archive-nl.com » NL » W » WATERSCHAPHOLLANDSEDELTA.NL

Total: 979

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Waterschap Hollandse Delta - Zoeken
    2015 Persoon Mevrouw M J van Maurik Marjo laatst gewijzigd 01 04 2015 Persoon De heer I F Klok Ies laatst gewijzigd 01 04 2015 Persoon De heer J H Kalle Hans laatst gewijzigd 01 04 2015 Persoon Vorige 1 2 3 4 Volgende Over ons Vacatures Contact zoeken zoeken tes test Home Nieuws Bekendmakingen Regelgeving Producten FAQ Werken bij ons Werk in uitvoering Actuele projecten van het waterschap Over

    Original URL path: http://www.waterschaphollandsedelta.nl/search/type/persondocument?pageNumber=1 (2015-12-02)
    Open archived version from archive


  • Waterschap Hollandse Delta - Zoeken
    besluit vaststelling richtlijnen mer pdf PDF 12399 kB laatst gewijzigd op26 09 2013 11 a4 bijlage 8 overzicht kapvergunning vesting pdf PDF 139 kB laatst gewijzigd op26 09 2013 02 notitie reijkwijdte en detailniveau dijkversterking hellevoetsluis pdf PDF 9821 kB laatst gewijzigd op26 09 2013 Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Volgende Over ons Vacatures Contact zoeken zoeken tes test Home Nieuws Bekendmakingen Regelgeving

    Original URL path: http://www.waterschaphollandsedelta.nl/search/type/exampleassetset?pageNumber=1 (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap Hollandse Delta - Zoeken
    26 10 2015 bekendmaking Het plaatsen van een tijdelijke grondkerende constructie en het realiseren van een aanbouw aan de Dorpsstraat 15 in Maasdam publicatiedatum 30 10 2015 bekendmaking Het asfalteren van de bestaande inrit naar de woning aan de Essendijk 70 in Rhoon publicatiedatum 30 10 2015 bekendmaking Het omleggen van MS en LS kabels aan de Zeedijk in Oudenhoorn en Zuidland publicatiedatum 30 10 2015 bekendmaking Tracéwijziging watervergunning D0029828 voor het leggen van een laagspanningskabel vanaf de traforuimte aan de Grotenoord naar de Veerweg 65 te Hendrik Ido Ambacht publicatiedatum 8 10 2015 bekendmaking Het plaatsen van een StandAloneCameraSysteem langs het Fietspad A16 A15 aan de westzijde van het Oosterpark te Ridderkerk publicatiedatum 22 9 2015 bekendmaking Het bouwen van een nieuwe woning en het aanbrengen van een tijdelijke grondkering aan de Bommelsedijk 58 te Achthuizen publicatiedatum 2 10 2015 bekendmaking Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Volgende Over ons Vacatures Contact zoeken zoeken tes test Home Nieuws Bekendmakingen Regelgeving Producten FAQ Werken bij ons Werk in uitvoering Actuele projecten van het waterschap Over het werk van het waterschap Veilige dijken duinen en kades Zuiveren van afvalwater Schoon en voldoende water Veilige wegen

    Original URL path: http://www.waterschaphollandsedelta.nl/search/type/oep?pageNumber=1 (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap Hollandse Delta - Zoeken
    geldig vanaf 30 9 2011 regelgeving Aanwijzingsbesluit belastingmedewerkers geldig vanaf 1 2 2013 regelgeving Aanwijzingsbesluit invorderingsambtenaar geldig vanaf 1 2 2013 regelgeving Aanstellingsbesluit onbezoldigd waterschapsambtenaar geldig vanaf 1 2 2013 regelgeving Vorige 1 2 3 4 5 6 Volgende Over ons Vacatures Contact zoeken zoeken tes test Home Nieuws Bekendmakingen Regelgeving Producten FAQ Werken bij ons Werk in uitvoering Actuele projecten van het waterschap Over het werk van het waterschap

    Original URL path: http://www.waterschaphollandsedelta.nl/search/type/cvdr?pageNumber=1 (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap Hollandse Delta - Regelgeving - Regelgeving
    afvalwater in contact staat met de buitenlucht j moedermeter debietmeter waarvan de installatie kan worden herleid naar de nationale volumestandaard van het Nederlands Meetinstituut k bewaartermijn de periode tussen het einde van het etmaal en het begin van de voorbehandeling ten behoeve van de uitvoering van de analyse l aantoonbaarheidsgrens laagste concentratie van de component in het monster waarvan de aanwezigheid nog met een bepaalde betrouwbaarheid kan worden vastgesteld zijnde 3x de spreiding van binnenlabreproduceerbaarheid A Wijze van meting bemonstering en monsterbehandeling Paragraaf 1 Algemeen De meet en bemonsteringsvoorzieningen verkeren in een goede staat worden regelmatig schoongemaakt en zijn altijd goed en veilig toegankelijk De meet en bemonsteringsvoorzieningen worden overeenkomstig onderstaande bepalingen respectievelijk NEN 6600 1 Water Monsterneming Deel 1 Afvalwater 2009 geïnstalleerd en onderhouden Een afvalwaterstroom kan zowel in een open als in een gesloten meetsysteem worden gemeten en bemonsterd In paragraaf 2 wordt nader ingegaan op de meting en in paragraaf 3 op de bemonstering In paragraaf 4 wordt nader ingegaan op de behandeling van het samengestelde etmaalverzamelmonster Paragraaf 2 Meting De meting betreft het debiet Het debiet wordt in de afvalwaterstroom gemeten Wanneer het niet mogelijk is om het debiet in de afvalwaterstroom te meten kan het debiet in plaats daarvan worden bepaald op basis van meting van de hoeveelheid water in het watertoevoersysteem van het bedrijf of van de bedrijfsonderdelen In het laatstbedoelde geval mag de per etmaal afgevoerde hoeveelheid afvalwater niet groter zijn dan de in dezelfde periode toegevoerde hoeveelheid water 2 1 Open meetsystemen Bij open meetsystemen wordt een meetput of een meetgoot toegepast Bij toepassing van een meetput gelden de volgende eisen 1 de momentane debieten in het etmaal gemeten bij overstorthoogten van minder dan 0 05 meter bedragen gesommeerd minder dan 5 van het gemeten debiet 2 de momentane debieten in het etmaal gemeten bij overstorthoogten van minder dan 0 125 meter bedragen gesommeerd minder dan 10 van het gemeten debiet Bij toepassing van een meetgoot bedragen de momentane debieten in het etmaal van minder dan 16 4 van het maximaal mogelijk momentane debiet gesommeerd minder dan 10 van het gemeten debiet De apparatuur voor de hoogtemeting wordt minimaal éénmaal per jaar bij overstorthoogten van 5 10 15 20 en 25 centimeter droog gekalibreerd In het kalibratierapport wordt voor elke overstorthoogte een vergelijking gemaakt tussen de gemeten hoeveelheid afvalwater gedurende de periode van het kalibreren en de bij de desbetreffende overstorthoogte met behulp van de afvoerrelatie van de meetvoorziening berekende hoeveelheid afvalwater over de periode van het kalibreren Zowel het absolute als het procentuele verschil wordt hierbij aangegeven Bij ultrasone hoogtemeting wordt ook de temperatuurmeting en de temperatuurcorrectie gecontroleerd en gecorrigeerd bij afwijking 2 2 Gesloten meetsystemen De momentane debieten in het etmaal van minder dan 10 van het maximaal mogelijk momentaan debiet bedragen gesommeerd minder dan 5 van het gemeten debiet Het gesloten meetsysteem is voorzien van een niet resetbare mechanische of elektronische pulsteller met back up voeding Registratie van momentane gegevens vindt plaats door middel van een printer een datalogger of andere vorm van geautomatiseerd systeem Inbouw Bij de inbouw van een nieuwe debietmeter in een gesloten meetsysteem wordt een affabriek kalibratierapport meegeleverd waarop naast de meterspecifieke kalibratiefactor óók de correctiefactor of meterconstante staat aangegeven Natte kalibratie in ingebouwde toestand vindt direct plaats na inwerkingstelling van de debietmeter Voorts worden aan de inbouw de volgende eisen gesteld a Bij het inbouwen wordt rekening gehouden worden met de mogelijkheid tot het uitvoeren van een natte kalibratie in situ b De lengte van de rechte leiding vóór de meetbuis bedraagt minimaal vijf maal de diameter van de meetbuis gerekend vanuit het hart van de meter c De lengte van de rechte leiding ná de meetbuis bedraagt minimaal twee maal de diameter van de meetbuis gerekend vanuit het hart van de meter d De diameter van de rechte leiding vóór en ná de meetbuis is exact gelijk aan de diameter van de meetbuis e Toegepaste pakkingen steken niet naar binnen toe uit f De meetbuis is dusdanig ingebouwd dat deze altijd volledig gevuld is met water g De meter is geaard door middel van een aardring dan wel met een aardelektrode die is ingebouwd in de meter Natte Kalibratie De meetapparatuur wordt tenminste éénmaal per drie jaar in ingebouwde toestand nat gekalibreerd In het jaar van natte kalibratie hoeft niet tevens een droge kalibratie te worden uitgevoerd Voor debietmeters in mobiele meetapparatuur vindt de natte kalibratie jaarlijks plaats in ingebouwde toestand bij minimaal de volgende vijf meetpunten 10 25 50 75 en 100 van het maximaal meetbereik op een ijkinstallatie of NKO geaccrediteerde instelling waarvan de installatie kan worden herleid naar de nationale volumestandaard van het Nederlands Meetinstituut NMi Voorts worden aan de natte kalibratie de volgende eisen gesteld 1 Minimaal éénmaal per drie jaar worden gesloten meetsystemen in ingebouwde toestand nat gekalibreerd Onder natte kalibratie wordt verstaan dat een vooraf nauwkeurig bepaalde hoeveelheid water door de te kalibreren meter wordt geleid waarbij deze hoeveelheid is vastgesteld bij een onder b genoemde instelling dan wel dat tijdelijk een tweede bij voorkeur op hetzelfde meetprincipe gebaseerd meetsysteem in serie wordt geplaatst en fungeert als moedermeter dan wel op een andere door de ambtenaar belast met de heffing goedgekeurde methode 2 Indien bij de natte kalibratie gebruik gemaakt wordt van een moedermeter wordt deze in ingebouwde toestand nat gekalibreerd bij minimaal de volgende vijf meetpunten 10 25 50 75 en 100 van het maximaal meetbereik De natte kalibratie vindt plaats op een ijkinstallatie van een ijkbevoegde of NKO geaccrediteerde instelling waarvan de installatie kan worden herleid naar de nationale volumestandaard van het Nederlands Meetinstituut NMi Ook wanneer de moedermeter nieuw is wordt deze gekalibreerd op één van de genoemde installaties waarbij de meter is ingebouwd in de meetset of meetwagen waarin deze in de praktijk zal worden ingezet 3 Het kalibratierapport van de moedermeter waaruit het onder b bepaalde moet blijken mag niet ouder zijn dan één jaar Dit kalibratierapport wordt bij die van het gekalibreerde meetsysteem gevoegd 4 Tijdens de natte kalibratie wordt zoveel water door het te kalibreren meetsysteem geleid dat minimaal 2 000 waarnemingen worden bereikt Bij gebruik van een moedermeter vindt de natte kalibratie plaats in het meetbereik waarin de te kalibreren meter onder normale bedrijfsomstandigheden functioneert 5 Tijdens de natte kalibratie worden de gemeten hoeveelheden water van de te kalibreren flowmeter én van de moedermeter wanneer daarvan sprake is door middel van printers of dataloggers met een frequentie van minimaal éénmaal per uur geregistreerd In geval van het toepassen van dataloggers worden ook de ruwe onbewerkte data bij het kalibratierapport gevoegd 6 Bij de natte kalibratie wordt ook de randapparatuur voor zover die betrokken is bij de registratie van de meetgegevens op een goede werking gecontroleerd Droge kalibratie Meetapparatuur voor debietmetingen wordt tenminste éénmaal per jaar droog gekalibreerd tenzij in dat jaar een natte kalibratie plaats vindt Voorts worden aan de droge kalibratie de volgende eisen gesteld 1 Bij een droge kalibratie wordt de weerstand