archive-nl.com » NL » Z » ZWOLLE.NL

Total: 1131

Choose link from "Titles, links and description words view":

Or switch to "Titles and links view".
  • Sanctiebeleid handhaving leeftijdsgrenzen Drank- en Horecawet | Gemeente Zwolle
    de minimumleeftijd voor alcoholverstrekking gewijzigd Voor alle vormen van alcohol sterk of zwakalcoholhoudend geldt dat men minimaal 18 jaar moet zijn Zoals in het VTH programma is aangegeven ligt de nadruk van de inspanningen op het gebied van de handhaving op het leeftijdsgrenzentoezicht Voor deze overtredingen is in onderstaande tabel aan gegeven welke sancties worden ingezet 2 Nieuwe sanctiemiddelen Schorsing De burgemeester kon al de vergunning intrekken van een horecabedrijf maar nu kan hij deze ook schorsen artikel 32 Drank en Horecawet De Drank en Horecavergunning kan voor maximaal 12 weken geschorst worden De burgemeester bepaalt de lengte van de schorsingsperiode aan de hand van de ernst van de overtreding Bestuurlijke boete De burgemeester kan zonder tussenkomst van de rechter een bestuurlijke boete opleggen artikel 44a Drank en Horecawet e v In het Besluit Bestuurlijke Boete Drank en Horecawet is bepaald bij welke overtredingen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd en welk boetebedrag daarbij hoort De boetebedragen komen toe aan de gemeente Anders dan bestuursdwang en dwangsom is dit geen reparatieve sanctie bedoeld om de illegale situatie te herstellen maar een bestraffende sanctie vergelijkbaar met het strafrecht Dit middel mag op grond van de wet niet worden ingezet indien de overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft Ook kan de boete niet samengaan met een strafrechtelijke aanpak Volgens de Memorie van Toelichting van de Drank en horecawet is het de bedoeling dat de bestuurlijke boete de voorkeur geniet boven een strafrechtelijke afdoening Daarom wordt waar een bestuurlijke boete mogelijk is voor dat middel gekozen boven de strafrechtelijke aanpak Waar een bestuurlijke boete niet mogelijk is wordt geverbaliseerd en de strafrechtelijke weg gevolgd Three strikes out De burgemeester kan supermarkten die drie keer in een jaar alcohol aan 16 minners verkopen aanpakken door de alcoholafdeling te sluiten artikel 19a Drank en Horecawet De burgemeester bepaalt voor hoe lang dit verbod geldt minimaal 1 week en maximaal 12 weken Door middel van bestuursdwang kan de sanctie worden uitgevoerd Strafrechtelijk In de nieuwe Drank en Horecawet is ook een nieuwe strafrechtelijke bepaling opgenomen Jongeren onder 18 jaar zijn strafbaar als ze alcohol in bezit hebben artikel 45 Drank en Horecawet De sanctie is een boete uit de eerste categorie en deze kan worden opgelegd door een BOA of algemeen opsporingsambtenaar 3 Doel handhavingsprotocol Het handhavingsprotocol heeft tot doel de activiteiten van gemeente politie en justitie op elkaar af te stemmen en waar mogelijk complementair te laten zijn te realiseren dat geconstateerde overtredingen gevolgd worden door een maatregel die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de ernst van de overtreding en het daardoor ontstane gevaar voor de openbare orde of veiligheid en gezondheid kenbaar te maken aan de overtreder welke maatregel hij van de overheid kan verwachten na een overtreding waardoor er mogelijk preventieve werking van uit gaat door onderliggend beleid de motivering van de maatregel in een gerechtelijke procedure te versterken 4 Handhavingsprotocol Feit Toezichthouder Politie BOA Burgemeester Overtreding van het verbod van artikel

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/regelingen/sanctiebeleid-handhaving-leeftijdsgrenzen-drank-en-horecawet (2015-12-01)
    Open archived version from archive


  • Regeling toestemming laadpalen elektrisch vervoer op openbaar terrein Zwolle 2015 | Gemeente Zwolle
    dienst is van een bedrijf op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven en die in het bezit is van dat motorvoertuig of een leasecontract heeft met een erkend autoverhuurbedrijf of degene die een contract heeft voor een auto op afroep met een erkend autoverhuurbedrijf op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven en die in het bezit is van dat motorvoertuig Artikel 2 Elektrische auto 1 Op een aanvraag wordt toestemming verleend als de elektrische auto een volledig elektrisch bereik heeft van meer dan 60 km 2 De elektrische auto mag niet met inbegrip van de lading een lengte hebben van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2 40 meter en mag geen woonwagen kampeerwagen kampeerauto aanhangwagen keetwagen of ander dergelijk voertuig zijn dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd Artikel 3 Parkeergelegenheid op eigen terrein Op een aanvraag wordt geen toestemming verleend wanneer de aanvrager of gebruiker over een privéparkeergelegenheid op het woonadres kan beschikken Aan het hebben van een privéparkeergelegenheid wordt gelijkgesteld de situatie dat men woonachtig is in gebouwen die gerealiseerd zijn inclusief een parkeergelegenheid in het gebouw of in de nabije omgeving van dat gebouw waar parkeerruimte gehuurd geleasd of gekocht kan worden of anders ter beschikking kan staan van de aanvrager zoals het Maagjesbolwerk en Niet feitelijk op het opgegeven adres woont en als zodanig ook in het bevolkingsregister is geregistreerd bewonersbelanghebbende Niet feitelijk op het opgegeven adres in het register van de Kamer van Koophandel is geregistreerd zakelijk belanghebbende Artikel 4 Gebieden met betaald en vergunninghoudersparkeren In gebieden waar van gemeentewege betaald en vergunninghoudersparkeren is ingesteld wordt geen toestemming verleend tenzij aanvrager tevens vergunninghouder is of hiervoor in aanmerking komt in dit gebied en daarvoor een aanvraag heeft ingediend Het streven is dat medewerking aan de realisatie van een oplaadpunt in gebieden waar de parkeerdruk op maatgevende momenten boven de 80 is niet ten koste gaat van de bestaande parkeercapaciteit In dat geval gaat de voorkeur uit naar het realiseren van een extra plek indien mogelijk Artikel 5 Eén oplaadpunt per perceel of woning Per perceel of woning geldt een maximum van één oplaadpunt in de openbare ruimte Artikel 6 Locatiebepaling 1 Op een aanvraag wordt geen toestemming verleend indien er een openbaar toegankelijk oplaadpunt is binnen een straal van 250 meter van het perceel of de woning van de gebruiker 2 Als adres van de woning geldt voor een bewoner belanghebbende het adres zoals bedoeld in artikel 3 onder b 3 Als adres van het perceel geldt voor een zakelijk belanghebbende het adres zoals bedoeld in artikel 3 onder c 4 Indien er binnen de straal zoals in lid 1 wordt genoemd meer dan vijf aanvragen zijn kan er gekeken worden naar een extra oplaadpunt binnen deze straal 5 Op een aanvraag wordt geen toestemming verleend indien

