archive-nl.com » NL » T » TEURLINGSELLENS.NL

Total: 153

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Echtscheiding Scheiden Al vanaf 163,50 euro Strafrecht Teurlings & Ellens Advocaten : Wetboek van Strafrecht
    geautomatiseerd werk of telecommunicatie met een technisch hulpmiddel opzettelijk zonder daartoe gerechtigd te zijn heimelijk aftapt of opneemt 3 Op het eerste en tweede lid is artikel 139a derde lid onder 1 en 3 van overeenkomstige toepassing Op het tweede lid is artikel 139c tweede lid van overeenkomstige toepassing Artikel 139c 1 Hij die door middel van een openbaar telecommunicatienetwerk of door middel van daarop aangesloten randapparatuur overgedragen gegevens die niet voor hem mede voor hem of voor degeen in wiens opdracht hij handelt zijn bestemd opzettelijk met een technisch hulpmiddel aftapt of opneemt wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie 2 Het eerste lid is niet van toepassing op het aftappen of opnemen 1 van door middel van een radio ontvangapparaat ontvangen gegevens tenzij om de ontvangst mogelijk te maken een bijzondere inspanning is geleverd of een niet toegestane ontvanginrichting is gebruikt 2 door of in opdracht van de gerechtigde tot een voor de telecommunicatie gebezigde aansluiting behoudens in geval van kennelijk misbruik 3 ten behoeve van de goede werking van een openbaar telecommunicatienetwerk ten behoeve van de strafvordering dan wel ter uitvoering van de Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten 2002 Artikel 139d Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die met het oogmerk dat daardoor een gesprek telecommunicatie of andere gegevensoverdracht door een geautomatiseerd werk wederrechtelijk wordt afgeluisterd afgetapt of opgenomen een technisch hulpmiddel op een bepaalde plaats aanwezig doet zijn Artikel 139e Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft 1 hij die de beschikking heeft over een voorwerp waarop naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden gegevens zijn vastgelegd die door wederrechtelijk afluisteren aftappen of opnemen van een gesprek telecommunicatie of andere gegevensoverdracht door een geautomatiseerd werk zijn verkregen 2 hij die gegevens die hij door wederrechtelijk afluisteren aftappen of opnemen van een gesprek telecommunicatie of andere gegevensoverdracht door een geautomatiseerd werk heeft verkregen of die naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden ten gevolge van zulk afluisteren aftappen of opnemen te zijner kennis zijn gekomen opzettelijk aan een ander bekend maakt 3 hij die een voorwerp als omschreven onder 1 opzettelijk ter beschikking stelt van een ander Artikel 139f Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft 1 hij die gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats een afbeelding vervaardigt 2 hij die de beschikking heeft over een afbeelding welke naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden door of ten gevolge van een onder 1 strafbaar gestelde handeling is verkregen Artikel 139g Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die een afbeelding als bedoeld in het vorige artikel onder 2 openbaar maakt Artikel 140 1 Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie 2 Deelneming aan de voortzetting van de werkzaamheid van een rechtspersoon die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard en deswege is ontbonden wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie 3 Ten aanzien van de oprichters leiders of bestuurders kunnen de gevangenisstraffen met een derde worden verhoogd 4 Onder deelneming als omschreven in het eerste lid wordt mede begrepen het verlenen van geldelijke of andere stoffelijke steun aan alsmede het werven van gelden of personen ten behoeve van de daar omschreven organisatie Artikel 140a 1 Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie 2 Oprichters leiders of bestuurders worden gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie 3 Het vierde lid van artikel 140 is van overeenkomstige toepassing Artikel 141 1 Zij die openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden of geldboete van de vierde categorie 2 De schuldige wordt gestraft 1 met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie indien hij opzettelijk goederen vernielt of indien het door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft 2 met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie indien dat geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft 3 met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie indien dat geweld de dood ten gevolge heeft 3 Artikel 81 blijft buiten toepassing Artikel 142 1 Hij die opzettelijk door valse alarmkreten of signalen de rust verstoort wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee weken of geldboete van de tweede categorie 2 Hij die opzettelijk zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig is gebruik maakt van een alarmnummer voor publieke diensten wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee weken of geldboete van de tweede categorie Artikel 143 Hij die door geweld of bedreiging met geweld een geoorloofde openbare vergadering of betoging verhindert wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen maanden of geldboete van de derde categorie Artikel 144 Hij die door het verwekken van wanorde of het maken van gedruis een geoorloofde openbare vergadering opzettelijk stoort of door het verwekken van wanorde een geoorloofde betoging opzettelijk stoort wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee weken of geldboete van de tweede categorie Artikel 145 Hij die door geweld of bedreiging met geweld hetzij een geoorloofde openbare samenkomst tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging hetzij een geoorloofde godsdienstige of levensbeschouwelijke plechtigheid of lijkplechtigheid verhindert wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie Artikel 146 Hij die door het verwekken van wanorde of het maken van gedruis hetzij een geoorloofde openbare samenkomst tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging hetzij een geoorloofde godsdienstige of levensbeschouwelijke plechtigheid of lijkplechtigheid opzettelijk stoort wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie Artikel 147 Met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft 1 hij die zich in het openbaar mondeling of bij geschrift of afbeelding door smalende godslasteringen op voor godsdienstige gevoelens krenkende wijze uitlaat 2 hij die een bedienaar van de godsdienst in de geoorloofde waarneming van zijn bediening bespot 3 hij die voorwerpen aan een eredienst gewijd waar en wanneer de uitoefening van die dienst geoorloofd is beschimpt Artikel 147a 1 Hij die een geschrift of afbeelding waarin uitlatingen voorkomen die als smalende godslasteringen voor godsdienstige gevoelens krenkend zijn verspreidt openlijk tentoonstelt of aanslaat of om verspreid openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden in voorraad heeft wordt indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat in het geschrift of de afbeelding zodanige uitlatingen voorkomen gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie 2 Met dezelfde straf wordt gestraft hij die met gelijke wetenschap of een gelijke reden tot vermoeden de inhoud van een zodanig geschrift openlijk ten gehore brengt 3 Indien de schuldige een van de misdrijven omschreven in dit artikel in zijn beroep begaat en er tijdens het plegen van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een van deze misdrijven onherroepelijk is geworden kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet Artikel 148 Hij die opzettelijk de geoorloofde toegang tot een begraafplaats of crematorium of het geoorloofd vervoer van een lijk naar een begraafplaats of crematorium verhindert of belemmert wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie Artikel 149 Hij die opzettelijk een graf schendt of enig op een begraafplaats opgericht gedenkteken opzettelijk en wederrechtelijk vernielt of beschadigt wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie Artikel 150 Hij die opzettelijk en wederrechtelijk een lijk opgraaft of wegneemt of een opgegraven of weggenomen lijk verplaatst of vervoert wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie Artikel 151 Hij die een lijk begraaft verbrandt vernietigt verbergt wegvoert of wegmaakt met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden dan wel van het dood ter wereld komen te verhelen wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie Artikel 151a Hij die uit winstbejag opzettelijk bevordert dat een kind beneden de leeftijd van zes maanden hetwelk niet onder voogdij van een rechtspersoon staat zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de raad voor de kinderbescherming als pleegkind wordt opgenomen wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie Artikel 151b 1 Degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk teweegbrengt of bevordert dat een draagmoeder of een vrouw die draagmoeder wenst te worden rechtstreeks of middellijk met een ander onderhandelt of een afspraak maakt ten einde het voornemen bedoeld in het derde lid uit te voeren wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie 2 Met dezelfde straf wordt gestraft a degene die in het openbaar diensten aanbiedt bestaande uit het teweegbrengen of bevorderen van onderhandelingen of een afspraak als bedoeld in het eerste lid b degene die openbaar maakt dat een vrouw draagmoeder wenst te worden of als zodanig beschikbaar is dan wel dat een vrouw die draagmoeder wenst te worden of als zodanig beschikbaar is wordt gezocht 3 Als draagmoeder wordt aangemerkt de vrouw die zwanger is geworden met het voornemen een kind te baren ten behoeve van een ander die het ouderlijk gezag over dat kind wil verwerven dan wel anderszins duurzaam de verzorging en opvoeding van dat kind op zich wil nemen Artikel 151c 1 Degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk teweegbrengt of bevordert dat een vrouw rechtstreeks of middellijk met een ander onderhandelt of een afspraak maakt in verband met de wens van die vrouw de verzorging en opvoeding van haar kind duurzaam aan een ander over te laten wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie 2 Onverminderd het bepaalde in artikel 151b eerste lid is het eerste lid niet van toepassing a indien het in dat lid bedoelde teweegbrengen of bevorderen geschiedt door de raad voor de kinderbescherming of een door de raad daartoe aangewezen rechtspersoon b indien het in dat lid bedoelde teweegbrengen of bevorderen een verwijzing betreft naar een organisatie als bedoeld onder a Titel VI Tweegevecht Artikel 152 Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft 1 hij die iemand tot een uitdaging tot tweegevecht of tot het aannemen van een uitdaging aanzet indien daarop een tweegevecht volgt 2 hij die opzettelijk een uitdaging overbrengt indien daarop een tweegevecht volgt Artikel 153 Met gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft hij die iemand in het openbaar of in tegenwoordigheid van derden verwijtingen doet of hem aan bespotting prijsgeeft omdat hij niet tot tweegevecht heeft uitgedaagd of omdat hij een uitdaging heeft afgewezen Artikel 154 1 Tweegevecht wordt ten aanzien van hem die zijn tegenpartij geen lichamelijk letsel toebrengt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie 2 Hij die zijn tegenpartij enig lichamelijk letsel toebrengt wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie 3 Hij die zijn tegenpartij zwaar lichamelijk letsel toebrengt wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie 4 Hij die zijn tegenpartij van het leven berooft wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie of indien het tweegevecht op leven of dood was aangegaan met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie 5 Poging tot tweegevecht is niet strafbaar Artikel 155 Op hem die in een tweegevecht zijn tegenpartij van het leven berooft of haar enig lichamelijk letsel toebrengt worden de bepalingen omtrent moord doodslag of mishandeling toegepast 1 indien de voorwaarden niet vooraf zijn geregeld 2 indien het tweegevecht niet plaats heeft in tegenwoordigheid van wederzijdse getuigen 3 indien de dader opzettelijk en ten nadele van de tegenpartij zich aan enige bedrieglijke handeling schuldig maakt of van de voorwaarden afwijkt Artikel 156 1 Getuigen en artsen die een tweegevecht bijwonen zijn niet strafbaar 2 De getuigen worden gestraft 1 met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie indien de voorwaarden niet vooraf zijn geregeld of indien zij partijen tot voortzetting van het tweegevecht aanzetten 2 met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie indien zij opzettelijk en ten nadele van een of beide partijen zich aan enige bedrieglijke handeling schuldig maken of enige door partijen gepleegde bedrieglijke handeling toelaten of toelaten dat van de voorwaarden wordt afgeweken 3 De bepalingen omtrent moord doodslag of mishandeling worden toegepast op de getuige bij een tweegevecht waarin een van de partijen van het leven is beroofd of haar enig lichamelijk letsel is toegebracht indien hij opzettelijk en ten nadele van die partij zich aan enige bedrieglijke handeling heeft schuldig gemaakt of enige bedrieglijke handeling heeft toegelaten of heeft toegelaten dat ten nadele van de verslagene of verwonde van de voorwaarden is afgeweken Titel VII Misdrijven waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht Artikel 157 Hij die opzettelijk brand sticht een ontploffing teweegbrengt of een overstroming veroorzaakt wordt gestraft 1 met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is 2 met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is 3 met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 158 Hij aan wiens schuld brand ontploffing of overstroming te wijten is wordt gestraft 1 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de vierde categorie indien daardoor gemeen gevaar voor goederen ontstaat 2 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie indien daardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander ontstaat 3 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie indien het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 159 Hij die opzettelijk bij of in het vooruitzicht van brand blusgereedschappen of blusmiddelen wederrechtelijk verbergt of onbruikbaar maakt of op enige wijze de blussing van brand verhindert of belemmert wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie Artikel 160 Hij die opzettelijk bij of in het vooruitzicht van watersnood dijkmaterialen of gereedschappen wederrechtelijk verbergt of onbruikbaar maakt enige poging tot herstel van dijken of andere waterstaatswerken verijdelt of de aangewende middelen tot het voorkomen of stuiten van overstroming tegenwerkt wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie Artikel 161 Hij die opzettelijk enig werk dienend tot waterkering waterlozing gas of waterleiding of riolering vernielt onbruikbaar maakt of beschadigt wordt gestraft 1º met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gevaar voor een overstroming of gemeen gevaar voor goederen te duchten is 2º met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is 3º met gevangenisstraf van ten hoogste vijften jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 161bis Hij die opzettelijk enig electriciteitswerk vernielt beschadigt of onbruikbaar maakt stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk veroorzaakt of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel verijdelt wordt gestraft 1 met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vijfde categorie indien daardoor verhindering of bemoeilijking van stroomlevering ten algemenen nutte ontstaat 2 met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is 3 met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is 4 met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 161ter Hij aan wiens schuld te wijten is dat enig electriciteitswerk wordt vernield beschadigd of onbruikbaar gemaakt dat stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk ontstaat of dat een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel wordt verijdeld wordt gestraft 1 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de vierde categorie indien daardoor verhindering of bemoeilijking van stroomlevering ten algemenen nutte of gemeen gevaar voor goederen ontstaat 2 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie indien daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat 3 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie indien het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 161quater Hij die opzettelijk mensen dieren planten of goederen aan ioniserende stralen blootstelt dan wel mensen dieren planten goederen bodem water of lucht met radioactieve stoffen besmet wordt gestraft 1 met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is 2 met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 161quinquies Hij aan wiens schuld te wijten is dat mensen dieren planten of goederen aan ioniserende stralen worden blootgesteld dan wel mensen dieren planten goederen bodem water of lucht met radioactieve stoffen worden besmet wordt gestraft 1 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie indien daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is 2 met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 161sexies Hij die opzettelijk enig geautomatiseerd werk voor opslag of verwerking van gegevens of enig werk voor telecommunicatie vernielt beschadigt of onbruikbaar maakt stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk veroorzaakt of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel verijdelt wordt gestraft 1 met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vijfde categorie indien daardoor wederrechtelijk verhindering of bemoeilijking van de opslag of verwerking van gegevens ten algemene nutte of stoornis in een openbaar telecommunicatienetwerk of in de uitvoering van een openbare telecommunicatiedienst ontstaat 2 met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gemeen gevaar voor goederen of voor de verlening van diensten te duchten is 3 met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is 4 met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 161septies Hij aan wiens schuld te wijten is dat enig geautomatiseerd werk voor opslag of verwerking van gegevens of enig werk voor telecommunicatie wordt vernield beschadigd of onbruikbaar gemaakt dat stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk ontstaat of dat een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel wordt verijdeld wordt gestraft 1 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de vierde categorie indien daardoor verhindering of bemoeilijking van de opslag of verwerking van gegevens ten algemenen nutte stoornis in een openbaar telecommunicatienetwerk of in de uitvoering van een openbare telecommunicatiedienst of gemeen gevaar voor goederen of voor de verlening van diensten ontstaat 2 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie indien daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat 3 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie indien het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 162 Hij die opzettelijk enig werk dienende voor het openbaar verkeer of het luchtverkeer vernielt onbruikbaar maakt of beschadigt enige openbare land of waterweg verspert of een ten aanzien van zodanig werk of van zodanige weg genomen veiligheidsmaatregel verijdelt wordt gestraft 1 met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is 2 met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 162a Hij die opzettelijk op een luchthaven een luchtvaartuig buiten bedrijf of enige voorziening vernielt onbruikbaar maakt of beschadigt dan wel de diensten op een luchthaven verstoort wordt gestraft 1 met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gevaar voor de veiligheid van de luchtvaart te duchten valt 2 met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gevaar voor de veiligheid van de luchtvaart te duchten valt en het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 163 Hij aan wiens schuld te wijten is dat enig werk dienende voor het openbaar verkeer of het luchtverkeer wordt vernield onbruikbaar gemaakt of beschadigd enige openbare land of waterweg versperd of een ten aanzien van zodanig werk of van zodanige weg genomen veiligheidsmaatregel verijdeld wordt wordt gestraft 1 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de vierde categorie indien daardoor het verkeer onveilig wordt 2 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie indien het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 164 1 Hij die opzettelijk gevaar veroorzaakt voor het verkeer door mechanische kracht over een spoorweg wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie 2 Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft wordt de schuldige gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie Artikel 165 1 Hij aan wiens schuld te wijten is dat gevaar ontstaat voor het verkeer door mechanische kracht over een spoorweg wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie 2 Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie Artikel 166 Hij die opzettelijk een voor de veiligheid van de scheepvaart of luchtvaart gesteld teken of hulpmiddel vernielt beschadigt wegneemt of verplaatst de werking daarvan verijdelt of een verkeerd teken stelt wordt gestraft 1 met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gevaar voor de veiligheid van de scheepvaart of luchtvaart te duchten is 2 met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gevaar voor de veiligheid van de scheepvaart of luchtvaart te duchten is en het feit het zinken stranden of verongelukken van een vaartuig of een luchtvaartuig ten gevolge heeft 3 met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gevaar voor de veiligheid van de scheepvaart of luchtvaart te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 167 Hij aan wiens schuld vernieling beschadiging wegneming of verplaatsing van een voor de veiligheid van de scheepvaart of luchtvaart gesteld teken of hulpmiddel dan wel de verijdeling van de werking daarvan of het stellen van een verkeerd teken te wijten is wordt gestraft 1 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de vierde categorie indien daardoor de scheepvaart of de luchtvaart onveilig wordt 2 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie indien het feit het zinken stranden of verongelukken van een vaartuig of een luchtvaartuig ten gevolge heeft 3 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie indien het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 168 Hij die enig vaartuig voertuig of luchtvaartuig opzettelijk en wederrechtelijk doet zinken stranden of verongelukken vernielt onbruikbaar maakt of beschadigt wordt gestraft 1 met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is 2 met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 169 Hij aan wiens schuld te wijten is dat enig vaartuig voertuig of luchtvaartuig zinkt strandt of verongelukt vernield onbruikbaar gemaakt of beschadigd wordt wordt gestraft 1 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie indien daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat 2 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie indien het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 170 Hij die enig gebouw getimmerte installatie ter zee of voor het publiek toegankelijke plaats opzettelijk vernielt of beschadigt wordt gestraft 1 met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is 2 met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is 3 met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 171 Hij aan wiens schuld de vernieling of beschadiging van enig gebouw getimmerte installatie ter zee of voor het publiek toegankelijke plaats te wijten is wordt gestraft 1 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de vierde categorie indien daardoor gemeen gevaar voor goederen ontstaat 2 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie indien daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat 3 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie indien het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 172 1 Hij die opzettelijk en wederrechtelijk een stof in een inrichting ten behoeve van de drinkwatervoorziening of in een tot gezamenlijk gebruik van of met anderen bestemde waterleiding brengt dan wel de aanmaak van drinkwater in of de toevoer van drinkwater vanuit de openbare drinkwatervoorziening belemmert wordt gestraft 1 met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gevaar voor een ander te duchten is 2 met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolg heeft 2 Hij die opzettelijk enig voor de openbare drinkwatervoorziening bestemd werk vernielt beschadigt of onbruikbaar maakt stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk veroorzaakt of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel verijdelt wordt indien daardoor verhindering of bemoeilijking van de openbare drinkwatervoorziening te duchten is gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie Artikel 173 1 Hij aan wiens schuld te wijten is dat wederrechtelijk een stof in een inrichting ten behoeve van de drinkwatervoorziening of in een tot gezamenlijk gebruik van of met anderen bestemde waterleiding wordt gebracht wordt gestraft 1 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie indien daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is 2 met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft 2 Hij aan wiens schuld te wijten is dat enig voor de openbare drinkwatervoorziening bestemd werk wordt vernield beschadigd of onbruikbaar gemaakt dat stoornis in de gang of in de werking van een zodanig werk ontstaat of dat een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel wordt verijdeld wordt indien daardoor verhindering of bemoeilijking van de openbare drinkwatervoorziening te duchten is gestraft met een gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie Artikel 173a Hij die opzettelijk en wederrechtelijk een stof op of in de bodem in de lucht of in het oppervlaktewater brengt wordt gestraft 1 met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is 2 met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 173b Hij aan wiens schuld te wijten is dat wederrechtelijk een stof op of in de bodem in de lucht of in het oppervlaktewater wordt gebracht wordt gestraft 1 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie indien daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is 2 met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 174 1 Hij die waren verkoopt te koop aanbiedt aflevert of uitdeelt wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgende wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie 2 Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft wordt de schuldige gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie Artikel 175 1 Hij aan wiens schuld te wijten is dat waren schadelijk voor het leven of de gezondheid verkocht afgeleverd of uitgedeeld worden zonder dat de koper of verkrijger met dat schadelijk karakter bekend is wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie 2 Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie Artikel 175a Hij die in geval van oorlog opzettelijk een bekendgemaakt bevel bedoeld in artikel 7 van de Wet bescherming bevolking Stb 1952 404 dan wel een bij of krachtens een van de algemene maatregelen van bestuur bedoeld in artikel 29 van de Intrekkingswet BB Stb 1986 312 gegeven en bekendgemaakt voorschrift overtreedt wordt gestraft 1 met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is 2 met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is 3 met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vijfde categorie indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 175b Hij aan wiens schuld in geval van oorlog overtreding te wijten is van een bekendgemaakt bevel bedoeld in artikel 7 van de Wet bescherming bevolking dan wel van een bij of krachtens een van de algemene maatregelen van bestuur bedoeld in artikel 29 van de Intrekkingswet BB gegeven en bekendgemaakt voorschrift wordt gestraft 1 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de vierde categorie indien daardoor gemeen gevaar voor goederen ontstaat 2 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie indien daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat 3 met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie indien het feit iemands dood ten gevolge heeft Artikel 176 1 Bij veroordeling wegens enig in deze titel omschreven misdrijf kan de schuldige worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf begaan heeft 2 Bij veroordeling wegens een der in de artikelen 174 en 175 omschreven misdrijven kan de rechter de openbaarmaking van zijn uitspraak gelasten Artikel 176a Indien een misdrijf strafbaar gesteld in artikel 157 159 160 161 161bis 161quater 161sexies 162 162a 164 166 168 170 172 173a of 174 is begaan met een terroristisch oogmerk wordt de in dat artikel bepaalde tijdelijke gevangenisstraf met de helft verhoogd en wordt indien op het misdrijf een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren is gesteld levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren opgelegd Artikel 176b 1 De samenspanning tot de in de artikelen 157 161 onderdelen 2 en 3 161bis onderdelen 3 en 4 161quater 161 sexies onderdelen 3 en 4 162 164 166 168 170 172 173a en 174 omschreven misdrijven te begaan met een terroristisch oogmerk wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie 2 Artikel 96 tweede lid is van overeenkomstige toepassing Titel VIII Misdrijven tegen het openbaar gezag Artikel 177 1 Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft 1 hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening in strijd met zijn plicht iets te doen of na te laten 2 hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze in zijn huidige of vroegere bediening in strijd met zijn plicht is gedaan of nagelaten 2 Met dezelfde straf wordt gestraft hij die een feit als in het eerste lid onder 1 omschreven begaat jegens een persoon in het vooruitzicht van een aanstelling als ambtenaar indien de aanstelling als ambtenaar is gevolgd 3 Ontzetting van de in artikel 28 eerste lid onder 1 2 en 4 vermelde rechten kan worden uitgesproken Artikel 177a 1 Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft 1 hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen iets te doen of na te laten 2 hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze in zijn huidige of vroegere bediening zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen is gedaan of nagelaten 2 Met dezelfde straf wordt gestraft hij die een feit als in het eerste lid onder 1 omschreven begaat jegens een persoon in het vooruitzicht van een aanstelling als ambtenaar indien de aanstelling van ambtenaar is gevolgd 3 Ontzetting van de in artikel 28 eerste lid onder 1 2 en 4 vermelde rechten kan worden uitgesproken Artikel 178 1 Hij die een rechter een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk invloed uit te oefenen op de beslissing van