of de geleidbaarheid tussen de elektroden gemeten Wanneer aan de hand van deze controle blijkt dat de meetbuis mogelijk vervuild is dient deze te worden gereinigd 2 Op het kalibratierapport van een droge kalibratie wordt de weerstand of de geleidbaarheid tussen de elektroden weergegeven Wanneer de meetbuis is gereinigd wordt deze waarde zowel vóór als ná het reinigen in het kalibratierapport vermeld 3 Bij de droge kalibratie wordt ook de werking van randapparatuur voor zover die betrokken is bij de registratie van de meetgegevens op een goede werking gecontroleerd 4 Wanneer bij een droge kalibratie blijkt dat de meetfout groter is dan 2 5 wordt het gesloten meetsysteem onmiddellijk in ingebouwde toestand nat gekalibreerd volgens de bepalingen welke van toepassing zijn bij een natte kalibratie Kalibratierapport Van een debietmeter moet het meest recente kalibratierapport bij de aangifte overgelegd worden Bij een natte kalibratie in ingebouwde toestand dat wil zeggen ter plekke op het bedrijf of als complete mobiele meetset op een ijkbank van een daartoe bevoegde instantie worden de volgende aspecten vastgesteld én gerapporteerd op het kalibratierapport de as found meetafwijking de gevonden meetafwijking eventuele hardwarematige aanpassingen nieuwe spoel etc de justering softwarematige aanpassing van de correctiefactor meterconstante de as left meetafwijking eventueel na hardwarematige aanpassing justering de eventueel nieuwe correctiefactor of meterconstante Paragraaf 3 Bemonstering 3 1 Algemeen instelling en uitvoering van apparatuur De bemonstering dient plaats te vinden met behulp van automatische monsternameapparatuur De bemonstering geschiedt in overeenstemming met NEN 6600 1 Water Monsterneming Deel 1 Afvalwater 2009 met dien verstande dat bemonstering door steekbemonstering niet is toegestaan tenzij anders is bepaald door de ambtenaar belast met de heffing Paragraaf 4 Monsterbehandeling 4 1 Algemeen De monsterbehandeling geschiedt in overeenstemming met NEN 6600 1 Water Monsterneming Deel 1 Afvalwater 2009 Conform paragraaf 9 van NEN 6600 1 dienen de afvalwatermonsters direct na monstername te worden geconserveerd verpakt en getransporteerd volgens NEN EN ISO 5667 3 De monsters worden gekoeld en in het donker bewaard tussen 1 en 5 C Van elk verzameld monster dient een representatief deel van 3 liter gedurende 24 uur in een goed gesloten vat fles bij maximaal 5 C in het donker te worden bewaard ten behoeve van contra analyse door het waterschap De monsterflessen bestemd voor analyse door de heffingplichtige en voor contra analyse vanwege de heffingsambtenaar van het waterschap worden om en om gevuld Op deze wijze wordt bewerkstelligd dat het monster voor de analyse op een heffingsparameter door de heffingplichtige en voor de desbetreffende contra analyse vanwege de heffingsambtenaar van het waterschap zoveel mogelijk identiek zijn 4 2 Conservering en maximale bewaartermijn De monsters uit het etmaalverzamelmonster worden tot en met het einde van de bewaartermijn geconserveerd op de wijze zoals is aangegeven in tabel A Als een monster uit het etmaalverzamelmonster wordt ingevroren of chemisch geconserveerd geschiedt dit binnen vier uur na afloop van het etmaal De eventuele voorschriften met betrekking tot chemische conservering gelden in aanvulling op de voorschriften met betrekking tot de conserveringstemperatuur gedurende de bewaartermijn In tabel A zijn tevens de maximale bewaartermijnen opgenomen die gelden voor de onderscheidenlijk uit te voeren analyses De voorbehandeling ten behoeve van een analyse vangt na het einde van het etmaal aan binnen de maximale bewaartermijn die bij de desbetreffende analyse in tabel A is vermeld De voorbehandeling van het monster ten behoeve van de analyse waaronder ondermeer wordt begrepen het ontdooien van bevroren monsters wordt uitgevoerd op een wijze en binnen een zodanige termijn dat daardoor de representativiteit van het monster niet wordt verstoord Een monster dat op één van de in tabel A opgenomen wijzen chemisch is geconserveerd wordt niet gebruikt voor één van de in tabel A opgenomen wijzen van analyse waarvoor op basis van tabel A geen of andere voorschriften op het vlak van de chemische conservering gelden Tabel A Het biochemisch zuurstofverbruik is weliswaar geen heffingsparameter voor de zuiveringsheffing maar wordt aangewend bij toepassing van berekeningsvoorschrift II van Onderdeel C van deze bijlage Op grond van dit berekeningsvoorschrift wordt de methode van het biochemisch zuurstofverbruik toegepast voor de bepaling van het percentage chemisch zuurstofverbruik van de biologisch niet of nagenoeg niet afbreekbare stoffen B Analysevoorschriften Paragraaf 1 Algemeen De analyses worden uitgevoerd in het representatieve monster dat is verkregen op de in onderdeel A van deze bijlage vermelde wijze Het onderzoek wordt in het water als zodanig uitgevoerd dus zonder dat daaruit bezinkbare of opdrijvende bestanddelen zijn verwijderd Er is in dit onderdeel verwezen naar normbladen uitgegeven door het Nederlands Normalisatie Instituut De publicatie van de normbladen wordt aangekondigd in de Nederlandse Staatscourant Een wijziging in een normblad wordt eerst van kracht op 1 januari van het jaar volgende op dat waarin de bekendmaking van de wijziging in de Nederlandse Staatscourant heeft plaatsgevonden De in tabel B vermelde aantoonbaarheidsgrenzen zijn de concentraties van de desbetreffende stoffen die bij de analyse ten minste aangetoond moeten kunnen worden Paragraaf 2 Analyse De analyse van het monster geschiedt op de wijze zoals die is aangegeven in tabel B Tabel B NB 1 NEN 6953 hoofdstuk 5 3 3 3 mag alleen worden toegepast op afvalmonsters met een soortelijke geleiding tot 1500 S cm en een zwevend stof gehalte tot 100 mg l NB 2 De in bovenstaande tabel B opgenomen aantoonbaarheidsgrenzen voor zware metalen zijn gebaseerd op een afvalwatermonster met een soortelijke geleiding tot 1500 S cm en een zwevend stof gehalte tot 100 mg l Bij afvalwatermonsters met een matrix die groter is dan genoemde waarden voor geleiding en zwevende stof kan een hogere aantoonbaarheidsgrens gelden C Berekeningsvoorschriften I Berekeningswijze van het aantal vervuilingseenheden 1 Zuurstofbindende stoffen artikel 6 derde lid Het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik wordt berekend door het totale aantal kilogrammen zuurstofverbruik van de in het kalenderjaar afgevoerde zuurstofbindende stoffen te delen door 54 8 kilogram Het aantal kilogrammen zuurstofverbruik van de gedurende een etmaal afgevoerde zuurstofbindende stoffen wordt berekend volgens de formule In deze formule wordt verstaan onder Q het aantal m 3 afgevoerd afvalwater per etmaal CZV het chemisch zuurstofverbruik bepaald volgens de in onderdeel B van deze bijlage vermelde analysevoorschriften in mg l NKj de som van ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens de in onderdeel B van de deze bijlage vermelde analysevoorschriften in mg l 1 Andere dan zuurstofbindende stoffen artikel 6 vierde lid Het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot de andere dan zuurstofbindende stoffen wordt berekend door het totale aantal kilogrammen van deze in het kalenderjaar afgevoerde stoffen te delen door respectievelijk 1 1 00 kilogram voor de stoffen chroom koper lood nikkel zilver en zink 2 0 100 kilogram voor de stoffen arseen kwik en cadmium 3 20 0 kilogram voor de stof fosfor De afgevoerde hoeveelheden per etmaal voor de hierboven onder b genoemde stoffen worden bepaald met behulp van de formule In deze formules wordt verstaan onder Q het aantal m 3 afgevoerd afvalwater per etmaal C de concentratie van de desbetreffende stoffen in mg l bepaald op de onder B omschreven wijze 1 Indien de CZV waarde voor ten minste 25 afkomstig is van biologisch niet of nagenoeg niet afbreekbare stoffen in het afvalwater wordt op die waarde een correctie toegepast door deze te vermenigvuldigen met de breuk T het percentage CZV afkomstig van biologisch niet of nagenoeg niet afbreekbare stoffen bepaald volgens de beleidsregels ten aanzien van de toepassing van de T correctie III Bij de bepaling van het aantal etmalen in artikel 8 wordt gebruik gemaakt van de volgende formule n het berekende aantal meetdagen N het aantal dagen per jaar waar op wordt afgevoerd σn spreidingspercentage in de meetwaarden uitgedrukt ten opzichte van de gemiddelde hoeveelheid zuurstofverbruik van de onderzoeksresultaten gedurende het heffingsjaar tso toelaatbare statistische onnauwkeurigheid 35 e 0 000175 VeO met dien verstande dat VeO vervangen kan worden door respectievelijk VeZ en VeG waarbij VeO vervuilingswaarde van de afgevoerde zuurstofbindende stoffen VeG vervuilingswaarde van de afgevoerde stoffen chroom koper lood nikkel zilver en zink VeZ vervuilingswaarde van de afgevoerde stoffen arseen cadmium en kwik Bijlage II behorende bij de Verordening zuiveringsheffing Waterschap Hollandse Delta 2015 vastgesteld bij besluit van het Algemeen Bestuur van 27 november 2014 Tabel afvalwatercoëfficiënten artikel 122k derde lid Waterschapswet Toelichting op de verordening zuiveringsheffing waterschap Hollandse Delta 2015 A ALGEMEEN De maatregelen om verontreiniging van oppervlaktewater tegen te gaan zijn onder te verdelen in actief beheer het feitelijk transporteren en zuiveren van afvalwater alsmede het verbranden van zuiveringsslib en passief beheer vergunningverlening toezicht en controle handhaving waterkwaliteitsbeheersplannen Het zuiveren van stedelijk afvalwater is zoals blijkt uit artikel 3 4 eerste lid van de Waterwet een taak die bij het waterschap is ondergebracht De financiering daarvan de Waterschapswet spreekt van de behartiging van de taak inzake het zuiveren van afvalwater gebeurt uit de opbrengst van de zuiveringsheffing waarvoor de bepalingen zijn opgenomen in de artikelen 122c tot en met 122k van de Waterschapswet Zuiveringsheffing wordt geheven voor indirecte lozingen Dat wil zeggen dat het afvalwater niet rechtstreeks naar oppervlaktewater wordt afgevoerd maar indirect via de gemeentelijke riolering en de zuiveringsinstallatie of transportleidingen van het waterschap Alle overige activiteiten die niet tot het zuiveren en of transporteren van afvalwater behoren zijn ondergebracht in de zorg voor het watersysteem De kosten daarvan worden hoofdzakelijk bestreden uit de opbrengst van de watersysteemheffing artikel 117 van de Waterschapswet Voor een klein deel worden de watersysteemkosten gedekt uit de opbrengst van de verontreinigingsheffing De relevante bepalingen betreffende de verontreinigingsheffing zijn opgenomen in Hoofdstuk 7 van de Waterwet In artikel 7 2 vijfde lid Waterwet is bepaald dat de opbrengst van de verontreinigingsheffing ten goede komt aan het watersysteem Verontreinigingsheffing wordt geheven ter zake van directe lozingen op oppervlaktewater B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING Considerans Bevoegdheid algemeen bestuur Uitsluitend het algemeen bestuur is bevoegd tot het vaststellen van de belastingverordening Dit vloeit voort uit artikel 110 van de Waterschapswet Het dagelijks bestuur is belast met de voorbereiding van de belastingverordening artikel 84 van de Waterschapswet Wettelijke grondslag De wettelijke basis voor het door