Ontslagtaak In hoofdstuk 11 was volgens haar een passage opgenomen die de kern vormde van het betoog van verzoeksters In de navolgende passage en dan met name het schuingedrukte deel werd exact verwoord wat er in het dossier van verzoeksters fout was gegaan namelijk dat er geen rekening was gehouden met de praktische gevolgen van het toepassen van de beleidsregels Indien uit de twee bovengenoemde elementen niet duidelijk een zelfde eenheid als bedrijfsvestiging volgt is nadere afweging nodig Daarbij kan noodzakelijk zijn om terug te gaan naar beoordeling van de waarneembare kenmerken zoals gelegen in de externe presentatie en in de interne organisatie en aansturing Nu zouden deze beide categorieën kenmerken elkaar qua aantal en karakter redelijk in evenwicht kunnen houden waardoor nog moeilijk is te bepalen welk van beide de overhand zou hebben In dat geval is van belang om te bezien welk van beide invalshoeken het meest beantwoordt aan het uitgangspunt te weten transparante en eenvoudige toepasbaarheid voor de praktijk Biedt deze uitkomst in redelijkheid nog voldoende ontslag waarborgen en maakt deze tevens een praktische invulling mogelijk van de eenheid of eenheden zoals deze er nà de reorganisatie en inkrimping zouden gaan uitzien Het zou bijvoorbeeld niet juist zijn indien er uiteindelijk veel onacceptabele personele bewegingen en mutaties zouden volgen Dat zou ook de overzichtelijkheid en benodigde rust binnen de arbeidsorganisatie onnodig aantasten en de bedrijfsvoering onevenredig schaden Te denken valt aan abnormale woon werkafstanden waardoor de efficiency en kostenfactor van de bedrijfsvoering zwaar belast zouden worden Bovendien zou dit voor veel medewerkers onacceptabel lange en kostbare reistijden kunnen betekenen Zo moet er een redelijk evenwicht zijn qua individuele ontslag bescherming enerzijds en efficiency en kostenfactor in de bedrijfsvoering anderzijds Nadere reactie UWV 28 De Nationale ombudsman verzocht het UWV nog te reageren op dit laatste punt en op de opmerking dat het UWV niet duidelijk had gemaakt waar het gewijzigde inzicht op stoelde dat er landelijk afgespiegeld moest worden 29 Volgens het UWV was er bij de eerdere ontslagaanvragen een fout gemaakt door ten onrechte geen rekening te houden met de correctiefactor uitwisseling van personeel Van het UWV kon niet verwacht worden dat het door bleef gaan met dezelfde fouten maken Het UWV wijst er verder op dat de latere ontslagverzoeken van B niet zijn afgewezen op grond van de correctiefactor uitwisseling van personeel maar op grond van de correctiefactor samenvoeging Van de situatie samenvoeging was in april 2011 geen sprake 30 Over de door verzoeksters uit hoofdstuk 11 van de Beleidsregels geciteerde tekst merkte het UWV op dat deze tekst in de Beleidsregels zoals die golden ten tijde van de ontslagverzoeken van verzoeksters is terug te vinden in paragraaf 1 onder b en c van hoofdstuk 11 Van een beleidswijziging is op dit onderdeel geen sprake Verder gaf het UWV aan dat het voor de juiste interpretatie van de door verzoeksters aangehaalde passage van belang is om de volledige paragraaf 2 èn paragraaf 1 te lezen In laatstgenoemde paragraaf wordt het begrip bedrijfsvestiging uitgewerkt aan de hand van een aantal interne en externe kenmerken Achtergrond onder 3 en 5 31 Uit paragraaf 2 blijkt dat bij het bepalen van de bedrijfsvestiging bekeken moet worden of de in paragraaf 1 genoemde kenmerken in een bepaalde richting wijzen bijvoorbeeld iedere vestiging is een aparte bedrijfsvestiging Bij verzoeksters was hiervan sprake maar volgens het UWV was er ook sprake is van regelmatige uitwisseling van personeel en samenvoeging van vestigingen en dan moet er toch van één bedrijfsvestiging uitgegaan worden Pas wanneer uit deze laatste elementen niet duidelijk een zelfde eenheid als bedrijfsvestiging volgt is een nadere afweging nodig Daarbij moet soms terug gegaan worden naar de beoordeling van de interne en externe kenmerken genoemd in paragraaf 1 Wijzen die niet duidelijk in een richting dan kan gekeken worden welke uitkomst praktisch toepasbaar en het meest redelijk is Omdat de in en externe kenmerken duidelijk uitwezen dat het hier ging om aparte bedrijfsvestigingen was deze verdergaande redelijkheidstoets hier niet aan de orde II Beoordeling 32 Een van de kernwaarden van behoorlijk overheidsoptreden is dat de overheid eerlijk en betrouwbaar moet zijn Burgers moeten op de besluiten van de overheid kunnen vertrouwen zoals in deze zaak de werkgever op het oordeel van het UWV in een eerdere ontslagronde van hetzelfde bedrijf Het UWV moet in redelijkheid met dat gegeven rekening houden bij het nemen van een beslissing in de volgende ontslagprocedure 33 In dit dossier stond de bedrijfseconomische noodzaak voor het ontslag niet ter discussie Vast staat dat drie maanden voor deze ontslagaanvragen ontslagvergunningen waren verleend voor medewerkers op de vestiging van B te Rotterdam In hun verweren hebben de werknemers daar destijds betoogd dat er niet van aparte bedrijfsvestigingen maar van één vestiging moest worden uitgegaan onder meer omdat er sprake was van regelmatige uitwisseling van personeel De AJD achtte dit verweer toen niet overtuigend want in de ontslagvergunningen van 26 