    Original URL path: http://www.teurlingsellens.nl/wetboekvanstrafrecht.php (2016-04-27)
    Open archived version from archive


  • Echtscheiding Scheiden Al vanaf 163,50 euro Strafrecht Teurlings & Ellens Advocaten : Wetboek van Strafvordering
    tot verkorting van deze termijnen doen opnemen hij moet de verklaring tekenen indien hij niet kan tekenen wordt de oorzaak van het beletsel in de akte vermeld 3 Bij gebreke van het een of ander schorst de rechtbank het onderzoek tenzij de verdachte is verschenen Is dit laatste het geval en verzoekt de verdachte in het belang van zijn verdediging uitstel dan schorst de rechtbank het onderzoek voor bepaalde tijd tenzij zij bij met redenen omklede beslissing van oordeel is dat de verdachte redelijkerwijs niet in zijn verdediging kan worden geschaad wanneer het onderzoek wordt voortgezet Artikel 266 1 Zolang het onderzoek op de terechtzitting nog niet is aangevangen kan de officier van justitie de dagvaarding intrekken Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de verdachte en aan de benadeelde partij 2 De officier van justitie draagt zorg dat de gedagvaarde getuigen en deskundigen tijdig schriftelijk met de intrekking worden bekend gemaakt 3 Wordt bij of na de intrekking der dagvaarding van verdere vervolging afgezien dan doet de officier van justitie den verdachte onverwijld kennis geven dat hij hem ter zake van het feit waarop de dagvaarding betrekking had niet verder zal vervolgen De artikelen 246 247 en 255 zijn van toepassing Artikel 267 1 Indien de dagvaarding is ingetrokken zonder dat den verdachte eene kennisgeving van niet verdere vervolging is beteekend stelt de rechtbank op het verzoek van den verdachte den officier van justitie een termijn binnen welken hetzij tot dagvaarding hetzij tot kennisgeving van niet verdere vervolging moet worden overgegaan Artikel 255 vierde en vijfde lid is van toepassing 2 De termijn kan op de vordering van den officier van justitie door de rechtbank telkens voor een bepaalden tijd worden verlengd Titel VI Behandeling van de zaak door de rechtbank Eerste afdeling Onderzoek op de terechtzitting Artikel 268 1 Strafzaken worden behandeld en beslist door een meervoudige kamer behoudens in de wet genoemde uitzonderingen 2 De rechter die als rechter commissaris enig onderzoek in de zaak heeft verricht neemt behoudens bij toepassing van artikel 316 tweede lid op straffe van nietigheid aan het onderzoek op de terechtzitting geen deel 3 Behalve de rechters en de griffier neemt aan de tafel der rechtbank niemand plaats Artikel 269 1 Het onderzoek ter terechtzitting geschiedt in het openbaar Vanaf het uitroepen van de zaak kan de rechtbank gehele of gedeeltelijke behandeling met gesloten deuren bevelen Dit bevel kan worden gegeven in het belang van de goede zeden de openbare orde de veiligheid van de staat alsmede indien de belangen van minderjarigen of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de verdachte andere procesdeelnemers of anderszins bij de zaak betrokkenen dit eisen Een dergelijk bevel kan ook worden gegeven indien de openbaarheid naar het oordeel van de rechtbank het belang van een goede rechtspleging ernstig zou schaden 2 Een bevel als bedoeld in het eerste lid wordt door de rechtbank ambtshalve op vordering van het openbaar ministerie of op het verzoek van de verdachte of andere procesdeelnemers gegeven De rechtbank geeft het bevel niet dan na het openbaar ministerie de verdachte en andere procesdeelnemers zo nodig met gesloten deuren hieromtrent te hebben gehoord 3 De beslissing tot het geven van het bevel bedoeld in het eerste lid wordt met redenen omkleed in het proces verbaal van de terechtzitting vermeld 4 Tot bijwoning van de niet openbare terechtzitting kan de voorzitter bijzondere toegang verlenen 5 Tot bijwoning van een openbare terechtzitting worden tenzij in bijzondere gevallen ter beoordeling van de voorzitter als toehoorders niet toegelaten personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt Artikel 270 De voorzitter begint het onderzoek door het doen uitroepen van de zaak tegen de verdachte Artikel 271 1 De voorzitter draagt zorg dat geen vragen worden gesteld welke de strekking hebben verklaringen te verkrijgen waarvan niet kan worden gezegd dat zij in vrijheid zijn afgelegd 2 Noch de voorzitter noch een der rechters geeft op de terechtzitting blijk van enige overtuiging omtrent schuld of onschuld van de verdachte Artikel 272 1 De voorzitter heeft de leiding van het onderzoek op de terechtzitting en geeft daartoe de nodige bevelen 2 De voorzitter kan een door hem aangewezen lid van de meervoudige kamer in zijn plaats belasten met de leiding van het onderzoek Dit lid oefent de taken en bevoegdheden uit die aan de voorzitter zijn toegekend Artikel 273 1 De voorzitter begint het onderzoek tegen de verdachte door het vragen naar diens naam voornamen geboorteplaats en geboortedatum het adres waarop hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven en dat van diens feitelijke verblijfplaats 2 De voorzitter vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mee dat hij niet tot antwoorden verplicht is 3 Indien de verdachte de orde op de terechtzitting verstoort en vruchteloos door de voorzitter is gewaarschuwd kan de voorzitter zijn verwijdering uit de zittingzaal bevelen en zo nodig bepalen dat hij gedurende het geheel of een gedeelte van de zitting in verzekering wordt gesteld De behandeling van de zaak wordt op tegenspraak voortgezet Artikel 124 vierde lid is van toepassing Artikel 274 1 Indien de verdachte niet of slechts zeer gebrekkig kan horen of spreken geschieden de vragen of antwoorden schriftelijk De voorzitter deelt de resultaten van deze ondervraging mondeling mee 2 Indien de in het eerste lid bedoelde verdachte niet of slechts zeer gebrekkig kan lezen of schrijven dan wordt de bijstand van een daartoe geschikte persoon als tolk gevorderd De artikelen 275 en 276 zijn van overeenkomstige toepassing Artikel 275 1 Indien een verdachte de Nederlandse taal niet of niet voldoende beheerst wordt het onderzoek niet voortgezet zonder de bijstand van een tolk 2 In de gevallen waarin de bijstand van een tolk wordt gevorderd wordt ten bezware van de verdachte geen acht geslagen op hetgeen ter terechtzitting is gesproken of voorgelezen zonder dat dit voor hem vertolkt is Artikel 276 1 Indien op de terechtzitting blijkt dat de bijstand van een tolk nodig is beveelt de rechtbank de oproeping van een tolk bij niet verschijning kan de rechtbank een bevel tot medebrenging geven 2 Als tolk wordt slechts toegelaten degene die niet reeds in een andere kwaliteit aan het onderzoek deelneemt 3 Voordat de tolk zijn werkzaamheden aanvangt beëdigt de voorzitter de tolk dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen Artikel 216 tweede lid betreffende de vervanging van de beëdiging door een aanmaning is van overeenkomstige toepassing 4 De verdachte die daarvoor redenen aanvoert kan de tolk wraken De rechtbank doet daarover terstond uitspraak Artikel 277 1 Het onderzoek wordt onafgebroken voortgezet 2 Onderbrekingen van het onderzoek kunnen echter wegens de uitgebreidheid of de duur daarvan of voor het nemen van rust door de rechtbank worden bevolen Artikel 277a Vervallen per 15 05 1998 Artikel 278 1 De rechtbank onderzoekt de geldigheid van de uitreiking van de dagvaarding aan de niet verschenen verdachte Indien blijkt dat deze niet op geldige wijze is uitgereikt spreekt zij de nietigheid van de dagvaarding uit 2 In geval de rechtbank het wenselijk acht dat de verdachte bij de behandeling van de zaak ter terechtzitting aanwezig is beveelt zij dat de verdachte in persoon zal verschijnen zij kan daartoe tevens zijn medebrenging gelasten 3 Indien de verdachte heeft meegedeeld dat hij zijn verdediging in persoon wil voeren en hij om uitstel van de behandeling van zijn zaak heeft verzocht beslist de rechtbank op het verzoek om uitstel De rechtbank willigt het verzoek om uitstel in of wijst het af waarna in het laatste geval het onderzoek met inachtneming van artikel 280 eerste lid wordt voortgezet 4 Bij toepassing van het tweede lid of inwilliging van het verzoek bedoeld in het derde lid beveelt de rechtbank de schorsing van het onderzoek en de oproeping van de verdachte tegen het tijdstip van hervatting van het onderzoek Artikel 279 1 De verdachte die niet is verschenen kan zich ter terechtzitting laten verdedigen door een advocaat die verklaart daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd De rechtbank stemt daarmee in onverminderd het bepaalde in artikel 278 tweede lid 2 De behandeling van de zaak tegen de verdachte die zijn advocaat tot zijn verdediging heeft gemachtigd geldt als een procedure op tegenspraak Artikel 280 1 In het geval dat de verdachte niet op de terechtzitting verschijnt en de rechtbank geen aanleiding ziet voor a het nietig verklaren van de dagvaarding op grond van artikel 278 eerste lid of b het verlenen van een bevel tot medebrenging van de verdachte bedoeld in artikel 278 tweede lid beveelt zij dat tegen de verdachte verstek wordt verleend en dat de behandeling van de zaak buiten zijn aanwezigheid wordt voortgezet tenzij zij heeft ingestemd met verdediging op de voet van artikel 279 2 De rechtbank verklaart het verstek vervallen indien de verdachte alsnog op de terechtzitting of na de hervatting daarvan in persoon verschijnt of zich alsnog laat verdedigen met inachtneming van artikel 279 eerste lid 3 Bij toepassing van het tweede lid wordt het onderzoek opnieuw aangevangen met dien verstande dat de rechtbank kan bepalen dat bepaalde onderzoekshandelingen niet opnieuw zullen plaats vinden Artikel 280a Vervallen per 01 02 1998 Artikel 281 1 Indien het belang van het onderzoek dit vordert beveelt de rechtbank de schorsing van het onderzoek voor bepaalde of onbepaalde tijd 2 De schorsing voor bepaalde tijd kan zo nodig telkens tot een nader te bepalen tijdstip worden verlengd 3 De redenen voor schorsing worden in het proces verbaal van de terechtzitting vermeld 4 In geval van schorsing wordt er een proces verbaal opgemaakt dat aan de eisen van artikel 326 voldoet 5 Bij hervatting van het onderzoek zijn de artikelen 319 tot en met 322 van toepassing Artikel 282 1 Bevindt de verdachte zich in voorlopige hechtenis dan zijn de volgende leden van dit artikel van toepassing 2 Indien de rechtbank het onderzoek op de terechtzitting voor een bepaalde tijd schorst stelt zij de termijn van de schorsing in de regel op niet meer dan een maand Om klemmende redenen kan zij echter een langere termijn stellen doch in geen geval langer dan drie maanden 3 Schorst de rechtbank het onderzoek op de terechtzitting voor onbepaalde tijd dan stelt zij met overeenkomstige toepassing van het tweede lid een uiterste termijn waarbinnen het onderzoek moet worden hervat 4 Wanneer de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt krachtens een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding waarvan de geldigheidsduur reeds tweemaal is verlengd kan de officier van justitie schorsing van het onderzoek op de terechtzitting vorderen mits hij het voornemen daartoe aan de verdachte kenbaar heeft gemaakt bij de dagvaarding Artikel 283 1 In de gevallen waarin van nietigheid van de dagvaarding onbevoegdheid van de rechtbank of niet ontvankelijkheid van de officier van justitie zonder onderzoek van de zaak zelf kan blijken is de verdachte bevoegd dit verweer reeds dadelijk na de ondervraging bedoeld in artikel 273 voor te dragen en toe te lichten 2 De officier van justitie kan daarop antwoorden 3 De verdachte kan andermaal en als de officier van justitie daarna weer het woord voert nogmaals het woord voeren 4 De rechtbank gaat tot beraadslaging over en doet uitspraak over het gevoerde verweer 5 Wordt het verweer ontijdig of ongegrond bevonden dan wordt het onderzoek in de zaak zelf onmiddellijk voortgezet 6 Ook ambtshalve kan de rechtbank zonder onderzoek in de zaak de nietigheid van de dagvaarding haar onbevoegdheid of de niet ontvankelijkheid van de officier van justitie uitspreken nadat zij de officier van justitie en de verdachte heeft gehoord Artikel 284 1 De officier van justitie draagt de zaak voor 2 Indien de officier van justitie hetzij naar aanleiding van een verweer bedoeld in artikel 283 eerste lid hetzij gehoord door de rechtbank ingevolge artikel 283 zesde lid van oordeel is dat de telastlegging behoort te worden gewijzigd zijn de artikelen 313 en 314 van toepassing Artikel 285 1 Worden strafbare feiten waarvan de voeging had behoren te geschieden op dezelfde terechtzitting afzonderlijk aangebracht dan beveelt de rechtbank dat de voeging alsnog zal plaats vinden 2 Indien strafbare feiten waartussen verband bestaat of welke door dezelfde persoon zijn begaan op verschillende terechtzittingen zijn aangebracht maar de behandeling op dezelfde terechtzitting wordt hervat of aangevangen beveelt de rechtbank eveneens de voeging indien dit in het belang van het onderzoek is 3 De rechtbank beveelt de splitsing van gevoegde zaken indien haar blijkt dat geen verband tussen die zaken bestaat of dat de voeging niet in het belang van het onderzoek is Artikel 286 1 De voorzitter ondervraagt de verdachte 2 Is er meer dan één verdachte dan bepaalt de voorzitter in welke volgorde de verdachten worden ondervraagd 3 De voorzitter kan bepalen dat de verdachte buiten tegenwoordigheid van een of meer medeverdachten of getuigen zal worden ondervraagd 4 Gedurende de verdere loop van het onderzoek kunnen aan de verdachte door de voorzitter de rechters de officier van justitie de raadsman en de medeverdachte vragen worden gesteld 5 Artikel 293 is van overeenkomstige toepassing 6 Bij het verhoor van de verdachte wordt zo veel mogelijk onderzocht of zijn verklaring op eigen wetenschap berust Artikel 287 1 De voorzitter stelt vast welke personen al dan niet daartoe opgeroepen als getuige ter terechtzitting zijn verschenen 2 De verschenen getuigen worden gehoord tenzij daarvan wordt afgezien met toestemming van de officier van justitie en van de verdachte dan wel op de gronden genoemd in artikel 288 eerste lid onder b en c 3 Ten aanzien van de niet verschenen getuigen beveelt de rechtbank a de oproeping indien de oproeping door de officier van justitie is verzuimd of op de voet van artikel 264 eerste lid is geweigerd en de verdachte hierom verzoekt b de hernieuwde oproeping indien de getuige aan de eerdere oproeping geen gevolg heeft gegeven De rechtbank kan daarbij tevens zijn medebrenging gelasten 4 Bij het horen van getuigen zijn de artikelen 274 tot en met 276 derde lid van overeenkomstige toepassing Artikel 288 1 De rechtbank kan van de oproeping van niet verschenen getuigen als bedoeld in artikel 287 derde lid bij met redenen omklede beslissing afzien indien zij van oordeel is dat a het onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen b het gegronde vermoeden bestaat dat de gezondheidstoestand van de getuige door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting ernstig in gevaar wordt gebracht c redelijkerwijs valt aan te nemen dat daardoor het openbaar ministerie niet in zijn vervolging of de verdachte in zijn verdediging wordt geschaad 2 Indien de officier van justitie op de in artikel 264 tweede lid onder b genoemde grond heeft geweigerd een door de verdachte opgegeven getuige te doen oproepen of een door de rechtbank gegeven bevel tot oproeping van de getuige ten uitvoer te leggen en ten aanzien van die getuige geen beschikking bedoeld in artikel 226a eerste lid is gegeven stelt de rechtbank de stukken in handen van de rechter commissaris teneinde de getuige zo nodig met inachtneming van de artikelen 226c 226f te doen verhoren In geval van een door de verdachte opgegeven getuige blijft het bepaalde in de vorige volzin buiten toepassing indien de rechtbank bij met redenen omklede beslissing van oordeel is dat door het achterwege blijven van het verhoor de verdachte redelijkerwijs niet in zijn verdediging is geschaad De officier van justitie dient onmiddellijk nadat de stukken in handen van de rechter commissaris zijn gesteld de vordering bedoeld in artikel 226a eerste lid in Artikel 316 is van overeenkomstige toepassing 3 De rechtbank kan voorts van de oproeping of hernieuwde oproeping van niet verschenen getuigen afzien indien de officier van justitie en de verdachte daarmee uitdrukkelijk instemmen of hebben ingestemd 4 Artikel 226 is van overeenkomstige toepassing Artikel 289 1 De voorzitter beveelt dat de getuigen zich zullen begeven naar het voor hen bestemde vertrek met uitzondering van de eerste getuige die zal worden gehoord 2 Hij kan gehoord de officier van justitie en de verdachte de getuige toestaan zich voor het afleggen van zijn verklaring tot een bepaald tijdstip te verwijderen 3 Hij neemt zo nodig maatregelen om de getuigen te beletten dat zij voor het afleggen van hun verklaring op de terechtzitting a zich met elkaar onderhouden dan wel b kennis nemen van eerder ter terechtzitting afgelegde verklaringen van andere getuigen en de verdachte 4 De voorzitter bepaalt met inachtneming van artikel 292 vierde lid in welke volgorde de getuigen worden gehoord Artikel 290 1 De voorzitter vraagt de getuige naar zijn naam en voornamen geboortedatum woon of verblijfplaats en zijn beroep of hij bloed of aanverwant is van de verdachte en zo ja in welke graad Indien er gegrond vermoeden bestaat dat de getuige in verband met het afleggen van zijn verklaring overlast zal ondervinden of in de uitoefening van zijn beroep zal worden belemmerd kan de rechtbank bepalen dat het vragen naar een bepaald gegeven bedoeld in de vorige volzin door de voorzitter achterwege zal worden gelaten De rechtbank neemt de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om de onthulling van dit gegeven te voorkomen 2 De voorzitter beëdigt daarna de getuige dat hij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen Artikel 216 tweede lid betreffende de vervanging van de beëdiging door een aanmaning is van overeenkomstige toepassing 3 De artikelen 217 tot en met 220 zijn van overeenkomstige toepassing Artikel 291 De getuige moet bij zijn verklaring zo veel mogelijk uitdrukkelijk opgeven wat hij heeft waargenomen en ondervonden en wat zijn redenen van wetenschap zijn Artikel 292 1 De voorzitter ondervraagt de getuige 2 Hij geeft daarna de rechters en de officier van justitie de gelegenheid tot het stellen van vragen aan de getuige 3 Hij stelt de verdachte in de gelegenheid om de getuige te ondervragen en naar aanleiding daarvan tegen de verklaring van die getuige in te brengen wat tot zijn verdediging kan dienen 4 Indien echter de getuige tijdens het voorbereidende onderzoek nog niet is gehoord en op verzoek van de verdachte is opgeroepen of ter terechtzitting verschenen wordt hij eerst door de verdachte en daarna door de voorzitter ondervraagd Het tweede lid is van toepassing 5 De voorzitter stelt de officier van justitie in de gelegenheid tot het maken van opmerkingen over de ondervraging bedoeld in het vierde lid Artikel 293 1 De rechtbank kan ambtshalve of op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte beletten dat aan enige vraag gesteld door de verdachte of diens raadsman of door de officier van justitie gevolg wordt gegeven 2 De officier van justitie en de verdachte zijn bevoegd met betrekking tot enige vraag opmerkingen te maken voordat deze wordt beantwoord Artikel 294 1 Indien de getuige bij zijn verhoor zonder wettige grond weigert de gestelde vragen te beantwoorden ofwel de gevorderde eed of belofte weigert af te leggen beveelt de rechtbank indien dit voor het onderzoek dringend noodzakelijk is dat hij in gijzeling zal worden gesteld 2 Voordat het bevel wordt gegeven worden de getuige en diens advocaat gehoord over de reden van zijn weigering 3 Het bevel tot gijzeling is niet langer dan dertig dagen geldig de rechtbank beveelt tevens op welk tijdstip de getuige opnieuw aan haar wordt voorgeleid Tegen het bevel is geen rechtsmiddel toegelaten 4 De rechtbank gelast het ontslag van de getuige uit de gijzeling zodra hij aan zijn verplichtingen heeft voldaan of het onderzoek op de terechtzitting is gesloten Zij is echter bevoegd het ontslag uit de gijzeling in elke stand van het onderzoek te bevelen ook op verzoek van de getuige Artikel 223 derde lid is van toepassing 5 De artikelen 224 en 225 zijn van toepassing Artikel 295 1 Indien een getuige verdacht wordt zich op de terechtzitting aan het misdrijf van meineed schuldig te hebben gemaakt kan de rechtbank dienaangaande onderzoek bevelen 2 In dat geval maakt de griffier dadelijk proces verbaal op dat door de voorzitter de rechters en hemzelf wordt ondertekend Het proces verbaal bevat de verklaring van de getuige 3 De verklaring van de getuige wordt hem voorgelezen daarna wordt hem gevraagd of hij bij zijn verklaring volhardt en zo ja of hij deze wil ondertekenen Bij gebreke van ondertekening vermeldt het proces verbaal de weigering of de reden van verhindering 4 De rechtbank kan het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek bevelen 5 Het proces verbaal wordt door de rechtbank in handen gesteld van de officier van justitie Artikel 296 1 Na het afleggen van zijn verklaring blijft de getuige in de zittingzaal tenzij de rechtbank met toestemming van de officier van justitie en de verdachte hem vergunt zich te verwijderen zo nodig met het bevel op een te bepalen tijdstip opnieuw aanwezig te zijn 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is de toestemming van de verdachte niet vereist indien ten aanzien van de getuige het vermoeden bestaat bedoeld in artikel 290 eerste lid tweede volzin Artikel 297 1 De rechtbank kan ambtshalve of op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte getuigen tegenover elkaar stellen 2 De voorzitter kan in afwijking van artikel 296 eerste lid bevelen dat na een afgelegde getuigenis een of meer getuigen de zittingzaal zullen verlaten en dat een of meer van hen opnieuw zullen worden binnengelaten teneinde hetzij afzonderlijk hetzij in elkaars bijzijn nogmaals te worden gehoord 3 De voorzitter kan bevelen dat op gelijke wijze als bedoeld in het tweede lid een of meer verdachten de zittingzaal zullen verlaten opdat een getuige buiten hun tegenwoordigheid zal worden ondervraagd 4 In dat geval wordt aan de verdachte onmiddellijk meegedeeld wat buiten zijn aanwezigheid is voorgevallen waarna het onderzoek kan worden voortgezet Artikel 298 Vervallen per 01 07 2003 Artikel 299 1 Alle bepalingen in deze titel betreffende getuigen en hun verklaringen zijn ook van toepassing ten aanzien van deskundigen en hun verklaringen behoudens dat 1 de deskundige wordt beëdigd dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen 2 artikel 291 niet van toepassing is 3 gijzeling niet is toegelaten 2 De verklaringen en verslagen van deskundigen zijn met redenen omkleed 3 De deskundigen zijn verplicht de door de rechtbank gevorderde diensten te bewijzen 4 Van degene die op vordering van het openbaar ministerie door het gerechtshof in welks ressort hij woont als vaste gerechtelijke deskundige is beëdigd dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen wordt terzake van het uitbrengen van een schriftelijk verslag geen nadere eed gevorderd Artikel 300 1 De voorzitter kan ambtshalve of op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte bepalen dat de vragen met betrekking tot de geestvermogens van de verdachte buiten diens tegenwoordigheid zullen worden gesteld en behandeld en voorts dat de officier van justitie of de raadsman buiten de tegenwoordigheid van de verdachte betreffende diens geestvermogens het woord zal voeren 2 Na terugkeer van de verdachte in de zittingzaal wordt hem mededeling gedaan van wat tijdens zijn afwezigheid is voorgevallen Artikel 301 1 Processen verbaal verslagen van deskundigen of andere stukken worden op last van de voorzitter wanneer een van de rechters of de officier van justitie dit verlangt voorgelezen 2 Voorlezing heeft ook plaats op verzoek van de verdachte tenzij de rechtbank ambtshalve of op vordering van de officier van justitie anders beveelt 3 Indien de verdachte daarom verzoekt wordt een getuigenverklaring op de terechtzitting voorgelezen teneinde als daar afgelegd te worden aangemerkt 4 De voorlezing van de stukken kan tenzij de officier van justitie of de verdachte zich daartegen verzet worden vervangen door een mondelinge mededeling van de korte inhoud door de voorzitter 5 Ten bezware van de verdachte wordt geen acht geslagen op stukken die niet zijn voorgelezen of waarvan de korte inhoud niet overeenkomstig het vierde lid is meegedeeld Artikel 302 Vervallen per 01 02 1998 Artikel 303 Vervallen per 01 02 1998 Artikel 304 Vervallen per 01 02 1998 Artikel 305 Vervallen per 01 02 1998 Artikel 306 Vervallen per 01 02 1998 Artikel 307 Vervallen per 01 02 1998 Artikel 308 Vervallen per 01 02 1998 Artikel 309 1 De officier van justitie legt een lijst met op grond van artikel 94 inbeslaggenomen nog niet teruggegeven voorwerpen over Hij doet voorts mededeling van de opbrengst van de voorwerpen ten aanzien waarvan een machtiging op grond van artikel 117 tweede lid is verleend 2 De voorzitter toont zo nodig de voorwerpen die als stukken van overtuiging dienen aan de verdachte en de getuigen en hoort hen daaromtrent Artikel 310 De rechtbank heeft gelijke bevoegdheid als in artikel 147 aan het openbaar ministerie is toegekend Zij oefent die uit hetzij ambtshalve hetzij op vordering van den officier van justitie of op verzoek van den verdachte Artikel 311 1 Nadat de ondervraging van de verdachte heeft plaatsgehad en de aanwezige getuigen en deskundigen zijn gehoord kan de officier van justitie het woord voeren hij legt zijn vordering na voorlezing aan de rechtbank over De vordering omschrijft de straf en maatregel indien oplegging daarvan wordt geëist zij vermeldt in dat geval tevens welk strafbaar feit zou zijn begaan De officier van justitie maakt voor zover zulks aan de verdachte niet reeds eerder was gebleken kenbaar of hij voornemens is een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken alsmede of daartoe een strafrechtelijk financieel onderzoek als bedoeld in artikel 126 is ingesteld Van deze mededeling van de officier van justitie wordt in het proces verbaal van de terechtzitting aantekening gemaakt 2 De verdachte kan hierop antwoorden 3 De officier van justitie kan daarna andermaal het woord voeren 4 Aan de verdachte wordt op straffe van nietigheid het recht gelaten om het laatst te spreken 5 De voorzitter kan bepalen dat aan de verdachte getuigen en deskundigen nieuwe vragen worden gesteld en dat stukken worden voorgelezen In dat geval kunnen de officier van justitie en de verdachte op de hiervoor vermelde voet het woord voeren Artikel 312 Indien uit het onderzoek omstandigheden zijn bekend geworden die niet in de dagvaarding vermeld volgens de wet tot verzwaring van straf grond opleveren is de officier van justitie bevoegd deze alsnog mondeling ten laste te leggen Artikel 313 1 Indien buiten het geval van het voorgaande artikel de officier van justitie oordeelt dat de telastlegging behoort te worden gewijzigd legt hij den inhoud van de door hem noodzakelijk geachte wijzigingen schriftelijk aan de rechtbank over met vordering dat die wijzigingen zullen worden toegelaten 2 Indien de rechtbank de vordering toewijst doet zij den inhoud van de aangebrachte wijzigingen in het proces verbaal ter terechtzitting opnemen In geen geval worden wijzigingen toegelaten als een gevolg waarvan de telastlegging niet langer hetzelfde feit in den zin van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht zou inhouden Artikel 314 1 Indien de telastlegging overeenkomstig artikel 313 is gewijzigd wordt aan de verdachte door de griffier een gewaarmerkt afschrift van de gewijzigde telastlegging op de terechtzitting verstrekt tenzij de rechtbank oordeelt dat met de uitreiking van een door de griffier gewaarmerkt afschrift van de wijzigingen kan worden volstaan Is tegen de verdachte verstek verleend dan wordt de gewijzigde telastlegging hem zo spoedig mogelijk betekend 2 De rechtbank schorst het onderzoek zo nodig voor een bepaalde tijd met toestemming van de verdachte of de raadsman die op grond van artikel 279 eerste lid tot de verdediging is toegelaten kan het onderzoek echter aanstonds of na een korte onderbreking worden voortgezet Artikel 314a 1 Indien in de telastlegging voor de opgave van het feit is volstaan met een omschrijving als bedoeld in artikel 261 derde lid wordt die opgave alsnog in overeenstemming gebracht met de in het eerste en tweede lid van dat artikel gestelde eisen 2 De artikelen 313 met uitzondering van de laatste volzin en 314 vinden overeenkomstige toepassing Artikel 315 1 Indien aan de rechtbank de noodzakelijkheid blijkt van het verhoor van op de terechtzitting nog niet gehoorde getuigen of deskundigen of van de overlegging van bescheiden of stukken van overtuiging die niet op de terechtzitting aanwezig zijn beveelt zij zoo noodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging tegen een door haar te bepalen tijdstip de dagvaarding of schriftelijke oproeping dier getuigen of deskundigen of de overlegging van die bescheiden of die stukken van overtuiging 2 Artikel 288 tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het bevel tot oproeping van getuigen en deskundigen als bedoeld in het eerste lid en het daarbij gevoegde bevel tot medebrenging Artikel 316 1 Indien enig onderzoek door de rechter commissaris noodzakelijk blijkt stelt de rechtbank met schorsing van het onderzoek ter terechtzitting onder aanduiding van het onderwerp van het onderzoek en zo nodig van de wijze waarop dit zal zijn in te stellen de stukken in handen van de rechter commissaris 2 In het geval het onderzoek uitsluitend zal bestaan in het horen van getuigen of deskundigen kan de rechtbank indien de officier van justitie en de verdachte daarmee instemmen de voorzitter of een der rechters die over de zaak oordelen als rechter commissaris aanwijzen Deze rechter kan aan het verdere onderzoek ter terechtzitting deelnemen tenzij bij het horen van getuigen of deskundigen is bepaald dat de verdachte of diens raadsman daar niet bij tegenwoordig mag zijn 3 Het onderzoek geldt als een gerechtelijk vooronderzoek en wordt overeenkomstig de bepalingen van de tweede tot en met de vijfde en achtste afdeling van de Derde Titel van dit Boek gevoerd Artikel 317 1 Indien het noodzakelijk is dat een onderzoek naar de geestvermogens van de verdachte tegen wie voorlopige hechtenis is bevolen wordt ingesteld en dit niet voldoende op een andere wijze kan plaatsvinden beveelt de rechtbank bij een met redenen omklede beslissing dat de verdachte ter observatie zal worden overgebracht naar een in het bevel aan te duiden psychiatrisch ziekenhuis bedoeld in artikel 509f of een inrichting tot klinische observatie bestemd 2 Het bevel wordt niet gegeven dan nadat het oordeel van een of meer deskundigen is ingewonnen en de officier van justitie de verdachte en zijn raadsman in de gelegenheid zijn gesteld om ter zake te worden gehoord 3 Artikel 198 is van overeenkomstige toepassing Artikel 318 1 Indien de rechtbank het houden van eene schouw of het hooren van getuigen of verdachten elders dan in de gehoorzaal doch binnen haar rechtsgebied noodzakelijk acht kan zij te dien einde met schorsing der zaak bevelen dat de terechtzitting tijdelijk zal worden verplaatst 2 De rechtbank is bevoegd daartoe met de personen door haar aangewezen elke plaats te betreden Artikel 146 tweede lid is te haren aanzien van toepassing 3 De rechtbank is bevoegd naar aanleiding van de gesteldheid der plaats waar de tijdelijke terechtzitting zal worden gehouden de noodige voorschriften te geven voor de wijze van behandeling der zaak op die terechtzitting Artikel 319 1 In alle gevallen waarin het onderzoek wordt onderbroken of voor een bepaalde tijd geschorst wordt door de voorzitter aan de verdachte diens raadsman en aan de tolken getuigen en deskundigen voor zover zij nog niet op de terechtzitting zijn gehoord het tijdstip aangezegd waarop zij bij de hervatting van het onderzoek op de terechtzitting aanwezig moeten zijn Aan de aanwezige benadeelde partij wordt door de voorzitter het tijdstip aangezegd waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat De aanzegging geldt als oproeping 2 De verdachte raadsman getuigen deskundigen en tolken die bij de in het eerste lid bedoelde aanzegging niet op de terechtzitting aanwezig zijn worden in het geval van schorsing voor de nadere terechtzitting opnieuw opgeroepen De benadeelde partij die niet bij de aanzegging aanwezig is wordt eveneens opgeroepen indien de rechtbank daartoe termen aanwezig acht 3 De rechtbank kan ambtshalve op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte getuigen en deskundigen die reeds op de terechtzitting zijn gehoord en tolken aanwijzen wier tegenwoordigheid bij de nadere behandeling wordt vereist De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie gehoord de verdachte toe en willigt het verzoek van de verdachte gehoord de officier van justitie in tenzij zij van oordeel is dat door het afwijzen van de vordering of het niet inwilligen van het verzoek redelijkerwijs noch het openbaar ministerie in de vervolging noch de verdachte in zijn verdediging wordt geschaad Artikel 320 1 In alle gevallen waarin het onderzoek voor een onbepaalde tijd is geschorst worden zodra de oorzaak der schorsing is vervallen de verdachte de getuigen deskundigen en tolken voor zover zij nog niet ter terechtzitting zijn gehoord opnieuw opgeroepen De ter terechtzitting verschenen benadeelde partij wordt eveneens opgeroepen indien de rechtbank daartoe termen aanwezig acht 2 Artikel 319 derde lid is van toepassing 3 Met betrekking tot de oproeping van de verdachte is artikel 265 van overeenkomstige toepassing Artikel 321 1 In alle gevallen waarin na schorsing het onderzoek wordt hervat kunnen nieuwe nog niet eerder opgeroepen of gehoorde tolken getuigen en deskundigen worden opgeroepen overeenkomstig de artikelen 260 eerste lid en 263 2 Artikel 260 tweede lid en 287 tweede lid vinden overeenkomstige toepassing Artikel 322 1 Onverminderd het bepaalde in artikel 280 tweede en derde lid wordt in alle gevallen waarin de schorsing van het onderzoek is bevolen het onderzoek in de zaak op de nadere terechtzitting hervat in de stand waarin het zich op het tijdstip der schorsing bevond 2 De rechtbank is ook bij toepassing van het eerste lid bevoegd te bevelen dat het onderzoek op de terechtzitting opnieuw wordt aangevangen 3 De rechtbank beveelt dat het onderzoek op de terechtzitting opnieuw wordt aangevangen in het geval de samenstelling van de rechtbank bij de hervatting gewijzigd is tenzij de officier van justitie en de verdachte instemmen met hervatting in de stand waarin het onderzoek zich op het tijdstip van de schorsing bevond Artikel 323 Vervallen per 01 02 1998 Artikel 324 1 Niettegenstaande de schorsing is de rechtbank bevoegd te allen tijde het onderzoek op de terechtzitting voor bepaalde spoedeischende maatregelen tijdelijk te heropenen 2 De artikelen 320 321 en 322 zijn van toepassing Artikel 325 Voor de sluiting van het onderzoek vraagt de voorzitter aan de verdachte die op de terechtzitting door een tolk is bijgestaan of hij bij de uitspraak die niet aanstonds wordt gedaan aanwezig zal zijn Indien de verdachte verklaart niet aanwezig te zullen zijn blijft de oproeping van de tolk voor de uitspraak achterwege Indien de verdachte verklaart wel aanwezig te zullen zijn zegt de voorzitter de tolk de datum en het tijdstip van de uitspraak aan de aanzegging geldt als oproeping Artikel 326 1 De griffier houdt het proces verbaal der terechtzitting waarin achtereenvolgens aanteekening geschiedt van de in acht genomen vormen en van al hetgeen met betrekking tot de zaak op de terechtzitting voorvalt 2 Het behelst tevens den zakelijken inhoud van de verklaringen der getuigen deskundigen en verdachten Indien de officier van justitie vordert of de verdachte verzoekt dat eenige verklaring woordelijk zal worden opgenomen wordt daaraan voor zoover de verklaring redelijke grenzen niet overschrijdt op last van den voorzitter zooveel mogelijk voldaan en daarvan voorlezing gedaan Acht de officier van justitie of de verdachte de verklaring niet voldoende weergegeven dan beslist de rechtbank 3 De voorzitter kan gelasten dat in het proces verbaal van eenige bepaalde omstandigheid verklaring of opgave aanteekening zal worden gedaan 4 Gelijke aantekening geschiedt wanneer een der rechters het verlangt of op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte of de benadeelde partij Artikel 327 Het proces verbaal wordt door den voorzitter of door een der rechters die over de zaak heeft geoordeeld en den griffier vastgesteld en zoo spoedig mogelijk na de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting en in elk geval binnen den in het eerste lid van artikel 365 vermelden termijn onderteekend Voor zoover de griffier tot een en ander buiten staat is geschiedt dit zonder zijne medewerking en wordt van zijne verhindering aan het slot van het proces verbaal melding gemaakt Artikel 327a 1 Indien een verkort vonnis is gewezen wordt tevens een verkort proces verbaal opgemaakt 2 Indien het vonnis bij verstek is gewezen en de dagvaarding niet in persoon is betekend en zich geen omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of nadere terechtzitting aan de verdachte bekend was terwijl op de terechtzitting getuigen of deskundigen