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/regeling-toestemming-laadpalen-elektrisch-vervoer-op-openbaar-terrein-zwolle-2015 (2015-12-01)
    Open archived version from archive

  • Beleidsregel parkeergelegenheid bij of in gebouwen | Gemeente Zwolle
    het parkeren of stallen van auto s parkeerruimte in op of onder het gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd Op basis hiervan worden aanvragen om een omgevingsvergunning getoetst en hier wordt in de toelichting op bestemmingsplannen naar verwezen Vanaf 28 november 2014 dienen stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening waaronder dit artikel echter in een sectoraal plan of elk bestemmingsplan apart te zijn opgenomen In november 2014 bleek dat de overgangsregeling beperkt is tot geldende bestemmingsplannen In de overgangsregeling is opgenomen dat voor gebieden waar een bestemmingsplan is vastgesteld een verwijzing naar de stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening tot 1 juli 2018 van kracht blijft Voor nieuwe bestemmingsplannen kan niet meer naar artikel 2 5 30 uit de Bouwverordening worden verwezen Omdat er intussen wel nieuwe bestemmingsplannen zijn vastgesteld en in voorbereiding zijn waar verwezen wordt naar beleid ten aanzien van parkeren wat voor deze plannen is vervallen is er nu tijdelijk een impasse ontstaan Hierin wordt voorzien met deze Beleidsregel Lid 2 In het werkdocument Geleiding van de mobiliteit door een locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen dat in mei 1989 door de Ministeries van VROM van V W en van EZ is gepubliceerd en dat respectievelijk is onderschreven door de Ministeries van WVC en van O W alsmede het IPO en de VNG is de A locatie globaal als volgt omschreven Locaties van het type A zijn optimaal door het openbaar vervoer ontsloten Deze locaties liggen nabij het knooppunt van openbaar vervoerlijnen op agglomeratie en nationaal niveau In de steden die zijn aangesloten op het intercity of het eurocity net van de spoorwegen IC EC net behoort in ieder geval de omgeving van een IC EC station tot locatietype A In de vier grote steden kunnen hieraan de knooppunten van hoogwaardig openbaar vervoer metro of sneltram worden toegevoegd waar een snelle aansluiting op het landelijk openbaar vervoernet is gewaarborgd In andere steden is veelal de omgeving van het hoofd station de A locatie De ontsluiting van de A locatie voor het autoverkeer is van ondergeschikt belang en behoort niet tot het programma van eisen van de lokatie Bij een A locatie behoort een stringent parkeerbeleid om het gebruik van de auto in het dagelijkse woon werkverkeer zoveel mogelijk te beperken A locaties dienen wel een goede openbaar vervoersverbinding te hebben met aan de rand van de stad gelegen park and ride voorzieningen De inrichting van het gebied is zodanig dat er goede voorwaarden bestaan voor het gebruik van openbaar vervoer en de fiets De aantrekkelijkheid van de locatie is onder meer gelegen in de goede snelle en frequente verbindingen per openbaar vervoer met andere stedelijke centra in binnen en buitenland De voorzieningen winkels e d in de omgeving van het station hebben een groot stedelijke allure zodat er sprake is van een aantrekkelijke verblijfs en werkomgeving In hetzelfde werkdocument zijn de B locaties eveneens globaal omschreven en wel als volgt Locaties van het type B liggen op een knooppunt van openbaar vervoerlijnen op stedelijk of stadsgewestelijk niveau In de grote steden betreft het voorstadhaltes van het spoorwegnet of andere knooppunten van het metro en snel tramnet In de kleinere steden zonder voorstadhaltes gaat het om belangrijke knooppunten van het busvervoer B locaties liggen tevens aan een stedelijke hoofdweg of in de nabijheid van de afslag van een autosnelweg Er is sprake van beperkingen van de parkeerfaciliteiten voor langparkeerders afgestemd op het type bedrijven dat in aanmerking komt voor vestiging op deze locaties De inrichting van de locatie is zodanig dat het gebruik van openbaar vervoer en fiets wordt aangemoedigd De aantrekkelijkheid van de locatie ligt zowel in de goede bereikbaarheid per openbaar vervoer als in een redelijke bereikbaarheid per auto Voorschriften over de aanwezigheid en de minimumgrootte van de fietsenstallingen die bij de nieuwbouw of verbouwing van utilitaire gebouwen moeten worden aangebracht zijn achterwege gelaten omdat het Bouwbesluit in één en ander voorziet Lid 3 Parkeernormen In de oude bouwverordening waren parkeernormen en kencijfers opgenomen Dat zat als volgt in elkaar Op basis van de vierde nota ruimtelijke ordening extra zijn in de stad A en B locaties aangewezen In die gebieden golden parkeernormen voor woningen kantoren en winkel horeca Indien initiatieven niet in deze categorieën vielen was een lijst met kencijfers toegevoegd Deze opzet is vergelijkbaar met degene die in deze beleidsregel is opgenomen De cijfers die gebruikt worden zijn gebaseerd op de parkeernormen van het CROW CROW publicatie 182 parkeerkencijfers basis voor parkeernormering en CROW publicatie 317 kencijfers parkeren en verkeersgeneratie Het landelijk locatiebeleid bestaat niet meer met het vaststellen van de 5e nota Ruimtelijke Ordening en het Nationele Verkeers en vervoersplan NVVP het staat gemeenten wel vrij de parkeernormen hier op te baseren De nieuwe situatie wordt dat voor gedefinieerde A en B locaties stringente normen gelden voor kantoren en winkels horeca Voor het overige dus ook voor woningen wordt verwezen naar de lijst met parkeernormen Gemeente Zwolle De lijst maakt een geografisch onderscheid centrum schil en overig én er is een onderscheid in stedelijkheidsgraden Het gaat daarbij om adressendichtheid per km2 uitgerekend per buurt Het bijgevoegde kaartje maakt een en ander inzichtelijk Lid 4 Dit lid geeft maatvoorschriften voor parkeervakken omdat deze voorschriften niet kunnen worden gemist bij het afdwingen van een correcte naleving van de leden 2 en 3 De verplichting in die leden om een bepaald aantal parkeerplaatsen op eigen terrein of onder eigen dak aan te brengen zou immers gedeeltelijk kunnen worden ontdoken door alleen parkeervakken met afmetingen voor het kleinste type personenauto respectievelijk het grootste type vrachtauto te maken Ook het bouwbesluit 1992 sprak in het niet in werking getreden artikel 218 lid 1 over parkeerplaatsen van voldoende afmetingen Het Bouwbesluit laat regeling van het onderhavige onderwerp geheel over aan bestemmingsplan en of bouwverordening Een bijkomende reden voor het opnemen van maatvoorschriften voor parkeervakken is de wenselijkheid om de afwijkende maatvoering vast te leggen van parkeerplaatsen voor rolstoelgebruikers en stoklopers Lid 5 Ad a De mogelijkheid om een omgevingsvergunning te

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/beleidsregel-parkeergelegenheid-bij-of-in-gebouwen (2015-12-01)
    Open archived version from archive