april 2011 staat dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat Rotterdam als aparte bedrijfsvestiging kan worden beschouwd 34 Verzoeksters mochten er dan ook drie maanden later bij hun ontslagaanvragen voor de werknemers van de te sluiten vestigingen van uitgaan dat er per aparte bedrijfsvestiging zou worden afgespiegeld Ook de ontslagadviescommissie ging hier van uit en was unaniem van oordeel dat de ontslagvergunningen verleend konden worden Maar het UWV besliste anders De eerdere beslissing dat de vestiging van B in Rotterdam een aparte bedrijfsvestiging was berustte op een foute beoordeling van het bedrijf Het UWV stelde dat het niet redelijk en overeenkomstig de maatschappelijke realiteit is om door te gaan met de fout uit de eerdere ontslagprocedure In dat geval rust naar het oordeel van de Nationale ombudsman een verzwaarde motiveringsplicht op het UWV Juist waar de gevolgen zowel voor de werkgever als de werknemers van het gewijzigde inzicht zo ingrijpend zijn moet de motivering overtuigend zijn 35 Het UWV ging in de eerdere ontslagprocedure voorbij aan het verweer van de werknemer dat er sprake was van regelmatige uitwisseling van personeel tussen de vestigingen Het UWV motiveert het besluit dat de afspiegeling nu over alle bedrijfsvestigingen heen moest plaatvinden op het gegeven dat er sprake is van samenvoeging van bedrijfsvestigingen omdat er in de laatste maanden wel van regelmatige uitwisseling sprake is geweest en de werkzaamheden van B vanuit centraal gelegen vestigingen zou worden voortgezet Verzoeksters hebben betoogd dat er alleen in de laatste periode voor de grootschalige reorganisatie sprake is geweest van inzet op beperkte schaal van personeel van een vestiging op projecten van een andere vestiging dichtbij de eigen regio Het ging hierbij volgens verzoeksters niet om structurele regelmatige uitwisseling en het was bedoeld om gedwongen ontslagen zo lang mogelijk te voorkomen De Nationale ombudsman acht het standpunt van het UWV niet voldoende overtuigend Temeer nu meer dan de helft van de vestigingen in ver uit elkaar gelegen gebieden gesloten zijn en de dienstverbanden met het personeel van die vestigingen inmiddels beëindigd zijn 36 Omdat de vestigingen die open bleven op centrale locaties gevestigd waren namelijk Weesp voor Noord Holland Rotterdam ten behoeve van Zuid Holland en Heerlen ten behoeve van het zuiden concludeerde het UWV dat opdrachten uit de gesloten vestigingen Alkmaar Deventer Zoeterwoude Eindhoven en Heerenveen voortaan vanuit de overgebleven vestigingen zouden worden bediend Het UWV achtte het niet aannemelijk dat de werkzaamheden van de te sluiten vestigingen geheel zouden vervallen en daarom was er sprake van samenvoeging van bedrijfsvestigingen Hiervan zou misschien sprake kunnen zijn bij de meer nabijgelegen vestigingen als Zoeterwoude en Alkmaar maar de Nationale ombudsman acht dit niet aannemelijk voor de ver uit elkaar liggende vestigingen Heerenveen Eindhoven en Deventer 37 Verzoeksters zijn volgens paragraaf 1 van hoofdstuk 11 van de Beleidsregels Ontslagtaak UWV op grond van externe en interne organisatorische kenmerken als aparte bedrijfsvestigingen aan te merken Als er echter sprake is van regelmatige uitwisseling van personeel en of samenvoeging dan moeten deze aparte bedrijfsvestigingen voor de toepassing van het afspiegelingsbeginsel als één bedrijfsvestiging worden samengenomen Volgens het UWV was hiervan sprake en moest er dus landelijk afgespiegeld worden De Nationale ombudsman vindt dat het UWV dit onvoldoende heeft gemotiveerd Er zijn minstens zoveel argumenten die het standpunt van verzoeksters ondersteunen In geval van twijfel moet het UWV volgens hoofdstuk 11 paragraaf 2 bezien welke van de invalshoeken het meest beantwoordt aan het uitgangspunt van transparante en eenvoudige toepasbaarheid voor de praktijk Volgens deze paragraaf moet er voldoende ontslagbescherming overblijven maar moeten onredelijke uitkomsten als veel onacceptabele personele bewegingen en mutaties worden voorkomen evenals bijvoorbeeld abnormale woon werkafstanden waardoor de efficiency en kostenfactor van de bedrijfsvoering zwaar belast zouden worden Achtergrond onder 3 38 Volgens het UWV was deze laatste redelijkheidstoets niet nodig omdat de samenvoeging van vestigingen en de regelmatige uitwisseling van personeel vaststond en de interne en externe kenmerken duidelijk een richting in wezen De Nationale ombudsman deelt dit standpunt van het UWV niet Op grond van zowel de conclusie uit de eerdere ontslagprocedure dat er sprake was van aparte bedrijfsvestigingen de unanieme eensluidende conclusie van de ontslagcommissie in de onderhavige procedures en de argumenten van verzoeksters concludeert de Nationale ombudsman dat gerede twijfel kon rijzen over de vraag of er landelijk of regionaal afgespiegeld diende te worden Het UWV had dan ook de redelijkheidstoets zoals verwoord in het huidige hoofdstuk 11 paragraaf 2

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2013/096 (2015-08-09)
    Open archived version from archive


  • 2013/056: Ondernemer klaagt dat RDW niet tijdig voldoende kennis heeft voor uitvoering nieuwe Wegenverkeerswet | Nationale ombudsman
