archive-nl.com » NL » Z » ZWOLLE.NL

Total: 1131

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Treasury Statuut 2014 | Gemeente Zwolle
    en of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd Wet Fido verordening 1 5 1 verordening 2 12 Gemeentewet artikel 13 Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd gedelegeerde regelgeving Geen Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen Datum inwerking treding Terugwerkende kracht tot en met Datum uitwerking treding Betreft Datum ondertekening Bron bekendmaking Kenmerk voorstel 09 04 2015 nieuwe regeling 16 03 2015 Gemeenteblad 1 april 2015 gb 2015 03 16 Tekst van de regeling Definitie TREASURY is het sturen en beheersen het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden de financiële posities en de hieraan verbonden risico s Juridische samenhang Het wettelijk kader op grond waarvan de Treasuryfunctie uitvoering behoeft is vastgelegd in de Wet FInanciering Decentrale Overheden FIDO het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden RUDDO Artikel 11 van FIDO verwijst naar de Gemeentewet Op grond van artikel 212 van de Gemeentewet stelt de raad een Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van een gemeente vast Artikel 13 van die verordening voor de gemeente Zwolle luidt Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor een juiste uitvoering van de richtlijnen zoals vastgesteld in het door de raad vastgestelde Treasurystatuut Het Treasurystatuut wordt tenminste eenmaal in de vier jaar ge actualiseerd Bedoeld Treasurystatuut luidt als volgt Artikel 1 Uitgangspunten Het college draagt zorg voor Een risico mijdende uitvoering van de Treasuryfunctie binnen de kaders van hiervoor onder Juridische samenhang aangehaalde wet en regelgeving Het verzekeren van een duurzame toegang tot de financiële markten Het tijdig aantrekken van voldoende financieringsmiddelen teneinde het in de jaarlijkse begroting vastgelegde beleid te kunnen uitvoeren beschikbaarheid Het beheersen van de risico s verbonden aan de treasuryfunctie risico minimalisatie Het beperken van de rentekosten van leningen en het bereiken van voldoende rendement op overtollige middelen rente optimalisatie Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities kosten minimalisatie Artikel 2 Interne financieringsmiddelen 1 Alle gemeentelijke reserves en voorzieningen gebruiken we als intern financieringsmiddel 2 De omvang en wijze van rentevergoeding aan eigen financieringsmiddelen worden jaarlijks geregeld in de begroting respectievelijk jaarrekening Artikel 3 Aantrekken van financieringsmiddelen 1 Aantrekken van benodigde financieringsmiddelen geschiedt met inachtneming van de vigerende Kasgeldlimiet en de Renterisiconorm 2 Aantrekken van financieringsmiddelen met een looptijd vanaf drie maanden en langer geschiedt op grond van het beoordelen van tenminste 3 relevante offertes 3 Een 4 e offerte vragen we aan een financiële instelling met een ideële doelstelling indien benodigde financieringsmiddelen kunnen worden gekoppeld aan een investering met een ideëel doel Artikel 4 Verstrekken en garanderen van geldleningen 1 We verstrekken en of garanderen uitsluitend geldleningen uit hoofde van de publieke taak 2 De raad oordeelt omtrent de publieke taak aan de hand van een gemotiveerd voorstel van het College van B W 3 Verstrekken en of garanderen van geldleningen geschiedt uitsluitend onder zekerheidsstelling

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/bestuur/verordeningen-en-beleidsregels/verordeningen/bestuurlijke-organisatie/treasury-statuut-2014 (2015-12-01)
    Open archived version from archive


  • Verordening inkomensondersteunende maatregelen gemeente Zwolle 2015 | Gemeente Zwolle
    voor een voorziening in aanmerking komen als hij in het kader van een schuldregeling een relatie heeft met de gemeentelijke Schuldhulpverlening en hij alleen het vrij te laten bedrag van zijn inkomen overhoudt ter besteding Artikel 5 Wie komt niet voor een voorziening in aanmerking 1 Een voorziening wordt niet verstrekt als een belanghebbende en of zijn partner op de peildatum als vreemdeling niet rechtmatig verblijf houdt in Nederland in de zin van artikel 8 onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000 2 Het eerste lid is niet van toepassing als een belanghebbende en zijn partner als vreemdeling na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8 onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig in Nederland verblijf heeft op grond van artikel 8 onder g of h van de Vreemdelingenwet 2000 3 Indien een situatie zoals genoemd in lid 1 of 2 zich slechts ten aanzien van één van de partners voordoet wordt bij de beoordeling of er aanspraak bestaat op een voorziening en bij de vaststelling van de omvang van de voorziening de partner op wie het gestelde in lid 1 van toepassing is buiten beschouwing gelaten HOOFDSTUK 2 DEELNAME COLLECTIEVE ZORGVERZEKERING Artikel 6 Collectieve zorgverzekering De gemeente sluit een overeenkomst met een zorgverzekeraar over een collectieve zorgverzekering voor haar inwoners met een laag inkomen of beperking of chronische ziekte Artikel 7 Deelname aan collectieve zorgverzekering Deelname aan de collectieve zorgverzekering is mogelijk als de belanghebbende en ofdiens partnermet de zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 6 een overeenkomst sluit voor een zorgverzekering in het kader van de Zorgverzekeringswet en het te verzekeren pakket overeenkomt met de eisen die het college hieraan stelt Artikel 8 Inhouding Een uitkeringsgerechtigde moet instemmen met maandelijkse inhouding van de premies voor de collectieve zorgverzekering op de uitkering tenzij het uit te keren bedrag niet voldoende is om de totaal verschuldigde premies in te houden De premies worden doorbetaald aan de zorgverzekeraar Artikel 9 Ingangsdatum zorgverzekering uitkeringsgerechtigde Een uitkeringsgerechtigde kan aan de collectieve zorgverzekering deelnemen vanaf de datum waarop de uitkering wordt toegekend en de collectieve zorgverzekeraar hem accepteert Artikel 10 Ingangsdatum niet uitkeringsgerechtigde Een niet uitkeringsgerechtigde kan aan de collectieve zorgverzekering deelnemen vanaf de maand waarin de zorgverzekeraar hem accepteert en hij voldoet aan de vereisten ex artikel 2 Artikel 11 Beëindiging collectieve verzekering De deelname aan de collectieve zorgverzekering eindigt vanaf het moment dat belanghebbende of diens partner de zorgverzekeraar of belanghebbende de verzekering beëindigt niet meer ingeschreven staat in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Zwolle het inkomen hoger is dan 110 van de toepasselijke norm tenzij er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 of de persoon onder artikel sub g een inkomen heeft hoger dan 130 de schuldenaar als bedoeld in artikel 4 de beschikking krijgt over meer dan het vrij te laten bedrag het vermogen boven de van toepassing zijnde vermogensgrens op grond van artikel 34 van de wet komt HOOFDSTUK 3

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/verordening-inkomensondersteunende-maatregelen-gemeente-zwolle-2015 (2015-12-01)
    Open archived version from archive

  • Verordening scholieren gemeente Zwolle 2015 | Gemeente Zwolle
    van een schuldregeling een relatie heeft met de gemeentelijke Schulddienstverlening en hij alleen het vrij te laten bedrag van zijn inkomen overhoudt ter besteding Artikel 4 Wie komt niet voor de tegemoetkoming in aanmerking 1 Een tegemoetkoming wordt niet verstrekt als een belanghebbende en zijn partner als vreemdeling niet rechtmatig verblijf houdt in Nederland in de zin van artikel 8 onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000 2 Het eerste lid is niet van toepassing als een belanghebbende en zijn partner als vreemdeling na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8 onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig in Nederland verblijf heeft op grond van artikel 8 onder g of h van de Vreemdelingenwet 2000 3 Indien een situatie zoals genoemd in lid 1 of 2 zich slechts ten aanzien van één van de partners voordoet wordt bij de beoordeling of er aanspraak bestaat op een voorziening en bij de vaststelling van de omvang van de voorziening de partner op wie het gestelde in lid 1 van toepassing is buiten beschouwing gelaten Artikel 5 Hoogte tegemoetkoming 1 De hoogte van de tegemoetkoming voor culturele maatschappelijke en recreatieve activiteiten bedraagt 300 00 per schooljaar per brugklasser 2 De hoogte van de tegemoetkomingvoor culturele maatschappelijke en recreatieve activiteiten bedraagt 225 00 per schooljaar per scholier Artikel 6 Aanvragen 1 Om voor een voorziening in aanmerking te komen dient de belanghebbende voor het aanvragen gebruik te maken van een formulier dat door het college is vastgesteld De partner moetschriftelijk instemmen dat de belanghebbende mede namens hem een aanvraag indient 2 De aanvraag voor een tegemoetkoming dient voor afloop van de eerste helft van het schooljaar te worden ingediend doch uiterlijk op 31 december van het schooljaar 3 De tegemoetkoming wordt een maal per jaar verstrekt Betaling geschiedt op het opgegeven bank of girorekeningnummer Artikel 7 Terugvordering 1 De belanghebbende bewaart gedurende tenminste twee jaar na afloop van het betreffende kalanderjaar de schriftelijke bewijzen van zijn uitgaven voor culturele maatschappelijke en recreatieve activiteiten 2 De bijdrage kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en daardoor een te hoge bijdrage heeft ontvangen of weigert te voldoen aan gestelde verplichtingen Artikel 8 hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen artikel 2 4 6 en 7 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op het belang van belanghebbende leidt tot onbillijkheid van overwegende aard Artikel 9 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015 ALGEMENE TOELICHTING We willen voorkomen dat kwetsbare groepen in de samenleving niet meer participeren in de maatschappij Uit onderzoek blijkt dat minimahuishoudens met schoolgaande kinderen tussen 12 en 18 jaar moeite hebben om rond te komen ondanks rijks en lokale regelingen Van rijkswege kunnen ouders en verzorgers van kinderen in het voortgezet onderwijs een inkomensafhankelijke tegemoetkoming krijgen op basis van de Wet Tegemoetkoming Onderwijs en Schoolkosten WTOS Deze wettelijke regeling heeft echter niet de intentie gehad