  • Regeling voor het aanvragen en verlenen van parkeervergunningen 2015 | Gemeente Zwolle
    één op de Abel Tasmanstraat 17 één op de Oosterlaan nabij de hoek met de Van Karnebeekstraat 18 één op het parkeerterrein tegenover de Palestrinaflat 19 en één op de Backermarcke nabij de Commissarislaan 20 Artikel 4 Reikwijdte parkeervergunning 1a In de sectoren 1 2 4 6 7 en 8 mag met een parkeervergunning worden geparkeerd op de parkeerplaatsen voor vergunninghouders binnen de sector waarvan het nummer op de parkeerkaart is vermeld 1b In sector 1 mag met een parkeervergunning in aanvulling op 1a worden geparkeerd op de parkeerapparatuurplaatsen langs de Thorbeckegracht 1c In sector 2 mag met een parkeervergunning in aanvulling op 1a worden geparkeerd op de parkeerapparatuurplaatsen op de Potgiersingel en het Van Nahuysplein 2 In de sectoren 5 9 10 12 en 13 kan met een parkeervergunning worden geparkeerd op de parkeerapparatuurplaatsen binnen de sector waarvan het nummer op de parkeerkaart is vermeld 1d Vergunninghouders van sector 7 mogen hun parkeervergunning in aanvulling op 1a parkeren op de parkeerapparatuurplaatsen van het oostelijk deel van het Parkeerterrein van Karnebeekstaat P2 3 Een vergunning kan in afwijking van hetgeen is bepaald in het eerste en tweede lid slechts voor één of meerdere nadere aangegeven parkeerplaatsen in de betreffende sector geldig zijn 4 In afwijking van het eerste en tweede lid kan een vergunning voor één of meerdere nadere aangewezen delen van een sector niet geldig zijn 5 In de sectoren 1 2 6 7 8 en 14 geldt het vergunninghoudersparkeren alle dagen van de week gedurende 24 uur per dag 6 In sector 4 is het vergunninghoudersparkeren van toepassing op maandag tot en met vrijdag van 09 00 tot 17 00 uur 7 Het parkeerregime geldt in de sectoren 5 9 12 en 13 op maandag tot en met zaterdag van 09 00 tot 20 00 op koopavonden tot 21 00 uur en op koopzondagen tussen 13 00 en 17 00 uur 8 Het parkeeregime geldt in sector 10 op maandag tot en met zaterdag van 09 00 tot 23 00 uur en op koopzondagen tussen 13 00 en 17 00 uur 9 Als activiteiten plaatsvinden in de betreffende sector dan wel op de betreffende parkeeraccommodatie waardoor het niet mogelijk is daar te parkeren kunnen aan het hebben van een parkeervergunning geen rechten worden ontleend Hoofdstuk 3 Aanvragen uitgifte en gebruik vergunningen Artikel 5 Aanvraag Een aanvraag voor een parkeervergunning moet worden ingediend op een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier Artikel 6 Maximum aantal voertuigen waarvoor een vergunning geldig kan zijn 1 Een vergunning voor een bewonersbelanghebbende kan worden verleend voor maximaal twee motorvoertuigen waarvan de aanvrager eigenaar en of houder is Een vergunning is slechts voor één motorvoertuig tegelijk geldig en alleen voor dat motorvoertuig met kenteken waarvoor het is aangevraagd 2 In de sectoren 1 en 2 kan de houder van het eerste en tweede motorvoertuig waarvoor de vergunning geldig is verschillen als deze allebei op het opgegeven adres in gezinsverband in het bevolkingsregister staan geregisteerd en ook als houder van een motorvoertuig kunnen worden aangemerkt Een vergunning is slechts voor één motorvoertuig tegelijk geldig en alleen voor dat motorvoertuig met kenteken waarvoor het is aangevraagd 3 Een vergunning voor een zakelijk belanghebbende kan worden verleend voor maximaal vijf motorvoertuigen waarvan de aanvrager eigenaar en of houder is Een vergunning is slechts voor één motorvoertuig tegelijk geldig en alleen voor dat motorvoertuig met kenteken waarvoor het is aangevraagd Artikel 7 Maximum aantal te verlenen vergunningen per sector 1 In de sectoren 6 7 en 8 kunnen maximaal 2 5 meer vergunningen worden verleend dan het aantal vergunninghoudersplaatsen in de betreffende sector 2 In sector 1 kunnen maximaal 349 vergunningen worden verleend en in sector 2 kunnen maximaal 363 vergunningen worden verleend 3 In sector 4 Stockholmstraat 44 t m 72 kunnen maximaal 26 vergunningen worden verleend 4 In sector 5 Kamperpoort kan per parkeerapparatuurplaats maximaal 0 8 vergunning worden verleend Hierbij worden de verleende bezoekersvergunningen niet meegeteld 5 In sector 9 Dieze kunnen maximaal 2 539 vergunningen worden verleend Hierbij worden de verleende bezoekersvergunningen niet meegeteld 6 In sector 12 Assendorp kunnen maximaal 1 652 vergunningen worden verleend Hierbij worden de verleende bezoekersvergunningen niet meegeteld 7 In de sectoren 10 en 13 kan per parkeerapparatuurplaats maximaal 0 9 vergunning worden verleend Hierbij worden de verleende bezoekersvergunningen niet meegeteld Artikel 8 Wachtlijst 1 Als het maximum aantal te verlenen vergunningen is bereikt wordt een aanvrager die aan de criteria voor het verkrijgen van een parkeervergunning belanghebbende voldoet op een wachtlijst voor de desbetreffende sector geplaatst 2 Voor een wachtlijst wordt de volgende puntentelling tussen de categorieën belanghebbenden gehanteerd bewoners tevens zakelijk belanghebbende eerste vergunning 26 punten bewonersbelanghebbende boven de 25 jaar eerste vergunning 24 punten bewonersbelanghebbende jonger dan 25 jaar eerste vergunning 12 punten zakelijk belanghebbende 18 punten bewoner tevens zakelijk belanghebbende tweede vergunning 12 punten bewonersbelanghebbende boven de 25 jaar tweede vergunning 8 punten bewonersbelanghebbende jonger dan 25 jaar tweede vergunning 4 punten zakelijk belanghebbende tweede vergunning 10 punten 3 Voor iedere maand dat een belanghebbende op de wachtlijst staat worden twee punten aan het puntenaantal toegevoegd Degene die de meeste punten heeft komt het eerst voor een vergun ning in aanmerking Bij een gelijk aantal punten heeft de belanghebbende van categorie a die het langst op de wachtlijst staat voorrang De prioriteitsvolgorde correspondeert vervolgens met de letters van de verschillende categorieën Artikel 9 Gebruik parkeerkaart De parkeerkaart moet zodanig aan de binnenzijde van de voorruit van het motorvoertuig zijn aangebracht dat de barcode en het nummer van de kaart buiten het voertuig leesbaar zijn Hoofdstuk 4 Voorwaarden Artikel 10 Algemeen 1 Aanvragers die zowel bewoners als zakelijk belanghebbende in één sector zijn komen voor één vergunning in aanmerking 2 Een vergunning kan niet worden verleend voor een motorvoertuig dat met inbegrip van de lading een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2 40 meter 3 Een vergunning kan niet worden verleend voor een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt 4 Een vergunning kan niet worden verleend voor een motorvoertuig met een handelaarskenteken groene kentekenplaat Artikel 11 Voorwaarden bewonersvergunning 1 Aanvragers komen voor een vergunning om in een sector te parkeren in aanmerking als zij a niet over een privéparkeergelegenheid op het woonadres kunnen beschikken Aan het hebben van een privéparkeergelegenheid wordt gelijkgesteld de situatie dat men woonachtig is in gebouwen die gerealiseerd zijn inclusief een parkeergelegenheid in het gebouw of in de nabije omgeving van dat gebouw waar parkeerruimte gehuurd geleasd of gekocht kan worden of anders ter beschikking kan staan van de aanvrager zoals het Maagjesbolwerk Dit geldt niet voor bewoners van Het Eiland Zij komen wel voor een parkeervergunning in aanmerking en 2 b feitelijk op het opgegeven adres wonen en als zodanig ook in het bevolkingsregister zijn geregistreerd bewonersbelanghebbende Bewonersbelanghebbenden komen uitsluitend in aanmerking voor een vergunning om te parkeren in de sector waar zij wonen 3 Als er sprake is van meerdere eigenaren van een motorvoertuig komt degene die in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt alleen voor een vergunning in aanmerking 4 In de sectoren 1 en 2 wordt maximaal één vergunning per zelfstandige woning verleend als op het adres alleen één persoon als bewoner in het bevolkingsregister staat geregistreerd of meer personen in gezinsverband in het bevolkingsregister staan geregistreerd 5 In de sectoren 4 tot en met 13kan een tweede parkeervergunning per zelfstandige woning worden verleend als op het opgegeven adres in gezinsverband in ieder geval twee personen in het bevolkingsregister staan geregistreerd die ieder als houder van een motorvoertuig kunnen worden aangemerkt én het maximum aantal te verlenen vergunningen als genoemd in artikel 7 nog niet is bereikt én er niet wordt beschikt of kan worden beschikt over twee of meer privé parkeerplaatsen 6 In de sectoren 4 tot en met 13 komt alleen de hoofdbewoner van een niet zelfstandige woning voor een parkeervergunning in aanmerking als deze minimaal een half jaar binnen de betref fende sector heeft gewoond De overige bewoners komen niet voor een parkeervergunning in aanmerking 7 De volgende regels bepalen de hoofdbewoner van een niet zelfstandige woning degene die het eerst gevestigd is op het adres bij een gelijk of ontbrekend vestigingsjaar wordt de oudste als hoofdbewoner aangemerkt als in afwijking van het bepaalde onder a en b een andere meerderjarige bewoner als hoofdbewoner moet worden aangemerkt moet dit schriftelijk kenbaar worden gemaakt bij het Bureau Belastingen van het Stadskantoor Lübeckplein 2 in Zwolle 8 Bewoners van een zelfstandige woning komen voor het faciliteren van nodige mantelzorg per zelfstandige woning voor maximaal één extra parkeervergunning in aanmerking als zij een vergoeding in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning WMO ontvangen De parkeervergunning wordt niet op kenteken maar op het adres van de aanvrager uitgegeven Met deze parkeervergunning kan degene parkeren die op het adres waarvoor de vergunning is verleend mantelzorg verleent Artikel 12 Voorwaarden bedrijvenvergunning 1 Bij meerdere bedrijven op één adres waarvan uit het register van de Kamer van Koophandel of anderszins blijkt dat het één eigenaar