    de aansprakelijkheid voor de ingediende claim vooralsnog werd afgewezen Omdat een inhoudelijke reactie op de ingediende klacht nog uitbleef legde verzoeker in eerste instantie de klacht op 10 februari 2012 neer bij de Nationale ombudsman De daarop ingezette interventie heeft er toe geleid dat de RDW op 26 maart 2012 een reactie op de klacht gaf aan verzoeker De RDW deelde de Nationale ombudsman daarbij nog mee dat in eerste instantie de klacht en de claim tegelijkertijd opgepakt waren Verzoeker heeft daarop op 28 maart 2012 een antwoord gestuurd naar de RDW Omdat de RDW aangaf dat er geen inhoudelijke reactie meer zou volgen heeft verzoeker zich weer tot de Nationale ombudsman gewend en is op 20 augustus 2012 een openingsbrief met de klachtomschrijving en een aantal vragen naar de RDW gestuurd Aan de RDW werden de volgende vragen voorgelegd Zijn er voorbesprekingen met verzoeker geweest en afspraken gemaakt met betrekking tot de keuring van de 100 elektrische VW Caddy Kan van verzoeker verwacht worden zelf zorg te dragen voor testapparatuur In welke communicatie is dat aan verzoeker meegedeeld Indien verzoeker bij een ander testhuis het voertuig had laten testen was er dan nog een keuring door de RDW nodig De RDW heeft op 12 oktober 2012 en op 8 november 2012 een reactie gestuurd naar de Nationale ombudsman Het antwoord is voor een reactie voorgelegd aan verzoeker maar die heeft niet meer gereageerd Visie RDW De aanvraag voor de keuring van het betreffende voertuig dateert van 23 mei 2011 In het contact met verzoeker heeft de RDW aangegeven dat de keuring een pilot betrof en dat daardoor geen vaste doorlooptijd aangegeven kon worden De RDW moest met die keuring ook ervaring opdoen De branche van voertuigbouwers is door de RDW van te voren ingelicht over het feit dat de eisen van het VN ECE reglement nr 100 per april 2011 zouden worden ingevoerd voor individuele voertuigen Binnen de RDW heeft het enige tijd geduurd voordat de apparatuur voor de toetsing aan het VN ECE reglement nr 100 werd aangeschaft en geleverd De RDW heeft verzoeker vanaf het begin van de aanvraag voor de keuring op de hoogte gehouden van de status van de aanvraag Door tekort aan capaciteit en het niet aanwezig zijn van alle meetapparatuur heeft het enkele maanden geduurd om het proces voor de RDW inzichtelijk te krijgen Aan verzoeker is in eerdere communicatie meegedeeld dat hij ook zelf de testapparatuur zou kunnen aanschaffen en dat hij de betreffende test ook door andere testhuizen zou kunnen laten uitvoeren Nadat bij de RDW de capaciteit en meetapparatuur beschikbaar waren is er getracht het betreffende voertuig zo snel mogelijk te keuren De RDW stelt met de toen beschikbare middelen en capaciteit haar uiterste best gedaan te hebben om het voertuig van verzoeker te keuren Tijdens de keuring van een identiek voertuig van verzoeker op 7 april 2011 is aan verzoeker meegedeeld dat in de nieuwe regelgeving het testen volgens het VN ECE reglement nr 100 een eis zou zijn Bij de aanvraag op 23 mei 2011 voor de keuring van het onderhavige voertuig is mondeling aan verzoeker kenbaar gemaakt zijn dat een deel van de test conform het VN ECE reglement nr 100 nog niet aanwezig was Het ontbreken van dat deel van de test zou dan worden afgedekt met of een extern testrapport of een test door de RDW bij verzoeker op een later moment met apparatuur van verzoeker of een test bij de RDW wanneer de RDW alle apparatuur in huis zou hebben De keuring van het voertuig is op verzoek van verzoeker doorgegaan zonder de test conform het VN ECE reglement nr 100 Verzoeker heeft er zelf voor gekozen het onderdeel van de test te weten een testvinger te maken dan wel te bestellen Hiervoor zijn er in de e mail van 29 juni 2011 aan verzoeker de specificaties van de testvinger verstrekt Het merendeel van de fabrikanten die voertuigen produceren of ombouwen heeft zelf testapparatuur om te testen of hetgeen gebouwd aangepast is voldoet aan de gestelde eisen De testapparatuur wordt dan zelf aangeschaft en de RDW maakt daar bij de keuring op locatie gebruik van Verzoeker is op die mogelijkheid gewezen Als verzoeker een test volgens het VN ECE reglement nr 100 bij een ander erkend testhuis had laten uitvoeren dan had de RDW dat testrapport geaccepteerd bij toelating van dat voertuig Er had dan niet nog een test door de RDW uitgevoerd hoeven te worden Visie Verzoeker Verzoeker is teleurgesteld in het feit dat de RDW geen prioriteit heeft gegeven aan de keuring van elektrische voertuigen conform de nieuwe wet en regelgeving per 1 april 2011 Een half jaar na inwerkingtreding van het VN ECE reglement nr 100 bleek de RDW niet in staat elektrisch aangedreven voertuigen volgens de nieuwe regelgeving te keuren Dat past volgens verzoeker niet bij de opgelegde eis aan bedrijven om voertuigen volgens de nieuwe regelgeving te bouwen De RDW informeert de branche meestal ruim van te voren ca één tot twee jaar als nieuwe regelgeving wordt ingevoerd zodat de branche zich tijdig kan aanpassen Van de RDW als toelatingsautoriteit mag verwacht worden de regelgeving op tijd te kunnen handhaven Verzoeker heeft er alles aan gedaan om het voertuig aan de nieuwe wet en regelgeving voor elektrisch aangedreven voertuigen te laten voldoen Hij voelt zich machteloos omdat de RDW niet in staat is gebleken om het betreffende voertuig tijdig te keuren Hierdoor ondervindt verzoeker financieel nadeel en een bedrijfsrisico De bewering van de RDW dat verzoeker zelf testapparatuur had kunnen aanschaffen en naar andere testhuizen had kunnen gaan bevreemdt verzoeker In voorbesprekingen met de RDW is juist besloten het hele keuringstraject via de RDW te laten lopen De bewering dat de RDW verzoeker vanaf het begin van de aanvraag op de hoogte heeft gehouden van de ontwikkelingen klopt niet Het was verzoeker die de hele tijd het initiatief had genomen tot contact en herhaaldelijk vroeg wanneer de keuring kon plaatsvinden Nadat door de RDW duidelijk was gemaakt dat er