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/bestuur/verordeningen-en-beleidsregels/verordeningen/maatschappelijke-zorg-en-welzijn/verordening-0 (2015-12-01)
    Open archived version from archive

  • Verordening Jeugdhulp Gemeente Zwolle 2015 | Gemeente Zwolle
    van de gemeente Zwolle conform het woonplaatsbeginsel als gedefinieerd in artikel 1 1 van de wet Artikel 11 Inhoud beschikking 11 1 In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt 11 2 Bij het verstrekken van een individuele voorziening worden in de beschikking tevens vastgelegd de met de jeugdige en of zijn ouders gemaakte afspraken inclusief het beoogde resultaat wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is 11 3 Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval tevens vastgelegd dat de bekwaamheid van de aanvrager is getoetst en dat het pgb passend wordt geacht welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb wat de hoogte van het pgb is en hoe deze is berekend hoe de feitelijke betaling ten laste van het te verstrekken pgb plaatsvindt en de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb 11 4 Als sprake is van een te betalen ouderbijdrage worden de ouders daarover in de beschikking geïnformeerd Artikel 12 Regels voor pgb 12 1 Het tarief voor een pgb is gebaseerd op een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld plan over hoe zij het pgb gaan besteden is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen en bedraagt ten hoogste de kostprijs van de individuele voorziening in natura 12 2 Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld en de kwaliteit van de dienstverlening wordt geborgd Een pgb wordt niet gefinancierd als de hulpverlening redelijkerwijs van de omgeving verwacht mag worden waarbij rekening wordt gehouden met de leeftijd en mate van beperking van de jeugdige Tenzij het gegeven de omstandigheden een betere keuze is worden er in principe geen personen uit het sociaal netwerk gefinancierd 12 3 Een pgb bedraagt maximaal de kosten van de individuele voorziening in natura 12 4 De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk indien deze persoon voor zijn diensten maximaal het pgb uurtarief voor hulp van niet professionele zorgverleners krijgt betaald heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt het pgb niet zal gebruiken voor de betaling van tussenpersonen of belangenbehartigers voldoet aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de wet en het besluit jeugdhulp 12 5 Het college kent geen pgb toe voor zover deze is bedoeld voor ondersteunings of administratiekosten in verband met het pgb Artikel 13 Nieuwe feiten en omstandigheden herziening intrekking of terugvordering 13 1 Onverminderd artikel 8 1 2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening 13 2 Onverminderd artikel 8 1 4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat de jeugdige en zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid de jeugdige en zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten de jeugdige en zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb of de jeugdige en zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd 13 3 Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden 13 4 Als het college een beslissing op grond van het tweede lid onder a heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb 13 5 Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg al dan niet steekproefsgewijs de bestedingen van pgb s Artikel 14 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het college houdt in het belang van een goede prijs kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering rekening met de aard en omvang van de te verrichten taken de voor de sector toepasselijke CAO schalen in relatie tot de zwaarte van de functie een redelijke toeslag voor overheadkosten een voor de sector reële mate van non productiviteit van het personeel als gevolg van verlof ziekte scholing en werkoverleg en kosten voor bijscholing van het personeel Artikel 15 Vertrouwenspersoon Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon Artikel 16 Klachtregeling 16 1Het college behandelt klachten van jeugdigen en ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van hulpvragen en aanvragen als bedoeld in deze verordening overeenkomstig hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en volgens de door het college vastgestelde Procedureregeling Klachtbehandeling Artikel 17 Betrekken van ingezetenen bij het beleid 17 1 Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente waaronder in ieder geval inwoners of hun vertegenwoordigers bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de Inspraakverordening van de gemeente Zwolle en de verordening participatieraad gemeente Zwolle 17 2 Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen en in ieder geval de Participatieraad vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp Artikel 18 Nadere regels Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de in deze verordening nader aangegeven onderwerpen Artikel 19 Overgangsrecht Een ingezetene houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Wet op de Jeugdzorg de AWBZ of de ZVW totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarmee het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt komt te vervallen Artikel 20 Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015 Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Jeugdhulp Gemeente Zwolle 2015 TOELICHTING VERORDENING JEUGDHULP GEMEENTE ZWOLLE 2015 Algemeen Deze verordening geeft uitvoering aan de Jeugdwet Deze wet maakt onderdeel uit van de bestuurlijke en financiële decentralisatie naar gemeenten van de jeugdzorg de jeugd ggz de zorg voor verstandelijk beperkte jeugdigen en de begeleiding en persoonlijke verzorging van jeugdigen Daarnaast wordt met deze wet een omslag gemaakt van een stelsel gebaseerd op een wettelijk recht op zorg aanspraak naar een stelsel op basis van een voorzieningenplicht voor gemeenten voorziening op een wijze zoals eerder is gebeurd met de Wet maatschappelijke ondersteuning Wmo Het wettelijke recht op jeugdzorg en individuele aanspraken op jeugdzorg worden hierbij vervangen door een voorzieningenplicht waarvan de aard en omvang in beginsel door de gemeente worden bepaald maatwerk Het doel van het jeugdzorgstelsel blijft echter onverminderd overeind jeugdigen en ouders krijgen waar nodig tijdig bij hun situatie passende hulp met als beoogd doel ervoor te zorgen de eigen kracht van de jongere en het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin te versterken De Jeugdwet schrijft in de artikelen 2 9 2 10 en 2 12 voor dat de gemeenteraad per verordening in ieder geval regels opstelt over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige jeugdhulp voorzieningen met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning de wijze van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op gebied van zorg onderwijs maatschappelijke ondersteuning werk en inkomen over de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of persoonsgebonden budget alsmede van misbruik of oneigenlijke gebruik van de Jeugdwet over de wijze waarop ingezetenen worden betrokken bij de uitvoering van de Jeugdwet en ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van jeugdhulp kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering waar het college ten aanzien daarvan de uitvoering van de Jeugdwet door derden laat verrichten Hierbij dient rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden Artikel 2 9 van de Jeugdwet biedt verder ruimte om met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Jeugdwet andere regels te stellen Deze verordening maakt hier spaarzaam gebruik van om een meer compleet beeld te geven van de rechten en plichten van burgers en de gemeente Daarnaast kan op grond van artikel 8 1 1 vierde lid bij verordening bepaald worden onder welke voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstekt de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociale netwerk Deze verordening kan niet los worden gezien van het Beleidsplan Jeugdhulp dat de raad op grond van artikel 2 2 van de Jeugdwet eveneens dient vast te stellen In dit beleidsplan wordt het door het gemeentebestuur te voeren beleid vastgelegd met betrekking tot preventie en jeugdhulp de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Toeleiding naar de jeugdhulp De toeleiding naar de jeugdhulp kan op verschillende manieren plaatsvinden Vrij toegankelijk In de verordening is onderscheid gemaakt tussen overige vrij toegankelijke en individuele niet vrij toegankelijke voorzieningen op het gebied van jeugdhulp zie artikel 2 eerste respectievelijk tweede lid Voor een deel van de hulpvragen zal volstaan kunnen worden met een vrij toegankelijke voorziening Hier kunnen de jeugdige en zijn ouders gebruik van maken zonder dat zij daarvoor een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig hebben De jeugdige en zijn ouders kunnen zich voor deze vorm van jeugdhulp dus rechtstreeks tot de jeugdhulpaanbieder wenden Ook alle activiteiten van het Basistakenpakket JGZ en alle met de gemeente afgesproken additionele taken JGZ vallen hieronder Toegang jeugdhulp via de gemeente Ook kan een hulpvraag van een jeugdige of zijn ouder binnenkomen bij de gemeente De beslissing door de gemeente welke zorg een jeugdige of zijn ouder precies nodig heeft komt vervolgens tot stand in overleg met die jeugdige en zijn ouders In een gesprek tussen een door de gemeente ingezette deskundige en de jeugdige en zijn ouders zal gekeken worden wat de jeugdige en zijn ouders eventueel zelf of met behulp van hun netwerk kunnen doen aan het probleem Als aanvullend daarop een voorziening op het gebied van jeugdhulp nodig is dan zal eerst gekeken worden of dit een vrij toegankelijke voorziening is of een niet vrij toegankelijke voorziening Is het laatste het geval dan neemt deze deskundige namens het college een besluit en verwijst hij de jeugdige door naar de jeugdhulpaanbieder die volgens de deskundige de aangewezene is om de betreffende problematiek aan te pakken Toegang via de huisarts de jeugdarts en de medisch specialist De Jeugdwet regelt daarnaast dat de jeugdhulp toegankelijk is na een verwijzing door de huisarts de jeugdarts en de medisch specialist Na een dergelijke verwijzing staat echter nog niet vast welke specifieke behandelvorm van jeugdhulp dus bijvoorbeeld welke therapie een jeugdige of zijn ouder precies nodig heeft Een jeugdige kan op dat moment terecht bij de jeugdhulpaanbieders die de gemeente heeft ingekocht In de praktijk zal het de jeugdhulpaanbieder zelf zijn die op basis van zijn professionele autonomie na de verwijzing beoordeelt welke voorziening precies nodig is de behandelvorm hoe vaak iemand moet komen de omvang en hoe lang de duur Bij deze beoordeling dient de jeugdhulpaanbieder zich te houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract of subsidierelatie Deze afspraken zien toe op hoe de gemeente haar regierol kan waarmaken en op de omvang van het pakket Deze afspraken zullen verder ook ingaan op hoe de artsen en de gemeentelijke toegang goed van elkaar op de hoogte zijn van de doorverwijzing of behandeling van een kind zodat de integrale benadering rond het kind en het principe van 1 gezin 1 plan 1 generalist met name bij multiproblematiek kan worden geborgd en er geen nieuwe verkokering zal plaatsvinden waarbij professionals niet goed van elkaar weten dat zij bij het gezin betrokken zijn Daarnaast zal de jeugdhulpaanbieder rekening moeten houden met de regels die de gemeente bij verordening heeft gesteld Deze verordening regelt welk aanbod van de gemeente alleen via verwijzing of met een