waterschappen heffen van de zuiveringsheffing ligt in hoofdstuk XVIIb van de Waterschapswet Voorts zijn in hoofdstuk 6 van het Waterschapsbesluit nog enkele nadere regels gesteld Begripsbepalingen Artikel 1 Om duidelijkheid te scheppen over een aantal in de verordening voorkomende begrippen en om de leesbaarheid van de tekst te bevorderen is van deze begrippen een omschrijving gegeven in artikel 1 Daarbij is aangesloten bij de begripsbepalingen in artikel 122c van de Waterschapswet Onderdeel a Voor de omschrijving van stoffen is verwezen naar de stoffen genoemd in artikel 6 In dat artikel zijn de stoffen opgenomen die door het waterschap in de heffing worden betrokken alsmede de gewichtseenheden van die stoffen Onderdeel b Onder riolering wordt verstaan het gemeentelijk rioolstelsel zoals dat wordt bedoeld in artikel 10 33 eerste lid van de Wet milieubeheer Dit kan worden beheerd door de gemeente zelf of door een rechtspersoon in opdracht van de gemeente Onderdeel c Een zuiveringtechnisch werk is voor de Waterschapswet een voorziening voor het zuiveren of het transporteren van afvalwater Het begrip omvat naast afvalwaterzuiveringsinstallaties ook gemalen persleidingen vrijvervalleidingen open en dichte afvoergoten en pompstations ten behoeve van het afvalwater Ook voorzieningen voor individuele behandeling van afvalwater IBA s vallen onder het begrip zuiveringstechnisch werk De gemeentelijke riolering wordt hier niet onder begrepen zie onderdeel b waarbij het begrip riolering is gedefinieerd Onderdeel d Afvoeren is het brengen van stoffen op een riolering of op een zuiveringstechnisch werk in beheer bij het waterschap Onderdeel e Dit onderdeel regelt wat onder een woonruimte moet worden verstaan Niet elke bewoonde ruimte kan als woonruimte worden aangemerkt Een woonruimte wordt geacht te zijn bestemd om als een afzonderlijk geheel te voorzien in woongelegenheid Of dit het geval is moet blijken uit de inrichting van de ruimte In deze definitie wordt tot uitdrukking gebracht dat het moet gaan om een ruimte die zelfstandig bruikbaar is en derhalve niet meer dan bijkomstig afhankelijk is van elders in het gebouw aanwezige voorzieningen die voor de woonfunctie wel van wezenlijk belang zijn Hierbij moet worden gedacht aan het met gebruikers van andere ruimten delen van faciliteiten als kookgelegenheid sanitair of bad en douchegelegenheid Dit komt vaak in onder meer studentenhuizen en pensions voor In een dergelijke situatie kan niet worden gesproken van een woonruimte in de zin van deze verordening Zie hiervoor ook de arresten van de Hoge Raad van 23 juli 1984 BNB 1984 282 Belastingblad 1984 blz 544 8 februari 1995 BNB 1995 92 Belastingblad 1995 blz 202 10 januari 1996 BNB 1996 77 Belastingblad 1996 blz 168 Dat het begrip woonruimte ruim moet worden uitgelegd valt af te leiden uit het arrest van de Hoge Raad van 29 mei 1991 waarin een kajuitzeilschip als woonruimte werd aangemerkt BNB 1991 213 Belastingblad 1991 blz 479 Onderdeel f Bij de omschrijving van het begrip bedrijfsruimte is gekozen voor een negatieve formulering om een zo groot mogelijke reikwijdte aan het begrip te geven Alles wat geen woonruimte is moet als een bedrijfsruimte worden aangemerkt Zo is bijvoorbeeld ook een stuk landbouwgrond als een bedrijfsruimte aangemerkt Hof s Gravenhage 17 maart 1993 Belastingblad 1993 blz 457 In een ogenschijnlijk soortgelijke situatie oordeelde de rechter echter anders Hierbij ging het om een kavel los land deels akkerbouw deels weiland dat niet als bedrijfsruimte kon worden aangemerkt Er stonden namelijk geen opstallen op en voor de exploitatie maakte de agrariër gebruik van machines die elders in de schuur achter zijn boerderij werden gestald Hierdoor was hij meer dan bijkomstig afhankelijk van elders aanwezige voor de bedrijfsexploitatie wezenlijke voorzieningen Hof s Gravenhage 18 februari 1997 Belastingblad 1997 blz 729 Of daar ook sprake van was bij de zandopspuiting wordt uit de casus niet duidelijk Het Hof stelde alleen vast dat er sprake was van het afvoeren van met slib verontreinigd perswater en liet de aanslag in stand Hof Arnhem 22 augustus 1997 Belastingblad 1997 blz 745 Voor de vraag of sprake is van één of van twee bedrijfsruimten is onder andere van belang het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 1995 BNB 1995 233 Belastingblad 1995 blz 627 waarin een bij twee verschillende personen in gebruik zijnde stortplaats als één bedrijfsruimte werd aangemerkt Daarbij speelde onder andere een rol het feit dat de stortplaats maar één ingang heeft om de gehele stortplaats een hek staat en er geen deugdelijke afscheiding is tussen beide delen van de stortplaats Onderdeel g De inspecteur is het bestuursorgaan aan wie de wetgever door middel van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de bevoegdheid tot het opleggen van aanslagen en het doen van uitspraak op bezwaarschriften heeft geattribueerd In artikel 123 van de Waterschapswet wordt onder meer de Algemene wet inzake rijksbelastingen van toepassing verklaard voor het heffen van belastingen door waterschappen Dit artikel bepaalt voorts dat de bevoegdheden van de inspecteur toekomen aan de daartoe aangewezen ambtenaar van het waterschap Die aanwijzing geschiedt bij een door het dagelijks bestuur te nemen aanwijzingsbesluit Tevens kan op grond van het vijfde lid van artikel 124 van de Waterschapswet een ambtenaar van een gemeenschappelijke regeling worden aangesteld als ambtenaar belast met de heffing Behalve het opleggen van aanslagen en het doen van uitspraak op bezwaarschriften komt krachtens deze verordening aan de ambtenaar belast met de heffing ook de bevoegdheid tot het afgeven van meetbeschikkingen toe artikel 7 en verder Onderdeel h Ingevolge artikel 122c onderdeel g van de Waterschapswet is voor de toepassing van de zuiveringsheffing een drinkwaterbedrijf een bedrijf als bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Drinkwaterwet Onderdeel i Behalve via nutsbedrijven wordt ook op andere wijze water verkregen Zo wordt op steeds grotere schaal door bedrijven voor sanitair gebruik hemelwater opgevangen Omdat dit water na gebruik wordt afgevoerd dient het eveneens in de berekening van de vervuilingswaarde te worden betrokken Ditzelfde geldt voor warm tapwater zie onderdeel k Onderdeel j In artikel 3 4 Waterwet is de zuivering van stedelijk afvalwater opgenomen Waar in deze verordening wordt gesproken van afvalwater wordt hiermee stedelijk afvalwater bedoeld Onderdeel k In de Drinkwaterwet komt het begrip warm tapwater voor artikel 1 eerste lid Dit is water voor huishoudelijk gebruik dat door een leverancier wordt opgewarmd alvorens het aan de consument wordt geleverd Door de Drinkwaterwet wordt warm tapwater nadrukkelijk uitgezonderd van het begrip drinkwater Het is echter wel water dat na gebruik wordt afgevoerd en valt daarom binnen de ratio van ingenomen water zie onderdeel i Bijlagen Artikel 2 De grondslag voor de zuiveringsheffing wordt gevormd door de hoeveelheid en de hoedanigheid van de stoffen die worden afgevoerd Als heffingsmaatstaf geldt de vervuilingswaarde van de stoffen die in een kalenderjaar worden afgevoerd uitgedrukt in vervuilingseenheden Zoals blijkt uit artikel 122g van de Waterschapswet is de hoofdregel dat het aantal vervuilingseenheden wordt vastgesteld met behulp van door middel van meting bemonstering en analyse verkregen gegevens In Bijlage I zijn nadere regels gesteld over de wijze van meting bemonstering analyse en berekening Zie in dit verband ook de artikelen 7 8 en 9 van de verordening In de artikelen 122h 122i en 122k van de Waterschapswet is ook een aantal uitzonderingen op deze hoofdregel gegeven Deze uitzonderingen in casu voor woonruimten kleine bedrijfsruimten glastuinbouwbedrijven en bedrijven met een vervuilingswaarde van 1 000 vervuilingseenheden en minder zijn eveneens in deze verordening opgenomen Voor bedrijven met een vervuilingswaarde met betrekking tot het zuurstofverbruik van 1 000 vervuilingseenheden en minder kan onder voorwaarden de berekening van het aantal vervuilingseenheden plaatsvinden met behulp van de tabel afvalwatercoëfficiënten en dus niet door middel van meting bemonstering en analyse Deze tabel is opgenomen in artikel 122k derde lid van de Waterschapswet en volledigheidshalve eveneens in Bijlage II De wijze waarop deze tabel moet worden toegepast is geregeld in artikel 10 De Bijlagen I en II maken deel uit van de verordening Belastbaar feit en heffingsplicht Artikel 3 Eerste lid De opbrengst van de zuiveringsheffing dient ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan het zuiveren van afvalwater De zuiveringsheffing is daarmee primair een bestemmingsheffing met een retributief karakter Het belastbare feit is het afvoeren van stoffen dat wil zeggen het direct of indirect afvoeren van stoffen op een zuiveringstechnisch werk in beheer bij het waterschap Om beheerder en daarmee heffingsbevoegd te zijn is het niet vereist dat de juridische eigendom van het zuiveringstechnisch daadwerkelijk bij het waterschap berust Dit is met name van belang is situaties waar sprake is van zogeheten grensoverschrijdend afvalwater het afvalwater ontstaat in het gebied van het ene waterschap en wordt afgevoerd naar een zuiveringstechnisch werk van een ander waterschap In een dergelijk geval is het ontvangende waterschap bevoegd om degene die de stoffen heeft afgevoerd in de zuiveringsheffing te betrekken Hierdoor kan de situatie ontstaan dat ten aanzien van hetzelfde adres aanslagen worden opgelegd door verschillende waterschappen Die veelal ongewenste situatie kan worden voorkomen door het sluiten van een medebeheersovereenkomst tussen de betrokken waterschappen waarin onder andere de wederzijdse financiële verplichtingen worden vastgelegd Het waterschap waar het afvalwater ontstaat wordt daardoor ook beheerder van het ontvangende zuiveringstechnisch werk en daardoor heffingsbevoegd Hoge Raad 11 december 1991 nr 27 512 Belastingblad 1992 blz 350 Ook wordt de zuiveringsheffing aangemerkt als een directe belasting Dat is noodzakelijk voor de toepasselijkheid van de bepalingen inzake de richtige heffing in hoofdstuk VI van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Tweede lid Heffingsplichtig zijn degenen die afvoeren Dit afvoeren kan op verschillende wijzen plaatsvinden Voor de omschrijving van de belastingplicht wordt daarbij een koppeling gemaakt met het object van waaruit wordt afgevoerd Aan de hand van de feitelijke omstandigheden moet worden beoordeeld wie gebruiker is Ingeval er meerdere gebruikers zijn is het noodzakelijk dat de ambtenaar belast met de heffing of het dagelijks bestuur beleidsregels opstelt op grond waarvan één van de gebruikers als heffingsplichtige kan worden aangewezen Deze beleidsregels moeten worden gepubliceerd zodat ze kenbaar zijn voor de heffingsplichtigen Ingeval van het ontbreken van dergelijke beleidsregels kan de keuze van het waterschap voor één van de gebruikers als willekeurig en onredelijk worden aangemerkt wat tot vernietiging van de aanslag kan leiden Zie voor nadere informatie over dit onderwerp en mogelijkheden voor de inhoud van de beleidsregels de brief van de Unie van Waterschappen aan de leden waterschappen van 23 maart 1995 nr 951476 Belastingblad 1995 blz 326 Onderdeel