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2013/056 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • 2012/180: Veehouderij zit met schadekosten door beleidswijziging | Nationale ombudsman
    konden worden doorgezet Tot slot wees het college de gemachtigde er op dat mogelijk met een aantal van zijn cliënten niet verder kon worden onderhandeld als gevolg van het gemis van een financiering uit rijksmiddelen de beëindiging van de onderhandelingen Het projectbureau SVGV deelde verzoeker op 31 mei 2011 mondeling dat was besloten om de gesprekken over een mogelijke aankoop en verplaatsing van zijn bedrijf stop te zetten De reden daarvoor was de beleidswijziging bij het Rijk en de provincie Utrecht voor de verplaatsing van zijn intensieve veehouderij Ook ontbrak het aan de benodigde financiële middelen en zou dat naar verwachting ook niet binnen afzienbare tijd anders zijn Het projectbureau deelde verzoeker verder mee dat de al gemaakte kosten voor zijn rekening en risico kwamen en het bureau ook geen mogelijkheid voor een tegemoetkoming zag Dat besluit is verzoeker schriftelijk op 16 juni 2011 bevestigd het verzoek om schadevergoeding Verzoekers gemachtigde stelde Gedeputeerde Staten van Utrecht op 24 juni 2011 aansprakelijk voor de voor zijn cliënt nadelige gevolgen van het besluit om de onderhandelingen te staken Hij wees er op dat die onderhandelingen namens de provincie zijn gevoerd met bijstand van twee externe deskundigen De onderhandelingen waren gevoerd op basis van een volledige schadevergoeding conform de bepalingen van de Onteigeningswet Volgens de gemachtigde ging het om kosten die redelijkerwijze niet ten laste van zijn cliënt mochten blijven en bij een aankoop van het bedrijf zouden die kosten ook volledig zijn vergoed Hij stelde verder dat de noodzaak tot het maken van die kosten of van het inschakelen van hem als deskundige ook nimmer is betwist Hij verzocht het college daarom om zijn cliënt zijn kosten van 9 117 09 ex BTW te vergoeden de beslissing over de schadeclaim Gedeputeerde Staten van Utrecht deelden de gemachtigde op 4 oktober 2011 mee dat de provincie niet aansprakelijk was voor verzoekers schade en hem dus geen vergoeding zou worden verleend Volgens het college zijn er wel onderhandelingen gevoerd maar waren nog geen juridisch harde verplichtingen aangegaan Tijdens de gesprekken in de afgelopen jaren is nooit gesteld en evenmin het vertrouwen opgewekt dat eventueel gemaakte advieskosten zouden worden vergoed in het geval dat de aankoop verplaatsing niet zou doorgaan Het college wees er ook op dat er is onderhandeld op basis van hun goedkeuring waarbij is aangegeven dat daarbij een vergoeding van de marktwaarde uitgangspunt was en niet zoals de gemachtigde stelde een vergoeding op basis van schadeloosstelling Volgens het college behoren de gemaakte advieskosten ook tot het normale ondernemersrisico De reactie van Gedeputeerde Staten in het kader van het onderzoek naar de klacht wat betreft het aangaan van de onderhandelingen Voor grondtransacties was een mandaat machtiging verstrekt aan het projectbureau SVGV Omdat het om een zeer complexe situatie ging was tevens een extern adviesbureau gevraagd om een advies over de ecologische verbindingszone Dat advies is voor verdere behandeling naar SVGZ gestuurd omdat dit bureau gemandateerd was tot het maken van keuzes voor de aan en verkoop van grond SVGV heeft vervolgens verzoeker benaderd en met hem persoonlijke gesprekken gevoerd over een bedrijfsverplaatsing Het in het verslag van het gesprek van 27 juli 2009 genoemde onderzoek door de provincie betrof de voorwaarden voor verplaatsing van verzoekers bedrijf In verband daarmee diende verzoeker op 28 maart 2006 een subsidieaanvraag in als bedoeld in de Provinciale subsidieverordening verplaatsing intensieve veehouderijen Op 21 november 2006 is een subsidie van maximaal 612 275 verleend voor onder meer het vervangen van de bedrijfsgebouwen en de grond op de voorwaarde dat hij zijn varkenshouderij uiterlijk 1 januari 2010 geheel zou hebben beëindigd en dat de verplaatsing naar een geschikte locatie elders binnen 3 jaar zou zijn voltooid Verzoeker heeft van de toegekende subsidie geen gebruik gemaakt Voor zover bekend zijn er geen overeenkomsten over een verplaatsing met verzoeker aangegaan In november 2010 heeft de door SVGZ ingeschakelde gebiedsmakelaar wel met verzoeker gesproken over het in gang zetten van een gebiedsverwerving wat betreft de stopzetting van de onderhandelingen Rond oktober 2010 is besloten om de onderhandelingen niet voort te zetten