besluit van de gemeente toegankelijk is zie artikel 2 Omdat de gemeente verder geen nadrukkelijke rol speelt bij de toegang via de huisarts de jeugdarts en de medisch specialist regelt deze slechts een enkel aspect met betrekking tot het proces zie artikel 3 Artikel 9 en verder zijn wel van overeenkomstige toepassing Toegang via de gecertificeerde instelling de kinderrechter het openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting Een andere ingang tot de jeugdhulp is via de gecertificeerde instelling de kinderrechter via een kinderbeschermingsmaatregel of een maatregel tot jeugdreclassering het openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting De gecertificeerde instelling is verplicht om bij de bepaling van de in te zetten jeugdhulp in het kader van een door de rechter opgelegde kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering te overleggen met de gemeente Uiteraard kan bij dit overleg een kostenafweging plaatsvinden De gemeente is op haar beurt vervolgens gehouden de jeugdhulp in te zetten die deze partijen nodig achten ter uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel of de jeugdreclassering Deze leveringsplicht van de gemeente vloeit voort uit het feit dat uitspraken van rechters te allen tijde moeten worden uitgevoerd om rechtsgelijkheid en rechtszekerheid te kunnen garanderen Ook hier geldt dat de gecertificeerde instelling in beginsel gebonden is aan de jeugdhulp die de gemeente heeft ingekocht Als de kinderrechter een ondertoezichtstelling of gezagsbeëindiging uitspreekt wijst hij gelijktijdig in de beschikking de gecertificeerde instelling aan die de maatregel gaat uitvoeren Dit kan de rechter juist omdat de raad voor de kinderbescherming in zijn verzoekschrift een concreet advies geeft over welke gecertificeerde instelling de maatregel zou moeten uitvoeren De raad voor de kinderbescherming neemt een gecertificeerde instelling in zijn verzoekschrift op die na overleg met de gemeente en gezien de concrete omstandigheden van het geval hiervoor het meest geschikt lijkt De raad voor de kinderbescherming is verplicht om hierover met de gemeente te overleggen Deze toegang wordt al in de Jeugdwet zelf geregeld en komt verder dus niet terug in deze verordening Toegang via de advies en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling AMHK Veilig Thuis Ten slotte vormt ook Veilig Thuis een toegang tot onder andere jeugdhulp Veilig Thuis geeft advies over vermoedens en gevallen van huiselijk geweld en kindermishandeling onderzoekt indien nodig op basis van een melding of er sprake is van kindermishandeling motiveert zo nodig ouders tot accepteren van jeugdhulp en legt daartoe contacten met de hulpverlening Deze toegang wordt al in de Jeugdwet zelf geregeld en komt verder dus niet terug in deze verordening Artikelsgewijs Artikel 1 Begripsbepalingen Onder het begrip andere voorziening wordt in deze verordening verstaan een voorziening die niet op grond van de Jeugdwet wordt getroffen maar in het kader van maatschappelijke ondersteuning onderwijs werk en inkomen of zorg Zie ook artikel 2 9 onder b van de wet De individuele voorzieningen en overige voorzieningen zijn opgenomen in artikel 2 Hoe individuele voorzieningen verkregen kunnen worden is nader geregeld in artikel 3 e n verder De definities van gesprek en melding zijn nodig omdat deze begrippen niet zijn gedefinieerd in de wet en het gebruik hier afwijkt van het normaal spraakgebruik De melding is het eerste contact van jeugdigen en ouders met het college om aan te geven dat zij behoefte hebben aan jeugdhulp De melding artikel 4 is iets anders dan de aanvraag om een individuele voorziening dit laatste is geregeld in artikel 8 Het gesprek is het mondeling contact bij het onderzoek naar de hulpvraag waarin het college in de praktijk zal het college deze bevoegdheid mandateren aan deskundigen met degene die jeugdhulp vraagt zijn gehele situatie bespreekt ten aanzien van de ondervonden problemen en de gevolgen daarvan en de gewenste resultaten van de te kiezen oplossingen De definitie van pgb is opgenomen omdat de afkorting pgb in het spraakgebruik inmiddels meer is ingeburgerd dan voluit persoonsgebonden budget Het aantal definities van artikel 1 is beperkt aangezien de wet al een flink aantal definities kent die ook bindend zijn voor deze verordening Deze wettelijke definities zijn dan ook niet nogmaals opgenomen in de verordening Het betreft onder meer definities van centrale begrippen als jeugdhulp jeugdige en ouder In de verordening gebruiken we de begrippen jeugdige en ouder overeenkomstig de Jeugdwet Indien mogelijk aangeduid algemeen als jeugdigen en ouders en specifiek veelal als de jeugdige of zijn ouders Gebruik van of impliceert ook de betekenis en Met de aanduiding de jeugdige of zijn ouders bedoelen we dus de jeugdige van bijvoorbeeld 16 jaar of ouder zelfstandig de jeugdige met een of beide ouders in de definitie van artikel 1 van de wet de gezaghebbend ouder adoptiefouder stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt niet zijnde een pleegouder bij een jeugdige tussen de 12 en de 16 jaar of de ouders namens de jeugdige bij een jeugdige jonger dan 12 jaar In artikel 1 1 van de wet is jeugdhulp als volgt gedefinieerd 1 ondersteuning van en hulp en zorg niet zijnde preventie aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen stabiliseren behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen psychosociale problemen gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen 2 het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische verstandelijke lichamelijke of zintuiglijke beperking een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt en 3 het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt met dien verstande dat de leeftijdgrens van achttien jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht Ook de Algemene wet bestuursrecht hierna Awb kent een aantal definitiebepalingen die voor deze verordening van belang zijn zoals aanvraag artikel 1 3 derde lid van de Awb en beschikking artikel 1 2 van de Awb Artikel 2 Vormen van jeugdhulp Dit artikel geeft een nadere uitwerking van de verplichte delegatiebepaling van artikel 2 9 onder a van de wet waarin is bepaald dat de gemeente bij verordening regels stelt over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige jeugdhulp voorzieningen Uit de memorie van toelichting op de wet Kamerstukken II 2012 13 33 684 nr 3 komt naar voren dat de burger recht heeft op een duidelijk beeld van het aanbod van voorzieningen binnen de gemeente Het begrip voorziening is een lastig te vatten begrip De wetgever waagt zich dan ook niet aan een definitie maar geeft wel in de memorie van toelichting aan dat de door de gemeente te treffen voorziening zowel een algemene vrij toegankelijke voorziening kan zijn als een individuele voorziening Een individuele voorziening zal vaak betrekking hebben op meer gespecialiseerde zorg De gemeente bepaalt zelf welke hulp vrij toegankelijk is en welke niet Voor de niet vrij toegankelijke vormen van ondersteuning zal door de gemeente artikel 4 tot en met 8 of door de huisarts medisch specialist of jeugdarts en de jeugdhulpaanbieder artikel 3 eerst beoordeeld moeten worden of de jeugdige of zijn ouders deze ondersteuning daadwerkelijk nodig hebben Voorzieningen in de zin van de Jeugdwet zijn gerelateerd aan de drieledige wettelijke definitie van jeugdhulp zie de toelichting op artikel 1 Een voorziening kan derhalve een breed spectrum van verschillende soorten ondersteuning hulp en zorg omvatten Een beschrijving is gewenst omdat de wetgever gemeenten opdraagt ervoor te zorgen dat de burger zich een beeld kan vormen van de voorzieningen in het kader van jeugdhulp Artikel 3 Toegang jeugdhulp via de huisarts medisch specialist of jeugdarts In artikel 2 6 eerste lid onderdeel g van de Jeugdwet is geregeld dat naast de gemeentelijk georganiseerde toegang tot jeugdhulp ook de directe verwijzingsmogelijkheid door de huisarts medisch specialist en jeugdarts naar de jeugdhulp blijft bestaan Dit laatste geldt zowel voor de vrij toegankelijke overige voorzieningen als de niet vrij toegankelijke individuele voorzieningen Met een dergelijke verwijzing kan de jeugdige rechtstreeks aankloppen bij de jeugdhulpaanbieder In de praktijk zal het de jeugdhulpaanbieder bijvoorbeeld de jeugdpsychiater de gezinswerker of orthopedagoog zijn die na de verwijzing stap 1 beoordeelt welke jeugdhulp precies nodig is Deze bepaalt in overleg met de jeugdige of ouder daadwerkelijk de concrete inhoud vorm omvang en duur van de benodigde jeugdhulp Deze aanbieder stelt dus feitelijk vast wat naar zijn oordeel de inhoud van de benodigde voorziening dient te zijn en hij zal zijn oordeel mede baseren op de protocollen en richtlijnen die voor een professional de basis van zijn handelen vormen stap 2 Zie ook de algemene toelichting Het college legt de te verlenen individuele voorziening dan wel het afwijzen daarvan in alle gevallen vast in een beschikking aan de jeugdige of zijn ouders Artikel 4 Toegang jeugdhulp via de gemeente Deze bepaling regelt de toegang van jeugdhulp via de gemeente en is opgenomen om een zorgvuldige procedure te waarborgen Dit alles ter uitvoering van artikel 2 9 onder a van de wet waarin is bepaald dat de gemeente bij verordening in ieder geval regels stelt over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening Voor het verkrijgen van een individuele niet overige voorziening geldt de in artikel 4 tot en met 8 beschreven procedure Bij het onderzoek ter beoordeling van een aangemelde hulpvraag zal zoals beschreven in artikel 6 in een gesprek met de jeugdige en zijn ouders de gehele situatie worden bekeken en kan bijvoorbeeld alsnog worden verwezen naar een overige jeugdhulpvoorziening in plaats van of naast mogelijke toekenning van een individuele voorziening Eerste lid het college is verantwoordelijk voor de inzet van de noodzakelijke voorzieningen op het gebied van jeugdhulp Het college is bevoegd om de toegang tot jeugdhulp te verlenen op grond van de wet In de praktijk zal het college de beslissing over het inzetten van jeugdhulp niet zelf uitvoeren maar mandateren aan deskundigen Ook op andere plaatsen in deze verordening en in de wet waar staat het college kan het college deze bevoegdheid mandateren naar ondergeschikten dan wel niet ondergeschikten op grond van de algemene regels van de Awb Vierde lid de jeugdige of zijn ouders die een beroep willen doen op een overige voorziening kunnen hier direct naartoe zonder meldingsprocedure in de zin van artikel 4 en volgende deze verordening Zoals in de algemene toelichting al is aangehaald hebben jeugdigen en ouders onder de Jeugdwet geen wettelijk recht op jeugdzorg en geen individuele aanspraken op jeugdzorg Wel is er een voorzieningenplicht voor de gemeente en het daaruit voortvloeiende recht van jeugdigen en ouders op een zorgvuldige procedure Deze verordening bevat een aantal bepalingen die dit moeten waarborgen Hiermee kan ten onrechte de schijn worden gewekt dat het telkens om een uitvoerig onnodig bureaucratische proces gaat Dit is echter geenszins de bedoeling Zo kan het vooronderzoek artikel 5 afhankelijk van de inhoud van de melding meer of minder uitgebreid zijn Er kan bovendien hiervan en in bepaalde gevallen ook van het gesprek artikel 6 in overleg met de jeugdige of zijn ouders afgezien worden Daartegenover staat dat als dat nodig is er ook sprake kan zijn van meerdere opeenvolgende gesprekken Als de jeugdige al bij de gemeente bekend is zullen een aantal gespreksonderwerpen niet meer uitgediept hoeven te worden Komen een jeugdige of zijn ouders voor het eerst bij de gemeente dan zal een gesprek nodig zijn