a Vindt het afvoeren plaats vanuit een woonruimte of vanuit een bedrijfsruimte dan is de gebruiker van die ruimte aan de heffing onderworpen Het komt voor dat een woonruimte of een bedrijfsruimte aan een gebruiker wordt verhuurd waarbij één van de voorwaarden luidt dat de belastingen waar onder de zuiveringsheffing worden gedragen door de verhuurder Dergelijke overeenkomsten doen niet af aan de heffingsplicht de gebruiker blijft heffingsplichtig Deze kan op grond van de huurovereenkomst zelf het bedrag van de aanslag terugvorderen bij de verhuurder De omschrijving van woonruimte is ook dusdanig dat er geen misverstand kan bestaan dat studentenhuizen met onzelfstandige wooneenheden dienen te worden aangemerkt als bedrijfsruimte waarvoor de verhuurder op grond van artikel 3 derde lid onderdeel c in de heffing kan worden betrokken Zie ook Hoge Raad 23 juli 1984 BNB 1984 282 Belastingblad 1984 blz 544 en Hoge Raad 8 februari 1995 BNB 1995 92 In zijn arrest van 1 mei 1991 oordeelde de Hoge Raad dat als gebruiker van een bedrijfsruimte in de zin van de verordening slechts kan worden aangemerkt degene die zich daadwerkelijk min of meer duurzaam te eigen behoeve van de bedrijfsruimte kan bedienen Daarom kon de aannemer die in opdracht van de landeigenaar op een stuk grond werkzaamheden uitvoert om deze geschikt te maken voor de bollenteelt niet als gebruiker worden aangemerkt BNB 1991 188 Belasting blad 1991 blz 478 Ook kan het gebruik van een woonruimte of van een bedrijfsruimte er op zijn gericht om die voor kortere perioden ter beschikking te stellen van wisselende opeenvolgende gebruikers In dergelijke gevallen is de verhuurder exploitant belastingplichtig Onderdeel b Vindt het afvoeren niet vanuit een woonruimte of vanuit een bedrijfsruimte plaats dan is degene die afvoert heffingsplichtig Deze bepaling komt overeen met die in artikel 122d tweede lid onderdeel b van de Waterschapswet Dit artikel komt weer overeen met de bepaling in artikel 7 2 tweede lid onderdeel c uit de Waterwet Deze bepaling is in het verleden in de Wet verontreiniging oppervlaktewateren oud ingevoerd nadat was gebleken dat incidenteel afvoeren vanuit een tankauto niet als afvoeren vanuit een bedrijfsruimte kon worden aangemerkt Bovendien bleek in de praktijk het achterhalen van de identiteit van de achterliggende vervuiler niet altijd mogelijk te zijn evenals het vaststellen van individuele vervuilingswaarden indien de stoffen van meer dan één adres afkomstig zijn In die gevallen biedt deze bepaling soelaas omdat degene die feitelijk afvoert in het geval van een tankauto dus de vervoerder rechtstreeks in de heffing kan worden betrokken Door de gekozen formulering zijn overigens niet alleen lozingen vanuit tankauto s aan de heffing onderworpen maar ook alle andere denkbare wijzen van afvoeren anders dan vanuit een woonruimte of een bedrijfsruimte Zo valt ook het afvoeren vanuit een zuiveringstechnisch werk onder de ratio van deze bepaling Derde lid Onderdeel a Wanneer er met betrekking tot dezelfde woonruimte sprake is van meerdere gebruikers wijst de ambtenaar belast met de heffing voor het opleggen van de aanslag één van hen aan als belastingplichtige De criteria op grond waarvan die belastingplichtige wordt aangewezen liggen vast in beleidsregels Onderdeel b Wanneer een onzelfstandig deel van een bedrijfsruimte in gebruik is gegeven aan een ander dan kan degene die dit in gebruik heeft gegeven de aan dat deel toe te rekenen zuiveringsheffing verhalen op degene die het in gebruik heeft Hierbij kan worden gedacht aan bedrijfsverzamelgebouwen en dergelijke Onderdeel c Wanneer het gaat om een woonruimte of een bedrijfsruimte die voor kortere perioden aan wisselende opeenvolgende gebruikers ter beschikking wordt gesteld kan de heffingsplichtige de zuiveringsheffing verhalen op degenen aan wie hij de ruimte ter beschikking heeft gesteld Vierde lid In verreweg de meeste gevallen vindt het afvoeren naar het zuiveringstechnisch werk van het waterschap plaats via de gemeentelijke riolering Dit vierde lid voorziet er in dat in dergelijke gevallen niet de gemeente maar degene die via de riolering heeft afgevoerd in de heffing wordt betrokken De gemeente zelf is alleen heffingsplichtig voor zover het gaat om het afvoeren vanuit objecten waarvan de gemeente als gebruiker kan worden aangemerkt Vijfde lid Hier wordt aangegeven waar de opbrengst van de zuiveringsheffing naast het financieren van het zuiveren van afvalwater aan kan worden besteed Zesde lid Het waterschap kiest er om doelmatigheidsredenen voor om het afvoeren vanuit objecten die het zelf in gebruik heeft vrij te stellen van de zuiveringsheffing Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsevenredigheid Artikel 4 Eerste lid Hoewel de zuiveringsheffing een tijdvakheffing is ontstaat bij woonruimten en kleine bedrijfsruimten de materiële belastingschuld door de regeling in het eerste lid toch bij het begin van het heffingsjaar Dit heeft als voordeel dat al in het heffingsjaar zelf aanslagen kunnen worden opgelegd formalisering van de belastingschuld en dat niet gewacht hoeft te worden tot het heffingsjaar voorbij is Bij een tijdvakbelasting is het echter niet zonder meer mogelijk om een definitieve aanslag gedurende het heffingsjaar op te leggen omdat de omvang van de belastingschuld pas na afloop van het heffingsjaar bekend is Dit blijkt uit een aantal uitspraken van de belastingrechter Zie hiervoor Hoge Raad van 2 november 1994 inzake precariorechten BNB 1995 12 Belastingblad 1994 blz 819 Hof Amsterdam 15 december 1995 inzake liggeld woonschepen Belastingblad 1996 blz 331 en Hof Amsterdam 23 april 1997 Belastingblad 1997 blz 495 inzake zuiveringsheffing Uit deze jurisprudentie valt af te leiden dat om een definitieve aanslag al in het heffingsjaar zelf op te leggen de heffingsverordening in een aantal zaken moet voorzien Het gaat hierbij om een regeling op grond waarvan de belastingschuld wordt geacht bij het begin van het heffingsjaar te ontstaan artikel 4 eerste lid een regeling op grond waarvan aanspraak op ontheffing bestaat indien de heffingsplicht in de loop van het jaar eindigt voor woonruimten is dit geregeld in artikel 4 derde en vierde lid en voor kleine bedrijfsruimten voorziet artikel 15 tweede lid daar in een regeling op grond waarvan aanspraak op vermindering bestaat indien de heffingsmaatstaf in de loop van het heffingsjaar wijzigt voor woonruimten is dit geregeld in artikel 16 derde en vierde lid en voor kleine bedrijfsruimten in artikel 15 tweede lid Indien in de heffingsverordening dergelijke bepalingen ontbreken kan een waterschap in het heffingsjaar wel voorlopige aanslagen opleggen Artikel 13 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen geeft hiertoe de bevoegdheid Tweede lid De vervuilingswaarde van een woonruimte wordt forfaitair vastgesteld op drie vervuilingseenheden en bij bewoning door één persoon op één vervuilingseenheid artikel 16 eerste lid De zuiveringsheffing is echter een tijdvakbelasting Dit betekent dat wanneer de heffingsplicht zich niet gedurende het gehele heffingstijdvak voordoet dit gevolgen heeft voor de berekening van de hoogte van de verschuldigde heffing Artikel 122h zesde lid van de Waterschapswet bepaalt dat wanneer de heffingsplicht in de loop van het jaar aanvangt de heffingsplichtige aan de heffing wordt onderworpen voor een evenredig gedeelte van het vastgestelde aantal vervuilingseenheden In de verordening is aangegeven op welke wijze dat evenredig deel wordt vastgesteld Derde lid Wanneer de heffingsplicht in de loop van het jaar eindigt dan is de heffing op grond van artikel 122h zesde lid van de Waterschapswet eveneens voor een evenredig deel verschuldigd Er is tevens voorzien in de mogelijkheid om uit oogpunt van efficiency voor geringe bedragen geen ontheffing te verlenen Vierde lid Wanneer ná het opleggen van de aanslag de heffingsplicht in de loop van het jaar eindigt is de ambtenaar belast met de heffing niet in de gelegenheid geweest om daar bij het vaststellen van de aanslag rekening mee te houden Artikel 132 van de Waterschapswet geeft aan op welke wijze de heffingsplichtige aanspraak kan maken op ontheffing Op de aanvraag zoals die kan worden ingediend moet worden beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking Dit opent voor de heffingsplichtige in voorkomende gevallen de volledige fiscale rechtsgang Hiermee is deze procedure uit het oogpunt van de rechtsbescherming van de heffingsplichtige met voldoende waarborgen omkleed Vijfde lid Wanneer de heffingsplichtige verhuist naar een andere woonruimte van waaruit eveneens wordt afgevoerd zijn zowel het tweede als het derde lid van toepassing Er kan immers worden gesteld dat ook in dat geval sprake is van het eindigen van de heffingsplicht en het opnieuw ontstaan van de heffingsplicht Dit zou resulteren in een vermindering van een al opgelegde en mogelijk zelfs al betaalde aanslag voor de oude woning en een nieuwe aanslag voor de nieuwe woning Om pragmatische redenen is bepaald dat in een dergelijk geval het tweede en het derde lid niet van toepassing zijn De aanslag verhuist dan als het ware mee Uiteraard gaat dit niet op wanneer vanuit de nieuwe woning op een oppervlaktewater in beheer bij het waterschap wordt afgevoerd dan is de verontreinigingsheffing verschuldigd Heffingsjaar Artikel 5 In artikel 5 is bepaald dat het heffingsjaar gelijk is aan het kalenderjaar Dit is wettelijk voorgeschreven zodat een afwijkende regeling in de verordening niet meer mogelijk is Aangifte Artikelen 5a en 5b Artikel 127 eerste lid van de Waterschapswet schrijft voor dat de uitnodiging tot het doen van aangifte geschiedt door het uitreiken van een aangiftebiljet Het tweede lid van dat artikel schrijft voor dat het doen van aangifte geschiedt

    Original URL path: http://www.waterschaphollandsedelta.nl/cvdr/280521_3/Verordening+zuiveringsheffing+waterschap+Hollandse+Delta+2015.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap Hollandse Delta - Regelgeving - Regelgeving