en om aanvragen om subsidie voorlopig aan te houden De aanleiding daartoe was de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken Landbouw en Innovatie van 20 oktober 2010 waarin is meegedeeld dat in het licht van het regeerakkoord er een ingrijpende wijziging aan de orde is Die betreft de bezuinigingen in verband met een herijking van de EHS de beëindiging van een aantal investeringen en een algemene korting op de budgetten Zo komen uitgaven voor het verwerven van grond in het kader van het project Recreatie rondom de Stad niet langer in aanmerking voor financiering uit het al verleende budget en kon ook niet worden verzekerd dat na 20 oktober 2010 nog door de provincie aangegane verplichtingen uit het verleende budget mogen worden gefinancierd Als toch nieuwe verplichtingen worden aangegaan liepen provincies volgens de staatssecretaris een reëel risico dat die uit de eigen middelen moeten worden gefinancierd Tot slot deelde de staatssecretaris mee dat aan provincies op hun verzoek een opschorting van de aankoopplicht kon worden verleend totdat er een nieuw Bestuursakkoord tussen Rijk en provincies zou zijn bereikt Het verzoek van de provincie Utrecht is door de staatssecretaris gehonoreerd wat betreft de afwijzing van de aansprakelijkheid Onder verwijzing naar zijn brief van 4 oktober 2011 stelde het college dat bewust is gekozen voor de formulering van de brief in het licht van de uitspraken van de Hoge Raad over de precontractuele goede trouw zie ACHTERGROND De situatie van verzoeker verschilt daarmee echter op relevante punten Zo is verzoeker nooit gevraagd om advies in te winnen over een aankoop en verplaatsing en heeft de provincie bij hem ook nimmer het vertrouwen opgewekt dat dergelijke kosten zouden worden vergoed De onderhandelaars hebben duidelijk gesteld dat er onderhandeld zou worden onder het voorbehoud van goedkeuring door Gedeputeerde Staten en dat zou worden onderhandeld op basis van het uitgangspunt van een vergoeding van de marktwaarde en niet op basis van schadeloosstelling In het geval van toekenning van een vergoeding van de marktwaarde worden advieskosten

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2012/180 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • 2012/125: Ondernemers klagen dat gemeente bedrijfsplan openbaar maakt | Nationale ombudsman
    is bemachtigd binnen of buiten het gemeentehuis Hoewel wij dit erg vervelend vinden is de toedracht helaas niet meer te achterhalen en ontbreekt een sluitend bewijs Wij beschouwen uw klacht derhalve op dit onderdeel ongegrond Wel bieden wij onze excuses aan voor de ontstane onduidelijke situatie met betrekking tot uw bedrijfsplan Het klachtonderdeel over de lange duur van de bouwvergunningprocedure werd gegrond verklaard en het college bood hiervoor zijn excuses aan 4 Op 15 juli 2011 dienden verzoekers een klacht in bij de Nationale ombudsman Zij klaagden erover dat de klacht met betrekking tot het openbaar maken van hun bedrijfsplan ongegrond was verklaard Op 12 december 2011 opende de Nationale ombudsman een schriftelijk onderzoek en stelde het college drie vragen In zijn klachtafhandelingsbrief schrijft het college We achten het zelfs niet uitgesloten dat dit stuk op andere wijze is bemachtigd binnen of buiten het gemeentehuis De Nationale ombudsman vroeg het college wat men precies met die zin bedoelde en of men doelde op AAB Hierop antwoordde het college dat de conclusie kan zijn dat de bezwaarmakers het bedrijfsplan eerder dan tussen kerst en oud en nieuw 2009 in handen hebben gekregen en dat het mogelijk was dat de bezwaarmakers het bedrijfsplan via AAB in handen kregen Op de vraag of er na het onderzoek van de burgemeester nog een onderzoek heeft plaatsgevonden naar het openbaar maken van het bedrijfsplan antwoordde het college als volgt In maart 2010 hebben de burgemeester en de manager van de afdeling REZ onderzocht op welke wijze het bedrijfsplan bij de bezwaarmakers terecht kan zijn gekomen Beiden hebben onafhankelijk van elkaar gesprekken gevoerd met direct betrokken medewerkers De medewerkers erkennen dat tussen kerst en oud en nieuw 2009 een gesprek heeft plaatsgevonden met een van de bezwaarmakers maar ontkennen het bedrijfsplan in welke vorm dan ook aan de bezwaarmakers te hebben verstrekt Daarnaast bleek dat het bedrijfsplan op dringend verzoek van een raadslid vertrouwelijk ter inzage is gelegd bij de griffie Echter dit is in januari 2010 gebeurd en zoals hierboven aangegeven waren de bezwaarmakers al begin december 2009 inhoudelijk op de hoogte van het bedrijfsplan X Of het betreffende raadslid het bedrijfsplan heeft gekopieerd kan niet worden vastgesteld Alleen de bezwaarmakers zelf weten op welke wijze zij aan het bedrijfsplan zijn gekomen In reactie op de vraag met welke motivering het college het klachtonderdeel van het openbaar maken van het bedrijfsplan ongegrond had verklaard antwoordde het college als volgt De klacht is ongegrond verklaard omdat niet in rede te achterhalen is op welke wijze de bezwaarmakers het bedrijfsplan in handen hebben gekregen Er is geen hard bewijs dat de gemeente het bedrijfsplan aan de bezwaarmakers heeft verstrekt Evenmin is er hard bewijs dat het bedrijfsplan niet is verstrekt Wel is geconstateerd dat het bedrijfsplan niet ter inzage gelegd had mogen worden op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur Dit geldt niet voor het AAB advies zelf omdat dit laatste een belangrijk advies is bij de vergunningverlening 5 Nadat de Nationale ombudsman op 5 maart