om een totaalbeeld van de jeugdige en zijn situatie te krijgen Een vooronderzoek en gesprek zullen uiteindelijk vaak wel in enige vorm nodig zijn omdat voor een zorgvuldig te nemen besluit het van belang is dat alle feiten en omstandigheden van de specifieke hulpvraag worden onderzocht Ook andere bepalingen schriftelijke verslaglegging artikel 7 en schriftelijke indiening aanvraag artikel 8 zijn opgenomen met het oog op een zorgvuldige procedure en in het belang van een zorgvuldige dossiervorming Artikel 5 Vooronderzoek bij toegang jeugdhulp via gemeente Deze bepaling is hier opgenomen om een zorgvuldige procedure te waarborgen en te zorgen dat jeugdigen en ouders goed worden geïnformeerd Het eerste lid dient ter voorbereiding van het gesprek waarbij voor het onderzoek naar aanleiding van de melding relevante bekende gegevens in kaart worden gebracht zodat cliënten niet worden belast met vragen over zaken die bij de gemeente al bekend zijn en een goede afstemming mogelijk is met eventuele andere voorzieningen op het gebied van zorg onderwijs maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen De regels met betrekking tot de privacy van betrokkenen en gegevensuitwisseling die gelden op grond van de Jeugdwet en de Wet bescherming persoonsgegevens zijn hierop van overeenkomstige toepassing Indien gegevens nodig zijn waartoe het college geen toegang heeft in verband met de privacyregels kan het college de jeugdige of zijn ouders vragen om toestemming om deze op te vragen of in te zien Het vooronderzoek kan afhankelijk van de inhoud van de melding meer of minder uitgebreid zijn en omvat ook de uitnodiging voor het gesprek Tweede lid bij de vaststelling van de datum het tijdstip en de locatie voor het gesprek kunnen dan ook al wat concrete vragen worden gesteld of aan de jeugdige of zijn ouders worden verzocht om nog een aantal stukken te overleggen In het kader van de rechtmatigheid wordt in ieder geval de identiteit van de jeugdige of ouders vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht Tevens kan worden beoordeeld of sprake is van een voorliggende voorziening en of het college op grond van artikel 1 2 van de wet al dan niet is gehouden om een voorziening op basis van deze wet te treffen In het derde lid is een bepaling opgenomen ter voorkoming van onnodige bureaucratie Als de gemeente al een dossier heeft van de jeugdige of zijn ouders en de jeugdige of zijn ouders geven toestemming om dit dossier te gebruiken dan kan een vooronderzoek achterwege blijven Een gesprek over de acute hulpvraag is dan in de regel nog wel nodig Indien de hulpvraag ook al bekend is en het bijvoorbeeld over een vervolgvraag gaat dan kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders ook van het gesprek worden afgezien Dit laatste is bepaald in artikel 6 vierde lid Artikel 6 Het gesprek Voor een zorgvuldig te nemen besluit is het van belang dat alle feiten en omstandigheden van de specifieke hulpvraag worden onderzocht Daarbij is het van belang dat het onderzoek in samenspraak met de jeugdige en zijn ouders wordt verricht Voor een zorgvuldig onderzoek is veelal persoonlijk contact nodig om een totaalbeeld van de jeugdige en zijn ouders te krijgen Het ligt daarom ook voor de hand dat tijdens een gesprek met de jeugdige en zijn ouders het een en ander wordt besproken Of dit gesprek op een gemeentelocatie wijkteam plaatsvindt op school bij de jeugdige of zijn ouders thuis of bij een andere deskundige zal afhankelijk van de concrete situatie worden besloten Indien nodig voor het onderzoek kan ook sprake zijn van meerdere opeenvolgende gesprekken In het gesprek zou duidelijk moeten worden hoe ook de meest complexe individuele voorzieningen kunnen worden getroffen De wetgever omkleedt de procedure om te komen tot een individuele voorziening met allerlei waarborgen rond een deskundige beoordeling Het kan zelfs gaan om diagnostiek om voor een psychiatrische behandeling in aanmerking te komen of voor een verblijf in 24 uursopvang Dat zijn zwaarwegende beslissingen waaraan professioneel onderzoek en afweging aan ten grondslag ligt In het eerste lid is opgenomen dat het gesprek zo spoedig mogelijk moet plaatsvinden Het hangt af van de situatie hoe snel dat kan of moet plaatsvinden In de onderdelen a tot en met i zijn de onderwerpen van het gesprek weergegeven Het betreft uiteraard altijd maatwerk Indien de jeugdige al bij de gemeente bekend is zullen een aantal gespreksonderwerpen niet meer uitgediept hoeven te worden en zal bijvoorbeeld alleen kunnen worden gevraagd of er nog nieuwe ontwikkelingen zijn Komen een jeugdige of zijn ouders voor het eerst bij de gemeente dan zal het gesprek dienen om een totaalbeeld van de jeugdige en zijn situatie te krijgen In onderdeel c wordt de eigen kracht van jeugdigen en ouders voorop gesteld overeenkomstig het in de considerans van de wet vermelde uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt Een te verstrekken voorziening kan ook juist nodig zijn om de mate van probleemoplossend vermogen van de jeugdige en zijn ouders en die van de naaste omgeving te versterken Ten aanzien van de afstemmingsplicht in onderdeel g valt tedenken aan een voorziening die een jeugdige ontvangt op grond van de AWBZ of de Zvw en een voorziening op het gebied van passend onderwijs Het tweede lid dient ertoe ouders te informeren Het college neemt niet de hoogte van de bijdrage in de kosten in de beschikking op Dat loopt via het door het college daartoe aangewezen bestuursorgaan evenals de mogelijkheid van bezwaar en beroep daartegen In artikel 8 2 3 van de wet is bepaald dat de ouderbijdrage door het bestuursorgaan dat door Onze Ministers met de vaststelling en de inning is belast wordt vastgesteld en ten behoeve van de gemeente wordt geïnd De ouderbijdrage geldt op grond van art 8 2 1 van de wet alleen in situaties van jeugdhulp buiten de thuissituatie Zie ook artikel 11 vierde lid Artikel 7 Het verslag Deze bepaling is opgenomen in het belang van een zorgvuldige dossiervorming en een zorgvuldige procedure De invulling van deze verslagplicht is vormvrij Hierbij is een voorbeeld genomen aan de praktijk van de Wmo In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel Wmo 2015 Kamerstukken II 2013 14 33 841 nr 3 staat hieroverdat het college een weergave van de uitkomsten van het onderzoek verstrekt om de cliënt in staat te stellen een aanvraag te doen voor een maatwerkvoorziening Dat moet in beginsel schriftelijk Een goede weergave maakt het voor de gemeente inzichtelijk om een juiste beslissing te nemen te nemen op een aanvraag en draagt bij aan een inzichtelijke communicatie met de cliënt Uiteraard zal de weergave van de uitkomsten van het onderzoek variëren met de uitkomsten van het onderzoek Zo zal de weergave van het onderzoek bijvoorbeeld heel beperkt kunnen zijn als de cliënt van mening is goed geholpen te zijn en de uitkomst is dat geen aanvraag van een maatwerkvoorziening noodzakelijk is Bij meer complexe onderzoeken zal uiteraard een uitgebreidere weergave noodzakelijk zijn Desgewenst kan de gemeente de schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek ook gebruiken als een met de cliënt overeengekomen plan arrangement waarin de gemaakte afspraken en de verplichtingen die daaruit voortvloeien zijn vastgelegd Het is in dat geval passend dat het college en de cliënt dit plan ondertekenen Het later toevoegen van opmerkingen of het aanbrengen van wijzigingen of het herstellen van feitelijke onjuistheden is eveneens vormvrij derde lid Artikel 8 De aanvraag Deze bepaling is een uitwerking van de verplichte delegatiebepaling van artikel 2 9 onder a van de wet waarbij is bepaald dat de gemeente bij verordening in ieder geval regels stelt met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening Een aanvraag is nodig om een verleningsbeschikking voor een individuele voorziening te verkrijgen In de Awb worden regels gegeven omtrent de aanvraag Deze verordening wijkt daarvan niet af Op grond van artikel 4 1 van de Awb wordt een aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk ingediend bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen hier het college tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald Beslistermijnen Awb In de verordening is geen termijn opgenomen om te beslissen op een aanvraag De regeling in de Awb geldt onverkort In artikel 4 13 van de Awb is bepaald dat een beschikking dient te worden gegeven binnen een redelijke termijn van acht weken na ontvangst van de aanvraag Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven dient het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede te delen en daarbij een redelijk termijn te noemen waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien artikel 4 14 derde lid van de Awb Deze termijnen zijn maximumtermijnen Indien nodig kan na een melding binnen enkele dagen een individuele voorziening worden verstrekt in complexe situaties zal in de regel in het belang van een zorgvuldig onderzoek een langere termijn nodig zijn Bijvoorbeeld indien een langer durend diagnosetraject benodigd is kan dit ook tot een wat langere afhandelingsduur van de aanvraag leiden Ter voorkoming van onnodige administratieve lasten is in het tweede lid de mogelijkheid opgenomen om een door de jeugdige of zijn ouders ondertekend verslag als aanvraag aan te merken Artikel 9 Toekenning individuele voorziening en Artikel 10 Voorwaarden en weigeringsgronden Artikel 9 en 10 geven criteria en weigeringsgronden op basis waarvan bepaald wordt of iemand in aanmerking komt voor een individuele voorziening Dit is het toetsingskader In artikel 10 derde lid is een verwijzing opgenomen naar het centrale pgb artikel 8 1 1 van de wet Dit lid is opgenomen teneinde in de verordening een compleet beeld van rechten en plichten van de cliёnt te geven In het eerste lid is verankerd dat het college op grond van artikel 8 1 1 van de wet een pgb kan verstrekken Als aan alle wettelijke voorwaarden daartoe is voldaan kan zelfs van een verplichting van het college worden gesproken zie ook de tekst van artikel 8 1 1 eerste lid Indien de jeugdige of zijn ouders dit wensen Voor gemeenten is ondermeer van belang dat een pgb slechts wordt verstrekt indien de jeugdige of zijn ouders gemotiveerd kunnen aantonen dat de individuele voorziening die door een aanbieder wordt geleverd niet passend is zie artikel 8 1 1 derde lid onder b Het tweede tot en met vierde lid berusten op artikel 2 9 onder c van de wet In deze wetsbepaling staat dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald op welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld In artikel 8 1 1 vijfde lid onderdeel a van de wet is bepaald dat het college een pgb kan weigeren voor zover de kosten van het betrekken van de jeugdhulp van derden hoger zijn dan de kosten van de individuele voorziening Zo wordt voorkomen dat inkoopvoordelen zouden wegvallen als te veel personen zelf ondersteuning willen inkopen met een pgb Een pgb is gemiddeld genomen ook goedkoper dan zorg in natura omdat er minder overheadkosten hoeven te worden meegerekend De maximale hoogte van een pgb is in de verordening begrensd op de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate door het college ingekochte individuele voorziening in natura Artikel 11 Inhoud beschikking Indien de jeugdige of zijn ouders een formele aanvraag bij het college indienen artikel 8 of er overeenkomstig artikel 3 tweede lid een beschikking afgegeven wordt dient het college een schriftelijke beschikking op te stellen waartegen zij bezwaar en beroep op grond van de Awb kunnen indienen Uitgangspunt van de wet is dat de jeugdige of zijn ouders een voorziening in natura krijgen Indien gewenst door