    Original URL path: http://www.teurlingsellens.nl/wetboekvanstrafvordering.php (2016-04-27)
    Open archived version from archive

  • Echtscheiding Scheiden Al vanaf 163,50 euro Strafrecht Teurlings & Ellens Advocaten : UITLEVERING & OVERLEVERING in/vanuit Nederland - Extradition & Deliverance in/from the Netherlands
    zal blijven tot het tijdstip waarop de rechtbank over zijn gevangenhouding beslist 4 Het bevel tot inverzekeringstelling kan te allen tijde zowel door de rechtbank als door de officier van justitie ambtshalve of op verzoek van de opgeëiste persoon of diens raadsman worden opgeheven Artikel 22 1 Wanneer de opgeëiste persoon op de dag waarop de officier van justitie het verzoek tot uitlevering ontvangt reeds krachtens artikel 14 onderscheidenlijk artikel 15 in verzekering of in bewaring is gesteld kan de vrijheidsbeneming met afwijking van artikel 14 derde en vierde lid onderscheidenlijk artikel 16 aanhef en onder c op bevel van de officier van justitie worden voortgezet tot het tijdstip waarop de rechtbank over de gevangenhouding beslist 2 Van zijn in het vorige lid bedoelde bevel geeft de officier van justitie onverwijld kennis aan de rechter commissaris die de bewaring krachtens artikel 15 heeft bevolen Artikel 23 1 Uiterlijk op de derde dag na die waarop hij het verzoek tot uitlevering heeft ontvangen vordert de officier van justitie schriftelijk dat de rechtbank het verzoek in behandeling zal nemen Hij legt daarbij de stukken aan de rechtbank over 2 Een afschrift van de krachtens het vorige lid vereiste vordering wordt aan de opgeëiste persoon betekend Daarbij wordt hem mededeling gedaan van de feiten waarvoor zijn uitlevering is gevraagd met vermelding van de tijden en de plaatsen waarop deze zijn begaan een en ander zoals bij het verzoek tot uitlevering omschreven alsmede van de staat die het verzoek heeft gedaan Het voorgaande geldt eveneens in het geval dat de officier van justitie naar aanleiding van een naderhand ontvangen verzoek zijn vordering heeft aangevuld of gewijzigd Van de ontvangst van aanvullende stukken die in het dossier worden gevoegd wordt de opgeëiste persoon mededeling gedaan 3 Nadat de stukken aan de rechtbank zijn overgelegd mag de kennisneming daarvan aan de opgeëiste persoon en diens raadsman niet worden onthouden Het bepaalde bij en krachtens artikel 34 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing Artikel 24 1 Dadelijk na de ontvangst van de in artikel 23 bedoelde vordering bepaalt de voorzitter van de rechtbank zoveel mogelijk bij voorrang het tijdstip waarop de opgeëiste persoon door de rechtbank zal worden gehoord Hij kan daarbij diens medebrenging bevelen 2 De griffier van de rechtbank doet onverwijld aan de officier van justitie en aan de opgeëiste persoon mededeling van het voor het verhoor bepaalde tijdstip Die mededeling alsmede zo een bevel tot medebrenging is gegeven een afschrift van dat bevel wordt aan de opgeëiste persoon betekend 3 Indien niet blijkt dat de opgeëiste persoon reeds een raadsman heeft geeft de voorzitter aan het bureau rechtsbijstandvoorziening last tot toevoeging van een raadsman Artikel 25 1 Het verhoor van de opgeëiste persoon geschiedt in het openbaar tenzij deze een behandeling van de zaak met gesloten deuren verlangt of de rechtbank om gewichtige in het proces verbaal der zitting te vermelden redenen sluiting der deuren beveelt 2 Het verhoor heeft plaats in tegenwoordigheid van de officier van justitie 3 Bij zijn verhoor kan de opgeëiste persoon zich door zijn raadsman doen bijstaan 4 Is de opgeëiste persoon niet verschenen en acht de rechtbank zijn aanwezigheid bij het verhoor wenselijk dan gelast de rechtbank tegen een door haar te bepalen tijdstip diens dagvaarding zo nodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging Artikel 26 1 De rechtbank onderzoekt de identiteit van de opgeëiste persoon alsmede de ontvankelijkheid van het verzoek tot uitlevering en de mogelijkheid van inwilliging daarvan 2 De officier van justitie geeft ter zitting van de rechtbank zijn opvatting over de toelaatbaarheid van de verzochte uitlevering en legt een schriftelijke samenvatting daaromtrent aan de rechtbank over De opgeëiste persoon en diens raadsman worden eveneens in de gelegenheid gesteld tot het maken van terzake dienende opmerkingen omtrent het verzoek tot uitlevering en de in verband daarmede te nemen beslissingen 3 Beweert de opgeëiste persoon dat hij onverwijld kan aantonen niet schuldig te zijn aan de feiten waarvoor zijn uitlevering is gevraagd dan onderzoekt de rechtbank die bewering 4 Indien de rechtbank zulks met het oog op het door haar krachtens het eerste of derde lid van dit artikel in te stellen onderzoek noodzakelijk acht gelast zij zo nodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging tegen een door haar te bepalen tijdstip de dagvaarding of schriftelijke oproeping van getuigen of deskundigen Artikel 27 1 Op vordering van de officier van justitie kan de rechtbank ter zitting de gevangenneming van de opgeëiste persoon bevelen 2 Voordat het onderzoek ter zitting wordt gesloten beslist de rechtbank ambtshalve omtrent de gevangenhouding van de opgeëiste persoon zo deze in bewaring of in verzekering is gesteld Artikel 28 1 Zo spoedig mogelijk na de sluiting van het onderzoek ter zitting doet de rechtbank uitspraak omtrent het verzoek tot uitlevering De uitspraak wordt met redenen omkleed 2 Bevindt de rechtbank hetzij dat de door de verzoekende staat overgelegde stukken niet voldoen aan de vereisten omschreven in artikel 18 of aan nadere vereisten gesteld in het toepasselijke verdrag hetzij dat het verzoek tot uitlevering niet voor inwilliging vatbaar is hetzij dat ten aanzien van de opgeëiste persoon geen sprake kan zijn van een vermoeden van schuld aan de feiten waarvoor zijn uitlevering is gevraagd dan verklaart zij bij haar uitspraak de uitlevering ontoelaatbaar 3 In andere dan de in het vorige lid voorziene gevallen verklaart de rechtbank bij haar uitspraak de uitlevering toelaatbaar zulks met vermelding van de toepasselijke wets en verdragsbepalingen alsmede van het feit of de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan 4 Wordt de uitlevering toelaatbaar verklaard niettegenstaande een bewering van de opgeëiste persoon overeenkomstig artikel 26 derde lid dan vermeldt de uitspraak hetgeen de rechtbank te dien aanzien heeft bevonden Artikel 29 1 De artikelen 37 tot en met 39 45 tot en met 49 50 eerste lid 260 eerste lid 268 269 vijfde lid 271 272 273 derde lid 274 tot en met 277 279 281 286 288 vierde lid 289 eerste en derde lid 290 tot en met 301 318 tot en met 322 324 tot en met 331 345 eerste en derde lid 346 357 en 362 tot en met 365 van het Wetboek van Strafvordering vinden overeenkomstige toepassing Voor zover die bepalingen betrekking hebben op de verdachte zijn zij van overeenkomstige toepassing op de opgeëiste persoon 2 De in het eerste lid genoemde artikelen vinden geen toepassing voor zover deze betrekking hebben op een getuige wiens identiteit niet of slechts ten dele blijkt Artikel 30 1 De uitspraak van de rechtbank wordt aan de opgeëiste persoon die bij de voorlezing daarvan niet tegenwoordig is geweest betekend Daarbij wordt hem kennis gegeven van het rechtsmiddel dat tegen de uitspraak openstaat en van de termijn binnen welke dat rechtsmiddel kan worden aangewend 2 De rechtbank zendt aan Onze Minister onverwijld een gewaarmerkt afschrift van haar uitspraak toe Indien de uitlevering toelaatbaar is verklaard doet zij het afschrift vergezeld gaan van haar advies omtrent het aan het verzoek tot uitlevering te geven gevolg Een afschrift van het advies wordt door de griffier aan de opgeëiste persoon en diens raadsman ter hand gesteld of toegezonden Artikel 31 1 Tegen de uitspraak van de rechtbank betreffende het verzoek tot uitlevering kan zowel door de officier van justitie als door de opgeëiste persoon beroep in cassatie worden ingesteld 2 Van verklaringen waarbij afstand wordt gedaan van het recht om beroep in cassatie in te stellen of waarbij een zodanig beroep wordt ingetrokken geeft de griffier van de rechtbank onverwijld kennis aan Onze Minister 3 De officier van justitie is op straffe van niet ontvankelijkheid verplicht om binnen een maand nadat hij beroep in cassatie heeft ingesteld bij de Hoge Raad een schriftuur in te dienen houdende zijn middelen van cassatie 4 De opgeëiste persoon die cassatieberoep heeft ingesteld is op straffe van niet ontvankelijkheid verplicht om vóór de dienende dag bij de Hoge Raad door zijn raadsman een schriftuur te doen indienen houdende zijn middelen van cassatie 5 De voorzitter bepaalt na overleg met de procureur generaal de rechtsdag De procureur generaal doet de dag voor de behandeling van het beroep bepaald ten minste acht dagen vóór de rechtsdag aanzeggen aan de opgeëiste persoon Deze termijn kan met toestemming van de opgeëiste persoon worden bekort indien van die toestemming blijkt op overeenkomstige wijze als bepaald in artikel 265 tweede lid van het Wetboek van Strafvordering Bij gebreke van tijdige aanzegging wordt door de Hoge Raad de aanzegging van een nieuwe rechtsdag bevolen tenzij voor de opgeëiste persoon een raadsman is verschenen In dat laatste geval kan op diens verzoek uitstel worden verleend 6 In de gevallen waarin op de zitting de behandeling van het beroep voor een bepaalde tijd wordt uitgesteld of geschorst heeft geen nieuwe aanzegging aan de opgeëiste persoon plaats 7 De artikelen 431 432 434 eerste lid 438 439 440 eerste lid 442 443 444 449 eerste lid 450 451 451a 452 453 454 eerste tweede en derde lid 455 eerste lid en 456 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing 8 Indien de uitspraak van de rechtbank geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd doet de Hoge Raad wat de rechtbank had behoren te doen Tenzij de Hoge Raad de zaak zelf kan afdoen zonder in een nieuw onderzoek naar de feiten te treden gelast hij tegen een door hem te bepalen tijdstip de oproeping van de opgeëiste persoon zo nodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging 9 De Hoge Raad zendt aan Onze Minister onverwijld een gewaarmerkt afschrift van zijn arrest toe Artikel 32 Zodra de rechterlijke uitspraak betreffende het verzoek tot uitlevering in kracht van gewijsde is gegaan zendt de griffier van het gerecht dat de zaak het laatst heeft behandeld dat verzoek met de daarbij behorende stukken terug aan Onze Minister Afdeling C Beslissing op het verzoek tot uitlevering Artikel 33 1 Nadat Onze Minister de stukken overeenkomstig artikel 32 heeft terugontvangen beslist hij zo spoedig mogelijk op het verzoek tot uitlevering 2 Voorzover de uitlevering bij rechterlijk gewijsde ontoelaatbaar is verklaard wordt op het verzoek afwijzend beschikt 3 Is de uitlevering alleen wegens ongenoegzaamheid van de overgelegde stukken ontoelaatbaar verklaard dan kan Onze Minister zijn beslissing aanhouden Hetzelfde geldt indien de uitlevering wel toelaatbaar is verklaard doch Onze Minister nadere stukken nodig acht voor een verantwoorde beslissing zijnerzijds 4 In geval van aanhouding van zijn beslissing biedt Onze Minister de autoriteiten van de verzoekende staat gelegenheid om binnen een door hem te stellen redelijke termijn nadere stukken over te leggen 5 Worden de gevraagde nadere stukken niet binnen de daarvoor gestelde termijn overgelegd dan beschikt Onze Minister afwijzend op het verzoek tot uitlevering 6 De beslissing van Onze Minister op een verzoek tot uitlevering wordt ter kennis van de verzoekende staat gebracht langs diplomatieke weg tenzij bij verdrag in een andere weg is voorzien Artikel 34 1 Wanneer Onze Minister binnen de daarvoor gestelde termijn nadere stukken ontvangt kan hij het dossier van de zaak opnieuw toezenden aan de officier van justitie bij de rechtbank die het verzoek tot uitlevering heeft behandeld Alsdan vinden de artikelen 23 26 28 32 en 33 eerste en tweede lid wederom toepassing Indien de uitlevering door de Hoge Raad wegens ongenoegzaamheid der stukken ontoelaatbaar is verklaard kan Onze Minister het dossier met de nadere stukken ook rechtstreeks aan de Procureur Generaal bij de Hoge Raad toezenden 2 Voor zover de nadere stukken daartoe aanleiding geven wordt de uitlevering alsnog door de rechter toelaatbaar verklaard Artikel 35 1 Indien twee of meer staten de uitlevering van dezelfde persoon hebben gevraagd houdt Onze Minister bij de beslissing op hun verzoeken voor zover deze ontvankelijk en voor inwilliging vatbaar zijn rekening met het belang van een goede rechtsbedeling en voorts in het bijzonder met a de meerdere of mindere ernst van de verschillende feiten waarvoor de uitlevering is gevraagd b de plaats of plaatsen waar de feiten zijn begaan c de tijdstippen waarop de verzoeken tot uitlevering zijn gedaan d de nationaliteit van de opgeëiste persoon e de mogelijkheid dat de opgeëiste persoon nadat hij naar het grondgebied van een van de verzoekende staten is verwijderd vervolgens door de autoriteiten van die staat ter beschikking wordt gesteld van de autoriteiten van een andere verzoekende staat 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als de uitvoerende justitiële autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie de overlevering bedoeld in artikel 1 van de Overleveringswet en een andere staat de uitlevering van dezelfde persoon hebben gevraagd Artikel 36 Van zijn beslissing op het verzoek tot uitlevering alsmede van de aanhouding daarvan overeenkomstig artikel 33 derde lid geeft Onze Minister onverwijld kennis aan de officier van justitie bij de rechtbank die het verzoek heeft behandeld Afdeling D Voortgezette vrijheidsbeneming en verwijdering uit Nederland Artikel 37 1 Een krachtens artikel 27 bevolen vrijheidsbeneming wordt behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde beëindigd zodra a zulks door de rechtbank of door de officier van justitie ambtshalve of op verzoek van de gedetineerde of diens raadsman dan wel door de Hoge Raad bij zijn beslissing op een beroep in cassatie wordt gelast b zij dertig dagen heeft geduurd tenzij de rechtbank inmiddels op vordering van de officier van justitie deze termijn heeft verlengd 2 De officier van justitie gelast de beëindiging van de vrijheidsbeneming in elk geval zodra hij kennis heeft gekregen van een afwijzende beslissing van Onze Minister op het verzoek tot uitlevering Artikel 38 1 Verlenging van de in artikel 37 eerste lid onder b bedoelde termijn kan telkens voor ten hoogste dertig dagen geschieden 2 De gedetineerde wordt in de gelegenheid gesteld op de vordering tot verlenging te worden gehoord 3 Verlenging kan alleen geschieden in gevallen waarin a de rechterlijke uitspraak omtrent het verzoek tot uitlevering nog niet of minder dan dertig dagen tevoren in kracht van gewijsde is gegaan b Onze Minister zijn beslissing overeenkomstig artikel 33 derde lid heeft aangehouden c de uitlevering mede door een derde staat is gevraagd en Onze Minister nog niet op het verzoek van die staat heeft beschikt d de uitlevering inmiddels wel is toegestaan maar nog niet heeft kunnen plaatshebben Artikel 39 1 Na gehele of gedeeltelijke inwilliging van het verzoek tot uitlevering wordt de opgeëiste persoon zo spoedig mogelijk ter beschikking van de autoriteiten van de verzoekende staat gesteld zulks op een door Onze Minister na overleg met die autoriteiten te bepalen tijd en plaats 2 De beslissing omtrent de tijd en de plaats van de uitlevering kan worden aangehouden indien en zolang tegen de opgeëiste persoon een strafrechtelijke vervolging in Nederland gaande is of een door een Nederlandse rechter tegen hem gewezen strafvonnis nog geheel of ten dele voor tenuitvoerlegging vatbaar is 3 In gevallen als voorzien in het vorige lid kan Onze Minister zo hij daarvoor termen aanwezig acht bepalen dat de opgeëiste persoon ten behoeve van diens berechting op het grondgebied van de verzoekende staat reeds aanstonds voorlopig ter beschikking van de autoriteiten van die staat zal worden gesteld 4 Ondergaat de opgeëiste persoon te wiens aanzien het vorige lid wordt toegepast een vrijheidsstraf dan komt de tijd gedurende welke hij ter beschikking van de autoriteiten van de verzoekende staat is in mindering op zijn straftijd Artikel 40 1 Indien zulks voor de toepassing van artikel 39 eerste of derde lid noodzakelijk is wordt de opgeëiste persoon op bevel van de daartoe door Onze Minister aangeschreven officier van justitie aangehouden voor ten hoogste drie dagen Indien de uitlevering niet binnen de termijn van drie dagen heeft kunnen plaatsvinden kan het bevel tot aanhouding door de officier van justitie eenmaal voor ten hoogste drie dagen worden verlengd 2 Na verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn door de officier van justitie kan deze uitsluitend op vordering van de officier van justitie door de rechtbank worden verlengd Artikel 38 eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing 3 Een verlenging als bedoeld in het tweede lid kan alleen geschieden wanneer de uitlevering door bijzondere omstandigheden niet binnen de termijn van 6 dagen heeft kunnen plaatshebben Afdeling E Verkorte procedure Artikel 41 1 De voortvluchtige wiens voorlopige aanhouding of uitlevering vanwege een andere staat is verzocht kan uiterlijk op de dag voorafgaande aan die welke overeenkomstig artikel 24 is bepaald voor zijn verhoor door de rechtbank verklaren dat hij instemt met onmiddellijke uitlevering 2 Voorzover bij verdrag niet anders is bepaald kan een verklaring overeenkomstig het vorige lid alleen worden afgelegd ten overstaan van een rechter commissaris belast met de behandeling van strafzaken 3 De voortvluchtige kan zich bij het afleggen van de verklaring doen bijstaan door een raadsman Hierop wordt zo hij zonder raadsman verschijnt zijn aandacht gevestigd door de autoriteit bevoegd tot het in ontvangst nemen van de verklaring 4 Voordat hij de verklaring aflegt wordt de voortvluchtige op de mogelijke gevolgen daarvan opmerkzaam gemaakt Van de verklaring wordt proces verbaal opgemaakt 5 De autoriteit ten overstaan van wie de verklaring is afgelegd zendt het proces verbaal daarvan aan de officier van justitie die krachtens deze wet bij het verzoek tot voorlopige aanhouding dan wel het verzoek tot uitlevering is betrokken Artikel 42 1 Nadat een verklaring overeenkomstig artikel 41 is afgelegd kan de officier van justitie beslissen dat de voortvluchtige ter beschikking zal worden gesteld van de autoriteiten van de staat waarvan het verzoek tot voorlopige aanhouding of het verzoek tot uitlevering is uitgegaan 2 Het vorige lid blijft buiten toepassing a indien voor het feit of de feiten in verband waarmede de voorlopige aanhouding of de uitlevering is gevraagd ingevolge een der bepalingen van de artikelen 2 en 9 geen uitlevering kan worden toegestaan b indien blijkt dat tegen de voortvluchtige in Nederland een strafrechtelijke vervolging gaande is of dat tegen hem door een Nederlandse rechter een nog geheel of ten dele voor tenuitvoerlegging vatbaar strafvonnis is gewezen 3 Van elke beslissing genomen krachtens het eerste lid van dit artikel geeft de officier van justitie onverwijld kennis aan Onze Minister Artikel 43 1 Indien de officier van justitie overeenkomstig artikel 42 heeft beslist dat de voortvluchtige ter