    c het wegmeubilair zijnde de door of namens de onderhoudsplichtige of beheerder van de weg in op boven of naast de onder a bedoelde verharding aangebrachte voorzieningen met een doel of strekking overeenkomende met het gestelde in lid 1 van dit artikel d de beplanting met inbegrip van de wortels welke door of namens de onderhoudsplichtige of beheerder van de weg is aangebracht 2 Gebods en verbodsbepalingen aanleggen en veranderen van een weg Artikel 4 3 Gebruik aanleg beschadigen en veranderen van een weg Het is verboden zonder vergunning van het bestuur om a een weg te gebruiken in strijd met het doel daarvan b een weg aan te leggen en of veranderingen aan de weg aan te brengen c enig werk aan te brengen te houden te veranderen of te verwijderen boven op in naast of onder de weg d stoffen modder voorwerpen dieren of beplantingen aan te brengen of te hebben e standplaats in te nemen met een voertuig kraam of tent voor verblijf of verkoop van waren 3 Overige bepalingen betreffende gebruik van en onderhoud aan wegen Artikel 4 4 Recht van beplanting Degene die een recht van beplanting op een weg heeft is verplicht a van zijn voornemen tot het planten vellen of rooien ten minste dertig dagen tevoren schriftelijk kennis te geven aan het bestuur b zich bij de uitvoering te gedragen naar de gegeven voorschriften en aanwijzingen Artikel 4 5 Onderhoudsplicht 1 De verplichting tot onderhoud van een weg rust op degene die daarmee is belast bij of krachtens wettelijk voorschrift of ingevolge een overeenkomst ontheffing of vergunning 2 De verplichting tot onderhoud van beplanting op een weg rust op de rechthebbende op die beplanting indien die rechthebbende niet is aan te merken als onderhoudsplichtige krachtens het eerste lid 3 Het bestuur kan ter bescherming van de weg en het veilige gebruik ervan voorschriften geven waaraan onderhoudsplichtige derden zich bij de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden dienen te houden Artikel 4 6 Omvang onderhoud 1 Het onderhoud van de wegen omvat al hetgeen nodig is om de wegen in een goede staat te houden in het belang van de vrijheid van het verkeer en van de instandhouding de bruikbaarheid en de veiligheid van de wegen een en ander met inachtneming van hetgeen omschreven is in de wegenlegger als bedoeld in de Wegenwet 2 Tot het houden van de wegen in goede staat behoort onder meer a het in zodanige staat houden van de kunstwerken dat zij voor de goede toestand van de weg geen gevaar opleveren b het in een tegen de achtergrond afstekende kleur bewerkt houden van leuningen van bruggen en andere kunstwerken c het in goede staat houden van de weguitrusting en de wegmarkering 3 De rechthebbende op beplanting op wegen draagt er zorg voor dat a deze het uitzicht voor het verkeer niet belemmert b geen takken over de verkeersbaanuitsteken op geringere hoogte dan 4 m c geen takken over de bermen en paden uitsteken op geringere hoogte dan 3 m d deze de wegverharding niet beschadigt of verontreinigt dan wel op enigerlei andere wijze gevaar of hinder voor het verkeer oplevert Artikel 4 7 Gedoogbepalingen onderhoud en uitvoering van werkzaamheden 1 De eigenaren van wegen of van nabij wegen gelegen percelen zijn verplicht voor zover zulks nodig is ten behoeve van werkzaamheden vanwege het waterschap ter behartiging van de opgedragen wegenzorg a degenen die met het onderhoud van wegenwerken zijn belast op hun percelen toe te laten b materieel waaronder machines op hun percelen toe te laten c tijdelijke werken en verrichtingen in en op hun percelen toe te laten 2 Van de uit te voeren werken en verrichtingen gewoon onderhoud en spoedeisende gevallen uitgezonderd worden de eigenaren van gronden en de in artikel 4 6 genoemde gerechtigden tot de desbetreffende gronden ten minste twee maal vierentwintig uren van tevoren schriftelijk in kennis gesteld 4 Vergunningen en Algemene regels Artikel 4 8 Algemene regels Het bestuur kan voor de verplichtingen bedoeld in de artikelen 4 3 tot en met 4 6 algemene regels stellen die mede kunnen inhouden een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de in deze artikelen genoemde geboden of nadere regels met betrekking tot deze verplichtingen zoals een meldingsplicht Artikel 4 9 Compensatievoorschrift Het bestuur kan aan een vergunning het voorschrift verbinden dat de houder van die vergunning een betaling of een andere compensatie verricht met het oog op de bescherming van de belangen waarvoor het vereiste van een vergunning is gesteld Artikel 4 10 Geen vergunning voor beheershandelingen Geen vergunning is vereist voor handelingen die plaatshebben door of in opdracht van het bestuur ten behoeve van aan het waterschap op grond van de Waterschapswet en het reglement voor het waterschap 2008 opgedragen wegenbeheer Hoofdstuk 5 Toezicht en handhaving A rtikel 5 1 Aanwijzing toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze keur zijn belast de daartoe door het bestuur aangewezen ambtenaren van het waterschap of andere personen Artikel 5 2 Schouw Door of namens het bestuur kan schouw worden gevoerd over de waterstaatswerken en over de bij het waterschap in beheer zijnde wegen volgens een door dat bestuur vastgesteld schema Het bestuur kan indien het dat nodig acht besluiten een extra schouw te voeren Het bestuur stelt de datum van de schouw vast en maakt die ten minste twee weken tevoren bekend door een algemene bekendmaking De in het derde lid voorgeschreven bekendmaking kan in spoedeisende gevallen voor de aanvang van een extra schouw worden vervangen door een persoonlijke mededeling Daarbij kan met een kortere termijn dan vermeld in dat lid worden volstaan Artikel 5 3 Strafbepalingen Handelen in strijd met de bepalingen van deze Keur en de daarop gebaseerde regelgeving is een overtreding Overtreding van de bepalingen van deze Keur en de daarop gebaseerde regelgeving wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete tot ten hoogste het bedrag van de tweede categorie als genoemd in artikel 23 Wetboek van Strafrecht al dan niet met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak Indien ten tijde van het plegen van de in het eerste lid genoemde overtreding nog geen jaar verlopen is sedert een vroegere veroordeling van de overtreder wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden kan hechtenis tot het dubbele van het gestelde maximum worden opgelegd Onder vroegere overtreding wordt mede verstaan een vroegere veroordeling door een strafrechter in een andere lidstaat van de Europese Unie wegens soortgelijke feiten Hoofdstuk 6 Overgangs en slotbepalingen Artikel 6 1 Vergunningen Een watervergunning die is verleend voor de inwerkingtreding van deze keur wordt geacht ingevolge deze keur te zijn verleend Voor al hetgeen voor de inwerkingtreding van deze keur rechtmatig tot stand is gebracht wordt geacht een watervergunning ingevolge deze keur te zijn verleend Artikel 6 2 V erbodsbepalingen Algemene Regels versnelde afvoer verhard oppervlak Zolang nog geen algemene regel als bedoeld in artikel 3 9 is vastgesteld voor de handelingen als genoemd in artikel 3 3 blijft het verbod van kracht hemelwater afkomstig van verhard oppervlak met een totaal aaneengesloten oppervlakte van 250m2 of meer al dan niet via een stelsel op een oppervlaktewaterlichaam te lozen Artikel 6 3 Intrekking Keur De Keur van waterschap Hollandse Delta van 22 december 2009 gewijzigd bij besluit van de Verenigde Vergadering van 25 november 2010 nr 19 wordt ingetrokken Artikel 6 4 Inwerkingtreding Deze keur treedt in werking met ingang van de dag na publicatie vanaf 12 uur s nachts Artikel 6 5 Citeerartikel Deze Keur kan worden aangehaald als Keur waterschap Hollandse Delta 2014 A Algemene toelichting Grondslag van de keur De keur is een algemene verordening van het waterschap Op grond van artikel 56 in combinatie met artikel 78 van de Waterschapswet stelt het waterschap verordeningen vast die het nodig oordeelt voor de behartiging van de opgedragen taken De taken die aan het waterschap worden opgedragen betreffen volgens artikel 1 van de Waterschapswet de zorg voor het watersysteem en zorg voor het zuiveren van afvalwater en eventueel kunnen nog de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden worden opgedragen zoals in het geval van waterschap Hollandse Delta de zorg voor het wegenbeheer Naast de Waterschapswet die de organisatie van de waterschappen regelt geven de Waterwet en de daarop gebaseerde regelgeving allerlei bepalingen over de inhoud van het waterbeheer bijvoorbeeld in de vorm van doelstellingen en concrete normen De keur is gebaseerd op zowel de Waterschapswet als de Waterwet en de daarop gebaseerde regelgeving in het Waterbesluit de Waterregeling en de provinciale water verordeningen Doel van de keur Hoofddoel van de Keur waterschapsverordening is de bescherming van de waterstaatswerken door middel van gebods en verbodsbepalingen De Keur is daarbij het sluitstuk van nationale wetgeving Opbouw van de keur en inhoud op hoofdlijnen De opbouw van de keur is vergelijkbaar met de opbouw van de Waterwet en de daarop gebaseerde regelgeving Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Het eerste hoofdstuk bevat begripsomschrijvingen waarbij is aangesloten bij de begrippen in de Waterwet en de daarop gebaseerde regelgeving Deze begrippen zijn opgenomen vanwege de zelfstandige leesbaarheid van de keur Verder bepaalt hoofdstuk 1 tot wie de bepalingen in de keur zijn gericht Hoofdstuk 2 Beheer en onderhoud van waterstaatswerken Het tweede hoofdstuk regelt de onderhoudsplichten bij waterstaatswerken Dit hoofdstuk heeft een belangrijke relatie met de legger op grond van artikel 78 van de Waterschapswet ook wel onderhoudslegger genoemd In de onderhoudslegger staan de onderhoudsplichtigen die aan de onderhoudsplichten uit hoofdstuk 2 moeten voldoen Hoofdstuk 3 Handelingen in watersystemen Hoofdstuk 3 bevat de verbodsbepalingen Hierin is bepaald voor welke handelingen of activiteiten een vergunning nodig is Het dagelijks bestuur is bevoegd deze watervergunning te verlenen De verbodsbepalingen zijn vrij algemeen geformuleerd waarbij zoveel mogelijk is aangesloten bij de verbodsbepalingen uit het Waterbesluit Op deze manier zijn de verbodsbepalingen bij regionale wateren waar de waterschappen beheerder zijn vergelijkbaar met de verbodsbepalingen bij rijkswateren waar Rijkswaterstaat de beheerder is Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het stellen van algemene en nadere regels Deze regels kunnen een vrijstelling van de watervergunningplicht inhouden of een algeheel verbod op het verrichten van bepaalde handelingen Daarnaast kan het dagelijks bestuur beleidsregels stellen ten aanzien van zijn watervergunningverlenende bevoegdheid Bij waterstaatswerken zijn drie verschillende zones te onderscheiden namelijk het waterstaatswerk zelf de buiten beschermingszone en het profiel van vrije ruimte De beschermingszone heeft als doel de bescherming van het waterstaatswerk Het profiel van vrije ruimte is bestemd voor toekomstige aanpassingen van het waterstaatwerk Het profiel van vrije ruimte kan bij alle waterstaatwerken worden vastgelegd en niet alleen bij waterkeringen Vóór vastlegging van dit profiel moet de noodzaak ervan goed onderzocht en onderbouwd worden De drie zones worden vastgelegd op de legger bedoeld in artikel 5 1 van de Waterwet Deze legger Waterwet wordt in de praktijk vaak gecombineerd met de onderhoudslegger Waterschapswet De legger op grond van de Waterwet geeft de reikwijdte weer van de verbodsbepalingen uit hoofdstuk 3 Het verbodsregime per zone is in hoofdstuk 3 opgenomen Hoofdstuk 4 Wegen Uit het oogpunt van doelmatigheid en overzichtelijkheid is ervoor gekozen ook de bepalingen voor het wegbeheer op te nemen in deze Keur Hiertoe is Hoofdstuk 5 van de Keur waterschap Hollandse Delta 2009 integraal overgenomen Op enkele punten heeft een up date plaatsgevonden Hierbij zal worden stilgestaan bij de artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 5 Toezicht en handhaving In dit hoofdstuk staan de bepalingen over de aanwijzing van toezichthouders en strafbepalingen Ook is een bepaling over de schouw opgenomen De schouw is een manier om toezicht te houden op naleving van de bepalingen uit de keur in het bijzonder de onderhoudsplichten uit hoofdstuk 2 Hoofdstuk 6 Overgangs en slotbepalingen Het laatste hoofdstuk regelt het overgangsrecht voor watervergunningen die voor inwerkingtreding van deze keur zijn verleend Daarnaast bevat hoofdstuk 6 een bepaling die de voorgaande keur integraal intrekt een