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/bestuur/verordeningen-en-beleidsregels/verordeningen/maatschappelijke-zorg-en-welzijn/verordening-2 (2015-12-01)
    Open archived version from archive

  • Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Zwolle 2015 | Gemeente Zwolle
    college verrekent de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van een beslagvrije voet 2 Aansluitend op het eerste lid verrekent het college de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden met inachtneming van de bijzondere beslagvrije voet waarin 80 van de toepasselijke bijstandsnorm beschikbaar blijft voor de belanghebbende 3 Tot het inkomen bedoeld in tweede lid worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31 tweede lid onderdelen n en r van de wet Artikel 3 Verrekenen met inachtneming reguliere beslagvrije voet In afwijking van artikel 2 verrekent het college de recidiveboete met inachtneming van de reguliere beslagvrije voet indien een huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin na rechterlijk vonnis is aangezegd door de deurwaarder of anderszins sprake is van dringende redenen Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel 4 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015 TOELICHTING Algemene toelichting Op 1 januari 2013 trad de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW wetgeving in werking Voor de WWB introduceerde deze wet de bestuurlijke boete bij een schending van de inlichtingenplicht Het college is verplicht de bestuurlijke boete in te vorderen Bij deze invordering moet de beslagvrije voet in acht genomen worden Als er sprake is van een bestuurlijke boete wegens recidive kan het college besluiten een afwijkende beslagvrije voet te hanteren gedurende maximaal drie maanden Ook de nieuwe participatiewet verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen over de bevoegdheid tijdelijk een afwijkende beslagvrije voet te hanteren bij verrekening van de recidiveboete De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich slechts uit over het al dan niet in acht nemen van de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begrippen In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven De meeste behoeven geen nadere toelichting Verrekenen De wet kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Voor de duidelijkheid is daarom een aparte begripsbepaling opgenomen in de verordening Artikel 2 Verrekenen van de bestuurlijke boete Het college verrekent slechts één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet Voor de overige twee maanden vindt weliswaar verrekening met de beslagvrije voet plaats maar niet volledig Belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80 van de toepasselijke bijstandsnorm Voor het percentage is gekeken naar de invorderingsmogelijkheden die de Belastingdienst heeft bij notoire wanbetalers Vanwege de vereenvoudiging van de kindregelingen zal met ingang van 1 januari 2015 de toepasselijke bijstandsnorm voor eenoudergezinnen nog moeten worden gecorrigeerd met de eenouder kop op grond van de wet op het kindgebonden budget Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat fraude niet mag lonen Het gaat hier immers om mensen die herhaaldelijk hun inlichtingenplicht hebben geschonden Daar mag een duidelijk signaal tegenover staan Anderzijds wordt rekening gehouden met de zorgplicht van gemeenten Het volledig buiten werking stellen van de beslagvrije voet gedurende drie maanden kan kwalijke maatschappelijke consequenties hebben Dat moet voorkomen worden omdat de regeling daarmee zijn doel voorbij zou schieten Bij de verrekening van de recidiveboete worden de inkomsten zoals

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/verordening-verrekening-bestuurlijke-boete-bij-recidive-gemeente-zwolle-2015 (2015-12-01)
    Open archived version from archive