betreft of dat er een familie en of zakelijke relatie bestaat tussen de verschillende eigenaren wordt maximaal één vergunning verleend Een dergelijke situatie wordt beschouwd alsof het één zakelijk belanghebbende betreft 2 Aanvragers komen voor een bedrijvenvergunning om in een sector te parkeren in aanmerking als zij niet over een privéparkeergelegenheid op het werkadres kunnen beschikken Aan het beschikken over een privéparkeergelegenheid wordt gelijkgesteld de situatie dat men werkzaam is in gebouwen die gerealiseerd zijn inclusief een parkeergelegenheid in het gebouw of in de nabije omgeving van dat gebouw waar parkeerruimte gehuurd geleasd of gekocht kan worden of ander ter beschikking kan staan van de aanvrager zoals het Maagjesbolwerk en feitelijk op het opgegeven adres in het register van de Kamer van Koophandel zijn geregistreerd zakelijk belanghebbende 3 Zakelijk belanghebbenden komen uitsluitend in aanmerking voor een vergunning om te parkeren in de sector waar zij een beroep en of bedrijf uitoefenen 4 Er kunnen 50 bedrijvenvergunningen in de binnenstad sectoren 1 en 2 worden verleend 5 In de sectoren 1 en 2 wordt maximaal één vergunning per beroep en of bedrijf of instelling verleend 6 Voor een bedrijvenvergunning in sector 1 of 2 komen in aanmerking apothekers en bloemisterijen catering reproductiebedrijven en of drukkerijen die hun handelsproducten vanuit hun hoofdvestiging die gelegen is binnen sector 1 of 2 bezorgen en makelaardijen met de hoofdvestiging gelegen binnen sector 1 of 2 als aannemelijk is dat de bedrijfsvoering regelmatige ritten noodzaakt en dat het economisch belang van de bedrijven dermate zwaarwegend is dat een bedrijvenvergunning binnen sector 1 of 2 noodzakelijk is 7 In de sectoren 4 tot en met 13kan aan een zakelijk belanghebbende een tweede parkeervergunning worden verleend als naar het oordeel van burgemeester en wethouders is aangetoond dat voor nader te omschrijven bedrijfsdoeleinden per dag gemiddeld met elk van de twee auto s meer dan vier keer van het zakenadres moet worden gegaan Daartoe kan een overzicht van alle over een periode van twee maanden voorafgaand aan de vergunningaan vraag gemaakte ritten worden gevraagd Dit overzicht moet dag datum tijdstip vertrek bestemming tijdstip terugkomst en afgelegde kilometers omvatten het maximum aantal te verlenen vergunningen als genoemd in artikel 7 nog niet is bereikt én er niet wordt beschikt of kan worden beschikt over twee of meer privé parkeerplaatsen 8 In de sectoren 4 tot en met 13komt een kamerverhuurbedrijf dat bij de Kamer van Koophandel staat geregistreerd voor een parkeervergunning in aanmerking Hoofdstuk 5 Bezoekersvergunning Artikel 13 Bezoekersvergunning sectoren 4 6 7 en 8 1 In de sectoren 4 6 7 en 8 waar geen parkeeraccommodatie aanwezig is waar per dag kan worden geparkeerd kan per woning maximaal één bezoekersvergunning bezoekersdagkaart genoemd worden verleend 2 Met de bezoekersdagkaart kan de aanvrager het bezoek laten parkeren op vergunninghoudersparkeerplaatsen binnen de sector waarin hij woont 3 De bezoekersdagkaart kan voor maximaal drie aaneengesloten dagen per week worden verleend 4 Kamerbewoners en pensiongasten komen ook voor een bezoekersvergunning in aanmerking 5 Bij een overlijden of een huwelijk kunnen in de sectoren 4 6 7 en 8per woning maximaal tien bezoekersdagkaarten worden verleend voor de dag van de plechtigheid zodat de stoet vanaf het huis kan vertrekken 6 Per dag en per sector kan maximaal 10 van het aantal vergunninghoudersplaatsen in de betreffende sector aan bezoekersdagkaarten worden uitgegeven Artikel 14 Bezoekersvergunning sectoren 1 2 5 9 10 12 en 13 1 In de sectoren 1 2 5 9 10 12 en 13 kan per zelfstandige woning maximaal één bezoekersvergunning worden verleend Aanvragers komen voor een bezoekersvergunning in de sector in aanmerking als zij feitelijk op het opgegeven adres wonen en als zodanig ook in het bevolkingsregister zijn geregistreerd 2 Met de bezoekersvergunning kan de aanvrager in de sectoren 1 en 2 het bezoek 6 uur per week laten parkeren op vergunninghoudersparkeerplaatsen binnen de sector waarin hij zij woont en de aanvrager in de sectoren 5 9 10 12 en 13 kan het bezoek 16 uur per week laten parkeren op de parkeerapparatuurplaatsen binnen de sector waarin hij zij woont In sector 1 mag met een bezoekersvergunning ook worden geparkeerd op de parkeerapparatuurplaatsen langs de Thorbeckegracht In sector 2 mag met een bezoekersvergunning ook worden geparkeerd op de parkeerapparatuurplaatsen op de Potgiersingel en het Van Nahuysplein Kamerbewoners en pensiongasten komen ook voor een bezoekersvergunning in aanmerking 3 Bij een overlijden of een huwelijk kunnen in de sectoren 5 9 10 12 en 13 per woning maximaal tien bezoekersdagkaarten worden verleend voor de dag van de plechtigheid zodat de stoet vanaf het huis kan vertrekken Hoofdstuk 6 Specifieke beroepen Artikel 15 Voorwaarden en overige bepalingen 1 Aanvragers komen voor een vergunning op grond van artikel 3 6 van de Parkeerverordening 2010 in aanmerking als zij het beroep en of bedrijf uitoefenen van huisarts verloskundige kraamverzorging thuiszorg of uitvaartverzorging waardoor zij naar het oordeel van burgemeester en wethouders in verband met de uitoefening van hun beroep of bedrijf in meerdere sectoren meer dan tien keer per twee maanden aangewezen zijn op het gebruik van een motorvoertuig en de desbetreffende werkzaamheden onregelmatig zijn voor wat betreft hun aanvang tijdsduur en plaats 2 Als meerdere medewerkers in de hoedanigheid van huisarts verloskundige medewerker kraamzorg thuiszorg of uitvaartverzorging aan een beroep en of bedrijf zoals genoemd in het eerste lid verbonden zijn kunnen zij allen voor een vergunning in aanmerking komen als zij naar het oordeel van burgemeester en wethouders in meerdere sectoren meer dan tien keer per twee maanden aangewezen zijn op het gebruik van een motorvoertuig en de desbetreffende werkzaamheden onregelmatig zijn voor wat betreft hun aanvang tijdsduur en plaats en eigenaar en of houder zijn van een motorvoertuig 3 Met deze vergunning mag binnen sector 1 2 4 6 7 en 8 uitsluitend worden geparkeerd op vergunninghoudersplaatsen en binnen sector 5 9 10 12 en 13 op de parkeerapparatuurplaatsen In sector 1 mag met deze vergunning ook worden geparkeerd op de parkeerapparatuurplaatsen langs de Thorbeckegracht In sector 2 mag met deze vergunning ook worden geparkeerd op de parkeerapparatuurplaatsen op de Potgietersingel en het Van Nahuysplein 4 De vergunning kan worden verleend voor parkeren in de wijk waar de specifieke beroepsbeoefenaar als bewoner of gevestigd staat ingeschreven of waar de specifieke beroepsbeoefe naar zijn haar zorg verleent en kan ook worden verleend voor parkeren in de gehele gemeente De vergunning kan in uitzonderlijke gevallen op naam van het bedrijf worden verleend met een maximum van 15 vergunningen per bedrijf Hoofdstuk 7 Vergunningen voor storing onderhoud en reparatie Artikel 16 Voorwaarden en overige bepalingen Aanvragers komen voor een vergunning om in alle sectoren te mogen parkeren in aanmerking als zij naar het oordeel van burgemeester en wethouders in verband met de uitoefening van hun beroep en of bedrijf in meerdere sectorenmeer dan tien keer per twee maanden aangewezen zijn op het gebruik van een motorvoertuig en de desbetreffende werkzaamheden onregelmatig zijn voor wat betreft hun aanvang tijdsduur en plaats bedoeld voor aannemers installateurs schilders e d Daartoe kan een overzicht van alle over een periode van twee maanden voorafgaand aan de vergunningaanvraag gemaakte ritten worden gevraagd Het overzicht als bedoeld in het tweede lid moet dag datum tijdstip vertrek bestemming tijdstip terugkomst en afgelegde kilometers omvatten Met deze vergunning mag binnen sector 1 2 4 6 7 en 8 uitsluitend worden geparkeerd op vergunninghoudersplaatsen en binnen sector 5 9 10 12 en 13 op de parkeerapparatuurplaatsen In sector 1 mag met deze vergunning ook worden geparkeerd op de parkeerapparatuurplaatsen langs de Thorbeckegracht In sector 2 mag met deze vergunning ook worden geparkeerd op de parkeerapparatuurplaatsen op de Potgietersingel en het Van Nahuysplein De vergunning kan in uitzonderlijke gevallen in plaats van op kenteken op naam van het bedrijf worden verleend als de naam van het bedrijf op de buitenkant van het motorvoertuig duidelijk herkenbaar is weergegeven De vergunning mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het parkeren van een motorvoertuig dat direct noodzakelijk is voor de uitvoering van de storings onderhouds en of reparatiewerkzaamheden Hoofdstuk 8 Autodate Artikel 17 Voorwaarde Vergunningen voor autodate worden alleen verstrekt aan bedrijven die voldoen aan de kwaliteitsnormen voor autodate zoals vastgelegd door de Stichting Gedeeld Autogebruik Vergunningen worden verstrekt voor een in de vergunning vermelde autodateplaats Hoofdstuk 9 Abonnementen parkeeraccommodaties Artikel 18 Voorwaarden en overige bepalingen Aanvragers komen in aanmerking voor een vergunning bij wege van abonnement volgens de onderstaande volgorde van belangrijkheid als zij a Horen tot de categorie eigenaren en of houders van motorvoertuigen zoals bedoeld in artikel 3 9 tweede lid van de Parkeerverordening 2010 die een beroep en of bedrijf uitoefenen met een vestiging binnen sector 1 of 2 en die kunnen aantonen een motorvoertuig voor de uitoefening van diens beroep en of bedrijf nodig te hebben en niet over een privéparkeergelegenheid op het vestigingsadres kunnen beschikken Aan het hebben van een privéparkeergelegenheid wordt gelijkgesteld de situatie dat het bedrijf gevestigd is in gebouwen die gerealiseerd zijn inclusief een parkeergelegenheid in het gebouw of in de nabije omgeving van dat gebouw waar parkeerruimte gehuurd geleasd of gekocht kan worden of anders ter