bepaling over de inwerkingtreding en een citeertitel Lex Silencio Positivo Het is gewenst een aparte beschouwing op te nemen over de lex silencio positivo ofwel de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen Dit is het beginsel dat een vergunning geacht wordt te zijn verleend wanneer op de aanvraag daartoe niet binnen de wettelijke termijn is beslist Toepassing van dit beginsel is op grond van de Algemene wet bestuursrecht facultatief art 4 20a eerste lid Awb Dit geldt echter niet voor vergunningen die vallen onder de Dienstenwet Stb 2009 503 Deze wet bepaalt dat in afwijking van de Awb de lex silencio positivo van toepassing is op een aanvraag om vergunning tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald art 28 eerste lid Dienstenwet De Dienstenwet heeft blijkens de begripsomschrijvingen echter alleen betrekking op vergunningen die vereist zijn voor de toegang tot een beroep of de uitoefening van een dienst Voorschriften die zowel gelden voor particulieren als voor ondernemers en die een dienstenactiviteit niet specifiek regelen of daarop specifiek van invloed zijn vallen buiten het bereik van de Dienstenwet noot 1 Voor watervergunningen op grond van de keur zoals die door het waterschap verleend worden geldt dat deze uitsluitend strekken tot bescherming van waterstaatkundige belangen zowel gelden voor particulieren als voor ondernemers en niet specifiek gericht of van invloed zijn op dienstenactiviteiten Daarmee vallen watervergunningen zoals bedoeld in deze keur niet onder de Dienstenwet Een specifieke bepaling in de keur om deze vergunningen uit te sluiten van de werking van de lex silencio positivo is dan ook niet nodig noot 1 Memorie van Toelichting Dienstenwet blz 13 e v B Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 1 Begripsomschrijvingen In de begripsomschrijvingen is zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit artikel 1 1 van de Waterwet Voor de zelfstandige leesbaarheid van de keur zijn de kernbegrippen uit de Waterwet letterlijk overgenomen Ten opzichte van de vorige keur is een aantal begrippen aangepast in verband met deze definities in de Waterwet waar onder beschermingszone grondwater en waterstaatswerk Het begrip bronbemaling is verwijderd omdat dit begrip niet meer als zodanig terugkomt in de keur Onder bestuur in deze keur wordt verstaan het dagelijks bestuur van het waterschap zoals de Waterschapswet dat bedoelt Hieronder wordt dan ook verstaan het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Het begrip profiel van vrije ruimte driedimensionaal kan worden uitgebreid naar alle waterstaatswerken en naar toekomstige waterstaatswerken Het vastleggen van een profiel van vrije ruimte op de legger moet goed worden onderbouwd bijvoorbeeld aan de hand van wetenschappelijke rapporten over te verwachten waterstandstijgingen klimaatscenario s etc Daarbij moet het waterschapsbestuur het belang van een profiel van vrije ruimte met de daarin geldende beperkingen verbod op het plaatsen of behouden van werken behoudens vergunning zorgvuldig afwegen tegen de belangen van derden Ook moeten mogelijke andere instrumenten worden meegenomen in een dergelijke afweging De door het waterschapsbestuur opgelegde beperkingen in het profiel van vrije ruimte hebben effecten op de mogelijkheden van ruimtelijke ontwikkelingen De Algemene maatregel van bestuur Amvb behorend bij de Wet ruimtelijke ordening Wro ook wel Amvb Ruimte genoemd bevat voor watersystemen onder andere regels over primaire waterkeringen Deze regels werken direct door naar bestemmingsplannen en bevatten bijvoorbeeld de verplichting voor de bestemmingsplanwetgever het waterstaatswerk primaire waterkering en de bijbehorende beschermingszone op te nemen in het bestemmingsplan Voor overige waterstaatswerken in het regionale watersysteem waar waterschappen de beheerder van zijn zijn geen regels opgenomen in de Amvb Ruimte Het is aan de waterschappen de bescherming en toekomstige aanpassing van deze waterstaatswerken goed te regelen De vastlegging van een profiel van vrije ruimte is hierbij het aangewezen instrument mits goed onderbouwd en voorzien van een zorgvuldige belangenafweging Artikel 1 2 Verplichtingen Dit artikel regelt dat de verplichtingen ingevolge de keur berusten op de eigenaren van gronden beperkt zakelijk gerechtigden en gebruikers krachtens persoonlijk recht De verplichtingen berusten op al deze gerechtigden en een ieder van deze gerechtigden kan aangesproken worden voor het geheel De gerechtigden zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de nakoming van verplichtingen Hoofdstuk 2 Beheer en onderhoud van waterstaatswerken 1 Onderhoudsplichtigen Artikel 2 1 Onderhoudsplichtigen In dit artikel wordt algemeen geregeld dat degenen die zijn aangewezen als onderhoudsplichtigen in de legger of als er nog geen legger is in artikel 2 14 verplicht zijn tot het verrichten van gewoon of buitengewoon onderhoud zoals beschreven is in hoofdstuk 2 Met dit artikel wordt dus de verbinding gelegd tussen de legger en de gebodsbepalingen in hoofdstuk 2 De legger geeft aan wie onderhoudsplichtig zijn de gebodsbepalingen geven aan welk onderhoud van deze onderhoudsplichtigen wordt geëist De legger die hier bedoeld wordt is de zogenaamde onderhoudslegger bedoeld in artikel 78 tweede lid Waterschapswet Vaak wordt deze legger gecombineerd met de legger bedoeld in artikel 5 1 Waterwet maar formeel zijn dit twee verschillende leggers 2 Onderhoud aan waterkeringen door derden Artikel 2 2 Gewoon onderhoud aan waterkeringen Dit artikel geeft weer wat onderhoudsplichtigen die in de legger zijn aangewezen aan gewoon onderhoud aan waterkeringen moeten doen Bij het verwijderen van schadelijk wild en begroeiingen moet gedacht worden aan dat wild en die beplantingen die aantoonbaar schade toebrengen aan het waterkerend vermogen van de waterkering Dus geen gaten in de waterkering of beschadiging van de speciale grasmat of diepe wortels in de waterkering De bestrijding van muskus en beverratten is uitgezonderd De zorgplicht ter voorkoming van schade aan waterstaatswerken door muskus en beverratten berust ingevolge artikel 1 derde lid Waterschapswet bij het waterschap Met de keur reguleert het waterschap uitsluitend activiteiten van derden Als waterbeheerder voert het waterschap echter zelf ook veel werkzaamheden in en rond het watersysteem uit De reguliere beheermaatregelen die het waterschap uitvoert zijn bedoeld er voor te zorgen dat de waterstaatswerken op de afmetingen blijven zoals die zijn vastgesteld in de legger Voor al deze werkzaamheden geldt er geen meldplicht of vergunningplicht Wel houdt het waterschap zich zelf ook aan de regels zoals hij die aan derden stelt Artikel 2 3 Buitengewoon onderhoud aan waterkeringen Dit artikel geeft aan welk buitengewoon onderhoud door onderhoudsplichtigen moet worden gepleegd aan waterkeringen Er wordt in dit artikel verwezen naar de ligging vorm afmeting en constructie zoals in de legger opgenomen Bij deze inhoudelijke beschrijving van de onderhoudsplicht wordt aangesloten bij de legger bedoeld in de Waterwet Deze legger op grond van de Waterwet geeft aan waar een waterstaatswerk in dit geval een waterkering aan moet voldoen en via artikel 2 3 wordt geregeld dat de onderhoudsplichtige die in de onderhoudslegger op grond van de Waterschapswet is aangewezen het buitengewone onderhoud zo moet uitvoeren dat wordt voldaan aan deze legger op grond van de Waterwet 3 Onderhoud aan kunstwerken door derden Artikel 2 4 Onderhoud ondersteunende kunstwerken en werken In dit artikel is aangegeven dat onderhoudsplichtigen van waterkeringen de ondersteunende kunstwerken of werken in op of boven waterkeringen of de bijbehorende beschermingszone waterkerend moeten houden 4 Onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen door derden Artikel 2 5 Gewoon onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen Begroeiingen en afval moeten worden verwijderd uit oppervlaktewaterlichamen door de in de legger aangewezen onderhoudsplichtigen Met afval wordt bedoeld voorwerpen materialen en stoffen die de aan of afvoer of berging van water belemmeren Artikel 2 6 Buitengewoon onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen Dit artikel geeft aan welk buitengewoon onderhoud door onderhoudsplichtigen moet worden gepleegd aan oppervlaktewaterlichamen Zie ook de toelichting bij artikel 2 3 5 Onderhoud aan kunstwerken door derden Artikel 2 7 Onderhoud ondersteunende kunstwerken en werken Dit artikel gebiedt onderhoudsplichtigen ondersteunende kunstwerken en werken bij oppervlaktewaterlichamen te onderhouden Het gaat hier om kunst werken die mede een waterhuishoudkundige functie hebben zoals duikers overkluizingen en stuwen Deze werken moeten zodanig worden onderhouden dat er aan de functie voor het watersysteem voldaan kan worden 6 Overige Gebodsbepalingen Artikel 2 8 Afrasteringen Het bestuur kan eigenaren of gebruikers verplichten langs hun gronden in de buurt van oppervlaktewaterlichamen waterkeringen of ondersteunende kunstwerken afrasteringen te plaatsen om daarmee te voorkomen dat dieren deze waterstaatswerken beschadigen of de werking ervan belemmeren Via artikel 2 13 kan het dagelijks bestuur algemene of nadere regels stellen over deze afrasterplicht bijvoorbeeld over constructies en wijze van plaatsing Artikel 2 9 Ondersteunende kunstwerken waaronder coupures en sluizen Bij hoog water bij oefeningen etc kan het nodig zijn coupures en sluizen te sluiten Het bestuur kan hiertoe besluiten De onderhoudsplichtigen van deze ondersteunende kunstwerken zijn aangewezen op de onderhoudslegger op grond van de Waterschapswet en zijn verplicht op eerste aanzegging van het bestuur deze te sluiten Artikel 2 10 Stuwen Eigenaren van stuwen of andere gerechtigden of gebruikers via artikel 1 2 moeten een bepaald stuwpeil instellen indien het bestuur daartoe besluit Verplichtingen vanuit een eventueel peilbesluit op grond van artikel 5 2 van de Waterwet moeten hierbij in acht worden genomen Artikel 2 11 Eindbuizen Deze gebodsbepaling ziet op een effectief en doelmatig onderhoud van de oppervlaktewater lichamen door het tijdig na voorafgegane aanschrijving verwijderen van eindbuizen Artikel 2 12 Gewassen Deze gebodsbepaling ziet op een effectief en doelmatig onderhoud van de oppervlaktewaterlichamen door het vrij zijn van de beschermingszones van gewassen gedurende een bepaalde periode Deze periode liep van 15 sept tot 1 februari is verlengd tot 15 maart in verband met de Flora en Faunawet aanvang groeiseizoen 7 Algemene regels nadere regels en onderhoudsplicht indien geen actuele onderhoudslegger is vastgesteld Artikel 2 13 Algemene regels nadere regels Op grond van artikel 2 13 kan het bestuur algemene regels stellen ten aanzien van de gebodsbepalingen in hoofdstuk 2 Deze algemene regels kunnen ook een vrijstelling van een gebod inhouden In dat geval geldt voor de onderhoudsplichtige het betreffende gebod niet Het artikel geeft het bestuur ook de mogelijkheid nadere eisen te stellen ten aanzien van de onderhoudsverplichtingen in hoofdstuk 2 Het bestuur kan bijvoorbeeld nadere eisen stellen aan afrasteringen zie artikel 2 8 of aan een goede toestand van waterkeringen artikel 2 2 Ook is het denkbaar dat het bestuur nadere eisen willen stellen