    Original URL path: http://www.teurlingsellens.nl/uitlevering.php (2016-04-27)
    Open archived version from archive

  • Echtscheiding Scheiden Al vanaf 163,50 euro Strafrecht Teurlings & Ellens Advocaten : UITLEVERING & OVERLEVERING in/vanuit Nederland - Extradition & Deliverance in/from the Netherlands
    vertaling de in het eerste lid onder f of het tweede lid onder c bedoelde toestemming ten aanzien van feiten waarvoor krachtens deze wet overlevering had kunnen worden toegestaan De beslissing op een verzoek wordt in elk geval binnen dertig dagen na de ontvangst ervan genomen 4 Overlevering wordt voorts niet toegestaan dan onder het algemene beding dat de opgeëiste persoon niet ter beschikking zal worden gesteld van de autoriteiten van een derde staat ter zake van feiten die vóór het tijdstip van zijn overlevering zijn begaan tenzij daartoe voorafgaand toestemming wordt verzocht aan Onze Minister en deze is verkregen Afdeling 2 Procedure voor overlevering A Voorlopige aanhouding Artikel 15 Op basis van een signalering in het Schengen informatiesysteem bedoeld in artikel 4 eerste lid kan de voorlopige aanhouding worden bevolen van een zich in Nederland bevindende opgeëiste persoon Artikel 16 Een vreemdeling die op grond van artikel 54 vierde lid van het Wetboek van Strafvordering is aangehouden kan op bevel van de officier of hulpofficier van justitie in het arrondissement waar hij werd aangehouden worden opgehouden indien gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat te zijnen aanzien onverwijld een signalering als bedoeld in artikel 4 eerste lid zal worden gedaan dan wel een Europees aanhoudingsbevel zal worden ontvangen Artikel 61 tweede lid van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing Artikel 17 1 Elke officier van justitie of hulpofficier van justitie is bevoegd de voorlopige aanhouding van een opgeëiste persoon overeenkomstig artikel 15 te bevelen 2 Kan het optreden van de officier van justitie of de hulpofficier bedoeld in het eerste lid niet worden afgewacht dan is elke opsporingsambtenaar bevoegd de opgeëiste persoon aan te houden onder de verplichting zorg te dragen dat hij zo spoedig mogelijk wordt voorgeleid voor de officier van justitie of de hulpofficier van justitie 3 Na de opgeëiste persoon te hebben gehoord kan elke officier van justitie of hulpofficier bevelen dat hij gedurende drie dagen te rekenen vanaf het tijdstip van de voorlopige aanhouding in verzekering gesteld zal blijven De termijn van inverzekeringstelling kan door de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam éénmaal met drie dagen worden verlengd 4 Indien de opgeëiste persoon buiten het arrondissement Amsterdam is aangehouden en in verzekering is gesteld wordt hij binnen de termijnen van het derde lid overgedragen aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam 5 Het vierde lid kan buiten toepassing blijven indien de opgeëiste persoon tegenover de officier van justitie in het arrondissement waar hij is aangehouden heeft verklaard in te stemmen met zijn onmiddellijke overlevering de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam heeft beslist dat de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit en de feitelijke overlevering kan plaatsvinden binnen de termijnen van het derde lid 6 De opgeëiste persoon kan te allen tijde door de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam in vrijheid worden gesteld Artikel 18 1 De rechter commissaris kan op vordering van de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam de bewaring van de opgeëiste persoon bevelen 2 Alvorens een bevel ingevolge het eerste lid te geven hoort de rechter commissaris zo mogelijk de opgeëiste persoon Artikel 19 Een opgeëiste persoon wiens bewaring overeenkomstig artikel 18 is bevolen wordt behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde in vrijheid gesteld a zodra zulks door de rechtbank de rechter commissaris of de officier van justitie ambtshalve of op verzoek van de opgeëiste persoon of diens raadsman wordt gelast b zodra de bewaring twintig dagen heeft geduurd en het Europees aanhoudingsbevel nog niet is ontvangen B Aanhouding Artikel 20 1 Een Europees aanhoudingsbevel wordt zo het niet aan de officier van justitie is toegezonden onverwijld aan hem doorgezonden 2 Een Europees aanhoudingsbevel kan slechts in behandeling worden genomen indien het voldoet aan de vereisten omschreven in artikel 2 3 Indien een Europees aanhoudingsbevel naar het oordeel van de officier van justitie niet voldoet aan de eisen omschreven in artikel 2 biedt hij de uitvaardigende justitiële autoriteit de gelegenheid tot completering of verbetering 4 Indien naar het oordeel van de officier van justitie naast het Europees aanhoudingsbevel aanvullende gegevens noodzakelijk zijn met name in verband met de artikelen 7 tot en met 9 en 11 tot en met 13 stelt hij de uitvaardigende justitiële autoriteit in de gelegenheid tot completering of verbetering rekening houdend met de in artikel 22 genoemde termijnen Artikel 21 1 De opgeëiste persoon kan op basis van een Europees aanhoudingsbevel dat voldoet aan de vereisten omschreven in artikel 2 zonder verdere formaliteiten worden aangehouden 2 Het eerste lid blijft buiten toepassing zolang de opgeëiste persoon in Nederland immuniteit geniet van strafvervolging en van de tenuitvoerlegging van straffen De uitvaardigende justitiële autoriteit wordt over het bestaan en de aard van de immuniteit onverwijld in kennis gesteld met het verzoek om bericht zodra de immuniteit is opgeheven 3 Indien de opgeëiste persoon reeds overeenkomstig artikel 17 voorlopig werd aangehouden wordt de voorlopige aanhouding omgezet in een aanhouding als bedoeld in het eerste lid te rekenen vanaf de dag dat het aanhoudingsbevel door de officier van justitie overeenkomstig artikel 20 tweede lid in behandeling is genomen De opgeëiste persoon wordt van die omzetting in kennis gesteld onder vermelding dat de aanhouding voortduurt tot het tijdstip waarop de rechtbank over zijn gevangenhouding beslist 4 De opgeëiste persoon die overeenkomstig het eerste lid werd aangehouden wordt binnen vierentwintig uren na zijn aanhouding geleid voor de officier van justitie of bij diens afwezigheid voor de hulpofficier van justitie in het arrondissement waar hij werd aangehouden 5 De officier van justitie of hulpofficier van justitie als bedoeld in het vierde lid kan bevelen dat de opgeëiste persoon gedurende drie dagen te rekenen vanaf het tijdstip van de voorlopige aanhouding in verzekering gesteld zal blijven 6 Indien de opgeëiste persoon buiten het arrondissement Amsterdam is aangehouden en in verzekering is gesteld wordt hij binnen de termijn van inverzekeringstelling overgedragen aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam 7 Het vierde lid kan buiten toepassing blijven indien de opgeëiste persoon tegenover de officier van justitie in het arrondissement waar hij is aangehouden heeft verklaard in te stemmen met zijn onmiddellijke overlevering de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam heeft beslist dat de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit en de feitelijke overlevering binnen de termijn van de inverzekeringstelling kan plaatsvinden 8 Na de opgeëiste persoon te hebben gehoord kan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam bevelen dat deze in verzekering gesteld zal blijven tot het tijdstip waarop de rechtbank over zijn gevangenhouding beslist 9 Het bevel tot inverzekeringstelling kan te allen tijde zowel door de rechtbank te Amsterdam als door de officier van justitie te Amsterdam ambtshalve of op verzoek van de opgeëiste persoon of diens raadsman worden opgeheven C Beslissing over de overlevering Artikel 22 1 De uitspraak houdende de beslissing over de overlevering dient door de rechtbank te worden gedaan uiterlijk zestig dagen na de aanhouding van de opgeëiste persoon bedoeld in artikel 21 2 Indien de overlevering mede afhankelijk is van de instemming van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat of van een derde staat begint de in het eerste lid genoemde termijn te lopen vanaf de dag dat de vereiste instemming is ontvangen 3 In uitzonderlijke gevallen en onder opgave van redenen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit kan de rechtbank de termijn van zestig dagen met maximaal dertig dagen verlengen 4 Indien de rechtbank binnen de in het derde lid bedoelde termijn nog geen uitspraak heeft gedaan kan de rechtbank de termijn opnieuw verlengen voor onbepaalde tijd onder gelijktijdige schorsing onder het stellen van voorwaarden van de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon en inkennisstelling van de uitvaardigende autoriteit Artikel 23 1 Indien de officier van justitie reeds aanstonds van oordeel is dat de overlevering niet kan worden toegestaan op grond van het voorliggende Europees aanhoudingsbevel stelt hij de uitvaardigende autoriteit daarvan onmiddellijk in kennis 2 In alle andere gevallen vordert hij uiterlijk op de derde dag na de ontvangst van het Europees aanhoudingsbevel schriftelijk dat de rechtbank het aanhoudingsbevel in behandeling zal nemen Hij legt daartoe het Europees aanhoudingsbevel met bijbehorende vertaling en in voorkomend geval van de uitvaardigende justitiële autoriteit ontvangen aanvullende informatie aan de rechtbank over 3 Een afschrift van de krachtens het tweede lid vereiste vordering met als bijlage een kopie van het Europees aanhoudingsbevel de bijbehorende vertaling en in voorkomend geval de aanvullende informatie wordt aan de opgeëiste persoon betekend De eerste volzin geldt eveneens in het geval dat de officier van justitie naar aanleiding van een naderhand ontvangen ander Europees aanhoudingsbevel zijn vordering heeft aangevuld of gewijzigd Van de ontvangst van aanvullende stukken die in het dossier worden gevoegd wordt de opgeëiste persoon mededeling gedaan 4 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de officier naar aanleiding van een naderhand ontvangen uitleveringsverzoek zijn vordering heeft aangevuld of gewijzigd 5 Indien tegen de opgeëiste persoon in Nederland een strafvervolging gaande is voor het feit dat aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt zendt de officier van justitie eveneens een afschrift van zijn vordering ter kennisneming aan de officier van justitie die met de vervolging is belast met het verzoek hem onverwijld te informeren of de vervolging kan worden gestaakt 6 Indien tegen de opgeëiste persoon in Nederland een strafvervolging gaande is voor een ander feit dan aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt zendt de officier van justitie eveneens een afschrift van zijn vordering ter kennisneming aan de officier van justitie die met de vervolging is belast met het verzoek hem onverwijld te informeren over de stand van zaken met betrekking tot die vervolging Artikel 24 1 Dadelijk na de ontvangst van de in artikel 23 tweede lid bedoelde vordering bepaalt de voorzitter van de rechtbank rekening houdend met de termijnen genoemd in artikel 22 het tijdstip waarop de opgeëiste persoon door de rechtbank zal worden gehoord Hij kan daarbij diens medebrenging bevelen 2 De griffier van de rechtbank doet onverwijld aan de officier van justitie en aan de opgeëiste persoon mededeling van het voor het verhoor bepaalde tijdstip Die mededeling alsmede zo een bevel tot medebrenging is gegeven een afschrift van dat bevel wordt aan de opgeëiste persoon betekend 3 Indien niet blijkt dat de opgeëiste persoon reeds een raadsman heeft geeft de voorzitter aan het bureau rechtsbijstandvoorziening last tot toevoeging van een raadsman Artikel 25 1 Het verhoor van de opgeëiste persoon geschiedt in het openbaar tenzij deze een behandeling van de zaak met gesloten deuren verlangt of de rechtbank om gewichtige in het proces verbaal der zitting te vermelden redenen sluiting der deuren beveelt 2 Het verhoor heeft plaats in tegenwoordigheid van de officier van justitie 3 Bij zijn verhoor kan de opgeëiste persoon zich door zijn raadsman doen bijstaan 4 Is de opgeëiste persoon niet verschenen en acht de rechtbank zijn aanwezigheid bij het verhoor wenselijk dan gelast de rechtbank rekening houdend met de termijnen genoemd in artikel 22 tegen een door haar te bepalen tijdstip diens dagvaarding zo nodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging Artikel 26 1 De rechtbank onderzoekt de identiteit van de opgeëiste persoon alsmede de ontvankelijkheid van het Europees aanhoudingsbevel en de mogelijkheid van overlevering 2 De officier van justitie geeft ter zitting van de rechtbank zijn opvatting over de verzochte overlevering en legt een schriftelijke samenvatting waarin in voorkomend geval de beslissing tot staking van de vervolging is vermeld aan de rechtbank over De opgeëiste persoon en diens raadsman worden eveneens in de gelegenheid gesteld tot het maken van ter zake dienende opmerkingen omtrent het Europees aanhoudingsbevel en de in verband daarmede te nemen beslissingen 3 In geval van samenloop van Europese aanhoudingsbevelen vermeldt de officier van justitie eveneens aan welk van de Europese aanhoudingsbevelen voor zover de overlevering op basis daarvan kan worden toegestaan voorrang zal worden gegeven daarbij rekening houdend met het belang van een goede rechtsbedeling en voorts in het bijzonder met a de meerdere of mindere ernst van de verschillende feiten waarvoor de overlevering is gevraagd b de plaats of plaatsen waar de feiten zijn begaan c de data van de onderscheiden Europese aanhoudingsbevelen d het doel van de overlevering e de mate waarin de nationaliteit van de opgeëiste persoon een belemmering zal vormen voor verderlevering f de mogelijkheid dat de opgeëiste persoon nadat hij naar het grondgebied van een van de betrokken lidstaten is verwijderd vervolgens door de justitiële autoriteiten van die lidstaat ter beschikking wordt gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit van een andere lidstaat 4 Beweert de opgeëiste persoon niet schuldig te zijn aan de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht dan dient hij dat tijdens het verhoor aan te tonen en onderzoekt de rechtbank die bewering 5 Indien de rechtbank zulks met het oog op het door haar krachtens het eerste lid in te stellen onderzoek noodzakelijk acht gelast zij rekening houdend met de termijnen genoemd in artikel 22 zo nodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging tegen een door haar te bepalen tijdstip de dagvaarding of schriftelijke oproeping van getuigen of deskundigen Artikel 27 1 Op vordering van de officier van justitie kan de rechtbank ter zitting de gevangenneming van de opgeëiste persoon bevelen 2 Voordat het onderzoek ter zitting wordt gesloten beslist de rechtbank ambtshalve met inachtneming van het bepaalde in artikel 22 omtrent de gevangenhouding van de opgeëiste persoon zo deze in bewaring of in verzekering is gesteld Artikel 28 1 Uiterlijk zeven dagen na de sluiting van het onderzoek ter zitting doet de rechtbank uitspraak over de overlevering De uitspraak wordt met redenen omkleed 2 Bevindt de rechtbank hetzij dat het Europees aanhoudingsbevel niet voldoet aan de vereisten van artikel 2 hetzij dat de overlevering niet kan worden toegestaan hetzij dat ten aanzien van de opgeëiste persoon geen sprake kan zijn van een vermoeden van schuld aan de feiten waarvoor zijn overlevering is gevraagd dan weigert zij bij haar uitspraak de overlevering 3 In andere dan de in het tweede lid voorziene gevallen staat de rechtbank bij haar uitspraak overlevering toe tenzij zij van oordeel is dat met toepassing van het bepaalde in artikel 13 de overlevering dient te worden geweigerd 4 Indien uitvaardigende justitiële autoriteiten van twee of meer lidstaten de overlevering van dezelfde persoon hebben gevraagd bevestigt de rechtbank het oordeel van de officier van justitie aan welk van de Europese aanhoudingsbevelen voor zover de overlevering op basis daarvan kan worden toegestaan voorrang dient te worden gegeven tenzij naar het oordeel van de rechtbank de officier van justitie met inachtneming van de daarvoor gestelde criteria niet in redelijkheid tot zijn keuze heeft kunnen komen 5 In een uitspraak als bedoeld in dit artikel worden de toepasselijke wetsbepalingen alsmede in voorkomend geval het feit of de feiten waarvoor de overlevering wordt toegestaan en de letterlijke tekst van de door de uitvaardigende autoriteit afgegeven garanties bedoeld in artikel 6 eerste lid en in artikel 12 vermeld 6 Wordt de overlevering toegestaan niettegenstaande een bewering van de persoon overeenkomstig artikel 26 vierde lid dan vermeldt de uitspraak hetgeen de rechtbank te dien aanzien heeft bevonden Artikel 29 1 De uitspraak van de rechtbank is dadelijk uitvoerbaar tenzij er ten aanzien van de opgeëiste persoon een concurrerend uitleveringsverzoek of overleveringsverzoek van het Internationaal Strafhof of van een ander internationaal tribunaal is ontvangen dat in behandeling is genomen 2 Tegen de uitspraak van de rechtbank staat geen rechtsmiddel open anders dan beroep in cassatie in het belang der wet bedoeld in artikel 456 van het Wetboek van Strafvordering Artikel 30 1 De artikelen 37 tot en met 39 45 tot en met 49 50 eerste lid 260 eerste lid 268 269 vijfde lid 271 272 273 derde lid 274 tot en met 277 279 281 286 288 vierde lid 289 eerste en derde lid 290 tot en met 301 318 tot en met 322 324 tot en met 327 328 tot en met 331 345 eerste lid 346 357 362 363 en 365 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing 2 De in het eerste lid genoemde artikelen vinden geen toepassing voor zover deze betrekking hebben op een getuige wiens identiteit niet of slechts ten dele blijkt Artikel 31 1 De uitspraak van de rechtbank wordt aan de opgeëiste persoon die bij de voorlezing daarvan niet tegenwoordig is geweest betekend Daarbij wordt hem meegedeeld dat hij tegen de uitspraak geen rechtsmiddel kan instellen 2 Indien ten aanzien van de opgeëiste persoon een concurrerend uitleveringsverzoek of overleveringsverzoek van het Internationaal Strafhof of een ander internationaal tribunaal in behandeling is genomen wordt de opgeëiste persoon eveneens meegedeeld dat Onze Minister met inachtneming van artikel 35 van de Uitleveringswet respectievelijk artikel 31 van de Uitvoeringswet Internationaal Strafhof of andere toepasselijke wetgeving zal beslissen of aan de uitspraak van de rechtbank gevolg wordt gegeven dan wel of betrokkene wordt uitgeleverd respectievelijk wordt overgeleverd aan het Internationaal Strafhof of aan een ander internationaal tribunaal 3 De griffier van de rechtbank zendt uiterlijk drie dagen na de uitspraak het Europees aanhoudingsbevel met de daarbij behorende stukken terug aan de officier van justitie 4 In de gevallen bedoeld in het tweede lid zendt de griffier van de rechtbank tevens een afschrift van het Europees aanhoudingsbevel met de daarbij behorende stukken aan Onze Minister Artikel 32 De officier van justitie brengt de uitspraak van de rechtbank onverwijld ter kennis van de uitvaardigende justitiële autoriteit Indien de overlevering is toegestaan vermeldt hij hetzij de termijn waarbinnen de overlevering dient plaats te vinden hetzij het bestaan van een concurrerend uitleveringsverzoek of een overleveringsverzoek van het Internationaal Strafhof of een ander internationaal tribunaal D Voortgezette vrijheidsbeneming en feitelijke overlevering Artikel 33 Een krachtens artikel 27 bevolen vrijheidsbeneming wordt behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde beëindigd zodra a zulks door de rechtbank of door de officier van justitie ambtshalve of op verzoek van de opgeëiste persoon of diens raadsman wordt gelast b zij sedert de dag