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/regeling-voor-het-aanvragen-en-verlenen-van-parkeervergunningen-2015 (2015-12-01)
    Open archived version from archive

  • Beleidsregel ontheffingen selectieve toelating Zwolle | Gemeente Zwolle
    maatregelen vertragers die ondersteund worden met beweegbare systemen zoals een poller en een slagboom 3 Ontheffing wordt niet verleend voor het gebied waarvoor de Verordening Selectieve Toelating Binnenstad Zwolle van toepassing is 4 De ontheffing gaat vergezeld van een transponder met een kaart waarop het kenteken staat of de bedrijfsnaam Artikel 2 Voorwaarde gebruik ontheffing De ontheffing mag alleen worden gebruikt wanneer er onverwachte urgentie in de uitoefening van een wettelijke taak waarbij sprake is van een levensbedreigende situatie en of een calamiteit van algemeen belang en of in het geval van het voorkomen van een levensbedreigende situatie uit het oogpunt van het beperken van het veiligheidsrisico bij de uitoefening van de taak Artikel 3 Doelgroep Een ontheffing zoals bedoeld in artikel 1 wordt verleend aan huisartsen en verloskundigen die houder zijn van een motorvoertuig voor zover deze nodig is in geval van onverwachte urgentie bij de uitoefening van hun beroep overheden nuts bedrijven geldtransportbedrijven dierenambulance die houder zijn van een motorvoertuig voor zover deze ontheffing nodig is in geval van onverwachte urgentie bij de uitoefening van hun wettelijke taak waarbij sprake is van een levensbedreigende situatie en of een calamiteit van algemeen belang die houder zijn van een motorvoertuig en voor bedrijven die een taak hebben welke een hoog risico met zich meebrengen waardoor snelheid en korte routes essentieel zijn voor het beperken van het veiligheidrisico Houder van een motorvoertuig is degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven of degene die een leasecontract heeft met een erkend autoverhuurbedrijf dan wel in dienst is van een bedrijf op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven en die in het bezit is van dat motorvoertuig of een leasecontract heeft met een erkend autoverhuurbedrijf of degene die een contract heeft voor een auto op afroep met een erkend autoverhuurbedrijf op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven en die in het bezit is van dat motorvoertuig De ontheffing kan in uitzonderlijke gevallen in plaats van op kenteken op naam van het bedrijf worden verleend Artikel 4 Aanvraag Een aanvraag voor een ontheffing moet worden ingediend op een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier Artikel 5 Zichtbaarheid ontheffing De kaart die wordt uitgegeven bij de ontheffing en transponder waarop het kenteken of de bedrijfsnaam staat moet rechts achter de voorruit bijrijderskant van het voertuig aangebracht zijn zodat deze door de handhavers en toezichthouders kan worden gelezen Artikel 6 Geldigheid van de ontheffing Een ontheffing wordt per kalenderjaar verleend of het resterende deel daarvan Artikel 7 Regels en voorwaarden Een ontheffing wordt verleend voor een of meer bepaalde geslotenverklaring en en