aan het onderhoud aan afsluitmiddelen Artikel 2 14 Onderhoud aan waterstaatswerken zonder actuele legger Het is mogelijk dat het algemeen bestuur op grond van artikel 78 tweede lid Waterschapswet nog geen legger heeft vastgesteld voor bepaalde waterstaatswerken De onderhoudsplichtigen volgen dan niet uit een onderhoudslegger Artikel 2 14 voorziet in een vangnet voor deze situatie Als het onderhoud niet op een andere wijze is geregeld geldt de onderhoudsplicht zoals opgenomen onder onderdeel a b en c Onderhoud kan op een andere wijze zijn geregeld bijvoorbeeld in een watervergunning overeenkomst of op basis van gewoonterecht Als dat het geval is gaan deze afspraken voor Bij overige waterstaatswerken bij onderdeel c kan worden gedacht aan duikers overkluizingen stuwen etc Dit artikellid is facultatief In het tweede lid is een bepaling opgenomen voor de situatie dat via een watervergunning of een projectplan een waterstaatswerk is aangelegd of gewijzigd maar de onderhoudslegger nog niet is aangepast op deze nieuwe situatie Het heeft uitdrukkelijk de voorkeur de procedure van een watervergunning of projectplan te combineren met een leggerwijziging zodat deze bepaling niet hoeft te worden gebruikt Zie ook de toelichting bij artikel 3 2 derde lid Het gaat om een overgangssituatie als er nog geen legger op grond van de Waterschapswet is en het waterschap het onderhoud wel wil neerleggen bij derden Hoofdstuk 3 Handelingen in watersystemen 1 Gebruik van waterstaatswerken Artikel 3 2 Watervergunning waterstaatswerken en beschermingszones Lid 1 In artikel 3 2 is in het eerste lid een algemene ruime verbodsbepaling opgenomen voor handelingen of het laten liggen of staan van werken vaste substanties of voorwerpen bij waterstaatwerken De formulering en reikwijdte van de verbodsbepaling sluiten aan bij de verbodsbepaling in het Waterbesluit ten aanzien van rijkswaterstaatswerken waarvoor het Rijk beheerder is Het gaat om handelingen die het gebruik van waterstaatswerken en een daartoe behorende beschermingszone betreffen door anders dan in overeenstemming met de functie daar werkzaamheden te verrichten werken te maken of vaste substanties of voorwerpen te storten of te plaatsen Het zijn handelingen waarin door de keuren van waterschappen moet worden voorzien Bij het verrichten van werkzaamheden of het maken dan wel behouden van werken in op onder of over een waterstaatswerk of een daartoe behorende beschermingszone in de legger te bepalen moet worden gedacht aan activiteiten die de zogenaamde bak waterbodem en oevers de waterkeringen en de ondersteunende kunstwerken raken Voorbeelden zijn ontgravingen bouwen in een winterbed het verrichten van boringen het aanbrengen van beschoeiingen bouwen op een waterkering of het aanbrengen van beplantingen Het storten plaatsen of neerleggen van vaste substanties of voorwerpen in op onder of over een waterstaatswerk of een daartoe behorende beschermingszone in de legger te bepalen of het daar vervolgens achterlaten van deze substanties of voorwerpen ziet met name toe op de bescherming van de waterkering en ecologische oevers en op een veilige afvoer van water door oppervlaktewaterlichamen teneinde wateroverlast en overstroming te voorkomen Zo mogen bijvoorbeeld boten anders dan op daartoe bestemde aanlegplaatsen niet worden aangemeerd mag er niet op waterkeringen worden gekampeerd en mag een waterkering of oever niet worden gebruikt voor de tijdelijke opslag van materialen Het gaat hier telkens om handelingen die niet in overeenstemming met de functie zijn Zo wordt uitgesloten dat bijvoorbeeld scheepvaart en recreatie te reguleren zou zijn op plaatsen die daar juist toe bestemd zijn Het nautisch beheer vindt reeds plaats op grond van de Scheepvaartverkeerswet met uitzondering van de exclusieve economische zone waar de Scheepvaartverkeerswet niet van toepassing is Het recreatief medegebruik is met name een gevolg van bijvoorbeeld de zwemwaterfunctie die een oppervlaktewaterlichaam kan hebben en is in zoverre toegestaan zonder vergunning Andere voorbeelden zijn het aanleggen en lossen van schepen aan een loskade of het rijden op paden op waterkeringen Net als in de vorige keur zijn handelingen in overeenstemming met de functie van het waterstaatswerk niet verboden Deze toevoeging moet net als bij het Waterbesluit vrij beperkt worden geïnterpreteerd Het betreft de waterhuishoudkundige functie die de provincie aan dat waterstaatwerk heeft verleend dan wel de functie die het waterschap in zijn beheerplan daaraan heeft verleend dan wel de functie die het waterstaatswerk van oudsher al heeft In deze formulering valt uiteraard de handeling slopen ook onder het verbod Onder de ruime verbodsbepaling in artikel 3 2 eerst lid vallen onder de zinsnede handelingen te verrichten onder andere aanleg bagger boor bouw graaf demping herstel onderhoud plant reparatie revisie sloop uitbreiding verbouw herbouw en wijzigings en verwijderwerkzaamheden Met name rijden op een waterkering kan tot aanzienlijke schade leiden De eerder vermelde handelingen betreffen handelingen die tot doel hebben verandering te brengen in de staat van waterstaatswerken Verder ook werkzaamheden die dat niet tot doel hebben maar waarvan onbedoeld effect is dat verandering wordt gebracht in de staat van die werken Onder dit verbod valt bijvoorbeeld het dempen van een sloot Tot slot vallen onder het verbod ook de handelingen van derden waarmee de waterstand op een ander peil wordt gebracht of gehouden dan het peil dat voor het betreffende oppervlaktewaterlichaam door het waterschap is vastgesteld Via een watervergunning van het bestuur kan van de verbodsbepaling worden afgeweken Op basis van artikel 3 9 kunnen in algemene regels vrijstellingen worden verleend voor bijvoorbeeld bepaalde categorieën van handelingen Deze handelingen zijn dan wel toegestaan zonder vergunning waarbij eventueel aan bepaalde voorschriften moet worden voldaan Dit systeem is vergelijkbaar met het Activiteitenbesluit Lid 1a Er zijn de in praktijk gevallen waarbij een derde initiatiefnemer niet zijnde een waterschap een waterstaatswerk kan gebruiken waarbij dit werk tevens wat verlegd of gewijzigd moet worden Door expliciet te maken in de keur dat aanleg wijziging geregeld in hoofdstuk 5 van de Waterwet als gevolg van gebruik hoofdstuk 6 van de Waterwet vergunningplichtig is voorkom je dat aanleg wijziging door een derde initiatiefnemer mogelijk juridisch een witte vlek wordt De Waterwet kan immers zo worden uitgelegd dat aanleg wijziging door een derde niet is geregeld De andere uitleg is dat aanleg wijziging door een derde met een vergunning kan worden geregeld In de praktijk gaat het dan om gebruik met aanleg wijziging tot gevolg Lid 2 In het tweede lid is bepaald dat in het profiel van vrije ruimte geen werken mogen worden geplaatst of worden behouden Dit profiel is nodig om toekomstige aanpassingen van waterstaatswerken in het bijzonder waterkeringen mogelijk te maken Met de vastlegging van profielen van vrije ruimte moet het waterstaatsbelang zijn gediend binnen het kader van de zorg voor het watersysteem en de doelstellingen van de Waterwet Belangrijk is dat de profielen van vrije ruimte goed worden onderbouwd bijvoorbeeld aan de hand van wetenschappelijke rapporten over te verwachten waterstandstijgingen klimaatscenario s etc Daarbij moet het waterschapsbestuur het belang van een profiel van vrije ruimte en daarmee het niet kunnen bebouwen van die gronden zorgvuldig afwegen tegen de belangen van derden Lid 3 De verbodsbepaling in dit derde lid ziet op de voorkoming van schade aan onder andere de oevers en het verdere profiel van het oppervlaktewaterlichaam tengevolge van gemotoriseerde scheepvaart Lid 4 In hoofdstuk 6 van de Waterwet en in het Waterbesluit zijn regels opgenomen omtrent de watervergunning De bepalingen hebben betrekking op de aanvraag de wijze van voorbereiding en samenloop als meer beheerders of meer bestuursorganen bevoegd zijn Daarnaast zijn bepalingen opgenomen over aan de watervergunning te verbinden voorschriften Artikel 6 20 eerste lid van de wet bepaalt dat het bestuur aan de vergunning voorschriften kan verbinden ter bescherming van de belangen waarvoor het vereiste van de vergunning is gesteld Deze voorschriften kunnen bijvoorbeeld de wijze van uitvoering van een werk of een beperking in het gebruik betreffen Dat artikel bepaalt in het eerste lid dat die voorschriften ook betrekking kunnen hebben op financiële zekerheidstelling voor de nakoming van verplichtingen voor de dekking van schade of voor het compenseren of beperken van de nadelige gevolgen na het staken van de vergunde handeling Het is gewenst om het bepaalde in artikel 6 20 eerste lid van de wet aan te vullen De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State o a in 27 mei 2009 200806373 acht het aanvaardbaar dat de overheid financiële compensatie vraagt voor het dempen van water indien compensatie in natura door het graven van een nieuw oppervlaktewaterlichaam niet mogelijk is Het naast een compensatie in natura ook vragen van financiële compensatie vanwege voor het waterschap toegenomen kosten direct verband houdend met de handeling door de derde strekt niet ter bescherming van het belang in verband waarmee watervergunningen worden verleend Daarom is een wettelijke grondslag nodig Dat is gebeurd door het vierde lid in artikel 3 2 op te nemen Hiermee staat ondubbelzinnig vast dat het waterschap ook voorschriften met een dergelijke strekking aan de watervergunning kan verbinden Het waterschap kent een onderscheid tussen beschermings en buitenbeschermingszones Dat onderscheid is ook in veel leggers terug te vinden en is bedoeld om in die verschillende zones een verschillend verbodsregime van kracht te laten zijn De model Keur kent de begrippen binnen en buitenbeschermingszones niet meer omdat ook de Waterwet die begrippen niet heeft opgenomen Het uitgangspunt is daarbij dat nuanceringen en graderingen in het verbodsregiem worden aangebracht via het stelsel van algemene regels In dit verband wordt verder verwezen naar de toelichting bij artikel 3 5 Lid 5 In het vijfde lid is een bepaling opgenomen voor de situatie dat via een watervergunning of een projectplan een waterstaatswerk is aangelegd of gewijzigd maar de legger op grond van de Waterwet nog niet is aangepast op deze nieuwe situatie Het heeft uitdrukkelijk de voorkeur de procedure van een watervergunning of projectplan te combineren met een leggerwijziging zodat deze bepaling niet hoeft te worden gebruikt Het combineren van procedures voor een watervergunning projectplan met die van een leggerwijziging vergt de nodige afstemming en het waterschap zal bepaalde voorzieningen moeten hebben getroffen bijvoorbeeld een goede delegatie en of mandaatregeling ten aanzien van de te combineren besluiten in het bijzonder de leggerwijzigingen Door het combineren van besluiten wordt voldaan aan het doel van de Waterwet namelijk een actuele legger die de normatieve toestand van waterstaatswerken weergeeft Bovendien kan door de combinatie van procedures worden voorkomen dat op twee verschillende momenten tegen hetzelfde inhoudelijke besluit rechtsbescherming openstaat namelijk op het moment van aanpassing van het waterstaatswerk via een watervergunning of projectplan