van de uitspraak tien dagen heeft geduurd tenzij de rechtbank op vordering van de officier van justitie de vrijheidsbeneming inmiddels heeft verlengd Artikel 34 1 Verlenging van de vrijheidsbeneming als bedoeld in artikel 33 onderdeel b kan voor ten hoogste tien dagen geschieden 2 In afwijking van het eerste lid kan de vrijheidsbeneming telkens worden verlengd met ten hoogste dertig dagen indien a ook de uitlevering is gevraagd of de overlevering door het Internationaal Strafhof of een ander internationaal tribunaal en Onze Minister nog niet op die verzoeken heeft beslist b de overlevering wel is toegestaan maar de feitelijke overlevering niet binnen de gestelde termijn heeft kunnen plaatshebben 3 De opgeëiste persoon wordt in de gelegenheid gesteld op de vordering tot verlenging te worden gehoord Artikel 35 1 Zo spoedig mogelijk na de uitspraak waarbij de overlevering geheel of gedeeltelijk is toegestaan maar niet later dan tien dagen na de datum van deze uitspraak wordt de opgeëiste persoon feitelijk overgeleverd De officier van justitie bepaalt na overleg met de uitvaardigende justitiële autoriteit de tijd en plaats 2 Indien door bijzondere omstandigheden de feitelijke overlevering niet binnen de in het eerste lid gestelde termijn kan plaatsvinden wordt in onderling overleg een nieuwe datum bepaald De feitelijke overlevering vindt alsdan uiterlijk tien dagen na de vastgestelde datum plaats 3 Feitelijk overlevering kan bij wijze van uitzondering achterwege blijven zolang er ernstige humanitaire redenen bestaan die aan de feitelijke overlevering in de weg staan in het bijzonder zolang het gelet op de gezondheidstoestand van de opgeëiste persoon niet verantwoord is om te reizen De uitvaardigende justitiële autoriteit wordt onverwijld hiervan in kennis gesteld De officier van justitie bepaalt na overleg met de uitvaardigende justitiële autoriteit de tijd en plaats waarop de feitelijke overlevering alsnog kan plaatsvinden De feitelijke overlevering vindt alsdan uiterlijk tien dagen na de vastgestelde datum plaats 4 De vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon wordt beëindigd na het verstrijken van de in het eerste tot en met derde lid genoemde termijnen Artikel 36 1 De beslissing omtrent de tijd en de plaats van de feitelijke overlevering wordt aangehouden indien en zolang tegen de opgeëiste persoon een strafrechtelijke vervolging in Nederland gaande is of een door een Nederlandse rechter tegen hem gewezen strafvonnis nog geheel of ten dele voor tenuitvoerlegging vatbaar is 2 In gevallen als voorzien in het eerste lid kan Onze Minister na advies van het openbaar ministerie bepalen dat en onder welke voorwaarden de opgeëiste persoon ten behoeve van diens berechting reeds aanstonds voorlopig ter beschikking van de uitvaardigende justitiële autoriteit kan worden gesteld 3 In geval van toepassing van het tweede lid bericht de officier van justitie dat de opgeëiste persoon voorlopig ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit met wie hij ook de daaraan verbonden voorwaarden schriftelijk overeenkomt 4 Ondergaat de opgeëiste persoon te wiens aanzien het derde lid wordt toegepast een vrijheidsstraf dan komt de tijd gedurende welke hij in het buitenland ter beschikking van de uitvaardigende justitiële autoriteit is in mindering op zijn straftijd Artikel 37 1 Indien zulks voor de toepassing van artikel 35 eerste of tweede lid noodzakelijk is wordt de opgeëiste persoon op bevel van de officier van justitie aangehouden voor ten hoogste drie dagen Indien de feitelijke overlevering niet binnen de termijn van drie dagen heeft kunnen plaatsvinden kan het bevel tot aanhouding door de officier van justitie eenmaal voor ten hoogste drie dagen worden verlengd 2 Na verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn door de officier van justitie kan deze uitsluitend op vordering van de officier van justitie door de rechtbank voor ten hoogste tien dagen worden verlengd 3 Een verlenging als bedoeld in het tweede lid kan alleen geschieden wanneer de feitelijke overlevering door bijzondere omstandigheden niet binnen de termijn van zes dagen ingevolge het eerste lid heeft kunnen plaatshebben Artikel 38 Bij de feitelijke overlevering deelt de officier van justitie aan de uitvaardigende justitiële autoriteit of in voorkomend geval aan de bevoegde centrale autoriteit de duur van de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon met het oog op zijn overlevering mee E Verkorte procedure Artikel 39 1 De opgeëiste persoon die in het Schengen informatiesysteem is gesignaleerd ter fine van aanhouding met het oog op zijn overlevering of ten aanzien van wie een Europees aanhoudingsbevel is ontvangen kan uiterlijk op de dag voorafgaande aan die welke overeenkomstig artikel 24 is bepaald voor zijn verhoor door de rechtbank verklaren dat hij instemt met zijn onmiddellijke overlevering 2 Een verklaring overeenkomstig het eerste lid kan op het moment van inverzekeringstelling worden afgelegd voor elke officier van justitie Nadien kan de verklaring uitsluitend worden afgelegd ten overstaan van de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam of de rechter commissaris De afgelegde verklaring kan niet worden herroepen 3 De opgeëiste persoon kan zich bij het afleggen van de verklaring doen bijstaan door een raadsman Hierop wordt zo hij zonder raadsman verschijnt zijn aandacht gevestigd door de justitiële autoriteit bevoegd tot het in ontvangst nemen van de verklaring 4 Voordat hij de verklaring aflegt wordt de opgeëiste persoon op de mogelijke gevolgen daarvan in het bijzonder het bepaalde in artikel 43 derde lid gewezen Van de verklaring wordt proces verbaal opgemaakt 5 De rechter commissaris ten overstaan van wie de verklaring is afgelegd zendt het proces verbaal daarvan onverwijld aan de officier van justitie Artikel 40 1 Uiterlijk tien dagen nadat een verklaring overeenkomstig artikel 39 is afgelegd beslist de officier van justitie of de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit van wie de signalering in het Schengen informatiesysteem of het Europees aanhoudingsbevel is uitgegaan 2 Het eerste lid blijft buiten toepassing a indien voor het feit of de feiten in verband waarmede de signalering is gedaan of het Europees aanhoudingsbevel is afgegeven ingevolge een der artikelen 6 tweede lid en 9 tot en met 11 geen overlevering kan worden toegestaan b indien blijkt dat tegen de opgeëiste persoon in Nederland een strafrechtelijke vervolging gaande is of dat tegen hem door een Nederlandse rechter een nog geheel of ten dele voor tenuitvoerlegging vatbaar strafvonnis is gewezen 3 Van elke beslissing genomen krachtens het eerste lid van dit artikel geeft de officier van justitie onverwijld kennis aan de uitvaardigende justitiële autoriteit Artikel 41 1 Indien de officier van justitie overeenkomstig artikel 40 heeft beslist dat de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit van de andere lidstaat blijft artikel 23 tweede lid buiten toepassing 2 Is de in artikel 23 tweede lid bedoelde vordering reeds bij de rechtbank ingediend dan wordt deze onverwijld ingetrokken De griffier van de rechtbank stelt alsdan het Europees aanhoudingsbevel met de daarbij behorende stukken weer in handen van de officier van justitie 3 Van het intrekken van de vordering geeft de officier van justitie kennis aan de opgeëiste persoon Artikel 42 1 Na de dag waarop hij de in artikel 39 bedoelde verklaring heeft afgelegd kan de opgeëiste persoon nog slechts gedurende ten hoogste twintig dagen in bewaring of in verzekering gesteld blijven 2 Het eerste lid blijft buiten toepassing indien de officier van justitie heeft beslist dat aan de verklaring geen gevolg zal worden gegeven en het Europees aanhoudingsbevel overeenkomstig artikel 23 tweede lid aan de rechtbank is overgelegd 3 De in het eerste lid van dit artikel gestelde termijn kan op vordering van de officier van justitie door de rechtbank telkens met ten hoogste dertig dagen worden verlengd uitsluitend wanneer de feitelijke overlevering door bijzondere omstandigheden niet binnen de termijn van twintig dagen bedoeld in het eerste lid heeft kunnen plaats hebben Artikel 43 1 In geval van toepassing van artikel 40 eerste lid bepaalt de officier van justitie na overleg met de bevoegde buitenlandse autoriteiten onverwijld de tijd en de plaats waarop de feitelijke overlevering zal geschieden 2 De officier van justitie kan zo nodig met het oog op de feitelijke overlevering krachtens deze paragraaf de aanhouding van de opgeëiste persoon bevelen voor ten hoogste drie dagen Indien de feitelijke overlevering niet binnen de termijn van drie dagen heeft kunnen plaatsvinden kan het bevel tot aanhouding door de officier van justitie eenmaal voor ten hoogste drie dagen worden verlengd Artikel 37 tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing 3 In geval van overlevering krachtens deze paragraaf is artikel 14 niet van toepassing Hoofdstuk III Overlevering aan Nederland Artikel 44 Elke officier van justitie in Nederland kan fungeren als uitvaardigende justitiële autoriteit Artikel 45 1 Bij of in een Europees aanhoudingsbevel dient door de uitvaardigende officier van justitie te worden verklaard a indien de opgeëiste persoon een onderdaan is van de uitvoerende lidstaat dat zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in Nederland tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld hij deze straf in de uitvoerende lidstaat zal mogen ondergaan b indien het Europees aanhoudingsbevel strekt tot de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis dat is gewezen zonder dat de verdachte in persoon is gedagvaard of anderszins in persoon in kennis is gesteld van de datum en plaats van de behandeling ter terechtzitting dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering in Nederland in de gelegenheid zal worden gesteld om een nieuw proces te verzoeken en aanwezig te zijn op de terechtzitting c indien het strafbare feit dat aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt is bedreigd met een levenslange vrijheidsstraf dat in voorkomend geval naar Nederlands recht de mogelijkheid bestaat van de toepassing van gratie op de opgelegde straf of maatregel 2 Aan een verklaring bedoeld in het eerste lid is iedere persoon of instantie die in Nederland is belast met een publieke taak gebonden Artikel 46 1 De uitvaardigende officier van justitie is bevoegd rechtstreeks contact te onderhouden met de uitvoerende justitiële autoriteit 2 Een signalering als bedoeld in artikel 4 draagt de uitvaardigende officier van justitie op aan de dienst internationale netwerken Sirene Nederland van het Korps landelijke politiediensten onder overlegging van een gewaarmerkt afschrift van het door hem afgegeven Europees aanhoudingsbevel Artikel 47 De uitvaardigende officier van justitie is met het oog op de behandeling en uitvoering van het door hem afgegeven Europees aanhoudingsbevel bevoegd de uitvoerende justitiële autoriteit op verzoek of eigener beweging aanvullende informatie te verstrekken en in voorkomend geval schriftelijk de voorwaarden overeen te komen in het geval de opgeëiste persoon voorlopig ter beschikking wordt gesteld Artikel 48 De voorwaarden die door de buitenlandse uitvoerende justitiële autoriteit in overeenstemming met het op 13 juni 2002 door de Raad vastgestelde kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie PbEG L 190 worden gesteld bij de overlevering van de opgeëiste persoon aan Nederland zijn verbindend voor iedere persoon of instantie die in Nederland is belast met een publieke taak Hoofdstuk IV Andere vormen van rechtshulp Afdeling 1 Op verzoek van het buitenland Artikel 49 1 Voorwerpen aangetroffen in het bezit van de opgeëiste persoon kunnen op verzoek van de uitvaardigende justitiële autoriteit in beslag worden genomen De inbeslagneming kan door elke officier of hulpofficier van justitie worden gelast 2 Indien de inbeslagneming niet in het arrondissement Amsterdam heeft plaatsgevonden wordt de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam daarvan in kennis gesteld en worden voorwerpen bij de overdracht van de opgeëiste persoon of indien dat onmogelijk is zo spoedig mogelijk daarna aan hem overgedragen 3 Bij de in artikel 23 tweede lid bedoelde vordering legt de officier van justitie een lijst van de in beslag genomen voorwerpen aan de rechtbank over Artikel 50 1 De rechtbank beslist bij haar uitspraak over de overlevering tevens over de afgifte dan wel de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen en vermeldt dit in haar uitspraak Afgifte van die voorwerpen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit kan alleen worden bevolen in het geval van inwilliging van het verzoek tot overlevering 2 Met het oog op de mogelijke rechten van derden kan de rechtbank ten aanzien van bepaalde voorwerpen beslissen dat afgifte slechts mag geschieden onder het beding dat die voorwerpen onmiddellijk zullen worden teruggezonden nadat daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik zal zijn gemaakt 3 In geval van overlevering overeenkomstig E van afdeling 2 van hoofdstuk II beslist de officier van justitie over de afgifte dan wel de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen Hij houdt daarbij overeenkomstig het tweede lid rekening met de mogelijke rechten van derden 4 Voorwerpen ten aanzien waarvan de rechtbank de overdracht heeft toegestaan worden ook overgedragen indien de opgeëiste persoon wegens overlijden of ontsnapping niet feitelijk kan worden overgeleverd Artikel 51 1 Vreemdelingen die ten behoeve van een strafrechtelijk onderzoek of de tenuitvoerlegging van een strafvonnis door de uitvoerende justitiële autoriteit van een lidstaat feitelijk worden overgeleverd aan de uitvaardigende justitiële autoriteit van een andere lidstaat of door een derde staat aan een andere lidstaat worden uitgeleverd kunnen met toestemming van de officier van justitie over Nederlands grondgebied worden vervoerd 2 Toestemming voor vervoer over land wordt gegeven door de officier van justitie mits de volgende gegevens zijn ontvangen a de identiteit en de nationaliteit van de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel is afgegeven of ten aanzien van wie een uitleveringsverzoek is gedaan b het bestaan van een Europees aanhoudingsbevel of van een uitleveringsverzoek aan een derde staat c de aard en wettelijke kwalificatie van het strafbare feit d een beschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is begaan met inbegrip van tijd en plaats 3 De in het tweede lid bedoelde toestemming wordt niet gegeven in gevallen waarin de door te voeren persoon staat gesignaleerd ter fine van overlevering aan een andere lidstaat dan die van bestemming aan het Internationaal Strafhof of aan een ander internationaal tribunaal of ter fine van uitlevering aan een derde staat 4 De doorvoer van Nederlanders kan slechts worden toegestaan voor zover hun overlevering krachtens deze wet mogelijk is en onder dezelfde waarborgen 5 De toestemming van de officier van justitie is niet vereist voor vervoer door de lucht waarbij geen landing op Nederlands gebied wordt gemaakt 6 In geval van een niet voorziene landing op Nederlands grondgebied kan de vreemdeling op verzoek van de hem begeleidende buitenlandse ambtenaren voorlopig worden aangehouden krachtens een bevel van de officier of hulpofficier van justitie Artikel 17 is van overeenkomstige toepassing 7 Het vervoer van de voorlopig aangehouden vreemdeling kan worden voortgezet zodra de officier van justitie de in het tweede lid bedoelde informatie heeft ontvangen en daartoe toestemming verleent Is de toestemming na afloop van de termijn van inverzekeringstelling nog niet verleend of binnen die termijn geweigerd dan wordt de vreemdeling terstond in vrijheid gesteld behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde Artikel 52 1 Bij vervoer te land overeenkomstig artikel 51 wordt de bewaking van de vreemdeling opgedragen aan Nederlandse ambtenaren 2 Indien het ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet mogelijk is het vervoer door Nederland zonder onderbreking voort te zetten kan de vreemdeling in afwachting van een passende gelegenheid tot vertrek naar elders zo nodig worden opgenomen in een huis van bewaring zulks op vertoon van een stuk waaruit de door de officier van justitie verleende toestemming tot het vervoer blijkt 3 De kosten verbonden aan het vervoer en de detentie worden in rekening gebracht bij de uitvaardigende justitiële autoriteit Artikel 53 1 Aan een verzoek van de uitvaardigende justitiële autoriteit om een opgeëiste persoon die op basis van een door hem afgegeven Europees aanhoudingsbevel is aangehouden voorafgaand aan diens overlevering te horen geeft door de officier van justitie zo veel mogelijk gevolg 2 Op het verhoor zijn de artikelen 552n en 552o van het Wetboek van Strafvordering en artikel 4 eerste tot en met derde lid van de EU rechtshulpovereenkomst 2000 van toepassing Artikel 54 1 De officier van justitie kan op verzoek van de uitvaardigende justitiële autoriteit toestaan dat een opgeëiste persoon die op basis van een Europees aanhoudingsbevel is aangehouden voorafgaand aan de beslissing over de overlevering tijdelijk ter beschikking wordt gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit voor het afleggen van een verklaring 2 De instemming van de opgeëiste persoon is daartoe vereist 3 De officier van justitie staat de tijdelijke terbeschikkingstelling niet toe indien de opgeëiste persoon daardoor niet aanwezig zou kunnen zijn op het door de rechtbank overeenkomstig artikel 24 eerste lid bepaalde tijdstip waarop de opgeëiste persoon zal worden gehoord 4 De officier van justitie bepaalt daartoe in overleg met de uitvaardigende justitiële autoriteit de duur van de terbeschikkingstelling en de voorwaarden waaronder de terbeschikkingstelling plaatsvindt Afdeling 2 Op verzoek van Nederland Artikel 55 Elke officier van justitie kan de uitvoerende justitiële autoriteit verzoeken voorwerpen aangetroffen in het bezit van degene wiens overlevering hij op basis van een signalering in het Schengen informatiesysteem of van een Europees aanhoudingsbevel heeft gevraagd in beslag te nemen en aan hem over te dragen Artikel 56 1 De officier van justitie die een Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd of een Europees aanhoudingsbevel of uitleveringsverzoek in behandeling heeft genomen zendt een verzoek om doorvoer van een opgeëiste persoon aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de Europese Unie over wiens grondgebied betrokkene moet worden vervoerd 2 Een verzoek om doorvoer dient de volgende gegevens te bevatten a de identiteit en de nationaliteit van de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel is afgegeven of ten aanzien van wie een uitleveringsverzoek is gedaan b het bestaan van een Europees aanhoudingsbevel of van een uitleveringsverzoek aan een derde staat c de aard en wettelijke kwalificatie van het strafbare feit d een beschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is begaan met inbegrip van tijd en plaats 3 Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de lidstaat over wiens grondgebied de doorvoer plaatsvindt worden de kosten van de doorvoer door de officier van justitie vergoed Artikel 57 1 De officier van justitie kan de uitvoerende justitiële autoriteit verzoeken om de persoon die op basis van een door hem afgegeven Europees aanhoudingsbevel is aangehouden voorafgaand aan de beslissing over diens overlevering a te horen in zijn aanwezigheid dan wel in de aanwezigheid van een door hem aangewezen vertegenwoordiger b tijdelijk over te brengen naar Nederland Artikel 58 1 In de gevallen