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/regelingen/beleidsregel-ontheffingen-selectieve-toelating-zwolle (2015-12-01)
    Open archived version from archive

  • Beleidsregel RVV-ontheffingen valet parkeren binnenstad | Gemeente Zwolle
    2013 cb 2012 10 30 Tekst van de regeling Beleidsregel RVV ontheffingen valet parkeren binnenstad Artikel 1 Ontheffing 1 Het college kan ontheffing van de parkeerverbodzone binnenstad verlenen op grond van artikel 87 RVV 2 Ontheffing op grond van deze regeling wordt alleen verleend voor het gebied dat is omsloten door de Stadsgracht Schuttevaerhaven en de Achtergracht en waar een parkeerverbod geldt Artikel 2 Doelgroep Een ontheffing zoals bedoeld in artikel 1 wordt verleend aan eigenaren huurders of exploitanten van publieke gelegenheden die op de zondagochtend open zijn en heeft tot doel bezoeker s van de accommodatie tijdens aankomst en vertrek in de gelegenheid te stellen een motorvoertuig gedurende maximaal een half uur te parkeren in de directe nabijheid van de accommodatie Artikel 3 Voorwaarden ontheffing Een ontheffing RVV voor het tijdelijk parkeren in de binnenstad kan alleen worden verleend als het volgende van toepassing is de accommodatie is open op de zondagochtend tussen 09 00 en 12 00 uur de accommodatie is openbaar toegankelijk is een publieke gelegenheid er wordt gewaarborgd dat een auto niet langer dan dertig minuten geparkeerd zal staan Artikel 4 Geldigheid ontheffing 1 Een ontheffing is alleen geldig gedurende een half uur per keer per motorvoertuig 2 Een ontheffing is alleen geldig voor het motorvoertuig dat wordt gebruikt door een meer bezoeker s van de accommodatie 3 Een ontheffing is beperkt geldig en kan alleen geldig zijn op zondagen Hemelvaartsdag Tweede Paas en Pinksterdag en of op 25 en 26 december tussen 09 00 uur en 12 00 uur 4 In afwijking van artikel 2 artikel 3 onder a en artikel 5 lid 3 kan aan een exploitant van een horecagelegenheid voor andere tijdstippen een ontheffing worden verleend Artikel 5 Aantal ontheffingen en locatie 1 In de ontheffing wordt de locatie waar mag worden geparkeerd uitdrukkelijk aangegeven Deze locatie moet zich bevinden rechtstreeks bij de ingang van de publieke gelegenheid en deze moet per auto direct bereikbaar zonder door een fysieke geslotenverklaring poller en of in voor motorvoertuigen niet toegankelijk gebied te moeten rijden 2 Bij het bepalen van de locatie waar de ontheffing mag worden gebruikt wordt ook meegenomen dat door het gebruik van de ontheffing geen naastgelegen en tegenovergelegen woningen en bedrijven worden gehinderd de doorgang en de veiligheid van het overige verkeer wordt belemmerd vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen ongewenste situatie wordt gecreëerd 3 Het aantal te verstrekken RVV ontheffingen per aanvrager wordt bepaald door de beschikbare ruimte voor parkeren nabij de ingang van de accommodatie en is maximaal vijf per locatie Er wordt maximaal één ontheffing meer verstrekt dan dat er ruimte is zodat er één auto kan staan terwijl een andere auto onderweg is 4 Een ontheffing kan alleen worden verleend voor een locatie binnen een gebied waar de snelheid maximaal 30 km uur is sprake is van geringe verkeersintensiteit het wegprofiel van een acceptabele breedte is minimaal 5 meter breed vrije doorgang voor de hulpdiensten gewaarborgd is Artikel 6 Zichtbaarheid ontheffing 1 De originele ontheffing met voorschriften moet in de