en op het moment van aanpassing van de legger op de nieuwe situatie Het is van groot belang dat de legger actueel is en bij veranderingen van waterstaatswerken als gevolg van het verlenen van een watervergunning of een projectplan direct dan wel zo snel mogelijk geactualiseerd wordt In de praktijk zal het echter niet altijd mogelijk zijn om de procedure voor het wijzigingen van de legger gelijk te laten lopen met de procedure voor het projectplan of de watervergunning ondanks verregaande delegatie en mandatering van bevoegdheden Daar zijn verschillende redenen voor Een latere vaststelling van een wijziging van de legger kan bijvoorbeeld voorkomen bij het hanteren van raamvergunningen voor het aanleggen van infrastructuur zoals een snelweg via design and construct Als de legger niet meteen overeenstemt met de werkelijke situatie kan dit tot gevolg kunnen hebben dat de keur niet van toepassing is op deze nieuwe waterstaatswerken of de betreffende wijzigingen hetgeen een ongewenste situatie is Er is dan namelijk niet duidelijk welke maten afmetingen en onderhoudsplichten van toepassing zijn en het nieuwe of gewijzigde waterstaatswerk wordt niet beschermd door de keur Het streven is dan ook de periode tussen het ontstaan van nieuwe of gewijzigde waterstaatswerken en de overeenkomstige wijziging van de legger zo klein mogelijk te houden Mocht toch sprake zijn van een korte periode waarin de legger nog niet de nieuwe situatie aangeeft dan voorziet dit artikel in duidelijkheid omtrent maten afmetingen en onderhoudsplichten en bepaalt het dat de keur vooruitlopend op vastlegging in de legger van toepassing is op het nieuwe of gewijzigde waterstaatswerk Dit artikel is derhalve bedoeld als tijdelijke regeling als vangnet omdat nog steeds tijdige actualisatie van de legger het uitgangspunt blijft Voor de rechtsbescherming is het wel belangrijk dat enerzijds het projectplan of de watervergunning duidelijk de toekomstige ligging vorm afmeting en constructie als ook de toekomstige onderhoudsplichten aanduidt Anderzijds is het belangrijk dat de legger zo snel mogelijk alsnog wordt aangepast Artikel 3 3 Verbod versnelde afvoer door nieuw verhard oppervlak Dit artikel kan via een goed doorlopen van het proces van watertoetsen de vergunningverlening overbodig maken Daartoe moet het waterschap wel een algemene regel vaststellen Nog beter is het als het waterschap zich in een vroeg stadium voegt bij het overleg met de gemeente over planologische ontwikkelingen en aangeeft dat de initiatiefnemer de waterhuishoudkundige aspecten betrekt bij zijn plannen Daartoe moet die initiatiefnemer in overleg treden met het waterschap Dan kunnen nog tijdig de juiste maatregelen worden getroffen Mocht die initiatiefnemer toch ingrepen hebben gepleegd met vergaande invloed op de waterhuishouding dan heeft het waterschap via dit artikel juridisch instrumentarium om versnelde afvoeren van verharde oppervlakken tegen te gaan De vrijstellingsgrenzen stelt het bestuur verder vast via een algemene regel en of een beleidsregel Op grond van artikel 3 3 is het verboden zonder watervergunning van het bestuur neerslag versneld tot afvoer te laten komen Door extra versnelde afvoer van neerslag of verhard oppervlak vermindert de afvoer en bergingscapaciteit van het watersysteem dat in beheer is bij het waterschap Deze capaciteit moet in veel gevallen echter behouden blijven in het bijzonder om te kunnen voldoen aan de normen voor wateroverlast op grond van artikel 2 8 van de Waterwet Waterschappen hanteren in hun beheer als uitgangspunt de trits vasthouden bergen afvoeren Vasthouden van water neerslag in het gebied zelf verdient de voorkeur boven het bergen en uiteindelijk afvoeren van water Door meer verhard oppervlak komt water eerder tot afvoer naar het watersysteem van waterschappen waardoor waterschappen weer genoodzaakt kunnen worden elders de afvoer en bergingscapaciteit te vergroten Dat is ongewenst 2 Brengen onttrekken of infiltreren van hoeveelheden grond water Artikel 3 4 Oppervlaktewaterlichamen watervergunning brengen en onttrekken van hoeveelheden water Artikel 3 4 is een algemene verbodsbepaling voor het brengen van water in of het onttrekken van water aan oppervlaktewaterlichamen Hiermee wordt zowel het brengen en onttrekken zonder een werk bedoeld als het brengen en onttrekken met een werk Met andere woorden onder deze verbodsbepaling valt het afvoeren van water naar en het aanvoeren van water uit oppervlaktewaterlichamen en het lozen op of onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen Via artikel 3 9 kan het bestuur onder andere algemene regels stellen waarbij ook vrijstellingen van de vergunningplicht kunnen worden vastgesteld Daarnaast is het bestuur bevoegd beleidsregels vast te stellen ten aanzien van de vergunningverlenende bevoegdheid A rtikel 3 5 Buitenbeschermingszones watervergunning seismische onderzoeken en dergelijke In de huidige leggers voor de primaire keringen

    Original URL path: http://www.waterschaphollandsedelta.nl/cvdr/271608_4/Keur+voor+waterschap+Hollandse+Delta+2014.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap Hollandse Delta - Regelgeving - Regelgeving
    toepassing blijft op de belastingjaren waarvoor zij heeft gegolden 2 Deze gewijzigde verordening treedt in werking op de eerste dag na die van haar bekendmaking 3 Deze gewijzigde verordening vindt voor het eerst toepassing in het belastingjaar dat aanvangt op 1 ja nuari 2013 4 Deze verordening wordt aangehaald als Kostentoedelingsverordening Hollandse Delta 2011 eerste wijziging Artikel 2 Voorbehoud Goedkeuring Dit wijzigingsbesluit treedt alleen in werking indien Gedeputeerde Staten van Zuid Holland goedkeuring verleent aan deze verordening voor 28 februari 2013 Toelichting bij de Kostentoedelingsverordening Hollandse Delta eerste wijziging 1 Wettelijke basis Op 25 november 2010 is de Kostentoedelingsverordening Hollandse Delta vastgesteld zie http www wshd nl organisatie missie visie en regelgeving kostentoedelingsverordening hollandse delta 2011 Door de wijziging van de Waterschapswet op basis van het amendement van Dijkgraaf Ortega Martijn wordt het mogelijk om binnen de categorie ongebouwd een verdere differentiatie voor de openbare wegen toe te passen De differentiatie voor openbare wegen kan volgens dit amendement op maximaal 400 gesteld worden was 100 Hierdoor wordt het mogelijk om de weeffout de onevenredige waterschaps heffingen voor agrarische grondeigenaren als gevolg van het feit dat ook infrastructuur in de categorie on gebouwd valt te herstellen Omdat het hierbij gaat om het aanpassen van de differentiatie binnen één belastingcategorie kan worden volstaan met een wijziging van de bestaande kostentoedelingsverordening waarbij het percentage van artikel 4 lid 2 wordt aangepast 2 Differentiatie voor de openbare wegen Binnen het beheergebied van Hollandse Delta heeft de intensieve infrastructuur een onevenredig effect op het tarief van de categorie overig ongebouwd De differentiatie van 100 zoals deze op basis van de bestaande wet en regelgeving in 2010 in de bestaande kostentoedelingsverordening is opgenomen is niet voldoende om de weeffout te kunnen herstellen Door wijziging van de Waterschapswet in 2012 is het mogelijk om de differentiatie voor

    Original URL path: http://www.waterschaphollandsedelta.nl/cvdr/280593_1/Kostentoedelingsverordening+watersysteembeheer+waterschap+Hollandse+Delta%2C+eerste+wijziging..html (2015-12-02)
    Open archived version from archive

  • Waterschap Hollandse Delta - Regelgeving - Regelgeving
    het kader van de Stimuleringsregeling waterkwaliteitsspoor Voor het nemen van deze aanvullende maatregelen is geen termijn gesteld Het waterschap gaat er vanuit dat deze maatregelen moeten worden uitgevoerd en stimuleert de uitvoering daarvan 6 Doelstelling Waterschap Hollandse Delta wil met Stiwas een belangrijke bijdrage leveren aan het bereiken van biologische gezond water in de bewoonde omgeving door de uitvoering van maatregelen te stimuleren volgens het waterkwaliteitsspoor Hierdoor kunnen de benodigde maatregelen mogelijk versneld worden uitgevoerd Deze beleidsregel beoogt aan te geven op welke gronden subsidie kan worden toegekend voor het opstellen van het plan en het nemen van maatregelen om de waterkwaliteit bij overstorten vanuit de gemeentelijke riolering op het oppervlaktewater te verbeteren 7 Juridisch kader en grondslag Juridisch kader Algemene wet bestuursrecht De beleidsregel wordt ingekaderd door de Algemene wet bestuursrecht Ingevolge artikel 1 3 vierde lid Algemene wet bestuursrecht wordt onder een beleidsregel verstaan een bij besluit vastgestelde algemene regel niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift omtrent de afweging van belangen de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid door een bestuursorgaan Grondslag artikel 1 5 Subsidieverordening De voorliggende beleidsregel vindt zijn grondslag in de Subsidieverordening Ingevolge artikel 1 5 tweede lid van de Subsidieverordening stellen dijkgraaf en heemraden voor de verschillende subsidiabele activiteiten afzonderlijke beleidsregels vast In die beleidsregels kunnen zij hetgeen in de verordening is bepaald nader verbijzonderen Genoemd tweede lid moet worden gelezen in samenhang met het eerste lid van artikel 1 5 Daarin worden de criteria genoemd waaraan cumulatief moet worden voldaan wil een activiteit voor subsidie in aanmerking komen Op deze plaats wordt volstaan met de opmerking dat met de beleidsregel invulling wordt gegeven aan de voorwaarde dat subsidieverstrekking moet passen binnen het beleid van het waterschap artikel 1 5 eerste lid onder letter c van de Subsidieverordening 8 Beleidskader Het beleidskader van het waterschap voor de invulling van de beheertaak waterkwaliteit is vastgelegd in het Waterbeheerplan Het beleid ten aanzien van subsidieverstrekking voor de stimulering van het waterkwaliteitsspoor is vastgelegd in de nota Stiwas welke integraal onderdeel uitmaakt van deze beleidsregel 9 Criteria Vereiste voor het bijdragen in het opstellen van een Stiwas plan de aanwezigheid van een basisrioleringsplan dat voldoet aan de basisinspanning volgens paragraaf 4 I van de Stiwas een door gemeente en waterschap goedgekeurde offerte van een adviesbureau voor het opstellen van het Stiwas plan Noot Bestaande bestuursovereenkomsten blijven onverminderd van kracht Als er op basis van een nieuw basisrioleringsplan andere uitkomsten zijn bij overstorten dan worden deze opnieuw getoetst volgens het waterkwaliteitsspoor en komen deze opnieuw of alsnog in aanmerking voor de Stiwas Vereiste voor het bijdragen in het uitvoeren van de maatregelen Een plan van aanpak voor de uit te voeren maatregelen met daarin de verwachte effecten van de maatregelen de geraamde kosten per maatregel en de kostenverdeling Subsidieplafond Het subsidieplafond het voor de subsidiering als bedoeld in deze beleidsregel beschikbare budget wordt jaarlijks door de Verenigde Vergadering van het waterschap Hollandse Delta via de begroting in november vastgesteld

    Original URL path: http://www.waterschaphollandsedelta.nl/cvdr/272557_1/Beleidsregel+subsidieverstrekking+Stimuleringsregeling+waterkwaliteitsspoor.html (2015-12-02)
    Open archived version from archive



  •