    Original URL path: http://www.teurlingsellens.nl/overlevering.php (2016-04-27)
    Open archived version from archive

  • Echtscheiding Scheiden Al vanaf 163,50 euro Strafrecht Teurlings & Ellens Advocaten : WOTS - Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafvonnissen Strafrecht Teurlings & Ellens Advocaten / EXTRADITION Lawyers Strafrecht Straf recht advocaat
    zien van de aanspraak op overmaking van het bedongen geldbedrag indien de verzoekende Staat aantoont dat de afgegeven voorwerpen zijn overgedragen aan derden rechthebbenden 3 De behandeling van een verzoek of vordering tot verlening van verlof door de raadkamer geschiedt in het openbaar Op de behandeling is het bepaalde in de zesde afdeling van Titel I van Boek I van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing 4 Beroep in cassatie kan door het openbaar ministerie worden ingesteld binnen veertien dagen na de dagtekening der beschikking en door de overige procesdeelnemers binnen veertien dagen na de dagtekening van de brief waarmee de beschikking is toegezonden Artikel 13d 1 Tot inbeslagneming als bedoeld in de artikelen 13a en 13b zijn bevoegd de rechter commissaris en voor zover die bevoegdheid niet aan de rechter commissaris is voorbehouden iedere officier van justitie en hulpofficier Op vordering van de officier van justitie kan de rechter commissaris de bevoegdheden uitoefenen welke hem uit hoofde van een gerechtelijk vooronderzoek toekomen 2 Het bepaalde in de artikelen 94b 94c 94d 97 102 103 104 114 116 117a 118 118b 119 552a 552c 552e en 556 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing Artikel 13e 1 Bij de overeenkomstige toepassing van de artikelen 552a onderscheidenlijk 552c van het Wetboek van Strafvordering treedt de rechter niet in een nieuw onderzoek naar de rechten van belanghebbenden indien daaromtrent door de buitenlandse rechter een uitspraak is gedaan De rechter kan echter wel in een dergelijk nieuw onderzoek treden indien a die uitspraak betrekking heeft op rechten terzake van in Nederland gelegen onroerende goederen of in Nederland te boek gestelde registergoederen b die uitspraak betreft de geldigheid de nietigheid of de ontbinding van in Nederland gevestigde rechtspersonen of de besluiten van hun organen c die uitspraak is gedaan zonder dat de belanghebbende tegen wie verstek werd verleend zo tijdig tevoren als met het oog op zijn verdediging redelijkerwijs nodig was van het geding officieel in kennis was gesteld d die uitspraak onverenigbaar is met een ter zake eerder in Nederland gewezen rechterlijke beslissing e erkenning van die uitspraak onverenigbaar zou zijn met de Nederlandse openbare orde 2 Indien en zolang ter zake van de rechten van een belanghebbende een procedure voor de rechter van de vezoekende vreemde Staat aanhangig is is deze in zijn klaagschrift of vordering niet ontvankelijk Artikel 13f 1 Tot het in behandeling nemen van verzoeken als bedoeld in deze afdeling is bevoegd de officier van justitie in het arrondissement waar de gevraagde handeling moet worden verricht Indien handelingen in meer dan één arrondissement moeten worden verricht is in elk van die arrondissementen de officier van justitie tot het in behandeling nemen van het gehele verzoek bevoegd De officier van justitie die het gehele verzoek in behandeling heeft genomen roept voor de uitvoering ervan zo nodig de tussenkomst in van het openbaar ministerie in andere rechtsgebieden In het belang van een doelmatige afdoening kan hij ook de behandeling van het verzoek overdragen aan zijn ambtgenoot in een ander arrondissement 2 Verzoeken als bedoeld in deze afdeling worden zo zij niet tot een officier van justitie zijn gericht door de geadresseerde onverwijld doorgezonden aan de officier van justitie in het arrondissement waar de gevraagde handeling moet worden verricht of waarin het verzoek is ontvangen 3 Klaagschriften als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering alsmede rechtsgedingen als bedoeld in artikel 552c van dat Wetboek dienen te worden aanhangig gemaakt bij de rechtbank van het arrondissement bij welke de officier van justitie is geplaatst bij wie het gehele verzoek in behandeling is Hoofdstuk III Procedure Afdeling A Behandeling van buitenlandse verzoeken tot tenuitvoerlegging Artikel 14 Indien de door de vreemde Staat overgelegde stukken naar het oordeel van Onze Minister onvoldoende zijn om op een verzoek tot tenuitvoerlegging een beslissing te nemen biedt hij de autoriteiten van de verzoekende Staat de gelegenheid binnen een door hem te stellen redelijke termijn aanvullende stukken of inlichtingen te verschaffen Artikel 15 1 Tenzij Onze Minister reeds aanstonds van oordeel is dat het verzoek om tenuitvoerlegging moet worden afgewezen stelt hij het met de daarbij behorende stukken in handen van de officier van justitie in wiens rechtsgebied de veroordeelde zijn woonplaats heeft of zich bevindt 2 Wanneer een verzoek om voorlopige aanhouding is voorafgegaan worden de stukken toegezonden aan de officier van justitie die in verband met dat verzoek reeds bij de zaak betrokken is geweest 3 Indien tegen de veroordeelde in Nederland een vervolging gaande is kunnen in afwijking van het voorgaande de stukken worden toegezonden aan de officier van justitie die met deze vervolging is belast 4 Is de veroordeelde een in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak bedoelde persoon dan zendt Onze Minister de stukken toe aan de officier van justitie bij de rechtbank die ingevolge die wet bevoegd is over die persoon rechtsmacht uit te oefenen 5 Betreft het verzoek de tenuitvoerlegging van een vermogenssanctie en is de veroordeelde een natuurlijke persoon zonder vaste woon of verblijfplaats in Nederland of een rechtspersoon waarvan het bestuur geen zitting of kantoor houdt in Nederland of waarvan het hoofd van het bestuur geen vaste woonplaats in Nederland heeft dan worden de stukken toegezonden aan de officier van justitie in wiens rechtsgebied voorwerpen aanwezig zijn waarop de sanctie tenuitvoer kan worden gelegd Wanneer een verzoek om inbeslagneming is voorafgegaan worden de stukken toegezonden aan de officier van justitie die dat verzoek in behandeling heeft genomen 6 Is op grond van de voorgaande leden voorshands geen bevoegde officier van justitie aan te wijzen dan zendt Onze Minister de stukken toe aan de officier van justitie te Amsterdam Artikel 16 Indien de officier van justitie die het verzoek tot tenuitvoerlegging heeft ontvangen van oordeel is dat het niet voor inwilliging vatbaar is of dat aanleiding bestaat gebruik te maken van een der in het toepasselijke verdrag omschreven gronden tot weigering van de tenuitvoerlegging brengt hij dit oordeel onverwijld vergezeld van zijn advies ter kennis van Onze Minister die daaromtrent beslist De officier van justitie deelt de veroordeelde die krachtens deze wet van zijn vrijheid is beroofd onverwijld mede op welke dag hij zijn advies aan Onze Minister heeft uitgebracht Afdeling B Behandeling van Nederlandse verzoeken tot tenuitvoerlegging in Nederland van in een vreemde Staat opgelegde sancties Artikel 17 1 Wanneer een vreemde Staat heeft bewilligd in de tenuitvoerlegging van een door deze opgelegde sanctie in Nederland stelt Onze Minister de door de autoriteiten van die Staat overgelegde stukken in handen van de officier van justitie in het arrondissement waarin de veroordeelde zijn vaste woon of verblijfplaats heeft of bij gebreke daarvan in die van de officier van justitie te Amsterdam 2 Is de veroordeelde een in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak bedoelde persoon dan zendt Onze Minister de stukken toe aan de officier van justitie bij de rechtbank die ingevolge die wet bevoegd is over die persoon rechtsmacht uit te oefenen Afdeling C Gerechtelijke procedure Artikel 18 1 De officier van justitie vordert binnen twee weken na de dag waarop hij de in artikel 15 of 17 bedoelde stukken heeft ontvangen schriftelijk dat de rechtbank verlof verleent tot tenuitvoerlegging Bij zijn vordering legt de officier van justitie de stukken aan de rechtbank over Een afschrift van de vordering wordt aan de veroordeelde betekend Bij zijn vordering legt de officier van justitie tevens een lijst van voorwerpen of vorderingen over die ingevolge afdeling B van Hoofdstuk II zijn in beslag genomen 2 De in het eerste lid gestelde termijn wordt geschorst van het tijdstip waarop de officier van justitie overeenkomstig artikel 16 adviseert aan Onze Minister tot het tijdstip waarop de officier van justitie van Onze Minister bericht ontvangt dat de tenuitvoerlegging dient te worden gevorderd 3 Indien de veroordeelde ingevolge deze wet van zijn vrijheid is beroofd eindigt de schorsing in elk geval na veertien dagen 4 Het in de vorige leden bepaalde is niet van toepassing indien de ten uitvoer te leggen sanctie uitsluitend bestaat uit een geldboete Artikel 19 1 De officier van justitie kan naar regelen te stellen bij algemene maatregel van bestuur de medewerking inroepen van personen en lichamen welke op het gebied van de reclassering of op dergelijk gebied werkzaam zijn en aan deze de nodige opdrachten geven 2 Heeft de veroordeelde de leeftijd van achttien jaren nog niet bereikt dan wint de officier van justitie omtrent diens persoonlijkheid en levensomstandigheden inlichtingen in bij de raad voor de kinderbescherming Artikel 20 1 De in artikel 18 bedoelde vordering wordt bij de politierechter aanhangig gemaakt tenzij naar het aanvankelijk oordeel van de officier van justitie a de zaak niet van eenvoudige aard is bepaaldelijk ten aanzien van de beoordeling van de strafbaarheid van het feit of van de veroordeelde naar Nederlands recht of b door de rechtbank een vrijheidsstraf dient te worden opgelegd waarvan het alsnog in Nederland ten uitvoer te leggen gedeelte de duur van een jaar overschrijdt 2 De politierechter is bevoegd ingevolge deze wet vrijheidsstraf van meer dan een jaar op te leggen mits het in Nederland ten uitvoer te leggen gedeelte van die straf de duur van een jaar niet overschrijdt 3 Indien de politierechter oordeelt dat de zaak door een meervoudige kamer van de rechtbank moet worden behandeld verwijst hij de zaak daar heen De zaak wordt alsdan op de bestaande vordering door de meervoudige kamer verder behandeld Artikel 21 1 De in artikel 18 bedoelde vordering wordt indien de veroordeelde op dat tijdstip de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt bij de kinderrechter aanhangig gemaakt tenzij naar het aanvankelijk oordeel van de officier van justitie en de kinderrechter a de zaak niet van eenvoudige aard is bepaaldelijk ten aanzien van de beoordeling van de strafbaarheid van het feit of van de veroordeelde naar Nederlands recht of b door de rechtbank een vrijheidsstraf dient te worden opgelegd waarvan het alsnog in Nederland ten uitvoer te leggen gedeelte de duur van zes maanden overschrijdt Maakt de officier van justitie zijn vordering bij de meervoudige kamer aanhangig dan neemt de kinderrechter aan het onderzoek ter terechtzitting deel 2 De kinderrechter is bevoegd ingevolge deze wet vrijheidsstraf van meer dan zes maanden op te leggen mits het in Nederland ten uitvoer te leggen gedeelte van die straf de duur van zes maanden niet overschrijdt 3 Indien de kinderrechter oordeelt dat de zaak door een meervoudige kamer van de rechtbank moet worden behandeld verwijst hij de zaak daar heen De zaak wordt alsdan op de bestaande vordering door de meervoudige kamer verder behandeld De kinderrechter neemt aan het onderzoek ter terechtzitting deel Artikel 22 Betreft de in artikel 18 bedoelde vordering een in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak bedoelde persoon dan geschiedt de behandeling daarvan overeenkomstig het bepaalde in artikel 20 voor de militaire politierechter dan wel de militaire kamer van de rechtbank die ingevolge die wet bevoegd is over die persoon rechtsmacht uit te oefenen Artikel 23 De politierechter de kinderrechter en de militaire politierechter bezitten elk de bevoegdheden die aan de voorzitter van een meervoudige kamer van de rechtbank toekomen Artikel 24 1 Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de in artikel 18 bedoelde vordering bepaalt de voorzitter van de rechtbank het tijdstip waarop de rechtbank een aanvang zal maken met de behandeling van de vordering Tussen de dag waarop de mededeling om ter terechtzitting te verschijnen aan de veroordeelde is betekend en die der terechtzitting moet een termijn van ten minste tien dagen verlopen 2 Met toestemming van de veroordeelde kan deze termijn worden verkort mits van deze toestemming uit een schriftelijke verklaring blijkt Artikel 25 De griffier van de rechtbank doet onverwijld aan de officier van justitie en aan de veroordeelde mededeling van het tijdstip dat voor de behandeling van de vordering is bepaald Daarbij wordt de veroordeelde van wie niet blijkt dat hij reeds een raadsman heeft opmerkzaam gemaakt op zijn bevoegdheid een of meer raadslieden te kiezen en op de mogelijkheden tot toevoeging van een raadsman alsmede op zijn recht op kennisneming van de processtukken Artikel 26 1 De officier van justitie en de veroordeelde zijn bevoegd ten behoeve van het onderzoek dat de rechtbank ingevolge deze wet heeft te verrichten en de beslissingen die zij heeft te nemen getuigen en deskundigen te doen oproepen 2 De officier van justitie kan bij met redenen omklede beslissing weigeren getuigen of deskundigen op te roepen indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat deze door de veroordeelde zijn opgegeven ten einde ter terechtzitting verklaringen af te leggen ter betwisting van feiten als bedoeld in artikel 28 derde lid De beslissing wordt onverwijld schriftelijk ter kennis van de veroordeelde gebracht Hij wordt daarbij opmerkzaam gemaakt op het bepaalde in artikel 28 zesde lid Artikel 27 1 De behandeling van de vordering heeft plaats in tegenwoordigheid van de officier van justitie De veroordeelde wordt in de gelegenheid gesteld daarbij aanwezig te zijn en kan zich door zijn raadsman doen bijstaan 2 De behandeling van de vordering geschiedt in het openbaar tenzij de rechtbank op verzoek van de veroordeelde of om gewichtige in het proces verbaal der zitting te vermelden redenen sluiting der deuren beveelt Artikel 28 1 De rechtbank onderzoekt de identiteit van de veroordeelde de ontvankelijkheid van de officier van justitie alsmede de mogelijkheid van tenuitvoerlegging in Nederland van de in het buitenland gewezen rechterlijke beslissing en de feiten en omstandigheden die voor haar beslissing van belang zijn 2 De officier van justitie en de veroordeelde en diens raadsman worden in de gelegenheid gesteld ter terechtzitting van de rechtbank te worden gehoord 3 De rechtbank is gebonden aan de vaststelling van de feiten die de buitenlandse rechter kennelijk aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd Zij treedt niet in een nieuw onderzoek naar deze feiten 4 De artikelen 260 eerste lid 268 269 vijfde lid 271 eerste lid 272 273 derde lid 274 tot en met 277 278 tweede lid 280 281 286 eerste vierde vijfde en zesde lid 293 299 300 301 eerste tweede vierde en vijfde lid 310 311 tweede tot en met vierde lid 315 tot en met 317 319 320 322 eerste en tweede lid 324 en 326 tot en met 331 van het Wetboek van Strafvordering vinden overeenkomstige toepassing 5 Indien getuigen zijn opgeroepen ter verkrijging van inlichtingen omtrent de persoonlijkheid van de veroordeelde of indien de rechtbank het noodzakelijk acht feiten te onderzoeken ter beoordeling van het bestaan van gronden die naar Nederlands recht doch niet naar dat van de vreemde Staat de strafbaarheid van het feit of de dader uitsluiten vinden voorts de artikelen 287 tweede lid 288 vierde lid 289 eerste tot en met derde lid 290 tot en met 292 294 tot en met 297 301 derde lid en 311 vijfde lid van het Wetboek van Strafvordering overeenkomstige toepassing 6 Indien de officier van justitie overeenkomstig artikel 26 tweede lid heeft geweigerd een getuige te doen oproepen kan de veroordeelde de rechtbank verzoeken alsnog de oproeping van de getuige te bevelen De rechtbank gaat hiertoe over indien zij van oordeel is dat de officier van justitie in redelijkheid niet tot zijn beslissing heeft kunnen komen 7 De in het derde en het vijfde lid genoemde artikelen vinden geen toepassing voor zover deze betrekking hebben op een getuige wiens identiteit niet of slechts ten dele blijkt 8 De officier van justitie legt na voorlezing een conclusie aan de rechtbank over Indien de conclusie strekt tot bewilliging in de tenuitvoerlegging omschrijft zij de straf of maatregel welke naar het oordeel van de officier van justitie in plaats van de buitenlandse sanctie behoort te worden opgelegd Tevens vermeldt de officier van justitie in dat geval met welk strafbaar feit naar Nederlands recht het feit op grond waarvan de veroordeelde aan een buitenlandse sanctie is onderworpen overeenkomt Artikel 29 1 Op vordering van de officier van justitie kan de rechtbank ter zitting de gevangenneming van de veroordeelde bevelen in gevallen waarin overeenkomstig artikel 8 voorlopige aanhouding mogelijk is 2 Voordat het onderzoek ter zitting wordt gesloten beslist de rechtbank ambtshalve over de gevangenhouding van de veroordeelde die krachtens deze wet voorlopig van zijn vrijheid is beroofd 3 Een krachtens een der vorige leden bevolen vrijheidsbeneming blijft na de uitspraak van de rechtbank van kracht totdat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan 4 Zij wordt behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde beëindigd a zodra zulks door de rechtbank of door de officier van justitie ambtshalve of op verzoek van de veroordeelde of diens raadsman dan wel door de Hoge Raad bij zijn beslissing op een beroep in cassatie wordt gelast b indien de duur van die vrijheidsbeneming gelijk is geworden aan de duur van de door de Nederlandse rechter opgelegde straf of maatregel Artikel 30 1 Bevindt de rechtbank a dat de overgelegde stukken niet voldoen aan de door het toepasselijke verdrag gestelde eisen b dat de veroordeelde zich met vrucht op een grond die naar Nederlands recht wel doch naar het recht van de vreemde Staat niet de strafbaarheid van het feit of de dader uitsluit had kunnen beroepen en dat hij geen gedwongen psychiatrische verpleging behoeft c dat de tenuitvoerlegging in Nederland op grond van het in een der in de artikelen 2 3 4 6 of 7 bepaalde niet kan plaatshebben of d in een geval waarin volgens het toepasselijke verdrag tenuitvoerlegging kan worden geweigerd dat bij afweging van alle betrokken belangen een beslissing tot tenuitvoerlegging in Nederland in redelijkheid niet kan worden genomen dan verklaart zij de tenuitvoerlegging ontoelaatbaar 2 De officier van justitie kan zolang het onderzoek ter terechtzitting niet is gesloten zijn vordering intrekken Hij stelt de veroordeelde van het intrekken van de vordering terstond in kennis 3 In andere dan de in de vorige leden voorziene gevallen verklaart de rechtbank de tenuitvoerlegging toelaatbaar zulks met vermelding van de toepasselijke wets en verdragsbepalingen De artikelen 345 met uitzondering van het vierde lid 346 en 347 van het Wetboek van Strafvordering vinden overeenkomstige toepassing 4 Indien de vordering is behandeld door een enkelvoudige kamer van de rechtbank vinden