  • Verordening gemeentelijke begraafplaatsen Zwolle 2014 | Gemeente Zwolle
    afstand ter beschikking van de rechthebbende of zijn erfgenaam Daarna vervalt het aan de gemeente Nadat afstand is gedaan van het uitsluitend recht is overschrijving van het recht nog mogelijk gedurende de periode dat op het graf een bordje is geplaatst Artikel 25 Vervallen grafrecht Het college kan het grafrecht vervallen verklaren als de rechthebbende of zijn erfgenaam de in de verordening opgelegde verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt of daarmee in strijd handelt Het college is daarbij niet tot enige vergoeding verplicht Na het vervallen verklaren van het grafrecht is overschrijving van het grafrecht niet meer mogelijk HOOFDSTUK 5 GRAFBEDEKKING Artikel 26 Vergunning gedenkteken Voor het hebben van een gedenkteken als grafbedekking is schriftelijke vergunning nodig van het college De rechthebbende van een particulier graf of een belanghebbende van een algemeen graf vraagt de vergunning zoals bedoeld in het eerste lid aan Het college kan nadere regels vaststellen over de wijze van aanvragen van de vergunning de aard en de afmetingen van het gedenkteken en de wijze van aanbrengen Het college kan de vergunning weigeren als niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels genoemd in het derde lid Het gedenkteken wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende belanghebbende of zijn erfgenaam te zijn aangebracht Schade door welke oorzaak ook ontstaan en of vervolgschade aan derden is voor risico van deze persoon tenzij de schade wordt veroorzaakt door het beheer van de begraafplaats Artikel 27 Onderhoud gedenkteken De rechthebbende of de belanghebbende is verplicht het gedenkteken behoorlijk te onderhouden of te herstellen Het college kan de rechthebbende of belanghebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan het gedenkteken te herstellen binnen een gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het aanzien van de begraafplaats schaadt of het gedenkteken gevaar oplevert Het verrichten van werkzaamheden door derden aan het gedenkteken op de begraafplaats is uitsluitend toegestaan na toestemming van de beheerder Artikel 28 Verwijderen gedenkteken Het college kan het gedenkteken verwijderen na afstand van het uitsluitend recht het staken van de betaling van het onderhoudsrecht het nalaten van het onderhouden of herstellen van het gedenkteken of het vervallen verklaren van het uitsluitend recht Het gedenkteken op een algemeen graf wordt tien jaar na de laatste begraving of bijzetting in het graf verwijderd Het voornemen tot verwijdering van het gedenkteken maakt het college ten minste één jaar voorafgaand aan het tijdstip van verwijdering bekend aan de rechthebbende of belanghebbende Het college kan bij directe gevaarzetting het gedenkteken zonder voorafgaande bekendmaking verwijderen Als het gedenkteken is verwijderd en niet binnen zes maanden daarna is afgehaald vervalt het aan de gemeente zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is Artikel 29 Onderhoud door gemeente Het college zorgt voor het algemene onderhoud van de begraafplaats waaronder begrepen het schoonhouden van de urnenmuur en galerij ten behoeve van de galerijgraven aanplanten van een graf het onderhoud van deze aangebrachte beplanting het vervangen van de beplanting een behoorlijke ligging en stand van het gedenkteken Voor de genoemde zorg wordt van de rechthebbende of belanghebbende jaarlijks een onderhoudsrecht geheven Bij de uitgifte of verlenging van het uitsluitend recht is de rechthebbende verplicht de onderhoudsrechten voor een zelfde periode af te kopen tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten Het is niet toegestaan dat de rechthebbende of belanghebbende zelf beplanting op het graf aanbrengt Op verzoek van de rechthebbende of belanghebbende kan het college zorgen voor het jaarlijks schoonmaken van het gedenkteken Artikel 30 Verwijderen grafbedekking De beheerder kan zonder dat er aanspraak op schadevergoeding kan worden gemaakt zonder voorafgaande waarschuwing verwijderen niet blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert losse bloemen planten kransen en dergelijke die verwelkt zijn losstaande potten vazen of andere voorwerpen die kapot zijn of geen onderdeel uitmaken van het gedenkteken glazen voorwerpen HOOFDSTUK 6 RUIMING VAN GRAVEN Artikel 31 Ruiming graven Een graf waarop geen uitsluitend recht meer rust of waarvan de termijn is verstreken kan worden geruimd Een particulier graf kan op verzoek van de rechthebbende worden geruimd De stoffelijke resten uit het te ruimen graf worden begraven in en de as uit de asbus wordt verstrooid op een daarvoor bestemde graf op de respectievelijke begraafplaats De belanghebbende of rechthebbende kan bij de burgemeester een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen bijeen te brengen voor herbegraving of crematie of de urn ter beschikking te houden voor bijzetting of verstrooiing elders HOOFDSTUK 7 BIJZONDERE BEGRAAFPLAATSEN Artikel 32 Islamitische begraafplaats Op de begraafplaats Kranenburg zijn delen aangewezen als islamitische begraafplaats In afwijking van artikel 16 lid 1 onder a wordt in particulier graf één lijk begraven tenzij bij de eerste begraving in het graf een verzoek is gedaan om maximaal drie lijken in het graf te mogen begraven Voor het begraven in een algemeen graf is artikel 21 van toepassing Op schriftelijk verzoek van de rechthebbende of degene die in de bezorging voorziet wordt bij de begrafenis in een particulier graf een houten bekisting gebruikt die niet wordt verwijderd Het is toegestaan eigen bekisting van onbehandeld vurenhout te laten plaatsen Deze bekisting moet voldoen aan de afmetingen en voorschriften zoals opgenomen in Bijlage 1 Afwijking van de lengte of breedte maten is uitsluitend toegestaan als de maat van de kist niet binnen de voorgeschreven afmetingen past Indien het graf bedekt is met een bult zand wordt het graf na 40 dagen geëgaliseerd Plaatsing van een gedenkteken is mogelijk nadat het graf is geëgaliseerd In afwijking van artikel 13 lid 2 is op schriftelijk verzoek van de rechthebbende reservering van één naastgelegen particulier graf mogelijk Het college kan in bijzondere gevallen van het zevende lid afwijken Artikel 33 Chinese begraafplaats Op de begraafplaats Kranenburg is een gedeelte aangewezen als Chinese begraafplaats In afwijking van artikel 14 lid 1 en lid 2 wordt het uitsluitend recht voor 20 jaar of onbepaalde tijd verleend In afwijking van artikel 14 lid 3 en lid 4 is het mogelijk het uitsluitend recht voor maximaal vier graven direct te laten aanvangen zonder dat een begrafenis of bijzetting in het graf plaatsvindt In afwijking van artikel 13 lid 2 is het op schriftelijk verzoek mogelijk maximaal vier graven te reserveren In afwijking van artikel 11 lid 4 is de rechthebbende verplicht te zorgen voor het wegnemen en weer plaatsen van het gedenkteken ten behoeve van een begrafenis of bijzetting In afwijking van artikel 29 lid 1 is de rechthebbende verplicht te zorgen voor een behoorlijke stand of ligging van het gedenkteken HOOFDSTUK 8 CULTUURHISTIORISCH WAARDEVOLLE GRAVEN Artikel 34 Lijst Het college houdt een lijst bij van cultuurhistorische graven van personen met historische betekenis of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan wordt onderzocht of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden geplaatst Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekking op graven die op de in het eerste lid genoemde lijst zijn opgenomen HOOFDSTUK 9 OVERGANGS EN SLOTBEPALINGEN Artikel 35 Overgangsbepaling Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen blijven in stand Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist wordt daarop deze verordening toegepast Artikel 36 Strafbepaling Hij die handelt in strijd met de artikelen 3 4 5 of 6 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie Artikel 37 Intrekking oude regeling De Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen en de daarbij behorende toelichting vastgesteld op 8 maart 2004 wordt ingetrokken Artikel 38 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2014 TOELICHTING VERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN ZWOLLE 2014 Artikel 1 In dit artikel worden de gebruikte begrippen gedefinieerd l Een particulier graf werd in de vorige verordening aangeduid als eigen graf Ook in het algemeen spraakgebruik wordt de term eigen graf nog altijd gebruikt De verordening volgt echter de vernieuwde terminologie van de Wet op de lijkbezorging Wlb Artikel 2 Voor een particulier graf particulier galerijgraf particulier urnengraf en particuliere urnennis gelden in principe dezelfde rechten en plichten Dit is ook van toepassing op een algemeen graf algemeen urnengraf en een algemene verstrooiingsplaats Artikel 3 Dit artikel maakt het mogelijk om tijdens de openingstijden de begraafplaats geheel of gedeeltelijk te sluiten als daar aanleiding voor is in het kader van de orde en rust Artikel 4 In het belang van de orde rust en netheid op de begraafplaats zijn gedragsvoorschriften opgenomen Tegen overtreding van de voorschriften is straf bedreigd De politie kan als gevolg van de strafbedreiging tegen ordeverstoring optreden en zo nodig proces verbaal opmaken De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan zijn aanwijzingen houden biedt samen met de verbodsbepalingen voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste gedragingen op te treden In lid 3 onder e is opgenomen dat venten op de begraafplaats