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2012/125 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • 2011/246: Klacht over herhaaldelijk uitblijven van reactie op brieven naar gemeente | Nationale ombudsman
    dat er een besluit tot het treffen van een oplossing voor de maatschap zou moeten worden genomen maar die toezegging vervolgens niet gestand heeft gedaan Verzoeker rappelleerde het college per e mail op 30 oktober 2007 Omdat een reactie uitbleef diende hij vervolgens op 8 november 2007 een klacht in bij de Nationale ombudsman De Nationale ombudsman verzocht het college op 9 november 2007 om een reactie op deze klacht Het college deelde mee dat werd gewacht op een bericht van de verzekeraar en dat verzoeker op 4 september 2007 was gewezen op een verzuim in zijn bezwaarschrift om welke reden de termijn voor afhandeling was opgeschort Conform het advies van de bezwaaradviescommissie besloot het college op 14 december 2007 verzoeker niet ontvankelijk in zijn bezwaar te verklaren 5 Verzoeker wendde zich op 19 mei 2008 opnieuw tot de Nationale ombudsman met een verzoek om bij de gemeente de afwikkeling van zijn claim te bevorderen Hij deelde verder mee dat inmiddels overeenstemming was bereikt met de projectontwikkelaar over de verkoop van de woning Daarnaar gevraagd deelde het college de Nationale ombudsman op 5 juni 2008 mee dat de verzekeraar de claims van verzoeker en anderen pas kon beoordelen na afronding van de onderhandelingen met de projectontwikkelaar en dat bovendien Gedeputeerde Staten van Overijssel pas in oktober 2008 een uitspraak zouden doen over een voor de beoordeling van de claims relevante wijziging in het bestemmingsplan Volgens verzoeker stond zijn claim met betrekking tot de exploitatieschade gedurende de jaren dat de maatschap de woning bezat echter niet in verband met die wijziging 6 Gedeputeerde Staten van Overijssel informeerden de gemeenteraad van Losser op 14 oktober 2008 over hun goedkeuring van de wijziging van het bestemmingsplan De Nationale ombudsman vroeg de gemeente op 12 november 2008 naar de stand van zaken gevolgd door een rappel op 29 december 2008 Daarbij is gewezen op het belang van het sturen van een tussenbericht aan verzoeker en anderen met een opgave van de vermoedelijke termijn van afhandeling en een opgave van de redenen daarvoor Het college deelde verzoeker op 19 maart 2009 mee dat zolang de Afdeling rechtspraak van de Raad van State geen definitieve uitspraak had gedaan over het bestemmingsplan het college geen standpunt over zijn claim zou innemen en dat hij zodra die uitspraak zou zijn gedaan nader zou worden geïnformeerd 7 Op 27 januari 2010 deed de Raad van State afdeling Rechtspraak uitspraak op het tegen het bestemmingsplan ingestelde beroep waarmee dat plan definitief is komen vast te staan De gemeente Losser informeerde verzoeker er in verband daarmee op 9 februari 2010 over dat die uitspraak was doorgestuurd naar de verzekeraar met het verzoek de voorgelegde claims nu voortvarend af te handelen Verzoeker rappelleerde het college per brief van 2 augustus 2010 omdat hij na ontvangst van de brief van 9 februari 2010 niets meer had vernomen De Nationale ombudsman nam in verband hiermee op 5 augustus 2010 contact op met de gemeente waarbij bleek dat de gemeente naar aanleiding van het rappel van 2 augustus 2010 de verzekeraar had benaderd en dat naar verwachting binnen enkele weken meer duidelijkheid kon worden gegeven 8 Verzoeker wendde zich op 7 oktober 2010 tot de Nationale ombudsman met een klacht over de behandelingsduur De Nationale ombudsman zond verzoekers brief door naar het college met het verzoek die klacht te behandelen Verzoeker is op 7 december 2010 gehoord door de klachtadviescommissie Het college informeerde verzoeker er 21 december 2010 over dat zijn klacht over zowel de duur van de afhandeling van zijn schadeclaim als de informatieverstrekking door de gemeente gegrond was Het college bood hem voorts excuses aan voor de gang van zaken en zegde toe dat alle inspanningen zich voortaan zouden richten op het zo spoedig mogelijk geven van een eindoordeel over de claim In verband hiermee verwees het college naar zijn brief aan de verzekeraar van 7 december 2010 met het verzoek om nog vóór 1 januari 2011 een inhoudelijk oordeel te geven 9 Op 18 januari 2011 ontving verzoeker een brief van een advocatenkantoor in verband met zijn aansprakelijkstelling van de gemeente Omdat hem de betrokkenheid van dit kantoor niet duidelijk was omdat hij daarover geen bericht had ontvangen wendde verzoeker zich op 21 januari 2011 tot de gemeente om een toelichting Het college informeerde verzoeker er op 3 februari 2011 over dat dit kantoor namens de gemeente zijn claim zou afhandelen en bood hem excuses aan voor de verwarring die bij hem door de brief van het advocatenkantoor was ontstaan 10 Verzoeker rappelleerde het college op 14 maart 2011 omdat de zijns inziens redelijke termijn van zes weken voor het geven van een inhoudelijke