de artikelen 378 381 van het Wetboek van Strafvordering overeenkomstige toepassing behoudens voor zover deze artikelen betrekking hebben op een getuige wiens identiteit niet of slechts ten dele blijkt Is de vordering behandeld door een meervoudige kamer dan vindt artikel 362 van dat Wetboek overeenkomstige toepassing 5 De artikelen 363 365 van het Wetboek van Strafvordering vinden overeenkomstige toepassing Artikel 31 1 De rechtbank de tenuitvoerlegging toelaatbaar achtende verleent verlof tot tenuitvoerlegging van de buitenlandse rechterlijke beslissing en legt met inachtneming van het daaromtrent in het toepasselijke verdrag voorgeschrevene de straf of maatregel op welke op het overeenkomstige feit naar Nederlands recht is gesteld De uitspraak van de rechtbank wordt met redenen omkleed De uitspraak geeft voorts de bijzondere redenen op die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid en voorts zoveel mogelijk de omstandigheden waarop bij de vaststelling van de duur of de hoogte van de straf is gelet De artikelen 353 en 357 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing 2 Bij het opleggen van tijdelijke gevangenisstraf of hechtenis beveelt de rechtbank dat de tijd gedurende welke de veroordeelde in de vreemde Staat ter uitvoering van de hem aldaar opgelegde sanctie met het oog op zijn overbrenging naar Nederland en uit hoofde van deze wet van zijn vrijheid beroofd is geweest bij de uitvoering van die straf geheel in mindering zal worden gebracht De rechtbank kan een overeenkomstig bevel geven bij het opleggen van een geldboete Indien zij dit bevel geeft bepaalt zij in haar uitspraak volgens welke maatstaf de aftrek zal geschieden 3 De rechtbank zendt aan Onze Minister onverwijld een gewaarmerkt afschrift van haar uitspraak toe Artikel 31a 1 Verlof tot tenuitvoerlegging van een in de vreemde Staat opgelegde sanctie strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden beperkt tot de tenuitvoerlegging van de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat dat in omvang slechts een gedeelte van dat voordeel vertegenwoordigt 2 Indien de in de vreemde Staat opgelegde sanctie strekt tot de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel spreekt de rechtbank indien de vreemde Staat uitdrukkelijk heeft verzocht die sanctie slechts ten uitvoer te leggen op voorwerpen die dat voordeel vertegenwoordigen de verbeurdverklaring daarvan uit In dat geval is de rechtbank niet gebonden aan beperkingen ingevolge artikel 33a eerste lid onder a van het Wetboek van Strafrecht 3 Op uitspraken houdende een verbeurdverklaring is het bepaalde in de artikelen 552b 552d 552e en 552g van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing 4 Op uitspraken houdende de oplegging van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is het bepaalde in artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing 5 Artikel 13e is van overeenkomstige toepassing Artikel 32 1 Tegen de uitspraak van de rechtbank betreffende het verzoek tot tenuitvoerlegging kan zowel door de officier van justitie als door de veroordeelde beroep in cassatie worden ingesteld 2 Van verklaringen waarbij afstand wordt gedaan van het recht om beroep in cassatie in te stellen of waarbij een zodanig beroep wordt ingetrokken geeft de griffier van de rechtbank onverwijld kennis aan Onze Minister 3 De officier van justitie is op straffe van niet ontvankelijkheid verplicht om binnen een maand nadat hij beroep in cassatie heeft ingesteld bij de Hoge Raad een schriftuur in te dienen houdende zijn middelen van cassatie 4 De veroordeelde die cassatieberoep heeft ingesteld is op straffe van niet ontvankelijkheid verplicht om vóór de dienende dag bij de Hoge Raad door zijn raadsman een schriftuur te doen indienen houdende zijn middelen van cassatie 5 De voorzitter bepaalt na overleg met de procureur generaal de rechtsdag De procureur generaal doet de dag voor de behandeling van het beroep bepaald ten minste acht dagen vóór de rechtsdag aanzeggen aan de veroordeelde Deze termijn kan met toestemming van de veroordeelde worden bekort indien van die toestemming blijkt op overeenkomstige wijze als bepaald in artikel 265 tweede lid van het Wetboek van Strafvordering Bij gebreke van tijdige aanzegging wordt door de Hoge Raad de aanzegging van een nieuwe rechtsdag bevolen tenzij voor de veroordeelde een raadsman is verschenen In dat laatste geval kan op diens verzoek uitstel worden verleend 6 In de gevallen waarin op de zitting de behandeling van het beroep voor een bepaalde tijd wordt uitgesteld of geschorst heeft geen nieuwe aanzegging aan de veroordeelde plaats 7 De artikelen 431 432 434 eerste lid 438 439 440 eerste lid 441 442 443 444 449 eerste lid 450 451 451a 452 453 454 eerste tweede en derde lid 455 eerste lid en 456 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing 8 Indien de uitspraak waartegen beroep is ingesteld is gedaan door een enkelvoudige kamer wordt het beroep in cassatie behandeld door een uit drie raadsheren bestaande Kamer van de Hoge Raad 9 Indien de uitspraak van de rechtbank geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd doet de Hoge Raad in geval dat mogelijk is zelf de zaak af Indien de Hoge Raad de zaak niet zelf kan afdoen kan hij deze hetzij terugwijzen naar de rechtbank wier uitspraak vernietigd is hetzij verwijzen naar een andere arrondissementsrechtbank Alsdan vinden de artikelen 18 28 29 tweede lid 30 en 31 en de voorgaande leden van dit artikel wederom toepassing 10 De Hoge Raad zendt aan Onze Minister onverwijld een gewaarmerkt afschrift van zijn arrest toe 11 Indien de Hoge Raad de zaak verwijst naar een andere arrondissementsrechtbank blijft een krachtens artikel 29 bevolen vrijheidsbeneming onverminderd het bepaalde in het laatste lid van dat artikel van kracht tot het tijdstip waarop die rechtbank over de gevangenhouding beslist Artikel 33 Zodra de rechterlijke uitspraak betreffende de toelaatbaarheid van de tenuitvoerlegging in kracht van gewijsde is gegaan geeft de griffier van het gerecht dat de zaak het laatst heeft behandeld daarvan kennis aan Onze Minister De tenuitvoerlegging van een op grond van artikel 31 opgelegde straf of maatregel geschiedt met inachtneming van het bij of krachtens het Wetboek van Strafrecht het Wetboek van Strafvordering of enige bijzondere strafwet betreffende de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen bepaalde Afdeling D Buiten gerechtelijke procedures 1 Geldboeten Artikel 34 1 Indien de in de vreemde Staat opgelegde sanctie uitsluitend strekt tot de betaling van een geldboete eventueel onder bedreiging met een vervangende tot vrijheidsbeneming strekkende sanctie wordt deze ten uitvoer gelegd krachtens een beslissing van de officier van justitie 2 Alvorens een beslissing te nemen ingevolge het vorige lid stelt de officier van justitie de veroordeelde in de gelegenheid te worden gehoord 3 De officier van justitie drukt overeenkomstig het bepaalde in het toepasselijke verdrag het bedrag van de geldboete uit in Nederlandse valuta Indien het verdrag daaromtrent geen voorschriften bevat bepaalt de officier van justitie de hoogte van het bedrag volgens de wisselkoers die gold op het tijdstip van veroordeling in de vreemde Staat Als wisselkoers geldt de middenkoers van de op de koopmansbeurs te Amsterdam tot stand gekomen notering 4 Voor valuta waarvan de wisselkoers niet dagelijks op de koopmansbeurs te Amsterdam wordt genoteerd geldt de wisselkoers die wordt verkregen uit de waarde in speciale trekkingsrechten van de desbetreffende valuta op de laatste werkdag van de maand waarin de ten uitvoer te leggen sanctie in de vreemde Staat werd opgelegd Artikel 35 1 De ingevolge artikel 34 genomen beslissing en de dag waarop het daarbij vastgestelde bedrag moet worden voldaan worden vanwege de officier van justitie zo spoedig mogelijk aan de veroordeelde ter kennis gebracht 2 Tegen de beslissing van de officier van justitie kan de veroordeelde binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de beslissing hem bekend is een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank indien de opgelegde geldboete het bedrag van 22 50 overschrijdt 3 Het bezwaarschrift wordt behandeld door de politierechter Indien de politierechter oordeelt dat het bezwaarschrift door een meervoudige kamer van de rechtbank moet worden behandeld verwijst hij de zaak daar heen 4 Is het bezwaarschrift ingediend door een in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak bedoelde persoon dan wordt het behandeld door de militaire politierechter Indien de militaire politierechter oordeelt dat het bezwaarschrift door een meervoudige kamer van de rechtbank moet worden behandeld dan verwijst hij de zaak naar de militaire kamer 5 Op de wijze van indiening en intrekking van een bezwaarschrift zijn de artikelen 449 derde lid en 450 454 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing 6 Op de behandeling van het bezwaarschrift zijn de artikelen 25 26 27 28 en 30 van deze wet van overeenkomstige toepassing 7 Verklaart de rechtbank het bezwaar gegrond dan vernietigt zij de beslissing van de officier van justitie of vult deze aan met inachtneming van het bepaalde in artikel 24a van het Wetboek van Strafrecht Acht zij ondanks vernietiging de tenuitvoerlegging wel toelaatbaar dan doet zij wat de officier van justitie had behoren te doen In alle gevallen dat de rechtbank de tenuitvoerlegging van een geldboete toelaatbaar verklaart bepaalt zij tevens de duur van de vervangende hechtenis 8 De artikelen 32 en 33 van deze wet zijn toepasselijk Artikel 36 1 Beslissingen als bedoeld in artikel 34 kunnen zodra zij zijn genomen worden ten uitvoer gelegd tenzij het toepasselijke verdrag anders bepaalt Door het indienen van een bezwaarschrift binnen de daarvoor gestelde termijn wordt de tenuitvoerlegging opgeschort 2 Beslissingen genomen krachtens artikel 34 worden ten uitvoer gelegd met inachtneming van het bij of krachtens het Wetboek van Strafvordering omtrent de tenuitvoerlegging van geldboeten bepaalde met uitzondering van het derde lid van artikel 575 van dat Wetboek Artikel 37 Indien tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis moet worden overgegaan doet de officier van justitie met het oog daarop een vordering overeenkomstig artikel 18 tenzij de rechtbank krachtens artikel 35 zevende lid de duur van de vervangende hechtenis reeds heeft bepaald 2 Toezicht op de naleving van voorwaarden a overneming van het toezicht Artikel 38 1 Indien de officier van justitie aan wie op de voet van het bepaalde in artikel 15 een verzoek in handen is gesteld tot overneming van de uitoefening van toezicht op de naleving van voorwaarden in een vreemde Staat aan de veroordeelde opgelegd van oordeel is dat het geheel of gedeeltelijk niet voor inwilliging vatbaar is of dat aanleiding bestaat gebruik te maken van een der in het toepasselijke verdrag omschreven gronden tot weigering brengt hij dit oordeel onverwijld vergezeld van zijn advies ter kennis van Onze Minister die daaromtrent beslist 2 Indien aan het verzoek geheel of gedeeltelijk gevolg wordt gegeven wordt de kennisgeving van dit besluit aan de veroordeelde in persoon betekend Van zijn beslissing geeft de officier van justitie bericht aan Onze Minister Artikel 39 Indien de officier van justitie termen aanwezig acht om een opdracht te geven tot het verlenen van hulp en steun aan de veroordeelde wijst hij de daarmee te belasten reclasseringsinstelling aan Alvorens te beslissen wint hij het advies van deze instelling in Artikel 40 1 Het te houden toezicht strekt zich niet uit over de naleving van bijzondere voorwaarden gesteld bij de beslissing die aan het verzoek ten grondslag ligt welke in strijd zijn met het Nederlandse recht 2 Het toezicht wordt uitgeoefend met inachtneming van het bij of krachtens de artikelen 14b vierde lid 14d eerste lid en artikel 16 van het Wetboek van Strafrecht bepaalde 3 De aanvang en duur van de proeftijd worden bepaald naar het recht van de verzoekende Staat De proeftijd duurt in geen geval langer dan zij naar Nederlands recht had kunnen duren Artikel 41 1 Van iedere ernstige overtreding van de voorwaarden geeft de officier van justitie onverwijld kennis aan Onze Minister 2 Zodra de proeftijd is verstreken brengt de officier van justitie aan Onze Minister rapport uit omtrent de naleving van de voorwaarden b toepassing van buitenlandse voorwaardelijke beslissingen Artikel 42 De officier van justitie draagt behoudens het bepaalde in artikel 16 zorg dat overeenkomstig afdeling C van dit hoofdstuk wordt gehandeld indien hij een verzoek heeft ontvangen tot toepassing van een beslissing van een buitenlandse autoriteit op grond waarvan voorwaarden gelden waarvan overtreding kan of moet leiden tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing in een strafzaak 3 Onmiddellijke tenuitvoerlegging Artikel 43 1 Voor zover een verdrag daarin uitdrukkelijk voorziet kan op aanwijzing van Onze Minister de tenuitvoerlegging of verdere tenuitvoerlegging van een in een vreemde Staat opgelegde tot vrijheidsbeneming strekkende sanctie in Nederland plaatsvinden buiten toepassing van afdeling C van dit hoofdstuk 2 De in het vorige lid bedoelde aanwijzing kan slechts worden gegeven indien uit een door de veroordeelde ondertekende verklaring blijkt dat hij met zijn instemming naar Nederland is overgebracht met het oog op de tenuitvoerlegging of verdere tenuitvoerlegging van de hem opgelegde sanctie 3 De in het eerste lid bedoelde aanwijzing kan slechts worden gegeven nadat advies is ingewonnen van de bijzondere kamer van het gerechtshof te Arnhem bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie 4 Hangende de beslissing tot het geven van een aanwijzing kan de veroordeelde met toepassing van de artikelen 8 12 voorlopig van zijn vrijheid worden beroofd 5 De tenuitvoerlegging van de in het eerste lid bedoelde sanctie geschiedt op last van de officier van justitie aan wie op de voet van het bepaalde in de artikelen 15 of 17 de stukken in handen zijn gesteld Afdeling E Tenuitvoerlegging van bij verstek gewezen beslissingen Artikel 44 Verzoeken bedoeld in afdeling D par 2 die betrekking hebben op bij verstek gewezen rechterlijke beslissingen zijn niet voor inwilliging vatbaar tenzij de beslissing in hoger beroep is gewezen en het rechtsmiddel van hoger beroep door de veroordeelde tegen een op tegenspraak gewezen vonnis werd ingesteld Artikel 45 1 Een verzoek om tenuitvoerlegging van een in de verzoekende Staat bij verstek gewezen rechterlijke beslissing kan niet in behandeling worden genomen dan nadat deze beslissing vanwege de officier van justitie die het verzoek heeft ontvangen aan de veroordeelde in persoon is betekend Betekening vindt niet plaats indien het recht tot strafvervolging ter zake van het feit waarvoor de beslissing werd gewezen naar Nederlands recht zou zijn verjaard met dien verstande dat handelingen verricht in de verzoekende Staat die de verjaring aldaar stuiten of schorsen in Nederland dezelfde rechtskracht hebben Van de betekening worden de autoriteiten van de Staat waarvan het verzoek is uitgegaan schriftelijk in kennis gesteld 2 Voor zover een verdrag daarin voorziet kan de veroordeelde tegen een bij verstek gewezen rechterlijke beslissing als bedoeld in het vorige lid verzet doen bij de rechtbank van het arrondissement waarin hij zijn woonplaats heeft of daadwerkelijk verblijft gedurende een door het toepasselijke verdrag bepaalde termijn na de betekening Is de veroordeelde een persoon als bedoeld in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak dan kan deze verzet doen bij de rechtbank welke ingevolge die wet bevoegd is over die persoon rechtsmacht uit te oefenen 3 Verzet wordt gedaan door een verklaring af te leggen door de veroordeelde op het parket van het openbaar ministerie bij de in het vorige lid bedoelde arrondissementsrechtbank of bij aangetekende brief aan dat parket houdende op straffe van niet ontvankelijkheid de vermelding van de woon of verblijfplaats van de veroordeelde alwaar gerechtelijke stukken aan hem kunnen worden uitgereikt In geval van verzet bij aangetekende brief geldt als dag van verzet de dag van ontvangst van de brief ten parkette De artikelen 450 en 451a van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing 4 De officier van justitie stelt iedere tijdig afgelegde verklaring of ontvangen brief bedoeld in het vorige lid ter hand van de griffier die daarmee handelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 451 van het Wetboek van Strafvordering Artikel 46 1 Indien de veroordeelde overeenkomstig artikel 45 rechtsgeldig verzet heeft gedaan met het oog op een behandeling daarvan in de verzoekende Staat doet de griffier de akte van verzet onverwijld toekomen aan Onze Minister ter doorzending aan de verzoekende Staat 2 Indien de veroordeelde overeenkomstig artikel 45 rechtsgeldig verzet heeft gedaan met het oog op een behandeling daarvan in Nederland wordt het verzoek om tenuitvoerlegging van het in de verzoekende Staat bij verstek gewezen vonnis beschouwd als een door Onze Minister ingewilligd en op een verdrag gegrond verzoek tot strafvervolging Artikel 47 1 Aan de veroordeelde die overeenkomstig artikel 45 rechtsgeldig verzet heeft gedaan met het oog op een behandeling daarvan in Nederland wordt zo spoedig mogelijk een dagvaarding om ter terechtzitting van het in die dagvaarding aangeduide gerecht te verschijnen bij aangetekend schrijven toegezonden of in persoon betekend 2 Verschijnt hij ten dienenden dage niet in rechte dan wordt het verzet vervallen verklaard en vindt afdeling C onderscheidenlijk afdeling D toepassing tenzij de rechter bij niet verschijning van de veroordeelde schorsing van het onderzoek heeft bevolen teneinde deze indien hij verhinderd was het onderzoek bij te wonen daartoe alsnog in de gelegenheid te stellen 3 Indien de veroordeelde die in verzet is gekomen ten dienenden dage verschijnt wordt voor de toepassing van het Nederlandse recht de buitenlandse rechterlijke beslissing als vervallen beschouwd en de zaak overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering behandeld Afdeling F Bijzondere vormen van tenuitvoerlegging Artikel 48 Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip Artikel 49 Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip Artikel 50 Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip Hoofdstuk IV Overdracht van de tenuitvoerlegging van Nederlandse rechterlijke beslissingen Afdeling A Van Nederland uitgaande verzoeken Artikel 51 Indien het openbaar ministerie met de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing belast het in het belang van een goede rechtsbedeling gewenst acht dat een vreemde Staat een door de Nederlandse rechter opgelegde straf of maatregel ten uitvoer legt of verder ten uitvoer legt dan wel toezicht uitoefent op de naleving van door de Nederlandse rechter opgelegde voorwaarden geeft het onder overlegging van het voor tenuitvoerlegging vatbare vonnis of arrest en eventuele andere met het oog op de tenuitvoerlegging van belang zijnde stukken aan Onze Minister een met redenen omkleed advies tot overdracht van de tenuitvoerlegging of het toezicht aan die Staat Artikel 52 1 Behoudens het bepaalde in het volgende lid beslist Onze Minister zo spoedig mogelijk na de ontvangst van een advies als bedoeld