is verboden Venten is in de gemeente Zwolle onder bepaalde voorwaarden toegestaan zonder dat een vergunning nodig is In het belang van de orde en rust op de begraafplaats is venten hier niet wenselijk Artikel 5 De term voertuig is ontleend aan het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 RVV 1990 Hierin wordt onder voertuigen verstaan fietsen bromfietsen gehandicaptenvoertuigen motorvoertuigen trams en wagens Voor de orde en rust worden voertuigen zo veel mogelijk geweerd op de begraafplaats Met een ontheffing moet daarom uiterst terughoudend worden omgegaan Artikel 6 Het college toetst of de bijeenkomst of plechtigheid passend is op de begraafplaats en geen afbreuk doet aan de orde en rust op de begraafplaats Om te voorkomen dat de plechtigheid of bijeenkomst samenvalt met een begrafenis of bezorging van as moet de aanvraag hiervoor minimaal zes werkdagen van tevoren worden ingediend Bijeenkomsten en plechtigheden met een ander karakter kunnen het karakter van een openbare manifestatie hebben Hiervoor is dan vergunning van de burgemeester vereist volgens de Wet openbare manifestaties en de APV Artikel 7 Op grond van artikel 29 Wlb kan de burgemeester vergunning verlenen tot opgraven en kan hij voorschriften op het gebied van geneeskundig toezicht vervoer en bestemming van het lijk aan de vergunning verbinden In aanvulling hierop is in dit artikel geregeld dat anderen dan personen die belast zijn met de werkzaamheden niet aanwezig mogen zijn bij een opgraving of ruiming Dit is vanuit psychisch oogpunt niet wenselijk Artikel 8 Op grond van artikel 35 Wlb is het verplicht om in de verordening de tijden waarop begraven kan worden op te nemen Begraven of het bezorgen van as vindt in principe plaats tijdens de bepaalde tijden Het verdient de voorkeur dat de werkzaamheden die hiervoor verricht moeten worden bij daglicht plaatsvinden Lid 2 Deze bepaling is opgenomen om een goede dienstverlening te kunnen garanderen Begraven op dezelfde dag als de aanvraag ervoor is gedaan is mogelijk mits de aanvraag voor 10 00 uur is gedaan Sommige nabestaanden wensen op korte termijn te kunnen begraven Op grond van artikel 17 Wlb kan de burgemeester toestemming geven tot het begraven binnen 36 uur na het overlijden De burgemeester van Zwolle voert het beleid dat toestemming tot begraven binnen 36 uur standaard wordt gegeven als daarom wordt verzocht mits het een natuurlijk overlijden betreft Lid 3 Nabestaanden kunnen bijzondere redenen hebben om buiten de genoemde tijden te begraven of as te bezorgen Hieronder valt ook het begraven op zon en feestdagen Het college heeft dan de mogelijkheid om hiervoor in bijzondere gevallen toestemming te verlenen Artikel 9 De Wlb schrijft in artikel 11 voor dat zonder schriftelijk verlof van de ambtenaar van de burgerlijke stand geen begraving mag plaatsvinden Door medewerking aan de begrafenis te weigeren wanneer dit verlof niet in zijn bezit is voldoet de beheerder aan de wettelijke eis Lid 2 Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de overleden rechthebbende zelf in het particuliere graf mag worden begraven of bijgezet Het verzoek tot overschrijving van het uitsluitend recht moet in dit geval wel vóór de begrafenis of bijzetting worden gedaan zoals opgenomen in artikel 23 lid 2 Artikel 10 Lid 1 en 2 Met ingang van 1 januari 2013 is het lijkomhulselbesluit vervallen en is in het Besluit op de lijkbezorging de algemene regel opgenomen dat de kist of het omhulsel vervaardigd moet zijn met toepassing van biologisch afbreekbare materialen die het doel van begraving niet belemmeren Daarmee wordt beoogd aan te geven dat de kist of het omhulsel zodanig moet zijn dat het graf na afloop van de grafrusttermijn tien jaar kan worden geruimd De beheerder is verantwoordelijk dat begraving volgens de algemene norm plaatsvindt en dat er geen gebruik wordt gemaakt van niet biologisch afbreekbare materialen zodat een optimaal mogelijk verteringsproces wordt gewaarborgd De normen voor een lijkhoes zijn voorgeschreven Lid 3 Ter bevordering van het verteringsproces en ter voorkoming van milieuschade is terughoudendheid geboden ten aanzien van het mee begraven van voorwerpen of het plaatsen van voorwerpen in de asbus of urn Breekbare voorwerpen met name glas kunnen verwondingen veroorzaken bij ruiming van het graf Het is daarom verboden breekbare voorwerpen mee te begraven De periode van 10 jaar wordt gehanteerd omdat dit de wettelijke grafrusttermijn is waarbinnen een graf niet geruimd mag worden Bij ruiming worden lijfsieraden verzameld en aangeboden voor omsmelting De opbrengst wordt geschonken aan een goed doel Artikel 11 Werkzaamheden zoals het sluiten van het graf het laten dalen van de kist het bijzetten van de urn of kist willen nabestaanden soms zelf verrichten In principe zijn dit werkzaamheden die de beheerder van de begraafplaats verricht Nabestaanden kunnen deze werkzaamheden eventueel samen met de beheerder verrichten Daarbij zijn wel de aanwijzingen en hulp ook om redenen van veiligheid van de beheerder nodig Bepaalde werkzaamheden zoals het verwijderen van de bekisting worden vanuit veiligheids overwegingen uitsluitend door de beheerder verricht Lid 4 Om technische redenen is het mogelijk dat de beheerder het gedenkteken niet van een graf kan verwijderen of terugplaatsen Het gedenkteken kan een afwijkende maat hebben of te zwaar zijn De rechthebbende van het graf moet dan op eigen kosten ervoor zorgen dat het gedenkteken voor de begrafenis of bijzetting van het graf wordt verwijderd en eventueel weer teruggeplaatst Artikel 12 Er zijn verschillende soorten graven en andere soorten van voorzieningen voor lijkbezorging Welke soorten graven of voorzieningen op welke begraafplaats worden aangeboden wordt bepaald door het college en is afhankelijk van de mogelijkheden op de verschillende begraafplaatsen Artikel 13 Een particulier graf wordt in volgorde van ligging toegewezen Als de situatie op de begraafplaats hiervoor aanleiding geeft kan hiervan worden afgeweken Hierbij kan gedacht worden aan het aanzien van de begraafplaats of de bodemgesteldheid Voor een begrafenis kan men ook een graf dat voor heruitgifte in aanmerking komt uitzoeken Een zogenoemd afstandsgraf komt voor heruitgifte in aanmerking als er minimaal vijf jaar geleden afstand van is gedaan en sinds de laatste begrafenis of bijzetting in het graf minimaal tien jaar is verstreken Als er geen directe begraving of bijzetting in het graf plaatsvindt is het mogelijk om een particulier graf te reserveren lid 2 Hiervoor komen alleen de zogenoemde afstandsgraven in aanmerking Ter voorkoming van inefficiënt gebruik van nieuwe graven kan alleen in bijzondere gevallen een nieuw graf worden gereserveerd lid 3 Artikel 14 Op grond van artikel 28 eerste lid Wlb kan de gemeente bepalen voor welke periode met een minimum van 10 jaar het uitsluitend recht grafrecht wordt gevestigd Bij de vestiging van het uitsluitend recht kan men uit verschillende periodes kiezen lid 1 De uitgiftetermijn begint te lopen bij de vestiging van het uitsluitend recht op het moment van de eerste begraving of bijzetting Om tegemoet te komen aan de wens om bij leven grafzaken te regelen is het ook mogelijk om alvast het uitsluitend recht voor onbepaalde tijd op een graf te vestigen zonder dat er op dat moment een begrafenis of bijzetting plaatsvindt lid 4 Lid 2 Alleen voor een enkel particulier graf kan het uitsluitend recht voor 10 jaar worden gevestigd Dit graf heeft alleen gras als grafbedekking Lid 5 Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van het college Hierin wordt de aanvrager het uitsluitend recht gegeven zoals omschreven in de begripsomschrijving in artikel 1 Lid 6 Al in de jaren 40 van de vorige eeuw heeft het college besloten geen graven meer uit te geven op de begraafplaats Meppelerstraatweg Een graf reserveren is daarom daar evenmin mogelijk Artikel 15 Het college is op grond van de Wlb verplicht de rechthebbende van een particulier graf erop te wijzen dat de termijn gaat verlopen en dat verlenging van het uitsluitend recht mogelijk is Daarbij heeft de rechthebbende keuze uit verschillende periodes van verlenging Een verzoek tot verlenging mag maximaal twee jaar voor het verstrijken van de termijn worden gedaan Lid 2 De grafrusttermijn is de termijn dat een lijk volgens de Wlb ten minste begraven moet blijven voordat het graf mag worden geruimd Daarom is verlenging van de uitgiftetermijn verplicht als begraven wordt in een graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de grafrusttermijn afloopt Om tegemoet te komen aan de behoefte om bij een bijzetting voor een langere periode het uitsluitend recht te verlengen dan de grafrusttermijn is het mogelijk de periode te verlengen tot maximaal 20 jaar Hoewel voor een urn geen grafrusttermijn geldt is verlenging ook verplicht als een biologisch afbreekbare asbus wordt bijgezet in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen tien jaar verloopt Op deze wijze wordt voorkomen dat een graf met daarin een urn wordt geruimd terwijl de urn nog niet is verteerd De vertering van een biologisch afbreekbare asbus duurt ongeveer zes jaar Artikel 16 Lid 1 Het Besluit op de lijkbezorging bevat een bepaling dat er ten hoogste drie lijken boven elkaar mogen worden begraven Op de gemeentelijke begraafplaats biedt een graf standaard ruimte voor het begraven van twee lijken Op verzoek is het mogelijk drie lijken in een graf te begraven Dit verzoek kan bij de eerste begraving in het graf worden gedaan lid 1 of gedurende de uitgiftetermijn