reactie was verstreken Verzoeker wendde zich tevens met een klacht op dit punt tot de Nationale ombudsman die vervolgens besloot een onderzoek in te stellen en het college om een reactie te vragen 11 Het college deelde verzoeker op 1 april 2011 mee dat het advocatenkantoor was gevraagd om zorgvuldig maar voortvarend te werk te gaan en dat bij het advocatenkantoor nog eens zou worden benadrukt dat verzoeker regelmatig over de voortgang diende te worden geïnformeerd Namens de gemeente deelde het advocatenkantoor verzoeker op 9 juni 2011 mee dat er geen grond is voor erkenning van de aansprakelijkheid voor zowel de gestelde geleden exploitatieschade als een toekomstige inkomstenderving en de geclaimde aanvullende renteschade Daarbij is onder meer overwogen dat de gemeente al vanaf 1996 actief had uitgedragen dat het gebied waarin verzoekers pand lag uitsluitend was bestemd voor recreatiedoeleinden maar dat het probleem van de illegale permanente bewoning te hardnekkig was om nog effectief te kunnen aanpakken zodat in feite nooit sprake is geweest van een recreatiepark Daarom was besloten de juridische situatie in overeenstemming te brengen met de werkelijkheid zoals is gebeurd met de vaststelling op 28 februari 2008 van het nieuwe bestemmingsplan De advocaat wees erop dat de maatschap tegen dat raadsbesluit in beroep had kunnen komen bij de rechter maar dat blijkbaar niet had gedaan Verzoeker stelde hier zijn reactie tegenover dat in zijn geval

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2011/246 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • 2011/231: Gemeente schaadt goede naam uitgeverij en herstelt dit slechts door herziening tekst ipv rectificatiebericht | Nationale ombudsman
    de burgemeester is de publicatie op de website herzien Onder het opschrift Verwarring over officiële gemeentegids bij bedrijfsleven staat dat de twee in dat bericht genoemde bedrijven actief zijn met het werven van advertenties voor de officiële gemeentegids van de nieuwe gemeente Bodegraven Reeuwijk en zich als zodanig kunnen legitimeren Een verwijzing naar andere acquisiteurs komt in het bericht niet meer voor In het Algemeen Dagblad van 13 november 2010 stond een verslag waarin melding is gemaakt van het excuus van de burgemeester aan verzoeker en de reden daarvoor In dat bericht stond verder onder meer dat verzoekers bedrijf op 12 november 2011 al te maken had met adverteerders die weigerden te betalen omdat zijn bedrijf volgens de krant malafide zou zijn 3 Naar aanleiding van de gerectificeerde tekst mailde verzoeker de gemeente op 15 november 2010 dat die tekst geen recht doet aan de al aan zijn goede naam toegebrachte schade en dat de burgemeester had toegezegd dat uit de tekst duidelijk zou blijken dat er geen fraude is of wordt gepleegd Hij vroeg daarom met klem om een aanpassing van de tekst zoals hem die was beloofd 4 Op de via de Nationale ombudsman aan het college voorgelegde klacht reageerde het college met zijn brief van 24 maart 2011 met onder meer het volgende Begin november 2010 hebben we verschillende vragen van diverse bedrijven ontvangen Deze bedrijven vroegen zich af of er daadwerkelijk een persoon namens de gemeente Bodegraven Reeuwijk advertenties aan het werven was voor de gemeenteplattegrond Naar aanleiding van deze signalen hebben wij op onze website een bericht geplaatst waarin we hebben vermeld dat er diverse bedrijven door ons waren ingehuurd om advertenties voor de gemeenteplattegrond te werven In dit bericht hebben we ook aangegeven welke bedrijven precies namens ons aan het werven waren en hoe deze bedrijven te herkennen waren In dit bericht is ten onrechte het woord advertentiefraude genoemd U hebt hierop contact gezocht met onze gemeente en u hebt ons verzocht om dit bericht direct van onze website te verwijderen Tevens hebt u telefonisch contact gezocht met de burgemeester De burgemeester heeft in dit telefoongesprek zijn excuses aan u aangeboden Wij hebben dezelfde dag binnen anderhalf uur na het telefoongesprek aan uw verzoek voldaan Daarnaast hebben wij op onze website een andere tekst geplaatst waarin we ernaar hebben gestreefd om de ontstane onduidelijkheid voor bedrijven weg te nemen Voordat we deze aangepaste tekst hebben gepubliceerd op onze website is deze tekst nog ter informatie naar u gestuurd Per mail heeft u naar ons gereageerd dat u van mening bent dat de tekst geen recht doet aan de aangerichte schade aan uw goede naam Tevens hebben wij getracht te achterhalen waar op andere plaatsen de oorspronkelijke tekst is overgenomen De organisaties achter de sites die de tekst hadden overgenomen zijn door ons benaderd en gewezen op het feit dat de tekst foutief was en dat er inmiddels een nieuwe tekst op onze website was geplaatst Deze nieuwe tekst is ook gemaild naar desbetreffende organisaties

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2011/231 (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • Startende ZZP'ers onevenredig zwaar getroffen | Nationale ombudsman