    Original URL path: http://www.teurlingsellens.nl/wots.php (2016-04-27)
    Open archived version from archive

  • Echtscheiding Scheiden Al vanaf 163,50 euro Strafrecht Teurlings & Ellens Advocaten : Cursus Hennep Touch and Feel
    Pensioen OTS Ondertoezichtstelling Personen Familierecht Arbeidsrecht Incasso Ondernemingsrecht Overig civiel recht Procederen kosten Civiel recht Gratis advies Rechtsbijstand Nuttige links Route naar kantoor FAQ Vacature Uitspraken Advies Cursus Opleidingen Aangehouden Voorkomen Strafrecht algemeen Uitleveringszaken WOTS zaken WetBOB Dutch Criminal Law Schadevergoeding na Vrijspraak Cursus Opleidingen Cursus Hennep Touch and Feel Cursus Janssen en Janssen Combicursus Telecom en Forensisch CURSUS HENNEP SMELL TOUCH AND FEEL Alle aspecten die relevant zijn voor de verdachte bij wie een wietplantage is aangetroffen komen aan bod voornamelijk strafrechtelijk verweren straffen ontneming fiscaal civiel ontruiming elektriciteitsmaatschappij bestuursrecht uitkeringen verklaring omtrent gedrag BIBOB Recente ontwikkelingen Het nieuwe art 11a Opiumwet de nieuwe Growshopwet stelt vanaf 1 maart 2015 alle handelingen die illegale hennepteelt voorbereiden en bevorderen strafbaar Praktische cursus waarbij u o a hennepplanten kunt zien ruiken en voelen Docenten André Beckers en Stef Bergmans beide advocaat te Sittard gespecialiseerd in hennepkwesties Datum woensdag 7 oktober 2015 Tijd 13 30 uur 18 00 uur ontvangst vanaf 13 00 uur lunch met broodjes drankjes en snacks Plaats Mercure Hotel Amsterdam aan de Amstel Joan Muyskenweg 10 Amsterdam Niveau Basis 4 punten punten tellen niet mee voor advocaat stagiaires Kosten 295 ex btw 45 ex btw korting voor NVSA

    Original URL path: http://www.teurlingsellens.nl/Cursus%20Hennep%20Touch%20and%20Feel.php (2016-04-27)
    Open archived version from archive

  • Echtscheiding Scheiden Al vanaf 163,50 euro Strafrecht Teurlings & Ellens Advocaten : Cursus Janssen en Janssen
    Touch and Feel Cursus Janssen en Janssen Combicursus Telecom en Forensisch GRATIS SCHRIFTELIJK ANNULEREN TOT AVOND VOOR DE CURSUS Praktijkgericht en Betaalbaar CURSUS STRAFRECHTERS JANSSEN JANSSEN Wat u altijd al wilde vragen aan een strafrechter Tips en tricks voor de strafrechtadvocaat Sprekers Dhr mr J H Jacco Janssen Senior Rechter A bij de Rechtbank Rotterdam Dhr G P C Geert Janssen Vice President bij de Rechtbank Amsterdam Tevens Mw mr

    Original URL path: http://www.teurlingsellens.nl/Cursus%20Janssen%20en%20Janssen.php (2016-04-27)
    Open archived version from archive

  • Echtscheiding Scheiden Al vanaf 163,50 euro Strafrecht Teurlings & Ellens Advocaten : Combicursus Telecom Forensisch onderzoek in strafzaken
    Gratis advies Rechtsbijstand Nuttige links Route naar kantoor FAQ Vacature Uitspraken Advies Cursus Opleidingen Aangehouden Voorkomen Strafrecht algemeen Uitleveringszaken WOTS zaken WetBOB Dutch Criminal Law Schadevergoeding na Vrijspraak Cursus Opleidingen Cursus Hennep Touch and Feel Cursus Janssen en Janssen Combicursus Telecom en Forensisch GRATIS SCHRIFTELIJK ANNULEREN TOT AVOND VOOR DE CURSUS Praktijkgericht en Betaalbaar CSI Combicursus Telecom Forensisch onderzoek in strafzaken Telecomgegevens zijn niet meer weg te denken uit strafzaken De heer Pluijmers legt de GSM techniek op een voor leken begrijpelijke manier uit Alle termen die u tegenkomt in het strafdossier komen aan de orde Ook aandacht voor de toepasbaarheid en betrouwbaarheid van telecom als bewijsmateriaal en het gebruik van buitengewone opsporingsmiddelen zoals de imsi catcher de stealth sms en spyware Daarnaast zal de heer ten Hove u inzicht bieden in de nieuwste forensische technologieën forensische verdedigingsstrategieën en discutabele forensische onderzoeksmethoden Docenten Getuige deskundigen Ir R Pluijmers en Ing J R ten Hove zijn werkzaam bij het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau als expert op het gebied van respectievelijk telecommunicatie en Forensisch onderzoek Zij geven advies aan advocaten en de rechterlijke macht Datum dinsdag 15 december 2015 Tijd 13 30 uur 18 00 uur ontvangst vanaf 13 00 uur lunch met

    Original URL path: http://www.teurlingsellens.nl/Combicursus.php (2016-04-27)
    Open archived version from archive



  •