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/regelingen/beleidsregel-rvv-ontheffingen-valet-parkeren-binnenstad (2015-12-01)
    Open archived version from archive

  • Uitvoeringsbesluit marktverordening gemeente Zwolle 2015 | Gemeente Zwolle
    daaraan voorafgaand gedurende een aaneengesloten periode van 4 jaar de vergunninghouder heeft bijgestaan 4 Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen 12 weken na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld Artikel 9 Aantal keren innemen standplaats door een vergunninghouder van een vaste plaats 1 De vergunninghouder van een vaste plaats dient er voor te zorgen dat deze plaats tenminste 11 keer per kwartaal wordt ingenomen 2 In geval van ziekte vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting als bedoeld in het eerste lid Artikel 10 Vervanging van de vergunninghouder van een vaste plaats wegens ziekte bijzondere omstandigheden of vakantie 1 De vergunninghouder van een vaste plaats die plotseling is verhinderd zijn vaste plaats in te nemen wegens ziekte of bijzondere omstandigheden deelt dit voorafgaand aan de betreffende marktdag mondeling mee aan de marktmeester De vergunninghouder bevestigt deze mededeling schriftelijk aan het college 2 Indien een vergunninghouder langer dan twee weken zijn vaste plaats niet kan innemen wegens ziekte of bijzondere omstandigheden dient hij een aanvraag tot ontheffing in Bij de aanvraag dient hij aan te geven of en zo ja hoe zijn vervanging zal worden geregeld 3 Het college verleent de ontheffing als bedoeld in het artikel 9 tweede lid voor een termijn van maximaal dertien weken 4 De ontheffing kan op aanvraag worden verlengd met telkens een termijn van maximaal 13 weken tot een totale termijn van maximaal 2 jaar 5 Bij vakantie meldt de vergunninghouder vooraf hoe lang zijn afwezigheid duurt Het is geoorloofd om in verband met vakantie afwezig te zijn voor een periode van maximaal 4 aaneengesloten weken per kalenderjaar 6 Aan een vergunninghouder kan tevens vervanging voor 1 marktdag worden toegestaan na mondelinge toestemming van de marktmeester gevolgd door een schriftelijke bevestiging van het college Dit is maximaal 4 marktdagen per jaar mogelijk Artikel 11 Standwerkersplaats 1 Per markt wordt het navolgend aantal standwerkersplaatsen vastgesteld waarvoor aan standwerkers die voldoen aan de vereisten van artikel 6 tweede lid van de Marktverordening gemeente Zwolle 2015 een kan worden verleend voor de vrijdagmarkt als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder d 2 standwerkersplaatsen voor de zaterdagmarkt als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder f 2 standwerkersplaatsen 2 De verlening van een vergunning voor een standwerkersplaats geschiedt bij loting door of namens het college op vrijdag om 8 30 uur en op zaterdag om 9 00 uur Aanmelding dient een half uur voor de loting te geschieden bij de marktmeester 3 Een vergunning voor een standwerkersplaats geldt voor de in de vergunning vermelde dag en plaats en voor de in de vergunning omschreven artikelen 4 Een vergunning voor een standwerkersplaats kan niet worden overgedragen De vergunninghouder kan zich niet laten vervangen Artikel 12 Dagplaats centrummarkten Een vergunning voor een dagplaats kan worden verleend op standplaatsen op de markten zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 d en f die niet zullen worden ingenomen door de vergunninghouder van een vaste plaats vanwege een omstandigheid als bedoeld in artikel 9 lid 2 tenzij voorzien is in een vervanger De verlening van een vergunning voor een dagplaats geschiedt bij loting door of namens het college uitsluitend op vrijdag centrummarkt om 8 00 uur en op zaterdag om 8 30 uur aan personen die voldoen aan artikel 6 tweede lid van de Marktverordening gemeente Zwolle 2015 Aanmelding dient een half uur voor de loting te geschieden bij de marktmeester Per artikelgroep wordt maximaal één dagplaats toegewezen Indien op een markt een branche indeling geldt wordt voor de artikelen waarop deze branche indeling van toepassing is slechts eenmaal per vier weken een dagplaats toegewezen Ter bevordering van productdifferentiatie en een divers marktaanzicht is het niet toegestaan om een dagplaats in te nemen met een product dat verhandeld wordt op één van de aangrenzende standplaatsen Een vergunning voor een dagplaats geldt voor de in de vergunning vermelde dag en plaats en voor de in de vergunning omschreven artikelen Een vergunning voor een dagplaats kan niet worden overgedragen De vergunninghouder kan zich niet laten vervangen Artikel 13 Het tijdstip van het innemen van de standplaats en de aan en afvoer van goederen 1 Het is vergunninghouders verboden om op het marktterrein meer dan 3 uur voor aanvang en meer dan 2 uur na afloop van de markt met een voertuig goederen of anderszins ruimte in te nemen dan wel goederen aan of af te voeren 2 De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt in te nemen Het college kan van deze verplichting ontheffing verlenen 3 Indien de vergunninghouder van een vaste plaats niet uiterlijk een half uur voor de openingstijd van de betreffende markt als bedoeld in artikel 2 lid 2 de standplaats heeft ingenomen wordt de betreffende plaats voor die dag als dagplaats aangemerkt 4 Vergunninghouders van een dagplaats moeten hun standplaats uiterlijk een half uur na openingstijd van de markt hebben ingenomen 5 Vergunninghouders van een standwerkersplaats moeten hun standplaats uiterlijk een uur na openingstijd van de markt hebben ingenomen 6 Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing indien de vergunninghouder de marktmeester voor dit tijdstip onder opgave van dwingende redenen die hem beletten tijdig aanwezig te zijn heeft verzocht de plaats vrij te houden zulks ter beoordeling van de marktmeester 7 Voertuigen van vergunninghouders van vaste plaatsen en dagplaatsen moeten een half uur na de openingstijd als bedoeld in artikel 2 lid 2 van het marktterrein zijn verwijderd en mogen niet eerder dan na de sluitingstijd als bedoeld in artikel 2 lid 2 het marktterrein oprijden 8 Voertuigen van vergunninghouders van standwerkersplaatsen moeten een uur na de openingstijd als bedoeld in artikel 2 lid 2 van het marktterrein zijn verwijderd en mogen niet eerder dan na de sluitingstijd als bedoeld in artikel 2 lid 2 het marktterrein oprijden 9 Van het bepaalde in het zevende en achtste lid kan in verband met logistieke redenen ontheffing worden verleend door het college Artikel 14 Parkeren voertuigen op

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/uitvoeringsbesluit-marktverordening-gemeente-zwolle-2015 (2015-12-01)
    Open archived version from archive