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/verordening-gemeentelijke-begraafplaatsen-zwolle-2014 (2015-12-01)
    Open archived version from archive

  • Brandbeveiligingsverordening 2012 | Gemeente Zwolle
    een algemene maatregel van bestuur aan over het brandveilig gebruik van voor mensen toegankelijke ruimten niet zijnde bouwwerken Deze amvb neemt als het ware de plaats in van de brandbeveiligingsverordening TK vergaderjaar 2008 2009 31 968 nr 8 p 7 Naar verwachting treedt deze amvb pas op zijn vroegst medio 2012 in werking Tot die tijd moet op grond van de Wet veiligheidsregio s in elke gemeente een brandbeveiligingsverordening van kracht zijn Als een gemeente na het in werking treden van de Wet veiligheidsregio s op 1 oktober 2010 nog geen nieuwe brandbeveiligingsverordening heeft vastgesteld is zij verplicht dit alsnog te doen De op de Brandweerwet 1985 gebaseerde brandbeveiligingsverordening is namelijk van rechtswege bij de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio s vervallen De voorliggende modelregeling is gezien het tijdelijk karakter tot de inwerkingtreding van de amvb terughoudend van aard De regeling is aangepast aan de Wet veiligheidsregio s en de Dienstenrichtlijn De verordening bevat tevens regels voor de bestuurlijke boete Brandbeveiligingsverordening is vangnet De brandbeveiligingsverordening mag niet regelen voor zover daarin bij of krachtens enig ander hoger wettelijk voorschrift is voorzien Hierop moet bij het stellen van regels nauwlettend worden toegezien Feitelijk moet de gemeente zich telkens weer afvragen in hoeverre een wettelijk voorschrift al voorziet of mede indirect voorziet in de brandveiligheid die in de Wet veiligheidsregio s als opdracht aan het college is gegeven In zo n geval gaat dat wettelijk voorschrift voor op de brandbeveiligingsverordening Met andere woorden de brandbeveiligingsverordening is een vangnet voor brandveiligheidvoorzieningen die noodzakelijk zijn maar waarvoor geen wettelijke basis voorhanden is Voordat een gemeente op basis van de brandbeveiligingsverordening eisen kan stellen moet er onderzoek plaatsvinden naar wettelijke voorschriften die mogelijk van toepassing zouden kunnen zijn en van rechtswege voorrang hebben In de dagelijkse praktijk is er natuurlijk een aantal standaardgevallen waarbij van tevoren duidelijk is hoe zaken liggen Onderwerp van de regeling objecten die geen bouwwerk zijn De brandbeveiligingsverordening is een vangnet restregelgeving zij regelt de brandveiligheid die niet op een andere manier wettelijk is geregeld Dit is weliswaar een beperking maar wel van een onbepaald onderwerp Bij het gebruiksvergunningensysteem van de brandbeveiligingsverordening gaat het namelijk om objecten die geen bouwwerken zijn niet bouwwerken Het kan gaan om bijvoorbeeld een los met de wal verbonden drijvend hotel een drijvende discotheek of een tijdelijke tent Het onderwerp is vooraf niet te bepalen De omschrijving in de Wet veiligheidsregio s zelf kent een beperking van doel n l brandveiligheid maar behalve door andere wettelijke voorschriften geen beperking van object De omschrijving is van toepassing op de gehele omgeving Voor een dergelijk object is het vanwege het feit dat niet van tevoren duidelijk is waarom het gaat moeilijk concrete regels te maken Veel objecten lijken echter op bekende bouwwerken Overeenkomstig daaraan kunnen eisen worden gesteld afhankelijk van de specifieke situatie Als voorbeeld dient een bouwwerk dat op de grond staat Hiervoor zijn in elk geval het Bouwbesluit 2012 en de bouwverordening ex de Woningwet van toepassing Door de definitie van het begrip bouwwerk in de bouwverordening en de toepassing ervan in het Bouwbesluit 2012 is een constructie die drijft op het water meestal geen bouwwerk in de zin van de Woningwet en afgeleide regelgeving Voor een met de grond verbonden object is de Woningwet het juridisch kader Voor hetzelfde object dat drijft is de brandbeveiligingsverordening het juridisch kader voor de brandveiligheid Een ander voorbeeld een tent die langdurig op dezelfde plaats staat kan een bouwwerk zijn Woningwet van toepassing terwijl diezelfde tent tijdens een kortdurende periode een niet bouwwerk is waarvoor op grond van de brandbeveiligingsverordening eisen moeten worden gesteld Over de lastige vraag wanneer is een object een bouwwerk volgt hieronder mede aan de hand van staande jurisprudentie een toelichting Bouwwerk of geen bouwwerk open erf en terrein De Woningwet heeft een grote invloed op de reikwijdte van de brandbeveiligingsverordening deze wet bevat de wettelijke grondslag voor voorschriften betreffende het bouwen de staat van bestaande bouwwerken en standplaatsen en het gebruik van bouwwerken Het Bouwbesluit 2012 regelt ook het gebruik van open erven en terreinen en de staat waarin deze zich moeten bevinden De beperking die de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 opleggen als hogere regelingen zit in de begrippen bouwwerk open erf en terrein Bouwwerk Een definitie van het begrip bouwwerk geeft de Woningwet niet de VNG houdt in de modelbouwverordening een in de jurisprudentie aanvaarde definitie aan bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout steen metaal of ander materiaal die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond bedoeld om ter plaatse te functioneren Aan de hand van de vier elementen van de definitie van het begrip bouwwerk 1 constructie 2 van enige omvang 3 met de grond verbonden 4 bedoeld om ter plaatse te functioneren wordt bepaald of een object een bouwwerk is of niet Over het begrip bouwwerk bestaat een uitgebreide jurisprudentie het is niet zonder meer duidelijk wanneer aan de vier voorwaarden wordt voldaan om tot de conclusie te komen dat een object een bouwwerk is De jurisprudentie is te omvangrijk en te casuïstisch om hier weer te geven Een uitgebreide opsomming van jurisprudentie staat in de toelichting op de modelbouwverordening van de Standaardregelingen in de bouw Sdu uitgevers bv Den Haag Open erf en terrein Bouwwerken vallen niet onder de werking van de brandbeveiligingsverordening ook sommige open erven en terreinen vallen niet onder de werking van de verordening Het Bouwbesluit 2012 voorziet hierin Hiervoor kunnen dus geen eisen worden gesteld op grond van de brandbeveiligingsverordening De begripsomschrijving van erf is overgenomen uit het Besluit omgevingsrecht Bor dat op 1 oktober 2010 in werking is getreden Die omschrijving is afgeleid uit de jurisprudentie zie ABRvS 15 september 1997 LJN AA3601 AB 1998 5 Uitgangspunt is dat het gehele perceel bij een hoofdgebouw in beginsel als erf kan worden aangemerkt Echter uit de systematiek van een bestemmingsplan of beheersverordening kan voortvloeien dat bepaalde verder van het hoofdgebouw afgelegen delen van een perceel

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/regelingen/brandbeveiligingsverordening-2012 (2015-12-01)
    Open archived version from archive

  • Verordening brandveiligheid en hulpverlening 2005 | Gemeente Zwolle
    de uitvoering van werkzaamheden ter zake van het beperken van rampen als bedoeld in artikel 1 van de Wet Rampen en zware ongevallen de uitvoering van de voorschriften met betrekking tot het brandveilig gebruik van woningen woonketen woonwagens andere gebouwen bouwwerken geen gebouwen zijnde en standplaatsen de uitvoering van de brandbeveiligingsverordening Artikel 2 Gemeentelijke brandweer Burgemeester en wethouders beschikken over een gemeentelijke brandweer Artikel 3 Taken brandweer De taken van de gemeentelijke brandweer bestaan behoudens de in artikel 5 aan de regionale brandweer opgedragen taken uit de feitelijke uitvoering van de preventieve en repressieve taken andere dan de onder 1 genoemde werkzaamheden voor zover deze niet te maken hebben met het wegnemen van onmiddellijk gevaar voor mens en dier te weten het beperken en bestrijden van milieu incidenten het reinigen van wegen en terreinen bij ongevallen Artikel 4 Beleidsplan brandveiligheid en hulpverlening Burgemeester en wethouders leggen de gemeenteraad eenmaal per 5 jaar een plan voor op welke wijze aan de inhoud van in artikel 3 omschreven taken uitvoering zal worden gegeven beleidsplan brandveiligheid en hulpverlening Dit plan omvat in elk geval een omschrijving van de financiële en personele middelen die beschikbaar zijn voor de uitvoering van de preventieve en repressieve taken Artikel 5 Regionale taken Naast de in de artikel 4 eerste en tweede lid van de Brandweerwet 1985 opgedragen taken zijn de volgende taken van de gemeentelijke brandweer aan de regionale brandweer overgedragen taken en bevoegdheden van het bestuur van de regionale brandweerorganisatie volgens de Brandweerwet en de Wet Rampen en Zware Ongevallen het instellen en in stand houden van een regionale brandweeralarmcentrale het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel het benoemen schorsen en ontslaan van de commandant en het overige personeel van de regionale brandweer en het vaststellen van een instructie voor het personeel het beschikbaar stellen van personeel en materieel in de gevallen bedoeld in de artikelen 8 en 9 van de Brandweerwet 1985 het voorbereiden van de coördinatie bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen het voorbereiden van de organisatie voor het optreden van de brandweer in buitengewone omstandigheden en het regelen van de operationele leiding bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen het verzamelen en evalueren van gegevens ten behoeve van de waarschuwing en alarmering van de bevolking in geval van een ramp of een zwaar ongeval of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan het waarschuwen van de bevolking door middel van het sirenenet het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting het vaststellen van een beheersplan als bedoeld in artikel 5 van de Wet rampen en zware ongevallen een organisatieplan als bedoeld in artikel 4a van de Brandweerwet 1985 het adviseren van de gemeentebesturen op het gebied van de brandpreventie ter zake van voorbereidende maatregelen op het gebied van de brandbestrijding en beperking in bepaalde objecten over het aanschaffen van materieel een en ander overeenkomstig de in de regeling neergelegde regels het verzorgen van oefeningen met het oog op het optreden in groter verband opleidingen het regelen van onderlinge

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/regelingen/verordening-brandveiligheid-en-hulpverlening-2005 (2015-12-01)
    Open archived version from archive



  •