    is volgens het UWV het bij ZZP ers inprenten van de strikte naleving van de regels en van de pakkans In de media is gesproken over hoge fraudepercentages De Nationale ombudsman is van oordeel dat deze handhavende actie niet behoorlijk is geweest Het UWV had zich er eerst van moeten verzekeren dat de regels eenduidig werden uitgevoerd dat de informatie op orde was en dat andere maatregelen niet het gewenste effect zouden hebben Dat dit niet is gebeurd wijt Brenninkmeijer vooral aan het feit dat de betrokken afdelingen van het UWV niet hebben samengewerkt bij het voorbereiden en uitvoeren van de handhavingsactie Aanbevelingen Het is niet bekend hoeveel van de 3 000 ZZP ers vanwege de niet eenduidige voorlichtingsaanpak van UWV ten onrechte met terugvordering en sancties is geconfronteerd Deze mensen zijn volgens Brenninkmeijer door de handhavingsactie onevenredig zwaar getroffen Hij geeft het UWV in overweging dat per geval wordt beoordeeld of de betrokken ZZP er bewust onjuiste informatie heeft verstrekt en daarom terugvordering nodig is Mocht deze aanpak per geval niet mogelijk zijn verdient het aanbeveling om de terugvordering en opgelegde sancties terug te draaien Omdat vaststaat dat er bij de mondelinge en schriftelijke voorlichting over het onderscheid tussen directe en indirecte uren fouten zijn gemaakt vindt de ombudsman het redelijk dat in lopende zaken de bewijslast niet bij de ZZP er ligt maar bij het UWV Het is niet gelukt om tijdens het onderzoek afspraken met het UWV te maken over deze of andere praktische oplossingen Daarom heeft de Nationale ombudsman zijn aanbevelingen neergelegd bij de minister van SZW en de Tweede Kamer Onderwerpen uwv zzp ers onderzoek om misbruik Delen Deel op twitter Deel op facebook Deel op linkedin Gerelateerd Nieuwsbericht 9 juli 2009 Ombudsman start onderzoek naar uitvoering zelfstandigenregeling UWV De Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer start een onderzoek naar de manier waarop het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen UWV de zelfstandige Lees verder Onderzoek 9 februari 2010 2010 025 Iemand die een WW uitkering ontvangt mag met behoud van uitkering een eigen bedrijf starten Dit is de zogenaamde zelfstandigenregeling De uren die aan het eigen bedrijf besteed zijn moeten worden opgegeven bij het UWV In 2007 2008 en 2009 hebben UWV en de Belastingdienst met een bestandsvergelijking gecontroleerd op misbruik van de regeling in de periode 2004 2006 Ongeveer 3 000 ZZP ers zijn vervolgens geconfronteerd met hoge terugvorderingen en boetes De aanleiding voor het onderzoek door de Nationale ombudsman zijn klachten van mensen signalen in de media en van de Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid Er is onderzocht op welke manier de begeleiding informatievoorziening en controle bij het UWV heeft gefunctioneerd Casemanagers van het UWV hebben ZZP ers begeleid bij de start Voor deze casemanagers geldt sinds 2002 als doel dat zoveel mogelijk mensen vanuit een uitkering aan het werk moeten Uit het onderzoek van de ombudsman blijkt dat bijna een derde van de casemanagers het niet nodig vond dat startende ZZP ers de indirecte uren strikt zouden opgeven Iemand kon dan onverantwoord in inkomen achteruit

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/2010/startende-zzpers-onevenredig-zwaar-getroffen (2015-08-09)
    Open archived version from archive

  • Oplossing voor ZZP'ers in thuiszorg | Nationale ombudsman
    gaan duren Een reden van dit uitstel geeft de Belastingdienst niet Nu heeft Liesbeth een probleem Zonder VAR wuo kan zij niet werken Haar klanten willen haar zonder VAR wuo niet inschakelen Liesbeth neemt contact op met de Nationale ombudsman Kan hij wat voor haar betekenen Wij leggen haar uit dat de VAR wuo slechts een voorlopige kwalificatie van de arbeidsrelatie is Ook zonder VAR wuo kan ze als zelfstandige aan de slag Maar het is te begrijpen dat haar klanten huiverig zijn daarin mee te gaan Wij nemen contact op met de Belastingdienst Die laat ons weten dat de termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar is verlengd omdat zij erg veel bezwaarschriften hebben ontvangen De afdoening van deze bezwaren gebeurt echter wel binnen de wettelijke termijnen Wij begrijpen dat een zorgvuldige afhandeling van de bezwaarschriften tijd kost Wij wijzen erop dat het voor Liesbeth vooral belangrijk is dat haar nieuwe aanvraag snel in behandeling wordt genomen Dat gebeurt De Belastingdienst laat ons ook weten dat alle zorgverleners die ook particuliere klanten hebben of die in de zogenaamde pilot in de zorg werken voor uitsluitend deze werkzaamheden een tweede VAR kunnen aanvragen Deze aanvraag met een specifieke omschrijving van de werkzaamheden wordt dan meteen in behandeling genomen De behandelingsduur van een VAR aanvraag is aanzienlijk korter dan die van de bezwaarschriften Met de oplossing voor Liesbeth kunnen dus ook veel andere zorgverleners met hetzelfde probleem worden geholpen Maar dan moeten ze dat wel weten Wij stellen voor deze informatie aan de BelastingTelefoon te vertellen en op de website van de Belastingdienst te zetten De Belastingdienst heeft deze suggesties overgenomen Een mooi voorbeeld van hoe één klacht kan leiden tot een oplossing voor heel veel mensen Gefingeerde naam De persoon op de foto is niet de persoon uit deze

    Original URL path: https://www.nationaleombudsman.nl/oplossing-voor-zzpers-in-thuiszorg (2015-08-09)
    Open archived version from archive