  • Beleidsregel leerlingenvervoer gemeente Zwolle 2015 | Gemeente Zwolle
    Het aanbieden van de combinatievarianten verhoogt de administratieve last voor de gemeente enigszins Ad 1 en 2 Deeltijd brom fiets deeltijd openbaar vervoer deeltijd eigen auto Deze varianten zijn direct toepasbaar Doel ervan is dat de leerling zo veel mogelijk zelf fietst Daar waar fietsen niet mogelijk is bijv door een negatief effect van weersinvloeden op de gezondheid van de leerling is het gebruik van het openbaar vervoer of de eigen auto voor de leerling ook een optie In de praktijk kan dit betekenen dat een leerling voor de zomermaanden een fietsvergoeding krijgt en voor de wintermaanden een vergoeding voor het gebruik van het openbaar vervoer Ad 3 4 Deeltijd brom fi ets deeltijd aangepast vervoer Deze varianten eisen overleg met de vervoerder Een vervoerder heeft weliswaar de mogelijkheid om deze varianten te integreren in zijn vervoersplan maar dit is niet zonder financiële gevolgen Ook varianten waarbij deeltijd gebruik van het aangepaste vervoer wordt aangeboden zal voorkomen dat de gemeente deze dure vergoeding voor een heel schooljaar moet verstrekken terwijl een deel van dat schooljaar ook op een goedkopere wijze kan worden gereisd Anderzijds heeft de vervoerder in zijn vervoersplan en bijbehorende kostencalculatie offerte rekening gehouden met een hoog gebruik van het aangepaste vervoer Een daling van het aantal te vervoeren leerlingen door deeltijdgebruik heeft mogelijk effect op het door de vervoerder gehanteerde tarief Dit element wordt in de komende besprekingen met de vervoerder ook meegenomen Artikel 5 Begeleiding in het leerlingenvervoer door ouders verzorgers en instellingen De begeleiding van de leerling in het vervoer is primair een verantwoordelijkheid van de ouders of verzorgers of instellingen Het verblijf in een instelling en de onmogelijkheid van de instelling om te zorgen voor begeleiding kan voor het college aanleiding zijn om aangepast vervoer toe te kennen Toelichting De regelgeving gaat ervanuit dat daar waar nodig ouders verzorgers of instellingen zorgen voor de begeleiding van hun kind bij het vervoer Ouders hoeven dit niet zelf te leveren maar moeten dit wel zelf organiseren In geval van een medische noodzaak voor begeleiding tijdens het vervoer kan een beroep worden gedaan op de zorgverzekeringswet Zvw bijvoorbeeld Epilepsiekliniek Veel kinderen kunnen ondanks hun soms lichte handicap prima onder begeleiding van een volwassene fietsen of gebruik maken van het openbaar vervoer Ouders hebben echter vaak moeite om de begeleiding van hun kind te organiseren Zeker in gezinnen waar werk van de ouders de aanwezigheid van andere kinderen of de reistijd om de leerling naar school te begeleiden het moeilijker maken om in de begeleiding van hun kind te voorzien vormen geen aanleiding om de gemeente verantwoordelijk te maken voor de begeleiding van de leerling door bijvoorbeeld aangepast vervoer aan te bieden Uiteraard kunnen er omstandigheden zijn bijv een medische beperking bij de ouder s meerdere kinderen in het gezin naar het speciaal onderwijs die maken dat ouders onmachtig zijn om de begeleiding voor hun kind te organiseren In dergelijke situaties kan de gemeente overgaan tot het aanbieden van aangepast vervoer als ouders alles hebben gedaan om de begeleiding van hun kind te organiseren Daarnaast kan de gemeente voor ouders een aantal faciliteiten creëren waarmee zij geholpen worden in de zoektocht naar begeleiding zoals bijvoorbeeld Rol voor zorg en hulpinstellingen Aanbieden van een OVmaatje Educatie Ad 1 Rol voor zorg en hulpinstellingen De verantwoordelijkheid voor de begeleiding van de kinderen ligt bij de ouders Echter in de zoektocht hoe dit te organiseren kunnen zij geholpen worden door een instantie die met hen zoekt of door kan verwijzen Een partij die hierin een rol kan spelen is bijv Mee Ad 2 Aanbieden van een OVmaatje De ontwikkeling van het zelfstandig reizen kan worden gestimuleerd door de leerlingen tijdelijk te laten begeleiden in het openbaar vervoer door OVmaatjes Met de hulp van deze maatjes leren kinderen op een veilige zorgvuldige en begeleide manier om de reis van huis naar school met het openbaar vervoer af te leggen Ad 3 Educatie Door OV educatie op school leert een kind op spelenderwijs kennis maken met het openbaar vervoer In overleg met het onderwijs kan bekeken worden of er lessen georganiseerd kunnen worden Het komt voor dat instellingen geen begeleiding voor de leerling kunnen vrijmaken en de gemeente dan een uitzondering maakt op bovengenoemd uitgangspunt De leerlingen uit een instelling krijgen aangepast vervoer als begeleiding ontbreekt Reden voor deze handelswijze is dat begeleiding voor instellingen moeilijk te organiseren is of financieel veel zou vergen Artikel 6 Niet dichtstbijzijnde toegankelijke school Het college verstrekt een vervoersvoorziening voor een verder weggelegen school mits deze minder vervoerskosten met zich meebrengt dan de aangewezen school Het college verstrekt een vergoeding voor een verder weggelegen school als deze meer vervoerskosten meebrengt op basis van de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de soort waarop de leerling is aangewezen De te verstrekken vergoeding bedraagt maximaal de kosten van de vervoersmogelijkheden die de leerling naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school zou hebben Indien de dichtstbijzijnde school vanwege een wachtlijst niet toegankelijk blijkt wordt een vergoeding verstrekt naar de dan dichtstbijzijnde toegankelijke school mits de leerling op de wachtlijst blijft staan In het geval onder sub c overleggen ouders het inschrijvingsbewijs Zodra de wachtlijst voor de betreffende leerling komt te vervallen wordt de vergoeding verstrekt op basis van de afstand naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school Toelichting Ouders hebben het grondwettelijke recht om een school voor hun kind te kiezen dat aansluit op hun levensovertuiging Ook al is dit niet de dichtstbijzijnde school Bij het verstrekken van een vergoeding leerlingenvervoer wordt uitgegaan van de afstand naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de soort waarop de leerling is aangewezen en de gewenste richting De vergoeding wordt afgestemd op de vervoersmogelijkheden die de leerling naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school zou hebben Artikel 7 Vervoer naar buitenschoolse opvang Het college biedt geen vergoeding of vervoer van school naar de buitenschoolse opvang of naschoolse activiteit Toelichting Het vervoer naar de buitenschoolse opvang bso of andere opvangadressen valt niet onder de Verordening Leerlingenvervoer niet onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid Het bieden van de mogelijkheid om het leerlingenvervoer hierop aan te passen

    Original URL path: https://www.zwolle.nl/beleidsregel-leerlingenvervoer-gemeente-zwolle-2015 (2015-12-01)
    Open archived version from archive



  •